CConstaterende datMaassluis
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Regiovisie op de zorg

Thema-avond 2 29 juni 2021, gemeente MaassluisBij agendapunt: 20.00-21.15 uur: Toelichting op de regiovisie ouderenzorg WSD21.581 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Regiovisie op de ouderenzorg

februari 2021

Westland, Schieland, Delfland

© IG&H - Utrecht 2021

Regiovisie WSD

1

Voorwoord

Aanleiding Dit document schetst een cijfermatig beeld over de zorg in de regio Westland, Schieland en Delfland en de uitdagingen die er liggen voor de zorgsector en maatschappij. Deze regiovisie geldt als uitgangspunt bij het opstellen van de regionale zorgagenda voor de komende jaren. Deze regionale zorgagenda is vormgegeven vanuit vijf verschillende themawerkgroepen. De volledige werkagenda van iedere themawerkgroep is als los document beschikbaar. In dit document is een samenvatting per themawerkgroep opgenomen in de bijlage. Impact coronacrisis

Dit document is opgesteld gedurende de coronacrisis. Voor zover bekend zijn de effecten van de crisis op de zorgvraag en het aanbod meegenomen, maar dit blijft een belangrijke onzekere factor. Totstandkoming Dit document is afgestemd met zorgverzekeraar DSW, zorgaanbieders en gemeenten in de regio Westland, Schieland en Delfland. Aan de rechterzijde zijn de verschillende partijen vermeld die hebben bijgedragen aan de totstandkoming van deze regiovisie. .

© IG&H - Utrecht 2021

Regiovisie WSD

2

Inhoudsopgave

1

2

4

3

Zorgvraag

Zorggebruik

Zorgaanbod

1. Demografie

1. Zvw

1. Intramuraal

2. Sociaal-economische factoren en leefstijl

2. Wlz

2. Woonvormen

3. Zvw & Wlz onder veelgebruikers

3. Netwerkzorg

3. Chronische zorgvraag

4. Wmo

4. Zelfstandig wonen / mantelzorg

Regio-opgave 1. Samenvatting H1 t/m H3 2. Overzicht regio-opgave 3. Regionale werkagenda

5. Personeel

Pagina 4 t/m 15

Pagina 16 t/m 41

Pagina 42 t/m 56

Pagina 57 t/m 62

Bijlage Pagina 63 t/m 89

© IG&H - Utrecht 2021

Regiovisie WSD

3

Zorgvraag

1 © IG&H - Utrecht 2021

Regiovisie WSD

4

1.1

Demografie | leeftijd: huidige mate van vergrijzing verschilt sterk per gemeente; vooral Vlaardingen en Maassluis al vergrijsd Leeftijdsdistributie per gemeente t.o.v. Nederland1 (1-1-2019)

Verdeling aantal inwoners (x1.000, 2019)

4% 3%

80+

33 19

4%

109

54

5%

530

62

14%

103

11%

66-80

72

14% 13% 17% 15% 12%

78

Nederland Delft Lansingerland

31-65

Pijnacker-Nootdorp Westland Midden-Delfland Maassluis

0-30

Vlaardingen Schiedam

0%

5%

10% 15% 20% 25% 30% 35% 40% 45% 50%

Gewogen gemiddelde regio

▪ Maassluis en Vlaardingen hebben relatief veel ouderen en weinig jongeren ▪ Westland en Midden-Delfland hebben een gemiddelde leeftijdsdistributie ten opzichte van Nederland

▪ Schiedam, Pijnacker-Nootdorp en Lansingerland hebben juist een relatief jongere populatie (hoger percentage 0-30 én 30-65 jarigen) en laag percentage ouderen ▪ Gemeente Delft heeft naast een laag percentage ouderen ook een laag percentage 31-65 jarigen en een heel hoog aandeel van 0-30 jarigen door het grote aantal studenten ▪ Verder is de verdeling man-vrouw2 evenredig aan de landelijke verhoudingen voor de meeste leeftijden, behalve in de leeftijdscategorie 20-30 (~46% i.p.v. ~50% vrouwen)

Bron: 1CBS bevolking regionaal op 1 januari (2019), 2Vektis open data zorgverzekeringswet 2018 © IG&H - Utrecht 2021

Regiovisie WSD

5

1.1

Demografie | bevolkingsgroei: regio WSD groeit ook de komende jaren harder dan het landelijk gemiddelde, mate van groei verschilt per gemeente Bevolkingsontwikkeling1 CAGR per gemeente, 2010-2019 Lansingerland

1,8%

Pijnacker-N

1,4%

Westland

1,0%

Midden-D

▪ In de afgelopen 10 jaar is er een jaarlijkse groei te zien van 0,8%, welke hoger is dan landelijk (0,5%)

0,9%

Delft

0,7%

Nederland

▪ Voor de komende 30 jaar neemt de jaarlijkse groei net als landelijk iets af, maar blijft bovengemiddeld

0,5%

Maassluis

0,4%

Schiedam

CAGR WSD regio: 0,8%

0,4%

Vlaardingen

0,3%

Delft

0,7%

Lansingerland

0,6%

Westland

0,4%

Maassluis

0,3%

Pijnacker-N

0,3%

Nederland

▪ Inwoneraantal in regio Delft, Westland, Oostland (m.u.v. Midden-Delfland) groeit harder dan het landelijk gemiddelde

0,2%

Schiedam

0,1%

Vlaardingen

0,1%

© IG&H - Utrecht 2021

▪ Er zijn twee groepen gemeenten te onderscheiden voor wat betreft bevolkingsgroei; ▪ Regio Nieuwe Waterweg Noord met gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam heeft een relatief kleine bevolkingsgroei

Prognose Bevolkingsontwikkeling2 CAGR per gemeente, 2020-2050

Midden-D

Bevolkingsgroei WSD regio groter dan landelijk Verschil in groei tussen verschillende gemeenten

0,0%

CAGR WSD regio: 0,4%

Bron: 1CBS bevolkingsontwikkeling (2010-2019), 2CBS regionale prognose 2020-2050 naar geslacht en leeftijd (2018) CAGR staat voor compound annual growth rate, oftewel het gemiddelde jaarlijkse groeipercentage

Regiovisie WSD

6

1.1

Demografie | vergrijzing: vergrijzingsontwikkeling in regio WSD iets onder landelijk gemiddelde, maar tempo ligt flink hoger in Pijnacker-Nootdorp en Midden-Delfland Het aandeel ouderen in de regio is lager dan landelijk, nu en in de toekomst

De groei in het aandeel ouderen is in Pijnacker-Nootdorp en MiddenDelfland de komende 15 jaar groter dan landelijk

Aandeel ouderen (65+ of 80+) in de regio* of landelijk1 (%, 2020-2050)

Aandeel 65+ers per gemeente en landelijk1 (%, 2020-2035)

30%

32%

25%

30%

Maassluis

%65+ers regio

28%

Pijnacker-N

26%

Nederland

24%

Westland

22%

Vlaardingen

20%

Schiedam

20% 15% %80+ers NL

10%

%80+ers regio

Lansingerland

18%

5%

Delft

16%

0%

2020

Midden-D

%65+ers NL

14%

2025

2030

2035

2040

2045

2050

2020

2025

2030

2035

▪ Het aandeel ouderen in de regio ligt op dit moment iets lager dan landelijk. De regio als geheel vergrijst weliswaar, maar niet harder dan de landelijke trend ▪ Het aandeel 65+-ers lijkt in de WSD regio net als landelijk vanaf 2035-2040 te stabiliseren terwijl het aandeel 80+-ers jaar op jaar blijft toenemen ▪ Mate van vergrijzing in de komende 15 jaar verschilt per regio: ▪ Sterkste groei in Lansingerland, Midden-Delfland en Pijnacker-Nootdorp (CAGR 2020-2035 is 3,7%, 3,1% en 2,3% respectievelijk, landelijk is dit 1,7%) ▪ Tempo van vergrijzing is het laagst in Vlaardingen (CAGR 2020-2035: 0,9%)

Bron: 1CBS regionale prognose 2020-2050 naar geslacht en leeftijd (2018) © IG&H - Utrecht 2021

NB: *CBS prognose (80+) is alleen beschikbaar voor gemeenten met minimaal 50.000 inwoners, daardoor missen Maassluis en Midden-Delfland

Regiovisie WSD

7

1.1

Demografie | dubbele vergrijzing: de toename van het aantal 80-plussers in de WSD regio versnelt na 2025 Aantal 80-plussers in de regio neemt de komende 5 jaar bij de meeste gemeente toe, bij Vlaardingen blijft het redelijk op niveau

Na 2025 neemt het aandeel 80-plussers bij iedere gemeente toe in een vergelijkbaar tempo als landelijk

Aantal 80+ers per gemeente (x 1.000, 2020-2025)

Aandeel 80+ers per gemeente en landelijk (%, 2020-2035)

7

+3,6%

8%

Vlaardingen

6

Nederland

7%

+3,6%

5

Westland

+0,9%

Pijnacker-N

+1,7%

4 +4,0%

3

6%

Schiedam

+3,4%

Delft

5%

Lansingerland

2 4%

1 0

3%

Delft

Lansingerland

PijnackerNootdorp

Schiedam

Vlaardingen

Westland

2020

2025

2030

2035

▪ In de komende 5 jaar zal het aantal 80-plussers groeien, met name in de gemeenten Lansingerland, Delft en Westland. Landelijk wordt er een jaarlijkse groei van 3,2% verwacht ▪ De gemeenten Schiedam en Vlaardingen hebben een iets lagere groei de komende 5 jaar, maar het aandeel 80-plussers in Vlaardingen zal alsnog hoger blijven dan het landelijk gemiddelde ▪ De groei van aandeel 80-plussers is bij de meeste gemeenten gelijk aan de landelijk groei en het aandeel 80-plussers zal ook in de toekomst lager zijn dan landelijk

© IG&H - Utrecht 2021

Bron: CBS regionale prognose 2020-2050 naar geslacht en leeftijd (2018) NB: CBS prognose (80+) is alleen beschikbaar voor gemeenten met minimaal 50.000 inwoners, daardoor missen Maassluis en Midden-Delfland

Regiovisie WSD

8

1.2

Demografie | sociaaleconomisch: regio MVS tekent zich af door laag inkomen en hoge migratieachtergrond, ook Delft toont een soortgelijk beeld Inkomen, opleidingsniveau en migratieachtergrond per gemeente Praktisch opgeleiden2* (%, 2019)

