BIJLAGE 3 Toelichting bestemmingsplan
Tekst van het document
5.4
Milieuzonering Milieuzonering zorgt ervoor dat nieuwe bedrijven een passende locatie in de nabijheid van woningen krijgen en dat (andersom) nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bedrijven gesitueerd worden. Het waar mogelijk scheiden van bedrijven en woningen bij nieuwe ontwikkelingen dient twee doelen: - het reeds in het ruimtelijke spoor voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar voor woningen; - het tegelijk daarmee aan de bedrijven voldoende zekerheid bieden dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. De gemeente beslist zelf of zij op een bepaalde locatie bedrijven of woningen wil mogelijk maken. Dit besluit dient echter wel zorgvuldig te worden afgewogen en te worden verantwoord. Voor de beoogde uitbreiding van het kampeerterrein (volgens Bedrijven en milieuzonering SBI 2008: 553) geldt een richtafstand van 50 meter (voor geluid). De richtafstanden voor geur en stof bedragen respectievelijk 30 en 0 meter. Indien aan deze richtafstand ten opzichte van gevoelige objecten van derden wordt voldaan is er geen nader onderzoek noodzakelijk en kan verondersteld worden dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat bij gevoelige objecten van derden. Toetsing Binnen 50 meter zijn geen gevoelige functies gelegen welke hinder ondervinden van de uitbreiding van de camping.
Op reeds in paragraaf 5.3 genoemde geluidgezoneerde industrieterrein De Loop, ter hoogte van de camping is functieaanduiding bedrijf tot en categorie 5.1 toegekend aan de percelen en aan de loskade aan de Molenbeekweg die ook deel uitmaakt van het eerder genoemde industrieterrein, categorie 4.2. De richtafstand geluid bedraagt 500, respectievelijk 300 meter. De planlocatie ligt op circa 240 meter en daarmee binnen de richtafstand. Door de aanwezigheid van het tussen het plangebied en bedrijventerrein gelegen Julianakanaal (dit is vele meters hoog) is er sprake van een (forse) geluidswal. Hierdoor zal de beperkte toevoeging van het terrein in oostelijke richting er niet voor zorgen dat ter plaatse van de uitbreiding sprake is van een hoog geluidsniveau. Op het huidige terrein is reeds jarenlang ervaring en hier wordt geen hinder ervaren als gevolg van het bedrijventerrein. Zoals aangegeven is het terrein niet geluidsgevoelig en zorgt het terrein niet voor
28
Bestemmingsplan ‘Uitbreiding camping De Sangershoeve’ Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
M183226.003/GPO
een belemmering van bedrijven. Wet geurhinder en veehouderij In de omgeving van het plangebied zijn geen actieve veehouderijen aanwezig. Een nadere toetsing aan dit aspect geur en de Wet geurhinder en veehouderijen en de Verordening geurhinder en veehouderij gemeente Maasgouw 2008 is derhalve niet aan de orde. Het aspect milieuzonering vormt derhalve geen belemmering voor de realisatie van het project.
5.5
Luchtkwaliteit Sinds 15 november 2007 zijn de belangrijkste bepalingen inzake de luchtkwaliteit opgenomen in hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer (hierna ook: Wmb). Omdat de luchtkwaliteitseisen op zijn genomen in titel 5.2 van de Wmb, staat deze ook wel bekend als de ‘Wet luchtkwaliteit’. Met de inwerkingtreding van de Wet luchtkwaliteit is het besluit luchtkwaliteit 2005 komen te vervallen. Het doel van titel 5.2 Wm is om de mensen te beschermen tegen de negatieve gevolgen van luchtverontreiniging op hun gezondheid. In de wet- en regelgeving zijn de richtlijnen uit de Europese regelgeving opgenomen, waaraan voorgenomen ontwikkelingen dienen te voldoen. Als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen de luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid van een bestuursorgaan ex artikel 5.16 Wm: -
er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van de grenswaarde; een project leidt al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; een project draagt ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit; een project past binnen het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit) of een regionaal programma van maatregelen.
Het besluit NIBM Deze Algemene maatregel van Bestuur (AmvB) legt vast wanneer een project ‘niet in betekenende mate’ bijdraagt aan de toename van concentraties van bepaalde stoffen in de lucht. Een project is NIBM wanneer het aannemelijk is dat het een toename van de concentratie veroorzaakt van maximaal 3%. De 3% grens wordt gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel PM10 als NO2. Het NSL is vanaf augustus 2009 van kracht, zodat de 3% grens aangehouden dient te worden. In de regeling NIBM is (onder andere) aangegeven dat een plan tot 1500 woningen niet in betekenende mate bijdraagt aan de toename van de concentratie fijn stof en stikstofdioxide in de lucht. Gezien de aard van onderhavig planvoornemen kan met zekerheid worden gesteld dat dit
Bestemmingsplan ‘Uitbreiding camping De Sangershoeve’ Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
29
M183226.003/GPO
planvoornemen ook NIBM is. Het plan voorziet 26 kampeerplaatsen. Uit het invullen van de NIBM tool berekening (extreem genomen 260 vervoersbewegingen per weekdag) blijkt dat het plan NIBM is. Gelet op vorenstaande vormt het aspect luchtkwaliteit geen belemmeringen voor onderhavige planontwikkeling.
5.6
Externe veiligheid In onderhavig geval is sprake van het realiseren van een zogenaamd kwetsbaar of beperkt kwetsbaar object. Het totaal aantal kampeerplaatsen breidt uit naar 76 (incl. 10 trekkershutten) en zodoende valt de camping onder Bevi artikel 1 l (definitie kwetsbare objecten), onder d: kampeer- en andere recreatieterreinen bestemd voor het verblijf van meer dan 50 personen gedurende meerdere aaneengesloten dagen. Derhalve is er onderzocht of de planontwikkeling gelegen is binnen het invloedsgebied van een risicobron in het kader van de externe veiligheid. Beleid Het beleid in het kader van de externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico’s voor de omgeving voor wat betreft handelingen met gevaarlijke stoffen. Deze handelingen kunnen zowel betrekking hebben op het gebruik, de opslag en de productie van gevaarlijke stoffen, als op het vervoer van deze stoffen. Uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en de richtlijnen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen, vloeit de verplichting voort om in het kader van ruimtelijke plannen in te gaan op de risico’s in het plangebied als gevolg van handelingen met gevaarlijke stoffen. Deze risico’s worden beoordeeld op twee soorten risico: het groepsrisico en het plaatsgebonden risico.
