RO-OP-624.124.70 Motivering Wijziging Omgevingsplan Maassluis - Station West
Tekst van het document
55 geen vergunning nodig voor het bouwen. Er is dan dus geen afzonderlijk toetsingsmoment vooraf. De algemene regels kunnen wel worden gecombineerd met bijvoorbeeld een informatieplicht: degene die de activiteit gaat verrichten heeft geen vergunning nodig, maar moet de gemeente wel vooraf in kennis stellen. In algemene zin bestaat een wisselwerking tussen vergunningplichten en algemene regels: meer algemene regels betekent minder vergunningplichten, minder algemene regels betekent meer vergunningplichten. Een optie is ook om niets te regelen. Dan laat de gemeente los. De ondergrens van activiteiten wordt dan gevormd door de algemene en specifieke zorgplichten in de Omgevingswet. Regels: normering Bij vergunningplichten in het omgevingsplan kan worden getoetst aan open (kwalitatieve) en gesloten (kwantitatieve) normen. Bij gesloten normen gaat het om objectieve, heldere normen die voor iedereen duidelijk zijn. Bijvoorbeeld een maximale bouwhoogte of oppervlakte. Gesloten normen bieden duidelijkheid en rechtszekerheid en maken snellere vergunningverlening mogelijk. Bij open normen wordt gebruikgemaakt van een subjectief (kwalitatief) beoordelingskader. Bijvoorbeeld: ruimtelijke kwaliteit, stedenbouwkundige inpassing, redelijke eisen van welstand.
Open normen bieden meer flexibiliteit en mogelijkheden tot maatwerk, door de beoordelingsvrijheid die op basis van het concrete geval kan worden ingevuld. Dat vereist een uitgebreidere motivering bij de beoordeling van een vergunningaanvraag dan wanneer wordt getoetst aan gesloten normen. Regels: werkingsgebieden In de voormalige bestemmingsplannen werden op een verbeelding bestemmingen aangeduid. Per bestemming werd in de regels aangegeven welke activiteiten toegelaten waren (en onder welke voorwaarden). In het omgevingsplan werkt het min of meer op dezelfde manier, met een belangrijk verschil. Omdat het omgevingsplan is opgebouwd aan de hand van activiteiten (en niet bestemmingen), worden de regels over de activiteiten gekoppeld aan een eigen werkingsgebied (en niet aan een bestemming). In Station West zijn de volgende werkingsgebieden opgenomen: 1. Station West 2. Chopinstraat 3. Haydnlaan 4. Koningshoek II 5. Openbaar gebied 6. Stationsgebied 7. Uiverlaan 8. Bouwveld A – Ruimtelijke reservering voor mogelijk toekomstige bebouwing, ter beoordeling na realisering van het bouwplan 9. Maximaal 400 woningen 10. Hoogteaccent 11. Maximaal 3 bouwlagen 12. Sportzaal 13. Beperkingengebied lokaal spoor 14. Beperkingengebied waterkering 15. Buitenste beschermingszone lokale spoorweg 16. Kernzone lokale spoorweg 17. Beschermingszone lokale spoorweg 18. Restrictiegebied archeologie 19.
Restrictiegebied leiding – riool
Omgevingsplanwijziging Station West Maassluis Motivering Versie oktober 2025
56 7.1.5 Bouwactiviteiten In Titel 5.2 zijn de regels opgenomen voor het bouwen. In het ‘tijdelijk deel’ van het omgevingsplan bestaan deze regels uit de bouwregels van voorgaande ruimtelijke plannen (voornamelijk de bestemmingsplannen) en de voormalige rijksregels van de bruidsschat (hoofdstuk 22). Bij het opbouwen van het ‘nieuwe deel’ van het omgevingsplan zijn de regels uit de bruidsschat zoveel mogelijk in stand gehouden. Daar waar het meerwaarde heeft om deze regels aan te passen (bijvoorbeeld vanwege de ambities uit de gebiedsvisie) zijn er nieuwe regels opgenomen die voorgaan op de bruidsschatregels. In het plan worden drie typen bouwwerken onderscheiden, waarmee wordt aangesloten bij de landelijke definities: ▪ Hoofdgebouwen; ▪ Bijbehorende bouwwerken; ▪ Overige bouwwerken. Hoofdgebouwen Voor hoofdgebouwen geldt de definitie van het Bbl, dus bevat het plan geen begripsbepaling. In het omgevingsplan is geregeld dat het bouwen van hoofdgebouwen altijd vergunningplichtig is. Hiervoor is gekozen omdat een hoofdgebouw een zodanige ruimtelijke impact heeft, dat vooraf een beoordeling is gewenst. De beoordelingsregels bestaan uit een combinatie van open en gesloten normen, gebaseerd op de uitgangspunten uit de gebiedsvisie. De gesloten normen hebben ondermeer betrekking op het bebouwingspercentage, de maximale bouwhoogte, hoogteaccenten, percentage oppervlakteverharding.
