Bijlage 2: Nota ter beantwoording zienswijzen inzake het bestemmingsplan Abdijcomplex Thorn
Tekst van het document
Deze beoordeling is een andere dan of dit op grond van de APV al of niet vervulbaar is. Namens bovengenoemde belanghebbenden dien ik hierbij zienswijzen in ten aanzien van vermeld plan en verzoek ik u om het plan zodanig aan te passen en vast te stellen dat aan de zienswijzen tegemoet wordt gekomen.
Bij de zienswijzen staan de evenementen centraal.
adres Nachtegaallaan 4a, 5962 PA Melderslo (Horst) • mobiel 0642617410 • e-mail info@APELadvies.nl • internet www.APELadvies.nl • Bank NL95RAB00113741030 • KvK 12061220
Advies- en Projectbureau Engeten Limburg
2/4
Belanghebbenden hechten aan de cultuuruitingen van de Thorner gemeenschap en ondersteunen graag de door de Stichting Openluchttheater Thorn georganiseerde educatieve, kunstzinnige en culturele activiteiten. Daarnaast is het niettemin belangrijk dat daarover duidelijke afspraken worden vastgelegd die houvast bieden aan zowel de stichting als de omwonenden c.q. belanghebbenden zodat behalve de waardevolle culturele uitingen ook het woon- en leefgenot van de bewoners in de directe nabijheid van het ‘Abdijcomplex Thorn’ is gegarandeerd.
Ter inzage ligt een ontwerp-bestemmingsplan waarin onder andere regels zijn opgenomen voor de horeca en het organiseren en houden van evenementen. Het buitenpodium (Theater de Abdijhof), ten westen van het hoofdgebouw gelegen, wordt behalve in de wintermaanden het gehele jaar als podium gebruikt. Alvorens op het thema evenementen dieper in te gaan, is het van belang te vermelden dat het bestemmingsplan het resultaat is van een ruimtelijke afweging naar de aanvaardbaarheid van de locatie en de te houden evenementen. Met name de op jaarbasis incidenteel, maar wel terugkerende, meerdere evenementen en de grote reguliere evenementen zijn ruimtelijk relevant in een woonomgeving. Daar waar de APV regels stelt ten aanzien van evenementen, geluid etc., zijn die specifiek toegesneden op de openbare orde en handhaving, dus overlast, verkeer, veiligheid, gezondheid en dergelijke. Het bestemmingsplan moet op basis van de ruimtelijke afweging een zelfstandige ruimtelijke regeling bevatten en een verwijzing naar de APV is nauwelijks mogelijk, gelet op de verschillende kaders. De APV vormt geen toetsingskader voor de ruimtelijke aanvaardbaarheid, daarvoor is het bestemmingsplan het aangewezen kader. Het is belangrijk voor de directe omgeving van de Abdij dat het bestemmingsplan een goede regeling bevat voor het houden van evenementen.
Relevant voor het bestemmingsplan ten aanzien van het organiseren van evenementen is in het algemeen een regeling die duidelijkheid geeft over: - Wat is een evenement? - Welke evenementen zijn toegestaan c.q. verboden?; - Het aantal evenementen; - Het soort evenementen per jaar; - De duur, het aanvangstijdstip en eindtijd van de evenementen; - Welke dagen, doordeweeks, weekend, werkdagen, vrije dagen? - Hoeveel dagen in het jaar? - Hoeveel bezoekers maximaal? - De opbouw van het evenement en het afbreken ervan inclusief het laden en lessen; - Geluidsaspecten, waaronder de uitvoering en de komende en vertrekkende bezoekers; - Hoe het woon- en leefkiimaat van de nabije woningen wordt gegarandeerd? Tegen die achtergrond is het bestemmingsplan getoetst en komen de belanghebbenden tot de volgende vragen en opmerkingen:
1) Voor kleine evenementen wordt teruggevallen op het evenementenbeleid. Een door zijn aard aan te merken activiteit binnen de inrichting is onderdeel van de RBS. Het aantal keren per jaar dat een activiteit voorkomt heeft geen invioed op het al dan niet behoren tot de RBS. Als voorbeeld: het aantal voetbalwedstrijden in een stadion is gering, maar ze behoren door hun aard wel tot de hoofdactiviteit van het stadium (ABRvS 26012005 nr 200400465/1). In voorliggende situatie is er sprake van een buitenpodium binnen een complex met horeca en vormen evenementen een hoofdactiviteit. Daardoor vallen ook de kleine evenementen onder de RBS en dienen deze te voldoen aan het Activiteitenbesluit.
