Bijlage 4 MRDH Ontwerpbegroting MRDH 2022 (1)
Tekst van het document
€
2021 197.414 €
2022 56.251
2023
2024
2025
Gronden De MRDH heeft diverse percelen grond in eigendom dan wel een recht van opstal daarop gevestigd ten behoeve van de aanleg van tramlijnen. Volgens een actuele kadasteropgave gaat het daarbij om de volgende percelen: Perceel 1 Rijswijk A 3914 2 Rijswijk D 8010 3 Rijswijk D 8011 4 Rijswijk D 8015 5 Rijswijk D 8038 6 Rijswijk G 2984 7 Rijswijk G 2985 8 Rijswijk G 2989 9 Rijswijk G 2994 10 Rijswijk G 2999 11 Rijswijk G 3001 12 Rijswijk G 3002 13 Rijswijk G 3009 14 Rijswijk G 3050 15 Rijswijk G 3054 16 Rijswijk I 2128 17 Rijswijk I 2131 18 Rijswijk I 2134 19 Rijswijk I 2137 20 Rijswijk I 2139 21 Veur B 9432
Adres Burgemeester Elsenlaan Burgemeester Elsenlaan/Van Vredenburchweg 77B Burgemeester Elsenlaan Sir Winston Churchilllaan Sir Winston Churchilllaan Limpqergstraat/Limpergstraat 11 Burgemeester Elsenlaan Veraartlaan/Visseringlaan Visseringlaan/Volmerlaan Volmerlaan Sir Winston Churchilllaan Lange Kleiweg/Lange Kleiweg 2A Generaal Eisenhowerplein Sir Winston Churchilllaan Sir Winston Churchilllaan Prinses Beatrixlaan Weidedreef Florence Nightingalestraat Eikelenburglaan/Eikelenburglaan 4 Eikelenburglaan Burgemeester Banninglaan
Eigenaar Gerechtigde Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) MRDH geen Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk/Railinfratrust MRDH (opstal) MRDH geen MRDH geen Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) St. Medisch Centrum Haaglanden MRDH (erfpacht)
Er zijn geen financiële verplichtingen ten aanzien van deze gronden.
50
Omschrijving wegen bedrijvigheid (nutsvoorziening) wegen wegen wegen bedrijvigheid (nutsvoorziening) wegen wegen wegen wegen wegen bedrijvigheid (nutsvoorziening) wegen wegen wegen wegen wegen wegen bedrijvigheid (nutsvoorziening) wegen openbaar vervoer
4.5 Bedrijfsvoering MRDH-organisatie De ambtelijke organisatie van de MRDH staat onder leiding van de secretaris-algemeen directeur. Alle lijntaken zijn ondergebracht in de afdelingen Verkeer, Openbaar Vervoer en Economisch Vestigingsklimaat. Alle stafzaken zijn centraal georganiseerd binnen de bureaus Financiën & Control (BFC), Interne Dienstverlening (BID) en Strategie & Bestuur (BSB). De MRDH-organisatie ziet er als volgt uit:
Secretaris-algemeen directeur De secretaris-algemeen directeur is eindverantwoordelijk voor de organisatie en geeft leiding aan vijf managers. Hij vervult daarbij zelf het management van Bureau Interne Dienstverlening. De verdeling van de salarislasten van de secretaris-algemeen directeur wordt geharmoniseerd met de huidige verdeling van de salarislasten van alle staffuncties. Dit betekent dat de salarislasten voor 20% ten laste komt van de inwonerbijdrage EV en 80% ten laste van de BDU verkeer en vervoer. Hierdoor ontstaat een eenduidige verdeling van de kosten binnen de organisatie. Zie voor een verdere toelichting op deze verdeelsleutels hoofdstuk 3.2 Overhead. Afdelingen Verkeer en Openbaar Vervoer In de afdelingen Verkeer en Openbaar Vervoer staat de uitvoering van de programma’s Exploitatie verkeer en openbaar vervoer en Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer centraal. De verantwoordelijkheid en dagelijkse leiding over de afdelingen Verkeer en Openbaar Vervoer ligt bij twee managers. De twee afdelingen tellen 49 fte. De ambtelijke inzet wordt betaald uit de BDU verkeer en vervoer. Het aantal fte in de begroting 2022 is gelijk gebleven ten opzichte van de begroting 2021. Economisch Vestigingsklimaat (EV) De dagelijkse leiding en de verantwoordelijkheid voor de realisatie van het programma Economisch Vestigingsklimaat ligt bij de manager EV.
Dit organisatieonderdeel telt 10 fte en is
51
ongewijzigd ten opzichte van de begroting 2021. De ambtelijke inzet wordt betaald uit de inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat. Bureaus Financiën & Control (BFC), Strategie & Bestuur (BSB) en Interne Dienstverlening (BID). De uitvoering van stafzaken is op centraal niveau georganiseerd in drie bureaus: BFC, BSB en BID. BFC bevat de bedrijfsvoeringsfuncties financiën & control en juridische zaken. BSB bevat de bedrijfsvoeringsfuncties strategie/public affairs, bestuurszaken en communicatie. BID bevat de bedrijfsvoeringsfuncties HRM, informatiebeheer en facilitaire zaken/huisvesting. De ambtelijke capaciteit voor deze bureaus is tezamen 29,6 fte. Het aantal fte stafzaken in de begroting 2022 is gelijk gebleven ten opzichte van de begroting 2021. De salarissen van de medewerkers komen voor 20% ten laste van de inwonerbijdrage EV en voor 80% ten laste van de BDU verkeer en vervoer. Zie voor een verdere toelichting op deze verdeelsleutels hoofdstuk 3.2 Overhead. Van de inwonerbijdrage voor EV van € 2,77 (prijspeil 2022) wordt conform de afspraken (Kadernota MRDH begroting 2022) maximaal € 1,17 (prijspeil 2022) ingezet voor apparaatslasten. Voor de salarislasten volgt de MRDH de bedrijfseigen Cao, die weer de rechtspositie van de gemeente Rotterdam en de Cao gemeenten volgt. De huidige cao betreft de periode tot en met 31 december 2020.
Voor het jaar 2021 wordt rekening gehouden met een loonstijging van 0,6% en voor het jaar 2022 met een loonstijging van 1,3%. Beide percentages in aansluiting met de macro economische verkenning 2021 (MEV 2021) van september 2020 van het Centraal Planbureau. De begrote personele formatie en de daaraan verbonden salariskosten (inclusief sociale lasten) zijn als volgt te specificeren: fte's 2021
fte's 2022
Begroting 2022 (euro’s)
Secretaris-algemeen directeur
1,0
1,0
197.789
Bureau Financiën & Control
9,1
9,1
952.374
Bureau Strategie & Bestuur
15,0
15,0
1.474.430
Bureau Interne Dienstverlening
5,5
5,5
391.783
Afdeling Verkeer
25,0
25,0
2.462.632
Afdeling Openbaar Vervoer
24,0
24,0
2.337.961
Economisch Vestigingsklimaat
10,0
10,0
1.173.334
Totalen
89,6
89,6
8.990.303
Onderdeel
* De MRDH begroot op formatie en werkgeverslasten
In combinatie met de materiële apparaatslasten en de uitgangspunten voor de bepaling en de verdeling van de overhead (zie hoofdstuk 3.2) levert dit de volgende kostenverdeling op van de personele en materiële apparaatslasten:
52
De materiële apparaatslasten betreffen de materiële budgetten voor HRM (o.a. HRM ondersteuning en advies, opleidingen), financiën (o.a. accountantskosten), facilitair (o.a. huur en servicekosten en afschrijvingskosten huisvesting), ICT/DIV (o.a. licenties document management systeem), communicatie (o.a. kosten website), bestuurszaken (o.a. vergaderkosten, bekendmakingen besluiten) en juridische zaken (o.a. juridisch advies, bezwaar en beroepskosten).
