Toelichting bestemmingsplan
Tekst van het document
4.11.2 Hydraulische analyse Zoals eerder aangegeven is de scheepswerf gelegen in het stroomvoerend winterbed van de Maas. Om die reden moet rivierkundig onderzocht worden wat de gevolgen zijn van de herinrichting van de scheepswerf op de Maas. Hiervoor is voor de fasen 1 tot en met 3 een rivierkundig onderzoek uitgevoerd. Dit rapport is verdeeld over een tweetal rapporten welke zijn opgenomen in bijlage 12 en 13. Hieronder wordt kort ingegaan op de resultaten van het onderzoek (weergegeven in de onderstaande tabellen). Voor een uitgebreide toelichting wordt verwezen naar deze onderzoeksrapportages. Tabel 1. Overzicht van de toetsing van Fase 1 en Fase 2 van het ontwerp aan het Rivierkunidg Beoordelingskader 5.0 (RWS-WVL, 2019).
53
Tabel 2. Overzicht van de toeting van Fase 2 en Fase 3 van het ontwerp aan het Rivierkundig Beoordelingskader 5.0 (RWS-WVL, 2019.)
54
Tabel 3. Overzicht van de toetsingvan Fase 1 t/m Fase 4 van het ontwerp aan het Rivierkunidg Beoordelingskader 5.0 (RWS-WVL, 2019)
55
4.11.3 Bergend vermogen van de Maas In het voornoemd rivierkundig onderzoek (bijlage 13) is voorts in kaart gebracht of er geen sprake is van een afname van het bergend volume van het rivierbed ter plaatse van het planvoornemen. Op basis van de ontwerptekeningen en berekeningen blijkt dat er sprake is van een positieve volumebalans oftewel een toename van het bergend vermogen van de Maas. Het planvoornemen voldoet hiermee aan de door Rijkswaterstaat gestelde randvoorwaarden.
56
4.12 M.e.r.-beoordeling Om het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven, dient in een vroeg stadium te worden beoordeeld of de toekomstige activiteiten mogelijk significante effecten hebben op milieu, natuur of landschap. Een eerste stap in dit proces is een beoordeling of het planvoornemen voldoet aan de drempelwaarden uit het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.).
4.12.1 Besluit milieueffectrapportage In onderdeel D van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) is een groot aantal activiteiten genoemd waarvoor in bepaalde gevallen een m.e.r.- respectievelijk m.e.r.-beoordelingsplicht geldt. m.e.r.-categorieën De werkzaamheden met betrekking tot de herontwikkeling van de scheepswerf kan worden geschaard onder de volgende in het Besluit m.e.r. opgenomen activiteiten:
Het planvoornemen ligt onder de plandrempels waarvoor conform het Besluit m.e.r. een m.e.r.-plicht dan wel een m.e.r.-beoordelingsprocedure noodzakelijk is. Met betrekking tot onderdeel D18.1 is wel sprake van een m.e.r.-beoordelingsplicht. Ten behoeve van de (vormvrije) m.e.r.-beoordeling wordt een zogenaamde aanmeldingsnotitie opgesteld. Deze
57
aanmeldingsnotitie is opgenomen in Bijlage 14 van de toelichting.
4.12.2 Conclusie aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling Uit de aanmeldingsnotitie is geconcludeerd dat de aard van de effecten die gekoppeld zijn aan de herontwikkeling/revitalisering van de huidige scheepswerf ter hoogte van de Bunkerhaven 3-5 te Maasbracht in voldoende mate in beeld zijn gebracht en dat er geen bijzondere omstandigheden aanwezig zijn die leiden tot dermate belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu dat het maken van een milieueffectrapport een toegevoegde waarde zou hebben. Het bevoegd gezag, de gemeente Maasgouw, heeft op 24 januari 2023 een m.e.r.-beoordelingsbesluit genomen dat met de ruimtelijke ontwikkeling die in het bestemmingsplan ‘Revitalisering Scheepswerf Maasbracht’ planologisch-juridisch mogelijk wordt gemaakt geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zullen ontstaan die het opstellen van een Milieueffectrapportage rechtvaardigen. Een verdere m.e.r.-procedure is kortom niet aan de orde.
58
Hoofdstuk 5 Juridische opzet 5.1 Algemeen Het bestemmingsplan is opgesteld conform 'Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012' (SVBP 2012). Het bestemmingsplan bestaat uit de regels, de verbeelding en deze toelichting.
