CConstaterende datMaassluis
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Visie openbare ruimte (achtergrondinfo)

Thema-avond 1 21 september 2021, gemeente MaassluisBij agendapunt: 19.00-21.15 uur: Groenbeheer Maassluis16.168 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Visie openbare ruimte 2030 Maassluis

COLOFON OPG E STE LD DOOR

Bosch Slabbers Landschapsarchitecten; Steven Slabbers Clim Sorée PLAN terra; Marco Hommel Gert Oosterhuis OP DRACHTG EVE R

Gemeente Maassluis D AT U M

april 2015

Visie openbare ruimte 2030 Maassluis

PLAN terra

INHOUDSOPGAVE

0

1

2

3

4

5

•4•

Inleiding 1.1 Het belang van de openbare ruimte 1.2 Aanleidingen 1.3 Doel 1.4 Positionering en looptijd 1.5 Opbouw van de visie / leeswijzer

7 7 8 9 10 11

Kenschets 2.1 Geschiedenis 2.2 Kernkwaliteiten 2.3 Glas in lood

13

Opgave en uitgangspunten 3.1 Opgave 3.2 Uitgangspunten bij de openbare ruimte

23

Het te beheren areaal 4.1 De jaarlijkse kosten voor beheer en onderhoud 4.2 Kosten per woning en per vierkante meter openbare ruimte 4.3 Het glas in lood in cijfers

29

Visie 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6

33 Het lood Het glas; veelkleurig en dynamisch Groenstructuurplan Differentiatie Participatie – bewoners kunnen een extra plus maken Routes

BOS C H

S LAB B E R S / P LAN TE R RA

13 17 21

23 25

29 29 31

33 37 39 43 47 51

6

55

De Maat van Maassluis 6.1 Meetbaar maken van kwaliteit 6.2 De ambities voor het glas in lood

55 56

7

Strategie – ontwikkelend beheren 7.1 Beheeropgaven – waar is de Maat van Maassluis al praktijk? 7.2 Geplande investeringen voor beheer en ontwikkelingen in de openbare ruimte 7.3 Strategie – ontwikkelend beheren 7.4 Onder de loep – visie openbare ruimte 7.5 Referentie-inrichtingen voor gedifferentieerd beheer 7.6 Financiële kaders voor gedifferentieerd beheer

61

8

77

Uitwerking naar beheerplannen

V I S I E

OP E N BAR E

R U I M T E

61 63 65 67 71 73

M AAS S LU I S

•5•

•6•

BOS C H

S LAB B E R S / P LAN TE R RA

1

1.1

INLEIDING

Het belang van de openbare ruimte

De inrichting en het beheer van de openbare ruimte bepalen in belangrijke mate het leefklimaat van Maassluis. De openbare ruimte moet de inwoners een attractieve omgeving bieden; een omgeving die het karakter van Maassluis versterkt en haar inwoners een ‘thuisgevoel’ geeft. Een omgeving ook die de zintuigen prikkelt, waar men kan ontspannen en die verbindingen legt. Het belang van de openbare ruimte reikt echter verder dan het beeld. De openbare ruimte moet ook bijdragen aan de ambitie van ‘de gezonde stad’. In de gezonde stad heeft de openbare ruimte een ‘sociale kwaliteit’: een openbare ruimte die uitdaagt tot beweging en die ruimte biedt aan sport en spel. De openbare ruimte kan op deze manier bijdragen aan het tegengaan van overgewicht. De openbare ruimte is een plaats voor ontmoeting. Met de juiste voorzieningen kan de openbare ruimte bijdragen aan het tegengaan van een sociaal isolement van ouderen of maatschappelijke ontwrichting van de jeugd. De inrichting en het beheer van de openbare ruimte bieden de mogelijkheid om de betrokkenheid van de bewoners bij hun omgeving te vergroten, de sociale binding en hun trots te versterken. Een openbare ruimte met sociale kwaliteiten moet ‘schoon, heel en veilig’ zijn en op een prettige manier aanleiding geven tot gebruik en ontmoeting.

Dat is in de eerste plaats een verantwoordelijkheid voor de gemeente, maar ook de bewoners en ondernemers kunnen hieraan een bijdrage leveren. Tot slot zijn er in de openbare ruimte allerlei concrete aanleidingen en mogelijkheden om onze woonen werkomgeving op een meer duurzame manier in te richten en te beheren en bij te dragen aan de opgaven rond klimaatadaptatie van de woonomgeving. Kortom, in de openbare ruimte komen beleven, bewegen, ontmoeten, trots en duurzaamheid samen. Vanuit die veelheid aan aspecten hecht de gemeente Maassluis aan een openbare ruimte waarin bewuste keuzes worden gemaakt over de inrichting en het beheer van de openbare ruimte. Vanuit deze ambitie zet de gemeente met deze visie de koers voor de komende jaren uit.

V I S I E

OP E N BAR E

R U I M T E

M AAS S LU I S

•7•

1.2

Aanleidingen

Er zijn verschillende aanleidingen om juist nu een visie op de openbare ruimte vast te stellen. Gebrek aan samenhang Maassluis kent een verscheidenheid aan openbare ruimte: van wegen tot parken, van pleinen tot vlieten, van speeltuinen tot begraafplaatsen. Maassluis is rijk aan groene openbare ruimtes, maar het ontbreekt aan samenhang. De onderlinge samenhang tussen de verschillende openbare gebieden binnen de stad is beperkt. Ook de samenhang tussen het groen binnen en buiten de stad is beperkt, terwijl er juist zoveel interessante natuur- en recreatiegebieden in nabijheid aanwezig zijn. Er zijn veel potenties om de continuïteit en samenhang met de omgeving te verbeteren. Gedateerd en potenties voor meer gebruiksmogelijkheden Veel van de openbare ruimte in Maassluis is aangelegd in de jaren zestig, zeventig en tachtig van de vorige eeuw. De ontwerpen zijn gebaseerd op wensen en opvattingen van die tijd en sluiten niet overal meer goed aan bij de huidige wensen ten aanzien van ruimtelijk beeld en gebruik. Zo oogt de groeninrichting met de geschoren gazons en haar kaarsrechte, strak beschoeide watergangen in diverse delen van de gemeente wat gedateerd. In de huidige tijd waarderen we natuur in de directe nabijheid van de woning en een omgeving waarin natuurwaarden tot ontwikkeling kunnen komen. Maassluis heeft momenteel vooral veel kijkgroen met beperkte gebruiksmogelijkheden.

Dat biedt veel potenties om om te vormen tot gebruiksgroen. Er is ruimte voor meer uitdagingen tot sport en spel en ruimte voor meer ontmoetingsplaatsen. Er kunnen routes worden gemaakt tussen de eigen woning en het buitengebied van Maassluis (de Nieuwe Waterwegzone, Midden-Delfland, Westland). Omwonenden kunnen hun omgeving ook meer ‘eigen maken door het groen zelf te schoffelen en te snoeien, de straten schoon te houden en mee te werken aan het verfraaien van hun eigen woonomgeving. Groenstructuurplan 2004 Het Groenstructuurplan van de gemeente Maassluis dateert uit 2004. Inmiddels heeft de stad niet stil gezeten: de herontwikkeling van de Burgemeesterswijk nadert zijn voltooiing, het Balkon is in ontwikkeling en de ontwikkeling van de Dijkpolder is in voorbereiding. De visie openbare ruimte biedt de mogelijkheid om het groenstructuurplan te actualiseren. Betrokkenheid, trots en participatie Uit de enquête en de schouw die in 2013 zijn uitgevoerd blijkt dat de inwoners van Maassluis tevreden zijn over de inrichting en het beheer van de openbare ruimte. Die tevredenheid vormt een basis om nu op door te pakken. De inrichting en het beheer van de openbare ruimte zijn bij uitstek een middel om de betrokkenheid van inwoners bij hun omgeving te versterken. Participatie verschaft de mensen de mogelijkheid om weer trots op hun omgeving te zijn.

Deze mogelijkheid wordt nog niet ten volle benut. De gemeente introduceert met deze visie een andere benadering, die van het ‘samendoen’. De komende periode gaat de gemeente actief onderzoeken waar mogelijkheden zijn inwoners direct bij de inrichting en het beheer van de openbare ruimte te betrekken.

