1. Bestemmingsplan Vlietlocatie, d.d. 22 november 2021
Tekst van het document
Bestemmingsplan ‘De Vlietlocatie’
Gemeente Maassluis Versie: 22 – 11 – 2021 Identificatie: NL.IMRO.0556.BpVliet-VA01
Beechavenue 139 | 1119 RB Schiphol-Rijk | T (085) 401 05 67 | E info@lodewijckgroep.nl WWW.LODEWIJCKGROEP.NL
Vlietlocatie
Bestemmingsplan Vlietlocatie
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Vigerende bestemmingsplannen 1.4 Planvorm 1.5 Leeswijzer
6 6 6 8 9 9
Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Inleiding 2.2 Bestaande situatie 2.3 Toekomstige situatie
10 10 10 12
Hoofdstuk 3 Juridische planbeschrijving 3.1 Inleiding 3.2 Juridische regeling 3.3 Bestemmingsregels 3.4 Algemene regels 3.5 Overgangs- en slotregels 3.6 Handhaving
14 14 14 14 16 16 17
Hoofdstuk 4 Beleid 4.1 Inleiding 4.2 Rijksbeleid 4.3 Provinciaal beleid 4.4 Gemeentelijk beleid
18 18 18 22 25
Hoofdstuk 5 (milieu)onderzoeken 5.1 Inleiding 5.2 Geluid 5.3 Luchtkwaliteit 5.4 Bedrijven- en milieuhinder 5.5 Externe veiligheid 5.6 Bodem 5.7 Kabels en leidingen 5.8 Waterhuishouding 5.9 Duurzaamheid 5.10 Ecologie 5.11 Archeologie 5.12 Cultuurhistorie 5.13 Verkeer en parkeren 5.14 Vormvrije m.e.r. beoordeling
29 29 29 31 33 34 36 37 38 40 41 43 47 49 49
Hoofdstuk 6 Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
50 50 51
Bijlagen bij Toelichting Bijlage 1 Distributieplanologisch onderzoek Bijlage 2 Akoestisch onderzoek Bijlage 3 Verkennend bodemonderzoek Bijlage 4 Aanvullend bodemonderzoek Bijlage 5 Integraal Waterhuishoudkundig Plan Bijlage 6 Quickscan flora & fauna Bijlage 7 Aerius - berekening (stikstofdepositie) Bijlage 8 Archeologisch bureau - en verkennend veldonderzoek
54 55 56 57 58 59 60 61 62
2
(vastgesteld)
Bestemmingsplan Vlietlocatie Bijlage 9 Bijlage 10 Bijlage 11
Parkeeronderzoek Vormvrije m.e.r. beoordeling Nota Zienswijzen
Regels
63 64 65
66
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
67 67 73
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13
Bestemmingsregels Detailhandel Gemengd - 5 Gemengd - 6 Verkeer - Verblijfsgebied Wonen - 1 Waarde - Archeologie - 2 Waarde - Archeologie - 4 Waarde - Archeologie - 6 Waarde - Cultuurhistorie - B Waarde - Cultuurhistorie - C Waterstaat - Waterkering
75 75 76 77 78 79 81 83 85 87 88 89
Hoofdstuk 3 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16 Artikel 17 Artikel 18 Artikel 19 Artikel 20 Artikel 21 Artikel 22
Algemene regels Antidubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Uitsluiting aanvullende werking Bouwverordening Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Werking wettelijke regelingen Overige regels
90 90 91 92 93 94 95 96 97 98
Hoofdstuk 4 Artikel 23 Artikel 24
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
99 99 100
(vastgesteld)
3
Bestemmingsplan Vlietlocatie
4
(vastgesteld)
Bestemmingsplan Vlietlocatie
Toelichting
(vastgesteld)
5
Bestemmingsplan Vlietlocatie
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op de binnenstedelijke ontwikkeling van 'De Vlietlocatie', de locatie tussen Zuidvliet, P.C. Hooftlaan, Arthur van Schendelstraat en Boogertstraat in Maassluis. De ontwikkeling van de Vlietlocatie is onderdeel van het ontwikkelingsprogramma Sluispolder-West. Op de Vlietlocatie wordt de bestaande bebouwing, het wooncomplex De Vliet, gesloopt. Op de vrijgekomen plek en de aangrenzende openbare ruimte worden commerciële ruimten, appartementen en grondgebonden woningen gerealiseerd. Ter plaatse van het wooncomplex De Vliet wordt een nieuwe supermarktlocatie gerealiseerd. De huidige supermarkt aan de Lange Boonestraat zal verplaatsen naar de Vlietlocatie. Om te voorkomen dat er een extra supermarkt aan de winkelvoorraad van Maassluis wordt toegevoegd, wordt ook de voormalige locatie van de supermarkt met dit bestemmingsplan herzien. Het planvoornemen past niet binnen het vigerende bestemmingsplan 'Binnenstad', vastgesteld op 17 december 2013. Onderhavig bestemmingsplan is opgesteld om de voorgestelde ontwikkelingen juridisch-planologisch mogelijk te maken.
1.2
Ligging plangebied
De Vlietlocatie Het plangebied is gelegen in het historische centrum van Maassluis. Het gebied wordt globaal door de volgende straten begrensd: aan de noordkant: Zuidvliet en Sluispolderkade; aan de oostkant: P.C. Hooftlaan; aan de zuidkant: Arthur van Schendelstraat en Boogertstraat; aan de westkant: Boogertstraat. Tevens is de Anne de Vriesstraat onderdeel van het plangebied. In onderstaande afbeeldingen zijn de locatie en de (globale) grens van het plangebied weergeven:
Afbeelding 1: locatie plangebied in Maassluis
6
(vastgesteld)
Bestemmingsplan Vlietlocatie
Afbeelding 2: globale grens plangebied De voormalige supermarktlocatie Dit bestemmingsplan voorziet tevens in de functiewijziging van de voormalige locatie van de supermarkt aan de Lange Boonestraat 31. Op deze manier wordt voorkomen dat er een extra supermarkt aan het winkelvoorraad van Maassluis wordt toegevoegd, dat zou niet passend zijn aanzien van de behoefte. In onderstaande afbeelding is de plangrens van de supermarkt weergegeven.
Afbeelding 3 - Voormalige locatie supermarkt
(vastgesteld)
7
Bestemmingsplan Vlietlocatie
1.3
Vigerende bestemmingsplannen
De Vlietlocatie In het plangebied vigeert het bestemmingsplan 'Binnenstad', vastgesteld op 17 december 2013 door de gemeenteraad van Maassluis. In het plangebied gelden de bestemmingen 'wonen' en 'verkeer-verblijfsgebied'. Een uitsnede van de planverbeelding is weergeven in afbeelding 4.
Afbeelding 4: uitsnede planverbeelding bestemmingsplan 'binnenstad' De voor 'wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor grondgebonden woningen, aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten, en bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals erven, tuinen, water, nutsvoorzieningen en parkeervoorzieningen. Binnen het plangebied bevat het perceel aan de Arthur van Schendelstraat 25 de functieaanduiding 'maatschappelijk' waar maatschappelijke voorzieningen zijn toegestaan. De ontwikkeling van commerciële ruimten is ter plaatse van de gronden met de bestemming 'wonen' niet toegestaan. De voor 'verkeer-verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor een verblijfsgebied met een functie voor verblijf, verplaatsing en gebruik ten dienste van de aangrenzende bestemmingen. De ontwikkeling van woningbouw en commerciële ruimten is ter plaatse van de gronden met de bestemming 'verkeer-verblijfsgebied' niet toegestaan. Naast de enkelbestemmingen 'wonen' en 'verkeer-verblijfsgebied' bevat het plangebied de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 4', wat inhoudt dat deze gronden een hoge archeologische verwachting hebben. Daarnaast bevat een deel van het plangebied de dubbelbestemming 'waterstaat - waterkering'. Het plangebied bevat ook de gebiedsaanduidingen 'geluidzone - industrie 1', 'geluidzone - industrie 2' en 'vrijwaringszone - molenbiotoop'.
