CConstaterende datMaasgouw
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3. Bijlagen Regiovisie Jeugd & Gezin Midden-Limburg Oost

01. Raadsvergadering 4 oktober 2022, gemeente MaasgouwBij agendapunt: Voorstel tot Regiovisie Jeugd en Gezin MLO 2023-202820.698 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Binnen de regio is samenwerking vastgelegd op de terreinen van beleid, inkoop, contractmanagement - beheer en databeheer en analyse. Op het vlak van beleid is er samenwerking met Midden-Limburg Oost en met Limburg Noord. De inhoud van de samenwerking is per thema verschillend. Regio Midden-Limburg Oost (MLO) is een samenwerkingsverband van de gemeenten Echt-Susteren, Maasgouw, Roerdalen en Roermond. Er wonen ongeveer 134.000 inwoners in deze regio. Samenwerking is vastgelegd op de terreinen van inkoop, contractmanagement - beheer en databeheer, facturering en analyse. Tevens wordt op beleidsmatig niveau veel de samenwerking gezocht, niet alleen binnen de regio MLO, maar ook steeds meer met de regio MLW en in mindere mate met LN. Samenhang van de jeugdregio’s met betrekking tot de gespecialiseerde jeugdhulp In de regio NML is vrijwel het hele scala aan jeugdzorg6 aanwezig: ambulant (begeleiding, behandeling), diverse vormen van dagbesteding/behandeling, diverse vormen van wonen, en diverse vormen van behandelen in een verblijfssetting. De drie regio’s hebben hierbij te maken met zorgaanbieders die op verschillende schaalgrootte georganiseerd zijn, variërend van kleinschalig lokaal tot bovenregionaal, provinciaal of over provincies heen. Een deel van de aanbieders met de grootste omzet is actief op de schaal van Noorden Midden-Limburg.

Voor de regio Noord- en Midden Limburg behoren de aanbieders Mutsaersstichting, Rubicon, Koraal Groep, PSW en Bureau Jeugdzorg tot de ‘top-5 aanbieders’. In de afgelopen jaren zijn er steeds meer samenwerkingsvormen ontstaan (organisch gegroeid) op specifieke functies(zie tabellen hieronder). Deze samenwerkingsvormen vinden plaats vanuit 6 Met Jeugdzorg wordt bedoeld de vrijwillige jeugdhulp en de verplichte jeugdbescherming

25

vrijblijvendheid, wens en noodzaak en zijn niet geformaliseerd. Naast samenwerkingsvormen gericht op specifieke functies van de jeugdzorg (of aanverwante beleidsterreinen) zijn er ook diverse overleggen gericht op afstemming van beleid en uitvoering op grotere schaal dan de afzonderlijke drie regio’s.

Inhoudelijke zorgfuncties met bovenregionale samenwerking op schaal Noord- en Midden-Limburg of groter In onderstaande matrix staan alle vormen van samenwerking genoemd op schaalgrootte Noord- en Midden Limburg of op grotere schaal. Functies en/of beleidsthema’s

Doelgroep

Inhoud samenwerking

Aansturing

Vanaf 17 jaar

Gezamenlijk beleid, aanbesteding en

Ondergebracht bij een module van

contractmanagement

MGR N-ML. per 1-8-2022

Gezamenlijk beleid, aanbesteding en

Werkgroep Noord- en Midden-

contractmanagement

Limburg

Gezamenlijk beleid, verkenning gezamenlijke

Projectgroep

werving met contracten vanaf 2023

Bestuurlijke Stuurgroep gemeenten

NML of grotere schaal Beschermd wonen en maatschappelijke opvang OGGZ-preventie

0-100 jr

Segment Verblijf met

Jeugdigen

behandeling+

en aanbieders Monitoring ontwikkelingen van

Aanbieders

Noord-Limburg is landelijk de accounthoudende

grote gezamenlijke jeugdhulp

regio voor 2 grote aanbieders bij risico’s op

aanbieders

discontinuïteit. Over andere grotere gezamenlijke aanbieders wordt periodiek afgestemd en zo nodig gezamenlijk leveranciersmanagement gevoerd.

Crisisdienst Jeugd Regiovisie Aanpak huiselijk

Jeugdigen 0-100 jr

geweld en kindermishandeling

Gezamenlijk beleid en aanbesteding met contracten

Ambtelijke werkgroep

vanaf 2022

Bestuurlijk kernteam gemeenten

Gezamenlijk beleid en deels uitvoering (deels lokale

Ambtelijke werkgroep

uitvoering)

Stuurgroep gemeenten en aanbieders

Veilig Thuis

0-100 jr

Gezamenlijk beleid, subsidiering en uitvoering

Ambtelijke werkgroep Stuurgroep gemeenten en aanbieders

Kansrijke start

Jeugdigen (-9

Gezamenlijk uitvoeringsplan en

Ambtelijke werkgroep onder

maanden tot ca

samenwerkingsconvenant (in voorbereiding)

leiding van kwartiermaker

2 jaar) en hun

Regieraad

ouders Gecertificeerde instellingen

Jeugdigen met

Gezamenlijk beleid, provinciaal afgestemde

Ambtelijke werkgroep

(Provinciaal)

een maatregel

subsidieregeling en samenwerkingsafspraken

Reguliere bestuurlijke overleggen Provinciaal bestuurlijk overleg

Expertisecentrum

Jeugdigen

Gezamenlijk beleid, provinciaal afstemming

(Provinciaal)

Bestuurlijk overleg

Centrum Seksueel Geweld

Slachtoffers van

Limburg

seksueel

(Provinciaal)

geweld

Jeugdzorg Plus Landsdeel Zuid

Jeugdigen

(Oost-Brabant & NML)

Ambtelijk overleg en projectgroep

Gezamenlijk beleid en uitvoering

Centrumgemeenten Limburg (Heerlen, Maastricht en Venlo)

Gezamenlijk beleid, uitvoering en

Ambtelijke werkgroep

contractmanagement

Stuurgroep gemeenten

26

Inhoudelijke zorgfuncties met bovenregionale samenwerking op schaal MiddenLimburg In onderstaande matrix staan alle vormen van samenwerking genoemd op schaalgrootte Midden Limburg (Midden-Limburg Oost en Midden-Limburg West). Functies Midden-Limburg

Doelgroep

Expertteam

Jeugdigen

Centrum voor Jeugd en Gezin-Midden-Limburg (CJGML) Beschermingstafel

Jeugdigen

Preventie-toegang, 1e lijns jeugdhulp

Jeugdigen

Veiligheidshuis ML

0-100 jr (relatie justitie) 0-100 jr

Afstemming vrijwillig en gedwongen kader Samenwerking zorg, politie en justitie

Algemeen Maatschappelijk Werk Midden-Limburg (AMWML) Segment Wonen

Jeugdigen

Afstemming MiddenLimburg

Doelgroep

Toegangsprocessen

Jeugdigen

Samenwerking onderwijs/Jeugdhulp

Jeugdigen

Afstemming huisartsen

0-100 jr

Ouderpanel

Jeugdigen

Dyslexiezorg

Jeugdigen tot 12 jaar

Inhoud samenwerking Sinds 2018 één expertteam

Aansturing Ambtelijke werkgroep Stuurgroep gemeenten en aanbieders Regionaal sturingsteam Reguliere bestuurlijke overleggen geen Ambtelijke werkgroep Stuurgroep gemeenten

1e lijns ondersteuning voor alle inwoners in ML Gezamenlijke aanbesteding met contracten vanaf 2022 Inhoud samenwerking

Ambtelijke werkgroep

Een proces: monitoring en kwalitatieve bijstelling Afstemming beleid en uitvoering passend onderwijs en jeugdhulp Afstemming beleid van gemeenten en huisartsen Ervaringsdeskundigen denken gevraagd en ongevraagd mee bij beleid en uitvoering Inhoudelijke ontwikkeling dyslexiezorg

Ambtelijke werkgroep met CJG en GI

Ambtelijke werkgroep

Aansturing

Diverse werkgroepen rondom thema’s

Bestuurlijk overleg

27

Grondslag voor bovenregionale samenwerking De regio’s Noord-Limburg, Midden-Limburg Oost en Midden-Limburg West hebben onderstaande punten benoemd als grondslag voor de bovenregionale samenwerking: • •

•

• •

Borgen van de beschikbaarheid van specifiek (complex) aanbod, door middel van voldoende schaalgrootte. Efficiëntie: o Inhoudelijk/beleidsmatig: door uitwisselingen van informatie, ervaringen, voorbereidingen en inzet van specialismes op beleidsmatig terrein kan efficiënter gewerkt worden en kan de best passende ondersteuning voor jeugdigen en gezinnen nog beter worden georganiseerd. o Organisatorisch / ondersteunend: samenwerking levert voordelen op in de organisatie van o.a. inkoop, data-analyse, contractbeheer en administratie. Dit is binnen de regio Noord- en Midden-Limburg (nog) niet ingericht. Specialistische kennis over inkoop(mogelijkheden) is noodzakelijk bij complexere zorg en wordt gemakkelijker georganiseerd op grotere schaal. Effectiviteit en slagkracht – effectievere sturing op transformatie: door bovenregionale samenwerking is meer slagkracht mogelijk, bijvoorbeeld in het geval van complexe casuïstiek. Bepaalde casussen gaan over gemeentegrenzen en aanbiedersopdrachten heen en vragen een goede afstemming om te komen tot passende zorg. Voorbeelden van deze samenwerkingen zijn het expertteam en het expertisecentrum. Meer slagkracht is ook wenselijk als het gaat om het behalen van transformatie-doelen met betrekking tot het hulpaanbod, zoals het ontwikkelen van ‘meer verblijfs-vervangend ambulant aanbod’ en de afbouw van verblijfslocaties.

