CConstaterende datMaasgouw
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3: ‘TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Keerlus Oudeweg Linne’.

01. Raadsvergadering 7 juli 2026, gemeente MaasgouwBij agendapunt: Raadsvoorstel tot vaststelling van het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Keerlus Oudeweg Linne (met planidentificatienummer NL.IMRO.1641.TAM003-VG01).36.211 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

bouwvlak

Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en overige bouwwerken zijn toegelaten. 3.16

bouwwerk

Een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 3.17

deskundige

Een door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen onafhankelijke deskundige of commissie van deskunigen inzake een bepaalde vakdiscipline. 3.18

functie

Doeleinden ten behoeve waarvan gebruik van gebouwen en/of gronden of aangewezen delen daarvan, is toegestaan. 3.19

functiegrens

De grens van een functievlak. 3.20

functievlak

Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde functie. 3.21

gebouw

Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 3.22

Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie

De standaardnorm die door de beroepsgroep van archeologen wordt gehanteerd voor de uitvoering van archeologisch onderzoek. 3.23

locatievlak

Een geometrisch bepaald vlak dat is aangewezen voor een gebruiksdoel. 3.24

maaiveld

De bovenkant van een afgewerkt terrein dat een gebouw c.q. bouwwerk omgeeft. 3.25

nutsvoorziening

Voorzieningen ten behoeve van het op het openbare net aangesloten nutsvoorziening, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer en/of het wegverkeer. 3.26

ondergronds bouwwerk

Een (gedeelte van) een bouwwerk, waarvan de bovenkant van de vloer is gelegen op ten minste 1,75 meter beneden peil.

Regels (vastgesteld)

7

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Keerlus Oudeweg Linne

3.27

opgraving

Archeologische maatregel waarbij een aangetroffen en gewaardeerde vindplaats ex situ wordt behouden. 3.28

overkapping

Een bouwwerk omsloten door maximaal één wand en voorzien van een gesloten dak, waaronder begrepen een carport. 3.29

peil

voor gebouwen waarvan de toegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang; in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het bestaande aansluitende afgewerkte maaiveld. 3.30

Programma van Eisen

Het document dat is opgesteld op basis van de Kwaliteitsnorm waarin wordt aangegeven op welke wijze archeologisch onderzoek moet worden uitgevoerd. Een Programma van Eisen behoeft altijd goedkeuring door het college van burgemeester en wethouders. 3.31

prostitutie

Het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding, waaronder in ieder geval begrepen prostitutiebedrijf en raamprostitutie. 3.32

voorgevellijn

Denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van een gebouw tot aan de perceelgrenzen. 3.33

voorzieningen van algemeen nut

Voorzieningen ten behoeve van het op het openbare net aangesloten nutsvoorziening, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer en/of het wegverkeer, riolering, straatvoorzieningen waaronder voorzieningen voor afvalstoffen en straatmeubilair.

8

Regels (vastgesteld)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Keerlus Oudeweg Linne

Artikel 4 4.1

Meet- en rekenbepalingen

Algemeen

De meet- en rekenbepalingen uit artikel 22.24 van het omgevingsplan zijn van overeenkomstige toepassing op het meten van de waarden die in dit plan in m, m2 of m3 zijn uitgedrukt, voor zover hiervan niet is afgeweken in het bepaalde in dit artikel. 4.2

De goothoogte van een bouwwerk

Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 4.3

De inhoud van een bouwwerk

Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 4.4

De bouwhoogte van een bouwwerk

Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van onderschikte bouwdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 4.5

De oppervlakte van een bouwwerk

Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 4.6

De ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk

Vanaf het bouwkundig peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend. 4.7

De diepte van een ingreep

Vanaf het peil tot aan het diepste punt van de ingreep.

Regels (vastgesteld)

9

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Keerlus Oudeweg Linne

Artikel 5

Algemeen gebruiksverbod

Het is verboden om gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan de locatie toegedeelde functies.

10

Regels (vastgesteld)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Keerlus Oudeweg Linne

Artikel 6

Aanvraagvereisten

De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2 van het 'Omgevingsplan gemeente Maasgouw', zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit hoofdstuk.

Regels (vastgesteld)

11

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Keerlus Oudeweg Linne

Hoofdstuk 2 Artikel 7 7.1

Functies

Bedrijf

Toepassingsbereik

De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locaties die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.1641.TAM003-VG01 zijn aangewezen voor de functie 'Bedrijf'. 7.2

Functieomschrijving

7.2.1

Aanwijzing toegestane gebruiksactiviteiten

1. Het is toegestaan de volgende gebruiksactiviteiten te verrichten of te laten verrichten: a. het uitoefenen van bedrijfsmatige activiteiten tot en met de categorie 2 in de als Bijlage 1 Lijst van bedrijfsactiviteiten opgenomen; 2. De volgende voorzieningen ten behoeve van deze gebruiksactiviteiten zijn toegestaan: a. tuinen, erven en terreinen; b. parkeervoorzieningen, met dien verstande dat parkeren op eigen terrein dient plaats te vinden met inachtneming van het bepaalde in 15.1; c. in- en uitritten; d. groenvoorzieningen; e. voorzieningen van algemeen nut; f. (ondergrondse) waterhuishoudkundige voorzieningen, waterlopen en waterpartijen. 7.2.2

Algemene regels bedrijven

De volgende voorwaarden zijn van toepassing bij het exploiteren van een bedrijf: a. per perceel is maximaal één bedrijf toegestaan. 7.3

Vergunningplicht gebruiksactiviteiten

7.3.1

Aanwijzing vergunningplichtige gebruiksactiviteiten

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende gebruiksactiviteiten te verrichten of te laten verrichten: a. het exploiteren van bedrijfsactiviteiten in een andere milieucategorie dan 1 en 2; b. het vestigen van een bedrijfsverzamelgebouw. 7.3.2

Aanvraagvereisten en beoordelingsregels bedrijfsactiviteiten in een ander milieucategorie

De omgevingsvergunning voor een bedrijfsactiviteit in een andere milieucategorie wordt verleend als: a. de uitoefening van bedrijfsactiviteiten, die zijn opgenomen in een hogere categorie dan de bedrijfsactiviteiten als bedoeld in artikel 7.2.1 indien deze gelet op de milieubelasting naar aard en invloed op de omgeving gelijkwaardig zijn aan de bedrijfsactiviteiten als bedoeld in artikel 7.2.1; b. de uitoefening van bedrijfsactiviteiten, die hoewel gelet op de milieubelasting naar aard en invloed op de omgeving gelijkwaardig zijn aan de bedrijfsactiviteiten als bedoeld in artikel 7.2.1; c. bij de beoordeling van de aard en invloed van de milieubelasting van een bedrijf dienen de volgende milieubelastingcomponenten mede in de beoordeling te worden betrokken: geluid, geurproductie, stofuitworp en gevaar, waarbij tevens kan worden gekeken naar de verontreiniging van lucht en bodem, de diversiteit en het al dan niet continue karakter van het bedrijf en de visuele hinder en verkeersaantrekkende werking. 7.3.3

Aanvraagvereisten en beoordelingsregels vestigen bedrijfsverzamelgebouw

De omgevingsvergunning voor een bedrijfsverzamelgebouw wordt verleend als: a. voorzien is een stedenbouwkundige inpassing waarbij onder andere het bedrijfsverzamelgebouw direct op de openbare weg wordt ontsloten; b. maximaal één bedrijfsverzamelgebouw per perceel is toegestaan; c. voorzien wordt in parkeergelegenheid op eigen terrein; d. de nieuwe functie de verkeersafwikkeling niet onevenredig belast; e. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden niet onevenredig worden aangetast;

12

Regels (vastgesteld)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Keerlus Oudeweg Linne f.

uit onderzoek dient te zijn aangetoond dat er behoefte is aan een bedrijfsverzamelgebouw.