36%

NL 31 28%

21% 21%

Schiedam

NL 23,6

Delft

18%

Pijnacker Nootdorp

Midden -Delfland

Vlaar -dingen

Maassluis

Schiedam

Westland

Pijnacker Nootdorp

Lansinger -land

Midden -Delfland

Delft

Midden -Delfland

Lansinger -land

Pijnacker Nootdorp

Westland

Maassluis

Vlaar -dingen

Schiedam

Delft

12%

15%

31%

Vlaar -dingen

28%

Lansinger -land

19%

25%

33% 34%

Maassluis

NL 31,5

29% 31%

Inwoners met migratieachtergrond3 (%, 2019) 42%

Westland

28

Gestandaardiseerd inkomen per inwoner1 (x €1.000, 2018) 38 37 37 34 30 29 28

Sociaaleconomische factoren spelen een belangrijke rol in de omvang van de zorgvraag van een persoon ▪ Midden-Delfland, Lansingerland en Pijnacker-Nootdorp, hebben een hoog inkomen, laag percentage inwoners met praktisch opleiding of migratieachtergrond ▪ Westland laat hetzelfde beeld zien wat betreft inkomen en migratieachtergrond, maar heeft een hogere percentage praktisch opgeleiden ▪ Maassluis, Vlaardingen en Schiedam laten daarentegen het tegenovergestelde beeld zien: laag inkomen, hoog percentage praktisch opgeleiden, en een hoog percentage inwoners met een migratieachtergrond ▪ Delft heeft een laag inkomen, hoog opleidingsniveau en migratieachtergrond (te verklaren door hoog aantal studenten)

Bron: 1 CBS gemiddeld gestandaardiseerd inkomen 2018, 2 CBS opleidingsniveau naar gemeenten (2019), 3 CBS Kerncijfers wijken en buurten (2019) MVS staat voor Maassluis, Vlaardingen en Schiedam, * Niveau basisonderwijs, vmbo-b/k, vmbo-g/t, avo onderbouw, mbo1 © IG&H - Utrecht 2021

Regiovisie WSD

9

1.2

Leefstijl: regio WSD leeft relatief gezond; ook hier verschil zichtbaar tussen beide subregio’s, waarbij regio MVS een ongezondere leefstijl heeft dan gemiddeld Percentage inwoners met overmatig alcoholgebruik is bij de meeste gemeente iets onder gemiddeld

Percentage inwoners dat rookt is laag in PN en MD en hoog in Vlaardingen en Schiedam

Percentage inwoners met overgewicht is ongeveer gelijk aan landelijk

Percentage dat voldoet aan de bewegingsrichtlijn in de WSD regio is gelijk aan Nederlands gemiddelde

Percentage dat eigen gezondheid ervaart als goed/ zeer goed is voor de meeste gemeenten bovengemiddeld

Percentage inwoners dat 3 of meer glazen alcohol per dag nuttigt

Percentage inwoners die vraag ‘rookt u wel eens’ positief heeft beantwoord

Percentage inwoners met een BMI van meer dan 25,0 kg/m2

Percentage inwoners dat wekelijks ten minste 2,5 uur matig intensief beweegt

Percentage inwoners dat eigen gezondheid als goed/zeer goed ervaart

Pijnacker-N

5%

Pijnacker-N

15%

Delft

Maassluis

6%

Midden-D

16%

Westland

Midden-D

6%

Lansingerland

17%

Lansingerland

6%

Westland

Delft

7%

Vlaardingen

42%

Delft

59%

Midden-D

83%

47%

Lansingerland

58%

Lansingerland

82%

Pijnacker-N

47%

Midden-D

56%

Westland

79%

18%

Midden-D

48%

Pijnacker-N

55%

Delft

78%

Delft

19%

Maassluis

48%

Nederland

52%

Pijnacker-N

78%

7%

Nederland

21%

Nederland

49%

Westland

50%

Maassluis

76%

Schiedam

7%

Maassluis

21%

Lansingerland

51%

Schiedam

49%

Nederland

76%

Nederland

7%

Vlaardingen

25%

Vlaardingen

53%

Vlaardingen

47%

Vlaardingen

70%

Westland

8%

Schiedam

27%

Schiedam

54%

Maassluis

46%

Schiedam

68%

▪ Voor de meeste gemeenten wijkt het percentage alcoholgebruik, dat rookt of voldoet aan de bewegingsrichtlijn niet veel af van het Nederlands gemiddelde. Over het algemeen vertalen de sociaaleconomische verschillen tussen de gemeenten zich ook in verschillen in leefstijl: ▪ Maassluis, Vlaardingen en Schiedam hebben de ongezondste levensstijl (hoog percentage dat rookt en dat niet voldoet aan bewegingsrichtlijn). Het percentage inwoners dat eigen gezondheid ervaart als goed/zeer goed is dan ook het laagst voor deze gemeenten ▪ Pijnacker-Nootdorp, Midden-Delfland en Delft hebben de gezondste levensstijl

Bron: CBS, GGD, RIVM Gezondheidsmonitor 2016 © IG&H - Utrecht 2021

Regiovisie WSD

10

1.3

Chronische zorgvraag: relatief meer chronisch zieken in MVS en Delft dan landelijk, echter is de multimorbiditeit relatief laag t.o.v. Nederland Percentage ouderen (65+) met één of meer langdurige aandoeningen2 is hoger dan landelijk

Percentage met meerdere chronische ziekten is lager dan landelijk

% 65-plussers met 1 of meer langdurige aandoeningen (~6 maanden) (gezondheidsmonitor 20161)

% 40-plussers met 3 of meer chronische aandoeningen (declaratiedata Vektis 20172)

Delft

54%

Delft

Schiedam

54%

Nederland

Vlaardingen

53%

Schiedam

3,2%

Maassluis

52%

Vlaardingen

3,2% 3,1%

Nederland

50%

Maassluis

Lansingerland

49%

Westland

3,9% 3,7%

2,9%

Pijnacker-N

47%

Lansingerland

2,4%

Midden-D

47%

Pijnacker-N

2,4%

Westland

45%

▪ Hoger aandeel inwoners in WSD regio met één of meer langdurige aandoeningen bij ouderen ▪ Vooral bij de gemeenten Schiedam, Delft, Vlaardingen en Maassluis

Midden-D

2,2%

▪ Lager aandeel inwoners met meerdere (3 of meer) chronische aandoeningen dan landelijk onder 40-plussers ▪ Alleen de gemeente Delft scoort hoger dan het landelijke gemiddelde

Bron: 1CBS, GGD, RIVM Gezondheidsmonitor 2016, 2Vektis Factsheet chronische aandoeningen bij 40-plussers (mei 2019 o.b.v. declaratiedata 2017) © IG&H - Utrecht 2021

Regiovisie WSD

11

1.3

Chronische zorgvraag | somatische aandoeningen: bevolking in DWO gemeenten heeft lagere chronische zorgvraag door lagere vergrijzing en betere leefstijl Beroerte

COPD

Hartfalen

(% van bevolking tov NL)

(% van bevolking tov NL)

(% van bevolking tov NL)

3,7

4,9

6,1 4,9

3,6

3,2

MVS gemeenten

6,0

4,5

DWO gemeenten

MVS gemeenten

5,4

DWO gemeenten

MVS gemeenten

DWO gemeenten

Diabetes

Longkanker

Artrose / Reuma

(% van bevolking tov NL)

(% van bevolking tov NL)

(% van bevolking tov NL)

9,0

0,18

0,18

8,9

8,2

MVS gemeenten

DWO gemeenten

10,8 10,6

0,16

MVS gemeenten

DWO gemeenten

9,6

MVS gemeenten

DWO gemeenten

▪ Analyse is geclusterd naar gemeenten MVS (Maassluis, Vlaardingen en Schiedam) en DWO-gemeenten (Delft, Midden-Delfland, Lansingerland, Pijnacker-Nootdorp en Westland) omdat voor alle aandoeningen dezelfde tweedeling ontstond ▪ Binnen de MVS gemeenten geldt dat vooral de inwoners van Maassluis en Vlaardingen over het algemeen vaker een chronische aandoening hebben dan de inwoners van Schiedam en het landelijk gemiddelde ▪ Voor de DWO gemeenten geldt dat Delft, Lansingerland en Pijnacker-Nootdorp een duidelijk lagere zorgvraag hebben dan landelijk gemiddeld ▪ Dit is grotendeels te verklaren door de mate van vergrijzing binnen deze gemeenten, maar ook door de betere leefstijl in de DWO-gemeenten Nederlands gemiddelde

Bron: RIVM prognose chronische aandoeningen bij bevolking 19 jaar en ouder (publicatie 2016, prognose voor het jaar 2020) © IG&H - Utrecht 2021

Regiovisie WSD

12

1.3

Chronische zorgvraag | prognose: forse stijging in chronische zorgvraag voorzien, tempo in DWO gemeenten ligt hoger dan in MVS gemeenten Prognose percentage inwoners met een chronische ziekte voor de MVS gemeenten en DWO gemeenten

Prognose percentage inwoners (19 of ouder) met een desbetreffende DBC 14 13 12

MVS gemeenten DWO gemeenten

CAGR 2015-2030

MVS

DWO

NL

Artrose/ Reuma

2,5%

2,9%

2,7%

Diabetes

0,9%

1,1%

1,0%

Hart- en vaatziekte

1,3%

1,5%

1,5%

COPD

1,0%

1,2%

1,1%

Dementie

1,9%

2,5%

2,5%

11 10 9

8 7 6 5 4

▪ Het percentage inwoners met een chronische aandoening stijgt in alle gemeenten, mede door vergrijzing ▪ Aantal artrose / reuma patiënten groeit sterk, maar ook het aantal dementerenden zal sterk toenemen ▪ De jaarlijkse groei is voor al de chronische aandoeningen hoger bij de DWO gemeenten dan bij de MVS gemeenten ▪ Het percentage chronisch zieken blijft echter ook in de komende jaren hoger in de MVS gemeente dan de DWO-gemeenten ▪ De jaarlijkse groei is ten opzichte van Nederland lager voor de MVS-gemeente en ongeveer gelijk voor de DWO-gemeenten