53
Hoofdstuk 5 Financiële begroting 5.1 Overzicht baten en lasten In het hierna opgenomen overzicht zijn de baten en lasten per programma verantwoord. Programmabegroting 2022 (euro's) Lasten per programma 1. Exploitatie verkeer en openbaar vervoer 2. Infrastructuur verkeer en openbaar Vervoer 3. Economisch Vestigingsklimaat Overhead Onvoorzien
Voorlopige jaarrekening 2020
Raming 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
538.377.643 180.027.003 4.685.200 6.131.553 0
437.476.877 184.940.608 5.350.547 6.662.818 0
423.953.287 149.915.349 5.385.715 6.695.364 0
415.881.101 135.931.624 5.266.965 6.695.364 0
411.943.007 117.826.263 5.266.965 6.695.364 0
422.547.220 63.376.202 5.266.965 6.695.364 0
Totaal
729.221.399
634.430.850
585.949.714
563.775.053
541.731.599
497.885.750
Baten per programma 1. Exploitatie verkeer en openbaar vervoer 2. Infrastructuur verkeer en openbaar Vervoer 3. Economisch Vestigingsklimaat Dekking overhead uit BDU en Inwonerbijdrage EV
546.142.052 180.027.003 5.146.879 6.088.448
438.603.601 184.940.608 5.065.547 6.662.818
423.953.287 149.915.349 5.266.965 6.695.364
417.958.005 135.931.624 5.266.965 6.695.364
413.122.087 117.826.263 5.266.965 6.695.364
430.549.979 63.376.202 5.266.965 6.695.364
Totaal
737.404.382
635.272.574
585.830.964
565.851.957
542.910.679
505.888.509
Saldo van baten en lasten
8.182.983
841.724
-118.750
2.076.904
1.179.080
8.002.759
Onttrekking aan reserves Toevoeging aan reserves*
163.030 -8.346.013
285.000 -1.126.724
118.750 0
0 -2.076.904
0 -1.179.080
0 -8.002.759
0
0
0
0
0
0
Resultaat
* Inclusief voorstel resultaatbestemming
Voor een toelichting op de fluctuaties in de baten en lasten per jaar wordt verwezen naar hoofdstuk 2, waar de genoemde programma’s inhoudelijk worden beschreven. De baten en lasten van de treasuryfunctie worden inhoudelijk toegelicht in hoofdstuk 4.1 (Financiering). Lasten en dekking van de Overhead worden inhoudelijk toegelicht in hoofdstuk 3.2. De gespecificeerde onttrekking en toevoeging aan reserves is opgenomen in hoofdstuk 6 Staat van reserves en fondsen 2020-2025. Per taakveld is de begroting als volgt te rubriceren: Begroting 2022 per taakveld (euro's) Lasten per taakveld 2.1 Verkeer en vervoer 2.5 Openbaar vervoer 0.5 Treasury 3.1 Economische ontwikkeling 0.4 Overhead 0.8 Overige baten en lasten
Voorlopige jaarrekening 2020
Raming 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
127.419.231 577.861.584 13.123.831 4.685.200 6.131.553 0
106.387.119 504.498.481 11.531.885 5.350.547 6.662.818 0
97.752.451 465.739.626 10.376.558 5.385.715 6.695.364 0
94.041.841 448.303.740 9.467.143 5.266.965 6.695.364 0
99.366.055 421.643.749 8.759.466 5.266.965 6.695.364 0
48.109.535 429.634.255 8.179.631 5.266.965 6.695.364 0
Totaal
729.221.399
634.430.850
585.949.714
563.775.053
541.731.599
497.885.750
Baten per taakveld 2.1 Verkeer en vervoer 2.5 Openbaar vervoer 0.5 Treasury 3.1 Economische ontwikkeling Dekking overhead uit BDU en Inwonerbijdrage EV
127.419.231 577.862.416 20.887.408 5.146.879 6.088.448
106.387.119 498.536.040 18.621.051 5.065.547 6.662.818
97.752.451 458.483.483 17.632.701 5.266.965 6.695.364
94.041.841 442.997.529 16.850.258 5.266.965 6.695.364
99.366.055 415.146.390 16.435.905 5.266.965 6.695.364
48.109.535 429.540.768 16.275.878 5.266.965 6.695.364
Totaal
737.404.382
635.272.574
585.830.964
565.851.957
542.910.679
505.888.509
Saldo van baten en lasten
8.182.983
841.724
-118.750
2.076.904
1.179.080
8.002.759
Onttrekking aan reserves Toevoeging aan reserves*
163.030 -8.346.013
285.000 -1.126.724
118.750 0
0 -2.076.904
0 -1.179.080
0 -8.002.759
0
0
0
0
0
0
Resultaat
* Inclusief voorstel resultaatbestemming
54
5.2 Overzicht incidentele baten en lasten Inzicht in de incidentele baten en lasten is nodig om in beeld te brengen of de begroting materieel in evenwicht is, dat wil zeggen dat de structurele lasten worden gedekt door structurele baten. De incidentele baten en lasten tellen niet mee voor het materieel in evenwicht zijn van de begroting. Onder incidentele baten en lasten worden onder andere de volgende posten verstaan: • Stortingen in en onttrekkingen aan reserves; • Bijzondere ontvangen en verstrekte subsidies en (specifieke) uitkeringen. Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves zijn in principe incidenteel van aard. Echter, er zijn ook verrekeningen met reserves die structureel van aard zijn. Binnen de MRDH zijn dat de verrekeningen met de Egalisatiereserve Economisch Vestigingsklimaat. De Egalisatiereserve Economisch Vestigingsklimaat bevat voornamelijk de nog niet financieel afgewikkelde bijdragen aan gemeenten op grond van de Bijdrageregeling versterking economisch vestigingsklimaat. Deze reserve heeft een langlopend karakter. De grootste geldstroom, de Brede Doeluitkering verkeer en vervoer (BDU) betreft in principe een structurele geldstroom en daarmee een structurele baat. De projectkosten die met deze baten worden gedekt zijn daarmee ook structurele lasten. Wel kunnen er incidenteel middelen aan de BDU worden toegevoegd voor specifieke projecten.
De hiermee samenhangende lasten en baten dienen dan wel als incidenteel aangemerkt te worden. Dat geldt ook voor de projecten, die uit Europese subsidiefondsen worden bekostigd. In de hiernavolgende tabel zijn voor de programma’s en het onderdeel Overhead de incidentele lasten en baten weergegeven: Incidentele baten en lasten (euro's) Incidentele lasten per programma 1. Exploitatie verkeer en openbaar Vervoer 2. Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer 3. Economisch Vestigingsklimaat Overhead
Voorlopige jaarrekening 2020*
Totaal Baten per programma 1. Exploitatie verkeer en openbaar Vervoer 2. Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer 3. Economisch Vestigingsklimaat Overhead Totaal Saldo van incidentele baten en lasten
Raming 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
125.894.089 57.377.591 0 43.104
1.126.724 20.089.105 0 0
0 7.540.294 0 0
2.076.904 16.916.250 0
1.179.080 20.821.064 0 0
8.002.759 0 0 0
183.314.784
21.215.829
7.540.294
18.993.154
22.000.144
8.002.759
118.325.000 57.377.591 6.156 135.167
20.089.105 0
0 7.540.294 0
0 16.916.250 0
0 20.821.064 0
0 0 0
175.843.914
20.089.105
7.540.294
16.916.250
20.821.064
0
7.470.870
1.126.724
0
2.076.904
1.179.080
8.002.759
* ExcIusief voorstel resultaatbestemming
Toelichting incidentele baten en lasten Exploitatie verkeer en openbaar vervoer Incidentele lasten betreffen de toevoegingen aan de risicoreserve financieringen voor het jaar 2020 en aanvullend € 118.325.000 vanwege de regeling specifieke uitkering beschikbaarheidsvergoeding regionale OV-concessies 2020 (tevens incidentele baat 2020).
