Bijlage 3: bestemmingsplan inclusief bijlagen
Tekst van het document
Uit de berekeningen blijkt dat het projecteffect voor de aanlegfase op een tweetal rekenpunten maximaal 0,05 mol/ha/jaar en 0,09 mol/ha/jaar bedraagt. Op de overige rekenpunten is het projecteffect kleiner (0,01 tot 0,03 mol/ha/jaar). Het projecteffect is daarmee ruim lager dan de drempelwaarde van 21,45 mol/ha/jaar voor Belgische Natura 2000-gebieden. Aantoonbaar negatieve effecten kunnen hiermee worden uitgesloten. Daarnaast betreft de aanlegfase een tijdelijke ontwikkeling waarbij de emissies uit de berekening een overschatting zijn van de daadwerkelijke emissies welke plaats zullen vinden. Voor de gebruiksfase is het projecteffect op een viertal rekenpunten maximaal 0,01 mol/ha/jaar en 0,02 mol/ha/jaar. Op de overige rekenpunten is het projecteffect 0,00 mol/ha/jaar. Ook voor het toekomstig gebruik geldt dat het projecteffect ruim lager is dan de drempelwaarde van 21,45 mol/ha/jaar voor Belgische Natura 2000-gebieden. Aantoonbaar negatieve effecten kunnen hiermee worden uitgesloten. Ook voor de gebruiksfase geldt dat er een aantal worstcase aannames gedaan zijn, waardoor de ingevoerde emissies een overschatting zijn van de daadwerkelijke aantallen.
Voor de Belgische Natura 2000-gebieden ‘Hamonterheide, Hageven, Buitenheide, Stamprooierbroek en Mariahof’ en ‘Uiterwaarden langs de Limburgse Maas met Vijverbroek’ kunnen volgens het Belgische toetsingskader aantoonbaar negatieve effecten worden uitgesloten. De volledige onderzoekresultaten zijn opgenomen in Bijlage 4 van deze toelichting.
Pagina 57 Bestemmingsplan “Abdijcomplex Thorn”
239-maasg-ACT-o
BESTEMMINGSPLAN
HOOFDSTUK IV FUNCTIES EN BESTEMMINGSREGELING
Functies en bestemmingsregeling
4.1.
Inventarisatie van bestaande functies
4.1.1
Functies in het plangebied
In het plangebied zijn de twee voormalige abdijgebouwen “Hofferkeukens” en “Pottenhuis” aanwezig die als huurwoningen werden gebruikt. Daarnaast behoren het voorplein en het buitenpodium tot het plangebied. Het voorplein zal een terrasfunctie krijgen; het buitenpodium dient als locatie voor kleinschalige evenementen. De Abdijkerk als ook restanten van de overige ommuring vallen buiten het plangebied. 4.1.2
Omliggende bedrijven
In of in de nabijheid van het plangebied zijn geen bedrijven aanwezig, waarmee in dit bestemmingsplan specifiek rekening moet worden gehouden. Binnen de centrumfunctie volgens het bestemmingsplan Oude Kern Thorn zijn slechts bedrijven met maximale milieucategorie 2 toegestaan. 4.1.3
Water
In de nabijheid van het plangebied zijn geen grote waterpartijen of watergangen aanwezig. Aan het “Pottenhuis” grenst de Itterbeek, een smalle waterloop die vanuit België naar de Maas stroomt. De watergang heeft een onderhoudszone van 4 meter aan weerszijde van de beekloop. De plas De Grote Hegge, die direct in verbinding met de Maas staat, ligt op ongeveer 500 meter afstand.
Pagina 58 Bestemmingsplan “Abdijcomplex Thorn”
239-maasg-ACT-o
BESTEMMINGSPLAN
Figuur 14 – Ligging van de waterkering (groen) ten opzichte van het plangebied (rood omcirkeld) (bron: Legger Waterschap Peel en Maasvallei)
4.1.4
Verkeersontsluiting en bereikbaarheid
Het plangebied wordt voor gemotoriseerd verkeer ontsloten via de Hofstraat. Zoals gezegd behoort deze straat niet tot het plangebied. Het langzaam verkeer wordt via de Hofstraat, de Wijngaard en de Kloosterberg ontsloten. Het plangebied is middels het openbaar vervoer bereikbaar met de buslijn tussen Roermond en Weert (lijn 73). De afstand vanaf het plangebied naar deze buslijn bedraagt ongeveer 500 meter. 4.1.5
Parkeren
Het parkeren vindt binnen Thorn niet op grote schaal plaats vanwege het vermijden van autoverkeer in de historische kern. In het dorp zelf zijn, vanwege het historisch karakter, slechts enkele kleinschalige parkeerplaatsen te vinden voor enerzijds bewoners en anderzijds zakelijke bezoekers en toeristen; elders is het in de historische kern verboden te parkeren. Aan de Meers, richting Wessem, is de grootste parkeerplaats gelegen. Daarnaast is er een parkeermogelijkheid aan de Waterstraat. Door deze bestemmingsplanwijziging zal er een inperking plaats vinden van het gebruik. Omdat zowel in de huidige bestemming centrum als in de nieuwe bestemming horeca 1,2,3 en 5 is toegestaan, heeft dit geen gevolgen voor het parkeren. 4.1.6
Overige functies
In de nabijheid van de kern Thorn liggen de autosnelweg A2, de provinciale weg N 273, het Julianakanaal, twee gasleidingen en een PRB-leiding (zie paragraaf 3.9.2 van deze toelichting).
Pagina 59 Bestemmingsplan “Abdijcomplex Thorn”
239-maasg-ACT-o
BESTEMMINGSPLAN
4.2.
Inventarisatie van waarden in het plangebied
4.2.1
Archeologische waarden
In het plangebied van het Abdijcomplex liggen gronden met een verwachtingswaarde voor archeologische vondsten in de bodem (zie paragraaf 3.5 van deze toelichting). 4.2.2
Grondwaterbescherming
Het plangebied ligt geheel in de boringsvrije zone Roerdalslenk III (zie paragraaf 3.4 van deze toelichting). 4.2.3
Beschermd stadsgezicht
Het plangebied behoort tot het door de minister aangewezen beschermd stadsgezicht Thorn (zie verder paragraaf 4.5.2 van deze toelichting). 4.2.4
Rijksmonumenten
De voormalige abdijgebouwen “Hofferkeukens” en “Pottenhuis” zijn aangewezen als Rijksmonument (zie verder paragraaf 4.4.1 van deze toelichting).
4.3.
Bestemmingsregeling algemeen
4.3.1
Ondergronds bouwen
Ondergronds bouwen wordt rechtstreeks toegestaan binnen het bouwvlak tot een diepte van 3 meter onder peil. Hiermee wordt inwoners de mogelijkheid geboden om bijvoorbeeld kelders en zwembaden aan te leggen. Bouwen tot een diepte van maximaal 6,60 meter is mogelijk via een afwijkingsbevoegdheid. De voorwaarden daarbij zijn, dat de waterhuishoudkundige situatie niet wordt verstoord en dat geen afbreuk wordt gedaan aan archeologische waarden.