Groepsrisico Het groepsrisico beschrijft de kans dat een groep van 10 of meer personen tegelijkertijd komt te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit risico geeft een indicatie van de maatschappelijke ontwrichting in geval van een ramp. Het groepsrisico wordt uitgedrukt in een grafiek. In het Bevi is een verantwoordingsplicht binnen het invloedsgebied opgelegd, i.c. het gebied binnen de zogenaamde 1%-letaliteitsgrens, zijnde de afstand vanaf een risicobedrijf waarop nog slechts 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving overlijdt bij een ongeval op het risicobedrijf. Voor elke verandering van het groepsrisico, dit kan een af- of toename zijn, in het invloedsgebied moet verantwoording worden afgelegd. Deze verantwoording ziet toe op de wijze waarop de toelaatbaarheid van de verandering van het groepsrisico in de besluitvorming is betrokken. Samen met de hoogte van het groepsrisico, worden ook andere aspecten meegewogen in de beoordeling van het groepsrisico. Hieronder vallen onder meer de zelfredzaamheid en de bestrijdbaarheid van een calamiteit. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico beschrijft de kans dat een onbeschermd individu in een jaar komt te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in risicocontouren rondom de risicobron. Voorbeelden van risicobronnen zijn bedrijven,
30
Bestemmingsplan ‘Uitbreiding camping De Sangershoeve’ Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
M183226.003/GPO
wegen en spoorlijnen. De 10-6-contour is de maatgevende grenswaarde. Dit houdt in dat er een kans van 1 op 1 miljoen is op overlijden. (Beperkt) kwetsbare objecten Er moet getoetst worden aan de richtlijnen voor vervoer van gevaarlijke stoffen, waarbij de realisatie van (beperkt) kwetsbare objecten wordt toegestaan. Voorbeelden van dergelijke objecten zijn woningen, ziekenhuizen, scholen, hotels en restaurants. Transportroutes gevaarlijke stoffen Het Besluit externe veiligheid transportroutes is van toepassing op ruimtelijke ontwikkelingen binnen het invloedsgebied van transportroutes voor gevaarlijke stoffen. Situatie plangebied Binnen het plangebied komen geen objecten voor met een verhoogd risico ten aanzien van de externe veiligheid. Volgens de risicokaart van de provincie Limburg is de dichtstbijzijnde risicovolle inrichting ‘H.M. Geurts Beheer BV’, gelegen aan de Zuiderpoort 12 te Echt, ten oosten van het plangebied. Het betreft hier een bedrijf met een LPG-vulpunt met een maximale plaatsgebonden risicocontour van 35 meter. De inrichting is gelegen op een afstand van meer dan 1250 meter van het meest oostelijke deel van het plangebied. De genoemde risicocontour reikt derhalve niet tot aan het plangebied. Wegverkeer Volgens het Bevt vindt op een afstand van circa 550 meter van het plangebied transport plaats van gevaarlijke stoffen over de A2.
De omgeving van afrit 45 is weergegeven als een wegvak met een plaatsgebonden risicocontour van 17 meter van het hart van de weg. Er wordt aangegeven dat binnen 200 meter van elke weg het groepsrisico bekeken moet worden. Het plangebied valt ver buiten deze zone. Daarnaast geldt dat in de ‘Circulaire Risiconormering Vervoer Gevaarlijke Stoffen’ wordt aangegeven dat berekeningen uitwijzen dat er slechts verwaarloosbare invloed op het groepsrisico wordt uitgeoefend op afstanden van een route groter dan 200 meter. Aangezien het plangebied gelegen is op circa 500 meter van de A2, vormt de ligging ten opzichte van deze weg vanuit het aspect externe veiligheid geen belemmering voor de planontwikkeling. Spoor In een straal van circa 2 kilometer rondom het plangebied zijn geen spoorlijnen gesitueerd. Derhalve bestaan er geen belemmeringen ten aanzien van de externe veiligheid als gevolg van het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor. Water Het plangebied is gelegen in de nabijheid van de vaarweg Julianakanaal, op een afstand van circa 135 meter van de op te richten uitbreiding van de camping. In het (ontwerp) basisnet is opgenomen dat voor de binnenvaartverbinding over de Maas (waar volgens de kaart bij het Basisnet het Julianakanaal toe behoort) de plaatsgebonden risicocontour op de waterlijn ligt en kan groeien tot de oeverlijn.
Dit betekent dat geen nieuwe kwetsbare bestemmingen binnen de waterlijnen mogen worden opgericht. Voor beperkt kwetsbare bestemmingen geldt dit als richtwaarde. Voor wat
Bestemmingsplan ‘Uitbreiding camping De Sangershoeve’ Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
31
M183226.003/GPO
betreft het groepsrisico geldt dat geen beleidsmatige wijzigingen in de verantwoording van het groepsrisico optreden. Hierbij dient wel aandacht te worden besteed aan plasbranden. Voor de Maas geldt hiervoor een afstand van 25 meter van de waterlijn. Aangezien er in het onderhavig plangebied geen ontwikkelingen zijn voorzien met (beperkt) kwetsbare objecten direct op of rond de Maas, vormt het plaatsgebonden risico geen belemmering. Gezien de grote afstand tot de Maas, zullen de effecten op het groepsrisico niet significant zijn. Het plangebied is tevens gelegen ver buiten het plasbrandaandachtsgebied, waardoor hiervoor geen verantwoording dient te worden afgelegd ten behoeve van het groepsrisico. Buisleidingen Het externe veiligheidsbeleid voor transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de bijbehorende Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb), welke op 1 januari 2011 in werking zijn getreden. Het Bevb regelt onder andere welke veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden rond buisleidingen met gevaarlijke stoffen. De normstelling is in lijn met het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). In de directe omgeving van het plangebied ligt een leiding van SABIC Pipelines.
Het betreft een PRB leiding (vloeibare koolwaterstoffen) met een diameter van circa 30 centimeter en een ontwerpdruk van 80 bar. Deze leiding heeft een contour van 12 meter. Gezien het feit dat de leiding op ca. 700 meter van de planlocatie ligt, bestaan er geen belemmeringen ten aanzien van de externe veiligheid als gevolg van buisleidingen.
Advies veiligheidsregio Om de zelfredzaamheid van de aanwezige personen te vergroten worden de volgende maatregelen geadviseerd: Communiceer actief over de risico’s van het transport van gevaarlijke stoffen over de A2 met de personen in het plangebied. Daarbij geldt als handelingsperspectief: schuil in een van de vaste bouwwerken of vlucht indien de overheid dit aangeeft (o.a. via NL-alert of WAS procedure) van het risico vandaan en hou rekening met de wind. Dit bevordert de zelfredzaamheid van personen in de nabijheid van risicobronnen. Dit handelingsperspectief kan worden geborgd in het bedrijfsnoodplan c.q. ontruimingsplan; Aangezien een toxisch scenario zich kan ontwikkelen vanuit de A2 dient de mechanische ventilatie binnen het nieuw te realiseren sanitair gebouw centraal afsluitbaar uitgevoerd te worden door middel van een gemakkelijk te bereiken noodschakelaar zodat de gebruikers deze in geval van een calamiteit kunnen bedienen. Dit handelingsperspectief kan worden geborgd in het bedrijfsnoodplan c.q. ontruimingsplan. Hoogspanningslijnen Gedeeltelijk boven en in de nabijheid van het plangebied zijn hoogspanningslijnen aanwezig. Vanwege de in acht te nemen veiligheidsafstanden, bestaat de mogelijkheid dat de brandweer geen adequate inzet kan doen bij een incident zoals bv. een brand onder of in de nabijheid van de hoogspanningslijnen.
