CConstaterende datMaasgouw
Koppel je AI →
Document · PDF

BIjlage Investeringsagenda Midden-Limburg 'Het verbindend hart van Limburg'

01. Raadsvergadering 19 april 2022, gemeente MaasgouwBij agendapunt: Voorstel tot Investeringsagenda Midden-Limburg "Verbindend hart van Limburg'13.047 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Op de middellange termijn zijn verdergaande investeringen nodig om de volle potentie van de sector recreatie en toerisme in Midden-Limburg te benutten. Midden door Limburg; Routes, erfgoed en pleisterplaatsen Het aanbod van natuur(routes), erfgoed en pleisterplaatsen is versnipperd, onvoldoende samenhangend en onvoldoende bekend bij het publiek. Met onze inzet wordt het beste aanbod en beleving gerealiseerd door de nieuw ontwikkelde routes (Hiking Trail Liberation Route, Limburg Trail en routes tussen erfgoedlocaties) en het vergroten van de bekendheid van onze routes, erfgoed, pleisterplaatsen en de ‘big five’ (Grenspark Kempen-Broek, Rivierpark Maasvallei, Nationaal Park De Meinweg, Nationaal Park de Groote Peel, Het Leudal). Concreet wordt gedacht aan het digitaal toegankelijk en daarmee beleefbaar maken van fantastische monumentale interieurs zoals eerder met de Archeoroute Limburg voor archeologie is gedaan. Big Five Onze vijf grote natuurgebieden (the big five) zijn een unique selling point en kunnen onze regionale leisure economie een boost geven. Midden-Limburg staat straks bekend als bijzondere natuurdestinatie die meer mensen aantrekt die langer blijven en meer uitgeven.

Onze inzet draagt daaraan bij doordat de ambities van ondernemers in kaart zijn gebracht; een uniform concept voor de big five is ontwikkeld en toegangspoorten en natuurexpedities zijn ontwikkeld die meer bezoekers aantrekken.

23

Water, Fun en Winkelen Wij willen de hoogwaterveiligheid van de regio vergroten en het aanliggende Maasplassen recreatief door ontwikkelen. De verlaging van de dam van het lateraal kanaal levert een bijdrage aan de hoogwaterveiligheid en verbetert de regionale fietsinfrastructuur. Daarbij kunnen initiatiefnemers voldoen aan de compensatieplicht op grond van de Waterwet, waardoor er meer ruimte is voor (toeristische en recreatieve) ontwikkelingen in het gebied. Roermond heeft de unieke geografische combinatie van een historische binnenstad, een Outlet center en een waterrecreatiegebied. Het beter verbinden van deze elementen zorgt ervoor dat het gebied in totaliteit versterkt en de bezoekerswaarde van Midden-Limburg vergroot. Vitale verblijfsrecreatie Het huidige aanbod verblijfsrecreatie sluit in veel gevallen niet meer aan op de markt omdat veel voorzieningen zijn verouderd of worden gebruik voor andere doeleinden. Om in de toekomst voldoende toeristen naar de regio te trekken, is een vitalisering van de verblijfreactie nodig. Met onze inzet is het aanbod bijzondere verblijfsrecreatie vergroot; hebben ondernemers gebruik gemaakt van het hulpprogramma en de kansenscan om hun voorziening renderend en toekomstbestendig te maken/houden. Destinatiemarketing Internationaal concurreren meer bestemmingen dan ooit om aandacht van toeristen die steeds meer informatie online vinden.

Met een gerichte destinatiemarketing trekken wij meer toeristen die langer blijven, meer uitgeven en vaker terugkomen. Door onze inzet wordt er een informatiebalie geopend bij de Designer Outlet Center (DOR); mensen in de vrijetijdssector getraind in gastheerschap en regionale kennis; wordt de regio nationaal gepromoot via het programma Welkom op het water.

24

5.

