CConstaterende datMaassluis
Koppel je AI →
Document · PDF

Artikelsgewijze toelichting

Overige evenementen 29 januari 2026, gemeente MaassluisBij agendapunt: Toelichten zienswijzen tegen ontwerp-wijzigingsbesluit van het omgevingsplan Station-West.9.283 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Gemeente Maassluis Omgevingsplanwijziging Station West, Maassluis ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING

Werknummer: 624.124.70 Datum: Januari 2026

Hoofdstuk 1 Algemeen Artikel 1.1 Begripsbepaling Dit artikel regelt welke definities van toepassing zijn binnen dit omgevingsplan. Begrippen die zijn opgenomen in de Omgevingswet en de daarop gebaseerde algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen hebben dezelfde betekenis als daaraan in die regelgeving is toegekend. Voor begrippen die daarin niet zijn opgenomen, of die daarvan uitdrukkelijk afwijken, gelden de begripsbepalingen zoals opgenomen in bijlage 1 bij dit omgevingsplan. Artikel 1.2 Wijze van meten In dit artikel zijn de in de regels opgenomen waarden overeenkomstig met de bepalingen over de wijze van meten zoals vastgesteld in het voormalige Besluit omgevingsrecht (gebaseerd op Artikel 22.24 bruidsschat – Omgevingsplan gemeente Maassluis). Artikel 1.3 Normadressaat De regels van de hoofstukken 1 tot en met 8 zijn gericht tot degene die de activiteit verricht waarop die regels betrekking hebben. Diegene moet zorg dragen voor de naleving van de regels die voor de activiteit gelden. Voor meer informatie wordt verwezen naar Paragraaf 2.3 over de normadressaat van het algemeen deel van de nota van toelichting bij het Bal. Dit artikel is gebaseerd op Artikel 22.43 van de bruidsschat.

Hoofdstuk 2 Doelen – gereserveerd Hoofdstuk 3 Programma’s – gereserveerd Hoofdstuk 4 Aanwijzingen voor de fysieke leefomgeving Titel 4.1 Gebieden Afdeling 4.1.1 Station West Artikel 4.1 Aanwijzing en geometrische begrenzing Met dit artikel wordt het gebied ‘Station West’ aangewezen. Hiermee wordt het gebied ‘Station West’ geïntroduceerd dat wordt ontwikkeld op basis van de vastgestelde gebiedsvisie Maassluis West (2024). Artikel 4.2 Gebruiksactiviteiten Dit artikel bevat een verwijzing naar de regels van de gebruiksactiviteiten in Hoofdstuk 5 Regels over activiteiten, waarin de inhoudelijke regels staan die gelden voor deze gebiedsaanwijzing.

Titel 4.2 Thema’s Afdeling 4.2.1 Bouwactiviteiten Artikel 4.3 Toepassingsbereik Dit artikel beschrijft dat de regels in deze afdeling gaan over het verrichten van bouwactiviteiten. Artikel 4.4 Activiteiten In dit artikel staat aan welke regels bouwactiviteiten moeten voldoen in het werkingsgebied. De regels zijn terug te vinden in Hoofdstuk 5 van het omgevingsplan.

Afdeling 4.2.2 Cultureel erfgoed Paragraaf 4.2.2.1 Archeologie Artikel 4.5 Aanwijzing en geometrische begrenzing In Artikel 5.130 lid 1 van het Bkl staat dat de gemeente bij het vaststellen van het omgevingsplan rekening moet houden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed. De gemeente kan in het belang van archeologische monumentenzorg regels stellen in het omgevingsplan over archeologisch onderzoek. De gebieden waar eventueel archeologische resten gevonden kunnen worden in de bodem worden in dit werkingsgebied aangewezen. Artikel 4.6 Activiteiten In dit artikel staat aan welke regels activiteiten moeten voldoen in binnen het werkingsgebied archeologie. Afdeling 4.2.3 Infrastructuur en openbaar gebied Paragraaf 4.2.3.1 Openbaar gebied Artikel 4.7 Aanwijzing en geometrische begrenzing Dit artikel legt de geometrische begrenzing voor het openbaar gebied vast. In Artikel 5.162 van het Bkl staat dat de gemeente bij het vaststellen van het omgevingsplan zorg draagt voor het zodanig inrichten en beheren van het openbaar toegankelijk gebied dat het voorziet in een veilige en gezonde leefomgeving. Artikel 4.8 Activiteiten In dit artikel staan regels over het uitvoeren van activiteiten in of op de bodem in het openbaar gebied. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan de instructieregels van Hoofdstuk 5 – Afdeling 5.4.2 van het omgevingsplan.

De regels zijn mede ingegeven door de uitgangspunten uit de Gebiedsvisie Maassluis West. Paragraaf 4.2.3.2 Waterkering Artikel 4.9 Aanwijzing en geometrische begrenzing Voor de gronden die een waterstaatkundige functie hebben en waar de Waterschapsverordening van het betreffende waterschap van toepassing is, geldt het werkingsgebied regionale waterkering. Ontwikkelingen binnen het werkingsgebied zijn slechts toelaatbaar, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de belangen van de waterkering. Zo bevatten enkele activiteiten in hoofdstuk 5 ter bescherming van het werkingsgebied een omgevingsvergunningplicht. Naast de bepalingen van het omgevingsplan zal, op grond van de Waterschapverordening, bij het oprichten van bebouwing dan wel het uitvoeren van een aantal werken en/of werkzaamheden tevens een omgevingsvergunning voor een wateractiviteit nodig zijn. Aangeraden wordt om advies te vragen aan het waterschap als een activiteit plaatsvindt in een restrictiegebied waterkering. Artikel 4.10 Activiteiten In dit artikel staat aan welke regels activiteiten moeten voldoen in het beperkingengebied met betrekking tot een waterkering. De regels zijn terug te vinden in Hoofdstuk 5 – Afdeling 5.4.4 van het omgevingsplan.

Paragraaf 4.2.3.2 Beperkingengebied waterkering Artikel 4.11 Aanwijzing en geometrische begrenzing Voor de gronden die een waterstaatkundige functie hebben en waar de Waterschapsverordening van het betreffende waterschap van toepassing is, geldt het beperkingengebied regionale waterkering. Ontwikkelingen binnen het beperkingengebied zijn slechts toelaatbaar, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de belangen van de waterkering. Zo bevatten enkele activiteiten in hoofdstuk 5 ter bescherming van het beperkingengebied een omgevingsvergunningplicht. Naast de bepalingen van het omgevingsplan zal, op grond van de Waterschapverordening, bij het oprichten van bebouwing dan wel het uitvoeren van een aantal werken en/of werkzaamheden tevens een omgevingsvergunning voor een wateractiviteit nodig zijn. Aangeraden wordt om advies te vragen aan het waterschap als een activiteit plaatsvindt in een beperkingengebied waterkering. Artikel 4.12 Activiteiten In dit artikel staat aan welke regels activiteiten moeten voldoen in het beperkingengebied met betrekking tot een waterkering. De regels zijn terug te vinden in Hoofdstuk 5 – Afdeling 5.4.4 van het omgevingsplan.

Paragraaf 4.2.3.2 Beperkingengebied lokale spoorweg Artikel 4.13 Aanwijzing en geometrische begrenzing beperkingengebied lokale spoorweg Dit artikel legt de geometrische begrenzing vast van het werkingsgebied dat is gekoppeld aan het 'beperkingengebied lokaal spoor'. Een lokale spoorweg is een spoorweg voor openbaar vervoer van personen met lokale spoorvervoerders of voor goederenvervoer. Zoals (snel)tram of metro. Onder lokale spoorweg valt geen hoofdspoorweg. Het omgevingsplan geeft de omvang van het beperkingengebied aan voor een activiteit bij een lokale spoorweg binnen een vervoerregio. Deze verplichting is afkomstig uit Artikel 5.164 Bkl De rijksregels in het Bal gelden voor alle activiteiten bij een lokale spoorweg (Artikel 9.47 van het Bal). Op grond van Artikel 9.48a kunnen in het omgevingsplan regels worden opgenomen waarin wordt afgeweken van de aanwijzing van de vergunningplichtige gevallen die in Artikel 9.48 Bal zijn opgenomen. Van deze mogelijkheid is gebruik gemaakt in het omgevingsplan station west. De regels zijn gebaseerd op de regels die de vervoerregio MRDH hiervoor heeft opgesteld. Artikel 4.14 Activiteiten binnen een gebouw In dit artikel staat aan welke regels activiteiten moeten voldoen in het beperkingengebied lokaal spoor. De regels zijn opgenomen in hoofdstuk 9 van het Bal.