Pagina 60 Bestemmingsplan “Abdijcomplex Thorn”
239-maasg-ACT-o
BESTEMMINGSPLAN
4.3.2
Antennebeleid
De gemeente Maasgouw is niet voornemens een specifieke regeling ten aanzien van antennes op te stellen. Derhalve vallen deze bouwwerken onder de reguliere bouwregels van de diverse bestemmingen en onder de algemene bouwregels. Bovenal is de bouw van antennes mogelijk via een omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan.
4.4.
Bestemmingen, functieaanduidingen en bouwaanduidingen
Aan de bestaande en toekomstige ruimtelijke functies in het plangebied zijn in dit bestemmingsplan de volgende bestemmingen, aanduidingen en maatvoeringen toegekend. 4.4.1
Horeca
Op de gronden waarop de voormalige abdijgebouwen zijn gesitueerd en ter plaatse van de te realiseren tuinkamer bij gebouw “Hofferkeukens” is de bestemming “Horeca” (H) gelegd. De plaats van het buitenpodium heeft een aparte functieaanduiding gekregen binnen de bestemming “Verkeer” (zie volgende paragraaf). Volgens deze bestemming zijn horeca-activiteiten toegestaan die vallen in de horeca-categorieën 1, 2, 3 en 5. Naast het uitoefenen van deze activiteiten is de aanwezigheid van terrassen, wegen en paden, groenvoorzieningen, parkeervoorzieningen, (ondergrondse) waterhuishoudkundige voorzieningen, waterlopen en waterpartijen toegestaan. De gebouwen hebben voorts de functieaanduiding “cultuurhistorische waarden” gekregen omdat deze een Rijksmonument vormen. 4.4.2
Verkeer
Ter hoogte van het voorplein in het plangebied is de bestemming “Verkeer” (V) gelegd. Deze bestemming omvat wegen, straten en paden (met hoofdzakelijk een verkeersfunctie), voet- en rijwielpaden, terrassen ten behoeve van horeca-activiteiten die onlosmakelijk verbonden zijn met de vestiging en uitoefening van horeca-activiteiten als toegelaten binnen de aangrenzende bestemmingen, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, straatmeubilair, nutsvoorzieningen, kunstwerken, (ondergrondse) waterhuishoudkundige voorzieningen, waterlopen, waterpartijen en oeververbindingen (bruggen).
Pagina 61 Bestemmingsplan “Abdijcomplex Thorn”
239-maasg-ACT-o
BESTEMMINGSPLAN
4.5.
Dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen
De gebiedsgerichte waarden in het plangebied, als bedoeld in artikel 3.1.6, eerste lid, van het Besluit ruimtelijke ordening, hebben in de planregels de volgende dubbelbestemmingen of gebiedsaanduidingen gekregen. 4.5.1
Archeologische waarden
De gronden met archeologische verwachtingswaarden in het plangebied zijn in het bestemmingsplan bestemd als dubbelbestemming “Waarde” met specificatie “Archeologie” (WRA). Aan deze dubbelbestemming is een aanlegstelsel verbonden. 4.5.2
Bescherming stadsgezicht
De gronden in het plangebied die deel uitmaken van het beschermd stadsgezicht zijn in het bestemmingsplan bestemd als dubbelbestemming “Waarde” met specificatie “Beschermd stadsgezicht” (WR-BES). Aan deze dubbelbestemming zijn een aanlegstelsel en sloopstelsel verbonden. 4.5.3
Bescherming waterloop
De gronden in het plangebied die deel uitmaken van de onderhoudsstrook van de waterloop Itterbeek, een waterloop die zelf ten zuiden van het plangebied loopt, zijn in het bestemmingsplan bestemd als dubbelbestemming “Waterstaat” met specificatie “Waterlopen” (WS-WL). Aan deze dubbelbestemming is een aanlegstelsel verbonden. 4.5.4
Bescherming grondwaterwinning
Het freatisch grondwaterbeschermingsgebied heeft de gebiedsaanduiding “milieuzone – grondwaterbeschermingsgebied (freatisch)” gekregen en de boringsvrije zone “Roerdalslenk III” de gebiedsaanduiding “milieuzone – roerdalslenk 3”. De voor deze gebiedsaanduidingen gestelde regels zijn identiek aan die welke voor deze gebieden zijn gesteld in artikel 4.4.1 van de Omgevingsverordening Limburg 2014.
Pagina 62 Bestemmingsplan “Abdijcomplex Thorn”
239-maasg-ACT-o
BESTEMMINGSPLAN
4.6.
Juridische verantwoording
4.6.1
Wettelijk voorgeschreven standaardisering
De planregels en de planverbeelding van dit bestemmingsplan zijn opgesteld overeenkomstig de RO-standaarden 2012, versie 1.3.1, zoals wettelijk voorgeschreven in de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012 (Staatscourant 2012, nr. 14821, en Staatscourant 2013, nr. 33375). Daarnaast zijn in de planregels de standaardregels opgenomen als geboden in artikelen 3.2.1, 3.2.2 en 3.2.4 van het Besluit ruimtelijke ordening. Voor uitleg van die planregels wordt verwezen naar de toelichting op het Besluit ruimtelijke ordening en de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012, in samenhang met de jurisprudentie over die uitleg. Voorts is voor de gehanteerde begrippen aangesloten bij de voor dit bestemmingplan relevante begrippen uit de Wet basisregistraties adressen en gebouwen, een en ander als mogelijk gemaakt in de RO-standaarden 2012. 4.6.2
Aanvulling RO-standaarden
De planregels en planverbeelding van dit bestemmingsplan zijn toegesneden op de specifieke behoefte aan planregulering voor het gegeven plangebied. In het bestemmingsplan is de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012 aangevuld of is van de SVBP geoorloofd afgeweken ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. In de planregels is gebruik gemaakt van het SVBP-onderdeel “Overige regels”. Hierin zijn opgenomen de onderlinge rangorde tussen dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen in het geval dat die op bepaalde gronden samenvallen, de regeling voor parkeren en voor laden en lossen, een bepaling over de geldigheid van de wettelijke regelingen ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan en een verwijzing naar de strafbaarheid in de Wet op de economische delicten.
Pagina 63 Bestemmingsplan “Abdijcomplex Thorn”
239-maasg-ACT-o
BESTEMMINGSPLAN
HOOFDSTUK V UITVOERBAARHEID
Uitvoerbaarheid
5.1.
5.1 Economische uitvoerbaarheid
5.1.1
Grondexploitatie
5.1.1.1
Wettelijk kader
Het exploitatieplan, als publiekrechtelijk instrument op basis van de Wet ruimtelijke ordening, biedt de grondslag voor het publiekrechtelijk kostenverhaal. In artikel 6.12, eerste en tweede lid, van die wet is bepaald, in welke situatie een exploitatieplan gemaakt moet worden. In artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening worden de bouwplannen aangewezen waarvoor de gemeenteraad een exploitatieplan moet vaststellen. Een exploitatieplan wordt gelijktijdig vastgesteld met het ruimtelijk plan (in dit geval een bestemmingsplan) of besluit waarop het betrekking heeft. De regeling van Afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening heeft mede betrekking op de bouwmogelijkheden die in vorige bestemmingsplannen nog niet benut waren. Wanneer voor bestaande, nog onbenutte bouwmogelijkheden nog sprake is van de noodzaak van locatie-eisen of kostenverhaal, kan dat in het nieuwe bestemmingsplan ook worden meegenomen. 5.1.1.2
Exploitatieovereenkomst
Voor de overname van de opstallen in het plangebied en de transitie naar een specifieke horecafunctie is geen anterieure exploitatieovereenkomst opgesteld tussen de gemeente enerzijds en de horeca-exploitant anderzijds. Er is immers geen sprake van een bouwplan zoals bedoeld in artikel 6.2.1. van het Besluit ruimtelijke ordening.