•8•

BOS C H

S LAB B E R S / P LAN TE R RA

Gedifferentieerd beheer Beheer is geen doel op zich. De gemeente onderhoudt de openbare ruimte niet alleen om het schoon, heel en veilig te houden: de inrichting en het onderhoud van openbare ruimte moet zij zodanig uitvoeren dat deze daadwerkelijk bijdragen aan de hogere doelen van ‘beleven, bewegen, ontmoeten, trots en duurzaamheid’. Er kunnen meer bewuste keuzes worden gemaakt, bijvoorbeeld door meer ecologische inrichtingen en beheer in het ene deel van de stad en juist intensiever onderhoud en meer voorzieningen voor actief gebruik in andere delen van de stad. De overtuiging bestaat dat door ‘gedifferentieerde keuzes’ met dezelfde financiële middelen meer resultaten kunnen worden bereikt: een openbare ruimte met meer identiteit, onderscheidende kwaliteiten en daardoor meer tevredenheid bij bewoners en ondernemers. In de visie wordt deze strategie van ‘gedifferentieerd beheer’ uitgewerkt.

1.3

Doel

De gemeente Maassluis onderkent zowel de betekenis van de openbare ruimte als de nieuwe economische werkelijkheid waarin zij moet opereren. Meer dan ooit is ‘value for money’ uitgangspunt. Het ontbreekt de gemeente aan een overkoepelende en samenbindende visie op haar openbare ruimte. Beslissingen over inrichtingen en het onderhoud worden nu nog te vaak op grond van ad-hoc afwegingen gemaakt. Dit vergt veel inzet en hiermee dreigt de samenhang der dingen in het geding te komen. De Visie Openbare Ruimte Maassluis bakent de ambitie van de gemeente af en geeft richting aan de toekomstige ontwikkelingen ten aanzien van de openbare ruimte. De visie biedt een kompas bij de afwegingen waar de gemeente ten aanzien van de openbare ruimte in de toekomst voor staat. De visie gaat daarmee over ambitie en de wegen waarlangs deze ambitie bereikt kan worden. Onderdeel van deze visie is aan te geven waar de gemeentelijke doelen en de gemeentelijke verantwoordelijkheid zich primair op richten en waar bewoners en ondernemers in Maassluis in samenwerking met de gemeente op specifieke plekken in de stad extra kwaliteiten kunnen realiseren De visie wil inspireren en enthousiasmeren. Het wil bestuurders laten zien welke ‘winst’ met deze ambities kan worden behaald.

‘Winst’ in overdrachtelijke betekenis, in de zin van meer ruimtelijke identiteit, en meer gebruiksmogelijkheden en meer sociale kwaliteit; maar ook letterlijk, in de zin van beheersbaarheid van kosten, waarbij met hetzelfde geld meer kwaliteiten en meer tevredenheid worden gerealiseerd.

V I S I E

OP E N BAR E

R U I M T E

M AAS S LU I S

•9•

1.4

Positionering en looptijd

De Visie Openbare Ruimte vormt een strategische uitwerking van de Ruimtelijke Structuurvisie (2012). Het legt de ambitie, de algemene uitgangspunten ten aanzien van de openbare ruimte voor de middellange termijn (15 jaar) vast en biedt een richtpunt voor toekomstige ontwikkelingen en inspiratie voor ontwerpers. Daarmee geeft het voeding aan toekomstige plannen. In de periode tot 2030 krijgt de visie geleidelijk in het veld gestalte, met de toekomstige ontwikkelingen wordt stap voor stap aan de realisatie van de ambitie toegewerkt. Iedere 5 jaar vindt een actualisatie van deze visie plaats. Deze visie openbare ruimte wordt op het tactische niveau vertaald naar meer concrete beheerplannen, van het baggerplan tot het onderhoudsplan gemalen tot het beheerplan groen. De visie op de openbare ruimte geeft meer algemene richtlijnen waar deze beheerplannen op aan zullen haken en die in deze beheerplannen concreet worden gemaakt. De beheerplannen zelf zullen iedere 5 jaar worden geactualiseerd. Voor de concrete uitvoering is het uitvoeringsprogramma buitenruimte van belang dat iedere 4 jaar wordt bijgesteld. Tot slot is in deze visie openbare ruimte de hoofdgroenstructuur opnieuw gedefinieerd. Het vormt hiermee de actualisatie van het Groenstructuurplan uit 2004.

De visie openbare ruimte als strategisch kader – vertaling via de beheerplannen op tactisch niveau naar de concrete uitvoering op operationeel niveau

• 10 •

BOS C H

S LAB B E R S / P LAN TE R RA

1.5

Opbouw van de visie / leeswijzer

Hoofdstuk 2 geeft een kenschets van de openbare ruimte van Maassluis. Het schetst de ontwikkelingsgeschiedenis van Maassluis en benoemt de kernkwaliteiten en de troefkaarten van haar openbare ruimte. In dit hoofdstuk wordt het principe van het ‘glas in lood’ geïntroduceerd als structuur om de openbare ruimte te beschouwen. Hoofdstuk 3 definieert de opgaven waarvoor de openbare ruimte van Maassluis de komende 15 jaar staat. Er worden daarbij 6 belangrijke uitgangspunten benoemd die de attractiviteit, beleving en gebruikswaarde van de openbare ruimte in Maassluis moeten vergroten. Hoofdstuk 4 beschrijft het huishoudboekje van het beheer van de openbare ruimte. Hoeveel areaal aan ‘glas in lood’ heeft de gemeente in beheer en welke middelen zijn hiervoor beschikbaar? Belangrijk is vooral te weten waarop beïnvloeding mogelijk is, ofwel welke keuzes zijn er in het glas in lood van de openbare ruimte te maken? In hoofdstuk 5 staat de visie centraal. Het geeft aan hoe het groen en water binnen het ‘lood’ kan worden ontwikkeld en hoe de kwaliteiten binnen het ‘glas’ verder kunnen worden versterkt. In dit hoofdstuk krijgt ook de actualisatie van het Groenstructuurplan gestalte en worden voorstellen voor gedifferentieerde kwaliteitsniveaus uitgewerkt. Hierbij wordt ingegaan op hoe participatie door bewoners en ondernemers bij kan dragen aan het ‘op-plussen’ van de openbare ruimte.

Hoofdstuk 6 introduceert de “Maat van Maassluis”, het praktisch hulpmiddel om de ambities uit deze visie meetbaar en Opbouw van de visie daarmee beter bespreekbaar te maken. Voor de verschillende onderdelen van het netwerk aan glas-in-lood-delen worden integrale kwaliteitsambities omschreven die zowel het onderhoud, als het beoogde gebruik en inrichting van de openbare ruimte behandelen. Hoofdstuk 7 beschrijft de strategie om de visie de komende jaren praktijk te laten worden. Dat start met een inzicht in hoeverre de openbare ruimte reeds voldoet aan de ‘Maat van Maassluis’. Daarna volgt de strategie van “ontwikkelend beheren”, wat erop neerkomt dat de visie binnen de bestaande financiële kaders gaat worden ontwikkeld. Het voorstel voor gedifferentieerde kwaliteitsniveaus wordt in dit hoofdstuk financieel doorgerekend. De mogelijke ruimtelijke uitwerkingen worden praktisch geïllustreerd met enkele ‘loepjes’. In hoofdstuk 8 wordt ten slotte aangegeven wat de consequenties zullen zijn voor de beheerplannen op tactisch niveau. Hier wordt beschreven hoe de visie de komende jaren via de uitwerkingen in de beheerplannen praktisch vorm gaat krijgen.

V I S I E

OP E N BAR E

R U I M T E

M AAS S LU I S

• 11 •

1712

1850

• 12 •

BOS C H

S LAB B E R S / P LAN TE R RA

2

2.1

KENSCHETS

Geschiedenis

Maassluis is ontstaan als nederzetting aan de rivier, op de plaats waar de Noordvliet en de Zuidvliet/Boonervliet vanuit het agrarisch gebied van Midden-Delfland op de Maas aantakken. Door de latere aandijkingen ligt het historisch centrum thans wat meer landinwaarts van de rivier. Rond 1340 is Maassluis gesticht aan de voormalige zeedijk, de “steenen dijk”, ter plaatse van de twee sluizen die het mogelijk maakten dat Midden Delfland haar overtollig water via de beide vlieten op de Maas kon afvoeren. Om Maassluis tegen aanvallen van buitenaf te beschermen is in de zestiende eeuw buitendijks een schans aangelegd. Deze is in 1624 afgebroken om plaats te maken voor de Groote Kerk. Daarmee is het kerkeiland ontstaan, dat buitendijks ligt. De Cruquiuskaart uit 1712 toont hoe Maassluis door aandijkingen, de aanleg van nieuw land, meer landinwaarts is komen te liggen. Een lang havenkanaal verbindt de haven met de rivier. De kaart laat ook goed zien hoe het Kerkeiland buitendijks ligt en hoe achter de dijk het centrum zich rond de beide vlieten heeft ontwikkeld. De kaart laat ook zien dat in het nieuwe land (Noort Nieuwe lantse polder) een aanzienlijke buitenplaats is ontwikkeld. De kaart van 1850 laat nog geen grote veranderingen zien, behalve dat de voornoemde buitenplaats in verval is geraakt. De kaart van 1900 toont de ontwikkeling van de infrastructuur.

