CConstaterende datMaasgouw
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3. Bijlagen Regiovisie Jeugd & Gezin Midden-Limburg Oost

01. Raadsvergadering 4 oktober 2022, gemeente MaasgouwBij agendapunt: Voorstel tot Regiovisie Jeugd en Gezin MLO 2023-202820.698 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bijlagen: Regiovisie Jeugd en gezin Passende hulp, nabij en integraal

Koersdocument 2023 - 2028 Regio Midden-Limburg Oost

29-6-2022

Inhoudsopgave Bijlage 2. Acht afspraken Norm voor Opdrachtgeverschap Jeugd ................................................... 3 Bijlage 3. Notitie borging van de 5 basisfuncties .............................................................................. 6 Inleiding ......................................................................................................................................... 6 Leeswijzer ...................................................................................................................................... 8 Conclusie: de vijf basisfuncties zijn in grote mate geborgd .......................................................... 8 Uitwerking van de vijf basisfuncties .............................................................................................. 9 1.

Veilige Leefomgeving ............................................................................................................ 9

2.

Tijdig signaleren van de vraag ............................................................................................. 12

3.

Vindbare en toegankelijke hup............................................................................................ 16

4.

Handelen met een brede blik .............................................................................................. 19

5.

Leren en verbeteren ............................................................................................................ 21

Bijlage 4. Bovenregionale Samenwerking ...................................................................................... 25 Inleiding ....................................................................................................................................... 25 Inhoudelijke zorgfuncties met bovenregionale samenwerking op schaal NML of groter ........... 26 Inhoudelijke zorgfuncties met bovenregionale samenwerking op schaal ML ............................ 27 Grondslag voor bovenregionale samenwerking ......................................................................... 28 Visie/leidende principes .............................................................................................................. 29 Bijlage 5. Verslag participatiebijeenkomsten ten behoeve van de regiovisie Jeugd&Gezin MLO. . 30 Inleiding en leeswijzer ................................................................................................................. 30 Opzet & Conclusies per bijeenkomst ........................................................................................... 31 Uitwerking van de bijeenkomsten met professionals, ouders en jongeren ................................ 34 Bijlage 6. Cijfers...............................................................................................................................

44 Jeugdmonitor (CBS) .................................................................................................................... 44 Gezondheidsmonitor Jeugd ........................................................................................................ 58 Cijfers Jeugdhulp & bovenregionale samenwerking – aantallen jeugdigen & subsidie/omzet .. 59 Berichtenverkeer MLO & Managementrapportage (MARAP) ....................................................... 63

2

Bijlage 2. Acht afspraken Norm voor Opdrachtgeverschap Jeugd Met de Norm voor Opdrachtgeverschap erkennen de gemeenten dat voor sommige vormen van zorg regionale en bovenregionale samenwerking vereist is. De norm schetst hoe ze dat willen regelen. Het gaat daarbij vooral om de beschikbaarheid van weinig voorkomende en specialistische vormen van hulp. De norm bestaat uit 8 afspraken te belopen via 5 routes1: 1. Regiovisie (proces) (afspraak 1) 2. Regiovisie (inhoud, toegang, governance en bovenregionaal) (afspraak 2, 3, 4, 5) 3. Administratieve lasten (afspraak 6) 4. Opdrachtgeverschap (afspraak 7, 8) 5. Leren en verbeteren (niet opgenomen in de afspraken, wel in de routekaart)

8 Afspraken Norm voor Opdrachtgeverschap Afspraken 1.

2.

1

Beschrijving Gemeenten stellen in regionaal verband een regiovisie op die door de verschillende gemeenteraden wordt vastgesteld. De regiovisie komt tot stand in overleg met aanbieders en met gecertificeerde instellingen en Veilig Thuis, professionals, (vertegenwoordigers van) jongeren en ouders en ketenpartijen De regiovisie geeft helderheid over hoe gemeenten, ten minste voor de looptijd van deze visie, in regioverband de beschikbaarheid en continuïteit van jeugdfuncties borgen. Hierbij kan als leidraad de lijst met functies uit de regeling

Verdere uitleg Deze afspraak gaat vooral over het proces om tot een regiovisie te komen. Welke stappen doorloop je hiervoor? Waarover praat je in welke fase met wie? Hoe kom je tot een goed proces?

Deze afspraak heeft betrekking op de inhoudelijke uitwerking van de norm. Voor welke functies is het noodzakelijk om in elk geval als regio gezamenlijk op te trekken? Welke modellen zijn er denkbaar voor de verhouding tussen lokaal en regionaal?

Voor meer informatie, zie https://vng.nl/nieuws/handreiking-regiovisie-en-factsheet-nvo-jeugd

3

3.

Jeugdautoriteit2 dienen, die regionaal een eigen invulling kan krijgen. De regiovisie geef ook aan wat de gewenste ontwikkeling van het zorglandschap is De regiovisie gaat in op de wijze waarop de lokale toegang verbonden is met de gecontracteerde hulp, met de vijf basisfuncties voor lokale teams als leidraad

4.

Regio´s kiezen in hun regiovisie een nietvrijblijvende governance, met één onderling overeengekomen en gedragen aanspreekpunt dat extern kan optreden namens de regio

5.

Regio’s geven in hun regiovisie aan hoe en voor welke functies ze bovenregionaal samenwerken, met als doel dat deze bovenregionale functies beschikbaar blijven.

Wat zijn de randvoorwaarden die vanuit het opdrachtgeverschap nodig zijn om de continuïteit van zorg door regionale aanbieders te garanderen? Deze afspraak gaat over de aansluiting van de lokale toegang op het regionaal gecontracteerde aanbod. Wat moet in elk geval in de lokale teams beschikbaar zijn? Hoe ga je vanuit de gemeentelijke toegang om met aanbieders die regionaal gecontracteerd zijn? Wat zijn de afspraken die je met aanbieders, gemeentelijke toegang en GI hierover moet maken om deze aansluiting te garanderen? Deze afspraak gaat over een niet-vrijblijvende governancevorm waardoor er per regio een formeel aanspreekpunt komt. Aan welke eisen moet een niet-vrijblijvende governance in elk geval voldoen? Deze afspraak gaat over bovenregionale samenwerking tussen jeugdregio’s. Deze samenwerking is nodig om de beschikbaarheid van een aantal functies te kunnen garanderen. Wanneer is het van belang om bovenregionaal samen te werken? Wat zijn de

In de regeling Jeugdautoriteit is een lijst opgenomen met cruciale functies. De NvO verwijst hiernaar als mogelijke lijst met functies die regionaal ingekocht kunnen worden: De uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering, Gesloten jeugdhulp, Zorg voor jeugdigen in orthopedagogische behandelcentra, Verplichte zorg zoals bedoeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg voor jeugdigen - Pleegzorg - Verslavingszorg voor jeugdigen - Forensische zorg - Tot slot staat ook de landelijk ingekochte (LTA) zorg op deze lijst, dit vraagt geen regionale inkoop 2

4

6.

7.

8.

Regio’s verplichten zich tot beperking van administratieve lasten door 1) de drie uitvoeringsvarianten consequent toe te passen; 2) bij regionale contractering als gemeente dezelfde contractvoorwaarden en gezamenlijk contractbeheer te hanteren Gemeenten houden zich aan zorgvuldigheidseisen voor inkoop. Dit betekent dat ze inzetten op tijdige start en afronding van contractering, op meerjarige contracten en op continuïteit van zorg bij aflopende contracten Regio´s hanteren in hun contractering reële tarieven en kunnen rekenen op transparantie van aanbieders in de opbouw van hun tarief

randvoorwaarden voor deze samenwerking? Deze afspraak gaat over het reduceren van administratieve lasten. Wat zijn de oorzaken van de oplopende administratieve lasten? En hoe kunnen de administratieve lasten worden beperkt?

Deze afspraak vraagt zorgvuldigheid van het opdrachtgeverschap van jeugdregio’s. Wat zijn naast de formele afspraken kenmerken van een regio die zorgvuldig inkoopt? Deze afspraak gaat over het hanteren van reële tarieven. Wat is een reëel tarief? Hoe kom je in samenspraak met aanbieders tot een reëel tarief? Hoe ziet het proces er uit om hier te komen?