55
Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer Voor een aantal projecten ontvangt de MRDH incidentele bijdragen van Rijk, provincie en gemeenten en overige partijen. Deze zijn als volgt te specificeren: Projecten gefinancierd met incidentele bijdragen Voorlopige (euro's) jaarrekening 2020 Incidentele baten Actieprogramma Regionaal OV (AROV) 5.853.739 Beter benutten 3.786.000 Rotterdamse baan 44.686.773 Sebastiaansbrug 3.022.079 Onderzoek mobiliteitstransitie en het wegennet 29.000 No Regret pakket CID Binckhorst 0 Maatregelen Grote Kruising/Algera (onderdeel KTA Move 2020-2022) 0 Veilig Slim en Duurzaam 0 Afspraken werkgeversaanpak ihkv Samen Bouwen aan Bereikbaarheid 0 pilot Maas 0 Fietssnelroutes 0 Studie Voorne-Putten 0 Digitalisering overheden 0 Studiekosten MIRT-Verkenning Oeververbindingen regio Rotterdam 0 Spuk verkeersveiligheidsmaatregelen 0 Lijn 1 bijdrage HTM Scheveningseweg 0 Totaal 57.377.591
Raming 2021
Begroting 2022
0 0 0 0 0 330.000 4.132.231 3.179.000 1.000.000 413.000 768.000 75.000 562.000 0 5.412.728 4.217.146 20.089.105
0 0 0 0 0 3.255.000 0 0 0 0 0 182.500 0 4.102.794 0 0 7.540.294
Begroting 2023 0 0 0 0 0 16.916.250 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 16.916.250
Begroting 2024
Begroting 2025
0 0 0 0 0 20.821.064 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 20.821.064
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Overhead In 2020 worden de laatste incidentele uitgaven ten laste van de reserve Interne Kwaliteitsverhoging gedaan (€ 43.104). Het samenwerkingsverband Bereik! is gehuisvest in het kantoorpand van de MRDH. De MRDH belast een bedrag door inzake het gebruik van werkplekken (€ 43.857). Voor het ABRI project belast de MRDH een bedrag van de overhead in zowel personeel als materieel door aan het project (€ 48.206). De commissie BBV adviseert in haar Notitie structurele en incidentele baten en lasten van 30 augustus 2018 het structureel begrotingssaldo te presenteren conform een voorgeschreven format. Hiermee wordt inzicht gegeven of de begroting en meerjarenraming structureel in evenwicht zijn: Presentatie van het structureel begrotingssaldo (euro's) Saldo baten en lasten Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves Begrotingssaldo na bestemming Waarvan incidentele baten en lasten (saldo) Structureel begrotingssaldo
Voorlopige jaarrekening 2020 8.182.983 -8.182.983 0 7.470.870 7.470.870
Raming 2021 841.724 -841.724 0 1.126.724 1.126.724
Begroting 2022 -118.750 118.750 0 0 0
Begroting 2023 2.076.904 -2.076.904 0 2.076.904 2.076.904
Begroting 2024 1.179.080 -1.179.080 0 1.179.080 1.179.080
Begroting 2025 8.002.759 -8.002.759 0 8.002.759 8.002.759
5.3 Uiteenzetting van de financiële positie en de toelichting Inleiding De begroting 2022 is opgesteld overeenkomstig het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) provincies en gemeenten. Materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen. De afschrijvingen zijn lineair en overeenkomstig de in de Financiële verordening opgenomen percentages berekend. De geraamde baten en lasten zijn toegerekend aan het verslagjaar waarop zij betrekking hebben, ongeacht of zij tot ontvangsten en uitgaven in het jaar hebben geleid. Rijksbijdragen zijn geraamd volgens het principe van Single Information Single Audit op basis van het baten- en lastenstelsel.
56
Financiële gevolgen bestaand en nieuw beleid Financiering OV-bedrijven Eind 2016 heeft de MRDH besloten om de financiering van activa en nieuwe investeringen betreffende railvoertuigen en -infrastructuur van HTM en de RET over te nemen van respectievelijk gemeenten Den Haag en Rotterdam, voor zover de daarmee samenhangende kapitaallasten door haar via de railconcessie worden vergoed. Daartoe zijn vanaf 2016 de bestaande leningen en borgstellingen overgenomen van de gemeenten Den Haag en Rotterdam. Hierdoor blijven, na de opbouw van de hiervoor benodigde risicoreserve, structureel extra middelen beschikbaar voor de verkeer- en vervoeropgave in onze regio. Daarnaast heeft de Metropoolregio Rotterdam Den Haag op 21 december 2017 de Verordening bussenleningen ingesteld. De belangrijkste overweging voor het instellen van deze verordening is het faciliteren van adequate en goedkopere financieringsmogelijkheden voor vervoerbedrijven ten behoeve van de gewenste transitie naar zero emissie busvervoer. De hieruit voortvloeiende financiële gevolgen worden nader toegelicht in hoofdstuk 4.1 (Financiering) en de daaraan verbonden risico’s in hoofdstuk 4.3 (Weerstandsvermogen en risico’s). Overbesteding De kaders voor een tijdelijk tekort op de BDU-middelen voor verkeer en vervoer zijn conform de wettelijke vereisten.
Concreet betekent dit dat overbestedingstekorten zijn gelimiteerd op een maximale periode van drie achtereenvolgende kalenderjaren. De voorliggende begroting 2022 laat geen overbestedingstekorten zien. Deze voldoet daarmee aan het hiervoor genoemde kader. Een verdere toelichting op de overbesteding is opgenomen in de hoofdstukken 4.1 (Financiering) en 4.3 (Weerstandsvermogen en risico’s). Geprognosticeerde balanscijfers ACTIVA
Voorlopige jaarrekening 2020
31-12-2021
31-12-2022
31-12-2023
31-12-2024
31-12-2025
Vaste activa (art. 33) Materiële vaste activa (art. 35) Investeringen met economisch nut Investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut
1.445.983 1.192.318 253.665
1.164.884 1.108.633 56.251
1.089.103 1.089.103 0
872.172 872.172 0
655.242 655.242 0
445.812 445.812 0
Financiële vaste activa (art. 36) Kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen Leningen aan deelnemingen en overige langlopende leningen
1.126.494.388 1.001 1.126.493.387
1.178.176.095 1.001 1.178.175.094
1.189.431.141 1.001 1.189.430.140
1.228.506.187 1.001 1.228.505.186
1.294.017.899 1.001 1.294.016.898
1.371.693.782 1.001 1.371.692.781
Totaal vaste activa
1.127.940.371
1.179.340.979
1.190.520.244
1.229.378.359
1.294.673.141
1.372.139.594
231.918.556 44.298.622 183.144.212 4.475.722
173.023.234 45.000.000 123.523.234 4.500.000
150.978.247 45.000.000 101.478.247 4.500.000
156.719.196 45.000.000 107.219.196 4.500.000
189.189.144 45.000.000 139.689.144 4.500.000
237.385.288 45.000.000 187.885.288 4.500.000
3.548.767 3.548.767
3.500.000 3.500.000
3.500.000 3.500.000
3.500.000 3.500.000
3.500.000 3.500.000
3.500.000 3.500.000
Overlopende activa (art. 40a) De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen
139.305.312 69.197.690
62.755.076 3.200.000
53.410.152 3.200.000
44.065.228 3.200.000
34.720.304 3.200.000
25.400.000 3.200.000
70.107.622
59.555.076
50.210.152
40.865.228
31.520.304
22.200.000
Totaal vlottende activa
374.772.634
239.278.310
207.888.399
204.284.424
227.409.448
266.285.288
1.502.713.005
1.418.619.289
1.398.408.642
1.433.662.784
1.522.082.589
1.638.424.881
Vlottende activa (art. 37) Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar (art. 39) Vorderingen op openbare lichamen Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Overige vorderingen
Liquide middelen (art. 40) Banksaldi
Totaal activa
57
Voorlopige jaarrekening 2020
PASSIVA
Vaste passiva (art. 41) Eigen vermogen (art. 42/43) Algemene reserve Bestemmingsreserves Gerealiseerde resultaat
31-12-2021
31-12-2022
31-12-2023
31-12-2024
31-12-2025
30.206.327 100.000 29.329.403 776.924
31.048.050 100.000 30.948.050 0
30.929.300 100.000 30.829.300 0
33.006.204 100.000 32.906.204 0
34.185.284 100.000 34.085.284 0
42.188.043 100.000 42.088.043 0
Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer (art. 46) Onderhandse leningen van binnenlandse banken en overige financiële instellingen Waarborgsommen
1.127.554.201 1.126.475.889 1.078.312
1.178.175.094 1.178.175.094 0
1.189.430.140 1.189.430.140 0
1.228.505.186 1.228.505.186 0
1.294.016.898 1.294.016.898 0
1.371.692.781 1.371.692.781 0
Totaal vaste passiva
1.157.760.528
1.209.223.144
1.220.359.440
1.261.511.390
1.328.202.182
1.413.880.824
Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar (art. 48) Overige schulden
12.071.662 12.071.662
12.000.000 12.000.000
12.000.000 12.000.000
12.000.000 12.000.000
12.000.000 12.000.000
12.000.000 12.000.000
Overlopende passiva (art. 49) Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren Overige vooruit ontvangen bedragen die ten bate van het volgende begrotingsjaar komen
332.880.814
197.396.145
166.049.202
160.151.394
181.880.407
212.544.058
198.906.796
123.006.488
113.704.533
102.065.775
91.324.841
73.792.348
131.010.634 2.963.385
71.389.657 3.000.000
49.344.669 3.000.000
55.085.619 3.000.000
87.555.566 3.000.000
135.751.710 3.000.000
Totaal vlottende passiva
344.952.477
209.396.145
178.049.202
172.151.394
193.880.407
224.544.058
1.502.713.005
1.418.619.289
1.398.408.642
1.433.662.784
1.522.082.589
1.638.424.882
Vlottende passiva (art. 47)
Totaal passiva
EMU-saldo De voorgeschreven berekening van het EMU-saldo is voor de jaren 2021 t/m 2025 opgenomen in de volgende tabel. EMU saldo (euro's) Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves Afschrijvingen ten laste van de exploitatie Investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans worden geactiveerd Berekend EMU-saldo
Voorlopige jaarrekening 2020 8.182.983 1.335.337 0
Raming 2021 841.724 324.515 -106.000
Begroting 2022 -118.750 183.351 -183.000
Begroting 2023 2.076.904 127.101 0
Begroting 2024 1.179.080 127.101 0
Begroting 2025 8.002.759 127.101 0
9.518.320
1.060.239
-118.399
2.204.005
1.306.180
8.129.860
Het negatieve begrote EMU-saldo voor 2022 betekent dat het totaal aan uitgaven, inclusief uitgaven aan investeringen, hoger is dan het totaal aan inkomsten. Vooralsnog is er geen sanctie op overschrijding van het EMU-saldo bij begroting. Arbeidskostengerelateerde verplichtingen Het BBV schrijft voor dat inzage wordt gegeven in jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, waarvoor geen voorziening is getroffen. De verschuldigde bedragen wegens vakantietoeslag, eindejaars- en levensloopuitkeringen worden sinds de verplichte invoering van het Individueel Keuzebudget vanaf 2017 geheel toegerekend aan het begrotingsjaar, waarin zij zijn verschuldigd. In de begroting 2022 zijn geen bedragen opgenomen en/of gereserveerd voor niet opgenomen vakantie- en verlofrechten. Ten tijde van het opmaken van deze begroting 2022 waren er geen afspraken en/of regelingen bekend, die leiden tot ontslag- en/of afvloeiingsuitkeringen in 2022. De MRDH is aangesloten bij het bedrijfstakpensioenfonds Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP). Er zijn geen aanvullende pensioenverplichtingen anders dan door hogere premies.