Evenwijdig aan de rivier is, verhoogd op een dijk, de spoorlijn Hoek van Holland – Rotterdam aangelegd, en de stoomtram voert van Maassluis, via Maasland, naar Delft. De kaart van 1950 toont, naast de voorgenomen aanleg van de A20, de eerste tekenen van een serieuze expansie van het stedelijk gebied. Tussen de rivier en het nieuwe station verrijzen de eerste grote planmatige uitbreidingen, het kerkeiland wordt uitgebreid met een industrie- en werkhaven. De kaart van 1950 maakt voor een laatste maal gewag van Huis de Logger, op de plaats waar Cruquius eerder de buitenplaats noteerde.

V I S I E

OP E N BAR E

R U I M T E

M AAS S LU I S

• 13 •

1950

2010

• 14 •

BOS C H

S LAB B E R S / P LAN TE R RA

De kaart van 2010 laat zien hoe snel de naoorlogse ontwikkeling is gegaan. Vrijwel het gehele gebied tussen de Nieuwe Waterweg en de A20 is, met uitzondering van een deel van de Dijkpolder, ontwikkeld. Naar het oosten reikt het bebouwd gebied tot aan de Boonervliet. In de jaren zestig, zeventig, tachtig en negentig van de vorige eeuw hebben grote planmatige ontwikkelingen plaatsgevonden, waarbij iedere ontwikkelperiode zijn eigen stedenbouwkundige signatuur heeft nagelaten. Dit heeft geleid tot een grote verscheidenheid aan woonmilieus; de flatwijken van de jaren zestig, de kleine rijwoningen van de jaren zeventig, de bloemkoolwijken van de jaren tachtig. Daarbij zoekt Maassluis ook weer het contact met de rivier. Aan de rivier zijn nieuwe woonmilieus ontwikkeld dan wel in voorbereiding, zoals de ontwikkeling van Het Balkon. Ook vindt herstructurering van de eerste naoorlogse uitbreidingen plaats. Voor de komende 10 jaar ligt het accent van de ontwikkeling op: • het stedenbouwkundig ontwikkelen van het resterend deel van de Dijkpolder; • het doorontwikkelen van de zone langs de Nieuwe Waterweg, dit betreft woningbouw, bedrijven en recreatie; • herstructurering van de na-oorlogse woongebieden. Conclusie De kaartvergelijkingen laten zien dat het landschap van Maassluis continu in verandering is. Dat is inherent aan een levend landschap.

De wensen van de samenleving veranderen in de tijd. De samenleving past haar omgeving voortdurend aan, aan de veranderende behoeften en mogelijkheden. Zo is ook de openbare ruimte continu in ontwikkeling. De uitdaging is de ontwikkeling zodanig te geleiden dat kwaliteiten behouden blijven, knelpunten worden opgelost en nieuwe kwaliteiten tot ontwikkeling worden gebracht, en dat alles zodanig dat Maassluis ‘zijn verhaal kan blijven vertellen’. Het aanzetten van de verhalende kracht biedt kansen de eigen identiteit te versterken, authenticiteit aan Maassluis toe te voegen.

V I S I E

OP E N BAR E

R U I M T E

M AAS S LU I S

• 15 •

• 16 •

BOS C H

S LAB B E R S / P LAN TE R RA

2.2

Kernkwaliteiten

Tussen polder en rivier Maassluis kent een uitgelezen ligging. Het grenst zowel aan het cultuurhistorisch waardevolle open poldergebied van Midden Delfland als aan de dynamiek van de Nieuwe Waterweg, met grootschalige bedrijvigheid. Historische gelaagdheid Maassluis is een stad met een rijk verleden. In de ontwikkeling van Maassluis heeft iedere episode zijn eigen aardigheden nagelaten, zonder het voorgaande geheel uit te wissen. De Middeleeuwse cope-ontginning van het veencomplex, de eerste bewoning aan en achter de zeedijk, het Kerkeiland met zijn transformatie van bolwerk tot godshuis, de Vlieten, het lint van oude wevershuisjes, de industriële ontwikkeling hebben allemaal hun sporen aan het landschap toegevoegd. Het resultaat is een uitzonderlijk gelaagd landschap, samengesteld uit een intrigerend en complex samenspel van elementen en structuren uit verschillende tijdlagen. Een ongemeen fraai centrum Het historisch centrum van Maassluis is ongemeen fraai, met de oude haven, het kerkeiland en de twee imposante sluiscomplexen in de beide vlieten die het centrum van Maassluis met het open polderland van Midden-Delfland verbinden. De haven, het kerkeiland, de sluizen, de rijkdom aan 17e en 18e eeuwse gevels maken het centrum van Maassluis tot een typisch Hollandse havenstad.

Gevarieerde openbare ruimte, rijk aan groen Van het historische stenige centrum tot de nieuwbouw aan het Balkon heeft iedere ontwikkeling iets aan de openbare ruimte toegevoegd. Van een waterrijke, stenige binnenstad tot grootschalige parken met grote wooncomplexen in een haast campusachtige setting. De openbare ruimte in Maassluis kent veel variatie: • met uitgesproken stedelijke, stenige milieus; • rijk aan water, met prachtige openbare kaden; • met veel verspreid groen.

V I S I E

OP E N BAR E

R U I M T E

M AAS S LU I S

• 17 •

• 18 •

BOS C H

S LAB B E R S / P LAN TE R RA

Goed beheer De openbare ruimte van Maassluis wordt over het algemeen goed beheerd en onderhouden. Dat wordt door de bewoners ook herkend. Bij enquêtes onder de inwoners blijkt een positieve waardering voor het schoon, heel en veilig zijn van de openbare ruimte. Aantrekkelijke recreatiegebieden in de directe omgeving. Maassluis wordt omgeven door recreatief aantrekkelijk gebied: • het cultuurhistorische waardevolle polderlandschap van Midden-Delfland, met recreatie- natuurgebieden als de Aalkeet Binnen- en Buitenpolder, de Vlietlanden en de Broekpolder; • De Nieuwe Waterwegzone, met de Oranjeplassen, het Oeverbos en Lickebaert. Economische bedrijvigheid Geen enkele gemeente kan zonder economische bedrijvigheid. Zonder economie, geen wonen, bedrijvigheid en draagvlak voor recreatie in en om de stad. Maassluis heeft in deze het nodige te bieden met onder meer het nieuwe bedrijventerrein de Dijk, de nieuwe groene begraafplaats, en de vestiging van diverse internationaal, toonaangevende concerns. Sterk is de bedrijvigheid in de binnenstad, met nog veel actieve havenbedrijvigheid in de nabijheid. De over de gemeente verspreide winkelzones die ontstaan zijn in de groeiende woonkern mogen hierbij niet worden vergeten. De ondernemers dragen Maassluis een warm hart toe en zijn belangrijk voor het ondersteunen van recreatie in en om de stad.

Waterrecreatie, zoals een passantensteiger (betaald door het Fonds SV&O en de gemeente), vestiging van het havenbedrijf in de buitenhaven, en wellicht ooit de kanotocht door Maassluis naar Wilgenrijk/ Dijkpolder zijn hiervan goede voorbeelden.