Leren en verbeteren: bovenregionale samenwerking biedt de mogelijkheid om als regio’s van elkaar te leren, om zowel het aanbod van Jeugdhulp als de organisatie ervan te verbeteren. Voordelen voor de gedeelde (grotere) zorgaanbieders als opdrachtnemer van de jeugdhulp: o Meer zekerheid over de continuïteit van de organisatie en daarmee de te realiseren beschikbaarheid van zorg. o Eénduidige opdrachtformulering voor de levering van zorg voor het totale werkgebied van de zorgaanbieder. o Meer mogelijkheden om te transformeren, door de schaalgrootte en eenduidigheid (de zorgaanbieder kan hierover eenduidige afspraken maken met de samenwerkende regio’s in plaats van afzonderlijke regio’s en/of gemeenten). o Beperking van de administratieve lasten aan aanbiederszijde door bijv. eenduidige contractering, tarifering en verantwoording aan de deelnemende regio’s. Indien afspraken met de zorgaanbieder over de te leveren zorg voor langere termijn worden vastgelegd, nemen de genoemde voordelen m.b.t. continuïteit, beschikbaarheid en transformatiemogelijkheden toe.

Praktisch gezien leidt dit, op specifieke onderdelen, tot de volgende samenwerkingsmogelijkheden: • Inhoudelijke beleidsontwikkeling & transformatie • Kwaliteit (resultaatgericht werken) • Verwerving/inkoop • Data-analyse • Contractbeheer & relatiemanagement • Administratie en facturatie

28

• Uitvoering – passende hulp voor complexe casuïstiek • Leren&verbeteren Er lopen momenteel initiatieven op nader te verkennen of de informele samenwerking door kan groeien naar een gezamenlijke organisatie. Dit mede met het oog op de Rijkswens om te komen tot robuuste jeugdregio’s.

Visie/leidende principes De 14 gemeenten in NML hebben eigen visie en inhoudelijk beleid met beleidsdoelen opgesteld en vastgesteld. Alle regio’s hebben daarbij de opdracht om invulling te geven aan de Norm voor opdrachtgeverschap. De visies en beleidsdoelen van de drie jeugdregio’s verschillen in de kern niet wezenlijk en er zijn zeker geen tegenstellingen te zien. De belangrijkste overeenkomsten tussen de drie regio’s zijn: • • • • • •

• • •

We richten ons op iedereen: we richten ons op alle jeugd; We gaan aan de slag met het talent van inwoners/jeugdigen; We werken volgens het gedachtegoed van positieve gezondheid; We gaan voor een solidaire samenleving in een omgeving waar onze inwoners zich thuis voelen en mee kunnen doen naar vermogen; We investeren in preventie en een sterke sociale basis; Normaliseren: minder nadruk op diagnose, ondersteuning gericht op het bieden van handvaten voor het normale dagelijkse leven, ondersteuning gericht op het perspectief van inwoners. Integraal werken/gezin centraal: 1 Plan voor elk Thuis;. Wanneer het zelfstandig leven (even) niet lukt, voorzien wij in een netwerk van passende laagdrempelige, eerste lijn en/of geïndiceerde ondersteuning; Lerend jeugdhulpstelsel.

Voor de organisatie van de jeugdhulp betekent dit: • We richten ons op het normale opvoeden en opgroeien; • We leggen de nadruk op preventie, vroegsignalering en een sterke basis; • Ondersteuning en bescherming vinden bij voorkeur in de eigen omgeving plaats; • Ondersteuning en bescherming is tijdelijk en is gericht op een duurzame verandering zodat ouders en jeugdige weer zelfstandig verder kunnen; • Samenwerking en partnerschap en samen leren zijn sleutelwoorden in ons stelsel; • We investeren in een duurzaam, toekomstbestendig jeugdstelsel, met evenwicht tussen inkomsten en kosten; • We beperken waar mogelijk de administratieve lasten; • Tot slot: durven, lef hebben om los te laten en samen te werken.

29

Bijlage 5. Verslag participatiebijeenkomsten ten behoeve van de regiovisie Jeugd&Gezin MLO Inleiding en leeswijzer Dit verslag bevat de opbrengst van drie bijeenkomsten die door de regio zijn georganiseerd met ouders, jongeren en professionals om input op te halen voor een nieuwe regiovisie Jeugd en gezin. In hoofdstuk 2 staat een toelichting op de opzet van de bijeenkomsten en de belangrijkste (meest-genoemde) conclusies in combinatie met enkele quotes van de deelnemers. In de bijlagen vindt u een uitwerking van elke bijeenkomst afzonderlijk in combinatie met de whiteboards die zijn samengesteld tijdens de bijeenkomsten. Regio Midden-Limburg Oost (MLO) wilde bij de totstandkoming van de nieuwe Regiovisie Jeugd en Gezin, professionals en inwoners (ouders en jongeren) betrekken. Een regiovisie wordt immers niet aan de beleidstafel gemaakt, maar in samenspraak met de mensen die direct te maken hebben met de zorg voor jeugdigen. Hiervoor zijn drie bijeenkomsten georganiseerd: één voor professionals, één voor ouders en één voor jongeren met ervaring in jeugdhulp en -ondersteuning. Het doel van de bijeenkomsten was om open het gesprek met elkaar te voeren om te leren van de ervaringen van professionals, ouders en jongeren. De centrale vraag van de bijeenkomsten was: ‘Wat kunnen we met

elkaar beter doen?’ Vanwege Covid is (last-minute), noodgedwongen, gekozen voor digitale werkvormen. Als regiogemeenten kijken we terug op drie geslaagde bijeenkomsten, waarvan we in dit verslag de resultaten presenteren. Deelnemers hebben waardevolle inbreng geleverd vanuit eigen ervaringen. Ervaringsdeskundige jongere én rapper Rafaël Rozenblad heeft deelgenomen aan alle drie de bijeenkomsten, om zijn ervaringsverhaal en muziek te delen met de aanwezigen. Dit heeft bijgedragen aan de prettige en open sfeer. In alle bijeenkomsten is door de deelnemers aangegeven dat het waardevol is om ervaringen op deze manier met elkaar uit te wisselen.

Reactie van één van de professionals: “Het was fijn om te brainstormen met mensen met wie je normaal niet zo snel aan tafel zit. Blijf de uitvoering erbij betrekken, want vaak zijn er mooie plannen op papier, maar er zijn zoveel schakels in de uitvoering. Blijf deze input ophalen om met elkaar te bepalen of we op de goede weg zijn”

Momenteel wordt binnen de regiogemeenten nagedacht hoe er – mogelijk meer structureel – een vervolg kan worden gegeven aan de participatie van professionals, ouders en jongeren. Alle genodigden worden geïnformeerd over het vervolg van de regiovisie en worden waar nodig en gewenst betrokken hierbij.

30

Opzet & Conclusies per bijeenkomst Dit hoofdstuk bevat de opzet en conclusies van de drie bijeenkomsten.

