Bijlage 1 Eindrapport RKC onderzoek Duurzaamheid Maassluis
Tekst van het document
Onderzoek Duurzaamheid: Maassluis CO2-neutraal in 2040?
Uitgevoerd in opdracht van: Rekenkamercommissie Maassluis
Buck Consultants International Den Haag/Nijmegen, 28 juli 2021
Inhoudsopgave Blz.
Samenvatting
1
Hoofdstuk 1 Opzet onderzoek
3
1.1 1.2 1.3
3 4 5
Aanleiding Onderzoeksdoel en -vragen Onderzoekaanpak
Hoofdstuk 2 Onderzoeksresultaten 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8
Inleiding Doelstellingen beleid Maatregelen Budgetten en middelen Samenwerking Rol Raad Interventielogica SWOT-analyse
Hoofdstuk 3 Conclusies en aanbevelingen 3.1 3.2
Conclusies Aanbevelingen
7 7 7 10 12 14 16 17 17
18 18 20
Hoofdstuk 4 Bestuurlijke reactie
23
Bijlage 1
Gesprekspartners
25
Bijlage 2
Energiebesparing gemeente
26
Bijlage 3
Overzicht activiteiten Programma Energietransitie 2020/2021
27
Samenvatting Hoge ambitie en veel initiatieven •
•
•
•
•
•
Met de ambitie om in 2040 CO2-neutraal te willen zijn, geeft de gemeente aan de noodzaak en urgentie van verduurzaming te onderkennen, waarbij de eerste jaren de focus wordt gericht op energietransitie. De afgelopen jaren zijn in dit kader al flinke stappen gezet, o.a. gericht op: − verduurzaming van de eigen organisatie en maatschappelijk vastgoed (scholen en verenigingen), o.a. gericht op energiebesparing, opwekking van duurzame energie, meer efficiënte inzet van voertuigen en maatschappelijk verantwoord inkopen; − voorlichting en stimulansen voor inwoners, o.a. via communicatie-aanpak, duurzaamheidslening en WoonWijzerBox voor particuliere woningeigenaren en stimuleringsregeling voor VvE’s en maatschappelijke organisaties; − faciliteren van initiatieven van bedrijven, o.a. aanleg van zonnepark; − diverse onderzoeken om de mogelijkheden van vervolgstappen in beeld te brengen. De inzet van de gemeente is legitiem, omdat de gewenste energietransitie als gevolg van markt- en systeemfalen niet vanzelf van de grond komt. De gemeente pakt daarbij een juiste rol op door zowel in te zetten op verduurzaming van de eigen organisatie, als op het stimuleren van een transitie bij inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties binnen Maassluis.
De nadruk ligt terecht op benutting van kansen op lokaal niveau, maar wel zou sterker kunnen worden samengewerkt op regionaal niveau en met buurgemeenten, gericht op meer grootschalige maatregelen die Maassluis alleen niet kan nemen, maar regionaal en lokaal wel het nodige rendement opleveren. De inzet van de gemeente is overwegend effectief. De afgelopen periode zijn de meeste voorgenomen acties ook daadwerkelijk gerealiseerd. Voor de verduurzaming van de gemeentelijke organisatie is men goed op weg om de gestelde doelen te bereiken. Aangezien de doelen voor energiebesparing door derden (jaarlijks 1,5%), duurzame opwekking (jaarlijks 500 woningen van zonnepanelen voorzien) en warmtetransitie (jaarlijks 500 woningen aardgasvrij-ready maken) nog niet zijn vertaald in een concrete aanpak en de resultaten op dit vlak nog niet worden bijgehouden, is de voortgang op deze terreinen niet bekend. Door in elk beleidsvoornemen een duurzaamheidsparagraaf op te nemen, is een start gemaakt met een integrale benadering, maar in de praktijk is hierbij nog verdere winst te boeken. Voor zover na te gaan, worden de beschikbare menskracht en middelen door de gemeente efficiënt ingezet. Met een relatief beperkt budget en inzet van menskracht is het nodige bereikt.
Het netwerk van partners waarmee de gemeente samenwerkt, is de afgelopen tijd uitgebreid, maar volgens inwoners, bedrijven en regionale partijen kan de betrokkenheid nog groeien. De Raad heeft volop mogelijkheden om kaders te stellen en de voortgang en resultaten te volgen. Wel bestaat bij zowel Raad als samenleving behoefte aan een verdere uitwerking van het beoogde resultaat in 2040 en de bijbehorende uitvoeringsprogramma en tussentijdse mijlpalen.
Buck Consultants International
1
Aanbevelingen De afgelopen jaren zijn belangrijke stappen gezet en is het relatief ‘laaghangende fruit’ geplukt. Om de ambitie waar te maken om in 2040 CO2-neutraal te zijn, staat Maassluis nog voor grote en complexe uitdagingen. Om deze aan te pakken worden de volgende aanbevelingen gedaan: •
•
•
•
• •
Concretisering van doelen: maak helder wat precies wordt verstaan wordt onder de ambitie CO2-neutraal in 2040 en welke tussentijdse doelen op weg naar die ambitie worden gesteld, met bijbehorende indicatoren en monitoring. Uitwerking van aanpak: ontwikkel samen met betrokkenen een integrale, lange termijn duurzaamheidsvisie, met bijbehorend uitvoeringsprogramma en kostenraming, waarin helder de rol/inzet van de gemeente (wat wel, maar ook wat niet wordt gedaan), inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties wordt beschreven; bepaal hierbij nadrukkelijk of de gemeente een regierol wil vervullen, dan wel een meer reactieve rol, meebewegend met initiatieven van de lokale gemeenschap en regio en Rijk. Gerichte communicatie: ontwikkel bij de beleidsvorming en uitvoering, samen met onder andere de inwonersgroep Duurzaam Maassluis en MOVe/Green Business Club, gerichte communicatie over de urgentie en mogelijkheden van energietransitie en duurzaamheid in eigen omgeving; draag als College en Raad het belang, de inzet en de kansen voor energietransitie en verduurzaming breed uit, door richting inwoners, ondernemers en ambtelijke organisatie de urgentie en goede voorbeelden zoveel mogelijk te benoemen en initiatieven van onderop zo goed mogelijk te faciliteren en in het zonnetje te zetten.
Inbedding in de gemeentelijke organisatie: stel binnen de gemeentelijke organisatie een Programmateam duurzaamheid/energietransitie samen met een eenduidige opdracht en slagvaardige programmamanager en -team en denk daarbij nu al na over het aantrekken en vasthouden van de (toenemende) benodigde menskracht binnen de gemeentelijke organisatie voor het begeleiden van de energietransitie. Integrale aanpak: vul het beleid nog integraler in door inhoudelijke opgaven, zoals gebiedsontwikkeling, mobiliteit en energietransitie, meer aan elkaar te koppelen. Reservering van voldoende budget: stel op basis van het eerder genoemde meerjarige uitvoeringsprogramma, waarin helder is beschreven wat de gemeente zelf doet c.q. wat verwacht wordt van andere partijen, omvang en aard van de benodigde fte en budget vast, inclusief de koppelkansen met andere beleidsterreinen en de financieringsmogelijkheden vanuit de Provincie, Rijk en private partijen.
Buck Consultants International
2
Hoofdstuk 1
1.1
Opzet onderzoek
Aanleiding
Maassluis is rond 1340 ontstaan, als nederzetting bij een sluis in een zeewering die tussen de Noordzee en Rotterdam werd aangelegd om overstromingen te voorkomen. Oorspronkelijk was visserij een belangrijke inkomstenbron, maar in de 19e eeuw werd Maassluis beroemd als vestigingsplaats van grote sleepvaart- en sleepbergingsbedrijven. Het historisch karakter komt nog tot uiting in het nationaal sleepvaartmuseum en een deel van de stad is beschermd dorpsgezicht. Maassluis is heden ten dage een kleinere gemeente binnen de Metropoolregio Rotterdam-Den Haag (MRDH) met circa 33.500 inwoners, 15.000 woningen en 2.200 bedrijven en instellingen met ruim 8.000 arbeidsplaatsen. De gemeente ligt aan de vaarweg naar het havenindustrieel complex van Rijnmond en wordt omringd door een grote concentratie van bevolking en bedrijvigheid in o.a. (energie-intensieve) logistiek, petrochemie en tuinbouw.
