CConstaterende datMaasgouw
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2a Toelichting en planregels bestemmingsplan ‘Voorterrein Nautische boulevard Wessem’;

03. Commissievergadering 16 september 2025, gemeente MaasgouwBij agendapunt: Bestemmingsplan en aanvulling welstandsnota ‘Voorterrein Nautische boulevard Wessem’31.011 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bestemmingsplan Voorterrein Nautische Boulevard, Wessem Gemeente Maasgouw Concept

Bestemmingsplan Voorterrein Nautische Boulevard, Wessem

1

colofon

projectnaam Bestemmingsplan Voorterrein Nautische Boulevard, Wessem datum 17 juni 2025 projectnummer P06659 IMRO-identificatienummer NL.IMRO.1641.BPL120-VG01 opdrachtgever Gemeente Maasgouw Concept 4 december 2023 Ontwerp 5 december 2023 Vaststelling 2025 BRO projectleider CVe projectteam JvdA, JEn, DEe bron kaft BRO

Industriestraat 94 5931 PK Tegelen +31 (0)77 373 06 01 info@bro.nl www.bro.nl

Bestemmingsplan Voorterrein Nautische Boulevard, Wessem

2

Inhoudsopgave 1.

2.

3.

Inleiding

5

1.1 1.2 1.3 1.4

5 6 7 10

Planbeschrijving

12

2.1 2.2 2.3

12 12 13

18

3.1

Rijksbeleid

18

3.1.1 3.1.2 3.1.3

18 19 20

3.3

3.4

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Ladder voor duurzame verstedelijking

Provinciaal beleid

22

3.2.1 3.2.2 3.2.3

22 25 28

Provinciale Omgevingsvisie (POVI) Omgevingsverordening Limburg 2014 (geconsolideerde versie van 16 december 2022) Omgevingsverordening Limburg 2021

Regionaal beleid

30

3.3.1 3.3.2

30 32

Regionaal beleidskader werklocaties Midden-Limburg Intergemeentelijke structuurvisie Maasplassen 2030

Gemeentelijk beleid

33

3.4.1

33

Omgevingsvisie Maasgouw

Omgevingsaspecten

36

4.1

Milieuaspecten

36

4.1.1 4.1.2 4.1.3 4.1.4 4.1.5 4.1.6 4.1.7

36 38 39 39 42 47 48

4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7

5.

Bestaande situatie Toekomstige ontwikkeling Ruimtelijke en stedenbouwkundige effecten

Beleidskader

3.2

4.

Aanleiding Plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer

Bodem- en grondwaterkwaliteit Luchtkwaliteit Geluidhinder Milieuzonering Externe veiligheid Geur Milieueffectrapportage

Archeologie Cultuurhistorie Flora en fauna Leidingen en infrastructuur Verkeer en parkeren Waterparagraaf

49 49 50 51 51 54

Juridische aspecten

57

5.1 5.2 5.3

Algemeen Toelichting op de analoge verbeelding Toelichting op de regels

57 57 57

5.3.1 5.3.2

57 58

Inleidende regels Bestemmingsplanregels

Bestemmingsplan Voorterrein Nautische Boulevard, Wessem

3

6.

7.

Uitvoerbaarheid

62

6.1

62

Economische uitvoerbaarheid

Overleg en inspraak

63

7.1 7.2 7.3 7.4

63 64 64 64

Overleg Inspraak Procedure Zienswijzenprocedure / resultaten terinzagelegging

Separate bijlagen Bijlage 1: Beeldkwaliteitsplan Bijlage 2: Ladderonderbouwing Bijlage 3: Bodemonderzoek Bijlage 4: Akoestisch onderzoek industrielawaai Bijlage 5: Onderzoek externe veiligheid Bijlage 6: AERIUS-berekening stikstofdepositie Bijlage 7: Quickscan flora en fauna Bijlage 8: Verkeersonderzoek Bijlage 9: Watertoets Bijlage 10: Vooroverleg Bijlage 11: Schaduwstudie Bijlage 12: Toetsing manoeuvreerruimte Bijlage 13: Nota ter beantwoording zienswijzen

Bestemmingsplan Voorterrein Nautische Boulevard, Wessem

4

TOELICHTING

1.

Inleiding

1.1

Aanleiding

Gemeente Maasgouw is voornemens om de Nautische Boulevard Wessem te laten verkleuren van een bedrijventerrein naar zoveel mogelijk nautische en watersportgerelateerde watersportbedrijvigheid. Hierbij zullen er alleen nog nautisch/pleziervaart en nautisch gerelateerde bedrijven gevestigd kunnen worden tot maximaal milieucategorie 3.2. Deze bepaling geeft uitvoering aan de ambitie, gesteld in de Omgevingsvisie Maasgouw voor percelen op de Nautische Boulevard. Voor de locatie gelegen tussen de Maasdijk, de Maas en de Waage Naak is een nieuwe ontwikkeling voorzien. Het plangebied bestaat momenteel grotendeels uit parkeerplaatsen, een bedrijf (Soft Carwash Schreurs) en verhard terrein. De percelen zijn eigendom van de gemeente Maasgouw. Perceel 586 is in eigendom van Boot center Wessem.

Figuur 1: Globale ligging plangebied bij rode pijl

De ontwikkeling betreft het realiseren van bedrijfsgebouwen met ondergeschikte detailhandel en horeca inclusief daarbij behorende parkeerplaatsen, alsmede het realiseren van aanlegsteigers waar onderhoud kan plaatsvinden aan boten, bijvoorbeeld in de vorm van drijvende werkloodsen. De lijst van toegestane bedrijfsactiviteiten zal worden beperkt tot enkel nautisch/nautisch gerelateerde bedrijfsactiviteiten, waarbij hier ook horeca en ondergeschikte horeca, almede detailhandel mogelijk moet zijn. Onderhavige ontwikkeling past niet binnen het thans vigerende planologische kader, maar kan mogelijk worden gemaakt door middel van de vaststelling van een nieuw bestemmingplan. In het voorliggende bestemmingsplan worden de bestemmingen voor de gronden binnen het plangebied wettelijk geregeld, waardoor de

Bestemmingsplan Voorterrein Nautische Boulevard, Wessem

5

gebruiksmogelijkheden kunnen worden beperkt tot nautische activiteiten en de realisatie van ondergeschikte horeca en detailhandel mogelijk kan worden gemaakt.

1.2

Plangebied

Het plangebied bevindt zich aan de Maasdijk 2 ten zuidwesten van de kern Wessem en omvat de percelen Wessem, sectie C, nummers 476, 477, 586 en 587 (gedeeltelijk). Het plangebied maakt onderdeel uit van de Mauritshaven. In het gebied zijn derhalve reeds verschillende nautische activiteiten gevestigd.

Figuur 2: Ligging plangebied op luchtfoto in de rode kaders

Bestemmingsplan Voorterrein Nautische Boulevard, Wessem

6

1.3

Vigerend bestemmingsplan

Het plangebied is grotendeels gelegen binnen het bestemmingsplan ‘Land van Thorn’ (vastgesteld op 22 mei 2014) en binnen het bestemmingsplan ‘Kern Wessem’, vastgesteld op 29 september 2011 door de gemeenteraad van de gemeente Maasgouw. Daarnaast is het bestemmingsplan ‘Parapluplan Archeologie Maasgouw’ als ontwerp in procedure gebracht.

Figuur 3: Uitsnede vigerend bestemmingsplan ‘Land van Thorn’ (boven) en bestemmingsplan ‘Kern Wessem’ (onder) met indicatief het plangebied binnen het rode kader

Bestemmingsplan ‘Land van Thorn’ Binnen het plangebied vigeren de volgende enkelbestemmingen, dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen.

