Bijlage 3.2 Bestemmingsplan 'Verkoop- en verhuurhaven Waage Naak 20 te Wessem' (toelichting en regels))
Tekst van het document
4.5 Leidingen en infrastructuur Er zijn binnen het plangebied op basis van het vigerende bestemmingsplan en de Risicokaart Nederland, geen kabels of leidingen gelegen die een zodanige bescherming behoeven, dat zij voorzien dienen te zijn van een bestemmingsplanplichtige beschermingszone. Hiermee hoeft dan ook geen rekening gehouden te worden.
4.6 Archeologie en cultuurhistorie Archeologie Op basis van de Archeologische waarden- en verwachtingenkaart van de gemeente Maasgouw, geldt voor het merendeel van het plangebied geen archeologische verwachting, omdat dit bestaat uit water. Voor de oever geldt de verwachting ‘afgegraven/verstoord’. Voor afgegraven en verstoorde gronden
Hoofdstuk 4
30
geldt geen archeologische onderzoeksplicht. Dit betekent dat in het kader van het voorliggende bestemmingsplan geen archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Evenmin hoeft in het bestemmingsplan een archeologische dubbelbestemming opgenomen te worden.
Uitsnede archeologische waarden- en verwachtingenkaart gemeente Maasgouw met globale ligging plangebied (rood omcirkeld)
Cultuurhistorie Het plangebied is gelegen op een bedrijventerrein met watergebonden bedrijven. Er bestaat een zodanige afstand van het beschermd dorpsgezicht van Wessem, dat dit geen invloed heeft op de voorgenomen ontwikkeling. Er zijn evenmin monumentale objecten in de nabije omgeving, die van invloed zijn op de ontwikkeling. Vanuit cultuurhistorisch perspectief is het initiatief aanvaardbaar.
4.7 Economische uitvoerbaarheid Op 1 juli 2008 zijn samen met de Wet ruimtelijke ordening (Wro) bepalingen omtrent de grondexploitatie (Afdeling 6.4 Wro) in werking getreden. In de Grondexploitatiewet is bepaald dat de gemeente bij het vaststellen van een planologische maatregel waarin mogelijkheden voor een bouwplan gecreëerd worden, verplicht is maatregelen te nemen die verzekeren dat de kosten die gepaard gaan met de ontwikkeling van de locatie worden verhaald op de initiatiefnemer van het plan.
Hoofdstuk 4
31
Indien het kostenverhaal anderszins is verzekerd, kan de gemeente afzien van het opstellen van een exploitatieplan. Eveneens is de gemeente niet verplicht een exploitatieplan vast te stellen in bij het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) aangegeven gevallen waar de verhaalbare kosten uitsluitend de aansluiting van een bouwperceel op de openbare ruimte of de aansluiting op nutsvoorzieningen betreffen, of niet opweegt tegen de bestuurlijke lasten (artikel 6.12, lid 2, aanhef, juncto artikel 6.2, lid 1 Bro). Als bouwplan als bedoeld in artikel 6.12, eerste lid, van de wet, wordt onder andere aangewezen een bouwplan voor de bouw van een of meer hoofdgebouwen. De enige bebouwing die bij dit initiatief opgericht mag worden is een kantoor van maximaal 10 m2. Dit gebouw dient te worden aangemerkt als een hoofdgebouw, waardoor sprake is van een bouwplan in de zin van artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Voor deze ontwikkeling geldt kortom een verplichting tot kostenverhaal. Tussen de initiatiefnemer en de gemeente wordt hiertoe een exploitatie-overeenkomst en een planschadeovereenkomst afgesloten.
4.8 M.e.r.-plicht Toets directe m.e.r.-plicht Het voorliggende bestemmingsplan maakt de ontwikkeling van een verkoop- en verhuurhaven mogelijk. Deze ontwikkeling komt niet voor in lijst C van de bijlage van het Besluit m.e.r. Er is hiermee geen sprake van een directe m.e.r.-plicht. Toets m.e.r.-beoordelingsplicht In onderdeel D van de bijlage bij het besluit milieueffectrapportage is aangegeven bij welke activiteiten, plannen en besluiten een m.e.r.-beoordeling moet plaatsvinden, dat wil zeggen een nadere afweging of mogelijk een m.e.r. procedure moet worden gevolgd. De beoogde ontwikkeling van een verkoop- en verhuurhaven mogelijk komt ook niet voor in lijst D van de bijlage van het Besluit m.e.r. In deze lijst is wel de aanleg, wijziging of uitbreiding van een jachthaven opgenomen (onderdeel D10). Deze activiteit is m.e.r.-beoordelingsplichtig in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1. 250.000 bezoekers of meer per jaar; 2. Een oppervlakte van 25 hectare of meer; 3. 100 ligplaatsen of meer, of; 4. Een oppervlakte van 10 hectare of meer in een gevoelig gebied. Deze drempelwaarden worden bij de voorliggende ontwikkeling bij lange na niet overschreden. Er is voor de activiteit derhalve geen sprake van een directe m.e.r.-(beoordelings)plicht. Er dient wel een m.e.r.-beoordeling te worden uitgevoerd.
Hoofdstuk 4
32
Op basis van paragraaf 7.6 van de Wet milieubeheer (Wm), dient degene die een activiteit wil ondernemen, aangewezen krachtens artikel 7.2, eerste lid, onder b, en voornemens is een verzoek in te dienen tot het nemen van een besluit als bedoeld in het vierde lid van dat artikel, dit voornemen schriftelijk mee te delen aan het bevoegd gezag. Bij de mededeling dient in ieder geval de informatie te worden verstrekt zoals omschreven in artikel 7.16 lid 2 tot en met 4 Wm. Op basis van artikel 7.17 Wm, dient het bevoegd gezag uiterlijk zes weken na de datum van ontvangst een beslissing te nemen omtrent de vraag of bij de voorbereiding van het betrokken besluit voor de activiteit, vanwege de belangrijke nadelige gevolgen die zij voor het milieu kan hebben, een milieueffectrapport moet worden gemaakt. Middels deze paragraaf wordt invulling gegeven aan de vereisten van artikel 7.16 Wm, op basis waarvan het bevoegd gezag op grond van artikel 7.17 Wm een beslissing kan nemen. De achterliggende gedachte bij de m.e.r.-beoordeling is dat ook kleine projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten en ook bij kleine projecten van geval tot geval moet worden beoordeeld of een m.e.r.-procedure nodig is.