5

Bijlage 3. Notitie borging van de 5 basisfuncties Inleiding Regiovisie Jeugd Om te voldoen aan de Norm voor Opdrachtgeverschap (vastgesteld door ALV VNG, juni 2020) dient de regio een door de gemeenteraden vastgestelde regiovisie op te leveren, specifiek voor het domein Jeugd, tot stand gekomen in samenspraak met o.a. zorgaanbieders, professionals en cliënten. De regiovisie geeft aan op welke wijze de regio de beschikbaarheid en continuïteit van de jeugdfuncties wil borgen. Daarbij wordt aangegeven wat de gewenste ontwikkelrichting van het zorglandschap is. Tevens gaat de regiovisie gaat in op de wijze waarop de lokale toegang verbonden is met de regionaal gecontracteerde hulp, waarbij de 5 basisfuncties voor de lokale teams als leidraad zijn gebruikt. Deze notitie beschrijft de wijze waarop de vijf basisfuncties bij het schrijven van dit document zijn geborgd voor de lokale teams in de regiogemeenten. Verbinding tussen lokale toegangspoorten en regionaal gecontracteerde hulp Het is van groot belang dat er een goede verbinding bestaat tussen de leefomgeving in de wijk en de gecontracteerde hulp en ondersteuning. De toegang speelt hierin een belangrijke rol. Deze is doorgaans lokaal georganiseerd, dicht bij de leefomgeving van de jeugdige(n) en ouder(s). Het contracteren en aansturen van gespecialiseerde aanbieders gebeurt doorgaans (boven)regionaal.

Verbinding tussen deze functies vraagt dus aandacht. Binnen de jeugdhulp zijn er meerdere partijen die naar een jeugdhulpaanbieder mogen verwijzen. Dit zijn de gemeenten (meestal belegd bij de gemeentelijke toegang/lokale teams), de huisarts, gecertificeerde instellingen (GI’s), de medische verwijzer en de rechterlijke macht. Deze ‘toegangspoorten’ tot de jeugdhulp worden op verschillende manieren georganiseerd en aangestuurd. Dit brengt uitdagingen in het leggen van de juiste verbindingen met zich mee (Bron: Routekaart Norm voor Opdrachtgeverschap). Deze notitie richt zich op de gemeentelijke toegangspoort in verbinding met de andere toegangspoorten. De andere toegangspoorten en wettelijke verwijzers zijn geen onderdeel van de NvO. De gemeenten in Midden-Limburg (West en Oost) hebben de gemeentelijke toegangstaak gezamenlijk ondergebracht bij het Centrum voor Jeugd en Gezin Midden-Limburg (CJG)3. Het CJG heeft in het Midden-Limburgse jeugdhulpstelsel een belangrijke positie gekregen (spin in het web). Zie de afbeelding op de volgende pagina.

3

Situatie 1-1-2022

6

1Gezin1Plan met:

Gezin, sociaal netwerk, basisvoorzieningen, specialisten, jeugdbescherming, volwassenzorg gemeentelijke voorzieningen (WMO, W&I, schuldhulp), sociale teams,

Specialist psychiatrie en

Specialist ernstige

verslaving

Hulp in

gezinsproblematiek

gedwongen kader

Specialist (licht) verstandelijke beperking AZC Basisvoorzieningen e

Onderwijs, kinderopvang, welzijn, huisarts, 1 lijnsgezondheidszorg, jeugdgezondheidszorg

Participerende samenleving

Figuur 1. Positie CJG in hulpstelsel Midden-Limburg

Borging van de vijf basisfuncties KPMG: wat mag je verwachten van een lokaal team? De evaluatie van de Jeugdwet heeft een aantal ontwikkelingen aan het licht gebracht, onder meer dat niet altijd helder is voor cliënten en specialistische aanbieders wat je van lokale teams (wel/niet) mag verwachten. Laagdrempelige hulp van goede kwaliteit is nog geen vanzelfsprekendheid en nog niet overal geborgd. Het rapport ‘Basisfuncties voor lokale teams in kaart’ (KPMG, 30-09-2019) beschrijft een vijftal basisfuncties voor lokale teams: functies die aangeven wat er altijd van lokale teams verwacht mag worden. Dit zijn functies die in ieder geval op lokaal niveau geborgd moeten zijn om een goed functionerend lokaal veld te hebben. Het uitvoeren van deze vijf functies vormt de basis voor de verbinding met de gecontracteerde gespecialiseerde hulp. In onderstaande figuur zijn de 5 basisfuncties weergegeven4:

Figuur 2. De 5 basisfuncties voor lokale teams (KPMG).

4 Voor een uitgebreide beschrijving van de vijf basisfuncties wordt verwezen naar het rapport ‘Basisfuncties voor lokale teams in kaart’

(KPMG, 30-09-2019).

7

Het is aan gemeenten op welke wijze deze functies bij sociale teams worden belegd, zolang zij maar geborgd zijn en er samenhang is met de sociale basis, voorzieningen en specialistische zorg. De beschreven basisfuncties hebben als doel bij te dragen aan de doorontwikkeling van de kwaliteit en effectiviteit van lokale teams. Dit is ook één van de doelen van actielijn 1 uit het actieprogramma Zorg voor de Jeugd (Betere toegang tot jeugdhulp voor kinderen en gezinnen).

Routekaart: de reis van de jeugdige en/of ouders(s) Door KPMG zijn de basisfuncties samengebracht in een routekaart: de reis die de jeugdige en/of ouder(s) maakt vanaf het moment dat hij (misschien) een vraag heeft of er een probleem gesignaleerd wordt in het gezin of huishouden. De volgorde van de vijf basisfuncties is hieraan gerelateerd. Voor het onderdeel ‘veilige leefomgeving’ geldt dat dit door de hele route heen loopt, dit thema blijft relevant tijdens alle stappen die de cliënt doorloopt in contact met de lokale teams (en samenwerkende professionals).

Leeswijzer In deze notitie is beschreven op welke wijze de basisfuncties zijn geborgd in Midden-Limburg. De uitwerking is beschreven per basisfunctie, met een vaste volgorde van onderwerpen, nl: - Beschrijving van de basisfunctie zelf (de verschillende kleuren in de tekst, verwijzen naar de verschillende fasen in het proces dat de jeugdige en/of ouder(s) doorlopen, volgens de routekaart zoals weergegeven in de rapportage van KPMG). - Visie/ambities met betrekking tot de betreffende basisfunctie. - Wat doen we al/ wat hebben we al georganiseerd/geborgd? - Wat willen we op dit thema nog bereiken? We hebben onszelf hierbij de volgende vragen gesteld: • •

“Hoe willen wij de toegang, de ondersteuning en zorg voor jeugdigen en ouders organiseren?” “Doen we het goed en waar moet het beter en/of anders (transformatiegedachte)?”

Conclusie: de vijf basisfuncties zijn in grote mate geborgd Op basis van de bijgevoegde beschrijvingen kan worden geconcludeerd dat de vijf basisfuncties geborgd zijn binnen de gemeentelijke toegangen in Midden-Limburg. Op een aantal onderdelen is doorontwikkeling mogelijk en gewenst. Bij de uitwerking van de basisfuncties is ruimte voor regionale en lokale verschillen en inkleuring, passend bij de (lokale) situatie en behoeften, met oog voor de gewenste transformatie. De prioriteiten en accenten in de doorontwikkelingen kunnen verschillen tussen de regio’s en de gemeenten. Over verschillen tussen de regio’s/gemeenten wordt transparant gecommuniceerd, zodat er gelegenheid is om van elkaar te leren. De gemeente Roerdalen (regio Midden-Limburg Oost) heeft specifieke wensen om bijvoorbeeld de hulpcapaciteit van het lokale team uit te breiden, om zo de basis te verstevigen en beter passende hulp te kunnen bieden aan inwoners.

8

Ook in Midden-Limburg West wordt gedacht aan een uitbreiding van de capaciteit van het CJG. Ter voorbereiding loopt er een pilot met het CJG gericht op de volgende vraagstukken: • Welke effecten worden bereikt met de uitbreiding van de eerstelijns jeugdhulp en gaan de verwijzingen hiermee omlaag? • Welke effecten worden bereikt met de inzet van het CJG bij alle huisartsen? • Hoe kan het CJG meer en beter gebruik maken van het voorliggend veld? Na evaluatie van de pilot zal een besluit genomen worden over de gesubsidieerde capaciteit van het CJG. Binnen de regionale borging van de basisfuncties is ruimte om lokaal te sturen op bijv. wachttijden, werkdruk en administratieve verplichtingen.