Bovendien bestaat hierbij de kans dat de Oude Maas niet gebruikt kan worden als bluswatervoorziening. Een gelijkwaardig alternatief kan zijn een geboorde put in het plangebied te realiseren conform het beleid Bluswater en Bereikbaarheid gemeente Maasgouw. Reactie: Er zal aan deze eis (geboorde put) tegemoet gekomen worden door initiatiefnemer.
32
Bestemmingsplan ‘Uitbreiding camping De Sangershoeve’ Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
M183226.003/GPO
-
Bereikbaarheid uitbreiding plangebied Het plangebied moet op minimaal twee manieren te bereiken zijn voor hulpdiensten conform het gemeentelijk beleid Bluswater en Bereikbaarheid. In de Toelichting van het bestemmingsplan zijn twee verschillende situatietekeningen opgenomen op pagina 18 en 35 waaruit niet (duidelijk) blijkt dat er sprake is van minimaal twee toegangen. Behalve de hoofdtoegang dient een tweede (calamiteiten)toegang te worden gerealiseerd conform het gemeentelijk beleid Bluswater en Bereikbaarheid. Reactie: het plangebied beschikt over een tweetal toegangen aan de Prior Gielenstraat (die zijn op beide tekeningen zichtbaar en reeds aanwezig). Vanaf de oude maasbrug is een veldweg aanwezig die direct naar de achterzijde van de camping doorloopt en tevens wordt gebruikt om de achterliggende agrarische percelen te bereiken. Daarmee is er ook bij de uitbreiding van de camping sprake van een tweede toegangsweg voor calamiteiten.
Huidige situatie met aanduiding calamiteiten-ontsluiting
Ten aanzien van zelfredzaamheid kan worden gesteld dat bezoekers van de camping over het algemeen zelfredzame personen betreffen. Het plangebied is zodanig ingericht dat er gevlucht kan worden in de richting van de bron af. Conclusie externe veiligheid Gelet op vorenstaande vormt het aspect externe veiligheid geen belemmeringen voor onderhavige planontwikkeling.
Bestemmingsplan ‘Uitbreiding camping De Sangershoeve’ Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
33
M183226.003/GPO
Uitsnede Risicokaart Limburg met aanduiding plangebied
5.7
Archeologie en cultuurhistorie
5.7.1
Archeologie Achtergrond Sinds 1 september 2007 is de Wet op de Archeologische Monumentenzorg in werking getreden. De Wet op de Archeologische Monumentenzorg is de Nederlandse uitwerking van het Verdrag van Malta (1992). De wet is een raamwet die regelt hoe Rijk, provincie en gemeente bij hun ruimtelijke plannen rekening moeten houden met het erfgoed in de bodem. De wet beoogt het culturele erfgoed (en vooral het archeologische erfgoed) te beschermen. Onder archeologisch erfgoed wordt verstaan: alle fysieke overblijfselen, zowel in als boven de grond, die bijdragen aan het verkrijgen van inzicht in menselijke samenlevingen uit het verleden. De uitgangspunten van deze wet zijn:
34
Bestemmingsplan ‘Uitbreiding camping De Sangershoeve’ Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
M183226.003/GPO
archeologische waarden zoveel mogelijk in de bodem bewaren en alleen opgraven als behoud in de bodem (in situ) niet mogelijk is. vroeg in de ruimtelijke ordening al rekening houden met archeologie. Initiatiefnemers tot ruimtelijke ontwikkelingen moeten in een vroegtijdig stadium aangeven hoe met eventuele archeologische waarden bij bodemverstorende ingrepen zal worden omgegaan. Dit houdt in een verplichting tot vooronderzoek bij werkzaamheden die de grond gaan verstoren. De invoering hiervan wordt geregeld via bestemmingsplannen en vrijstellingen, de mer-plichtige activiteiten en ontgrondingen. bodemverstoorders betalen archeologisch onderzoek en mogelijke opgravingen (principe verstoorder betaalt). De kosten voor noodzakelijke archeologische werkzaamheden komen ten laste van de initiatiefnemer tot de bodemverstorende activiteit. In de Wet op de Archeologische Monumentenzorg is aangegeven dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor hun eigen bodemarchief. Dit betekent dat de gemeente bevoegd gezag is. Als gevolg van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg en de Wet ruimtelijke ordening toetst de provincie Limburg niet langer archeologische rapporten en programma’s van eisen. De provincie beperkt zich tot zaken die van provinciaal belang zijn.
Om te kunnen voldoen aan het gestelde in de Wet op de Archeologische Monumentenzorg dienen de gemeenten te beschikken over archeologiebeleid en een archeologische beleidskaart. Indien de gemeente deze niet heeft, is het provinciale beleid vigerend.
Bestemmingsplan ‘Uitbreiding camping De Sangershoeve’ Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
35
M183226.003/GPO
Uitsnede archeologische verwachtingenkaart met aanduiding plangebied
Op de archeologische verwachtingskaart van de gemeente Maasgouw heeft het plangebied aan de Prior Gielenstraat geen voorschriften. Er zijn derhalve geen archeologische waarden te verwachten waardoor het gehele plangebied is vrijgegeven. Het planvoornemen voorziet echter niet in substantiële bodemverstoringen. Kortom, op basis van dit onderzoek kan worden gesteld dat het aspect archeologie geen belemmering oplevert voor onderhavig planvoornemen. 5.7.2
Cultuurhistorie De kernen Ohé en Laak kennen geen beschermd stads- of dorpsgezicht. In de nabijheid van het plangebied is één monument gesitueerd en op verdere afstanden nog twee monumenten. Het betreft de Prior Gielenstraat 1. Dit is een agrarisch gebouw dat is aangemerkt als Rijksmonument. De afstand tot het plangebied is circa 30 meter. De lintbebouwing van Ohé is – ingebed in een Maasuiterwaardengebied – heel karakteristiek. Monumentale hoeves worden afgewisseld met vaak na-oorlogse bebouwing. Hier en daar zijn, enigszins buiten de lintbebouwing, monumentale buitenplaatsen gesitueerd, zoals het kasteeltje Hasselholt (’t Geutje) en de hoeve Geno. Ook de parochiekerk en de daarbij gelegen pastorie, van
36
Bestemmingsplan ‘Uitbreiding camping De Sangershoeve’ Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
M183226.003/GPO
laat-19e-eeuwse oorsprong, opgetrokken in een voor die tijd typische architectuur, zijn heel belangwekkend en maken geen deel uit van de lintbebouwing van Ohé. Gesteld kan worden, dat het planvoornemen geen aantasting betekent van de lintbebouwing. Ook de uitstraling van de nabije monumentale hoeve Geno wordt door de uitbreiding van de camping niet nadelig beïnvloed. Hiervoor staat niet alleen de situering van de camping garant, maar ook de inbedding ervan in het groen. In ruimtelijk en typografisch opzicht vormt zij als het ware een entiteit op zichzelf. Een landschappelijke inbeddingsplan draagt er nu en ook in de toekomst toe bij, dat de camping die zelfstandige, in het landschap verankerde entiteit behoudt. Het aspect cultuurhistorie vormt derhalve geen belemmering voor onderhavig planvoornemen.
