CConstaterende datMaasgouw
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2: Nota ter beantwoording zienswijzen inzake het bestemmingsplan ‘Sleydal fase 5’en inspraakreactie op de ontwerp-welstandsnota (beeldkwaliteitsplan) ‘Sleydal fase 4 en 5’ (geanonimiseerd).

01. Raadsvergadering 2 juni 2026, gemeente MaasgouwBij agendapunt: Raadsvoorstel tot vaststelling bestemmingsplan 'Sleydal fase 5' en beeldkwaliteitsplan (welstandsnota) 'Sleydal fase 4 en 5'19.426 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Daarnaast dient het type woning te voldoen aan de huidige woningbouwbehoefte. Deze behoefte voorziet vooral in (kleinere) levensloopbestendige woningen. De woningen kunnen bestaan uit 1-laag, 2-laags of 1-laags met kap. Dit soort woningen zijn in het plangebied Sleydal al aanwezig. Voor fase 5 is een (ontwerp) Beeldkwaliteitsplan opgesteld. Het concept ontwerp beeldkwaliteitsplan ‘Sleydal fase 4 en fase 5’ is op 27-07-2023 behandeld in de omgevingscommissie en akkoord onder voorwaarden bevonden. De gestelde voorwaarden zijn verwerkt in de (ontwerp-)welstandsnota (beeldkwaliteitsplan ‘Sleydal fase 4 en fase 5’). Ad 13] Zie ad 11]. Ad 14]. Het bestemmingsplan voldoet aan de Nationale omgevingsvisie. Verwezen wordt naar hoofdstuk 3.1.1 van de toelichting. Ad 15] Er is in Nederland een groot te kort aan woningen. Daarom wil de Rijksoverheid dat er 900.000 woningen gebouwd worden tot en met 2030. Omdat woonwensen en financiële mogelijkheden van mensen verschillen, zijn er allerlei soorten woningen nodig. De gemeente heeft de verplichting om hier een bijdrage aan te leveren. In het coalitieprogramma 2022-2026 is opgenomen dat de gemeente Maasgouw wil dat er minimaal 400 woningen worden gebouwd in de periode 2022-2026. Dat zijn 100 woningen per jaar verdeeld over alle kernen van de gemeente.

Hoewel er vooral behoefte is aan betaalbare huurwoningen is ook behoefte aan levensloopbestendige woningen. Deze zijn niet alleen bestemd voor senioren maar ook voor doorstromers en medioren die toch nog ruimte willen. Door te bouwen voor deze groep ontstaat doorstroming voor de groep starters en ouderen met opgroeiende kinderen. Ook dient de afronding van het woongebied “Sleydal” met fase 5 stedenbouwkundig te kloppen. Door de ruimere kavels ontstaat een ruimtelijk beeld dat aansluit bij het stedenbouwkundig beeld dat aan de rand van het woongebied “Sleydal” aanwezig is. Pagina 15 van 32

Z/23/121013 - D/24/138486

De recente realisatie van 9 woningen Broekbeemden (opgeleverd 2e helft 2023) heeft geleerd, dat er een grote vraag is naar ‘levensloopbestendige woningen’, waarbij het opmerkelijk is dat de betreffende woningen op een iets grotere kavel de preferentie van de (oudere) kopers had. Ad 16] Het plangebied ligt op basis van de provinciale omgevingsverordening binnen de groenblauwe mantel (voorheen de bronsgroene landschapszone). Voor stedelijke ontwikkelingen binnen de als zodanig aangeduide gebieden dient compensatie plaats te vinden. In de omgevingsverordening is aangegeven dat het ruimtelijk plan een beschrijving dient te bevatten van de in het plangebied voorkomende kernkwaliteiten, de wijze waarop met de bescherming en versterking van de kernkwaliteiten is omgegaan en hoe de negatieve effecten zijn gecompenseerd. De initiatiefnemer en de Provincie Limburg zijn een Overeenkomst natuurcompensatie aangegaan. Onderwerp van deze overeenkomst is de verplichting van de initiatiefnemer om in het kader van de realisatie van Sleydal fase 5 te compenseren in natura conform het bepaalde in deze overeenkomst. Het compensatieperceel is gevonden in de nabije omgeving van het plangebied van Sleydal fase 5. Namelijk het een voormalig depot van de gemeente aan de Mgr. Savelbergweg en een perceel van Stichting Limburgs Landschap ten noorden van het gemeentelijke perceel. Ad 17] Zie ad 15.

Het nieuwbouwplan “Heel mooi wonen in Heel” maakt geen onderdeel uit van het voorliggende bestemmingsplan. Wel wordt vermeld dat met alleen het plan “Heel mooi wonen in Heel” de woonvraag in Maasgouw niet wordt opgelost. Ad 18] In de onderhavige situatie is sprake van een ontwerp van een bestemmingsplan onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en niet van een wijziging van een omgevingsplan, zoals bedoeld in de Omgevingswet (Ow). Op de procedure van de totstandkoming van het ontwerpbestemmingsplan is, ingevolge artikel 4.6 lid 2 Invoeringswet Omgevingswet, het oude recht van toepassing (i.c. het recht, zoals dat gold voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Ow). Bij het opstellen van het bestemmingsplan is dan ook getoetst aan wet- en regelgeving zoals dat gold voor de inwerkingtreding van de omgevingswet. De Omgevingsverordening 2014 is beleidsneutraal omgezet naar de Omgevingsverordening 2021. Ad 19] Dit betreft geen zienswijze maar een constatering over het onderhoud/beheer van het gebied. Ad 20] Ingevolge artikel 2.7.2, lid 1 van de Omgevingsverordening en artikel 2, lid 2 van de Beleidsregel ter vervanging van verloren gegane kernkwaliteiten in de Bronsgroene landschapszone compensatie dient plaats te vinden conform de provinciale Beleidsregel natuurcompensatie 2018.

In de omgevingsverordening is aangegeven dat het ruimtelijk plan een beschrijving dient te bevatten van de in het plangebied voorkomende kernkwaliteiten, de wijze waarop met de bescherming en versterking van de kernkwaliteiten is omgegaan en hoe de negatieve effecten zijn gecompenseerd. De initiatiefnemer en de Provincie Limburg zijn een Overeenkomst natuurcompensatie aangegaan. Onderwerp van deze overeenkomst is de verplichting van de initiatiefnemer om in het kader van de realisatie van Sleydal fase 5 te compenseren in natura conform het bepaalde in deze overeenkomst. Het compensatieperceel is gevonden in de nabije omgeving van het plangebied van Sleydal fase 5. Namelijk het een voormalig depot van de gemeente aan de Mgr. Savelbergweg en een perceel van Stichting Limburgs Landschap ten noorden van het gemeentelijke perceel. Ad 21] Het bestemmingsplan ‘afbouw planvoorraad woningbouw 2018’ voorziet niet in het schrappen van woningen in het plangebied Sleydal. Het bestemmingsplan ‘afbouw planvoorraad woningbouw 2018’ maakt in het plangebied Sleydal 17 extra woningen mogelijk. Verder is in de toelichting van het bestemmingsplan ‘afbouw planvoorraad woningbouw 2018’ aangegeven dat van de overige 19 in de overeenkomst d.d.

3 juni 2003 nog planologisch te verankeren en door Sleydal te bouwen woningen in fase 5 van het project Sleydal, door Sleydal eerst na 2023 bezien wordt op welke wijze hier al dan geen invulling aan gegeven wordt.

Pagina 16 van 32

Z/23/121013 - D/24/138486

Sleydal fase 4 en Sleydal fase 5 maken deel uit van het een groter woongebied. Mogelijk overlast als gevolg van de bouwwerkzaamheden is inherent aan ontwikkeling van een dergelijk woongebied. Ad 22] Zie ad 15 Volgens het voorliggende bestemmingsplan mogen alleen vrijstaande levensloopbestendige woningen en tweeaaneen gebouwde levensloopbestendige woningen worden gerealiseerd. Door de verschillen tussen deze woningen en de variatie in kavelgrootte zal de prijs per kavel variëren. Ad 23] Zie ad 15 en Ad 17 Ad 24] In het voorliggende geval ligt het plangebied weliswaar binnen een gebied dat is aangeduid als groenblauwe natuurzone, maar is sprake van een ontwikkeling in directe aansluiting op bestaand stedelijk gebied, ter hoogte van een gebied waarover reeds in 2003 bindende afspraken tussen gemeente en initiatiefnemer zijn gemaakt. Verder wordt de ontwikkeling landschappelijk ingepast zoals beschreven in paragraaf 2.3. Bestaande natuurwaarden (groenblauwe zone) worden gecompenseerd en waar mogelijk versterkt. Tot slot is in lijn met de structuurvisie sprake van energiezuinige woningen. De beoogde ontwikkeling wordt daarom passend geacht binnen de kaders van de Omgevingsvisie Maasgouw. Het plangebied ligt op basis van de provinciale omgevingsverordening binnen de groenblauwe mantel (voorheen de bronsgroene landschapszone).

