Bijlagen bij de Toelichting
Tekst van het document
bestemmingsplan
Chateaupark Heel fase 2 en 3 Maasgouw
DATUM IMRO IDN
28-05-2024 NL.IMRO.1641.BPL118-VG01
PROJECT PROJECTLEIDER
Chateaupark fase 2 en 3 Heel mr. S.P.A. van Bogget
OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER
Klooster BV 44001092.20211387
AUTEUR STATUS
ing. H.A.Q. Maas vastgesteld
© RHO ADVISEURS BV
Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.
Inhoudsopgave Bijlagen toelichting Bijlage 1
Kaders voor herontwikkeling
Bijlage 2
Voorlopig inrichtingsplan
Bijlage 3
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.
Bijlage 4
Parkeeronderzoek
Bijlage 5
Aanvullende notitie parkeercapaciteit
Bijlage 6
Archeologisch bureauonderzoek
Bijlage 7
Programma van Eisen proefsleuvenonderzoek
Bijlage 8
Archeologisch proefsleuvenonderzoek
Bijlage 9
Selectiebesluit archeologie
Bijlage 10
Verkennend bodem en verkennend asbestonderzoek
Bijlage 11
Nader asbestonderzoek
Bijlage 12
Watertoets
Bijlage 13
Kwaarde onderzoek
Bijlage 14
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
Bijlage 15
Onderzoeksmemo stikstof
Bijlage 16
AERIUSberekening realisatiefase 2024
Bijlage 17
AERIUSberekening realisatie en gebruiksfase 2026
Bijlage 18
Quickscan Wet natuurbescherming
Bijlage 19
Bomen Effect Analyse
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING
Bijlage 1 Kaders voor herontwikkeling
ie s r ve
d 013 n i e li 2 12
ju
Kaders voor herontwikkeling Locatie complex kasteel Heel - Klooster St. Anna Heel - Gemeente Maasgouw
COLOFON Kaders voor herontwikkeling locatie complex kasteel Heel - klooster St. Anna, Heel
12 juli 2013 boe01-0252027-01g
Opdrachtgever: Gemeente Maasgouw
Louis Loyensstraat 5 Hoff van Hollantlaan 7 Postbus 959 Postbus 435 6200 AZ Maastricht 5240 AK Rosmalen T (043) 3253223 T (073) 5233900 F (043) 3255996 F (073) 5233999 E info@buro5.nl www.buro5.nl
INHOUD 1 inleiding 03 2 ontstaansgeschiedenis 08 3 visie Kasteel- en Kloosterhof 14 Additionele informatie 36 4 Toetsingscriteria bebouwing 40
Kaders voor herontwikkeling I locatie complex Kasteel Heel - Klooster St. Anna
3
1
Inleiding KADERS voor herontwikkeling
LEESWIJZER
De kaders, de visie en de beoordelingscriteria van dit document trachten de architect voor de toekomstige nieuwbouw op deze locatie te inspireren en zijn ontwerpkeuzes te beïnvloeden. Door middel van een benadering van de ontstaansgeschiedenis, de aanwezige kwaliteiten, de identiteit van de plek en de toekomstige invulling wordt de landschappelijke, stedenbouwkundige en architectonische samenhang afgebakend in een visie. Het besef van identiteit is leidend in de visie.
In hoofdstuk twee wordt ingegaan op de ontstaansgeschiedenis van het kasteel Heel en kloostercomplex St. Anna. Het hoofdstuk sluit af met een waardering van de verschillende cultuurhistorische elementen en aanbevelingen.
De aspecten die betrekking hebben op de bebouwing worden doorvertaald naar toetsbare criteria die gebruikt gaan worden door de monumenten- en welstandscommissie. In de visie wordt ingegaan op de achterliggende landschappelijke, stedenbouwkundige en architectonische kaders. Indien de toetsingscriteria niet uitputtend blijken te zijn of er discussiepunten zijn bij een toekomstige ontwikkeling, kan de monumenten- en welstandscommissie teruggrijpen op de achterliggende visie. Indien er discrepanties ontstaan tussen beelden en teksten, dan prevaleert de tekst en / of de mening van monumenten- en welstandscommissie.
In hoofdstuk ‘Visie Kasteel- en Kloosterhof’ (3) worden de uitgangspunten vertaald naar een ruimtelijk concept en dit vormt daarmee een opmaat naar de nieuwe architectonische invulling. In het hoofdstuk wordt een integrale landschappelijke, stedenbouwkundige en architectonische visie op het complex van de Kasteel- en Kloosterhof gegeven. De vraag die beantwoord wordt, is hoe de nieuwe ontwikkeling op deze locatie beleefd wordt. Het bewustzijn van de ontwikkelingsgeschiedenis van de locatie en het maatschappelijke leven dat zich daar heeft afgespeeld en ook het besef van de toekomstige veranderingen met de nieuwbouw en de kansen die dit biedt, zijn hierbij belangrijk. In het hoofdstuk ‘toetsingscriteria bebouwing’ (4) worden de architectonische kaders gespecificeerd. Hierbij onderscheiden we drie niveaus: de morfologie van het gebouw, de gevelopbouw, en materiaal en detail.
Kaders voor herontwikkeling I locatie complex Kasteel Heel - Klooster St. Anna
5
1 Kaders voor herontwikkeling I locatie complex Kasteel Heel - Klooster St. Anna
7
Oorspronkelijke fronton kasteelpoort met familiewapen
8
Kaders voor herontwikkeling I locatie complex Kasteel Heel - Klooster St. Anna Etsen van kasteel Heel uit de 17e eeuw
2
ONTSTAANSGESCHIEDENIS Historie
KASTEEL HEEL
De nog zichtbare sporen van de ontwikkeling van deze locatie zijn voornamelijk aan twee momenten van haar geschiedenis te relateren. Het begin van de 18e eeuw met de bouw van het huidige kasteel Heel en het begin van de 20ste eeuw met de bouw van het klooster St. Anna. Door middel van de kaartbeelden, kaartfragmenten en een beknopte tekst wordt de ontstaansgeschiedenis van de locatie uitgelegd. Voor meer informatie hierover verwijzen we naar de bouwhistorische quickscan d.d. februari 2010 van BURO4.
Vanaf de twaalfde eeuw is er een vrijgoed in Heel, of er ook een kasteel of een voorloper was, is niet met zekerheid te zeggen. Het is bekend dat in 1686 een grootschalige renovatie heeft plaats gevonden waarbij delen herbouwd zijn. Het kasteel had een slotgracht en aan de noordzijde een kasteeltuin. De kern van het kasteelcomplex wordt gevormd door het woonhuis dat nog grotendeels intact is en nog veel authentieke details heeft. Tot in de jaren zeventig van de negentiende eeuw blijft het kasteel bewoond. Dan komt het leeg te staan. In 1879 wordt het kasteel verhuurd, in 1880 verkocht aan de congregatie ‘Kleine Zusters en Broeders van de H. Joseph’.
Footprint 18e eeuws kasteel Heel, kadastrale minuurkaart uit 1818
Topografische kaart uit begin 19e eeuw
Kaders voor herontwikkeling I locatie complex Kasteel Heel - Klooster St. Anna
9
10
Kaders voor herontwikkeling I locatie complex Kasteel Heel - Klooster St. Anna
2
KLOOSTER sT. aNNA In het begin werden zowel wezen, bejaarden en zwakzinnigen ondergebracht. Later kwam het accent op onderwijs en zwakzinnigenzorg. In eerste instantie werden de bestaande gebouwen verbouwd voor het nieuwe gebruik. De vijvers en slotgracht worden in 1898 gedempt en in 1906-1907 wordt het oude poortgebouw gesloopt. In die periode wordt gestart met de nieuwbouw van het kloostercomplex van St. Anna. De eerste ontwikkelingen vinden plaats rondom het oude kasteel, pas eind jaren twintig wordt het westelijke carré, ter plekke van de gedempte grachten, gerealiseerd. In de jaren twintig en dertig van de twintigste eeuw vindt de grote bouwgolf plaats. De oude kasteeltuin wordt de moestuin voor de segregatie en aan de zuidzijde van het nieuwe complex wordt een tuin aangelegd waar de kinderen konden spelen.
Footprint kloostercomplex St. Anna, 1935 Footprint kloostercomplex St. Anna, 1982
In 1960 is er een brand en wordt een deel van de noordoostelijke vleugel gesloopt. In deze periode worden kleinschalige, vaak eenlaags, paviljoens gebouwd rondom het kloostercomplex. Begin eenentwintigste eeuw komt het kerncomplex leeg en wordt het restant van de oostelijke vleugel gesloopt.