Opzet van de bijeenkomsten Voor de sessie met professionals (ruim 30 deelnemers) is het gesprek gevoerd aan de hand van vier thema’s & bijbehorende stellingen. Daarbij is gebruik gemaakt van de World Café Methode. De World Café Methode is een eenvoudige en flexibele werkvorm om een gesprek met grotere groepen te voeren. De groep wordt opgesplitst in een aantal kleinere groepen die aan ‘tafels’ met elkaar in gesprek gaan. Ieders input wordt opgeschreven. Vervolgens wordt er gerouleerd van ‘tafel’, waarna de volgende groep kan reageren/aanvullen op wat er al op tafel ligt. Hierdoor ontstaat een rijk gevuld ‘tafelkleed’. Tot slot volgt een plenaire terugkoppeling, waarbij inzichten worden gecategoriseerd en prioriteiten worden bepaald. Voor de digitale uitvoering hebben we gebruik gemaakt van break-out-rooms en whiteboards. Voor de digitale sessies met ouders en jongeren (totaal 11 deelnemers) is bewust gekozen voor een minder gestructureerde aanpak, om zoveel mogelijk ruimte te laten aan ouders en jongeren voor hun eigen inbreng, die heel divers was. Op basis van onderstaande open vraag is, met behulp van een praatplaat (zie bijlagen) het gesprek gevoerd:

‘Wat heb jij (of heeft jouw kind) nodig om zo fijn mogelijk op te groeien?’ Bij afsluiting van alle drie de sessies is aan de deelnemers de volgende vraag gesteld:

‘Wat zou jij morgen veranderen als je beleidsmedewerker was?’ Ten behoeve van de notulen zijn de sessies met professionals en ouders opgenomen om terug te kunnen kijken. Na afronding van dit verslag worden deze opnamen verwijderd. Bij de sessie met jongeren is geen opname gemaakt, vanwege bezwaar hiertegen van een jongere. Eén jongere is apart gesproken op diens verzoek. De input van dit gesprek is verwerkt in de conclusies van dit verslag.

Analyse en Conclusies Voor de analyse is de inbreng (op basis van de praatplaten, whiteboard en opnamen) uitgeschreven (zie pag. 34). Om te komen tot een clustering en samenvatting zijn de onderwerpen/uitspraken waar de nadruk op lag tijdens de bijeenkomsten, of die door meerdere mensen werden onderschreven ‘blauw/vetgedrukt’. Er bleek opvallend veel overlap tussen de inbreng van ouders, jongeren én professionals. Hieronder zijn de belangrijkste gedeelde conclusies en quotes geclusterd.

Luister écht en actief naar ouders en kind en bouw aan vertrouwen. Toon oprechte menselijke interesse zonder oordeel en stempels.

“De betrokkene waar het om gaat, díe moet zich gehoord voelen.”

31

Stel het kind centraal. Zet het welzijn van het kind op de eerste plaats en neem het kind serieus. Kijk naar wat een kind wél kan. Heb apart oog voor kinderen met kind-eigen problematiek. Betrek en informeer ouders bij/over de problematiek van kinderen en leer hen hoe ze hier het beste mee om kunnen gaan.

“Bij burgers in de ziektewet wordt ook gekeken naar wat ze wel kunnen. Dit zou bij kinderen ook moeten.” “Eénmaal een stempeltje op een kind geplakt, dan lijkt het met watervaste viltstift geschreven”. “Als ik normaal behandeld was, in plaats van op basis van mijn diagnose, dan ik een heel andere jeugd gehad. Dan had ik nu misschien wel het Hbo kunnen volgen”

Sluit aan bij de échte behoefte van het gezin. Zorg voor een vertrouwenspersoon die naast de jongere en/of ouders staat. Handel met een brede blik op het gezin en de context. Zie hulp vragen als ‘een kracht’ in plaats van een ‘zwakte’. Versterk het gezin en diens leefomgeving (school, voorzieningen). Inzet van Jeugdhulp is niet altijd de oplossing.

“Niet elk gezin functioneert als dé standaard. Kijk naar wat het gezin echt nodig heeft en laat hierbij de ‘regels even los’.” “Er zit spanning op zo zuinig mogelijk met geld omgaan, maar we moeten ook zuinig met ouders en kinderen omgaan.”

Toon méér lef, lever maatwerk en denk buiten kaders en systemen Zorg voor minder bureaucratie/verantwoording.

“Geen één kind is hetzelfde, ook niet als je bijvoorbeeld 10 kinderen hebt met autisme”

32

Heb aandacht op school, o.a. in lesprogramma’s, voor het welzijn van jongeren. Verbeter de samenwerking met scholen: spreek mét jeugdigen en ouders aan tafel.

Bestaande financieringsstromen houden de verkokering in stand en beperken maatwerkmogelijkheden.

Ontwikkel alternatieven voor uithuisplaatsingen & zorg voor steun ín het gezin. Voorkom dat kinderen bij een uithuisplaatsing van plek naar plek moeten. Behoud voldoende beschikbare bedden.

“Er zijn kinderen die echt dat bed nodig hebben, net als medicatie en specialistische behandeling. Dat bed heeft het leven van mijn kind gered.”

Ontwikkelingsproblemen moeten zo vroeg mogelijk worden gesignaleerd en aangepakt. Kijk naar oorzaken in plaats van symptomen

Benut de voorliggende mogelijkheden beter - zet hulp en ondersteuning zo nabij mogelijk in. Kijk vanuit de wijken naar wat ‘normaler’ kan. Kijk naar oorzaken in plaats van symptomen

Werk volgens principes van Positieve Gezondheid: kijk over de domeinen heen, ga uit van de kracht van mensen, zet in op veerkracht & weerbaarheid en regie bij mensen zelf.

33

Zorg voor verbinding tussen het voorliggend veld en specialistische hulpverlening Verbeter de samenwerking tussen de verschillende domeinen, zodat de cliënt meer in regie kan blijven

Uitwerking van de bijeenkomsten met professionals, ouders en jongeren Uitwerking van de bijeenkomst met professionals op 2 december 2021 Tijdens de bijeenkomst met professionals is het gesprek gevoerd aan de hand van stellingen. Hieronder zijn de stellingen weergegeven, met een korte samenvatting en vervolgens puntsgewijs een uitgebreider beschrijving van wat er is aangedragen aan verbetermogelijkheden en/of zaken die al goed gaan en kansen en belemmeringen die hierbij worden ervaren. Aan de verschillende tafels was er op een aantal punten overlap tussen hetgeen er is besproken. De onderwerpen raken elkaar allemaal. Vetgedrukt in blauw zijn de woorden/zinnen waar nadruk op lag in de bijeenkomsten en die terugkomen in de conclusies van de totale inbreng van ouders, jongeren en professionals. Bij afronding va de bijeenkomst is aan alle deelnemers gevraagd wat zij morgen zouden veranderen als ze beleidsmedewerker zouden zijn. Samengevat is hierover het volgende gezegd:

• • • • •

• •

Meer gebruik maken van buddy’s die naast het gezin staan. De persoon of het gezin waar het om gaat meer een stem geven Met alle ketenpartners het gezamenlijke doel nastreven: de situatie van de cliënt verbeteren. Beter communiceren met kinderen en gezinnen over wat zij van hulpverlening wel/niet kunnen verwachten. Meer lef voor alle betrokkenen, durven handelen naar wat het beste is. Door te vragen wat iemand écht nodig heeft, en ons niet te laten beperken door systemen. “Gebruik je gezond

‘boerenverstand”.

Zorg dat je een goede werkgever bent, zodat het verloop van personeel wordt ingeperkt. Cliënten moeten kunnen vertrouwen op continuïteit. Blijf deze input ophalen en blijf betrokkenen op deze manier met elkaar verbinden.

Stelling 1. De mogelijkheden van preventie en vroeg signalering zijn nog lang niet benut. Concluderend worden er nog diverse kansen gezien om preventie en vroeg signalering beter te benutten. Hierbij is geen totaal nieuwe aanpak nodig, maar juist versterking van de bestaande aanpak. Er wordt veel samenhang gezien met normaliseren en afschalen. De winst zit vooral in de wijze waarop gesprekken gevoerd kunnen worden: een oprecht luisterend oor en een brede blik op het gezin en de context. Daarnaast is verbinding tussen het voorliggend veld en specialistische hulpverlening belangrijk. Natuurlijke vindplaatsen zijn het consultatiebureau, praktijkondersteuners bij huisartsen en scholen. Daar moet ruimte zijn voor het brede gesprek en daarbij is het zaak om te normaliseren. Het versterken van het gezin en de leefomgeving (school, voorzieningen) is de basis om problemen op de langere termijn te voorkomen. Een vorm van ondersteuning die naast de jongere en het gezin staat, zoals een buddy, JIM of jongerenwerker zou veel vaker moeten worden ingezet.

