Transcript gemeenteraad 2 november 2021
Tekst van het document
En daar hebben wij als college uitvoering aan proberen te geven, wat ik zei vooral ook samen en met heel veel mensen die daar de afgelopen jaren maar ook nog steeds en ook de komende periode ongelooflijk veel werk aan hebben, maar er ook heel veel energie uithalen, omdat we met elkaar situatie hadden waarbij de kosten opliepen, kinderen slecht of niet geholpen werden, op wachtlijsten stonden, we geen inzicht hadden en geen grip voelden. En daarin wilden we juist die verbetering met elkaar brengen en we moeten wel constateren dat hoewel we blij zijn dat voor zover we invloed hebben dat de wachtlijsten in Maassluis natuurlijk niet zijn omdat we lokaal nu hulp hebben ingekocht, dat de wachtlijsten in de regio toenemen, dat kinderen heel lang op de wachtlijsten staan voor de hulp die ze nodig hebben en tegelijkertijd zien wij ook in Maassluis de kosten dit jaar met 1,1 miljoen opgeplust. Ik denk dat we allemaal nog steeds hetzelfde beeld zien. Goed dat we het lokaal voor dit jaar en komend jaar voor onze kinderen in Maassluis kunnen betekenen in de GGZ-hulp. Niettemin de problematiek is er nog steeds en wordt nog steeds gevoeld. En zijn er dan geen zorgen? En ik kijk nu breder dan alleen de heer Van den Hoek. Tuurlijk wel, want het is jeugdhulp. Dat blijft ingewikkeld. Dat blijft complex.
We gaan echt niet alles oplossen, zeker niet in één keer, maar we zetten wel met elkaar hele mooie stappen om het beter te doen, beheersbaar te doen qua kosten, maar vooral ook de goede hulp, de randvoorwaarden met elkaar neer te zetten. En is dat spannend? Zijn er risico’s? Zeker. De risico’s zijn ook overal benoemd. Die kent u en die zullen zich ook ongetwijfeld wel eens voordoen zoals wij de jeugdhulp met elkaar hebben leren kennen. Zijn er onzekerheden? Ook. Die zijn ook benoemd en naarmate de tijd vordert naar 2023 toe, zullen een aantal aspecten daarvan duidelijk worden, maar het gaat om de uitvoeringsorganisatie, maar het gaat over: hoe treden we voor een groot deel terug uit de GRJR qua inkoop en tegelijkertijd de opbouw natuurlijk van onze organisatie en de inzet in het gehele veld. Voorzitter, maar laten we vooral ook, nou ja, trots is nooit het woord wat je zoekt daarin, maar wel een soort dankbaarheid hebben dat we elkaar hebben kunnen vinden om stappen te zetten en daarmee ook op belangrijke onderwerpen die er echt wezenlijk toe doen in de levens van mensen in onze stad, dat we daarin de durf hebben gehad en
elkaar hebben gevonden om stappen te zetten om het beter te doen zoals het Rijk met de hervormingsagenda die nu andere gemeenten ook over zich heen krijgen wel veel stappen in hebben gezet. Voorzitter, maar dat gaat over die onzekerheden wilde ik benoemen, dat juist de kwaliteit voor ons daarin altijd ook leidend is geweest. In het algemeen deed het mij en de organisatie heel erg goed de woorden die zijn gesproken, ik wilde meneer Van den Hoek nog meegeven: er zijn momenten om dingen mee te geven. Er zijn momenten om vragen te stellen en ik merk dat u op andere momenten gebruik van de gelegenheid maakt dan dat wij hadden voorgesteld in de processen. Voorzitter, naast de jeugdhulp heeft ook de WMO natuurlijk de aanslag gehad, een ander belangrijk onderwerp. Net als waar het gaat over de jeugdhulp zijn we voor een groot deel daarin afhankelijk van de rijksoverheid. In de realiteit is het natuurlijk dat we daar afhankelijk in zijn van beleid dat ons wordt voorgeschreven en dat we moeten uitvoeren, maar ook over de financiën die daarbij komen of meer expliciet er niet bij komen vanuit de rijksoverheid. Hoe dat naar de toekomst zal gaan, dat laat zich niet raden, want we hebben geen kabinet.
We hebben voor de jeugdhulp geen zekerheden op langere termijn daardoor, maar ook voor wat betreft de WMO zijn beleidsmatige aanpassingen doen en financieel is daar op dit moment natuurlijk niet dat inzicht in. Niettemin hebben we wel inzicht in de oplopende kosten in de WMO. U ziet door corona natuurlijk dat er een afname is, betekent dat toch niet meteen per definitie dat we zeggen: er is ook een afname in hulpvraag bij inwoners. Die kan toenemen. De VVD, de heer Snoeck vroeg het: kunt u daar een blik op werpen? We hebben aangegeven: daar gaan we naar kijken en we gaan er een verkenning op doen. Kunnen we daar meer inzicht in krijgen? Maar niettemin, wanneer je kijkt naar de toenemende hulpvraag en de oplopende kosten zoals die afgelopen zomer nog aan u zijn gepresenteerd bij de meerjarenbegroting van het ROG ligt daar ongewis een hele grote opdracht voor ons allen waar we ook op een goede manier met elkaar invulling aan proberen te geven, maar ook daarbij geldt, en misschien is corona dat wel extra inzichtelijk weer gemaakt, dat het wel altijd ook is dat je wel moet kunnen blijven borgen dat je de verantwoordelijkheid op een goede manier invult om hulp aan de inwoners die het nodig hebben dat ook te geven.
Voorzitter, verder was er aandacht en ook wel warme woorden over de eenzaamheid die aandacht heeft in onze stad en wij noemen dat dan altijd bij voorkeur gericht zijn op ontmoeting en verbinding. Er zijn inderdaad heel veel betrokken organisaties. Dat is heel mooi dat we die in Maassluis hebben. Veel fracties stonden daarbij stil in hun inbreng dat het iets is om te koesteren en het is ook mooi dat zij het commitment hebben en de overtuiging met ons delen dat we met elkaar een verschil kunnen maken waar het gaat over mensen die zich in onze stad eenzaam voelen. Voorzitter, tot slot zijn er twee onderwerpen over cultuur naar voren gebracht. Allereerst mevrouw Mulder die had het over de QR-codes, wat ontzettend leuk het is dat er van Maassluis samen met de historische vereniging die QR-codes in de stad aanbrengt en of we dat nou ook niet voor jongeren kunnen doen, voor kinderen. Ik deel helemaal uw mening dat wanneer kinderen plezier hebben, ouders je daar automatisch ook een plezier mee doet. Ik ga het meenemen. Ik ga er ook even over nadenken of QR-codes en teksten dan hetgeen zijn waar de kinderen het meest warm voor lopen, maar het idee om daar een verbinding tussen te leggen, is een hele leuke die je meegeeft en waar wij graag verder over willen nadenken om te kijken: wat kunnen we daarin doen wat ook aantrekkelijk is natuurlijk voor de jeugd.
En verder vroeg de heer Snoeck aandacht voor de KCA en de Koningshof en vooral de doelstelling om er een heel bruisend huis van te maken met veel samenwerking onderling. Dat is precies waar we in het college mee bezig zijn. Het betekent dat we vanuit die visie de KCA ook daar een intrek in willen laten nemen. Nou, dat vraagt ook wel weer wat natuurlijk, dus we zijn er nog wat laatste dingen voor aan het bekijken en plaats laten te nemen, juist om er een levendig huis voor de toekomst van te maken wat ook betekent natuurlijk dat we wellicht uiteraard altijd binnen de middelen die daarvoor beschikbaar zijn binnen de begroting om het daar misschien wat grootser aan te pakken dan voorheen gedacht, maar om daarmee wel hele grote stappen te zetten om het een bruisend huis te maken of eigenlijk niet te maken, laat ik dat ook zeggen, want dat is het al, maar het verder te versterken. Dat doet daar meer recht aan. Voorzitter, volgens mij heb ik alle vragen beantwoord en dan kijk ik even rond. De voorzitter: Wethouder Kuiper.