Naast het bestemmingsplan 'Binnenstad' is het bestemmingsplan 'Parapluherziening Parkeernormen' vigerend voor het plangebied. Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 6 februari 2018. In de regels van dit bestemmingsplan is een schakelbepaling opgenomen, zie artikel 22.1.
Voormalige supermarktlocatie Ter plaatse van de voormalige locatie van de supermarkt vigeert het bestemmingsplan 'Rozenlaan e.o.' vastgesteld op 19 januari 2010. In het gebied geldt de enkelbestemming 'Detailhandel' en is de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' van kracht.
8
(vastgesteld)
Bestemmingsplan Vlietlocatie
1.4
Planvorm
Dit bestemmingsplan maakt de ontwikkelingen van de commerciële ruimten, appartementen en grondgebonden woningen planologisch mogelijk. Na de vaststelling is dit het planologisch kader waarop omgevingsvergunningen afgegeven worden. De stedenbouwkundige spelregels zijn waar nodig juridisch vertaald in de regels.
1.5
Leeswijzer
In het eerste gedeelte van deze toelichting bij het bestemmingsplan, hoofdstuk 2 en 3, is de gebiedsvisie van het plangebied beschreven met de juridische regeling. Dit betekent dat de gebruikers (burgers en plantoetsers) kunnen volstaan met het lezen van deze hoofdstukken. De hoofdstukken 4 tot en met 6 bevatten de onderzoeken en analyses, op basis waarvan de uiteindelijke belangenafweging heeft plaatsgevonden. Hoofdstuk 2 bevat de gebiedsvisie waarin een korte beschrijving van het plangebied en de uitgangspunten voor de regeling in het bestemmingsplan zijn opgenomen. In hoofdstuk 3 wordt in aansluiting op de gebiedsvisie een toelichting gegeven op de gekozen planvorm en de gedachten die ten grondslag liggen aan de juridische regeling, zoals deze op de plankaart en in de regels is opgenomen. In hoofdstuk 4 is een samenvatting opgenomen van het actuele beleidskader dat relevant is voor het plangebied. Hierbij wordt ingegaan op het beleid van het Rijk, de regio en provincie en gemeente. De gemeentelijke beleidsdocumenten komen hier beknopt aan bod. In hoofdstuk 5 wordt inzicht gegeven in de relevante milieuaspecten. Hoofdstuk 6 gaat in op de uitvoerbaarheid van het plan. Ten slotte wordt in hoofdstuk 8 een beschrijving gegeven van het overleg ex artikel 3.1.1. Bro.
(vastgesteld)
9
Bestemmingsplan Vlietlocatie
Hoofdstuk 2 2.1
Planbeschrijving
Inleiding
In dit hoofdstuk worden de bestaande situatie en de ontwikkelingen in het plangebied beschreven. Eerst wordt ingegaan op de bestaande situatie van het plangebied en de directe omgeving. Vervolgens worden de ontwikkelingen in het plangebied beschreven.
2.2
Bestaande situatie
2.2.1
Ruimtelijke hoofdstructuur
Het plangebied is gelegen in het historisch centrum van Maassluis en wordt globaal begrensd door de straten; Boogertstraat, Arthur van Schendelstraat, P.C. Hooftlaan en Zuidvliet. Daarnaast is Anne de Vriesstraat onderdeel van het plangebied. Het gebied omvat woningbouw aan de P.C. Hooftlaan en de Zuidvliet, en een parkeerplaats die grenst aan de Boogertstraat, Sluispolderkade en Anne de Vriesstraat. Rondom het plangebied zijn winkels, horecagelegenheden en woningen gevestigd. Daarnaast ligt ten noorden van het plangebied de waterloop de Zuidvliet. Ten oosten van het plangebied grenst de P.C. Hooftlaan die onderdeel vormt van de hoofdwegenstructuur van Maassluis. Een luchtfoto van de ruimtelijke structuur van het plangebied en de omgeving is weergeven op afbeelding 5.
Afbeelding 5 Luchtfoto ruimtelijke structuur van plangebied en omgeving De ruimtelijke structuur van het historisch centrum van Maassluis kenmerkt zich door beeldbepalende elementen. De rivierdijk met het kenmerkende hoogteverschil is 'een beeldbepalend element, alsmede het contrast tussen de relatief brede Noord- en Zuidvliet en de dwars aangelegde straten. Ook de Haven, het Schanseiland en de Markt zijn beeldbepalende elementen van het historisch centrum. De structuur van de bebouwing wordt bepaald door de historische kavelmaat, de compacte opzet, en de aaneen gebouwde gevelwanden en de bouwhoogte, variërend van twee tot drie bouwlagen met een kap. Een deel van de historische binnenstad en daarmee de stedenbouwkundige structuur is op basis van de Monumentenwetaangewezen als beschermd stadsgezicht. 10
(vastgesteld)
Bestemmingsplan Vlietlocatie 2.2.2
Functionele structuur
In het plangebied zijn verschillende functies aanwezig. Naast wonen zijn ook detailhandel, horeca, dienstverlening en andere kleine bedrijfsmatige functies aanwezig. Deze functiemix is van oudsher in de binnenstad aanwezig Wonen Wooncomplex De Vliet is gevestigd aan de P.C. Hooftlaan, en grenst aan de Zuidvliet en Arthur van Schendelstraat. Het betreft sociale huurwoningen die woningcorporatie Maasdelta verhuurt aan senioren. Het wooncomplex bevat een bijgebouw aan de Arthur van Schendelstraat dat dient als een ontmoetingsruimte. Daarnaast beschikt het wooncomplex over een tuin. Deze tuin is ook te betreden via een pad aan de Anne de Vriesstraat. Aan de ventweg van de P.C. Hooftlaan zijn parkeerplaatsen en de ingang van het complex gevestigd. Het bouwjaar van het wooncomplex is 1969. Op afbeelding 6 is het wooncomplex afgebeeld.
Afbeelding 6 Zicht op wooncomplex De Vliet vanuit P.C. Hooftlaan Het wooncomplex zal gesloopt worden en plaatsmaken voor onderhavige ontwikkelingen. Aan de P.C. Hooftlaan 13abc-39abc worden passende woningen gerealiseerd voor de bewoners van het wooncomplex. De ontwikkeling aan de P.C. Hooftlaan 13abc-39abc is tevens onderdeel van het ontwikkelingsprogramma Sluispolder-West/Binnenstad, maar deze ontwikkeling valt buiten de reikwijdte van dit bestemmingsplan. Rondom het plangebied zijn tevens woningen gevestigd. Dit zijn woningen met uiteenlopende bouwjaren. Aan de zuidzijde van het plangebied, aan de Arthur van Schendelstraat en de Boogertstraat, grenzen woningen uit de jaren 1970. Aan de oost- en noordzijde van het plangebied, aan de Boogertstraat en Sluispolderkade, grenzen woningen afkomstig uit eind 19 e eeuw/begin 20e eeuw. Aan de overzijde van de Zuidvliet, aan de Doktor Kuyperkade zijn woningen gevestigd uit de 16e en 17e eeuw. Nabije voorzieningen Er bevinden zich diverse voorzieningen in de nabijheid van het plangebied, zoals diverse winkels, een medisch centrum en horecagelegenheden. De dichtstbijzijnde openbaar vervoer voorziening is het busstation Mgr. W.M. Bekkerslaan aan de P.C. Hooftlaan, aan de oostzijde van het plangebied.
(vastgesteld)
11
Bestemmingsplan Vlietlocatie
2.3
Toekomstige situatie
Voorliggend planinitiatief maakt deel uit van ontwikkelingsprogramma Sluispolder-West. Binnen het plangebied vinden de volgende ontwikkelingen plaats: realisatie van grondgebonden woningen ter plaatse van het wooncomplex De Vliet (paragraaf 2.3.1); verplaatsing van de supermarkt aan de Lange Boonenstraat naar de Vlietlocatie ter plaatse van het wooncomplex De Vliet (paragraaf 2.3.1); realisatie van sociale huurwoningen boven de supermarkt ter plaatse van het wooncomplex De Vliet (paragraaf 2.3.1 ); realisatie van circa 280 m2 BVO aan commerciële ruimte met bovenop appartementen ter plaatse van het bestaande parkeerterrein tussen de Boogertstraat, Anne de Vriesstraat en Sluispolderkade (paragraaf 2.3.2); herinrichting van de openbare ruimte en het parkeerterrein tussen de Boogertstraat, Anne de Vriesstraat en Sluispolderkade (paragraaf 2.3.3). De ontwikkelingen worden per locatie nader toegelicht. Op afbeelding 7 is een situatietekening van het beoogde plan weergegeven.