3

2 1 0 2015

2020

2025

2030

Bron: RIVM open data StatLine: cijfers gebaseerd op Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2018 (VTV 2018) van het RIVM in combinatie met de Primos bevolkingsprognose 2019 van ABF Research. CAGR staat voor compound annual growth rate, oftewel het gemiddelde jaarlijkse groeipercentage © IG&H - Utrecht 2021

Regiovisie WSD

13

1.3

Chronische zorgvraag | geestelijke aandoeningen: met uitzondering van angst in Delft laat de regio WSD weinig opvallende afwijkingen of variatie zien t.o.v. landelijk

Angststoornissen

Dementie

Stemmingsstoornissen

(% van bevolking tov NL)

(% van bevolking tov NL)

(% van bevolking tov NL)

1,4

4,2

8,0

1,29

4,1

1,1

7,9

MVS gemeenten

4,19

7,90

DWO gemeenten

MVS gemeenten

DWO gemeenten

MVS gemeenten

DWO gemeenten

Nederlands gemiddelde

▪ Analyse is geclusterd naar gemeenten MVS (Maassluis, Vlaardingen en Schiedam) en DWO-gemeenten (Delft, Midden-Delfland, Lansingerland, Pijnacker-Nootdorp en Westland) omdat voor alle aandoeningen dezelfde tweedeling zichtbaar is ▪ De hoge score voor MVS gemeenten op dementie wordt gedreven door Maassluis en Vlaardingen die ook een relatief oude populatie hebben

Bron: RIVM prognose chronische aandoeningen bij bevolking 19 jaar en ouder (publicatie 2016, prognose voor het jaar 2020) © IG&H - Utrecht 2021

Regiovisie WSD

14

1.3

Zorgvraag | geneesmiddelen: relatief veel gebruikers van geneesmiddelen, al ligt het aantal polyfarmaciepatiënten in de categorie 65+-ers lager dan gemiddeld Gebruikers geneesmiddelen 2018 (# per 1.000 Zvw-verzekerden, corr. leeftijd, geslacht)

Aantal polyfarmaciepatiënten* (# patiënten van 65+ per 1.000 Zvw-verzekerden)

Ontwikkeling polyfarmaciepatiënten (# per 1.000 Zvw-verzekerden)

Regio WSD NL

363 358 356 354

353

354 349

347 348

340

2015

2016

2017

2018

2019

▪ Veelgebruikte middelen in de regio WSD lijken te zijn: slaap- en kalmeringsmiddelen, pijnbestrijdingsmiddelen, diabetesmedicatie en ADHD-middelen; gebruikers van deze middelen vallen nog niet (altijd) in de categorie polyfarmaciepatiënten ▪ De regio WSD heeft momenteel ongeveer evenveel polyfarmaciepatiënten als landelijk, terwijl de regio de afgelopen jaren onder het landelijk gemiddelde scoorde Bron: Zorginstituut GIP databank (7/2020) * Polyfarmacie is gedefinieerd als een patiënt die vijf of meer verschillende geneesmiddelen slikt voor chronische aandoeningen © IG&H - Utrecht 2021

Regiovisie WSD

15

Zorggebruik en zorgkosten

2 © IG&H - Utrecht 2021

Regiovisie WSD

16

2.1

Zorgkosten Zvw: lagere zorgkosten dan verwacht op basis van vergelijking met landelijk benchmark, met name lager bij de GGZ, VVT en huisartsen Gemiddelde zorgkosten per persoon 2018 (€, gecorrigeerd voor leeftijd)

-6,2% (-156)

Regio WSD Benchmark*

2.509

▪

2.353 ▪ ▪

+0,3% (+4)

▪

1.314 1.310

-15,0% (-29)

165 Totaal

MSZ

194

Huisarts

-26,0% (-54)

153

207

GGZ

-17,2% (-44)

213

257

-3,7% (-10)

257

Huisarts omvat kosten inschrijving, consult, MDZ en overig GGZ omvat kosten basis GGZ, specialistische GGZ en langdurige GGZ Verpleging en verzorging omvat kosten eerstelijns ondersteuning, eerstelijnsverblijf, verpleging en verzorging en geriatrische revalidatiezorg Kosten overig omvat: mondzorg, paramedische zorg, ziekenvervoer, grensoverschrijdende zorg, verloskundige zorg, kraamzorg, en kopje ‘overig

-8,2% (-7)

267 76

Wijkverpleging

Farmacie

83

Hulpmiddelen

-8,5% (-16)

174

190

Overig

▪ De zorgkosten liggen lager dan verwacht voor deze leeftijdsdistributie o.b.v. de zorgkosten in Nederland ▪ Hiervoor zijn meerdere oorzaken mogelijk, waaronder culturele factoren (zorgmijding), stabiel beheer en beleid van aanbieders, gemeenten en verzekeraars en / of succesvolle ombuigingen van de zorg

Bron: Vektis opendata zorgverzekeringswet 2018, *Benchmark is gebaseerd op de zorgkosten in Nederland, gecorrigeerd voor de leeftijdsdistributie van regio WSD © IG&H - Utrecht 2021

Regiovisie WSD

17

2.1

Zorgkosten Zvw | per gemeente: gemeente Vlaardingen heeft de hoogste zorgkosten in Zvw, maar ingezoomd op ouderen voert Delft de lijst aan Gemiddelde zorgkosten Zvw per inwoner

Gemiddelde zorgkosten Zvw per oudere inwoner

(€ pp, alle leeftijden)

€ pp, 65-80 jarige

2.660 2.509

2.480

2.473

2.402

2.277

2.168

2.103

2.059

Delft Vlaardingen Benchmark Schiedam Pijnacker-N Maassluis Westland Lansingerland Midden-D

4.947 4.919 4.895 4.790 4.467 4.418 4.387 4.345 4.057

€ pp, 80-plussers

Vlaardingen

Benchmark

Schiedam

Maassluis

Delft

West- Pijnacker- Midden- Lansingerland Nootdorp Delfland land

Delft Benchmark Pijnacker-N Vlaardingen Schiedam Midden-D Westland Maassluis Lansingerland

8.436 8.229 8.070 7.864 7.626 7.582 7.379 7.198 6.550

▪ Op totaal niveau liggen de Zvw zorgkosten in gemeenten MVS hoger dan in de DWO-gemeenten. Alleen Vlaardingen ligt hoger dan de benchmark. ▪ Ingezoomd op de oudere populatie laten naast Vlaardingen ook gemeenten Delft en Pijnacker-Nootdorp hoge zorgkosten zien.

Bron: Vektis opendata zorgverzekeringswet 2018, Benchmark is gebaseerd op de zorgkosten in Nederland, gecorrigeerd voor de leeftijdsdistributie van regio WSD © IG&H - Utrecht 2021

Regiovisie WSD

18

2.1

Zorgkosten Zvw | huisartsenzorg: ondanks hoog gebruik zijn de huisarts zorgkosten lager dan landelijk in alle gemeenten Het jaarlijks contact met een huisarts1 is relatief hoog in de regio

Het aantal eerstelijnscontacten2 groeit in de WSD regio harder dan landelijk

De kosten voor de huisarts3 liggen in alle gemeenten lager dan landelijk benchmark € pp, alle leeftijden

Trend in eerstelijnscontacten (index 2015 = 100) 120

Prognose 115

110

194 178 167 167 165 164 162 160 157

Benchmark Lansingerland Vlaardingen Maassluis Schiedam Delft Westland Midden-D Pijnacker-N

€ pp, 80-plussers 105 WSD Nederland

100 95 2015 2017

2020

2025

2030

Benchmark Lansingerland Westland Delft Vlaardingen Midden-D Pijnacker-N Schiedam Maassluis

453 358 275 269 265 263 258 252 249

▪ Het percentage inwoners dat heeft aangegeven jaarlijks contact te hebben met de huisarts is in de regio (inclusief Haaglanden) relatief hoog (~70-72%) ▪ Het aantal eerstelijnscontacten stijgt harder dan landelijk. Dit is niet (alleen) te verklaren door demografische ontwikkelingen. De vergrijzingsontwikkeling in regio WSD ligt iets onder landelijk gemiddelde, mogelijk spelen andere factoren dus een rol ▪ Ondanks dat men vaker contact heeft zijn de gemaakte zorgkosten per inwoner lager dan de landelijke benchmark; hier spelen meerdere factoren mee en het innovatieve abonnementstarief van DSW heeft hier mogelijk ook een rol gespeeld © IG&H - Utrecht 2021

Bron:1CBS gezondheidsenquête, 2Volksgezondheid toekomst verkenning 2018 (o.b.v. Nivel zorgregistraties eerste lijn), 3Vektis opendata zorgverzekeringswet 2018 Benchmark is gebaseerd op de zorgkosten in Nederland, gecorrigeerd voor de leeftijdsdistributie van regio WSD Regiovisie WSD

19

2.1

Zorgkosten Zvw | MSZ: zorgkosten MSZ variëren sterk per gemeente, met name bij de oudere 80+ populatie zijn de kosten hoger dan landelijk benchmark Trend in zorggebruik2 (beleidsarme prognose)

MSZ-kosten1 (€ pp, alle leeftijden2) 1.432 1.379 1.355 1.316 1.314 1.310 1.262 1.208 1.164

Vlaardingen Maassluis Schiedam Delft Westland Benchmark Pijnacker-N Midden-D Lansingerland

(€ pp, 80-plussers2)

▪ MSZ-kosten liggen voor de MVS-gemeenten het hoogst. De DWO-gemeenten liggen op of onder de benchmark

Polikliniek bezoeken(%) 39

Prognose

38 37 WSD Nederland

36 35 2015

2020

2025

2030

Klinische opnamen (%) 7,5

Prognose

7,0

1.314

6,5 Delft

3.748

Pijnacker-N

3.713

Maassluis Midden-D

3.509 3.472

Westland

3.409

Schiedam

3.343

Vlaardingen Benchmark

3.233

Lansingerland

© IG&H - Utrecht 2021

3.262

6,0 2015

2020

2025

2030

▪ Het aantal polibezoeken, klinische opnamen en dagbehandeling ligt lager dan het Nederlands gemiddelde ▪ Uitgaande van de beleidsarme prognose van het RIVM, zou het aantal polibezoeken minder hard stijgen dan landelijk en volgen de klinische opnamen en dagbehandelingen de landelijke trend ▪ RIVM prognose gaat uit van microdata per gemeente en houdt geen rekening met de adherentiegebieden van ziekenhuizen.