Kaders voor herontwikkeling I locatie complex Kasteel Heel - Klooster St. Anna
11
12
Kaders voor herontwikkeling I locatie complex Kasteel Heel - Klooster St. Anna
2
Huidige situatie
Aanbevelingen
De kern van het kasteel-kloostercomplex is nog aanwezig. In de omgeving zijn nog beperkt enkele historische structuren waarneembaar zoals de lanen aan de noord- en oostzijde. Van de oude waterpartijen is niets meer waarneembaar. De laan ten noorden van het complex is niet geschikt als ontsluiting als het complex wordt herontwikkeld en de karakteristieke laan gehandhaafd wordt.
In de bouwtechnische quickscan en historisch-ruimtelijke analyse studie van Buro 4 worden aanbevelingen gedaan. Vanuit de historisch-ruimtelijke ontwikkeling van het terrein is het wenselijk de volgende punten als uitgangspunt of inspiratie voor herontwikkelingen te nemen: - de dubbele carrévorm: het completeren van het oostelijk carré als structuur die voortkomt uit het kasteelcomplex en later de oostelijke kloostercarré. Zo mogelijk handhaving van de westelijke carré als gave opzet; - de hoekmarkeringen door middel van torens (maatvoering volgens bestaande torens); - de positie van de toegangspoort; - de open ruimte en voormalige kloostertuin ten zuiden van het complex; - de noordelijke en oostelijke laanstructuren; - de positie van de oude gracht (eventueel als groenstructuur). Deze aspecten zijn uitgangspunt voor de uitwerking van de visie op het complex.
Complex kasteel Heel en klooster St. Anna Het complex kasteel Heel en klooster St. Anna heeft in zijn geschiedenis diverse transformaties ondergaan: - van kasteel: vanaf de 13e eeuw een vrijgoed, later getransformeerd tot kasteel; - naar klooster: instituut voor zwakzinnigenzorg en onderwijs (1879), bouw van het kloostercomplex; - naar gezondheidsintelling: paviljoens in groene parkomgeving van de instelling, het oud kloostercomplex vormt het hoofdgebouw en komt later leeg te staan; - en nu naar de volgende stap in de ontwikkeling: de zorginstellingsterrein wordt integraal onderdeel van het dorp door de integratie van reguliere woningbouw op het terrein.
Het handhaven van het oude kasteel (woonhuis) met de 19e-eeuwse vleugel en de kapel zijn uitgangspunten voor de verdere studie. Het oude fronton (met familiewapen) van de toegangspoort van kasteel Heel is van hoge waarde (rijksmonument) en dient te worden teruggeplaatst.
Kaders voor herontwikkeling I locatie complex Kasteel Heel - Klooster St. Anna
13
14
Kaders voor herontwikkeling I locatie complex Kasteel Heel - Klooster St. Anna
3
visie Kasteel- en Kloosterhof Het is onmogelijk om voor de visie 1 op 1 terug te grijpen op de historie. Uit de verschillende tijdsperiodes zijn alleen bebouwingsfragmenten over en de landschappelijke en maatschappelijke context is totaal anders als in de ontstaansgeschiedenis. Daarom is de visie gestoeld op de twee te handhaven monumenten uit de verschillende periodes van de ontstaansgeschiedenis in hun landschappelijke context, respectievelijk het kasteel Heel en het klooster St. Anna. Om de complexe en integrale visie op landschap, stedenbouw en architectuur te kunnen verwoorden en verbeelden worden verschillende schaalniveaus onderscheiden: het ensemble in zijn context (A), het ensemble (B) en de twee hoven (C, D). Om de keuzes zorgvuldig te onderbouwen zijn enkele studies uit het ontwerpproces als additionele informatie aan dit hoofdstuk toegevoegd, het betreft: - aanpassing footprint; - parkeren; - vertaling naar architectonische kaders.
A Kasteel- en Kloosterhof in de context: - situering in het dorp - verkeersontsluiting - situering parkeerplaatsen - Parkblok - parkgebied B Ensemble Kasteel- en Kloosterhof: - footprint - bouwmassa - parkeren - de binnenhof - overgang binnenhof park - tussenzone hoven C Kasteelhof: - footprint - kasteeltypologie - hoofdgebouw en bijgebouwen - morfologie - gevelopbouw - materiaal en detail - toegangspoort - slotgracht - binnenhof D Kloosterhof: - footprint - kloostertypologie - complex - morfologie - gevelopbouw - materiaal en detail - binnenhof
Kaders voor herontwikkeling I locatie complex Kasteel Heel - Klooster St. Anna
15
16
Kaders voor herontwikkeling I locatie complex Kasteel Heel - Klooster St. Anna
3
CONCEPT Kasteel- en Kloosterhof Beeldmerk Beide monumentale bouwdelen zijn zeer expressief in hun architectuur. Door deze keuze worden de Kasteelen Kloosterhof beide een sterk beeldmerk en biedt het potenties voor een hoogwaardige architectonische doorvertaling voor de nieuw te bouwen delen. Het belangrijkste conceptuele uitgangspunt dat hieruit voortvloeit is het vaststellen van twee nieuwe hoofdmassa’s die het geheel gaan vormen: - de Kasteelhof; - de Kloosterhof. Zelfstandige identiteiten in één compositie De twee hoven vormen samen één compositie. Enerzijds dienen ze beide als zelfstandige identiteiten gepositioneerd te worden en zich afzonderlijk te presenteren naar de buitenwereld. Anderzijds vormen ze een compositie, ze dienen een dialoog met elkaar aan te gaan. De dialoog bestaat uit de gemeenschappelijke parkachtige omgeving met grote parkruimte aan de zuidzijde en de zichtlijn tussen beide binnenplaatsen met een nader in te richten tussenruimte.
Twee woonsferen Elke hof bestaat uit een bouwblok rondom een binnenplaats. Zowel de nieuwe bebouwing als de binnenhof dienen onderscheidend te zijn. De twee hoven vertegenwoordigen twee werelden uit het verleden met elk hun eigen ontstaansgeschiedenis en bijhorende bebouwingstypologie. De kenmerken hiervan dienen doorvertaald te worden in de stedenbouwkundige opzet, de architectuur van de nieuwe delen en de inrichting van de binnenhoven. Hierdoor ontstaan twee van elkaar verschillende woonsferen. Parkblok De twee hoven vormen een sterke parkwand, door de geknikte wand wordt het park meer omsloten, als reactie hierop is het nieuwe blok (Parkblok) aan de zuidzijde van het park gedefinieerd. Door de hoven en het Parkblok ontstaat een ovale parkruimte met een besloten sfeer. De positie van de parkwand moet nog exact ontworpen worden en is onderdeel van de ontwerpopgave voor het Parkblok.
Kaders voor herontwikkeling I locatie complex Kasteel Heel - Klooster St. Anna
17
18
Kaders voor herontwikkeling I locatie complex Kasteel Heel - Klooster St. Anna
3
A Kasteel- en Kloosterhof in de context Situering in het dorp Het kaartbeeld van het groter verband laat de positie van de Kasteel- en Kloosterhof en de parkomgeving zien in relatie tot het bestaande dorp en het omringende landschap. Het zorgterrein ondergaat een transformatie naar een gecombineerde woon- en zorgomgeving. Kenmerken voor de nieuwe woonbuurt is de landschappelijke en groene sfeer. Het nieuwe park ten zuiden van de twee hoven is een belangrijke kwalitatieve drager voor de woonbuurt, het vormt het groene hart. Middels groene corridors zijn er goede verbindingen met het landschap. De panden ten noorden van de twee hoven (voormalige kasteel- en moestuin) zijn gesloopt. Het gebied is een overgangszone tussen de Kasteel- en Kloosterhof en de dorpskern. Verkeersontsluiting De Kasteellaan is de historische ontsluitingsroute van het voormalige kasteel en klooster, en in een latere tijdsperiode van de zorginstelling. Momenteel kenmerkt het terrein zich door een diffuus verkeersysteem bestaande uit relatief smalle wegen waarvan alle verkeerssoorten gebruik maken, op diverse plekken zijn parkeerplaatsen aangelegd.