34

•

•

•

•

•

• •

•

•

Iemand echt zien en horen is al preventief werken: toon oprechte interesse zonder oordeel, werk aan het vertrouwen en de relatie. “Stel de vraag hoe het met iemand gaat”. Een luisterend oor kan al genoeg zijn. De gewenste houding van hulpverlening (naast iemand staan) kan op gespannen voet staan met het thema veiligheid dat altijd moet worden meegenomen. Ben hier transparant over, alsook over het doel van het gesprek. Het is nodig om met elkaar in gesprek te blijven over wat we onder preventie verstaan: het is heel erg breed. Universeel (jezelf gezond houden), selectieve preventie of geïndiceerde preventie (voorkomen van erger). De invloed ligt vooral op vlak van ‘daar waar al problemen zijn, te zorgen dat deze niet nog groter worden (bijv. voorkomen dat kinderen van (behandel)plek naar (behandel)plek gaan en op tijd afschalen op wat kan: het luisterend oor en klankbord hoeft niet vanuit specialistische hulpverlening te worden ingezet. Meer inzet van buddy’s uit het netwerk, zoals JIM en/of jongerenwerkers is wenselijk. Zorg ook voor nazorg in de basissituatie. Voor een breed zicht/signalering is het nodig om ‘achter de voordeur’ te komen. Dan zie je wat er in het gezin speelt. Dit kan ook door informele ondersteuning. Er is verbinding nodig tussen deze meer informele ondersteuning en specialistische hulp (bijv. JIM en GGZ-behandelaar).

Vanuit huisartsen is wel verbinding met het medisch domein, maar nog onvoldoende met het sociaal/maatschappelijk domein. Het is belangrijk dat huisartsen en consultatiebureaus breder kunnen signaleren dan alleen op ‘kind problemen’ en alleen medisch. Een praktijkondersteuner huisartsen kan hierbij ondersteunend zijn en breder kijken naar achterliggende problemen. Het is een nog een zoektocht naar ‘wat is er in de gemeenten’ aan voorliggende activiteiten, naast de reguliere sportverenigingen. Meer zicht hierop voor professionals is wenselijk. Meer zicht op de wijken en waar zaken spelen is nodig zodat hier laagdrempelig (niet vanuit de zorg) bij kan worden aangesloten. Nu is er vaak pas betrokkenheid wanneer er meer aan de hand is. (Juist) als we te maken hebben met een complexe situatie is het belangrijk om naar de basis en de oorsprong van de problemen te kijken, naar het gezin en diens omgeving. Versterken van het gezin en de leefomgeving voorkomt trauma’s en andere problemen op de langere termijn. Er zou meer geïnvesteerd moeten worden in preventie om dit goed door te ontwikkelen.

Stelling 2. Er is sprake van verkokering tussen het jeugddomein en het onderwijs In de sessie kwam duidelijk naar voren dat er nog een grijs gebied is tussen de mogelijkheden binnen het onderwijs en die van de Jeugdhulp. Elkaar goed kennen en in gesprek blijven over de goede dingen, ook met jeugdigen ouders aan tafel, is heel belangrijk. Daarnaast kan een stevige inrichting van de voorkant (met inzet van bijvoorbeeld jongerenwerkers en een brugfunctionaris) bijdragen aan de overbrugging van de verkokering. Tegelijkertijd houden de bestaande financieringsstromen de verkokering in stand. Het thema raakt aan ‘vroegsignalering en preventie’ en aan ‘normaliseren’. Het is van belang om ontwikkelingsproblemen zo vroeg mogelijk te signaleren, bij voorkeur al bij het consultatiebureau, om tijdig de juiste hulp in te zetten en ouders goed te informeren over (voorliggende) ondersteuningsmogelijkheden waarbij inzet van Jeugdhulp niet altijd de oplossing is. De samenwerking met scholen kan beter. Sommige scholen nemen het initiatief t.a.v. de signaleringsrol en geven aan de gezinnen goed te kennen. Andere scholen zeggen juist: wij delen niet alles vanwege privacy of vanwege de zorg om de relatie met ouders te verliezen. Meer contact tussen ouders en scholen is wenselijk, zodat die verbinding sterker is en niet direct naar Jeugdhulp als oplossing wordt verwezen.

•

Verkokering ontstaat o.a. door verschillende financieringsstromen. In regio Noord-Limburg is een pilot gestart met vier gemeenten en Yuverta, waarbij leerzorgtrajecten op zorgboerderij worden

35

• • •

• • •

• • •

•

• • •

•

aangeboden. De school blijft hierbij verantwoordelijk voor het inhoudelijk onderwijs, op de locatie. Kinderen doorlopen in 1,5 jaar traject tot startkwalificatie of entreediploma. Dit is heel succesvol: kinderen die vastlopen in schoolstructuur haal je uit de schoolse structuur waardoor ze weer leerbaar zijn. Dit valt en staat met samenwerking tussen gemeenten en onderwijs. Door de gezamenlijke financiering voorkom je de verkokering. En dat levert ook voordeel op in kosten. De problematiek van een kind moet altijd binnen de context worden bekeken (breed kijken). En van daaruit moet bepaald wat moet worden ingezet. Hier moet vroeger in de keten oog voor zijn. Het raakt heel sterk aan normaliseren. Ouders willen het beste voor hun kinderen, maar inzet van zorg is niet altijd het beste. Scholen lijken soms zorginstellingen te worden. De indruk is dat er soms veel indicaties zijn in één klas. Waarom is dit nodig? Wat speelt er dan? Jeugdzorg is niet altijd het antwoord op de problemen die op school worden gezien. Er lijkt ook nog meer mogelijk in de basis van schoolse vaardigheden. Scholen zijn een goede vindplaats, zij weten wat er speelt van de kinderen en hun gezin. Jongeren die uitvallen op gedrag hebben begeleiding nodig op hun belevingsniveau (straatcultuur), bijv. in de vorm van een jongerenwerker/ straatcoach.

Scholen vinden het soms lastig om hun zorgen rechtstreeks met ouders en jeugdigen te delen, vanwege de zorg om de relatie met ouders te verliezen. Het is juist erg belangrijk om mét mensen te praten en niet over mensen. Het CJG probeert scholen hiertoe te stimuleren. Ouders ervaren een drempel om hulp te vragen. Biedt laagdrempelig voorlichting en ondersteuning voor ouders én voor leerkrachten. Er zijn vaak vragen: is het zorg of is het onderwijs. Dit moet dan afgepeld. Gekeken wordt naar samenwerking. De mogelijkheden van het samenwerkingsverband zijn niet altijd duidelijk voor zorg (bv ambulante begeleiding) en andere partners, en dit geldt ook andersom: Het SWV weet ook niet altijd wanneer en waarvoor ze bij partners kunnen aankloppen. Dit vraagt nog verder gesprek en uitwerking met elkaar. Met de verbinding van CJG in de scholen is hiertoe een stap gezet. Het blijft belangrijk om samen te ‘puzzelen’, in gelijkwaardigheid en met gebruik van elkaars expertise het gesprek te voeren over het grijze gebied. Deelname van alle betrokkenen, juist ook het kind/gezin, is hierin nodig. Ook in het voorschoolse stuk is het belangrijk om ouders al mee te nemen. Of peuterspeelzalen, ktv’s, of consultatiebureau. Dat er niet gestart moet worden als kinderen instromen in onderwijs. De arbeidsmarkt zorgt op dit moment voor een hoog verloop.

Het is moeilijk om goed personeel vast te houden en dit leidt tot wisselingen in continuïteit, bij bijv. CJG in de scholen. Scholen zijn terughoudend om samen te werken met GI’s, bijvoorbeeld als een uithuisplaatsing nodig is. Samenwerking is echter wel nodig in het belang van het kind: bijv. melding maken bij de jeugdzorgwerker als een kind niet op school komt. In Zuid-Limburg zijn er scholen die via Xonar een brugfunctionaris inzetten om leerkrachten te ondersteunen, signalen te kunnen bespreken en de brug naar ouders te kunnen vervullen. In regio Midden-Limburg Oost wordt hiervan nog geen gebruik gemaakt.

Stelling 3. Met passende hulp en ondersteuning voor gezinnen kunnen alle kinderen thuis opgroeien. Professionals benoemen dat er een beweging zichtbaar is van minder uithuisplaatsingen en meer ontwikkeling van hulpvormen thuis en breder kijken naar het kind en het gezin. Tegelijkertijd is hier nog ruimte voor verbetering en zijn we nog niet waar we willen zijn. Alle aanwezigen onderschrijven het belang van zo thuis mogelijk opgroeien. Maar er zijn ook situaties waarin dit niet mogelijk is. Je moet niet je doel voorbijstreven. Het streven is wel om zoveel mogelijk kinderen thuis te laten wonen.

36

Het blijft een kwestie van maatwerk. Financieringskaders beperken soms de mogelijkheden voor de inzet van maatwerk. Inzet van een buddy kan helpend zijn, om breed te kunnen kijken naar wat er speelt in het gezin en omdat deze langdurig betrokken kan blijven. Het kind staat centraal en het is dan ook heel belangrijk om écht te luisteren naar kinderen. Daarnaast is het nodig om te investeren in enerzijds de gezinssituatie van het kind en anderzijds in alternatieven voor een uithuisplaatsing, zoals: deeltijdpleegzorg, indien nodig een ouder uit huis plaatsen. Als kinderen uit huis zijn, en het wordt langdurig, voorkom dan dat kinderen van plek naar plek moeten.