58
Investeringen Voor een overzicht van de waardering en het onderhoud van de aanwezige en nieuw te investeren materiële vaste activa wordt verwezen naar hoofdstuk 4.4 (Onderhoud kapitaalgoederen). Financiering Voor een uitvoerige toelichting op dit item wordt verwezen naar hoofdstuk 4.1 (Financiering). Reserves Het verloop van de reserves in de periode 2020 t/m 2025 is opgenomen in hoofdstuk 6 Staat van reserves en fondsen.
59
Hoofdstuk 6 Staat van reserves en fondsen 2020-2025 Voorlopige jaarrekening 2020 *
Omschrijving
Raming toevoeging 2021
Raming onttrekking 2021
Reserves Reserve weerstandsvermogen EV Egalisatiereserve EV Reserve interne kwaliteitsverhoging Risicoreserve financieringen
100.000 4.233.050 0 25.873.277
1.126.724
Subtotaal reserves
30.206.327
1.126.724
Fondsen BDU Mobiliteitsfonds Subtotaal fondsen
131.010.634 0 131.010.634
TOTAAL-GENERAAL
161.216.961
0 0
0 285.000
Raming saldo 31-12-2021
Raming toevoeging 2022
Raming onttrekking 2022
Raming saldo 31-12-2022
100.000 3.948.050
0 0
0 118.750
100.000 3.829.300
27.000.000
0
0
27.000.000
285.000
31.048.050
0
118.750
30.929.300
534.651.918
594.272.896
71.389.657
533.531.530
555.576.518
49.344.669
534.651.918
594.272.896
71.389.657
533.531.530
555.576.518
49.344.669
535.778.642
594.557.896
102.437.707
533.531.530
555.695.268
80.273.969
* Inclusief voorstel resultaatbestemming Omschrijving
Raming toevoeging 2023
Raming onttrekking 2023
Raming saldo 31-12-2023
Raming toevoeging 2024
Raming onttrekking 2024
Raming saldo 31-12-2024
Raming toevoeging 2025
Raming onttrekking 2025
Raming saldo 31-12-2025
Reserves Reserve weerstandsvermogen EV Egalisatiereserve EV Reserve interne kwaliteitsverhoging Risicoreserve financieringen
0 0
0 0
100.000 3.829.300
0 0
0 0
100.000 3.829.300
0 0
0 0
100.000 3.829.300
2.076.904
0
1.179.080
0
0
2.076.904
0
1.179.080
0
8.002.759
0
Fondsen BDU en Mobiliteitsfonds
542.124.902
536.383.953
546.330.975
513.861.028
525.264.648
477.068.505
Subtotaal fondsen
542.124.902
536.383.953
546.330.975
513.861.028
30.255.984 0 34.185.284 0 0 87.555.566 0 87.555.566
8.002.759
Subtotaal reserves
29.076.904 0 33.006.204 0 0 55.085.619 0 55.085.619
525.264.648
477.068.505
38.258.743 0 42.188.043 0 0 135.751.710 0 135.751.710
TOTAAL-GENERAAL
544.201.806
536.383.953
88.091.823
547.510.055
513.861.028
121.740.850
533.267.408
477.068.505
177.939.753
60
Toelichting staat van reserves en fondsen Reserve weerstandsvermogen EV Zie de toelichting in hoofdstuk 4.3. Egalisatiereserve EV Deze reserve bevat voornamelijk de nog niet financieel afgewikkelde bijdragen aan gemeenten op grond van de Bijdrageregeling versterking economisch vestigingsklimaat MRDH 2015. Reserve interne kwaliteitsverhoging Deze reserve is in 2018 gevormd en is bestemd voor noodzakelijke investeringen in ICT (o.a. door de overgang naar een nieuwe provider), de inrichting van een geïntegreerde projectadministratie en de automatisering en digitalisering van meerdere werkprocessen. De reserve is eind 2020 volledig besteed. Risicoreserve financieringen Voor meer informatie over de wijze waarop deze reserve wordt opgebouwd, alsmede het geraamde verloop daarvan wordt verwezen naar de paragraaf Weerstandsvermogen en risico’s (hoofdstuk 4.3). Fonds BDU Jaarlijks ontvangt de MRDH een rijksbijdrage in het kader van de wet Brede Doeluitkering verkeer en vervoer (BDU). Deze toevoegingen aan het fonds zijn opgenomen in hoofdstuk 3.1. De onttrekkingen betreffen de BDU-bijdragen aan de exploitatie in de programma’s Exploitatie- en Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer zoals opgenomen in 2.1.2 (Wat gaat het kosten programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer) en 2.2.2 (Wat gaat het kosten programma Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer).
Daarnaast vindt er jaarlijks een onttrekking plaats ter dekking van de overhead gerelateerd aan verkeer en vervoer (hoofdstuk 3.2).
61
Hoofdstuk 7 Inwonerbijdragen per gemeente Alle deelnemende gemeenten aan de gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag betalen in 2022 een bijdrage in het kader van het versterken van het economisch vestigingsklimaat. In onderstaande tabel zijn de bijdragen per gemeente opgenomen:
Gemeente
Aantal inwoners 1 januari 2021 (*)
Bijdrage per inwoner
Totaal inwonerbijdrage 2022
Albrandswaard
25.799
2,77
71.463
Barendrecht
48.637
2,77
134.724
Brielle
17.423
2,77
48.262
Capelle aan den IJssel
67.315
2,77
186.463
Delft
103.588
2,77
286.939
Den Haag
547.757
2,77
1.517.287
Hellevoetsluis
40.296
2,77
111.620
Krimpen aan den IJssel
29.396
2,77
81.427
Lansingerland
63.338
2,77
175.446
Leidschendam-Voorburg
76.417
2,77
211.675
Maassluis
33.551
2,77
92.936
Midden-Delfland
19.409
2,77
53.763
Nissewaard
85.403
2,77
236.566
Pijnacker-Nootdorp
55.668
2,77
154.200
Ridderkerk
46.665
2,77
129.262
Rijswijk
55.205
2,77
152.918
Rotterdam
652.541
2,77
1.807.539
Schiedam
79.356
2,77
219.816
Vlaardingen
73.925
2,77
204.772
Wassenaar
26.939
2,77
74.621
Westland
111.366
2,77
308.484
Westvoorne
14.903
2,77
41.281
Zoetermeer
125.265
2,77
346.984
Totaal
2.400.162
6.648.448
(*) bron: CBS StatLine 7-3-2021
De inwonerbijdrage stijgt ten opzichte van de Begroting 2021 met € 0,05 (Kadernota MRDH begroting 2022) naar € 2,77 per inwoner. De inwonerbijdrage EV bedraagt in 2022 € 6,6 miljoen en wordt voor € 5,2 miljoen verantwoord als baten ter dekking van de lasten binnen het programma Economisch Vestigingsklimaat (Wat mag het kosten? hoofdstuk 2.3.2). Daarnaast wordt ter dekking van de kosten van overhead gerelateerd aan het versterken van het economisch vestigingsklimaat (hoofdstuk 3.2) € 1,4 miljoen ingezet.