De nieuwe situatie trekt meer verkeer aan en vereist meer ruimte voor het verkeer, het parkeren en een betere scheiding tussen de verkeerssoorten (conflicten voorkomen). De historische lanen zijn hiervoor beperkt geschikt vanwege de beperkte ruimte tussen de bomen. Daarom wordt geopteerd voor een nieuwe verkeersstructuur voor de Kasteel- en Kloosterhof. De Kasteellaan wordt een langzaamverkeersroute. Voor de auto wordt aangesloten op de recentelijk aangelegde verkeersstructuur van de woonbuurt Polderhofje en de nieuw aan te leggen Kapellaan. Situering parkeerplaatsen Bij de ‘additionele informatie’ (blz 36-37) is een inschatting gemaakt van de parkeerbehoefte. Het programma (soort, omvang) zal de parkeerbehoefte en daardoor ook de parkeeroplossing bepalen. Het uitgangspunt is dat het parkeren voor bewoners en werknemers onder de nieuwe gebouwen wordt gerealiseerd. Daarbij kan gebruik gemaakt worden van de aanwezige hoogteverschillen in het terrein. Het parkeren voor bezoekers dient aan de randen van het park georganiseerd te worden. Van belang hierbij is de landschappelijke inpassing en de routing naar de bebouwing.
Kaders voor herontwikkeling I locatie complex Kasteel Heel - Klooster St. Anna
19
referentiebeelden parkgebied
20
Kaders voor herontwikkeling I locatie complex Kasteel Heel - Klooster St. Anna
3
Parkblok Aan de zuidzijde van het park is ruimte voor een derde gebouw, het Parkblok. Het Parkblok staat los van de Kasteel- en Kloosterhof maar maakt integraal deel uit van de parkzone. Het blok dient een alzijdig karakter te krijgen. Qua vorm, schaal, maat en detailering dient het blok ondergeschikt te blijven aan de twee hoven.
Binnen de vorm is een binnenplaats of wintertuin mogelijk in het blok. De entree van het gebouw en de parkeerkelder dienen aan de zuidzijde te komen, aansluitend op de hoofdroute. Het gebouw krijgt een eigentijdse uitstraling. De architectuur hoeft niet aan te sluiten op een van de twee hoven, het is een zelfstandig gebouw.
Het Parkblok wordt zover mogelijk in de hoek van de straat en laan gepositioneerd. Er dient voldoende afstand te zijn van de trottoir (zuidzijde) en de bomenrij (oostzijde, kronen en wortelstelsel). De wanden dienen de oriëntatie van de aangrenzende wegen en paden te volgen. De noord- en westwand van het Parkblok vormen de belangrijkste wanden door de relatie met de Kasteel- en Kloosterhof en de parkomgeving. Deze parkwand dient zodanig gepositioneerd worden dat de parkzone ruimtelijk wordt afgebakend en er voldoende afstand blijft tot het ensemble van de Kasteel- en Kloosterhof. Daarbij dient ook rekening gehouden te worden met eventueel herstel van grondvormen rondom de Kasteelhof. De uiteindelijke positie van de parkwand wordt mede bepaald door het programma en de vertaling naar de plattegronden van het Parkblok. De definitieve begrenzing is onderdeel van de ontwerpopgave. Op bladzijde 24 en de daaruit afgeleide kaartbeelden is het wenselijke beeld getoond, op de hiernaast afgebeelde kaart zijn de ruimere mogelijkheden aangeduid.
Kaders voor herontwikkeling I locatie complex Kasteel Heel - Klooster St. Anna
21
referentiebeelden parkgebied
22
Kaders voor herontwikkeling I locatie complex Kasteel Heel - Klooster St. Anna
3
Parkgebied Het parkgebied dient robuust genoeg te zijn zodat de twee hoven duidelijk loskomen van de straten en andere bebouwing in de omgeving. Het parkgebied bestaat uit een grasvlakte met solitaire bomen en boomgroepen. De randen worden versterkt met laanstructuren (bestaand en nieuw). De bestaande bomen dienen zoveel mogelijk gehandhaafd te worden, zeker monumentale en beeldbepalende bomen en de boomsoorten van de 1e orde (eik, beuk, kastanje, etc.). Er dient een opschoning van onderbegroeiing plaats te vinden en van boomsoorten die niet-gebiedseigen zijn of niet passen in de landschappelijke stijl (o.a. coniferen).
Voor de paden rondom / naar de gebouwen, en langs de wegen zijn verhardingen toegestaan (comfort, routing markeren), de keuze voor de verharding dient aan te sluiten op de aangrenzende hof of straat. Voor de overige paden in het parkgebied wordt een halfverharding voorgesteld. Er dient een minimale toepassing van verharding te zijn, een mogelijke uitzondering is de ruimte tussen de twee hoven, mits het een hoogwaardige ruimte wordt. Bankjes, speelplekken (uitgezonderd de fysieke ruimte van een riant speelveld), verlichting en kunst dient spaarzaam toegepast te worden in het parkgebied, deze dienen juist aan de hoven gekoppeld te worden.
Binnen het grasvlak is er ruimte voor een kort-gemaaid-speelveld en meer natuurlijk beheerde delen met bermgrassen en bloemen. Er is ook ruimte voor het toepassen van verwilderde bloembollen. Borders en / of lage struiken zijn niet wenselijk.
Kaders voor herontwikkeling I locatie complex Kasteel Heel - Klooster St. Anna
23
24
Kaders voor herontwikkeling I locatie complex Kasteel Heel - Klooster St. Anna
3
B Ensemble Kasteel- en Kloosterhof Het concept voor de Kasteel- en Kloosterhof is er op gericht de twee verschillende werelden en bijhorende woonsferen tegenover elkaar te zetten. De verschillen worden benadrukt in de beschrijving van de twee hoven. In het deel over het ensemble wordt de nadruk gelegd op de punten die de twee hoven een ensemble laten zijn. Footprint Voor de footprint worden de historische contouren gevolgd. Voor de Kasteelhof wordt de contour van de footprint uit de 19e eeuw gevolgd, voor de Kloosterhof de recentelijke footprint. Hierdoor ontstaat er een lichte knik tussen de hoven aan de noordzijde. Omdat er gekozen wordt om de twee hoven zelfstandig te positioneren ontstaat er een tussenruimte tussen de hoven. Hierdoor krijgt de nieuwe Kloosterhof één open zijde. Bouwmassa Voor de beide hoven wordt een maximale bouwhoogte van maximaal vier programmatische lagen op een parkeerkelder voorgestaan. Voor de bovenste laag geldt dat deze in beperkte mate meedoet in het gevelbeeld door de toepassing van een kap of hoogwaardige setback. Deze bouwlagen staan op een (half)verdiepte parkeervoorziening.
De buitencontour van de Kloosterhof wordt bepaald door de rooilijn van de kapel. De wanden van het blok dienen op eenduidige wijze het rechthoekige blok te markeren. Het afwijken van de rooilijn van de kapel is toegestaan voor de contour van de binnenhof, hierdoor zijn afwijkende bouwdiepten ten aanzien van de kapel (ca. 14,0 m) mogelijk. Bij een grotere bouwdiepte dient er extra aandacht te zijn voor de aansluiting met de kapel en de schaal en maat van het diepere bouwvlak (o.a. bij kopgevel, dakopbouw). Voor de Kasteelhof zijn er meer vrijheden. De bouwdiepte is mede afhankelijk van het programma. Het is van belang dat de hof een eenduidige wand krijgt aan de buitenzijde. Naar de binnenzijde zijn meer vrijheden toegestaan, een rijkere variatie is juist wenselijk. De binnenhof De binnenhoven zijn duidelijk ‘beschermde’ sferen die contrasteren met de ruime en groene parksetting rondom de twee hoven. De twee binnenhoven zijn omsloten buitenruimten, ze gaan een dialoog aan met het gebouw (entrees, buitenruimtes, overgangszone) en zijn deels verhard. Het groen heeft ten opzichte van het park rondom de hoven een gecultiveerd karakter.
Kaders voor herontwikkeling I locatie complex Kasteel Heel - Klooster St. Anna
25
Doorsnede Kloosterhof is gebaseerd op het maximaal bouwvolume: - vier bouwlagen, waarvan bovenste als kap of setback; - bouwdiepte 16,0 m; - parkeerkelder; - rondgang aan open zijde binnenplaats.