Voor stedelijke ontwikkelingen binnen de als zodanig aangeduide gebieden dient compensatie plaats te vinden. In de omgevingsverordening is aangegeven dat het ruimtelijk plan een beschrijving dient te bevatten van de in het plangebied voorkomende kernkwaliteiten, de wijze waarop met de bescherming en versterking van de kernkwaliteiten is omgegaan en hoe de negatieve effecten zijn gecompenseerd. De initiatiefnemer en de Provincie Limburg zijn een Overeenkomst natuurcompensatie aangegaan. Onderwerp van deze overeenkomst is de verplichting van de initiatiefnemer om in het kader van de realisatie van Sleydal fase 5 te compenseren in natura conform het bepaalde in deze overeenkomst. Het compensatieperceel is gevonden in de nabije omgeving van het plangebied van Sleydal fase 5. Namelijk het voormalig depot van de gemeente aan de Mgr. Savelbergweg en een perceel van Stichting Limburgs Landschap ten noorden van het gemeentelijke perceel. Het realiseren en in standhouden van de natuurcompensatie us geborgd via een voorwaardelijke verplichting in het bestemmingsplan (artikel 5.5.1 ‘Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing’.

Overigens wordt opgemerkt dat fase 5 stedenbouwkundig altijd deel heeft uitgemaakt van oorspronkelijke exploitatiegebied Ad 25] Uitgangspunt voor het maximaal aantal toe voegen woningen in “Sleydal fase 5” was: • de resterende te realiseren woningen (19) op basis van de exploitatie-overeenkomst van 3 juni 2003; • het ruimtelijk kwalitatief invullen van het resterende plangebied. Om het resterende plangebied kwalitatief in te vullen heeft Sleydal BV besloten om niet 19 maar 15 woningen te realiseren in fase 5. De overige 4 woningen zijn gerealiseerd in fase 4 om ook een stedenbouwkundig verantwoorde afronding van fase 4 te realiseren. De 15 woningen worden uitgevoerd als levensloopbestendige woningen. Deze zijn niet alleen bestemd voor senioren maar ook voor doorstromers en medioren die toch nog ruimte willen. Door te bouwen voor deze groep ontstaat doorstroming voor de groep starters en ouderen met opgroeiende kinderen. Ook dient de afronding van het woongebied “Sleydal” met fase 5 stedenbouwkundig te kloppen. Door de ruimere kavels ontstaat een ruimtelijk beeld dat aansluit bij het stedenbouwkundig beeld dat aan de rand van het woongebied “Sleydal” aanwezig is.

Het beeldkwaliteitsplan geeft, voor aspecten die niet in het bestemmingsplan kunnen worden vastgelegd, de kaders voor de uiterlijke verschijningsvorm van de bebouwing en de inrichting van de buitenruimte (openbare ruimte en de overgang tussen openbaar en privé). Hiermee wordt zowel de ruimtelijke kwaliteit binnen het plangebied alsook de kwaliteit richting de omgeving geborgd

Pagina 17 van 32

Z/23/121013 - D/24/138486

Ad 26] De openstelling van Broekbeemden in het verleden heeft geen betrekking op het nu voorliggende bestemmingsplan. Bij het ontwerp van de infrastructuur is rekening gehouden met het aantal woningen dat in het woongebied “Sleydal” waren voorzien (en opgenomen in de exploitatie-overeenkomst van 2003). Ad 27] Sleydal fase 4 en Sleydal fase 5 maken deel uit van het een groter woongebied. Mogelijk overlast als gevolg van de bouwwerkzaamheden is inherent aan ontwikkeling van een dergelijk woongebied. Ad 28] Er zal tijdens de realisatiefase worden gewerkt binnen de kaders van de Wet natuurbescherming/Omgevingswet. Ad 29] Omdat het plangebied binnen de bebouwde kom ligt, is artikel 4.2 van de Wet natuurbescherming niet van toepassing. Daarnaast zijn de aanwezige houtopstanden niet opgenomen op de bomenstructuurkaart van de gemeente Maasgouw en vallen zij niet onder een gemeentelijke kapvergunningplicht. Voor het verwijderen van de aanwezige houtopstanden is daarom geen kapvergunning of melding vereist. Ad 30] In het voorzorgbeleid voor magneetvelden in de elektriciteitsinfrastructuur staat het advies om (alleen) bij bovengrondse hoogspanningslijnen afstand te houden tussen hoogspanningslijnen en gevoelige bestemmingen zoals woningen (exclusief de tuin). Gemeente, provincie en Rijk krijgen het advies de magneetveldzone te berekenen.

Dat kunnen zij doen als er plannen zijn om binnen de rekenafstand van een hoogspanningslijn nieuwe gevoelige bestemmingen te bouwen. Voor de nabij Sleydal aanwezige hoogspanningsverbinding geldt een rekenafstand van 105 meter. De geprojecteerde woningen zijn buiten deze afstand gelegen. Ad 31] De rijbaan van de Broekbeemden heeft een breedte van 4,8 meter. Hiermee voldoet de breedte aan de minimale maatvoering voor deze type wegen (erftoegangsweg 30 km/uur). Destijds is gekozen om de rijbanen niet breder te maken. Een breder profiel nodigt vaak weer uit tot hogere snelheden. Het aanwezige trottoir en parkeervakken kennen ook allemaal een minimale maatvoering. Omdat de maatvoering voldoet zijn er geen initiatieven om de rijbaan te verbreden. Een minder ruim profiel maakt het ook onaantrekkelijker voor ‘doorgaand’ verkeer om gebruik te maken van de Broekbeemden. Ad 32] Op de Broekbeemden geldt een maximumsnelheid van 30 km/uur. Het wegvak is onderdeel van de 30-zone waar de begrenzing onder andere is gelegen op de Osen en nabij de aansluiting op de Heerbaan. Op basis van zogenaamde floating car data (FCD) blijkt dat de V85 snelheid maximaal 36 km/uur bedraagt (situatie januari 2024). Dit snelheidsbeeld is ‘acceptabel’ op 30 km/uur wegen. FCD is anonieme data over de snelheid en locatie van voertuigen, verkregen via apps en navigatiesystemen die ‘mee stromen’ met het verkeer.

En de V85 snelheid is de snelheid die door 85% van de automobilisten niet en door 15% wel wordt overschreden. Dit wordt gedaan om ‘extremen’ uit de meting te halen. Er zijn altijd weggebruikers die ondanks de weginrichting te hard (willen) rijden. Deze weggebruikers geven geen reëel beeld van de daadwerkelijke verkeerssituatie. De V85-regel weerspiegelt de snelheid die een ruime meerderheid van automobilisten als redelijk en veilig ervaart. Ad 33] De nieuwbouwontwikkeling moet voor het parkeren voldoen aan de uitgangspunten die zijn vastgelegd in de notitie ‘Parkeernormen en Parkeerbijdrageregeling Gemeente Maasgouw (2010)‘. Bij de aanvraag omgevingsvergunning wordt getoetst of in het plan voldoende parkeerplaatsen zijn opgenomen om te voldoen aan de toekomstige parkeerbehoefte. Indien bestaande parkeerplaatsen komen te vervallen, dienen deze te worden gecompenseerd met het plan. In de inrichtingstekening Sleydal fase 5 is op het einde van de rijbaan een keerlus voorzien. Deze keerlus kan ook door hulpdiensten worden gebruikt. Ad 34] Zie Ad 33. Bij de ontwikkeling van de vorige fasen is altijd getoetst aan de uitgangspunten die zijn vastgelegd in de notitie ‘Parkeernormen en Parkeerbijdrageregeling Gemeente Maasgouw (2010)’. Ad 35] Het beplantingsplan is besproken binnen de omgevingscommissie en daarin goedgekeurd.