62
Hoofdstuk 8 Besluit De begroting 2022 van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag vast te stellen, de in de programma’s opgenomen budgetten vast te stellen op subtotalen en kennis te nemen van het meerjarenbeeld 2023-2025;
Aldus besloten in de openbare vergadering van het algemeen bestuur van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag van 9 juli 2021
de secretaris,
de voorzitter,
Wim Hoogendoorn
Ahmed Aboutaleb
63
Bijlage 1 Indicatoren In het Besluit begroting en verantwoording provincie en gemeenten (BBV) is bij ministeriële regeling een set van verplichte beleidsindicatoren vastgesteld. De insteek van deze set is dat de hiervoor benodigde informatie met een zo gering mogelijke inspanning beschikbaar is (via de website Waarstaatjegemeente.nl). Met ingang van 29 december 2018 is in de ministeriële regeling een aantal indicatoren komen te vervallen, waaronder de indicatoren voor het taakveld Verkeer en Vervoer. Voor het taakveld Economie maken de volgende indicatoren onderdeel uit van de regeling: ‘Functiemenging’ en ‘Vestigingen (van bedrijven)’. Voor deze begroting wordt ervan uitgegaan dat de deelnemende gemeenten zelf verantwoording afleggen over de indicatoren voor het taakveld Economie, omdat dit geen wettelijke taak betreft van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag. In deze begroting worden wel de verplichte indicatoren met betrekking tot bestuur/bedrijfsvoering opgenomen. Zie hiervoor onderstaande tabel. # 1 2
3 4 5
Taakveld 0. Bestuur en ondersteuning 0. Bestuur en ondersteuning
Indicator Formatie
0. Bestuur en ondersteuning 0. Bestuur en ondersteuning 0. Bestuur en ondersteuning
Apparaatskosten
Periode 2021 per 1000 inwoners 1 januari 2021 per 1000 inwoners 2022
Externe inhuur
2020
Overhead
2022
Bezetting
Waarde B2022 0,037 fte per 1000 inwoners 0,036 fte per 1000 inwoners
Waarde B2021 0,037 fte per 1000 inwoners 0,035 fte per 1000 inwoners
€ 5,02 per inwoner 7,48% van de totale loonsom 1,14% van de totale lastenbegroting
€ 5,03 per inwoner 5,8% van de totale loonsom 1,23% van de totale lastenbegroting
Ad 1) In de begroting 2022 bedraagt de formatie 89,6 fte. Het aantal inwoners van de metropoolregio Rotterdam Den Haag bedraagt per 1 januari 2021 2.400.162 (zie hoofdstuk 7). Ad 2) De bezetting per 1 januari 2021 bedraagt 86,6 fte. Het betreft in alle gevallen de medewerkers met een aanstelling bij de Metropoolregio Rotterdam Den Haag en betreft niet de externe inhuur. Deze inhuur wordt verantwoord binnen de indicator Externe inhuur. Het aantal inwoners van de metropoolregio Rotterdam Den Haag bedraagt per 1 januari 2021 2.400.162 (zie hoofdstuk 7). Ad 3) De totale begrote apparaatskosten bedragen in 2022 € 12.039.303 (zie hoofdstuk 4.5). Het aantal inwoners van de metropoolregio Rotterdam Den Haag bedraagt per 1 januari 2021 2.400.162 (zie hoofdstuk 7). Ad 4) de totale loonsom bedroeg in 2020 € 8.261.149. De externe inhuur bedroeg in 2020 € 617.997. Voor 10% betreft deze inhuur medewerkers van de aangesloten gemeenten. Ad 5) In de Begroting 2022 bedraagt de overhead € 6.695.364 (zie 3.2 Overhead). De totale lasten bedragen € 585.949.714 (zie hoofdstuk 1). De indicator is voornamelijk afhankelijk van de totale lasten van de begroting. Die kan vanwege de realisatie van grote infrastructurele projecten schommelen. De kosten van overhead volgen de verwachte materiële en personele prijsontwikkeling.
64
Bijlage 2 Investeringsprogramma Vervoersautoriteit 2022
65
Inhoudsopgave 1.
Inleiding, achtergronden en kaders .......................................................................................... 67 1.1
Inleiding ................................................................................................................. 67
1.2
Werkgebied van de Vervoersautoriteit ................................................................... 68
1.3
Van beleid naar uitvoering ..................................................................................... 69
1.4
Uitgangspunten en randvoorwaarden .................................................................... 69
2.
Financiële samenvatting ........................................................................................................... 71
3.
Integrale programma’s ............................................................................................................. 72
4.
Programma’s en projecten Openbaar Vervoer .......................................................................... 80
5.
6.
4.1
Programma’s Openbaar Vervoer ............................................................................ 81
4.2
Verkenningen en studies Openbaar Vervoer........................................................... 84
4.3
Planstudies Openbaar Vervoer ............................................................................... 91
4.4
Uitwerkingen Openbaar Vervoer ............................................................................ 95
4.5
Realisatie Openbaar Vervoer .................................................................................. 98
Programma’s en projecten Verkeer ........................................................................................ 101 5.1
Programma’s Verkeer ........................................................................................... 102
5.2
Verkenningen en planstudies Verkeer .................................................................. 107
5.3
Uitwerkingen Verkeer ........................................................................................... 109
5.4
Realisatie Verkeer ................................................................................................ 110
In 2020 en 2021 in gebruik genomen projecten..................................................................... 114
Bijlagen ......................................................................................................................................... 119 Bijlage A
Grote projecten .................................................................................................... 120
Bijlage B1
Kleine projecten: lopende subsidiebeschikkingen per subsidieontvanger.............. 121
Bijlage B2
Kleine projecten: Aanmeldingen 2021 .................................................................. 131
Bijlage B3
In 2020 afgesloten Kleine projecten ..................................................................... 135
Bijlage C
Korte Termijn Aanpak MoVe 2020-2023 ............................................................... 137
Bijlage D
Automated Vehicles Last Mile (AVLM) .................................................................. 139
Bijlage E
R-net .................................................................................................................... 140
Bijlage F
ITS-projecten ....................................................................................................... 141
Bijlage G
Prioritaire Metropolitane Fietspaden ..................................................................... 142
Bijlage H
InnOVatie ............................................................................................................. 143
Bijlage I
Ketenmobiliteit OV knooppunten .......................................................................... 144
Bijlage J
Uitvoeringsagenda Bereikbaarheid, beleidsuitwerking .......................................... 145
Bijlage K
Afkortingenlijst ..................................................................................................... 146
66
1.
Inleiding, achtergronden en kaders
1.1
Inleiding
De Vervoersautoriteit Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) voert de verkeer- en vervoerstaken binnen de Metropoolregio uit, waaronder het ontwikkelen van beleid en het realiseren en subsidiëren van investeringsmaatregelen binnen de programma’s Exploitatie verkeer en openbaar vervoer en Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer. Het Investeringsprogramma Vervoersautoriteit (IPVa) is de concrete uitwerking van de Uitvoeringsagenda Bereikbaarheid, gericht op het programma Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer. De begroting is op basis van de voortgang van werkzaamheden, de bijlagen van het IPVa blijven gestoeld op het te verwachten kasritme. Hiermee beogen we duidelijkheid te verschaffen aan subsidie-aanvragers of er al een voorschot is aangevraagd en wat de omvang is van de resterende financiële verplichting. Het IPVa beschrijft waar we de beschikbare investeringsruimte aan besteden: in de vorm van te verlenen subsidies, bijdragen en te verstrekken opdrachten. Hiervoor zijn met name de 23 gemeenten en de provincie Zuid-Holland geconsulteerd. Tegelijkertijd is in het Bestuurlijk Overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (BO-MIRT) door het Rijk en de regiopartners afgesproken om in te zetten op het Gebiedsprogramma Rotterdam - Den Haag voor zowel de korte termijn als voor de middellange termijn. Hoofdstuk 3 geeft daar een korte beschrijving van.