Bij het verrichten van een activiteit binnen dit werkingsgebied dat plaatsvindt in een gebouw, wijken deze regels af van Artikel 9.48 van het Bal. Artikel 4.15 Activiteiten In dit artikel staat aan welke regels activiteiten moeten voldoen in het beperkingengebied lokaal spoor. De regels De regels voor deze activiteiten binnen het beperkingengebied komen voort uit de regels die de vervoerregio MRDH heeft gemaakt. Paragraaf 4.2.3.5 Restrictiegebied leiding riool Artikel 4.16 Aanwijzing en geometrische begrenzing restrictiegebied leiding riool

In dit artikel wordt het restrictiegebied rondom de rioolleiding aangewezen. Deze restrictiegebieden liggen langs en op de leidingen. Vanwege de veiligheid is er een restrictiegebied opgenomen, zodat er geen nieuwe ontwikkelingen of bouwactiviteiten plaats kunnen vinden zonder nader onderzoek of toestemming. Dit restrictiegebied helpt mogelijke risico’s te beperken en zorgt ervoor dat er veiligheidsmaatregelen worden genomen. Artikel 4.17 Activiteiten In dit artikel staat aan welke regels activiteiten moeten voldoen in het restrictiegebied leiding. De regels zijn terug te vinden in Afdeling 5.2.5 en Afdeling 5.4.6 van het omgevingsplan

Hoofdstuk 5 Regels over activiteiten Titel 5.1 Normen met betrekking tot de fysieke leefomgeving Afdeling 5.1.1 Algemeen Artikel 5.1 Oogmerken De genoemde oogmerken zien op concrete belangen die spelen bij deze activiteiten. Oogmerken helpen om te bepalen welke activiteiten van invloed zijn op het al dan niet behalen van specifieke doelen en om te bepalen wat voor type regel over die activiteit gesteld zou moeten worden. Oogmerken werken ook door in de beoordeling van gelijkwaardige maatregelen, als de initiatiefnemer daarvoor instemming vraagt (Artikel 4.7 Omgevingswet). Verder fungeren de oogmerken als kader voor maatwerkvoorschriften of vergunningvoorschriften. Afdeling 5.1.2 Parkeren Artikel 5.2 Toepassingsbereik Dit artikel stelt de regels met betrekking tot parkeren. Voor het parkeren zijn er normen opgenomen waaraan moet worden voldaan. De normen uit de ‘Beleidsregel parkeren Maassluis 2022’ moeten betrokken worden bij de beoordeling voor de aangewezen vergunningplichten in het toepassingsbereik. Artikel 5.3 Parkeergelegenheid Dit artikel stelt regels om te beoordelen of er voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid voor auto’s en fietsen op eigen terrein. Hierbij moet rekening worden gehouden met de ‘Beleidsregel parkeren Maassluis 2022’ of diens rechtsopvolger.

Artikel 5.4 Toepassing van normen Dit artikel regelt dat parkeervoorzieningen moeten voldoen aan de geldende richtlijnen en normen. Dit waarborgt de verkeersveiligheid en goede functionele inrichting van de parkeervoorzieningen. Artikel 5.5 Realiseren van parkeervoorzieningen Dit artikel stelt dat bij nieuwbouw voldoende parkeercapaciteit voor auto’s en fietsen moet worden aangelegd en behouden, dat het aantal parkeerplaatsen wordt bepaald volgens het gemeentelijke parkeerbeleid op het moment van vergunningverlening, en dat de parkeerplaatsen beschikbaar moeten zijn bij de ingebruikname van het bouwwerk. Artikel 5.6 Inpassing van parkeervoorzieningen Dit artikel benadrukt dat parkeerplaatsen zo moeten worden ingepast dat ze visueel aantrekkelijk zijn en goed aansluiten bij de omgeving.

Artikel 5.7 Opstelruimte en veiligheid Dit artikel bepaalt dat bij in- en uitritten voldoende ruimte beschikbaar moet zijn en dat de veiligheid van voetgangers en verkeer gewaarborgd wordt. Artikel 5.8 Maatwerk- en vergunningsvoorschriften Dit artikel stelt dat het bevoegd gezag kan afwijken van de regels als bijzondere omstandigheden daarom vragen, mits een vergelijkbare parkeervoorziening wordt geboden. Titel 5.2 Bouwactiviteiten en sloopactiviteiten Afdeling 5.2.1. Bouwen hoofdgebouwen Artikel 5.9 Bouwregels Chopinstraat Dit artikel stelt bouwregels voor het werkingsgebied Chopinstraat. In dit werkingsbied zijn uitsluitend gestapelde woningen met inpandige voorzieningen toegestaan. De regels waarborgen de beoogde woningbouwontwikkeling zoals vastgesteld in de gebiedsvisie Maassluis West (2024). In de plint van de hoofdgebouwen zijn ook andere functies dan wonen toegestaan. Daarnaast is binnen het werkingsgebied Chopinstraat een afzonderlijk werkingsgebied Sportzaal aangewezen. Voor dit werkingsgebied geldt aanvullend dat specifiek de bouw van een sportzaal is toegestaan. Hiermee wordt de beoogde nieuwe sportzaal in Station West geborgd. Verder zijn er specifieke eisen ten aanzien van de bebouwing, bouwhoogte, hoogteaccenten en setbacks die op basis van het Beeldkwaliteitsplan Station West (2024) zijn opgesteld.

Zo wordt er ontwikkeld ten behoeve van de ruimtelijke kwaliteit waarbij per initiatief maatwerk wordt geleverd. Er zijn eisen aan de oppervlakte van de collectieve buitenruimte en er zijn eisen gesteld aan de oppervlakte van het groen. De minimale oppervlakte groen die binnen het werkingsgebied moet worden aangelegd bedraagt 10%. Afhankelijk van hoe het groen wordt vormgegeven geldt een rekenfactor. Die komt er op neer dat als groen op maaiveldniveau in de volle grond wordt aangelegd de oppervlakte volledig meetelt. Groen dat op een andere manier wordt aangelegd, bijvoorbeeld op een dak, telt voor een lager percentage mee. Deze aanpak geeft gestalte aan de ‘ja, mits’-gedachte van de Omgevingswet. Hiermee wordt namelijk ruimte geboden aan de initiatiefnemer om te bepalen op welke manier invulling wordt gegeven aan de eisen voor groen. Artikel 5.10 Bouwregels Haydnlaan Dit artikel stelt bouwregels voor het werkingsgebied Haydnlaan. In dit werkingsbied zijn uitsluitend grondgebonden woningen toegestaan. De regels waarborgen de beoogde woningbouwontwikkeling zoals vastgesteld in de gebiedsvisie Maassluis West (2024). De minimale oppervlakte groen die binnen het werkingsgebied moet worden aangelegd bedraagt 35%. De woningen in dit werkingsgebied krijgen een privétuin. Er zijn regels opgenomen die ervoor zorgen dat er ten minste 6 meter achtererfgebied blijft.

In combinatie met de maximale bouwmogelijkheden voor bijbehorende bouwwerken in het achtererfgebied zorgt dat ervoor dat er ten minste een bepaald percentage van het achtererfgebied onbebouwd blijft. Artikel 5.11 Bouwregels Koningshoek ll

Dit artikel stelt bouwregels voor het werkingsgebied Koningshoek ll. In dit werkingsbied zijn uitsluitend gestapelde woningen met inpandige voorzieningen toegestaan. De regels waarborgen de beoogde woningbouwontwikkeling zoals vastgesteld in de gebiedsvisie Maassluis West (2024). Er zijn eisen aan de oppervlakte van de collectieve buitenruimte en er zijn eisen gesteld aan de oppervlakte van het groen. De minimale oppervlakte groen die binnen het werkingsgebied moet worden aangelegd bedraagt 20%. Omdat de beoogde bebouwing uit één blok bestaat en de openbare ruimte groen wordt ingericht is een collectieve buitenruimte achterwege gelaten. Artikel 5.12 Bouwregels Uiverlaan Dit artikel stelt bouwregels voor het werkingsgebied Uiverlaan. In dit werkingsbied zijn gestapelde woningen met inpandige voorzieningen en grondgebonden toegestaan. De regels waarborgen de beoogde woningbouwontwikkeling zoals vastgesteld in de gebiedsvisie Maassluis West (2024). Er zijn specifieke eisen ten aanzien van de bebouwing, bouwhoogte, hoogteaccenten en setbacks die op basis van het Beeldkwaliteitsplan Station West (2024) zijn opgesteld. Zo wordt er ontwikkeld ten behoeve van de ruimtelijke kwaliteit waarbij per initiatief maatwerk wordt geleverd. Er zijn eisen aan de oppervlakte van de collectieve buitenruimte en er zijn eisen gesteld aan de oppervlakte van het groen.