Afbeelding 7 - Situatietekening plangebied
2.3.1
Ontwikkelingen ter plaatse van het wooncomplex De Vliet
Het plan voorziet in de ontwikkeling van een supermarkt ter plaatse van het wooncomplex. Dit betreft de verplaatsing van de supermarkt aan de Lange Boonestraat naar de Vlietlocatie. Het plan voorziet in circa 1800 m2 BVO voor de supermarkt, waarvan circa 1680 m2 de begane grond. Zowel op de 1ste als 2de verdieping zal er nog in 60 m2 BVO worden voorzien voor kantine - en kantoorruimten. Om te voorkomen dat een extra supermarkt aan de winkelvoorraad van Maassluis wordt toegevoegd, voorziet dit bestemmingsplan in de functiewijziging van de supermarkt op de voormalige locatie. De functiewijziging houdt in dat gebruik als supermarkt niet langer is toegestaan op de locatie. De huidige bouw- en gebruiksmogelijkheden blijven verder van kracht. Tevens voorziet het plan in de realisatie van woningbouw ter plaatse van het wooncomplex. Er worden 27 grondgebonden koopwoningen gerealiseerd in het plangebied. Daarnaast voorziet het plan in de realisatie van 24 sociale huurappartementen. Deze appartementen worden gerealiseerd boven de supermarkt. Maasdelta is de verhuurder van de sociale huurappartementen. Daarnaast voorziet het plan in de realisatie van parkeerplaatsen ter plaatse van het wooncomplex. De parkeerplaatsen worden geconcentreerd tussen de grondgebonden woningen en de supermarkt/appartementen.
Er zijn 32 parkeerpockets bestemd voor de bewoners van de grondgebonden woningen en 10 openbare parkeerpockets. In paragraaf 5.13 volgt een volledige onderbouwing van de parkeerbehoefte. 12
(vastgesteld)
Bestemmingsplan Vlietlocatie 2.3.2
Ontwikkelingen ter plaatse van het parkeerterrein
Onderhavig plan voorziet ook in de ontwikkeling van commerciële ruimte van circa 280 m 2 BVO en 10 koopappartementen ter plaatse van het parkeerterrein tussen de Boogertstraat, Anne de Vriesstraat en Sluispolderkade. De bebouwing bestaat uit een rechthoekig blok die aan de Anne de Vriesstraat is gelegen. De commerciële ruimte bevindt zich op de begane grond van het gebouw en de appartementen op de verdiepingen.
2.3.3
Herinrichting openbare ruimte en parkeerterrein
Onderhavig plan voorziet in een herindeling van het bestaande parkeerterrein aan de Boogertstraat, Anne de Vriesstraat en Sluispolderkade. Ter plaatse van het zuidelijk en oostelijk deel van dit parkeerterrein worden, zoals besproken in paragraaf 2.3.2 woningen en circa 280 m2 BVO aan commerciële ruimten gerealiseerd. Het overig deel van het bestaande parkeerterrein blijft na herindeling in gebruik als parkeerterrein. De wekelijkse markt op dit parkeerterrein wordt verplaatst naar het Marelplein. De herindeling van de openbare ruimte betreft tevens de stratenstructuur. De Zuidvliet vervalt als doorgaande weg en ook de ventweg van de P.C. Hooftlaan komt de vervallen. Tevens verandert de routing in het plangebied. De straten Anne de Vriesstraat en Arthur van Schendelstraat worden opgesplitst door de realisatie van gestoken parkeerplaatsen. Er worden parkeerplaatsen gerealiseerd tussen de bebouwing (de grondgebonden woningen en de supermarkt/appartement) ter plaatse van het bestaande wooncomplex.
(vastgesteld)
13
Bestemmingsplan Vlietlocatie
Hoofdstuk 3 3.1
Juridische planbeschrijving
Inleiding
Dit hoofdstuk geeft een toelichting op de gekozen planvorm voor het bestemmingsplan. Tevens wordt uiteengezet welke gedachten aan de juridische regeling ten grondslag liggen en hoe deze vorm hebben gekregen.
3.2
Juridische regeling
De juridische regeling bestaat uit vier hoofdstukken. Het eerste hoofdstuk bevat de definities van begrippen die voor het algemene begrip, de leesbaarheid en uitleg van het plan van belang zijn. In dit eerste hoofdstuk is ook een regel opgenomen over de wijze van meten. In het tweede hoofdstuk wordt op de bestemmingen en hun gebruik ingegaan. Het derde hoofdstuk gaat in op de algemene regels, zoals een algemene regel voor het gebruik van de gronden die op vrijwel alle bestemmingen van toepassing zijn. De overgangs- en slotregels maken onderdeel uit van het vierde hoofdstuk
3.3
Bestemmingsregels
In de regels zijn regelingen opgenomen voor de volgende bestemmingen: Artikel 3 Detailhandel De voor "Detailhandel" aangewezen gronden zijn bestemd voor detailhandel en de bij detailhandel behorende voorzieningen zoals groen, water, nutsvoorzieningen en parkeervoorzieningen. In de specifieke gebruiksregels is opgenomen dat supermarkten binnen deze bestemming niet zijn toegestaan.
Artikel 4 Gemengd - 5 De bestemming 'Gemengd - 5' is bestemd voor detailhandel uitsluitend op de begane grond, de bijbehorende kantine op de verdieping, woningen uitsluitend op de verdieping en bergingen en andere nevenruimte uitsluitend op de begane grond. Daarnaast zijn de gronden bestemd voor bijbehorende voorzieningen, zoals groen, water en nutsvoorzieningen.
Artikel 5 Gemengd - 6 De bestemming 'Gemengd - 6' is bestemd voor detailhandel, horeca, dienstverlening en maatschappelijke voorzieningen uitsluitend op de begane grond en wonen uitsluitend op de verdieping. Daarnaast zijn de gronden bestemd voor bijbehorende voorzieningen, zoals groen, parkeervoorzieningen, laad- en losvoorzieningen, nutsvoorzieningen, water en wegen. In de specifieke gebruiksregels is opgenomen dat supermarkten binnen deze bestemming niet zijn toegestaan.
Artikel 6 Verkeer - Verblijfsgebied De bestemming 'Verkeer - Verblijfsgebied' is bestemd voor openbaar verblijfsgebied met een functie voor verblijf, verplaatsing en gebruik ten dienste van de aangrenzende bestemmingen. Daarnaast zijn de gronden bestemd voor bijbehorende voorzieningen, zoals geluidswerende voorzieningen, nutsvoorzieningen, groen, water, straatmeubilair, reclame-uitingen, parkeervoorzieningen en speelvoorzieningen.
14
(vastgesteld)
Bestemmingsplan Vlietlocatie Artikel 7 Wonen - 1 De bestemming 'Wonen - 1' is bestemd voor grondgebonden woningen. Daarnaast maakt de bestemming aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten mogelijk. Tevens zijn de gronden bestemd voor bijbehorende voorzieningen, zoals erven, tuinen, water, nutsvoorzieningen en parkeervoorzieningen.
Artikel 8 Waarde - Archeologie - 2 De voor 'Waarde - Archeologie - 2' aangewezen gronden zijn - behalve voor de aldaar geldende bestemmingen - tevens bestemd voor bescherming en veiligstelling van de in de grond aanwezige of verwachte archeologische waarden. Archeologisch onderzoek is verplicht als het verharde oppervlakte wordt uitgebreid en/of er dieper dan 40 cm ten opzichte van het maaiveld wordt gegraven.