• • •

• •

•

• • •

• • • •

Een belangrijke afweging is: moet een kind uit de situatie of kan je met stutten en steunen toch het kind thuis laten opgroeien, bijv. met deeltijdpleegzorg. Alternatieve vormen van ondersteuning en goed overleg met alle betrokkenen is belangrijk: zijn echt alle mogelijkheden (en alternatieve zorgvormen) al bekeken en onderzocht? IN MLO is er een schrijnend tekort aan goede woonplekken, in een gezinsachtige situatie, en een tekort aan pleeggezinnen. Vanaf 2022 willen we daar met de nieuwe aanbesteding veel meer verbinding realiseren tússen aanbieders. We passen nog veel te weinig maatwerk toe in de regio: financiën zijn ook beperkend/kaderend. Met een aantal casussen zijn we hier nu wel mee aan de slag gegaan, dit verloopt nog moeizaam. Met de nieuwe aanbesteding op wonen wordt de mogelijkheid tot logeren beperkt. Dit lijkt in strijd met de visie die hier wordt uitgesproken: laten we gezinnen ontlasten zodat kinderen thuis kunnen blijven wonen. Hetzelfde geldt voor de beperking (in Noord-Limburg) voor gezinshuizen die niet meer mogen stapelen met producten. Financiering en regels werken hierin beperkend. Logeren is belangrijk voor gezinnen hom het vol te houden. Je loopt ook aan tegen de beperking van welke aanbieders al dan niet gecontracteerd zijn voor logeren en voor deeltijdverblijf.

Het is juist nodig om te kijken: wat heeft een kind nodig, welke plek is passend en dan de financiering regelen. Laat kinderen bij voorkeur in hun eigen vertrouwde omgeving. Soms staat het hele systeem in het teken van (een van de ouders) die niet aan de slag wil met de eigen problemen. Soms komt het ten goede van de situatie dat een ouder buitenshuis met de eigen problematiek aan de slag gaat. Belangrijke vragen zijn dan: hoe zorgen we dat een ouder dit als ontlasting ervaart, en gemotiveerd is om met problemen aan de slag te gaan en hoe zorgen we dat een gezin in de tussentijd kan blijven functioneren? Dit kunnen ook dure oplossingen zijn, zeker als een gezin langere tijd dermate intensieve ondersteuning nodig heeft om een kind thuis te laten opgroeien. Het kind centraal, elk kind is uniek; Luister naar het kind en biedt maatwerk. Realiseer je dat een (gedwongen) uithuisplaatsing/opname niet altijd veiliger is dan thuisblijven, ondanks de risico’s in een thuissituatie. Met name bij zaken waarin veiligheid speelt, dan zijn we geneigd wat krampachtig te handelen. Een afweging blijven maken tussen wat het minst slecht is. Zorg voor een aandachtige, betrokken leefomgeving (jongerenwerk, sport, spel, peer groepen, hobby’s), waarin voldoende aandacht is voor elkaar binnen de wijk (een veilige haven).

Zorg voor een vast gezicht/aanspreekpunt waar mensen zelf voor kiezen Ga met de onderliggende problematiek aan de slag (armoede, schulden, vechtscheidingen, ouders) Maak meer gebruik van buddy’s, JIM en jongerenwerkers. Een steunnetwerk is belangrijk. Bij voorkeur wat minder zwaar dan bijvoorbeeld een cliëntondersteuning. Denk ook aan bijv. inzet

37

• • • • • • • •

van burgervoogden. Ook buddy’s hebben informatie en/of begeleiding nodig, bij het stellen van de juiste vragen. We moeten hiervoor als gesprekspartner beschikbaar zijn. Het is zo belangrijk dat sport en dergelijke kunnen doorlopen, dat iemand hierop let. Dat raakt ook het normaliseren van het leven. Gedwongen opname is niet altijd veiliger (trauma versus effect) Tijdelijk/ kortdurend elders verblijven kan soms ook helpend zijn. Niet volledig of gedeeltelijk thuis kan ook. Thuis blijven wonen kan met voldoende ondersteuning vanuit de wijk/ school. Er zijn meer kleinschalige plekken nodig, niet alleen tijdelijk, ook voor langdurig verblijf Behouden van een “escape plek” is nodig (als ouders en of jongeren niet meer willen/ kunnen/ mogen) Versterk de wijken: dit is bij een andere stelling al uitgebreider besproken – een aandachtige leefomgeving is heel belangrijk. Na de transitie leek er steeds minder mogelijk door beperking van financiële middelen.

Stelling 4. Positieve gezondheid is dé manier om te demedicaliseren en te normaliseren. Positieve gezondheid is een goede benadering voor demedicalisering en normalisering. Het is niet de enige methode. Positieve gezondheid heeft krachtige elementen die hieraan bijdragen: over de domeinen heen kijken, uitgaan van de kracht van mensen, inzetten op veerkracht en weerbaarheid en belegt de regie bij mensen zelf. In de groep is benadrukt dat het belangrijk blijft om breed te kijken naar oorzaken ten opzichte van symptomen. Door te kijken naar wat er écht nodig is wordt er ook genormaliseerd. Verbeterpunten liggen in het beter benutten van de voorliggende mogelijkheden, door hulp/ondersteuning zo nabij mogelijk in te zetten en vanuit de wijken kijken wat ‘normaler’ kan. Daarbij is benoemd dat het kind centraal dient te staan en dat er meer met kinderen gesproken zou moeten worden. Verder kan de samenwerking tussen de verschillende domeinen beter, zodat de regie bij de cliënt kan blijven.

•

• • • •

• • •

Positieve gezondheid is een mooie methodiek, maar niet nieuw in de praktijk. Professionals werken steeds meer systemisch, domein-overstijgend en volgens de principes van 1 gezin 1 plan. Zij beleggen de regie steeds meer bij de cliënt en sluiten zoveel mogelijk aan bij het gezin. Een aantal professionals is recent geschoold in positieve gezondheid. Er zijn ook lessen voor jongeren omtrent ‘praktisch ontspannen’, om het eigen lijf te leren kennen en voelen, beter te slapen, etc. Om eigen regie te kunnen voeren is ondersteuning nodig (contacten, vaardigheden/informatie of motivatie). De regie overnemen mag/kan alleen als veiligheid in het geding is. De indruk is dat er te snel geproblematiseerd wordt. Kinderen moeten zich ontwikkelen binnen de gebaande paden en als hiervan wordt afgeweken wordt een oplossing (hulp) verwacht. Dit is niet altijd nodig. Normaliseren vraagt ons te realiseren dat we niet alles kunnen oplossen, dit hoeft ook niet altijd direct. Soms is de situatie is zoals die is. Accepteer dat het gedrag het gedrag is. Systemisch en integraal werken zijn effectief. Soms hebben kinderen problemen omdat ouders problemen hebben. Kanttekening ten opzichte van breed kijken en handelen: het is van belang ons te realiseren dat er specialismen zijn en dat professionals ook datgeen moeten doen waarin zij deskundig zijn.

Als we positieve gezondheid inzetten, dan is geld nodig om invulling te geven aan bijvoorbeeld sporten, welzijn, etc. Dit is er niet altijd in gezinnen en dan kan het voelen als ‘valse hoop geven’. Bij echt complexere problemen kan je met positieve gezondheid de plank misslaan.

38

•

• •

•

•

Regie bij het eigen gezin is nodig en daarnaast samenwerking tussen betrokken partijen. Op die samenwerking is ook regie nodig. Dit is nog een verbeterpunt waar de uitgangspunten van één kind, één plan bij kunnen helpen, alsook samenwerking met bijv. school. School is niet altijd op de hoogte dat er hulp in het gezin zit, bijv. omdat ouders dit niet willen. Deze samenwerking heeft aandacht nodig. Het is taak van de gezinsprofessional om aan ouders goed uit te leggen wat de meerwaarde is van het betrekken van school. Een vertrouwenspersoon kan helpen, iemand die echt naast je staat. De nabijheid van kinderen/gezinnen moet versterkt. Er moet letterlijk iemand voor het kind zijn. Diagnostiek is niet altijd nodig om te bepalen wat een kind nodig heeft: wat levert diagnostiek op ter verbetering van de situatie? Niet direct een oplossing. Voor een passende oplossing is breed kijken belangrijk, naar de context van het kind, het gezin en de problemen. Dit vraagt ook van ouders om op zichzelf te reflecteren. Dit kan ook mooie inzichten opleveren voor ouders. Als er behandeling nodig is, moet dit ook worden ingezet. Maar er is meer dan alleen behandeling. Het vergroten van veerkracht en weerbaarheid va een gezin, kan heel veel opleveren. Dit is vraagt een andere houding/gedrag van de hulpverlening. Er worden al coaches ingezet om veerkracht en welzijn van gezinnen te versterken.