Bestemmingsplan Voorterrein Nautische Boulevard, Wessem

7

Bestemming ‘Bedrijventerrein’ De voor 'Bedrijventerrein' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het uitoefenen van bedrijfsmatige activiteiten die staan vermeld in de categorieën 1 tot en met 4.1 van Bijlage 1 Lijst van bedrijfsactiviteiten; b. productiegebonden detailhandel, met uitzondering van detailhandel in voedings- en genotmiddelen; c.

uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifiek vorm van bedrijf - grindoverslag', een bedrijf in op- en overslag van zand, grind en gebroken grind;

d. ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel volumineus', aan de watersport en pleziervaart gerelateerde volumineuze detailhandel. Bestemming ‘Verkeer’ De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen, straten en paden met hoofdzakelijk een verkeersfunctie; b. voet- en rijwielpaden; c.

parkeervoorzieningen;

d. ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein', voor parkeerterrein; e. groenvoorzieningen, waaronder bermen en beplanting; f.

straatmeubilair;

g. voorzieningen van algemeen nut; h. kunstwerken; i.

(ondergrondse) waterhuishoudkundige voorzieningen, waterlopen en waterpartijen;

j.

oeververbindingen (bruggen).

Bestemming ‘Water – Riviergebonden’ De voor 'Water - Riviergebonden' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de scheepvaart; b. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water - werkstrook', een werkstrook, waarbij het bepaalde in artikel 8 in acht dient te worden genomen en waarbij tevens geldt dat de uitoefening van de bedrijfsactiviteiten onlosmakelijk verbonden dient te zijn met de vestiging c.q. uitoefening van bedrijven als toegelaten op de aangrenzende bestemming 'Bedrijventerrein' en waarbij eveneens geldt dat het functioneren van het scheepvaartverkeer te allen tijde gewaarborgd dient te zijn; c.

de beheersing van de waterstand en de waterbeheersing;

d. het behoud en herstel van natuurwaarden; e. waterlopen en waterpartijen; f.

groenvoorzieningen;

g. infiltratievoorzieningen; h. kruisingen en overbruggingen ten behoeve van verkeersdoeleinden. Dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ Daarnaast rust op het plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’. De als 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van archeologische waarden. Dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering’ De voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor de inrichting en het onderhoud van waterstaatkundige werken, in het bijzonder een primaire waterkering.

Bestemmingsplan Voorterrein Nautische Boulevard, Wessem

8

Gebiedsaanduiding ‘veiligheidszone – bevi’ Op de gronden mogen volgens de regels van de onderliggende bestemming die op die gronden rust, bouwwerken worden gebouwd mits deze niet kunnen worden aangemerkt als kwetsbare objecten of beperkt kwetsbare objecten in de zin van het Besluit externe veiligheid inrichtingen. Op het gebied binnen deze aanduiding worden momenteel enkel parkeerplaatsen voorzien. Dit betreft geen kwetsbaar of beperkt kwetsbaar object. Gebiedsaanduiding ‘milieuzone – roerdalslenk 3’ Ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - roerdalslenk 3' is het niet toegestaan om: a. boorputten op te richten, in exploitatie te nemen of te hebben dieper dan 80 meter beneden het maaiveld; b. de grond te roeren dieper dan 80 meter beneden het maaiveld, of deze handeling toe te laten, of anderszins werken of in de bodem uit te voeren of te doen uitvoeren, waarbij ingrepen worden verricht of stoffen worden gebruikt die de beschermende werking van de slechtdoorlatende bodemlagen kunnen aantasten; c.

een bodemenergiesysteem op te richten, welke dieper reikt dan 80 meter beneden het maaiveld;

d. boorputten op te richten wanneer de doorboorde weerstandbiedende lagen en het boorgat, van 0 tot 3 meter beneden het maaiveld, niet worden afgedicht met klei of bentoniet. De lijst van bedrijfsactiviteiten wordt zodanig beperkt, dat er alleen nog pleziervaart en nautisch gerelateerde bedrijven gevestigd kunnen worden. De ontwikkeling betreft het realiseren van bedrijfsgebouwen met ondergeschikte detailhandel en horeca inclusief daarbij behorende parkeerplaatsen, alsmede het realiseren van aanlegsteigers waar onderhoud kan plaatsvinden aan boten, bijvoorbeeld in de vorm van drijvende werkloodsen. Met onderhavig initiatief zijn geen grondboringen dieper dan 80 meter voorzien, er zullen geen bodemenergiesystemen worden opgericht en er zullen geen boorputten worden gemaakt welke niet worden afgedicht met klei of bentoniet. Deze gebiedsaanduiding vormt derhalve geen belemmering voor het planvoornemen. Bestemmingsplan ‘Kern Wessem’ Binnen het plangebied vigeert de volgende enkelbestemming: Bestemming ‘Water – Riviergebonden’ De voor 'Water - Riviergebonden' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de scheepvaart; b. de beheersing van de waterstand en de waterbeheersing; c.

het behoud en herstel van natuurwaarden;

d. waterlopen en waterpartijen; e. groenvoorzieningen; f.

infiltratievoorzieningen;

g. kruisingen en overbruggingen ten behoeve van verkeersdoeleinden. Daarnaast rust op het plangebied de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Stroomvoerend rivierbed’.

Bestemmingsplan Voorterrein Nautische Boulevard, Wessem

9

Dubbelbestemming ‘Waterstaat – Stroomvoerend rivierbed’ De voor 'Waterstaat - Stroomvoerend rivierbed' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor riviergebonden activiteiten en voor het waarborgen van een veilige afvoer van en berging van rivierwater onder normale en maatgevende hoogwaterstanden. Onder riviergebonden activiteiten wordt verstaan: a. de aanleg of wijziging van de waterstaatkundige functies; b. de realisatie van voorzieningen voor een betere en veiligere afwikkeling van de beroeps- en recreatievaart; c.

de bouw of wijziging van waterkrachtcentrales;

d. de realisatie van natuur; e. de realisatie van voorzieningen die onlosmakelijk met de waterrecreatie zijn verbonden; f.

de winning van oppervlaktedelfstoffen.

Ten slotte is binnen dit bestemmingsplan tevens de gebiedsaanduiding ‘milieuzone – roerdalslenk’ opgenomen. Deze gebiedsaanduiding wijkt af van de gebiedsaanduiding ‘milieuzone – roerdalslenk’ die is opgenomen in het bestemmingsplan ‘Land van Thorn’. In dit geval is het niet toegestaan om: a. boorputten op te richten, in exploitatie te nemen of te hebben dieper dan 30 meter beneden het maaiveld; b. de grond te roeren dieper dan 30 meter beneden het maaiveld, of deze handeling toe te laten, of anderszins werken of in de bodem uit te voeren of te doen uitvoeren, waarbij ingrepen worden verricht of stoffen worden gebruikt die de beschermende werking van de slechtdoorlatende bodemlagen kunnen aantasten. Hier zijn eveneens geen grondboringen dieper dan 30 meter voorzien waarbij ingrepen worden verricht of stoffen worden gebruikt die de beschermende werking van de slechtdoorlatende bodemlagen kunnen aantasten. Deze gebiedsaanduiding vormt derhalve geen belemmering voor het planvoornemen. Ontwerp bestemmingsplan ‘Parapluplan Archeologie Maasgouw’ De regels omtrent archeologie in het bestemmingsplan ‘Land van Thorn’ worden vervangen door het paraplubestemmingsplan ‘Parapluplan Archeologie Maasgouw’ welke het gehele grondgebied van de gemeente Maasgouw beslaat.

Uit dit parapluplan volgt dat binnen het onderhavige plangebied geen archeologische waarde is gelegen en dit betreft dus een gebied zonder archeologische verwachting. Met onderhavig initiatief worden geen bodemingrepen beoogd. Er behoeft dan ook geen archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. Conclusie De lijst van bedrijfsactiviteiten wordt zodanig beperkt, dat er alleen nog pleziervaart en nautisch gerelateerde bedrijven gevestigd kunnen worden. De ontwikkeling betreft het realiseren van bedrijfsgebouwen met ondergeschikte detailhandel en horeca inclusief daarbij behorende parkeerplaatsen, alsmede het realiseren van aanlegsteigers waar onderhoud kan plaatsvinden aan boten, bijvoorbeeld in de vorm van drijvende werkloodsen. Derhalve zal een herziening van het juridisch-planologisch kader plaats moeten vinden.