Deze m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: Belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk; Belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.(-beoordeling) plaatsvinden. In deze paragraaf wordt getoetst of op basis van de criteria die genoemd zijn in bijlage III van de EEGrichtlijn milieueffectbeoordeling een m.e.r.-beoordeling uitgevoerd moet worden. Het gaat hierbij om de volgende criteria (zie ook onderstaande tabel): 1. De kenmerken van het project; 2. De plaats van het project; 3. De kenmerken van het potentiële effect. Kenmerken van het project
Omvang van het project
Cumulatie met andere projecten
Gebruik van natuurlijke grondstoffen
Productie van afvalstoffen
Verontreiniging en hinder
Risico van ongevallen, mede gelet op de gebruikte stoffen en technologieën
Plaats van het project
Bestaand grondgebruik
Relatieve rijkdom aan kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied
Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor gevoelige gebieden (wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken, Habitat- en Vogelrichtlijngebieden), gebieden waarin bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden, gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid, landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang
Kenmerken van het potentiële effect
Bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking)
Grensoverschrijdende karakter van het effect
Waarschijnlijkheid van het effect
Hoofdstuk 4
33
Duur, frequentie en de omkeerbaarheid van het effect
Criteria EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling.
De m.e.r.-beoordeling is opgesteld op basis van de bureaustudies en onderzoeken die uitgevoerd zijn in het kader van het bestemmingsplan. Kenmerken van het project Criteria
Toets
Omvang van het project
Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 2.000 m2. Het project richt zich op de ontwikkeling van een verkoop- en verhuurhaven met maximaal 25 aanlegplaatsen. De boten die hier komen te liggen, dienen als showmodellen van de schepen die verkocht en verhuurd worden.
Cumulatie met andere projecten
Nee.
Gebruik van natuurlijke hulpbronnen
N.v.t. Bij de ontwikkeling wordt niet permanent gebruik gemaakt van natuurlijke hulpbronnen.
Productie van afvalstoffen
N.v.t. Bij de ontwikkeling worden geen afvalstoffen geproduceerd.
Verontreiniging en hinder
De ontwikkeling vindt plaats in een bestaand havengebied. Tijdens de aanlegfase vinden nauwelijks bouw- en aanlegwerkzaamheden plaats, waardoor hier geen significante hinder van te verwachten is.
Luchtkwaliteit (zie ook paragraaf 4.1.3): Met voorliggend plan wordt geen significante invloed op de luchtkwaliteit uitgeoefend. De ontwikkeling draagt niet in betekenende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Geluid wegverkeer (zie ook paragraaf 4.1.1): Middels de voorliggende ontwikkeling worden geen nieuwe geluidgevoelige objecten opgericht. Er geldt dan ook geen onderzoeksplicht op basis van de Wet geluidhinder. Milieuzonering (zie ook paragraaf 4.1.4): De verkoop- en verhuurhaven is qua milieu-invloed op de omgeving het meest vergelijkbaar met een jachthaven. Gezien de aard en kleinschaligheid van het project zal de werkelijke milieu-invloed van de verkoop- en verhuurhaven echter kleiner zijn dan die van een jachthaven. Een jachthaven betreft een activiteit van milieucategorie 3.1, waarbij een richtafstand wordt geadviseerd van 30 meter voor geluid en 10 meter voor gevaar op basis van de ligging in gemengd gebied. Gezien de activiteiten die in het plangebied zullen plaatsvinden, is het aspect gevaar echter niet aan de orde. Wat betreft het aspect geluid zijn middels een akoestisch onderzoek de effecten van de verkoop- en verhuurhaven op de woonboten in de omgeving inzichtelijk gemaakt. Daaruit is geconcludeerd dat er geen sprake is van een negatief effect op het woon- en leefklimaat in deze woonboten.
Verkeersaantrekkende werking (zie ook paragraaf 4.6): De verkeersgeneratie van het project is vergelijkbaar met de huidige woonfunctie. Risico van ongevallen
Er is sprake van de realisatie van een verkoop- en verhuurhaven, waarbinnen geen risicovolle activiteiten plaatsvinden. Er is geen sprake van de realisatie van een nieuwe risicobron.
Hoofdstuk 4
34
Kenmerken van het project Criteria
Toets
Plaats van het object Criteria
Toets
Bestaand grondgebruik
In de huidige situatie is de locatie deels bestemd tot ‘Wonen’ en deels tot ‘Water – Riviergebonden’. De locatie was voorheen in gebruik als ligplaats voor een woonboot.
Relatieve rijkdom aan kwaliteit en het
N.v.t.
regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor:
gevoelige gebieden (wetlands,
Het plangebied ligt niet binnen de invloedssfeer van door Wet natuurbescherming
kustgebieden, berg- en bosgebie-
beschermde gebieden voor wat betreft een eventuele toename van geluid of licht.
den, reservaten en natuurparken,
Aangezien er nauwelijks werkzaamheden plaatsvinden in de aanlegfase en de be-
Habitat- en Vogelrichtlijngebieden)
oogde eindsituatie qua stikstofuitstoot vergelijkbaar is met de huidige situatie, is ook geen sprake van een toename van stikstofdepositie. Zie ook paragraaf 4.2 ‘Ecologie’.
gebieden waarin bij communau-
Nee.
taire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden
gebieden met een hoge bevol-
N.v.t.
kingsdichtheid
landschappen van historisch, cul-
Cultuurhistorie (zie ook paragraaf 4.5): binnen het plangebied en in de omgeving
tureel of archeologisch belang
zijn geen monumenten of andere cultuurhistorisch of landschappelijk waardevolle elementen aanwezig. Hierdoor is er geen sprake van negatieve effecten op landschappen van (cultuur)historisch belang. Archeologie (zie ook paragraaf 4.5): op basis van de Archeologische waarden- en verwachtingenkaart van de gemeente Maasgouw is het plangebied deels verstoord en geldt voor het overige deel geen archeologische verwachting. Het archeologische belang wordt hierdoor niet geschaad als gevolg van de ontwikkeling.
In onderdeel A van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is bepaald wat verstaan wordt onder een gevoelig gebied. Als gevoelig gebied zijn gebieden aangewezen die beschermd worden op basis van de natuurwaarden, landschappelijke waarden, cultuurhistorische waarden en waterwingebieden. Gevoelig gebied (conform onderdeel A van de bijlage bij het Besluit m.e.r.) Gevoelig gebied
Toets
Beschermd natuurmonument
Nee.
Hoofdstuk 4
35
Gevoelig gebied (conform onderdeel A van de bijlage bij het Besluit m.e.r.) Gevoelig gebied
Toets
Habitat en vogelrichtlijngebieden
Het plangebied ligt niet binnen de invloedssfeer van Habitat en vogelrichtlijngebieden voor wat betreft een eventuele toename van geluid of licht. Aangezien er nauwelijks werkzaamheden plaatsvinden in de aanlegfase en de beoogde eindsituatie qua stikstofuitstoot vergelijkbaar is met de huidige situatie, is ook geen sprake van een toename van stikstofdepositie. Zie ook paragraaf 4.2 ‘Ecologie’.