5.8
Kabels en leidingen Door het plangebied is van noord naar zuid een hoogspanningslijn van Tennet aanwezig. Hierover heeft initiatiefnemer met Tennet overleg gevoerd in relatie tot onderhavig planvoornemen, zie akkoord Tennet in bijlage …. Voor het overige zijn er geen boven- en/of ondergrondse leidingen van derden. Er is op dat gebied derhalve geen sprake van bijbehorende (planologische) beschermingszones en/of belangen van derden op dit punt. De aanwezigheid van kabels en leidingen met betrekking tot de nutsvoorzieningen in de omgeving is evident. Bij het nader uitwerken van de aansluitingen, dient met de verschillende netwerkbeheerders contact te worden opgenomen.
5.9
Verkeer en parkeren Met betrekking tot onderhavige planontwikkeling dienen de (eventuele) gevolgen voor de verkeersstructuur alsmede het parkeren inzichtelijk te worden gemaakt.
5.9.1
Verkeersstructuur De ontsluiting van de camping verloopt via de Prior Gielenstraat. De Prior Gielenstraat verbindt de Ohé en Laak met de kern Echt. Ook kan men vanaf de Prior Gielenstraat de A2 bereiken. De inrichting van de Prior Gielenstraat is zodanig dat ze de capaciteit van de verkeersbewegingen eenvoudig kan verwerken. Deze weg betreft de ontsluitingsweg van de kern Ohé en Laak en betreft een brede weg waar grote aantallen verkeer op kunnen rijden. De extra aantallen (26 extra plaatsen met gemiddeld 2-4 bewegingen per dag = ca. 100 extra bewegingen) vormen geen belemmering voor deze gebiedsontsluitingsweg. De bezoekers van de camping rijden in de meeste gevallen in oostelijke richting en in minderheid richting de kern van Ohé en Laak. Derhalve kan ook worden gesteld dat er geen problemen te verwachten zijn, ook omdat de bestaande situatie niet tot problemen heeft geleid in het verleden de afgelopen jaren. Parkeren Indien de omvang of de bestemming een gebouw, dan wel bestemmingsvlak, daartoe aanleiding
Bestemmingsplan ‘Uitbreiding camping De Sangershoeve’ Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
37
M183226.003/GPO
geeft, moet ten behoeve van het parkeren of stallen van auto’s van in voldoende mate ruimte zijn aangebracht in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. Deze ruimte mag niet over bemeten zijn, gelet op het gebruik of bewoning van het gebouw, dan wel bestemmingsvlak, waarbij rekening moet worden gehouden met de eventuele bereikbaarheid per openbaar vervoer. Dit alles ter beoordeling van de gemeente, waarbij de gemeente toetst aan het op het moment van het verlenen van een omgevingsvergunning geldende gemeentelijke parkeerbeleid (zijnde thans “Parkeernormen en parkeerbijdrageregeling gemeente Maasgouw”). Laden en lossen Indien de bestemming van een gebouw, dan wel bestemmingsvlak, aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor laden en lossen van goederen, moet deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij het gebouw behoort. Dit alles ter beoordeling van de gemeente, waarbij de gemeente toetst aan het op het moment van het verlenen van een omgevingsvergunning geldende gemeentelijke beleid omtrent laden en lossen. Toelichting Bestemmingsplan Het Gemeentelijk Verkeers- en vervoerbeleid is hoofdzakelijk weergegeven in het “Gemeentelijk Verkeers- en Vervoerplan, verkeersbeleid 2015-2025 (vastgesteld in 2015).
Het GVVP omschrijft de doelstellingen op het gebied van verkeer en vervoer. De hoofddoelstelling is een bijdrage te leveren aan het bevorderen van de verkeersveiligheid, bereikbaarheid en (verkeers)leefbaarheid in de gemeente Maasgouw. Specifieke aandacht gaat hierbij uit naar de thema’s verkeersveiligheid, autoverkeer, goederenvervoer, langzaam verkeer, parkeren en openbaar vervoer. Het GVVP is tevens het toetsingskader voor toekomstige reconstructie- en nieuwbouwplannen.. Het parkeren dient te voldoen aan het gemeentelijk beleid "Parkeernormen en parkeerbijdrageregeling gemeente Maasgouw" (vastgesteld in 2011) In deze nota zijn de gemeentelijke parkeernormen inzichtelijk gemaakt voor burgers, bedrijven en ontwikkelaars zodat duidelijk is welke normen gehanteerd worden bij de betreffende bouwaanvraag. Hierdoor zal in de toekomst bij nieuwe ruimtelijke plannen en projecten zoals nieuwbouw, verbouw, uitbreiding of wijziging van functie in een parkeerbehoefte voorzien en waar mogelijk de bereikbaarheid en leefbaarheid te waarborgen. De nota gaat er van uit dat de aanvrager in eerste instantie zelf zorg draagt voor voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein. Toetsing planvoornemen Het bestaande parkeerterrein wordt ter plaatse van het plangebied verschoven om ruimte te bieden aan kampeerplaatsen.
Er is nauwelijks sprake van een extra parkeerbehoefte omdat het planvoornemen voornamelijk voorziet in extra camperplaatsen. De campers hebben geen aanvullende parkeerbehoefte buiten de eigen kampeerplaats. De CROW-norm gaat uit van maximaal 1,3 parkeerplaats per standplaats. Het aan te leggen parkeerterrein voorziet in ca. 70 parkeerplaatsen. Dit is ruim voldoende om alle parkeerbehoefte op eigen terrein te kunnen faciliteren. Vanuit TenneT is een verplichting om ter plaatse van de uitbreiding onder de hoogspanningslijnen alleen campers te mogen plaatsen. De nieuwe parkeerplaatsen worden buitendijks aangelegd. Het parkeerterrein is in gebruik op het
38
Bestemmingsplan ‘Uitbreiding camping De Sangershoeve’ Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
M183226.003/GPO
moment dat er sprake is van campinggasten (voornamelijk tijdens het seizoen) en daarnaast ook voor de appartementen (gehele jaar).
Uitsnede plangebied met aanduiding parkeerterrein
Kortom, onderhavig planvoornemen voldoet aan de richtlijnen van de CROW.
5.10
Waterhuishouding
5.10.1
Vierde Nota Waterhuishouding In de Vierde Nota Waterhuishouding (NW4) is aangegeven dat het waterbeheer in Nederland gericht moet zijn op een veilig en goed bewoonbaar land met gezonde en veerkrachtige watersystemen, waarmee een duurzaam gebruik gegarandeerd blijft. Voor wat betreft het buitengebied stelt de Vierde Nota, dat met name aspecten als verdroging en beperking van emissies van bestrijdingsmiddelen van belang zijn. Waterkwaliteit staat daarmee in het buitengebied voorop.
5.10.2
Provinciaal beleid De provincie Limburg kent ook als uitgangspunt dat verdroging zo veel mogelijk moet worden tegengegaan en dat de waterkwaliteit, met het oog op een duurzaam gebruik in de toekomst, erg belangrijk is. Verder sluit de provincie aan bij het beleid van de Vierde Nota Waterhuishouding om infiltratie van water in de bodem te bevorderen en water meer terug te brengen in stedelijk gebied.