Dagbehandelingen (%) 6,4

▪ Opvallend is dat in vrijwel alle gemeenten de MSZ-kosten voor 80-plussers hoger liggen dan de benchmark (gemiddeld ~200 euro), oplopend tot ruim €500 boven het gemiddelde voor Delft

Prognose

6,2 6,0

2.956

5,8

3.423

5,6 2015

2020

2025

2030

Gewogen gemiddelde WSD

Bron: 1Vektis opendata zorgverzekeringswet 2018, 2Volksgezondheid toekomst verkenning 2018 (RIVM obv microdata CBS) Benchmark is gebaseerd op de zorgkosten in Nederland, gecorrigeerd voor de leeftijdsdistributie van regio WSD

Regiovisie WSD

20

2.1

Zorgkosten Zvw | wijkverpleging: lagere zorgkosten in de regio door lager zorggebruik, met name bij de 80-plussers Kosten wijkverpleging1

Gebruik wijkverpleging

(€ pp, alle leeftijden2)

(aandeel van de bevolking met wijkverpleging per gemeente in 2018) 314

Vlaardingen Schiedam

263

Benchmark

257

Maassluis

222

Delft

207

Midden-D

195

Westland

179

Pijnacker-N

164

Lansingerland

3,6

▪ Gebruik van wijkverpleging wordt grotendeels verklaard door vergrijzing: MVS zijn op dit moment het sterkst vergrijsd, en Lansingerland en Pijnacker-Nootdorp het minst

3,5 3,1

3,0

2,8

2,6

2,5 2,2 1,9

141

▪ Mogelijke verklaringen hiervoor zijn: doelmatigheid van de aanbieder, lichtere zorgzwaarte van de cliënten, lagere toegankelijkheid van zorg of juist een eerdere indicatie voor langdurige zorg

(€ pp, 80-plussers2)

Westland

2.025

Maassluis

2.013

Lansingerland

1.924

Lansingerland

Midden-D

Pijnacker-Nootdorp

2.408 2.395

Midden-Delfland

Pijnacker-N

Westland

2.551

Delft

Schiedam

Maassluis

2.663

Schiedam

2.790

Delft

Nederland

Vlaardingen

Vlaardingen

2.876

Benchmark

▪ Kosten voor wijkverpleging liggen lager dan verwacht o.b.v. gemiddelde leeftijd en het gebruik

Bron: 1Vektis opendata zorgverzekeringswet 2018, 2Vektis Factsheet Wijkverpleging (gepubliceerd op maart 2020), Benchmark is gebaseerd op de zorgkosten in Nederland, gecorrigeerd voor de leeftijdsdistributie van regio WSD © IG&H - Utrecht 2021

Regiovisie WSD

21

2.1

Zorgkosten Zvw | GGZ: lagere zorgkosten in de regio door o.a. lager zorggebruik en ambulantisering Gebruik GGZ fors lager dan landelijk

Ambulantisering in GGZ werkt door in regio WSD, mogelijk speelt tekort in S-GGZ ook mee Zowel het opnamepercentage als de gemiddelde verblijfsduur liggen lager dan landelijk en vertonen dezelfde neergaande trend

Percentage 18-plussers dat gebruik maakt van de ggz 7,4

Opnamepercentage gespecialiseerde ggz 6,9

6,9

9,0 5,5

66

5,3 4,7

Gemiddeld aantal verblijfsdagen per patiënt

64

4,6

4,1

3,6

8,5

62 60

Midden-Delfland

Westland

Maassluis

Pijnacker-Nootdorp

Vlaardingen

Schiedam

Lansingerland

Delft

Nederland

8,0

▪ Gebruik van GGZ redelijk in lijn met de prevalentie van geestelijke aandoeningen maar iets lager dan verwacht voor bijvoorbeeld Delft

58 WSD NL

0,0 2013

2014

2015

2016

56

2017

0 2013

2014

2015

2016

2017

▪ Opnamepercentage en verblijfsdagen liggen in de WD-regio lager dan het landelijke gemiddelde ▪ Dit kan worden verklaard door de ambulantisering maar mogelijk speelt ook een capaciteitstekort in de gespecialiseerde GGZ een rol

Bron: Vektis Factsheet Ambulantisering in de GGZ (juli 2019) © IG&H - Utrecht 2021

Regiovisie WSD

22

2.2

WLZ | zorggebruik tov NL: gebruik en kosten van intramurale zorgpakketten ligt onder landelijk gemiddelde; voor extramurale zorgvormen ligt dit boven gemiddeld WSD populatie maakt gemiddeld minder gebruik van ZZP’s Kosten liggen iets lager dan landelijk, behalve voor leeftijdsgroepen 65 tot 70 jaar en 90 jaar en ouder

% per leeftijdsgroep met ZZ1 t/m ZZ10

37 36

WSD populatie maakt meer gebruik van extramurale zorg in de Wlz Kosten hiervoor liggen op totaalniveau onder landelijk niveau, maar vanaf 70 jaar en ouder zijn de kosten per persoon boven het landelijk gemiddelde % per leeftijdsgroep met (extramurale) zorgvormen

NL

NL

WSD

WSD

8,6 5,6

17 17 7 1

1

0

65 tot 70 jaar

3

1

70 tot 75 jaar

80 tot 85 jaar

85 tot 90 jaar

90 jaar of ouder

Kosten per persoon met ZZ1 t/m ZZ10 (x €1.000)

0,2 0,2

0,5 0,5

65 tot 70 jaar

70 tot 75 jaar

75 tot 80 jaar

80 tot 85 jaar

85 tot 90 jaar

90 jaar of ouder

15

14

13

65 63 60 60

70 tot 75 jaar

12

12 62 62

61 61

11 59 59 57

65 tot 70 jaar

1,2 1,4

Kosten per persoon voor (extramurale) zorgvormen (x €1.000)

69 70

Totaal

6,2

2,7 3,2 7

3

75 tot 80 jaar

10,3

75 tot 80 jaar

80 tot 85 jaar

85 tot 90 jaar

90 jaar of ouder

Totaal

65 tot 70 jaar

70 tot 75 jaar

75 tot 80 jaar

11

10

10 10

58

10

10

80 tot 85 jaar

85 tot 90 jaar

10

10

90 jaar of ouder

Bron: CBS monitor langdurige zorg Personen met gebruik Wlz-zorg in natura © IG&H - Utrecht 2021

Regiovisie WSD

23

2.2

WLZ | ontwikkeling zorgzwaartepakketten: aandeel VV5 (met dementie) sterk toegenomen, en leidt daarmee tot sterke stijging in zorgkosten Totaal aantal indicaties VV4-8 stijgt met ~3% per jaar, stijging komt vooral door toename VV5 (pakket met dementiezorg) Aantal personen met WLZ indicatie per zorgzwaartepakket VV1 t/m 10, 2016-2019, zorgkantoorregio WSD

Sterke toename in kosten voor VV5 en VV6 Kosten per zorgzwaartepakket 2016-2019, alle leveringsvormen VV4 t/m 8, x €1 mln. zorgkantoorregio WSD

+12,3% +3,4%

VV8 VV7

4.875 50 450

4.970 50 415

5.245 45 390

990

5.395 30 400

163 148

1.020

126

930

VV6

930

VV5

2.355

2.435

115

2.615

+11,0%

2.705 +8,0%

59 52

47 49

43 45

39 41

+0,4% 29 29 28 29

VV4

1.090

1.140

1.205

1.240 3

2016

2017

2018

2019

▪ Deze stijging ligt iets boven de landelijke stijging van zo’n 3% per jaar

VV4

VV5

VV6

VV7

3

3

2

VV8

▪ Kosten voor VV5 en VV6 stijgen harder dan landelijk (11% en 10% resp)

Bron: CBS monitor langdurige zorg Personen met gebruik Wlz-zorg in natura © IG&H - Utrecht 2021

Regiovisie WSD

24

2.2

WLZ | ontwikkeling leveringsvormen: zorg wordt vaker geleverd via MPT, maar stijgende kosten komen ook van duurder verblijf met behandeling Aantal personen met WLZ indicatie gestegen met 9,5% per jaar, vooral Modulair Pakket Thuis wordt vaker geleverd

Kosten voor WLZ zorg stijgen vooral doordat verblijf met behandeling en MPT duurder worden

Aantal personen met WLZ indicatie per leveringsvorm, alle indicaties en leveringsvormen, 2016-2019, x1.000 zorgkantoorregio WSD

Kosten per leveringsvorm 2016-2019, alle ZZP en leveringsvormen, x €1 mln zorgkantoorregio WSD

+9,5%

VPT

9,5 0,0

11,8 0,1

3,7

Verblijf zonder beh

1,9

245 228

10,2 0,0

196 5,8

MPT

+10,8%

12,5 0,1

6,5

180

4,4

1,7

1,5

1,5 -3,0% 63

Verblijf met beh

3,9

4,1

4,4

58

57

+9,0%

58

4,4

26

27

31

34 0

2016

2017

2018

2019

▪ Deze stijging ligt ongeveer een procentpunt onder de landelijke stijging van zo’n 10,6% per jaar

Verblijf met beh

Verblijf zonder beh

MPT

0

3

4

VPT

▪ Kosten voor verblijf met behandeling stijgen harder dan landelijk (9,7%) ▪ Daling in verblijf zonder behandeling is tegenovergesteld tov landelijk ▪ MPT stijging is in lijn met de landelijke trend

Bron: CBS monitor langdurige zorg Personen met gebruik Wlz-zorg in natura © IG&H - Utrecht 2021

Regiovisie WSD

25

2.3

Zorggebruik Wlz en Zvw: intramurale ouderen weliswaar duurder, maar leggen minder druk op de andere zorg dan thuiswonende ouderen met zorg € 104.700

€ 44.300

€ 5.100

totale kosten Wlz + Zvw per jaar* voor 65-plusser die intramuraal verblijft

totale kosten Wlz + Zvw per jaar* voor 65-plusser die thuiswoont met zorg

totale kosten Wlz + Zvw per jaar* voor 65-plusser die zelfstandig thuiswoont

Hogere maandelijkse zorgkosten in de Zvw voor thuiswonende ouderen t.o.v. ouderen met intramuraal verblijf Wlz intramuraal (VV4-10) 88 ,0