V I S I E

OP E N BAR E

R U I M T E

M AAS S LU I S

• 19 •

Glas in lood bestaande uit robuust/stedelijk naast verschillende kleuren glas in de wijken

• 20 •

BOS C H

S LAB B E R S / P LAN TE R RA

2.3

Glas in lood

De openbare ruimte van Maassluis laat zich lezen als een glas-in-lood-venster, waarbij het groen en het blauw tezamen het lood vormen, dat glasvlakken van verschillende maat en kleur omvat. In deze vergelijking staan de glasvlakken voor de veelkleurigheid aan woon- en werkgebieden. Als in een glas-in-loodvenster varieert het lood in maat (robuust en stedelijk lood) maar brengt het altijd samenhang en sterkte. Het lood is de openbare groenblauwe hoofdstructuur van Maassluis. Het is opgebouwd uit: • De robuuste doorgaande groene en openbare ruimte aan de randen van Maassluis vormen het ‘robuuste lood’; • De kleinere doorgaande groen- en waterstructuren binnen het stedelijk gebied zelf, dit is het ‘stedelijk lood’ evenals de wijken die grenzen aan het robuuste lood en in sterke mate gekarakteriseerd worden door een groene parkachtige omgeving; • De grotere groenstructuren langs de hoofdinfrastructuur en de de grotere groenfuncties als parken, sportterreinen, begraafplaatsen, natuurspeeltuin en kinderboerderijen behoren eveneens tot het ’stedelijk lood’. Binnen het lood zijn er drie elementen met een onderscheidende krachtige signatuur: • de oude Maasdijk, de ruggengraat van Maassluis. Deze voert als een catwalk, een verhoogde route, door Maassluis en rijgt buitengebied, nieuwe wijken en historisch centrum aan elkaar.

Vanaf deze verhoogde route geniet men fraaie doorzichten op de omgeving. Deze route verschiet van karakter, in het centrum stenig met statige stoepen, buiten het centrum monumentaal beplant, lommerrijk; • De Vlieten, die de verbinding vormen tussen Midden-Delfland en Nieuwe Waterweg, en die van polder naar stad geleidelijk van sfeer veranderen, van landschappelijk naar stenig, van rietoever naar stenen kade, van zwanen, hoentjes en futen naar terrassen en zware sluisdeuren; • De Nieuwe Waterweg promenade, groot en stoer, met zicht op industrie en bedrijvigheid, met zeekastelen die aan je voorbij trekken. Binnen het lood ligt een verscheidenheid aan woon- en werkgebieden, de glasvlakken, ieder met zijn eigen karakteristiek, met zijn eigen ‘kleur’. Die eigenheid wordt in belangrijke mate bepaald door de periode waarin deze gebieden tot ontwikkeling zijn gekomen. Ook de welstandsnota onderkent dit onderscheid naar ‘jaarringen’. Zo verschilt het oude centrum van de jaren dertig uitbreidingen die op hun beurt weer van een heel andere karakter zijn dan de stelselmatig opgezette jaren zestig wijken met grote wooncomplexen op een collectief maaiveld of een Steendijkpolder die juist wordt gekenmerkt door overwegend grondgebonden woningen aan een wirwar van straatjes en met relatief weinig collectieve ruimte binnen de wijk.

V I S I E

OP E N BAR E

R U I M T E

M AAS S LU I S

• 21 •

• 22 •

BOS C H

S LAB B E R S / P LAN TE R RA

3

3.1

OPGAVE EN UITGANGSPUNTEN Opgave

De opgave is om de openbare ruimte van Maassluis door te ontwikkelen tot een aantrekkelijke openbare ruimte, met een sterk ‘eigen gezicht’, die aansluit op de actuele wensen van de samenleving. De openbare ruimte moet worden ontwikkeld tot visitekaart waarmee Maassluis zich trots en zelfbewust presenteert en profileert. De openbare ruimte moet niet alleen attractief zijn om naar te kijken, maar deze moet ook bijdragen aan de ambitie van ‘de gezonde stad’, moet aanzetten tot bewegen en ruimte bieden voor ontmoeting. Bij de gezonde stad passen ook een ecologisch gezonde stad en een duurzame inrichting van de openbare ruimte. De gezonde stad is ook voorbereid op de negatieve effecten van de klimaatverandering, biedt in warme zomers ruimte voor verkoeling en in perioden van hevige neerslag extra ruimte voor waterberging. De inrichting van de openbare ruimte moet verbinden, zowel ruimtelijk als sociaal. Ruimtelijk moet de samenhang in de openbare ruimte binnen Maassluis worden versterkt als ook de samenhang met groen- en recreatiegebieden buiten de stad. Sociaal moet de openbare ruimte verbinden door ruimte te bieden aan ontmoeting en de gebruikers meer bij de inrichting en het beheer van de openbare ruimte te betrekken. Kunst maakt eveneens onderdeel uit van de openbare ruimte.

Omdat het hier beheer en inrichting van de functionele openbare ruimte betreft en kunst en cultuur gebruik maakt van andere budgetten is dit niet opgenomen in deze visie. Uiteraard zal kunst in integrale plannen worden opgenomen. Maassluis kent een verscheidenheid aan sferen. Met de inrichting van de openbare ruimte moet enerzijds de eenheid in verscheidenheid worden geborgd, maar is er tevens ruimte om binnen die eenheid de verscheidenheid aan sferen sterker aan te zetten. Het gaat hierbij om ‘eenheid in verscheidenheid’ op het hoogste schaalniveau en ‘verscheidenheid in eenheid’ op een schaalniveau lager. Tot slot moeten inrichting en beheer van de openbare ruimte betaalbaar zijn. Samengevat is de opgave de openbare ruimte van Maassluis zodanig te ontwikkelen dat deze: • attractief is; • de identiteit en eigenheid van Maassluis versterkt; • aansluit op de actuele wensen van de samenleving; • bijdraagt aan de ambitie van de gezonde stad (bewegen/ontmoeten /ecologisch gezond, duurzaam en kilmaatadaptief); • de ruimtelijke en sociale samenhang versterkt; • op het hogere schaalniveau eenheid in verscheidenheid aanbrengt en een schaalniveau lager ruimte laat voor verscheidenheid binnen eenheid; • zich tegen een maatschappelijk aanvaardbaar kostenniveau duurzaam laat beheren en onderhouden.

V I S I E

OP E N BAR E

R U I M T E

M AAS S LU I S

• 23 •

• 24 •

BOS C H

S LAB B E R S / P LAN TE R RA

3.2

Uitgangspunten bij de openbare ruimte

Beleven, bewegen, ontmoeten De openbare ruimte moet bijdragen aan de ambitie van ‘de gezonde stad’. Zij moet de inwoners van Maassluis een omgeving bieden die de zintuigen prikkelt, waar men kan ontspannen en die verbindingen legt. Een omgeving die de eigen identiteit van Maassluis kracht bijzet en maakt dat mensen zich in die omgeving ‘thuis’ voelen. Een omgeving ook die uitnodigt tot beweging, tot sport en spel, die bijdraagt aan het tegengaan van overgewicht. De openbare ruimte moet ook ruimte bieden aan ontmoeting. Een goed ingerichte openbare ruimte kan bijdragen aan het tegengaan van een sociaal isolement van ouderen of maatschappelijke ontwrichting van de jeugd. Schoon, heel en veilig Randvoorwaarde bij de gehele openbare ruimte van Maassluis is dat deze schoon, heel, en veilig is. De openbare ruimte moet alle inwoners van Maassluis een veilige en bruikbare omgeving bieden. Dat betekent dat verhardingen voldoende regelmatig moeten zijn om ook door ouderen en minder validen te kunnen worden gebruikt. De openbare ruimte moet niet alleen fysiek, maar ook sociaal veilig zijn. Dat stelt eisen aan verlichting en zichtbaarheid. Transparantie, de aanwezigheid van lange zichtlijnen, is hierin essentieel. De gebruiker moet ver van zich af kunnen kijken, zodat deze de situatie kan overzien, en omgekeerd, dat anderen toezicht hebben op zijn reilen en zeilen.

Doelmatig De openbare ruimte van Maassluis moet doelmatig zijn ingericht en zich tegen een maatschappelijk aanvaardbaar kostenniveau duurzaam in stand laten houden. De openbare ruimte moet zich over een langere periode kunnen bewijzen. De aanleg van een ontwerp is slechts de eerste stap in een lang traject. Eenmaal uitgevoerd moet dat ontwerp tot in lengte der jaren worden onderhouden en beheerd. Wanneer men dat goed doet dan wordt die situatie in de loop der tijd alleen maar van meer betekenis: doordat beplantingen tot wasdom en natuurwaarden tot ontwikkeling zijn gekomen en materialen op een mooie manier zijn verouderd. Waardevoller ook doordat de bewoners en gebruikers de nieuwe situatie in hun harten hebben gesloten. Een ontwerp wordt pas uitgevoerd wanneer vast staat dat de gemeente dit ook over een langere termijn kan beheren met de middelen die hiervoor beschikbaar zijn. Bij de tijd De inrichting van de openbare ruimte moet ‘bij de tijd’ zijn. De inrichting van de openbare ruimte is onderhevig aan mode en oogt relatief snel gedateerd. Dat maakt dat het mogelijk moet zijn met bescheiden middelen de inrichting van tijd tot tijd te ‘up-daten’, zonder dat daarbij de gehele inrichting op de schop moet. Dat pleit voor een duurzaam raamwerk met daarbinnen elementen die zich relatief eenvoudig laten aanpassen; stabiel op hoofdlijnen, flexibel naar invulling.