Watergebied van internationale beteke-
Nee.
nis Natuurnetwerk Nederland
Het plangebied is niet gelegen binnen of in de directe omgeving van de goudgroene
(voormalige EHS)
natuurzone. Hierdoor worden de wezenlijke kenmerken en waarden van de goudgroene natuurzone niet aangetast.
Landschappelijk waardevol gebied
Het plangebied maakt geen onderdeel uit van landschappelijk waardevol gebied.
Waterwinlocaties. waterwingebieden,
Nee, zie paragraaf 4.3 ‘Waterhuishouding’.
en grondwaterbeschermingsgebieden Beschermd monument
Nee.
Belvedere-gebied
Nee.
Kenmerken van het potentiële effect Criteria
Toets
Bereik van het effect (geografische
N.v.t.
zone en grootte van de getroffen bevolking) Grensoverschrijdende karakter van het
Nee.
effect Waarschijnlijkheid van het effect
Van onevenredige effecten voor de omgeving is echter geen sprake.
Duur, frequentie en de omkeerbaarheid
Er is sprake van een permanente ontwikkeling, waarbij de effecten blijvend zijn. Zo-
van het effect
als echter al verwoord in het voorgaande, zijn deze effecten niet van dien aard dat sprake is van een onevenredige aantasting.
Gezien het vorenstaande en indien het plan wordt vergeleken met de drempelwaarden uit onderdeel D van het Besluit m.e.r. kan worden geconcludeerd dat er, rekening houdend met: 1. de kenmerken van het project; 2. de plaats van het project; en 3. de kenmerken van het potentiële effect; sprake is van een wezenlijk ander schaalniveau en een activiteit die vele malen kleinschaliger is. Bij elk plan is sprake van invloed op het milieu, maar deze is niet zodanig dat normen worden overschreden. De potentiële effecten van het plan, in relatie tot de kenmerken en de plaats van het plan, zijn dusdanig beperkt van aard en omvang dat dit geen significant nadelige milieugevolgen tot gevolg heeft die het doorlopen van een m.e.r.-procedure noodzakelijk maken.
Hoofdstuk 4
36
5.
PLANSTUKKEN
Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de SVBP2012, alsmede de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en het Besluit omgevingsrecht (Bor). Het bestemmingsplan is vervat in een verbeelding, regels en deze toelichting.
5.1 Toelichting op de analoge verbeelding De analoge verbeelding is getekend op een bijgewerkte en digitale kadastrale ondergrond, schaal 1:500.
5.2 Toelichting op de regels Bij het opstellen van de regels werd uitgegaan van het rapport Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen2012 (SVBP2012) en de vigerende bestemmingsplannen. De regels zijn verdeeld in 4 hoofdstukken, te weten: Hoofdstuk 1: Hoofdstuk 2: Hoofdstuk 3:
Hoofdstuk 4:
Inleidende regels met daarin de begrippen en de wijze van meten; Bestemmingsregels. Hierin worden de regels voor de op de verbeelding opgenomen bestemmingen gegeven; Algemene regels, waaronder zijn opgenomen de anti-dubbeltelregel, algemene bouwregels, algemene gebruiksregels, algemene aanduidingsregels, algemene afwijkingsregels, algemene wijzigingsregels, algemene procedureregels en overige regels; Overgangs- en slotregels, waarin het overgangsrecht en de slotregel zijn opgenomen.
Het belangrijkste doel van de planregels is om de bouw- en gebruiksregels van de bestemming aan te geven. 5.2.1 Inleidende regels Begrippen In dit artikel zijn bepalingen (begrippen) opgenomen welke in het algemeen spraakgebruik onvoldoende vastliggen en waarbij verschillen in interpretatie bij toepassing van de planregels mogelijk zijn. Voor het gemak zijn enkele begrippen uit de Woningwet/ Bouwverordening/ Wabo overgenomen. Verder zijn enkele begrippen afkomstig van de SVBP2012.
Hoofdstuk 5
37
Wijze van meten Hierin wordt aangegeven op welke manier hoogte, lengte, breedte, inhoud en oppervlakte van bouwwerken/ percelen gemeten moeten worden. 5.2.2 Bestemmingsregels Bestemmingen De regels van een bestemming worden als volgt opgebouwd en benoemd: 1. Bestemmingsomschrijving; 2. Bouwregels; 3. Nadere eisen; 4. Afwijken van de bouwregels; 5. Specifieke gebruiksregels; 6. Afwijken van de gebruiksregels; 7. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; 8. Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk; 9. Wijzigingsbevoegdheid. Duidelijk zal zijn dat een bestemming niet alle elementen hoeft te bevatten. Dit kan per bestemming verschillen. Onderstaand wordt kort ingegaan op de in dit bestemmingsplan opgenomen bestemmingen. Verkeer Voor de oever in het plangebied is de bestemming ‘Verkeer’ opgenomen. De voor ‘Verkeer’ aangewezen gronden zijn onder andere bestemd voor wegen, straten en paden, voet- en rijwielpaden, parkeeren groenvoorzieningen, voorzieningen van algemeen nut, waterhuishoudkundige voorzieningen, waterlopen en waterpartijen en oeververbindingen (bruggen). Op het meest zuidwestelijke deel van het als ‘Verkeer’ bestemde deel van het plangebied is een bouwvlak opgenomen met de nadere functieaanduiding ‘kantoor’, waarbinnen een gebouw met een maximum oppervlakte van 10 m 2 mag worden opgericht.
Dit gebouw mag worden gebruikt voor kantoordoeleinden ten behoeve van de verkoop- en verhuurhaven zoals toegestaan binnen de bestemming ‘Water – Riviergebonden’. Water - Riviergebonden Voor het overige deel van het plangebied, ter plaatse van het water, is de bestemming ’Water – Riviergebonden’ opgenomen. Binnen deze bestemming is onder meer geregeld dat een verkoop- en verhuurhaven ten behoeve van pleziervaartuigen is toegestaan met maximaal 25 ligplaatsen. Daarnaast is ter plaatse van de bestaande botenlift de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – botenlift’ opgenomen.