Uitwerking van de vijf basisfuncties 1. Veilige Leefomgeving

Houd altijd oog voor een veilige leefomgeving van de jeugdige en het gezin ➢ Veiligheid moet onderdeel zijn van de visie. Vertaal dit naar benodigde expertise en instrumenten. Zet veiligheidsspecialisten altijd dicht op het lokale team. ➢ Alle partijen in de brede lokale infrastructuur hebben een rol bij veiligheid. CIJFERS/KADERS:

Jeugdhulp bij drangcases door het CJG

Drangcases betreft vrijwillige hulpverlening maar niet-vrijblijvende hulp (vanwege de grote zorgen). Het CJG heeft in 2016 hun visie en werkwijze op drangcases beschreven en afgestemd met de opdrachtgevers (gemeenten ML) en gedeeld met Veilig Thuis, Raad voor de Kinderbescherming en veiligheidspartners. Voor het CJG heeft deze visie tot gevolg gehad dat een grotere rol is weggelegd voor medewerkers binnen het ‘drangkader’, zodat casussen alleen indien nodig in het gedwongen kader terecht komen. In 2019 verleende het CJG dienstverlening aan 4000 casussen in Midden-Limburg. Van dit aantal betrof ongeveer 5 % drangcasussen. Slechts een deel van dit percentage had hulp nodig vanuit het gedwongen kader (in totaal 53 gezinnen). AMBITIES EN UITGANGSPUNTEN/DOELSTELLINGEN (VISIE)

Regiovisie aanpak Huiselijk Geweld en Kindermishandeling Noord- en Midden-Limburg

In de regio wordt op de schaal van Noord- en Midden Limburg gewerkt met een Regiovisie aanpak Huiselijk geweld en Kindermishandeling. In het plan zijn de drie volgende landelijke actielijnen uitgewerkt tot gemeenschappelijke ambities: - We hebben huiselijk geweld en kindermishandeling eerder en beter in beeld iedereen weet wat te doen bij (een vermoeden van) huiselijk geweld en kindermishandeling. We doen dit o.a. door meer inzet op preventie en (vroeg)signalering. - Stoppen en duurzaam oplossen

9

- Aandacht voor specifieke groepen (zoals nieuwkomers & vechtscheidingen). Deze ambities zijn vervolgens vertaald naar acties per actielijn. De implementatie van de visie en aanpak Huiselijk Geweld en Kindermishandeling is een continu proces waarbij ook gekeken wordt naar de verbreding richting onderwijs en zorgaanbieders. Binnen deze aanpak is de implementatie van de visie ‘gefaseerde samenwerken aan veiligheid’5 prioriteit een belangrijk en actueel onderdeel. WAT DOEN WE AL? (hoe hebben we het op dit moment georganiseerd) Binnen de toegang van het CJG is altijd oog voor een veilige leefomgeving van de jeugdige en het gezin. De medewerkers van het CJG weten wat te doen bij (vermoedens van) onveiligheid. Het CJG heeft in de regio Midden Limburg een brede opdracht: van preventie tot de toeleiding naar het gedwongen kader. Binnen de grote groep cliënten die het CJG bedient, is bij een deel sprake van problemen op het gebied van veiligheid in de leefomgeving. Echter is er bij álle cliënten aandacht op dit thema aan de voorkant. Veiligheid is onderdeel van het werkproces van het CJG, tijdens de aanmelding en ook tussentijds gedurende het proces. Bij elke aanmelding maakt veiligheid onderdeel uit van de vragenlijst waarmee wordt gestart. Hierbij wordt afgestemd op de situatie/vraag van de cliënt.

Indien toegang naar gespecialiseerde Jeugdhulp nodig is, maakt het thema ‘veiligheid’ onderdeel uit van de Tool waar het CJG gebruik van maakt. Alle Jeugd- en Gezinswerkers worden in de basis getraind op de ‘Focus op veiligheid’ (Vocas). Deze training is erop gericht om op de juiste manier het gesprek te voeren over veiligheidsthema’s. Daarnaast worden zij geschoold in de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling (HGKM). In elk team wordt gewerkt met aandachtshouders huiselijk geweld en kindermishandeling (HGKM). De rol van de aandachtshouder is het volgen van ontwikkelingen op het thema HGKM en het delen van kennis op dit thema met collega’s. De aandachtshouders nemen deel aan de vakgroep HGKM. De Jeugd- en Gezinswerkers kunnen gebruik maken van een ondersteuningsteam, bestaande uit een begeleider primair proces en een gedragswetenschapper. De begeleider primair proces is het 1e aanspreekpunt. Bij complexe casuïstiek en/of veiligheidsproblematiek kan worden opgeschaald naar een gedragswetenschapper. Dit gebeurt in elk geval bij drang-trajecten en indien afwegingen nodig zijn ten aanzien van opschaling naar het gedwongen kader. In het kader van de visie ‘gefaseerd samenwerken aan veiligheid’ worden medewerkers van lokale teams geschoold. Daarnaast wordt het kwaliteitskader ‘werken aan veiligheid voor gemeenten’ en lokale teams gebruikt en de bijbehorende scan afgenomen.

Taken CJG en verbinding naar specialistische jeugdhulp / dwangkader (GI’s)

Het CJG biedt zelf consultatie en advies, vrij toegankelijke (lichte) ondersteuning en ambulante begeleiding. Indien gespecialiseerde Jeugdhulp nodig is (wanneer eigen ambulante mogelijkheden ontoereikend zijn) verleent het CJG de toegang. Bij casuïstiek waarin veiligheidsproblematiek speelt, 5

https://vng.nl/sites/default/files/2021-02/visie_gefaseerd_samenwerken_aan_veiligheid_januari2021.pdf

10

kan het CJG indien nodig een rol vervullen in de toeleiding naar het gedwongen kader. Daarbij kan het CJG ook zelf drang-hulpverlening bieden (hulp wel vrijwillig, maar niet vrijblijvend). In de regio Midden- Limburg wordt gewerkt met een beschermingsplein, waarin tweemaal per week casuïstiek wordt besproken met het CJG en de Raad voor de Kinderbescherming onder leiding van een onafhankelijke GZ-psycholoog. In het overleg wordt een VTO (verzoek tot onderzoek) dan wel een ingevulde veiligheidskaart besproken, dat vooraf reeds door de inbrenger wordt besproken met ouders. Tijdens het overleg wordt met alle betrokkenen (incl. ouders) een afweging gemaakt of een beschermingsonderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming nodig is. Indien een onderzoek nodig blijkt, dan blijft het CJG in de zaak tot aan de uitspraak van de maatregel. Mocht er onverhoopt geen maatregel worden uitgesproken door de Rechtbank, dan blijft het CJG betrokken in de casus. Indien er een maatregel wordt opgelegd, dan vindt overdracht plaats vanuit het CJG naar de Gecertificeerde Instelling. Het CJG heeft tijdens de maatregel geen bemoeienis meer met de casus. Gedurende het proces naar de maatregel, blijft het CJG zoveel als mogelijk in verbinding met de gezinnen.

Daar waar in de praktijk blijkt dat het moeilijk is om de samenwerking vast te houden, wordt afgestemd met de Raad voor de Kinderbescherming omtrent overbruggingsmogelijkheden tot aan de maatregel. In de samenwerking met de GI’s is naast het beschermingsplein ook een schakeloverleg ingericht. In dit overleg kunnen de GI’s casussen bespreken, waarvan zij denkt dat beëindiging (of niet verlengen) van de maatregel wenselijk is. Hierbij is aandacht voor een goede en warme overdracht vanuit de GI’s naar het CJG.

Samenwerking Veilig Thuis

Veilig Thuis heeft tot taak om meldingen in ontvangst te nemen, advies te geven, eventueel verder onderzoek te doen en zo nodig vervolgstappen te zetten richting benodigde al dan niet vrijwillige hulp. Het CJG gaat aan de slag als Veilig Thuis meldingen doorzet (na een veiligheidsbeoordeling of na inzet van de diensten onderzoek en vervolg) waarbij is vastgesteld dat hulpverlening in het vrijwillig kader passend is. Het CJG kan daarnaast gebruik maken van de consult-functie van Veilig Thuis bij veiligheidscasuïstiek. In 2020 hebben de colleges van de gemeenten in Noord- en MiddenLimburg hiertoe samenwerkingsafspraken vastgesteld. Beide organisaties werken intensief samen in de integrale keten veiligheid.