Pagina 18 van 32

Z/23/121013 - D/24/138486

De zienswijze wordt: • gegrond verklaard voor zover het betreft: 1. Paragraaf 4.4.2 onderdeel “Beschermde gebieden: Houtopstanden – niet aan de orde” wordt aangevuld met een onderbouwing dat artikel 4.2 van de Wet natuurbescherming niet van toepassing is en dat de aanwezige houtopstanden niet zijn opgenomen op de bomenstructuurkaart van de gemeente Maasgouw waardoor voor het verwijderen van aanwezige houtopstanden geen omgevingsvergunning voor het kappen nodig is. 2. Paragraaf 3.2.1 onderdeel “Beschermingszones natuur en landschap” wordt aangevuld met een toelichting en onderbouwing van de te realiseren natuurcompensatie conform de provinciale Beleidsregel “natuurcompensatie 2018”. 3. In artikel 5.5.4 wordt een voorwaardelijke verplichting opgenomen om de aanleg en instandhouding van de landschappelijke inpassing te borgen. Daarnaast wordt in artikel 5.6.5 een afwijkingsmogelijkheid opgenomen waarmee, onder voorwaarden, kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 5.5.4. • voor het overige ongegrond verklaard. A Beeldkwaliteitsplan Ad 36] De beoogde woningen voor fase 4 zoals opgenomen in het geldende Beeldkwaliteitsplan d.d. 30-05-2005 voldoen niet aan het huidige volkshuisvestelijke beleid. Wonen is een actueel thema waarbij het vooral een uitdaging is kwalitatief de juiste woningen voor de juiste doelgroep op de juiste locatie te realiseren.

Concreet betekent dit in ieder geval dat de resultaten van het Woningmarktonderzoek leidend zijn dus vooral aandacht voor de kleinere huishoudens (1- en 2-persoons), het middenhuursegment en senioren. De vergunde/gerealiseerde 0-trede-/levensloopbestendige woningen in fase 4 voldoen in tegenstelling tot de woningen zoals beschreven in het geldende beeldkwaliteitsplan d.d. 30-05-25005 wel aan de woningbehoefte. Om zo spoedig mogelijk tot afronding van fase 4 met woningen die voldoen aan de woningbehoefte (en de regels van het bestemmingsplan) heeft het college besloten om het concept beeldkwaliteitsplan Sleydal fase 4 en 5 als toetsingskader voor de welstandsbeoordeling voor de woningen in fase 4 te beschouwen. Teneinde fase 5 planologisch mogelijk te maken, is het nodig een bestemmingsplanherziening aan te zetten. Tegelijk daarmee zal een wijziging/ aanvulling op de geldende Welstandsnota (het geldende Beeldkwaliteitsplan) in procedure worden gebracht. Met andere woorden Sleydal fase 5 kan pas worden gerealiseerd als zowel het bestemmingsplan alsook de aangepaste welstandsnota is vastgesteld. Ad 37] Er is sprake van levensloopbestendige woningen. Dit betekent dat alle noodzakelijk voorzieningen/functies op begane grond gerealiseerd worden.

In artikel 5.1 deel uitmakende van de regels van het bestemmingsplan “fase 5” is opgenomen dat uitsluitend levensloopbestendige woningen zijn toegestaan. Ad 38] Aan Broekbeemden ligt een variatie aan woningen. Aan de zuidelijke rand liggen de meer klassieke woningen terwijl aan de noordelijke kant modernere woningen zijn gelegen. De modernere architectuur van de woning aan de noordelijke kant wordt doorgetrokken naar de woningen in fase 5. Voor fase 5 is een (ontwerp) Beeldkwaliteitsplan opgesteld. Het concept ontwerp beeldkwaliteitsplan ‘Sleydal fase 4 en fase 5’ is op 27-07-2023 behandeld in de omgevingscommissie en akkoord onder voorwaarden bevonden. De gestelde voorwaarden zijn verwerkt in de (ontwerp-)welstandsnota (beeldkwaliteitsplan ‘Sleydal fase 4 en fase 5’). Ad 39] De weg betreft een doodlopende straat waaraan zeven woningen worden ontsloten. De verkeersintensiteit op deze weg zal daardoor zeer beperkt zijn. Het aanleggen van een afzonderlijk trottoir is in deze situatie niet noodzakelijk. De inspraakreactie op het Beeldkwaliteitsplan geeft geen aanleiding tot aanpassing en wordt derhalve ongegrond verklaard

Pagina 19 van 32

Z/23/121013 - D/24/138486

2.4 (ontvangen d.d. 17 januari 2024) Ontvankelijkheid zienswijze Het ontwerp-bestemmingsplan heeft van vrijdag 8 december 2023 tot en met donderdag 18 januari 2024 ter inzage gelegen. De zienswijze is op 17 januari 2024 ontvangen. Vaste jurisprudentie is dat een zienswijze tijdig is ingediend, indien deze voor het einde van de termijn is ontvangen. Bij verzending per post is een zienswijze tijdig ingediend, indien deze voor het einde van de termijn ter post is bezorgd alsmede niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen. De onderhavige zienswijze is daarom ontvankelijk. 2.4.1 1.

2.

Samenvatting zienswijze In de uitspraak van de Raad van State, d.d. 10-12-2014 is nogmaals duidelijk benadrukt dat het plan een conserverend plan betreft, waarbij het behoud van de bestaande situatie het uitgangspunt is. En meer specifiek wat betreft de Sleydal fase 5, stelt de raad zich op het standpunt dat in het plan de grond ter plaatse van de vijfde fase bestemd is als "Natuur", zonder wijzigingsbevoegdheid naar de bestemming "Wonen". Met de realisatie van Sleydal fase 4 en de andere fases (Schaapsweide, Heerepad etc. ) binnen de bestemming "Woongebied-Sleydal" is het maximaal aantal wooneenheden reeds ruimschoots overschreden ten opzichte van hetgeen is overeengekomen in de afgesloten exploitatieovereenkomst 2003 van juni 2003. Met de uitbreiding van het projectgebied Sleydal fase 4, is er al een bovenmatige toegift gedaan van de gemeente op haar uit de overeenkomst voortvloeiende inspanningsverplichting.

3.

Het ontwerp bestemmingsplan Sleydal fase 5, staat volledig haaks op de huidige bestemming en het is evident dat er op geen enkele wijze bevoegdheid bestaat om een bestemming "Wonen" te verlenen. De kavel aan Broekbeemden 89 is in 2006 gekocht in de wetenschap dat er aan de overzijde (nu fase 5) nooit gebouwd zou mogen/gaan worden, omwille van het feit dat de Enkelbestemming 'Natuur' geldt. Verder is de dubbelbestemming 'Waterstaat — waterbergend rivierbed' voor het grootste deel van het plangebied van toepassing en is er geen wijzigingsbevoegdheid naar de bestemming "Wonen". Ook is er destijds '19 april 2006' toen de kavels aan de Broekbeemden in de verkoop kwamen nadrukkelijk gecommuniceerd dat hiermee het bestemmingsplan Sleydal voltooid was.

4.

Het bouwplan is door Sleydal BV uit Roermond nooit aan de omwonenden gepresenteerd en eveneens zonder enige vorm van inspraak. Daarnaast heeft ook de Gemeente Maasgouw buiten deze publicatie geen initiatieven ondernomen om omwonenden voortijdig te informeren of hierop te attenderen. In casu is geen sprake van een dialoog. Er is slechts eenzijdig informatie verstrekt. Van enig draagvlak bij de buurt is clan ook geen sprake.

5.

Het bouwplan voor de 15 woningen gaat ten koste van de gewenste kwaliteit van de leefomgeving. Het bouwplan wijkt qua hoogte of van de aanwezige bebouwing aan die zijde van de Broekbeemden. De aanwezige bebouwing aan die zijde van de Broekbeemden is consequent beperkt tot een hoogte van 1 bouw-/woonlaag zonder een kap. Daarnaast staan er aan beide zijden van dit gedeelte van de Broekbeemden enkel vrijstaande woningen. Het voornemen om hier eveneens twee-aaneen gebouwde woningen toe te staan, zou dit de beeldkwaliteit en eveneens de waarde van de bestaande woningen negatief beïnvloeden.

6.

Met de afronding van fase 3 (Schaapsweide, Heerepad) en afronding fase 4, Broekbeemden) is de verkeersveiligeheid/drukte zienderogen toegenomen toenemen. Broekbeemden fungeert als een soort rondweg binnen Sleydal met storende en gevaarlijke situaties tot gevolg (zelfs ongelukken). Het voornemen om binnen het plangebied nog eens 15 levensloopbestendige woningen te realiseren, zal hier enkel en alleen een verdere negatieve invloed op hebben. Het aantal parkeerplaatsen neemt relatief gezien af, wanneer de plannen voor fase 5 gerealiseerd zouden worden, wat eveneens een zeer ongewenste ontwikkeling zou zijn. De dagelijkse praktijk laat zien dat de in de omliggende straten beschikbare parkeerruimte geen ruimte meer biedt voor het parkeren van meer auto's dan nu het geval is. • De verkeersaantrekkende werking voor een nieuwe ontwikkeling dient maximaal beperkt te worden. • Een nieuwe planontwikkeling mag géén parkeeroverlast voor de nabije omgeving veroorzaken.