2) Het Activiteitenbesluit Rent strengere geluidnormen dan het evenementenbeleid. De normen in het evenementenbeleid zijn gericht op de openbare orde en veiligheid in de openbare ruimte. In voorliggende situatie is volgens het bestemmingsplan onderzoek uitgevoerd naar het houden van evenementen binnen de grenzen van de inrichting in het Rader van de ruimtelijke
Advies- en Projectbureau Engelen Limburg
3/4
a
onderbouwing. Dat de uitvoeringen in de open lucht worden gehouden en de Nadere Regels geen grenswaarden stellen aan het geluidniveau is van belang in het kader van de openbare orde en veiligheid. Dit speelt echter geen rol in het kader van de ruimtelijke aanvaardbaarheid. In de gegevens situatie dienen de normen uit het Activiteitenbesluit te worden toegepast.
3) In het kader van het Evenementenbeleid is indirecte hinder geen beoordelingsaspect. Bij een toetsing aan het Activiteitenbesluit dient de indirecte hinder echter wel te worden beoordeeld. 4) In het kader van het Evenementenbeleid hoeft de straffactor voor muziekgeluid niet in rekening te worden gebracht. Bij een toetsing aan het Activiteitenbesluit dient de straffactor wel toegepast te worden. 5) Meermalen wordt de term ‘onversterkte muziek’ genoemd. In artikel 4.4 lid 4 van de evenementenverordening is bepaald dat indien ook maar een onderdeel is versterkt, het gehele samenspel geldt als versterkte muziek. Bij de meeste uitvoeringen zoals fanfare/ harmonie en dergelijke geldt dat er wel een electronisch keyboard wordt gebruikt of een microfoon voor zang of het via boxen uitlichten van instrumenten als violen en blazers. Dat maakt dat waarschijniijk in de meeste gevallen sprake is van ‘versterkte muziek’. Hoe wordt dit gehandhaafd of is dit geborgd?
6) Opmerkelijk is dat voor luidruchtige evenementen grenzen worden gesteld aan de optredende geluidniveaus (70 dB(A) op omiiggende woningen). Voor ‘onversterkte muziek’ gelden in de dagperiode tussen 10.00-23.00 uur in het geheel geen eisen (zie tabel 2, pag. 38/107). Op welke manier wordt gewaarborgd dat hier geen onacceptabele geluidniveaus optreden? In het kader van de ruimtelijke aanvaardbaarheid is het noodzakelijk de optredende geluidniveaus op omiiggende woningen te bepalen en af te wegen. 7) Op grond van de wetgeving geldt voor de inrichting een uitzondering van in totaal 38 dagen op jaarbasis: 12x incidenteel, 14x kleinschalig en 12 collectieve dagen. Voor de omgeving van het plangebied is dit een hoog aantal evenementen in een periode van een jaar, maar toegespitst op voorjaar en zomer. Mede gelet op het hierboven vermelde dient de ruimtelijke aanvaardbaarheid nogmaals getoetst te worden. In de evenementenverordening wordt gesteld dat er ook ‘rustige weekenden’ ingepland moeten worden. Hoeveel weekenden zijn dat en hoe is dat in dit plan gewaarborgd? Is er ten aanzien daarvan een jaarplanning waarin de weekenden zijn opgenomen? Zo niet, is er dan alleen maar achteraf vast te stellen welke weekenden rustig waren? Bovendien bijt deze bepaling uit de toelichting zich met de verordening zelf. In de toelichting op art. 4.3 lid 2 (pag.
88/107) staat immers dat er rustige weekeindes ingepland moeten worden. Het artikel zelf (pag. 37/107) stelt dat dit alleen het geval is wanneer er binnenlO dagen sprake is van twee evenementen. Dit vraagt om een nadere verklaring. 8) In het akoestisch onderzoek wordt met ‘varianten’ gewerkt. Vermeld is ‘per variant’, ‘de variant met achtergrondmuziek’, ‘evenementen volgens variant 1’, idem ‘variant 2’, ‘2a’, ‘2b’ enz. Het is onduidelijk welke varianten en verschillen er zijn en wat daarop precies van toepassing is en hoe dat vervolgens is geborgd?