Eén van de grote opgaven waar óók Maassluis voor staat, is het verduurzamen van de gemeente. In de ‘wordcloud’ op de voorpagina van het Coalitieakkoord 2018-2022 komen de woorden ‘duurzaam Maassluis’ en ‘samen investeren’ prominent naar voren. De titel van het Coalitieakkoord ‘Samen Maassluis, Investeren in een duurzame toekomst’ geeft aan dat de huidige Coalitie hoge ambities heeft op het vlak van duurzaamheid. Het onderwerp leeft niet alleen bij de gemeente, maar ook volop bij bevolking, bedrijven en organisaties, zoals blijkt uit druk bezochte bewonersbijeenkomsten, de oprichting van het Energie Collectief Waterweg en initiatieven vanuit het bedrijfsleven als de Green Business Club Waterweg. De gemeente is al geruime tijd actief om duurzaamheid te stimuleren en richtte zich daarbij in haar Programma Duurzaamheid 2015-2018 op drie speerpunten, te weten ‘people’, ‘planet’ en ‘financiële duurzaamheid’. Uit de evaluatie van dit programma bleek dat de afgelopen jaren belangrijke stappen werden gezet, maar dat meer effect kan worden bereikt door de inspanningen te focussen op leidende thema’s.
Daarop is besloten om voor de komende jaren besparing van het energieverbruik en het terugdringen van het gebruik van fossiele brandstoffen, ofwel energietransitie, centraal te stellen in de duurzaamheidsaanpak van de gemeente, als tussenstap naar een bredere duurzaamheidsvisie voor de langere termijn. In het kader van het Klimaatakkoord van Parijs is op nationaal en provinciaal niveau de ambitie uitgesproken om in 2050 CO2-neutraal te zijn. Dit betekent onder meer dat het energieverbruik fors moet worden teruggedrongen en fossiele energie (o.a. aardgas) wordt vervangen door duurzame. De gemeenteraad van Maassluis heeft ervoor gekozen om dit doel naar voren te halen en al in 2040 CO2-neutraal te willen zijn. Om deze ambitie te bereiken, hanteert de gemeente een integrale aanpak, waarbij alle bestuurders verantwoordelijk zijn voor duurzaamheid binnen hun eigen domein.
Buck Consultants International
3
Gezien de hoge ambitie en grote opgaven op dit vlak heeft de Rekenkamercommissie – mede op basis van vragen vanuit verschillende raadsfracties - het gemeentelijk duurzaamheidsbeleid als thema voor onderzoek geselecteerd. Duurzaamheid en energietransitie Duurzaamheid is een containerbegrip dat zeer uiteenlopende aspecten omvat, variërend van de balans tussen People, Planet en Profit, biodiversiteit, klimaatadaptatie, minder en beter gebruik van grondstoffen en materialen (circulaire economie) en minder en schonere vormen van mobiliteit enerzijds tot energiebesparing, opwekking van duurzame energie en betere koppeling tussen energievraag en -aanbod, inclusief bijbehorende netwerken en tussentijdse opslag (energietransitie) anderzijds. Gemeente Maassluis kiest voor een integrale aanpak waarbij duurzaamheid binnen alle domeinen expliciet aandacht krijgt, maar richt zich in haar duurzaamheidsbeleid voor de komende jaren vooral op energietransitie. In de praktijk zullen ook andere maatregelen (bijvoorbeeld op het vlak van circulaire economie en biodiversiteit) bijdragen aan de nagestreefde CO 2-reductie. Aangezien het duurzaamheidsbeleid zich op korte termijn met name richt op energietransitie, staat dat thema in dit RKC-onderzoek centraal.
Hierbij gaat de aandacht vooral uit naar de gebouwde omgeving en zullen andere duurzaamheidsthema’s alleen in beschouwing worden genomen indien ze samenhangen met de energietransitie.
De huidige periode wordt gezien als voorbereidende fase op de complexe keuzes die moeten worden gemaakt om de CO2-uitstoot terug te dringen en woningen echt van het gas af te laten gaan. Het Programma Energietransitie 2020/2021 kent drie belangrijke pijlers: 1 2 3
Inzet op energie besparen. Meer duurzame energie opwekken. Transitie naar duurzame warmte.
Daarnaast gaat de gemeente verder met de volgende activiteiten: 4 5 6 7 8
Verduurzamen van de gemeentelijke organisatie (m.n. eigen panden en openbare verlichting). Verduurzamen van schoolgebouwen en sportaccommodaties. Stimuleren van energiebesparing en duurzame energie bij bedrijven. Verduurzamen van mobiliteit, zowel binnen de gemeentelijke organisatie als binnen de samenleving (stimuleren andere brandstoffen, autodelen, fietsgebruik, e.d.). Communicatie gericht op kennis van duurzaamheidsmaatregelen, makkelijke uitvoering en toegang tot financiële middelen, onder het motto: Duurzaam Maassluis: (alles) wat je doet telt!
1.2
Onderzoeksdoel en -vragen
Met dit onderzoek wil de Rekenkamercommissie (RKC) Maassluis de volgende doelen bereiken:
Buck Consultants International
4
• • • •
Inzicht geven in stand van zaken m.b.t. de energietransitie. Inzicht geven in de ontwikkelingen op het gebied van duurzaamheid en het effect van reeds genomen maatregelen. Inzicht geven in de opbrengst van de integrale aanpak. Aanbevelingen doen om de effectiviteit van het beleid en de politiek-bestuurlijke sturing verder te verbeteren.
De centrale vraag van het onderzoek luidt: Waar staat de gemeente Maassluis in het proces van de energietransitie met het oog op 2040? Is er nog een extra inspanning nodig om de doelstellingen op de drie pijlers te bereiken en wat is de rol en invloed van de Raad daarbij? Deze centrale vraag wordt door de RKC uiteen gelegd in de volgende deelvragen: 1
Welke doelstellingen heeft de gemeente Maassluis op het gebied van energietransitie vastgesteld? 2 Zijn de regionale beoogde effecten hierin opgenomen? 3 Welke maatregelen zijn genomen om de doelstellingen te bereiken en valt er al iets te zeggen over het effect ervan? 4 Werkt de integrale aanpak, waarbij alle collegeleden verantwoordelijk zijn voor duurzaamheid binnen hun eigen portefeuilles, effectief? 5 Wat is het ter beschikking gestelde budget en wordt binnen dit budget gewerkt? Heeft het college inzicht in of rekening gehouden met de te verwachten Rijksbijdrage? 6 Met welke partners wordt samengewerkt om de doelstellingen te bereiken? Te denken valt aan woningeigenaren, vve's, woningcorporaties, vastgoedeigenaren en dergelijke.
Hoe verloopt deze samenwerking? 7 Worden nieuwe ontwikkelingen op het gebied van energietransitie in het beleid opgenomen en wordt de gemeenteraad daarbij betrokken? 8 Wat zijn de sterktes en de zwaktes, de kansen en de bedreigingen van het huidige beleid en de uitvoering ervan? 9 Is een communicatieplan opgesteld om burgerparticipatie te waarborgen? 10 Is informatie beschikbaar voor de gemeenteraad over de beleidsrealisatie en hoe vult de gemeenteraad zijn kaderstellende en controlerende rol dan in? 11 Welke voorstellen tot verdere ontwikkeling en verbetering van het beleid, de uitvoering en de politiek – bestuurlijke sturing kunnen op grond van dit onderzoek gedaan worden?
1.3
Onderzoekaanpak
De aanpak bestaat uit een combinatie van analyse van beleidsdocumenten, onderzoeksrapporten, statistieken en raadsinformatie enerzijds en groepsinterviews met betrokkenen binnen de gemeente (ambtelijk, College van B&W, gemeenteraad) en vertegenwoordigers van burgers & maatschappelijke organisaties, bedrijfsleven en medeoverheden anderzijds (zie figuur 1.1). De gesprekspartners tijdens de groepsinterviews zijn weergegeven in bijlage 1.