Een programma met impact

Midden-Limburg is een uniek gebied met sterke en innovatieve economische sectoren en een bijzondere natuur die duurzaam en innovatief wil groeien. We zetten daarom in op zowel economische als ecologische verbeteringen in de regio. Alleen op die manier houden we als regio een duurzaam toekomstperspectief. Landschap, natuur, woon- en leefklimaat zijn even belangrijk als economische groei, een aantrekkelijk vestigingsklimaat en de juiste omgeving voor talent om te groeien, te innoveren en de ondernemen. Deze gebalanceerde inzet brengt een positieve spiraal op gang: economisch en maatschappelijk zal de inzet erg lonen, omdat we ons richten op de sectoren waar we het meeste resultaat van verwachten, namelijk de sectoren: agrifood, (duurzame) maakindustrie en toerisme en recreatie. Zo wordt een vliegwiel op gang gebracht voor de gehele economie. Door daarnaast in te zetten op arbeidsmarktmaatregelen in deze sectoren zorgen we dat de arbeidsvraag opgevangen kan worden met arbeidskrachten uit de regio. En dat niet alleen, door gerichte investeringen in scholing kan de economie meer dan trendmatig groeien: de arbeidsproductiviteit stijgt doordat de opleiding van werknemers goed aansluit bij het werk dat ze doen en hen goed heeft voorbereid op innovaties in hun sector.

Verdere stijging van toegevoegde waarde per werknemer wordt gerealiseerd doordat cross-overs tussen sectoren worden gerealiseerd (bijvoorbeeld tussen maakindustrie en agribusiness), doordat het contact tussen kennisinstellingen en ondernemers structureel wordt versterkt en doordat innovaties beter vermarkt worden. Door tevens te investeren in de natuur en het landschap zorgen we voor een goed woon- en leefklimaat, dat meer werknemers en bewoners trekt. Zo blijft de regio zijn belangrijke woon-, recreatie- en verbindingsfunctie vervullen. Daarbij komt dat het Rijk regionale investeringsprogramma’s (zoals bijvoorbeeld de regiodeals) beoordeelt op basis van o.a. de impact op de brede welvaart. Daarnaast stellen wij voor om ook de impact van het programma op de economische structuurversterking te monitoren. IMPACT BREDE WELVAART Deze inspanningen laten zich goed meten met de zogenaamde ‘brede welvaartsindex’ van het CBS. Deze index is speciaal ontwikkeld om de weerbaarheid en vitaliteit van regio’s te kunnen monitoren. Onder brede welvaart wordt verstaan: de kwaliteit van leven in het hier en nu en de mate waarin deze al dan niet ten koste gaat van die van latere generaties en/of van die van mensen elders in de wereld. De brede welvaart kent 8 thema’s.

Elk thema gebruikt vervolgens specifieke indicatoren waarmee een beeld geschetst kan worden van de ontwikkelingen binnen het desbetreffende thema. De thema’s zijn welzijn; materiële welvaart; gezondheid; arbeid en vrije tijd; wonen; samenleving; veiligheid en milieu.

25

De brede welvaartsindex van het CBS is nog niet op detailniveau en voor alle indicatoren per regio beschikbaar. Waar mogelijk gebruiken wij de brede welvaartsindex om de leefbaarheid en welvaart in Midden-Limburg te meten. Denkbaar is om, vergelijkbaar met de Metropoolregio Eindhoven, aanvullend onderzoek te doen om tot een scherp beeld te komen van de huidige brede welvaart. De regio Midden-Limburg heeft zich de volgende doelen gesteld: •

•

•

We werken aan een duurzaam en klimaatbestendig Midden-Limburg door zoveel mogelijk in te zetten op duurzame energie, een duurzame sector agrifood en door natuur en recreatie en bedrijvigheid in balans te brengen. We werken aan een toekomstbestendige economie door onze ondernemers te ondersteunen in de transitie naar circulariteit, door ondernemerschap aan te jagen, innovatie te faciliteren en bij te dragen aan de verduurzaming van de economie (denk aan maakindustrie, logistiek en andere sectoren). We werken aan een gezonde en aantrekkelijke woon- en leefomgeving door aan de slag te gaan met de mobiliteits- en bereikbaarheidsvraagstukken in onze regio, door de schouders onder onze woningbouwopgave te zetten en door een strategie te ontwikkelen voor het behoud van voorzieningen in de vitale kernen.

Om de verwachte tekorten op de arbeidsmarkt op te vangen, zetten we in op het aantrekken en opleiden van voldoende gekwalificeerde arbeidskrachten om aan de toenemende vraag naar arbeid te kunnen voldoen. De prognose is dat de potentiële beroepsbevolking tot 2030 zover afneemt (met 15.500 mensen t.o.v. 2016), dat zelfs aan de vervangingsvraag (ca. 17.000 fte, ook met inzet op robotisering, automatisering en digitalisering) niet kan worden voldaan.