Bestemmingsplan ‘Uitbreiding camping De Sangershoeve’ Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
39
M183226.003/GPO
Binnen de waterbeheersplannen van Limburg is integraal waterbeheer een belangrijk begrip. Ook hier speelt verdroging en waterkwaliteit een belangrijke rol in het beleidsproces. Ter invulling van (specifiek) ecologische functies stelt het Waterschap onder andere dat, ter voorkoming van verdroging, grondwaterstanden (daar waar dat mogelijk is) verhoogd moeten worden door peilbeheer. Ook dient het rioleringsbeheer door gemeenten op en aan de aan watergangen en plassen toegekende functies, afgestemd te worden. Naast die ecologische functie dienen er ook mensgerichte hoofdfuncties ten behoeve van industrie of drinkwater ingepast te worden. Tevens dient er plaats te zijn voor mensgerichte nevenfuncties. 5.10.3
Watertoets Waterschap Limburg Vanaf 1 november 2003 zijn de overheden wettelijk verplicht om alle ruimtelijke plannen, die van invloed zijn op de waterhuishouding, voor advies voor te leggen aan de waterbeheerders. Tot juli 2004 kwam het voor dat voor de watertoets verschillende waterbeheerders (waterschapsbedrijf, waterschap, provincie en Rijkswaterstaat) apart moesten worden benaderd. Die gaven dan afzonderlijke wateradviezen. Dat zorgde voor veel onduidelijkheid en papieren rompslomp. Daarom hebben de Limburgse waterbeheerders afgesproken om alle aanvragen in het hun betreffende gebied af te handelen via één loket: het zogenaamde watertoetsloket. Het loket is ondergebracht bij het waterschap. Niet alle ruimtelijke plannen behoeven de watertoets te doorlopen. Daartoe heeft het waterschap een stroomschema, met daarbij behorende notitie ondergrens, opgesteld waaruit het toepassingsbereik van de watertoets blijkt. Ook zijn per gemeente waterkaarten opgesteld waaruit de verschillende waterbelangen op een bepaalde locatie zijn af te lezen. Aan de hand van het ‘meldformulier watertoets’ kunnen (ruimtelijke) plannen vervolgens voor advies worden voorgelegd aan het waterschap. Op de kaarten van de gemeente Maasgouw van het Waterschap Limburg blijkt dat het plangebied niet is gelegen binnen een aandachtsgebied.
5.10.4
Afkoppelbeleidsplan De oppervlakte hemelwater dient te worden geïnfiltreerd in een infiltratievoorziening. De gemeente Maasgouw hanteert op basis van haar beleidsregels zoals die zijn opgenomen in het afkoppelbeleidsplan, dat bij overstort van de voorziening een 30mm bui moet kunnen worden geïnfiltreerd op eigen terrein.
5.10.5
Situatie plangebied Op welke wijze wordt omgegaan met het afval- en hemelwater binnen het onderhavige plangebied wordt hierna uiteengezet. Bestaande situatie Het plangebied, de uitbreiding, is momenteel in gebruik als parkeerterrein en landbouwgrond. - Totaal verhard oppervlak In de huidige situatie zijn er reeds semi-verhardingen binnen het plangebied aanwezig ter plaatse van het parkeerterrein. In de huidige situatie zijn er geen problemen op het gebied van hemelwaterafvoer.
40
Bestemmingsplan ‘Uitbreiding camping De Sangershoeve’ Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
M183226.003/GPO
Toekomstige situatie De uitbreiding van de camping voorziet in extra standplaatsen en het verplaatsen van het parkeerterrein. Ter plaatse van de uitbreiding zal geen nieuwe bebouwing of verharding worden gerealiseerd. Derhalve is er geen sprake van nieuwe verharding. Hemelwater dat valt kan derhalve ter plaatse infiltreren. Afvalwater Het afvalwater als gevolg van onderhavige planontwikkeling zal worden geloosd op de gemeentelijke riolering van de gemeente Maasgouw. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt is het afvoeren van afvalwater via de gemeentelijke riolering vereist en daarmee tevens de beste optie. De gasten die gebruiken van de standplaatsen ter plaatse van de uitbreiding zullen gebruik maken van de bestaande sanitaire voorzieningen en van het nieuw te plaatsen sanitair gebouw op het bestaande terrein. Hemelwater dakverhardingen Het hemelwater dat valt op de nieuwe dakverharding (nieuw sanitair gebouw) zal worden opgevangen en oppervlakkig worden afgevoerd naar een infiltratievoorziening. Bij nieuwbouw dient minimaal 100% van het verharde oppervlak afgekoppeld te worden. Om te beoordelen hoe groot de te realiseren hemelwatervoorziening moet zijn, dient de hoeveelheid af te voeren hemelwater te worden berekend bij extreme buien. Het hemelwater dat valt op de nieuwe verharding dient te worden geïnfiltreerd in de infiltratievoorziening.
Het verharde oppervlak van dit gebouw bedraagt ca. 60m2. Rekening houdend met een norm van t = 100 van 100mm betekent dit deze de capaciteit van de infiltratievoorziening 60 x 100 = 6m3 dient te bedragen. De verwerking van het hemelwater geschiedt conform het afkoppelbeleidsplan van de gemeente Maasgouw. Bij het nader uitwerken van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen zal de exacte positie en dergelijke worden uitgewerkt op basis van deze gegevens. Kortom, voor wateroverlast voor omliggende eigenaren behoeft niet te worden gevreesd. Conclusie Gelet op vorenstaande vormt het aspect waterhuishouding geen belemmeringen voor onderhavige planontwikkeling.
Bestemmingsplan ‘Uitbreiding camping De Sangershoeve’ Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
41
M183226.003/GPO
5.11
Natuur en landschap Gelet op de kaart van POL-2014 (Natuurkaart en Landschap en cultuurhistorie) blijkt onderhavig plangebied te zijn gelegen in bronsgroen-gebied. Verder ligt het plangebied niet in door de provincie te beschermen natuur- en landschapswaarden.
Uitsnede kaart 7 en 10 POL2014
Hierboven bij het provinciale beleid is reeds gemotiveerd dat het planvoornemen, onder andere vanwege het niet voorzien in nieuwe bebouwing ter plaatse van de uitbreiding, er niet voor zorgt dat de bronsgroene waarden worden aangetast ter plaatse. Met de landschappelijke inpassingsmaatregelen (die reeds zijn gerealiseerd) wordt verder tegemoet gekomen aan de natuurlijke kwaliteiten van het plangebied en haar omgeving. Het landschapsplan zorgt voor een versterking en verbinding van de natuurlijke waarden. Het planvoornemen levert een bijdrage aan de landschappelijke en natuurlijke ontwikkeling van het plangebied en haar omgeving. Gesteld kan worden dat het aspect natuur en landschap geen belemmeringen oplevert voor onderhavige planontwikkeling.