5.2 Regels en verbeelding 5.2.1 Algemene opbouw regels De regels zijn conform de SVBP2012 opgebouwd uit vier hoofdstukken. Hoofdstuk 1 bevat de begrippen en de wijze van meten. In hoofdstuk 2 zijn de regels opgenomen behorende bij de bestemmingen die op de verbeelding aan de gronden zijn toegekend. In hoofdstuk 3 zijn algemene regels opgenomen die op het gehele plangebied van toepassing zijn dan wel aanduidingen die betrekking hebben op meer dan één bestemmingsvlak. In hoofdstuk 4 zijn de regels opgenomen waarmee het overgangsrecht wordt geregeld en is een artikel opgenomen waarin de formele naamgeving van het bestemmingsplan is vastgelegd.
5.2.2 Juridisch-planologische regeling plangebied Voor het plangebied zijn de enkelbestemmingen 'Bedrijventerrein', 'Water – Riviergebonden', 'Groen' en 'Verkeer' opgenomen. Daarnaast zijn de dubbelbestemmingen 'Waterstaat – Stroomvoerend Rivierbed' en Waterstaat – Waterkering opgenomen. Onderstaand wordt achtereenvolgens ingegaan op de genoemde bestemmingen.
5.2.2.1
Enkelbestemming
Bedrijventerrein Toelaatbaar gebruik Voor nagenoeg het gehele 'droge' deel van het plangebied van de scheepswerf is de bestemming 'Bedrijventerrein' opgenomen. De gronden met deze bestemming zijn met de functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf – scheepswerf' specifiek bestemd voor de uitoefening van bedrijfsactiviteiten die gerelateerd zijn aan de scheepswerf tot een milieucategorie 4.2 conform de lijst van bedrijfsactiviteiten. Voorts is gezien zeer beperkte wijziging van het plangebied de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf – geluidszoneringsplichtige inrichting' onverkort uit het bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Maasbracht' overgenomen. Op gronden met deze aanduiding mogen geen nieuwe geluidgevoelige objecten worden gerealiseerd. Bouwregels De bouwregels zijn voor het overgrote deel ongewijzigd overgenomen uit het bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Maasbracht'. Bebouwing is uitsluitend toegestaan binnen de bouwvlakken. Binnen de bouwvlakken is een maximale bebouwingspercentage opgenomen van 50%. De wijziging van de bouwregels in voorliggend bestemmingsplan ten opzichte van het bestemmingsplan 'Bedrijventerreinen Maasbracht' hebben te maken met de maximum bouwhoogte van de bedrijfsgebouwen van maximaal 12 meter naar plaatselijk maximaal 20 meter. Deze aanpassing geldt voor het bouwvlak ten zuiden en zuidoosten van de scheepshelling.
Water - Riviergebonden De binnen het plangebied gelegen delen van de Maas en aangrenzende wateren zijn bestemd met 'Water – Riviergebonden'. Toelaatbaar gebruik De regels met betrekking tot gebruik zijn ongewijzigd overgenomen uit het bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Maasbracht'. Wel is in voorliggend bestemmingsplan aan de gehele binnenhaven de aanduiding 'specifieke vorm van water – werkstrook' toegekend. Hiermee is het mogelijk om de hele binnenhaven van de scheepswerf te gebruiken ten behoeve van de uitoefening van de aan de scheepswerf verbonden bedrijfsactiviteiten. Bouwregels De bouwregels zijn ongewijzigd overgenomen uit het bestemmingsplan 'Bedrijventerreinen Maasbracht'.
59
Wijzigingsbevoegdheid Binnen de regels van de bestemming 'Water – Riviergebonden' is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om de bestemming 'Water – Riviergebonden' te wijzigen in de bestemming 'Bedrijventerrein'. Deze bevoegdheid is opgenomen om met het oog op mogelijke toekomstige uitbreidingsmogelijkheden van de scheepswerf onder bepaalde voorwaarden de enkelbestemming te wijzigen door middel van een verkortere procedure. Groen Voor de gronden welke grenzen aan de bestaande weg Bunkerhaven is de bestemming 'Groen' opgenomen. Toelaatbaar gebruik De regels met betrekking tot gebruik zijn ongewijzigd overgenomen uit het bestemmingsplan 'Bedrijventerreinen Maasbracht'. Bouwregels De bouwregels zijn ongewijzigd overgenomen uit het bestemmingsplan 'Bedrijventerreinen Maasbracht'.