De minimale oppervlakte groen die binnen het werkingsgebied moet worden aangelegd bedraagt 25%. Afhankelijk van hoe het groen wordt vormgegeven geldt een rekenfactor. Die komt er op neer dat als groen op maaiveldniveau in de volle grond wordt aangelegd de oppervlakte volledig meetelt. Groen dat op een andere manier wordt aangelegd, bijvoorbeeld op een dak, telt voor een lager percentage mee. Deze aanpak geeft gestalte aan de ‘ja, mits’-gedachte van de Omgevingswet. Hiermee wordt namelijk ruimte geboden aan de initiatiefnemer om te bepalen op welke manier invulling wordt gegeven aan de eisen voor groen. Artikel 5.13 Bouwregels Stationsgebied Dit artikel stelt bouwregels voor het werkingsgebied Stationsgebied. Gezien de ligging en afstand ten opzichte van het metrostation zijn hier geen gebouwen en/of bouwwerken toegestaan gericht op de activiteit wonen. Het gebied wordt ontwikkeld ten behoeve van het metrostation. Uitsluitend is een fietsenstalling met bijbehorende bouwwerken en een gebouw van beperkte omvang voor detailhandel en verkoop van levensmiddelen en/of dienstverlening toegestaan.

Artikel 5.14 Bouwregels Bouwveld A – Ruimtelijke reservering voor mogelijk toekomstige bebouwing, ter beoordeling na realisering van het bouwplan Dit artikel stelt bouwregels voor het werkingsgebied ‘Bouwveld A – Ruimtelijke reservering voor mogelijk toekomstige bebouwing, ter beoordeling na realisering van het bouwplan’. Deze regels beschrijven de voorwaarden voor het verlenen van de vergunning voor een bouwactiviteit. Deze vergunning kan alleen worden verleend indien er niet meer dan 100 openbaar toegankelijke parkeerplaatsen in het gebied komen te vervallen. Dit is besloten in het Amendement: betere leefbaarheid door minder woningen en aanhouden van parkeerplekken (3 december 2024). De hoofdgebouwen in de andere werkingsgebieden moeten gerealiseerd zijn en voor ten minste 75% in gebruik zijn genomen. De bezettingsgraad van de openbare parkeerplaatsen moet na de te vervallen parkeerplaatsen en nieuwbouwwoningen worden berekend op basis van de beleidsregel bedoeld in Afdeling 5.2.2 Parkeren en mag niet hoger uitkomen dan 85%. Indien er niet aan deze regels wordt voldaan wordt er geen vergunning verleend voor het bouwen.

In dit werkingsgebied zijn uitsluitend gestapelde woningen met inpandige voorzieningen toegestaan (met inachtneming van het bovenstaande). Er zijn specifieke eisen ten aanzien van de bebouwing, bouwhoogte, hoogteaccenten en setbacks die op basis van het Beeldkwaliteitsplan Station West (2024) zijn opgesteld. Zo wordt er ontwikkeld ten behoeve van de ruimtelijke kwaliteit waarbij per initiatief maatwerk wordt geleverd. Er zijn eisen aan de oppervlakte van de collectieve buitenruimte en er zijn eisen gesteld aan de oppervlakte van het groen. De minimale collectieve buitenruimte die binnen het werkingsgebied moet worden aangelegd bedraagt 20%. Afhankelijk van hoe het groen wordt vormgegeven geldt een rekenfactor. Die komt er op neer dat als groen op maaiveldniveau in de volle grond wordt aangelegd de oppervlakte volledig meetelt. Groen dat op een andere manier wordt aangelegd, bijvoorbeeld op een dak, telt voor een lager percentage mee. Deze aanpak geeft gestalte aan de ‘ja, mits’-gedachte van de Omgevingswet. Afdeling 5.2.2. Bouwen bijbehorende bouwwerken Artikel 5.15 Bouwregels Chopinstraat In dit artikel is geregeld dat er een verbod geldt op het bouwen van bijbehorende bouwwerken. Voor bijbehorende bouwwerken binnen dit werkingsgebied dient daarom altijd een vergunning te worden aangevraagd. Zo wordt de ruimtelijke kwaliteit ten aanzien van de bebouwing beschermd.

Dit artikel gaat voor op de regels in Artikel 22.27 en Artikel 22.36 van dit omgevingsplan (ook wel bekend als de Bruidsschat). Hiervoor zijn in Artikel 7.1 voorrangsregels opgenomen. Artikel 5.16 Bouwregels Haydnlaan In dit artikel is geregeld dat er een verbod geldt op het bouwen van bijbehorende bouwwerken met een oppervlakte groter dan de oppervlakte zoals bedoeld in Artikel 22.36 onder a sub 3 van dit omgevingsplan. Voor dit artikel is een voorrangsregel opgenomen in Artikel 7.1. Het verbod geldt niet op de uitzonderingen die betrekking hebben op de bouwwerken bedoeld in Artikel 22.27 van het omgevingsplan (ook wel bekend als de Bruidsschat). Artikel 5.17 Bouwregels Koningshoek ll In dit artikel is geregeld dat er een verbod geldt op het bouwen van bijbehorende bouwwerken. Voor bijbehorende bouwwerken binnen dit werkingsgebied dient daarom altijd een vergunning te worden aangevraagd. Zo wordt de ruimtelijke kwaliteit ten aanzien van de bebouwing beschermd. Dit artikel gaat voor op de regels in Artikel 22.27 en Artikel 22.36 van dit omgevingsplan (ook wel bekend als de Bruidsschat). Hiervoor zijn in Artikel 7.1 voorrangsregels opgenomen.

Artikel 5.18 Bouwregels Uiverlaan In dit artikel lid 1 is geregeld dat er een verbod geldt op het bouwen van bijbehorende bouwwerken voor de grondgebonden woningen met een oppervlakte groter dan de oppervlakte zoals bedoeld in Artikel 22.36 onder a sub 3 van dit omgevingsplan. Voor dit artikel is een voorrangsregel opgenomen in Artikel 7.1. Het verbod geldt niet op de uitzonderingen die betrekking hebben op de bouwwerken bedoeld in Artikel 22.27 van het omgevingsplan (ook wel bekend als de Bruidsschat). In lid 2 van dit artikel is een verbod op het bouwen van bijbehorende bouwwerken voor gestapelde woningen opgenomen. Zo wordt de ruimtelijke kwaliteit ten aanzien van de bebouwing beschermd. Dit

artikel gaat voor op de regels in Artikel 22.27 en Artikel 22.36 van dit omgevingsplan (ook wel bekend als de Bruidsschat). Hiervoor zijn in Artikel 7.1 voorrangsregels opgenomen. Artikel 5.19 Bouwregels Stationsgebied In dit artikel is geregeld dat er een verbod geldt op het bouwen van bijbehorende bouwwerken. Voor bijbehorende bouwwerken binnen dit werkingsgebied dient daarom altijd een vergunning te worden aangevraagd. Zo wordt de ruimtelijke kwaliteit ten aanzien van de bebouwing beschermd. Dit artikel gaat voor op de regels in Artikel 22.27 en Artikel 22.36 van dit omgevingsplan (ook wel bekend als de Bruidsschat). Hiervoor zijn in Artikel 7.1 voorrangsregels opgenomen. Artikel 5.20 Bouwregels Bouwveld A – Ruimtelijke reservering voor mogelijk toekomstige bebouwing, ter beoordeling na realisering van het bouwplan In dit artikel is geregeld dat er een verbod geldt op het bouwen van bijbehorende bouwwerken. Voor bijbehorende bouwwerken binnen dit werkingsgebied dient daarom altijd een vergunning te worden aangevraagd. Zo wordt de ruimtelijke kwaliteit ten aanzien van de bebouwing beschermd. Dit artikel gaat voor op de regels in Artikel 22.27 en Artikel 22.36 van dit omgevingsplan (ook wel bekend als de Bruidsschat). Hiervoor zijn in Artikel 7.1 voorrangsregels opgenomen. Bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend gebouwd indien er een hoofdgebouw aanwezig is.