26
Kaders voor herontwikkeling I locatie complex Kasteel Heel - Klooster St. Anna
3
Parkeren Onder de nieuwe gebouwen dient een gebouwde parkeervoorziening te komen. De omvang en de inpassing van de parkeervoorziening wordt mede bepaald door het bouwprogramma (zie onderbouwing indicatieve parkeerbehoefte 36-37). Voor zowel de Kloosterhof als de Kasteelhof geldt dat nagestreefd dient te worden de gebouwde parkeervoorziening zoveel mogelijk onder de nieuwe gebouwen te situeren. Gezien de omvang van het programma valt niet uit te sluiten dat delen van de binnenhoven onderkelderd worden. Dit dient tot een minimum beperkt te worden en er dient voldoende afstand gehouden te worden van de bestaande monumentale panden en de bomen bij de kapel. De afmetingen en beukmaten van de gebouwde parkeervoorzieningen hebben een eigen logica en werken door in de bovengrondse massa’s. Wanneer deze leiden tot tegenstrijdigheden met andere criteria is een afwijking toegestaan, mits goed onderbouwd en ze geen afbreuk doet aan het principe van de twee hoven. Bij gebouwde parkeervoorzieningen in een plint dient er voor gewaakt te worden dat er geen negatieve invloed ontstaat op de aangrenzende publieke ruimte, specifiek de binnenhoven. Een belangrijke ontwerpopgave is deze overgang.
Overgang binnenhof - park Op de plekken waar de twee hoven open zijn dient een overgang ontworpen te worden. De ingezette middellen dienen aan te sluiten op de karakteristiek van de hoven. Om die overgang te markeren kunnen verschillende middelen ingezet worden, zoals: - een hekwerk, (lage) (keer) muur of combinatie; - een ondergeschikte, kleinschalige en lichte constructie (paviljoen, bijgebouw). Tussenzone hoven De open zijde van de Kloosterhof is gericht op de Kasteelhof. Aan deze zijde van de Kasteelhof bevind zich ook een open zijde. Tussen beide hoven ontstaat een dialoog. De tussenzone tussen de hoven krijgt hierdoor een extra betekenis. Het is een bijzondere plek in het park en verdient daarom extra aandacht in het ontwerp van zowel de gebouwen als het park. Op dit punt dient een goede afstemming plaats te vinden tussen de vormgevers van de hoven en de landschapsarchitect die het park ontwerpt. Binnen het park is dit een zone waar meer verharding aanwezig is omdat er routes samenkomen en er daardoor een aanleiding is voor ontmoeting en / of parkfuncties. De inrichting mag niet concurreren met de twee hoven, maar dient deze aan te vullen.
Kaders voor herontwikkeling I locatie complex Kasteel Heel - Klooster St. Anna
27
B
A
A
B
Maximaal bouwvolume
Maximaal bouwvolume
Mogelijke variaties in bouwvolume:
Mogelijke variaties in bouwvolume: B
A
B A
A
B
A
B
B
B
B B
28
Kaders voor herontwikkeling I locatie complex Kasteel Heel - Klooster St. Anna
3
C Kasteelhof Footprint De stedenbouwkundige footprint van de Kasteelhof sluit aan op de geschiedenis van het kasteel Heel. De hoofdbouwmassa volgt in grote lijnen de voormalige contouren van de 18e eeuw. In een ensemble met het voormalige woongebouw van het kasteel Heel en de oudste vleugel van het klooster (ca. 1900), begrenst de nieuwe massa de binnenplaats op dezelfde wijze als toen. De footprint bestond uit twee volumes, het woonhuis (nog aanwezig) en de muur / bijgebouwen aan de noordzijde. De twee volumes omsluiten de binnenplaats, tussen beide volumes zijn openingen. Het geheel is omgeven door een gracht, de poort zat aan de noordzijde. Kasteeltypologie Een kasteel heeft een duidelijke begrenzing naar de buitenzijde (ommuring en slotgracht). In de muur bevindt zich de toegangspoort, de entree tot de binnenplaats. De gebouwen zijn gegroepeerd rond deze binnenplaats en komen hier op uit. De binnenplaats is een dynamische plek en een ruimte voor activiteiten en ontmoeting. De gebouwen kenmerken zich door een grote verscheidenheid aan volumes en massa’s (morfologie), bouwstijlen, materialen en details.
Hoofdgebouw en bijgebouwen Het bestaande hoofdgebouw (monumentaal woongebouw kasteel Heel) met zijn directe bijgebouwen staan centraal in de compositie en staan los van de dienstgebouwen. Ze vormen een expressief geheel met veel oog voor een rijkdom in materiaal en detail. De entree ligt aan de binnenplaats, terwijl de belangrijkste hoofdoriëntatie van het gebouw naar buiten (parkzone) is. Het noordelijke bouwblok (de ‘dienstgebouwen’) kent een variatie in morfologie, maar is in compositie en expressie duidelijk onderschikt aan het woongebouw. Het blok vormt ook het poortgebouw voor de binnenplaats. Morfologie Van de buitenkant dient de Kasteelhof robuust (muur) te zijn, er dienen heldere en sterke wanden van bebouwing te komen. Alleen op de hoeken is ruimte voor afwijkingen in de wand in de vorm van ‘torens’ (bij voorkeur eigentijdse interpretatie). Aan de binnenkant dient de bebouwing een meer gedifferentieerde verschijningsvorm in de morfologie te krijgen (verspringing in volumes, grote buitenruimten). Een aaneenschakeling van kleine en grote gebouwen. De gebouwen kunnen ook de binnenplaats op komen zodat de binnenplaats een aaneenschakeling van meerdere grote en kleine ruimtes wordt. De gebouwen bestaan uit maximaal vier programmatische lagen op een parkeerkelder. De bovenste van deze lagen bestaat uit een kapvorm of een setback van een hoogwaardige kwaliteit (zie schema).
Kaders voor herontwikkeling I locatie complex Kasteel Heel - Klooster St. Anna
29
referentiebeelden buitenruimte Kasteelhof
30
Kaders voor herontwikkeling I locatie complex Kasteel Heel - Klooster St. Anna
3
Gevelopbouw De gevels aan de buitenzijde van de Kasteelhof dienen een gesloten karakter te krijgen. De plasticiteit van de gevel dient voor zichzelf te spreken zonder toevoegingen van allerlei elementen aan of in de gevel. Wanneer er elementen worden toegevoegd, bijvoorbeeld balkons, dan dienen deze licht van aard te zijn. De gevel dient een hoge mate van robuustheid uit te stralen. De gevels aan de binnenzijde van de Kasteelhof dienen een open karakter te krijgen met veel ruimte voor toevoegingen aan het gebouw, de entrees, de buitenruimtes en een individuele expressie per deel. Hier is een grote verscheidenheid juist gewenst Materiaal en detail Er is, met name aan de binnenzijde, een grote variatie aan materialen mogelijk. Wel dient het kleurenpalet beperkt te blijven in tinten van wit en grijs, en natuurlijke kleuren (hout, zink) De detaillering mag rijk en expressief zijn, maar dient ondergeschikt te blijven aan het monumentale pand. Toegangspoort De toegangspoort tot de Kasteelhof wordt gesitueerd op de locatie van de historische kasteelpoort. Het fronton met familiewapen van de oorspronkelijke kasteelpoort dient teruggeplaatst te worden boven de toegangspoort tot de Kasteelhof.
Slotgracht De slotgracht herstellen is niet aan de orde, wel is er de mogelijkheid om te spelen met hoogteverschillen in het landschap en een halfverdiepte parkeerkelder waardoor de Kasteelhof van buiten robuust oogt en los komt van het park. Deze droge gracht dient te passen in de landschappelijke stijl van het parkgebied en er dient rekening gehouden te worden met beworteling van bestaande bomen. Binnenhof De binnenhof is het voorplein van waaruit alle gebouwen ontsloten worden. De Kasteelhof staat voor dynamiek en uitwisseling van sociale contacten, deze activiteiten dienen gefaciliteerd te worden. De binnenhof dient een luxe uitstraling te krijgen door het toepassen van gebakken materialen, het toepassen van zorgvuldig uitgekozen inrichtingselementen (banken, verlichting) en het creëren van diverse plekjes (zithoek, bloementuin). Naast het gemeenschappelijke deel van de buitenruimte is er ook ruimte voor private buitenruimten. Bij het toepassen van private buitenruimte dient er aandacht te zijn voor de overgang privé-openbaar. Deze dient integraal bij de architectuur ontworpen te worden.