7.4

Verboden gebruiksactiviteiten

Gebruik dat afwijkt van de gebruiksactiviteiten in 7.2 en 7.3 is verboden. In ieder geval omvat het verbod: a. b. c. d.

het gebruik van de bouwwerken voor wonen; als staanplaats voor onderkomens; als staanplaats voor wagens en kramen, geschikt en bestemd voor de uitoefening van detailhandel; als opslag-, stort-, lozing- of bergplaats van onbruikbare, althans aan hun oorspronkelijk gebruik onttrokken voorwerpen, stoffen of producten, behoudens voor zover dat noodzakelijk is in het kader van de bedrijfsuitoefening van de toegelaten bedrijven; e. voor het al dan niet voor de verkoop opslaan of opstellen van goederen, behoudens voor zover dat noodzakelijk is in het kader van de bedrijfsuitoefening van de toegelaten bedrijven en dit niet plaatsvindt aan de wegzijde van de op de verbeelding aangegeven bouwgrens, behoudens voor zover dat noodzakelijk is in het kader van de bedrijfsuitoefening van de toegelaten bedrijven; f. detailhandel, uitgezonderd productiegebonden detailhandel; g. vuurwerkbedrijven; h. recreatie-inrichtingen; i. seksinrichtingen; j. straatprostitutie; k. escort-bedrijven; l. coffeeshops; m. de vestiging van zelfstandige kantoren; n. (permanente) opslag van goederen en materialen voor de voorgevellijn en buiten het bouwvlak. 7.5

Beoordelingsregels bouwactiviteiten

7.5.1

Gebouwen

De omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw wordt verleend als: a. gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. het bouwvlak mag voor 80% worden bebouwd, met dien verstande dat het parkeren op eigen terrein wordt opgelost met inachtneming van het bepaalde in artikel 15.1; c. de bouwhoogte bedraagt maximaal 11 meter. 7.5.2

Beoordelingsregels bouwwerken, geen gebouwen zijnde

De omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk, geen gebouw zijnde wordt verleend als: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt aan de wegzijde van de aangegeven bouwgrens maximaal 2,5 meter en aan de andere zijde maximaal 10 meter. b. de bouwhoogte van een terreinafscheiding bedraagt maximaal 2,5 meter.

Regels (vastgesteld)

13

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Keerlus Oudeweg Linne

Artikel 8 8.1

Groen

Toepassingsbereik

De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locaties die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.1641.TAM003-VG01 zijn aangewezen voor de functie 'Groen'. 8.2

Functieomschrijving

Een locatie die op de verbeelding is aangewezen als 'Groen', heeft de volgende functies: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j. k.

groenvoorzieningen; bermen en beplanting; (openbare) wegen en paden; bouwwegen; voet- en fietspaden; parkeervoorzieningen; voorzieningen van algemeen nut; kunstwerken; speelvoorzieningen; ter plaatse van de aanduiding 'water': tevens water ten behoeve van de waterhuishouding; (ondergrondse) waterhuishoudkundige voorzieningen, waterlopen en waterpartijen.

8.3

Beoordelingsregels bouwactiviteiten

8.3.1

Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. op of in deze gronden mogen uitsluitend gebouwen ten behoeve van voorzieningen van algemeen nut en speelvoorzieningen worden gebouwd; b. de maximum bouwhoogte bedraagt 3 meter; c. de maximum oppervlakte van voorzieningen van algemeen nut bedraagt 15 m². 8.3.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

In aanvulling op / in afwijking van artikel 22.27 van het omgevingsplan, gelden voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken de volgende bepalingen: Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de maximum hoogte van lichtmasten bedraagt 8 meter; b. overkappingen zijn niet toegestaan; c. de maximum bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt 5 meter. 8.4

Specifieke functieregels gebruik

Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken als bedoel in artikel 5, wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. opslag van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de functie gerichte gebruik van de grond; b. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de functie gerichte gebruik van de grond.

14

Regels (vastgesteld)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Keerlus Oudeweg Linne

Artikel 9 9.1

Verkeer

Toepassingsbereik

De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locaties die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.1641.TAM003-VG01 zijn aangewezen voor de functie 'Verkeer'. 9.2

Functieomschijving

Een locatie die op de verbeelding is aangewezen als 'Verkeer', heeft de volgende functies: a. b. c. d. e. f. g. h. i.

wegen, straten en paden met hoofdzakelijk een verkeersfunctie; voet- en fietspaden; bouwwegen; parkeervoorzieningen; groenvoorzieningen, waaronder bermen en beplanting; straatmeubilair; voorzieningen van algemeen nut; kunstwerken; (ondergrondse) waterhuishoudkundige voorzieningen, waterlopen en waterpartijen.

9.3

Beoordelingsregels bouwactiviteiten

9.3.1

Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. op of in deze gronden mogen uitsluitend gebouwen ten behoeve van voorzieningen van algemeen nut worden gebouwd; b. de goothoogte van gebouwen bedraagt maximaal 3 meter; c. de maximum oppervlakte van een gebouw bedraagt 15 m². 9.3.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

In aanvulling op / in afwijking van artikel 22.27 van het omgevingsplan gelden voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, de volgende bepalingen: a. de maximum bouwhoogte van lichtmasten, bewegwijzering en verkeersregulering bedraagt 8 meter; b. de maximum bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt 5 meter; c. overkappingen zijn niet toegestaan. 9.4

Specifieke functieregels gebruik

Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken als bedoel in artikel 5, wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de functie gerichte gebruik van de grond; b. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de functie gerichte gebruik van de grond.

Regels (vastgesteld)

15

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Keerlus Oudeweg Linne

Artikel 10 10.1

Waarde - Archeologie 3

Toepassingsbereik

De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locaties die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.1641.TAM003-VG01 mede zijn aangewezen voor de functie 'Waarde Archeologie 3'. 10.2

Functieomschrijving

Een locatie die op de verbeelding is aangewezen als 'Waarde - Archeologie 3', heeft mede tot functie het behoud en de bescherming van archeologische waarden, in het bijzonder voor gebieden met een verwachting voor vindplaatsen gerelateerd aan bewoning, begraving en watergebonden economische en rituele activiteiten. 10.3

Beoordelingsregels bouwactiviteiten

10.3.1 Bouwen volgens de onderliggende functie Indien op grond van de beoordelingsregels voor bouwactiviteiten van de onderliggende functie bouwwerken worden gebouwd, dan zijn deze op grond van de functie 'Waarde - Archeologie 3' toegestaan, mits: a. de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld; b. de betrokken archeologische waarden, gelet op het rapport genoemd onder a., door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voorschriften te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische waarden in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties; c. het bepaalde onder a. en b. is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op één of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken: 1.

vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; 2. een bouwwerk met een oppervlakte kleiner dan 2.500 m²; 3. een bouwwerk waarvoor bij de bouw geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd dieper dan 0,40 meter ten opzichte van het maaiveld. 10.3.2 Voorwaarden aan de omgevingsvergunning voor bouwen Indien uit het in 10.3.1 onder a. genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen kunnen worden verstoord, kan het bevoegd gezag de volgende voorwaarden verbinden aan die omgevingsvergunning voor bouwen: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de bouwwerkzaamheden te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.