Hoofdstuk 5
38
Waterstaat – Waterbergend rivierbed De dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterbergend rivierbed' geldt, overeenkomstig de vigerende bestemmingsplannen, voor het gehele plangebied. De hiervoor aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor een waterbergende functie. Waterstaat – Waterkering De dubbelbestemming 'Waterstaat – Waterkering is overeenkomstig het vigerende bestemmingsplan opgenomen voor het deel van het plangebied dat binnen de beschermingszone van een waterkering ligt. 5.2.3 Algemene regels In de Anti-dubbeltelregel wordt bepaald dat grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, deze bij de beoordeling van latere plannen buiten beschouwing blijft. Het nog overgebleven terrein mag dus niet nog eens meegenomen worden bij het toestaan van een ander bouwwerk. In de Algemene bouwregels zijn bepalingen met betrekking tot ondergronds bouwen, ondergeschikte bouwdelen en bestaande en andere maten opgenomen. De Algemene gebruiksregels bevatten een bepaling over strijdig gebruik. In de Algemene aanduidingsregels is de regeling omtrent de gebiedsaanduiding ‘milieuzone – roerdalslenk 3’ opgenomen. De Algemene afwijkingsregels en Algemene wijzigingsregels verschaffen het college van burgemeester en wethouders c.q.
het bevoegd gezag de gewenste beleidsruimte om bij de uitvoering van het plan te kunnen inspelen op gegevens of situaties die vooraf niet bekend kunnen zijn. In de Algemene procedureregels zijn regels opgenomen ten aanzien van de te volgen procedures en in de Overige regels is ingegaan op de van toepassing zijnde parkeernormen. 5.2.4 Overgangs- en slotregels In de bepaling Overgangsrecht is geregeld in hoeverre en onder welke voorwaarden bestaande gebouwen en het bestaand gebruik van gronden en bouwwerken mogen afwijken van het plan. In de Slotregel is aangegeven op welke wijze de regels van het bestemmingsplan kunnen worden aangehaald.
Hoofdstuk 5
39
6.
OVERLEG EN ZIENSWIJZEN 6.1 Vooroverleg Bij de voorbereiding van een ruimtelijk besluit moeten burgemeester en wethouders overleg plegen met het waterschap, met andere gemeenten van wie de belangen bij het plan betrokken zijn, en met de betrokken rijks- en provinciale diensten. Van het vooroverleg kan worden afgezien indien de betrokken diensten aangeven dat overleg niet noodzakelijk is. Het bestemmingsplan wordt in het kader van het vooroverleg voorgelegd aan de belanghebbende instanties. Bestuurlijk overleg In februari – maart 2021 was het bestuurlijk overleg over het voorontwerp van dit bestemmingsplan, zoals is geboden in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening, geopend en konden de benaderde instanties hun reactie op het voorontwerp indienen. De volgende instanties hebben gereageerd: Rijkswaterstaat; Provincie Limburg; Waterschap Limburg; Veiligheidsregio Limburg – Noord. De reacties van deze instanties zijn als bijlage 3 toegevoegd aan de toelichting van het bestemmingsplan. De uitkomsten van het overleg hebben geleid tot bijstelling van het plan. Alle opmerkingen zijn in het plan verwerkt. Hiermee is voldaan aan het bepaalde in artikel 3.1.6, eerste lid, onder c., van het Besluit ruimtelijke ordening.
6.2 Zienswijzenprocedure Het ontwerp-bestemmingsplan heeft gedurende zes weken voor eenieder ter inzage gelegen. Tijdens deze periode is er één zienswijze ingediend4. In bijlage 3 van de toelichting, nota van beantwoording zienswijze en zienswijze, is reeds aangegeven of de zienswijze tot aanpassing van het ontwerp bestemmingsplan heeft geleid.
Gemeente Maasgouw, Nota van beantwoording vooroverleg inzake het bestemmingsplan ‘Verkoop- en verhuurhaven Waage Naak 20 te Wessem’, april 2021 4 Gemeente Maasgouw, Nota van beantwoording zienswijze en zienswijze 3
Hoofdstuk 6
40
7.
PROCEDURE De procedure voor een bestemmingsplan staat beschreven in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), die in werking is getreden met ingang van 1 juli 2008. De wettelijke procedure start met de kennisgeving ex artikel 1.3.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De volledige bestemmingsplanprocedure vanaf ontwerp-bestemmingsplan ziet er vervolgens als volgt uit: Openbare kennisgeving van het ontwerp bestemmingsplan; Terinzagelegging van het ontwerp en bijbehorende stukken gedurende 6 weken en toezending aan gedeputeerde staten en de betrokken rijksdiensten, waterschappen en gemeenten; Gedurende de termijn van terinzagelegging kunnen door eenieder schriftelijk of mondeling zienswijzen worden ingebracht; Vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad binnen 12 weken; Algemene bekendmaking van het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan geschiedt binnen twee weken na de vaststelling. Burgemeester en wethouders plaatsen de kennisgeving van het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan tevens in de Staatscourant en voorts geschiedt deze langs elektronische weg.
Gelijktijdig verzenden zij de kennisgeving, zoals bedoeld in de vorige volzin, langs elektronische weg aan de diensten en bestuursorganen als bedoeld in artikel 3.8, lid 1 sub b Wro, en stellen zij het besluit met de hierbij behorende stukken langs elektronische weg beschikbaar; Mogelijkheid tot beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen 6 weken na bekendmaking voor belanghebbenden; Inwerkingtreding op de dag na afloop van de beroepstermijn, zijnde 6 weken na de bekendmaking, tenzij binnen deze termijn een verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend bij de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Hoofdstuk 7
41
REGELS
2
Inhoudsopgave
Regels
3
Hoofdstuk 1
Inleidende regels
4
Artikel 1 Artikel 2
Begrippen Wijze van meten
4 10
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
11
Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6
Verkeer Water - Riviergebonden Waterstaat - Waterbergend rivierbed Waterstaat - Waterkering
11 13 15 18
Hoofdstuk 3
Algemene regels
20
Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14
Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Algemene procedureregels Overige regels
20 21 23 24 25 27 28 29
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels
31
Artikel 15 Artikel 16
Overgangsrecht Slotregel
31 32
2
Bestemmingsplan "Verkoop- en verhuurhaven Waage Naak 20 te Wessem" (vastgesteld)
Regels
Bestemmingsplan "Verkoop- en verhuurhaven Waage Naak 20 te Wessem" (vastgesteld)
3
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder: 1.1
plan
het bestemmingsplan 'Verkoop- en verhuurhaven Waage Naak 20 te Wessem' met identificatienummer NL.IMRO.1641.BPL105-VG01 van de gemeente Maasgouw. 1.2
bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5
bebouwing
één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 1.6
bebouwingspercentage
een in de regels aangegeven percentage, dat de grootte van het bouwperceel dan wel bouwvlak, zoals bepaald in de regels, aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd. 1.7
bedrijf
een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis verbonden beroepen daaronder niet begrepen. 1.8
bedrijfsmatige exploitatie
het via bedrijf, stichting of andere rechtspersoon voeren van een zodanig(e) beheer/exploitatie, dat in de recreatieverblijven een - permanent wisselende - recreatieve (nacht)verblijfsmogelijkheid wordt geboden. 1.9
bedrijfsvloeroppervlak
de totale vloeroppervlakte van kantoren, winkels of bedrijven met inbegrip van de daartoe behorende magazijnen en overige dienstruimten.