7.

Voor de direct omwonenden van de Broekbeemden heeft de realisatie van fase 5 enorme consequenties. Wat dat betreft mag de realisatie van het project gerust zeer ongewenst worden genoemd. Er verandert immers nogal wat ten opzichte van de situatie zoals die de afgelopen 20 jaar is geweest. Pagina 20 van 32

Z/23/121013 - D/24/138486

Mocht het plan desondanks alsnog worden vastgesteld door uw raad en onherroepelijk worden, dan zal dat zich voor de ontwikkelaar bij het toetsen van de daarvoor geldende criteria vertalen in forse bedragen aan tegemoetkoming in planschade, advieskosten en wettelijke rente. 2.4.2 Reactie op de zienswijze Ad 1] Het bestemmingsplan 'Heel — Panheel' d.d. 19 maart 2015 voorziet in het aantal woningbouwmogelijkheden afgestemd op het destijds geldende volkshuisvestelijke beleid. Dit doet er niets aan af dat via andere planologische procedures de resterende woningen, zoals opgenomen in de (nog van toepassing zijnde) exploitatieovereenkomst van 3 juni 2003, op een later tijdstip alsnog mogelijk worden gemaakt. Het in de exploitatieovereenkomst totaal aantal te realiseren woningen is nog niet gerealiseerd. De gemeente heeft derhalve nog een inspanningsverplichting om medewerking te verlenen aan de ontwikkeling/afronding van het woongebied zowel wat betreft belendende gronden die zijn aangemerkt als fase 5 alsook de in de overeenkomst opgenomen aantal woningen (255). In de uitspraak van de Raad van State van 10 december 2014 (uitspraak 201310759/1/R1) heeft de afdeling geoordeeld dat de gemeenteraad voldoende gemotiveerd heeft waarom geen wijzigingsbevoegdheid meer is opgenomen. Namelijk omdat dat Sleydal B.V.

niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij binnen de planperiode meer dan 30 wooneenheden zal realiseren. Mocht dit wel het geval zijn, dan kan zij een verzoek indienen om herziening van het plan. Dit verzoek heeft Sleydal met het indienen van het ontwerpbestemmingsplan “Sleydal fase 5” (15-11-2023, NL.IMRO.1641.BPL113ON01) gedaan. Ten aanzien hiervan heeft de Raad van State in de uitspraak van 10 december 2014 (uitspraak 201310759/1/R1) geoordeeld dat niet in geschil is dat de overeenkomst aan Sleydal B.V. ruimte biedt om meer woningen te realiseren binnen de bestemming "Woongebied Sleydal" dan de planregels mogelijk maken. Voor zover Sleydal B.V. een beroep doet op de door haar met de gemeente gesloten overeenkomst, overweegt de Afdeling dat een overeenkomst als de onderhavige niet kan leiden tot een verplichting van de raad aan gronden een bestemming te geven die de raad niet in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening acht. Dat tussen Sleydal B.V. en de gemeente een overeenkomst is gesloten, is wel een omstandigheid die de raad bij de vaststelling van het plan in zijn overwegingen dient te betrekken. Het plan “Sleydal fase 5” is beoordeeld op de wenselijk, haalbaarheid en mogelijke randvoorwaarden. Het plan is stedenbouwkundig en volkshuisvestelijk passend en voldoet aan de overige getoetste wet- en regelgeving, beleidsdocumenten en randvoorwaarden.

Geconcludeerd wordt dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Ad 2] Op basis van de exploitatieovereenkomst van 3 juni 2003 heeft de gemeente een inspanningsverplichting om medewerking te verlenen aan de ontwikkeling/afronding van het woongebied zowel wat betreft belendende gronden die zijn aangemerkt als fase alsook de in overeenkomst opgenomen aantal woningen (255). Er zijn tot op heden 238 woningen planologisch gereguleerd alsmede al gerealiseerd/vergund. Het aantal woningen zoals opgenomen in de exploitatieovereenkomst van 3 juni 2003 is niet overschreden. Voor fase 5 resteren nog 17 woningen. Ruimtelijk/stedenbouwkundig zijn de 17 woningen in fase 5 niet inpasbaar. Hierdoor wordt het nu voorliggende plan met slechts 15 woningen gerealiseerd. In de uitspraak van de Raad van State van 10 december 2014 (uitspraak 201310759/1/R1) heeft de afdeling geoordeeld dat de gemeenteraad voldoende gemotiveerd heeft waarom geen wijzigingsbevoegdheid meer is opgenomen. Namelijk omdat dat Sleydal B.V. niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij binnen de planperiode meer dan 30 wooneenheden zal realiseren. In de op 23 oktober 2023 afgesloten exploitatieovereenkomst is opgenomen dat het plan “Sleydal fase 5” de afronding van het totale woongebied “Sleydal” in Heel vormt.

Dit betekent dat de gemeente na afronding van de planologische procedure geen verplichtingen meer heeft om woningbouwcontingenten toe te kennen ten behoeve van het woongebied “Sleydal” in Heel. Daarnaast wordt opgemerkt dat het oorspronkelijke exploitatiegebied voor o.a. fase 5 groter was (groot deel aan de oostzijde) dan het nu voorliggende gebied voor fase 5.

Pagina 21 van 32

Z/23/121013 - D/24/138486

Ad 3] Het ontbreken van een binnenplanse wijzigingsbevoegdheid in het ter plaatse geldende bestemmingsplan doet er niets aan af dat via andere planologische procedures de resterende woningen, zoals opgenomen in de (nog van toepassing zijnde) exploitatieovereenkomst van 3 juni 2003, op een later tijdstip alsnog mogelijk worden gemaakt. Het in de exploitatieovereenkomst totaal aantal te realiseren woningen is nog niet gerealiseerd. De gemeente heeft daarom nog een inspanningsverplichting om medewerking te verlenen aan de ontwikkeling/afronding van het woongebied zowel wat betreft belendende gronden die zijn aangemerkt als fase 5 alsook de in de overeenkomst opgenomen aantal woningen (255). Ten aanzien van de volgens de overeenkomst d.d. 03-06-2023 nog te realiseren woningen in het woongebied Sleydal heeft de Raad van State in de uitspraak van 10 december 2014 (uitspraak 201310759/1/R1) geoordeeld dat niet in geschil is dat de overeenkomst aan Sleydal B.V. ruimte biedt om meer woningen te realiseren binnen de bestemming "Woongebied Sleydal" dan de planregels mogelijk maken. Het plan “Sleydal fase 5” is beoordeeld op de wenselijk, haalbaarheid en mogelijke randvoorwaarden. Het plan is stedenbouwkundig en volkshuisvestelijk passend en voldoet aan de overige getoetste wet- en regelgeving, beleidsdocumenten en randvoorwaarden.

Uit diverse uitspraken van de Raad van State blijkt dat men in Nederland geen recht op blijvend vrij uitzicht heeft. De woningen zijn geprojecteerd aan de rand van het woongebied “Sleydal”. Het plangebied sluit aan op de aanwezige woningen aan de (noordzijde van) Broekbeemden. Vanuit Sleydal wordt aangegeven dat destijds niet specifiek over fase 5 gesproken. Wel blijkt uit verkavelingsplan fase 4 dat de kavels van fase 5, zoals die destijds voorzien waren, zijn ingetekend. Gezien de ligging van het plangebied binnen de dubbelbestemming 'Waterstaat — waterbergend rivierbed' is RWS in het kader van de planologische procedure om advies gevraagd. RWS heeft aangegeven in te kunnen stemmen met het voorliggende plan met onderstaand advies: “Het gebied is op zichzelf niet Hoogwater vrij gelegen. Omliggende waterkeringen bieden echter bescherming bij T1250 (de oude norm) maar ook bij de huidige T3000 norm. Met andere woorden, er is geen sprake van afname bergend vermogen aangezien de locatie niet kan instromen bij de overeenkomstige afvoer zoals momenteel wordt gehanteerd. De eis tot compensatie voor de realisatie van de woningbouw op de desbetreffende locatie is derhalve niet meer relevant.” Ad 4] De bestemmingsplanprocedure is correct gevolgd. De bij het bestemmingsplan behorende toelichting en onderzoeken motiveren de wenselijkheid en mogelijkheid van de woningbouwplannen.