10.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 10.4.1 Verbod Het is verboden om zonder omgevingsvergunning een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren die voorkomen in de onderstaande opsomming: a. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe in ieder geval worden gerekend: afgraven, woelen,

16

Regels (vastgesteld)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Keerlus Oudeweg Linne mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; b. het ophogen van de bodem; c. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen in de grond; d. het aanleggen, verbreden en/of verharden van wegen, paden, banen, parkeergelegenheden en/of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; e. het verlagen of verhogen van het waterpeil; f. het aanleggen, verbreden en dempen van sloten, vijvers en andere wateren; g. het aanbrengen van diepwortelende beplanting; h. het rooien van diepwortelende beplantingen voor zover daarbij stobben worden verwijderd; i. het omzetten van gras of akkerland in een teelt waarbij bodemvolume wordt afgevoerd waartoe gerekend worden boomteelt, graszodenteelt en siergewassenteelt; j. het afplaggen van heide- of natuurgebieden; k. het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. 10.4.2 Toelaatbaarheid De omgevingsvergunning als bedoeld in 10.4.1 kan slechts worden verleend indien: a.

de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld; b. de betrokken archeologische waarden, gelet op het rapport genoemd onder a., door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning regels te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische waarden in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. 10.4.3 Uitzonderingen Het bepaalde in 10.4.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. b. c. d. e. f.

het normale onderhoud en/of gebruik betreffen; reeds in uitvoering waren op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan; ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd; een oppervlakte omvatten kleiner dan 2.500 m²; maximaal 40 centimeter diep reiken ten opzichte van het maaiveld, tenzij het werkzaamheden betreffen als genoemd in 10.4.1 h t/m j; in geval het werkzaamheden betreffen als genoemd in 10.4.1 h t/m j het afgevoerde bodemvolume weer wordt aangevuld.

10.4.4 Voorschriften te verbinden aan de omgevingsvergunning Indien uit het in 10.4.2 onder a. genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen kunnen worden verstoord, kan het bevoegd gezag de volgende voorwaarden verbinden aan die omgevingsvergunning voor bouwen: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de bouwwerkzaamheden te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.

Regels (vastgesteld)

17

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Keerlus Oudeweg Linne

Hoofdstuk 3 Artikel 11

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

18

Regels (vastgesteld)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Keerlus Oudeweg Linne

Artikel 12 12.1

Algemene bouwregels

Algemene bepaling m.b.t. ondergronds bouwen

12.1.1 Ondergrondse werken Voor het uitvoeren van ondergrondse werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, geen beperkingen. 12.1.2 Ondergrondse bouwwerken Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, de volgende bepalingen: a. De ondergrondse bouwdiepte van ondergrondse bouwwerken bedraagt maximaal 3 meter onder peil. b. Ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak, met uitzondering rioolwaterbuffers die ook buiten het bouwvlak mogen worden opgericht. c. Zowel onder bestaande bebouwing als buiten bestaande bebouwing zijn ondergrondse bouwwerken toegestaan, evenwel met inachtname van het gestelde onder b. d. Bij het berekenen van de blijkens de digitale verbeelding of deze regels geldende bebouwingspercentages, of van het in deze regels maximaal te bebouwen oppervlak, wordt de oppervlakte van ondergrondse gebouwen uitsluitend mede in aanmerking genomen als de ondergrondse bouwwerken zich buiten de bestaande bebouwing bevinden. 12.1.3 Verbod Het is verboden zonder omgevingsvergunning ondergrondse bouwwerken te realiseren met een ondergrondse bouwdiepte van meer dan 3 meter onder peil.

12.1.4 Beoordelingsregels Een omgevingsvergunning voor het realiseren van ondergrondse bouwwerken met een ondergrondse bouwdiepte van meer dan 3 meter onder peil, wordt verleend onder de volgende voorwaarden: a. b. c. d.

de ondergrondse bouwdiepte bedraagt niet meer dan 6,6 meter onder peil; er wordt geen onevenredige afbreuk gedaan aan de archeologische waarden; de waterhuishouding wordt niet verstoord; de waterwinningen en de grondwaterbescherming wordt niet verstoord;

12.2

Ondergeschikte bouwdelen

Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, uitbouwen, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, c.q. functiegrenzen niet meer dan 1 meter bedraagt. 12.3

Algemene bepaling over bestaande afstanden en andere maten

12.3.1 Maximale maatvoering Indien afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet of Omgevingswet, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan meer bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als maximaal toelaatbaar worden aangehouden. 12.3.2 Heroprichting In het geval van (her)oprichting van gebouwen is het bepaalde in 12.3.1 uitsluitend van toepassing indien het geschiedt op dezelfde plaats.

Regels (vastgesteld)

19

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Keerlus Oudeweg Linne

Artikel 13 13.1

Algemene aanduidingsregels

milieuzone - roerdalslenk 2

13.1.1 Verbodsregels Het is verboden zonder omgevingsvergunning ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - roerdalslenk 2': a. boorputten op te richten, in exploitatie te nemen of te hebben dieper dan 30 meter beneden het maaiveld; b. de grond te roeren dieper dan 30 meter beneden het maaiveld, of deze handeling toe te laten, of anderszins werken of in de bodem uit te voeren of te doen uitvoeren, waarbij ingrepen worden verricht of stoffen worden gebruikt die de beschermende werking van de slechtdoorlatende bodemlagen kunnen aantasten; c. een bodemenergiesysteem op te richten, welke dieper reikt dan 30 meter beneden het maaiveld; d. boorputten op te richten wanneer de doorboorde weerstandbiedende lagen en het boorgat, van 0 tot 3 meter beneden het maaiveld, niet worden afgedicht met klei of bentoniet. 13.1.2 Uitzonderingen De in artikel 13.1.1 gestelde verboden gelden niet voor: a. a. het inrichten van boorputten ten behoeve van het provinciale grondwaterbeheer in het kader van de Omgevingswet; b. het verrichten van bodemonderzoeken die bij of krachtens wet zijn voorgeschreven. 13.1.3 Beoordelingsregels Een omgevingsvergunning voor het realiseren van voorzieningen als bedoeld in 13.1.1, wordt verleend onder de volgende voorwaarden: a. gewaarborgd is dat geen sprake is van nadelige gevolgen voor de grondwaterwinning; b. Gedeputeerde Staten zijn vooraf gehoord.