26

Onze ambitie is om in 2032 de volgende streefwaarden te bereiken (indicatief): Indicator

Waarde 2019

Streefwaarde 2032

Bron

Economisch vitale regio BRP per inwoner Aantal banen (december)

78% (t.o.v. NL) 106.900 (2019)

88% 106.900

CBS CBS

Mediaan besteedbaar inkomen Aantal vestigingen (bedrijven) Aantal octrooiaanvragen

26.000 (2018) 21.010 135

30.000 22.000 185

CBS Brede welvaart CBS RVO

3,4% (2018) 67,5% 30,2%

3% 70% 35%

CBS CBS Brede welvaart CBS Brede welvaart CBS

9% 45% 17% 29%

7% (-2) 43% (-2) 20% (+3) 30% (+1)

24,1% 30,9%

30% 35%

74,3% 4/5

78% 4/5

CBS Brede welvaart CBS Brede welvaart

87,2% gemeente

90% +25%

CBS Brede welvaart Klimaatmonitor

gemeente gemeente

-35% -35%

Klimaatmonitor Klimaatmonitor

In ontwikkeling

ntb

OBI

90,3% (2018) 87,7% (2018) 44,6% 1,7% (provincie) 48/1000 (provincie)

94% 90% 50% 1,2% 40%

CBS Brede welvaart CBS CBS Brede welvaart CBS Brede welvaart CBS Brede welvaart

(vervangingsvraag 17.000)

Talentontwikkeling en innovatie Werkloosheid Netto arbeidsparticipatie Hoogopgeleide bevolking Beroepsniveau Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Niveau 4 Aandeel leerlingen MBO MBO-BBL Techniek Woon- en leefomgeving Tevredenheid met vrije tijd Kwaliteit in zwemwater binnenwateren Tevredenheid met leven Bekende hernieuwbare energie (incl. brandstof) Energieverbruik CO2-emissies t.g.v. gas- en elektriciteitsverbruik Open Bodem Index Kwaliteit in de basis (vitale kernen) Tevredenheid met woning Tevredenheid met woonomgeving Vrijwilligerswerk Vaak onveilig voelen in de wijk Slachtofferschap van misdaad

Onderwijs in de regio in cijfers (regioscanner)

27

IMPACT ECONOMISCHE STRUCTUURVERSTERKING Onderdeel van ons programma is ook de bijdrage aan de economische structuurversterking. Naast de brede welvaart gaat ons programma bijdragen aan de economische structuurversterking. Tijdens het samenstellen van het pakket hebben we gemonitord of de investeringen en projecten een echte meerwaarde zullen hebben en zijn ideeën aangescherpt, opgeschaald en bijgewerkt om onze ambitie in 2032 te realiseren. Het pakket aan maatregelen dat samen de investeringsagenda vormt, levert een trendbreuk op waarmee de economische structuur van onze regio wordt versterkt en de leefbaarheid toeneemt, waardoor de brede welvaart wordt ondersteund. In 2018 verdiende onze regio € 7,480 miljard aan BRP. Ons doel is om dit te laten groeien om het BRP per inwoner dichter bij het Nederlands gemiddelde te laten stijgen. Deels zal de economie zich autonoom ontwikkelen, maar extra sprongkracht wordt gerealiseerd door met de genoemde projecten een vliegwiel op gang te brengen. Dit vliegwiel brengen we op gang met een eenmalig investeringspakket van € 109 miljoen met een direct structureel effect van rond de € 200 miljoen vanaf 2032 geraamd op benchmarks. Op basis van evaluaties van vergelijkbare programma’s in andere (Nederlandse) regio’s kunnen wij het verwachte effect ramen. Dit directe effect komt als volgt tot stand.