Pagina 64 Bestemmingsplan “Abdijcomplex Thorn”
239-maasg-ACT-o
BESTEMMINGSPLAN
5.1.2
Planschade
5.1.2.1
Wettelijk kader
Op grond van artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening kan als gevolg van een ruimtelijk besluit, zoals dit bestemmingsplan, planschadevergoeding moeten worden toegekend aan door dat besluit gedupeerden. Burgemeester en wethouders kennen degene die in de vorm van een inkomensderving of een vermindering van de waarde van een onroerende zaak schade lijdt of zal lijden als gevolg van een in het tweede lid genoemde oorzaak, op aanvraag een tegemoetkoming toe, voor zover de schade redelijkerwijs niet voor rekening van de aanvrager behoort te blijven en voor zover de tegemoetkoming niet voldoende anderszins is verzekerd. 5.1.2.2
Planschadevergoeding
Het wijzigen van de bestemming “Centrum” naar de bestemming “Horeca” is deels conserverend van aard: er vindt continuering plaats van bestaande activiteiten (nabij het buitenpodium), maar de huidige, ondergeschikte woonfunctie is gefaseerd komen te vervallen door een uitsterfconstructie op de wooneenheden. De begane grond van de beide gebouwen “Hofferkeukens” en “Pottenhuis” wordt ingericht voor horecadoeleinden. Vanwege de huurconstructie is het indienen van planschade niet mogelijk, omdat er geen vermogensschade kan worden geleden. Door het uitvoeren van de bestemmingswijziging wordt er dan ook vanuit gegaan dat er geen planschade zal ontstaan als gevolg van de inwerkingtreding van het voorliggende bestemmingsplan.
5.2.
Bestuurlijke en maatschappelijke uitvoerbaarheid
5.2.1
Bestuurlijk overleg
5.2.1.1
Procedure
In januari 2021 was het bestuurlijk overleg over het voorontwerp van dit bestemmingsplan, als geboden in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening, geopend en konden de benaderde instanties hun reactie op het voorontwerp indienen. Het voorontwerpbestemmingsplan is in het kader hiervan toegezonden aan de volgende instanties: -
Provincie Limburg Waterschap Limburg
Pagina 65 Bestemmingsplan “Abdijcomplex Thorn”
239-maasg-ACT-o
BESTEMMINGSPLAN
-
Rijkswaterstaat Veiligheidsregio Limburg-Noord
5.2.1.2
Resultaat
De uitkomsten van het overleg, als bedoeld in artikel 3.1.6, eerste lid, onder c., van het Besluit ruimtelijke ordening, hebben niet geleid tot bijstelling van het plan. Provincie Limburg en Rijkswaterstaat hebben in het plan geen aanleiding gezien tot het maken van opmerkingen. Waterschap Limburg heeft het plan akkoord bevonden, omdat er geen ruimtelijke uitbreidingen binnen het plangebied zijn. De Veiligheidsregio Limburg-Noord heeft aangegeven dat het plan voldoet aan de uitgangspunten uit het regionale beleid bluswater en bereikbaarheid voor wat betreft de bereikbaarheid en de primaire bluswatervoorziening. Er kan verder worden gesteld dat de norm voor de opkomsttijd van de brandweer niet wordt overschreden. Daarnaast heeft de Veiligheidsregio geadviseerd om te voorzien in een secundaire bluswatervoorziening ten behoeve van de oude stadskern van Thorn. Dit advies is niet overgenomen. Het bestemmingsplan ziet niet op het toestaan van nieuwe functies in de oude kern van Thorn, maar ziet op het planologisch wegnemen van functies. Als gevolg van dit bestemmingsplan is dan ook geen extra bluswatervoorziening nodig. Binnen de regio is geen beleid vastgesteld met betrekking tot bestaande bluswatervoorzieningen. Bij wijze van pilot is in deze context wel de situatie voor de historische stadskern Thorn in kaart gebracht.
Of en zo ja tot welke maatregelen dit zal leiden, zal mede afhangen van het advies van de VRLN in het kader van deze pilot. 5.2.2
Vooraankondiging van eerdere betrokkenheid
Op 14 januari 2021 is publiekelijk kennis gegeven van het voornemen het bestemmingsplan voor te bereiden, een en ander als voorgeschreven in artikel 1.3.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. 5.2.3
Inspraak
Op 15 december 2020 is besloten voor onderhavig bestemmingsplan geen toepassing te geven aan de Inspraakverordening van de gemeente Maasgouw.
Pagina 66 Bestemmingsplan “Abdijcomplex Thorn”
239-maasg-ACT-o
BESTEMMINGSPLAN
5.2.4
Zienswijzen
5.2.4.1
Procedure
Van 17 december 2021 tot en met 27 januari 2022 heeft het ontwerp van dit bestemmingsplan ter visie gelegen voor het indienen van zienswijzen, als bedoeld in artikel 3.8, lid 1, van de Wet ruimtelijke ordening in verbintenis met Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. 5.2.4.2
Resultaat
De beantwoording van de zienswijzen is samengevat weergegeven in Bijlage 6 van deze toelichting.
Pagina 67 Bestemmingsplan “Abdijcomplex Thorn”
239-maasg-ACT-o
BESTEMMINGSPLAN
BIJLAGEN VAN DE TOELICHTING
Pagina 68 Bestemmingsplan “Abdijcomplex Thorn”
239-maasg-ACT-o
BESTEMMINGSPLAN
BIJLAGE 1 Onderzoek industrielawaai [zie apart boekwerk]
BIJLAGE 2 Onderzoek evenementenlawaai [zie apart boekwerk]
BIJLAGE 3 Quickscan flora & fauna [zie apart boekwerk]
BIJLAGE 4 Onderzoek stikstofdepositie [zie apart boekwerk]
BIJLAGE 5 Resultaten bestuurlijk overleg [zie apart boekwerk]
BIJLAGE 6 Resultaten tervisielegging voor inbrengen zienswijzen [zie apart boekwerk]
Pagina 69 Bestemmingsplan “Abdijcomplex Thorn”
239-maasg-ACT-o
BESTEMMINGSPLAN
REGELS
Pagina 70 Bestemmingsplan “Abdijcomplex Thorn”
239-maasg-ACT-o
BESTEMMINGSPLAN
HOOFDSTUK I INLEIDENDE REGELS
Artikel 1 Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder:
1.1
plan
het bestemmingsplan “Abdijcomplex Thorn” met identificatienummer NL.IMRO.1641.BPL070VG01 van de gemeente Maasgouw;
1.2
bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels;
en verder in alfabetische volgorde:
1.3
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;
1.4
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;
Pagina 71 Bestemmingsplan “Abdijcomplex Thorn”
239-maasg-ACT-o
BESTEMMINGSPLAN
1.5
archeologisch onderzoek
in een schriftelijke rapportage vastgelegd bureau- en/of veldonderzoek naar de materiële neerslag van menselijke aanwezigheid en menselijk handelen in het verleden;
1.6
archeologische monumentenzorg
zorg die zich richt op het optimaal beheer van de bodem als unieke bron van informatie over de geschiedenis van Nederland;
1.7
archeologische waarde
de aan een gebied toegekende waarden in verband met de kennis en studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteit in het verleden, tenminste ouder dan 50 jaar;
1.8
bebouwing
één of meer gebouwen en/of overige bouwwerken;
1.9
bebouwingspercentage
een in de regels aangegeven percentage, dat de grootte van het bouwperceel dan wel bouwvlak, zoals bepaald in de regels, aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd;
1.10 bed & breakfast het bedrijfsmatig en op kleine schaal tegen betaling aanbieden van logies/overnachting in een daarvoor geschikte woning (hoofd- of bijgebouw) gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en kortdurend verblijf met ontbijtmogelijkheid. Deze voorziening is nadrukkelijk niet bedoeld voor het laten overnachten van tijdelijke arbeiders of seizoensarbeiders.