Artikel 8 Waarde - Archeologie - 4 De voor 'Waarde - Archeologie - 4' aangewezen gronden zijn - behalve voor de aldaar geldende bestemmingen - tevens bestemd voor bescherming en veiligstelling van de in de grond aanwezige of verwachte archeologische waarden. Er moet archeologisch onderzoek plaatsvinden als een ontwikkeling meer dan 100 m2 betreft en/of er dieper dan 40 cm ten opzichte van het maaiveld wordt gegraven.
Artikel 10 Waarde - Archeologie 6 De voor 'Waarde - Archeologie - 6' aangewezen gronden zijn - behalve voor de aldaar geldende bestemmingen - tevens bestemd voor bescherming en veiligstelling van de in de grond aanwezige of verwachte archeologische waarden. Er moet archeologisch onderzoek plaatsvinden als een ontwikkeling meer dan 200 m2 betreft en/of er dieper dan 200 cm ten opzichte van het maaiveld wordt gegraven.
Artikel 11 Waarde - Cultuurhistorie B De voor 'Waarde - Cultuurhistorie - B' aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) - mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van het beschermd stadsgezicht. Deze bestemming ligt op een klein strookjes bij de weekmarkt, die zich op de bestemming 'Verkeer' bevindt. Deze bestemming wordt overgenomen uit het voorgaande plan om de cultuurhistorisch waarde planologisch te borgen.
Artikel 12 Waarde - Cultuurhistorie C De voor 'Waarde - Cultuurhistorie - C' aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) - mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van het beschermd stadsgezicht. Deze bestemming ligt op een klein strookjes bij de weekmarkt, die zich op de bestemming 'Verkeer' bevindt. Vormt geen belemmering maar moet wel worden overgenomen in de regels. Deze bestemming wordt overgenomen uit het voorgaande plan om de cultuurhistorisch waarde planologisch te borgen.
Artikel 13 Waterstaat - Waterkering De voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden zijn - behalve voor de aldaar geldende bestemmingen - tevens bestemd voor dijken, kaden, dijksloten en andere voorzieningen ten behoeve van de waterkering en de bescherming van deze waterkerende functie. Binnen het plangebied ligt een waterkering met beschermingszones. Voor deze gronden is de dubbelbestemming Waterstaat - Waterkering opgenomen. Binnen deze bestemming zijn beperkende bouwregels met een afwijkingsbevoegdheid met adviesplicht voor het bouwen ten behoeve van onderliggende bestemming(en) opgenomen ter bescherming van de waterkerende functie.
(vastgesteld)
15
Bestemmingsplan Vlietlocatie Gebiedsaanduidingen Geluidszone - industrie 1 & Geluidzone - industrie 2 Het plangebied valt binnen een geluidszone van industrie, te weten de gebiedsaanduidingen 'geluidszone - industrie 1 & 'geluidszone - industrie 2'. Binnen de op de planverbeelding aangegeven aanduidingen geldt dat geen nieuwe geluidsgevoelige functies mogelijk zijn in het kader van de Wet geluidhinder (Wgh). Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in sub a voor het toestaan van geluidsgevoelige objecten met een geluidsbelasting hoger dan 55 dB(A) mits voldaan wordt aan de Wet geluidhinder. Molenbiotoop Het plangebied valt binnen de molenbiotoop van de Molen 'de Hoop'. Dit is op de planverbeelding aangeduid als 'vrijwaringszone - molenbiotoop'. Binnen de op de planverbeelding aangegeven aanduiding 'vrijwaringszone - molenbiotoop' gelden nadere regels voor het bouwen, aanleggen en uitvoeren van werkzaamheden in verband met de mogelijke aantasting van belangrijke zichtlijnen en de vrije windvang van de Molen 'de Hoop'. Binnen de molenbiotoop mogen nieuw op te richten gebouwen en andere bouwwerken en aan te leggen beplantingselementen in volwassen toestand zich niet verder uitstrekken boven de onderste punt van de verticaal staande wiek dan 1:30 van de afstand gemeten tussen het op te richten bouwwerk en de molen.
3.4
Algemene regels
In dit hoofdstuk zijn algemene regels opgenomen met betrekking tot het bouwen. Daarnaast bevat dit hoofdstuk algemene aanduidingsregels, afwijkingsregels en wijzigingsregels. Ook de parkeerregels en regels omtrent het laden en lossen zijn opgenomen in dit hoofdstuk. Er wordt dynamisch verwezen naar het geldende parkeerbeleid van de gemeente Maassluis. Dit heeft tot gevolg dat, indien in het kader van het bestemmingsplan gebouwd kan worden, op basis van het bestemmingsplan altijd het op dat moment actuele geldende parkeerbeleid van de gemeente Maassluis gehanteerd moet worden bij het verlenen van de benodigde omgevingsvergunning.
3.5
Overgangs- en slotregels
In artikel 3.2.1 van het Bro zijn standaardregels opgenomen met betrekking tot het overgangsrecht voor bouwwerken en gebruik. Deze maken onderdeel uit van dit bestemmingsplan. In de slotregel wordt aangegeven op welke wijze de regels van het bestemmingsplan kunnen worden aangehaald.
16
(vastgesteld)
Bestemmingsplan Vlietlocatie
3.6
Handhaving
De handhaving van de regelgeving vervat in dit plan, is de bevoegdheid van burgemeester en wethouders. Het gaat bij de handhaving van dit plan met name om de regels inzake het bouwen en het gebruik van gronden en bouwwerken. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) geldt een algemeen verbod om gronden en bouwwerken te gebruiken in strijd met het bestemmingsplan. Waar regels zijn, moet gehandhaafd worden. Zo ook bij regels op het gebied van de fysieke leefomgeving. Deze regels zijn erop gericht de kwaliteit van de bebouwde en de onbebouwde omgeving te beschermen en waar mogelijk te verbeteren. Handhaving op dit gebied is de laatste tijd steeds meer in de belangstelling komen te staan. Waar handhaving voorheen een bevoegdheid was waar een bestuursorgaan binnen redelijke grenzen al dan niet gebruik van kon maken, is handhaving inmiddels geworden tot een beginselplicht waarvan slechts deugdelijk gemotiveerd afgeweken kan worden. Omdat er teveel regels zijn om alles te kunnen handhaven, zal het bestuur onderbouwde keuzes moeten maken. In de uitwerkingsregels van de Wabo, het Besluit omgevingsrecht (Bor), is de plicht voor bestuursorganen om een handhavingsbeleid vast te stellen wettelijk verankerd.
In het Bor wordt onder meer gesteld dat het handhavingsbeleid inzicht dient te geven in de prioriteitstelling, in de wijze waarop toezicht wordt uitgevoerd en de manier waarop sancties worden toegepast. De gemeente Maassluis heeft haar handhavingsbeleid vastgelegd in het Handhavingsbeleidsplan Wabo (30 augustus 2011). In deze nota wordt een integrale visie gegeven op de wijze van handhaven van de gemeente. Daarnaast is er een handhavingsuitvoeringsprogramma vastgesteld. Hierin is de in het beleid aangegeven prioritering nader uitgewerkt. Het denken in termen van individuele producten is niet meer uitgangspunt voor de inzet van toezicht en handhaving maar de kernbegrippen zijn cluster (of ketengericht) werken. De toezicht- en handhavingstaken zijn in dat geval geclusterd naar de wijze waarop de toezicht en handhaving zal worden georganiseerd. Om te kunnen toezien op de waarborging van een adequate en behoorlijke uitvoering van het beleid en uitvoeringsprogramma is een handhavingsregisseur aangesteld die daarnaast een aantal wettelijke taken op zich zal nemen. Daarnaast is er een duidelijke scheiding tussen de vergunning verlenende en de handhavende taken. De vergunning verlenende en toezichthoudende taken worden uitgevoerd in de afdeling ROVM door het team Bouw- en Woningtoezicht. De handhaving wordt uitgevoerd door de regisseur handhaving Wabo.