Samenwerking professionals – bij zorgen over (on)veiligheid

Elke professional werkzaam met jeugdigen en/of volwassenen (denk aan: scholen, huisartsen, CB, zorgaanbieders) heeft een eigen verantwoordelijkheid tot melden bij Veilig Thuis, indien er zorgen zijn (conform de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling voor beroepsgroepen en het eigen afwegingskader). Het CJG ondersteunt de hiergenoemde partners bij zorgen over veiligheid, door het gesprek aan te gaan over de situatie. Onderwerpen die hierbij aan bod komen zijn: hoe schat je de ernst in, hoe urgent is het, hoe bepaal je wat voorrang heeft ‘de veiligheid’ of ‘de hulpvraag’, de meldcode en ieders verantwoordelijkheden hierin. Hierin is soms sprake van visieverschillen over ‘hoe te handelen’ (vb: doe maar een maatregel, dan is de veiligheid geborgd, of wel/niet opschalen naar een beschermingsplein).

11

WAT IS GEWENSTE DOORONTWIKKELING?

Verbeterplan ‘Het lokale netwerk na Veilig Thuis’

De samenwerkende rijksinspecties binnen het Toezicht Sociaal Domein (TSD) onderzochten in de regio Noord- en Midden-Limburg het functioneren van het lokale veld na onderzoek en overdracht van casuïstiek door Veilig Thuis. Het doel van het onderzoek is het bevorderen van de zorg en ondersteuning die het lokale netwerk biedt aan kwetsbare gezinnen die na onderzoek vanuit Veilig Thuis zijn overgedragen. De focus van het onderzoek is gericht op het vinden van goede voorbeelden en werkzame elementen die overdraagbaar zijn naar andere gemeenten en organisaties in Nederland. De inspecties keken naar goede punten en verbeterpunten in het lokale netwerk van de gemeente. Naar aanleiding van dit onderzoek zijn er door het TSD aanbevelingen gedaan voor de gemeenten Beesel, Venlo en Roermond betreffende de punten waarop verbeteringen kunnen worden doorgevoerd. Dit heeft geresulteerd in een verbeterplan dat is opgesteld in samenwerking met de regio, het CJG/AMW en Veilig Thuis. De maatregelen in het verbeterplan zijn in de periode oktober 2019 tot maart 2021 uitgevoerd. Tijdens de eindevaluatie op 17 februari 2021 heeft het TSD het doorlopen traject en de behaalde resultaten als positief beoordeeld.

Eén van de belangrijkste maatregelen is het implementeren van de visie gefaseerd samenwerken aan veiligheid, welke ook is opgenomen in de regiovisie aanpak Huiselijk Geweld en Kindermishandeling Noord- en Midden-Limburg (zie p. 6 paragraaf ‘Regiovisie aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling’).

Ontwikkeldoestellingen regio Midden-Limburg

De regio kent een geschiedenis van een hoog aantal maatregelen ten opzichte van andere regio’s. Sinds 2015 is een duidelijke daling zichtbaar door de huidige werkwijze. We zijn hierdoor meer op een vergelijkbaar niveau gekomen met andere regio’s in Nederland. Deze ontwikkeling willen we graag doorzetten. Ook werken we in de regio Midden-Limburg nog aan de doelstelling om kinderen zo thuis mogelijk te laten opgroeien.

2. Tijdig signaleren van de vraag

Wees aanwezig (zichtbaar, aanspreekbaar) daar waar de doelgroep is zodat vragen gezien worden. Maak verbinding met de wijk en werk ‘outreachend’. ➢ ➢ ➢ ➢

Help specialistische teams met de verbinding met zichtbare partijen in de wijk (zoals scholen, welzijn, etc.), zodat zij hun specifieke expertise gericht kunnen inzetten. Outreachend werken kan niet met alleen een loket, omdat de jeugdige en/of ouder(s) dan zelf de vraag actief moeten stellen. Heb bij outreachend werken aandacht voor de zelfredzaamheid van de jeugdige en/of ouder(s), niet alle vragen hebben professionele hulp nodig Heb bij outreachtend werken aandacht voor collectieve vraagstukken, zodat je aan structurele oplossingen kunt werken.

Investeer in preventie zodat (complexe) situaties voorkomen kunnen worden of niet verergeren ➢ ➢

Maak financiële ruimte voor preventie, omdat deze taak anders ondergesneeuwd raakt. Houd rekening met investeringen over langere tijd Maak de effecten van preventie inzichtelijk (vanuit perspectief van de jeugdige en/of ouder(s)), zodat financiële ruimte blijvend kan zijn.

12

AMBITIES EN UITGANGSPUNTEN/DOELSTELLINGEN (VISIE) - Aansluiten bij en (nog meer) aanwezig zijn op de vindplaatsen voor gezinnen met (potentiële) ondersteuningsvragen (scholen) - Spin in het web zijn in het stelsel van jeugdhulp, dit betekent zichtbaar zijn in de samenwerking met zowel het voorliggend veld alsook de gespecialiseerde jeugdhulp - Het versterken van de vraagverhelderingscompetentie ten behoeve van matched care WAT DOEN WE AL? (hoe hebben we het op dit moment georganiseerd)

Algemeen

Het CJG werkt voor 7 gemeenten ML. In iedere gemeente wordt de organisatie op maat ingericht en afgestemd op de lokale behoefte en aanwezige sociale infrastructuur. Dit betekent dat iedere jeugdige en/of ouder(s) in de eigen gemeente bij het lokale team CJG terecht kan en laagdrempelig hulp kan vinden. Bij de start van het CJG is een inrichtingsplan gemaakt, met een toedeling van het aantal jeugd- en gezinswerkers aan de gemeenten, op basis van historisch zorggebruik. In de tussentijd is het aantal jeugd- en gezinswerkers per gemeente afgestemd op inwonersaantallen in combinatie met het aantal jeugdigen in zorg. Steeds meer wordt gekeken naar mogelijkheden om de inzet af te stemmen op de behoefte en vraag in de betreffende gemeente. Op dit moment worden er ca. 83 FTE jeugd- en gezinswerkers ingezet in geheel Midden-Limburg.

Zichtbaar in de wijk of dorpskern

Hoewel er geen locaties op wijkniveau zijn ingericht (dat is te kleinschalig) wordt wel gekeken of en hoe er aangesloten kan worden bij de sociale infrastructuur in de wijk wanneer hieraan behoefte is of aanleiding bestaat. Dit kan ook op basis van een pilot, zodat daadwerkelijk kan worden geëxperimenteerd met de vorm en organisatie die het best past bij de vraag in de betreffende wijk.

Zichtbaar in de school

Midden-Limburg kent ruim 100 scholen (PO en VO). Aan elke school is tenminste 1 contactpersoon gekoppeld vanuit CJG. De wijze waarop er invulling wordt gegeven aan de samenwerking tussen school en de contactpersoon kan per school verschillen en komt in overleg met de betreffende school tot stand. Hierbij kan worden gedacht aan een inloopspreekuur, deelnemen aan overleggen, optioneel aansluiten bij ouderavonden, etc. Uitgangspunt in de samenwerking is dat school een laagdrempelige en zichtbare vindplaats is en dat school en CJG hierin niet alleen kunnen samenwerken in het opsporen van potentiële ondersteuningsvragen, maar ook in het verkennen van oplossingsrichtingen die zowel vanuit school alsook de jeugdhulp geboden kunnen worden. Het daadwerkelijk aanwezig zijn in en/of voor school is daarmee niet alleen een laagdrempelige ingang voor kinderen en gezinnen, maar ook de kans om ondersteuningsaanbod vanuit beide invalshoeken (gecombineerd) in te zetten. Streven is dat een bijkomend voordeel mogelijk ook is dat de ingang via school en het vaste gezicht van de Jeugd&Gezinswerker de drempel voor kinderen en ouders tot jeugdhulp verlaagt.