1.11 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak;
Pagina 72 Bestemmingsplan “Abdijcomplex Thorn”
239-maasg-ACT-o
BESTEMMINGSPLAN
1.12 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;
1.13 bevoegdheden afwijkingsbevoegdheid: de bevoegdheid volgens dit bestemmingsplan tot het bij een omgevingsvergunning afwijken van de planregels van het bestemmingsplan, zoals bedoeld in artikel 3.6, aanhef en onder c., van de Wet ruimtelijke ordening; bevoegdheid tot stellen van nadere eisen: de bevoegdheid volgens dit bestemmingsplan van burgemeester en wethouders tot het stellen van nadere eisen ten opzichte van in het bestemmingsplan omschreven punten, zoals bedoeld in artikel 3.6, aanhef en onder d., van de Wet ruimtelijke ordening; burgemeester en wethouders: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Maasgouw;
1.14 boorput een put waarmee water aan de bodem kan worden onttrokken, water in de bodem kan worden gefilterd of die kan dienen als hulpmiddel om de grondwaterstand te registreren;
1.15 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, het vernieuwen, het veranderen of het vergroten van een bouwwerk;
1.16 bouwgrens de grens van een bouwvlak;
1.17 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;
Pagina 73 Bestemmingsplan “Abdijcomplex Thorn”
239-maasg-ACT-o
BESTEMMINGSPLAN
1.18 bouwperceelgrens de grens van een bouwperceel;
1.19 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en overige bouwwerken zijn toegelaten;
1.20 bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden;
1.21 collectieve festiviteit een festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is verbonden;
1.22 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;
1.23 erotisch getint bedrijf een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotischpornografische aard plaatsvinden. Onder een erotisch getint bedrijf worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, sekswinkel, een parenclub, of een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar;
1.24 evenement een voor het publiek toegankelijke verrichting van het vermaak op het gebied van sport, muziek, kunst, hobby, tuin, vrije tijd en sociaal-cultureel vlak. Hieronder worden onder meer (maar dus niet uitsluitend) begrepen activiteiten die worden georganiseerd om redenen van promotie, public
Pagina 74 Bestemmingsplan “Abdijcomplex Thorn”
239-maasg-ACT-o
BESTEMMINGSPLAN
relations, publiciteit e.d. (zoals de opening van tentoonstellingen, ontvangsten, prijsuitreikingen, symposia en productpresentaties), (theater)voorstellingen, rommelmarkten, vlooienmarkten, kofferbakmarkten e.d., dansgelegenheden, vertoningen voor het publiek, concerten van harmonieën en fanfares.
1.25 functieaanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar, ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;
1.26 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
1.27 horeca het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken, het bedrijfsmatig exploiteren van zaalaccommodatie en/of het bedrijfsmatig verstrekken van nachtverblijf, onderverdeeld in de volgende horeca-categorieën: horeca-categorie 1: een horecabedrijf dat qua exploitatievorm aansluit bij winkelvoorzieningen en waar naast overwegend niet ter plaatse bereide kleinere etenswaren en in hoofdzaak alcoholvrije drank worden verstrekt; horeca-categorie 2: een horecabedrijf dat geheel of in overwegende mate gericht is op het verstrekken van maaltijden of etenswaren die ter plaatse genuttigd plegen te worden, waaronder begrepen: cafetaria/snackbar, fastfood en broodjeszaken, lunchroom, konditorei, ijssalon/ijswinkel, koffieen/of theeschenkerij, afhaalcentrum, eetwinkels en restaurant; horeca-categorie 3: een horecabedrijf dat geheel of in overwegende mate gericht is op het verstrekken van (alcoholische) dranken voor consumptie ter plaatse, alsmede het verstrekken van maaltijden of
Pagina 75 Bestemmingsplan “Abdijcomplex Thorn”
239-maasg-ACT-o
BESTEMMINGSPLAN
etenswaren die ter plaatse genuttigd plegen te worden, alsmede (in sommige gevallen) de gelegenheid biedt tot dansen, waaronder begrepen: café, bar, grand-café, eetcafé, danscafé, pubs, juice- en healthbar; horeca-categorie 4: een horecabedrijf dat geheel of in overwegende mate gericht is op het bieden van vermaak en ontspanning (niet zijnde een recreatieve voorziening) en/of het geven van gelegenheid tot de dansbeoefening, al dan niet met levende muziek en al dan niet met de verstrekking van dranken en kleine etenswaren, waaronder begrepen: discotheek/dancing, nachtcafé en zalencentrum (met nachtvergunning); horeca-categorie 5: een horecabedrijf dat geheel of in overwegende mate is gericht op het verstrekken van nachtverblijf, waaronder begrepen: hotel, motel, pension en overige logiesverstrekkers;
1.28 maaiveld de bovenkant van een afgewerkt terrein dat een gebouw c.q. bouwwerk omgeeft;
1.29 normaal onderhoud het onderhoud, dat gelet op de bestemming regelmatig noodzakelijk is voor een goed beheer en gebruik van de gronden en gebouwen die tot de betreffende bestemming behoren;
1.30 nutsvoorziening een voorziening ten behoeve van het op het openbare net aangesloten nutsvoorziening, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer en/of het wegverkeer;
1.31 ondergronds bouwwerk een (gedeelte van) een bouwwerk, waarvan de bovenkant van de vloer is gelegen op ten minste 1,75 m beneden peil;
Pagina 76 Bestemmingsplan “Abdijcomplex Thorn”
239-maasg-ACT-o
BESTEMMINGSPLAN
1.32 onversterkte muziek onversterkte muziek, die ook in de, op het moment van toetsing geldende, Algemene Plaatselijke Verordening (zijnde thans Algemene plaatselijke verordening Maasgouw 2020) is aangemerkt als onversterkte muziek;
1.33 opgraving een archeologische maatregel waarbij een aangetroffen en gewaardeerde vindplaats ex situ wordt behouden;
1.34 overig bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden;
1.35 pand de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is;
1.36 peil het peil is: -
voor gebouwen waarvan de toegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang; in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het bestaande aansluitende afgewerkte maaiveld;
1.37 prostitutie het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding, waaronder in ieder geval begrepen prostitutiebedrijf en raamprostitutie;
1.38 versterkte muziek muziek ten gehore gebracht, hetzij live-geproduceerd, hetzij afgespeeld van een geluidsdrager, Pagina 77 Bestemmingsplan “Abdijcomplex Thorn”
239-maasg-ACT-o
BESTEMMINGSPLAN
waarvan de geluidssterkte kan worden gevarieerd langs mechanische of elektronische weg;
1.39 wet/wettelijke regelingen indien en voor zover in deze regels wordt verwezen naar wettelijke regelingen c.q. verordeningen e.d., dienen deze regelingen te worden gelezen zoals deze luidden op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerpplan, tenzij anders bepaald;
1.40 wettelijke huwelijksvoltrekking een privéfeest in de vorm van een ceremonie waarbij twee natuurlijke personen, ten overstaan van een ambtenaar van de burgerlijke stand, verklaren elkaar tot echtgenoot aan te nemen.