Buck Consultants International
5
Figuur 1.1 Onderzoeksmethodiek
De aanpak van het project, met bijbehorende planning en deelproducten, is samengevat in onderstaande figuur. Figuur 1.2 Overzicht projectaanpak
Buck Consultants International
6
Hoofdstuk 2
2.1
Onderzoeksresultaten
Inleiding
De resultaten van het onderzoek worden in dit hoofdstuk beschreven aan de hand van een combinatie van de deelvragen: A B C D
E
F
Doelstellingen beleid: welke doelen heeft de gemeente vastgesteld en zijn de regionaal beoogde effecten hierin opgenomen (deelvragen 1 en 2). Maatregelen: welke maatregelen zijn genomen, valt er iets te zeggen over de effecten, en werkt de integrale aanpak (deelvraag 3 en 4). Budget en middelen: wat is het budget dat beschikbaar is en wordt rekening gehouden met te verwachten Rijksbijdragen (deelvraag 5). Samenwerking: met welke partners wordt samengewerkt om de doelen te bereiken en is een communicatieplan opgesteld om burgerparticipatie te waarborgen (deelvragen 6 en 9). Rol raad: is informatie over de beleidsrealisatie beschikbaar, hoe vervult de raad zijn kaderstellende en controlerende rol, en wordt de gemeenteraad betrokken bij nieuwe ontwikkelingen op het gebied van energietransitie (deelvragen 10 en 7). SWOT-analyse: wat zijn de sterktes en zwaktes en kansen en bedreigingen van het huidige beleid en de uitvoering (deelvraag 8); voorafgaand aan deze SWOT-analyse wordt ook gekeken of de hele beleidsstrategie logisch en consistent is.
In elke paragraaf wordt eerst ingegaan op feitelijke bevindingen, gevolgd door een aantal observaties vanuit onze expertise en de gehouden interviews. De conclusies en aanbevelingen op basis van het onderzoek zijn weergegeven in hoofdstuk 3. Deelvraag 11 die betrekking heeft op verbeterpunten (welke voorstellen voor verdere ontwikkeling en verbetering van beleid, uitvoering en politiek-bestuurlijke sturing worden op grond van het onderzoek gedaan?) wordt beantwoord via de aanbevelingen in het volgende hoofdstuk.
2.2
Doelstellingen beleid
Bevindingen De lange termijn ambitie van de gemeente Maassluis op het gebied van duurzaamheid is om in 2040 CO2-neutraal te zijn. Om dit te bereiken is er in 2015 een breed programma opgezet voor duurzaamheid. Dit programma continueerde de ingezette lijn: “het voorzien in de
Buck Consultants International
7
behoeften van huidige generaties zonder daarmee de mogelijkheden voor de toekomstige generaties in gevaar te brengen om ook in hun behoeften te voorzien”. Het Programma Duurzaamheid 2015-2018 richtte zich op drie speerpunten: • • •
People: Alle inwoners doen mee! Planet: In 2040 is de gemeente Maassluis een CO2-neutrale stad. Verantwoord omgaan met financiële middelen borgt duurzaamheid ook op lange termijn.
Op basis van de evaluatie van het duurzaamheidsprogramma is vanaf 2019 de focus specifieker komen te liggen op energietransitie. In de aanbevelingen van de evaluatie1 kwam naar voren dat de twee jaren na 2018 gezien moeten worden als voorbereidende fase op de meer complexe keuzes die gemaakt moeten worden, o.a. wanneer wijken echt van het gas af gaan. In deze voorbereidende fase wordt vooral aandacht gegeven aan het proces dat nodig is om het gemeentelijk energiebeleid zodanig aan te passen dat Maassluis in 2040 CO2-neutraal kan worden. Het Programma Energietransitie 2020/2021, als tussenstap naar een bredere duurzaamheidsvisie, gaat uit van de volgende opgaven om in 2040 CO2-neutraal te zijn: 1 2
3
Energiebesparing: jaarlijks 1,5% minder energieverbruik. Meer duurzame energie opwekken: naast benutting van het potentieel van zonnepanelen op de helft van de daken (circa 70.000 panelen die elektriciteit leveren voor 7.000 woningen), zoeken naar duurzaam opgewekte energie voor de resterende 7.000 woningen, vervoer en bedrijven (in de vorm van bijvoorbeeld 140.000 zonnepanelen of 14 windmolens). Transitie naar duurzame warmte: om in 20 jaar 14.000 woningen aardgasvrij te maken, moeten jaarlijks 670 woningen aardgasvrij-ready worden gemaakt.
In het Programma Energietransitie 2020/2021 worden voor de komende jaren de volgende meer specifieke doelen geformuleerd: • • • • • • • •
1
Energiebesparing: jaarlijks 1,5% minder energieverbruik door isolatie en inzet van alternatieve (rest)warmte. Duurzame opwekking: jaarlijks worden 500 woningen en bedrijven in Maassluis van zonnepanelen voorzien. Warmtetransitie: jaarlijks worden 500 woningen aardgasvrij-ready gemaakt. Gemeentelijke organisatie: in 2023 halen gemeentelijk utiliteitsgebouwen minimaal energielabel C, in 2030 is energielabel A het streven. Scholen: uitvoering van verduurzamingstrajecten bij vijf scholen. Bedrijven: ondersteuning initiatieven door gemeente (nadere uitwerking volgt). Mobiliteit: in 2025 is de CO2-uitstoot in het verkeer 30% lager dan in 2016. Communicatie: duurzaamheid speelt overal, de uitdagingen zijn groot, het moet samen, dus iedereen kan bijdragen en dat geeft resultaat; Duurzaam Maassluis – (alles) wat je doet telt!
Evaluatie Duurzaamheidsprogramma 2015-2018
Buck Consultants International
8
Voor de eigen gebouwen van de gemeente gelden de volgende doelstellingen uit de Roadmap Energiebesparing en CO2-reductie 2010-20192: • • • •
20% energiebesparing in 2020 t.o.v. 2010 (= gemiddeld 2% per jaar). 40% CO2-reductie uit energiebesparing en inzet van duurzame opwekking in 2020 t.o.v. 2010. Inkoop van 100% groene stroom. CO2-neutraal in 2040.
Observaties Ambitie Maassluis heeft de ambitie om in 2040 CO2–neutraal te zijn. Deze ambitie is hoger dan de landelijke doelstelling, het Rijk gaat uit van CO2-neutraal in 2050. Het College houdt vast aan de doelstelling voor 2040 om de betrokkenen scherp te houden en de urgentie van dit doel te onderstrepen. Ondanks de hoge doelstelling wil het College geen koploper zijn in de uitvoering, vanwege de nog steeds hoge kosten, onduidelijke kostenverdeling tussen overheid, bewoners, bedrijven, netbeheerders en energieleveranciers, aanzienlijke risico’s als gevolg van kinderziekten (zie de hindernissen die opkomen in het nationale Programma Aardgasvrije Wijken) en onduidelijke technologische en marktontwikkelingen (rol van zonne- en windenergie, uiteenlopende warmtebronnen, energiedragers als batterijen en waterstof, etc.). Ook bestaat een spanning tussen lokale maatregelen en invloed versus de regionale economie en impact (de energie-intensiteit en hoge milieudruk van scheepvaart, industrie en tuinbouw binnen de MRDH). De meeste geïnterviewden ondersteunen de hoge ambitie van de gemeente, maar plaatsen wel vraagtekens bij de haalbaarheid en de kosten.
Daarnaast wordt aangegeven dat niet helder en concreet is wat wordt verstaan onder CO2-neutraal: gaat het om evenwicht in energieverbruik, geen uitstoot van broeikasgassen meer, reductie/compensatie van fossiele bronnen of uitstoot, of anderszins? Om burgers en bedrijven te laten participeren in de energietransitie is het van belang helderheid te scheppen in definities. De focus vanuit de gemeente op energietransitie is goed, maar aandacht voor andere klimaataspecten (afval, schadelijke emissies, waterafvoer en -berging, mobiliteit, e.d.) blijft nodig en wordt via andere programma’s ingevuld.