Zichtbaar bij en voor de huisarts

Huisartsen zijn een belangrijke samenwerkingspartner voor gemeenten, aangezien een deel van de verwijzingen naar gespecialiseerde jeugdhulp via de huisarts tot stand komt. Het tot stand brengen van verbinding heeft een langere aanloop gekend. Inmiddels wordt deze verbinding met steeds meer

13

huisartsen gelegd, hierbij wordt vooral gekeken naar de best passende vorm en invulling per gemeente en binnen de gemeente zelfs op het niveau van de huisartsenpraktijk. In sommige gemeenten is er al voor een structurele samenwerkingsvorm gekozen, in andere gemeenten wordt nog naar de best passende vorm gezocht. Echter, in iedere gemeente is inmiddels wel een daadwerkelijke samenwerking met huisartsen (via een Praktijk Ondersteuner Huisarts – POH, of Specialistisch Ondersteuner Jeugd - SOJ) tot stand gebracht, al dan niet in pilotvorm. De meerwaarde is overduidelijk aangetoond. Deze verbinding met huisartsen levert een cruciale bijdrage aan vroegsignalering: huisartsen zijn voor veel gezinnen de meest laagdrempelige ingang om vragen aan de orde te stellen (niet zelden laagdrempeliger dan de ingang via andere voorliggende voorzieningen). Het vroegtijdig signaleren en reageren kan hiermee daadwerkelijk erger voorkomen. Bovendien blijkt ook dat vragen door een Praktijk Ondersteuner Huisarts / Specialistisch Ondersteuner Jeugd via vraagverheldering al ‘afgevangen’ kunnen worden: waar een huisarts misschien eerder verwees naar gespecialiseerde jeugdhulp, blijkt dat met de inzet van een POH/SOJ niet altijd nodig. Daarmee draagt dit ook bij aan uitgangspunten zoals normaliseren en demedicaliseren.

In Midden-Limburg West zijn de praktijkondersteuners bij de huisartsen en de Jeugd- en Gezinswerkers van het CJG.

Zichtbaar in de kinderopvang

Veel kinderen maken gebruik van kinderopvang en dus wordt ook daar gestreefd naar zichtbaarheid. In veel gevallen hebben deze organisaties een goede samenwerkingsrelatie met de GGD. Het CJG zoekt hierbinnen dan ook naar een samenwerking met de GGD.

Preventieve programma’s als middel voorafgaande aan vroegsignalering

Vroegtijdig signaleren is cruciaal in het ‘voorkomen van erger’. Belangrijk hierbij is dat hieraan ook nog een stap vooraf gaat: voorkomen van problemen vóórdat ze ontstaan. Daartoe wordt sterk ingezet op preventieve programma’s en samenwerking met onder andere de welzijnsorganisaties en het CJG. In toenemende mate worden er afwegingen gemaakt ten aanzien van deze programma’s op basis van bewezen effectiviteit. Monitoring van effecten krijgt daarmee steeds meer aandacht. Dilemma blijft dat momenteel tekorten op de jeugdhulp dwingen tot een lastig keuze: inzetten op preventie ten koste van jeugdhulp is niet altijd goed te ‘verkopen’. Enkele preventieve programma’s die in de regio Midden-Limburg worden ingezet zijn: Kansrijke Start Het actieprogramma Kansrijke Start gaat over het realiseren van de best mogelijke start van een kind in zijn of haar leven. De eerste 1000 dagen van een kind zijn namelijk cruciaal voor een goede start. De gezondheid van een kind voor, tijdens en na de geboorte blijkt een belangrijke voorspeller te zijn van problemen – zowel fysiek als mentaal – op latere leeftijd. Het doel van het actieprogramma is om kinderen een zo optimaal mogelijke start te geven. Ook voor gemeenten is dit van belang: iedere baby is immers een toekomstige inwoner en dus de investering waard.

De basis van het actieprogramma is het smeden van een coalitie Kansrijke Start tussen het medische en het sociaal domein. Door deze samenwerking ontstaat er een gericht sterk netwerk rond het jonge kind. Naast het smeden van de coalitie zijn er ook reeds verschillende interventies geïmplementeerd, zoals Voorzorg en Nu Niet Zwanger.

14

VoorZorg: VoorZorg richt zich op het terugdringen van (het risico op) kindermishandeling. Verpleegkundigen bezoeken kwetsbare jonge aanstaande moeders tijdens hun zwangerschap en eerste levensjaren bij hen thuis. VoorZorg verbetert zwangerschaps- en geboorte-uitkomsten, de gezondheid en ontwikkeling van het kind en de persoonlijke ontwikkeling van de moeder. De doelgroep van VoorZorg zijn (eerste) kinderen (van -9 maanden tot twee jaar), welke geboren worden bij moeders die te maken hebben met een opeenstapeling van risicofactoren op mishandeling en verwaarlozing, zoals laag opleidingsniveau, huiselijk geweld, middelen gebruik in de zwangerschap, beperkte affectieve en pedagogische vaardigheden. VoorZorg beschouwt moeders en hun (ongeboren) kind tijdens zwangerschap en eerste twee levensjaren als een eenheid. VoorZorg is primair gericht op de kinderen, maar de ondersteuning richt zich ook op de ondersteuning van de moeders zelf. Versterking van de mogelijkheden van de moeder versterkt de kansen voor de kinderen. Nu niet Zwanger Het project Nu Niet Zwanger (NNZ) richt zich op kwetsbare (potentiële) ouders, waar vanwege multiproblematiek, het in deze fase van hun leven niet wenselijk is dat zij een kind krijgen. Denk aan ernstige psychiatrische problematiek, verstandelijke beperking, verslaving, dakloosheid, schulden, loverboyproblematiek, illegaliteit etc.

Kern van de aanpak is het aangaan van het gesprek over hun kinderwens, seksualiteit en anticonceptiegebruik. Indien nodig wordt er praktische, financiële en organisatorische ondersteuning geboden bij het regelen van anticonceptie. Met als belangrijkste doel: voorkomen dat kwetsbare (potentiële) ouders – in deze fase van hun leven - zwanger worden. Resultaat is dat meer dan 80% van de kwetsbare (potentiële) ouders vrijwillig besluit om hun kinderwens uit te stellen door passende en adequate anticonceptie te gaan gebruiken. De kracht van Nu Niet Zwanger is vooral de persoonlijke aanpak en de samenwerking tussen verschillende instanties. Hulpverleners krijgen trainingen, zodat zij gesprekken over kinderwens en anticonceptiegebruik in hun reguliere werkzaamheden kunnen integreren. Maak het verschil voor een kind: Een bewustwordingscampagne voor iedereen die regelmatig te maken heeft met jongeren tussen de 0 en 23 jaar, gericht op oprechte aandacht van volwassenen voor een kind, met een signalerings- en ondersteuningsfunctie voor problemen in de thuissituatie.

Overlegvorm Preventie-overleg Jeugd Midden-Limburg In het Preventie-overleg Jeugd Midden-Limburg bespreken de gemeenten, de welzijnsorganisaties, het CJG/AMW, de JGZ/GGD en de OGGZ-preventie organisaties de ontwikkelingen van het preventief jeugdbeleid. Het overleg heeft de volgende doelen: - informeren en kennisuitwisseling - gezamenlijk inhoudelijke focus aanbrengen en keuzes maken - elkaar versterken - samenwerking bevorderen Alle deelnemers spreken uit dat ze de meerwaarde en relevantie zien van het overleg. Informatie delen, elkaar versterken en verbindingen leggen zijn de doelen. Gevoel heerst dat het overleg concreter wordt en dat er stappen genomen worden

15

WAT IS GEWENSTE DOORONTWIKKELING? - Vergroten van zichtbaarheid/bereikbaarheid via praktische aansluiting op maat. - Tijdig signaleren van de vraag door versterking van de vroegsignaleringstaak via bijv. afwegingen ten aanzien: • Generalisten versus/in combinatie met specialisten aan de voorkant • Versterken en praktische vertaling van demedicaliseren en normaliseren in de praktijk (versterken van cultuuromslag in denken, dit blijkt nog geen vanzelfsprekendheid) • De capaciteit van het consulententeam (dit team geeft uitvoering aan preventie) staat onder druk. Er is een toename van verzoeken om nog meer te investeren in preventie. Enerzijds doordat basisvoorzieningen het CJG steeds beter weten te vinden voor activiteiten, anderzijds omdat er landelijk veel geïnvesteerd wordt in ‘werkende preventieprogramma’s’ (zoals het landelijk programma Kansrijke Start). Ook willen we scholen, die nog niet veel gebruik maken van het preventieaanbod, stimuleren dit wel te doen. • In alle gemeenten in de regio wordt gestreefd naar een transformatie op preventie: meer gerichte preventie vanuit de lokale infrastructuur door inzet van bijvoorbeeld een Praktijk Ondersteuner Huisarts (POH) en een orthopedagoog, in plaats van bijvoorbeeld trainingen op afstand, gericht op groepen inwoners.