De heer Kuiper: Dank u wel voorzitter. Eerst een aantal losse punten en dan het hoofdgerecht wonen en volkshuisvesting. De heer Snoeck stond aan het einde van de hele rij van sprekers ook nog even stil bij stroomopwaarts. Dank natuurlijk voor de positieve woorden over solide en het goed functioneren en tegelijkertijd ook de oproep om met de krappe arbeidsmarkt vol in te zetten op het mensen naar werk doorgeleiden. Nou, dat is zeker wat we doen en tegelijkertijd, nou dat zag u ook op het laatst bij de themaavonden daar, is de doelgroep uiteindelijk die we steunen niet te vergelijken met een bus MOE-landers die worden aangerukt in een bepaald bedrijf. Daar zit wat meer begeleiding op en wat meer ondersteuning, dus een op een is het niet mogelijk, maar er wordt inderdaad hard aan gewerkt en de kansen die worden benut. Dan vroeg, eens even kijken, Maassluis Belang ook naar de sportzaal aan de Sportlaan. Wanneer kunnen we daar meer van verwachten? Nou, afgelopen week hebben we een goede bijeenkomst gehad met een meedenkgroep van de omwonenden en andere betrokken partijen waarin een presentatie is geweest van het ontwerp en alle opmerkingen zijn verwerkt. Daar is nu een goed voorstel voor en we verwachten dat binnen enkele weken op de college-agenda en nog hopelijk dit jaar in uw raad te kunnen behandelen.
De heer Dolstra als ik het even uit mijn hoofd zeg, vroeg nog even naar de Vlietlocatie. Daar zijn we zo goed als rond. Er zijn natuurlijk wat zienswijzen op ingediend. Die worden zorgvuldig bekeken om niet later daar last van te hebben en als die te kort door de bocht worden beantwoord, maar die komt ook binnen enkele weken op uw agenda zodat we nog deze periode belangrijke besluiten kunnen afronden in de hele trits zoals we die de afgelopen jaren hebben opgebouwd. Voorzitter, dan naar het wonen. En terecht is dat een punt dat bijna alle fracties hebben aangehaald. Je hoeft de krant maar open te slaan, de bedragen maar bij te houden, er is iets aan de hand met een wooncrisis in dit land. Er is een hele flinke groep inwoners in onze stad en in de regio en in het hele land die geen betaalbare woning kan vinden. Jongere starters die het huis niet uit kunnen, middeninkomens die net te veel geld verdienen voor sociaal en te weinig voor de koop, inwoners met een flexibel inkomen, maar ook bijvoorbeeld speciale doelgroepen zoals mensen die in een woongroep een plekje zoeken of uitstromers zijn uit een zorgtraject. Het is in heel Nederland toch wel rood. Alle seinen staan op rood en ook in onze regio.
Bijna dagelijks spreken we de mensen die in de knel zitten en bijna dagelijks proberen we daarvoor te knokken om het beter te maken en gelukkig steunt uw raad dat ook volmondig en dat proef ik ook vanavond weer. Iedereen vanuit zijn eigen invalshoek, maar je ziet dat heel breed die urgentie wordt gedeeld en in Maassluis zijn we al een aantal jaren geleden begonnen om die olietanks die die projecten zijn en die volkshuisvesting ook om bij te sturen. Zo schreven we dat in de woonvisie die u heeft vastgesteld ook in het volle besef dat we natuurlijk voor een heleboel bouwprojecten ook geen grondeigenaar zijn en daar ook gewoon gebonden zijn aan contracten. U heeft mij op pad gestuurd: ga praten met die eigenaren. Nou, dat hebben we op verschillende dossiers hebben we daar successen geboekt en tegelijkertijd zijn we ook gaan kijken naar de nieuwe mogelijkheden in de stad zoals rondom station West en de Kapelpolder en dat zijn vaak langjarige trajecten die zorgvuldig moeten worden doorlopen, maar daar zit een muziek in voor de langere termijn. Verschillende partijen spraken ook over de balans en de verschillende aspecten die hierbij komen kijken. Ik geloof dat het CDA over de balans sprak, de ChristenUnie, ook andere partijen over verkeer en dat is typisch alle spanningen die je in een ruimtelijk project bij elkaar moet zien te brengen. Er zijn verschillende belangen.
We willen duurzaamheid. We willen het klimaat adaptief bouwen. We willen voldoende openbare ruimte en we willen natuurlijk ook voldoende woningen. En die balans, die willen we bewaken en daarom zijn we daar ook zorgvuldig over in gesprek en hebben wij u ook een … De voorzitter: De heer ’t Hart. De heer ’t Hart: Voorzitter, de wethouder zette mij even op het verkeerde been met een balans, want ik dacht eigenlijk hij gaat een balans … En nu gaat hij naar de regio. Onze buurgemeente is een paar kilometer hiervandaan, heeft een woningafspraak of weigert die eigenlijk tekenen. Wat betekent dat voor ons? En kunnen we daar op de een of andere manier, ja, sorry, maar dan nemen we niet meer vanuit Midden-Delfland op in onze gemeente.
De heer Kuiper: Ja, de buurgemeente. Ik heb dat ook gezien en ik wilde daar eigenlijk bij een van de andere moties van de VSP ook op terugkomen, want wij doen het best goed. Het is helaas niet zo dat wij kunnen zeggen: u komt uit Midden-Delfland, u komt er niet in en net zomin als we bij het zwembad een hoger tarief kunnen vragen wat je soms in de rechtvaardigheid wel eens zou willen doen, maar ik constateer inderdaad hetzelfde als u dat de gemeente Midden-Delfland minder enthousiast is om zich te binden aan de afspraken in de regio Haaglanden waar zij zitten en ik weet ook zeker dat de provincie daar stappen op gaat ondernemen. In ieder geval, dat is eigenlijk dat met zijn allen trekken aan een goede balans, meer woningen waar dat kan, bouwen aan een toekomstbestendige bereikbare buurt, kwalitatief en gevarieerd aanbod om de diverse doelgroepen ruimte te geven. Bij de brief over de aanvraag van de woningbouwimpuls hebben we u ook een toezegging gedaan dat we komen ook met een grotere scope over de hele stad over hoe zich dat tot elkaar zal verhouden en we werken natuurlijk ook in een langetermijnagenda van duurzame verstedelijking waarin we die balans nadrukkelijk aanbrengen ook in het volle besef dat er verschillende buurten met verschillende milieus zijn en dat er verschillende kansen liggen en dat willen we ook graag in die werkgroep met elkaar gaan bespreken.
Voorzitter, dan een aantal moties. Eerst de VVD-motie over de startersleningen. Nou, zoals gezegd delen wij natuurlijk zorg over de starters. Helaas kunnen we niet zo heel gek veel doen aan een heleboel prijzen die gewoon in de markt worden gevormd. U weet dat we sturen waar we kunnen in de contracten om betaalbare koop af te dwingen, soms ook om ontwikkelaars zich aan hun contracten te laten houden en we voegen clausules toe aan al dat soort betaalbare koopwoningen, zelfbewoningsplicht, anti-speculatiebeding. Tegelijkertijd zetten we in op het tegengaan van overlast van opkoop van panden voor arbeidsmigranten via het bestemmingsplan overbewoning en ik verwacht op zeer korte termijn ook weer een aankondiging te hebben op het balkon van 57 betaalbare koopwoningen. Vorig jaar hebben we juist vanwege die starters en mensen in dat inkomenssegment een voorstel gedaan voor duurzaam betaalbare koopwoningen en door het amendement van de raad is het omgevormd naar het model van de duurzaam betaalbare koop in Maassluis, het Maassluismodel. Daar zit ook een voorstel bij om de starterslening te verhogen. Volgende week ligt dat in het college en kort daarna dus in uw raad. Mijn verzoek is dan ook echt wel om deze motie even aan te houden, want er staan net wat andere bedragen in en dan hebben we daar ook denk ik de juiste balans om dat voorstel in te bespreken.
Voorzitter, dan kom ik bij de … De voorzitter: De heer Snoeck. De heer Snoeck: Als u dit vraagt, verwacht u dan dit jaar dat wel in de raad bespreken? De heer Kuiper: Zeker. Het ligt volgende week in ons college en dan is het natuurlijk aan de wijsheid van de agendacommissie wanneer dat precies op uw raad … Maar als we het dan, nou, wat is het dan, half november, begin november aanleveren, dan ga ik ervan uit dat we het nog dit jaar gewoon in de raad bespreken. Sterker nog, als u het nu aanneemt, dan moet ik het plan gaan aanpassen en dan levert het juist vertraging op. Als we het nu naar u brengen, dan kunt u altijd via het instrument van de amendementen eventueel het precieze bedrag nog wijzigen. En ik zou natuurlijk ook geen wethouder zijn als ik zou wijzen op de mogelijke financiële consequenties die daaraan gebonden zijn, maar dat bespreken we dan. Voorzitter, dan over de VSP-motie. Ja, ik heb net in het algemeen gesproken natuurlijk. Wij delen denk ik heel erg dezelfde zorgen over de verschillende doelgroepen en we hebben eigenlijk deze discussie vorig jaar net in een andere formulering ook gevoerd. En ons beleid om voor die unaniem bekrachtigde woonvisie strekt ertoe om die gemengde buurt te bouwen en dat heeft als kernpunt om minimaal 33% sociale huur overeind te houden in de hele stad.