Doelen De gemeente Maassluis wil in de periode 2020/2021 het beleid voor de komende decennia nader operationaliseren en is gestart met de ontwikkeling van een integrale lange termijn duurzaamheidsvisie met uitvoeringsplan. Vanuit externe gesprekspartners is nadrukkelijk de behoefte uitgesproken om tot concretisering van doelen en mijlpalen te komen, met inzicht in
2
Bron: Voortgangsrapportages Energie 2010 - 2019
Buck Consultants International
9
wanneer welke mijlpalen hoe moeten worden bereikt. Erkend wordt dat precieze technologieën en aanpak voor de toekomst nog niet helder zijn, maar dat de koers wel moet worden uitgezet en no-regret stappen moeten worden genomen
2.3
Maatregelen
Bevindingen De maatregelen die in verschillende beleidsstukken en voortgangsrapportages naar voren komen, zijn samengevat in onderstaande tabel: Thema
Uitwerking maatregelen
Verduurzaming gemeentelijke organisatie
• •
• • • Verduurzaming schoolgebouwen en sportaccommodaties
•
Onderzoeken
•
•
•
•
•
Energiebesparing en opwekking duurzame energie stakeholders
Buck Consultants International
•
Energiebesparing gemeentelijke gebouwen. Plaatsing zonnepanelen op stadhuis, stadsbedrijf, theater en bibliotheek, op zwembad gepland en voor nog drie andere gebouwen voorstel in de maak. Vervangen openbare verlichting door ledlampen. Meer efficiënte inzet van voertuigen en gebruik van andere brandstoffen en elektrisch vervoer. Actieplan Maatschappelijk Verantwoord Inkopen. Ondersteuning alle 8 scholen met energiescans en verbetertrajecten. Nagaan interesse bij sportverenigingen voor bijv. energiezuinige verlichting en zonnepanelen via Sportservice Zuid-Holland afgerond en alle overige verenigingen hebben zelfde traject als de scholen aangeboden gekregen. Onderzoek Next Generation Woonwijken, dat opgave en mogelijkheden in beeld heeft gebracht. Verkenning warmte-alternatieven i.k.v. Transitievisie Warmte In het kader van de verduurzaming van gemeentelijk vastgoed is er ook een onderzoek uitgevoerd naar de warmtevoorziening van het zwembad en de nieuw te bouwen sportzaal. Momenteel wordt er een onderzoek uitgevoerd naar de verduurzaming van een drietal gemeentelijke gebouwen, waarbij er naast energie ook wordt gekeken naar de mogelijkheden voor het circulair, klimaatadaptief en natuurinclusief maken van gebouwen.
Burgers: voorlichting, diensten WoonWijzerWinkel, duurzaamheidslening en WoonWijzerBox met energiebesparende maatregelen voor woningeigenaren en stimuleringsregeling voor VvE’s en maatschappelijke organisaties, overleg met Energie Collectief Waterweg, en inwonersgroep Duurzaam Maassluis.
10
Thema
Uitwerking maatregelen •
•
•
Bedrijven: overleg met MOVe/Green Business Club Waterweg (inclusief Green Deal voor bedrijventerrein Nieuwe Waterweg, waarvoor subsidie-aanvraag bij provincie loopt), faciliteren van initiatieven van bedrijven en zonnepark aan Hooge Zeedijk (850 zonnepanelen ad 270 MWh per jaar). Maasdelta/VBBM: prestatieafspraken over nieuwbouw label A en energiemaatregelen voor bestaande woningen en actieve deelname Maasdelta aan Transitievisie Warmte. Energiebesparing en opwekking van duurzame energie vormen ook belangrijke punten in de Regionale Energie Strategie, waar Maassluis een actieve bijdrage aan levert.
Mobiliteit
• • •
Stimuleren van autodelen Uitbreiding fiets parkeren Veilige schoolomgeving
Communicatie
•
Communicatie-aanpak Duurzaam Maassluis – (alles) wat je doet telt!
Integrale aanpak
•
Duurzaamheidsparagraaf in alle beleidsstukken, organisatorisch horizontaal thema (College B&W: coördinerend wethouder Duurzaamheid en aandacht binnen alle portefeuilles; ambtelijk: coördinerend beleidsmedewerker en toenemende afstemming tussen duurzaamheidsdisciplines).
De meer gedetailleerde activiteiten in de periode 2020/2021 zijn weergegeven in bijlage 3. Dankzij Covid-maatregelen is een deel van deze voorgenomen acties anders uitgevoerd dan gepland. Bovendien zijn later nog andere activiteiten toegevoegd.
Observaties Ten aanzien van de maatregelen valt op dat door gemeente nog geen tijdspad is uitgezet en geen mijlpalen zijn geformuleerd hoe de doelen op lange termijn worden bereikt. De ambitie CO2-neutraal in 2040 is een stip aan de horizon, maar de weg er naartoe wordt momenteel uitgewerkt. Dit resulteert bij externe partijen in een beeld waarin de gemeente op korte termijn een aanzienlijke inzet pleegt op de opgaven, maar dat de inzet versnipperd plaatsvindt en ogenschijnlijk ad hoc tot stand komt, mede op basis van kansen die zich vanuit bewoners en bedrijven en regio en landelijk voordoen. De gemeente heeft afgelopen jaren veel inzet gepleegd op verduurzaming van eigen panden, maar er is nog weinig aandacht voor verduurzaming van vastgoed waar de gemeente een subsidierelatie mee heeft. Verduurzaming van vastgoed van externe partijen vormt een grote uitdaging. Dit geldt ook voor het stimuleren van duurzame mobiliteit, o.a. elektrisch vervoer. In het mobiliteits- of duurzaamheidsbeleid werd oorspronkelijk weinig aandacht besteed aan bijvoorbeeld de benodigde laadinfrastructuur, maar inmiddels krijgt dit alsnog aandacht. Wel is sprake van een intensieve betrokkenheid van een aantal enthousiaste inwoners en
Buck Consultants International
11
ondernemers (‘koplopers’), maar het blijkt nog moeilijk om een grotere groep (‘peleton’) te stimuleren tot energiebesparing en opwekking van duurzame energie (bijvoorbeeld tot nu toe een derde van de duurzaamheidslening besteed). Aanvullende factoren die energiebesparing en opwekking van duurzame energie voor Maassluis een extra uitdaging maken zijn: •
• •
De gemeente staat negatief tegenover plaatsing van windmolens binnen of dicht bij de gemeentegrenzen. Dit heeft effect op het directe opwekkingspotentieel van duurzame energie binnen de gemeentegrenzen. Toepassing van maatregelen wordt deels belemmerd door beperkt inzicht bij burgers en bedrijven in rendement en terugverdientijd, terwijl de kosten soms aanzienlijk zijn. Het nationale beleid is niet altijd behulpzaam om duurzaamheidsambities waar te maken. Wet- en regelgeving is complex en deels onvoldoende scherp (zoals Bouwbesluit, Afvalstoffen/Circulaire Economie, parkeernormen, proeftuinen aardgasvrije wijken). Tevens zijn subsidieregelingen versnipperd en gelden er soms beperkende voorwaarden. Ook door bedrijven en inwoners worden de complexe en uitgebreide regelgeving en de financieringsvoorwaarden van RVO als belemmering ervaren om energietransitie en verduurzaming tot stand te brengen.
2.4
Budgetten en middelen
Bevindingen De gemeente zet financiering in de vorm van procesmiddelen voor onderzoek en organisatie in. Daarnaast stimuleert de gemeente energietransitie via verduurzaming van de eigen organisatie, maatschappelijk vastgoed en het inkoopbeleid. Bovendien is er inzet via personele capaciteit en aanjaagmiddelen (o.a. duurzaamheidslening). De gemeente stimuleert energieneutraliteit met programma`s en roadmaps en investeert in onderzoeken ter bevordering van energietransitie en energiebesparingen (o.a. energiescans van gebouwen, onderzoek Next Generation Woonwijken en Transitievisie Warmte Maassluis). Ook heeft de gemeente de ontwikkeling van een zonnepark gestimuleerd. Op financieel vlak zijn er vanuit de gemeente diverse budgetten beschikbaar: •
Om de doelstellingen van de Roadmap Energiebesparing en CO2-reductie in het kader van verduurzaming van de gemeentelijke organisatie te behalen, is een budget beschikbaar van € 1.200.000, welk bedrag vanaf 1 januari 2016 in zes jaarlijkse termijnen beschikbaar wordt gesteld. Dit bedrag is nagenoeg uitgegeven. Daarnaast kunnen mogelijk financiële middelen ingezet worden vanuit andere budgetten, bijvoorbeeld door het regulier onderhoud te verduurzamen. De op basis van deze inzet behaalde besparingsresultaten zijn weergegeven in bijlage 2.