Wijkverpleging + Wlz thuiszorg

Ziekenhuiszorg

Hulpmiddelen

Paramedie

Farmacie

Dure geneesmiddelen

18,8 15 ,5

€ K/ jaar

€ K/ jaar

3,5

1,4

5,7

2,9 € K/ jaar

0,5

0,2 € K/ jaar

0,3

0,9 € K/ jaar

0,2

1,2

0,6 € K/ jaar

0,2

1,6

0,3

€ K/ jaar

Gemiddelde kosten zijn berekend op maandbasis en zijn geëxtrapoleerd naar jaar Groep ‘intramuraal’ betreft mensen met indicatie VV4-VV10 (1.680 verzekerden, groep die ook bij DSW is verzekerd) Groep ‘thuis met zorg’ betreft mensen met VV1-3 of wijkverpleging uit de Zvw (7.299 verzekerden) Groep zelfstandig thuis betreft alle overige mensen (46.349 verzekerden)

© IG&H - Utrecht 2021

Bron: Gekoppelde data van DSW en zorgkantoor (2019) – zie bijlage voor beschrijving data

Regiovisie WSD

26

2.3

Kwetsbare ouderen: kleine groep (8% / 4.200) ouderen maakt merendeel van totale zorgkosten (55%) onder ouderen; groep is redelijk evenredig verspreid over de regio Ruim de helft van de zorgkosten (Zvw + WLZ) onder 65+-ers wordt gemaakt door 8%; zij hebben tussen 25K en 150K jaarlijkse zorgkosten (2019)

Aandeel 8%-groepers per gemeente verschilt weinig, grootste vier gemeentes meeste 8%-groepers 1200 10%

Totale zorgkosten (mln) 8%

45%

55%

968

874

4%

852

713 335

257

115

82

2% 0%

Lansingerland

Midden-D.

Pijnacker-N.

Maassluis

Aantal verzekerden

Percentage uit gemeente in 8%-groep

Meer vrouwen, maar gelijkwaardig aandeel 3000

Hoge representatie 85+’ers

(50000, (75000, (100000, (125000, (150000, (175000, (200000, (225000, 75000] 100000] 125000] 150000] 175000] 200000] 225000] 250000]

▪ 4200 65+’ers maakten in 2019 tussen 25K en 150K aan zorgkosten; deze 8% van de totale groep ouderen die bij DSW verzekerd waren zijn verantwoordelijk voor 55% (227 mln) van de totale zorgkosten ▪ 42% van deze 8%-groep maakt ook gebruik van de Wlz, en zijn voor 50% van de zorgkosten in deze groep verantwoordelijk ▪ Deze selectie is exclusief gehandicapten

6%

Westland

ZvW

Verzekerden gecategoriseerd op jaarlijkse zorgkosten

8%

Delft

WLZ + ZvW

(25000, 50000]

1000 800 600 400 200 0

4.200 ouderen

Schiedam

(0, 25000]

92%

Vlaardingen

200 180 160 140 120 100 80 60 40 20 0

Kenmerken 8%-groep

2500 2000 1500 1000

2396 1703

500 0 Man

Vrouw

9%

2000

7%

1500

5%

1000

3%

500

1%

0

1156

1460

1483

30% 25% 20% 15% 10% 5% 0%

65 - 75 75 - 85 85+

Bron: Gekoppelde data van DSW en zorgkantoor (2019) – zie bijlage voor beschrijving data © IG&H - Utrecht 2021

Regiovisie WSD

27

2.3

Kwetsbare ouderen | 8%-groep: zorggebruik in deze 8%-groep wordt vooral gedreven door intensieve WLZ-zorg en veelgebruik in de Zvw 4.200 ouderen

Verdeling zorgkosten 8% groep (227 mln) Wlz; 43%

Zvw; 57%

Zorgkosten Wlz met name in zorgzwaarte VV4-VV6, extramurale thuiszorg bij veel ouderen omvat minder hoge totale kosten

8%-groep is veelgebruiker van Zvw-zorg met gemiddeld 5,7 verschillende soorten zorg

Totale kosten (x € 1 mln)

Aantal mensen dat van [x] aantal zorgsoorten gebruikt maakt 942

39,1

930

623 502

20,9 17,7

385 282

10,2 4,1

Thuiszorg

VV4

VV5

VV6

VV7

0,2

0,6

0,2

VV8

VV9

VV10

▪ De kosten in de Wlz worden met name gemaakt in zorgzwaarte VV4, VV5 en VV6 door de 8%-groep. In deze groep hebben de meeste ouderen de zorgzwaarte VV5 en VV4, maar ook extramurale thuiszorg komt bij 608 van de ouderen voor. Hiervoor zijn de totale zorgkosten wel een stuk lager

263 127

66 1

6 2

3

4

5 6 7 Aantal zorgsoorten

8

9

10

5,7

▪ 8%-groep is over het algemeen veelgebruiker van verschillende zorgsoorten met gemiddeld 5,7 verschillende zorgsoorten in een jaar (ter referentie, voor de 92%-groep is dit 4,4 per jaar) ▪ Meest voorkomende zorgsoorten zijn ziekenhuis, huisarts, apotheek, hulpmiddelen, paramedie en vervoer

Bron: Gekoppelde data van DSW en zorgkantoor (2019) – zie bijlage voor beschrijving data © IG&H - Utrecht 2021

Regiovisie WSD

28

2.3

Kwetsbare ouderen | 1 jaar voor Wlz indicatie: voorafgaand aan Wlz indicatie gebruikt merendeel ziekenhuiszorg; enkelen stromen direct door vanuit wijkverpleging Zorggebruik in 8%-groep ouderen in het jaar vóórafgaand aan intramurale zorg 65+’er

1.744 ouderen

Geriatrische revalidatiezorg (GRZ)

GGZ

Medisch specialistische zorg (MSZ)

Spoedeisende hulp (SEH)

▪ Dit stroomschema toont de route naar intramurale opname van ouderen in de 8% groep in het jaar vóór intramurale opname, de kleur van de lijnen geeft het aantal ouderen aan dat deze stap doorloopt op het totaal aantal van 1.744 ouderen ▪ De meest voorkomende route naar intramurale zorg blijkt (via de huisarts) via het ziekenhuis, vervolgens langdurige wijkverpleging (Wlz) en daarna intramuraal ▪ Een tweede veelvoorkomende route is dat een oudere eerst wijkverpleging uit de Zvw ontvangt, daarna uit de Wlz en daarna intramurale opname ▪ Na SEH-bezoek ontvangen de meeste ouderen eerst andere ziekenhuiszorg; een beperkt deel stroomt daarna door naar ELV, wijkverpleging of verpleeghuis ▪ Meest voorkomende stap na ELV is een intramurale opname. De groep die naar huis gaat maar alsnog binnen een jaar intramuraal opgenomen wordt, is zeer klein. Niet in beeld is de uitstroom naar huis waarbij niet binnen een jaar alsnog intramurale opname plaatsvindt

Eerstelijns verblijf (Elv)

Wijkverpleging (Wlz)

700 – 1000 verzekerden 400 – 700 verzekerden 100 – 400 verzekerden < 100 verzekerden

© IG&H - Utrecht 2021

Wijkverpleging (Zvw)

Intramuraal (Wlz)

Definities: analyses uitgevoerd op specifieke groep 1. Verzekerden. 65+’ers in 8%-groep, die bekend zijn in zowel Wlz- als DSW-data (Zvw). In totaal zijn 1.744 ouderen meegenomen in de analyse 2. Proces. één jaar voor intramurale zorg (VV4 t/m VV10) 3. Zorgsoorten. Naast de getoonde zorgsoorten zijn overige zorgsoorten uitgesloten vanwege te weinig relevantie en/of te hoge complexiteit 4. Huisarts. Er kunnen vanwege het abonnementstarief geen afzonderlijke huisartsbezoeken worden weergegeven. Betrokkenheid van de huisarts bij iedere wisseling van zorgsoort is aannemelijk.

Bron: Gekoppelde data van DSW en zorgkantoor (2016 – 2020) – zie bijlage voor beschrijving data Disclaimer: vanwege een aggregatie op maandniveau zijn bovenstaande gegevens niet (in de tijd) te interpreteren als een directe doorstroom

Regiovisie WSD

29

2.3

Kwetsbare ouderen | knelpunten: voorbeelden van groepen ouderen die nu tussen ‘wal en schip’ vallen en niet de juiste zorg ontvangen of veel druk leggen op de zorg Zorggebruik in 8%-groep ouderen in het jaar vóórafgaand aan intramurale zorg 65+’er

4

1.744 ouderen

5

GRZ

Voorbeelden van “knelpunt” groepen ouderen (uitwerking op de volgende sheets)

1

Ouderen op de wachtlijst Vanwege capaciteitstekort staat de oudere op de wachtlijst; ondertussen belandt de oudere bij andere zorgaanbieders

2

Multimorbiditeit MSZ Oudere patiënt heeft meerdere klachten en we zien veelvuldig gebruik van zorg bij steeds een ander specialisme of aanbieder

3

Onvoldoende zelfstandig, maar nog niet aangetoond Patiënt komt in het ziekenhuis en arts schat in dat het thuis waarschijnlijk niet (lang) goed gaat; echter, patiënt heeft of wil nog geen indicatie, maar komt alsnog niet veel later in het verpleeghuis

4

Gebrekkige zelfstandigheid Oudere woont thuis maar komt bijvoorbeeld ten val. Daarna neemt de zelfstandigheid sterk af en de zorgvraag toe

5

Ouderen die slecht in beeld zijn (niet verder verdiept in volgende sheets) Ouderen met een (aanstaande) zorgvraag, maar die zelfs buiten beeld van de huisarts zijn; voorbeelden zijn eenzame ouderen, zorgmijders, licht dementerenden of ouderen met ongediagnostiseerde gedragsproblematiek

GGZ

2 SEH

MSZ overig

ELV

3 Wijkverpleging Wlz

Wijkverpleging Zvw

1 700 – 1000 verzekerden 400 – 700 verzekerden 100 – 400 verzekerden < 100 verzekerden