V I S I E

OP E N BAR E

R U I M T E

M AAS S LU I S

• 25 •

Duurzaam en klimaatadaptief De inrichting van de openbare ruimte moet duurzaam zijn. Concreet betekent dit dat de gemeente kiest voor materialen (en sortimenten) die lang meegaan en in hun productie een beperkte milieubelasting veroorzaken, in de openbare ruimte overschakelt op energiezuinige verlichting, streeft naar een gescheiden riolering met toepassing van een grijswatersysteem en het gebruik van bestrijdingsmiddelen beperkt. De ‘gezonde stad’ betreft ook de ecologisch gezonde stad. De gemeente streeft in het onderhoud van de openbare ruimte naast ruimtelijke kwaliteit ook ecologische kwaliteit na. Duurzaamheid heeft ook betrekking op het anticiperen op de veranderingen in het klimaat. De zomers worden gemiddeld warmer. De hoeveelheid neerslag neemt toe waarbij vooral de neerslagverdeling verandert. In korte perioden kan extreem veel neerslag vallen, waardoor de piekbelasting toeneemt. Dit vergt een aanpassing aan het watersysteem, waarbij niet alleen meer ruimte voor waterberging wordt gecreëerd, maar het hemelwater ook langer wordt vastgehouden en vertraagd wordt afgevoerd. Dit kan plaatselijk ook leiden tot een keuze voor meer permeabele verhardingen of voor het minder verharden van de openbare ruimte.

Met het stijgen van de gemiddelde temperatuur wordt Nederland meer frequent geschikt voor buitenrecreatie, mensen zullen er vaker op uit trekken om te fietsen, te wandelen of in een park te recreëren. De temperatuurstijging is met name in het stedelijk gebied voelbaar. Steden hebben minder mogelijkheden om in de nacht hun warmte af te staan, waardoor de steden warmte opbouwen. Hierdoor dreigt hittestress in de steden. Een groene inrichting van straten, pleinen en parken draagt bij aan het bieden van verkoeling. De komende jaren gaat de gemeente Maassluis haar openbare ruimte versterkt klimaatadaptief inrichten, haar openbare ruimte zodanig inrichten dat de negatieve effecten van de klimaatverandering worden tegengegaan en haar inwoners kunnen profiteren van de positieve effecten van de klimaatverandering. Dit vertaalt zich onder meer in meer ruimte voor waterberging, een aanpassing aan het watersysteem en een inrichting van de openbare ruimte die ook is gericht op het bieden van verkoeling.

• 26 •

BOS C H

S LAB B E R S / P LAN TE R RA

Herkenbaar verleden Onze wereld globaliseert. Globalisering vindt haar tegenhanger in lokalisering. Met het groter worden van de wereld neemt de behoefte toe ‘ergens bij te horen’, je wortels te weten. In de hectiek van de snel veranderende wereld is de samenleving op zoek naar veilige thuishavens, naar plekken die ‘eigen’ zijn. De ‘hang naar authenticiteit’ leidt tot een toenemende vraag naar omgevingen die eigen zijn, die met hun geschiedenis verbonden zijn, die een verhaal vertellen. Daar zijn binnen Maasluis tal van aanknopingspunten voor aanwezig: de oude Maasdijk, het Kerkeiland, het historisch centrum, de Vlieten, het lint met de wevershuisjes. Het is de ambitie om de cultuurhistorie sterker aan te zetten, om zichtbaar te maken hoe het Maassluis van vandaag het resultaat is van een lange geschiedenis, waarbij iedere episode zijn eigen aardigheden heeft toegevoegd. Een herkenbaar verleden draagt bij aan het bewustzijn dat ook het landschap van vandaag slechts een momentopname is en het vertrekpunt vormt voor nieuwe ontwikkelingen, dat het heden van vandaag deel van de geschiedenis van morgen is. Conclusie De openbare ruimte is en containerbegrip voor een veelheid aan ‘buitenruimten’, omvat zowel wegen als pleinen en parken, gaat van begraafplaats tot speeltuin. De openbare ruimte moet bijdragen aan de attractiviteit van de stad.

Daarbij gaat het om meer dan de beleving van de openbare ruimte. Steeds vaker willen mensen het publieke domein, en met name het groen in de stad, ook kunnen gebruiken als uitloop-, uitvaar- en uitrengebied, om Koningsdag te vieren, naar een concert te luisteren, groenten te verbouwen. Naast representatief kijkgroen in het centrumgebied en bij bijzondere gebouwen wordt het gebruiksgroen steeds belangrijker. Maassluis wil de inrichting van de openbare ruimte laten aansluiten op de wens naar gebruiksmogelijkheden, door meer ruimte te bieden aan bijvoorbeeld sport en spel, doorgaande routestructuren te ontwikkelen die ruimte bieden aan wandelen, joggen en trimmen en de bewoners sterker bij de inrichting en het beheer van de openbare ruimte te betrekken.

V I S I E

OP E N BAR E

R U I M T E

M AAS S LU I S

• 27 •

Globale indicatie vervangingswaarde van de openbare ruimte in Maassluis

De jaarlijkse kosten per woning voor beheer en onderhoud van de onderdelen van openbare Ruimte, totaal € 348 per woning (bron: exploitatiebegroting 2015, kosten exclusief VAT (voorbereiding, administratie en toezicht)

• 28 •

BOS C H

S LAB B E R S / P LAN TE R RA

4

4.1

HET TE BEHEREN AREAAL

De jaarlijkse kosten voor beheer en onderhoud

Maassluis heeft belang bij een goed beheer en onderhoud van haar openbare ruimte. De openbare ruimte is een kapitaal van de gemeenschap in Maassluis en vertegenwoordigt naar schatting een waarde van 289 miljoen euro. De tabel links geeft een globale indicatie van deze vervangingswaarden voor de verschillende onderdelen van de openbare ruimte. De gemeente Maassluis geeft ieder jaar ruim 5,0 miljoen euro uit om de kapitaalgoederen op een duurzame en kostenefficiënte manier in stand te houden. Daarvoor wordt regulier onderhoud uitgevoerd, zoals het reinigen van de straten en het snoeien van groen. Periodiek worden groot onderhoudsmaatregelen uitgevoerd, zoals het asfalteren van wegen, het herstraten van trottoirs of het vervangen van verlichtingsarmaturen. Aan het einde van de levensduur, gemiddeld vanaf 50 a 60 jaar na eerste aanleg, moeten onderdelen van de openbare ruimte worden vervangen. Een financiële analyse die ten behoeve van deze visie is uitgevoerd, laat zien dat de beschikbare 5 miljoen euro voldoende is voor de uitvoering van het noodzakelijke, reguliere en groot onderhoud ten behoeve van de huidige ambities. Voor het vervangen van openbare ruimte zijn echter slechts beperkte structurele budgetten beschikbaar.

Voor de financiering worden momenteel aanvragen gedaan binnen het uitvoeringsprogramma, of wordt “werk met werk” gemaakt door de vervanging af te stemmen op grotere investeringen in de openbare ruimte, zoals verkeersprojecten, of de vervanging van riolering. Ook wordt er slim gebruik gemaakt van grotere herontwikkelingen in de stad. Het ontbreken van structurele budgetten voor het vervangen van openbare ruimte is de komende jaren een toenemend zorgpunt. Vooral in de periode van 2030 tot 2050 zal er in Maassluis sprake zijn van een enorme vervangingsbehoefte in de wijken die in de jaren zestig en zeventig zijn ontwikkeld.

4.2

Kosten per woning en per vierkante meter

Met een begroting van 5,0 miljoen geeft de gemeente Maassluis ieder jaar (peildatum 2015) gemiddeld € 348 per woning uit aan het beheer en onderhoud van openbare ruimte. Het beheer van verhardingen (€105), groen (€ 77) en reiniging (€58) zijn de grootste kostenposten. Per vierkante meter openbare ruimte gaat het om een gemiddeld bedrag van € 1,63 per m2 openbare ruimte.