Tijdig afschalen is ook belangrijk. Wanneer is het goed genoeg? Welke risico’s zijn acceptabel of beheersbaar? Soms zijn hulpverleners (te) voorzichtig om af te schalen uit angst voor wat er mis kan gaan, of wat groot uitgemeten kan worden.

Uitwerking van de bijeenkomst met ouders op 9 december 2021 Tijdens de bijeenkomst met ouders is het gesprek gevoerd aan de hand van een praatplaat, met daarop een centrale vraag: wat hebben jouw kinderen nodig om zo fijn mogelijk op te groeien? Hieronder volgt een korte samenvatting en vervolgens puntsgewijs een uitgebreider beschrijving van wat er is aangedragen aan verbetermogelijkheden en/of zaken die al goed gaan en kansen en belemmeringen die hierbij worden ervaren. Vetgedrukt in blauw zijn de woorden/zinnen waar nadruk op lag in de bijeenkomsten en die terugkomen in de conclusies van de totale inbreng van ouders, jongeren en professionals. Een aantal quotes is ook opgenomen bij de samenvatting & conclusies, omdat deze kleur en verduidelijking geven aan hetgeen er is besproken. Door ouders is nadrukkelijk benoemd dat er (nog) niet goed genoeg wordt geluisterd naar ouders en kinderen. Het belangrijkste advies is dan ook: luister écht en actief naar ouders en kind, neem hiervoor de tijd en trek niet te snel conclusies, oordeel niet. Richt je aandacht vervolgens niet op symptoombestrijding, maar sluit aan bij de échte behoefte ligt van het gezin en denk voor de oplossing buiten bestaande kaders om tot maatwerk te komen. Kijk naar wat een kind wél kan en wat het nodig heeft in plaats van een focus op een diagnose en de beperkingen van een kind.

Op school neemt de vraag naar hulpverlening toe, maar er meer tijd en minder bureaucratie (méér lef) nodig om iedereen goed te kunnen helpen. Er is een spanningsveld tussen ‘vertrouwen’ en ‘verantwoording’. Een vertrouwensrelatie opbouwen start bij écht luisteren. Belangrijk is ook dat professionals zich realiseren dat er kinderen zijn met kind-eigen problematiek, lost van de gezinssituatie. Voor deze kinderen is een eigen aanpak nodig (en een ander proces om die hulp te krijgen). Bij afronding va de bijeenkomst is aan de deelnemende ouders gevraagd wat zij morgen zouden veranderen als ze beleidsmedewerker zouden zijn. Samengevat is hierover het volgende gezegd:

-

Stroop de mouwen op en ben actie- en resultaatgericht. Doe iets aan de wachtlijsten. Ik zou alle schijven, hokjes e.d. weghalen.

39

-

-

-

Meer en aparte aandacht voor kinderen met kind-eigen problematiek, los van de thuissituatie. Hokjes-denken afschaffen. Kijk meer naar de persoon en diens behoeften. Doorbreek de cirkel en zet het kind centraal. Pak door waar nodig. Maak een goede probleemanalyse en pak het probleem aan bij de oorzaak. Zet op scholen een ‘moederfiguur’ (hoeft geen professional te zijn) in die naar de kinderen luistert en vraagt hoe het me ze gaat. Dit gebeurt al in de regio en dit is het meest succesvolle project in jaren. Kinderen en ouders zijn geholpen met méér tijd en mínder druk van professionals, van bijvoorbeeld het CJG. Ruimte nemen om goed te onderzoeken wat er echt speelt, als méns in gesprek gaan en niet alleen als professional volgens de protocollen. Meer middelen inzetten, niet denken in hokjes, geen stempels.

Onderstaand is een uitwerking van het whiteboard in de bijlage in combinatie met een aantal quotes:

• • •

•

• • • • • •

• •

•

•

“Waar ik echt mee geholpen zou zijn is een goed luisterend oor”. “Als ik normaal behandeld was, dan ik een heel andere jeugd gehad. Dan had ik nu misschien wel het Hbo kunnen volgen”. “Wat me nu beperkt, is dat ik nooit geld heb kunnen sparen. Want als je een bijbaantje zoekt en je vertelt dat je op een groep woont, dan is er een kleine kans dat je aangenomen wordt. En dat doet pijn, want ik heb ook dromen. Het liefst zat ik nu op het Hbo”. “Het streven om zo thuis mogelijk op te groeien is mooi en goed. Maar laat het er alsjeblieft niet toe leiden dat iemand bedenkt dat er geen jeugdbedden meer nodig zijn. Hou open dat er kinderen zijn die echt dat bed nodig hebben, net als medicatie en specialistische behandeling.” “Mijn belangrijkste doel voor vanavond is niet toegeven aan de het afbouwen van psychiatrische bedden, want deze kunnen heel erg hard nodig zijn”. “Er zit spanning op zo zuinig mogelijk met geld omgaan, maar we moeten ook zuinig met ouders en kinderen omgaan.” “Niet elk gezin functioneert als dé standaard. Kijk naar wat het gezin echt nodig heeft en laat hierbij de ‘regels even los’.” “Eénmaal een stempeltje op een kind geplakt, dan lijkt het met watervaste viltstift geschreven”. “Geen één kind is hetzelfde, ook niet als je 10 kinderen hebt met autisme’: “Bij burgers in de ziektewet wordt ook gekeken naar wat ze wel kunnen.

Dit zou bij kinderen ook moeten.” Geef een gezin de tijd om weer terug te komen tot ‘normaal functioneren’. Er wordt niet voldoende geluisterd naar ouders en kinderen. Vertrouwen is heel belangrijk, maar dit opbouwen begint bij luisteren. “Ik had een hulpverlener die mij vroeg: ‘hoe gaat het? Wat is er

aan de hand?’ Dit is bij mij binnengekomen.”

Het is ontzettend belangrijk om ouders en jeugdigen te horen, zonder oordeel van de hulpverlener. Geef ouders en kinderen een stem! Een ervaringsdeskundige kan hierbij helpen. Een ervaringsdeskundige is laagdrempeliger dan hulpverlening en je hebt dan ook minder het gevoel dat je de regie kwijtraakt. Een vertrouwenspersoon op school kan ook helpen. Professionals kunnen meer wijzen op de mogelijkheid om gebruik te maken van een onafhankelijke cliëntondersteuning. Denk ook aan de opstelling: niet altijd tegenover elkaar. “Ga er eens naast zitten, gewoon

ernaast”.

40

•

•

•

•

• • •

• • • •

• • •

Betrek het onderwijs meer. Het is soms nog heel moeilijk om zaken bespreekbaar te maken. Iedereen is bang dat zaken verkeerd worden geïnterpreteerd of verkeerd worden beoordeeld. In het onderwijs wordt te weinig mét elkaar gesproken. Het hoger onderwijs is veel bezig met zorg verlenen aan kinderen waar iets mee is. Hier is veel te weinig tijd voor. “Had je eerste een klas met 25 leerlingen dan had je er 2 waar iets mee was en nu zijn het er 20 waar iets mee is”. Er is een toename in de vraag: steeds grotere problematiek bij steeds meer kinderen. En in het primaire onderwijs zijn leerkrachten bang om iets te vermelden in het dossier van een kind, omdat dit vervolgens veel administratief werk vraagt. Verbeterpunt is: minder schijven t.b.v. verantwoording, rapportages en stempeltjes om geld te krijgen en kleinere klassen zodat er meer tijd en aandacht is voor kinderen die dit nodig hebben. Bij kinderen met kind-eigen problematiek moet niet te veel focus liggen op de sociale omgeving van het kind, dat werkt dan juist belemmerend. Deze gezinnen hebben een ándere aanpak nodig, dan gezinnen waar de problematiek van de kinderen voortkomt uit of samenhangt met de thuissituatie. Het streven om zo thuis mogelijk op te groeien is goed, maar vergeet niet dat specialistische bedden (verblijf met behandeling en medicatie) soms ook echt nodig zijn. “Die bedden hebben

mijn kind het leven gered.”