20

Regels (vastgesteld)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Keerlus Oudeweg Linne

Artikel 14 14.1

Algemene binnenplanse omgevingsplanactiviteiten

Maatvoering

14.1.1 Verbod Het is verboden zonder omgevingsvergunning af te wijken van de in deze regels genoemde maten, aantallen en percentages. 14.1.2 Beoordelingsregels Een omgevingsvergunning voor het afwijken van de in deze regels genoemde maten, aantallen en percentage wordt verleend voor: a. de in de regels voorgeschreven maatvoering met ten hoogste 10%; b. het toestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of –intensiteit daartoe aanleiding geeft; c. het toestaan dat bouwgrenzen worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; d. het toestaan dat de bouwhoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot maximaal 10 meter; e. het toestaan dat de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van zend-, ontvang- en/of sirenemasten, wordt vergroot tot maximaal 40 meter; f. het plaatsen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van zend-, ontvang- en/of sirenemasten op elk gebouw. met dien verstande dat wordt voldaan aan de beoordelingsregels dat: g. Het straat- en bebouwingsbeeld niet wordt onevenredig aangetast. h. De stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving worden gewaarborgd. i. De gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden niet onevenredig j. worden aangetast. k.

Er is geen sprake van milieuhygiënische belemmeringen. l. De brandveiligheid, externe veiligheid en rampenbestrijding zijn gewaarborgd. m. De verkeersveiligheid niet mag in het geding komen. 14.2

Kleine bouwwerken

14.2.1 Verbod Het is verboden zonder omgevingsvergunning kleine niet voor bewoning bestemde bouwwerken van openbaar nut en religieuze doeleinden, zoals abri's, wachthuizen, transformatorhuizen, schakelhuizen, (ondergrondse) afvalcontainers, gemaalgebouwen, telefooncellen, monumenten, kapellen, wegkruizen en naar aard en omvang daarmee gelijk te stellen bouwwerken op te richten, voor zover niet op grond van een andere bepaling van deze planregels een omgevingsvergunning kan worden verleend. 14.2.2 Beoordelingsregels Een omgevingsvergunning voor het oprichten van kleine bouwwerken zals bedoeld in 14.2.1 wordt verleend onder de volgende voorwaarden: a. De oppervlakte per bouwwerk bedraagt niet meer dan 15 m². b. De goothoogte bedraagt niet meer dan 3 meter; c. De bouwwerken passen naar aard en afmetingen in het plan, met dien verstande, dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet meer dan 10 meter mag bedragen.

Regels (vastgesteld)

21

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Keerlus Oudeweg Linne

Artikel 15 15.1

Overige regels

Regeling omtrent parkeren en laden en lossen

15.1.1 Parkeren Indien de omvang of de functie van een gebouw, dan wel functievlak, daartoe aanleiding geeft, moet ten behoeve van het parkeren of stallen van auto's in voldoende mate ruimte zijn aangebracht in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. Deze ruimte mag niet overbemeten zijn, gelet op het gebruik of bewoning van het gebouw, dan wel functievlak, waarbij rekening moet worden gehouden met de eventuele bereikbaarheid per openbaar vervoer. Dit alles ter beoordeling van de gemeente, waarbij de gemeente toetst aan het op het moment van het verlenen van een omgevingsvergunning geldende gemeentelijke parkeerbeleid (zijnde thans “Parkeernormen en parkeerbijdrageregeling gemeente Maasgouw”). 15.1.2 Laden en lossen Indien de functie van een gebouw, dan wel functievlak, aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor laden en lossen van goederen, moet deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij het gebouw behoort. Dit alles ter beoordeling van de gemeente, waarbij de gemeente toetst aan het op het moment van het verlenen van een omgevingsvergunning geldende gemeentelijke beleid omtrent laden en lossen.

15.1.3 Omgevingsplanactiviteit parkeren en laden en lossen Het is verboden zonder omgevingsvergunning niet te voldoen aan het gestelde in artikel 15.1.1 en 15.1.2. 15.1.4 Beoordelingsregels Een omgevingsvergunning voor het op andere wijze invulling geven aan de parkeerbehoefte en het laden en lossen zoals bedoeld in artikel 15.1.1 en 15.1.2 wordt verleend onder de volgende voorwaarden: a. Het voldoen aan die bepalingen stuit door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren. b. Op andere wijze wordt voorzien in de nodige parkeer- of stallingsruimte, dan wel laad- of losruimte. Dit alles ter beoordeling van de gemeente. 15.2

Andere wettelijke regelingen

Indien en voor zover in deze regels wordt verwezen naar andere wettelijke regelingen, dienen deze regelingen te worden gelezen, zoals deze luiden op het tijdstip van vaststellen van de omgevingsplanwijziging.

22

Regels (vastgesteld)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Keerlus Oudeweg Linne

Hoofdstuk 4 Artikel 16 16.1

Overgangsrecht

Overgangsrecht

Overgangsrecht bouwwerken

1. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan op de betreffende locatie aanwezig of in uitvoering is, of gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van dit TAM-omgevingsplan mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 2. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk met maximaal 10%. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan, maar zijn gebouwd zonder omgevingsvergunning en in strijd met het daarvoor geldende omgevingsplan van rechtswege, daaronder begrepen de overgangsbepalingen. 16.2

Overgangsrecht gebruik ten dienste van functie

1. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan op de betreffende locatie en dat als gevolg van dit TAM-omgevingsplan in strijd is met de gebruiksregels in hoofdstuk 2 ten 3, mag worden voortgezet. 2. Het is verboden het met dit TAM-omgevingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dit TAM-omgevingsplan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 3. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAMomgevingsplan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 4. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik, dat al in strijd was met de voorheen geldende gebruiksregels voor die locatie in het omgevingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen. 16.3

Eerbiedigende werking overige activiteiten

1. Zodra een regeling in dit TAM-omgevingsplan een activiteit als vergunningplichtig aanwijst, dan geldt een onherroepelijke vergunning zoals die luidde direct voor die regeling als een omgevingsvergunning voor die activiteit. 2. Op activiteiten anders dan bedoeld in de artikel 16.1 en 16.2 die op het moment van de inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan krachtens de tot dan geldende wetgeving en voorschriften plaatsvinden, zijn de bepalingen van dit TAM-omgevingsplan direct van toepassing.

Regels (vastgesteld)

23

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Keerlus Oudeweg Linne

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Keerlus Oudeweg Linne

Inhoudsopgave

Bijlagen bij regels

3

Bijlage 1

4

2

Lijst van bedrijfsactiviteiten

Inhoudsopgave (vastgesteld)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Keerlus Oudeweg Linne

Bijlagen bij regels

Bijlagen bij regels (vastgesteld)

3

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Keerlus Oudeweg Linne

Bijlage 1 Lijst van bedrijfsactiviteiten

4

Bijlagen bij regels (vastgesteld)

BIJLAGEN REGELS BESTEMMINGSPLAN

Pagina 6 BESTEMMINGSPLAN LINNE GEMEENTE MAASGOUW ©

20 14 ,

KO NI JNE N BURG

GROEP,

DE N

H AAG

.

BRE DA

.

UTREC HT

.