V I S I E

OP E N BAR E

R U I M T E

M AAS S LU I S

• 29 •

Onderdeel OR Verharding (ha) Groen (ha) Water (ha) Totale OR (ha)

Robuust Lood 41,8 106,8 7,4 156,0

Stedelijk Lood 19,0 13,1 1,2 33,3

Centrum 0,5 0,9 1,4

Wonen 62,5 33,9 2,8 99,2

Werken 7,4 9,9 17,3

Totaal 131,2 164,7 11,5 307,4

Globaal overzicht van het totale areaal openbare ruimte in beheer van de gemeente Maassluis

Robuust lood € 1,02/m2

Stedelijk lood € 1,47/m2

Centrum € 3,50 m2 - € 288/wo

< ‘50 wijk € 2,47/m2 - € 159/wo

‘50-’60 wijk € 2,62/m2 - € 219/wo

‘70-’80 wijk € 3,08/m2 - € 173/wo

’90-2000 wijk €2,44/m2 - € 298/wo

2000+ wijk € 1,89/m2 - € 202/wo

Bedrijventerrein € 1,43/m2

De kosten voor beheer en onderhoud per deelgebied vergeleken (per m2 openbare ruimte en per woning)

• 30 •

BOS C H

S LAB B E R S / P LAN TE R RA

4.3

Het glas in lood in cijfers

De openbare ruimte van Maassluis is ruim 307 ha groot en bestaat voor iets meer dan de helft uit groen (165 ha). Het verharde oppervlak is in totaal 131 ha groot en 4% (11,5 ha) van de openbare ruimte bestaat uit water. In de openbare ruimte staan uiteenlopende objecten zoals bijna 10.500 bomen en 5.800 lichtmasten. In Maassluis staan momenteel ruim 300 speeltoestellen en 71 civiele kunstwerken, zoals bruggen, tunnels, steigers en kades. Als het te beheren areaal wordt onderverdeeld naar de glas-in-lood-structuur, dan is goed te zien dat een groot deel van de openbare ruimte zich in het lood bevindt: meer dan de helft bevindt zich binnen het robuust lood aan de randen van de stad (totaal 156 ha). Het stedelijk lood dat meer in het stedelijk gebied is gelegen bedraagt 10% (33 ha) van het totale areaal. In de glasdelen gaat het vooral om de openbare ruimte in de woongebieden die met 99 ha ongeveer een derde deel bepalen van het totaal te beheren areaal. In deze arealen is overigens nog geen rekening gehouden met de nieuwe woonwijk die de komende jaren wordt gerealiseerd in de Dijkpolder. De openbare ruimte in de bedrijventerreinen (17 ha) en in het centrum (1,4 ha) zijn in absolute zin de kleinste te beheren arealen. De wijze waarop de verschillende deelgebieden binnen het glas in lood zijn ingericht, bepalen het onderhoud en de daarmee gepaard gaande kosten.

Als voorbereiding op de uitwerking van ‘gedifferentieerd beheer’ wordt een indruk gegeven van de gemiddelde onderhoudskosten per vierkante meter. Rond het stedelijk gemiddelde van €1,63 per vierkante meter openbare ruimte variëren de kosten van €3,50 in het centrum tot €1,43 in de bedrijventerreinen. Bij deze kengetallen passen de volgende verklaringen: • Het onderhoud van robuust lood is met € 1,02 per m2 aanzienlijk lager dan het stedelijk gemiddelde, met name door het grote aandeel extensieve groen in de grote groene zones aan de randen van de stad; • Het onderhoud van stedelijk lood is met € 1,47 per m2 ook lager dan het stedelijk gemiddelde voor de hele stad, maar wel 50% duurder dan het robuust lood. Dit wordt verklaard door relatief meer verharding (o.a. het asfalt op de grotere wegen) en meer voorzieningen zoals straatmeubilair; • Het onderhoud van het ‘glas centrum’ geeft een kengetal van € 3,50 per m2, ruim boven het gemiddelde van de hele stad door de luxere inrichting en hogere onderhoudsintensiteiten; • Het ‘glas wonen’ heeft een gemiddelde kostprijs van € 2,63 per m2 voor alle woonbuurten. De variatie per woonbuurt is groot en is terug te leiden op de stedenbouwkundige ontwerpgedachten waarmee zij zijn ontwikkeld. Stenige, compacte buurten zijn gemiddeld duurder dan ruimer opgezette wijken met meer extensief groen.

Zo bezien is iedere woonbuurt niet alleen wat betreft de inrichting een typisch product van zijn tijd, maar daarmee ook met samenhangende kosten voor beheer en onderhoud; • Het onderhoud van het ‘glas werken’ kost € 1,43 per m2, dat lager is dan het stedelijk gemiddelde, vooral verklaard door de eenvoudigere inrichting zonder veel voorzieningen en relatief lagere onderhoudsintensiteiten.

V I S I E

OP E N BAR E

R U I M T E

M AAS S LU I S

• 31 •

• 32 •

BOS C H

S LAB B E R S / P LAN TE R RA

5

5.1

VISIE

Het lood

Het groen en het blauw van Maassluis worden ontwikkeld tot een hecht, continu en samenbindend raamwerk, het ‘lood’, waarbinnen de meer dynamische woonen werkgebieden liggen. Het lood is de collectieve drager van de groenblauwe kwaliteit van Maassluis. In de afwegingen prevaleert hier het collectieve belang. Het lood is dan ook het areaal waar de gemeente primair voor verantwoordelijk is, de kwaliteit van bewaakt en garandeert. Het lood vormt het stabiele raamwerk waarbinnen meer dynamische woon- en werkgebieden liggen. Dit raamwerk heeft maat, is stoer en robuust en kan zich duurzaam en krachtig ontwikkelen. Binnen het lood kunnen beplantingen tot volledige wasdom komen. Het lood is tot op zekere hoogte tijdloos. Modegrillen en trends hebben maar beperkt vat op de inrichting van dit raamwerk. In het ‘robuuste lood’ zijn soberheid en eenvoud trefwoorden. De omvang en de stabiliteit maken dat zich hier natuurwaarden kunnen ontwikkelen. Daarmee heeft het robuuste lood ook een meer natuurlijke uitstraling. Het ‘stedelijk lood’ is dunner en vaak gekoppeld aan de hoofdinfrastructuur. De Laan 40-45 is hiervan een goed voorbeeld. Dit lood heeft een meer cultuurlijk, monumentaal karakter. Zeker in situaties waar veel mensen dit lood passeren is ruimte voor een verbijzondering in de vorm van extra kleur en fleur. Naast het groen worden ook enkele wijkdelen tot het lood gerekend.

Het betreft bebouwing in een vaak campusachtige groene setting waarbij het groen sterk verbonden is met het robuuste groen. Het groen bepaalt hier het karakter en draagt bij aan de identiteit van het lood. Binnen het lood is volop ruimte voor grote bomen, voor bomen van de eerste orde. Deze krijgen de ruimte, de groeiplaatsinrichting en de tijd om tot volledige wasdom te komen, om uit te groeien tot bomen met allure. Deze bomen kennen een omlooptijd van meer dan 60 jaar. Investeren in groeiplaats loont. Het maakt dat de boom zich optimaal kan ontwikkelen waardoor deze zich vitaler ontwikkelt, langer meegaat en fraaier uitgroeit en bovenal minder zorg en onderhoud behoeft. Op dit moment zijn binnen het lood veel grote populieren en wilgen aanwezig van circa 40 jaar oud. Deze naderen hun fysiologisch eindpunt en geven steeds meer risico op toebrengen van schade. Daarom worden deze bomen op den duur vervangen door meer duurzame soorten (eik, linde, esdoorn) die eveneens tot flinke bomen kunnen uitgroeien.

V I S I E

OP E N BAR E

R U I M T E

M AAS S LU I S

• 33 •

Robuust en stedelijk lood

• 34 •

BOS C H

S LAB B E R S / P LAN TE R RA

Maassluis hanteert het principe van ‘boom voor boom’, hetgeen er in het kort op neer komt dat iedere boom die wegens ziekte, ouderdom of een nieuwe ontwikkeling wordt gekapt wordt gecompenseerd. In principe vindt herplant plaats op dezelfde plek of in de nabije omgeving. Indien dat niet mogelijk is dan kan worden uitgeweken naar een plek elders in de wijk, en wanneer ook dat geen mogelijkheden biedt dan kan worden uitgeweken naar een plek elders in de stad. In dat laatste geval biedt het lood de mogelijkheid tot een ruimhartige compensatie, met name in gebieden waar het lood in continuïteit, maat en stabiliteit nog niet voldoet en in gebieden waar het lood nog moet worden ontwikkeld. Daarmee biedt het lood een duurzaam zicht op een bomenbalans in evenwicht. Het versterken van het lood. Op een aantal plaatsen beschikt het lood nu nog niet over de maat, de continuïteit en de stabiliteit die wordt nagestreefd. In die gevallen wordt een opdikking van het lood nagestreefd door aanvullend groenblauwe functies (parken, plantsoenen, recreatieve- en zorgvoorzieningen) aan het raamwerk te hechten.