Buck Consultants International
12
•
•
In de programmabegroting 2019-2022 is een milieubudget opgenomen (€ 30.000 in 2019, € 55.000 in 2020 en € 80.000 structureel vanaf 2021), o.a. bestemd voor milieu, afval, de wijkaanpak energietransitie en communicatie naar bewoners. Ook voor het Programma Energietransitie 2020/2021 zijn middelen en capaciteit gereserveerd voor de uiteenlopende acties. De grootste posten in termen van financiering en capaciteit zijn voor het opstellen van de Transitievisie Warmte (€ 80.000 en opgeteld 150 uur) en voor de Regeling Reductie Energiegebruik (Rijkssubsidie), inclusief 5 buurtinformatiebijeenkomsten en de WoonWijzerBox voor woningeigenaren (€ 50.000 en opgeteld 350 uur) en). Uitgebreide info is terug te vinden in bijlage 3. In het Programma Energietransitie 2020/2021 wordt ook verwezen naar andere Rijksbijdragen die in de periode 2019 tot en met 2021 ter beschikking worden gesteld. De nadruk bij deze incidentele middelen ligt op de ondersteuning van de decentrale overheden bij het realiseren van de Regionale Energie Strategieën (RES) en op de ondersteuning van gemeenten bij de Transitievisies Warmte. Met de decembercirculaire van 2019 (16-122019) zijn de klimaatmiddelen Transitievisie Warmte, wijkaanpak en energieloketten in de algemene uitkering opgenomen. Het betreft voor Maassluis in totaal een bedrag van € 237.098.
Deze middelen worden ingezet voor de uitvoering van de activiteiten van het Programma Energietransitie 2020/2021 (met uitzondering van de buurtinformatiebijeenkomsten en het verduurzamen van het assortiment in de kantine, daarvoor is apart subsidie ontvangen).
Op het gebied van personele inzet ten behoeve van duurzaamheid heeft de gemeente capaciteit in de vorm van één beleidsmedewerker duurzaamheid die zich voornamelijk bezig houdt met energietransitie, een (ingehuurde) energiecoördinator ten behoeve van verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed, projectleiders op de thema`s van omgekeerd inzamelen/afvalscheiding, mobiliteitsvisie, rioolbeheer en een beleidsmedewerker groen. Daarnaast dragen collega`s vanuit andere disciplines (beperkt) bij aan het thema duurzaamheid. Een onderzoek in opdracht van de Raad voor het Openbaar Bestuur naar de uitvoeringslasten van het Klimaatakkoord komt tot de conclusie dat bij kleinere gemeenten als Maassluis hiervoor de komende decennia circa 8-9 FTE nodig zijn. Daarbij wordt door de gemeente een ingroeimodel voorzien: hoe concreter de plannen, des te meer mensen (mede door verschuiving capaciteit) worden ingezet.
Observaties Maassluis is een relatief kleine gemeente waardoor ze beperkte middelen en menskracht beschikbaar heeft om inzet te plegen op de talrijke opgaven, waaronder het sociale en fysieke domein en duurzaamheid. Wel zet de gemeente fors in op verduurzaming van de eigen organisatie. Daarbij loopt men niet voorop, maar investeert men bijvoorbeeld binnen het eigen vastgoed als installaties technisch zijn afgeschreven. Om de duurzaamheidsambitie van CO2-neutraal in 2040 waar te maken, zijn de huidige ambtelijke capaciteit en beschikbare middelen onvoldoende. Voor de korte termijn worden externe deskundigen ingezet om een bijdrage te leveren aan de beleidsontwikkeling en realisatie van de ambities, maar voor de implementatie van maatregelen op langere termijn wordt erkend dat meer menskracht nodig is.
Buck Consultants International
13
Om de beschikbare budgetten en middelen efficiënter in te zetten, doet de gemeente er goed aan om meer opgave-gestuurd te werk te gaan en een programma-manager aan te stellen die stuurt op opgaven/thema’s en een team onder zich heeft dat het programma uitvoert. Dat is op dit moment nog niet het geval. Een aanvullende mogelijkheid ligt in het aantrekken en behouden van trainees op duurzaamheidsthema’s, iets wat in het verleden vaker het geval was.
2.5
Samenwerking
Bevindingen Binnen de gemeente vindt ambtelijk steeds meer afstemming plaats tussen duurzaamheidsdisciplines (energie, klimaatadaptatie, groen). Andere collega’s vragen echter nog relatief weinig advies over verduurzaming/energietransitie en dragen dit nog niet zo integraal uit richting burgers en bedrijven. Vanuit de gemeente vindt in toenemend contact plaats met inwoners (o.a. via Energie Collectief, Netwerk Duurzaam Maassluis en voorlichtingsacties) en bedrijven (o.a. MOVe en Green Business Club). Daarnaast maakt de gemeente prestatieafspraken met de Vereniging Bewoners Belangen Maassluis (VBBM) en Woningcorporatie Maasdelta over duurzaamheid van woningen3 zoals: • •
Nieuwbouwwoningen van Maasdelta zijn altijd label A en nieuwbouwappartementen altijd levensloopbestendig. Maasdelta neemt energiemaatregelen zoals vervanging van CV-ketels door ketels met hoog rendement, uitvoering van complexgewijze bouwkundige energiemaatregelen, alsmede bouwkundige energiemaatregelen bij mutatie van woningen.
Ook voor de komende jaren wordt vanuit de gemeente aanvullende inzet in samenwerking met externe partijen voorzien. Dit blijkt bijvoorbeeld uit activiteiten voortvloeiend uit het Programma Energietransitie 2020/2021 waarin wordt aangegeven dat de gemeente: •
•
De recent opgericht Green Business Club Waterweg (GBC) en geformuleerde doelen (initiatie, opzetten en realisatie van duurzame projecten) zal ondersteunen en een bijdrage wil leveren aan bijvoorbeeld het organiseren van bijeenkomsten of het inschakelen van de nodige expertise. Het komende jaar gaat gebruiken om in gesprek te gaan en samen te werken met inwoners, bedrijven, organisaties en instellingen over duurzaamheid. Dit is nader uitgewerkt in de communicatie-aanpak ‘Wat je doet telt’. De gemeente wil o.a. gebruik gaan maken van het Netwerk Duurzaam Maassluis, aanwezigheid in de stad (o.a. op de Furiade), en digitale enquêtes via het Kenniscentrum. Daarnaast wil ze in gesprek gaan
3
Bron Prestatieafspraken Sociale Huisvesting Maassluis 2016-2020 en Prestatieafspraken 2018
Buck Consultants International
14
en samenwerken met bijvoorbeeld de ondernemersvereniging MOVe, het Energie Collectief en individuele burgers. Maassluis werkt samen in regio Rotterdam-Den Haag via het Convenant Wind (waarbij Maassluis zich uitspreekt tegen plaatsing van windmolens op haar grondgebied) en de Regionale Energie Strategie (RES) en benut expertise van provincie en regio. Binnen het bestuurlijk en ambtelijk netwerk Energie van de MRDH wordt door de 23 regiogemeenten samengewerkt en kennis gedeeld. Dit is gericht op de transitie naar duurzame energie in de regio en de lobby daarover richting het Rijk4. Daarnaast is er ook een bestuurlijk en ambtelijk netwerk Mobiliteit van de MRDH waarin plannen voor verduurzaming van verkeer en vervoer zijn ontwikkeld, die ook opgenomen zijn in het Programma Energietransitie. Ook voor de invulling van het Duurzaamheidsprogramma 2015-2018 is samengewerkt met de gemeenten van de Metropool Regio Rotterdam-Den Haag (MRDH), haar partners binnen de Alliantie Duurzaam Rijnmond (ADR), en met de gemeenten Vlaardingen en Schiedam.
Observaties Lokale gesprekspartners waarderen de inzet van de gemeente, maar hebben weinig zicht op wat er allemaal speelt en wordt bereikt op het gebied van duurzaamheid en energietransitie binnen de gemeente. Ondanks het feit dat er tenminste twee keer per maand een artikel in de Maassluise Courant staat over verschillende aspecten van duurzaamheid (dat ook via website en facebook wordt gedeeld) en er een speciale reeks Duurzame helden bestaat, waarin duurzame initiatieven van Maassluizers in het zonnetje worden gezet, zeggen betrokken inwoners en ondernemers weinig zicht te hebben op de inzet die de gemeente pleegt en op goede voorbeelden van inwoners en bedrijven. Deze discrepantie vraagt om een nadere beschouwing (in samenspraak met betrokkenen) of misschien andere communicatiemiddelen moeten worden ingezet. Maassluis kent enthousiaste bewoners en bedrijven die bereid zijn om input te leveren en als ambassadeur op te treden. De gemeente kan dit enthousiasme benutten door hen als klankbordgroep bij de verdere beleidsontwikkeling en acties in te zetten. Ook kan de gemeente goede voorbeelden ondersteunen door bijvoorbeeld het instellen van een (jaarlijkse) duurzaamheidprijs voor particulieren en/of bedrijven. Een andere mogelijkheid is het stimuleren van een duurzame huizenroute als burginitiatief.