EI ND HO VEN

BIJLAGEN REGELS BESTEMMINGSPLAN

Pagina 7 BESTEMMINGSPLAN LINNE GEMEENTE MAASGOUW ©

20 14 ,

KO NI JNE N BURG

GROEP,

DE N

H AAG

.

BRE DA

.

UTREC HT

.

EI ND HO VEN

BIJLAGEN REGELS BESTEMMINGSPLAN

Pagina 8 BESTEMMINGSPLAN LINNE GEMEENTE MAASGOUW ©

20 14 ,

KO NI JNE N BURG

GROEP,

DE N

H AAG

.

BRE DA

.

UTREC HT

.

EI ND HO VEN

BIJLAGEN REGELS BESTEMMINGSPLAN

Pagina 9 BESTEMMINGSPLAN LINNE GEMEENTE MAASGOUW ©

20 14 ,

KO NI JNE N BURG

GROEP,

DE N

H AAG

.

BRE DA

.

UTREC HT

.

EI ND HO VEN

BIJLAGEN REGELS BESTEMMINGSPLAN

Pagina 10 BESTEMMINGSPLAN LINNE GEMEENTE MAASGOUW ©

20 14 ,

KO NI JNE N BURG

GROEP,

DE N

H AAG

.

BRE DA

.

UTREC HT

.

EI ND HO VEN

BIJLAGEN REGELS BESTEMMINGSPLAN

Pagina 11 BESTEMMINGSPLAN LINNE GEMEENTE MAASGOUW ©

20 14 ,

KO NI JNE N BURG

GROEP,

DE N

H AAG

.

BRE DA

.

UTREC HT

.

EI ND HO VEN

Amsterdam Nachtwachtlaan 20 1058 EA Amsterdam +31 (0)20 506 19 99

‘s-Hertogenbosch Willemsplein 2 5211 AK ’s-Hertogenbosch +31 (0)73 208 91 55

Venlo Industriestraat 94 5931 PK Tegelen +31 (0)77 373 06 01 info.bro@movares.nl www.movares.com TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Keerlus Oudeweg Linne

45

TAM-omgevingsplan OudewegRijksweg ong. te Linne Gemeente Maasgouw Bijlagenboek

TAM-omgevingsplan Oudeweg-Rijksweg ong. te Linne

1

colofon

projectnaam TAM-omgevingsplan Oudeweg-Rijksweg ong. te Linne datum 18 maart 2026 projectnummer P07465_bijlagen opdrachtgever Gemeente Maasgouw Movares | BRO Adviseurs B.V. projectleider AvdO projectteam BKe bron kaft Movares | BRO Adviseurs B.V. review JvdA

Willemsplein 2 5211 AK ’s-Hertogenbosch +31 (0)73 208 91 55 info.bro@movares.nl www.movares.nl

TAM-omgevingsplan Oudeweg-Rijksweg ong. te Linne

2

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Keerlus Oudeweg Linne

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Keerlus Oudeweg Linne

Inhoudsopgave

Bijlagen bij motivering

3

Bijlage 1

Tekening toekomstige situatie

4

Bijlage 2

Vergunning uitbreiding bedrijf Oudeweg 80

6

Bijlage 3

Quickscan flora en fauna

22

Bijlage 4

Stikstofonderzoek

39

Bijlage 5

Vooronderzoek bodem

65

Bijlage 6

Weging van het waterbelang

141

Bijlage 7

Archeologisch onderzoek

163

Bijlage 8

Advies Veiligheidsregio Limburg-Noord

223

Bijlage 9

Akoestisch onderzoek

225

2

Inhoudsopgave (vastgesteld)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Keerlus Oudeweg Linne

Bijlagen bij motivering

Bijlagen bij motivering (vastgesteld)

3

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Keerlus Oudeweg Linne

Bijlage 1 T ekening toekomstige situatie

4

Bijlagen bij motivering (vastgesteld)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Keerlus Oudeweg Linne

Bijlage 2 Vergunning uitbreiding bedrijf Oudeweg 80

6

Bijlagen bij motivering (vastgesteld)

Postbus 450, 6100 AL Echt

V.O.F. Architekten Buro Smeets B.N.A.

Datum

Voorstad Sint Jacob 44 6041 LM ROERMOND

Zaaknummer

1 mei 2024 Z2023-00009468 Uw referentie Uw brief van Bijlagen

22

Behandeld door

Vergunningverlening Omgevingsrecht Bouwen Verzenddatum

1 mei 2024 Onderwerp Besluit reguliere procedure (WABO) Beste

Op 23 november 2023 hebben wij uw aanvraag om een omgevingsvergunning ontvangen voor het uitbreiden van een bestaande bedrijfshal aan Oudeweg 80, 6067CA Linne. Uw aanvraag is geregistreerd onder nummer Z2023-00009468. Het betreft een aanvraag voor de volgende activiteit uit de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo): -

Bouwen Handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening

Besluit Wij besluiten de omgevingsvergunning onder voorwaarde te verlenen. Voor de motivering, voorschriften en mededelingen wordt verwezen naar de bijlagen. Procedure De aanvraag is ontvankelijk omdat die voldoet aan de eisen van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, het Besluit omgevingsrecht (Bor) en de Regeling omgevingsrecht (Mor). De besluitvormingsprocedure is uitgevoerd overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Het besluit is voorbereid met de reguliere voorbereidingsprocedure, zoals vermeld in paragraaf 3.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. In werking treden vergunning Deze vergunning treedt in werking een dag na de toezending aan de aanvrager.

Servicecentrum MER is een samenwerkingsverband van de gemeenten Maasgouw, Echt-Susteren en Roerdalen en voert taken uit namens deze gemeenten op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving, participatie, wet maatschappelijke ondersteuning en bedrijfsvoering.

1 van 15

Z2023-00009468

Bijgevoegde documenten De in bijlage 1 vermelde documenten worden meegezonden en maken als gewaarmerkt stuk deel uit van dit besluit. Leges Op basis van de gemeentelijke legesverordening 2023 van de gemeente Maasgouw, zijn voor het in behandeling nemen van een Aanvraag beschikking behandelen (WABO) leges verschuldigd. Voor het verrekenen van de leges wordt een aparte factuur verstuurd aan Juro beheer B.V.. Het legesbedrag staat hieronder vermeld. Code M 2.3.1.1 M 2.3.3.2 M 2.3.16.1 M 2.4.2 Eindtotaal

Omschrijving Bouwen artikel 2.1.1.a Wabo Buitenplans afwijken bestemmingsplan RP in combinatie met bouwen (artikel 2.1.1.c / 2.12.1.a.2 Wabo) Beoordeling rapporten inzake (milieu)onderzoeken intern Digitaal ingediende aanvraag (www.omgevingsloket.nl) als bedoeld in artikel 2.3 legesverordening

Bedrag €6.178,40 €409,00 €130,00 €-671,74 €6.045,66

Heeft u nog vragen? Als u nog vragen heeft, dan kunt u dagelijks van 9.00 uur tot 17.00 uur contact opnemen met onze dienstverleners via e-mail of telefoonnummer U kunt daarbij het zaaknummer doorgeven. Het zaaknummer vindt u boven aan deze brief. Met vriendelijke groet, Namens de burgemeester en wethouders van de gemeente Maasgouw, Teammanager Omgevingsdienst.