5.2.2.2
Dubbelbestemming
Het plan bevat ook nog een aantal dubbelbestemmingen. Indien op gronden wordt gebouwd die een dubbele bestemming hebben, dan dient men zich aan de regels te houden die de dubbele bestemming geeft. Het betreft beschermingszones ten behoeve van het rivierbed van de Maas en de waterkering tussen de Maas en het Julianakanaal. Waterstaat – Stroomvoerend Rivierbed De dubbelbestemming 'Waterstaat – Stroomvoerend rivierbed' is overgenomen uit het bestemmingsplan 'Bedrijventerreinen Maasbracht en geactualiseerd conform de huidige Beleidslijn grote rivieren op de gronden die volgens deze beleidslijn zijn binnen het stroomvoerend rivierbed. Bouwen en het uitvoeren van werken en werkzaamheden zijn hier in beginsel verboden, tenzij aan bepaalde criteria wordt voldaan en Rijkswaterstaat om advies is gevraagd. Waterstaat – Waterkering De dubbelbestemming Waterstaat – Waterkering is ongewijzigd overgenomen uit het bestemmingsplan 'Bedrijventerreinen Maasbracht' ten behoeve van de waterkering ten oosten en noordoosten van het plangebied.
5.2.2.3
Algemene aanduidingsregels
In de algemene aanduidingsregels zijn de regels met betrekking tot diverse gebiedsaanduidingen opgenomen. Het betreft de gebiedsaanduiding 'geluidzone – industrie' met betrekking tot industrielawaai, 'geluidzone – gezoneerd industrieterrein', 'milieuzone – roerdalslenk' en 'wetgevingszone - wijzigingsgebied 1' opgenomen. De 'milieuzone – roerdalslenk' is opgenomen vanwege de ligging van het plangebied binnen de Roerdalslenkzone II. De wetgevingszone - wijzigingsgebied 1is opgenomen om de aldaar voorkomende bestemming te wijzigen in de bestemming 'bedrijventerrein'.
5.2.2.4
Algemene afwijkingsregels en Algemene wijzigingsregels
Deze regels verschaffen het bevoegd gezag c.q. burgemeester en wethouders de gewenste beleidsruimte om bij de uitvoering van het plan te kunnen inspelen op gegevens of situaties die vooraf niet bekend kunnen zijn.
5.2.2.5
Algemene procedureregels
Hierin staan de procedureregels die gevolgd worden als door het bevoegd gezag c.q. burgemeester en wethouders gebruik wordt gemaakt van een afwijkingsbevoegdheid, als bevoegd gezag c.q. burgemeester en wethouders het plan wijzigen of uitwerken en als het bevoegd gezag c.q. burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning verlenen.
5.2.2.6
Overige regels
In de overige regels is een voorrangsregeling opgenomen ten behoeve van de dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen onderling.
5.2.2.7
Overgangs- en slotregels
In de bepaling overgangsrecht is geregeld in hoeverre en onder welke voorwaarden bestaande gebouwen en het bestaand gebruik van gronden en bouwwerken mogen afwijken van het plan.
60
In de slotregel is aangegeven op welke wijze de regels van het bestemmingsplan kunnen worden aangehaald.
61
62
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid De Wet ruimtelijke ordening (Wro, artikel 6.12.1) verplicht gemeenten gelijktijdig een exploitatieplan vast te stellen, indien er sprake is van een bij wet aangewezen bouwplan. In artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is aangegeven wat als bouwplan moet worden gezien. Voorliggend bestemmingsplan maakt de revitalisering van de scheepswerf mogelijk. De aard van de revitalisering maakt dat deze ontwikkeling wordt gezien als bouwplan en dientengevolge is hiervoor tussen de gemeente Maasgouw en de initiatiefnemer een anterieure exploitatieovereenkomst gesloten. Daarnaast is tussen de gemeente Maasgouw en de intitiatiefnemer een planschadeovereenkomst (art. 6.4a Wro) gesloten, waarmee in het geval van planschade (conform art. 6.1 Wro) duidelijk is waar de kosten verhaald kunnen worden. Met het sluiten van deze overeenkomsten tussen de initiatiefnemer en de gemeente Maasgouw is de economische uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan verzekerd.