3. Vindbare en toegankelijke hulp

Wees toegankelijk en benaderbaar op vele manieren (fysiek en digitaal) ➢ ➢

Investeer in verschillende vindplaatsen van informatie en hulp, omdat iedere jeugdige en/of diens ouder(s) andere behoeften heeft Zorg dat samenwerkingspartijen (zoals de huisarts, politie, zorgaanbieders, wonen, onderwijs, welzijn, etc) het lokale team kennen en zien als reële verwijsoptie.

Voer een goede triage uit. Kijk naar alle leefdomeinen en het hele gezin en zorg dat de jeugdige en/of ouder(s) bij de juiste persoon terechtkomt. ➢ ➢ ➢

➢

Start met een beeld te krijgen van de urgentie van de hulpvraag, zodat tijdig passende hulp wordt gezocht. Kijk ook altijd specifiek naar de veiligheid. Er moet oog zijn voor de persoon en het huishouden/gezin en het herkennen van de zorgvraag met een levenslange en levensbrede problematiek. Wordt de triage gedaan door een loket of voorpost en niet door een lokaal team? Zorg ervoor dat zij heel goed samenwerken met de experts in het lokale team en help hen met tools/instrumenten. Help professionals soms ook niets te durven doen: is professionele hulp altijd het antwoord?

16

AMBITIES EN UITGANGSPUNTEN/DOELSTELLINGEN (VISIE) Het CJG is een brede basisvoorziening. Het CJG bevindt zich in een dynamische omgeving waarbij de transformatie van het sociaal domein centraal staat. Het CJG werkt volgens de visie zoals is vastgelegd in de diverse beleidsplannen van de gemeenten. Samengevat betekent deze visie: • Eigen verantwoordelijkheid van ouders, eigen kracht en gebruik maken van het eigen netwerk staan centraal. • Hulpverleners werken vanuit het perspectief van de jeugdige en ouders. • Er wordt gewerkt op basis van normaliseren, demedicaliseren, opschalen zo kort als mogelijk en afschalen waar mogelijk (van 2e lijn naar 1e lijn, en van 1e lijn naar het voorliggend veld). • Integraal werken, samenwerking met andere disciplines betrokken bij het gezin. • De gemeente is het vangnet als jeugdigen en/of ouders problemen ervaren die men niet zelf kan oplossen. Het basisteam en de lokale teams van jeugd-en gezinswerkers werken samen met de belangrijkste basisvoorzieningen voor jeugd (kinderopvang, onderwijs en huisartsen). Deze samenwerking is gericht op vier doelen: • Het bieden van preventie op maat voor de betreffende basisvoorziening. • Het versterken van basisvoorzieningen bij het ondersteunen van jeugdigen en ouders.

• Vroegsignalering van vragen en/of problemen bij het opvoeden en opgroeien, met andere woorden; door vroegsignalering van de basisvoorzieningen willen we jeugdigen en ouders met vragen of problemen zo snel (en zo kort als mogelijk) ondersteunen. • Bij de samenwerking met de huisartsen willen we de huisartsen ondersteunen bij hun wettelijke verwijsfunctie naar gespecialiseerde jeugdhulp. WAT DOEN WE AL? (hoe hebben we het op dit moment georganiseerd)

Toegankelijk & benaderbaar

Het CJG team met jeugd- en gezinswerkers werkt met lokale teams en is dus in elke gemeente fysiek aanwezig. Het CJG basisteam werkt regionaal en richt zich op informatie en advies en voert preventieactiviteiten in. In het CJG basisteam werken ook vertegenwoordigers vanuit de GGD en welzijnsorganisaties. Op het gebied van digitale dienstverlening is er een website met de mogelijkheid voor cliënten tot het stellen van vragen en een chatfunctie. Het CJG heeft een eigen facebook pagina waar vooral informatie op geplaatst wordt en geworven wordt voor preventieactiviteiten. Door Corona heeft er een versnelling plaatsgevonden in de digitale ondersteuning: webinars, facebooksessies en digitale hulpverlening. In alle gemeenten hebben alle kinderopvangorganisaties, scholen en huisartsen een vaste contactpersoon (jeugd- en gezinswerker) bij het CJG. Op het gebied van veiligheid werkt het CJG nauw samen met het Veiligheidshuis, Veilig Thuis en politie.

Triage:

Jeugdigen, ouders en verzorgers kunnen bij het CJG terecht voor alle vragen en/of problemen die men ervaart bij het opvoeden en opgroeien. Het CJG start met een brede benadering en verkent de hulpvraag op alle leefdomeinen. Er wordt gekeken naar mogelijkheden, wat gaat goed en hoe kan dit beter worden benut. De mogelijkheden in eigen kracht, netwerk en voorliggend veld worden met het

17

gezin onderzocht. Het CJG is zich er van bewust dat ‘overnemen’ niet het gewenste effect heeft. Soms kan dit tijdelijk nodig zijn, maar het doel is dat het gezin zelf in actie komt. Dit is onderdeel van diverse scholingen, coaching en intervisie. Als specialistische hulp nodig is, wordt daar toegang voor verleend en wordt dit traject in de driehoek van gezin, aanbieder en CJG gevolgd. Afstemming en maatwerk zijn hierin belangrijk. Ondersteuning moet passen zijn en aansluiten bij de problematiek. Vooral bij multi-problem gezinnen is de brede kijk op alle leefgebieden belangrijk. Inschatten welke problematiek prevaleert en aangepakt wordt is noodzakelijk. WAT IS GEWENSTE DOORONTWIKKELING? • Er kan meer geïnvesteerd worden door het CJG-ML in het versterken van de verenigingen. • Het inzetten van een CJG-medewerker in meer huisartsenpraktijken (POH-er). • Hoewel CJG-medewerkers overwegend de ‘normaliserende’ visie goed uitdragen in hun ondersteuningstrajecten, weet men de weg naar het voorliggende (niet hulpverlenende) veld niet voldoende te vinden om af te schalen. Er is een ontwikkeling zichtbaar van stepped care, meer naar matched care (we zetten niet eerst zo licht mogelijk in, zwaardere zorg wordt waar nodig direct ingezet). De gemeentelijke toegang wordt beter toegerust om de afweging te maken welke hulp (licht bij aanvang of direct zwaarder) in te zetten.

Voor de gemeentelijke toegang in MLW worden hiertoe consultatiefuncties ingericht bij het specialistische veld.

18

4. Handelen met een brede blik

Verhelder de vraag met een brede blik op alle levensdomeinen en mensen in het huishouden of gezin. ➢

➢

Maak voldoende inhoudelijke doelgroepenexpertise aan de voorkant beschikbaar, zodat problematiek tijdig en in de breedte herkend wordt. Het gaat om o.a. schuldhulpverlening, jeugd-ggz, volwassenen-ggz, geriatrie, verslavingszorg, veiligheid, levenslange en –brede vragen. Na triage kan de vraagverheldering i.p.v. door een generalist ook door een specialist worden gedaan. Maar let op dat de blik nog steeds breed is: op alle levensdomeinen en alle leden van het huishouden of gezin.

Stel een plan van én met het huishouden of gezin op ➢ ➢ ➢

Zorg ervoor dat het plan is gebaseerd op ‘matched care’ en niet op stepped care, omdat dan naar de best passende zorg wordt gekeken en maatwerk geleverd wordt. Gedeelde besluitvorming is voor een goed proces van aanvragen en inzetten van passende zorg en ondersteuning van groot belang. Betrek huishoudens en gezinnen hier altijd in. Laat lokale teams ook zelf (kortdurende) ondersteuning leveren, zodat zij flexibeler zijn in het leveren van maatwerk en op- en afschalen, zelf inhoudelijk de regie kunnen voeren en beter een vinger aan de pols kunnen houden in een later stadium.