1.4

Leeswijzer

Na dit inleidende hoofdstuk volgt hoofdstuk 2 waarin een beschrijving van het plan is opgenomen. In hoofdstuk 3 wordt het Rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk beleid beschreven. In hoofdstuk 4 wordt inzicht gegeven in diverse planologische aspecten die van belang zijn voor het bestemmingsplan. In hoofdstuk

Bestemmingsplan Voorterrein Nautische Boulevard, Wessem

10

5 is de juridische toelichting op de planopzet gegeven. In hoofdstuk 6 komt de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid aan de orde. In het laatste hoofdstuk wordt de procedure toegelicht.

Bestemmingsplan Voorterrein Nautische Boulevard, Wessem

11

2.

Planbeschrijving

2.1

Bestaande situatie

De projectlocatie is gelegen ten zuidwesten van de kern Wessem. Momenteel is binnen het plangebied het bedrijf Soft Carwash gevestigd. Het oostelijk deel van het plangebied bestaat uit een parkeerplaats. Het westelijk deel van het plangebied bestaat uit verhard gebied met enkele ommuringen en zuidelijk is de Maas gelegen. Meer specifiek ligt de projectlocatie aan de Maasdijk 2 en omvat de percelen Wessem, sectie C, nummers 476, 477, 586 en 587 (gedeeltelijk). De omgeving van de projectlocatie kent diverse bedrijfsmatige functies waarvan het merendeel is toegespitst op nautische activiteiten, waaronder de haven van Wessem met verscheidene aanlegplaatsen. Echter bevinden zich op de percelen direct aangrenzend aan het plangebied bedrijven met andere doeleinden. Ten westen grenst het plangebied bijvoorbeeld aan het bedrijf Sibelco Filcom B.V. bij Sibelco wordt zand aangevoerd, met name per as, wat vervolgens wordt gedroogd, gemalen en geclassificeerd. De eindproducten gaan per as naar de klanten. Via de Maasdijk heeft de projectlocatie aansluiting op de Waage Naak welke grenst aan verschillende wegen richting de kern van Wessem. Via de Verbindingsweg, de Thornerweg, de Paardenbeemd en De Lange Beemdens vindt aansluiting plaats met de A2.

2.2

Toekomstige ontwikkeling

Het huidige carwash bedrijf zal worden gesloopt en de verharding zal op grote delen van het terrein worden verwijderd. Met onderhavig initiatief zijn twee gebouwen beoogd voor nautische en watersportgerelateerde bedrijvigheid en daaraan ondergeschikte kantoren, detailhandel en horeca. Daarnaast kunnen drijvende steigers worden gerealiseerd die reiken tot maximaal 50 meer in het water. Aan de steigers is mogelijk ruimte voor drijvende bouwwerken of constructies om ‘binnen’ te werken aan drijvende boten. Uit een marktconsultatie1 blijkt er behoefte te zijn aan zowel recreatieve als aan bedrijfsmatige functies. De meest relevante uitgangspunten worden hierna kort verwoord. Voor de twee gebouwen gelden verschillende functieprofielen. Het gebouw aangrenzend aan het dorp is beoogd voor horeca, showroom, verhuur, winkel, accessoires, scheepsmakelaar en dergelijke activiteiten. In het toekomstig gebouw naast Sibelco is er ruimte voor verschillende soorten vakmensen in de waterrecreatie, eventueel gecombineerd met andere functies uit het deelgebied bij het dorp. Stalling en de meer belastende werkzaamheden passen minder goed in dit gebied. Binnen in de gebouwen is daarentegen een zo flexibel mogelijke indeling gewenst. Inzet van de ruimte óp het water wordt gezien als essentieel voor de ontwikkellocatie.

Het combineren van gebruik van de wal met gebruik van ligplaatsen biedt voor meerdere bedrijven erg veel meerwaarde of zelfs een essentiële vestigingsfactor. Het beschikbaar houden van water voor alle gebruikers van het land is daarmee ook een belangrijke strategie. Voor uniciteit van het gebied zijn er kansen voor de ontwikkeling van bijzondere werkplekken. Het drijvend maar overdekt werken aan de boot bespaart tijd en geld. De mogelijkheid om met materiaal en materieel aan de kade naast de boot te kunnen komen biedt ook flexibiliteit.

1

Vrolijks projectbureau. Verslag Marktconsultatie Nautische Boulevard Wessem, d.d. 4 juli 2022

Bestemmingsplan Voorterrein Nautische Boulevard, Wessem

12

De functies op het water worden vooral gezien als ligplaatsen, niet zozeer als kantoren of als uitbreiding van de beschikbare ontwikkellocatie land. Wel wordt in het verslag aangegeven dat reguliere ligplaatsen (jachthaven) hoogstens beperkt aanvullend mogen zijn. Ligplaatsen ten behoeve van de functies moeten de kurk zijn. Als meerwaarde wordt door meerdere ontwikkelaars en potentiële gebruikers aangedragen dat er plekken zouden moeten zijn om een schip direct af te meren naast een parkeerplaats om met een busje langszij te kunnen komen voor werkzaamheden. Deze kwaliteit wordt in de regio sterk gemist. Ook de mogelijkheid om overdekt aan drijvende schepen te kunnen werken wordt als enorm pluspunt gezien en als vestigingsfactor voor specialisten uit de regio. Om een te massale uitstaling te voorkomen is het aantrekkelijk de gevels verticaliteit te geven en eventueel te laten verspringen. Dat geldt ook voor de daken. Binnen in de gebouwen is daarentegen een zo flexibel mogelijke indeling gewenst. Door nauwkeurig te kijken naar opbouw van het volume en ontwerp wordt de uitstraling minder massaal maar wordt de ruimte optimaal benut. Voor met name het bouwblok naast Sibelco is het een kansrijke optie om werkunits te maken met (glazen) roldeuren en eventueel hangende kantoren, om hier ruimte te maken voor kleinere specialistische bedrijven.

De inrichting van drijvende werkplekken en de ontsluiting van het water via een lage kade passen bij dit bouwblok en bij de daar vestigende functies. Ontsluiting van de lage kade kan via de strook bij de trailerhelling of via de tussenstraat. Ontsluiting van deze ontwikkellocatie geschiedt het beste via de Waage Naak, om het schakelpunt tussen dorp en Nautische Boulevard niet te belasten met een parkeeropgave. Binnen het plangebied is er voldoende ruimte (te maken) voor parkeren voor eigen behoefte en eventueel voor overloop vanuit het dorp. De ontsluiting maakt echter de dorpszijde van de Thornerbeek een meer logische locatie. Dit vraagt nog een nadere afweging. Belangrijk is dat het parkeren binnen en buiten het gebied gevarieerd mag zijn in uitvoering, bereikbaarheid en intensiteit van gebruik

2.3

Ruimtelijke en stedenbouwkundige effecten

Op basis van de marktconsultatie zijn een aantal ruimtelijke randvoorwaarden geformuleerd.2 Voor de ruimtelijke randvoorwaarden is op basis van een aantal schetsbeelden en input vanuit de marktconsultatie een ruimtelijke analyse uitgevoerd. Daarbij is het niet de bedoeling de locatie te ‘ontwerpen’. Dit is en blijft een verantwoordelijkheid voor de ontwikkelende partner. Wel is een beeldkwaliteitsplan opgesteld om handvatten te geven en een representatieve uitstraling te waarborgen. 3 De stedenbouwkundige randvoorwaarden worden verder vertaald in de bouwregels van onderhavig bestemmingplan. Het beeldkwaliteitsplan is als bijlage toegevoegd aan deze plantoelichting. Hieronder wordt een samenvatting gegeven van de uitgangspunten uit het beeldkwaliteitsplan. Voor het ontwikkelgebied, dat een omvang heeft van 17.800 m 2, wordt een bouwvlak aangeduid met een omvang van maximaal 5.120 m 2. Binnen dit bouwvlak kunnen maximaal twee gebouwen worden ontwikkeld.