De open normen zien op de ruimtelijke inpasbaarheid en redelijke eisen van welstand. Het beoordelingskader voor de vergunning is opgenomen in artikel 22.29, de bouwregels in het nieuwe deel van het omgevingsplan geven hieraan verdere invulling. De bouwvelden zoals die in de gebiedsvisie zijn opgenomen, zijn in de omgevingsplanwijziging aangehouden als werkingsgebied. Chopinstraat Het uitgangspunt op basis van de gebiedsvisie is dat binnen het werkingsgebied Chopinstraat gestapelde woningen zijn toegestaan. Voor het verlenen van de vergunning is een combinatie gemaakt van open en gesloten normen. Om ervoor te zorgen dat de ontwikkeling op die locatie en in die omvang inpasbaar is wordt bij de vergunningverlening onder meer getoetst op: 1. de ruimtelijke kwaliteit 2. gebruiksmogelijkheden van aangrenzende percelen 3. aansluiting op het openbaar gebied 4. beoordeling van de bezonningssituatie 5. beoordeling van de verkeerssituatie Omwille van de rechtszekerheid zijn deze open normen aangevuld met een aantal gesloten normen. Dit zijn onder meer: 1. het minimaal en maximaal aantal bouwlagen is vastgelegd 2. bebouwingspercentages Vervolgens daar waar op basis van de gebiedsvisie een hoogteaccent mogelijk is, is op de verbeelding een specifiek werkingsgebied opgenomen. Op basis van de gebiedsvisie worden de bovenste verdiepingen voorzien van ‘setbacks'.
Omgevingsplanwijziging Station West Maassluis Motivering Versie oktober 2025
57 Er is een werkingsgebied opgenomen voor de locatie waar de sportzaal is toegelaten. Voor de sportzaal gelden aanvullende eisen op basis van het beeldkwaliteitsplan en de gebiedsvisie. Zo is geregel dat de sportzaal wordt afgezoomd met woningen en dat de entree zich aan het Stationsplein moet bevinden. Haydnlaan Binnen het werkingsgebied Haydnlaan is het uitgangspunt dat grondgebonden woningen zijn toegestaan. Het beoordelingskader bestaat uit gesloten normen, vergelijkbaar met de voorheen gebruikelijke bestemmingsplanpraktijk. Koningshoek ll Binnen het werkingsgebied Koningshoek II zijn gestapelde woningen mogelijk. Het beoordelingskader bestaat uit gesloten normen die aansluiten bij de eisen die de gebiedsvisie stelt aan de bebouwing. Uiverlaan Het uitgangspunt op basis van de gebiedsvisie is dat binnen het werkingsgebied Uiverlaan gestapelde woningen en rijwoningen zijn toegestaan. Voor het verlenen van de vergunning is een combinatie gemaakt van open en gesloten normen. Om ervoor te zorgen dat de ontwikkeling op die locatie en in die omvang inpasbaar is wordt bij de vergunningverlening onder meer getoetst op: 1. de ruimtelijke kwaliteit 2. gebruiksmogelijkheden van aangrenzende percelen 3. aansluiting op het openbaar gebied 4. beoordeling van de bezonningssituatie 5.