De mogelijkheid dat er binnen het woongebied “Sleydal” na fase 4 nog meer woningen gerealiseerd kunnen wonen is in diverse documenten terug te vinden. Ten aanzien van de volgens de overeenkomst d.d. 03-06-2023 nog te realiseren woningen in het woongebied “Sleydal” heeft de Raad van State in de uitspraak van 10 december 2014 (uitspraak 201310759/1/R1) geoordeeld dat niet in geschil is dat de overeenkomst aan Sleydal B.V. ruimte biedt om meer woningen te realiseren binnen de bestemming "Woongebied Sleydal" dan de planregels mogelijk maken. Ook het bestemmingsplan “Planafbouw” (vastgesteld 19-03-2019) is ingegaan op de afronding van het woongebied Sleydal: “In 1993 is al gestart met het project Sleydal, waarvan inmiddels een groot deel is gerealiseerd. Het thans vigerende bestemmingsplan ‘Heel – Panheel’ (vastgesteld d.d. 19 maart 2015) laat de bouw van 30 woningen binnen de bestemming ‘Woongebied - Sleydal’ toe. Op grond van het in de gesloten overeenkomst d.d. 3 juni 2003 opgenomen verkavelingsplan dienen binnen het plangebied van voornoemde bestemming ‘Woongebied Sleydal’ (=fase 4) 47 woningen planologisch gereguleerd te worden. De voor het project nog eens 17 extra benodigde woningen worden in het bestemmingsplan ‘Afbouw planvoorraad woningbouw 2018’ alsnog mogelijk gemaakt. Van de overige 19 in de overeenkomst d.d.

3 juni 2003 nog planologisch te verankeren en door u te bouwen woningen in fase 5 van het project Sleydal is door u gesteld dat eerst na 2023 bezien wordt op welke wijze hier al dan geen invulling aan gegeven wordt.”. In het verkavelingsplan fase 4 zijn de kavels van fase 5, zoals die destijds voorzien waren, ingetekend. Terzijde wordt opgemerkt dat verplichte participatie niet aan de orde is aangezien dit bestemmingsplan via de wetgeving van voor 2024 dient te worden afgehandeld. Pagina 22 van 32

Z/23/121013 - D/24/138486

Ad 5] In het woongebied “Sleydal” is een verscheidenheid aan woningen aanwezig. Sleydal fase 5 vormt een eigenstandig hofje, waar een verbinding wordt gelegd naar de open groene ruimte ten oosten van het plangebied. Een ander type woningen dan huidige woningen aan Broekbeemden is dan ook te rechtvaardigen. Daarnaast dient het type woning te voldoen aan de huidige woningbouwbehoefte. Deze behoefte voorziet vooral in (kleinere) levensloopbestendige woningen. De woningen kunnen bestaan uit 1-laag, 2-laags of 1-laags met kap. Dit soort woningen zijn in het plangebied Sleydal al aanwezig. Voor fase 5 is een (ontwerp) Beeldkwaliteitsplan opgesteld. Het concept ontwerp beeldkwaliteitsplan ‘Sleydal fase 4 en fase 5’ is op 27-07-2023 behandeld in de omgevingscommissie en akkoord onder voorwaarden bevonden. De gestelde voorwaarden zijn verwerkt in de (ontwerp-)welstandsnota (beeldkwaliteitsplan ‘Sleydal fase 4 en fase 5’). Ad 6] De rijbaan van de Broekbeemden heeft een breedte van 4,8 meter. Hiermee voldoet de breedte aan de minimale maatvoering voor deze type wegen (erftoegangsweg 30 km/uur). Destijds is gekozen om de rijbanen niet breder te maken. Een breder profiel nodigt vaak weer uit tot hogere snelheden. Het aanwezige trottoir en parkeervakken kennen ook allemaal een minimale maatvoering. Omdat de maatvoering voldoet zijn er geen initiatieven om de rijbaan te verbreden.

Een minder ruim profiel maakt het ook onaantrekkelijker voor ‘doorgaand’ verkeer om gebruik te maken van de Broekbeemden. Op de Broekbeemden geldt een maximumsnelheid van 30 km/uur. Het wegvak is onderdeel van de 30-zone waar de begrenzing onder andere is gelegen op de Osen en nabij de aansluiting op de Heerbaan. Op basis van zogenaamde floating car data (FCD) blijkt dat de V85 snelheid maximaal 36 km/uur bedraagt (situatie januari 2024). Dit snelheidsbeeld is ‘acceptabel’ op 30 km/uur wegen. FCD is anonieme data over de snelheid en locatie van voertuigen, verkregen via apps en navigatiesystemen die ‘mee stromen’ met het verkeer. En de V85 snelheid is de snelheid die door 85% van de automobilisten niet en door 15% wel wordt overschreden. Dit wordt gedaan om ‘extremen’ uit de meting te halen. Er zijn altijd weggebruikers die ondanks de weginrichting te hard (willen) rijden. Deze weggebruikers geven geen reëel beeld van de daadwerkelijke verkeerssituatie. De V85-regel weerspiegelt de snelheid die een ruime meerderheid van automobilisten als redelijk en veilig ervaart. De nieuwbouwontwikkeling moet voor het parkeren voldoen aan de uitgangspunten die zijn vastgelegd in de notitie ‘Parkeernormen en Parkeerbijdrageregeling Gemeente Maasgouw (2010) ‘.

Bij de aanvraag omgevingsvergunning wordt getoetst of in het plan voldoende parkeerplaatsen zijn opgenomen om te voldoen aan de toekomstige parkeerbehoefte. Indien bestaande parkeerplaatsen komen te vervallen, dienen deze te worden gecompenseerd met het plan. Ad. 7] Zie Ad 3]. Eventuele planschade wordt via de exploitatieovereenkomst afgewenteld op de ontwikkelaar (Sleydal BV). De zienswijze wordt ongegrond verklaard.

Pagina 23 van 32

Z/23/121013 - D/24/138486

2.5

Zienswijze 5 (ontvangen d.d. 17 januari 2024)

Ontvankelijkheid zienswijze Het ontwerp-bestemmingsplan heeft van vrijdag 8 december 2023 tot en met donderdag 18 januari 2024 ter inzage gelegen. De zienswijze v is op 17 januari 2024 ontvangen. Vaste jurisprudentie is dat een zienswijze tijdig is ingediend, indien deze voor het einde van de termijn is ontvangen. Bij verzending per post is een zienswijze tijdig ingediend, indien deze voor het einde van de termijn ter post is bezorgd alsmede niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen. De onderhavige zienswijze is daarom ontvankelijk. 1.3.1 Samenvatting zienswijze 1 In de quickscan flora en fauna wordt aanvullend onderzoek aanbevolen naar grote leeuwenklauw, das en zowel jaarrond beschermde vogelnesten als overige vogelnesten. Het rapport van dit aanvullend onderzoek ontbreekt bij de openbare stukken en zouden wij wanneer beschikbaar graag willen inzien. 2 Daarnaast wordt in de quickscan flora en fauna beschreven dat rekening gehouden moet worden met de vrijstellingsperiode van de steenmarter en de levendbarende hagedis. Wij zouden voor de start van de werkzaamheden graag in het ecologisch werkprotocol en de planning zien op welke wijze hier invulling aan gegeven wordt. 3 In de omgeving is de streng beschermde teunisbloempijlstaart waargenomen.

In de quickscan wordt echter op deze soort niet verder ingegaan terwijl één van de waardplanten van deze soort, de teunisbloem, aan de rand van het plangebied voorkomt. Ons inziens is aanvullend onderzoek naar deze nachtvlindersoort noodzakelijk. 4 Het plangebied heeft nu onder andere de bestemming natuur in de bronsgroene landschapszone. Graag zouden wij zien hoe de huidige natuurwaarden in het toekomstige plan gecompenseerd worden. 2.5.2

Reactie op de zienswijze

Ad .1 Door Bureau Kragten is een nader onderzoek (MAG072, 18 januari 2024) uitgevoerd naar takkennesten, Grote Leeuwenklauw en das. Uit dit nader onderzoek blijkt dat: • Takkennesten (o.a. boomvalk, torenvalk, havik), Grote leeuwenklauw. Gezien het feit dat voor roofvogels met jaarrond beschermde nesten en de grote leeuwenklauw geen gebruik maken van het onderzoeksgebied wordt de Wet natuurbescherming niet overtreden voor wat betreft voor roofvogels met jaarrond beschermde nesten en voor de grote leeuwenklauw. • Das Mogelijk wordt door de ingreep een bijburcht van de das verstoord. Hiervoor zijn passende maatregelen nodig, die beschreven dienen te worden in een ecologisch werkprotocol. Indien met behulp van dit ecologisch werkprotocol verstoring van de das voorkomen kan worden is een ontheffing van de Wet natuurbescherming niet noodzakelijk. Ad 2] Na het verlenen van een omgevingsvergunning is een ecologisch werkprotocol voor de uitvoeringsfase van de geplande werkzaamheden verplicht. Hierin staat precies hoe tijdens de uitvoering van het project rekening wordt gehouden met beschermde dier- en plantensoorten. Het protocol voorkomt verstoring van soorten en het vernielen van verblijf- en of rustplaatsen en is een voorwaarde van het bevoegd gezag. Het Ad 3] Er is inderdaad een losse waarneming van de teunisbloempijlstaart gedaan in de omgeving van het gebied.