Zet geen dwang in. Veranderen kan alleen als je echt gemotiveerd bent. Investeer in de hulpverlener die indicatie stelt (CJG). Geef deze meer tijd om echt te luisteren en de juiste actie te ondernemen. Een diagnose is een momentopname en werken vanuit een diagnose leidt tot stempels en hokjes-denken en niet tot het gewenste maatwerk vanuit wat een kind wél kan en waar het behoefte aan heeft. Een evaluatie en her-diagnose is belangrijk, maar zeker ook om te kijken naar wat een kind wél kan. Luister naar de signalen van de omgeving van het kind en pas de aanpak hierop aan. Als er toch een diagnose wordt gesteld, geef hierover dan hele goede uitleg. Anders kan de diagnose zwaar wegen op de persoon (het kind) die gediagnosticeerd wordt. Onderzoek als gemeenten in hoeveel situatie de zorg tot goed resultaat leidt. En onderzoek ook waar het niet goed gaat en waarom dit zo is. Ieder kind is anders; kijk naar het kind, wat heeft dit kind nodig? Lever meer maatwerk. Durf daarbij regels even los te laten en stel de vraag; wat heb jij nodig en wat zou jou helpen? Elk kind heeft iemand nodig die in hem of haar gelooft, zodat het ook in zelfzelf leert geloven.

“Want als je zelf in jezelf blijft geloven en je positief kunt blijven, dan komt het altijd goed.”

Geef complexe scheidingen specifieke aandacht. Het is een “ouderprobleem”, waarvan het kind de dupe is. Als ouders het niet met elkaar eens zijn dan komt er geen oplossing voor het kind. Diagnostiek en een duidelijk dossier met historie is hier wél van belang om te komen tot een goede probleemanalyse. Als er geen historie bekend is, dan volgen standaardoplossingen elkaar op in plaats van maatwerk. Zoek de kern van het probleem i.p.v. symptoombestrijding. Ouders willen beiden het beste voor hun kind, er het is nodig om uit te zoeken waarom dit niet lukt. Daar is een passend plan van aanpak op nodig met een vastgesteld tijdspad, en regelmatige evaluaties. Een luisterend oor is niet voldoende in deze zaken, kan ook vermoeiend zijn om steeds hetzelfde verhaal te moeten vertellen zonder oplossing. Het is nodig dat er oplossingen komen. De regels dat twee ouders toestemming moeten geven voor bijv. een behandeling die een jongere nodig heeft, zijn te strak en leiden ertoe dat jongeren de benodigde zorg wordt ontzegd. Als je twee ouders hebt die het niet eens worden, dan heeft de zorg geen oplossing. Als ouders met een complexe scheiding in verschillende gemeenten wonen, werkt dit extra complicerend. Vanwege betrokkenheid verschillende partijen/gemeenten.

41

•

•

Kwaliteit Bureau Jeugdzorg mag verbeteren. Erg bureaucratisch en focus op dossiers om te onderbouwen waarom hulp nodig is, vaak ook door angst voor potentiële risico’s. Een echt goede probleemanalyse (wat is er aan de hand) ontbreekt vaak in het verslag. Bureau Jeugdzorg heeft ook weinig mogelijkheden om in te grijpen als ouders het niet eens zijn met elkaar. In de regio wordt in de vorm van een pilot samengewerkt met de rechtbank om snel tot een goede inschatting te komen van wat er nodig is: bemiddeling voor ouders en eventueel hulp voor kinderen, waarbij de rechter na acht maanden opnieuw bekijkt welke hulp is ingezet en wat dit heeft opgeleverd.

Uitwerking van de bijeenkomst met jongeren op 16 december 2021 Tijdens de bijeenkomst met jongeren is het gesprek gevoerd aan de hand van een praatplaat, met daarop een centrale vraag: wat heb jij nodig om zo fijn mogelijk op te groeien? Hieronder volgt een korte samenvatting en vervolgens puntsgewijs een uitgebreider beschrijving van wat er is aangedragen aan verbetermogelijkheden en/of zaken die al goed gaan en kansen en belemmeringen die hierbij worden ervaren. Vetgedrukt in blauw zijn de woorden/zinnen waar nadruk op lag in de bijeenkomsten en die terugkomen in de conclusies van de totale inbreng van ouders, jongeren en professionals. Een aantal quotes is ook opgenomen bij de samenvatting & conclusies, omdat deze kleur en verduidelijking geven aan hetgeen er is besproken. Door jongeren is aangegeven dat écht luisteren, oprechte interesse tonen zonder oordeel en stempels heel belangrijk is. Daarnaast hebben jongeren behoefte aan een vertrouwenspersoon, iemand die naast hen staat, bijvoorbeeld via school. School wordt benoemd als belangrijke plek om te het welzijn van jongeren te verbeteren, door meer aandacht voor de sociale vaardigheden en meer voorlichting over gezondheid, mentale problemen, en voorkomende problemen in thuissituaties. Daarbij is een andere blik nodig op ‘hulp vragen’. Hulp vragen moet worden gezien als ‘sterk’ in plaats van ‘zwakte tonen’.

Verder is nadrukkelijk aangegeven dat tijdig ingrijpen belangrijk is en dat het welzijn van het kind hierbij op de eerste plaats moet komen, boven dat van ouders. Bij afronding va de bijeenkomst is aan de deelnemende jongeren gevraagd wat zij morgen zouden veranderen als ze beleidsmedewerker zouden zijn. Samengevat is hierover het volgende gezegd:

• • •

• • •

Reageer op de eerste signalen van kinderen en laat een situatie niet escaleren voordat ingegrepen wordt. Luister écht, toon oprechte interesse zonder oordeel en stempels en werk beter samen. Zorg dat de samenwerking soepel verloopt voor de cliënt. Zorg voor voorlichting over mentale problemen en gezondheid in het lessenpakket op school. Geeft informatie over wat normaal is en wat niet. En wat je kunt doen als het thuis of met jezelf niet lekker gaat. Zorgen voor meer aandacht op school voor sociale vaardigheden en sociaal welzijn, dat je goed in je velt zit. Zorgen dat er een andere blik komt op het vragen van hulp: hulp vragen is juist sterk en niet zwak. Zorgen dat er laagdrempelig toegang is tot een vertrouwenspersoon, bijvoorbeeld op school.

Onderstaande informatie is een uitwerking van de praatplaat (zie bijlage).

•

Luister echt naar vroege signalen naar het kind individueel, ook jonge kinderen en geef ruimte en veiligheid aan kinderen om zaken in vertrouwen te delen. Ga zorgvuldig om met de veiligheid

42

• • •

•

• •

•

• •

• • • •

van kinderen. Wacht niet met ingrijpen tot kinderen ouder zijn. Vanaf het 17e levensjaar wordt er weinig meer ingezet, omdat er dan ‘weinig meer kan’ als je bijna 18 wordt. Toon oprechte interesse. Stel vaker de vragen; hoe gaat het met je? En wat heb je nodig als het niet goed met je gaat? Ook doorvragen. Echte interesse kan heel waardevol zijn. Onderzoek wat er echt nodig in het gezin. Zorg voor passende hulp, door maatwerk en werk niet alleen ‘volgens het boekje’. Denk buiten de bestaande kaders. Een contactpersoon voor jongeren die 24/7 bereikbaar is, bijv. een jongerencoach, is enorm waardevol. Je kunt dan je verhaal kwijt op het moment dat dit nodig is. De ervaring is dat zelfs de crisisdienst soms pas uren later reageert. Stem de intensiteit van hulp af op makkelijke en moeilijke periodes, zorg dat de intensiteit flexibel, naar behoefte, kan worden op- en afgeschaald, zonder dat hiervoor wisselende indicaties nodig zijn. De hulpverlener moet de jongere goed genoeg kennen om dit gezamenlijk in te kunnen schatten. Versterk de kennis op scholen. Daar is bijvoorbeeld onvoldoende aandacht voor mentaal welzijn (opnemen in lesprogramma). Biedt bij een crisissituatie direct hulp als dit nodig is en organiseer goede nazorg wanneer een crisis van korte duur was en de situatie al tot rust is gekomen.

Pak daarbij de kern van het probleem aan in plaats van symptoombestrijding (door bijvoorbeeld medicatie). De overgang van 18- / 18 + moet beter. Verbeter de communicatie over mogelijkheden steunpakketten 18- / 18+. Zorg voor een centraal punt waar je alle informatie kan vinden. En start eerder en zorg voor een soepele overgang naar Wmo. Als je behandeling volgt en je wordt 18 jaar dan is er ineens een fors eigen risico van je zorgverzekering. Tijdige duidelijke informatie hierover is heel belangrijk! Een jongeren die op de groep verblijft ervaart dat zij goed wordt ondersteund in de overgang van 18-/18+ en van ‘verblijf op de groep’ naar ‘zelfstandig wonen’. Een andere jongere benoemt zich heel eenzaam te hebben gevoeld toen hij uit de jeugdhulp kwam en zelfstandig moet gaan wonen. Er kwam veel bij kijken en door verblijf in de instelling was er wantrouwen gegroeid naar andere mensen. Na heftige ervaringen in de jeugdhulp is hulp/ondersteuning nodig om deze te verwerken en weer ‘socialer’ te kunnen worden en open te kunnen zijn, weer op anderen te leren vertrouwen. Binnen de jeugdzorg waren er medewerkers die hun werk als een 9-5 job zagen en er heel zakelijk in stonden. Er niet echt voor je waren. Verbeter de samenwerking tussen instanties. Als er meerdere instanties betrokken zijn luister naar elkaar en leer van elkaar.