Pagina 78 Bestemmingsplan “Abdijcomplex Thorn”
239-maasg-ACT-o
BESTEMMINGSPLAN
HOOFDSTUK I INLEIDENDE REGELS
Artikel 2 Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
de dakhelling
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.2
de goothoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.3
de inhoud van een bouwwerk
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.4
de bouwhoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van onderschikte bouwdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.5
de oppervlakte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;
Pagina 79 Bestemmingsplan “Abdijcomplex Thorn”
239-maasg-ACT-o
BESTEMMINGSPLAN
2.6
de afstand tot de bouwperceelgrens
tussen de grens van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is; 2.7
de ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk
vanaf het bouwkundig peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend.
Pagina 80 Bestemmingsplan “Abdijcomplex Thorn”
239-maasg-ACT-o
BESTEMMINGSPLAN
HOOFDSTUK II BESTEMMINGSREGELS
Artikel 3 Horeca
AANDUIDINGEN OP PLANVERBEELDING: Bestemming:
Functieaanduiding:
H
(cw)
cultuurhistorische waarden
(op)
opslag
3.1
Horeca
Bestemmingsomschrijving
De voor “Horeca” (H) aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g.
horeca volgens de horeca-categorieën 1, 2, 3 en 5 zoals deze zijn gedefinieerd in artikel 1, lid 1.25, van deze regels; terrassen; wegen en paden; groenvoorzieningen; (ondergrondse) waterhuishoudkundige voorzieningen, waterlopen en waterpartijen; ter plaatse van de functieaanduiding “cultuurhistorische waarden” (cw), cultuurhistorische waarden; ter plaatse van de functieaanduiding “opslag”, uitsluitend bergingen, kleedruimte en toiletten ten behoeve van de horeca dan wel van het buitenpodium als bedoeld in artikel 4.1 onder j..
Pagina 81 Bestemmingsplan “Abdijcomplex Thorn”
239-maasg-ACT-o
BESTEMMINGSPLAN
3.2
Bouwregels
3.2.1
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. b. c. d.
3.2.2
gebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; het bouwvlak mag volledig worden bebouwd; de maximale goothoogte van de gebouwen bedraagt de op de planverbeelding met de maatvoering “maximale goothoogte (m)” aangeven goothoogte; de maximale bouwhoogte van de gebouwen bedraagt de op de planverbeelding met de maatvoering “maximale bouwhoogte (m)” aangeven bouwhoogte. Overige bouwwerken
Voor het bouwen van overige bouwwerken gelden de volgende regels: a.
b. 3.2.3
de maximale bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt 2 m, met dien verstande dat de hoogte voor erf- en terreinafscheidingen vóór de naar de weg gekeerde gevel maximaal 1 m mag bedragen; de maximale bouwhoogte van de andere overige bouwwerken bedraagt 3 m. Cultuurhistorische waarden
Alvorens een omgevingsvergunning voor bouwen te verlenen voor gronden ter plaatse van de functieaanduiding “cultuurhistorische waarden” (cw) winnen burgemeesters en wethouders advies in bij de omgevingscommissie van de gemeente Maasgouw.
3.3
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing: a. b.
ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en van het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken; ter waarborging van de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving;
Pagina 82 Bestemmingsplan “Abdijcomplex Thorn”
239-maasg-ACT-o
BESTEMMINGSPLAN
c. d. e.
ter waarborging van de verkeersveiligheid; ter waarborging van de sociale veiligheid; ter waarborging van de brandveiligheid en rampenbestrijding.
3.4
Specifieke gebruiksregels
3.4.1
Terras Hofferkeukens
Het terrein aan de voorzijde van Hofferkeukens mag worden gebruikt als terras, waarbij voldaan dient te worden aan de volgende voorwaarden: a. b.
c.
d.
e.
f.
g.
h.
het ten gehore brengen van muziek is op het terras / de terrasvlakken niet toegestaan; terrasvlakken 2, 3, 4, 5, 6, 7 en 8 (zoals opgenomen in bijlage 1 Terras Hofferkeukens, behorende bij de regels) mogen in de dagperiode (van 07:00 uur tot 19:00 uur) maximaal 9 uren worden gebruikt; terrasvlakken 2, 3 en 4 (zoals opgenomen in bijlage 1 Terras Hofferkeukens, behorende bij de regels) mogen in de nachtperiode (van 23:00 uur tot 07:00 uur) uitsluitend tot 01:00 uur worden gebruikt; het gebruik van de terrasvlakken 5 en 6 (zoals opgenomen in bijlage 1 Terras Hofferkeukens, behorende bij de regels) mag in de avondperiode (van 19:00 uur tot 23:00 uur) uitsluitend tot 20:00 uur plaatsvinden en mag niet in de nachtperiode (van 23:00 uur tot 07:00 uur) plaatsvinden; terrasvlak 7 (zoals opgenomen in bijlage 1 Terras Hofferkeukens, behorende bij de regels) mag in de avondperiode (van 19:00 uur tot 23:00 uur) en nachtperiode (van 23:00 uur tot 07:00 uur) niet worden gebruikt; terrasvlak 8 (zoals opgenomen in bijlage 1 Terras Hofferkeukens, behorende bij de regels) mag in de nachtperiode (van 23:00 uur tot 07:00 uur) uitsluitend tot 02:00 uur worden gebruikt; terrasvlakken 2, 3, 4 en 8 (zoals opgenomen in bijlage 1 Terras Hofferkeukens, behorende bij de regels) mogen in de volledige avondperiode (van 19:00 uur tot 23:00 uur) worden gebruikt; het gebruik van het terras / de terrasvlakken
is uitsluitend toegestaan indien het personeel van het horecabedrijf waarvan het terras onderdeel uitmaakt door de exploitant is geïnstrueerd om luid schreeuwen van bezoekers te voorkomen en de exploitant en / of het personeel direct maatregelen treft in geval van luid schreeuwen, bestaande uit het aanspreken van de bezoekers en bij herhaling (na de eerste keer waarschuwen) het direct
Pagina 83 Bestemmingsplan “Abdijcomplex Thorn”
239-maasg-ACT-o
BESTEMMINGSPLAN
verwijderen van de bezoekers van het terras. Er is sprake van luid schreeuwen indien het bronvermogen van het stemgeluid meer bedraagt dan 95 dB(A). 3.4.2
Strijdig gebruik
Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. b. c. d. e. f.
g.
wonen; kantoren; erotisch getinte bedrijven en prostitutie; detailhandel en groothandel; opslagdoeleinden, uitgezonderd opslagdoeleinden die verband houden met de horeca en/of met het buitentheater als bedoeld in artikel 4.1 onder j.; opslag van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond.