beoordeling van de verkeerssituatie Omwille van de rechtszekerheid zijn deze open normen aangevuld met een aantal gesloten normen. Ondermeer: 1. het minimaal en maximaal aantal bouwlagen is vastgelegd 2. bebouwingspercentages Vervolgens daar waar op basis van de gebiedsvisie een hoogteaccent mogelijk is, is op de verbeelding een specifiek werkingsgebied opgenomen. Op basis van de gebiedsvisie worden de bovenste verdiepingen voorzien van ‘setbacks'. Bouwveld A- ruimtelijke reservering voor mogelijk toekomstige bebouwing, ter beoordeling na realisering van het bouwplan Binnen dit werkingsgebied is een reservering opgenomen voor een nieuwe woningbouwontwikkeling. Deze locatie wordt op dit moment nog gebruikt als parkeervoorziening. Nieuwbouw ten behoeve van woningen is alleen mogelijk onder strikte voorwaarden. Pas nadat de overige delen van de ontwikkeling Station West zijn gerealiseerd (en in gebruikgenomen) en is komen vast te staan dat de parkeersituatie in overeenstemming is met het gemeentelijke parkeerbeleid, kan een vergunning verleend worden. Bovendien mogen er niet meer dan 100 parkeerplaatsen komen te vervallen. Voor het bouwen geldt verder een combinatie van open en gesloten normen die vergelijkbaar is met de systematiek van de Chopinstraat.
Oppervlakte collectieve buitenruimte voor Chopinstraat, Koningshoek l, Haydnlaan, Uitverlaan, Bouwveld A Conform de uitgangspunten aan de gebiedsvisie zijn er eisen gesteld aan de oppervlakte van de collectieve buitenruimte en is het percentage oppervlakte verharding gemaximeerd. Daarbij is in flexibiliteit voorzien: de initiatiefnemer kan kiezen voor een combinatie van groen op het maaiveld, groen in privétuinen en groen op daktuinen.
Bijbehorende bouwwerken
Omgevingsplanwijziging Station West Maassluis Motivering Versie oktober 2025
58 Voor bijbehorende bouwwerken geldt de definitie van het Bbl, dus bevat het plan geen begripsbepaling. Voor de bijbehorende bouwwerken bij grondgebonden woningen is als uitgangspunt genomen dat de vergunningvrije bouwmogelijkheden die voorheen bestonden beleidsneutraal blijven bestaan. Bijbehorende bouwwerken bij gestapelde woningen zijn uitgesloten, gelet op de ambities uit de gebiedsvisie, waarbij in het bijzonder wordt gewezen op de wens om open en doorwaadbare collectieve buitenruimtes te realiseren en in stand te houden. Overige bouwwerken (bouwwerken geen gebouwen zijnde) Voor deze bouwwerken geldt ook de definitie van het Bbl, dus bevat het plan geen begripsbepaling. Voor het bouwen van overige bouwwerken bij grondgebonden woningen is als uitgangspunt genomen dat de vergunningvrije bouwmogelijkheden die voorheen bestonden beleidsneutraal blijven bestaan. Het bouwen van overige bouwwerken bij gestapelde woningen zijn uitgesloten, gelet op de ambities uit de gebiedsvisie, waarbij in het bijzonder wordt gewezen op de wens om open en doorwaadbare collectieve buitenruimtes te realiseren en in stand te houden. 7.1.6 Gebruiksactiviteiten In Titel 5.3 zijn de regels opgenomen voor de gebruiksactiviteiten. Deze kunnen min of meer vergeleken worden met de bestemmingsplanregels voor bijvoorbeeld de bestemming ‘wonen', ‘detailhandel', ‘bedrijvigheid’, etc.
In het omgevingsplan zijn de regels over het bouwen en gebruik van elkaar gescheiden. Zo kunnen bouwregels meer algemeen van toepassing zijn en hoeven ze niet per se aan één gebruiksfunctie gekoppeld te zijn. Meerdere gebruiksactiviteiten kunnen op een locatie passend zijn. Voor Station West is bij de keuze voor het toestaan van bepaalde gebruiksactiviteiten uitgegaan van de ambities en doelstellingen die zijn opgenomen in de gebiedsvisie. Detailhandel Binnen de werkingsgebieden Chopinstraat en Stationsgebied is een vergunningplicht opgenomen voor detailhandel (met uitzondering van perifere detailhandel). Hiermee wordt gestalte gegeven aan de ‘ja, mits’ gedachte van de Omgevingswet. Bovendien wordt hiermee ruimte gegeven aan de ambitie van levendigheid zoals die in de gebiedsvisie is opgenomen. De activiteit is dus toegestaan, maar per geval wordt eerst beoordeeld of de activiteit passend is. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met (ondermeer) parkeren, sociale veiligheid, aangrenzende gronden en hun gebruiksmogelijkheden. Horeca Binnen het werkingsgebied Chopinstraat is een vergunningplicht opgenomen voor horeca in de categorie 1, en 2. Hiermee wordt gestalte gegeven aan de ‘ja, mits’ gedachte van de Omgevingswet. Bovendien wordt hiermee ruimte gegeven aan de ambitie van levendigheid zoals die in de gebiedsvisie is opgenomen.