Kaders voor herontwikkeling I locatie complex Kasteel Heel - Klooster St. Anna
31
B
A
A
B
Maximaal bouwvolume
Maximaal bouwvolume
Mogelijke variaties in bouwvolume:
Mogelijke variaties in bouwvolume: B B
A
A
A
A
A
A
B
A
A
B B
B
B B
32
Kaders voor herontwikkeling I locatie complex Kasteel Heel - Klooster St. Anna
3
D Kloosterhof Footprint De stedenbouwkundige footprint van de Kloosterhof volgt de lijnen van de voormalige contouren van het vroeg 20e-eeuwse klooster. Echter de omvang van de Kloosterhof is beperkt tot de westelijke binnenplaats met aan drie zijden omliggende bebouwing. De oostzijde van de binnenhof wordt niet als meerlaags bebouwing uitgevoerd, afbakening van de ruimte kan door een trappartij (in geval halfverdiepte parkeerkelder, een hekwerk of een eenlaags bebouwing (typologie van de rondgang). Dat laatste geniet de voorkeur.
Complex De kleinste unit van het klooster (de cel) wordt gerepeteerd langs de rondgangen. Deze repetitie is afleesbaar in de gevels. Naast de cellen zijn er nog de gemeenschappelijke ruimten, deze hebben een grote omvang en kennen een hogere mate van expressie. Ze hebben een bijzondere plek in de ordening van het complex. Het voormalige kapelgebouw en de nieuwbouw dienen de binnenplaats te begrenzen. Het driezijdig toepassen van hoge bebouwing vormt de ruimte van de binnenhof.
Kloostertypologie Een klooster heeft een ontworpen, complexmatig karakter en wordt gekenmerkt door een strenge ordening (entrees, rondgangen, binnenplaatsen, richtingen, assen). Door de schaal en maat heeft het gebouw een kloeke verschijning in zijn omgeving. Typerend aan de verschijningsvorm is de sterke eenheid in vormgeving en de baksteenarchitectuur in warme tinten. De binnenhof is een oase van rust en nodigt uit tot contemplatie en bezinning.
Morfologie De bebouwing dient uit een eenvoudig volume te bestaan. De hoogte is maximaal vier lagen, waarvan de bovenste laag als kap of een setback van een hoogwaardige kwaliteit wordt uitgevoerd (zie schema). De kap dient overwegend een langskap te zijn, op enkele punten is een accent middels een dwarskap mogelijk. Het realiseren van een waarneembare kap en een goed programma in de kaplaag zal enige inventiviteit vergen, maar is wel essentieel voor de opgave. Ter plekke van de (hoofd)entrees zijn morfologische toevoegingen in het volume mogelijk.
Kaders voor herontwikkeling I locatie complex Kasteel Heel - Klooster St. Anna
33
referentiebeelden buitenruimte Kloosterhof
34
Kaders voor herontwikkeling I locatie complex Kasteel Heel - Klooster St. Anna
3
Gevelopbouw De invulling van de gevels is over het algemeen sober, maar wel zorgvuldige baksteenarchitectuur. Elementen aan de gevel worden spaarzaam toegevoegd, indien ze toegepast worden dan repeterend en sober. De entrees bevinden zich aan de buitenzijde van het blok. Een andere mogelijkheid is een collectieve entree aan de buitenzijde van waar af de binnenplaats bereikt wordt. Materiaal en detail De hoofdkeuze voor het materiaal is metselwerk en een pannendak. Andere materialen dienen spaarzaam toegepast te worden. Het materiaal dient naturel en materiaalzuiver te zijn. De aardkleurige tinten dienen de overhand te krijgen zodat er een warme sfeer ontstaat. De detaillering dient sober te zijn en zich te herhalen in de kleinste eenheid van de cel. Er dient extra aandacht te komen voor metselwerkdetails rond gevelopeningen, de entree en de dakrand.
Kloosterhof De Kloosterhof is een semi-private ruimte: de ruimte is duidelijker onderdeel van het gebouwencomplex, maar als buitenstaander ben je welkom. De ruimte dient dan ook duidelijk afgebakend te worden, met name aan de open zijde van het blok. De ruimte dient uit te nodigen tot contemplatie en dient dan ook eenvoudig en sober ingericht te worden. Het decor van de kapel en de solitaire bomen vormen een sterke kwaliteit. Het is een collectieve ruimte voor het hele blok. Met het toepassen van private buitenruimten moet spaarzaam worden omgegaan en dit dient te passen binnen het inrichtingsconcept van de gehele hof. De entrees van de gebouwen liggen aan de buitenzijde. Voor de kapel geldt, indien gewenst, een uitzondering, omdat deze aansluit op de gewenste sfeer. De kleuren en materialen dienen aan te sluiten op de sobere maar natuurlijke vormgeving van het gebouw. Voor de verhardingen dienen gebakken materialen toegepast te worden om de gewenste sfeer extra kracht bij te zetten. De toe te passen inrichtingselementen (banken, bloembakken, verlichting) dienen een eenvoudige en sobere uitstraling te hebben, bij voorkeur in houttinten.
Kaders voor herontwikkeling I locatie complex Kasteel Heel - Klooster St. Anna
35
additionele informatie PARKeren
Aanpassing footprint Het bouwblok voor het complex zoals voorgesteld door BRO gaat uit van een grootschalig complex op de footprint van het voormalige klooster St. Anna (strenge ordening) en het woonhuis van het kasteel Heel als een entiteit (ensemble, draaiing ten opzichte van de rest van complex). Het zuidelijke gebouw in het park volgt de richting van de bestaande wegen en is mede bepaald door het parkeren in het park. De visie van Buro5 op het kasteel Heel en het klooster St. Anna heeft geleid tot aanpassingen in de footprint van BRO. In onze visie op het complex van de Kasteel- en Kloosterhof wordt nadrukkelijker ingespeeld op de ontwikkelingsgeschiedenis van de locatie en het uitnutten van deze kansen naar een toekomstige identiteit.
De wijzigingen betreffen: A aanpassing van de zone tussen de Kasteelhof en de Kloosterhof zodat de hoven beide een sterkere eigen identiteit krijgen; B de draaiing van de noordelijke wand van de Kasteelhof met enkele graden vergelijkbaar als in de historische situatie, daarbij wordt de wand minder massaal; C de twee overgangen tussen het monumentale deel en het noordelijke blok in de Kasteelhof vergelijkbaar met de historische situatie, daardoor ontstaat er meer contact tussen de binnenplaats en omliggende landschap; D het nieuwe bouwblok aan zuidzijde die ruimtelijk mede zorgdraagt voor de afbakening van het parkgebied; E geen parkeren in het centrale parkgebied. Het parkeren wordt opgelost onder de gebouwen en aan de rand van het park.
B A C C E D
36
Kaders voor herontwikkeling I locatie complex Kasteel Heel - Klooster St. Anna
De visie van de Kasteel- en Kloosterhof resulteert in een potentieel bouwvolume. Hierbinnen is ruimte voor het bouwprogramma (oppervlakte, functie). Echter er is nog geen bouwprogramma bekend, daarmee is ook niet bekend hoeveel parkeren er nodig is voor de locatie. Binnen de visie (hoogwaardige parkomgeving) is er een zeer beperkte ruimte voor parkeren in het parkgebied (maximaal enkele tientallen). In deze paragraaf wordt op basis van het potentieel bouwvolume gezocht naar de programmatische mogelijkheden in relatie tot de mogelijkheid om het parkeren zorgvuldig op te kunnen lossen binnen de uitgangspunten van het concept. De gebruikte parkeernormeringen zijn algemeen geldende normen uit de ASVV. De genoemde volumes zijn indicatief en zijn alleen bedoeld om een gevoel te krijgen bij de toekomstige parkeeropgave zodat in een vroegtijdig stadium gestuurd kan worden op kwalitatieve parkeeroplossingen. Woonprogramma Voor een goedkoop appartement (woonoppervlakte < 90 m2) zijn ca. 1,4-1,7 parkeerplaatsen nodig. Voor duurdere appartementen geldt een hogere parkeernormering, maar de woonoppervlakten zijn naar verhouding nog hoger. Indien er serviceflats komen (bewoners hebben zelf geen auto, woonoppervlakte ca. 50-60 m2) wordt een normering van 0,6 parkeerplaats per woning aangehouden.