Op lange termijn, dus als alles gebouwd is en alles is ontwikkeld dat we daarop uitkomen en dat betekent dus dat we een nieuwbouwwijk in die doelgroepenvordering hebben vastgesteld en dat is een van de gemeenten die daar het verste ingaan. Dat is straks geregeld. En de prioriteit die u wil geven aan die motie derhalve denk ik is wat dat betreft, hoe noem je dat, ja, ik zocht een mooie beeldspraak. Ik ben hem even kwijt. Maar in ieder geval, die prioriteit die voelen wij tot in onze tenen. Daar hebben we de motie niet voor nodig. En een aantal overwegingen in
de motie vind ik wel dat u eigenlijk uzelf als raadtekort doet, want als wij zien wat wij in Maassluis neerzetten met volle steun van uw raad, dan denk ik dat de overwegingen die u hierbij betrekt eigenlijk daar geen recht aan doen. De voorzitter: De heer Luijendijk. De heer Luijendijk: Ik sta tegenover een wethouder die wel eens gevleugelde woorden wil gebruiken altijd een beetje terugverwijzend naar een bekende wethouder uit Amsterdam en hij gebruikt dan soms woorden als: rapporten kan je niet sporten. Jan Schaefer gebruikte het in verband met wonen. Als u nu zegt: ja, wij gaan die balans herstellen. We gaan inderdaad over all moeten we naar die 33%. Het is een noodsituatie. Er zijn grote groepen op dit moment die grijpen mis, die wachten al zo lang. Daar is die motie voor. We hebben nu op dit moment, en dat is hetgeen dat wij willen benadrukken, dringend behoefte om op korte termijn voor die groepen meer te bouwen en dan vind ik het te makkelijk en ook een beetje niet helemaal begrijpelijk als deze wethouder met zijn sociaaldemocratische achtergrond vol wil houden: op termijn gaan we dat rechttrekken. Nee, er moet een been bijgetrokken worden en er moet nu prioriteit gesteld worden. Er moet nu voor grote groepen gebouwd worden. De heer Kuiper: Zeker, voorzitter. Er moet voor een heleboel groepen worden gebouwd en dat doen we dan ook als geen ander.
Het is in decennia niet vertoond wat wij bouwen in Maassluis op dit moment, dat de coöperatie klaagt dat bijna alle investeringscapaciteit van de drie gemeenten aan Maassluis wordt besteed. We bouwen in sommige projecten 100% betaalbaar of het koop is op het spectrum. Wou u in betaalbare koop investeren of op de Vlootschouwer waar we 100% sociale huur doen, de Spechtstraat waar we meer dan 50% sociale huur doen, dus we doen op verschillende projecten. We houden onze poot stijf ook met de ontwikkelaars die daaronder willen duiken. We houden mensen aan de contactafspraken, dus we bouwen hier vreselijk veel sociaal. Daar ben ik hartstikke trots op. Het is niet iets wat we in de verre verte gaan doen. Het is juist iets wat we nu aan het doen zijn op de Kade. Je ziet bijvoorbeeld op de Kade 75 sociale huurwoningen. Morgen wordt het hoogste punt bereikt en dat zijn denk ik voorwaar geen misse aantallen. En zie ook bijvoorbeeld de afspraken die we hebben gemaakt voor de mogelijke verdichtingen als de raad daarmee instemt. En dan hebben we daar weer 240 woningen bij waarvan de helft in het betaalbare segment. Ik bedoel, dat is voorwaar geen kleinigheid en in dat verband zou ik ook inderdaad willen verwijzen naar zo een buurgemeente. Ik denk: nou, volgens mij doen we het heel erg goed in Maassluis.
De heer Luijendijk: Ik zou van deze wethouder verwachten dat hij zou zeggen: dit ondersteunen wij. Dit is een goed steuntje in de rug. Dit is wat we willen. We hebben straks ook weer een nieuw college en dan moet er ook weer gezorgd worden dat we dit beentje bijtrekken. Maar goed, zit deze wethouder daar wat anders in, dus … De heer Kuiper: Nou voorzitter, voor dingen die we al doen en die u zelf heeft vastgesteld, hebben we geen extra motie nodig en zeker niet als deze overwegingen allemaal erbij worden gehaald. En dat is denk ik wat ook onhandig is om aan te geven hoe we in de wedstrijd staan. De voorzitter: De heer Snoeck. De heer Snoeck: Ja, dank u wel voorzitter. Ik heb even een vraagje aan de VSP over hun motie en verzoek aan het college bij alle binnenstedelijke nieuw te ontwikkelen bouwlocaties in de stad prioriteit te geven bij bouw van duurzame betaalbare huur- en koopwoningen. Het is natuurlijk een nobel streven, maar wij zijn bang, en ik heb graag antwoord van de VSP hoe zij dat zien en dat is ook de reden dat ik vooralsnog niet steun, is dat juist daardoor ontwikkelaars afhaken of de gemeenschap Maassluis moet miljoenen betalen om die woningen te kunnen bouwen, want die ontwikkelaar die zal geld moeten verdienen om het project af te maken en heeft nodig ook dure woningen in het project om het betaalbaar te maken, dus op
het moment dat u alleen maar prioriteit geeft aan goedkope woningen, zal er geen ontwikkelaar instappen, want die gaat dat niet voorschieten. Dus hoe ziet u dat om die prioriteit te geven die u nu wil in deze noodsituatie? Ik ben van mening dat het niet kan. De heer Kuiper: Als ik mag reageren, voorzitter. Tuurlijk, tot het onmogelijke is niemand gehouden. Ik ken de redeneringen natuurlijk als geen ander, want die gaat al tientallen jaren in bouwend en bestuurlijk Nederland rond. Nou goed, de duurdere woning draagt de goedkopere woning, alleen we weten ook dat een projectontwikkelaar, een ontwikkelaar moet je over het algemeen de pin op de neus te zetten om voldoende betaalbaar te bouwen. Wij hebben hier een constructie met elkaar vastgesteld als raad om dat nog wat meer haalbaar te maken, want er is gewoon creativiteit nodig. Daar zijn we het allemaal over eens. Het is niet alleen een kwestie van goedkoper bouwen. We roepen ook op om goedkoper te bouwen. We zeggen: er moet betaalbaar gebouwd worden. Daar hebben we die constructie voor. We zeggen ook niet: we gaan exclusief uitsluitend, dat is ook niet wat de motie vraagt. We zeggen alleen: met prioriteit. Het is een mindset.
We vragen om een mindset om de komende tijd, de komende jaren en zo spoedig mogelijk prioriteit toe te kennen aan dat soort van bouwen en die soort van mensen die al zo lang wachten en die gewoon misgrijpen. Voorzitter, dan zijn we het dus heel erg eens, want met name mijn ambtenaren kunnen bijna niet anders dan: daar heb je hem weer met zijn betaalbare koopwoningen. Ook alle projectontwikkelaars weten het en door de harde eis die u als raad ook heeft vastgesteld met die doelgroepen, is het ook niet balletje-balletje en dan zeggen van: ja, hier moeten wij aan voldoen, geachte projectontwikkelaars. En dan zit er ook altijd nog een deel van de koopprijs, zoals de heer Snoeck zegt, maar juist door wat u eerder heeft vastgesteld, ligt er ook gewoon een flinke stok achter de deur die ons helpt om het doel waar we volgens mij allebei naar streven om dat te bereiken. Voorzitter … De voorzitter: Mevrouw Oosterman staat nog in de wacht. De heer Kuiper: Ja. Mevrouw Oosterman-Feenstra: Ja, voorzitter, nou, als er een wethouder is waarvoor ik niet hoef op te komen, dan is het wel wethouder Kuiper, maar het raakte mij, meneer Luijendijk, dat u tegen wethouder Kuiper zegt dat hij niet genoeg doet, want ik denk dat als ik een wethouder zie die zich echt de benen uit het lijf rent om hier aan de woningbouw te werken, dan is dat absoluut wethouder Kuiper.