Pagina 84 Bestemmingsplan “Abdijcomplex Thorn”
239-maasg-ACT-o
BESTEMMINGSPLAN
HOOFDSTUK II BESTEMMINGSREGELS
Artikel 4 Verkeer
AANDUIDINGEN OP PLANVERBEELDING: Bestemming:
Functieaanduiding:
V
(mt)
4.1
Verkeer
muziektheater
Bestemmingsomschrijving
De voor “Verkeer” (V) aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c.
d. e. f. g. h. i. j.
wegen, straten en paden met hoofdzakelijk een verkeersfunctie; voet- en rijwielpaden; terrassen ten behoeve van horeca-activiteiten die onlosmakelijk verbonden zijn met de vestiging en uitoefening van horeca-activiteiten als toegelaten binnen de aangrenzende bestemmingen; groenvoorzieningen, waaronder bermen en beplanting; nutsvoorzieningen; straatmeubilair; kunstwerken; (ondergrondse) waterhuishoudkundige voorzieningen, waterlopen en waterpartijen; oeververbindingen (bruggen); ter plaatse van de functieaanduiding “muziektheater” (mt), een buitenpodium;
4.2
Bouwregels
4.2.1
Algemeen
Pagina 85 Bestemmingsplan “Abdijcomplex Thorn”
239-maasg-ACT-o
BESTEMMINGSPLAN
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a.
op of in deze gronden mogen uitsluitend gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen worden gebouwd; de maximale goothoogte van gebouwen bedraagt 3 m; de maximale oppervlakte van een gebouw bedraagt 15 m².
b. c. 4.2.2
Overige bouwwerken
Voor het bouwen van overige bouwwerken gelden de volgende regels: a. b. c.
de maximale bouwhoogte van bewegwijzering en verkeersregulering bedraagt 8 m; de maximale bouwhoogte van erfafscheidingen bedraagt 2 m; ter plaatse van de functieaanduiding “muziektheater” (mt) bedraagt de maximale bouwhoogte van andere overige bouwwerken 10 m; de maximale bouwhoogte van andere overige bouwwerken bedraagt 5 m; overkappingen zijn niet toegestaan, met uitzondering van ter plaatse van de functieaanduiding “muziektheater” (mt).
d. e.
4.3
Specifieke gebruiksregels
4.3.1
Activiteiten ter plaatse van het muziektheater
Ter plaatse van de functieaanduiding “muziektheater”(mt) mogen educatieve, kunstzinnige alsmede culturele evenementen en / of activiteiten (waaronder niet begrepen zijn wettelijke huwelijksvoltrekkingen) plaatsvinden, waarbij: a. maximaal 12 dagen (inclusief op- en afbouw) per kalenderjaar evenementen en / of activiteiten met versterkte muziek (zoals bedoeld in artikel 1 lid 38) zijn toegestaan, waarbij het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau op de gevels van geluidgevoelige objecten niet meer mag bedragen dan 70 dB(A); b. maximaal 14 dagen (inclusief op- en afbouw) per kalenderjaar evenementen en / of activiteiten met onversterkte muziek (zoals bedoeld in artikel 1 lid 32) tussen 10:00 uur en 23:00 uur zijn toegestaan; c. het maximaal aantal dagen met evenementen en / of activiteiten met onversterkte muziek (zoals bedoeld in artikel 4.3.1 sub b) mag worden verhoogd, als geen gebruik wordt gemaakt van het maximaal aantal dagen met versterkte muziek (zoals bedoeld in
Pagina 86 Bestemmingsplan “Abdijcomplex Thorn”
239-maasg-ACT-o
BESTEMMINGSPLAN
artikel 4.3.1. sub a): in dat geval mag het aantal maximaal dagen met evenementen en / of activiteiten met onversterkte muziek (zoals bedoeld in artikel 4.3.1 sub b) worden aangevuld met de ongebruikte dagen aan versterkte muziek (zoals bedoeld in artikel 4.3.1. sub a); d. aanvullend op het maximaal aantal dagen, zoals bedoeld in artikel 4.3.1 sub a tot en met c, maximaal 12 extra dagen per kalenderjaar zijn toegestaan voor collectieve festiviteiten (zoals bedoeld in artikel 1 lid 21); e. wanneer binnen een periode van maximaal 10 dagen sprake is van 2 evenementen en / of activiteiten met versterkte muziek (zoals bedoeld in artikel 4.3.1 sub a), de eerstvolgende 11 dagen (na de laatste dag van de 2 evenementen en / of activiteiten met versterkte muziek (zoals bedoeld in artikel 4.3.1 sub a)) geen evenementen en / of activiteiten met versterkte muziek (zoals als bedoeld in artikel 4.3.1 sub a) zijn toegestaan. 4.3.2
Wettelijke huwelijksvoltrekkingen
Ter plaatse van de functieaanduiding “muziektheater” (mt) mogen wettelijke huwelijksvoltrekkingen plaatsvinden, waarbij voldaan dient te worden aan de volgende voorwaarden: a. b. c. d.
4.3.2
er is uitsluitend sprake van de wettelijke huwelijksvoltrekking, zoals bedoeld in artikel 1 lid 40; er vinden maximaal 2 wettelijke huwelijksvoltrekkingen (zoals bedoeld in artikel 1 lid 40) per dag plaats; de wettelijke huwelijksvoltrekking (zoals bedoeld in artikel 1 lid 40) vindt plaats tussen 10:00 uur en 19:00 uur; het is niet toegestaan om na de huwelijksvoltrekking ter plaatse van de functieaanduiding “muziektheater” (mt) een feest of een borrel te geven. Slechts het proosten met een drankje direct na de plechtigheid is toegestaan. Strijdig gebruik
Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. b.
een parkeervoorziening; het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;
Pagina 87 Bestemmingsplan “Abdijcomplex Thorn”
239-maasg-ACT-o
BESTEMMINGSPLAN
c.
d.
het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; privéfeesten, niet zijnde wettelijke huwelijksvoltrekkingen (zoals bedoeld in artikel 1 lid 40).
Pagina 88 Bestemmingsplan “Abdijcomplex Thorn”
239-maasg-ACT-o
BESTEMMINGSPLAN
HOOFDSTUK II BESTEMMINGSREGELS
Artikel 5 Waarde – Archeologie
AANDUIDINGEN OP PLANVERBEELDING: Dubbelbestemming: WR-A
5.1
Waarde – Archeologie
Bestemmingsomschrijving
De voor “Waarde – Archeologie” (WR-A) aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van archeologische waarden.
5.2
Bouwregels
5.2.1
Bouwen volgens de onderliggende bestemming
Indien op grond van de bouwregels van de onderliggende bestemming bouwwerken worden gebouwd, dan zijn deze op grond van de dubbelbestemming “Waarde – Archeologie” toegestaan, mits: a.
b.
de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld; de betrokken archeologische waarden, gelet op het rapport genoemd onder a, door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning regels te verbinden, gericht op het behoud van de
Pagina 89 Bestemmingsplan “Abdijcomplex Thorn”
239-maasg-ACT-o
BESTEMMINGSPLAN
c.