2 3

Vrolijks projectbureau. Ruimtelijke principes en procedures voor partnerselectie, d.d. 3 mei 2023 BREEN Stedenbouw, Beeldkwaliteitsplan Voorterrein Nautische Boulevard Wessem, d.d. 6 november 2023

Bestemmingsplan Voorterrein Nautische Boulevard, Wessem

13

Met de ontwikkeling wordt de aansluiting gezocht met enerzijds de kleinschaligheid van het dorp en anderzijds de grote bedrijfsgebouwen in de haven. Op het moment dat er twee gebouwen worden ontwikkeld zal er een tussenstraat van 15 meter worden vrijgehouden. Deze zal fungeren voor de (gebouw)ontsluiting en een deel van de parkeervraag bedienen. Als er één gebouw wordt ontwikkeld zal de parkeervraag in de Maasdijk moeten worden opgelost. De definitie van de bouwvlakken wordt in vaste en flexibele begrenzingen gedefinieerd.

Met de vaste begrenzingen wordt de kwaliteit en gebruiksmogelijkheden van de bedrijfslocatie, de kade, de eventuele tussenstraat en omliggende percelen geborgd. In de basis zullen de één of twee gebouwen een vergelijkbare opbouw krijgen: de gebouwen zijn ‘familie’ van elkaar. Dat houdt in dat de gevelopbouw, materiaalgebruik en dakvorm samenhangend wordt vormgegeven. Indien er één gebouw wordt ontwikkeld is het noodzakelijk om te voorkomen dat het gebouw zich als een massief gebouw gaat manifesteren. Geleding en een set back in de langsgevels is in dat geval een vereiste. De maximale bouwhoogte aan de zuidwestzijde is 12 meter (en minimaal 9 meter) met een maximale goothoogte van 9 meter en sluit daarmee aan op de aangrenzende bebouwing van Sibelco. Aan de zijde van Waage Naak kan tot 14 meter (minimaal 9 meter) hoog met een maximale goothoogte van 9 meter worden gebouwd. Deze hoogte is hoger dan omliggende bebouwing en geeft ruimte voor intensief grondgebruik en het bouwen van een accent op het overgangsgebied tussen het dorp en het haven/werkgebied. Binnen de voorgestelde hoogtes kunnen meerdere vloeren worden aangebracht. Aan de zuidwestzijde kan bijvoorbeeld

Bestemmingsplan Voorterrein Nautische Boulevard, Wessem

14

een kantoorvloer boven een werkhal worden gerealiseerd. Aan de noordoostzijde kunnen meerdere kantoorvloeren boven een werk/bedrijfsruimte worden gerealiseerd. Hierbij kan gedacht worden aan maximaal vier bouwlagen. Richting de Waage Naak is een accent tot maximaal 17 meter voorstelbaar.

Suggestie van indeling in verschillende ruimtes en hoogtes (uit voornoemd beeldkwaliteitsplan)

SCHADUWSTUDIE Er is een schaduwstudie uitgevoerd. In de studie is aangesloten bij het beeldkwaliteitsplan en de visuele uitwerking van het ontwerp. De maximale bouwhoogte is 14 meter met een maximale goothoogte van 9 meter. Gezien afwijkingsmogelijkheid van 10% die is opgenomen in het bestemmingsplan is direct rekening gehouden met 110% van deze hoogten. Tevens is er aan de dorpszijde sprake van een hoogteaccent met een maximale bouwhoogte van 17 meter. Om te onderzoeken wat het effect is van het hoogte-accent aan de dorpszijde en de bijbehorende schaduwwerking is er zowel een schaduwonderzoek gedaan naar een variant met hoogte-accent aan de zijde Maasdijk en een variant met hoogte-accent aan de zijde Waterkant. In het bestemmingsplan wordt alleen het

Bestemmingsplan Voorterrein Nautische Boulevard, Wessem

15

hoogte-accent aan de zijde Waterkant juridisch mogelijk gemaakt. Om het schaduweffect over de gehele dag te monitoren is er gekozen voor een drietal representatieve meetmomenten om 09.00 uur, 12.00 uur en 15.00 uur. In het voorjaar is bij een volledige dag zon beperkt sprake van slagschaduw op het betreffende pand tijdens enkele ochtenduren. Daarbij kan bij een volledige dag zon enkele uren tot maximaal 10.00 uur sprake kan zijn van schaduwwerking op de raampartij van de winkel. Dit duurt naar schatting tot maximaal 10.00 uur. In de zomer is er geen sprake van slagschaduw op de betreffende gevelpartij. In het najaar is er bij een volledige dag zon beperkt sprake van slagschaduw op het betreffende pand tijdens enkele ochtenduren. Daarbij kan bij een volledige dag zon enkele uren tot maximaal 10.00 uur sprake zijn van schaduwwerking op de raampartij van de winkel. Dit duurt naar schatting tot maximaal 10.00 uur. In de winter is bij een volledige dag zon in de ochtend sprake van schaduw op het betreffende pand (woning, winkel en dakterras). In de vroege ochtend is er nog geen zon of schaduw, in de late ochtend is er schaduw op de ramen van de woning en het dakterras. In de middag is er geen sprake meer van schaduw op de woning, winkel en dakterras. WATERPROGRAMMA Naast een landprogramma wordt er ruimte geboden aan een waterprogramma.

Hiervoor kunnen drijvende steigers worden geplaatst. De steigers reiken tot maximaal 50 meter in het water, gerekend vanaf de kaderand. De steigers worden drijvend en van duurzame materialen samengesteld. Aan steiger A. is mogelijk ruimte voor drijvende bouwwerken of constructies om ‘binnen’ te werken aan drijvende boten. De werkzaamheden zijn gerelateerd aan de activiteiten van de bedrijven op de wal van het te ontwikkelen terrein. De drijvende objecten hebben een eenduidige vormgeving. Reclame-uitingen op de buitenzijde zijn beperkt mogelijk. De maximale bouwhoogte van de boothuizen is 8 meter nokhoogte, gemeten vanaf het water. Functies en toepassing zijn gebonden aan regels van Rijkswaterstaat in het kader van de Beleidslijn Grote Rivieren.

Bestemmingsplan Voorterrein Nautische Boulevard, Wessem

16

Waterprogramma ingevolge het beeldkwaliteitsplan

Bestemmingsplan Voorterrein Nautische Boulevard, Wessem

17

3.

Beleidskader

In dit hoofdstuk wordt het beleidskader dat relevant is voor het plan toegelicht en wordt het plan hieraan getoetst. Er is sprake van een doorwerking van beleid dat is vastgesteld op verschillende niveaus van bestuur.

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

Op 11 september 2020 heeft het Rijk vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De NOVI omvat een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak. Het streven naar integraliteit dat onderdeel is van de NOVI valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten:  Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;  Duurzaam economisch groeipotentieel;  Sterke en gezonde steden en regio’s;  Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd om te komen tot weloverwogen beleidskeuzes. Die zouden moeten helpen bij het afwegen en prioriteren van verschillende belangen en opgaven: 1.

Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies. 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. 3. Afwentelen wordt voorkomen. De nationale overheid richt zijn in de NOVI zich op 21 verschillende nationale belangen: 1. bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; 2. realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit; 3. waarborgen en versterken van grensoverschrijdende en internationale relaties; 4. waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving; 5. zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften; 6. waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem; 7. In stand houden en ontwikkelen van de hoofdinfrastructuur voor mobiliteit; 8. waarborgen van een goede toegankelijkheid van de leefomgeving; 9. zorg dragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire activiteiten; 10. beperken van klimaatverandering; 11. realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO₂-arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur; 12. waarborgen van de hoofdinfrastructuur voor transport van stoffen via (buis)leidingen; 13. realiseren van een toekomstbestendige, circulaire economie;

Bestemmingsplan Voorterrein Nautische Boulevard, Wessem

18

14. waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit); 15. waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater; 16. waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat; 17. realiseren en behouden van een kwalitatief hoogwaardige digitale connectiviteit; 18. ontwikkelen van een duurzame voedsel- en agroproductie; 19. behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang; 20. verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit; 21. ontwikkelen van een duurzame visserij. Afweging Bij het voorliggende initiatief is sprake van een dermate kleinschalige ontwikkeling dat geen nationale belangen in het spel zijn. De beoogde ontwikkeling is dan ook niet in strijd met de nationale belangen zoals verwoord in de Nationale Omgevingsvisie. 3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), ook wel Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Ruimte genoemd, bevat regels ter bescherming van nationale belangen. De keuze voor deze belangen is reeds gemaakt in de voormalige Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (voorloper NOVI) en worden met het Barro en het Besluit ruimtelijke ordening (Barro) juridisch verankerd. Verdere uitwerking heeft voorts plaatsgevonden in de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro). In totaal gaat het om veertien nationale belangen, te weten:  Rijksvaarwegen;  Project Mainportontwikkeling Rotterdam;  Kustfundament;  Grote rivieren;  Waddenzee en waddengebied;  Defensie;  Hoofdwegen en hoofdspoorwegen;  Elektriciteitsvoorziening;  Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen;  Ecologische hoofdstructuur;  Primaire waterkeringen buiten het kustfundament;  IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte);  Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde;  Ruimtereservering parallelle Kaagbaan. In het kader van deregulering en decentralisatie is ervoor gekozen om de regels zoveel mogelijk door te laten werken op het niveau van de lokale besluitvorming.

Door de nationale belangen in bestemmingsplannen te borgen, worden deze belangen reeds in een vroeg stadium vastgelegd, wat bijdraagt aan een versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke druk. Enkele bepalingen hebben echter betrekking op provinciaal medebewind en ontheffingsmogelijkheden. In het bijzonder gaat het hier om de artikelen ten behoeve van Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde en de EHS.

Bestemmingsplan Voorterrein Nautische Boulevard, Wessem

19

Afweging Het plangebied is gelegen in de nabijheid van rivier de Maas, maar niet gelegen binnen het rivierbed of in een bergend regime. Het gedeelte van het plangebied binnen de Maas bevindt zich echter wel binnen het stroomvoerend regime. Hierbij geldt de beleidsregel dat in deze delen van het rivierbed in principe alleen specifiek omschreven 'riviergebonden' activiteiten zijn toegestaan. Onder riviergebonden activiteiten valt de realisatie van betere en veilige afwikkeling van de beroeps- en recreatievaart en de realisatie van voorzieningen die onlosmakelijk met de waterrecreatie zijn verbonden. De aanlegsteigers die worden beoogd met het initiatief kunnen hieronder worden geschaard aangezien deze worden beoogd voor recreatieve en nautisch- en watersportgerelateerde bedrijfsactiviteiten. Door Rijkswaterstaat zal wel een vergunning moeten worden afgegeven. Daarnaast moet ermee rekening worden gehouden dat de lage kade bij hoger water regelmatig zal overstromen en deze moet dus gezien worden als flexibele en vrije ruimte. Er zijn geen andere belemmeringen ingevolge het Barro waarmee rekening moet worden gehouden. De beoogde ontwikkeling is kortom niet in strijd met de beleidsregels zoals deze zijn opgenomen in het Barro. 3.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen. De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De ladder is een motiveringsinstrument dat verplicht moet worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit dat een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ mogelijk maakt. Wat er onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is in artikel 1.1.1 Bro bepaald: “De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Uit de jurisprudentie komt naar voren dat het wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn. 4 Per 1 juli 2017 is een gewijzigde Ladder in werking getreden.

Hierin is de tekst van de Ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om aan te geven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte plus een motivering indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” (artikel 3.1.6 lid 2 Bro). Afweging Er is een ladderonderbouwing opgesteld. De laddertoets is als bijlage bij deze toelichting opgenomen. De ontwikkeling past binnen de gestelde beleidskaders en draagt bij aan de beleidsdoelstellingen van Rijk, provincie, regio en gemeente. 

Vanuit de provincie wordt er ingezet om over voldoende werklocaties en ontwikkelruimte te beschikken voor bestaande en nieuwe bedrijven op bedrijventerreinen. Hierbij hebben ontwikkeling op bestaande terreinen en ontwikkelingen aansluitend op stedelijk gebied de voorkeur. Het initiatief wordt gerealiseerd

4

O.a. ABRS 1 juni 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:1503), ABRS 18 februari 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:428) en ABRS 24 augustus 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2319).

Bestemmingsplan Voorterrein Nautische Boulevard, Wessem

20

op een bestaand bedrijventerrein. Daarnaast wordt een bestaand bedrijventerrein omgezet naar een terrein wat beter aansluit op de huidige wensen van ondernemers. Dit ook is een belangrijk punt van de provincie. 

Volgens het beleidskader van de regio Midden-Limburg vormen de bestaande locaties en plannen het vertrekpunt voor de opvang van de groei van het bedrijfsleven in Midden-Limburg, en van daarbuiten. In de praktijk is zichtbaar dat er in toenemende mate sprake is van kwantitatieve schaarste in verschillende gemeenten in de regio Midden-Limburg. Tevens is er in sommige gemeenten sprake van een mismatch tussen kwantitatief aanbod en kwalitatieve vraag. Het initiatief sluit aan op de kwantitatieve en kwalitatieve vraag binnen de gemeente Maasgouw en daarbuiten door het realiseren van natte kavels.

De gemeente Maasgouw wordt gekenmerkt door zijn natte bedrijventerreinen die van oudsher hun plek innemen en waar langjarige ervaring bestaat met scheepsbouw, -reparatie en –onderhoud. Er wordt ook benoemd dat dat er weinig groeimogelijkheden zijn voor bestaande bedrijven in het algemeen en voor watergebonden bedrijven in het bijzonder. Het initiatief speelt hierop in door het realiseren van natte kavels, met speciaal aandacht voor nautische bedrijvigheid.

Nieuwe stedelijke ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied Het initiatief geldt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling omdat de beoogde functie (deels) niet is toegestaan in het huidige bestemmingsplan. De functieaanduiding wordt aangepast in het nieuwe bestemmingsplan, daarnaast is de beoogde ontwikkeling groter dan 500 m² bvo. Het plangebied Nautische Boulevard Wessem heeft in het vigerende bestemmingsplan (Land van Thorn, vastgesteld 22-05-2014) de enkelbestemming ‘Bedrijventerrein’. In de directe omgeving zijn bovendien stedelijke functies gelegen. Gezien het voorgaande is sprake van een ligging ‘binnen bestaand stedelijk gebied’ en is een verder motivering op dit punt niet nodig. Kwantitatieve behoefte Geconcludeerd wordt dat er naar verwachting onvoldoende kwantitatieve ruimte is om het initiatief te laten landen op de bestaande bedrijventerreinen in het primaire verzorgingsgebied: 

Op basis van historische uitgifte in de periode 2009 – 2020 is de indicatieve kwantitatieve behoefte bepaald voor 2035 bepaald. De indicatieve behoefte komt uit op 4 hectare. Op het moment dat de piekjaren niet worden meegenomen in het gemiddelde komt er een gemiddelde jaarlijkse uitgifte uit van 1,5 ha. Dit resulteert in een uitbreidingsvraag tot 2035 van 19,5 hectare. Een bandbreedte van 19,5 tot 52 hectare is aangehouden in het onderzoek

Voor natte kavels is er in dezelfde periode 3,4 hectare uitgegeven. Dit resulteert in een uitbreidingsbehoefte in 2035 van 3,6 hectare.