Servicecentrum MER is een samenwerkingsverband van de gemeenten Maasgouw, Echt-Susteren en Roerdalen en voert taken uit namens deze gemeenten op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving, participatie, wet maatschappelijke ondersteuning en bedrijfsvoering.

2 van 15

Z2023-00009468

Bezwaarschriftenclausule Bent u het niet eens met dit besluit of is het besluit onduidelijk? Neem dan eerst contact op met de persoon genoemd bovenaan deze brief. Dit kan voorkomen dat u een bezwaarschrift moet schrijven. Als u toch een bezwaarschrift wilt indienen, kan dit binnen zes weken na verzending van dit besluit (zie verzenddatum) bij het college van burgemeester en wethouders. Dit kan digitaal via www.gemeentemaasgouw.nl/bezwaar. U heeft hiervoor een DigiD nodig. Als ondernemer of organisatie gebruikt u eHerkenning. U kunt uw bezwaarschrift ook schriftelijk indienen door het op te sturen of af te geven aan de balie. Vermeld dan:  In het briefhoofd ‘bezwaarschrift’  Uw naam en adres;  Het besluit waartegen u bezwaar maakt en het in deze brief vermelde nummer;  Waarom u het niet eens bent met het besluit;  Wat de beslissing volgens u moet zijn. Wij vragen u ook om uw telefoonnummer te vermelden zodat wij contact met u kunnen opnemen om uw bezwaar te bespreken. Dateer en onderteken het bezwaarschrift en stuur het naar Postbus 7000, 6040 AA in Maasbracht of geef het af aan de balie. Stuur ook een kopie van het besluit mee. Het besluit blijft gelden ook in de tijd dat uw bezwaarschrift in behandeling is. Om dat te voorkomen kunt u de voorzieningenrechter verzoeken om het besluit te schorsen en/of een voorlopige voorziening te treffen.

Stuur uw verzoek naar de voorzieningenrechter van de rechtbank Limburg. Dit kan digitaal via http://loket.rechtspraak.nl/bestuursrecht of per post aan de rechtbank Limburg, postbus 950, 6040 AZ te Roermond. Stuur een kopie van het bezwaarschrift mee. Aan het verzoeken om een voorlopige voorziening zijn kosten verbonden. Raadpleeg hiervoor de griffie van de rechtbank Limburg. Voor nadere informatie en voorwaarden bel 088-361 2222 of kijk op www.rechtspraak.nl.

Servicecentrum MER is een samenwerkingsverband van de gemeenten Maasgouw, Echt-Susteren en Roerdalen en voert taken uit namens deze gemeenten op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving, participatie, wet maatschappelijke ondersteuning en bedrijfsvoering.

3 van 15

Z2023-00009468

Wat vindt u van de kwaliteit van onze dienstverlening? Wij horen graag uw mening over onze dienstverlening. Steekproefsgewijs bellen we aanvragers van vergunningen om te informeren naar hun tevredenheid. Nu ook u een besluit van ons heeft ontvangen, kan het zijn dat we u binnenkort bellen met enkele korte vragen. Met de door u genoemde verbetervoorstellen, verbeteren wij onze dienstverlening. Alvast bedankt voor uw medewerking.

Servicecentrum MER is een samenwerkingsverband van de gemeenten Maasgouw, Echt-Susteren en Roerdalen en voert taken uit namens deze gemeenten op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving, participatie, wet maatschappelijke ondersteuning en bedrijfsvoering.

4 van 15

Z2023-00009468

Bijlage 1 De volgende documenten horen bij en maken deel uit van de omgevingsvergunning met kenmerk Z2023-00009468 voor het project het uitbreiden van een bestaande bedrijfshal aan Oudeweg 80, 6067CA Linne. Omschrijving Funderingsadvies Bestaande Hal

Ons Kenmerk D2023-00021167

planschade getekend

D2024-00018096

Complete constructie berekening

D2024-00011724

8 maart 2024

Toelichting_Constructieberekening

D2024-00009813

27 februari 2024

Constructie tekening 3D overzicht

D2024-00009812

27 februari 2024

Infiltratie capaciteit Uitbreiding hal

D2024-00007316

16 februari 2024

tekening_technisch_blad_20240130

D2024-00007306

16 februari 2024

Aerius berekening Bouw bedrijfshal

D2024-00007308

16 februari 2024

Constructie tekening Kelder-fundering

D2024-00011725

8 maart 2024

Constructie tekening staalbouw

D2024-00009814

27 februari 2024

Toelichting_Aanvullende_gegevens

D2024-00007314

16 februari 2024

Infiltratie capaciteit Bestaand deel

D2024-00007315

16 februari 2024

Van_Meijl_Verhaegh_constructie

D2024-00007317

16 februari 2024

uitgangspunten_Aerius_berekening

D2024-00007307

16 februari 2024

Aerius berekening gebruik bedrijfshal

D2024-00007309

16 februari 2024

Geotechnisch bodemonderzoek

D2024-00007313

16 februari 2024

gewijzigde_pagina_10_aanvraagformulier

D2023-00023000

6 december 2023

Aanvraagdocument

D2023-00021169

23 november 2023

Rapport Vooronderzoek

D2024-00007310

16 februari 2024

232792B2 Blad 01 Bestektekening 20240501

D2024-00021660

1 mei 2024

Gereedmelding bouwactiviteiten groene kaart

D2024-00021664

Startmelding bouwactiviteiten gele kaart

D2024-00021665

Servicecentrum MER is een samenwerkingsverband van de gemeenten Maasgouw, Echt-Susteren en Roerdalen en voert taken uit namens deze gemeenten op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving, participatie, wet maatschappelijke ondersteuning en bedrijfsvoering.

Datum 23 november 2023

5 van 15

Z2023-00009468

Bijlage 2 Overwegingen, voorschriften, en mededelingen inzake activiteit: Het (ver)bouwen van een bouwwerk (artikel 2.1 lid 1 onder a Wet algemene bepalingen omgevingsrecht). 1. Overwegingen Bij het nemen van het besluit hebben wij het volgende overwogen: Op grond van artikel 2.10 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht dient uw aanvraag te voldoen aan:  het Bouwbesluit 2012 en gemeentelijke bouwverordening;  het van toepassing zijnde bestemmingsplan;  de redelijke eisen van welstand. Over deze toetsingscriteria overwegen wij als volgt: Bouwbesluit 2012 en gemeentelijke bouwverordening De aanvraag is getoetst aan de relevante eisen voor de gebruiksfunctie overige gebruiksfunctie conform het Bouwbesluit 2012 en de gemeentelijke bouwverordening. Voor zover op dit moment gegevens bekend zijn, hebben wij naar aanleiding van de toets geconcludeerd dat uw aanvraag onder voorwaarden voldoet aan de relevante eisen uit het Bouwbesluit 2012 en de gemeentelijke bouwverordening. Bestemmingsplan Op de locatie Oudeweg 80, 6067CA Linne is het bestemmingsplan “Linne” van toepassing. Ter plaatse geldt de bestemming “Groen”. Uw plan voldoet niet aan de gestelde bouw- en gebruiksvoorschriften.