9) In de toelichting op het bestemmingsplan is vermeld dat het podium voor ‘diverse activiteiten’ wordt gebruikt. In het kader van een goede beoordeling, de rechtszekerheid en handhaafbaarheid is het noodzakelijk duidelijk te zijn wat daaronder wordt verstaan? Wat is wel en wat is niet toegestaan? Bij voorkeur dient (ook) vermeld te worden welke activiteiten ‘niet’ zijn toegestaan. Bijvoorbeeld evenementen in het kader van een bruiloft, een jubileum of bedrijfsfeest kunnen als strijdig met het bestemmingsplan worden aangemerkt. Dat er een stichting is opgericht is daarvoor niet voldoende, want die is in de regels niet voorgeschreven en toegelicht. 10) In regel 4.3.1 onder b wordt verwezen naar artikel 1.31. Dat meet zijn artikel 1.32
Advies- en Projectbureau Engelen Limburg
4/4
11) Het is inmiddels gebruikelijk en niet zelden noodzakelijk dat er milieunormen en milieurandvoorwaarden worden opgenomen in de planregels als dit ruimtelijk relevant is (vooral in de gevallen dat normen aanvullend zijn op de normen in het milieuspoor). Bijvoorbeeld vanwege stemgeluid bij de horeca, geluid vanwege evenementen, regels over het laden en lessen. Het verzoek is dan ook om alle relevante normen in de planregels op te nemen. 12)Voor de evenementen ontbreekt een regeling voor de maximale duur per evenement en het opbouwen, inrichten, afbreken en opruimen van het evenement. Ook is niet geregeld hoeveel bezoekers maximaal per evenement per dag zijn toegestaan, al of niet per variant van evenement. Zijn meerdaagse evenementen toegestaan of meerdere evenementen per dag en zo ja, hoe moet dit worden uitgelegd voor wat betreft 'maximaal 38 dagen per jaar evenementen’ enz.?
13) Overeenkomstig vaste jurisprudentie dient in de planregels opgenomen te worden wat de duur en eindtijd van elk evenement is, welke soorten evenementen worden onderscheiden en hoe geluidsoverlast door vertrekkende bezoekers wordt voorkomen. Dit zijn planologisch relevante aspecten waarbij niet zonder meer naar de APV kan worden venyvezen die naar een bepaald evenement ziet en een afwijkende toetsingskader biedt. 14) In de bestaande situatie wordt wel eens geuroverlast ervaren afkomstig uit de keuken van het restaurant. Indien er tijdens de evenementen ook de mogelijkheid bestaat om op het terrein snacks of maaltijden te bereiden zal de geuroverlast toenemen. Belanghebbenden willen daarom verzoeken om een verbod op het bereiden van maaltijden al of niet tijdens evenementen op het theaterterrein te verbieden.
Op basis van de bovenstaande punten dien ik namens de belanghebbenden een zienswijze in tegen het ontwerp-bestemmingsplan ‘Abdijeomplex Thorn’. Ik verzoek u met inachtneming van deze zienswijze het ontwerp-bestemmingsplan niet (ongewijzigd) vast te stellen. Ik ga er vanuit dat u mij van de verdere procedure op de hoogte houdt. Indien noodzakelijk wens ik bovenstaande inbreng en argumenten later verder te onderbouwen c.q. aan te vullen of toe te lichten.
Indien u over bovenstaande nog vragen heeft kunt u altijd contact met mij opnemen via het telefoonnummer 0642617410. Ik zie uw reactie graag met belangstelling tegemoet. lijke groet,
Apeladvies.
(J.. 0\-V'l olc
. c;
E'YV"'
~e~ b (:E_VOO cJ
D~V'"\
t r-
\tY}_=- C2! 5-'3-~-\.._.ll - \.A.J -------------------
-r:2. \.1. \ . \\ 1\ l ~J-~-~ <:ê_ :2 ....,__1.,_0_\_J _e_.~_l 0 ~--,- VYL~
~-G;;;\-~b \-q_g V-
-
-•
rl---'= e =-ll'.)•-~~
~-
-'C\-8-V"\-~-~°'--~-\C\-
' ---,----:-
- - _\. vî
· te.
:_\-k '<:::-Q-V-~-)
' ..:::z._€c _oJ C '::::2-1 e-~-$-\.J-..2__"-j
t-Le.~~,._
-
1
~-·~ -----1-- ---tl
,)--~~
-+---= C ==--L.Q-V--\-LD-G-v::=-'1-ê; vq-GLe
-=-"b-LL~A-Cd_\CLC2i_<=..J · - _b~tA.~
"'
I
-- ------------