Hierbij kan worden gedacht aan: • het aanvullen van boombeplantingen in het kader van het ‘boom voor boom’ principe; • het toevoegen van gebieden die mede geschikt zijn voor wateropslag en retentie; • het aanhechten van nieuwe of herschikte sport- en speelvoorzieningen; • het aanhechten van nieuwe publieke groenfuncties, van begraafplaats tot stadsboerderij. • het situeren van nieuwe publieke functies in een sterk groene setting (bibliotheek, school, zorginstelling, duurzaamheidscentrum). Nieuw lood Ook in de nieuw te ontwikkelen gebieden als de Dijkpolder of in gebieden die worden geherstructureerd moet een lood tot ontwikkeling worden gebracht. Groen in nieuwe wijken of in herstructureringsgebieden moet gehecht worden aan het raamwerk en van een zoveel mogelijk openbaar karakter zijn.

V I S I E

OP E N BAR E

R U I M T E

M AAS S LU I S

• 35 •

Verschillende kleuren glas

• 36 •

BOS C H

S LAB B E R S / P LAN TE R RA

5.2

Het glas; veelkleurig en dynamisch

Het ‘glas’ wordt gevormd door de woon- en werkgebieden binnen het lood. Hier prevaleert het woongenot / de werkomgeving. Het glas kent daarmee een grotere dynamiek, is meer frequent aan ingrepen, aan verandering, aan modernisering, onderhevig. Binnen het glas is meer ruimte voor flexibiliteit, voor aanpassingen aan de wensen van de tijd. Ook binnen het ‘glas’ is groen aanwezig, dit wijkgroen kent een meer cultuurlijk karakter. Het vormt het filigrein van de hoofdgroenstructuur. Hier is ruimte voor bomen van de tweede of derde grootte, denk aan bloeiende bomen als meidoorn en Japanse sierkers of kleine fruitbomen. Ook voor deze bomen, met een toekomstverwachting van meer dan 40 jaar, geldt dat wordt geïnvesteerd in groeiplaatsinrichting. Anders dan in het lood is in het glas ruimte voor participatie. Steeds vaker geven bewoners te kennen dat zij zich willen inzetten voor een hogere kwaliteit van de openbare ruimte, in en met het groen bezig willen zijn, ‘zwarte nagels willen krijgen’. Ook gaan mensen vaker, in het kader van de ‘tegenprestatie’, op vrijwillige basis bijdragen aan het beheer van de openbare ruimte. Participatie heeft uitsluitend tot doel grotere betrokkenheid te bereiken, sociale binding te versterken. Daarbij kan participatie leiden tot additionele kwaliteit, waarbij de bewoners / gebruikers een ‘plus’ zetten op de basis die de gemeente realiseert.

Participatie verschaft inwoners de mogelijkheid weer trots op hun omgeving te zijn. Daarom gaat de gemeente Maassluis verkennen waar, en onder welke voorwaarden ten aanzien van kwaliteit en openbaarheid, mogelijkheden zijn inwoners in te zetten bij het groenbeheer. In paragraaf 5.5 wordt hier nader op ingegaan. Afstoten De gemeente richt zich op de duurzame ontwikkeling van een robuuste en samenhangende groenstructuur. Tegelijkertijd kent de openbare ruimte van Maassluis ook versnipperd groen, dat relatief veel onderhoud vergt en verhoudingsgewijs maar beperkt kwaliteit toevoegt en geen onderdeel is van de groenstructuur of van echte waarde is voor de groenbeleving in de wijk. In principe staat de gemeente welwillend tegenover het afstoten van snippergroen binnen het ‘glas’. De middelen die hierbij vrijkomen worden ingezet voor het beheer van de hoofd-groenstructuur of als incidentele impuls in de openbare ruimte.

V I S I E

OP E N BAR E

R U I M T E

M AAS S LU I S

• 37 •

• 38 •

BOS C H

S LAB B E R S / P LAN TE R RA

5.3

Groenstructuurplan

Het groen van Maassluis wordt door de bewoners en bezoekers dagelijks beleefd en gebruikt en is daarmee onontbeerlijk voor de stad. Het openbaar groen dient duurzaam in stand gehouden te worden en de kwaliteit ervan moet gegarandeerd zijn. De visie herdefinieert het groenstructuurplan. De groenstructuur is een samensmelting van verschillende groenelementen en delen die tezamen bijdragen aan het rubuuste- en stedelijke groene raamwerk binnen Maassluis. Het groenstructuurplan definieert helder het groene ‘lood’ waarbinnen in het glas fijnere wijkstructuren niet worden genegeerd. Leidend bij de toetsing binnen het groenstructuurplan is de totaalafweging van de openbare ruimte waarbij altijd het doel is om de kwaliteit van het groen te versterken en krachtig met elkaar te verbinden. De hoofdgroenstructuur van Maassluis vormt een samenhangend netwerk dat wordt gevormd door: • robuust lood, het zware kader • stedelijk lood, de verfijning van het kader • de grote groeneenheden aan het ‘stedelijk lood’ • wijkgroen, het filigrein. Bepalend voor de hoofdgroenstructuur zijn samenhang en continuïteit. De kleine, meer geïsoleerde perkjes die geen deel uitmaken van de hoofdstructuur zijn voor het groene beeld van Maassluis zeker van belang, maar zij kunnen van positie wisselen.

Dat maakt dat zij in positie en invulling meer flexibel zijn, onder voorwaarde dat zij in oppervlakte tenminste gelijk blijven. Om de samenhang en continuïteit te versterken is het van belang meer verbindingen binnen de groenstructuur te maken. Doorwerkingen in het groenstructuurplan zijn op de volgende pagina weergegeven.

V I S I E

OP E N BAR E

R U I M T E

M AAS S LU I S

• 39 •

Poorten

te ontwikkelen gebieden

te ontwikkelen structuren

Robuust lood

bomenstructuur

Stedelijk lood

Wijkgroen

Het groenstructuurplan binnen de visie openbare ruimte

• 40 •

BOS C H

S LAB B E R S / P LAN TE R RA

V I S I E

OP E N BAR E

R U I M T E

M AAS S LU I S

• 41 •

5.4

Differentiatie

Differentiatie naar kwaliteitsniveaus De gemeente Maassluis hecht aan een hoogwaardige inrichting van de openbare ruimte en wil de middelen hiertoe strategisch inzetten. De kwaliteit moet overal binnen de gemeente goed zijn, maar de lat zal hoger liggen op plekken die een sterker publiek karakter hebben, op plekken waar meer mensen komen en waar de inrichting van de openbare ruimte voor de economie van de gemeente van een meer directe betekenis is. Dat betekent dat een differentiatie in kwaliteitsniveau wordt aangebracht: • basisniveau wonen • basisniveau werken • centrumkwaliteit Differentiatie naar aard Maassluis kent een rijke verscheidenheid aan ruimtelijke sferen. Het historisch centrum ademt een andere sfeer uit dan de naoorlogse wijken die op hun beurt weer van een ander karakter zijn dan de meer recent ontwikkelde woongebieden. De inrichting van de openbare ruimte is bij uitstek een instrument om de eigen ruimtelijke identiteit kracht bij te zetten en de ruimtelijke verscheidenheid aan te zetten. De inrichting van de openbare ruimte kan letterlijk het verschil maken. De gemeente streeft een inrichting van de inrichting van de openbare ruimte na die is afgestemd op de ruimtelijke context, op de aard van de omgeving waar deze openbare ruimte deel van uitmaakt.

Differentiatie in kwaliteitsniveaus V I S I E

OP E N BAR E

R U I M T E

M AAS S LU I S

• 43 •

Bestaande situatie

Impressie

• 44 •

BOS C H

S LAB B E R S / P LAN TE R RA

Toegesneden op specifieke doelgroepen De bevolkingssamenstelling verandert. Nederland ‘vergrijst’ en ‘ontgroent’. Dat is ook zichtbaar in Maassluis. Een aantal wijken in Maassluis kent een toenemende vergrijzing. Ouderen hebben een beperkte actie-radius en dreigen eerder in een sociaal isolement te geraken. De inrichting van de openbare ruimte moet inspelen op de demografische differentiatie binnen de gemeente. In gebieden met een hoger aandeel ouderen moet de openbare ruimte goed toegankelijk zijn en meer belevingswaarde (kleur en fleur), comfort (egale verharding, meer zitgelegenheid) en ruimte tot ontmoeting bieden. In gebieden met veel oudere jeugd worden sport- en spelvoorzieningen en ontmoetingsplekken op deze doelgroep afgestemd.