Geef op school meer aandacht voor sociale vaardigheden en draag zorg voor een laagdrempelig toegang tot vertrouwenspersonen. Kinderen vragen soms om uit huis geplaatst te worden; uit veiligheid. Luister naar het kind.

43

Bijlage 6. Cijfers Jeugdmonitor (CBS) Groene druk, 2021 De groene druk is een manier om uit te drukken wat de verhouding is tussen het aantal 0- tot 20jarigen, en 20- tot 65-jarigen. Hoe hoger het aantal 0- tot 20-jarigen is in verhouding tot het aantal 20tot 65-jarigen, hoe hoger de groene druk is. De groene druk in de gemeente Roermond is 33,0 procent. Dit betekent dat er 33 jongeren zijn op elke 100 inwoners van 20-65 jaar. De groene druk in de gemeente Echt-Susteren is 30,4 procent. Dat betekent dat er 30 jongeren zijn op elke 100 inwoners van 20 tot 65 jaar. De groene druk in de gemeente Maasgouw is 29,2 procent. Dat betekent dat er 29 jongeren zijn op elke 100 inwoners van 20 tot 65 jaar. De groene druk in de gemeente Roerdalen is 31,4 procent. Dat betekent dat er 31 jongeren zijn op elke 100 inwoners van 20 tot 65 jaar De groene druk in Roermond, Roerdalen, EchtSusteren en Maasgouw is lager dan in heel Nederland (36,4 procent). Kinderen in bijstandsgezinnen, 2020

opzichte van een jaar eerder.

In Roermond wonen ongeveer 790 kinderen tot 18 jaar in een bijstandsgezin, oftewel 7,9 procent van de 0- tot 18-jarigen. In Echt-Susteren wonen ongeveer 240 kinderen tot 18 jaar in een bijstandsgezin, oftewel 5,1 procent van de 0- tot 18-jarigen. In Maasgouw wonen ongeveer 120 kinderen tot 18 jaar in een bijstandsgezin, oftewel 3,6 procent van de 0- tot 18-jarigen. In Roerdalen wonen ongeveer 140 kinderen tot 18 jaar in een bijstandsgezin, oftewel 4,6 procent van de 0- tot 18-jarigen. In heel Nederland woont 6,2 procent van de kinderen in zo'n gezin. De percentages in heel Nederland, Roermond, Roerdalen, Maasgouw en Echt-Susteren zijn ongeveer gelijk gebleven ten

44

Jeugdhulp en Jeugdbescherming, 1e half jaar 2021 (voorlopige cijfers CBS)

In de gemeente Roermond ontvangt 13,0 procent van de jongeren tot 18 jaar jeugdhulp (in natura) in het eerste halfjaar van 2021. In het eerste halfjaar van 2021 valt 1,7 procent van de jongeren in Roermond onder jeugdbescherming.

In de gemeente Echt-Susteren ontvangt 14,8 procent van de jongeren tot 18 jaar jeugdhulp (in natura) in het eerste halfjaar van 2021. In het eerste halfjaar van 2021 valt 1,1 procent van de jongeren in EchtSusteren onder jeugdbescherming.

45

In de gemeente Maasgouw ontvangt 12,4 procent van de jongeren tot 18 jaar jeugdhulp (in natura) in het eerste halfjaar van 2021. In het eerste halfjaar van 2021 valt 1,0 procent van de jongeren in Maasgouw onder jeugdbescherming.

In de gemeente Roerdalen ontvangt 13,1 procent van de jongeren tot 18 jaar jeugdhulp (in natura) in het eerste halfjaar van 2021. In het eerste halfjaar van 2021 valt 1,3 procent van de jongeren in Roerdalen onder jeugdbescherming.

46

Derdeklassers op het vmbo, 2020/’21* - Voorlopige cijfers

In het schooljaar 2020/'21* zat 52,5 procent van de derdeklassers (vmbo, havo en vwo) in de gemeente Roermond op het vmbo. In Roermond zijn er naar verhouding meer vmbo'ers dan gemiddeld in Nederland. Hierbij is telkens gekeken naar de gemeente waarin de leerlingen wonen. Dit percentage is gestegen ten opzichte van een jaar eerder.

In het schooljaar 2020/'21* zat 48,8 procent van de derdeklassers (vmbo, havo en vwo) in de gemeente Echt-Susteren op het vmbo. In Echt-Susteren zijn er naar verhouding minder vmbo'ers dan gemiddeld in Nederland. Hierbij is telkens gekeken naar de gemeente waarin de leerlingen wonen. Dit percentage is gestegen ten opzichte van een jaar eerder.

In het schooljaar 2020/'21* zat 44,9 procent van de derdeklassers (vmbo, havo en vwo) in de gemeente Maasgouw op het vmbo. In Maasgouw zijn er naar verhouding minder vmbo'ers dan

47

gemiddeld in Nederland. Hierbij is telkens gekeken naar de gemeente waarin de leerlingen wonen. Dit percentage is gedaald ten opzichte van een jaar eerder.

In het schooljaar 2020/'21* zat 56,7 procent van de derdeklassers (vmbo, havo en vwo) in de gemeente Roerdalen op het vmbo. In Roerdalen zijn er naar verhouding meer vmbo'ers dan gemiddeld in Nederland. Hierbij is telkens gekeken naar de gemeente waarin de leerlingen wonen. Dit percentage is gestegen ten opzichte van een jaar eerder.

48

49

Maatschappelijke indicatoren: jongeren: Indicatoren (relatief) Deelnemers vmbo, 3e klassers

Werkzame jongeren

Geregistreerde verdachten

Kinderen in bijstandsgezinnen 2015-2020 2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

%

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

per 10 000

Echt-Susteren

3,5

3,6

4,2

4,3

4,9

4,9

5,1

.

44,4

43

40,4

40,7

46,4

48,8

59,6

59,8

62,8

66,6

69,4

69,6

.

158

91

116

149

110

130

99

Maasgouw

3,4

3,5

3,2

3,7

3,5

3,4

3,6

.

50,8

48,2

51,5

46,1

48,9

44,9

63,6

65,6

67,2

68,3

71,3

72,9

.

138

92

112

101

93

107

122

Roerdalen

3,5

4,4

5,3

4,6

4,6

4,1

4,6

.

58,4

52,9

57,5

55,8

55,1

56,7

67,3

68,8

71,6

72,7

74,3

76,7

.

135

195

134

97

87

122

76

Roermond

8,8

8,7

9,1

8,9

8,5

8

7,9

.

56,7

51,9

52,1

55,8

51,6

52,5

63,8

64,7

66,8

69,3

71,1

72,4

.

300

298

298

242

225

196

218

Bron: CBS

50

Informatiebron: Waarstaatjegemeente.nl Onderwijs – Voortijdige schoolverlaters totaal (VO+ MBO), Bron: Duo / Ingrado 2016 - 2020

Onderwijs – Absoluut en relatief verzuim, Bron: Duo / Ingrado 2016 - 2020

51

Gezondheid – Waar staat je gemeente.nl

Roerdalen

Echt-Susteren

Maasgouw

Roermond

52

Werk & inkomen , Bron: CBS 2016-2020 (waarstaatjegemeente.nl)

53

2020 Banen (vervulde posities) Maasgouw Roerdalen Echt-Susteren Roermond Nederland

Eenheid Bron

aantal per 1.000 inwoners van 15-74 jaar CBS Bevolkingsstatistiek / LISA - bewerking ABF Research

2021 Personen met bijstandsuitkering Maasgouw Roerdalen Echt-susteren Roermond Nederland

Eenheid Bron

472,8 348,5 613,2 882,1 679,3

18,4 20,4 22,7 44,6 34,9

aantal per 1.000 inwoners CBS

54

Jeugdhulp met en zonder verblijf jeugdhulp zonder verblijf (in % van alle jongeren tot 18 jaar) eerste halfjaar 2018 eerste halfjaar 2019 eerste halfjaar 2020 eerste halfjaar 2021

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Maasgouw&id=9edd0741-c050-4f79-82d9-45323b731700