De activiteit is dus toegestaan, maar per geval wordt eerst beoordeeld of de activiteit passend is. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met (ondermeer) parkeren, sociale veiligheid, aangrenzende gronden en hun gebruiksmogelijkheden. Maatschappelijk Binnen het werkingsgebied Chopinstraat eis een vergunningplicht opgenomen voor maatschappelijke activiteiten in de vorm van van overheids-, medische, sociaal-culturele of vergelijkbare voorzieningen. Hiermee wordt gestalte gegeven aan de ‘ja, mits’ gedachte van de Omgevingswet. Bovendien wordt hiermee ruimte gegeven aan de ambitie van levendigheid zoals die in de gebiedsvisie is opgenomen. De activiteit is dus toegestaan, maar per geval wordt eerst beoordeeld of de activiteit passend is. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met (ondermeer) parkeren, sociale veiligheid, aangrenzende gronden en hun gebruiksmogelijkheden. Omgevingsplanwijziging Station West Maassluis Motivering Versie oktober 2025
59
Sport Binnen het werkingsgebied Chopinstraat is een sportzaal mogelijk gemaakt met een maximale bruto vloeroppervlakte van 2.000 m2. De oppervlakte is gemaximeerd om er voor te zorgen dat de omvang van de sportzaal passend is op deze locatie, ondermeer vanwege de parkeervraag. Bij de sportzaal is ook bijbehorende ondergeschikte horeca toegestaan, zoals een sportkantine. Wonen Voor het wonen is allereerst geregeld dat op alle bouwvelden bij elkaar maximaal 400 woningen mogen worden gerealiseerd. Vervolgens zijn per werkingsgebied de minimale en maximale aantallen woningen volgens de gebiedsvisie opgenomen. 7.1.7 Activiteiten op of in de bodem Werkingsgebied openbaar gebied Binnen het werkingsgebied ‘openbaar gebied’ zijn activiteiten op of in de bodem, voor zover het geen regulier onderhoud betreft, vergunningplichtig. De beoordelingsregels relateren aan de ambities van de gebiedsvisie. De ambities van de gebiedsvisie voor het openbaar gebied zijn hoog: het gebied moet kwalitatief hoogwaardig en groen worden ingericht. Daarom zijn er eisen opgenomen ten aanzien van de beplanting, biodiversiteit en is er een maximum gesteld aan de oppervlakteverharding. Werkingsgebied archeologie Binnen het werkingsgebied archeologie zijn de regels uit het voormalige bestemmingsplan overgenomen voor de dubbelbestemming ‘archeologie 8'.
Werkingsgebied waterkering en beperkingengebied waterkering Paragraaf 7.3.4 van de provinciale omgevingsverordening van Zuid-Holland bevat instructieregels voor waterkeringen die gericht zijn op het waarborgen van de veiligheid en functie van regionale waterkeringen. Om te beginnen moeten omgevingsplannen de functie ‘waterkering’ toekennen aan regionale waterkeringen en ‘beperkingengebied met betrekking tot een waterkering’ aan de locaties van beperkingengebieden ter bescherming van deze waterkeringen. De legger van de beheerder van de waterkering en de aangewezen beperkingengebieden zijn daarbij leidend. Voor activiteiten in het omgevingsplan die invloed hebben op regionale waterkeringen moet worden gewaarborgd dat er geen belemmeringen ontstaan voor instandhouding, onderhoud of versterking van deze waterkeringen. Advies van de beheerder van de waterkering is hierbij vereist. Dit resulteert in twee werkingsgebieden waarbinnen beperkingen gelden voor activiteiten op of in de bodem. De beperkingen worden gesteld met het oog op het beschermen van – kort samengevat – een goede werking en bescherming van het watersysteem. Inhoudelijk zijn de regels in de beide werkingsgebieden identiek omdat ze zijn ingegeven door dezelfde oogmerken.