Het programma voor de Korte Termijn Aanpak tot en met 2022 valt onder de hoede van de Programmaraad MoVe (Mobiliteit en Verstedelijking). Het Rijk stelt budget beschikbaar wanneer het een prioriteit is uit het regeerakkoord, of als het gaat om potentiële opgaven uit de Nationale Markt- en Capaciteitsanalyse (NMCA), en wanneer de regio bereid is tot cofinanciering. Om programma’s en projecten in aanmerking te laten komen voor Rijksbijdragen, zal de regio dus ook zelf budgetten beschikbaar moeten stellen. In hoofdstuk 4 is gericht op openbaar vervoer (OV). Naast specifieke programma’s is een fasering van onderwerpen opgenomen, van verkenning tot en met de realisatiefase. Daar waar verkenningen soms zijn ondergebracht in verschillende programma’s, en de besluitvorming over het afronden van een fase nog niet afgerond is, is gekozen voor een zo logisch mogelijke rubricering ten bate van de leesbaarheid. Hoofdstuk 5 omvat programma’s en projecten op het gebied van auto, fiets, AVLM, verkeersveiligheid en ITS. Hoofstuk 6 geeft het beeld van grote of bijzondere projecten die in 2020 zijn opgeleverd en in gebruik genomen. De kleine projecten zijn opgenomen in de bijlagen, zodat het IPVa compact en leesbaar blijft.
67
1.2
Werkgebied van de Vervoersautoriteit
De geografische grenzen en gemeenten zijn op onderstaand kaartje aangegeven. De gemeenteraden van Hellevoetsluis, Westvoorne en Brielle hebben in december 2020 het herindelingsontwerp vastgesteld. Daarmee komt een fusie van deze gemeenten per 1 januari 2023 in zicht.
68
1.3
Van beleid naar uitvoering
In de Uitvoeringsagenda Bereikbaarheid 2016-2025 (UAB) is het centrale thema “Versterking agglomeratiekracht” uitgewerkt naar ambities qua bereikbaarheid, kansen voor mensen, duurzaamheid, kwaliteit van plekken, efficiency en kwaliteit van de netwerken van weg, openbaar vervoer en fiets. Na de vaststelling van de UAB zijn deze eisen verder geconcretiseerd en worden samen met de gemeenten uitgewerkt tot concrete maatregelen. Er zijn programma’s opgesteld voor: - Implementatie R-net; - Automated Vehicles Last Mile; - Intelligente Transport Systemen; - Korte Termijn Aanpak 2020 – 2022 en 2021-2023; - InnOVatie; - Prioritair Metropolitaan fietsnetwerk. Het programma ITS wordt in 2021 afgerond en komt in de begroting 2022 te vervallen. De mogelijkheden tot subsidie verlopen vanaf 2022 via het programma Kleine Projecten. In 2021 volgen nog programma’s met een scope voor: - Ketenmobiliteit annex OV-knooppunten; - CO2-reductie. In bijlage J zijn de nog resterende beleidsuitwerkingen kort weergegeven.
1.4
Uitgangspunten en randvoorwaarden
Wat we willen bereiken is dat het IPVa inzicht geeft in de belangrijkste projecten en de relevante wijzigingen. We houden het leesbaar door ons in de tekst te beperken tot de hoofdlijnen. In de bijlagen worden de investeringen en bestedingen gedetailleerder weergegeven. De exploitatiekosten openbaar vervoer, beheer- en onderhoudskosten, jaarlijkse bijdragen aan gelieerde partijen en apparaatslasten worden betaald vanuit de BDU-gelden, maar zijn geen projectmatige investeringen. Om die reden maken deze geen onderdeel uit van het IPVa. Naast de UAB, heeft het IPVa een basis in de Subsidieverordening Vervoersautoriteit MRDH 2018 en de bijbehorende Uitvoeringsregeling. In het IPVa worden de bedragen voor verkenningen en planstudies van (grote) infrastructurele projecten niet genoemd. Voor de fasering houden we aan: Verkenningen: Er is een probleem geconstateerd, waarbij in een verkenning het nut en de noodzaak van mogelijke oplossingen wordt onderzocht. Planstudies: Na een afgeronde verkenning is een potentiële oplossing voorhanden. De effecten en kosten zijn indicatief bekend, maar er is nog geen dekking. De planning heeft een bandbreedte van enige jaren en er is nog geen aangewezen projectorganisatie. Uitwerkingsfase: Voor het project heeft de MRDH een aanmelding van de wegbeheerder getoetst en opgenomen in het IPVa. De planning is tot 1 à 2 jaar nauwkeurig.
Het project kan eventueel afvallen als blijkt dat er (nog) geen of onvoldoende geld beschikbaar is om het project uit te voeren en af te ronden.
69
Realisatiefase: Vaststelling:
Het project is getoetst en (bijna) beschikt volgens, in overeenstemming met de verordening. De planning en uitvoeringstermijn zijn bekend. Het project is afgerond en de eindafrekening wordt ingediend. De Vervoersautoriteit MRDH verzorgt de financiële vaststelling.
In het onderstaande plaatje is deze volgordelijkheid schematisch aangegeven, met daarbij de momenten dat er budget wordt opgenomen in het meerjarenbeeld of in de begroting. Voor het opnemen van budget in de begroting is een besluit van het AB vereist.
70
2.
Financiële samenvatting
De projecten en de organisatie van de Vervoersautoriteit worden grotendeels bekostigd uit de reguliere rijksbijdrage, de zogenaamde Brede Doeluitkering Verkeer en Vervoer (BDU). Om te bepalen of er over een looptijd van vier jaar voldoende middelen voorhanden zijn om alle kosten te dekken, wordt in de begroting een aanname gedaan voor het programma Kleine projecten op basis van de bestedingen in voorgaande jaren. Voor de gehele regio hanteren we voor 2022 een subsidieplafond van € 30 miljoen voor het programma Kleine projecten. Kleine projecten kennen een subsidiegrens van € 5 miljoen subsidiabele kosten voor OV-projecten en € 10 miljoen subsidiabele kosten voor overige projecten. Kleine projecten kunnen uit de gehele range van auto, fiets, ketenmobiliteit, verkeersveiligheid en kleine OV-projecten komen. In het budget zijn ook de reserveringen begrepen voor verkeerseducatie en investeringen in infrastructuur die door de MRDH zelf worden opgedragen. Binnen de financiële administratie van de MRDH is de bron van diverse geldstromen en fondsen vastgelegd, zoals extra bijdragen van het ministerie van IenW in het kader van het MIRT (gebiedsprogramma) en nog lopende bijdragen voor programma’s als het Actieprogramma Regionaal Openbaar Vervoer. Daarnaast kunnen er ook bijdragen van andere overheden of derden via de MRDH worden ingezet.
In dit IPVa zal dat alleen zichtbaar zijn wanneer het relevant is voor de programma’s waar budget voor wordt gevoteerd. Afgeronde subsidieprogramma’s waar geen subsidie meer uitvloeit, worden niet meer vermeld. Voor het IPVa 2022 gelden de volgende randvoorwaarden: - Binnen het jaarlijkse budget voor Kleine projecten is er geen aparte oormerking voor fiets- en ketenmobiliteit, educatie, verkeersveiligheid, verkeersmanagement en wegenstructuur en openbaar vervoer. - Als er ruimte ontstaat binnen enig programma omdat een subsidie niet wordt aangevraagd of lager wordt beschikt, dan blijft deze financiële ruimte gedurende het jaar beschikbaar voor het betreffende programma.
71
3.
Integrale programma’s
Een programma is een geheel van samenhangende projecten, dat op een bepaald beleidsterrein van het verkeer- en vervoerbeleid uit de UAB betrekking heeft. Een programma wordt opgenomen in het IPVa nadat de bestuurscommissie Vervoersautoriteit besloten heeft tot het instellen daarvan. Een programma hoeft niet automatisch van een budget te zijn voorzien. Voorwaarden voor het instellen van een programmabudget zijn een besluit van de bestuurscommissie Vervoersautoriteit inclusief een dekkingsvoorstel dat past binnen de begroting welke door het AB wordt vastgesteld. Er zijn ook diverse samenwerkingsprogramma’s. Een samenwerkingsprogramma is een geheel van projecten gebaseerd op een samenwerkingsovereenkomst van de MRDH met meerdere partijen met als doel het realiseren van een bepaalde beleidsdoelstelling passend binnen de UAB. Een voorbeeld daarvan is de Korte Termijn Aanpak MoVe 2020-2022 en 2021-2023, een kortlopend programma in uitvoering in samenwerking met het ministerie van IenW en de provincie ZuidHolland. In dit hoofdstuk is de indeling aangehouden van integrale programma’s, programma’s voor openbaar vervoer, fiets- en ketenmobiliteit, autoverkeer en intelligente transportsystemen/innovatie. Naast bovenstaande programma’s is er natuurlijk ook het programma Kleine Projecten met projecten waarvan de omvang van de subsidie kleiner is dan € 5 miljoen.