© IG&H - Utrecht 2021

Wlz intramuraal

Bron: Gekoppelde data van DSW en zorgkantoor (2016 – 2020) – zie bijlage voor beschrijving data Disclaimer: vanwege een aggregatie op maandniveau zijn bovenstaande gegevens niet (in de tijd) te interpreteren als een directe doorstroom

Regiovisie WSD

30

2.3

Kwetsbare ouderen | wachtlijst: ~80% van de ouderen wordt binnen een half opgenomen in de intramurale zorg; wachttijd na indicatie is gemiddeld vier maanden 1

Ouderen op de wachtlijst 65% van de ouderen kan binnen 3 maanden intramuraal terecht en 80% binnen 6 maanden Aantal bij DSW verzekerde 65-plussers op de wachtlijst voor intramurale instelling (2016-2019)

0-3 maanden 1682 (65%)

4-6 maanden 333 (13%)

7-12 maanden 336 (13%)

13-18 maanden 128 (5%)

>18 maanden 109 (4%)

1.069

290

176 147 117

110

106 81

85 48

0

1

2

3

4

5

6

7

8

9

50

10

65 37 11

35 12

21 13

33 14

25

22

15

12

13

6

10

7

8

15

16

17

18

19

20

21

22

23

24+

Aantal maanden tussen indicatie en startdatum Gemiddelde wachttijd

Bron: Gekoppelde data van DSW en zorgkantoor (2016 – 2020) – zie bijlage voor beschrijving data Wachtlijst benaderd door verschil tussen indicatiedatum en startdatum van declaraties van de geïndiceerde zorg © IG&H - Utrecht 2021

Regiovisie WSD

31

2.3

Kwetsbare ouderen | wachtlijst: ouderen die 1 tot 3 maanden op wachtlijst staan leggen relatief grootste druk op zorg

Leeftijd

Ouderen op de wachtlijst

65-75 75-85 85+

ZZP

1

VV4 VV5 VV6 VV7 VV9

1 t/m 3 mnd Oude groep met zware, vaak acutere zorgvraag

4 t/m 6 mnd Oudere groep met relatief hoge VV4 zorgvraag

7 t/m 12 mnd Redelijk gemiddelde groep, iets hogere VV6 zorgvraag

10%

9%

10%

34%

42% 48%

51%

33%

39% 49%

1% 2%

11%

0% 0%

46% 35%

26% 56%

9%

19% 41% 43%

33% 52%

15%

> 18 mnd Relatief jongere en gezondere groep, veelal dementerend

15%

39% 56%

12 t/m 18 mnd Iets jongere groep, veelal dementerend

9% 2% 0%

0% 0%

19% 62%

74% 7% 0% 0%

Wijkverpleging % van 65+-’ers

95%

90%

88%

83%

80%

SEH-bezoek Maandelijkse kans

73%

24%

14%

9%

6%

Zorgkosten (€/mnd)

€ 3.300

€ 2.400

€ 2.300

€ 1.800

€ 1.900

Bron: Gekoppelde data van DSW en zorgkantoor (2016 – 2020) – zie bijlage voor beschrijving data Wachtlijst benaderd door verschil tussen indicatiedatum en startdatum geindiceerde zorg © IG&H - Utrecht 2021

Regiovisie WSD

32

2.3

Kwetsbare ouderen | multimorbiditeit: grote gebruik heeft verscheidenheid aan (ouderdoms-)klachten en maakt gebruik van verschillende ziekenhuisspecialismen 2

Patiënten met multimorbiditeit Ruim de helft van de ouderen maakt jaar voor intramurale opname gebruik van drie of meer MSZ-specialismen

Percentage van de ouderen dat specialisme jaar voorafgaand aan Wlz-indicatie heeft

Aantal verschillende MSZ-specialismen jaar voor intramurale zorg 43%

Meest voorkomende specialismen in deze selectie zijn ouderengeneeskunde, inwendige geneeskunde en neurologie

57%

Ouderengeneeskunde

347

36%

Inwendige geneeskunde

Aantal ouderen

301

34%

Neurologie

33%

Cardiologie

239

32%

Chirurgie

203

31%

Oogheelkunde

149

25%

Revalidatiezorg voor ouderen

119

22%

Radiologie 60

1

2

3

39

22

18%

Dermatologie 11

2

4 5 6 7 8 9 10 11 Aantal verschillende MSZ-specialismen

1 12

1 13

Orthopedie

1 14

▪ Bij de ouderen die gebruik maakt van medisch specialistische zorg in het jaar voorafgaand aan de intramurale zorg, gebruikte 43% één of twee verschillende MSZ-specialismen en 57% zelfs drie of meer; veel verschillende MSZ-specialismen kunnen multimorbiditeit indiceren. ▪ Van de 85+’ers met drie of meer MSZ specialismen, is de helft ook bij de geriater geweest

14% 13%

Urologie

11%

Longziekten

10%

▪ Een derde van de ouderen met MSZ voorafgaand aan een Wlzindicatie bezoekt de ouderengeneeskunde en/of inwendige geneeskunde en/of neurologie

Bron: Gekoppelde data van DSW en zorgkantoor (2016 – 2020) – zie bijlage voor beschrijving data © IG&H - Utrecht 2021

Regiovisie WSD

33

2.3

Kwetsbare ouderen | zelfstandigheid: de periode dat ouderen thuis zijn tussen ziekenhuisopname en verpleeghuisopname is vaak maar 1 à 2 maanden 3

Onvoldoende zelfstandig in thuissituatie, maar nog niet aangetoond

Weinig tijd tussen MSZ, wijkverpleging en intramurale zorg: er is een groep ouderen die idealiter snel doorstroomt na het ziekenhuis, maar nog wachten op een indicatie

Wijkverpleging Zvw

Cumulatief percentage van de verzekerden

MSZ (excl SEH)

Bijna de helft heeft binnen twee maanden na wijkverpleging een intramurale opname

70% van de ouderen krijgt binnen één maand na MSZ wijkverpleging aangeboden

80%

85%

93%

Wlz intramuraal

100%

100%

70%

63% 57% 61%

67% 67% 70% 72%

74%

2

3

4

5

Aantal maanden tussen MSZ én wijkverpleging

1

2

3

4

5

7

8

9

10

11

▪ Een groot deel hiervan ontving binnen een maand na MSZ wijkverpleging. Bij deze ouderen is het mogelijk dat het destijds nog niet aangetoond kon worden dat ze niet zelfredzaam waren en kregen dus nog geen Wlz-indicatie ▪ Echter ontvangt bijna de helft van de ouderen binnen een twee maanden alsnog intramurale zorg

41% 46%

1

▪ Circa 50 ouderen hadden in 2019 achtereenvolgend MSZ en wijkverpleging vanuit de Zvw als laatste processtappen voor een intramurale indicatie

12

Aantal maanden tussen wijkverpleging en Wlz intramuraal

▪ Andere redenen die deze periode verklaren zijn dat ouderen er nog niet ‘aan toe’ waren om een indicatie aan te vragen, of de eigen bijdrage niet konden / wilden betalen

Bron: Gekoppelde data van DSW en zorgkantoor (2016 – 2020) – zie bijlage voor beschrijving data © IG&H - Utrecht 2021

Regiovisie WSD

34

2.3

Kwetsbare ouderen | zelfstandigheid: ouderen met thuiszorg hebben relatief gezien ongeveer een even grote kans om met letsel op de SEH te belanden 4

Gebrekkige zelfstandigheid (valincidenten genomen als voorbeeld, meerdere indicatiegroepen denkbaar) Leeftijdsgroep 65-75 jaar

Leeftijdsgroep 75-85 jaar

Leeftijdsgroep 85+

% letsels met SEH-bezoek van desbetreffende leeftijdsgroep (geclusterd naar ontvangen type zorg in de desbetreffende maand)

% letsels met SEH-bezoek van desbetreffende leeftijdsgroep (geclusterd naar ontvangen type zorg in de desbetreffende maand)

% letsels met SEH-bezoek van desbetreffende leeftijdsgroep (geclusterd naar ontvangen type zorg in de desbetreffende maand)

n = 264

n = 57

n=4

n = 204

n = 98

n = 23

n = 61

4,4% 3,3%

n = 106

n = 44

3,9%

4,0%

3,3%

2,80%

2,1% 1,5%

1,0%

65 - 75 jaar Zelfstandig*

Thuiszorg

75 - 85 jaar Intramuraal

Zelfstandig*

Thuiszorg

85-plussers Intramuraal

Zelfstandig*

Thuiszorg

Intramuraal

▪ Uit onderzoek is bekend dat valincidenten onder ouderen een initiator kunnen zijn van verlies van zelfstandigheid en een hogere zorgvraag; bij zelfstandig thuiswonende ouderen is leeftijd een belangrijke factor in het aantal valincidenten dat leidt tot een SEH-bezoek ▪ De kans op een SEH-bezoek voor letsel lijkt in de leeftijdsgroepen neemt (logischerwijs) iets toe naarmate men ouder wordt; in een thuiszorgsituatie en intramurale situatie lijkt het risico ongeveer even groot, waarbij het voorzieningenniveau in de intramurale setting natuurlijk hoger ligt ▪ Bovenstaande analyse toont de resultaten over 2019, eerdere jaren laten een vergelijkbaar beeld zien

© IG&H - Utrecht 2021

Definitie: aantal valincidenten op SEH is benaderd adhv 74 DBC’s met letsel / breuk / trauma en 0-2 maanden ervoor SEH bezoek. Geschat wordt dat hiermee ~25% van de valincidenten is meegenomen in de analyse Alle 65+-ers geincludeerd waarvoor declaraties in de Zvw of in de Zvw en Wlz over 2019 beschikbaar zijn. * Oudere die geen thuiszorg of intramurale zorg ontvangt. Huishoudelijke hulp, mantelzorg of overige zorg is hierin niet apart genomen

Regiovisie WSD

35

2.4

Zorggebruik | WMO: meer cliënten met groter aantal arrangementen per persoon bij de MVS gemeenten en de gemeente Delft Aantal WMO cliënten1 het hoogst in Vlaardingen, Maassluis, Schiedam en Delft, andere gemeenten hebben juist een veel lager WMO zorggebruik

Aantal WMO arrangementen per persoon2 het hoogst in Delft, Schiedam en Westland

WMO-cliënten per 1.000 inwoners (2019*)