Toevoeging kantoor- en / of zorgprogramma Indien gekozen wordt voor een ‘kantoor zonder baliefunctie’ dan zijn 1,7 tot 2,5 parkeerplaatsen nodig per 100 m2 bvo. Voor zorgfuncties geldt een normering van 3,0 tot 4,0 parkeerplaatsen per 100 m2 bvo. De hogere normering ten opzichte van het parkeren kan opgevangen door het toepassen van dubbelgebruik, de piekbelastingen liggen verspreid. Echter dit is alleen mogelijk als de functie ondergeschikt is aan het wonen. Toevoeging sociaal culturele voorzieningen Bij sociaal culturele voorzieningen geldt een normering van 2,0 tot 4,0 parkeerplaatsen per 100 m2 bvo. Echter door de gelijktijdige piekbelasting is geen dubbelgebruik mogelijk. Bij het toevoegen van horeca / restaurant gelden aanzienlijk hogere parkeernormen (6,0-14,00) en een gelijktijdige piekbelasting. Voor beide functies dienen additionele parkeerplaatsen gevonden te worden. Inzicht in parkeerprogramma Ervan uitgaande dat het programma overwegend wonen is, wordt wonen als maatgevend programma gezien. Van de goedkope woningen is het bouwvolume maatgevend bij het bepalen van een indicatieve parkeerbehoefte. Indien er voor een beperkt deel een kantoor- of zorgfunctie wordt gerealiseerd is dat mogelijk. Een appartement van 90 m2 woonoppervlakte is ca. 110 m2 bvo. Per 100 m2 bvo zijn 1,26 - 1,53 parkeerplaatsen nodig. Voor de berekening wordt dit afgerond op ca.
1,5 parkeerplaatsen per 100 m2 bvo. Voor alle bouwvolumes wordt uitgegaan van dit aantal, behalve de kapel omdat deze zo specifiek is.
Indicatieve parkeerbehoefte De indicatie parkeerbehoefte wordt bepaald op basis van de in de visie gebruikte maximale bouwvolumes (lengte van het blok x bouwdiepte van 16 m). Indicatieve parkeerbehoefte Kasteelhof: - kasteel: hoofdgebouw* 2,5 x 550 m2 aanbouwen* 1,8 x 340 m2 nieuwbouw* 2 x 160 m2 totaal bvo 2300 m2 parkeerbehoefte ca. 35 pp - nieuw: per bouwlaag* 2200 m2 bouwlagen* 3,5 totaal bvo 7700 m2 parkeerbehoefte ca. 115 pp Indicatieve parkeerbehoefte Kloosterhof: 850 m2 - kapel - nieuwbouw: per bouwlaag* 1800 m2 bouwlagen* 3,5 totaal bvo 6300 m2 parkeerbehoefte ca. 95 pp Indicatieve parkeerbehoefte Parkblok; - woonblok per bouwlaag* 1200 m2 bouwlagen* 3 totaal bvo 3600 m2 parkeerbehoefte ca. 54 pp *
alle gebruikte bouwdieptes, oppervlakte van gebouwen, aantal bouwlagen zijn indicatief en globaal, hieraan kunnen geen rechten ontleend worden.
Resumé parkeren In totaal zijn er ca. 300 parkeerplaatsen nodig op basis van deze inschatting. Indien de hieronder afgebeelde tekening zijn voor de Kloosterhof (95 pp), Kasteelhof (115 pp) en Parkblok (54 pp) de benodigde onderkelderde vlakken aangeduid (uitgangspunt: 1 laag, 30 m2 per parkeerplaats). Conclusie: bij een maximaal woonprogramma is een volledige onderkeldering noodzakelijk.
95 pp
115 pp 35 pp
? pp
54 pp De uiteindelijke parkeerbehoefte hangt af van het definitieve bouwprogramma en de gemeentelijke parkeernormering. Voor bewoners (1 parkeerplaats per woning) en werknemers is parkeren in een parkeerkelder wenselijk, voor bezoekers niet. Bezoekers dienen in de nabijheid van de entrees te kunnen parkeren.
Kaders voor herontwikkeling I locatie complex Kasteel Heel - Klooster St. Anna
37
Vertaling naar architectonische kaders Overgang gebouw - landschap De aansluiting van de stedenbouwkundige bouwmassa op het landschap is sterk bepalend voor de hiërarchie en de verhouding van de open- en semi- open ruimten en voor de mogelijkheid om water op de locatie terug te brengen. Het complex als een ensemble van bouwvolumes uit verschillende bouwfasen dient als zodanig herkenbaar te blijven in het landschap. Hoogte accenten dienen ervoor te zorgen dat het bouwvolume een speelse skyline en speels silhouet in de verticale richting krijgt. De nieuwe bouwmassa’s dienen goed gebruik te maken van de hoogteverschillen van het terrein en rekening te houden met het karakter van de bestaande bomen.
38
Verhouding massa - open Het karakter van de binnenplaatsen wordt bepaald door de verhouding tussen de hoogte van de bebouwing en breedte van de open ruimte. De inrichting daarvan beïnvloed de wijze waarop openbaar en privé gebruikt wordt en daarmee de sociale banden tussen gebruikers. De ervaring van stedelijke ruimten wordt bepaald door de verhouding tussen de breedte van de ruimte en de hoogte van de omringende bebouwing. Ideale pleinruimtes hebben een breedte-hoogte verhouding tussen de 1:3 en 1:6.
Kaders voor herontwikkeling I locatie complex Kasteel Heel - Klooster St. Anna
Ervaring van de plek In het stedenbouwkundige ontwerp is de ruimtelijke ervaring afhankelijk van een serie van onthullingen waar de gebruiker door geprikkeld wordt. Hierdoor ontstaat een ruimtelijk ritme dat bepalend is voor de manier waarop mensen de plek ervaren. De architectuur in dit ensemble moet deze gedachtegang verder concretiseren. Als de dialoog tussen architectuur en stedenbouw goed en smakelijk gevoerd wordt, dan versterken ze elkaar. Dit is bepalend voor het bereiken van het beoogde resultaat.
Architectuurstijl De architectuur van de bestaande bebouwing straalt status uit door de gebruikte architectuurstijlen. In het complex zijn verschillende delen aanwezig, elk met een eigen architectuurstijl. Hierdoor heeft ieder deel van het gebouw ieder met zijn eigenzinnigheid. Delen van kasteel Heel zijn in neoclassistische stijl, de kapel is neoromaans, beide stijlen borduren voort op de klassieke bouwkunst. Hierdoor stralen ze status uit. De overige gebouwen zijn gebouwd in meer traditionele stijl en hebben invloed ondergaan van de kloostergebouwen zoals die o.a. in Tegelen op het eind van de 19e eeuw werden gebouwd als gevolg van de Kulturkampf in Duitsland.
Morfologie bebouwing Tegelijkertijd moet de architectuur een waardevolle toevoeging zijn in de sequentie van de ontwikkelingen van de patronen van de locatie. De architectuur van het ensemble met de nieuwe bebouwing moet maat, vorm en kleur krijgen vanuit de compositie uit de relatie tussen de bouwdelen en het landschap. De functie van de bouwblokken is de begrenzing van de opeenvolgende open ruimten waaraan zowel verschillende (woon)functies als architectonische thema’s worden opgehangen. De architect moet zich laten inspireren door de natuur/ tuinen en door de mens zelf.
Afleesbaarheid programma Het programma moet via de gevelvlakken in aanraking komen met het landschap. In dit aanrakingsvlak tussen programma en landschap zijn er beelden nodig die een ruimte op een mooie manier begrenzen, en samen een harmonisch geheel vormen. De mate waarin de expressie van dit beeld in de architectuur zich manifesteert wordt medebepaald door het karakter van de bestaande gebouwen en het karakter van het landschap (van openruimte/groen naar binnenplaatsen). Materialen De materialisatie van de gevels moet duurzaam worden uitgevoerd, ook in de zin dat ze mooi verouderen.
De nieuwe bebouwing moet zijn eigentijdse status kunnen uitstralen met respect voor de identiteit van het verleden. Bouwblokken kunnen daardoor rondom verschillende architectonische uitwerkingen krijgen, omdat het openbare en privé landschap verschillende eisen aan de bebouwing stellen.
Kaders voor herontwikkeling I locatie complex Kasteel Heel - Klooster St. Anna
39
ALGEMENE TOETSINGSCRITERIA -
-
-
-
-
-
40
De bouwblokken nemen de karakteristiek over van de architectonische principes. De gevels versterken de stedenbouwkundige opzet en het ruimtelijke systeem door te reageren op de architectonische principes van ritme en verhouding tussen gesloten en open vlakken. De routing naar de gebouwen dient logisch aan te sluiten op het ontsluitingsprincipe van de gebouwen (verschillend per gebouw). De entrees dienen duidelijk herkenbaar aanwezig te zijn en bij te dragen aan de hiërarchie van de gevelopbouw. De functies aan de gevels dragen bij aan de levendigheid van de aangrenzende straten en binnenplaatsen. Blinde gevels op maaiveldniveau zijn niet toegestaan. De hoogteovergang en de schaalsprong tussen bouwdelen en/of bouwblokken vragen extra aandacht. De relatie tussen de bestaande en de nieuwe gebouwen moet respect hebben voor de morfologische verhouding die bepaald is in de architectonische principes. De bakstenen gevels dienen een contrast te tonen tussen de expressie van dichte vlakken en open gaten. Toepassing van andere duurzame materialen is mogelijk als verfijning van de gevelopbouw en gelaagdheid.