Omwille van de herkenbaarheid van de werkingsgebieden in relatie tot de provinciale omgevingsverordening zijn er wel twee verschillende werkingsgebieden voor opgenomen in hoofdstuk 4. 7.1.8 Beperkingengebied lokaal spoor Werkingsgebied beperkingengebied lokaal spoor Het omgevingsplan geeft de omvang van het beperkingengebied aan voor een beperkingengebiedactiviteit bij een lokale spoorweg binnen een vervoerregio. Deze verplichting is afkomstig uit artikel 5.164 Bkl. De rijksregels in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) gelden voor alle beperkingengebiedactiviteiten bij een lokale spoorweg (artikel 9.47 van het Bal). De modelregels die de beheerder van het lokale spoor heeft opgesteld zijn overgenomen in de omgevingsplanwijziging en gelden binnen het beperkingengebied lokaal spoor.
Omgevingsplanwijziging Station West Maassluis Motivering Versie oktober 2025
60
7.1.9 Instandhouding woningbouwcategorieën De regels voor het in standhouden van woningen voor doelgroepen vinden hun basis in artikel 5.161c Bkl. Daarnaast is in hoofdstuk 6 van de omgevingsplanwijziging is geborgd dat binnen het projectgebied Station West voldoende betaalbare woningen gerealiseerd en behouden blijven voor de beoogde doelgroepen. De instandhoudingsverplichting zorgt ervoor dat woningen die in een bepaalde categorie (sociale huur, sociale koop of middenhuur) worden gerealiseerd, gedurende een vastgestelde termijn beschikbaar blijven voor de doelgroep waarvoor zij bedoeld zijn. Daarmee wordt voorkomen dat betaalbare woningen direct of op korte termijn aan de markt onttrokken worden of in een hogere prijsklasse terechtkomen. De regeling richt zich op de eigenaar of verhuurder van de woning, die verantwoordelijk is voor naleving van de instandhoudingsverplichting. Voor sociale huur- en koopwoningen geldt daarnaast een verplichting tot inschrijving in de openbare registers bij het Kadaster. Op die manier is ook voor derden inzichtelijk dat de betreffende woning gebonden is aan deze verplichting. De doelgroepdefinities sluiten aan bij bestaande wettelijke kaders, zoals de DAEB-inkomensgrens en de bepalingen in het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015.
Voor middenhuur en betaalbare koop wordt aangesloten bij het gemeentelijk beleid en bij de Verordening woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2025. Om te waarborgen dat de woningen daadwerkelijk aan de juiste doelgroepen worden toegewezen, vindt toetsing plaats bij de vergunningverlening, bij de eerste ingebruikname en – indien nodig – periodiek tijdens de instandhoudingsperiode. Door deze regels in het omgevingsplan op te nemen, wordt de beschikbaarheid van voldoende sociale huurwoningen en betaalbare koop- en middenhuurwoningen duurzaam verankerd en wordt uitvoering gegeven aan de gemeentelijke doelstellingen op het gebied van betaalbaarheid en woningdifferentiatie.
Omgevingsplanwijziging Station West Maassluis Motivering Versie oktober 2025
61
8 Financiële en maatschappelijke haalbaarheid 8.1
Financiële haalbaarheid Voor de onderhavige ontwikkeling wordt de financiële haalbaarheid geborgd door het sluiten van een anterieure overeenkomst tussen de gemeente Maassluis en de initiatiefnemer. In deze overeenkomst zijn afspraken vastgelegd over het kostenverhaal en de uitvoering. Daarmee wordt het initiatief financieel uitvoerbaar geacht.