5.2.2
archeologische waarden in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties; het bepaalde onder a. en b. is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op één of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken: 1. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; 2. een bouwwerk met een oppervlakte kleiner dan 100m2, alsmede 3. een bouwwerk met graafwerkzaamheden dieper dan 30 cm, en voorts zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst. Voorwaarden aan de omgevingsvergunning voor bouwen
Indien uit het in lid 5.2.1, aanhef en onder a., genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen kunnen worden verstoord, kan het bevoegd gezag de volgende voorwaarden verbinden aan die omgevingsvergunning voor bouwen: a. b. c.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen van opgravingen; de verplichting de bouwwerkzaamheden te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.
5.3
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
5.3.1
Verbod
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren die voorkomen in de onderstaande opsomming: a.
het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe in ieder geval worden gerekend: afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage;
Pagina 90 Bestemmingsplan “Abdijcomplex Thorn”
239-maasg-ACT-o
BESTEMMINGSPLAN
b. c. d. e. f. g.
h.
5.3.2
het ophogen van de bodem; het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op één of andere wijze indrijven van voorwerpen in de grond; het aanleggen, verbreden en/of verharden van wegen, paden, banen, parkeergelegenheden en/of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; het verlagen of verhogen van het waterpeil; het aanleggen, verbreden en dempen van sloten, vijvers en andere wateren; het aanleggen of rooien van bos, boomgaard of houtgewas waarbij stobben worden geplaatst of verwijderd op een grotere diepte dan 30 cm en met een totaal oppervlak van meer dan 100m2; het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. Voorwaarden voor verlening omgevingsvergunning
De in lid 5.3.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan: a.
b.
c.
d.
de aanvrager van de vergunning een rapport conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld; de betrokken archeologische waarden, gelet op het rapport genoemd onder a., door de werken of werkzaamheden niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de aanlegvergunning regels te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische waarden in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de werken en werkzaamheden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties; het bepaalde onder a. en b. is niet van toepassing, indien de uit te (laten) voeren werken en werkzaamheden betrekking hebben op één of meer van de volgende werken en werkzaamheden: 1. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande werken en werkzaamheden, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de eventueel bestaande fundering; 2. een werk dan wel werkzaamheid met een oppervlakte kleiner dan 100 m2, alsmede 3.
een werk dan wel werkzaamheid met graafwerkzaamheden niet dieper dan 30 cm; het werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden is niet in strijd met de doeleindenomschrijving van het bestemmingsplan, of krachtens zodanige plannen gestelde eisen, een beheersverordening dan wel met een voorbereidingsbesluit;
Pagina 91 Bestemmingsplan “Abdijcomplex Thorn”
239-maasg-ACT-o
BESTEMMINGSPLAN
e. f.
5.3.3
voor het werk of de werkzaamheid een vergunning ingevolge de Erfgoedwet of gemeentelijke monumentenverordening is vereist en deze is verleend indien zulks vereist is; het werk of de werkzaamheid is niet in strijd met de regels gesteld bij of krachtens een verordening als bedoeld in artikel 4.1, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening of bij of krachtens het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. Uitzonderingen
Het in lid 5.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. b. c. 5.3.4
het normale onderhoud en/of gebruik betreffen; reeds in uitvoering waren op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan; ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. Voorwaarden aan de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen
bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Aan de in lid 5.3.1 genoemde omgevingsvergunning kunnen burgemeester en wethouders de volgende voorwaarden worden verbonden indien uit het in lid 5.3.2, aanhef en onder i., genoemde rapport blijkt, dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden kunnen worden verstoord: a. b. c.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen van opgravingen; de verplichting de werken en werkzaamheden te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties.
Pagina 92 Bestemmingsplan “Abdijcomplex Thorn”
239-maasg-ACT-o
BESTEMMINGSPLAN
HOOFDSTUK II BESTEMMINGSREGELS
Artikel 6 Waarde – Beschermd stadsgezicht
AANDUIDINGEN OP PLANVERBEELDING: Dubbelbestemming: WR-BES
6.1
Waarde – Beschermd stadsgezicht
Bestemmingsomschrijving
De voor “Waarde – Beschermd stadsgezicht” (WR-BES) aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van het stadsgezicht in cultuurhistorische, beeldkwalitatieve, bouwkundige of anderszins ruimtelijke zin. De gronden waarop de dubbelbestemming rust mogen worden gebruikt volgens de regels van de onderliggende bestemming, mits: a. b.
het gebruik van de onderliggende bestemming niet in strijd is met de hierna gegeven regels van de dubbelbestemming; en het gebruik van de onderliggende bestemming niet zodanig is dat daarmee de verwezenlijking van de dubbelbestemming of het gebruik van die dubbelbestemming in de toekomst onmogelijk wordt gemaakt, wordt bemoeilijkt of wordt beperkt.
6.2
Bouwregels
6.2.1
Bouwen volgens de dubbelbestemming
Op de gronden mogen uitsluitend bouwwerken worden gebouwd die geen gebouwen zijn en die
Pagina 93 Bestemmingsplan “Abdijcomplex Thorn”
239-maasg-ACT-o
BESTEMMINGSPLAN
nodig zijn voor het behoud of het herstel van het beschermd stadsgezicht en voor het behoud of herstel van het cultuurhistorisch evenwicht daarin. 6.2.2
Bouwen volgens de onderliggende bestemming
Op de gronden mogen bouwwerken worden gebouwd volgens de regels van de onderliggende bestemming die op die gronden rust, mits het beschermd stadsgezicht en het cultuurhistorisch evenwicht daarin daarmee niet worden aangetast. 6.2.3
Advies over de omgevingsvergunning voor het bouwen
Alvorens een omgevingsvergunning voor het bouwen te verlenen als bedoeld in lid 6.2.1 of lid 6.2.2, wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de omgevingscommissie van de gemeente Maasgouw. Het schriftelijk advies betreft in het bijzonder: a. b.
6.3
de vraag of door het verlenen van de bouwvergunning het belang van de dubbelbestemming niet onevenredig wordt geschaad; en de inhoud, strekking en uitvoerbaarheid van de eventueel te stellen voorwaarden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen.
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om nadere eisen te stellen aan de plaatsing, kapvorm, verschijningsvorm, dakhellingen, lineaire afmetingen, oppervlaktematen en inhoudsmaten van de gebouwen die volgens de onderliggende bestemming zijn toegestaan, met als doel dat met die nadere eisen een zo goed mogelijke uitvoering van het bestemmingsplan wordt gewaarborgd met het oog op het behoud en het herstel van het beschermd stadsgezicht en het behoud of het herstel van het cultuurhistorisch evenwicht van het beschermd stadsgezicht, en wel onder de volgende voorwaarden: a.
b. c.
de nader geëiste afmetingen mogen niet meer dan 15% afwijken van de afmetingen die voor de gebouwen op grond van de onderliggende bestemming zijn voorgeschreven, dan wel van de bestaande situatie op het tijdstip waarop de nadere eisen van kracht worden; alvorens nadere eisen te stellen, winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij de omgevingscommissie van de gemeente Maasgouw; het schriftelijk advies betreft in het bijzonder de vraag of door de nadere eisen het belang van de dubbelbestemming niet onevenredig wordt geschaad.