De heer Luijendijk: Voorzitter, ik neem aan dat ik hierop mag reageren. De voorzitter: Ja, je mag het vragen. De heer Luijendijk: Ik denk dat mevrouw Oosterman iets hoorde en iets bespeurde in mijn woorden wat ik er absoluut niet inleg, want we kennen elkaar heel goed en ik weet aan welke zijde van de lijn de heer Kuiper wil staan, wethouder Kuiper, dus daarover geen twijfel. Ik roep op tot het aannemen van een dergelijke motie die de mindset voor de komende jaren zal borgen. Dat is onze oproep. De voorzitter: Helder. De wethouder vervolgt zijn betoog. De heer Kuiper: Nadat ik mevrouw Oosterman vriendelijk dank zeg. Voorzitter, Partij van de Arbeid had nog een motie over opkoopbescherming en dat is een nieuwe regeling. Die treedt per 1 januari in werking. Wij hebben u een voorstel gedaan in de bijlage in de raadsinformatiebrief over goed verhuurderschap. Daar hebben wij in april met de raad van gedachte gewisseld. Ik hoor daar weinig kritiek op, dus ik ga ervan uit dat dat doorgaat als deze begroting wordt aangenomen, dus dat is een eerste aanleg waar we aan werken. Ik wil wel toezeggen om de korte verkenning of hoe dat nieuwe instrument zich verhoudt tot wat wij aan het voorbereiden zijn en daar dan schriftelijk op te reageren, dus geen grote onderzoeken, gewoon even een QuickScan van: hoe zit het nieuwe instrument in elkaar? En wat zijn wij aan het
voorbereiden? Want wij waren eigenlijk al voor de troepen uit zelf aan het kijken hoe we het opkopen in ieder geval minder aantrekkelijk, eerst via dat bestemmingsplan overbewoning en daarna voor de bestaande gevallen die dat vergunningsplichtig maken van het verhuren. De voorzitter: De heer Keijzer. De heer Keijzer: Voorzitter, ik denk dat dat een goede oplossing is. Wij zitten ook niet te wachten op eindeloze onderzoeken anders moet ‘…’ weer gaan aanhalen, maar gewoon inderdaad kijken wat er kan en het betrekken inderdaad wat al naar de raad komt. De heer Kuiper: Oké. Nou, als ik die toezegging doe, dan is misschien die motie ook niet helemaal meer nodig, maar dan gaan we in ieder geval zorgen dat we u rapporteren hoe die twee instrumenten zich tot elkaar verhouden, want weet wel: wij hebben hier echt een paar gedreven mensen hier gelukkig in de organisatie die juist vanwege het belang voor de wijken waar veel woningen worden opgekocht en soms problemen ontstaan, waar soms mensen worden uitgebuit, dat zowel die overbewoning via het paraplu bestemmingsplan als het goed verhuurderschap en ook daarin lopen we best wel voorop, zeker gelet op de schaal die we hebben en de beperkte capaciteit die wij ook ambtelijk hebben, is dat best wel een groot ding.
Dus laten we eerst even op een rijtje zetten hoe die twee dingen zich tot elkaar verhouden voordat we weer iets nieuws erbij doen. We proberen ondertussen ook de al eerder afgesproken instrumenten goed toe te passen. Voorzitter, tot dusver. De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Voskamp. De heer Voskamp: Voorzitter, ik ga proberen de fracties langs te lopen en daarbij ook gelijk de moties te bespreken. De ChristenUnie had het over verkeer en vervoer en het OV beter aansluiten met aanvullend vervoer. Ik kan u zeggen dat we binnenkort u als college zullen informeren over het eerste deel van het initiatief dat vanaf 1 januari op dat gebied aanvullend lokaal vervoer zal gaan laten rijden. En dit vraagt alleen nog wat laatste afstemming. Andere partijen dan ook de ChristenUnie riepen ook iets over de positieve ontwikkelingen op het gebied van het HOV vanuit Rotterdam via Maassluis naar Den Haag. Binnenkort zal in het college het verkenningsonderzoek naar de HOV vastgesteld worden en ook vaststellen wat wij daar als college daar op welke wijze we daar vervolg aan gaan geven. ChristenUnie vroeg of we de wegenstructuurvisie van Q2022 naar voren kunnen halen. U noemde daar ook nog uw wens om daar dertig kilometer door de stad te doen. Er wordt aan gewerkt, maar qua timing gaat het echt niet lukken om dat eerder in de raad te bespreken.
Verder had u het over Maassluis de binnenstad en de markt wandelgebied. De voorzitter: De heer ’t Hart. De heer ’t Hart: Ja, voorzitter, de vraag stond wel hoe het college dan de woningbouwverdichting ziet in relatie tot de wegenstructuur. De heer Voskamp: Ja, voorzitter, dat is lastig. Meerdere partijen vroegen ook om een integralenafweging op dat vlak. We hebben een al aantal onderzoeken die we kunnen gebruiken voor bepaalde deelgebieden en die kunnen we daar indelen. We zijn aan het kijken of we dat dus opwekken, maar ik snap uw verzoek inderdaad in het kader van een integralenbeschouwing van dus die wegenstructuur om te kijken wat de stad in zijn geheel aankan. Dus we hebben deelonderzoeken klaar, maar als we dat in zijn geheel willen beschouwen, dan moeten we dus echt wachten tot Q2022. U had het verder en ook Maassluis Belang had het over de binnenstad als markt wandelgebied. In juni is hierover een motie aangenomen en ik heb toen ook aangegeven dat het niet lukt om dat onderzoek voor de gevraagde deadline te doen, maar wel aangegeven dat we voor het einde van het jaar de onderzoeksvraag zullen opstellen, zodat we de uitkomsten later in 2022 met u kunnen delen. Fietsbeleid werd genoemd dat het een fietsnota gemiste
kans was en ook GroenLinks gaf daar een opmerking over. We hebben natuurlijk met een mobiliteitsvisie geprobeerd om een aantal hele grote stukken naar voren te halen, zodat we een basis hebben voor een aantal deelstukken die daar achteraan gaan komen en de fietsnota, maar ook het parkeerbeleid, het laadpalenbeleid en ook een opmerking over deelmobiliteit komt na nu we de mobiliteitsvisie hebben vastgesteld. En gezien de hoeveelheid van dit soort stukken verwacht ik dat we daarbij heel 2022 nodig zullen hebben om daar allerlei onderzoeken en uitwerking ervan te doen. Verder had u het over groen op meer plekken en ook GroenLinks had het erover. Meerdere partijen spraken over een goede groene buitenruimte, maar ook een hele specifieke opmerking over dat dezelfde medewerkers in dezelfde wijk aan de slag moeten. Dit is ook eerder aan de orde geweest bij de themaraad over het groenbeleidsplan en is toen volgens mij ook toegezegd om daar te kijken of we dat mee kunnen nemen in de uitwerking van het groenbeleid van het beheerplan dat daaruit volgt en uiteindelijk ook het uitvoeringsplan wat daaruit gaat komen. Maassluis Belang had het over het kansenbeleid, het huiswerkbegeleiding en deelgelden. Is lastig.
De NPO-gelden gaan wij inzetten juist op het bevorderen van welzijn van kinderen, dus zo min mogelijk in relatie met echt het schoolwerk, ook echt op aanvraag van het onderwijs zelf van: laat ons het onderwijs doen, zorgen jullie dat de kinderen en de gezinnen qua welzijn zich happy voelen en goed kunnen leren op die manier, dus hoe we daar de OAB-gelden in kunnen zetten dat moeten we echt nog bekijken. Dat zullen we zeker meenemen. De voorzitter: Mevrouw Mulder. Mevrouw Mulder: Dank u wel voorzitter. Nou, eigenlijk was dat dus niet precies niet mijn vraag. In de tafeltjesavond bleek dat er geen mensen waren om het onderwijskansenbeleid uit te voeren, want alle partners die er normaal gesproken in mee doen, zijn nu op de een of andere manier niet beschikbaar.