4
Bestemmingsplan "Verkoop- en verhuurhaven Waage Naak 20 te Wessem" (vastgesteld)
1.10
beperkt kwetsbaar object
object zoals omschreven in artikel 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). 1.11
bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak. 1.12
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.13
bijbehorend bouwwerk:
uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak. 1.14
bijgebouw
een gebouw dat in functioneel en ruimtelijk opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw en dat ten dienste staat van dat hoofdgebouw. 1.15
botenlift
installatie waarmee vaartuigen op mechanische wijze in en uit het water kunnen worden gehesen. 1.16
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, het vernieuwen, het veranderen of het vergroten van een bouwwerk. 1.17
bouwgrens
de grens van een bouwvlak. 1.18
bouwlaag
een boven het peil gelegen en doorlopend gedeelte van een gebouw ( met een hoogte van minimaal 2,1 meter en maximaal 3,2 meter), dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen binnenwerks is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder. 1.19
bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.20
bouwperceelsgrens
de grens van een bouwperceel.
Bestemmingsplan "Verkoop- en verhuurhaven Waage Naak 20 te Wessem" (vastgesteld)
5
1.21
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. 1.22
bouwwerk
een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.23
detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 1.24
erotisch getint bedrijf
een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een erotisch getint bedrijf worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, sekswinkel, een parenclub, of een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.25
externe veiligheid
de kans om buiten een inrichting te overlijden als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. 1.26
evenement
een voor het publiek toegankelijke verrichting van het vermaak op het gebied van sport, muziek, kunst, hobby, tuin, vrije tijd en sociaal-cultureel vlak. 1.27
evenemententerrein
een voor het publiek toegankelijk terrein alwaar verrichtingen plaats vinden inzake het vermaak op het gebied van sport, muziek, kunst, hobby, tuin, vrije tijd en sociaal-cultureel vlak. 1.28
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.29
geluidsgevoelig object
woningen, geluidsgevoelige terreinen en andere geluidsgevoelige gebouwen, als bedoeld in (artikel 1 van) de Wet geluidhinder.
6
Bestemmingsplan "Verkoop- en verhuurhaven Waage Naak 20 te Wessem" (vastgesteld)
1.30
geluidzoneringsplichtige inrichting
een inrichting, bij welke ingevolge de Wet geluidhinder rondom het terrein van vestiging in een bestemmingsplan een zone moet worden vastgesteld. 1.31
hoofdgebouw
een gebouw dat op een bouwperceel door zijn constructie of afmetingen als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken. 1.32
jachthaven
haven met daarbij behorende grond waar de gelegenheid wordt gegeven voor het aanleggen, afmeren of afgemeerd houden van pleziervaartuigen alsmede het uitvoeren van refit, reparatie- en onderhoudswerkzaamheden aan pleziervaartuigen voor zover deze onderdeel vormen van het normale bedrijfsproces. 1.33
kantoor
het bedrijfsmatig verlenen van diensten, het leggen van contacten en/of het uitvoeren van commerciële handelingen, waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen. 1.34
kwetsbaar object
object zoals omschreven in artikel 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). 1.35
maaiveld
de bovenkant van een afgewerkt terrein dat een gebouw c.q. bouwwerk omgeeft. 1.36
normaal onderhoud
het onderhoud, dat gelet op de bestemming regelmatig noodzakelijk is voor een goed beheer en gebruik van de gronden en gebouwen die tot de betreffende bestemming behoren. 1.37
nutsvoorziening
voorzieningen ten behoeve van het op het openbare net aangesloten nutsvoorziening, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer en/of het wegverkeer. 1.38
ondergronds bouwwerk
een (gedeelte van) een bouwwerk, waarvan de bovenkant van de vloer is gelegen op ten minste 1,75 meter beneden peil. 1.39
overkapping
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, omsloten door maximaal één wand en voorzien van een gesloten dak, waaronder begrepen een carport.
Bestemmingsplan "Verkoop- en verhuurhaven Waage Naak 20 te Wessem" (vastgesteld)
7
1.40
peil
voor gebouwen waarvan de toegang onmiddellijk aan de weg grenst:de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het bestaande aansluitende afgewerkte maaiveld. 1.41
pleziervaartuig
een vaartuig dat, ongeacht het type of de wijze van voortstuwing, is bestemd voor recreatievaart, sportbeoefening of vrijetijdsbesteding met een romplengte van minimaal 2,50 m en maximaal 24 m. 1.42
prostitutie
het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding, waaronder in ieder geval begrepen prostitutiebedrijf en raamprostitutie. 1.43
recreatievaart
het gebruik van vaarwegen met een recreatief doel, waaronder begrepen incidenteel nachtverblijf op pleziervaartuigen. 1.44
refit
het ombouwen of restylen van een vaartuig of het vernieuwen, verbouwen, verlengen of verbreden daarvan, alsmede het her-motoriseren of het vernieuwen van de voortstuwingsinstallaties van het vaartuig. 1.45
risicovolle inrichting
Een inrichting bij welke ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) een grenswaarde, richtwaarde voor het risico c.q. een risico-afstand moet worden aangehouden bij het in het bestemmingsplan toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten. 1.46
rivierkundige activiteiten van ondergeschikt belang
het plaatsen van een in- of uitstroomvoorziening, mits de in- of uitstroomsnelheid maximaal 0,3 m/s bedraagt; het plaatsen van een steiger, vlonder of overhangend bouwwerk bestemd voor niet bedrijfsmatig gebruik dan wel voor naar aard en omvang vergelijkbaar overig gebruik; het plaatsen van informatieborden, informatiezuilen, reclameborden of reclamezuilen mits deze niet groter zijn dan 2,00 meter bij 3,00 meter en per 200 meter niet meer dan 5 borden of zuilen aanwezig zijn; terreinophogingen van minder dan 50 m³ per perceel; het plaatsen van visfuiken. 1.47
verkoop- en verhuurhaven
haven met daarbij behorende grond waar de gelegenheid wordt gegeven voor het aanleggen, afmeren of afgemeerd houden van pleziervaartuigen ter verkoop en verhuur, alsmede het uitvoeren van refit, reparatie- en onderhoudswerkzaamheden aan pleziervaartuigen voor zover deze onderdeel vormen van het normale bedrijfsproces.