Deze projecten vallen onder fiets- en ketenmobiliteit, verkeersveiligheid, verkeersmanagement en wegenstructuur, of openbaar vervoer. De verkeersveiligheidseducatie en de aansluitingen HoofdwegennetOnderliggend wegennet zijn, vanwege de beperkte omvang, financieel ondergebracht in het programma Kleine projecten.
In de hoofdstukken OV en Verkeer worden de programma’s beschreven die specifiek betrekking hebben op OV en Verkeer.
72
Korte Termijn Aanpak Mobiliteit en Verstedelijking 2020-2023 Doelstelling S.A. : Verbeteren bereikbaarheid toplocaties en banen Planning : Realisatie 2020-2023 Investering : € 62,2 miljoen, oplopend tot maximaal € 100 miljoen Subsidie MRDH : € 20,8 miljoen, oplopend tot maximaal € 30 miljoen Rol MRDH : Subsidieverlener en coördinatie tussen gemeenten en MoVe De Korte Termijn Aanpak Mobiliteit en Verstedelijking (KTA MoVe) is een onderdeel van het Gebiedsprogramma ‘Mobiliteit en Verstedelijking (MoVe) ’. De KTA bevat korte-termijn maatregelen die een bijdrage leveren aan doelen en opgaven van het gebiedsprogramma. Voor de periode 2020 – 2023 is door de Programmaraad MoVe een pakket van circa € 62,2 miljoen samengesteld met input van gemeenten en andere regionale partijen. Tussen Rijk, provincie en de MRDH afspraken zijn gemaakt over inhoud en bijdragen voor 2020 tot en met 2023. Dit programma vindt u terug in de bijlagen als KTA MoVe 2020 – 2022 en 2021 - 2023. Van de geoormerkte bijdrage van € 30 miljoen van de MRDH wordt € 1.758.000,- ingezet voor de voorbereidingskosten verkenning Oeververbinding, zodat voor KTA-afspraken vanaf 2022 nog € 7,3 miljoen resteert.
De projecten van de KTA zijn getoetst aan een aantal basisvoorwaarden: • Bijdrage aan de doelen van het bovengenoemde Gebiedsprogramma en in het bijzonder de opgaven van de prioritaire gebieden (Rotterdam, Westland, Middengebied rondom Zoetermeer, en Voorne-Putten); • Passend binnen de bestaande beleidskaders van Rijk en regio, waaronder het duurzaam versterken van de economie en concurrentiekracht; • Uitvoerbaarheid: kan het project binnen de termijn gefinancierd en gerealiseerd worden. De KTA richt zich op korte termijnprojecten van de vijf opgaven binnen MoVe: - Westland - Voorne-Putten - Middengebied (Zoetermeer – Gouda- Rotterdam -Delft) - de Oeververbinding Rotterdam - Binckhorst. Bij Den Haag zijn projecten opgenomen in een pakket met No Regret- maatregelen Binckhorst, er zijn afgelopen MIRT geen KTA-projecten toegewezen. Daarnaast streven Rijk en regio naar versterking van het OV onder de noemer Adaptieve Ontwikkelstrategie OV en Verstedelijking. Er is ook ruimte voor gedragsmaatregelen, waarvan de praktische uitvoering is belegd bij twee uitvoeringsorganisaties: de Verkeersonderneming en Bereikbaar Haaglanden en Rijnland. Er zijn gesprekken gaande voor bundeling van deze organisaties en voor meerjarige bekostiging van activiteiten door het Rijk en regionale partijen.
De besluitvorming voorzien we medio 2021 waarbij tegelijkertijd de wijze van bekostigen wordt vastgelegd. Slimme bereikbaarheidsmaatregelen kunnen extra capaciteit op het wegennet realiseren zonder te investeren in nieuwe infrastructuur. Een betere benutting wordt mogelijk door afspraken met het bedrijfsleven te maken (mobiliteitsmanagement) en door technische maatregelen (dynamisch verkeersmanagement).
73
Central Innovation District Binckhorst, No Regret-maatregelen Doelstelling S.A. : Samen voortvarend werken aan de bereikbaarheid van woon- en werklocaties Planning : Realisatie 2020-2025 Investering : € 137,7 miljoen Subsidie MRDH : € 41,1 miljoen Rol MRDH : Subsidieverlener In november 2019 is een bestuursovereenkomst ondertekend over de No-Regret maatregelen voor het Central Innovation District (CID) Binckhorst. Het Rijk, de MRDH, gemeente Den Haag, provincie Zuid-Holland en Leidschendam-Voorburg hebben zich gecommitteerd aan bijdragen, planning en het oprichten van een uitvoeringorganisatie om de No Regret-maatregelen te realiseren. De lijst met 16 projecten wordt uitgevoerd tussen 2020 en 2025. De financieel omvangrijkste projecten zijn de ombouw en aanpassing van spoorviaducten voor een nieuwe HOV-baan, de HOVbaan zelf tussen de Mercuriusweg en Zonweg, de fietssnelweg Verlengde Velostrada, de fietsroute Trekvliettracé, een tijdelijke uitbreiding meerlaagse fietsenstalling bij station Laan van NOI, Mobility hubs en het herinrichten van de Waldorpstraat tussen station HS en de Binckhorst. De complete lijst van projecten is beschreven in het Realisatieplan van 16 juli 2019, vastgesteld in het BO MIRT van november 2019.
De planning van de ombouw van de spoorviaducten is afhankelijk van de planning van ProRail, waarbij rekening wordt gehouden met bepaalde blokperiodes dat het spoor afgesloten wordt. Om die reden kan de planning voor dat project nog niet hard worden gemaakt. In 2020 is een verdere toedeling van de gemaximeerde budgetten per verstrekker gemaakt. De maximale bijdragen zijn: IenW € 45,7 miljoen, MRDH € 41,1 miljoen, Den Haag € 39 miljoen, provincie Zuid-Holland € 8,9 miljoen en Leidschendam-Voorburg € 3 miljoen. De subsidie van de MRDH aan het No Regret-pakket is onderdeel van MIRT verkenning Schaalsprong regionale bereikbaarheid CID/Binckhorst.
74
MIRT verkenning Schaalsprong regionale bereikbaarheid CID/Binckhorst Doelstelling S.A. : Verbeteren bereikbaarheid toplocaties en banen Top-eis : Concurrerende economie, Kansen voor mensen, duurzame regio Thema : Verstedelijking, reistijdverkorting, capaciteitsvergroting, CO2-reductie Fase: : Verkenning Planning : Verkenning gereed eind 2021, realisatie No Regret-pakket 2020-2025 Investering : Circa € 419 miljoen, waarvan voor No Regret € 137 miljoen Subsidie MRDH : Indicatie € 48,5 miljoen + aandeel resterend benodigde dekking Rol MRDH : Mede-opdrachtgever verkenning, penvoerder is Den Haag De centrale doelstelling voor deze MIRT-verkenning is het ontwikkelen van een voorkeursalternatief voor het verbeteren van de duurzame bereikbaarheid van het gebied Central Innovation District (CID)– Binckhorst. Het verbeteren van de bereikbaarheid met het OV en langzaam verkeer van het gebied is een voorwaarde voor het kunnen ontwikkelen van 23.300 woningen en 30.000 arbeidsplaatsen in het gebied. Het levert ook een belangrijke bijdrage aan het oplossen van NMCAknelpunten in het OV in het gebied en de versterking van de agglomeratiekracht, ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid, kansen voor mensen en opgaven ten aanzien van duurzaamheid en klimaat en aan de mobiliteitstransitie in de regio Rotterdam Den Haag.