Daaruit heb ik toen de vraag gesteld: zou dat iets te maken kunnen hebben met het Nationaal Programma Onderwijs? Dat lijkt me namelijk heel logisch, want van alle vlakken zitten daar mensen in, dus als we dat nu niet kunnen doen, kunnen we dan die kinderen die kansen niet bieden op een ander vlak? Wat wij ooit aan u vroegen: waarom zetten we alleen in op huiswerk en op de school terwijl dat iemand misschien wel een geweldige trompettist zou kunnen zijn, alleen is daar niet binnen het gezin de weg naartoe, kunnen we dat dan nu niet inzetten om iemand een stapje verder te helpen? De heer Voskamp: Nou, nogmaals in het kader van die NPO-gelden waar wij als gemeente geld gaan besteden en gekregen hebben om onder andere voor het welzijn van de kinderen in te zetten, zou dat misschien een optie zijn om dat mee te kunnen nemen. Als u het heeft over het geld dat we in het onderwijs achter het standaard beleid niet kunnen uitgeven, dat is deels maar op de huiswerkbegeleiding dat er is. Daar hebben we misschien in de afgelopen jaren rondom corona gemerkt dat we moeite hadden om mensen te vinden die dat konden doen en hebben we gekozen voor een andere manier van inzet en ik zie die mensen die we nu voorzien, zie ik niet in de klas bezig zijn om de NPO-gelden van het onderwijs zelf in te zetten. Even kijken hoor.
De VSP vroeg of er afspraken gemaakt zijn met het openbaar groen met de ontwikkelaar van de Kade. Dat is gewoon conform het handboek openbare ruimte en we hebben daarin heel veel gesprekken met onder andere de ontwikkelaar ook gezocht naar een aantal optimalisaties. Dat heeft niet per definitie met groen te maken, maar we hebben voor een type lichtmast gekozen die niet net een afwijkende standaard had waardoor die duurder was en langer de tijd had voor de leeftijd, maar we hebben daar een standaard mast gekozen die volgens bijvoorbeeld de architect dan weer net voldoet aan wat hij voor ogen heeft in de buitenruimte, dus daar hebben we afspraken over gemaakt. De voorzitter: De heer Luijendijk. De heer Luijendijk: Maar goed, de begroting geeft aan dat het groenonderhoud Wilgenrijk van een andere standaard is en van een ander niveau is en daarom duurder. Daar komt onze vraag natuurlijk vandaan en als je daar dus door zo een wijk loopt, dan valt het inderdaad letterlijk op. Dan denk ik: nou, dit is een
behoorlijk bewerkelijke wijk. Dat is niet niks. En als je dat als erfenis krijgt, dan heb je een twijfelachtige eer. Hoe komt zo een afspraak tot stand? Is dat gewoon afwachten wat er dan gebeurt en dan zien we wel hoe dat groen eruitziet? De heer Voskamp: Nee, voorzitter, zoals nu en ook meerdere beslissingen en in het verleden genomen zijn, hebben we dat gedaan met de ontwikkelaar in Wilgenrijk waarbij afgesproken is dat er in die locatie een plus op het onderhoud mag zitten en er zijn inderdaad materialen gekozen waarvan we nu al van tevoren weten dat als we ze gaan moeten vervangen, we ze niet meer met dezelfde kwaliteit zullen vervangen en daar hebben we bijvoorbeeld lichtmasten als voorbeeld waar gekozen is voor een bepaalde lichtmast waarvan de ontwikkelaar nu weet dat als we die op termijn moeten gaan vervangen dat dat dus nooit dezelfde lichtmast zal zijn, omdat zij inderdaad gekozen hebben voor een hogere standaard dan de afgesproken 15% die we destijds hebben afgesproken. De voorzitter: De heer Snoeck. De heer Snoeck: Ja, ik hoor hier toch wel al het is nog niet gebouwd of we breken het alweer bijna af. Ik hoor u vindt het te mooi hoor ik. Het is een prachtige wijk waar we als Maassluis trots op moeten zijn en ik denk dat er alles aan gelegen is om het op dit niveau te houden, dus ik snap uw zorg niet en ik ondersteun al helemaal niet dit soort doemdenken.
Ik zou juist pleiten voor: hou het in stand, want het is echt een wijk die Maassluis op de kaart zet. Daar moeten we trots op zijn. De heer Luijendijk: Voorzitter, als ik hier op mag reageren. Geen haar op mijn hoofd die niet trots is op een mooie wijk. Tuurlijk, die wijk is mooi, alleen ik refereer aan datgene wat de begroting erover zegt, namelijk dat die wijk qua groenonderhoud een duurdere wijk is als andere wijken. Dat zo zijnde is het niet raar, want ik ben ook niet achterlijk, als ik daar loop, zie ik dat het mooi is, maar dat die ook wel bewerkelijk is en dan denk ik: nou, op dat vlak, hoe worden dan afspraken bijvoorbeeld met zo een grote nieuwe ontwikkelingen als de Kade gemaakt? Nou, daar heb ik al dan niet bevredigend, maar daar heb ik antwoord op gekregen. De heer Voskamp: Dank u wel. Even kijken hoor. GroenLinks, ja, u sprak op een gegeven moment weinig ambitie op het gebied van groene en biodiversiteit. Daar kan ik mij niet achter scharen. Als ik zie wat we op dit moment daaraan doen ook in het kader van het nieuwe groenbeleid dat we ook in de toekomst gaan doen, maar ook hoe we bijvoorbeeld de riolering inzetten juist om in vergroening boven de grond op te vangen, denk ik dat we daar juist enorme stappen zetten. Voorzitter, motie 2021 21, bamboe verkeersborden, u gaf aan dat bamboe een duurzaam alternatief is en dat die zeker 25 jaar meegaat.
Wij zien dat als dat dat maar de vraag is dat het duurzamer is. Wij gebruiken op dit moment 97% gerecycled aluminium voor onze borden en we zien dat in Wilgenrijk waar onder andere al bamboeborden toegepast worden, dat het maar de vraag is of de borden daar de vijftien jaar gaan halen en wat ons betreft ontraden we dan ook deze motie. Verder motie 2021 22, groen licht voor de fiets, het verzoek. Dit college spreekt over twee dingen. Altijd groen voor de fiets dat is wat ons betreft niet positief voor de doorstroming op deze doorgaande wegen waar deze iVRI’s staan. Sneller groen voor de fiets lijkt een optie wat ons betreft om dat te combineren met de motie van het CDA waarbij de iVRI’s mogelijk gebruikt kunnen worden om te zorgen dat de doorstroming voor alle verkeer verbetert zoals bijvoorbeeld de Maasdijk, Albert Schweitzerdreef een voorbeeld van zou kunnen zijn. De voorzitter: De heer Kleijwegt. De heer Kleijwegt: Ja, dank u wel. Ja, ik hoor wat u zegt. Het gaat ons er vooral om als een fietser dus als laatste naar links, dat die dus extra moet wachten. Ik zie niet in waarom dan per se dat heel erg het verkeer ophoudt. In andere steden doen ze het ook. Het is niet dat daar gigantische files staan nu.
De heer Voskamp: Nou ja, ik spreek niet over gigantische files, alleen als u zegt dat de fietser altijd groen moet hebben en altijd voorrang moet krijgen, dan gaat dat wel degelijk effect hebben op de doorstroming. Volgens mij doelt u onder andere bijvoorbeeld op het feit dat alle fietswegen gelijktijdig groen hebben zodat je bijvoorbeeld van punt A naar B en dan gelijk door kan gaan naar C, betekent dat dus dat de fietsers langer groen hebben en misschien ook wel groen hebben op een moment dat een auto daar ook een groen licht had kunnen hebben, omdat er op dat moment geen fietser is. Dus in die zin zie ik wel degelijk dat de vraag om altijd groen effect gaat hebben op de doorstroming en uw vraag om sneller groen die zie ik als kans bij een iVRI waarbij we bij een schouw gaan kijken wat er benodigd is, wat de mogelijkheden zijn om het beter af te stemmen, zodat we dus met een iVRI, een slimmere installatie, de mogelijkheid kunnen hebben dat het bijvoorbeeld sneller groen is voor de verkeersstroom die aankomt. En of dat nou een auto is of een fietser, op het moment dat er geen auto’s zijn, dan kan het sneller groen zijn voor de fietser. Als er wel een auto is, dan krijgt de auto gewoon groen op het moment dat die aankomt rijden en er geen fietser is. De heer Kleijwegt: Ja, voorzitter, wij zullen dadelijk met het CDA eventjes gaan babbelen om te kijken wat we kunnen bereiken.