8.2
Maatschappelijke haalbaarheid Kader Omgevingswet en Omgevingsbesluit Voor het wijzigen van het omgevingsplan moet de uniforme openbare voorbereidingsprocedure (afdeling 3.4 Awb) worden gevolgd. Dat betekent onder andere dat de ontwerp-omgevingsplanwijziging en de bijbehorende stukken gedurende zes weken ter inzage wordt gelegd (artikel 3:11 Awb). Binnen deze termijn kan iedereen schriftelijk of mondeling zienswijzen op het ontwerp inbrengen. Na verwerking van ingebrachte zienswijzen kan de gemeenteraad een besluit tot vaststelling van de omgevingsplanwijziging nemen. Bij de vaststelling van een omgevingsplanwijziging moet worden aangegeven hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere bestuursorganen bij de voorbereiding daarvan zijn betrokken, en wat de resultaten daarvan zijn. Daarbij moet ook worden aangegeven op welke wijze de gemeente zijn eigen participatiebeleid heeft ingevuld (artikel 10.2 Omgevingsbesluit). In de Omgevingswet zijn geen inhoudelijke kaders opgenomen over hoe deze participatie moet worden vormgegeven. Participatiebeleid De gemeente Maassluis hecht groot belang aan een open en betrokken manier van werken, waarin inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties actief kunnen meedenken en meedoen.
Met het vastgestelde participatiebeleid wil de gemeente de betrokkenheid bij beleidsontwikkeling en ruimtelijke plannen vergroten, de kwaliteit van besluiten verbeteren en het draagvlak voor keuzes versterken. Participatie is daarbij geen doel op zich, maar een middel om samen te werken aan een leefbare en toekomstbestendige stad. Het beleid is ontwikkeld in samenspraak met inwoners en partners uit de stad. Via een online vragenlijst, een meedenkgroep van inwoners en raadsleden, en gesprekken met adviesraden is in kaart gebracht wat inwoners belangrijk vinden bij participatie. Dit heeft geleid tot een breed gedragen visie, samengevat in het motto “Samen zijn wij Maassluis”. Centraal in het beleid staan de waarden duidelijkheid, transparantie en realisme. De gemeente wil vooraf helder maken wat de ruimte is om invloed uit te oefenen en wie uiteindelijk de beslissing neemt. Participatie wordt alleen ingezet wanneer er daadwerkelijk iets te kiezen of te beïnvloeden valt. Daarbij geldt dat de omvang en intensiteit van participatie altijd in verhouding staan tot de aard en impact van het project. Om participatie in de praktijk te ondersteunen, zijn verschillende hulpmiddelen ontwikkeld. Voor de ambtelijke organisatie is er een handboek Denk mee, waarin stap voor stap wordt beschreven hoe participatie vorm kan krijgen.
Voor initiatiefnemers van particuliere plannen, zoals ontwikkelaars of woningcorporaties, is er een aparte handreiking waarin wordt toegelicht hoe participatie kan worden uitgevoerd en verantwoord binnen een initiatief. Daarnaast is er een checklist voor bewoners die zelf met ideeën of projecten aan de slag willen. Het participatiebeleid sluit aan bij de uitgangspunten van de Omgevingswet, waarin het betrekken van de omgeving een belangrijke pijler vormt. Bij ruimtelijke initiatieven wordt daarom van initiatiefnemers verwacht dat zij vroegtijdig in gesprek gaan met omwonenden en andere belanghebbenden, en in hun aanvraag aangeven hoe participatie is vormgegeven en wat de resultaten daarvan zijn. De gemeente beoordeelt vervolgens of dit zorgvuldig is gebeurd en of de belangen van betrokkenen voldoende zijn meegewogen. De gemeenteraad, het college en de ambtelijke organisatie hebben ieder hun eigen rol in het participatieproces. De raad stelt de kaders vast en bewaakt de politieke legitimiteit, het college is verantwoordelijk voor de uitvoering, en de ambtelijke organisatie ondersteunt en begeleidt de processen. Om de kwaliteit van participatie te borgen, zet de gemeente in op interne scholing, kennisdeling en evaluatie. Omgevingsplanwijziging Station West Maassluis Motivering Versie oktober 2025
62
Met dit beleid wil Maassluis bereiken dat inwoners niet alleen worden geïnformeerd, maar daadwerkelijk invloed kunnen hebben op hun leefomgeving, binnen heldere en realistische kaders. Zo werkt de gemeente stap voor stap aan een cultuur van samenwerking, vertrouwen en gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de toekomst van Maassluis. 8.2.1 Participatie Het participatietraject had tot doel om inwoners, belanghebbenden en toekomstige gebruikers te informeren over de plannen en actief te betrekken bij de verdere uitwerking. De participatie vond in twee fasen plaats: • Eerste fase (gebiedsvisie 2023–2024): gericht op het aanscherpen van de concept-gebiedsvisie. • Tweede fase (omgevingsplan 2024–2025): gericht op de verdere planuitwerking, massastudie en onderzoeken. Voor beide fasen is gewerkt met een brede communicatiestrategie en een werkgroep waarin bewoners, woningzoekenden, winkeliers, maatschappelijke organisaties en de BOBK (Bewonersorganisatie Bouwplannen Koningshoek) vertegenwoordigd waren. Aanpak en proces De participatie kende meerdere onderdelen: • Brede informatiebijeenkomsten en informatiemarkten voor alle inwoners. • Straatinterviews en online enquêtes om ook moeilijk bereikbare doelgroepen te betrekken. • Werksessies (drie in 2025) waarin intensief is meegedacht over thema’s als parkeren, verkeer, bouwhoogtes, sportzaal en leefkwaliteit.