Kloosterhof
Kaders voor herontwikkeling I locatie complex Kasteel Heel - Klooster St. Anna
Kasteelhof
Parkblok
4
Toetsingscriteria bebouwing ARCHITECTONISCHE THEMA’S Voor de bebouwing worden een aantal architectonische thema’s gedefinieerd die zorg moeten dragen voor de herkenbaarheid van de afzonderlijke gebouwen. De architectonische thema’s zijn onderverdeeld in vier clusters met een verdere opsplitsing in thema’s. Cluster morfologie A1 de positie van het gebouw in het landschap A2 de ordening van het ensemble (planmatig, compositie, hiërarchie) A3 schaal en maat van het ensemble en afzonderlijke gebouwen A4 de hoofdaccenten in het ensemble A5 de entree voor het ensemble A6 de hoogte en diepte van de bebouwing A7 de wandvorming (naar buitenzijde) A8 de vorm van de binnenhof (wandvorming, omvang ruimte) A9 het dakenlandschap (kapvorm, richtingen, toevoegingen) A10 de gebouwde parkeervoorziening
Cluster gevelopbouw B1 de toevoegingen van ondergeschikte volumes aan de gevel (torentjes / rondgang / erkers) B2 de situering van de entrees voor de afzonderlijke gebouwen B3 de gevelordening (ritmiek / compositie) B4 de gevelopbouw (horizontaal / verticaal) en openingen in gevel B5 de vorm en postie van de buitenruimten Cluster materiaal en detail C1 de hoofdkeuze van het materiaal C2 andere toepasbare materialen (ondergeschikt) C3 het kleurgebruik C4 de wijze van detaillering (uitbundig / sober) C5 aandachtspunten voor detaillering Cluster binnenhof D1 het inrichtingsprincipe D2 de overgang van woning naar binnenhof D3 de materialisering van de ‘vloer’ D4 overgang naar parkgebied D5 de toe te passen inrichtingselementen D6 de toepassing van planten, struiken en bomen
Kaders voor herontwikkeling I locatie complex Kasteel Heel - Klooster St. Anna
41
42
Kaders voor herontwikkeling I locatie complex Kasteel Heel - Klooster St. Anna
4
A Kasteelhof Cluster morfologie A1 zelfstandige positie en relatie met Kloosterhof, robuust karakter zoals vesting (gesloten) met doorkijken naar buiten A2 compositie van hoofd- en bijgebouwen rondom het centrale woonhuis, hiërarchie tussen gebouwen A3 aaneenschakeling van diverse maten en vormen, geheel blijft een beperkte schaal behouden ondanks zijn maat A4 het kasteel Heel, in het bijzonder de toren, vormt het hoofdaccent, andere belangrijke accenten zijn de twee ‘torens’ op de hoeken van het nieuwe gebouw en de poort A5 de Kasteelhof wordt benaderd door de hoofdpoort, subentrees zijn de twee doorsteken tussen de volumes, boven de hoofdpoort dient het oude fronton met familiewapen terug geplaatst te worden.
A6 maximaal vier bouwlagen hoog, diepte nieuwbouw afstemmen op parkeerkelder A7 robuuste en eenduidige wand, geen ondergeschikte volumes A8 variatie in wandvorming door aaneenschakeling volumes en buitenruimten A9 keuze voor een rijk gevarieerd dakenlandschap (geen platte daken), afwisseling van dwars- en langskappen, mogelijkheid tot bijzondere kapvormen (torens, rond) of hoogwaardige setback A10 onderkeldering nieuwbouw (maximaal 1 bouwlaag ondergronds, concentreren onder bebouwing), bij voorkeur in beperkte mate onder binnenhof Cluster gevelopbouw B1 duidelijk onderscheid tussen buiten- en binnenzijde van de Kasteelhof: buitenzijde een rustig en helder beeld handhaven (principe van de muur), aan de binnenzijde veel ruimte voor zelfstandige toevoegingen om gebouwen / gebouwonderdelen te benadrukken, expressief B2 aan de binnenhof gesitueerd, collectief of individueel toepasbaar
B3 per hoofd- en bijgebouw een eigen compositie, gevarieerd gevelbeeld is wenselijk B4 verticaliteit in gevel, aan buitenzijde principe van gaten in gevel (gesloten), aan binnenzijde open gevels B5 aan de buitenzijde de buitenruimten als lichte constructies aan de gevel hangen (‘balkons’), aan de binnenzijde meer variatie in buitenruimten mogelijk (dakterras, loggia, tuin op begane grond) Cluster materiaal en detail C1 eenduidige keuze voor metselwerk (geveldelen in rooilijn) en pannendak (hellende daken), indien een setback wordt toegepast dan dient deze in de materialisatie af te wijken van het gevel (lichter van materiaal en meer open), voor de Kasteelhof onderscheid in robuuste / massieve buitenzijde en lichte / open binnenzijde C2 diversiteit materialen (baksteen, stucwerk, natuursteen, zink) toegestaan om bouwdelen te benadrukken C3 naturel en materiaalzuiver kleurgebruik, tinten van wit en grijs, houtwerk C4 rijke en expressieve detaillering, mits ondergeschikt blijft aan monumentaal kasteel Heel C5 extra aandacht voor plint (overgang park, overgang met parkeeroplossing), buitenruimten en gevelbeëindiging Cluster binnenhof D1 dynamische ruimte, variatie in de inrichting, hiërarchie afstemmen op kasteel Heel, entreegebied voor de afzonderlijke eenheden in cluster D2 vele variaties mogelijk, privéruimtes (voorstoep, tuintje) toegestaan D3 muur, keermuur, hekwerk of
combinatie hiervan, voor toegankelijkheid poortje of trap toepassen D3 gebakken materiaal, halfverhardingen, D4 luxe uitstraling, gebruik natuursteen (trappen, zitelementen), grondspots D5 gras, bloeiende bloemen en struiken, solitaire bomen
Kaders voor herontwikkeling I locatie complex Kasteel Heel - Klooster St. Anna
43
44
Kaders voor herontwikkeling I locatie complex Kasteel Heel - Klooster St. Anna
4
B Kloosterhof Cluster morfologie A1 zelfstandige positie en relatie met Kasteelhof, sterke hoofdvorm door eenduidige morfologie A2 sterk geordend gebouw, carré met mogelijkheid tot rondgang door gebouw, orthogonaal A3 repetitie van kleinschalige units tot een grootschalig gebouw, kapel onderdeel hoofdvorm A4 de bestaande kapel is het hoofdaccent, indien er een centrale hoofdentree komt dan als hoofdaccent uitvoeren A5 entrees aan de buitenzijde van blok, mogelijkheid voor een collectieve entree naar hoofdplein en vanaf daar ontsluiting, benadrukken entree van de kapel A6 maximaal vier bouwlagen, waarvan bovenste laag als kaplaag, bouwdiepte bij voorkeur vergelijkbaar met de kapel, indien dieper dan gemotiveerd onderbouwen en architectonisch zorgvuldig oplossen A7 sterke eenduidige wand met sterke hoeken, op hoeken kapvorm herkenbaar in wand, geen verspringing in rooilijn aan buitenkant A8 heldere orthogonale vorm met een heldere wand, binnenhof heeft grootschalig karakter A9 eenduidige kapvorm bestaande uit langskap met op hoeken en entree mogelijkheid tot verbijzondering, hoogwaardige setback is ook mogelijk, platte daken niet toegestaan A10 onderkeldering nieuwbouw (maximaal 1 bouwlaag ondergronds, concentreren onder bebouwing), bij voorkeur in beperkte mate onder binnenhof, deel bij kapel niet onderkelderen in verband met bomen Cluster gevelopbouw B1 spaarzaam toevoegen van
elementen aan de gevel, indien toegepast dan als onderdeel repetitie en sobere detaillering B2 meerdere opgangen mogelijk, bij voorkeur afzonderlijk organiseren rondom het gebouw (buitenzijde)