Deze soort is betrekkelijke zeldzaam en is beschermd volgens de Habitatrichtlijn. De laatste jaren breidt deze soort zich evenwel gestaag uit vanuit het zuiden. In België is deze soort inmiddels wijdverspreid. En ook in Nederland is sprake van een duidelijke toename (bron: Vlinderstichting). Thans is de status in het kader van de rode lijst: niet bedreigd. De teunisbloempijlstaart is gebonden aan onder andere de teunisbloem. De teunisbloem komt inderdaad in de omgeving het plangebied voor. Deze plant groeit evenwel in de omgeving in nog veel grotere aantallen. Met name aan de buitenzijde van de dijk ter hoogte van het plangebied en in de omgeving van drinkwaterspaarbekken De Lange Vlieter. Het plangebied is geen essentieel onderdeel zijn het leefgebied van de teunisbloempijlstaart en van wezenlijk belang voor het voortbestaan van deze soort. In de omgeving is bovendien ruim voldoende vervangend leefgebied.

Pagina 24 van 32

Z/23/121013 - D/24/138486

Ad 4] Het plangebied ligt op basis van de provinciale omgevingsverordening binnen de groenblauwe mantel (voorheen de bronsgroene landschapszone). Voor stedelijke ontwikkelingen binnen de als zodanig aangeduide gebieden dient compensatie plaats te vinden. In de omgevingsverordening is aangegeven dat het ruimtelijk plan een beschrijving dient te bevatten van de in het plangebied voorkomende kernkwaliteiten, de wijze waarop met de bescherming en versterking van de kernkwaliteiten is omgegaan en hoe de negatieve effecten zijn gecompenseerd. De initiatiefnemer en de Provincie Limburg zijn een Overeenkomst natuurcompensatie aangegaan. Onderwerp van deze overeenkomst is de verplichting van de initiatiefnemer om in het kader van de realisatie van Sleydal fase 5 te compenseren in natura conform het bepaalde in deze overeenkomst. Het compensatieperceel is gevonden in de nabije omgeving van het plangebied van Sleydal fase 5. Namelijk het voormalig depot van de gemeente aan de Mgr. Savelbergweg en een perceel van Stichting Limburgs Landschap ten noorden van het gemeentelijke perceel. Het realiseren en in standhouden van de natuurcompensatie us geborgd via een voorwaardelijke verplichting in het bestemmingsplan (artikel 5.5.1 ‘Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing’. De zienswijze wordt: • gegrond verklaard voor zover het betreft: 1.

Paragraaf 4.4.3 “Nader onderzoek” is geactualiseerd op basis van het uitgevoerde nader onderzoek (MAG072, 18 januari 2024) uitgevoerd naar takkennesten, Grote Leeuwenklauw en das. 2. Ter bescherming van de bijburcht van de das wordt de meest noordelijke circa 12 meter van het plangebied niet ingericht als tuin en wordt ook niet verkocht, maar behoudt de huidige bestemming ‘Natuur’. Langs de achtergrens van de tuinen, wordt een haag van gebiedseigen soorten aangeplant. 3. Paragraaf 3.2.1 onderdeel “Beschermingszones natuur en landschap” wordt aangevuld met een toelichting en onderbouwing van de te realiseren natuurcompensatie conform de provinciale Beleidsregel “natuurcompensatie 2018”. 4. In artikel 5.5.4 wordt een voorwaardelijke verplichting opgenomen om de aanleg en instandhouding van de landschappelijke inpassing te borgen. Daarnaast wordt in artikel 5.6.5 een afwijkingsmogelijkheid opgenomen waarmee, onder voorwaarden, kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 5.5.4. • voor het overige ongegrond verklaard 3. Raadsbesluit Het raadsbesluit is als losse bijlage beschikbaar. 4. Bijlagen Als bijlagen zijn: 1. de door te voeren aanpassingen n.a.v. de ingediende zienswijze; 2. de ontvangen zienswijze; toegevoegd.

Pagina 25 van 32

Z/23/121013 - D/24/138486

Bijlage 1: Door te voeren aanpassingen n.a.v. de ingediende zienswijze

Toelichting 3.2.2 Omgevingsverordening Limburg onderdeel - Beschermingszones natuur en landschap Was Beschermingszones natuur en landschap Op basis van de kaart ‘beschermingszones natuur en landschap’ ligt het plangebied binnen de bronsgroene landschapszone, die in de Omgevingsvisie Limburg is vertaald in de groenblauwe mantel. In paragraaf 2.7 en meer specifiek artikel 2.7.2 is aangegeven dat d e toelichting bij een ruimtelijk plan, dat betrekking heeft op een gebied gelegen in de bronsgroene landschapszone, een beschrijving dient te bevatten van de in het plangebied voorkomende kernkwaliteiten, de wijze waarop met de bescherming en versterking van de kernkwaliteiten is omgegaan en hoe de negatieve effecten zijn gecompensee rd. Bij de compensatie van de negatieve effecten op natuurwaarden (kernkwaliteit “groene karakter”) wordt de beleidsregel als bedoeld in artikel 2.6.7, tweede lid, van de Omgevingsverordening Limburg 2014 gevolgd.

In het ontwerpplan van Sleydal fase 5 is veel ruimte ingeruimd voor groenvoorzieningen, zowel binnen het woongebied zelf, als in de vorm van de te behouden groenvoorzieningen aan de noordzijde. Daarnaast is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing (zie paragraaf 2.3). Gelet op het bovenstaande wordt de ontwikkeling als geheel daarom passend geacht binnen de bronsgroene landschapszone, mede gelet op het feit dat de ontwikkeling feitelijk een afronding van Sleydal vormt en invulling geeft aan reeds in 2003 gemaakte bindende afspraken tussen gemeente en initiatiefnemer. Conclusie Het voorliggende bestemmingsplan wordt passend geacht binnen de provinciale beleidskaders zoals opgenomen in de Omgevingsverordening Limburg 2014.

Pagina 26 van 32

Z/23/121013 - D/24/138486

Wordt Beschermingszones natuur en landschap Op basis van de kaart ‘beschermingszones natuur en landschap’ ligt het plangebied binnen de bronsgroene landschapszone, die in de Omgevingsvisie Limburg is vertaald in de groenblauwe mantel. In paragraaf 2.7 en meer specifiek artikel 2.7.2 is aangegeven dat d e toelichting bij een ruimtelijk plan, dat betrekking heeft op een gebied gelegen in de bronsgroene landschapszone, een beschrijving dient te bevatten van de in het plangebied voorkomende kernkwaliteiten, de wijze waarop met de bescherming en versterking van de kernkwaliteiten is omgegaan en hoe de negatieve effecten zijn gecompenseerd. Bij de compensatie van de negatieve effecten op natuurwaarden (kernkwaliteit “groene karakter”) wordt de beleidsregel als bedoeld in artikel 2.6.7, tweede lid, van de Omgevingsverordening Limburg 2014 gevolgd. Compensatie dient plaats te vinden conform de provinciale Beleidsregel natuurcompensatie 2018 en ingevolge artikel 3, lid 3 van de Beleidsregelnatuurcompensatie 2018 dient een activiteit in de Bronsgroene landschapszone in natura gecompenseerd te worden.

In verband met de ligging van het plangebied binnen de bronsgroene landschapszone is in overleg met de gemeente Maasgouw en de provincie Limburg een landschappelijk compensatieplan uitgewerkt. Onderstaand wordt hier kort op ingegaan. Voor meer informatie wordt verwezen naar het landschappelijk compensatieplan dat als bijlage bij de regels is opgenomen. De gemeente Maasgouw heeft aangegeven de voorkeur te hebben voor compensatie in de nabije omgeving van het plangebied van Sleydal fase 5. Na een zorgvuldige screening van eventueel beschikbare en geschikte gronden, is daarbij de keuze gevallen op een voormalig depot van de gemeentebedrijven en een perceel van Stichting Limburgs Landschap. Het voormalig depot van de gemeentebedrijven is gelegen langs de Mgr. Savelbergweg en kadastraal geregistreerd onder HEE-01-C- 04865. De bestaande parkeervoorzieningen ter plaatse blijven gehandhaafd. Het beschikbare oppervlak bedraagt 6.137 m². Hiervan is 3.878 m² bestaand bos wat niet in de compensatie meegenomen mag worden. Voor dit perceel wordt 2.259 m² als compensatie oppervlakte meegenomen. Het resterende deel van de te compenseren oppervlakte (10.394 m²) wordt na overleg met Stichting Limburgs Landschap ten noorden van het gemeentelijke perceel ingevuld. Het betreft het perceel kadastraal geregistreerd onder HEE-01-C- 04851.