Beide initiatieven kosten de gemeente relatief weinig tijd, maar leveren een bijdrage aan het stimuleren van bewoners en bedrijven om zich in te zetten voor duurzaamheid en versterken een positieve beeldvorming. Aandachtspunt in de samenwerking met externe partijen is de helderheid/transparantie vanuit de gemeentelijke organisatie. De ambtelijke organisatie is voor inwoners en bedrijven niet makkelijk toegankelijk. Zo is het voor buitenstaanders vaak niet duidelijk waar en bij wie je moet zijn met welke vragen. Ook in de samenwerking met andere overheden is winst te behalen. De gemeente Maassluis werkt samen in regionaal verband, maar wil graag zelf zaken uitzoeken en werkt bij allerlei
4
Bron: Begroting 2019-2022
Buck Consultants International
15
acties slechts beperkt samen met bijvoorbeeld buurgemeenten. De gemeente zou naar andere overheden meer kunnen aangeven wat ze van hen verwacht en welke rol ze zelf wil spelen. Binnen de samenwerking kan nog meer ingezet worden op gerichte benutting van de expertise van partners, o.a. provincie, DCMR en RES-trekkers.
2.6
Rol Raad
Bevindingen De Raad heeft volop mogelijkheden om kaders te stellen en voortgang en resultaten te volgen: •
•
•
•
5 6 7
8
9
De Raad wordt op de hoogte gehouden over de voortgang van het Programma Energietransitie via bestuurlijke memo`s die o.a. beschikbaar worden gesteld via het griffienieuws5. Daarin worden o.a. de opkomst bij bijeenkomsten kwantitatief in beeld gebracht en wordt voor diverse programmapunten c.q. onderdelen beknopt de voortgang geschetst. Daarnaast wordt de Raad van informatie voorzien door de jaarlijkse voortgangsrapportages6 over energieverbruik en besparingen binnen de gemeentelijke organisatie. De Raad stemt in met voorstellen die een bijdrage leveren aan de energietransitie van Maassluis zoals de Duurzaamheidslening en verordening Stimuleringslening en het beschikbaar stellen van krediet7 8 9. Daarnaast stelt de Raad veelvuldig vragen over duurzaamheid in het algemeen, alsmede vragen die gerelateerd zijn aan energie (zoals plaatsing van laadpalen) en vragen met een directe link naar energietransitie (stikstofbesluiten woningbouw, schone lucht, reducerende maatregelen CO2 uitstoot en windparken en windturbines). Ook worden in overleg met de Griffie regelmatig themabijeenkomsten over een bepaald onderwerp georganiseerd, waaronder over duurzaamheid.
Bron: Intern bestuurlijk memo: Voortgang programma Energietransitie, 24-06-2020 Bron: Voortgangsrapportages Energie 2010 - 2019 Bron: Raadsvoorstel tot vaststellen verordening Duurzaamheidslening en verordening Stimuleringslening en beschikbaar stellen krediet, Besluit gemeenteraad d.d. 17-9-2019 Inhoud: Besluit gemeenteraad Met inachtneming van de amendementen die naar aanleiding van de commissievergadering worden voorgesteld besluit de raad om: in te stemmen met de invoering van de Duurzaamheidslening en de Stimuleringsregeling; de Verordening Duurzaamheidslening Maassluis vast te stellen; de Verordening Stimuleringsregeling Maassluis vast te stellen; ten behoeve van de financiering van de Duurzaamheidslening een bedrag van € 600.000 ter beschikking te stellen; ten behoeve van de financiering van de Stimuleringslening een bedrag van € 400.000 ter beschikking te stellen; het college te mandateren om de verdeling tussen deze posten jaarlijks, indien nodig, aan te passen; toe te staan dat het college alle bevoegdheden die samenhangen met de uitvoering van de verordening mandateert aan de DCMR. Met het instellen van een revolving fund duurzaamheid van € 1 miljoen creëren we een cyclisch proces om door laagdrempelige leningen verenigingen en inwoners te ondersteunen in duurzaamheidsinvesteringen.
Het programmaplan Next Generation Woonwijken biedt aan bewoners, verenigingen en bedrijven oplossingsrichtingen waarin het duurzaamheidsfonds kan ondersteunen. We zetten in op een wijkgerichte aanpak naast actieve communicatie via de Schakel en social media. (bron: Programmabegroting 2019-2022)
Buck Consultants International
16
Het thema duurzaamheid zorgt voor energieke discussies in de Raad en de Raad heeft zelf het initiatief genomen om in ieder beleidsstuk een duurzaamheidsparagraaf op te nemen. Vanuit het College is er waardering voor de relatie met de Raad. Tevens constateert het College een breed draagvlak voor de ambities. Via regionale bijeenkomsten wordt de Raad op de hoogte gehouden van regionale plannen op het vlak van energietransitie (o.a. RES), maar veel Raadsleden maken geen gebruik van de geboden mogelijkheden. Aandachtspunt vanuit een deel van de Raad is het gemis aan een duidelijk uitvoeringsprogramma op langere termijn. Een helder beeld over wat er staat te gebeuren, de daarvoor benodigde planvorming, de daaruit voortvloeiende acties en een control- en checkstructuur met jaarlijkse monitoring in welke mate progressie is geboekt en waar Maassluis staat, is volgens de Raad wenselijk. Tevens geeft de Raad te kennen dat energietransitie en duurzaamheid een dermate complexe opgave vormt, dat kennis wordt gemist op sommige terreinen. Meer regionaal beschouwend worden er bij de RES vraagtekens geplaatst bij de democratische legitimatie van besluiten (die overigens nog moeten worden genomen; bovendien bezoeken slechts weinig Raadsleden voorlichtingsbijeenkomsten in het kader van de RES).
Observaties De Raad heeft behoefte aan een verdere uitwerking van het beoogde resultaat in 2040 (uitwerking van wat CO2-neutraal inhoud en wat de ambities op andere duurzaamheidsterreinen zijn), met bijbehorende koers, tussenliggende stappen en mijlpalen. De Raad beklemtoont het belang van goede betrokkenheid van burgers en bedrijven, door middel van voortdurende communicatie en aandacht voor de verdeling van kosten en baten van maatregelen. Voor haar eigen rol is het belangrijk dat Raadsleden tijdig worden voorzien van de goede informatie (ook eigen verantwoordelijkheid via bijvoorbeeld partijkanalen, VNG, e.d.). Op regionaal niveau zou de kennisdeling en legitimatie kunnen worden versterkt door enkele vertegenwoordigers vanuit de Raad af te vaardigen en deze tijdens een Commissie- of Raadsvergadering een terugkoppeling van de plannen, voortgang en/of gevraagde besluiten te laten geven. Recent is een volggroep van de Raad voor duurzaamheid ingesteld, die wellicht deze rol op zich zou kunnen nemen.