Pagina 94 Bestemmingsplan “Abdijcomplex Thorn”
239-maasg-ACT-o
BESTEMMINGSPLAN
6.4
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
6.4.1
Verbod
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren die voorkomen in de onderstaande opsomming: a. b. c. d. e.
f.
g. h. i. j. k. 6.4.2
het slopen van gebouwen en andere bouwwerken anders dan voor de effectuering van een bouwvergunning; het verven van gevels, ramen, deuren, luiken en/of sieronderdelen; het wijzigen en/of herstellen van gevels, ramen, deuren, luiken, sieronderdelen en/of dakbedekking; het pleisteren van gevels; het opslaan, deponeren, lozen en/of storten van al dan niet afgedankte en/of aan hun oorspronkelijk gebruik onttrokken voorwerpen, stoffen en/of producten, alsmede het aanleggen en/of inrichten van opslag-, stort- en/of bergplaatsen; het rooien van bomen, hagen en andere beplanting, niet behorende tot het normale onderhoud, anders dan nodig is voor de uitvoering van een rechtsgeldige omgevingsvergunning; het verwijderen, wijzigen en/of aanleggen van de verharding c.q. bestrating van de als bestemming “Verkeer” aangewezen gronden; het verwijderen, wijzigen en/of aanleggen van verharding c.q. bestrating op de als bestemming “Wonen” aangewezen gronden; het dempen van beken, sloten en/of andere waterlopen; het afgraven en/of ophogen van gronden; het aanleggen van ondergrondse of bovengrondse leidingen. Voorwaarden voor verlening omgevingsvergunning
De in lid 6.4.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
Pagina 95 Bestemmingsplan “Abdijcomplex Thorn”
239-maasg-ACT-o
BESTEMMINGSPLAN
a.
b. c.
6.4.3
het werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden is niet in strijd met de doeleindenomschrijving van het bestemmingsplan, of krachtens zodanige plannen gestelde eisen, een beheersverordening dan wel met een voorbereidingsbesluit; voor het werk of de werkzaamheid een vergunning ingevolge de Erfgoedwet of gemeentelijke monumentenverordening is vereist en deze is verleend indien zulks vereist is; het werk of de werkzaamheid is niet in strijd met de regels gesteld bij of krachtens een verordening als bedoeld in artikel 4.1, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening of bij of krachtens het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. Voorwaarden omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk
zijnde, of van werkzaamheden Aan de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden mogen voorwaarden worden verbonden mits daarover vooraf schriftelijk advies is gevraagd aan de commissie als bedoeld in lid 6.4.4. In ieder geval als de werken of werkzaamheden direct of indirect de verstoring van de beeldkwaliteit van het beschermd stadsgezicht en de daartoe behorende bouwwerken in cultuurhistorische of bouwkundige zin tot gevolg hebben, verbinden burgemeester en wethouders aan de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de voorwaarde dat: a. b.
wordt aangelegd op de wijze die door of vanwege burgemeester en wethouders tijdens het verrichten van de werken of de werkzaamheden wordt aangegeven; de werken of werkzaamheden worden begeleid door een door burgemeester en wethouders aangewezen deskundige op het gebied van monumenten en cultuurhistorische waarden in het algemeen, aan wiens instructies tijdens het aanleggen gevolg dient te worden gegeven.
6.4.4
Advies over de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk
zijnde, of van werkzaamheden Alvorens omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden te verlenen winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij de monumentencommissie van de gemeente Maasgouw. Het schriftelijk advies betreft in het bijzonder:
Pagina 96 Bestemmingsplan “Abdijcomplex Thorn”
239-maasg-ACT-o
BESTEMMINGSPLAN
a.
b.
6.4.5
de vraag of door het verlenen van de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden het belang van de dubbelbestemming niet onevenredig wordt geschaad; en de inhoud, strekking en uitvoerbaarheid van de eventueel te stellen voorwaarden aan de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden. Uitzonderingen
Het verbod als bedoeld in lid 6.4.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. b. c. 6.4.6
betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan; mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning. Toelaatbaarheid
De werken of werkzaamheden die onder het aanlegverbod vallen, zijn slechts toelaatbaar voorzover het belang dat met de dubbelbestemming wordt gediend, in het bijzonder de karakteristiek van het dorpsbeeld, hierdoor niet onevenredig wordt benadeeld.
6.5
Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk
6.5.1
Verbod
Voor het slopen van een bouwwerk is een omgevingsvergunning vereist. De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien het belang dat met de dubbelbestemming wordt gediend, in het bijzonder de ruimtelijke karakteristiek van het dorpsbeeld, hierdoor niet onevenredig wordt benadeeld. 6.5.2
Voorwaarden omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk
Aan de omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk mogen voorwaarden worden verbonden mits daarover vooraf schriftelijk advies is gevraagd aan de commissie als bedoeld in lid 6.5.3. In ieder geval als het slopen direct of indirect de verstoring van de beeldkwaliteit van het beschermd
Pagina 97 Bestemmingsplan “Abdijcomplex Thorn”
239-maasg-ACT-o
BESTEMMINGSPLAN
stadsgezicht en de daartoe behorende bouwwerken in cultuurhistorische of bouwkundige zin tot gevolg hebben, verbinden burgemeester en wethouders aan de omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk de voorwaarde dat: a. b.
6.5.3
wordt aangelegd op de wijze die door of vanwege burgemeester en wethouders tijdens het verrichten van de werken of de werkzaamheden wordt aangegeven; het slopen worden begeleid door een door burgemeester en wethouders aangewezen deskundige op het gebied van monumenten en cultuurhistorische waarden in het algemeen, aan wiens instructies tijdens het aanleggen gevolg dient te worden gegeven. Advies over de omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk
Alvorens omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk te verlenen winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij de omgevingscommissie van de gemeente Maasgouw. Het schriftelijk advies betreft in het bijzonder: a. b.
de vraag of door het verlenen van de omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk het belang van de dubbelbestemming niet onevenredig wordt geschaad; en de inhoud, strekking en uitvoerbaarheid van de eventueel te stellen voorwaarden aan de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden.
Pagina 98 Bestemmingsplan “Abdijcomplex Thorn”
239-maasg-ACT-o
BESTEMMINGSPLAN
HOOFDSTUK II BESTEMMINGSREGELS
Artikel 7 Waterstaat – Waterlopen
AANDUIDINGEN OP PLANVERBEELDING: Dubbelbestemming: WS-WL
7.1
Waterstaat - Waterlopen
Bestemmingsomschrijving
De voor “Waterstaat – Waterlopen” (WS-WL) aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: a. b.
watersystemen als fysiek systeem van waterlopen en andere met de waterhuishouding samenhangende voorzieningen; waterbergingsgebieden.
7.2
Bouwregels
7.2.1
Algemeen
In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen mag niet worden gebouwd, anders dan ten behoeve van deze bestemming. 7.2.2
Gebouwen
Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.
Pagina 99 Bestemmingsplan “Abdijcomplex Thorn”
239-maasg-ACT-o
BESTEMMINGSPLAN
7.2.3
Overige bouwwerken
Voor het overige bouwwerken geldt de regel, dat deze een maximale hoogte hebben van 2,50 m.
7.3
Afwijken van de bouwregels
Mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het doelmatig functioneren van de waterloop, kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van het bepaalde in lid 7.2 door toe te staan dat op grond van de andere bestemming(en) op die gronden bouwwerken worden gebouwd, mits vooraf gehoord de beheerder van de betreffende watergang.
7.4
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
7.4.1
Verbod
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden, het volgende werk, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d. e. f. g.