Dank u wel. De heer Voskamp: Om dan maar gelijk verder te gaan, voorzitter, meteen maar spijkers met koppen slaan, voorzitter. De voorzitter: Even met Almelo contact opnemen denk ik over de stoplichten. De heer Voskamp: Met Almelo? De voorzitter: Over de stoplichten. De heer Voskamp: Met verkeerslichten neem ik aan? De voorzitter: De verkeerslichten. U heeft het woord meneer ’t Hart. De heer ’t Hart: Voorzitter, ordervoorstel, ik nodig GroenLinks uit om het tweede punt uit hun dictum in onze motie te voegen en ik vraag de mede-indieners van onze motie om dat te ondersteunen. De heer Voskamp: Voorzitter, ik neem aan dat we daar nu niet op wachten en dat ik … De voorzitter: Nee, u moet daar vooral niet op wachten. Gaat u vooral door. De heer Voskamp: Doorgaan met de motie 2021 24, onderzoek intelligente iVRI’s. Wij staan positief tegenover die motie. Ik kan u vertellen dat wij al opdracht hebben gegeven om de huidige iVRI’s te schouwen. Dit wordt gedaan door de partij die ook ons begeleid heeft bij de Maasdijk Albert Schweitzerdreefinstallatie. En gezien het feit dat we hier al mee bezig zijn, geef ik u in overweging de motie met de toelichting misschien overbodig zou kunnen zijn.
Motie 2021 25 lawaaiflitspaal, ik heb al eerder aangegeven op verschillende plekken hier ook dat ik mijn vinger heb opgestoken bij de MRDH voor de proef over de lokale snelheidscamera’s en recent ook nog toen het ter sprake kwam in de bestuurscommissie voor de lawaaiflitspalen. Ik zeg toe dat het college zich formeel zal aanmelden voor deze proef, wel met de waarschuwing dat we terugkrijgen dat gedurende de proef er geen bekeuringen uitgedeeld zullen worden, omdat het echt een test is om te kijken of deze functionaliteit werkt of we bijvoorbeeld omgevingsgeluid kunnen filteren van werkelijke motoren, auto’s of andere geluidsproducenten. Dus in die zin, ja, wil ik die waarschuwing wel meegeven met deze motie. D66 had het over de fietsenstalling in de binnenstad en terecht dat u daarover begint. De besluitvorming is in voorbereiding. Ik heb volgens mij al eens eerder gezegd dat dat zo was, maar een locatie lijkt niet haalbaar
en niet wenselijk in overleg met de ondernemers van de binnenstad. Wij zoeken nu naar meerdere kleinere locaties. Die zijn er al. Die willen we ook faciliteren. Die willen we uitbreiden en we willen zo maken dat we de fietsers en de fietsen daar veilig kunnen stallen. De voorzitter: Ja, ga uw gang de heer ... De heer De Jong: Ja, dat is goed van de wethouder en ik heb andere partijen juist ook horen praten over het Marelplein, maar dan zeer waarschijnlijk eerlijk uitspreken, daar is ruimte. Is dat de locatie die afvalt volgens de ondernemers? De heer Voskamp: Nee, de ondernemers hebben met name aangegeven dat zij aangeven dat het geen zin heeft om een bewaakte fietsenstalling op een plek te hebben, omdat je dan vanuit meerdere kanten van de stad door moeten rijden om op die plek te komen. Zij zien veel meer aan de randen aan een aantal kleinere fietsenstallingen. Op het Marelplein is op dit moment geen fietsenstalling en een van de plekken die we dus uit willen breiden of willen toewijzen is bijvoorbeeld een locatie op het Marelplein. Maar ook een aantal andere plekken die er al zijn die willen we of uitbreiden of zorgen dat het wat veiliger is om je fiets daar te kunnen plaatsen. Voorzitter, verder had u lovende woorden over Maassluis rainproof en uiteindelijk … De voorzitter: Mevrouw Mulder, interruptie. Mevrouw Mulder: Dank u wel voorzitter.
Ja, ik dacht eigenlijk de heer De Jong het ook wel verder zou vragen. Dan neem ik aan dat ze niet allemaal bewaakt worden, want dat wordt waarschijnlijk een hele dure toestand, maar komt er bij die bewaakte fietsenstalling dan ook de mogelijkheid om je elektrische fiets op te laden? De heer Voskamp: Ik heb niet gezegd dat er een bewaakte fietsenstalling komt. Ik heb gezegd dat we bezig zijn om te kijken over hoe we op welke wijze een veilige fietsenstalling kunnen maken. Dat zou bijvoorbeeld kunnen met camera’s die in de binnenstad hangen en daar bijvoorbeeld met camerabewaking kunnen werken en ik neem uw suggestie over fietsoplaadplekken in de binnenstad mee. Voorzitter, Maassluis rainproof, lovende woorden van D66 en terecht denk ik, ook de Partij van de Arbeid noemde dat nog heel specifiek. En als ik kijk naar de motie waterberging 2021 27, ja, dan kan ik alleen maar concluderen dat we alle punten uit deze motie al doen als gemeente. Sommige zaken zijn door corona het afgelopen jaar niet doorgegaan. Zo hebben we in maart moeten besluiten om het NKtegelwippen niet te doen en wat mij betreft en wat het college betreft is deze motie overbodig. Verder had u een motie over het bevorderen van deelmobiliteit. Het college staat positief tegenover deze motie 2021 28.
We zien de noodzaak om dit verder uit te werken en ik wil dan ook toezeggen dat we komen met een notitie, niet per definitie een nota als uitwerking van de vastgesteld mobiliteitsvisie waarbij we de gevraagde zaken kunnen uitzoeken en toelichten. De Partij van de Arbeid had een opmerking over de fietsroute langs het water langs de Zuidvliet. Er wordt op dit moment gewerkt aan een project dat intern de Maaslandse Poort heet waar wij binnenkort besluitvorming over zullen hebben en die gaat uit van de fietsverbinding tussen de binnenstad naar Maasland toe en Maasland, Midden-Delfland zal daarvandaan het fietspad oppakken om het in het gebied van Midden-Delfland te brengen. Dat kunnen we betalen vanuit een bruidsschat die we gekregen hebben vanuit het opheffen van het recreatieschap. Die plannen zijn in ontwikkeling en daar kan dit heel mooi in meegenomen worden. Verder had u de motie 2021 29, afvalscheiding bij de oplevering van nieuwe woningen. Ik lees in de motie drie zaken die daar gespeeld hebben. Eén: de afspraak toezeggingen uit het verleden voor GFT-bakken bij laagbouw, recente levering en leveringsproblemen bij de oplevering van nieuwe woningen en de manier van inzamelen in relatie met omgekeerd inzamelen, het project dat loopt.
Ik zeg u toe dat ik deze zaken bij de verschillende afdelingen onder de aandacht zal brengen om te zorgen dat de toezegging gestalte gedaan wordt zoals die in het
verleden gedaan is, dat afdelingen zodanig zullen samenwerken dat leveringen geen probleem meer zijn of hoeven te zijn en verder dat we bij de projectgroep omgekeerd inzamelen dit zullen borgen en verder uitwerken. Motie 2021 32, we snappen de wensen rondom de uitstraling en zullen het gevraagde uitzoeken en delen. We zijn zelf ook aan het kijken hoe we met zwerfafval, en dan met name de ook veranderingen in de samenstelling van zwerfvuil op dat gebied zullen omgaan. We zien bijvoorbeeld dat grotere afvalstukken in de bakken komen en dat dat dus ook bijvoorbeeld een andere opening vraagt. Wij hebben daar bijvoorbeeld die mister-veel-bakken op de markt staan die het afval ook weer persen. Daar komen we op terug. We staan positief tegenover de motie, maar ik wil daar wel een winstwaarschuwing bij geven, want vooralsnog lijkt er ongeveer een factor vijf te zitten tussen de huidige bakken, de plastic bakken en de gevraagde robuuste stalen bakken. De voorzitter: De heer Keijzer. De heer Keijzer: Dank daar ieder geval voor en het laatste dat u geeft dat vragen we eigenlijk precies ook in de motie, het inzichtelijk maken wat de kosten zijn, dus als het zo mag zijn dan zien we dat graag op papier, gerecycled papier. De heer Voskamp: Dank u wel. Voorzitter, de VVD vroeg naar de stand van zaken rondom de verplaatsing van de spoorwegovergang.