(vastgesteld)
17
Bestemmingsplan Vlietlocatie
Hoofdstuk 4 4.1
Beleid
Inleiding
Om de beoogde ontwikkelingen juridisch-planologisch mogelijk te maken, wordt onderzocht of deze niet in strijd is met de verschillende beleidskaders. In dit hoofdstuk wordt getoetst aan het nationaal, provinciaal en gemeentelijk beleid.
4.2
Rijksbeleid
4.2.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012)
De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012) geeft een totaalbeeld voor het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau. Het Rijk formuleert drie hoofddoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; Het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Daarnaast stelt het Rijk 13 belangen: 1. een excellente ruimtelijk-economisch structuur van Nederland door een aantrekkelijk vestigingsklimaat in en goede internationale bereikbaarheid van de stedelijke regio's met een concentratie van topsectoren; 2. ruimte voor het hoofdnetwerk voor (duurzame) energievoorziening en energietransitie; 3. ruimte voor het hoofdnetwerk voor vervoer van (gevaarlijke) stoffen via buisleidingen; 4. efficiënt gebruik van de ondergrond; 5. een robuust hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen rondom en tussen de belangrijkste stedelijke regio's inclusief de achterlandverbindingen; 6. betere benutting van de capaciteit van het bestaande mobiliteitssysteem; 7.
het in stand houden van het hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen om het functioneren van het mobiliteitssysteem te waarborgen; 8. verbeteren van de milieukwaliteit (lucht, bodem, water) en bescherming tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico's; 9. ruimte voor waterveiligheid, een duurzame zoetwatervoorziening en kaders voor klimaatbestendige stedelijke (her)ontwikkeling; 10. ruimte voor behoud en versterking van (inter)nationale unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten; 11. ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van flora- en faunasoorten; 12. ruimte voor militaire terreinen en activiteiten; 13. zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Doorwerking planinitiatief Het bestemmingsplan heeft geen raakvlakken met het geldende Rijksbeleid. Het plan versterkt de hoofddoelen van het Rijk niet, maar vormt ook geen belemmering voor het uitvoeren van het Rijksbeleid in het heden en in de toekomst. Het SVIR vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
18
(vastgesteld)
Bestemmingsplan Vlietlocatie 4.2.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 in werking getreden, waarvan de geconsolideerde versie op 1 januari 2017 beschikbaar is gesteld. Het Barro stelt regels omtrent de 14 aangewezen nationale belangen die genoemd zijn in de conceptversie van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. De 14 nationale belangen in het Barro zijn: 1. rijksvaarwegen; 2. mainportontwikkeling Rotterdam; 3. kustfundament; 4. grote rivieren; 5. Waddenzee en waddengebied; 6. defensie; 7. hoofdwegen en hoofdspoorwegen; 8. elektriciteitsvoorziening; 9. buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen; 10. ecologische hoofdstructuur; 11. primaire waterkeringen buiten het kustfundament; 12. IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); 13. erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde. 14. ruimtereservering parallelle Kaagbaan. Het Barro omvat alle ruimtelijke Rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmings- en inpassingsplannen. Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen, inpassingsplannen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen, voor zover het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang. Het merendeel van de regels in het Barro legt beperkingen op, daarin is een gradatie te onderkennen.
Deze zijn geformuleerd als een 'ja-mits', een 'ja, voor zover', een 'nee-tenzij', een 'nee-als' of een stringente 'nee' bepaling.
Doorwerking planinitiatief Het Barro bevat geen verplichtingen voor het plangebied waar dit bestemmingsplan betrekking op heeft. Het Barro vormt derhalve geen belemmering voor het bestemmingsplan.
(vastgesteld)
19
Bestemmingsplan Vlietlocatie 4.2.3
Besluit ruimtelijke ordening (Bro)
Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) geeft regels waar concrete ruimtelijke projecten aan moeten voldoen. Zo is in het Bro de Ladder voor duurzame verstedelijking verankerd. Het doel van de Ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Met de Ladder wordt er een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd. In de praktijk werd de toepassing van de Ladder voor duurzame verstedelijking als lastig ervaren. Daarom is op 1 juli 2017 het Bro gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. De derde trede is geschrapt en de eerste twee treden zijn samengevoegd. Hiermee is de 3-trapsstructuur losgelaten. Ook zijn de termen 'actueel' en 'regionaal' geschrapt die waren opgenomen in de voormalige eerste trede. De Ladder voor duurzame verstedelijking bestaat nu uit twee onderdelen. Het tweede lid van artikel 3.1.6. Bro omvat de Ladder voor duurzame verstedelijking.
Deze luidt: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Het begrip 'stedelijke ontwikkeling' is nader gespecificeerd in de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State op 23 april 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:1442). De Afdeling noemt in de uitspraak de uitgangspunten, die zij hanteert voor de beoordeling of een voorziene ontwikkeling voldoende substantieel is om als stedelijke ontwikkeling te kunnen gelden. Op 28 juni 2017 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een overzichtsuitspraak gedaan over de Ladder voor duurzame verstedelijking (ECLI:NL:RVS:2017:1724). Ook hier is het begrip 'stedelijke ontwikkeling' nader gespecificeerd. De Afdeling hanteert uitgangspunten voor zowel een woningbouwlocatie als een gebouw met een bruto vloeroppervlakte groter dan 500 m2. De voorgenomen ontwikkeling van de supermarkt valt onder het uitgangspunt van een gebouw met een bruto-vloeroppervlakte groter dan 500 m2.
Indien het om een woningbouwlocatie gaat, geldt het volgende uitgangspunt: Wanneer een ruimtelijke ontwikkeling voorziet in niet meer dan 11 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, Bro, kunnen worden aangemerkt, kan deze ontwikkeling in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling worden aangemerkt. Indien het om een gebouw met een bruto-vloeroppervlakte groter dan 500 m2 gaat, geldt het volgende Wanneer een bestemmingsplan voorziet in een terrein met een ruimtebeslag van meer dan 500 m2 of in een gebouw met een bruto-vloeroppervlakte groter dan 500 m2, dient deze ontwikkeling in beginsel als een stedelijke ontwikkeling te worden aangemerkt. Doorwerking planinitiatief Woningbouw Met het doorlopen van de Ladder voor duurzame verstedelijking moet eerst de behoefte van onderhavig planinitiatief omtrent woningbouw beschreven worden. De woningbehoefte in Maassluis wordt in het beleidsdocument 'Woonvisie 2019 - 2024' van de gemeente Maassluis toegelicht. In dit beleidsdocument stelt de gemeente dat er behoefte is aan een gevarieerd aanbod in verschillende prijsklassen en herstructurering van de bestaande wijken tot gemengde wijken. Onderhavig plan voorziet in sociale huurappartementen, grondgebonden woningen in de koopsector en koopmaisonnettes en sluit daarmee aan bij de beschreven behoefte.
Een nadere toelichting op het beleidsdocument 'Woonvisie 2019 - 2024' is te vinden in paragraaf 4.4.2. Het tweede lid van artikel 3.1.6. Bro bevat tevens een bepaling over ontwikkelingen buiten het bestaand stedelijk gebied. Het plangebied is gelegen binnen het bestaand stedelijk gebied, derhalve is een nadere onderbouwing niet noodzakelijk. Met het doorlopen van de Ladder voor duurzame verstedelijking is gemotiveerd dat er behoefte is aan woningbouw binnen het plangebied. Het betreft tevens een ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied. De woningbouwontwikkelingen past dus binnen de wetgeving van de Bro.