Het plangebied van de MIRT-verkenning regio Den Haag CID-Binckhorst beslaat globaal het gebied tussen en rondom de drie Haagse intercitystations, aansluitend op het bestaande kantorencluster, inclusief het gehele transitiegebied Binckhorst tot en met station Voorburg. Het studiegebied beschouwt de regionale context waaronder de gemeenten Rijswijk en Leidschendam-Voorburg, Zoetermeer, Pijnacker-Nootdorp en Delft. De verwachte doorlooptijd van de verkenning is twee jaar. De eerste fase van de verkenning (zeef 1) is in het najaar van 2019 afgerond. Naar verwachting kan op basis van de gehele verkenning eind 2021 een voorkeursbesluit genomen worden. In het BO MIRT van najaar 2020 is een formele MIRT-startbeslissing genomen, met een budgetreservering door betrokken partijen van in totaal € 150 miljoen Deze reservering betreft een dekking van 75% van de verwachte kosten en is verdeeld over de gemeente Den Haag (€ 50 miljoen), Rijk (€ 50 miljoen), gemeente LeidschendamVoorburg (€ 1,5 miljoen) en MRDH (€ 48,5 miljoen). Afhankelijk van het voorkeursbesluit zullen projectpartners overleg voeren om tot volledige financiële dekking van de voorkeursvariant te komen. Over een eventuele additionele bijdrage van MRDH daaraan, en de hoogte ervan, zal aparte besluitvorming plaatsvinden.
75
Slim en Schoon van Strand naar Stad Doelstelling S.A. : Verbetering kwaliteit en efficiency OV, kansen voor mensen Fase : planstudie Planning : Realisatie tot 2027 Investering : € 30 miljoen Subsidie MRDH : € 5 miljoen Rol MRDH : Subsidieverlener en ondersteunend aan Den Haag, HTM, NS Dit dossier is een samenwerking met de gemeente Den Haag, HTM, NS en MRDH gericht op nieuwe en duurzame vervoersoplossingen met OV, fiets, auto tussen de drie NS-stations en Scheveningen. Ideeën daarvoor zijn: versnellingsmaatregelen tramlijn 9 inclusief een intercitytram tijdens stranddagen, deelmobiliteitshubs en een reizigersverwijssysteem vanaf de stations Laan van NOI, Centraal Station en Hollands Spoor naar het strand. De betrokken partijen hebben in een overeenkomst (vastgesteld door de BCVa februari 2021), vastgelegd totaal maximaal € 30 miljoen te investeren tussen 2021 en 2027, gericht op slimme en duurzame mobiliteitsoplossingen in het gebied op en bij de Haagse treinstations en de relatie naar de kust. Op basis daarvan starten de vier organisaties elk hun eigen projecten, dan wel subsidiëren zij elkaars projecten. De financiële inbreng van de NS is € 15 miljoen, van Den Haag € 10 miljoen, de MRDH € 5 miljoen; HTM niet.
76
MIRT Verkenning Oeververbindingen regio Rotterdam Doelstelling S.A. : Verbeteren bereikbaarheid toplocaties en banen Top-eis : Kansen voor mensen, Concurrerende Economie, CO2-reductie Thema : Verstedelijking, Reistijdverkorting, Capaciteitsvergroting Fase: : Verkenning Planning : Verkenning 2021 en 2022, Realisatie 2024-2028 Investering : “meest voor de hand liggende variant” is € 687 miljoen, inclusief Algeracorridor Subsidie MRDH : Indicatie € 100 miljoen + aandeel resterend benodigde dekking Rol MRDH : Mede-opdrachtgever verkenning, penvoerder is Rotterdam Rijk en regio hebben tijdens het Bestuurlijk Overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT) besloten een MIRT-verkenning te starten. Het centrale doel van deze verkenning is het ontwikkelen van een voorkeursalternatief voor de verdere (OV-gerelateerde) verstedelijking van de Rotterdamse regio in combinatie met het oplossen van NMCA-knelpunten op de A16/Van Brienenoordcorridor, het knelpunt Algeracorridor en De NMCA knelpunten in het Rotterdamse OVnetwerk. De verkenning richt zich op mogelijkheden in het oostelijk deel van de Rotterdamse regio om de (multimodale) bereikbaarheid te verbeteren door onder andere het realiseren van een extra oeververbinding.
Andere doelen die in de verkenning worden meegenomen zijn de kansen voor verstedelijking en toplocaties, kansen voor mensen in met name Rotterdam-Zuid en de stedelijke leefkwaliteit. Concrete onderzoekpunten zijn de Algeracorridor, de mogelijkheden voor Hoogwaardig Openbaar Vervoer (HOV) in de Maastunnel en maatregelen op de A16. De meest voor de hand liggende variant bestaat uit een multimodale oeververbinding, een HOV-verbinding Kralingse ZoomZuidplein, een nieuw station Stadionpark, maatregelen op de A16 en op de Algeracorridor. In het BO-MIRT van november 2020 is de startbeslissing genomen en de notitie Reikwijdte en Detailniveau vastgesteld. De MIRT-verkenning is gericht op de nadere uitwerking van bereikbaarheidsmaatregelen om vervolgens te komen tot een voorkeursalternatief en besluitvorming daarover. De verwachte doorlooptijd van de MIRT verkenning Oeververbinding regio Rotterdam is ca. 1,5 tot 2 jaar, dus tot medio 2021. Rijk en regio hebben samen € 526 miljoen euro gereserveerd voor deze maatregelen: de minimale zekerstelling van 75% om de verkenning te starten. Hiernaast: de scope van de MIRTverkenning Oeververbindingen Regio Rotterdam
77
MIRT Gebiedsuitwerking Greenport 3.0 Westland Doelstelling S.A. : Betrouwbaar op weg Top-eis : Concurrerende economie/netwerkeis wegennet Fase : Verkenning Planning : Besluit over mobiliteitsopgaven in het BO MIRT van najaar 2021 Investering : Nader te bepalen Subsidie MRDH : Nader te bepalen Rol MRDH : Subsidieverlener KTA, meedenkend aan onderzoek De ‘Integrale gebiedsuitwerking ruimtelijke en logistieke invulling Greenport 3.0 Westland’ richt zich op de ruimtelijk-logistieke aspecten die de netwerkkracht versterken van de Greenports in samenhang met de mainports Rotterdam en Schiphol. De gebiedsuitwerking is nodig om te kunnen bepalen wat de opgaven zijn voor de bereikbaarheid van het glastuingebied in 2030-2040. Er wordt gebruik gemaakt van de toekomstbeelden van de Rotterdamse haven en de toekomstbeelden van het foodcluster in de Waal-Eemhaven, met als onderdeel de Coolport. Dit moet leiden tot een voorstel voor een adaptieve aanpak van de bereikbaarheid in het Westland, met voorstellen voor bekostiging en afspraken tussen overheden, bedrijfsleven en kennisinstituten. De gebiedsuitwerking wordt opgesteld in samenwerking met Hoogheemraadschap van Delfland, het Havenbedrijf Rotterdam, gemeente Midden-Delfland, MRDH, gemeente Westland, Rijk (BZK, EZK, I&W) en de provincie Zuid-Holland. Er wordt gewerkt aan vier producten: 1.
De integrale scenario’s of toekomstbeelden van de ontwikkeling van het gebied in relatie met Mainports en andere Greenports in 2030-2040; 2. Daaruit naar voren komende opgaven voor met name bereikbaarheid van het gebied; 3. Maatregelen voor de Korte Termijn Aanpak ter verbetering van de bereikbaarheid; 4. Maatregelen bereikbaarheid voor de middellange en lange termijn. In 2021 zullen de resultaten, de maatregelen, de bekostiging en de afspraken tussen partijen worden opgesteld.
78
MIRT Gebiedsuitwerking Voorne-Putten Doelstelling S.A. : Betrouwbaar op weg Top-eis : Concurrerende economie (betrouwbaarheid), netwerkeisen weg Fase : Verkenning Planning : Verkenning gereed tweede kwartaal 2021 Investering : Nader te bepalen Subsidie MRDH : Nader te bepalen Rol MRDH : Mede-opdrachtgever De gebiedsuitwerking heeft als doel ‘het voor de korte, middellange en lange termijn verkennen van oplossingen en/of maatregelpakketten ter verbetering van de bereikbaarheid van Voorne-Putten, mede in relatie tot verstedelijkingsafspraken, ontwikkeling van de haven van Rotterdam en het goederenvervoer alsmede overige ruimtelijke en economische ontwikkelingen in dit gebied”. In november 2018 is de probleemanalyse afgerond en is bepaald welke oplossingen en/of maatregelpakketten onderzocht moeten worden op hun doelbereik. De effecten van de maatregelen zijn in 2019 in beeld gebracht en er zijn vervolgstappen bepaald met een in het KTA opgenomen programma. De beoogde vervolgstappen zullen, als onderdeel van het Gebiedsprogramma in 2021 nader worden uitgewerkt en voorgelegd worden in het BO MIRT.