Dit betekent da bijbehorende bouwwerken, net als hoofdgebouwen, alleen kunnen worden gerealiseerd indien er wordt voldaan aan de voorwaarden zoals opgenomen in Artikel 5.9 en het Amendement: betere leefbaarheid door minder woningen en aanhouden van parkeerplekken (3 december 2024). Hiermee wordt geborgd dat de bouw van bijbehorende bouwwerken in samenhang met een hoofdgebouw plaatsvindt en niet zelfstandig, zodat de ruimtelijke uitgangspunten van het plan worden gewaarborgd. Afdeling 5.2.3. Bouwwerken geen gebouwen zijnde Artikel 5.21 Bouwregels Chopinstraat In dit artikel is geregeld dat er een verbod is op het oprichten van bouwwerken geen gebouwen zijnde ter bescherming van de kwaliteit van openbare ruimte binnen het werkingsgebied. Dat betekent dat het omgevingsplan geen extra vergunningvrije bouwmogelijkheden in het leven roept dan die op grond van het Bbl (landelijk) zijn toegestaan. Artikel 5.22 Bouwregels Koningshoek ll In dit artikel is geregeld dat er een verbod is op het oprichten van bouwwerken geen gebouwen zijnde ter bescherming van de kwaliteit van openbare ruimte binnen het werkingsgebied. Dergelijke bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan en kunnen vergunningvrij worden opgericht op grond van het Bbl. Dat betekent dat het omgevingsplan geen extra vergunningvrije bouwmogelijkheden in het leven roept dan die op grond van het Bbl (landelijk) zijn toegestaan.

Op die manier sluit de regeling aan bij het landelijke stelsel van vergunningvrij bouwen en wordt lokale overregulering voorkomen. Artikel 5.23 Bouwregels Uiverlaan In dit artikel is geregeld dat er een verbod is op het oprichten van bouwwerken geen gebouwen zijnde ter bescherming van de kwaliteit van openbare ruimte binnen het werkingsgebied. Dergelijke bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan en kunnen vergunningvrij worden opgericht op grond van het Bbl. Dat betekent dat het omgevingsplan geen extra vergunningvrije bouwmogelijkheden in het leven

roept dan die op grond van het Bbl (landelijk) zijn toegestaan. Op die manier sluit de regeling aan bij het landelijke stelsel van vergunningvrij bouwen en wordt lokale overregulering voorkomen. Artikel 5.24 Bouwregels Stationsgebied In dit artikel is geregeld dat er een verbod is op het oprichten van bouwwerken geen gebouwen zijnde ter bescherming van de kwaliteit van openbare ruimte binnen het werkingsgebied. Dergelijke bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan en kunnen vergunningvrij worden opgericht op grond van het Bbl. Dat betekent dat het omgevingsplan geen extra vergunningvrije bouwmogelijkheden in het leven roept dan die op grond van het Bbl (landelijk) zijn toegestaan. Op die manier sluit de regeling aan bij het landelijke stelsel van vergunningvrij bouwen en wordt lokale overregulering voorkomen. Artikel 5.25 Bouwregels Bouwveld A – Ruimtelijke reservering voor mogelijk toekomstige bebouwing, ter beoordeling na realisering van het bouwplan In dit artikel is geregeld dat er een verbod is op het oprichten van bouwwerken geen gebouwen zijnde ter bescherming van de kwaliteit van openbare ruimte binnen het werkingsgebied. Dat betekent dat het omgevingsplan geen extra vergunningvrije bouwmogelijkheden in het leven roept dan die op grond van het Bbl (landelijk) zijn toegestaan.

Opgemerkt wordt dat bouwwerken geen gebouwen zijnde alleen mogen worden gebouwd ten behoeve van activiteiten die ter plaatse zijn toegestaan. Dat betekent dat bouwwerken geen gebouwen zijnde alleen kunnen worden gerealiseerd als er voldaan wordt aan de eisen die voortvloeien uit het Amendement: betere leefbaarheid door minder woningen en aanhouden van parkeerplekken (3 december 2024). Afdeling 5.2.4. Bouwen Beperkingengebied– lokale spoorweg Artikel 5.26 Toepassingsbereik De regels in deze afdeling zijn uitsluitend van toepassing op bouwactiviteiten binnen het Beperkingengebied – lokale spoorweg. In dit gebied zijn door de aanwezigheid van de spoorweg beperkingen opgelegd ten aanzien van bouwen. Welke beperkingen er gelden wordt bepaald door de ligging van de locatie. Binnen het beperkingengebied is namelijk een binnenste beschermingszone voor de lokale spoorweg en een buitenste beperkingszone voor de lokale spoorweg opgenomen. Binnen het werkingsgebied beperkingszone lokale spoorweg gelden strengere eisen dan binnen het werkingsgebied buitenste beschermingszone lokale spoorweg. Artikel 5.27 Oogmerken Oogmerken helpen om te bepalen welke activiteiten van invloed zijn op het al dan niet behalen van specifieke doelen en om te bepalen wat voor type regel over die activiteit gesteld zou moeten worden.

Oogmerken werken ook door in de beoordeling van gelijkwaardige maatregelen, als de initiatiefnemer daarvoor instemming vraagt (Artikel 4.7 Omgevingswet). Verder fungeren de oogmerken als kader voor maatwerkvoorschriften of vergunningvoorschriften. De in dit artikel genoemde oogmerken zijn gericht op het behoeden van de staat en werking van de lokale spoorweg, waaronder het beschermen van de bestaande spoorinfrastructuur en veiligstellen van de belangen van de lokale spoorweg. Bouwactiviteiten binnen dit beperkingengebied mogen niet leiden tot belemmeringen voor onderhoud, beheer en veilig gebruik van de spoorweg. Artikel 5.28 Vrijstelling vergunningplicht Beschermingszone lokale spoorweg

De bepaling in dit artikel regelt een vrijstelling van de vergunningplicht zoals opgenomen in Artikel 9.48 van het Bal. Er is geen vergunning benodigd voor het bouwen en in stand houden van bouwwerken wanneer het bouwwerken betreft met een maximale bouwhoogte of objecthoogte van 5 meter en waarbij bij de uitvoering geen materieel wordt gebruikt met een grotere reikhoogte of reikwijdte dan 5 meter. Hiermee wordt voorkomen dat voor activiteiten van dien aard onnodig een vergunning moet worden aangevraagd. Artikel 5.29 Vrijstelling vergunningplicht Buitenste beschermingszone lokale spoorweg De bepaling in dit artikel regelt een vrijstelling van de vergunningplicht zoals opgenomen in Artikel 9.48 van het Bal. Er is geen vergunning benodigd voor het bouwen en in stand houden van bouwwerken wanneer de objecthoogte of bouwhoogte maximaal 15 meter bedraagt of kleiner is dan de afstand tot de rand van de Kernzone lokale spoorweg, of de waarbij het te gebruiken materieel een reikhoogte of reikwijdte heeft van maximaal 15 meter of kleiner is dan de afstand tot de rand van de Kernzone. Hiermee wordt voorkomen dat voor activiteiten van dien aard onnodig een vergunning moet worden aangevraagd.

Artikel 5.29a Meldplicht Ten minste zes weken voor het verrichten van de activiteiten, bedoeld in Artikel 5.28 dient hiervan een melding te worden gedaan bij het bevoegd gezag waarin wordt voldaan aan de meldplichtvereisten zoals bepaald in het artikel. Artikel 5.29b Gegevens en bescheiden: start en einde werkzaamheden Aanvullend op het voorgaande artikel dient de indiener tijdig gegevens te verstrekken ten aanzien van de duur van de werkzaamheden aan het bevoegd gezag. Dit artikel heeft tot doel het bevoegd gezag inzicht te geven in de uitvoering van activiteiten binnen het werkingsgebied. Afdeling 5.2.5 Bouwen – restrictiegebied leiding riool Artikel 5.30 Toepassingsbereik De regels in deze afdeling zijn uitsluitend van toepassing op bouwactiviteiten binnen het restrictiegebied leiding riool. In dit gebied zijn door de aanwezigheid van de spoorweg beperkingen opgelegd ten aanzien van bouwen. De regels zijn gebaseerd op de regels uit het bestemmingsplan Koningshoek e.o. (2016). Dit is een beleidsneutrale voorzetting van het bestemmingsplan. Artikel 5.31 Oogmerken Oogmerken helpen om te bepalen welke activiteiten van invloed zijn op het al dan niet behalen van specifieke doelen en om te bepalen wat voor type regel over die activiteit gesteld zou moeten worden.