8
Bestemmingsplan "Verkoop- en verhuurhaven Waage Naak 20 te Wessem" (vastgesteld)
1.48
verkoopvloeroppervlakte
het vloeroppervlak van de ruimten die worden of kunnen worden gebruikt voor verkoopactiviteiten. 1.49
voorgevellijn
denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van een gebouw tot aan de perceelsgrenzen. 1.50
voorzieningen van algemeen nut
voorzieningen ten behoeve van het op het openbare net aangesloten nutsvoorziening, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer en/of het wegverkeer, riolering, straatvoorzieningen waaronder voorzieningen voor afvalstoffen en straatmeubilair. 1.51
waterpeil
de hoogte (het niveau) van de waterspiegel gemeten naar NAP op het moment van aanvraag van de vergunning of bestemmingswijziging. Dit kan betrekking hebben op zowel oppervlaktewater als grondwater. 1.52
wet/wettelijke regelingen
indien en voorzover in deze regels wordt verwezen naar wettelijke regelingen c.q. verordeningen e.d., dienen deze regelingen te worden gelezen zoals deze luiden op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerpplan, tenzij anders bepaald. 1.53
wonen
het houden van verblijf, het hebben - huren hieronder mede begrepen - van kamers of het gehuisvest zijn in een huis, evenwel met uitzondering van bewoning met een overwegend verzorgend karakter. 1.54
zeecontainer
Container ten behoeve van het tijdelijk opslaan van goederen voor het verdere vervoer van deze goederen of ten behoeve van het tijdelijk opslaan van goederen voor bouwwerkzaamheden.
Bestemmingsplan "Verkoop- en verhuurhaven Waage Naak 20 te Wessem" (vastgesteld)
9
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
de dakhelling
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.2
de goothoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.3
de inhoud van een bouwwerk
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.4
de bouwhoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van onderschikte bouwdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.5
de oppervlakte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.6
afstand tot de bouwperceelsgrens
tussen de grens van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is; 2.7
ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk
vanaf het bouwkundig peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend.
10
Bestemmingsplan "Verkoop- en verhuurhaven Waage Naak 20 te Wessem" (vastgesteld)
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Verkeer
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. kantoordoeleinden, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'kantoor' en uitsluitend ten behoeve van een verkoop- en verhuurhaven, zoals bedoeld in 4.1 onder c; b. erven en terreinen; c. wegen, straten en paden; d. voet- en rijwielpaden; e. parkeervoorzieningen; f. groenvoorzieningen, waaronder bermen en beplanting; g. straatmeubiliair; h. voorzieningen van algemeen nut; i. kunstwerken; j. (ondergrondse) waterhuishoudkundige voorzieningen, waterlopen en waterpartijen; k. oeververbindingen (bruggen).
3.2
Bouwregels
3.2.1
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. binnen het bouwvlak mag maximaal één gebouw met een maximum oppervlakte van 10 m2 worden gebouwd; b. de goothoogte van het gebouw mag niet meer dan 3,30 meter bedragen; c. de bouwhoogte van het gebouw mag niet meer dan 3,30 meter bedragen. 3.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. b. c. d.
de maximum bouwhoogte van lichtmasten, bewegwijzering en verkeersregulering bedraagt 8 meter; overkappingen zijn niet toegestaan; de maximum bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt 2 meter; de maximum bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt 5 meter.
3.3
Specifieke gebruiksregels
3.3.1
Strijdig gebruik
Tot een strijdig gebruik van gronden en opstallen wordt in elk geval verstaan het gebruik voor: a. opslag van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; b. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; c. het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen,
Bestemmingsplan "Verkoop- en verhuurhaven Waage Naak 20 te Wessem" (vastgesteld)
11
goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond. 3.3.2
(Zee)containers
Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in ieder geval gerekend het permanent plaatsen van (zee)containers waarvoor een omgevingsvergunning in de zin van Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist.
12
Bestemmingsplan "Verkoop- en verhuurhaven Waage Naak 20 te Wessem" (vastgesteld)
Artikel 4 4.1
Water - Riviergebonden
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Water - Riviergebonden' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de scheepvaart; b. de beheersing van de waterstand en de waterbeheersing; c. een verkoop- en verhuurhaven ten behoeve van pleziervaartuigen, met dien verstande dat het aantal ligplaatsen niet meer dan 25 mag bedragen; d. maximaal één botenlift, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf botenlift'; e. het behoud en herstel van natuurwaarden; f. waterlopen en waterpartijen; g. groenvoorzieningen; h. infiltratievoorzieningen; i. kruisingen en overbruggingen ten behoeve van verkeersdoeleinden.
4.2
Bouwregels
4.2.1
Bouwwerken
Voor het bouwen van bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a. op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd; b. de maximum bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt 5 meter, met uitzondering van: 1. een botenlift ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - botenlift', waarvan de maximum bouwhoogte 30 meter bedraagt; 2. hefbokken, waarvan de maximum bouwhoogte 8 meter bedraagt; c. voor zover de bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden opgericht boven het water, wordt de hoogte van de bouwwerken gemeten boven het stuwpeil zijnde het gemiddelde waterniveau van de rivier de Maas in het stuwpand Maasbracht - Heel, te weten 20,80 meter boven N.A.P. 4.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
De volgende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegestaan: a. b. c. d. e. f. g. h. i.
4.3
bakens; aanlegsteigers; pontons; een botenlift; hellingbanen; hefbokken; beschoeiingen; damwanden; doorvaartconstructies.
Specifieke gebruiksregels
Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik:
Bestemmingsplan "Verkoop- en verhuurhaven Waage Naak 20 te Wessem" (vastgesteld)
13
a. als ligplaats alsmede voor het laden en lossen van schepen, behorende tot inrichtingen als bedoeld in artikel 2.4 van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer; b. als ligplaats voor woonschepen; c. voor het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; d. voor het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; e. voor bedrijfswoningen, kantoren en voor verblijfsrecreatie.
4.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.4.1
Verbod
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren die voorkomen in de onderstaande opsomming: a. b. c. d. e.
enig werk te maken dan wel in een bestaand werk verandering te brengen; grond, bagger, specie, puin of andere zinkende stoffen te stapelen, storten of neer te leggen; ontgrondingen te verrichten; bovengrondse constructies, installaties of apparatuur, vistoestellen inbegrepen, aan te brengen; een drijvend voorwerp of een drijvende inrichting, niet bestemd voor vervoer, vast te leggen.
Deze omgevingsvergunning kan slechts worden verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan: f.
het werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden is niet in strijd met de doeleindenomschrijving van het bestemmingsplan, of krachtens zodanige plannen gestelde eisen, een beheersverordening, een besluit als bedoeld in artikel 3.40 van de Wet ruimteijke ordening dan wel met een voorbereidingsbesluit; g. voor het werk of de werkzaamheid een vergunning ingevolge de Erfgoedwet, een provinciale of gemeentelijke monumentenverordening is vereist en deze is verleend indien zulks vereist is; h. het werk of werkzaamheid is niet in strijd met de regels gesteld bij of krachtens een verordening als bedoeld in artikel 4.1, derde lid van de Wet ruimtelijke ordening of bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 4.3 derde lid van de Wet ruimtelijke ordening. 4.4.2
Uitzonderingen
Het verbod als bedoeld in 4.4.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. b. c. d.
betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer; vallen binnen het kader van de normale bodemexploitatie en bodemgebruik; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.