De maatregelen in het uitvoeringsprogramma zullen vooral een bijdrage kunnen leveren aan het versterken van de ketendichtheid, de regiomarketing en meer mobiliteit op de arbeidsmarkt: hogere participatie, meer zij-instroom en wendbaar vakmanschap. Zo zouden de investeringen op het gebied van arbeidsmarkt, economie en innovatie kunnen bijdragen aan een invulling van het tekort van 17.000 fte in de regio, bijvoorbeeld door extra werknemers aan te trekken, om-, her- of bij te scholen aan te bieden of mensen op te leiden. Elke werknemer die in de regio aan de slag kan gaan, levert een directe bijdrage aan het BRP op. Ook ondernemers mentorprogramma’s zoals beoogt voor de circulaire economie of de ondersteuning op het gebied van ondernemerschap, kan een directe bijdrage aan het BRP opleveren, zo geven benchmarks van vergelijkbare initiatieven en programma’s aan. De circa € 200 miljoen structurele directe impact die met dit programma bereikt moeten worden, jaagt vervolgens de economische ontwikkeling verder aan: goed voorbeeld doet goed volgen. Toename van innovatiekracht zorgt voor meer economische bedrijvigheid. De effecten van de maatregelen komen hierdoor boven op de trendmatige groei en jagen deze aan.

De investeringen in het kader van de businesscases verhogen het structurele verdienvermogen: waar ondernemers gefaciliteerd worden nieuwe bedrijvigheid te ontwikkelen, betekent dit jaarlijkse inkomsten. Aangetrokken werknemers gaan niet eenmalig aan de slag, maar verdienen elk jaar en dragen daarmee structureel bij aan de economie. Hierdoor komt een vliegwiel op gang dat boven op de trendmatige groei komt. Nadat het vliegwiel op gang is gebracht, wordt het verder aangejaagd doordat met open innovatie, kennis wordt verspreid, goede voorbeelden worden gedeeld en daardoor steeds meer ondernemers aan kunnen haken en de innovatieve kennis verder in de regio en daarbuiten wordt geëxporteerd.

28

6.

Samen investeren

De investeringsagenda vraagt een diepte-investering van partijen. De totale investeringsbehoefte bedraagt voor het hier voorgestelde programma ca € 107 mln. voor de periode t/m 2032. Het programma bestaat uit een langdurige, gezamenlijke inzet van alle triple / multiple helix partijen en meerdere overheidslagen. Afhankelijk van gerealiseerde resultaten, verkenningen en maatregelen kan ervan uit worden gegaan dat investeringen nodig zullen zijn om de gezamenlijke ambitie te bereiken. Het gaat hierbij met name om innovatieve businesscases die nog ontwikkeld moeten worden: zo kunnen er uit het werk van de innovatietrajecten (circulaire economie) en de verkenningen (verduurzaming bedrijventerreinen, recreatie en toerisme) ontwikkelingen voortkomen die op dit moment nog niet kunnen worden voorzien. Het gaat dan bijvoorbeeld om de inzet van nieuwe technologieën, om de realisatie van grote infrastructuur (fietspaden, stations, duurzame energie, wandelroutes) of om werken aan de natuur voor milieubeschermende, recreatieve of doeleinden op het gebied van hoogwaterveiligheid. Om dit soort investeringen mogelijk te maken wordt rekening gehouden met seed money (startkapitaal) dat in de loop van het programma nodig zal worden.

De kosten voor de infrastructuur in het kader van de uitvoering van de Regionale Energiestrategie (bc 2) en voor de aanleg van fietsroutes (bc 22) kunnen worden geraamd; deze lopen op tot een bedrag van ca € 30 mln. In de onderstaande tabel is een eerste raming opgenomen van de beoogde businesscases en welke kosten aan welke maatregelen gekoppeld zijn. Om de impact te bereiken zoals in het vorige hoofdstuk geschetst, is in totaal een investering nodig van ca € 107 miljoen voor een periode van 10 jaar. Het verwachte effect van structureel rond de € 200 mln. (gebaseerd op ervaringen in andere regio’s) stijgt er echter ver bovenuit. De huidige investeringsraming betreft een termijn van 10 jaar. Dit is een termijn die het investerende vermogen van de huidige partijen uiteraard deels te boven gaat. Tegelijk laten we hiermee ook zien dat de regio ambitie heeft en kwalificeert de regio zich ook voor lange termijn deals met het rijk en de provincie (bijvoorbeeld regiodeal). Daarvoor is het van belang om ook als regio zelf te investeren. In de huidige raming komen de gemeentelijke middelen ongeveer neer op een bedrag van 25% van de totale investeringssom. Tegelijk zal de investeringsagenda in fasen worden uitgevoerd. Veelal is een eerste termijn van 3 à 4 jaar (dus van 2022 – 2025) gebruikelijk, waarna geëvalueerd zal worden.