42
Bestemmingsplan ‘Uitbreiding camping De Sangershoeve’ Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
M183226.003/GPO
5.12
Ecologie
5.12.1
Algemeen Wet natuurbescherming (Wnb) Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking. Deze wet vervangt de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet. De regels die toezien op bescherming van Natura 2000-gebieden (voorheen Nbwet) zijn opgenomen in ‘Hoofdstuk 2 Natura 2000-gebieden’ van de Wet natuurbescherming. De verbodsbepalingen ten aanzien van beschermde soorten (voorheen Ffwet) zijn in de Wet natuurbescherming opgenomen in ‘Hoofdstuk 3 Soorten’ en beschreven per beschermingsregime. Voorliggend bestemmingsplan voorziet niet in sloopactiviteiten. Met uitzondering van het kleine nieuwe sanitairgebouw (gebouwd nabij huidige gebouwen op bestaande deel camping) wordt er niet gebouwd. Er kan worden gesteld dat wordt uitgebreid ter plaatse van weiland en parkeerterrein. In de huidige situatie is in het plangebied ook geen bebouwing aanwezig. Het realiseren van standplaatsen voor te parkeren zorgt waarschijnlijk niet voor een aantasting van flora – en of fauna. In de huidige situatie wordt het grasland altijd kort gemaaid en onderhouden. Derhalve is de kans op de aanwezigheid van beschermde soorten beperkt. Tevens voorziet het plan in inpassingsmaatregelen die ervoor zorgen dat soorten zich kunnen ontwikkelen. Er worden geen bomen/struiken gerooid die bijvoorbeeld dienen als foerageergebied voor vleermuizen of vogels.
Gezien het ontbreken van bebouwing die wordt gesloopt in het plangebied impliceert dit naar alle waarschijnlijkheid dat er nauwelijks mogelijkheden zijn voor broedvogels en/of vleermuizen om zich te vestigen. Deze soorten zijn veelal te vinden in de holle ruimten onder of tussen dakpannen van aanwezige bebouwing. Bebouwing die wordt gesloopt is echter niet aanwezig. De beschuttingsmogelijkheden voor vogels zijn beperkt. Mochten zich in het plangebied toch (beschermde) flora en fauna voorkomen, dan zijn er in de directe nabijheid van het plangebied voldoende overige schuil-, vlucht- en vestigingsmogelijkheden voor flora en fauna beschikbaar, in de vorm van agrarische percelen of bomen en struiken. Om de bovenstaande gegevens te verifiëren zijn aanvullend verschillende bronnen geïnventariseerd. Natuurgegevens Limburg De provincie Limburg heeft in 2008 de haar beschikbare natuurgegevens geactualiseerd. Volgens deze gegevens zijn in en direct rond het plangebied géén beschermde flora en fauna waargenomen. Deze gegevens voor wat betreft broedvogels en flora zijn echter verouderd. Waarneming.nl Omdat de data van de natuurgegevens van de provincie verouderd zijn, is tevens de website waarneming.nl geraadpleegd. Deze website bevat data met waarnemingen omtrent flora en fauna.
In het plangebied zijn tot heden geen zeldzame vogels, zoogdieren, reptielen, amfibieën en planten waargenomen. Ten aanzien van foerageergebied kan worden gesteld dat mocht het plangebied dienst doen als
Bestemmingsplan ‘Uitbreiding camping De Sangershoeve’ Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
43
M183226.003/GPO
foerageergebied in de bestaande situatie dan kan dit in de toekomst niet meer het geval zijn. Echter, de direct aangrenzende gronden gelegen aan het plangebied betreffen ook agrarische percelen met grasland . Hierdoor blijft er in de nieuwe situatie ruim voldoende foerageergebied over. Tevens is er geen sprake van een ingesloten liggen van de gronden. Tenslotte kan nog worden opgemerkt dat de nieuwe landschapselementen (die reeds zijn aangelegd) zoals opgenomen in het landschapsplan juist voor een versterking van de ecologische waarden zorgen. Er kan derhalve worden gesteld dat gezien het feit dat er geen sloopwerkzaamheden plaatsvinden en er geen bijzondere natuurwaarden kunnen voorkomen, er geen aantasting van beschermde flora of fauna te verwachten is. 5.12.2
Gebiedsbescherming Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is ‘Grensmaas’. Dit gebied is gesitueerd op een afstand van ruim 1 kilometer van het plangebied. Ten aanzien van de uitstoot van stikstof als gevolg van verkeer is een Aerius-berekening gemaakt (zie bijlage 6). Hieruit volgt dat er geen effect wordt berekend. Gezien vorenstaande kan worden gesteld dat het planvoornemen geen gevolgen heeft voor de flora en fauna in dit Natura 2000-gebied of overige gebieden op grotere afstand in Nederland of België. Ten aanzien van de toegepaste effectenindicator kan worden gesteld dat het planvoornemen niet zorgt voor oppervlakteverlies, niet zorgt voor verontreiniging, geen sprake is van verstoring door geluid en licht (gezien de grote afstand) en er ook geen verstoring is door mechanische effecten. Gezien deze afstand en de aard van het planvoornemen heeft onderhavig planvoornemen geen gevolgen voor de flora en fauna in dit beschermd natuurmonument.
5.12.3
Conclusie flora en fauna en gebiedsbescherming Gelet op de beschikbare gegevens en het karakter van het plangebied (grotendeels agrarische gronden) is het, zoals hierboven beschreven, onwaarschijnlijk dat er ter plaatse van de geplande bebouwing beschermde soorten voorkomen. Mochten er toch diersoorten in het plangebied voorkomen dan zullen dit algemene soorten zijn waarvoor de lichtste vorm van bescherming geldt (bosmuis, spitsmuis, veldmuis, etc.). Het planvoornemen zal, indien deze soorten zich in het plangebied bevinden, daar een schadelijk effect op hebben. Aangezien de activiteiten zijn te kwalificeren als ruimtelijke ontwikkeling, geldt een vrijstelling van de verboden opgenomen in Natuurbeschermingswet. Voor de activiteit behoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. Het aspect flora en fauna vormt derhalve geen belemmering voor onderhavig planvoornemen. Ook ten aanzien van gebiedsbescherming kan worden geconcludeerd dat er geen sprake is van een belemmering voor gevoelige gebieden als gevolg van onderhavig planvoornemen.
44
Bestemmingsplan ‘Uitbreiding camping De Sangershoeve’ Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
M183226.003/GPO
6
Juridische aspecten Het bestemmingsplan ‘Uitbreiding camping De Sangershoeve’ van de gemeente Maasgouw bestaat uit een toelichting, regels en een verbeelding (1:1000). De twee laatste onderdelen zijn juridisch bindend.