Oogmerken werken ook door in de beoordeling van gelijkwaardige maatregelen, als de initiatiefnemer daarvoor instemming vraagt (Artikel 4.7 Omgevingswet). Verder fungeren de oogmerken als kader voor maatwerkvoorschriften of vergunningvoorschriften. De in dit artikel genoemde oogmerken geven richting aan de regels en vormen het kader bij de beoordeling van activiteiten, gelijkwaardige maatregelen en maatwerkvoorschriften. Het gaat om het beschermen van infrastructuur en leidingen, het voorkomen van hinder en gezondheidsrisico’s, en het waarborgen van de veiligheid. Artikel 5.32 Bouwregels

In lid 1 van dit artikel is geregeld dat binnen het restrictiegebied leiding riool uitsluitend bouwwerken zijn toegestaan ten dienste van de leiding riool met een maximale bouwhoogte van 3 meter. In lid 2 van dit artikel is een afwijkingsmogelijkheid opgenomen om door middel van een omgevingsvergunning die is verkregen door het bevoegd gezag een bouwwerk te plaatsen, indien dit geen afbreuk doet aan het functioneren van de leiding riool. Voorafgaand aan het verlenen van de omgevingsvergunning dient schriftelijk advies te worden ingewonnen bij de leidingbeheerder waarin wordt aangetoond dat de belangen van het functioneren van de leiding riool zijn gewaarborgd. Afdeling 5.2.6 Sloopactiviteiten – lokale spoorweg Artikel 5.33 Toepassingsbereik De regels in deze afdeling zijn uitsluitend van toepassing op sloopactiviteiten binnen het Beschermingsgebied – lokale spoorweg. In dit gebied zijn door de aanwezigheid van de spoorweg beperkingen opgelegd ten aanzien van slopen. Hier geldt ook dat de regels binnen de beschermingszone lokale spoorweg strenger zijn dan binnen buitenste beschermingszone lokale spoorweg. Artikel 5.34 Oogmerken Oogmerken helpen om te bepalen welke activiteiten van invloed zijn op het al dan niet behalen van specifieke doelen en om te bepalen wat voor type regel over die activiteit gesteld zou moeten worden.

Oogmerken werken ook door in de beoordeling van gelijkwaardige maatregelen, als de initiatiefnemer daarvoor instemming vraagt (Artikel 4.7 Omgevingswet). Verder fungeren de oogmerken als kader voor maatwerkvoorschriften of vergunningvoorschriften. De in dit artikel genoemde oogmerken zijn gericht op het behoeden van de staat en werking van de lokale spoorweg, waaronder het beschermen van de bestaande spoorinfrastructuur en veiligstellen van de belangen van de lokale spoorweg. Sloopactiviteiten binnen dit beschermingsgebied mogen niet leiden tot belemmeringen voor onderhoud, beheer en veilig gebruik van de spoorweg. Artikel 5.35 Vrijstelling vergunningplicht Beschermingszone lokale spoorweg De bepaling in dit artikel regelt een vrijstelling van de vergunningplicht zoals opgenomen in Artikel 9.48 van het Bal. Er is geen vergunning benodigd voor het slopen van bouwwerken wanneer het bouwwerken betreft met een maximale bouwhoogte of objecthoogte van 5 meter en waarbij bij de uitvoering geen materieel wordt gebruikt met een grotere reikhoogte of reikwijdte dan 5 meter. Hiermee wordt voorkomen dat voor activiteiten van dien aard onnodig een vergunning moet worden aangevraagd. Artikel 5.36 Vrijstelling vergunningplicht Buitenste beschermingszone lokale spoorweg De bepaling in dit artikel regelt een vrijstelling van de vergunningplicht zoals opgenomen in Artikel 9.48 van het Bal.

Er is geen vergunning benodigd voor het slopen van bouwwerken wanneer de objecthoogte of bouwhoogte maximaal 15 meter bedraagt of kleiner is dan de afstand tot de rand van de Kernzone lokale spoorweg, of de waarbij het te gebruiken materieel een reikhoogte of reikwijdte heeft van maximaal 15 meter of kleiner is dan de afstand tot de rand van de Kernzone. Hiermee wordt voorkomen dat voor activiteiten van dien aard onnodig een vergunning moet worden aangevraagd. Artikel 5.37 Meldplicht

Ten minste zes weken voor het verrichten van de activiteiten, bedoeld in Artikel 5.36 dient hiervan een melding te worden gedaan bij het bevoegd gezag waarin wordt voldaan aan de meldplichtvereisten zoals bepaald in het artikel. Artikel 5.38 Gegevens en bescheiden: start en einde werkzaamheden Aanvullend op het voorgaande artikel dient de indiener tijdig gegevens te verstrekken ten aanzien van de duur van de werkzaamheden aan het bevoegd gezag. Dit artikel heeft tot doel het bevoegd gezag inzicht te geven in de uitvoering van activiteiten binnen het werkingsgebied. Titel 5.3 Gebruiksactiviteiten Afdeling 5.3.1 Algemeen Artikel 5.39 Aanvraagvereisten In dit artikel is geregeld welke gegevens en bescheiden bij de aanvraag van een omgevingsvergunning moeten worden aangeleverd. Het bevoegd gezag toetst de aanvraag met deze gegevens en bescheiden aan het omgevingsplan. Het bevoegd gezag kan met deze beoordeling de ruimtelijke kwaliteit en een veilige gezonde fysieke leefomgeving waarborgen. Artikel 5.40 Vergunningvoorschriften Dit artikel regelt dat er aan de omgevingsvergunning vergunningvoorschriften zijn verbonden. Deze voorschriften hebben betrekking op het gebruik van het perceel en/of de percelen binnen het werkingsgebied. De vergunningvoorschriften zijn gesteld op met oog voor het waarborgen van de veiligheid en een gezonde fysieke leefomgeving.

Artikel 5.41 Geluidonderzoek In dit artikel wordt geregeld dat bij het verrichten van de activiteit wonen en de realisatie van de sportzaaleen geluidonderzoek moet worden uitgevoerd. Het doel van het geluidonderzoek is om vast te stellen of de activiteiten voldoen aan de voorgeschreven geluidsnormen zoals opgenomen in de Paragrafen 22.3.4.2, 22.3.4.3 en 22.3.4.4 van dit omgevingsplan. De resultaten van het onderzoek worden vastgelegd in een rapport die wordt verstrekt aan het bevoegd gezag ter beoordeling. Artikel 5.42 Gegevens en bescheiden: geluidonderzoek Ten minste vier weken voor het begin of wijziging van de activiteit moet de rapportage van het geluidonderzoek aan het bevoegd gezag worden verstrekt. Het doel van dit artikel is om het bevoegd gezag de mogelijkheid te geven de rapportage van het geluidonderzoek te laten beoordelen. Aanvullend wordt geregeld dat wanneer de activiteit op een andere manier wordt uitgevoerd dan op basis van de gegevens in het oorspronkelijke rapport, de gewijzigde gegevens eveneens ten minste vier weken van tevoren aan het college moeten worden verstrekt. Dit waarborgt dat het bevoegd gezag steeds over actuele informatie beschikt om de geluidssituatie en naleving van de normen te beoordelen.

Afdeling 5.2.2 Detailhandel Artikel 5.43 Chopinstraat In dit artikel wordt geregeld dat binnen het werkingsgebied Chopinstraat het verboden is om zonder omgevingsvergunning detailhandelsactiviteiten uit te voeren. Het doel hiervan is om de ontwikkeling van de detailhandel in dit gebied te reguleren en te waarborgen dat deze activiteiten passen binnen het gewenste ruimtelijke en maatschappelijke beleid. Een vergunning kan worden verleend indien het voldoet aan de voorwaarden als genoemd in lid 2 van dit artikel. De vergunning wordt aangevraagd bij

het bevoegd gezag dat beoordeeld of de activiteit inpasbaar is met oog op de veiligheid en kwaliteit van de leefomgeving en het gewenste voorzieningenniveau in het gebied. Artikel 5.44 Stationsgebied In dit artikel wordt geregeld dat binnen het werkingsgebied ‘Stationsgebied’ het verboden is om zonder omgevingsvergunning detailhandelsactiviteiten uit te voeren. Het doel hiervan is om de ontwikkeling van de detailhandel in dit gebied te reguleren en te waarborgen dat deze activiteiten passen binnen het gewenste ruimtelijke en maatschappelijke beleid. Een vergunning kan worden verleend indien het voldoet aan de voorwaarden als genoemd in lid 2 van dit artikel. De vergunning wordt aangevraagd bij het bevoegd gezag dat beoordeeld of de activiteit inpasbaar is met oog op de veiligheid en kwaliteit van de leefomgeving en het gewenste voorzieningenniveau in het gebied. Afdeling 5.3.3 Horeca Artikel 5.45 Chopinstraat In dit artikel wordt geregeld dat binnen het werkingsgebied ‘Chopinstraat’ het verboden is om zonder omgevingsvergunning horeca-activiteiten uit te voeren. Het doel hiervan is om de ontwikkeling van de horeca in dit gebied te reguleren en te waarborgen dat deze activiteiten passen binnen het gewenste ruimtelijke en maatschappelijke beleid. Een vergunning kan worden verleend indien het voldoet aan de voorwaarden als genoemd in lid 2 van dit artikel.