Verleen de ondersteuning en zorg, beleg de regie en maak duidelijke afspraken met alle betrokkenen. ➢ ➢ ➢

Het adagium ‘één regisseur’ is geen vereiste als maar goed wordt uitgelegd aan de jeugdige en/of ouder(s) waarom hij de regie niet zelf kan oppakken en goed wordt overlegd wie dat dan gaat doen. Continuïteit is nodig om aan samenwerking te kunnen bouwen: het is daarom niet verstandig om een (sterk) wisselend aanbiedersveld te hebben. Een lokaal team dat zelf geen (lichte) ondersteuning en zorg kan geven, kan de casusregie (inhoudelijke regie) niet uitvoeren wanneer nodig en kan minder flexibel op- en afschalen. Dat kan vertragend werken en ertoe leiden dat te snel wordt opgeschaald.

Houd bij hoe het gaat: kijk regelmatig met de jeugdige en/of ouder(s) naar de doelen en of die behaald worden. ➢ ➢ ➢

Help professionals de durf te ontwikkelen om hulp bij te stellen, door te vertrouwen op eigen inzichten en expertise van anderen te durven inzetten. Investeer in het kennen van de jeugdige en/of ouder(s) en het huishouden of gezin. Communicatie en transparantie, maar ook gezien en gehoord worden zijn net zo belangrijk als het plan zelf. Deel relevante informatie over het verloop van de ondersteuning en zorg en overleg met elkaar hoe het gaat, zodat goed kan worden samengewerkt.

Houd een vinger aan de pols en blijf zichtbaar en benaderbaar ➢ ➢

Maak de ‘vinger aan de pols’ onderdeel van het proces, door dit duidelijk op te nemen in de visie. Let op dat een loket (alleen toegang) dit moeilijk kan doen omdat zij zelf geen hulp verlenen. Creëer ruimte om langdurig op de achtergrond aanwezig te zijn (stut- en steunfunctie), zodat bijv. gezinnen met veiligheidsrisico’s die altijd blijven bestaan niet losgelaten hoeven te worden.

19

AMBITIES EN UITGANGSPUNTEN/DOELSTELLINGEN (VISIE) - Vraag achter de vraag? - Breed kijken - Normaliseren/demedicaliseren - Inzet van passende zorg – doen wat nodig is - We laten de regie maximaal bij de gezinnen. WAT DOEN WE AL? (hoe hebben we het op dit moment georganiseerd) Vanuit het CJG wordt samen met de jeugdige en/of ouder(s) met een brede blik gekeken en gehandeld als het gaat om de behoeften (en de vraag achter de vraag) van de jeugdige en/of ouder(s). Ook voor andere teams (WMO en Participatie) geld dat zij werken met een brede blik. Indien er sprake is van problematiek op meerdere vlakken, dan kijkt de Jeugd & Gezinswerker met de jeugdige en/of ouder(s), welke problematiek prevaleert en wordt bepaald in welke volgordelijkheid de problemen worden aangepakt. Er wordt gekeken naar wat op dat moment nodig is en wat het juiste moment is om hulp in te zetten. De samenstelling van de diverse CJG-teams is ingericht op het kijken en handelen met een brede blik. Jeugd & Gezinswerkers kunnen, indien dit na het verhelderen en analyseren van de vraag nodig is, zelf ondersteuning bieden. Of, indien de problematiek hierom vraagt, doorverwijzen naar gespecialiseerde jeugdhulp.

In het team zijn mensen vertegenwoordigd met een specifieke deskundigheid (lvb, GGz en jeugd- en opvoedproblemen), aangevuld met in enkele teams medewerkers met een achtergrond bij de GGD en maatschappelijk werk. Scholing is enerzijds gericht op het ‘breed kunnen blijven kijken en handelen’ (generalisme), anderzijds op het behouden en ontwikkelen van de wat meer specifieke/specialistische deskundigheid (dit biedt toegevoegde waarde bij specifieke problematieken). Daarnaast zijn de werkprocessen (bijv. de uitvraag) aangepast op het kijken en handelen met een brede blik en is de positie van het CJG (als onderdeel van het Algemeen Maatschappelijk Werk, met o.a. schuldhulpverlening dichtbij) hierop ingericht. Vanuit het CJG wordt er gewerkt met 1 gezin, 1 plan (één Plan voor elk Thuis). De regie wordt maximaal bij de gezinnen gelaten. Er is ook casuïstiek binnen het vrijwillig kader waarin de Jeugd en Gezinswerker de rol van casemanager/regisseur oppakt. Indien er sprake is van een maatregel (gedwongen kader) dan ligt de regie in principe altijd bij de Gecertificeerde Instelling.

Samenwerking met partners

Met elke samenwerkingspartner wordt ingezet op een goede samenwerking. Bij visieverschillen op casusniveau worden gesprekken met elkaar gevoerd om tot overeenstemming te komen. Indien dit ‘vaker voorkomt’, dan worden signalen overkoepelend bekeken en behandeld. WAT IS GEWENSTE DOORONTWIKKELING?

Cultuuromslag systeemwereld

Handelen met een brede blik wordt bemoeilijkt door de ‘systeemwereld’ waarin verschillende domeinen met verschillende regels te maken hebben.

20

Het blijkt moeilijk om initiatieven te ontplooien rondom gezamenlijke/gedeelde financiering van bijzondere situaties waarin een domein-overstijgende aanpak nodig is. Dit vraagt een cultuuromslag en de mogelijkheid van alle partijen om breder te kijken dan vanuit de eigen organisatie. Daarnaast is er soms ook tijdsdruk waardoor handelen met een brede blik lastig is: bijvoorbeeld bij een situatie met een op handen zijnde bevalling. Het lukt dan niet altijd om de benodigde brede hulp tijdig te organiseren (zoals het regelen van passende huisvesting). De gewenste doorontwikkeling is dat om in de casuïstiek waarin dit wenselijk is, met alle betrokken partijen de verschillende belangen goed te kunnen afwegen en tot een gezamenlijke visie over de aanpak te kunnen komen. Om goed integraal te kunnen kijken, helpt het als je meer contact en korte lijnen heb met andere partijen naast het CJG. Voor alle partijen (WMO/Jeugd/Participatie) geldt dat zij breed kijken en dat zij elkaar moeten weten te vinden als dit nodig is. Het integraal werken een continu verbeterproces

Monitoring casuïstiek / ‘vinger aan de pols’

Op dit moment monitort het CJG alle casussen. Dit heeft niet voor alle casuïstiek meerwaarde. Op dit moment wordt onderzocht, mede in het kader van kostenefficiëntie, of er meer risico-gestuurd kan worden gewerkt.

Samenwerking partners

Een goede samenwerking met partners in het veld en aandacht voor een gezamenlijke visie blijft aandacht vragen.

Monitoring/Cijfermatige informatie

Het CJG levert kwartaalrapportages aan gemeenten. Deze rapportage bestaat uit een algemeen deel met regionale informatie en een bijlage met gemeente-specifieke informatie. De kwartaalrapportage maakt onderdeel uit van de P&C-cyclus. Bij aanleiding is er een mogelijkheid om op gemeenteniveau verder te verdiepen.

5. Leren en verbeteren

Verzamel inzichten in hoe het gaat: over de uitkomsten voor de jeugdige en/of ouder(s), de samenwerking en hoe het proces loopt. Deel deze inzichten en ga erover in gesprek. ➢ ➢ ➢

Ontwikkel op basis van inzichten een gezamenlijke visie op goede zorg en vertaal die naar alle organisatieniveaus. Durf die bij te stellen. Geef de professional handelingsruimte en creëer tijd en ruimte voor reflectie, omdat dit de sleutel tot verbeteren is. Evalueer individuele en wijkgerelateerde vraagstukken in samenhang, zodat gezocht wordt naar structurele oplossingen.