2.7
Interventielogica
Voor een optimaal resultaat van beleid is het belangrijk dat de zgn. interventielogica helder en consistent is. Het gaat daarbij om een heldere analyse van de context, knelpunten en kansen, een duidelijke formulering van de doelen, een bij deze doelen passende strategie en organisatie, met voldoende input, activiteiten en output, alsmede aanwijsbare effecten en terugkoppelingsmechanismen. In onderstaand figuur zijn de verschillende onderdelen van de interventielogica beknopt uitgewerkt. Buck Consultants International
17
Legenda V = op orde ! = aandachtspunt Buck Consultants International
15
Uit het figuur blijkt dat in gemeentelijk beleid en uitvoeringspraktijk op het vlak van energietransitie: • •
•
• •
•
De (grote) opgaven waar de gemeente voor staat overwegend helder zijn. De tactische doelen voor verduurzaming van de gemeentelijke organisatie duidelijk zijn, maar wat precies moet worden verstaan onder het strategisch doel van CO2-neutraal in 2040 niet. Veel werk is gemaakt van verduurzaming van de gemeentelijke organisatie en communicatie en samenwerking met bewoners en bedrijven (throughput en netwerksamenwerking), maar voor het halen van de ambitie op langere termijn nog veel inzet nodig is, onder andere om initiatieven van derden te stimuleren en faciliteren, samen met betrokkenen en mede-overheden een grootschaliger aanpak (o.a. voor woonwijken en warmtetransitie) te ontwikkelen en te implementeren, en goede voorbeelden te communiceren. De beschikbare menskracht en middelen (input) beperkt zijn om de gewenste inzet van de samenleving en grootschaliger aanpak te realiseren. Op het gebied van energiebesparing (vooral binnen de eigen organisatie) zijn de nodige effecten bereikt, maar op andere vlakken (waaronder opwekking van duurzame energie, terugdringing van autokilometers, circulaire stromen) zijn de effecten nog beperkt. De impact van het beleid op langere termijn is nog onduidelijk en de toekomstperspectieven zijn mede afhankelijk van economische en technologische ontwikkelingen en beleidsmatige keuzes van EU, Rijk, Provincie en regio.
Concluderend kan worden gesteld dat reeds het nodige in gang is gezet om de opgaven en ambities aan te pakken en het ‘laaghangende fruit’ grotendeels geoogst is, maar dat nog veel extra inspanningen nodig zijn om de ambities en doelen op langere termijn te realiseren. Het oordeel over doeltreffendheid en doelmatigheid van het beleid wordt meegenomen bij de conclusies in het volgende hoofdstuk.
Buck Consultants International
16
2.8
SWOT10-analyse
Op basis van de documentenanalyse en interviews zijn de volgende sterkten en zwakten en kansen en bedreigingen van het duurzaamheids- en energietransitie beleid van Maassluis naar voren gekomen: Sterkten
Zwakten
•
•
•
• • • • •
•
Focus op energietransitie, met concrete doelen voor besparing (1,5%/jaar), opwekking van duurzame energie (m.n. via zonnepanelen) en warmte transitie (ca 670 woningen/jaar aardgasvrij) Gemeente veel inzet op energietransitie / verduurzaming in eigen organisatie (panden, verlichting) en monitort energieverbruik en progressie nauwkeurig Integrale benadering gemeente, waarbij duurzaamheid in al het beleid aandacht moet krijgen Er is een communicatie-aanpak (‘Wat je doet telt’) voor het betrekken van externen opgesteld Er is een Zonnepark op bedrijventerrein aangelegd (met stimulering van de gemeente) Samenwerking in MRDH-verband (RES) Prestatieafspraken met de Vereniging Bewoners Belangen Maassluis (VBBM) en stichting Maasdelta Groep over duurzaamheid van woningen Er lopen diverse initiatieven op het thema energie en klimaat: − Energie Collectief Waterweg en Netwerk Duurzaam Maassluis − Initiatieven vanuit bedrijfsleven (Green Business Club Waterweg en Duurzaamheid Meet-ups) − Voorlichtingsbijeenkomsten, duurzaamheidsenquête, duurzaamheidslening, WoonWijzerBox, etc.
• • •
•
•
•
•
Tussenstappen/mijlpalen richting CO2-neutraliteit in 2040 zijn voor de komende 10 jaar niet inzichtelijk Voor de hoge ambitie zijn onvoldoende menskracht, financiën en instrumenten beschikbaar Maassluis heeft weinig ruimte voor grootschalige duurzame energieopwekking (windmolens, zonneweiden) Duurzaamheidsvisie in het verleden relatief breed ingestoken en de focus ontbrak. De uiteindelijke organisatie met stuurgroep en programmamanager is niet van de grond gekomen. Verbetering mogelijk in samenwerking en coördinatie tussen ambtenaren op duurzaamheidsthema`s en integraliteit van rapporteren en communiceren over duurzaamheidsthema`s. Duurzaamheidsinitiatieven die al spelen in Maassluis worden weliswaar (bijvoorbeeld via de Maassluise Courant) onder de aandacht gebracht, maar zijn desondanks onbekend bij veel burgers en bedrijven Inwoners en bedrijven voelen zich weinig betrokken bij gemeentelijk duurzaamheidsbeleid en de gemeente maakt beperkt gebruik van de ideeën en energie van koplopers/vrijwilligers. Raakvlakken van duurzaamheid / energietransitie met andere themavelden worden beperkt verbonden, bijvoorbeeld in gebiedsprojecten worden kansen voor verduurzaming niet altijd verkend
Kansen
Bedreigingen
• •
•
•
•
• • •
10
In energie labels woningen is winst te halen Programmaplan Next Generation biedt veel handvatten voor energietransitie en verduurzaming met partners o.a. Stedin, Maasdelta en Warmte-leverancier Maassluis is tamelijk dichtbebouwd en heeft uniforme woonwijken, waardoor uitrol van warmtenet en andere energie-infrastructuur relatief makkelijk kan plaatsvinden Bijdragen Rijk, Provincie en wellicht EU voor de uitvoering van de activiteiten van het Programma Energietransitie 2020/2021 e.v. Eventuele omleiding warmtenet naar Maassluis (en verdere aanleg in Maassluis) Meekoppelkansen energie initiatieven buiten Maassluis Ondersteuning door energie-experts van provincie bij moeilijke energievraagstukken
• • •
• •
Risico van integrale benadering dat iedereen denkt dat iets gebeurt, maar niemand het vervolgens echt oppakt Energiereducties (gasverbruik) komen moeilijk tot stand in panden van derden Weinig berdrijven zijn tot op heden bereid geweest om mee te werken aan energietransitie. Onduidelijk hoe kosten energie-infrastructuur worden doorberekend aan burger en of besparing en inzet van alternatieve energie ook budgetneutraal uitpakt Grootschalige investeringen met veel impact (bijv. warmteleiding vanuit haven) zijn moeilijk rendabel te maken Overdaad aan regelgeving en voorwaarden van RVO en Ministerie EZK frustreert bedrijven om te verduurzamen
SWOT= Strenghts and Weaknesses, Opportunities and Threats
Buck Consultants International
17
Hoofdstuk 3
3.1
Conclusies en aanbevelingen
Conclusies
In deze rapportage wordt de hoofdvraag beantwoord waar de gemeente Maassluis staat in het proces van energietransitie en wat de rol van de Raad daarbij is: •
•
•
De gemeente heeft met de ambitie om in 2040 CO2-neutraal te zijn voor zichzelf de lat hoog gelegd. Twintig jaar lijkt nog een lange tijd, maar in de praktijk zijn nog grote stappen nodig, zoals o.a. uit het onderzoek Next Generation Woonwijken blijkt. Met de inzet in de afgelopen jaren zijn weliswaar al flinke stappen gezet en is de gemeente effectief en efficiënt bezig. Het betreft echter relatief ‘laaghangend fruit’ (verduurzaming van de eigen organisatie, faciliteren van koplopers onder inwoners en bedrijven), terwijl Maassluis nog grote en complexe uitdagingen voor de boeg heeft. Dit betreft onder meer het verduurzamen van particuliere woningen, maatschappelijk vastgoed en bedrijfspanden, het faciliteren van de warmtetransitie en van een grotere productie van duurzame energie, alsmede een rechtvaardige verdeling van de kosten en de baten. Daarbij kiest de gemeente er nadrukkelijk niet voor om de ambitie in dit stadium al terug te schroeven, maar houdt men 2040 aan als richtjaar om het gevoel van urgentie hoog te houden en partijen te bewegen om actief mee te blijven werken.
Nu binnen de gemeentelijke organisatie al aanzienlijke voortgang is geboekt (hoewel er nog steeds het nodige te winnen is in de internalisering en integratie van duurzaamheid in beleid en handelen op ambtelijk niveau), is het zaak de aandacht meer te richten op het stimuleren en faciliteren van externe partijen om concrete maatregelen te nemen, met name: − Particuliere eigenaren en verhuurders van woningen en bedrijfspanden, gericht op energiebesparing en meer efficiënte en duurzame inzet van warmte en niet-fossiele brandstoffen. − Regionale samenwerkingspartners, zoals mede-overheden, netwerkbeheerders en energieaanbieders, gericht op meer grootschalige en efficiënte maatregelen die Maassluis niet alleen kan nemen, maar regionaal en lokaal wel het nodige rendement opleveren. Daarbij kan de gemeente verschillende rollen vervullen: − Regierol, waarbij actief concrete doelen worden gesteld, partijen worden gestimuleerd, verbonden en gefaciliteerd, en randvoorwaarden worden geschapen om de beoogde effecten te boeken; − Reactieve rol, waarbij initiatieven van burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties worden gefaciliteerd en mogelijkheden vanuit de regio en het Rijk worden benut. De inzet en kosten die gepaard gaan met deze rollen zijn bij de regierol hoger dan bij een reactieve rol en het is aan de Raad om te besluiten welke rol de gemeente de komende jaren wil spelen.