Het is van belang om te bepalen welke (bestaande en nieuwe) middelen partijen hiervoor kunnen vrijmaken om een eerste betekenisvolle stap in de investeringsagenda te zetten. Om een start te maken, ligt het voor de hand dat de businesscases waar op dit moment al (deels) in wordt geïnvesteerd (zie schuin gedrukt in onderstaande tabel) tot dit pakket behoren. Zo zijn er voor de projecten rondom human capital en de regionale arbeidsmarkt middelen in het kader van de aanpak post-corona binnengehaald (ca. € 3,7 mln.), is vanuit Noord-Limburg € 1,5 mln. gereserveerd voor het programma agrifood, draagt het Rijk bij aan het uitvoeringsprogramma klimaatadaptatie (€ 7,4

29

mln.), is er een subsidie voor de tijdelijke ondersteuning het projectplan nationale Parken (Meinweg) ter hoogte van ca. € 1 mln. en is er geld gereserveerd voor de aanleg van een deel van de (door-)fietsroutes (ca. € 16,5 mln.). De uitvoering in de beginfase van het programma zal daarmee vooral opgepakt kunnen worden vanuit bestaande maatregelen en inspanningen waarvoor het budget grotendeels al gereserveerd is. Het voordeel van deze aanpak ligt in de verbinding van de bestaande initiatieven en programma’s om als regio te werken aan de gezamenlijke ambitie. Wel hebben alle betrokken partijen nu de taak om deze eerste fase gezamenlijk vorm te geven. Zo kan er worden gestart met businesscases waarvoor de benodigde middelen al gedekt zijn. Deze activiteiten moeten een springplank worden om projecten op te pakken waar gezamenlijk door alle overheidslagen en de betrokken partners in geïnvesteerd wordt. Dit vraagt tevens om een goede lobby en een begeleidend communicatietraject. Voorgesteld wordt om met een extra investering ter hoogte van € 210.000 à € 280.000 de eerste fase van de investeringsagenda op te starten en vooral te investeren in de betere samenwerking en afstemming, in een duidelijke propositie (lobby), in communicatie en de verdere concretisering van de plannen.

De financiering van dit programma wordt gedragen door nationale, regionale en provinciale overheden, onderwijspartijen en het bedrijfsleven. Het gaat hierbij voor een groot deel om nog te realiseren middelen en daarmee ook om een indicatieve verdeling van de geraamde investeringen over de partijen en de projecten. Wij gaan ervan uit dat op het vlak van versnelling woningbouw, arbeidsmarkt, klimaatadaptatie en circulaire economie, verduurzaming landbouw en duurzame mobiliteit de prioriteiten van dit investeringsprogramma naadloos aansluiten bij de provinciale ambities en de te verwachten ambities van het aanstaande Kabinet. Daar waar van toepassing zijn in de businesscases (zie bijlage 1) investeringen voor de komende 3 jaar onderscheiden van de lange termijn. De businesscases zijn voor een groot deel gebaseerd op bestaand lokaal en regionaal beleid, rondom onderwerpen waarbij de gemeenten in de lead zijn maar ook taken die door maatschappelijke partners worden gedragen. Van het totale programma van € 107 mln. zijn anno 2021 ca € 39 mln. gefinancierd: kosten waarvan de dekking al is toegezegd. Dit betekent echter ook dat er door een verhoging van het ambitieniveau, het ontwikkelen van nieuwe initiatieven of het uitbreiden en verlengen van bestaande maatregelen een aanvullende investeringsopgave van meer dan € 60 mln. resteert.

Deze opgave moet worden ingevuld ten behoeve van het totaalprogramma en zal moeten worden verdeeld tussen alle overheidslagen naast een bijdrage vanuit de triple helix partijen.

30

NB: In geel: businesscases waar middelen al (deels) zijn gereserveerd, bijvoorbeeld op gemeentelijk, provinciaal of rijksniveau.

31

7.