Wij hebben uw aanvraag op grond van artikel 2.10, tweede lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht daarom mede aangemerkt als een aanvraag om een vergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Voor de beoordeling van de aanvraag voor deze activiteit verwijzen wij naar bijlage 3 bij dit besluit. Welstand Het bouwplan ligt in welstandsvrijgebied en is daarom niet voorgelegd aan de omgevingscommissie. Bodem Woningwet: De aanvraag ziet op het uitbreiden van een bestaande bedrijfshal. Omdat het hier gaat om een aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen moet er gekeken worden naar de Woningwet. In artikel 8, lid 2 van de Woningwet is namelijk aangegeven dat in de bouwverordening voorschriften zijn vastgesteld voor het voorkomen van bouwen op verontreinigde grond. In artikel 8, lid 3 van de Woningwet is omschreven waar lid 2 op van toepassing is. In artikel 8, lid 3 van de woningwet staat het volgende: De voorschriften, bedoeld in het tweede lid, hebben uitsluitend betrekking op bouwwerken: a. waarin voortdurend of nagenoeg voortdurend mensen zullen verblijven, b.

voor het bouwen waarvan een omgevingsvergunning is vereist, met uitzondering van bouwwerken die naar aard en omvang gelijk zijn aan een bouwwerk waarvoor op grond van artikel 2.1, derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht een dergelijke vergunning niet is vereist, en c. 1°.die de grond raken, of 2°.ten aanzien waarvan het bestaande, niet-wederrechtelijke gebruik niet wordt gehandhaafd.

Servicecentrum MER is een samenwerkingsverband van de gemeenten Maasgouw, Echt-Susteren en Roerdalen en voert taken uit namens deze gemeenten op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving, participatie, wet maatschappelijke ondersteuning en bedrijfsvoering.

6 van 15

Z2023-00009468

Het gaat om een uitbreiding van een bestaande bedrijfshal, gebruikt als opslag/magazijn maar vanuit de tekeningen en aanvraagformulier is te zien dat hier wel personen gaan verblijven, 10 personen is aangegeven. Hierdoor is het aannemelijk dat er mensen nagenoeg voortdurend gaan verblijven. Daarnaast is het een aanvraag waarvoor een omgevingsvergunning noodzakelijk is en het bouwwerk de grond raakt. Hierdoor is artikel 8, lid 2 van de Woningwet van toepassing en moet er naar de bouwverordening van de gemeente Maasgouw gekeken worden. Bouwverordening gemeente Maasgouw: In artikel 2.1.5 van de Bouwverordening is aangegeven dat er een milieuhygiënisch bodemonderzoek conform NEN 5740 uitgevoerd moet worden. Echter is binnen de gemeente Maasgouw ook de Nota Bodembeheer Noord-Limburg 2020-2029 van toepassing. Hierin zijn versoepelingen aangebracht. Nota Bodembeheer Noord Limburg 2020-2029: In hoofdstuk 2.5 van de Nota Bodembeheer Noord-Limburg 2020-2029 is aangegeven dat er volstaan kan worden met een historisch bodemonderzoek conform NEN 5725 in combinatie met de bodemkwaliteitskaart indien het gaat om een onverdachte locatie. Blijkt uit het historisch bodemonderzoek dat het gaat om een verdachte locatie dan moet er minimaal een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 worden uitgevoerd. Eventueel aangevuld met een nader bodemonderzoek en/of asbest bodemonderzoek.

Verdere overwegingen: In de concept koopakte is aangegeven dat voorafgaande een bodemonderzoek wordt uitgevoerd. Dit onderzoek is niet toegevoegd aan de aanvraag. Conclusie: Historisch bodemonderzoek NEN 5725 van 31-01-2024 is ingediend. Onverdachte locatie dus geen NEN 5740 onderzoek noodzakelijk. Bodemonderzoek valt binnen de geldigheidstermijn van 2 jaar. Wet Natuurbescherming De aanvraag geeft vanwege de aard en omvang en het feit dat de aeriusberekeningen geen stikstofdepositie op stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden laten zien, geen aanleiding tot het vragen van een verklaring van geen bedenkingen. De bepalingen uit de Wet natuurbescherming (met name de algemene zorgplicht) zijn altijd van toepassing. 2. Voorschriften Bouwbesluit Afdeling 5.1. Energiezuinigheid. De toe te passen warmteweerstandwaarden zijn lager dan de, in het Bouwbesluit voorgeschreven Rc-waarden. Dat is echter wel toegestaan als het een bedrijfshal betreft die niet is bestemd om te worden verwarmd of gekoeld ten behoeve van personen. Met name ter voorkoming van functiewijzigingen in de toekomst verwijzen wij naar artikel 5.5. van het Bouwbesluit. Wet natuurbescherming De bepalingen uit de Wet natuurbescherming (met name de algemene zorgplicht) zijn altijd van toepassing.

Servicecentrum MER is een samenwerkingsverband van de gemeenten Maasgouw, Echt-Susteren en Roerdalen en voert taken uit namens deze gemeenten op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving, participatie, wet maatschappelijke ondersteuning en bedrijfsvoering.

7 van 15

Z2023-00009468

Bodem 1. Indien tijdens de ontgravingwerkzaamheden visueel waarneembare verontreinigingen worden waargenomen, dient dit bij ons gemeld te worden. Er mag dan niet eerder met de werkzaamheden worden verder gegaan alvorens door ons toestemming is gegeven. 2. Een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de fysieke leefomgeving, is verplicht: a. alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen, b. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken, c. als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van hem kan worden gevraagd. 3.

1. Het is verboden een activiteit te verrichten of na te laten als door het verrichten of nalaten daarvan aanzienlijke nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving ontstaan of dreigen te ontstaan. 2. Bij algemene maatregel van bestuur wordt de toepassing van het eerste lid uitgewerkt of begrensd. De uitwerking of begrenzing strekt in ieder geval ter uitvoering van de richtlijn milieustrafrecht en heeft betrekking op: a.de omvang van de nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving, b.de gevallen waarin het eerste lid van toepassing is.

4. 5.  

6.

De bij het ontgraven van eventuele funderingen, kelders en kruipruimten vrijkomende grond, zowel van de bovengrond als de ondergrond, geldt dat deze ter plaatse zoveel mogelijk moet worden hergebruikt. Indien er gegraven gaat worden geldt de Milieu belastende activiteit graven (hierna te noemen MBA graven). Voor de MBA graven met een omvang grondverzet onder of gelijk aan 25m3 en onder de interventiewaarden geldt de algemene zorgplicht uit artikel 1.6 van de Omgevingswet. Voor de MBA graven met een omvang grondverzet groter dan 25m3 en onder de interventiewaarden geldt het volgende: Ten minste een week voor het begin van de activiteit, bedoeld in artikel 4.1219 van het Besluit activiteit leefomgeving (hierna te noemen Bal), wordt aan het bevoegd gezag, via het DSO middels een informatieplicht, gegevens en bescheiden verstrekt over: a. de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; b. de verwachte datum van het begin van de activiteit; en c. de verwachte duur ervan. Bij de MBA graven groter dan 25m3 en onder de interventiewaarden geldt dat er altijd een voorafgaand bodemonderzoek moet worden uitgevoerd. (artikel 4.1221 van het Bal). Gaat er grond toegepast worden dan is de Milieubelastende activiteit toepassen grond of baggerspecie (hierna te noemen MBA toepassen grond of baggerspecie) van toepassing (4.124 van het Bal).