De beschikbare ruimte van het betreffende nog in te richten gebied bedraagt 11.265 m², één en ander zoals weergegeven op de navolgende afbeelding. Ten behoeve van de compensatie is tussen initiatiefnemer en Stichting Limburgs Landschap een overeenkomst afgesloten voor de aanleg en het beheer van de compensatiegronden. Daarnaast is tussen de provincie Limburg en de initiatiefnemer een overeenkomst afgesloten waarin de compensatieverplichting is verankerd. Tot slot is de uitvoering en instandhouding van de compensatie door middel van een voorwaardelijke verplichting geborgd in de regels van dit bestemmingsplan. Op deze wijze wordt invulling gegeven aan de regels zoals deze in de Omgevingsverordening Limburg 2014 zijn opgenomen met betrekking tot ontwikkelingen binnen de bronsgroene landschapszone. Gelet op het voorgaande wordt de ontwikkeling als geheel passend geacht binnen de bronsgroene landschapszone. Pagina 27 van 32

Z/23/121013 - D/24/138486

Conclusie Het voorliggende bestemmingsplan wordt passend geacht binnen de provinciale beleidskaders zoals opgenomen in de Omgevingsverordening Limburg 2014. Paragraaf 4.4.2 onderdeel “Beschermde gebieden: Houtopstanden – niet aan de orde” Was Houtopstanden – niet aan de orde In het kader van de beoogde ontwikkeling is geen kap van bomen voorzien. Artikel 4.2 Houtopstanden van de Wet natuurbescherming is daarom niet van toepassing. Wordt Houtopstanden – niet aan de orde Artikel 4.2 van de Wet natuurbescherming verbiedt het vellen of doen vellen van een houtopstand zonder voorafgaande melding aan de provincie (Gedeputeerde Staten). Dit geldt voor houtopstanden buiten de bebouwde de bebouwde kom. Omdat het plangebied binnen de bebouwde kom van Heel ligt, is artikel 4.2 van de Wet Natuurbescherming niet van toepassing. Daarnaast zijn de aanwezige houtopstanden niet opgenomen op de bomenstructuurkaart van de gemeente Maasgouw. Voor het verwijderen van aanwezige houtopstanden is geen omgevingsvergunning voor het kappen nodig.

Pagina 28 van 32

Z/23/121013 - D/24/138486

Paragraaf 4.4.3 Nader onderzoek Was Conclusie Op grond van het uitgevoerde verkennend flora- en fauna onderzoek dienen enkele vervolgonderzoeken te worden uitgevoerd. De resultaten van deze onderzoeken worden in een latere fase in deze toelichting opgenomen. Mocht uit een onderzoek naar voren komen dat sprake is van aanwezigheid van een beschermde soort, dan zullen passende mitigerende maatregelen worden getroffen en zal indien nodig een ontheffing van de Wet natuurbescherming worden aangevraagd. Wordt 4.4.3 Nader onderzoek In verband met de bevindingen van het in de vorige subparagraaf beschreven verkennend flora- en faunaonderzoek, is een nader onderzoek4 uitgevoerd naar de mogelijke geschiktheid van het plangebied en de directe omgeving voor roofvogels met grote takkennesten, de grote leeuwenklauw en de das. Onderstaand worden de resultaten van het onderzoek beschreven. Voor meer informatie wordt verwezen naar de volledige rapportage. Takkennesten (o.a. boomvalk, torenvalk, havik), Grote leeuwenklauw Gezien het feit dat voor roofvogels met jaarrond beschermde nesten en de grote leeuwenklauw geen gebruik maken van het onderzoeksgebied wordt de Wet natuurbescherming niet overtreden voor wat betreft voor roofvogels met jaarrond beschermde nesten en voor de grote leeuwenklauw.

Das In het bosje aan de noordelijke rand van het onderzoeksgebied is ter hoogte van de aangetroffen holen, een dassen bijburcht aanwezig, die niet functioneert als kraamburcht maar wel regelmatig bezocht wordt. De wissels van de das liggen buiten het onderzoeksgebied, tussen de burcht en de Sleijbeek, en door het populierenbosje. Er verdwijnen geen wissels en de bijburcht kan in principe eveneens intact blijven. Door de ingreep kan deze bijburcht echter wel verstoord worden. Indien het populierenbosje behouden blijft en de strook grond tussen het onderzoeksgebied en de Sleijbeek behouden blijft en ingericht blijft in de huidige staat, zal de das geen hinder ondervinden in het bereiken van foerageergebieden of de bijburcht. De das foerageert niet binnen het onderzoeksgebied. In het onderzoeksgebied zelf zijn geen wissels aangetroffen. Wel dient verstoring van de das voorkomen te worden. Mede na afstemming met en op verzoek van de provincie Limburg, heeft op vrijdag 29 maart 2024 een aanvullend locatiebezoek plaatsgevonden met daarbij vertegenwoordigers van de gemeente Maasgouw, de dassenwerkgroep Maasgouw en Kragten. Tijdens dit locatiebezoek is de situatie ter plekke zorgvuldig bekeken en geanalyseerd.

Hierbij zijn de volgende afspraken gemaakt: • De meest noordelijke circa 12 meter van het plangebied wordt niet ingericht als tuin en wordt ook niet verkocht, maar behoudt de huidige bestemming ‘Natuur’. Deze gronden worden overgedragen aan de gemeente Maasgouw. • Aan de noordzijde van de woonpercelen, langs de achtergrens van de tuinen, wordt een haag van gebiedseigen soorten aangeplant. • Het restant van het perceel dat de bestemming ‘Natuur’ behoudt, blijft in de huidige vorm behouden (ruw gras met struweel). Hier wordt extensief maaibeheer toegepast. • De gemeente Maasgouw gaat het perceel integraal met de overige groenvoorzieningen ecologisch beheren. 4.4.4 Conclusie Op grond van het uitgevoerde verkennend flora- en fauna onderzoek, het nader onderzoek en de afspraken die zijn gemaakt et betrekking tot de das, wordt onevenredige verstoring van de das voorkomen. Er is geen ontheffing van de Wet natuurbescherming noodzakelijk en het plan kan in overeenstemming met de natuurwetgeving worden uitgevoerd.

Pagina 29 van 32

Z/23/121013 - D/24/138486

Regels In de regels zijn artikel 5.5.4 en 5.6.5 toegevoegd 5.5.4 Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing Het is uitsluitend toegestaan de gronden met de bestemming 'Woongebied' te gebruiken en/of in gebruik te (laten) nemen voor de doeleinden als beschreven in 5.1, indien de werkzaamheden ten behoeve van de realisatie van de landschappelijke compensatie zoals opgenomen in Bijlage 2 bij deze regels, na het onherroepelijk worden van dit plan zijn opgestart en uiterlijk 1 januari 2028 zijn gerealiseerd en indien de landschappelijke compensatie vervolgens in stand wordt gehouden en beheerd.

5.6.5 Afwijken landschappelijke compensatie Mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de belangen van omwonenden, kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van het bepaalde in 5.5.4: a. voor het later realiseren en/of afronden van de landschappelijke compensatie indien onvoorziene omstandigheden hiertoe aanleiding geven, mits de realisatie van de landschappelijke compensatie wordt afgerond voorafgaand aan de ingebruikname van woningen binnen het plangebied.

Pagina 30 van 32

Z/23/121013 - D/24/138486

Verbeelding De verbeelding is aangepast naar aanleiding van de gegrond verklaarde zienswijzen (toevoeging bestemming ‘Natuur’ aan de noordzijde van het plangebied.

Was

Wordt

Pagina 31 van 32

Z/23/121013 - D/24/138486

Bijlage 2 de ontvangen zienswijze

Pagina 32 van 32

Aan :

Gemeenteraad, Postbus 7000, 6050 AA Maasbracht

Van :

l

/

Inq.2' : ;

rncn

- 3 JAN

2024

V

!I

Datum 28 december 2023 :

Betreft : Zienswijze ontwerpbestemmingsplan 'Sleydal fase 5' ( NUIVIRO.1641.BPL113 - ON01 )

Geachte raad, Middels deze weg deel ik graag mijn zienswijze op het gepubliceerde bestemmingsplan, op de volgende punten 1.