20
(vastgesteld)
Bestemmingsplan Vlietlocatie Detailhandel weekmarkterrein Indien het gaat een gebouw met een bvo van meer dan 500m², dan dient de ladder te worden doorlopen. Het bvo van de weekmarkt bedraagt maximaal 280 m 2 en blijft daarmee onder de drempelwaarde waardoor de Ladder voor duurzame verstelijking niet doorlopen hoeft te worden voor deze specifieke locatie. Supermarkt De huidige supermarkt aan de Lange Boonestraat beslaat 1.000 m2 bvo (met circa 800 m2 wvo). De nieuwe supermarkt krijgt een omvang van circa 1.800 m2 bvo, dat is een uitbreiding van circa 800 m2 ten opzichte van de bestaande situatie. Daarmee wordt de drempelwaarde voor toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking overschreden. Om de behoefte te bepalen is een distributieplanologisch onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is bijgevoegd als bijlage 1. Uit dit onderzoek blijkt dat de ontwikkeling van de supermarkt voorziet in een kwantitatieve en kwalitatieve behoefte. De conclusie luidt dat de huidige supermarkt te klein is om als volwaardige servicesupermarkt te kunnen functioneren in een verzorgingsgebied met circa 10.000 inwoners. De realisatie van een nieuwe grotere supermarkt wordt daarmee gerechtvaardigd. De bepaling over ontwikkelingen buiten het bestaand stedelijk gebied in het tweede lid van Artikel 3.1.6. Bro is ook hier niet van toepassing.
Het plangebied is gelegen binnen het bestaand stedelijk gebied. Het distributieplanologisch onderzoek stelt verder dat met de verplaatsing van de supermarkt naar de Vlietlocatie het winkelaanbod wordt geconcentreerd. Zowel de supermarkt als de woningbouwontwikkelingen passen binnen de wetgeving van de Bro.
(vastgesteld)
21
Bestemmingsplan Vlietlocatie
4.3
Provinciaal beleid
4.3.1
Omgevingsvisie Zuid-Holland
De Omgevingsvisie op 1 april 2019 vastgesteld door de provincie Zuid-Holland en is opgesteld in kader van de Omgevingswet die in 2022 in werking treedt. Het beleid is gericht op het realiseren van maatschappelijke belangen en het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit. De provincie stelt in het document 'inleiding' dat onderdeel is van de Omgevingsvisie, de visie, ambities en opgaven voor de provincie. Het omvat 6 richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving: naar een klimaatbestendige delta; naar een nieuwe economie: the next level; naar een levendige meerkernige metropool; energievernieuwing; best bereikbare provincie; gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. Naast de 6 ambities benoemt de provincie 12 provinciale 'Opgaven Omgevingskwaliteit' in de Omgevingsvisie die vanuit provinciaal belang zijn ontwikkeld. De provincie werkt bij deze opgaven samen met andere overheden en maatschappelijke partners. De 12 provinciale 'Opgaven Omgevingskwaliteit' zijn als volgt: landschap en cultuurhistorie; gezondheid en veiligheid; natuur en recreatie; ruimte en verstedelijking; wonen; bodem en ondergrond; cultuurparticipatie en bibliotheken; klimaatadaptie; zoetwater en drinkwater; bereikbaarheid; regionale economie; energievoorziening.
Naast de inleiding zijn het 'Programma Ruimte' en de 'Kwaliteitskaart' onderdeel van de Omgevingsvisie. Het 'Programma Ruimte' bevat een nadere invulling en operationalisering van ruimtelijk relevante onderdelen van de Omgevingsvisie. Daarbij gaat het dan om locatie specifieke of programmatische invulling van beleidsbeslissingen uit de Omgevingsvisie. De kwaliteitskaart is weergeven in de 'bijlage ruimtelijke kwaliteit' waarin vier kaartlagen afzonderlijk zijn opgenomen en toegelicht. De kwaliteitskaart bevat de volgende lagen: Laag van de ondergrond. Dit gaat over de grondslag van de provincie en de natuurlijke (landschapsvormende) processen; Laag van de cultuur-en natuurlandschappen. Dit gaat over de laag van het zichtbare landschap en (grondgebonden) nut; Laag van de stedelijke occupatie. Deze gaat over de steden en dorpen en hun onderlinge netwerken; Laag van de beleving. Dit gaat over identiteit en (recreatieve) beleving. Deze lagen hebben een relatie met elkaar. De lagen bevatten richtpunten die de bestaande kenmerken en waarden beschrijven. Bij ruimtelijke ontwikkelingen moeten deze kenmerken en waarden een rol spelen bij de overweging, de plaatsing en de vormgeving van het initiatief.
22
(vastgesteld)
Bestemmingsplan Vlietlocatie Doorwerking planinitiatief Voorliggend bestemmingsplan maakt de herstructurering van de Vlietlocatie mogelijk. Ontwikkelingen die passen binnen de schaal en aard van het gebied, vragen volgens de provincie Zuid-Holland om weinig tot geen provinciale betrokkenheid omdat deze in beginsel weinig ruimtelijke impact hebben. De herstructurering van de Vlietlocatie betreft een ontwikkeling die past binnen de schaal en aard van het gebied. De provincie heeft weinig tot geen betrokkenheid bij de planvorming. Wel benoemd de provincie in de Omgevingsvisie opgaven over de omgevingskwaliteit die raakvlakken hebben met onderhavige ontwikkelingen. Het gaat om de opgaven 'wonen' en 'ruimte en verstedelijking'. Met betrekking tot de opgave 'wonen' stelt de provincie de ambitie om de beschikbaarheid van voldoende passende woningen in een aantrekkelijke leefomgeving te bevorderen. De woningen moeten aansluiten op de behoeften van verschillende doelgroepen. Met de voorgenomen ontwikkelingen wordt getracht een aantrekkelijke leefomgeving te bevorderen met een gevarieerd aanbod aan woningen. Onderhavig plan sluit aan op de ambitie van de opgave 'wonen'. Met betrekking tot de opgave 'ruimte en verstedelijking' stelt de provincie de ambitie om te zorgen voor een zorgvuldig ruimtegebruik en een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied.
De herstructurering van het plangebied zorgt voor een kwaliteitsverbetering. Ook wordt de samenhang met het omliggend gebied vergroot. Met de verplaatsing van de supermarkt wordt immers de routing in het centrum verbeterd. Onderhavig plan sluit dus ook aan op de ambitie van de opgave 'ruimte en verstedelijking'.
(vastgesteld)
23
Bestemmingsplan Vlietlocatie 4.3.2
Omgevingsverordening Zuid-Holland
De Omgevingsverordening Zuid-Holland is gelijktijdig vastgesteld met de Omgevingsvisie Zuid-Holland op 1 april 2019. Ook dit beleidsdocument is in het kader van de Omgevingswet opgesteld. De inhoud van de Omgevingsvisie is daarbij voor een groot deel leidend voor de inhoud van de omgevingsverordening. De verordening stelt regels over de volgende aspecten: activiteiten door burgers en bedrijven; tot het openbaar bestuur gerichte regels over het ambitieniveau voor de leefomgevingskwaliteit; onderlinge taakverdeling; doorwerking provinciaal beleid naar andere bestuursorganen via instructieregels; financiële bepalingen; procedures van voorbereiding; handhaving; schade; monitoring en informatie; adviesorganen; overgangsrecht. De Omgevingsverordening stelt bepalingen over het voorzien van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling in een bestemmingsplan. Het stelt dat de ruimtelijke ontwikkeling binnen de bestaande gebiedsidentiteit moet passen. Ook moet het geen wijziging op structuurniveau inhouden. Daarnaast moet de ruimtelijke ontwikkeling passen bij de aard en schaal van gebied. Bovendien moet de ruimtelijke ontwikkeling voldoen aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart uit de Omgevingsvisie. De Omgevingsverordening stelt verder nog nadere regels als de ruimtelijke ontwikkeling niet voldoet aan één van de bepalingen.
Voorgenomen ontwikkelingen voldoen aan de reeds genoemde bepalingen. De nadere regels zijn dus niet van toepassing op dit bestemmingsplan. Daarnaast stelt de Omgevingsverordening eisen aan een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt. De toelichting van het bestemmingsplan moet namelijk ingaan op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking in artikel 3.1.6 lid 2 t/m lid 4 van het Besluit ruimtelijke ordening. Als de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien, en voor zover daardoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, moet er gebruikt gemaakt worden van locaties die zijn opgenomen in het Programma Ruimte.