Hier geldt in bepaalde gevallen en meld- en informatie plicht die via het DSO moet worden ingediend. Meldplicht: Ten minste 1 week vóór start melden onder overlegging van de volgende gegevens:

Servicecentrum MER is een samenwerkingsverband van de gemeenten Maasgouw, Echt-Susteren en Roerdalen en voert taken uit namens deze gemeenten op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving, participatie, wet maatschappelijke ondersteuning en bedrijfsvoering.

8 van 15

Z2023-00009468

    

Functionaliteit van de toepassing (zie art. 4.1269 Bal) en de onderbouwing ervan; Dimensionering; Hoeveelheid; Datum; Coördinaten ontvangende landbodem/ oppervlaktewaterlichaam;

Let op: Een melding kan achterwege blijven als het gaat om functionele toepassing door een particulier van ten hoogste 25 m3 grond/ baggerspecie; Naast de meldingsplicht geldt er ook nog een informatieplicht. (ongeacht of de meldingsplicht wel of niet geldt) Informatieplicht: Ten minste 1 week vóór start activiteit informeren over:  Verwachte start-/ einddatum  Milieuverklaring bodemkwaliteit toe te passen grond/ baggerspecie  Herkomst grond/ baggerspecie  Milieuverklaring bodemkwaliteit ontvangende bodem  Indien van toepassing; afleverbon  Indien van toepassing; de kwaliteitsklasse aangrenzende landbodem  Indien van toepassing; de hoeveelheid en zoutgehalte van zout/ brak water 7.

Gaan er bouwstoffen toegepast worden dan geldt paragraaf 4.123 van het Bal. Bouwstoffen mogen enkel worden toegepast indien onderstaande van toepassing is:  Er moet sprake zijn van een functionele toepassing;  Functionele hoeveelheid;  Niet met de bodem vermengd en terugneembaar. Als de toepassing zijn functie verliest moeten ze worden verwijderd.  Minder dan 20% grond/ baggerspecie  Kwaliteitseisen in een milieuverklaring bodemkwaliteit overeenkomstig de eisen uit het Bbk (emissie, concentratie en samenstelling) Tijdens het toepassen van de bouwstoffen en na afloop voor ten minste 5 jaar zijn milieuverklaringen bodemkwaliteit en eventuele afleverbonnen beschikbaar (uitzonderingen zie art. 4.1259 Bal) Let op: Geen meld- of informatieplicht uitgezonderd het toepassen van AVI-bodemas en immobilisaten Informatieplicht: Bij het toepassen van AVI-bodemas/ immobilisaten geldt een informatieplicht om ten minste 4 weken voor start van de activiteit gegevens en bescheiden te verstrekken.

8. Voor PFAS geldt het tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie. Dit kan leiden tot aanvullend onderzoek. 3. Mededelingen Algemene mededelingen  Aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften moeten stipt worden nageleefd. Bij niet inachtneming van de aan de omgevingsvergunning gestelde voorschriften bent u in overtreding en strafbaar. Het gemeentebestuur heeft de bevoegdheid te doen afbreken wat in strijd met de

Servicecentrum MER is een samenwerkingsverband van de gemeenten Maasgouw, Echt-Susteren en Roerdalen en voert taken uit namens deze gemeenten op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving, participatie, wet maatschappelijke ondersteuning en bedrijfsvoering.

9 van 15

Z2023-00009468

     

voorschriften is gebouwd. Zonder nadere goedkeuring van burgemeester en wethouders mag van het goedgekeurde bouwplan niet worden afgeweken; Het bouwen moet plaatsvinden in overeenstemming met de bepalingen van het Bouwbesluit 2012 en de gemeentelijke bouwverordening van de gemeente Gemeente Maasgouw , te raadplegen via https://www.overheid.nl/; De verleende vergunning inclusief de tekeningen en andere bijlagen moeten altijd op de bouwlocatie aanwezig zijn. Indien een controlerend ambtenaar daar om vraagt, moeten deze gegevens worden getoond; Indien binnen 26 weken na het onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning niet met de bouw wordt begonnen, kan de gemeente de vergunning intrekken; Het is verboden bouwmaterialen op de openbare weg waaronder begrepen het trottoir te deponeren; Het geheel moet inclusief fundering, goot, boeiboord e.d. op eigen terrein gerealiseerd worden, behoudens een te vestigen erfdienstbaarheid; Ter voorkoming van beschadiging van de gemeentelijke eigendommen (o.a. trottoir, wegdek, plantsoenen etc.) dienen de nodige voorzorgsmaatregelen te worden getroffen. Indien desondanks schade zou mogen ontstaan aan gemeentelijke eigendommen, dient deze door u te worden hersteld.

Mocht blijken dat de schade niet dan wel onvoldoende is hersteld, dan zal de gemeente hiervoor zorgdragen en deze kosten bij u in rekening brengen; Zoals omschreven in Bijlage 1 ontvangt u met deze beschikking een gele en een groene kaart. De gele kaart is de startmelding van de bouwwerkzaamheden en de groene kaart als gereed melding van de bouwwerkzaamheden. U dient deze kaarten bij, respectievelijk, de start en het gereed melden van de bouwwerkzaamheden aan ons toe te sturen.

Bouwbesluit 2012- Afdeling 8.1 Het voorkomen van onveilige situaties en beperken van hinder tijdens het uitvoeren bouw- en sloopwerkzaamheden Artikel 8.1. De uitvoering van bouwwerkzaamheden is zodanig dat voor de omgeving een onveilige situatie of voor de gezondheid of bruikbaarheid nadelige hinder zoveel mogelijk wordt voorkomen. Artikel 8.2. Veiligheid in de omgeving Bij het uitvoeren van bouwwerkzaamheden worden maatregelen getroffen ter voorkoming van: a. letsel van personen op een aangrenzend perceel of een aan het bouw- of sloopterrein grenzende openbare weg, openbaar water of openbaar groen; b. letsel van personen die het bouw- of sloopterrein onbevoegd betreden, en c. beschadiging of belemmering van wegen, van in de weg gelegen werken en van andere al dan niet roerende zaken op een aangrenzend perceel of op een aan het bouw- of sloopterrein grenzende openbare weg, openbaar water of openbaar groen. Artikel 8.3. Geluidhinder Bedrijfsmatige bouwwerkzaamheden worden op werkdagen en op zaterdag tussen 7.00 uur en 19.00 uur uitgevoerd. Bij het uitvoeren van de werkzaamheden als bedoeld in het eerste lid worden de in de onderstaande tabel aangegeven dagwaarden en de daarbij behorende maximale blootstellingsduur niet overschreden. Dagwaarde max. blootstellingsduur

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Maasgouw&id=25c5e15c-8a73-4b54-8f3e-5059a97bbad5