De genoemde horecacategorieën zijn benoemd in Artikel 1 Begripsbepalingen. De vergunning wordt aangevraagd bij het bevoegd gezag dat beoordeelt of de activiteit inpasbaar is met oog op de veiligheid en kwaliteit van de leefomgeving en het gewenste voorzieningenniveau in het gebied. Artikel 5.46 Horeca als functioneel ondersteunende activiteit In dit artikel wordt geregeld bij welke kernactiviteiten horeca als functioneel ondersteunende activiteit is toegestaan. Voor de systematiek van kernactiviteiten, functioneel ondersteunde activiteiten en nevenactiviteiten word verwezen naar de Artikelsgewijze toelichting bij Artikel 1 Begripsbepalingen. Artikel 5.47 Horeca als nevenactiviteit In dit artikel wordt geregeld dat het verboden is om zonder omgevingsvergunning horeca-activiteiten als nevenactiviteit uit te voeren. Het doel hiervan is om de ontwikkeling van de horeca in dit gebied te reguleren en te waarborgen dat deze activiteiten passen binnen het gewenste ruimtelijke en maatschappelijke beleid. Op deze manier wordt invulling gegeven aan de ‘ja, mits’-gedachte. Een vergunning kan worden verleend indien het voldoet aan de voorwaarden als genoemd in lid 2 van dit artikel. De genoemde horecacategorieën zijn benoemd in Artikel 1 Begripsbepalingen.

De vergunning wordt aangevraagd bij het bevoegd gezag dat beoordeeld of de activiteit inpasbaar is met oog op de veiligheid en kwaliteit van de leefomgeving en het gewenste voorzieningenniveau in het gebied. Afdeling 5.3.4 Maatschappelijk Artikel 5.48 Chopinstraat In dit artikel wordt geregeld dat binnen het werkingsgebied ‘Chopinstraat’ het verboden is om zonder omgevingsvergunning maatschappelijke activiteiten uit te voeren. Het doel hiervan is om de ontwikkeling vanmaatschappelijke voorzieningen in dit gebied te reguleren en te waarborgen dat deze activiteiten passen binnen het gewenste ruimtelijke en maatschappelijke beleid. Op deze manier wordt invulling gegeven aan de ‘ja, mits’-gedachte. Een vergunning kan worden verleend indien het voldoet aan de voorwaarden als genoemd in lid 2 van dit artikel. Er moet sprake zijn van maatschappelijke

activiteiten in de vorm van overheids-, medische, sociaal-culturele of vergelijkbare voorzieningen. De vergunning wordt aangevraagd bij het bevoegd gezag dat beoordeeld of de activiteit inpasbaar is met oog op de veiligheid en kwaliteit van de leefomgeving en het gewenste voorzieningenniveau in het gebied. Afdeling 5.3.5 Sport Artikel 5.49 Chopinstraat In dit artikel wordt geregeld dat de gronden binnen het werkingsgebied ’Sportzaal’ gebruikt mogen worden het bieden van gelegenheid tot binnensport in een sportzaal met een maximale bruto vloeroppervlakte van 2.000 m2. Ook het gebruik van de gronden voor bij deze activiteit behorende voorzieningen is in dit artikel geregeld. Afdeling 5.3.6 Wonen Artikel 5.50 Algemene regels voor wonen Algemene regels zijn regels die voor iedereen gelden. Met 'iedereen' wordt bedoeld iedereen die iets doet of wil doen waarop de regels van toepassing zijn. De regel onder a. omschrijft het maximaal aantal woningen dat is toegestaan binnen het werkingsgebied ‘maximaal 400 woningen’. Het uitgangspunt is dat in één woning ook één huishouden woont. Hiervan kan worden afgeweken onder voorwaarden. De voorwaarden zijn beleidsneutraal overgenomen uit het voormalige bestemmingsplan Parapluherziening Overbewoning (2020).

Artikel 5.51 Chopinstraat Dit artikel regelt dat de gronden binnen het werkingsgebied ‘Chopinstraat’ gebruikt mogen worden voor minimaal 50 gestapelde woningen en maximaal 60 gestapelde woningen, met de daarbij behorende voorzieningen, zoals erven, tuinen, groenvoorzieningen, water, parkeervoorzieningen, toegangspaden, in- en uitritten. De regel sluit aan op de gebiedsvisie Maassluis West. Omwille van rechtszekerheid zijn de open normen elders uit dit omgevingsplan aangevuld met een gesloten norm voor het aantal woningen dat is toegestaan. Door zowel een minimaal als een maximaal aantal woningen toe te staan kan in de ontwerpfase flexibel worden ingespeeld op de marktvraag. Tegelijkertijd is door het maximaal aantal woningen te begrenzen de ruimtelijke kwaliteit geborgd. Artikel 5.52 Haydnlaan Dit artikel regelt dat de gronden binnen het werkingsgebied ‘Haydnlaan’ gebruikt mogen worden voor maximaal 30 rijwoningen met de daarbij behorende voorzieningen, zoals erven, tuinen, groenvoorzieningen, water, parkeervoorzieningen, toegangspaden, in- en uitritten. Artikel 5.53 Koningshoek ll Dit artikel regelt dat de gronden binnen het werkingsgebied ‘Koningshoek II’ gebruikt mogen worden voor maximaal 35 gestapelde woningen, met de daarbij behorende voorzieningen, zoals erven, tuinen, groenvoorzieningen, water, parkeervoorzieningen, toegangspaden, in- en uitritten.

Artikel 5.54 Uiverlaan Dit artikel regelt dat de gronden binnen het werkingsgebied ‘Uiverlaan’ gebruikt mogen worden voor minimaal 225 en maximaal 235 gestapelde woningen en maximaal 30 rijwoningen met de daarbij

behorende voorzieningen, zoals erven, tuinen, groenvoorzieningen, water, parkeervoorzieningen, toegangspaden, in- en uitritten. Artikel 5.55 Bouwveld A- ruimtelijke reservering voor mogelijk toekomstige bebouwing, ter beoordeling na realisering van het bouwplan In dit artikel wordt geregeld dat het verboden is om zonder omgevingsvergunning nieuwe woningen toe te voegen binnen het werkingsgebied ‘Bouwveld A – ruimtelijke reservering voor mogelijk toekomstige bebouwing, ter beoordeling na realisatie van het bouwplan’. Het doel van dit artikel is om het gebied ter plaatse van het werkingsgebied te reserveren voor woningbouw. Een vergunning kan worden verleend indien het voldoet aan de voorwaarden als genoemd in lid 2 van dit artikel. Alleen als de overige delen van de ontwikkeling Station West zijn gerealiseerd en in gebruik zijn genomen en is vast komen te staan dat de parkeersituatie in overeenstemming is met het gemeentelijke parkeerbeleid, kan een vergunning verleend worden. Er mogen ook niet meer dan 100 openbaar toegankelijke parkeerplaatsen vervallen. De vergunning wordt aangevraagd bij het bevoegd gezag dat beoordeeld of de activiteit inpasbaar is met oog op de veiligheid en kwaliteit van de leefomgeving.

Artikel 5.56 Algemene regels voor zorgwoningen In dit artikel wordt geregeld dat het verboden is om zonder omgevingsvergunning gronden en gebouwen ten behoeve van zorgwoningen te gebruiken. Het doel hiervan is om de ontwikkeling en het gebruik van zorgwoningen in dit gebied te reguleren en te waarborgen dat deze activiteiten passen binnen het gewenste ruimtelijke en maatschappelijke beleid. Een vergunning kan worden verleend indien het voldoet aan de voorwaarden als genoemd in lid 2 van dit artikel. De vergunning wordt aangevraagd bij het bevoegd gezag dat beoordeeld of de activiteit inpasbaar is met oog op de veiligheid en kwaliteit van de leefomgeving en het gewenste voorzieningenniveau in het gebied. Bij de beoordeling van aanvragen voor zorgwoningen wordt aangesloten bij de begripsduiding en het onderscheid tussen wonen, maatschappelijke zorg en functioneel ondersteunende activiteiten zoals toegelicht bij Artikel 1 Begripsbepalingen. Titel 5.4 Activiteiten op en in de bodem Afdeling 5.4.1 Algemeen Artikel 5.57 Aanvraagvereisten In dit artikel staan de algemene aanvraagvereisten die gelden voor de Afdeling 5.4.1. Het artikel regelt welke gegevens en bescheiden verstrekt moeten worden voor activiteiten als bedoeld in Afdeling 5.6.1. Artikel 5.58 Vergunningvoorschriften Dit artikel regelt dat er aan de omgevingsvergunning vergunningvoorschriften zijn verbonden.