V I S I E

OP E N BAR E

R U I M T E

M AAS S LU I S

• 45 •

• 46 •

BOS C H

S LAB B E R S / P LAN TE R RA

5.5

Participatie – bewoners kunnen een extra plus maken

Participatie komt niet vanzelf op gang, dat vergt naast tijd, een verandering van mind-set, zowel bij de gemeentelijke organisatie als bij de inwoners. Er zijn veel Nederlandse gemeenten die al jaren werken aan het kweken van een grotere betrokkenheid van hun inwoners bij de inrichting, het gebruik en het beheer van de openbare ruimte. Dat gaat met vallen en opstaan. De uiteenlopende voorbeelden laten in ieder geval de mogelijke winsten van participatie zien: een grotere betrokkenheid bij de stad, sociale binding en extra kwaliteit in het ruimtelijk beeld. Algemene ervaring is dat wie denkt dat participatie kan worden ingezet om te bezuinigen bedrogen uitkomt. Participatie vergt door het gehele traject, van visievorming tot het maken van concrete ontwerpen tot beheer, een andere manier van werken, ook van het ambtelijk apparaat. Zonder input geen output. Participatie kan op verschillende momenten in het proces worden ingezet. In het visietraject, in de planvorming en in het beheer. Visievorming Als eerste moet je als gemeente weten wat je doelen bij de openbare ruimte zijn. Idealiter ga je als gemeente met de bewoners het gesprek aan over wat zij belangrijk vinden in de openbare ruimte, ga je gezamenlijk doelen bepalen.

Bijvoorbeeld door op de Dag van de Openbare Ruimte een stadsdebat te organiseren of bewoners te betrekken bij een integraal wijkbeheerplan, waarin bewoners zich kunnen uitspreken over wat zij belangrijk vinden, waar zij vinden dat het goed gaat en waar de openbare ruimte beter kan. Planvorming De ruimte voor participatie en burgerinitiatieven zit vooral in het ‘glas’. Daar zit ook de meeste dynamiek en de meeste ruimte voor aanpassing. Bij de grootschaligere ingrepen die de komende jaren in diverse buurten zullen worden gepland, is het goed om met de buurt wensen te inventariseren, tot een gezamenlijk programma van wensen te komen dat als basis dient waarmee een ontwerp gemaakt kan worden. Bij die inventarisatie van wensen geeft ook de gemeente haar randvoorwaarden aan. Belangrijk is dat bewoners zich kunnen vereenzelvigen met het ontwerp. Door een ontwerp met en door de burger te laten opstellen is deze veel eerder geneigd daar ook tijd en energie in te steken. Wanneer een ontwerp een opgelegd idee is zal er veel minder snel door externen energie in gestoken worden en verwordt een beoogde burgerparticipatie al snel tot een mislukking. Burgerinitiatief is veel meer dan inspraak. De gemeente geeft aan wat zij kan doen, de bewoners geven aan wat zij op zich willen nemen om een plus-kwaliteit toe te voegen en hun wensen te verwezenlijken.

Beheer Delen van het groen kunnen onder voorwaarden ten aanzien van openbaarheid en ruimtelijke kwaliteit aan bewoners in beheer worden gegeven. Bewoners kunnen zelf een rijkere bloemborder of heesterbeplanting in onderhoud nemen, of mogelijk zelfs hun eigen groenten en fruit verbouwen. Ook hierbij geldt dat de bewoner veel eerder geneigd is haar eigen ideeën en wensen in uitvoer te brengen dan die van de gemeente. De kracht schuilt in het combineren van gemeentelijke en burgerlijke wensen. De gemeente toont daarin vooral een ondersteunende rol en vraagt of en hoe zij de actieve bewoners kan ondersteunen.

V I S I E

OP E N BAR E

R U I M T E

M AAS S LU I S

• 47 •

Bestaande situatie

Impressie

• 48 •

BOS C H

S LAB B E R S / P LAN TE R RA

Enthousiasmeren Waardering stimuleert! Door jaarlijks een prijs uit te reiken voor het beste bewonersinitiatief wordt een competitief element ingebracht en genereert de gemeente jaarlijks free publicity. Zo reikt Den Haag bijvoorbeeld jaarlijks de Gulden Klinker uit voor het beste bewonersinitiatief. Enthousiasmeren is ook laten zien wat er allemaal mogelijk is, bijvoorbeeld door een inspiratieboekje op te stellen waarin bewoners en ondernemers kunnen zien hoe zij zelf een extra plus in een woon- of werkomgeving kunnen realiseren, inclusief de ondersteuning die zij desgewenst van de gemeente kunnen verwachten. Toetsen Steeds meer gemeenten hebben een Adviescommissie Openbare Ruimte (ACOR), waarin ontwikkelingen ten aanzien van de openbare ruimte worden besproken en beoordeeld. De leden van de ACOR zijn afkomstig uit de verschillende gemeentelijke diensten, vaak aangevuld met een vertegenwoordiger vanuit de Welstandscommissie, vanuit de politie en maatschappelijke diensten. Samen kijken zij of er mogelijkheden zijn plannen ‘intelligenter’ te maken. Communicatie Naast participatie is communicatie van belang. De burger mag van de openbare ruimte verwachten dat deze ‘schoon, heel en veilig’ is. Maar dat is op voor veel onderwerpen ook een gedeelde verantwoordelijkheid. Ook van de burger mag worden verwacht dat deze zijn eigen rommel opruimt, dat hondenpoep wordt opgeruimd.

V I S I E

OP E N BAR E

R U I M T E

M AAS S LU I S

• 49 •

Erfgoedroute

• 50 •

Waterpromenade

BOS C H

S LAB B E R S / P LAN TE R RA

5.6

Routes

Maassluis kent verhoudingsgewijs veel openbare ruimte, maar de samenhang is beperkt. Om de samenhang te versterken worden gekoppeld aan het raamwerk doorgaande thematische routes ontwikkeld die de verschillende groengebieden binnen Maassluis met elkaar en met de natuur- en recreatiegebieden buiten de stad verbinden. • een erfgoedroute die de beleefbaarheid van de cultuurhistorie sterker aanzet. • een natuurroute, gericht op de beleving van de natuur in en om de stad, met extra voorzieningen voor vlinders en bijen en meer natuurlijke landwaterovergangen. • een jog- en runroute, waar mensen calorieën kunnen verbranden en hun fitheid kunnen etaleren. • de waterwegpromenade, gericht op de beleving van ‘modern times’ op de langsvarende zeekastelen en de grootschalige industriële ontwikkelingen. Deze routes worden als zodanig gemarkeerd en de inrichting langs de route wordt op het thema toegesneden. Ieder van deze routes vergt in de uitwerking zijn eigen aandachtspunten. De erfgoedroute voert langs de iconen van ‘oud Maassluis’. De materialisatie is op de historische sfeer afgestemd. Oude klinkers en historische lantaarnpalen passen binnen het pittoreske beeld.

Bij de natuurroute kan worden gedacht aan de ontwikkeling van natuurvriendelijke oevers, aan een sortiment dat is afgestemd op bijen en vlinders en aan het plaatsen van op de natuur toegespitste voorzieningen als een bijen-hotel. De jog- en runroute vergt een egale ondergrond, een goede verlichting. Het aantal kruisingen is beperkt en de route voert bij voorkeur door en langs het groen. Aan de route kunnen trimtoestellen worden geplaatst, op het wegdek kunnen afstanden worden gemarkeerd. De waterwegroute noodt uit tot langer verpozen, voor het spotten van alle activiteiten op en aan het water. Bovendien is deze route goed op de zon georiënteerd. Aan deze route kunnen meer, grotere en stoerdere banken worden geplaatst.

V I S I E

OP E N BAR E

R U I M T E

M AAS S LU I S

• 51 •

Bestaande situatie Natuurroute

Impressie

• 52 •

BOS C H

S LAB B E R S / P LAN TE R RA

Bestaande situatie Jog en Runroute

Impressie

V I S I E

OP E N BAR E

R U I M T E

M AAS S LU I S

• 53 •

                                  

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10540063/1