We hebben een tijd geleden de QuickScan gehad waarbij het mogelijk leek en we zijn nu bezig om de resultaten van de vervolgstudie op te halen en ook hier zal het college binnenkort een besluit over nemen over hoe zij het vervolg verder voor zich ziet. U vroeg verder aandacht voor de parkeerdruk in de bestaande wijken. Ik wil dit meenemen bij het parkeerbeleid waar we volgens mij over veertien dagen een commissievergadering over hebben en waarbij het voorstel zal zijn op basis van de normen een technische behandeling in de raad te gaan houden en het verdere parkeerbeleid en dus ook hoe mensen tegen de parkeerdruk aankijken, hoe ze die ervaren in de bestaande wijken om dat via een participatie met inwoners vorm te geven. Verder vroeg u naar de besluitvorming van de MFR. De besluitvorming rondom de Julianalaan wordt nu opgewerkt. Het college zal na besluitvorming de raad meenemen in de thema-avond. Ook deze staat al gepland en daarna zullen de verdere ontwerpen uitgewerkt worden tot een definitief ontwerp en we zullen op dat moment de MFR ook in de besluitvorming invoegen, zodat de raad integraal kan besluiten over de Julianalaan en invulling in relatie met de MFR. Dan heeft u een motie duurzame infrastructuur, motie 2021 34. Bij nieuwe ontwikkelingen wordt bij steden al een overcapaciteit aangelegd die voor zover we kunnen zien ruim toereikend is.
Een voorbeeld is daar bijvoorbeeld de Kade. De vraag is in hoeverre zij bereid zullen zijn om daar bovenop nog een keer een plus te leggen. De straatverlichtingsarmaturen gebruiken voor oplaadpunten kan niet in de bestaande infrastructuur. Onze palen zijn bijvoorbeeld niet voorzien 24/7 van spanning en ook de juiste hoeveelheid ampère om maar even een technische term te gebruiken, zijn niet voldoende. We snappen de vraag en we zullen de ontwikkelingen op dat gebied blijven volgen. Vooralsnog zien we niet hoe we deze motie kunnen uitvoeren en om die reden zal het college de motie willen ontraden. De voorzitter: De heer De Jong. De heer De Jong: Ja, dan heb ik toch een vraag over de Julianalaan, want er liggen nu natuurlijk schetsen en we weten ook in hoeverre die dan zouden voldoen aan de metropolitaanse fietsroute. Is dan nu bekend of die invulling daarvan, welke optie het dan ook zou worden, voldoet aan de normen van de MFR en daardoor dus ook subsidiabel is? De heer Voskamp: Voorzitter, de schetsen gaan uit van vrij liggende fietspaden die zowel voor niet-MFR als MFR-toepassing zouden kunnen dienen. Als we ze volgens de MFR-normen aanleggen, dan hebben we daar recht op subsidie en een van de redenen waarom dat definitieve ontwerp pas als we dat uitwerken pas later meer zekerheid hebben, is omdat we met de MRDH aan de slag moeten over de meerkosten die
we gaan hebben en voor hoeveel die subsidiabel zijn. Dat vraagt uiteindelijk besluitvorming van de bestuurscommissie en daar zit de vertraging die we nu zien. We hebben in ambtelijke overleggen wel al te horen gekregen dat men snapt wat we doen en waarom we het doen en dat dat in basis ook de subsidie daarop zou van toepassing zijn maar alleen daar moet nog besluitvorming over volgen. De heer …: Ja, voorzitter, wij hadden een korte vraag daarover. Dit klinkt heel goed in ieder geval dat dit zo wordt opgebouwd en ik ben benieuwd wat daar uitkomt. Wordt daarbij ook rekening gehouden met de twee eindpunten van de Julianalaan het zijnde de spoorwegovergang en het kruispunt waar toevallig ook een andere motie vandaag over op tafel ligt? De heer Voskamp: Ja, met die eindpunten die zitten er wel in, dus een van de dingen die er ook bijvoorbeeld in bedacht wordt, is de verbreding van de spoorweg en afhankelijk van de keuze voor de variant zullen we ook het kruispunt op de Laan 40-45 moeten aanpassen zodat die weer goed aansluit zowel het verkeer wat dan uiteindelijk de Zuiddijk als natuurlijk het verkeer dat Laan 40-45 op moet. De voorzitter: Oké. De heer Snoeck. De heer Snoeck: Nou, dank voor deze toelichting, maar ik ga weer even terug naar de motie toekomstbestendige elektrische infrastructuur en met name uw betoog over het bestaande, daar hebben we het niet over.
Het gaat over de toekomst, over elk nieuw bestemmingsplan dat we daarin meenemen dat er juist wel rekening gehouden kan worden met straatverlichtingsarmaturen die daar wel geschikt zouden zijn. Dat is wat we vragen in de motie en toch zou ik u dwingend willen vragen daar toch rekening mee te houden en dat mee te geven in het plan. De heer Voskamp: Nou, voorzitter, de infrastructuur van de lantaarnpalen is anders dan de infrastructuur dan die naar de huisaansluitingen gaat. Daar staat op dit moment in het bestaande netwerk gewoon te weinig ampère op en er staat niet 24/7 spanning op. Ik snap uw vraag om dat in nieuwe ontwikkelingen mee te nemen, maar bijvoorbeeld in de Kade is dat een gepasseerd station, dus de vraag is in hoeverre dat voor grotere locaties nog van toepassing is. En een andere, maar dat is een opmerking die dan op dit moment vanuit huis gedaan wordt, het 24/7 onder spanning zetten van een lantaarnpaal, is maar de vraag of dat houdbaar is en of dat mag. In Arnhem zijn testen en ook Rotterdam en Schiedam werken we mee, maar ik weet dat bijvoorbeeld in Schiedam de opdracht is om dat weer terug te draaien, omdat het verkeersonveilig zou zijn. De heer Snoeck: Nou, ik ben dan benieuwd naar de bevindingen daarin. Ik doel juist inderdaad op dit soort projecten en ik doel ook niet meer op de Kade.
Ik doel ook niet meer op Wilgenrijk fase één, maar wel mogelijk fase twee en herontwikkeling in bijvoorbeeld de Kapelpolder en daar kunnen we gewoon van tevoren over nadenken en kijken of het kan, dus daar gaat het om. Het is een onderzoeksvraag. De heer Voskamp: Voorzitter, het onderzoek wil ik zeker doen. Ik heb volgens mij op deze manier geprobeerd om een kleine winstwaarschuwing te geven over wat er wel of niet mogelijk is en als u die motie op die manier insteekt, dan gaan we dat uiteraard natuurlijk onderzoeker. Voorzitter, tot zover mijn vragen. De voorzitter: Ja, als toetje zal ik de overige vragen beantwoorden te beginnen bij de motie 19 over het Sinterklaashuis. Er wordt een relatie gelegd tussen het inpakken van het snoep en daardoor het noodzakelijk zijn van het heffen van extra inkomsten begrijp ik. Ik heb vanmiddag nog even gebeld met de Stichting Rode Mijter die een en ander organiseert. Dat was volgens hun niet de bedoeling en ook niet aan de orde. Ondertussen hadden wij al besloten om de subsidie voor dit jaar te verhogen sowieso van de reguliere 1000 naar 5000, dus ik denk dat deze motie daarmee overbodig wordt, maar ik zeg u toe de vinger aan de pols te houden, want ik snap uw beweging dat de toegang voor kinderen onder begeleiding
gratis moet blijven. Het is wel zo dat in het verleden volgens mij wel is de maatregel van kracht geweest is om te voorkomen dat kinderen in- en uitliepen om maar steeds dat snoepgoed op te halen en dat toen op een gegeven ogenblik gezegd is: en nu ga ik een toegangsprijs betalen. Mevrouw …: Mag het? Nou, in mijn beleving hebben we nog nooit toegangsgeld betaald, maar om dat tegen te gaan hebben we juist gezegd: tot en met acht jaar en onder begeleiding van een volwassene, dan ga je namelijk niet dertig keer heen en weer en ik denk oprecht met de verplaatsing naar een ander pand dat niet meer in het centrum is, dat het sowieso minder is. Ik vind het wel bijzonder dat zij aan ons dus juist wel hebben verteld dat het enerzijds gaat om de verhuizing wat extra kosten met zich meebrengt, het inpakken van snoep wat extra kosten met zich meebrengt en waar ze nu nog een beetje voor vrezen, ik heb de persconferentie niet gezien, want ik was alvast begonnen met mijn tweede termijn, want ik dacht: dan ben ik misschien iets sneller klaar deze keer, dus ik weet het niet, maar zij vrezen nog dat ze misschien iemand voor de deur moeten zetten die QR-codes moet gaan scannen en dat dat allemaal ook nog geregeld moet worden, dus vandaar dat er extra geld nodig was. En of dat met 5000 euro, dat is niet geld dat zij al berekend hadden, die 5000 euro. De voorzitter: Dat weet ik niet.