21

AMBITIES EN UITGANGSPUNTEN/DOELSTELLINGEN (VISIE) 1) Ontwikkelen van een gezamenlijke visie op goede zorg (op deelthema’s) 2) Samenwerking met netwerkpartners waarin samen leren door open gesprek en casus evaluaties vanzelfsprekend is. WAT DOEN WE AL? (hoe hebben we het op dit moment georganiseerd)

Leersituaties uit het verleden:

Intervisiegroepen (gedurende enkele jaren) waar met deelnemers uit het veld is gesproken over 1G1P (1Gezin1Plan). • Thematafel gedwongen kader – casuïstiek bespreken omtrent op- en afschalen. Beide leersituaties zijn afgerond. Een complicerende factor bij het leren van casuïstiek en het verbeteren van de samenwerking is dat er sprake is van veel verschillende samenwerkingspartners: o.a. veel scholen en veel zorgaanbieders. In de regio zijn we zoekend naar passende vormen om van elkaar te leren. • Expertteam: binnen het expertteam wordt gekeken naar maatwerkoplossingen. •

Huidige situatie

In regio Midden-Limburg Oost is een cliëntervaringsonderzoek CJG uitgevoerd. De aanbevelingen van dit onderzoek worden meegenomen in reguliere beleidsacties van Midden-Limburg Oost. MiddenLimburg West neemt ook kennis van de uitkomsten. Binnen het centrum voor Jeugd en Gezin zijn ook interne leermomenten ingericht, nl: • CJG-medewerkers hebben begeleide intervisie-momenten, ingericht conform SKJ-eisen omtrent het aantal deelnemers, duur, aantal uren. • Intern overleg, gericht op verbetering van kwaliteit, gebaseerd op samen leren en verbeteren. Voorbeeld 1: PGB-plein: Hieraan nemen een begeleider primair proces en jeugd en gezinswerkers deel. In dit overleg worden meer ingewikkelde PGB-vragen opgepakt, om gezamenlijk afwegingen maken. Dit leidt tot een scherpere afweging en duidelijker onderbouwde keuzes. Dit heeft geleid tot een flinke afname in het aantal bezwaarprocedures n.a.v. beschikkingen voor een PGB afgegeven door het CJG. Voorbeeld 2: Intern overleg toegang: Hieraan nemen begeleiders primair proces en gedragswetenschappers deel en worden vraagstukken gerelateerd aan toegang ZIN en PGB breed besproken en afgestemd.

Externe afstemming

Het CJG heeft samen met haar netwerkpartners, waaronder Veilig Thuis, het Veiligheidshuis, BJZ en GGD afstemming over de samenwerking.

Afstemming specifiek tussen het CJG en de gemeenten in Midden-Limburg

De kwartaalrapportages van het CJG worden besproken in de beleidsteams en de bestuurlijke overleggen. De kwartaalrapportages bevatten cijfermatige informatie die in combinatie met eigen data door gemeenten worden gebruikt voor een verdiepende analyse.

22

Pilot ‘Lokale behandelteams aanvullend aan de lokale CJG-teams’ (Midden-Limburg West)

Met deze pilot (gestart in oktober 2020) wordt gestreefd naar een betere aansluiting tussen teams van de basisjeugdhulp (het CJG-ML) en het gespecialiseerde aanbod. Lokaal zijn (integrale) behandelteams ingericht, aanvullend op de lokale teams van het CJG-ML. De behandelteams (bestaande uit behandelaren) leveren diagnostiek, psycho-educatie en behandeling van de jeugdige en/of het systeem, consultatie aan de CJG-teams en ze denken mee in casuïstiek. Beoogde effecten van deze pilot zijn het werken volgens de gemeenschappelijke ‘Visie op hulp- en dienstverlening in Midden-Limburg’, leren van elkaar, het delen van een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de casus, minder verwijzingen naar specialistische jeugdhulp, kortere lijnen, minder bureaucratie en meer ruimte voor professionals om te doen wat nodig is.

Expertteam

Regio Midden-Limburg kent een Expertteam bestaande uit toegangen en een aantal grote(re) aanbieders. Het team is verplicht om de destijds beschikbare transformatiegelden te kunnen verkrijgen. Doel is om complexe cases in te brengen en te bespreken. Naast het zoeken naar oplossingen op casusniveau wordt er ook getracht een breder lerend effect te bewerkstelligen. Hierbij komen vragen aan de orde die zowel betrekking hebben op inhoud (missen we wellicht aanbod), alsook op de randvoorwaarden (bijv. is de samenwerking voldoende, kunnen maatwerkafspraken wel worden uitgevoerd conform de huidige contractafspraken, etc.)

Expertisecentrum

In de Provincie Limburg is sinds 2020 een Expertisecentrum ingericht, in de vorm van een netwerkorganisatie (zonder fysieke locatie). De gemeente Roermond is accounthoudende gemeente voor het Expertisecentrum. In de Jeugdwet is de opdracht aan de gemeenten gegeven om passende jeugdhulp te bieden aan kinderen en jongeren. Er is een kleine groep jongeren met complexe, meervoudige en weinig voorkomende problematiek waarbij het niet altijd lukt de passende jeugdhulp en begeleiding te bieden. Dit vraagt om samenwerking op bovenregionale schaal. Dit is een belangrijke opgave. Door de inrichting van een bovenregionale expertisecentrum, in de vorm van een netwerkorganisatie, willen we passende hulp voor deze jongeren realiseren. De expertisecentra in Nederland voeren in zijn algemeenheid de volgende functies uit, waaronder de kennisfunctie: - Het expertisecentrum organiseert en faciliteert het bundelen van kennis van professionals uit diverse domeinen. - Kennis voor professionals moet makkelijk toepasbaar en beschikbaar zijn. - Expertisecentra zorgen ervoor dat in de regio (structureel) geleerd wordt van casuïstiek voor oplossingen op de lange termijn. - De expertisecentra hebben onderling een lerend netwerk, dat ondersteund wordt door een landelijke kennisfunctie. Er zal een nadrukkelijke link zijn tussen de regionale Expertteams en het Expertisecentrum.

WAT IS GEWENSTE DOORONTWIKKELING? Een gewenste ontwikkeling is een gezamenlijk initiatief van gemeenten, CJG en andere partners gericht op: - Het uitwisselen en het vormen van een gemeenschappelijke visie: met onderwijs, GGD, en zorgaanbieders. Dit kan door samen casusvoorbeelden te bespreken. (Vanuit onderzoek TSD

23

-

-

kwam dit duidelijk naar voor als verbeterpunt rond het thema veiligheid, maar het is wellicht op meer thema’s nodig). Daarna implementatie in de vele organisaties vorm geven: er is een vertaalslag nodig van de strategische discussies naar de uitvoering. Blijvend (sterker) inzetten op de leereffecten van Expertteam en Expertisecentrum. Meer verbinden van data/gegevens van gemeenten en organisaties (CJG, zorgaanbieders). Rondom monitoring/cijfermatige informatie zijn nog stappen te zetten. Op gemeenteniveau wordt dit al opgepakt. Doorontwikkeling verbijzonderde toegang vanuit de aanbesteding van segment 1: verblijf met behandeling.

24

Bijlage 4. Bovenregionale Samenwerking Inleiding Regio’s Limburg-Noord, Midden-Limburg Oost en Midden-Limburg West werken op bovenregionaal niveau samen op diverse schaalgroottes en voor diverse onderdelen/functies van de jeugdzorg of aanverwante beleidsterreinen. In Noord- en Midden Limburg onderscheiden we drie jeugdregio’s: Jeugdregio Noord-Limburg (NL): is een jeugdregio van ruim 270.000 inwoners en omvat de gemeenten Beesel, Bergen, Gennep, Horst aan de Maas, Peel en Maas, Venlo en Venray. De gemeenten in Limburg-Noord werken al jarenlang samen op het gebied van het sociaal domein. Er is een samenwerkingsstructuur ingericht met een aantal werkgroepen en overleggen op managementen bestuurlijk niveau. Sinds 2014 werken de gemeente samen met een Modulair Gemeenschappelijke Regeling via de module ‘opdrachtgeven in het sociaal domein’. Deze module is gericht op het gezamenlijk inkopen en aanbesteden van diensten en producten en het uitvoeren van contractbeheer en contractmanagement. Door het invullen van een gemeenschappelijke regeling wordt meer congruentie en doelmatigheid in de samenwerking tussen de gemeenten in de regio gerealiseerd. Regio Midden-Limburg West (MLW) is een jeugdregio van ruim 100.000 inwoners en omvat de gemeenten Leudal, Nederweert en Weert.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Maasgouw&id=9edd0741-c050-4f79-82d9-45323b731700