• Overleg met ketenpartners zoals het Hoogheemraadschap van Delfland, de provincie Zuid-Holland en de Veiligheidsregio Rijnmond. • De communicatie verliep via de gemeentelijke website, sociale media, lokale kranten en het participatieplatform denkmee.maassluis.nl. Belangrijkste resultaten De participatie leverde waardevolle input op die heeft geleid tot aanscherpingen van de plannen. Belangrijkste aanpassingen in de gebiedsvisie en het omgevingsplan zijn onder meer: • Verlaging van het maximaal aantal woningen van 500 naar circa 400–450. • Verlaging van de bouwhoogtes van 9 naar 7 lagen. • Vergroting van de groenzones en wadi’s tussen de bouwvelden. • Vervallen van gebouw D om meer lucht en parkeerruimte te creëren. • Verplaatsing van de sportzaal naar veld E nabij het metrostation. • Toevoeging van maatregelen voor sociale veiligheid, leefkwaliteit, parkeren en verkeersdoorstroming. • Daarnaast zijn diverse suggesties van bewoners meegenomen in de tenderuitgangspunten, zoals: • Logische clustering van woningen. • Duurzame, sociaal veilige inrichting van de openbare ruimte. • Beperking van bouwoverlast en verkeershinder. • Realisatie van de sportzaal vóór sloop van de bestaande zaal. • Betrekken van bewoners bij verdere uitwerking van bouw en openbare ruimte. In totaal werd circa 80% van de aanbevelingen geheel of gedeeltelijk overgenomen.
Over enkele punten, zoals verkeersmaatregelen en parkeersystemen, vindt nog nader onderzoek plaats. Conclusie
Omgevingsplanwijziging Station West Maassluis Motivering Versie oktober 2025
63 Het participatieproces rond Station Maassluis West is zorgvuldig en transparant verlopen. De betrokkenheid van inwoners, maatschappelijke organisaties en de BOBK heeft bijgedragen aan de kwaliteit en het draagvlak van de plannen. De reacties uit het vooroverleg en de participatie zijn verwerkt in de gebiedsvisie en het ontwerpomgevingsplan. Hiermee is voldaan aan de eisen van de Omgevingswet en het participatiebeleid van de gemeente Maassluis. De participatieverslagen en bijbehorende bijlagen zijn in bijlagen 10, 11, 12 en 13 toegevoegd. 8.2.2 Voorbereiding / Overlegpartners In het kader van de voorbereiding van het wijzigingsbesluit Station West heeft participatie met betrokken partijen en overleg met bestuursorganen en ketenpartners plaatsgevonden. Conform de uitgangspunten van de Omgevingswet en het participatiebeleid van de gemeente Maassluis zijn omwonenden, belanghebbenden en relevante organisaties in een vroeg stadium geïnformeerd en in de gelegenheid gesteld hun reactie te geven. De ontvangen inbreng is betrokken bij de verdere planuitwerking. Daarnaast is het ontwerp in vooroverleg afgestemd met de betrokken bestuursorganen en ketenpartners. De reacties die tijdens dit overleg zijn ingebracht, zijn beoordeeld en waar relevant verwerkt in het voorliggende plan.
Hiermee is invulling gegeven aan de vereisten van zorgvuldig overleg en participatie zoals bedoeld in de Omgevingswet. Het resultaat is een plan dat tot stand is gekomen in samenwerking met de betrokken overheden en partijen uit de omgeving.
Omgevingsplanwijziging Station West Maassluis Motivering Versie oktober 2025