Deze voorschriften hebben betrekking op activiteiten op en in de bodem binnen het werkingsgebied ‘Station West’. De vergunningvoorschriften worden gesteld met oog op het waarborgen van de veiligheid, een gezonde fysieke leefomgeving, het behouden en beschermen van archeologische waarden. Afdeling 5.4.2 Activiteiten op of in de bodem in openbaar gebied Artikel 5.59 Toepassingsbereik Dit artikel beschrijft dat de regels in deze afdeling gaan over activiteiten op of in de bodem in openbaar gebied.

Artikel 5.60 Oogmerken De genoemde oogmerken zien op concrete belangen die spelen bij deze activiteiten. Oogmerken helpen om te bepalen welke activiteiten van invloed zijn op het al dan niet behalen van specifieke doelen en om te bepalen wat voor type regel over die activiteit gesteld zou moeten worden. Oogmerken werken ook door in de beoordeling van gelijkwaardige maatregelen, als de initiatiefnemer daarvoor instemming vraagt (Artikel 4.7 Omgevingswet). Verder fungeren de oogmerken als kader voor maatwerkvoorschriften of vergunningvoorschriften. Artikel 5.61 Toegestane activiteiten De activiteiten genoemd in dit artikel zijn toegestaan, hier is geen omgevingsvergunning voor nodig. Dit komt doordat de beheerder van het water en het groen langs het water dit kan onderhouden en beheren. Artikel 5.62 Vergunningplicht In dit artikel is geregeld dat de aangewezen activiteiten in Artikel 5.59 niet mogen worden verricht zonder omgevingsvergunning als deze niet voldoen aan Artikel 5.61. Artikel 5.63 Beoordelingsregels In dit artikel staan de beoordelingsregels voor de vergunningplicht uit Artikel 5.62. Aan de hand van deze regels toetst het bevoegd gezag of de vergunning verleend kan worden.

Afdeling 5.4.3 Activiteiten op of in de bodem – archeologie Artikel 5.64 Toepassingsbereik Dit artikel beschrijft dat de regels in deze afdeling gaan over activiteiten op of in de bodem, die een relatie hebben tot archeologie. De regels zijn beleidsneutraal overgenomen uit het voormalig bestemmingsplan Koningshoek e.o. (2016). Artikel 5.65 Oogmerken De genoemde oogmerken zien op concrete belangen die spelen bij deze activiteiten. Oogmerken helpen om te bepalen welke activiteiten van invloed zijn op het al dan niet behalen van specifieke doelen en om te bepalen wat voor type regel over die activiteit gesteld zou moeten worden. Oogmerken werken ook door in de beoordeling van gelijkwaardige maatregelen, als de initiatiefnemer daarvoor instemming vraagt (Artikel 4.7 Omgevingswet). Verder fungeren de oogmerken als kader voor maatwerkvoorschriften of vergunningvoorschriften. Artikel 5.66 Toegestane activiteiten De activiteiten genoemd in dit artikel zijn toegestaan, hier is geen omgevingsvergunning voor nodig. Artikel 5.67 Vergunningplicht In dit artikel is geregeld dat de aangewezen activiteiten in Artikel 5.64 niet mogen worden verricht zonder omgevingsvergunning als deze niet voldoen aan Artikel 5.66. Artikel 5.68 Beoordelingsregels In dit artikel staan de beoordelingsregels voor de vergunningplicht uit Artikel 5.67.

Aan de hand van deze regels toetst het bevoegd gezag of de vergunning verleend kan worden.

Bij de beoordeling houdt het bevoegd gezag rekening met een advies van een door hen aangewezen deskundige op het gebied van archeologie. Artikel 5.69 specifieke aanvraagvereisten Dit artikel regelt dat er een specifieke aanvraagvereiste is voor een omgevingsvergunning zoals bedoeld in Artikel 5.67. Bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning moet een archeologisch onderzoeksrapport worden overhandigd waaruit blijkt dat de archeologische waarden zeker zijn gesteld, niet aanwezig zijn, en/of niet onevenredig worden geschaad. Afdeling 5.4.4 Activiteiten op of in de bodem – waterkering Artikel 5.70 Toepassingsbereik Dit artikel beschrijft dat de regels in deze afdeling gaan over activiteiten op of in de bodem, die plaatsvinden in een waterkering. Artikel 5.71 Oogmerken De genoemde oogmerken zien op concrete belangen die spelen bij deze activiteiten. Oogmerken helpen om te bepalen welke activiteiten van invloed zijn op het al dan niet behalen van specifieke doelen en om te bepalen wat voor type regel over die activiteit gesteld zou moeten worden. Oogmerken werken ook door in de beoordeling van gelijkwaardige maatregelen, als de initiatiefnemer daarvoor instemming vraagt (Artikel 4.7 Omgevingswet). Verder fungeren de oogmerken als kader voor maatwerkvoorschriften of vergunningvoorschriften.

Artikel 5.72 Toegestane activiteiten De activiteiten genoemd in dit artikel zijn toegestaan, hier is geen omgevingsvergunning voor nodig. Dit komt doordat de beheerder van het water en het groen langs het water dit kan onderhouden en beheren. Artikel 5.73 Vergunningplicht In dit artikel is geregeld dat de aangewezen activiteiten in Artikel 5.70 niet mogen worden verricht zonder omgevingsvergunning als deze niet voldoen aan Artikel 5.72. Artikel 5.74 Beoordelingsregels In dit artikel staan de beoordelingsregels voor de vergunningplicht uit Artikel 5.73. De vergunning wordt alleen verleend als de activiteit geen onevenredig negatieve gevolgen heeft voor de oogmerken uit Artikel 5.71. Aan de hand van deze regel toetst het bevoegd gezag of de vergunning verleend kan worden. Bij de beoordeling houdt het bevoegd gezag rekening met een advies van de waterbeheerder. Artikel 5.75 Specifieke aanvraagvereisten Dit artikel regelt dat er bij de aanvraag van een omgevingsvergunning een advies van de waterbeheerder wordt overlegd. Afdeling 5.4.5 Activiteiten op of in de bodem – lokale spoorweg Artikel 5.76 Toepassingsbereik Dit artikel beschrijft dat de regels in deze afdeling gaan over activiteiten die plaats vinden op of in de bodem, binnen het werkingsgebied ‘Beperkingengebied lokale spoorweg’.

Binnen het beperkingengebied is namelijk een binnenste beschermingszone voor de lokale spoorweg en een buitenste beperkingszone voor de lokale spoorweg opgenomen. Binnen het werkingsgebied

beperkingszone lokale spoorweg gelden strengere eisen dan binnen het werkingsgebied buitenste beschermingszone lokale spoorweg. Artikel 5.77 Oogmerken De genoemde oogmerken zien op concrete belangen die spelen bij deze activiteiten. Oogmerken helpen om te bepalen welke activiteiten van invloed zijn op het al dan niet behalen van specifieke doelen en om te bepalen wat voor type regel over die activiteit gesteld zou moeten worden. Oogmerken werken ook door in de beoordeling van gelijkwaardige maatregelen, als de initiatiefnemer daarvoor instemming vraagt (Artikel 4.7 Omgevingswet). Verder fungeren de oogmerken als kader voor maatwerkvoorschriften of vergunningvoorschriften. Artikel 5.78 Vrijstelling vergunningplicht Beschermingszone lokale spoorweg In dit artikel worden de activiteiten beschreven waarvoor het verbod, zoals opgenomen in Artikel 9.48 Bal, niet geldt binnen het werkingsgebied ‘Beschermingszone lokale spoorweg’. Artikel 5.79 Vrijstelling vergunningplicht Buitenste beschermingszone lokale spoorweg In dit artikel worden de activiteiten beschreven waarvoor het verbod, zoals opgenomen in Artikel 9.48 Bal, niet geldt binnen het werkingsgebied ‘Buitenste beschermingszone lokale spoorweg’. Artikel 5.80 Meldplicht In dit artikel wordt geregeld dat voordat de activiteiten bedoeld in Artikel 5.76 een meldplicht geldt en aan welke voorwaarden een melding moet voldoen.