Dat hebben wij onlangs toegezegd op hun verzoek. Maar laten we elkaar nou gewoon goed begrijpen. Wij zorgen ervoor dat dat een groot feest wordt en als daar extra iets voor nodig is in de sfeer van toegang en QR-codes-controle en zo, dan bewegen we mee als gemeente. Dan kom ik bij de opmerking van de heer Kleijwegt over de tweede mobiele camera. Volgens mij hadden we daar vorig jaar eigenlijk al toe besloten. U zei van: ja, de burgemeester kan geen positief voorbeeld noemen. Dat gaat te ver. Ik ken vele voorbeelden van zeg maar goed doel op schoolpleinen en dergelijke dat of de school vraagt of de omwonenden vragen: kunt u de camera daar neerzetten en dan is het ook afgelopen op dat schoolplein, dus in die zin werkt die camera uitstekend en moet ik ook zeker een tweede aanschaffen. Dan zowel de heer Kleijwegt als … U had een interruptie? De heer Kleijwegt: Ja, voorzitter, dat zei u al, preventie. Het werkt preventief. Dat klopt. Dat kunnen we constateren, maar we zien ook, en dan vooral met bijvoorbeeld hangjongeren op straat of gedoe op straat dat het zicht dan verplaats, dus lossen we daar nou echt het probleem mee op of verplaatsen we vooral het probleem? De voorzitter: Nou, daar zal ook zeker sprake zijn van verplaatsing, maar ook af en toe of regelmatig dat het gewoon oplost.
Ja, dat het schoolplein als het ware gewoon leeg blijft en dat zeg maar dat clubje zich dan verspreidt over de buurt. Dus in die zin voldoen die camera’s gewoon goed. Niet voor alle kwalen, dat is duidelijk. Soms is er sprake van verplaatsing, maar ze hebben hun diensten tot nu toe meer dan bewezen. De heer Kleijwegt: Ja, voorzitter, dan blijft het feit dat er nog steeds mensen zijn, we weten niet wie het zijn, die de camera om kunnen gooien en dat die niet gefilmd worden. Dat zegt ook niet alles. De voorzitter: Komt steeds vaker voor. Reden voor ons om de aanschaf van videodeurbellen te overwegen om te gaan stimuleren. Kinderen kunnen dan bijvoorbeeld of afstand zien wie bij hun ouders voor de deur staan en bewoners kunnen vanuit huis zonder deur te hoeven openen voor een persoon de deur die persoon te woord staan. Maar dan kom je in een hele principiële discussie en ik begrijp privacy is een ding, en dat zult u ook de komende maanden nog wat vaker roepen richting maart. Ik zeg u een notitie toe over deze problematiek, en er zullen voor die tijd geen onomkeerbare besluiten worden genomen, om videodeurbellen te gaan subsidiëren. De heer De Jong: Nou, voorzitter, dat stelt mij enorm gerust. Dat begrijpt u natuurlijk. De reden dat ik toch even naar de microfoon was gelopen, was de opmerking dat het juist door de politie wordt aangeraden om dit soort middelen in te zetten.
Daar zit dan wel toch een praktisch bezwaar, want het is natuurlijk wel een
afweging of de gemeente of de politie, degene die gaat over de openbare orde, een mobiele camera dan wel cameratoezicht inzet of dat je daarbij gebruik maakt van particuliere voordeuren, et cetera, bedrijven die daar zelf een camera voor … Dan is het heel fijn dat het bij de eigen babbeltruc werkt, maar dat is niet per se een middel voor de openbare veiligheid. De politie heeft ook in andere zaken juist wel aangeraden of zaken opgelast kan ik beter zeggen met camera’s op snelwegen die er niet voor bedoeld zijn. Dus er zit een glijdende schaal … Nou ja, goed. Ik wilde dit punt even maken waar het gaat om de politie en de openbare orde, maar ik ben blij met de toezegging voor een notitie en dan gaan we verder praten. De voorzitter: Mooi. Kom ik bij motie 23: Open dag gemeente Maassluis. Ja, dat vind ik een fantastisch idee, dus laten we daar gewoon meewerken om op een zaterdag, neem ik aan, dan zeg maar het stadhuis te openen, ROG plus de gemeentewerf stroomopwaarts en ook de politie en brandweer gelijktijdig te vragen hun gebouwen te openen op die dag. Dan kom ik bij het punt van de heer Keijzer tot slot. U had volgens mij zei u letterlijk over het apparaat slagvaardig, goed communiceert en dienstbaar. Dat waren geloof ik de trefwoorden. Ja, nou laat ik daar een paar dingen over een zeggen.
Een jaar of twee geleden hebben we ook eens heb ik mee gesproken in de ordecommissie met de accountant en die had het over een lean and mean organisatie waar al het vet echt wel van de botten af was. Dat heb ik ook wel zo ervaren dat dat aan de ene kant we echt ook wel in de minimale bezetting zitten qua formatie gewoon, qua fte: 250, rond ik het maar af, en dat we anderzijds te maken hebben met een samenleving die steeds complexer wordt, die eigenlijk steeds meer vraagt om overheidsingrijpen. Kijk naar de hele coronacrisis, dat is gewoon een overheidszaak. We zien ook dat er dus bij tijd en wijlen een beroep op de overheid gedaan wordt, ja, waar we helemaal niet mensen voor vrij hebben. Nu zijn een à twee mensen bij ons eigenlijk fulltime bezig met de vluchtelingencrisis. Wat gaan we daaraan doen? Gaan we er wat aan doen? Zo ja, hoe dan? En onder welke voorwaarden? Ja, daar moet je acuut op inspelen. Nou, in een formatie van 250 is twee personen best wel weer veel. Dus dat wil zeggen dat het is af en toe wel reuze ingewikkeld. Misschien dat we ook onze eisen wat dat betreft ook niet al te hoog moeten zetten, maar ondertussen ook wel duidelijk in ogen moeten houden welke goede dingen gebeuren. Vandaag kwam nog langs dat je digitaal je rijbewijs kunt gaan aanvragen bij deze gemeente. Ja, sluipenderwijs zien we dat soort verbeteringen in de dienstverlening echt wel.
Elke keer staat er een goed stuk in de Schakel over wat hier gezegd wordt. Griffier en de zijnen verzorgen dat. Dus we zijn op een aantal punten steeds beter, klantvriendelijker, efficiënter. Dat gaat heel geleidelijk, maar we doen het wel met elkaar. Daar staan af en toe wel dingen tegenover, zeker in de bereikbaarheid van de gemeente, die beter kunnen. Daar wordt aan gewerkt. We hebben laatst nog een enquête gehouden over de bereikbaarheid van deze gemeente, maar we maken daar wel stappen mee en als dat tot nu toe onvoldoende geweest is, dan gaan we daar mee door. De vorige gemeentesecretaris, in de zes jaar dat hij er geweest is, hij heeft een geweldige job gedaan in de sfeer van de structuur van de gemeente helemaal opnieuw neerzetten, heldere structuur, goed gereorganiseerd. De huidige gemeentesecretaris heeft u een, twee maanden geleden toegesproken. Ja, die zal vooral bezig zijn met de cultuur: hoe gaan we onderling nog collegiaal met elkaar om? Hoe kunnen we nog pro-actiever zijn en dergelijke? Als laatste punt wil ik u wel meegeven: we leven echt wel in een hele bijzondere tijd. Vrijdag werd ik gebeld door een fantastische medewerker die zei: ja, ik werk hier graag, maar ik haal me toch hoger op en ik ga naar een departement. Die begint op 1 december. Dus dat is binnen een maand dat je een prima kracht verliest. Nou, die hebben wij gewoon niet opgevuld op 1 december.