4.4.3
Toelaatbaarheid
De werken of werkzaamheden als bedoeld in 4.4.1 zijn slechts toelaatbaar, gehoord de hoofdingenieur-directeur van Rijkswaterstaat, en door die werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect, te verwachten gevolgen de in 4.1 genoemde functies van deze gronden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast.
14
Bestemmingsplan "Verkoop- en verhuurhaven Waage Naak 20 te Wessem" (vastgesteld)
Artikel 5 5.1
Waterstaat - Waterbergend rivierbed
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waterstaat - Waterbergend rivierbed' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor een waterbergende functie.
5.2
Bouwregels
Op de gronden zoals bedoeld in 5.1 mag niet worden gebouwd.
5.3
Afwijken van de bouwregels
Mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het belang van het waterbergend rivierbed kan het bevoegd gezag met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.2 en toegestaan dat op de gronden binnen deze bestemming, mede conform de onderliggende bestemming, wordt gebouwd, mits gehoord Rijkswaterstaat. Hierbij wordt getoetst aan de volgende criteria: a. er is sprake van een zodanige situering en uitvoering van de activiteit dat het veilig functioneren van het waterstaatswerk gewaarborgd blijft; b. er is geen sprake van een feitelijke belemmering voor vergroting van de afvoercapaciteit; c. er is sprake van een zodanige situering en uitvoering van de activiteit dat de waterstandsverhoging of de afname van het bergend vermogen zo gering mogelijk is; en d. de resterende waterstandseffecten of de afname van het bergend vermogen worden duurzaam gecompenseerd, waarbij de financiering en de tijdige realisering van de maatregelen verzekerd zijn.
5.4
Specifieke gebruiksregels
Op de gronden zoals genoemd in 5.1 is het niet toegestaan om werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren.
5.5
Afwijken van de gebruiksregels
Mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het belang van het waterbergend rivierbed kan het bevoegd gezag met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.4 en toegestaan dat op de gronden binnen deze bestemming, mede conform de onderliggende bestemming, werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren, mits gehoord Rijkswaterstaat. Hierbij wordt getoetst aan de volgende criteria: a.
er is sprake van een zodanige situering en uitvoering van de activiteit dat het veilig functioneren van het waterstaatswerk gewaarborgd blijft; b. er is geen sprake van een feitelijke belemmering voor vergroting van de afvoercapaciteit; c. er is sprake van een zodanige situering en uitvoering van de activiteit dat de waterstandsverhoging of de afname van het bergend vermogen zo gering mogelijk is; en d. de resterende waterstandseffecten of de afname van het bergend vermogen worden duurzaam gecompenseerd, waarbij de financiering en de tijdige realisering van de maatregelen verzekerd zijn.
Bestemmingsplan "Verkoop- en verhuurhaven Waage Naak 20 te Wessem" (vastgesteld)
15
5.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.6.1
Verbod
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren die voorkomen in de onderstaande opsomming: a. b. c. d. e. f.
het verwijderen van houtopstanden; het ontgronden, diepwoelen, diepploegen, verlagen, afgraven, ophogen of egaliseren van de bodem; het aanbrengen van verhardingen; het aanbrengen van ondergrondse leidingen; het aanleggen van inundatiegebieden, retentiegebieden en retentievijvers; het graven of dempen, verdiepen of verbreden van beken, sloten of daarmee gelijk te stellen waterlopen; g. het aanplanten van bomen en/of houtgewas over een oppervlakte van meer dan 50 m²; h. het aanleggen van verharde en halfverharde wegen en paden; i. het aanleggen van voorzieningen ten behoeve van het recreatief medegebruik en het educatief medegebruik; j. het aanbrengen van drainage; k. het aanleggen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- en/of communicatieleidingen. Deze omgevingsvergunning kan slechts worden verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan: l.
het werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden is niet in strijd met de doeleindenomschrijving van het bestemmingsplan, of krachtens zodanige plannen gestelde eisen, een beheersverordening, een besluit als bedoeld in artikel 3.40 van de Wet ruimtelijke ordening dan wel met een voorbereidingsbesluit; m. voor het werk of de werkzaamheid een vergunning ingevolge de Monumentenwet 1988, een provinciale of gemeentelijke monumentenverordening is vereist en deze is verleend indien zulks vereist is; n. het werk of werkzaamheid is niet in strijd met de regels gesteld bij of krachtens een verordening als bedoeld in artikel 4.1, derde lid van de Wet ruimtelijke ordening of bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 4.3 derde lid van de Wet ruimtelijke ordening. 5.6.2
Uitzonderingen
Het onder 5.6.1 bepaalde is niet van toepassing voor: a. b. c. d.
normale onderhoudswerkzaamheden; werken of werkzaamheden van ondergeschikte betekenis; werken of werkzaamheden binnen het kader van het normale bodemgebruik; werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip verleende vergunning, ontheffing of anderszins mogen worden uitgevoerd.
5.6.3
Toelaatbaarheid
De in 5.6.1 genoemde omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien door de werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvoor hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen de in 5.1 genoemde doeleinden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast. Voor zover het betreft een vergunning waarbij de waterhuishouding, waterberging en/of de waterafvoer in het geding is wordt vooraf Rijkswaterstaat gehoord.
16
Bestemmingsplan "Verkoop- en verhuurhaven Waage Naak 20 te Wessem" (vastgesteld)
Bestemmingsplan "Verkoop- en verhuurhaven Waage Naak 20 te Wessem" (vastgesteld)
17
Artikel 6 6.1
Waterstaat - Waterkering
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor de inrichting en het onderhoud van waterstaatkundige werken, in het bijzonder een primaire waterkering.
6.2
Bouwregels
Op en in gronden als bedoeld in 6.1 gronden mogen uitsluitend worden opgericht bouwwerken, geen gebouwen zijnde, nodig voor het behoud en onderhoud van de waterkering, met een hoogte van maximaal 3 meter.
6.3
Afwijken van de bouwregels
Mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het belang van de waterkering, kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van het bepaalde in 6.2 voor het oprichten van bouwwerken, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. bebouwing is mogelijk op grond van de onderliggende bestemming; b. het bevoegd gezag wint advies in bij de waterkeringbeheerder.
6.4
Specifieke gebruiksregels
Tot een strijdig gebruik van gronden en opstallen wordt in elk geval verstaan het gebruik voor en/of als: a. opslag-, stort- en of lozingsplaats van al dan niet aan het gebruik onttrokken goederen, grond, stoffen en materialen, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; b. het aanbrengen van afbeeldingen of tekens voor commerciële doeleinden.