Een slagvaardige uitvoering

De investeringsagenda is de gezamenlijke verantwoordelijkheid van onderwijs, ondernemers, middenveld en overheid. Daarom zetten deze partijen (3O’s) zich gezamenlijk in voor het voorgestelde programma. Belangrijk uitgangspunt is dat de organisatie zo slim en efficiënt mogelijk wordt ingericht: bestaande initiatieven, organisaties en samenwerkingsverbanden bundelen hun krachten maar behouden hun eigen identiteit. Waar werk met werk gemaakt kan worden, levert de samenwerking synergie-effecten en een efficiëntieslag op. Er wordt een slimme netwerkorganisatie gevormd die vooral gebruik maakt van bestaande overlegstructuren en zo min mogelijk extra bestuurlijke drukte. De uitvoering van het programma vindt plaats op drie niveaus: strategisch, tactisch en operationeel. Op elk niveau werken de vertegenwoordigers van de drie O’s samen. Elk vanuit zijn eigen verantwoordelijkheid: sturing vindt plaats op de strategische koers, de programmering en de cross-overs. De vertegenwoordigers zijn aan zet om hun achterbannen te informeren, te enthousiasmeren en om draagvlak te verwerven. Deze structuur zal worden vormgegeven vanuit de huidige afstemming rondom de taskforce post-corona Midden-Limburg.

De organisatie van de taskforce heeft zich bewezen als slagvaardig en inclusief – triple helix partijen werken samen vanuit een gezamenlijk doel en zijn telkens verantwoordelijk voor aansturing en uitvoering van het programma. Voor de uitvoering van de regionale investeringsagenda wordt deze structuur benut en alleen waar nodig aangevuld met aanvullende partijen of praktische, uitvoeringsgerichte overleggen. De bestuurlijke tafel (strategisch) bestaat uit vertegenwoordigers van de triple helix: (1 bestuurlijke vertegenwoordiger per gemeente (wethouder), bestuurlijke vertegenwoordigers van de bestaande netwerkorganisaties en bestuurlijke vertegenwoordiging uit het bedrijfsleven en het onderwijs. De regietafel is verantwoordelijk voor de procesmatige voortgang, programmatische samenhang, de financiering, bestuurlijke inbedding en de strategische koers. Deze bestuurlijke tafel komt eens per kwartaal bijeen. De portefeuilleverdeling tussen de wethouders sluit zoveel mogelijk aan bij de SML-thematafels. Voor de verdere invulling van de regietafel kan worden aangesloten bij de succesvolle structuur zoals toegepast in de taskforce post-corona: vertegenwoordigers van Keyport en de Arbeidsmarktregio Midden-Limburg.

Voor de dagelijkse bestuurlijke aansturing, wordt een kleine bestuurstafel geformeerd met de (plv) voorzitter bestuurlijke regietafel, de aan te stellen programmamanager en een coördinerend gemeentesecretaris. De coördinerend gemeentesecretaris faciliteert het programma als het gaat om advies over de koers, mensen, middelen en ICT. Dit dagelijks bestuur zal in het begin van het proces maandelijks overleggen. Op operationeel niveau zijn de programmatrekkers aan zet. Elk speerpunt zal een trekkende/sturende partij kennen die verantwoordelijk is om een vitale uitvoeringscoalitie om

32

zich heen te verzamelen. De netwerkpartners of de samenwerkende gemeenten zullen van een groot deel van de speerpunten deze trekker zijn, denk hierbij ook aan bestaande rollen zoals Keyport als trekker van het traject circulaire economie, de arbeidsmarktregio als manager van projecten zoals LLO of Ons WCL als trekker van de projecten binnen recreatie en toerisme. Zij jagen ontwikkelingen aan en zorgen er zo voor dat de uitvoering slagvaardig en efficiënt van de grond komt. De daadwerkelijke uitvoering vindt plaats onder leiding van de trekkers per project/businesscase en is dus belegd bij bestaande functies. Een programmateam is het verbindend element tussen uitvoering en aansturing. Het programmateam bewaakt de voortgang, stelt rapportages op en coördineert de monitoring. In het programmateam komen de trekkers van de speerpunten bij elkaar. Het programmateam wordt ondersteund door een secretaris en een programmamanager. De programmamanager plus secretaris organiseren de overleggen en coördineren de samenhang tussen de speerpunten. Zij zijn tevens verantwoordelijk voor de verslaglegging, de monitoring en de bestuurlijke terugkoppeling. De kosten voor de secretaris en programmamanager moeten in eerste instantie door de betrokken partners worden gedragen en zijn voor een beperkte periode meegenomen in de te realiseren middelen voor de opstartfase (zie hoofdstuk 5).

33

8.