Doorwerking planinitiatief De beoogde ontwikkelingen passen bij de aard en schaal van het gebied en voldoen aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart uit de Omgevingsvisie. De identiteit en beleving, alsmede het netwerk en de lagen van het zichtbare landschap en het (grondgebonden) nut, en de grondslag van de provincie van de natuurlijke (landschapsvormende) processen worden instant gehouden en zo mogelijk versterkt. Daarnaast is de ladder voor duurzame verstedelijking reeds succesvol doorlopen in paragraaf 4.2.3 Onderhavig bestemmingsplan past binnen het beleid van de 'Omgevingsverordening Zuid-Holland'.
24
(vastgesteld)
Bestemmingsplan Vlietlocatie
4.4
Gemeentelijk beleid
4.4.1
Structuurvisie 2012-2025
De 'Structuurvisie 2012-2025' is vastgesteld op 17 april 2012 door de gemeente Maassluis en fungeert als het integrale beleidskader voor de ontwikkelingen in Maassluis. De structuurvisie bestaat drie delen; deel 1 is de visie en het uitvoeringsprogramma, deel 2 is een nadere toelichting en bevat gedetailleerde achtergrondinformatie en deel 3 bevat de milieutoets. Deel 1 is het hoofdbestand dat het integrale beleidskader bevat. De missie en centrale leidraad van de structuurvisie is om sociaal, solide en duurzaam te zijn, en om keuzes te maken voor een goede toekomst. Daarbij bevat de structuurvisie een planhorizon tot 2025 met een doorkijk naar de verdere toekomst. De gemeente heeft de volgende ambities in de structuurvisie opgenomen: toekomstgericht bouwen.
Dit betekent vraaggericht bouwen met specifieke aandacht voor levensloopbestendige woningen, woningen voor jongeren en door het bieden van passende voorzieningen voor nu en in de toekomst; intensief en meervoudig ruimtegebruik stimuleren; samen met bewoners, investeerders en andere betrokken partijen werken aan versterking van de woon- en leefomgeving; ruimtelijke en cultuurhistorische waarden en identiteitsdragers als richtinggevende ontwerpprincipes hanteren; de groen- en waterstructuur versterken ter verbetering van recreatiemogelijkheden, ecologie en het kunnen opvangen van effecten van klimaatverandering; het stimuleren van openbaar vervoer en langzaamverkeer om (auto) verkeersbewegingen, geluidhinder en uitstoot ten gevolge van verkeer tegen te gaan; samen met partijen komen tot energiebesparing door het stimuleren van maatregelen daartoe in bestaande situaties en nieuwe ontwikkelingen; energiebesparing door energie-uitwisseling (gebruik de restwarmte van je buren); kansen te benutten voor het opwekken van duurzame energie. Ontwikkelingslocatie Binnenstad/Sluispolder-West De structuurvisie bevat ontwikkelingsprogramma's voor diverse ontwikkelingslocaties, waarvan de Binnenstad/Sluispolder-West als één van de ontwikkelingslocaties wordt genoemd. De gemeente stelt in de visie dat ze samenwerkt met Maasdelta om een plan voor dit gebied te ontwikkelingen.
Het ouderencomplex De Vliet, de realisatie van een woonservicezone aan de P.C. Hooftlaan en een economische impuls zijn in de structuurvisie als aandachtspunten genoemd. Bij de herstructurering van Sluispolder-West en de Binnenstad bevat de structuurvisie de volgende uitgangspunten: een ander woonmilieu in Sluispolder-West: minder appartementen en meer eengezinswoningen; van suburbaan compact naar suburbaan grondgebonden; onderzoek of een school inpasbaar is; voor het revitalisering van de binnenstad zal een supermarkt op een centrale plek zorgen voor meer dagelijks bezoek aan de binnenstad. Ook zouden de winkels meer geconcentreerd moeten worden; voldoende parkeergelegenheid (rekening houdend met de toevoeging van winkelruimte, te compenseren parkeerruimte et cetera). Doorwerking planinitiatief Het plangebied van voorliggend bestemmingsplan valt onder de ontwikkelingslocatie Binnenstad/Sluispolder-West. Het plangebied is aangeduid in de structuurvisie als De Vliet. Onderdeel van het plangebied is ouderencomplex De Vliet dat door de gemeente in de structuurvisie is aangewezen als aandachtspunt. De structuurvisie heeft verder geen ambities opgenomen over het ouderencomplex.
Wel stelt de structuurvisie dat de gemeente minder appartementen en meer eengezinswoningen wil realiseren, een supermarkt wil realiseren op een centrale plek en dat er voldoende parkeergelegenheden aanwezig moeten zijn. Voorliggend plan voorziet in de gewenste ontwikkelingen zoals deze zijn benoemd in de structuurvisie. Voorliggend bestemmingsplan past daarmee binnen de 'Structuurvisie 2012-2025'.
(vastgesteld)
25
Bestemmingsplan Vlietlocatie 4.4.2
Woonvisie Maassluis 2019 - 2024
De woonvisie 2019 - 2024, vastgesteld in november van 2019, maakt duidelijk waar Maassluis nu staat en wat het doel is op het terrein van het wonen in Maassluis. De woonvisie geeft een terugblik op het verleden en hoe Maassluis is gegroeid, en een doorkijk naar wat er nu wordt gebouwd en welke toekomstige plannen er worden gemaakt. De Woonvisie geeft uitwerkingsrichtingen voor de periode 2019-2024 en heeft als eindbeeld 2030. Daarmee vormt deze visie het kader voor gemeentelijke beslissingen inzake het thema ‘Wonen’, maar ook voor investerende en beherende partijen. Zo moeten corporaties hun prestaties richten op de realisatie van de gemeentelijke woonvisie en bestemmingsplannen moeten in lijn met de woonvisie worden opgesteld. In de woonvisie wordt de volgende uitganspunten gehanteerd: Maassluis voor iedereen; alle inwoners van Maassluis, jong en oud, alleenstaand of met gezien, dient een passende betaalbare woning te kunnen vinden in een fijne buurt. Maassluis wil leefbare, gemengde wijken; gestreefd wordt naar gemengde wijken met zowel huurals koopwoningen in verschillende prijsklassen, die aansluiten bij de woonlasten die inwoners van Maassluis , de regio en daarbuiten kunnen betalen. Maassluis investeert in een duurzame toekomst; de gemeente blijft inzetten op het verbeteren van de stad.
Daarbij spelen klimaatadaptieve maatregelen en de energietransitie een belangrijke rol. Duurzaamheid ziet ook op het handhaven van het gewenste voorzieningenniveau. Om het gewenste eindbeeld in 2030 te kunnen behalen heeft de gemeente Maassluis 7 concrete opgaven geformuleerd in de woonvisie. De 7 opgaven uit de woonvisie zijn: 1. Betaalbaar voor alle groepen; 2. Doorstroming bevorderen; 3. Bouwen, bouwen, bouwen; 4. Maassluis duurzamer maken; 5. Leefbaarheid in wijken en buurten bevorderen; 6. Wonen met begeleiding en zorg; 7. Tijdelijk wonen. Doorwerking planinitiatief Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op verschillende opgaven uit de woonvisie van de gemeente. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de realisatie van sociale huurappartementen, grondgebonden woningen in de koopsector en koopmaisonnettes. Deze toevoeging zorgt niet alleen voor een nieuw aanbod voor verschillende doelgroepen, maar ook voor doorstroom binnen de gemeente. Met de toevoeging van sociale huurwoningen zal bovendien het betaalbare segment toenemen. Binnen het plangebied zal tevens een menging van goedkopere en duurdere woningen ontstaan, dit draagt bij aan de gewenste menging van wijken. Ten behoeve van de nieuwbouw zullen de oude bestaande woningen gesloopt worden. De nieuw te realiseren woningen zullen per definitie duurzamer zijn dan de bestaande woningvoorraad.
De nieuwe woningen sluiten bovendien beter aan op de huidige eisen van kopers en huurders. Voorliggend bestemmingsplan draagt tevens bij aan de herinrichting en het opknappen van het centrum van Maassluis. De ontwikkeling draagt daarmee bij aan de leefbaarheid van het centrum. De bestaande parkeeroverlast zal met voorliggende ontwikkeling bovendien aangepakt worden, dat zal ook een positief effect hebben op de leefbaarheid binnen het plangebied en de nabije omgeving. Voorliggend bestemmingsplan sluit daarmee in ieder geval aan op de opgaven 1, 2, 4 en 5 van de woonvisie 2019 - 2024 van de gemeente Maassluis en is daarmee uitvoerbaar.