:

De bestemming van de grond waar Sleydal fase 5 is gepland, is onherroepelijk vastgesteld op

'natuur'. De noodzaak om de bestemming aan to passen met nieuwe woningbouw waarvoor de natuur moet wijken is niet duidelijk. Er wordt geduid op een nog steeds van toepassing

2.

3.

zijnde afspraak tussen gemeente en Sleydal BV uit 2003, maar hoe kan die nog geldig zijn met de wijziging van bestemmingsplan 'Heel — Panheel' dd 19 maart 2015? In het plan is er sprake van 'braakliggend terrein'. Ik bestrijd dit. We kijken nu 15 jaar uit op dit terrein en hebben het zien ontwikkelen tot een klein natuurgebied met steeds grotere diversiteit aan bomen, planten en dieren. Daarmee heeft het terrein zich al gevoegd naar de huidige bestemming 'natuur'. Het zou passenderzijn deze natuur meer toegankelijker to maken, to verrijken en als zodanig to gaan beheren. Dit is naar mijn mening een betere bestemming. Het plaatsen van 2 - kappers op percelen 1,2,3,4 past niet straatbeeld. Vanuit het straatbeeld sluiten 2 vrijstaande woningen op 2 percelen beter aan.

Met vriendelijke groet,

Ing - lco in. eii De gemeenteraad van Maasgouw t.a.v. de heer , afdeling Ruimtelijke Ordening Postbus 7000

6050 AA Maasbracht

12 JAN 2024 I

L

M

PN1

E - ^

,'

1

MCR ! 1

R[ ]

Heel, 10 januari 2024.

Betreft zienswijze tegen ontwerp bestemmingsplan Sleydal fase 5' ( NL.IMRO.1641.BPL113:

ON01 )

Geachte raad, In het Gemeenteblad Nr. 518987 van 7 december 2023 is het ontwerp bestemmingsplan Sleydal fase 5' NL.IMRO.1641.BPL113- ON01 hierna genoemd : het ontwerp (

),

bestemmingsplan, bekendgemaakt. Hierbij maken wij onze zienswijze kenbaar over dit ontwerp bestemmingsplan. 1.

Inleidinq.

Het ontwerp bestemmingsplan heeft betrekking op het plangebied aan de Broekbeemden in Heel en ligt binnen het perceel kadastraal bekend als Heel en Panheel, sectie C, nummer 5158 Het voornemen bestaat om binnen het plangebied 15 levensloopbestendige woningen to realiseren met bijbehorende erftoegangsweg, parkeervoorzieningen en groenvoorzieningen.

Hierbij zijn zowel vrijstaande als twee - aaneen gebouwde woningen toegestaan. 2. Huidiqe bestemminc. Voor het plangebied geeft zowe► het bestemmingsplan 'Heel - Panheel' als het 'reparatieplan zeer duidelijk aan dat de Enkelbestemming `Natuur' geldt. Verder is de dubbelbestemming 'Waterstaat — waterbergend rivierbed' voor het grootste deel van het plangebied van toepassing. Tot slot is de gebiedsaanduiding 'milieuzone- roerdalslenk 3' opgenomen voor het gehele plangebied. In de uitspraak van de Raad van State 10 - 12 - 2014 is er nogmaals duidelijk benadrukt dat het

plan een conserverend plan betreft, waarbij de behoud van de bestaande situatie het

uitgangspunt is. En meer specifiek wat betreft de Sleydal fase 5, stelt de raad zich op het standpunt dat in het plan de grond ter plaatse van de vijfde fase bestemd is als "Natuur", zonder

wijzigingsbevoegdheid naar de bestemming "Wonen".

Daarnaast is met de realisatie van Sleydal fase 4 en de andere fases ( Schaapsweide, Heerepad etc. ) binnen de bestemming "Woongebied- Sleydal" het maximaal aantal wooneenheden reeds ruimschoots overschreden ten opzichte van hetgeen is overeengekomen in de afgesloten exploitatieovereenkomst 2003 van juni 2003. Met de uitbreiding van het projectgebied Sleydal fase 4, is er al een bovenmatige toegift gedaan van de gemeente op haar uit de overeenkomst voortvloeiende inspanningsverplichting.

1

3. Nieuwe bestemminq.

Het nieuwe bestemmingsplan waarvoor thans een ontwerp is vastgesteld door het college geeft binnen het plangebied 'Sleydal fase 5 'de mogelijkheid voor de bouw van 15 leven sloop bestendige woningen to realiseren met bijbehorende erftoegangsweg, parkeervoorzieningen en groenvoorzieningen. Hierbij zijn zowel vrijstaande als twee aaneen

gebouwde woningen toegestaan. Gelet op het navolgende verzoeken wij u aan de realisatie van het bouwplan gb6n medewerking to verlenen en het ontwerp van het bestemmingsplan niet ter vaststelling aan de gemeenteraad aan to bieden. a. Bestemminq.

Het ontwerp bestemmingsplan Sleydal fase 5, staat volledig haaks op de huidige bestemming zoals verwoord onder bovenstaand punt en het is evident dat er op geen enkele wijze bevoegdheid bestaat om een bestemming "Wonen" to verlenen. Wij hebben in 2006 het kavel aan Broekbeemden 89 gekocht in de wetenschap dat er aan de overzijde ( nu Fase 5 ) nooit gebouwd zou mogen/gaan worden, omwille van het feit dat de

Enkelbestemming 'Natuur' geldt. Verder de dubbelbestemming 'Waterstaat — waterbergend rivierbed' voor het grootste deel van het plangebied van toepassing is en dat er geen wijzigingsbevoegdheid naar de bestemming "Wonen" is. Tevens is er destijds '19 april 2006' toen onze kavels aan de Broekbeemden in de verkoop kwamen nadrukkelijk gecommuniceerd dat hiermee het bestemmingsplan Sleydal voltooid was. b. Omqevinqsdialooc.

Het bouwplan is door de initiatiefnemer, zijnde Sleydal BV uit Roermond nooit in welke vorm clan ook aan de omwonenden gepresenteerd en eveneens zonder enige vorm van inspraak. Daarnaast heeft ook de Gemeente Maasgouw buiten deze publicatie geen initiatieven ondernomen om omwonenden voortijdig to informeren of hierop to attenderen, het is enkel bij toeval dat we opmerkzaam zijn gemaakt door derden over het bestaan van dit ontwerpplan.

In casu is geen sprake van een dialoog. Er is slechts eenzijdig informatie verstrekt. Van enig draagvlak bij de buurt is clan ook geen sprake.

c. Hooqte en aard van de bebouwinc.

De voorgestelde hoogte van de to realiseren bebouwing en de hoogte die daarvoor in het ontwerp van het bestemmingsplan en het beeldkwaliteitsplan is opgenomen, is aan

aanleiding voor het volgende

:

Het bouwplan voor de 15 woningen gaat ten koste van de gewenste kwaliteit van de leefomgeving. Het bouwplan wijkt qua hoogte of van de aanwezige bebouwing aan die zijde van de Broekbeemden. De aanwezige bebouwing aan die zijde van de Broekbeemden is consequent beperkt tot een hoogte van 1 bouw- /woonlaag zonder een kap. Daarnaast staan er aan beide zijden van dit gedeelte van de Broekbeemden enkel vrijstaande woningen. Het voornemen om hier eveneens twee- aaneen gebouwde woningen toe to staan, zou dit de beeldkwaliteit en eveneens de waarde van de bestaande woningen negatief beinvloeden. d. Verkeersveiliqheid/ drukte en Parkeren. Met de afronding van fase 3 ( Schaapsweide, Heerepad) in de afgelopen jaren en nu heel

recent ook afronding fase 4, Broekbeemden) hebben wij de verkeersveiligeheid/ drukte 2

Bijlage: foto’s huidige uitzicht vanuit de voorgevel van de woning Broekbeemden

op natuurgebied

VERKA VELINGSONTWERP

2

-

t-

ACK FRENKEN

Graaf Reinaldstraat 1 6041 X8 Roermond Tel : (0475) 335225 Fax : (0475) 332945 E-mail: info@jaktrenken.nl

...

N

9#

Ingekomen De gemeenteraad van Maasgouw t.a.v. de heer afdeling Ruimtelijke Ordening Postbus 7000 6050 AA Maasbracht

i

17 JAN 2024 E_s ! I M><, MEP [

I

R

]

[ ]

Heel, 12 januari 2024.

Betreft zienswijze tegen ontwerp bestemmingsplan Sleydal fase 5' - ON01 ) :

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Maasgouw&id=a0317d98-0dd0-45f0-9662-21b1916a89af