Monitoring

Monitoring van de uitvoering en de impact van de projecten op de regionale economie (c.q. de brede welvaartsindicatoren) vindt plaats langs de programmalijnen en bekleedt drie verschillende niveaus: projecten, coproductie en effecten. Het voorstel om de uitvoering van de investeringsagenda te monitoren is als volgt: •

Periodiek houden de trekkers van de projecten de voortgang bij met een digitaal voortgangsformulier. Zo kan de uitvoeringsorganisatie een stoplichtschema invullen dat direct laat zien welke projecten volgens planning verlopen, waar achterstand is en welke onderdelen afgerond zijn en worden de resultaten in perspectief gezet. Dit levert een snel overzicht op van de belangrijkste output en dwarsverbanden. De regiegroep bewaakt de voortgang van alle projecten tijdens 2 à 4 jaarlijkse bijeenkomsten.

•

De regio wil een lerende regio zijn en zal daarom tijdens de uitvoering leren van de effectiviteit van de verschillende instrumenten. De inzet op de verschillende instrumenten kan zich dus door de tijd ontwikkelen, afhankelijk van de ervaren doeltreffendheid.

•

Jaarlijks wordt tijdens vergaderingen van de regiegroep over de procesmatige voortgang gesproken. Een vast agendapunt ‘coproductie’ zorgt ervoor dat de betrokken partijen hun manier van samenwerken regelmatig gezamenlijk evalueren en de voortgang van de businesscases in het afgelopen jaar bespreken. Hierdoor wordt het proces aan de organisatie en de inhoud gekoppeld.

•

Twee jaar na het begin van de uitvoering (2024) wordt er bovendien een enquête gehouden onder de trekkers van de maatregelen over de manier van samenwerken. De resultaten hiervan vullen de discussie in de regiegroep (zie hierboven) aan. Deze enquête wordt om het jaar herhaald.

•

Twee jaar na het begin van de uitvoering (2024) vindt tevens een tussenmeting plaats van de voortgang op het gebied van beoogde effecten. Dit geeft snel en overzichtelijk inzicht in de effecten die de businesscases op de regionale economie en leefbaarheid hebben (gehad). Deze tussenmeting wordt om het jaar geactualiseerd.

•

Na de helft van de uitvoeringsperiode (in 2027) vindt de voortgangsevaluatie plaats van de beoogde effecten. Dit omvat, in dashboardvorm, de resultaten in perspectief, maatschappelijke impact en een analyse van de coproductie (op basis van interviews, focusgroepen, enquête).

Naast het monitoren van de uitvoering van de strategische investeringsagenda wordt een ruimtelijke monitor ontwikkeld die bij moet dragen aan het behoud van de ruimtelijke kwaliteit.

34

Doel van deze ruimtelijke monitor is om de kwaliteit, de eigenheid van het landschap en de fysieke leefomgeving in Midden-Limburg te beschermen door inzichtelijk te maken waar welke ontwikkelingen plaatsvinden en waar ruimte is voor initiatieven. Tegelijkertijd vindt er regionale afstemming plaats over deze ruimtelijke ontwikkelingen en projecten met een ruimtelijke impact. Jaarlijkse rapportage van ruimtelijke ontwikkeling •

Projecten en plannen die in de regio spelen of worden ingediend worden vertaald naar kaartbeelden. Op basis van een ‘nulmeting’ wordt een eerste analyse gemaakt van het huidige ruimtegebruik in Midden-Limburg, met daarbij aandacht voor bedrijvigheid, rust en ruimte, groene verbindingen, verstedelijking, kansrijke gebieden voor duurzame energieopwekking, agrarisch gebruik incl. eventuele leegstand (of dreigende leegstand), infrastructuur.

•

Het kaartmateriaal wordt door een ambtelijke regiekamer met vertegenwoordigers van alle gemeenten en de provincie gezamenlijk besproken. Tijdens dit jaarlijkse overleg worden plannen ingebracht en vindt uitwisseling plaats over geplande projecten zoals windparken, woningbouw, transformaties enz.

•

In eerste instantie is de jaarlijkse rapportage een overzichtstool om grip te krijgen op de ruimtelijke inpassing van ontwikkelingen die in de afzonderlijke gemeenten plaatsvinden. Uiteindelijk is de ambitie om op basis van de monitoring toe te werken naar een regionaal afwegingskader voor initiatieven die een ruimtelijke neerslag moeten krijgen in de regio.

35

Bijlage A Programmaposter

36

Bijlage B Concept toepassing monitor brede welvaart

37

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Maasgouw&id=3f037ae0-1e99-46f1-92d0-2f6b7fbc8009