6.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.5.1
Verbod
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren die voorkomen in de onderstaande opsomming: a. het ontginnen, het bodem verlagen, het afgraven, het ophogen en/of het egaliseren van de gronden; b. het aanbrengen van oppervlakteverhardingen; c. het verwijderen of verstoren van de natuurlijke vegetatie en het scheuren of frezen van natuurlijke graslandvegetaties; d. het aanleggen van waterlopen of het vergraven, verruimen of dempen van reeds bestaande waterlopen; e. het aanbrengen van ondergrondse en bovengrondse transport-, energie- of
18
Bestemmingsplan "Verkoop- en verhuurhaven Waage Naak 20 te Wessem" (vastgesteld)
telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; f. het vellen, rooien of beschadigen van houtgewassen; g. het verrichten van exploratieboringen en andere onderzoekingen naar bodemschatten, alsmede het slaan van waterputten of -bronnen ten behoeve van de drinkwaterwinning; h. werken met, of hebben van overdruk (10 bar of meer); i. explosieven tot ontploffing brengen inclusief het verrichten van seismisch onderzoek of de grond op welke andere wijze dan ook tot in trilling brengen; j. uitvoeren van heiwerkzaamheden of anderzijds het indrijven van voorwerpen; k. het bebossen of aanbrengen van kruidachtige of houtachtige gewassen op gronden die ten tijde van het in ontwerp ter inzage leggen van het plan niet met een dergelijke vegetatie waren begroeid; l. het aanleggen of aanbrengen van oeverbeschoeiingen en kaden; m. het bestrooien of bespuiten van gronden met chemische bestrijdingsmiddelen. Deze omgevingsvergunning kan slechts worden verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan: n. het werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden is niet in strijd met de doeleindenomschrijving van het bestemmingsplan, of krachtens zodanige plannen gestelde eisen, een beheersverordening, een besluit als bedoeld in artikel 3.40 van de Wet ruimteijke ordening dan wel met een voorbereidingsbesluit; o.
voor het werk of de werkzaamheid een vergunning ingevolge de Monumentenwet 1988, een provinciale of gemeentelijke monumentenverordening is vereist en deze is verleend indien zulks vereist is; p. het werk of werkzaamheid is niet in strijd met de regels gesteld bij of krachtens een verordening als bedoeld in artikel 4.1, derde lid van de Wet ruimtelijke ordening of bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 4.3 derde lid van de Wet ruimtelijke ordening. 6.5.2
Uitzonderingen
De onder 6.5.1 vervatte verbod geldt niet voor werken of werkzaamheden welke: a. betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer, alsmede werken en werkzaamheden tot herstel van voor de waterkeringsfunctie ongewenste veranderingen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan; c. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning; d. het onderhoud en herstel dan wel aanpassen van bestaande oeverbeschoeiingen; e. strekken tot behoud of tot herstel van de landschappelijke, natuurlijke of cultuurhistorische waarden. 6.5.3
Toelaatbaarheid
De in 6.5.1 genoemde omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien door de werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvoor hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen de in 6.1 genoemde doeleinden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast. Voor zover het betreft een vergunning waarbij de waterhuishouding, waterberging en/of de waterafvoer in het geding is wordt vooraf Rijkswaterstaat of het waterschap gehoord.
Bestemmingsplan "Verkoop- en verhuurhaven Waage Naak 20 te Wessem" (vastgesteld)
19
Hoofdstuk 3 Artikel 7
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
20
Bestemmingsplan "Verkoop- en verhuurhaven Waage Naak 20 te Wessem" (vastgesteld)
Artikel 8
Algemene bouwregels
8.1
Algemene bepaling m.b.t. ondergronds bouwen
8.1.1
Ondergrondse werken
Voor het uitvoeren van ondergrondse werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, geen beperkingen.
8.1.2
Ondergrondse bouwwerken
Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, de volgende bepalingen: a. de ondergrondse bouwdiepte van ondergrondse bouwwerken bedraagt maximaal 3 meter onder peil; b. ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak, met uitzondering van rioolwaterbuffers en grafkelders die ook buiten het bouwvlak mogen worden opgericht; c. zowel onder bestaande bebouwing als buiten bestaande bebouwing zijn ondergrondse bouwwerken toegestaan, evenwel met inachtname van het gestelde onder 8.1.2 sub b; d. in aanvulling op het bepaalde sub a en b is maximaal 1 niet - overdekt zwembad per bouwperceel toegestaan onder de volgende voorwaarden: het zwembad dient te worden gebouwd achter de achtergevel of het verlengde daarvan en op een afstand van ten minste 3 meter van zijdelingse en achterste perceelsgrens; het zwembad mag niet overdekt zijn, tenzij de regeling voor bijgebouwen als bedoeld in (artikel bijgebouwen regeling woonbestemming) in acht wordt genomen; het zwembad mag uitsluitend voor hobbymatig gebruik worden benut; e.
bij het berekenen van de blijkens de digitale verbeelding of deze regels geldende bebouwingspercentages, of van het in deze regels maximaal te bebouwen oppervlak, wordt de oppervlakte van ondergrondse gebouwen uitsluitend mede in aanmerking genomen als de ondergrondse bouwwerken zich buiten de bestaande bebouwing bevinden. 8.1.3
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning af laten wijken van het bepaalde in 8.1.2 sub a voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken met een ondergrondse bouwdiepte van maximaal 6,6 meter onder peil onder de voorwaarde dat: a. de waterhuishouding niet wordt verstoord; b. de waterwinningen en de grondwaterbescherming niet wordt verstoord; c. geen afbreuk wordt gedaan aan archeologsiche waarden.
8.2
Ondergeschikte bouwdelen
Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, uitbouwen, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 meter bedraagt.
Bestemmingsplan "Verkoop- en verhuurhaven Waage Naak 20 te Wessem" (vastgesteld)
21
8.3
Algemene bepaling over bestaande afstanden en andere maten
8.3.1
Maximale maatvoering
Indien afstanden tot, goot en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wabo, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan meer bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als maximaal toelaatbaar worden aangehouden.
8.3.2
Minimale maatvoering
In die gevallen dat afstanden tot, goot en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken, die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wabo, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan minder bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als minimaal toelaatbaar worden aangehouden.
8.3.3
Heroprichting
In het geval van (her)oprichting van gebouwen is het bepaalde in 8.3.1 en 8.3.2 uitsluitend van toepassing indien het geschiedt op dezelfde plaats.
22
Bestemmingsplan "Verkoop- en verhuurhaven Waage Naak 20 te Wessem" (vastgesteld)
Artikel 9
Algemene gebruiksregels
Het is verboden de in de artikelen 3 tot en met 6 bedoelde gronden en bouwwerken te gebruiken en/of te doen en/of laten gebruiken en/of in gebruik te geven op een wijze of tot een doel strijdig met de aan de grond gegeven bestemming, zoals die nader is aangeduid in de bestemmingsomschrijving.
Bestemmingsplan "Verkoop- en verhuurhaven Waage Naak 20 te Wessem" (vastgesteld)
23
Artikel 10 10.1