6.1
Algemeen Op 1 juli 2008 is de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro) in werking getreden. Behalve een vernieuwd stelsel voor processen voor de ruimtelijke ordening in Nederland, zijn met de inwerkingtreding van de nieuwe Wro ook de resultaten van DURP (Digitale Uitwisseling in Ruimtelijke Processen) wettelijk verankerd. Dit houdt in dat nagenoeg alle instrumenten uit de Wro door bronhouders digitaal beschikbaar zijn, waardoor de bestemmingsplannen onderling vergelijkbaar worden. Hiervoor is het pakket ‘RO Standaarden 2012’ ontwikkeld, dat wettelijk is vastgelegd in de bij de Wro behorende ‘Regeling standaarden ruimtelijke ordening’. Vergelijkbaarheid van bestemmings- en inpassingsplannen wordt door de SVBP2012 (Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012) op drie manieren gerealiseerd: -
-
-
er is een begrippenkader gegeven dat in de plannen toegepast moet worden. Het gaat dan bijvoorbeeld om lijsten van bestemmingshoofdgroepen met mogelijke gebruiksdoelen, dubbelbestemmingen, aanduidingen, indeling van regels etc. Voor het hanteren van het begrippenkader is geen specifieke software vereist; er is een verplichte ‘analoge verbeelding’ voorgeschreven, hetgeen inhoudt de manier waarop het plan op papieren kaarten moet worden getoond. Er zijn dwingende regels inzake de opmaak van het plan. Voor het opmaken van plannen is in de praktijk speciale software benodigd; er is een verplichte ‘digitale verbeelding’ voorgeschreven, waarmee wordt gedoeld op het tonen van het plan in een digitale omgeving (website).
Vanaf 1 januari 2010 dient een bestemmingsplan digitaal raadpleegbaar en uitwisselbaar te zijn. Voorliggend bestemmingsplan voldoet aan deze digitaliseringverplichting.
6.2
Toelichting, regels en verbeelding Een bestemmingsplan bestaat uit een toelichting, regels en een verbeelding. De regels en verbeelding vormen tezamen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderling verband te worden bezien. De regels en de verbeelding zijn namelijk onlosmakelijk met elkaar verbonden, aangezien op de verbeelding de bestemmingen visueel zijn weergegeven en de regels onder andere het gebruik en de bouwmogelijkheden bij deze bestemmingen geven.
Bestemmingsplan ‘Uitbreiding camping De Sangershoeve’ Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
45
M183226.003/GPO
6.2.1
Toelichting De toelichting van het bestemmingsplan heeft geen rechtskracht, maar is wel een belangrijk onderdeel van het totale plan. De toelichting geeft namelijk een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten zoals deze aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting een belangrijk hulpmiddel bij de interpretatie van het bestemmingsplan.
6.2.2
Regels Conform de SVBP2012 dienen de regels van een bestemmingsplan volgens een bepaalde opbouw te worden opgesteld, waarbij opgemerkt dient te worden dat niet elk bestemmingsplan alle elementen van navolgende opbouw bevat: o Hoofdstuk 1: Inleidende regels (Begrippen en wijze van meten); o Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels (Bestemmingen en dubbelbestemmingen); o Hoofdstuk 3: Algemene regels (Anti-dubbeltelregel, Algemene bouwregels, Algemene
gebruiksregels, Algemene aanduidingsregels, Algemene afwijkingssregels, Algemene wijzigingsregels, Algemene procedureregels en Overige regels) o Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels (Overgangsrecht en Slotregel). De regels van de verschillende bestemmingen worden als volgt opgebouwd, waarbij eveneens geldt dat een bestemmingsregel niet alle elementen hoeft te bevatten: - Bestemmingsomschrijving - Bouwregels - Nadere eisen - Afwijken van de bouwregels - Specifieke gebruiksregels - Afwijken van de gebruiksregels - Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden - Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk - Wijzigingsbevoegdheid Vorenstaande gestandaardiseerde opbouw is gehanteerd bij het opstellen van de regels behorende bij voorliggend bestemmingsplan. 6.2.3
Verbeelding Op een verbeelding wordt de grens van het plangebied weergegeven waarbinnen onder meer de verschillende (dubbel)bestemmingen, bouwvlakken en bouw-/functie-/maatvoeringsaanduidingen (en de ligging daarvan) visueel zijn weergegeven. De verbeelding met betrekking tot voorliggend bestemmingsplan is ingetekend op schaal 1 : 1000. Verder voorziet bijbehorende verbeelding in de naam van voorliggend bestemmingsplan en een tekeningnummer. Dit zijn verplichtingen in het kader van de nieuwe Wet ruimtelijke ordening.
46
Bestemmingsplan ‘Uitbreiding camping De Sangershoeve’ Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
M183226.003/GPO
De verbeelding is direct (juridisch) verbonden met de bijbehorende regels. In deze regels worden de condities en voorwaarden gesteld behorende bij de verschillende bestemmingen.
Bestemmingsplan ‘Uitbreiding camping De Sangershoeve’ Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
47
M183226.003/GPO
7
Uitvoerbaarheid De uitvoerbaarheid van de planontwikkeling dient in relatie tot de gemeentelijke financiën te zijn gewaarborgd. Daarbij dient ook te worden onderzocht of en in hoeverre de voorgenomen afwijkingen ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan aanleiding kunnen geven tot aanspraken om planschade als bedoeld in artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening.
7.1
Grondexploitatie
7.1.1
Algemeen Afdeling 6.2 van de Wet ruimtelijke ordening draagt de titel ‘Grondexploitatie’. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de mogelijkheden voor gemeenten (en ook provincie en Rijk indien deze als planwetgever optreden) om langs publiekrechtelijke weg eisen te stellen aan het in exploitatie brengen van gronden. Het gaat dan onder andere om eisen op het gebied van kostenverhaal, sociale woningbouw, particulier opdrachtgeverschap en fasering van de invulling van den openbare ruimte. Ook zijn in afdeling 6.2 Wro twee bepalingen opgenomen over de wijze waarop langs privaatrechtelijke weg eisen gesteld kunnen worden aan het in exploitatie brengen van gronden.
7.1.2
Exploitatieplan Afdeling 6.4 Wro beschrijft een publiekrechtelijk stelsel waarbinnen door gemeenten (en in voorkomend geval provincie of Rijk) eisen gesteld kunnen worden aan de grondexploitatie. Dit publiekrechtelijk instrumentarium is aanvullend van aard. Het primaat ligt bij vrijwillige civielrechtelijke afspraken. Deze civielrechtelijke afspraken worden gemaakt in hetzij een anterieure overeenkomst (er is nog geen exploitatieplan vastgesteld) hetzij een posterieure overeenkomst (er is al een exploitatieplan vastgesteld). Artikel 6.12, lid 1 Wro bepaalt dat de gemeenteraad wordt verplicht om de gronden, waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen, een exploitatieplan op te stellen. Artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening geeft aan om welke bouwplannen het gaat. Hoofdregel is dat er een plicht bestaat voor het opstellen van een exploitatieplan. Onder artikel 6.12, lid 2 Wro wordt hierop echter een aantal uitzonderingsmogelijkheden geboden: -
48
het verhaal van kosten over de in het plan of besluit begrepen kosten is anderszins verzekerd; het is niet nodig een tijdvak te bepalen waarbinnen de grondexploitatie zal plaatsvinden; het is niet nodig een fasering op te nemen waarbinnen werken, werkzaamheden en bouwplannen uitgevoerd moeten worden; het is niet nodig eisen en/of regels omtrent de uitvoering te stellen aan het bouwrijp maken en/of de inrichting van de openbare ruimte en/of de aanleg van nutsvoorzieningen; het is niet nodig regels te stellen omtrent de uitvoering van de in het bestemmingsplan opgenomen bepalingen omtrent sociale huur en/of koopwoningen, kavels voor particulier opdrachtgeverschap of branches in de detailhandel.