Aantal WMO-arrangementen per persoon (2019*) 89

67

74

745

2.300

**

6.090

2.545

5.185

5.775

7.120

23%

26%

27%

30%

32%

33%

33%

37%

37%

30%

24%

1 2 3 of meer

53%

44%

49%

45%

42%

43%

43%

37%

39%

Westland

Schiedam

Delft

24%

Maassluis

26%

Vlaardingen

24%

Nederland

24%

Pijnacker-N

25%

Midden-D

25%

Lansingerland

Vlaardingen

Maassluis

Schiedam

Delft

Nederland

▪ De regio heeft gemiddeld 60 WMO cliënten/1000 inwoners, dit is iets lager dan landelijk ▪ Tussen gemeenten zijn grote verschillen. Dit is m.n. gedreven door vergrijzing, maar ook door factoren als leefstijl, stedelijkheid, hoe toegang tot Wmo is georganiseerd etc. ▪ Daarnaast zijn er verschillen tussen gemeenten in de registratie en aanlevering van Wmo-voorzieningen wat kan leiden tot (onterechte) verschillen tussen gemeenten

© IG&H - Utrecht 2021

2.265

25%

48

Westland

42

Pijnacker-N

38

Midden-D

Lansingerland

36

72

78

▪ De WSD-regio heeft een hoger aandeel met 3 of meer WMO arrangementen per persoon (32% t.o.v. 30% landelijk) ▪ Het aantal maatwerkarrangementen per persoon is het hoogst in de gemeenten Delft, Schiedam, Maassluis en Vlaardingen ▪ Gemeente Westland heeft opvallend veel maatwerkarrangementen per persoon terwijl er relatief weinig WMO cliënten zijn ▪ Verschillen in de werkwijze kan effect hebben op het aantal arrangementen per persoon***. Dit effect is nu niet meegenomen

Bron: 1CBS gebruik voorzieningen sociaal domein (2019), 2Wmo-gebruik, aantal maatwerkarrangementen (2019) *Cijfers 2019 zijn voorlopig, overige jaren zijn wel definitief o.b.v. Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein, **Exact aantal WMO arrangementen voor Nederland niet getoond gezien het gaat om de onderlinge vergelijking in aantal WMO arrangementen. *** Bijvoorbeeld gemeenten die specifieke (resultaat gebonden) arrangementen aanbieden, hebben naar verhouding meer arrangement per persoon dan gemeenten die meer generieke WMO arrangementen verstrekken

Regiovisie WSD

36

2.4

WMO | ontwikkeling: het aantal WMO-cliënten per 1.000 inwoners stijgt licht; aard van het arrangement verandert naar meer ondersteuning thuis Aantal WMO cliënten per 1000 inwoners1 stijgt licht in vergrijste gemeenten, en blijft in andere gemeenten redelijk stabiel

Soort WMO arrangement1 verandert, hulp bij huishouden groeit door m.n. abonnementstarief, relatief vaak ondersteuning thuis

WMO-cliënten per 1.000 inwoners (2015-2019*)

Verdeling WMO arrangementen als % van totaal (2015-2019*)

Voorlopige cijfers

110 100

Vlaardingen

90

3%

3%

1%

1%

2%

20%

25%

24%

25%

23%

24%

25%

25%

27%

51%

48%

50%

49%

48%

2015

2016

2017

2018

2019*

Maassluis

80

Schiedam

70

Delft

60

Nederland

50

Westland

26%

Pijnacker-Nootdorp

40

Midden-Delfland

30

Lansingerland

20 10 2015

2016

2017

2018

2019*

▪ Het aandeel van Wmo cliënten in de WSD-regio stijgt licht, met name in de gemeenten die nu al zijn vergrijst ▪ De terugval in WMO-gebruik in 2019 bij de MVS-gemeenten komt hoogstwaarschijnlijk door een andere wijze van registeren. Gegevens betreft Wmo-gebruik van ROGplus ondersteunen dit beeld ook niet (pagina 41)

© IG&H - Utrecht 2021

Verblijf en opvang

Hulp bij huishouden

Ondersteuning thuis

Hulpmiddelen en diensten

▪ Per 1 januari 2019 is landelijk het abonnementstarief** ingevoerd dat effect heeft op de verdeling Wmo-arrangementen. Er wordt vaker gebruik gemaakt van hulp bij huishouden met name bij de hoge inkomensgroep2. Dit beeld is ook in de regio te zien ▪ Naar verhouding wordt er in de regio meer gebruik gemaakt van ondersteuning thuis. Landelijk ligt dit rond de 20%

Bron: CBS Wmo-cliënten; type maatwerkarrangement, regio (2015-2019) o.b.v. Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein 2cbs.nl (2019): Ruim 1 miljoen mensen met Wmo-maatwerk in 1e halfjaar. *Cijfers 2019 zijn voorlopig, overige jaren zijn wel definitief o.b.v. Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein, **Dit is een vast (maandelijks) tarief voor de eigen bijdrage voor de Wmo-voorzieningen

Regiovisie WSD

37

2.4

WMO | leeftijd: hoog Wmo-gebruik bij de 60-plussers in MVS gemeenten en Delft, de rest van de regio juist laag WMO gebruik t.o.v. landelijk Wmo-gebruik naar leeftijd (aantal WMO-cliënten per 1.000 inwoners van de desbetreffende leeftijdscategorie, 2019) Leeftijdsgroep 60-75 jaar 101

Leeftijdsgroep 75-85 jaar

104

106

Leeftijdsgroep 85+

335 306

88

358

310

610

194

196

205

Westland

Pijnacker-Nootdorp

Westland

187

Lansingerland

Pijnacker-Nootdorp

496

252

Midden-Delfland

50

53

Lansingerland

81 52

758

513

631

678

522 489

423

Delft

Schiedam

Vlaardingen

Maassluis

Lansingerland

Pijnacker-Nootdorp

Westland

Midden-Delfland

Schiedam

Vlaardingen

Delft

Maassluis

Schiedam

Vlaardingen

Delft

Maassluis

Midden-Delfland

30

Nederlands gemiddelde

▪ Veruit de meeste WMO-gebruikers hebben een leeftijd van 85 jaar of ouder; gemiddeld maakt meer dan 50% van de 85+’ers gebruik van Wmovoorzieningen ▪ In de DWO-gemeenten (m.u.v. Delft) zien we relatief weinig 60-75 jarigen en 75-85 jarigen die gebruik maken van Wmo-voorzieningen (t.o.v. landelijk) ▪ In de MVS gemeenten en Delft is het WMO-gebruik juist relatief hoog voor alle inwoners ouder dan 60 jaar Bron: CBS Wmo-cliënten; type maatwerkarrangement, regio (2015-2019) o.b.v. Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein © IG&H - Utrecht 2021

Regiovisie WSD

38

2.4

WMO | sociaal economische kenmerken: ouderen met een beneden-modaal inkomen zonder migratie achtergrond maken het meest gebruik van WMO-voorzieningen In de lagere inkomensgroepen (beneden-modaal) maken de meeste mensen gebruik van Wmo-voorzieningen

Mensen met een migratieachtergrond maken gemiddeld 30% tot 40% minder vaak gebruik van Wmo-voorzieningen

WMO cliënten per 1.000 inwoners naar inkomensklasse (x €1.000, 2019)

WMO-cliënten per 1.000 inwoners naar migratieachtergrond (2019)

Aantal WMO-cliënten (per 1.000 inwoners)

300

104

250

87

96

86

200

61 150

38 30 29

100

51

46

39

32

21

51 42

29 32

57 57

54

43 44

42

24

50 0 Minder dan 10

10 tot 15

15 tot 20

20 tot 30

30 tot 40

40 tot 50

50 tot 100

Inkomensklasse per jaar (x €1.000) Delft

Midden-Delfland

Schiedam

Lansingerland

Nederland

Vlaardingen

Maassluis

Pijnacker-Nootdorp

Westland

Meer dan 100

▪ Ouderen met een beneden-modaal inkomen (onder €35k) maken meer gebruik van WMO-voorzieningen dan inwoners met een heel laag (minder dan €10K) of bovenmodaal inkomen (boven €35K) ▪ De invoering van het abonnementstarief heeft mogelijk een ‘aanzuigende’ werking op hoge inkomensgroepen*. Dit is op totaal niveau niet direct af te leiden, mogelijk wel op wijkniveau3

© IG&H - Utrecht 2021

Midden- Lansinger PijnackerDelfland -land Nootdorp Klein

West -land

Maas -sluis

Delft

Vlaar -dingen

Schie -dam

% verschil tussen inwoners zonder – en met migratieachtergrond Geen

Niet-westers

Groot

Westers

▪ Ook in WSD-regio geldt dat mensen met een migratieachtergrond minder gebruik maken van Wmo-voorzieningen. Dit heeft mede te maken met het inkomensniveau en/of de woonsituatie2 of mogelijk door een lagere toegankelijkheid tot Wmo-voorzieningen ▪ Het verschil tussen inwoners met- en zonder migratieachtergrond in WMO-gebruik is het grootst in Schiedam, Vlaardingen en Delft

Bron: CBS Wmo-cliënten; type maatwerkarrangement, regio (2015-2019) o.b.v. Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein , 2Zelfredzaamheid van ouderen en gebruik van Wmo, statistische trends CBS (2020). 3Onderzoek LPBL (2020): Analyse Wmo-gebruik in Maassluis *De eigen bijdrage in 2019 is met invoering van abonnementstarief lager geworden voor hoge inkomensgroepen

Regiovisie WSD

39

2.4

WMO | soort dienst: het gebruik van soorten WMO-diensten wordt bepaald door populatiekenmerken maar ook door beleid per gemeente / uitvoeringsorganisatie WMO arrangementen naar soort dienst per gemeente (aantallen, 2019)

3%

12%

15%

21%

20%

5%

5% 21%

21% 20% 33%

28%

Verdeling WMO-arrangementen per gemeente wordt deels gedreven door populatiekenmerken maar mogelijk ook door beleidskeuzes 37%

28% 26%

28%

29%

29%

33% 19% 30%

60%

56%

52%

48%

50%

47%

46%

44% 33%

Lansingerland PijnackerNootdorp

Verblijf en opvang

Westland

Nederland

Ondersteuning thuis

Maassluis

Vlaardingen

Hulp bij huishouden

Schiedam

Delft

▪ De inwoners van de gemeenten MVS ontvangen naar verhouding vaker een WMO-arrangement ‘Hulp bij huishouden’. Deze gemeenten maken allen gebruik van dezelfde uitvoeringsinstantie (ROGplus) en tonen een onderling vergelijkbaar beeld naar type verstrekking ▪ Gemeente Midden-Delfland en Delft hebben een opvallende verdeling met naar verhouding laag gebruik van ‘Hulpmiddelen en diensten’ en hoog van ‘Ondersteuning thuis’