In het primaire verzorgingsgebied ligt er een hardplanaanbod van 87,2 hectare. Dit betekend dat er voor reguliere bedrijventerreinen er meer aanbod is dan dat er vraag ligt voor de komende jaren. Wel ligt een groot gedeelte van dit harde planaanbod onder optie. Hierdoor is het aanbod in theorie van de markt, maar in de praktijk kan de ondernemer nog afzien van de kavel waardoor het aanbod weer op de markt komt, ook al komt dit niet vaak voor. Daarnaast ligt er ook aanbod op gespecialiseerde bedrijventerrein voor o.a. logistiek. Als het planaanbod onder optie en het gespecialiseerde aanbod niet wordt meegenomen in de confrontatie ligt er een lichte behoefte naar nieuw bedrijventerreinen aanbod voor het MKB in het primaire verzorgingsgebied.

Voor natte kavels is er geen hardplanaanbod meer aanwezig in het primaire verzorgingsgebied. Hier ligt dus een nadrukkelijke behoefte voor het realiseren van natte bedrijfskavels. De behoefte naar natte kavels sluit goed aan op het beoogde initiatief. De toevoeging van de nautische boulevard Wessem zou daarmee een wenselijk aanvulling zijn in het lokale aanbod van natte kavels.

Bestemmingsplan Voorterrein Nautische Boulevard, Wessem

21

Kwalitatieve behoefte Het realiseren van een nautische boulevard in Wessem voorziet in een kwalitatieve behoefte: 

Het aantal vierkante meter bedrijventerreinen zal in wezen niet significant toenemen. De huidige bestemmingen zullen intact worden gehouden. Het bouwvlak daar daarentegen worden aangepast, zodat de bedrijfsvoering op de beoogde locatie geoptimaliseerd kan worden.

Bedrijventerrein kavels voor het lokale MKB zijn schaars. Door de ruimteclaim van verschillende disciplines wordt er daarnaast steeds minder bedrijventerrein bijgebouwd, dit geldt al helemaal voor kade gebonden bedrijventerreinen. Door deze ontwikkeling kan het voorkomen dat bedrijven die niet gebruik maken van de mogelijkheden van een natte kavel zich wel vestigen op kavels die deze mogelijkheid bieden. Hierdoor wordt de kade niet gebruikt. Dit zorgt er per saldo weer voor dat bedrijven die wel een natte kavel zoeken buiten de boot vallen. Door het realiseren van het bestemmingsplan dat alleen bedrijven die nautisch georiënteerd zijn toegestaan wordt het makkelijker voor dit soort bedrijven zich te vestigen.

Er zijn in wezen geen andere beschikbare optie voor het initiatief. Het aantal beschikbare ‘natte’ bedrijventerreinen is zeer beperkt in Limburg en in wezen is er geen geschikt aanbod op gepaste afstand van Wessem. Het dichtstbijzijnde beschikbare en geschikte aanbod ligt in Maastricht (Beatrixhaven) en Venlo (Venlo Trade Port).

Uit onderzoek blijft dat circa 700.000 Nederlandse huishoudens de komende 3 jaar de aanschaf van boten en of watersportuitrustingen overwegen. De interesse is het grootst voor supboards, visuitrusting en sloepen. Uit deze statistieken blijkt dat watersport steeds populairder wordt. Hiermee stijgt ook de behoefte naar voorzieningen in deze branche. Het initiatief draagt hieraan bij.

Geen onaanvaardbare leegstandseffecten Het is niet de verwachting dat er als gevolg van het realiseren van de bestemming bedrijventerrein er elders onaanvaardbare leegstandeffecten zullen optreden: 

Het aanbod van watergebonden bedrijfskavels is zeer beperkt tot niet aanwezig in Maasgouw en omgeving. De behoefte naar dit soort kavels is echter wel sterk aanwezig.

Het bestaande aanbod van bedrijfspanden en de leegstand hebben slechts een beperkte omvang ten opzichte van het totale areaal bedrijventerrein en bedrijfspanden die in gebruik zijn. De leegstaan bedraagt slechts 1-5%. Dit is onder de gezonde frictieleegstand van 5-6% die hoort bij een gezonde bedrijfsruimte markt.

De beoogde locatie wordt op het moment gebruikt ook gebruikt als bedrijventerrein, de toekomstige functie van het bedrijventerrein is een nautische functie. Enkel bedrijven die een werkzaam zijn in de nautische sector mogen hier vestigen. Het overige gedeelte van het bedrijventerrein is al georiënteerd op de nautische sector, hiermee wordt het aanbod alleen maar geconcentreerd en verstrekt.

De ontwikkeling voldoet aan de Ladder voor Duurzame Verstedelijking. 

Het initiatief voorziet in een kwantitatieve en kwalitatieve behoefte.

De locatie valt binnen de huidige bestemming ‘Bedrijventerrein’ en is daarmee onderdeel van het stedelijk gebied.

Het is niet te verwachten dat er als gevolg van het initiatief onaanvaardbare leegstandeffecten zullen optreden.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Provinciale Omgevingsvisie (POVI)

Met de komst en invoering van de Omgevingswet dient elke provincie haar eigen provinciale omgevingsvisie op te stellen.

Bestemmingsplan Voorterrein Nautische Boulevard, Wessem

22

Op 1 oktober 2021 heeft de provincie Limburg de provinciale omgevingsvisie vastgesteld: ‘de Provinciale omgevingsvisie Limburg’ (hierna te noemen: POVI Limburg). De POVI Limburg is een lange termijnvisie, met als doelstelling invulling geven over hoe de provincie Limburg in de periode 2030-2050 op een integrale en toekomstbestendige manier kan door ontwikkelen. De omgevingsvisie is dynamisch en flexibel, aangezien dit mogelijkheden biedt om het document te actualiseren met het oog op toekomstige veranderingen. De POVI is op 25 oktober 2021 in werking getreden en vervangt daarmee het Provinciaal Omgevingsplan Limburg uit 2014 (POL2014). Daarnaast is er een omgevingsverordening uitgewerkt om het beleid juridisch te verankeren. Deze omgevingsverordening wordt besproken in paragraaf 3.2.3. Hoofdopgaven In de provinciale omgevingsvisie Limburg zijn een aantal hoofdopgaven te onderscheiden, namelijk:  het creëren van een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige omgeving, zowel in het landelijk- als in het bebouwde gebied;  een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie (inclusief landbouwtransitie);  klimaatadaptatie en energietransitie. Deze opgaven, die Limburg-breed spelen, dienen met inachtneming van de specifieke eigenschappen die Limburg bezit op een integrale en toekomstbestendige manier te worden geïmplementeerd.

Participatie tussen de overheid, de markt en de inwoners van Limburg is hierbij een belangrijk uitgangspunt. In de Provinciale omgevingsvisie Limburg wordt daarnaast een toekomstbeeld van 2030-2050 geschetst. Inhoud De POVI bestaat uit twee delen:  een thematisch deel waarin gedetailleerd wordt ingegaan op de provinciale ambities en opgaven voor de diverse thema’s;  een gebiedsgericht deel waarin de thema’s op hoofdlijnen verbonden worden op regionale schaal voor de drie regio’s Noord-, Midden en Zuid-Limburg. De thema’s welke in het kader van onderhavig initiatief hoofdzakelijk van toepassing zijn betreffen de aspecten 'Werklocaties' en ‘Economie’. Werklocaties De kwaliteit van Limburgse bedrijventerreinen is niet overal aan de maat. Het gevolg is dat verouderde bedrijventerreinen leegstaande plekken en panden bevatten. In sommige gevallen leidt dit tot verloedering en criminele activiteiten. Daarnaast beschikken gemeenten vaak niet over de financiële middelen of spankracht om in samenwerking met de vele eigenaren bestaande bedrijventerreinen op te knappen en structureel te onderhouden. Tegelijkertijd dringen bedrijven aan op de aanleg van nieuwe bedrijventerreinen. Bij de vestiging van nieuwe bedrijven wordt zoveel mogelijk gestreefd naar multifunctioneel ruimtegebruik.