B3 duidelijke ritmiek in de opbouw van de gevels op basis van de ‘kleinste unit’ (plattegrond) B4 verticaliteit in gevel, principe van gaten in gevel B5 buitenruimten oplossen in het volume (loggia, franse balkon, in dakvlak), buitenruimte mogen klein stuk uit gevel komen zolang dit niet ten koste gaat van volume Cluster materiaal en detail C1 eenduidige keuze voor metselwerk (geveldelen in rooilijn) en pannendak (hellende daken), indien een setback wordt toegepast dan dient deze in de materialisatie af te wijken van het gevel (lichter van materiaal en meer open) C2 zeer spaarzaam toepassen andere materialen C2 naturel en materiaalzuiver kleurgebruik, toepassen van aardkleurige tinten C4 sobere detaillering, repetitie details C5 aandacht voor metselwerkdetails rond gevelopening, entree en dakrand Cluster binnenhof D1 rust, reinheid, ritmiek en heldere, overzichtelijke hoofdopzet om oase van rust te creëren D2 in het volume oplossen (portiek, loggia) of een kleine delftse stoep (max. 1 m) D3 overwegend gebakken klinkers, aandacht voor formaat en patronen D4 bij voorkeur als een rondgang, anders als trap of combinatie van muur en hekwerk, trap en / of poort om binnenhof te kunnen betreden D5 eenvoudig en sober, verlichting bij voorkeur door aanlichten, enkele robuuste zitelementen D6 gras en hagen, bestaande bomen bij kapel
Kaders voor herontwikkeling I locatie complex Kasteel Heel - Klooster St. Anna
45
46
Kaders voor herontwikkeling I locatie complex Kasteel Heel - Klooster St. Anna
4
C Parkblok Cluster morfologie A1 zelfstandig gebouw aan de rand van het parklandschap, de vorm van de parkwand definieert mede de parkzone ten zuiden van de Kasteel- en Kloosterhof, het Parkblok is ondergeschikt aan de twee hoven A2 alzijdige heldere bouwvorm, bebouwing rond binnenruimte A3 in schaal en maat aansluiten op woonomgeving terrein, duidelijk afwijkend van de twee hoven A4 geen hoofdaccent A5 hoofdentree aan de parkzijde A6 maximaal drie lagen hoog, de bouwdiepte wordt bepaald door de vorm (gesloten blok of u-vormig blok), de omvang (mede bepaald door rooilijn aan parkzone) en binnenruimte in blok A7 alzijdige wandvorming, gericht op paden en wegen aan zuid- en oostzijde, aan de noord- en westzijde sterke oriëntatie en wandvorming op parkzone, de definitieve positie van de parkwand is onderdeel van de ontwerpopgave A8 kleine binnenruimte, eventueel te overdekken, te gebruiken als (winter)tuin A9 platte dakopbouw, mogelijkheid van bescheiden kapvorm om vorm te benadrukken A10 gebouw in zijn geheel onderkelderen ten behoeve van parkeren
Cluster gevelopbouw B1 vrij, mits hoofdvolume helder blijft en niet concurrerend wordt aan de twee hoven B2 markering entree door vormgeving in gevelvlak B3 vrij B4 horizontaliteit in gevel, vrije keuze voor gevelopbouw B5 de vorm en postie van de buitenruimten Cluster materiaal en detail C1 donkere baksteen als hoofdmateriaal C2 accenten in glas / staal, stucwerk, hout C3 naturel en materiaalzuiver kleurgebruik C4 sobere detaillering C5 aandacht voor entree en plint (overgang park)
Kaders voor herontwikkeling I locatie complex Kasteel Heel - Klooster St. Anna
47
Bijlage 2 Voorlopig inrichtingsplan
Voorlopig Ontwerp, inrichtingsplan fase 2 en 3
Chateau Heel
Voorlopig Ontwerp, inrichtingsplan fase 2 en 3
Chateau Heel
Inhoud
Inleiding Aanleiding 4 Doel 4 Leeswijzer 4 Masterplan Principes 6
Parkeren Parkerenplaatsen 18 Alternatief parkeren 20 Reliëf Hoogte en talud 22 22 Keerwanden en trappen
Rondgang en tuin Verharding en groen
50
Hospice Entree 58 Tuin en terras 58 Materiaalcatalogus 62
VOORLOPIG ONTWERP Programma Programma kapel 10 Programma hospice 10 Aangrenzende ontwikkelingen 10 Buiten de plangrenzen Plankaart Ruimte voor groen en water 12 Wegen en paden Gebiedsontsluiting 14 Logistiek 16 Hulpdiensten 16
4
Afwatering Hemelwater daken 24 Wadi 24 Verlichting 30 Park 32 Paden en zitplek 34 Overgang 38 Nieuwe bomen en kap 40 Kapelhof Programma 44 Voorplein 46 Entree zorg en commerciële plint 48
CHATEAU HEEL - FASE 2 & 3
Beplantingsortiment 64
Colofon
Inleiding
Aanleiding Nabij de oevers van de Maas ligt het voormalige Chateau Heel en Sint Annaklooster. De ontwikkelaar Klooster BV werkt aan een herbestemming van het karakteristieke witte kasteel, de historische kapel en het omliggende terrein binnen de gemeente Maasgouw. Het plangebied maakt onderdeel uit van een zorgterrein met verschillende woongroepen. Het bieden van zorg was ook de laatste functie van het kasteel en klooster. Afgelopen decennia zijn het Sint Annaklooster en Chateau Heel echter in verval geraakt. Delen van het gebouw zijn afgelopen jaren gesloopt. Met de herontwikkeling van het terrein zullen de kapel en het kasteel weer een zorgfunctie krijgen. De historische gebouwen worden geïntegreerd met nieuwbouw. Hierdoor ontstaan twee carrévormige gebouwen. Samen verwijzen deze volumes naar de plattegrond van het oorspronkelijke kloostercomplex. Aanvullend wordt aan de zuidzijde van het terrein een hospice gebouwd.
Binnen het plangebied is straks plek voor 44 zorgstudio’s, 41 apartementen, commerciële ruimten en een gezondheidscentrum. De ontwikkeling van het plangebied is in vier fasen verdeeld: het Chateau (1), de kapel (2) en een hospice (3) en de Kasteel- en Kastanjelaan (4). Doel De herbestemming van Chateau Heel en de kapel van het Sint Annaklooster vragen samen met de bouw van de hospice om aanpassingen in de buitenruimte. Het terrein wordt opnieuw ingericht aan te sluiten bij de nieuwe functies. In het ontwerp staat een fijne en veilige woon- en leefomgeving centraal met ruimte voor natuur en water. Daarbij is de historie van de plek niet uit het oog verloren. Het voorlopig ontwerp betreft een maatvaste verdere uitwerking van het Masterplan Chateau Heel (2021). In dit document wordt het voorlopig ontwerp voor fase 2 en 3 toegelicht. Voor fase 1 is eerder een voorlopig ontwerp met ondersteunende rapportage opgesteld.
VOORLOPIG ONTWERP PLUS
Leeswijzer Het Voorlopig Ontwerp betreft een nadere uitwerking van het Masterplan. In het eerste hoofdstuk worden kort de principes voor het Masterplan toegelicht. Deze ontwerpprincipes vormen ook voor het Voorlopig Ontwerp de basis. Dit ontwerp wordt vervolgens aan de hand van verschillende thema’s uitgesplitst en toegelicht. Op de laatste pagina’s wordt een overzicht geboden van alle toe te passen materialen en beplanting.
5
park als verbinder, drie verschillende hoven
Masterplan Voor het voormalige klooster en kasteelterrein in Heel is Masterplan opgesteld. Dit Masterplan heeft de basis gevormd voor het Voorlopig Ontwerp. Daarbij zijn de volgende vier principes opgenomen: Park als verbinder Het plangebied vormt een belangrijke groene ruimte binnen haar context. Deze groene ruimte geeft zowel de bebouwing langs de randen als binnen het plangebied allure en zorgt voor verbinding tussen de drie verschillende gebouwen en hoven. Het behoud van het groene, parkachtige karakter en het aanwezige reliëf blijft dan ook uitgangspunt. Verder ligt het terrein op een strategische plek voor een ommetje langs de Sleybeek, het Polderveld en over het terrein van Park Piahoeve. Door het realiseren van een route over het terrein speelt de locatie op meerdere vlakken de rol van verbinder. Lanen aanzetten De twee kenmerkende en historische lanen langs het terrein worden aangevuld en vernieuwd voor behoud van het karakteristieke karakter.