MiddenDelfland

Hulpmiddelen en diensten

Bron: CBS Wmo-cliënten; type maatwerkarrangement, regio (2015-2019) o.b.v. Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein © IG&H - Utrecht 2021

Regiovisie WSD

40

2.4

WMO | prognose MVS gemeenten: ROGplus verwacht zo’n 4% groei per jaar, waarbij overheveling naar Wlz de groei in voorzieningen nog enigszins compenseert ▪ De begroting en het meerjarenperspectief van ROGplus betreft alle inwoners van MVS, dus niet alleen ouderen. Zo’n 70% van de indicaties is bestemd voor ouderen (65+)

Begroting en prognose ROGplus, uitvoeringsinstantie voor MVS gemeenten (x € mln, lopende prijzen) 34,1

▪ De begroting (excl. overhead) groeit naar verwachting met ~4% per jaar van €72 mln. in 2020 naar €86 mln. in 2025. Hiervan is zo’n 2% door prijsontwikkeling en inflatie

9%

21,8

-3%

▪ Overige 2% volumegroei is in lijn met de verwachte vergrijzing

0%

18,5 15,5 16,2

16,2

▪ Hoogste groei wordt verwacht voor de categorieën schoon huis (~9% p.j.), scootmobielen (~10% p.j.) en geclusterd wonen (~9% p.j.)

6% 7,9

10%

5,9

9%

5,3 3,2

2,1

9% 3,3

1,9

2,6

1,3

0,8

0,6

0,7

▪ Woonvoorzieningen, incl. aanpassingen aan woningen, groeit naar verwachting met ~6% p.j. ▪ Schoon huis is nu goed voor ~30% van alle kosten, in 2025 zou dit ~40% zijn

Werkelijk 2019

Begroot 2020

Begroot 2021

Prognose 2022

Prognose 2023

Prognose 2024

Prognose 2025

▪ Beschermd wonen gaat in deze context over meerderjarige cliënten met psychische of psychosociale problematiek. Per 2021 komen mensen die hun leven lang intensieve geestelijke gezondheidszorg nodig hebben in aanmerking voor de Wlz, wat de daling per 2021 verklaard

Bron: jaarverslag 2019 en begroting 2021 incl meerjarenprognose ROGplus © IG&H - Utrecht 2021

Regiovisie WSD

41

Zorgaanbod

3 © IG&H - Utrecht 2021

Regiovisie WSD

42

3.1

VVT | intramuraal aanbod: Pieter van Foreest grootste aanbieder in DWO; in MVS is aanbod verdeeld en met enige focus naar eigen expertisegebied Vijf grootste intramurale instellingen in WSD regio

Gemeenten met locaties van aanbieder

# intramurale locaties in WSD regio2

Delft, Westland, Midden Delfland en Pijnacker Nootdorp

17

Schiedam, Vlaardingen Maassluis,

6

Omzet Wlz* (in mln)

Aandachtsgebieden

Medewerkers FTE (excl. vrijwilligers)

Zorgkaart2

129

(Jonge) dementie, palliatieve zorg, orthopedie, CVA3.400 mdw beroerte, Parkinson, reuma (~1.700 fte) en revalidatie

8,3

95

(Jonge) dementie, palliatieve 1.300 FTE zorg, paramedische zorg, (2018) revalidatie en psychologie

7,9

(Hoogvliet, Rhoon en Spijkenisse en Poortugaal)

(5 in overige regio’s)

Schiedam en Vlaardingen

5

50

Dementie, paramedische zorg, Parkinson & Korsakov

825 FTE (2017)

9.1

Vlaardingen

4

42

Dementie, ouderengeneeskunde paramedische zorg en psychologie

580 FTE (2018)

7,7

Palliatieve zorg, ouderengeneeskunde, paramedische zorg en dagverzorging

200FTE (2020)

8.2

Maassluis, Westland

4

Uitsplitsing naar regio niet openbaar

Samenwerkingsverband ConForte zorgt voor kennisdeling en belangenbehartiging van de VVT-sector in regio Rotterdam. Hierin zijn 9 partijen actief. Uit bovenstaande lijst is dit alleen Argos Zorggroep

© IG&H - Utrecht 2021

Bron: jaarverslagen en websites, 2Zorgkaart Nederland. *Wettelijk budget voor aanvaardbare kosten Wlz exclusief subsidies in 2019 voor PvF, Frankeland en Zonnehuisgroep en 2018 voor Argos. Geen onderscheidt gemaakt tussen opbrengsten uit locaties buiten regio WSD. Excl PGB voorzieningen

Regiovisie WSD

43

3.1

VVT | wachtlijsten WLZ: het aantal mensen in zorg stijgt licht, maar de stijging is onvoldoende om de sterk oplopende wachtlijsten te voorkomen Ontwikkeling wachtlijst en aantal mensen in zorg in absolute aantallen Aantal mensen op de wachtlijst (V&V)

Aantal mensen met intramuraal verblijf (V&V)

1200

3800

1000

18% p.j. 3750

800 600

3700

400 3650 200 0 1

3

5

7

9

11

1

3

2017

5

7

9

11

2018

1

3

5

7

9

11

2019

1

3

5

7

2020

Careyn De Vloot

Careyn DWO/Nwn B.V.

Frankeland - Sint Liduinastichting

Laurens (Regio Delfland Westland Oostland)

Overig

Stichting Argos Zorggroep

Stichting Zorginstellingen Pieter Van Foreest

Zonnehuisgroep Vlaardingen

9

3600 1

3

5

7

2017

9 11 1

3

5

7

2018

9 11 1

3

5

7

2019

9 11 1

3

5

7

9

2020

▪ Grootste relatieve stijgingen bij Pieter van Foreest (18%; gem 60 per jaar), Careyn (34%, gem 25 per jaar) en Zonnehuisgroep Vlaardingen (26%, gem 10 per jaar) ▪ Wachtlijsten voor Argos en Frankeland stegen allebei met ~13% jaar op jaar, dit gaat om 10-15 plekken per jaar © IG&H - Utrecht 2021

Bron: data zorgkantoor DSW

Regiovisie WSD

44

3.1

VVT | intramurale capaciteit: geplande capaciteitsuitbreiding nog onvoldoende dus wachtlijst stijgt; mogelijk ‘waterbedeffect’ naar andere zorg Overzicht verwachte wachtlijst in de intramurale Wlz op basis van verwachten zorgvraag* en capaciteit** (2020-2025) 2020

2021

2022

2023

2024

2025

400 350

Highlights onderzoek TNO naar capaciteit in verpleeghuiszorg en de effecten van trends op de capaciteit:

300

250 200 150

100 50 0 Gemiddelde groei VV4-10 indicaties per jaar, 2020-2025 Uitbreiding capaciteit

Delft

Lansingerland

Maassluis

MiddenDelfland

PijnackerNootdorp

Schiedam

Vlaardingen

Westland

5,7%

5,0%

5,4%

4,7%

5,0%

4,0%

3,0%

4,2%

+15 (2021) - 45 (2025)

-

-

-

+20 (2021) - 10 (2025)

+75 (2024)

+40 (2024)

+10 (2021) +40 (2024)

▪ Effect van technologie is klein ▪ Nieuwe woonvormen zijn kansrijk, mits op voldoende schaal ▪ Grootste effect is merkbaar bij zorg buiten de muren van verpleeghuis

▪ Huidige intramurale capaciteit in WSD regio is zo’n 3.800. Met de geplande uitbreidingen stijgt dit naar ~4.000 ▪ Geplande uitbreiding capaciteit is nog onvoldoende om de forse groei in aantal Wlz indicaties op te vangen. Dit resulteert in een toenemende wachtlijst voor Wlz bedden. In totaal geschat op ~1.900 wachtenden in 2025 ▪ Onderlinge verschillen tussen gemeenten in dit tekort vraagt om maatwerk. Voorbeelden hiervan zijn afspraken zoals het Pact Wonen & Zorg in de regio Schiedam en de initiatiefnota passende woonvormen in de gemeente Delft Bron: DSW analyse data intramuraal, TNO (juli 2020) Prognose capaciteitsontwikkeling verpleeghuiszorg fase II *Zorgvraag o.b.v. aantal indicaties Wlz (VV-4 t/m VV-10), zonder MPT op 01-01-2020 en verwachte groei 75-plussers. ** Capaciteit o.b.v. aantal beschikbare plaatsen en uitbreidingsplannen zoals bekend per mei 2020. Regiovisie WSD © IG&H - Utrecht 2021

45

3.1

Uitbreiding capaciteit: elders in het land zorgen aanvullende afspraken over financiering en prestaties voor versnelling in het plannen van uitbreiding Geplande capaciteitsuitbreiding in WSD regio loopt achter* Extra intramurale capaciteit Nederland2,3

Extra intramurale capaciteit WSD regio4

-53%

-88%

~1.700

~30.000

~14.000 ~200 Geplande uitbreiding Prognose benodigde t/m 2025 (Actiz) uitbreiding t/m 2025 (TNO)

Geplande Prognose benodigde uitbreiding t/m 2025 uitbreiding t/m 2025

Mogelijkheden om op te schalen in capaciteit kan middels: ▪ Uitbreiding op ‘nieuwe’ grond waarbij volledig nieuwe locaties worden opgezet ▪ Uitbreiding op ‘bestaande’ grond waarbij bestaande bouw wordt uitgebreid ▪ Vervangende nieuwbouw bijvoorbeeld door oude verzorgingstehuizen te vernieuwen ▪ Ombouwen van bestaande gebouwen (kantoorpanden etc.) naar verpleeghuizen Bij alle aanbieders in de WSD regio zien we ondertussen dat bovenstaande manieren ingezet worden Het zorgkantoor en gemeenten kunnen een belangrijke rol spelen in opschaling van intramurale capaciteit door beter om te gaan met de belemmeringen (zie volgende slide) zoals meerjarig financiële zekerheid bieden

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10305313/2