Combinaties van functies vergroot de levensvatbaarheid en duurzaamheid van bedrijventerreinen en de koppelkansen met andere beleidsdoelen, zoals de energietransitie en klimaatadaptatie. Werklocaties dienen compact te zijn om ruimtegebruik en landschappelijke inpassing te optimaliseren. Hierbij wordt de redeneerlijn “behoefte-bestaand-uitbreiding-nieuw” gehanteerd, om op deze wijze zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik te stimuleren.

Bestemmingsplan Voorterrein Nautische Boulevard, Wessem

23

Dit betekent concreet: 1. de behoefte aantonen; 2. (her)gebruik ruimte op bestaande, evt. te herstructureren terreinen; 3. ontwikkeling nieuwe terreinen aansluitend aan bestaande werklocaties; 4. mogelijk andere buitenstedelijke locaties (mits gemotiveerd) te ontwikkelen. Economie De vrijetijdseconomie vormt een belangrijke economische pijler in Limburg. Voor een florerende vrijetijdseconomie zijn de kwaliteit van landschap en natuur, aantrekkelijke steden en een goede bereikbaarheid van belang. Een stabiele balans is nodig: 

tussen beleving en bescherming van landschap en natuur;

tussen belangen van toeristen, recreanten en inwoners;

tussen uiteenlopende wensen van verschillende groepen recreanten;

tussen de verschillende groepen in het landelijk gebied die gebruik maken van dezelfde infrastructuur.

Daarbij is de ambitie van de provincie om het vakmanschap in de (water)recreatiesector versterken. Ondernemers, overheden en kennisinstellingen moeten hiervoor samenwerken aan een goede fysieke infrastructuur. Daarnaast is het de ambitie om data en kennis te delen, sterke netwerken te vormen en \een gezamenlijke marketingstrategie die gericht is op de juiste doelgroepen te ontwikkelen. In het buitengebied en de groenblauwe mantel zijn alleen initiatieven voor vrijetijdseconomie mogelijk die daar functioneel aan gebonden zijn, zoals een kampeerterrein, een dagstrand, agrotoerisme of een visvijver voor de sportvisserij. Een uitzondering hierop is het vestigen van een grootschalige (boven)regionale dagrecreatieve trekker in het buitengebied; indien de beoogde locatie bij een integrale afweging de meest optimale locatie blijkt. Afweging Onderhavig initiatief voorziet in het realiseren van een bedrijvenlocatie waarbinnen een mix van primair bedrijvigheid en ondergeschikt kantoren, detailhandel en horeca worden beoogd. Momenteel is er op het plangebied reeds bedrijvigheid toegestaan. Er wordt met het onderhavig initiatief een beperkter aanbod aan bedrijvigheid beoogd, namelijk enkel voor nautische activiteiten. Uit het eerder benoemde marktonderzoek5 volgt dat er behoefte is aan een dergelijke ontwikkeling.

Het initiatief sluit tevens aan bij de ambitie van de provincie om de (water)recreatiesector te versterken. De ontwikkeling draagt namelijk bij aan het versterken en aantrekken van toerisme in het gebied waarvoor horeca en detailhandel is beoogd ten dienste van de aanwezige watersportbedrijven. Daarnaast betreft het gedeelte dat binnen de Groenblauwe natuurzone drijvende steigers worden geplaatst. De steigers reiken tot maximaal 50 meter in het water, gerekend vanaf de kaderand. De steigers worden drijvend en van duurzame materialen samengesteld. Aan de steigers is mogelijk ruimte voor drijvende bouwwerken of constructies om ‘binnen’ te werken aan drijvende boten. Deze zullen ten dienste van de toekomstige bedrijvigheid worden gerealiseerd. De steigers met drijvende bouwwerken of constructies zijn functioneel gebonden en derhalve niet in strijd met de POVI. De beoogde detailhandel, horeca en kantoren dienen allen ter ondersteuning van de bedrijvigheid. Hiermee voldoet onderhavig initiatief aan de Provinciale Omgevingsvisie Limburg.

5

Vrolijks projectbureau. Verslag Marktconsultatie Nautische Boulevard Wessem, d.d. 4 juli 2022

Bestemmingsplan Voorterrein Nautische Boulevard, Wessem

24

3.2.2

Omgevingsverordening Limburg 2014 (geconsolideerde versie van 16 december 2022)

De provincie Limburg heeft op 12 december 2014 de Omgevingsverordening Limburg 2014 vastgesteld. Hierin staan de regels die nodig zijn om het omgevingsbeleid uit het voormalige Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 (POL2014) juridische binding te geven. Het POL2014 is inmiddels komen te vervallen, maar de in 2014 vastgestelde omgevingsverordening blijft van kracht totdat een nieuwe omgevingsverordening op grond van de nieuwe POVI in werking treedt. Artikel 2.2.2 Ladder voor duurzame verstedelijking In de omgevingsverordening is een verwijzing opgenomen naar de Ladder voor duurzame verstedelijking en hierbij is in artikel 2.2.2 van de verordening het navolgende bepaald: 1. Een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, houdt rekening met het bepaalde in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. 2. Bij een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, worden tevens de mogelijkheden van herbenutting van leegstaande monumentale en beeldbepalende gebouwen, zoals bedoeld in artikel 2.2.3, onderzocht. 3. De toelichting bij het ruimtelijk plan bevat een verantwoording over de wijze waarop invulling is gegeven aan het bepaalde in het eerste en tweede lid.

In het Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 (POL2014) zijn, na een proces van co-creatie, eind 2014 de hoofdlijnen voor de ambities, opgaven, rolopvatting en aanpak vastgesteld door Provinciale Staten. Samen met stakeholders hebben de gemeenten en provincie geconstateerd dat voor diverse thema’s meer uitvoeringsgerichte regionale bestuursafspraken nodig en wenselijk zijn. Het gaat om 8 thema's: wonen, detailhandel, bedrijventerreinen, kantoren, energie, land- en tuinbouw, vrijetijdseconomie en Nationaal Landschap Zuid-Limburg. In artikel 2.4.5 is een instructieregel opgenomen voor de vestigingsmogelijkheden van bedrijven. Hierin is het volgende opgenomen: Artikel 2.4.5 Vestigingsmogelijkheden bedrijven 1. Een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Midden-Limburg voorziet niet in de toevoeging van vestigingsmogelijkheden voor bedrijventerreinen aan de bestaande voorraad bedrijventerreinen alsmede aan de bestaande planvoorraad bedrijventerreinen anders dan in overeenstemming met de algemene opgaven en de thematische principes zoals beschreven in paragraaf 5.2 van POL2014, het beleidskader werklocaties Midden-Limburg en de bestuursafspraken regionale uitwerking POL2014 voor de regio Midden-Limburg. 2. Een ruimtelijk plan: 

laat geen bedrijfskavel toe met een oppervlakte van meer dan 5 hectare;

laat niet toe dat bedrijfskavels worden samengevoegd indien hierdoor bedrijfskavels groter dan 5 hectare ontstaan;

laat niet toe dat gebouwen zodanig worden gerealiseerd of met elkaar verbonden dat zij de grens van een bedrijfskavel overschrijden.

3. De toelichting bij het ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Midden-Limburg bevat een verantwoording van de wijze waarop invulling is gegeven aan het bepaalde in het eerste lid respectievelijk het tweede lid.