Buck Consultants International
18
•
•
Voor de langere termijn zijn nog veel zaken onzeker, o.a. welke energiebronnen11 en energiedragers12 het meest dominant worden, welk energie- en klimaatbeleid een nieuw Kabinet zal voeren, hoe en met welke snelheid de Groeiagenda Zuid-Holland (waarin ook allerlei energiemaatregelen zijn opgenomen) zal worden uitgevoerd, hoeveel middelen vanuit Brussel (o.a. de Green Deal) naar Nederland c.q. de regio vloeien, en ‘last but not least’ hoe de kosten, baten en risico’s van de energietransitie tussen de overheidslagen c.q. tussen overheid en burgers en bedrijven worden verdeeld. Bij deze onzekerheden past enige bescheidenheid over de rol en impact van een kleinere gemeente als Maassluis, maar tegelijkertijd blijft er de uitdaging om de beperkte menskracht en middelen zo gericht mogelijk te blijven inzetten. Zoals gevraagd door Raad, burgers en inwoners vraagt dit een meer integrale visie en koers, met concrete uitwerking van tussentijdse mijlpalen en stappen daar naartoe op kortere termijn. De Raad wil in dat proces nadrukkelijk een rol spelen en beschikt over het algemeen over de nodige informatie, mogelijkheden en ‘energie’ om haar kaderstellende en controlerende taak goed uit te voeren. Het speelveld is zeer complex en dynamisch, dus regelmatige ‘verversing’ van kennis en inzichten is nodig.
Raad en College beseffen deze noodzaak en kunnen de benodigde informatie via verschillende kanalen (o.a. regio, VNG, maar ook voorlopers tussen de eigen inwoners en bedrijven) binnenhalen.
Zoals in de aanpak in paragraaf 1.3 is aangegeven, is voor de beoordeling van het gemeentelijke beleid een normenkader gehanteerd met aandacht voor legitimiteit, interventielogica, doeltreffendheid en doelmatigheid. De conclusies ten aanzien van deze aspecten zijn als volgt: •
Legitimiteit/rechtmatigheid: − Aangezien energietransitie als gevolg van markt- en systeemfalen13 niet vanzelf van de grond komt, is een rol van de overheid gerechtvaardigd. − Daarbij speelt de gemeente een juiste rol door in te zetten op zowel verduurzaming van de eigen organisatie als op het stimuleren van energietransitie bij bewoners, bedrijven en maatschappelijk organisaties binnen Maassluis. − Ook ligt de nadruk terecht op benutting van de kansen op lokaal niveau (subsidiariteit), maar zou wat sterker kunnen worden samengewerkt op regionaal niveau (o.a. in het kader van de RES) en met buurgemeenten.
•
Interventielogica: − De gekozen interventiestrategie (zie paragraaf 2.6) is logisch en in de afgelopen jaren ook consistent, maar voor de meer complexe opgaven in de komende jaren zal een meer concrete uitvoeringstrategie en betere afstemming tussen ambities en middelen moeten worden ontwikkeld.
11 12
13
Bijvoorbeeld zon, wind (op zee of op land), geothermie, eventueel kernenergie, e.d. Bijvoorbeeld batterijen, warmte-koude opslag, luchtopslag, waterstof, e.d. O.a. het niet in de prijs doorrekenen van alle milieukosten, baten die niet ten goede komen aan degenen die de benodigde kosten maken, gebrekkige afstemming tussen betrokken partijen, alsmede discrepanties in de timing tussen investeringen en opbrengsten.
Buck Consultants International
19
•
Doeltreffendheid: − De afgelopen periode zijn de meeste door de gemeente voorgenomen acties ook daadwerkelijk gerealiseerd. − Door in elk beleidsvoornemen een duurzaamheidsparagraaf op te nemen, is een start gemaakt met een integrale benadering, maar in de praktijk vragen medewerkers uit andere domeinen lang niet altijd advies over duurzaamheidsmogelijkheden en worden kansen in deze domeinen niet altijd benut (bijvoorbeeld beperkte aandacht voor laadinfrastructuur in concept-mobiliteitsbeleid en ruimtelijke plannen, of voor mogelijkheden voor duurzame opwekking of opslag van energie in ruimtelijke projecten). − Voor de verduurzaming van de gemeentelijke organisatie is men goed op weg om de gestelde doelen te bereiken (bijvoorbeeld energiebesparing, zie bijlage 2). − Aangezien de doelen voor energiebesparing door derden (jaarlijks 1,5%), duurzame opwekking (jaarlijks 500 woningen van zonnepanelen voorzien) en warmtetransitie (jaarlijks 500 woningen aardgasvrij-ready maken) nog niet zijn vertaald in een concrete aanpak en de resultaten op dit vlak nog niet worden bijgehouden, is de voortgang op deze terreinen niet bekend. − Dit geldt ook voor de energietransitie bij bedrijven, de reductie van fossiele autokilometers, de toename van schoner vervoer, e.d., alsmede de algemene mate van CO2reductie.
•
Doelmatigheid: − Voor zover na te gaan, worden de beperkte menskracht en middelen door de gemeente efficiënt ingezet. − Het netwerk van partners waarmee de gemeente samenwerkt is de afgelopen tijd toegenomen, maar in de samenwerking met bewoners (inclusief jeugd), bedrijven en buurgemeenten valt nog winst te boeken. − Aangezien de totale investeringen in energietransitie van inwoners en bedrijven niet bekend is, is de multiplier van de gemeentelijke inzet niet vast te stellen. Wel zijn diverse nationale en provinciale fondsen benut voor onderzoek en concrete maatregelen.
3.2
Aanbevelingen
Om beleid en uitvoering verder te verbeteren, doen we de volgende aanbevelingen aan College en Raad:
Doelen • •
Maak als College in overleg met de gemeenteraad een verdere concretisering van wat precies wordt verstaan wordt onder de ambitie CO2-neutraal in 2040. Stel een document op waarin de uitwerking van de tussentijdse doelen op weg naar de ambitie in 2040 helder is verwoord met bijbehorende indicatoren en waarin een systeem is opgenomen om de voortgang jaarlijks te monitoren en stel de gemeenteraad hiervan op de hoogte.
Buck Consultants International
20
Maatregelen •
•
Stel een integrale, lange termijn duurzaamheidsvisie op, met bijbehorend uitvoeringsprogramma, waarin helder de rol/inzet van de gemeente (wat wel, maar ook wat niet wordt gedaan), inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties wordt beschreven. − Bepaal hierbij nadrukkelijk of de gemeente een regierol wil vervullen, dan wel een meer reactieve rol, meebewegend met initiatieven van de lokale gemeenschap en regio en Rijk. − Stel deze visie op samen met betrokken bewoners, bedrijven, organisaties én jongeren (o.a. studenten en jonge starters op de woning- en arbeidsmarkt) en zorg als gemeente voor voortgaande betrokkenheid van geïnteresseerden bij de uitvoering, bijvoorbeeld in de vorm van vrijwilligers en/of ambassadeurs. − Hierbij hoeft de gemeente niet het wiel opnieuw uit te vinden, maar kan men gebruik maken van goede voorbeelden van andere gemeenten, NGO’s (o.a. actieplan Urgenda) en van deskundigheid/slagkracht van buurgemeenten, regio en Provincie). − Voorzie het uitvoeringsprogramma van een kostenraming. Ontwikkel bij de beleidsvorming en uitvoering, samen met onder andere de inwonersgroep Duurzaam Maassluis en MOVe/Green Business Club, meer initiatieven voor gerichte communicatie over de urgentie en mogelijkheden van energietransitie en duurzaamheid in eigen omgeving. Naast bestaande initiatieven via o.a.