Dit artikel geldt alleen binnen het werkingsgebied ‘Beschermingszone lokale spoorweg’. Artikel 5.81 Gegevens en bescheiden: start en einde werkzaamheden In dit artikel wordt geregeld welke gegevens en bescheiden aan het bevoegd gezag moeten worden aangeleverd, en binnen welke termijnen. Artikel 5.82 Algemene regels – zetting Algemene regels zijn regels die voor iedereen gelden. Met 'iedereen' wordt bedoeld iedereen die iets doet of wil doen waarop de regels van toepassing zijn. Dit artikel regelt dat er bij bepaalde grondroerende activiteiten of bemalingen, zoals benoemd in het eerste lid van het artikel, geen zetting plaats mag vinden onder het spoor. In het derde lid van dit artikel wordt daarnaast geregeld dat een deskundige moet vaststellen dat er door de te verrichten activiteit geen zetting onder het spoor plaats vindt. Artikel 5.83 Maatwerkvoorschriften In dit artikel wordt de mogelijkheid tot het stellen van maatwerkvoorschriften opgesteld voor het artikel over zetting bij activiteiten in de bodem bij een spoorweg. Met een maatwerkvoorschrift kunnen aanvullende eisen worden gesteld over de algemene regels in Paragraaf 5.65 als dat in specifieke gevallen nodig blijkt te zijn. Hierbij worden de oogmerken van deze regels, zoals bedoeld in Artikel 5.60 in acht genomen.

Afdeling 5.4.6 Activiteiten op of in de bodem – restrictiegebied leiding riool Artikel 5.84 Toepassingsbereik

Dit artikel beschrijft dat de regels in deze afdeling gaan over activiteiten die plaats vinden op of in de bodem, binnen het werkingsgebied ‘restrictiegebied leiding riool’ en beschrijft deze activiteiten. Artikel 5.85 Oogmerken De genoemde oogmerken zien op concrete belangen die spelen bij deze activiteiten. Oogmerken helpen om te bepalen welke activiteiten van invloed zijn op het al dan niet behalen van specifieke doelen en om te bepalen wat voor type regel over die activiteit gesteld zou moeten worden. Oogmerken werken ook door in de beoordeling van gelijkwaardige maatregelen, als de initiatiefnemer daarvoor instemming vraagt (Artikel 4.7 Omgevingswet). Verder fungeren de oogmerken als kader voor maatwerkvoorschriften of vergunningvoorschriften. Artikel 5.86 Toegestane activiteiten De activiteiten genoemd in dit artikel zijn toegestaan, hier is geen (nieuwe) omgevingsvergunning voor nodig. Dit komt doordat de toegestane activiteiten ofwel normaal onderhoud en beheer betreffen, of omdat deze, al dan niet door middel van een verleende omgevingsvergunning, reeds in uitvoering zijn. Artikel 5.87 Vergunningplicht Dit artikel regelt dat de in Artikel 5.84 aangewezen activiteiten niet mogen worden uitgevoerd, zonder omgevingsvergunning, indien niet aan de voorwaarden uit Artikel 5.86 kan worden voldaan.

Artikel 5.88 Beoordelingsregels In dit artikel staan de beoordelingsregels voor de vergunningplicht uit Artikel 5.87. De vergunning wordt alleen verleend als de activiteit geen onevenredig negatieve gevolgen heeft voor de oogmerken uit Artikel 5.85. Aan de hand van deze regel toetst het bevoegd gezag of de vergunning verleend kan worden. Bij de beoordeling houdt het bevoegd gezag rekening met een advies van de betreffende leidingbeheerder. Artikel 5.89 Specifieke aanvraagvereisten Dit artikel regelt dat er bij de aanvraag van een omgevingsvergunning een advies van de desbetreffende leiding beheerder wordt overlegd.

Hoofdstuk 6 Afdeling 6.1 Woningbouwbouwcategorieën Artikel 6.1 Toepassingsbereik Dit artikel regelt dat Afdeling 6.1 regels bevat over sociale huurwoningen, midden-huur en betaalbare koopwoningen. De regels in deze afdeling zijn ingegeven door Artikel 5.161c van het Bkl. Artikel 6.2 Woningbouwprogrammaring Dit artikel regelt dat het woningbouwprogramma binnen het plangebied Station West voor minimaal 90% moet bestaan uit betaalbare woningen. Daarnaast wordt vastgelegd welke woningbouwcategorieën als betaalbaar worden aangemerkt en dat maximaal 10% van het woningbouwprogramma mag bestaan uit overige woningbouwsegmenten. Tevens wordt geregeld hoe zorgfuncties worden betrokken bij de woningbouwprogrammering. Artikel 6.3 Normadressaat

Dit artikel regelt dat de regels voor Hoofdstuk 6 gelden voor de eigenaar, de verhuurder of degene die anderszins gerechtigd is tot het gebruik van de woning. Artikel 6.4 Instandhoudingsverplichting woningbouwcategorieën Dit artikel regelt dat er termijnen gelden waarbinnen de vastgestelde woningbouwcategorieën behouden moeten blijven. Voor sociale huurwoningen en middenhuurwoningen geldt een instandhoudingsverplichting van minimaal 25 jaar na eerste ingebruikname. Voor betaalbare koopwoningen geldt een instandhoudingsverplichting van minimaal 5 jaar na eerste ingebruikname. Artikel 6.5 Verplichting tot inschrijving in de openbare registers Dit artikel regelt dat eigenaars van sociale huurwoningen en sociale koopwoningen bij het kadaster vast laten leggen dat de woning alleen mag worden gebruikt voor respectievelijke sociale huur en sociale koop. Artikel 6.6 Doelgroep Dit artikel wijst de doelgroepen aan voor sociale huurwoningen, middenhuurwoningen en betaalbare koopwoningen op basis van inkomensvereisten. De regels in deze afdeling zijn ingegeven door Artikel 5.161c van het Bkl. Artikel 6.7 Minimale gebruiksoppervlakte middenhuur en betaalbare koop Dit artikel stelt een minimale gebruiksoppervlakte van 60 m² vast voor middenhuur- en betaalbare koopwoningen om een basiskwaliteit en goede bruikbaarheid te waarborgen.

De meetmethode is vastgelegd om eenduidige toepassing te verzekeren. Het college kan in bijzondere gevallen gemotiveerd afwijken, mits het woon- en leefklimaat en de functionele kwaliteit behouden blijven. Hoofdstuk 7 Voorrangsregels Artikel 7.1 Voorrangsregels bouwen bijbehorende bouwwerken Dit artikel regelt dat de artikelen voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken die zijn opgenomen in de tabel in Artikel 7.1 voor gaan op de betreffende bepalingen uit hoofdstuk 22. Dit artikel regelt in feite dat er geen tegenstrijdigheden zijn tussen de regels in het omgevingsplan die worden opgenomen voor het wijzigingsbesluit ‘Station West’ en hoofdstuk 22 dat in de rest van de gemeente blijft gelden. Door in Artikel 7.1 voorrangsregels op te stellen kunnen de regels uit hoofdstuk 22 behouden blijven en blijven gelden in de rest van de gemeente Maassluis. Artikel 7.2 Voorrangsregels – bestemmingsplannen Dit artikel regelt dat de regels in de hoofdstukken 1 tot en met 8 van het wijzigingsbesluit ‘Station West’ voorgaan op de regels die in de bestemmingsplannen die onderdeel zijn van het tijdelijke deel van het omgevingsplan als bedoeld in Artikel 4.6 Invoeringswet Omgevingswet. Het gaat daarbij om de volgende bestemmingsplannen: a. Koningshoek e.o. NL.IMRO.0556.BP77Koningshoekeo-Va01 met uitzondering van Artikel 21. Dit artikel regelt namelijk dat er geluidszones industrie zijn.

Op grond van het overgangsrecht (aanvullingswet geluid) gelden voor deze geluidszones nog de regels uit de Wet geluidhinder; b. Parapluherziening Parkeernormen met identificatienummer NL.IMRO.0556.BP86MSPARKEERVA01 van de gemeente Maassluis; c. Parapluherziening Overbewoning met identificatienummer NL.IMRO.0556.90BPOB-Va01 van de gemeente Maassluis.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16510751/1