6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid In het kader van de doorlopen bestemmingsplanprocedure is een omgevingsdialoog gevoerd. De Scheepswerf Maasbracht heeft meegedaan aan de dag van de binnenvaart (12 november 2022) en is een rondleiding gegeven op het terrein van Scheepswerf Maasbracht. Aan deze rondleiding hebben in totaal circa 80 mensen deelgenomen. Tijdens de rondleiding is de beoogde toekomstige ontwikkeling toegelicht Op 4 april 2023 heeft er een informatieavond plaatsgevonden. Voor de informatieavond hebben de directe omwonenden en omliggende bedrijven een persoonlijke uitnodiging gekregen. De bezoekers van de informatieavond (direct omwonenden en omliggende bedrijven) hebben een toelichting gekregen over de plannen van de Scheepswerf Maasbracht. Er is positief gereageerd op de plannen. Er is dan ook aanleiding om te veronderstellen dat er draagvlak is voor de plannen.
63
64
Hoofdstuk 7 Procedure en overleg 7.1 Procedure Voordat de wettelijke procedure ten behoeve van de vaststelling van het bestemmingsplan, zoals omschreven in hoofdstuk3 van de Wet ruimtelijke ordening kan worden opgestart, wordt het concept ontwerp bestemmingsplan aan diverse instanties toegezonden ten behoeve van overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Deze bepaling schrijft voor dat het bestuursorgaan (i.c. de gemeente Maasgouw) dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan daarbij overleg pleegt met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan spelen. Na het vooroverleg en de inspraak wordt de vaststellingsprocedure zoals omschreven in art. 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening opgestart. Deze wettelijke procedure kan als volgt worden samengevat: De procedure start met een openbare kennisgeving van het ontwerp bestemmingsplan, waarna het ontwerpbestemmingsplan wordt gepubliceerd en gedurende een termijn van zes weken door één ieder schriftelijk of mondeling zienswijzen over het ontwerpbestemmingsplan kunnen worden ingebracht. Na de termijn van de terinzagelegging dient de gemeenteraad in principe binnen 12 weken te beslissen over de vaststelling van het plan.
Na de publicatie van het vastgestelde bestemmingsplan hebben belanghebbenden zes weken de tijd om tegen het plan in beroep te gaan. Het bestemmingsplan treedt de dag na afloop van de beroepstermijn in werking.
7.2 Overleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening Het concept ontwerp bestemmingsplan is voor een reactie toegestuurd aan de volgende belanghebbende instanties: Provincie Limburg: akkoord met het planvoornemen. Rijkswaterstaat: geen opmerkingen ten aanzien van het planvoornemen. Voor de voorgenomen werkzaamheden dient een watervergunning te worden aangevraagd. Waterschap Limburg: het waterschap heeft aangegeven dat Rijkswaterstaat bevoegd gezag is. Veiligheidsregio Limburg-Noord: akkoord met het planvoornemen. Eerder gemaakte opmerkingen aangaande de belangen van de veiligheidsregio zijn verwerkt in het bestemmingsplan.
7.3 Terinzagelegging ontwerpbestemmingsplan Het ontwerpbestemmingsplan heeft vanaf 1 augustus 2023 tot en met 11 september 2023 ter inzage gelegen. Dit is op 31 juli 2023 gepubliceerd in de Staatscourant en de gemeentelijke website. Tijdens deze termijn van terinzagelegging zijn 2 schriftelijke zienswijzen ingediend tegen het ontwerpbestemmingsplan. Voor een beantwoording/verwerking hiervan wordt verwezen naar de zienswijzennota, welke is opgenomen in bijlage 15. Aanvullend hebben de zienswijzen geleid tot de volgende ambtshalve aanpassingen: Akoestiek: Onderzoek is uitgebreid met geluidbelasting van de scheepsmotoren. De conclusies van het onderzoek zijn ongewijzigd. De conclusie is tevens aangescherpt dat met betrekking tot de locatie en de afmetingen van de te plaatsen muur ten behoeve van de scheepsrecycling de verbeelding van het bestemmingsplan leidend is en vanuit hydraulisch perspectief verantwoord is. Stikstofdepositie: Onderzoek is uitgebreid met de stikstofemissie als gevolg van de scheepsmotoren en geactualiseerd op basis van de meest recente versie van de AERIUS Calculator, d.d. 5 oktober 2023 en gecorrigeerd op 6 november 2023. De conclusies van het onderzoek zijn ongewijzigd. Externe veiligheid: opnemen van een passage in het onderzoek dat de woonboten vallen onder het overgangsrecht.
Het opnemen van deze passage heeft geen inhoudelijke consequenties voor wat betreft de conclusies uit de quickscan externe veiligheid.
65
66