26
(vastgesteld)
Bestemmingsplan Vlietlocatie 4.4.3
Detailhandelsvisie Maassluis 2012
De 'Detailhandelsvisie Maassluis 2012' is vastgesteld door de gemeente Maassluis op 22 oktober 2012. In de detailhandelsvisie staan de beleidsvoornemens ten aanzien van de detailhandel(structuur) weergeven. Alle detailhandelsinitiatieven waarvoor een bestemmingswijziging of ontheffing nodig is, worden door de gemeente getoetst aan deze visie en ander gemeentelijk beleid. Er zal getoetst worden of het winkelgebied nog aan de beoogde functie en positie voldoet indien het initiatief toegestaan en ontwikkeld zal worden. Ook wordt geacht door de gemeente dat de visie en het beleid op de beoogde detailhandelsstructuur wordt vertaald in bestemmingsplannen. Daarbij moet een evenwicht gevonden worden tussen flexibiliteit en rechtszekerheid. Om tot de voornemens te komen, heeft de gemeente de detailhandelsstructuur van Maassluis geanalyseerd. De gemeente stelt als algemene ontwikkeling binnen de detailhandel dat de schaalvergroting toeneemt. Dit betekent de toename van het aantal m2 bvo per winkel. Tegelijkertijd neemt het aantal winkels in algemene zin af. De bestedingen zijn afgenomen en als gevolg is er minder behoefte aan winkels. Specifiek over de detailhandelsstructuur van Maassluis stelt de gemeente dat het winkelaanbod verspreid over Maassluis is gevestigd. Hierdoor blijven concentratievoordelen uit en is het nergens druk genoeg voor een goed functionerend uitgebreid aanbod.
Wel kunnen de inwoners op korte afstand hun dagelijkse inkopen doen. Daarnaast stelt de gemeente dat Maassluis beschikt over relatief kleine winkelunits wat niet in de trend van schaalvergroting past. Tevens kampt Maassluis met vergrijzende ondernemers. De kleine winkelunits van deze ondernemers zullen niet vanzelfsprekend opnieuw worden ingevuld met detailhandel. Verder stelt de gemeente dat de regionale verzorgingsfunctie van Maassluis zeer beperkt is. Het historische centrum biedt wel kansen, omdat het een fraaie uitstraling heeft met een hoge recreatieve (verblijfs-)waarde. De gemeente stelt in het detailhandelsbeleid centraal dat de detailhandelsstructuur versterkt moet worden. Daarbij heeft de gemeente de volgende voornemens geformuleerd: De Koningshoek moet versterkt worden als het hoofdwinkelcentrum van de gemeente Maassluis. Dit geldt voor zowel het dagelijks als het niet-dagelijks aanbod. Een duurzame structuur creëren van gezonde buurtwinkelcentra met dagelijks aanbod in de woonwijken, met voor het historische centrum een aanvullende functie voor zelfstandige winkeliers met aanvullend specialistisch dagelijks en niet-dagelijks aanbod. Lokale PDV-clusters creëren voor winkels in volumineuze branches. De potenties van het historisch centrum moeten benut worden voor het behoud van bijzonder winkelaanbod.
De gemeente heeft het voornemen om de verblijfskwaliteit van de openbare ruimte te verbeteren. Ook stelt de gemeente dat de detailhandel en de horeca belangrijke publieksgerichte functies moeten worden. De gemeente streeft naar één volwaardige servicesupermarkt in het centrum van circa 1200 à 1400 m2 wvo die als publiekstrekker kan functioneren voor de overige winkeliers in het centrum. Dit zal volgens de gemeente ook meer loop in het centrum genereren. Tevens stelt de gemeente dat de bestaande supermarkt in het centrum onder druk staat. De supermarkt is te klein en er zijn parkeerproblemen. De gemeente wijst de Vlietlocatie aan als de geschikte locatie die op redelijke termijn beschikbaar komt voor de inpassing van een supermarkt. De Vlietlocatie is aangewezen vanuit de gemeente als de locatie om een supermarkt in te passen met eventuele overige winkelunits. De gemeente verwacht dat de ontwikkelingen op de Vlietlocatie het historisch centrum zal versterken. Ondanks de ontwikkelingen op de Vlietlocatie, is de verwachting dat het winkelvloeroppervlak in het historisch centrum zal afnemen. Dit komt door de afname van het aantal kleinschalige zelfstandige ondernemers. De afname van winkels zal naar verwachting met name plaatsvinden aan de randen.
(vastgesteld)
27
Bestemmingsplan Vlietlocatie Doorwerking planinitiatief Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de ontwikkeling van een supermarkt en winkelunits op de Vlietlocatie. De supermarkt zal gerealiseerd worden ter plaatse van het wooncomplex De Vliet en de winkelunits worden ter plaatse van de parkeerplaats aan de Anne de Vriesstraat gerealiseerd. De ontwikkelingen sluiten aan op de ambitie in de detailhandelsvisie om een supermarkt en eventueel overige winkelunits te realiseren op de Vlietlocatie. De gemeente wil namelijk een volwaardige servicesupermarkt realiseren, omdat de bestaande supermarkt in het centrum onder druk staat. De Vlietlocatie is daarbij aangewezen als enige geschikte locatie in de detailhandelsvisie. De ontwikkeling van de supermarkt en eventuele overige winkelunits op de Vlietlocatie zal volgens de detailhandelsvisie het historisch centrum versterken. Ook zal het volgens de detailhandelsvisie meer aanloop generen. De voorgenomen ontwikkelingen in het plangebied, de Vlietlocatie, passen dus binnen de detailhandelsvisie. Om een overvloed aan supermarkten te voorkomen wordt de bestemming van de oude locatie van de supermarkt aan de Lange Boonestraat aangepast om te waarborgen dat er geen extra supermarkt wordt gerealiseerd. Alleen het aantal winkelmeters van de supermarkt zal dus toenemen om aan de vraag te voldoen dat is beschreven in de detailhandelsvisie.
Er worden dus geen onnodige winkelmeters toegevoegd in Maassluis.
28
(vastgesteld)
Bestemmingsplan Vlietlocatie
Hoofdstuk 5 5.1
(milieu)onderzoeken
Inleiding
In dit hoofdstuk worden de diverse sectorale en milieuaspecten beschreven. Hierbij wordt de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan getoetst aan de sectorale wet- en regelgeving.
5.2
Geluid
Beleid en normstelling Wegverkeer De Wet geluidhinder (Wg) bepaalt de wettelijke grenswaarden van de toelaatbare geluidsbelasting. Het bevoegd gezag moet deze in acht nemen bij de vaststelling van een bestemmingsplan. Er moet getoetst worden aan de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van de Wet geluidhinder. Dit vindt plaats per weg. 30 km/h wegen zijn vrijgesteld van onderzoek in de Wg. Het geluidsniveau door het wegverkeer dient op de gevels van geluidsgevoelige objecten te voldoen aan de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting. Dit is van toepassing bij nieuwe of te wijzigen woningen in de geluidszone van een weg. De ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting werd voorheen voorkeursgrenswaarde genoemd. Deze bedraagt 48 dB. De gemeente kan een hoger geluidsniveau toestaan als deze wordt overgeschreden. Dit heet de zogenaamde "Hogere waarde". De hogere waarde mag alleen worden verleend onder één voorwaarde. Uit akoestisch onderzoek moet blijken dat er geen bron-, overdrachts- of gevelmaatregelen mogelijk zijn. Dit zijn maatregelen om het geluidsniveau terug of onder het onder de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting terug te brengen. Aan de hogere waarde is een maximum verbonden. Voor de nieuwbouw van woningen in binnenstedelijke situaties is dit 63 dB en in buiten stedelijke situaties is dit 53 dB.