Bestemmingsplan Voorterrein Nautische Boulevard, Wessem

25

4. De toelichting bij een ruimtelijk plan bevat een beschrijving van het proces van voorbereiding van het initiatief, de planvoorbereiding en indien aan de orde de verantwoording van de afstemming in (sub-)regionaal verband. Artikel 2.19.1 Klimaatadaptatie In artikel 2.19.1 is het volgende opgenomen: 1. De toelichting bij een ruimtelijk plan dat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt bevat een beschrijving van: a. de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de risico’s en gevolgen van klimaatverandering; en b. de maatregelen en voorzieningen die worden getroffen om de risico’s en gevolgen van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. 2. In de beschrijving worden in ieder geval de volgende risico’s betrokken: a. wateroverlast; b. overstroming; c.

droogte.

3. Bij de beschrijving wordt gebruik gemaakt van de informatie van gemeentelijke, regionale en landelijke stresstest- en overstromingskaarten. Artikel 4.4.1 Roerdalslenk Uit de kaarten behorende bij de Omgevingsverordening Limburg 2014 blijkt dat het plangebied zich begeeft binnen de boringsvrije zone Roerdalslenk III. Het is in de boringsvrije zone Roerdalslenk III verboden om een boorput, een bodemenergiesysteem of een aardwarmtesysteem te maken of hebben of de grond te roeren, dieper dan de bovenkant van de Bovenste Brunssumklei. Daarnaast is het verboden om werken op of in de bodem uit te voeren of te doen uitvoeren waarbij ingrepen worden verricht of stoffen worden gebruikt die de beschermende werking van de Bovenste Brunssumklei kunnen aantasten. Tot slot moet het voornemen tot het maken van een boorput, het aanleggen van een bodemenergiesysteem of het roeren van grond in de Roerdalslenk dieper dan 80 meter (in zone III) tot aan de Bovenste Brunssumklei vier weken tevoren schriftelijk gemeld worden aan gedeputeerde staten. Afweging Ladder voor duurzame verstedelijking Het ontwikkelgebied heeft een omvang van 17.800 m 2. Het grootste deel daarvan heeft reeds de bestemming ‘Bedrijventerrein’. Een parkeerterrein ten noordwesten van het plangebied wordt ook in deze ontwikkeling betrokken en de omvang hiervan is meer dan 500 m 2 (ondergrens ladderplicht).

Derhalve is een ladderonderbouwing opgesteld. De ladderonderbouwing is als bijlage bij de toelichting opgenomen en is samengevat in paragraaf 3.1.3. Vestigingsmogelijkheden bedrijven Onderhavig initiatief voorziet in een herstructurering van het huidige bedrijventerrein. Binnen het plangebied is reeds grotendeels bedrijvigheid toegestaan en een bestaand bedrijf wordt geamoveerd en vervangen door onderhavige bedrijfsontwikkeling. Door alleen nautische bedrijvigheid toe te staan ontstaat een gespecialiseerde bedrijvenlocatie dat past binnen de functies in de nabije omgeving. Uit het eerder genoemde marktonderzoek6 blijkt in de regio een marktvraag voor dit soort activiteiten te bestaan. Tot slot laat het plan geen

6

Vrolijks projectbureau. Verslag Marktconsultatie Nautische Boulevard Wessem, d.d. 4 juli 2022

Bestemmingsplan Voorterrein Nautische Boulevard, Wessem

26

bedrijfskavel toe met een oppervlakte groter dan 5 hectare. In paragraaf 3.3 zal het initiatief aan het regionaal beleid worden getoetst. Het initiatief voldoet derhalve aan de voorschriften van artikel 2.4.5. Klimaatadaptatie

Figuur: Stresstesten wateroverlast (boven) en droogte (onder) binnen het plangebied (rood omlijnd), bron: wpn.klimaatmonitor.net

Het plan bevindt zich op een bestaand bedrijventerrein wat momenteel al bestaat uit verhard terrein. Het plan zorgt dus niet voor een toename aan verharding en zal daardoor ook niet significant bijdragen aan droogte in het gebied. Daarnaast zal het hemelwater worden geïnfiltreerd waardoor omringende bedrijvig-

Bestemmingsplan Voorterrein Nautische Boulevard, Wessem

27

heid, en de toekomstige bedrijvigheid binnen het plangebied, geen toename aan wateroverlast zullen ervaren. Het initiatief is wel gelegen aan de Maas waardoor het kwetsbaar is voor overstromingen. Direct aangrenzend aan het plangebied wordt met het Hoogwaterbeschermingsprogramma het gebied verder beschermd van overstromingen door middel van een verhoogde kademuur. Dit moet ervoor zorgen dat de overstromingsnorm binnen het gebied gehandhaafd blijft en de kans op overstroming gering is binnen het gebied. Het plan is dan ook als klimaatadaptief te beschouwen. Roerdalslenk Binnen onderhavig voornemen zijn geen grondboringen dieper dan 80 meter voorzien. De ligging binnen de boringsvrije zone Roerdalslenk II vormt derhalve geen belemmering. Voor het overige zijn er geen rechtstreeks doorwerkende regels uit de Omgevingsverordening Limburg 2014 die een belemmering vormen voor de voorgenomen ontwikkeling. De voorgenomen ontwikkeling past dan ook binnen de Omgevingsverordening Limburg 2014. 3.2.3

Omgevingsverordening Limburg 2021

Met de komst van de Omgevingswet is een nieuwe omgevingsverordening nodig die past binnen de kaders en het instrumentarium van de Omgevingswet. Op 25 mei 2021 heeft het college van Gedeputeerde Staten het ontwerp van deze nieuwe Omgevingsverordening Limburg (2021) vastgesteld. Deze omgevingsverordening heeft van 7 juni tot en met 19 juli 2021 voor eenieder ter inzage gelegen en is in december 2021 door Provinciale Staten vastgesteld. De omgevingsverordening zal in werking treden wanneer de nieuwe Omgevingswet in werking treedt. Hoewel de Omgevingsverordening Limburg (2021) hoofdzakelijk een beleidsneutrale omzetting van de Omgevingsverordening Limburg 2014 is, staan er enkele nieuwe of inhoudelijk aanmerkelijk gewijzigde onderwerpen in. Het gaat hier om instructieregels aan gemeenten op het gebied van wonen, zonne-energie, na-ijlende effecten van de steenkoolwinning en huisvestingsnormen voor internationale werknemers. Instructieregels ‘Wonen, werken en recreëren’ Volgens de kaart ‘Wonen, werken en recreëren’ ligt het plangebied binnen de ‘Bedrijventerreinen’, de ‘Groenblauwe mantel’ en binnen de regio Midden-Limburg (thema’s detailhandel, kantoren, toerisme, recreatie, werklocaties, verstedelijking en wonen).

Bestemmingsplan Voorterrein Nautische Boulevard, Wessem

28

Figuur 4: Projectlocatie Omgevingsverordening Limburg 2021 (rood omlijnd)

De volgende instructieregels zijn van toepassing op het initiatief; Artikel 7.6 Instructieregels kernkwaliteiten in de groenblauwe mantel De motivering bij een plan dat betrekking heeft op een gebied in de groenblauwe mantel beschrijft: a. de in het plangebied aanwezige kernkwaliteiten in de groenblauwe mantel; b. de waarde van het plangebied als ecologische verbinding tussen gebieden gelegen binnen het Natuurnetwerk Limburg in het bijzonder met het oog op de impact voor de habitattypen in de Natura 2000-gebieden; c.

de waarde van het plangebied met het oog op de instandhouding van de natuurdoeltypen in de aangrenzende gebieden van het Natuurnetwerk Limburg;

d. de waarde van het plangebied voor het bieden van ruimte voor water en als waterberging in laagten en beekdalen e. de wijze waarop rekening is gehouden met de waarden onder a tot en met d; f.

hoe op gebiedsniveau per saldo geen kwaliteitsverlies plaatsvindt van de waarden onder a tot en met d.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Maasgouw&id=96245ef0-f9ac-4254-a50d-58a80f72d35c