Bestemmingsplan ‘Uitbreiding camping De Sangershoeve’ Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
M183226.003/GPO
Omdat bij voorliggende planontwikkeling sprake is van één van vorenstaande uitzonderingsmogelijkheden, is geen exploitatieplan opgesteld. Tussen initiatiefnemer en gemeente Maasgouw is wel een ‘akkoordverklaring kosten en voorwaarden’ afgesloten, zijnde een anterieure exploitatieovereenkomst. In deze overeenkomst wordt ook de bijdrage die vanuit het GKM (Gemeentelijk Kwaliteitsmenu) moet worden voldaan opgenomen (te weten € 1.815,-).
7.2
Planschade Artikel 6.1 Wet ruimtelijke ordening biedt de grondslag voor de vergoeding van zogenoemde planschade. Deze schadevergoeding wordt (in beginsel) door het college van burgemeester en wethouders van de betreffende gemeente toegekend aan degene die als gevolg van een planontwikkeling schade lijdt. Artikel 6.4a Wro bepaalt dat de gemeente de mogelijkheid heeft om met een initiatiefnemer van een planontwikkeling een overeenkomst te sluiten. De strekking van dergelijke planschadeovereenkomst is dat de door derden geleden schade geheel (of gedeeltelijk) voor rekening komt van de initiatiefnemer, omdat de schade voortvloeit uit het op zijn of haar verzoek ten behoeve van een planontwikkeling wijzigen van het bestemmingsplan of verlenen van een omgevingsvergunning. Tussen initiatiefnemer en de gemeente Maasgouw wordt een planschadeverhaalsovereenkomst afgesloten, zodat eventuele reële aanvragen inzake de tegemoetkoming in de planschade voor rekening van de initiatiefnemer zullen komen.
Bestemmingsplan ‘Uitbreiding camping De Sangershoeve’ Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
49
M183226.003/GPO
8
Overleg en inspraak
8.1
Inleiding De procedures voor vaststelling van een bestemmingsplan zijn door de wetgever geregeld. Aangegeven is dat tussen gemeente en verschillende instanties overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerp bestemmingsplan ter visie kan worden gelegd. Bovendien is het noodzakelijk dat belanghebbenden de gelegenheid hebben om hun visie omtrent het plan te geven. Pas daarna kan de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van het bestemmingsplan van start gaan.
8.2
Vooroverleg Artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) bepaalt dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, waar nodig, overleg plegen andere betrokken overheden en overheidsdiensten (wettelijke adviseurs). Daarbij moet worden gedacht aan naburige gemeenten, het waterschap, en de diensten van het Rijk en de provincie. Overleg met het waterschap is altijd verplicht, terwijl het tot de verantwoordelijkheid van de gemeente behoort om te beoordelen of overleg met de desbetreffende diensten van het Rijk en de provincie nodig is. Artikel 3:6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is van overeenkomstige toepassing. De volgende instanties zijn aangeschreven: Waterschap: akkoord met het plan. Provincie Limburg: opmerkingen verwerkt in onderhavige toelichting. RWS: De reactie had betrekking op de regels, deze zijn aangepast naar aanleiding van de vooroverlegreactie van RWS. TenneT: Akkoord met het bestemmingsplan, wel gelden er privaatrechtelijke afspraken. Veiligheidsregio: opmerkingen verwerkt in onderhavige toelichting. Vooroverleg 1.3.1 Ingevolge artikel 1.3.1 Besluit ruimtelijke ordening dienen burgemeester en wethouders te besluiten en te publiceren of er terinzagelegging van het bestemmingsplan plaatsvindt, of er zienswijzen kunnen worden ingediend en of een onafhankelijke adviesinstantie advies uitbrengt.
Ook is in voornoemd artikel bepaald dat het voornemen tot het voorbereiden van een bestemmingsplan, waarbij geen MER wordt opgesteld, dient te worden gepubliceerd conform artikel 3:12, lid 1 en 2 van de Algemene wet bestuursrecht en langs elektronische weg. De gemeente Maasgouw heeft kenbaar gemaakt dat zij, alvorens de formele bestemmingsplanprocedure op te zullen starten, geen voorontwerp van voorliggend bestemmingsplan ter inzage zal leggen maar meteen zal overgaan tot de formele bestemmingsplanprocedure en daartoe het ontwerp ter visie zal leggen. Het voorontwerpplan wordt gebruikt in het kader van het wettelijk vooroverleg. Wel wordt bij het voorontwerp aangegeven en gepubliceerd dat er geen milieueffectraportage nodig is en dat de m.e.r. verwerkt is in de toelichting. De toelichting met het stuk m.e.r. erin verwerkt ligt ook dan ter
50
Bestemmingsplan ‘Uitbreiding camping De Sangershoeve’ Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
M183226.003/GPO
visie.
8.3
Formele procedure
8.3.1
Algemeen De wettelijke (formele) bestemmingsplanprocedure, die circa 26 weken in beslag neemt, bestaat uit navolgende stappen: 1. 2.
3. 4. 5.
6. 7.
8.3.2
Openbare kennisgeving van het ontwerp bestemmingsplan. Ter inzage legging van het ontwerp bestemmingsplan met alle bijbehorende stukken gedurende 6 weken. Tevens wordt de bekendmaking toegezonden aan Gedeputeerde Staten, belanghebbenden en betrokken Rijksdiensten. Gedurende de termijn van ter inzage legging kan een ieder zienswijzen naar voren brengen. Vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad binnen 12 weken. Algemene bekendmaking van het bestemmingsplan door ter inzage legging met voorafgaande kennisgeving en toezending van het besluit tot vaststelling aan Gedeputeerde Staten en betrokken Rijksdiensten, Waterschappen en gemeenten: binnen 2 weken dan wel, indien Gedeputeerde Staten of de inspecteur zienswijzen hebben ingebracht of het bestemmingsplan gewijzigd is vastgesteld, binnen 6 weken na vaststelling. Mogelijkheid tot beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen 6 weken na bekendmaking voor belanghebbenden. Inwerkingtreding op de dag na afloop van de beroepstermijn, zijnde 6 weken na de bekendmaking, tenzij binnen deze termijn een verzoek om voorlopige voorziening is ingediend bij de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Zienswijzen Het ontwerp van voorliggend bestemmingsplan heeft vanaf 5 augustus 2022 tot en met 15 september 2022 (6 weken) voor het indienen van zienswijzen ter visie gelegen. Gedurende deze termijn zijn 9 zienswijzen ingekomen. Voor een beantwoording/verwerking hiervan wordt verwezen naar de zienswijzennota (zie bijlage 7).
Bestemmingsplan ‘Uitbreiding camping De Sangershoeve’ Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
51
M183226.003/GPO
9
Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
52
Toelichting plan Tekening planvoornemen Akkoord Tennet Akkoord waterschap Akkoord/vergunning RWS Stikstofberekening Aerius Zienswijzennota
Bestemmingsplan ‘Uitbreiding camping De Sangershoeve’ Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV