Bijlage 2.3 Toelichting bestemmingsplan ‘Kasteellaan 1 in Heel’.
Tekst van het document
4.8
Externe veiligheid
4.8.1 Algemeen Externe veiligheid betreft het risico dat aan bepaalde activiteiten verbonden is voor niet bij de activiteit betrokken personen. Het externe veiligheidsbeleid richt zich op het voorkomen en beheersen van risicovolle bedrijfsactiviteiten en van risicovol transport. Het gaat daarbij om de bescherming van individuele burgers en groepen tegen ongevallen met gevaarlijke stoffen of omstandigheden. Daarbij gaat het om de risico’s verbonden aan ‘risicovolle inrichtingen’, waar gevaarlijke stoffen worden geproduceerd, opgeslagen of gebruikt, om het ‘vervoer van gevaarlijke stoffen’ via wegen, spoorwegen, waterwegen en buisleidingen. De huidige situatie met betrekking tot externe veiligheid wijzigt niet door het planvoornemen. In en direct rond het plangebied (binnen een afstand van 200 meter) zijn geen inrichtingen gelegen die zijn opgenomen in de lijst met risicovolle bedrijven in de gemeente Maasgouw en die van invloed kunnen zijn op het plangebied. Op circa 1.300 meter afstand is de aardgasleiding Z-513-01 van de Gasunie gelegen. Deze gasleiding heeft geen PR10-6 contour. Het invloedsgebied van het groepsrisico van deze buisleiding is 95 meter. Het plangebied valt daar ruimschoots buiten. Circa 1.450 meter ten zuiden bevind zich de waterweg Maascorridor. De PR10-6 contour is niet buiten de oevers gelegen. De waterweg heeft geen plasbrandaandachtsgebied (PAG).
Het invloedsgebied van het groepsrisico is 730 meter. Het plangebied ligt daar ruimschoots buiten. Op een afstand van circa 1.350 meter ten zuiden is de A2 gelegen. In verband met het vervoer van gevaarlijke stoffen geldt voor deze weg een PR10-6 contour van 16 meter en een invloedsgebied in het kader van het groepsrisico van >4.000 meter. Het plangebied valt binnen dit invloedsgebied maar buiten de vrijwaringszone. In dat kader kan dan ook volstaan worden met een beperkte verantwoording an het groepsrisico voor de mogelijkheden tot bestrijdbaarheid van een calamiteit. Verder vindt nabij het plangebied geen vervoer van gevaarlijke stoffen plaats over het spoor.
34
bestemmingsplan Kasteellaan 1 Heel
Uitsnede risicokaart.nl plangebied blauw omcirkelt 4.8.2 Beperkte verantwoording groepsrisico Gezien de ligging van het plangebied binnen het invloedsgebied van de A2 is op basis van artikel 7 en 8 van het Bevt een verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk. Op basis van artikel 8, lid 2, onderdeel b van het Bevt kan worden volstaan met een beperkte verantwoording van het groepsrisico. Bovendien is advies aangevraagd bij de Veiligheidsregio Limburg-Noord. Zoals reeds beschreven, is voor de A2 een beperkte verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk. Bij een dergelijke verantwoording dient op basis van artikel 7 van het Bevt aandacht besteed te worden aan de volgende items: 1. 2.
De mogelijkheden ter voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval (bestrijdbaarheid). De mogelijkheid van personen binnen het invloedsgebied om zichzelf in veiligheid te brengen (zelfredzaamheid).
Ad 1: bestrijdbaarheid Voor wat betreft de A2 bestaan er vanwege de afstand met name risico's in verband met ongelukken met giftige gassen en vloeistoffen (toxisch scenario). De kans op overlijden ten gevolge van een incident op de A2 met gevaarlijke stoffen binnen het plangebied is zeer klein. Er bestaan geen feitelijke mogelijkheden om middels dit bestemmingsplan de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp direct te beïnvloeden. De bestrijding vindt voor zover mogelijk plaats bij de risicobron. Hierbij dient te worden opgemerkt dat het plangebied bij eventuele calamiteiten over het algemeen goed bereikbaar is voor hulpdiensten via de bestaande infrastructuur.
Ad 2: zelfredzaamheid Bij het beschrijven van de mogelijkheden tot zelfredzaamheid is het van belang om vanwege de afstand in te gaan op de calamiteit met giftige gassen en vloeistoffen (toxisch scenario). Voor blootstelling aan een toxische gaswolk (het bepalende scenario), is “schuilen” in combinatie met het sluiten van ramen en deuren de enige juiste methode. Schuilen vindt plaats binnen bouwwerken. De mate waarin deze bouwwerken afsluitbaar zijn tegen de indringing van toxisch gas en de tijdsduur dat deze bouwwerken worden
bestemmingsplan Kasteellaan 1 Heel
35
blootgesteld zijn hierbij parameters. Van belang is verder dat bewoners tijdig gewaarschuwd worden. Dit gebeurt door het in werking stellen van het WAS (Waarschuwing- en AlarmeringSysteem) als onderdeel van de algemene Rampenbestrijding en mogelijk in de toekomst via NL-alert. Verder informeert de veiligheidsregio c.q. gemeente haar inwoners over de handelingsstrategie bij calamiteiten.
Veiligheidsregio Limburg-Noord Door de veiligheidsregio wordt aangegeven dat het initiatief binnen het invloedgebied van enkele transportassen (Rijksweg A2 en de Maas) ligt, waarover vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. De grondslag van haar advies komt voort vanuit artikel 9 van het Besluit externe veiligheid transportroutes. Het plangebied is gelegen in een woongebied met veel nieuwe (woning)bouwontwikkelingen (Sint Anna, Kasteelhof), waarvoor in 2018 door de VRLN reeds een advies door de veiligheidsregio is gegeven. Dit advies is voor dit plangebied nog altijd actueel. De veiligheidsregio adviseert rekening te houden met onderstaande beheersmaatregelen ter verbetering van de zelfredzaamheid: Wanneer voor ventilatie een installatie nodig is, plaats dan op een makkelijk te bereiken plaats, een noodknop waarmee de installatie uitgezet kan worden zodat er geen ventilatielucht meer van buitenaf wordt ingebracht. De noodknop kan bijvoorbeeld in de meterkast worden geplaatst. Zorg dat de gebruikers op de hoogte zijn van de risico's van een toxisch incident met gevaarlijke stoffen, het handelingsperspectief: "binnenblijven, ramen en deuren sluiten en mechanische ventilatie uitzetten" en hiernaar wordt gehandeld (o.a. aangestuurd via NL-alert of WAS procedure).
Indien gebouwen geheel of gedeeltelijk zijn voorzien van natuurlijke ventilatie is het advies om naar een ruimte te gaan waar ramen en deuren gesloten kunnen worden en de mechanische ventilatie uitgezet kan worden. Er wordt een beheersmaatregelen genomen door de woningen uit te rusten met een individueel ventilatiesysteem met een aan en uit schakelaar. Via WAS/NL-Alert kunnen de toekomstige bewoners gewaarschuwd worden bij een eventuele calamiteit om de ramen en deuren te sluit en het ventilatiesysteem uit te schakelen. 4.8.3 Gevolg planvoornemen In de directe omgeving van het plangebied zijn geen risicovolle objecten of buisleidingen gelegen. Ook vindt er geen transport van gevaarlijke stoffen in de directe omgeving plaats. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor het planvoornemen, waarmee het woon- en leefklimaat ter plaatse van het plangebied is gewaarborgd.
4.9
Archeologie en cultuurhistorie
4.9.1 Archeologie De gemeente Maasgouw beschikt over een archeologische waardenkaart. Hierop is archeologisch beleid geënt. Dit houdt in dat bij het roeren van de bodem vanaf een bepaalde oppervlakte en diepte archeologisch onderzoek kan worden voorgeschreven. Dit beleid is via de dubbelbestemming 'Waarde-Archeologie'vertaald naar de bestemmingsplannen.
36
bestemmingsplan Kasteellaan 1 Heel
Uitsnede archeologische waardenkaart met plangebied rood omcirkelt Het plangebied is op de archeologische waardenkaart gelegen in een zogenaamd ongekarteerd gebied. Dit wil zeggen, dat een exacte archeologische verwachting hier vanwege een intensieve menselijke bedrijvigheid niet kan worden bepaald. Soms vertegenwoordigen deze gebieden een archeologisch belang, met name daar waar sprake is van een ver teruggaande bewoningsgeschiedenis, en soms moet het archeologisch belang niet hoog worden ingeschat. Ter plaatse van het plangebied is de ongekarteerde situering niet via een dubbelbestemming 'WaardeArcheologie' vertaald naar het bestemmingsplan. Vanuit dit licht bezien, is hier een archeologisch onderzoek niet nodig. Daaraan kan worden toegevoegd dat de appartementen c.q. woningen worden gerealiseerd binnen de bestaande bebouwing van het voormalig zwembad. Hierbij vinden geen bodemingrepen plaats waardoor geen sprake is van verstoring van eventueel aanwezige archeologische waarden. Bij de sloop van de bebouwing tussen het voormalig zwembad en het fitnesscentrum is eventueel sprake van bodemingrepen bij het verwijderen van het dek van de begane grond dan wel van de fundering. Het oppervlak (<250 m2 ) en de diepte van deze bodemingrepen (< 0,5 meter) zijn beperkt waardoor de kans op verstoring van eventueel archelogische waarde nihil is.
Daarnaast wordt hierbij de bodem ter plaatse niet meer geroerd dan voorheen bij de bouw van het sportcomplex. Het aantreffen van archeologische sprogen of resten zal hier niet voor de hand liggen. Mocht men bij de uitvoering van de plannen toch stuiten op archeologische relicten, dan zal dit onverwijld moeten worden gemeld aan de gemeente Maasgouw. 4.9.2 Cultuurhistorie De bebouwing van het voormalig zwembad is niet aangemerkt als een rijks- of gemeentelijke monument. Evenmin is er sprake van de ligging in een beschermd dorpsgezicht. Wel zijn er een gemeentelijk monument (kapel van St. Anna) en een rijksmonument (kasteel Heel) in de nabijheid gelegen. Gezien de afstand en de tussenliggende bebouwing heeft het planvoornemen geen consequenties voor deze monumenten en is geen sprake van enige afbreuk. De bebouwing van het voormalige zwembad is opgetrokken in een moderne architectuur. Het betreft
bestemmingsplan Kasteellaan 1 Heel
37
rechthoeken, met een platte afdekking en de nodige glaspuien. De architectuur is als 'functionalistisch' te karakteriseren en is afgestemd op de functies die er ooit in zijn neergelegd. Het zwembad dateert uit de jaren zeventig van de vorige eeuw. De overige bebouwing uit begin jaren tachtig van de vorige eeuw. In architectonisch opzicht zijn deze bebouwing niet belangwekkend of uitzonderlijk. In de periode van stichting werden er veel van dergelijke gebouwen opgericht. Men kiest er hier echter voor om de hoofdbouw van zowel het zwembad en de sportzaal te laten staan. Dit brengt met zich mee, dat bij de verbouwing c.q. tranformatie naar een woongebouw met appartementen en woningen rekening dient te worden gehouden met de 'architectonische integriteit' en uitstraling van het ensemble. Met name bij de verhoging van het hoofdgebouw zal hier in het bijzonder op worden gelet. De architectonische eenheid en het karakter blijven herkenbaar en gehandhaafd, weliswaar in een hedendaagse vormgeving. In het licht van het bovenstaande is de omvorming van de bebouwing van voormalig zwembad naar een woongebouw met appartementen en woningen aanvaardbaar, maar dienen de architectonische kaders te worden gerespecteerd. Hiermee zal bij de uitwerking van het bouwplan voor de appartementen c.q. woningen ten behoeve van de aanvraag van de omgevingsvergunning zoveel mogelijk rekening worden gehouden.
4.10
Flora en Fauna
Bij elk ruimtelijk plan moet, met het oog op beschermenswaardige natuurwaarden, rekening worden gehouden met de regelgeving op het gebied van gebiedsbescherming en soortenbescherming. Dit wordt geregeld in de Wet natuurbescherming die op 1 januari 2017 in werking is getreden. Het natuurbeschermingsrecht is verder te vinden in verdragen, Europese en nationale regelgeving en in nationaal en provinciaal beleid. Vanuit de Europese regelgeving wordt met name nadruk gelegd op de bescherming van plant- en diersoorten (Vogelrichtlijn) en leefgebieden (Habitatrichtlijn). Ten behoeve hiervan zijn dan ook diverse beschermingsgebieden aangewezen. De belangrijkste beschermingszones zijn Natura 2000-gebieden. Onderstaande paragrafen gaan nader in op de aspecten gebiedsbescherming en soortenbescherming in relatie tot onderhavige ontwikkeling. 4.10.1 Gebiedsbescherming Natura 2000-gebieden Voor het plangebied zijn relevant het ca. 5,6 kilometer van het plangebied gelegen Natura 2000 gebied 'Roerdal' en het op ca. 4,6 km gelegen Natura 2000 gebied 'Grensmaas'. De Belgische Natura 2000 gebieden zijn gelegen op ca. 4,5 kilometer. Negatieve effecten voor licht, geluid en trillingen ten gevolge van de realisatie en in gebruik name van woongebouw met appartementen en woningen zijn, gezien de ruime afstand danwel het kleinschalige project, op deze Natura 2000-gebieden uit te sluiten.
38
bestemmingsplan Kasteellaan 1 Heel
Ligging plangebied ten opzichte van de Natura 2000-gebieden plangebied ter hoogte van rode stip
Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Limburg (voorheen goudgroene natuurzone) vormt het Limburgse deel van het Nationale Natuurnetwerk. Binnen het Natuurnetwerk Limburg wordt ingezet op een goede kwaliteit en bescherming van de natuur met een bijzonder accent op bedreigde Limburgse dier- en plantensoorten. Daarnaast is het bieden van mogelijkheden voor natuurbeleving belangrijk. Het Maasdal, de beekdalen en steilere hellingen (voorheen de bronsgroene landschapszone en zilvergroene natuurzone) vormen samen de circa 36.000 hectaren grote groenblauwe mantel binnen de landelijke gebieden van Limburg. De gebieden liggen als een soort mantel tussen en om het Natuurnetwerk Limburg. Het zijn gebieden waar sprake is van goede combinatiemogelijkheden voor duurzame vormen van (kringloop) land- en tuinbouw en andere economische functies, vooral door hergebruik van reeds aanwezige monumentale en beeldbepalende gebouwen. De focus ligt hier op het versterken van het klimaatadaptieve karakter met meer ruimte voor de beken en Maas, de biodiversiteit en kernkwaliteiten van het landschap. Op veel plekken zijn in de rivier- en beekdalen in de loop der tijd steden en dorpen tot ontwikkeling gekomen. Die bebouwde gebieden maken geen deel uit van de groen- blauwe mantel, maar staan er wel mee in verband.
bestemmingsplan Kasteellaan 1 Heel
39
Afbeelding: Ligging plangebied ten opzichte van Natuurnetwerk Limburg en groenblauwe mantel Het plangebied is op circa 220 meter afstand van het Natuurnetwerk Limburge en op circa 210 meter afstand van de groenblauwe mantel gelegen. Tussen het plangebied en het Natuurnetwerk en de groenblauwe mantel bevindt zich reeds (woon)bebouwing. In onderhavige situatie betreft het tranformatie van een voormalig zwembad naar een woongebouw met appartementen en woningen in een gemengd woongebied. Negatieve effecten op het Natuurnetwerk en de groenblauwe mantel veroorzaakt door licht, geluid en trillingen ten gevolge van de realisatie en in gebruik name van de apartementen zijn, gezien de afstand en aard van de ontwikkeling, uit te sluiten. 4.10.2 Stikstof De uitspraak van de Raad van State op 29 mei 2019 heeft bepaald dat het Programma Aanpak Stikstof (PAS) niet meer als basis gebruikt mag worden voor toestemming voor activiteiten in het kader van de Wnb en dat de “standaard grenswaarde” uit het PAS niet meer gebruikt mag worden. Dit houdt in dat voor planologische procedures en bij de verlening van een omgevingsvergunning een stikstofbeoordeling en, afhankelijk van een stikstofberekening en/of voortoets, mogelijk ook een vergunning Wet natuurbescherming nodig is. Voor elke toename in stikstofneerslag boven de 0,00 mol/ha/jaar, hoe klein dan ook, is een onderbouwing nodig.
Na het wegvallen van het PAS is er gewerkt aan nieuwe wettelijke kaders. In de Wet Stikstofreductie en Natuurherstel (juli 2021) was een partiële vrijstelling opgenomen met betrekking tot de bouwactiviteiten van een plan of project. Dat betekent dat deze fase buiten beschouwing diende te blijven en enkel de effecten ten aanzien van de gebruiksfase beoordeeld dienen te worden. Op 2 november 2022 is door de Raad van State uitspraak gedaan in de zaak betreffende het ondergrondse CO2 -opslagproject Porthos waarin de vrijstelling van deze bouwactiviteiten ter beoordeling voor lag. De Raad van State heeft in haar uitspraak geoordeeld dat de stikstof die in de bouwfase vrijkomt niet buiten beschouwing mag worden gelaten. Concreet betekent dit dat de bouwvrijstelling geschrapt is en de juridische situatie teruggedraaid is naar het wettelijk kader vóór 1
40
bestemmingsplan Kasteellaan 1 Heel
juli 2021. Dit houdt in dat voor alle plannen en projecten zowel de tijdelijke bouwfase alsook de permanente gebruiksfase beoordeeld dient te worden. Voor het onderhavige plan is daarom een beoordeling van zowel de bouwactiviteiten als de gebruiksfase aan de orde. Bij de voorbereiding van onderhavig bestemmingsplan is onderzocht of het planvoornemen leidt tot een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. In dit kader is een notitie beoordeling stikstof (Pouderoyen Tonnaer, projectnummer J219863, d.d. 22 december 2022, Bijlage 4) opgesteld, op basis waarvan negatieve effecten ten gevolge van stikstof op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden met zekerheid kunnen worden uitgesloten, waardoor een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming niet vereist is. 4.10.3 Soortenbescherming Door Bureau Meervelt is een inspectie beschermde natuurwaarden (kenmerk 21- 2021, d.d. 3 december 2021) uitgevoerd om inzicht te krijgen op de effecten die onderhavige ontwikkeling heeft op beschermde soorten om zo te kunnen beoordelen of er verbodsbepalingen overtreden worden of voorkomen kunnen worden door het treffen van mitigerende maatregelen. De bevindingen van het onderzoek zijn in onderstaande overgenomen. teven is de notitie van de inspectie als Bijlage 3 bij onderhavige toelichting toegevoegd.
Flora De aanwezigheid van beschermde planten op het gebouw en in de directe omgeving van het gebouw kon tijdens het veldbezoek op grond van het aangetroffen biotoop en het gevoerde beheer uitgesloten worden. Nader onderzoek is niet nodig.
Vogels In gebruik zijnde nesten van alle broedvogels zijn strikt beschermd en mogen niet verstoord worden. Van enkele soorten is het nest/de nestplaats jaarrond beschermd, dit geldt onder meer voor nesten van gebouw bewonende soorten als Huismus, Gierzwaluw, Huiszwaluw en uilen. Het pand is niet geschikt als broedlocatie voor Huismus. Nesten van Huiszwaluwen zijn niet aanwezig (oude nesten zijn goed herkenbaar buiten de broedperiode) en ook voor deze soort ontbreken vestigingsmogelijkheden. Voor uilen en gierzwaluw is het pand eveneens ongeschikt als broedlocatie. De gevels hebben een sluitende afwerking tussen de muren en de dakrand van het platte dak, holten en/of scheuren ontbreken waardoor invliegopeningen voor vogels ontbreken. Nader onderzoek naar broedvogels is niet nodig
Zoogdieren Uit de geraadpleegde gegevens bleek slechts één waarneming van grondgebonden zoogdieren bekend uit de directe omgeving van het plangebied. Het betrof een waarneming van Eekhoorn. Het plangebied maakt geen deel uit van het leefgebied, de randen van het plangebied met enkele aangrenzende bomen zijn mogelijk deel van het leefgebied. Nesten van Eekhoorn werden hier niet aangetroffen. Uit de ruimere omgeving is Steenmarter bekend. Tijdens het inspectiebezoek inpandig werden geen indicaties van bewoning opgemerkt, uitwerpselen of andere sporen ontbraken. Eventuele aanwezigheid van een verblijfplaats hier zou zeker zijn opgemerkt: de sporen van Steenmarter zijn goed herkenbaar en bij langduriger aanwezigheid zeer opvallend. De aanwezigheid van Steenmarter is op basis van het veldbezoek uit te sluiten. Nader onderzoek naar Steenmarter is niet nodig. Uit de ruimere omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van Gewone dwergvleermuis en Laatvlieger. Het ging hierbij om meerdere foeragerende exemplaren. Het voormalige zwembad bestaat uit bakstenen zonder spouwmuur met een plat dak. De overgangen van dak naar muur zijn van een vrijwel
bestemmingsplan Kasteellaan 1 Heel
41
naadloos aangesloten brede metalen daklijsten voorzien. Het pand is daardoor geheel ongeschikt als verblijfsplaats voor vleermuizen. Inpandige en overige werkzaamheden kunnen uitgevoerd worden zonder maatregelen. Nader onderzoek naar verblijfplaatsen van vleermuizen is niet nodig. Overige soorten Tijdens het veldbezoek werd vastgesteld dat het plangebied geen mogelijkheden biedt voor vestiging van overige beschermde soorten (amfibieën, reptielen, insecten enz.).
Gevolg planvoornemen Geconcludeerd kan worden dat het pand aan de Kasteellaan te Heel geen mogelijkheid bied voor verblijfplaatsen voor beschermde soorten. Vervolgstappen (nader onderzoek, aanvraag Wet natuurbescherming - onderdeel soorten) is niet nodig.
4.11
Waterparagraaf
Water vormt een steeds belangrijker aspect bij ontwikkelingen op onder meer het gebied van woningbouw en bedrijventerreinen. Belangrijke thema’s zijn: het vasthouden in plaats van direct afvoeren van hemelwater, het hergebruik van water, het zuinig omgaan met drinkwater en het beperken van de onttrekking van grondwater. Het is dan ook verplicht om bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in de toelichting c.q. ruimtelijke onderbouwing aan te geven op welke wijze rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Deze verantwoording wordt ook wel de waterparagraaf genoemd. Deze paragraaf kan als waterparagraaf worden beschouwd. 4.11.1 Nationaal Water Programma 2022-2027 Het Nationaal Water Programma 2022-2027 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2016-2021. In het Nationaal Water Programma 2022-2027 beschrijft de Rijksoverheid de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de uitvoering ervan in de rijkswateren en -vaarwegen. Dit staat in één programma waarmee de Rijksoverheid anticipeert op de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Het waterprogramma beschrijft de nationale beleids- en beheerdoelen op het gebied van klimaatadaptatie, waterveiligheid, zoetwater & waterverdeling, waterkwaliteit & natuur, scheepvaart, en de functies van de rijkswateren.
Gedacht moet worden aan het omgaan met droogte, onze dijken, en het borgen van de drinkwatervoorziening en de bevaarbaarheid van onze rivieren en kanalen. Hierbij wordt gekeken naar de raakvlakken binnen en tussen de verschillende waterthema’s, ook in de verschillende ‘water’ gebieden (dit zijn: Noordzee, Zuidwestelijke Delta, Waddengebied, IJsselmeergebied, Rivieren, Kanalen en Rijnmond-Drechtsteden). Dat brengt samenhang in het waterbeleid aan. Daarnaast zijn de raakvlakken inzichtelijk gemaakt tussen water en andere thema’s als landbouw, landschap, bodem en het energie- en klimaatbeleid. Het programma biedt daarmee overzicht en inzicht van wat er nu en in de toekomst te wachten staat. 4.11.2 Waterschap Limburg Vanaf 1 november 2003 zijn de overheden wettelijk verplicht om alle ruimtelijke plannen, die van invloed zijn op de waterhuishouding, voor advies voor te leggen aan de waterbeheerders. Tot juli 2004 kwam het voor dat voor de watertoets verschillende waterbeheerders (waterschapsbedrijf, waterschap, provincie en Rijkswaterstaat) apart moesten worden benaderd. Die gaven dan afzonderlijke wateradviezen. Dat zorgde voor veel onduidelijkheid en papieren rompslomp. Daarom hebben de Limburgse waterbeheerders afgesproken om alle aanvragen in het hun betreffende gebied af te handelen via één loket: het zogenaamde watertoetsloket. Het loket is ondergebracht bij het waterschap.
Niet alle ruimtelijke plannen behoeven de watertoets te doorlopen. Daartoe heeft het waterschap een
42
bestemmingsplan Kasteellaan 1 Heel
stroomschema, met daarbij behorende notitie ondergrens, opgesteld waaruit het toepassingsbereik van de watertoets blijkt. Ook zijn per gemeente waterkaarten opgesteld waaruit de verschillende waterbelangen op een bepaalde locatie zijn af te lezen. Aan de hand van het ‘meldformulier watertoets’ kunnen (ruimtelijke) plannen vervolgens voor advies worden voorgelegd aan het betreffende waterschap. het hemelwater afkomstig van de (bestaande) bebouwing dient binnen het plangebied te worden geïnfiltreerd. Dit houdt in dat binnen het plangebied een hemelwatervoorziening in de vorm van een wadi met voldoende bergingscapaciteit moet worden aangelegd. Voor extreme situaties dient tevens in een noodoverstort op het riool te worden voorzien. 4.11.3 Gevolg planvoornemen Onderhavige ontwikkeling is gelegen binnen het werkgebied van het Waterschap Limburg. Volgens het Waterschap Limburg hoeven kleine ruimtelijke plannen niet meer voor een wateradvies naar het watertoetsloket. Hiervoor is een bovengrens ingesteld van 1.000 m² nieuw bebouwd oppervlak, mits het plangebied niet binnen een (door het Waterschap aangegeven) speciaal aandachtsgebied valt.
Onderhavige ontwikkeling ziet toe op de transformatie van het voormalig zwembad naar een woongebouw met tien appartementen en tien grondgebonden woningen in combinatie met gemeenschappelijke voorzieningen binnen de bestaande bebouwing, waarop een opbouw in 2 bouwlagen is voorzien. Er is hierdoor geen sprake van een toename in het verhard oppervlak. Onderhavige planvoornemen zorgt juist voor een afname van circa 250 m2 aan verhard oppervlakte door de sloop van een gedeelte van de bebouwing tussen het voormalig zwembad en het fitnesscentrum. Derhalve is geen wateradvies noodzakelijk Waterschap Limburg hanteert zowel een voorkeursvolgorde voor waterkwaliteit (schoonhouden, scheiden, zuiveren) als voor waterkwantiteit (hergebruik water, vasthouden in de bodem (infiltratie), tijdelijk bergen, afvoeren naar oppervlaktewater, afvoeren naar gemengd of DWA-riool). In aansluiting op het landelijk beleid hanteert Waterschap Limburg het beleid dat bij nieuwe plannen altijd onderzocht behoort te worden hoe omgegaan kan worden met het schone hemelwater. Hierbij worden de afwegingsstappen “hergebruik – infiltratie – buffering – afvoer” (afgeleid van de trits “vasthouden – bergen – afvoeren) doorlopen. De bergingseis die het waterschap aanhoudt bedraagt 100 mm. In onderhavige geval zal het afvalwater ten gevolge van de appartementen c.q.
woningen, net als in de huidige situatie van het voormalig zwembad, worden aangeboden aan het bestaande gescheiden riool van de aanliggende straat Kasteellaan. Er worden geen knelpunten verwacht in verband met de aansluiting op het bestaande riool. De realisatie van het woongebouw met tien appartementen en twee grondgebonden woningen (levensloopbestendig) zal ten opzichte van het voormalige zwembad geen onevenredige belasting op het gmeentelijk rioolstelstel ter plekke met zich meebrengen. Voor wat betreft hemelwaterberging geldt dat onderhavige ontwikkeling voorziet in een afname van verhard oppervlak. Echter de transformatie van het voormalig zwembad naar een woongebouw met tien appartementen en twee grondgebonden woningen (levensloopbestendig), ook al is sprake van bestaand verhard oppervlak, mag als gevolg van het hemelwater geen belasting op op de riolering zijn. Hiervoor wordt het afkoppelbeleidplan van de gemeente Maasgouw gevolgd waarbij onder andere het bovengronds afkoppelen de voorkeur heeft boven ondergronds afkoppelen. Het hemelwater vallend op de bebouwing moet, volgens de gemeentelijke eisen in het afkoppelingsplan, tot een bui van 50 mm/m2 ten opzichte van aangesloten verhard oppervlak op eigen terrein worden geinfiltreerd.
Tevens dient er een overstort op het bestaande rioleringsysteem (hemelwaterbuis die al op het perceel ligt) of een overloop op maaiveld worden gerealiseerd mochten zich extreme situaties voordoen. De afvoer van hemelwater van verhardingen binnen het plangebied blijft ongewijzigd. Uitgangspunt is dat het te infiltreren hemelwater van voldoende kwaliteit is zodat bodemvervuiling wordt uitgesloten.
bestemmingsplan Kasteellaan 1 Heel
43
4.12
Leidingen
Zoals beschreven in paragraaf 4.8.3 zijn ten zuiden van het plangebied, parallel aan de rijksweg A2, buisleidingen gelegen. Deze vormen gezien de ruimte afstand geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling. Verder zijn er binnen of in de directe omgeving van het plangebied geen hoofdtransportleidingen of persleidingen van water, olie, gas, brandstof en/of hoogspanningsleidingen gelegen, die van invloed zijn op de realisatie van het planvoornemen. In het straatprofiel van de omliggende wegen (Kasteellaan, Kapellaan, Wessemerweg) zijn wel de reguliere leidingen c.q. nutsvoorzieningen aanwezig zoals gas, electra en telefonie.
4.13
Klimaatadaptatie
In het kader van klimaatadaptatie wordt door de gemeente ten behoeve van het planvoornemen een aantal suggesties gedaan. Hierbij moet gedacht worden aan het voorkomen van hitte accumulatie, het zorgen voor schaduw of begroeiing op zuidgevels, het aanleggen van sedumdaken eventueel gecombineerd met zonnepanelen en het zorgen van een goede isolatie. Dit is geen vastgesteld beleid maar bij de concrete uitwerking van het bouwplan ten behoeve van de aanvraag van de bouwvergunning kan hier mogelijk rekening mee worden gehouden.
44
bestemmingsplan Kasteellaan 1 Heel
Hoofdstuk 5 5.1
Planopzet
Inleiding
Het voorliggende bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding en de regels tezamen vormen het juridisch bindende deel van het plan. Verbeelding en regels dienen te allen tijde in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast.
5.2
De verbeelding
De analoge verbeelding is getekend op een bijgewerkte en digitale BGT ondergrond met kadastrale geevens, schaal 1:1000, conform de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012). Hierbij dient te worden aangetekend dat de BGT ondergrond met kadastrale gegevens geen juridische status heeft. Op de verbeelding is het gedeelte van de bebouwing welke gesloopt wordt meegenomen als onderdeel van het plangebied. De bestemming 'Sport' is ter plaatse van deze gronden gehandhaafd, maar het bijbehorende bouwvlak is hier komen te vervallen zodat het in de toekomst planologisch-juridisch niet mogelijk is om hier nieuwe bebouwing te realiseren waardoor de fysieke scheiding tussen de bebouwing van het fitnesscentrum en het woongebouw met 10 appartementen en twee grondgebonden woningen blijft gewaarborgd.
5.3
De regels
De regels bepalen de gebruiksmogelijkheden van de gronden binnen het plangebied en geven tevens de bouwen gebruiksmogelijkheden met betrekking tot bouwwerken aan. De regels van het bestemmingsplan ‘Kasteellaan 1 Heel’ zijn opgebouwd conform de door de SVBP2012 voorgeschreven systematiek en zijn gebaseerd op de regels van bestemmingsplan 'Kasteelhof'. De regels omvatten inleidende regels, bestemmingsregels, algemene regels, en ten slotte de overgangs- en slotregels. Begrippen In de begripsregels worden omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Alleen die begripsregels worden opgenomen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Voor sommige begrippen worden in de SVBP2012 omschrijvingen gegeven. Deze worden overgenomen.
Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden en oppervlakten te bepalen, wordt in de ‘wijze van meten’ uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden. Ook voor de ‘wijze van meten’ worden in de SVBP2012 richtlijnen gegeven.
Bestemmingsregels De gronden van het gehele plangebied hebben een positieve bestemming. Een positieve bestemming betekent dat het gebruik van de gronden voor de verschillende toegestane functies direct mogelijk is. Bovendien betekent het dat oprichting van gebouwen direct mogelijk is nadat burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning hebben verleend, welke dient te voldoen aan onder meer de bouwregels van het bestemmingsplan, het Bouwbesluit en de Bouwverordening. De opbouw van de bestemmingen ziet er in beginsel als volgt uit:
bestemmingsplan Kasteellaan 1 Heel
45
Bestemmingsomschrijving; Bouwregels; Nadere eisen; Afwijken van de bouwregels; Specifieke gebruiksregels; Afwijken van de gebruiksregels; Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden; Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk; Wijzigingsbevoegdheid. Niet alle onderdelen komen bij elke bestemming voor. Van de meest gebruikte onderdelen volgt hierna een korte toelichting.
Bestemmingsomschrijving In de bestemmingsomschrijving wordt een omschrijving gegeven van de aan de gronden toegekende functie(s). De hoofdfunctie(s) worden als eerste genoemd. Indien van toepassing, worden ook de aan de hoofdfunctie ondergeschikte functies mogelijk gemaakt. De ondergeschiktheid kan worden aangegeven door de woorden ‘met daaraan ondergeschikt’. De ondergeschikte functies staan ten dienste van de hoofdfunctie binnen de betreffende bestemming. De bestemmingsomschrijving is niet alleen functioneel maar bevat, met het oog op de raadpleegbaarheid, ook inrichtingsaspecten. Zo kan er worden bepaald dat de betreffende gronden zijn bestemd voor gebouwen ten behoeve van de toegestane functies. Daarnaast kan in de bestemmingsomschrijving worden aangegeven dat het behoud van bepaalde karakteristieken of waarden wordt nagestreefd. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan cultuurhistorische waarden.
Bouwregels In de bouwregels worden voor alle bouwwerken de van toepassing zijnde bebouwingsregels weergegeven. Hierbij wordt in ieder geval een onderscheid gemaakt tussen de regeling van (hoofd)gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde en daar waar van toepassing ook tussen hoofdgebouwen en aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen.
Nadere eisen Nadere eisen kunnen worden gesteld ten behoeve van bepaalde doorgaans kwalitatief omschreven criteria, zoals een goede woonsituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. De nadere eisenregeling biedt de mogelijkheid om in concrete situaties in het kader van het verlenen van een bouwvergunning sturend op te treden door het opnemen van nadere eisen in de bouwvergunning. Nadere eisen kunnen alleen worden gesteld als er in de regels ook een primaire eis wordt gesteld. De nadere eisen moeten verband houden met deze eis. De nadere eisenregeling hoeft niet in alle bestemmingen te worden geregeld.
Afwijken van de bouwregels Met een omgevingsvergunning kan afgeweken worden van de toegestane bouwregelingen. Deze vergunning is niet bedoeld voor afwijkingen van de bouwregels, waarvan de verwachting is, dat ze veelal kunnen worden verleend. In dat geval zijn de bouwregels hierop aangepast. Voor elke afwijking wordt aangegeven waarvoor een vergunning wordt verleend, welke maximale afwijking kan worden toegestaan en meestal de situaties of voorwaarden waaronder vergunning wordt verleend. Het gaat hier om afwijkingsbevoegdheden voor
46
bestemmingsplan Kasteellaan 1 Heel
specifieke bestemmingen. Indien de afwijkingsbevoegdheden gelden voor meerdere bestemmingen dan wel een algemene strekking hebben, zijn ze opgenomen in hoofdstuk 3 (de algemene regels).
Specifieke gebruiksregels Het is verboden gronden te gebruiken en/of te laten gebruiken op een manier die in strijd is met het bestemmingsplan. In specifieke gebruiksregels kunnen bepaalde functies, in aanvulling op de bestemmingsomschrijving, nog expliciet worden genoemd als zijnde verboden gebruik.
Afwijken van de gebruiksregels Met een omgevingsvergunning kan van de gebruiksregels in het plan worden afgeweken ten behoeve van een concrete vorm van grondgebruik. Dit mag echter niet leiden tot een feitelijke wijziging van de bestemming. Dat wil zeggen dat wel vergunning kan worden verleend ten behoeve van functies die inherent zijn aan de in de bestemmingsomschrijving opgenomen functies, maar dat via afwijkingsbevoegdheden geen ‘nieuwe’ functies kunnen worden toegestaan. De afwijking dient te zien op kleinere, planologisch minder ingrijpende onderwerpen. Functiewijzigingen en grotere, ruimtelijke ingrepen dienen te worden geregeld via een wijzigingsbevoegdheid of bestemmingsplanherziening.
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden Met een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden kunnen specifieke inrichtingsactiviteiten aan een werk of werkzaamheid worden verbonden. Onder deze inrichtingsactiviteiten valt niet het bouwen en het gebruiken. Een vergunningenstelsel wordt opgenomen om extra bescherming aan een specifieke waarde van de bestemming te bieden, zoals landschappelijke of natuurlijke waarden, ecologische waarden of de groen- en/of waterstructuur. Een vergunningenstelsel kan in specifieke en bijzondere situaties worden opgenomen in verband met bijvoorbeeld het verwijderen van waardevolle boombeplanting.
Toegekende bestemming Woongebied Aan de gronden en de bebouwing van het voormalig zwembad is de bestemming 'Woongebied' met een bijbehorende bouwvlak afgestemd op de bestaande bebouwing toegekend. Binnen het bouwvlak zijn uitsluitend gestapelde woningen toegestaan in het aangeduide aantal. Tevens is de maximum goot- en bouwhoogte qua maatvoering aangegeven. Ter plaatse van deze bestemming zijn de gronden bestemd voor wonen, tuinen en erven alsmede uitsluitend gestapelde woningen ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld' met de daarbij behorende voorzieningen zoals verkeers-, parkeer-, groenvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzingen, waterlopen en waterpartijen dan wel voorzieningen van algemeen nut.
Sport De gronden tussen de bebouwing van het voormalige zwembad en het fitnesscentrum waar de bebouwing wordt gesloopt zijn opnieuw bestemd als 'Sport' zonder bouwvlak, zodat gewaarborgd wordt dat de bebouwing niet planologisch-juridisch niet herbouwd kan worden. De regels zijn verder overeenkomstig de vigerende bestemming 'Sport' uit het geldende bestemmingsplan 'Heel - Panheel' 1 op 1 overgenomen.
bestemmingsplan Kasteellaan 1 Heel
47
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Een anti-dubbeltelregel wordt opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het overgebleven terrein ook nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. De opgenomen anti-dubbeltelregel is gelijkluidend aan de in het Besluit ruimtelijke ordening voorgeschreven formulering.
Algemene aanduidingsregels De gebiedsaanduidingen worden in deze bepaling geregeld. Deze kunnen ook bij iedere afzonderlijke bestemming worden geregeld, maar omdat een gebiedsaanduiding veelal binnen meerdere bestemmingen ligt, hoeft de aanduiding in een algemeen artikel slechts eenmalig te worden opgenomen.
Algemene afwijkingsregels In deze bepaling wordt aan het bevoegd gezag de bevoegdheid gegeven om met een omgevingsvergunning af te wijken van bepaalde, in het bestemmingsplan geregelde, onderwerpen. Hierbij gaat het om afwijkingsregels die gelden voor alle bestemmingen in het plan. Aangegeven wordt van welke regel met een omgevingsvergunning afgeweken kan worden en waarvoor.
Algemene wijzigingsregels Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om onder voorwaarden de bestemming van gronden te wijzigen in een andere bestemming voor de daarvoor aangeduide gebieden. Aangegeven wordt voor welke bestemmingswijzigingen en onder welke voorwaarden een wijzigingsbevoegdheid is opgenomen.
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht In deze regels wordt het overgangsrecht, zoals voorgeschreven in het Besluit ruimtelijke ordening en de Wabo, overgenomen.
Slotregel Als laatste wordt de slotregel opgenomen, ook zoals voorgeschreven in het Besluit ruimtelijke ordening. Deze regel geeft aan hoe het plan kan worden aangehaald.
48
bestemmingsplan Kasteellaan 1 Heel
Hoofdstuk 6 6.1
Haalbaarheid
Inleiding
Naast het toetsen van een bestemmingsplan aan diverse omgevingsaspecten, dient het bestemmingsplan ook getoetst te worden aan de uitvoerbaarheid van het plan. Hierbij wordt gekeken naar de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid.
6.2
Economische uitvoerbaarheid
De uitvoerbaarheid van de planontwikkeling dient in relatie tot de gemeentelijke financiën te zijn gewaarborgd. Daarbij dient ook te worden onderzocht of en in hoeverre de voorgenomen afwijkingen ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan aanleiding kunnen geven tot aanspraken om planschade als bedoeld in artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening. 6.2.1 Grondexploitatie Afdeling 6.2 van de Wet ruimtelijke ordening draagt de titel 'Grondexploitatie'. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de mogelijkheden voor gemeenten (en ook provincie en Rijk indien deze als planwetgever optreden) om langs publiekrechtelijke weg eisen te stellen aan het in exploitatie brengen van gronden. Het gaat dan onder andere om eisen op het gebied van kostenverhaal, sociale woningbouw, particulier opdrachtgeverschap en fasering van de invulling van den openbare ruimte. Ook zijn in afdeling 6.2 Wro twee bepalingen opgenomen over de wijze waarop langs privaatrechtelijke weg eisen gesteld kunnen worden aan het in exploitatie brengen van gronden. 6.2.2 Exploitatieplan Afdeling 6.4 Wro beschrijft een publiekrechtelijk stelsel waarbinnen door gemeenten (en in voorkomend geval provincie of Rijk) eisen gesteld kunnen worden aan de grondexploitatie. Dit publiekrechtelijk instrumentarium is aanvullend van aard. Het primaat ligt bij vrijwillige civielrechtelijke afspraken.
Deze civielrechtelijke afspraken worden gemaakt in hetzij een anterieure overeenkomst (er is nog geen exploitatieplan vastgesteld) hetzij een posterieure overeenkomst (er is al een exploitatieplan vastgesteld). Artikel 6.12, lid 1 Wro bepaalt dat de gemeenteraad wordt verplicht om de gronden, waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen, een exploitatieplan op te stellen. Artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening geeft aan om welke bouwplannen het gaat. Hoofdregel is dat er een plicht bestaat voor het opstellen van een exploitatieplan. Onder artikel 6.12, lid 2 Wro wordt hierop echter een aantal uitzonderingsmogelijkheden geboden: het verhaal van kosten over de in het plan of besluit begrepen kosten is anderszins verzekerd; het is niet nodig een tijdvak te bepalen waarbinnen de grondexploitatie zal plaatsvinden; het is niet nodig een fasering op te nemen waarbinnen werken, werkzaamheden en bouwplannen uitgevoerd moeten worden; het is niet nodig eisen en/of regels omtrent de uitvoering te stellen aan het bouwrijp maken en/of de inrichting van de openbare ruimte en/of de aanleg van nutsvoorzieningen; het is niet nodig regels te stellen omtrent de uitvoering van de in het bestemmingsplan opgenomen bepalingen omtrent sociale huur en/of koopwoningen, kavels voor particulier opdrachtgeverschap of branches in de detailhandel.
De initiatiefnemer dient een 'akkoordverklaring kosten en voorwaarden' (exploitatieovereenkomst) te tekenen waarmee hij instemt met de voorwaarden, kosten en het opstarten van de bestemmingsplanprocedure.
bestemmingsplan Kasteellaan 1 Heel
49
6.3
Maatschappelijke Uitvoerbaarheid
Onderhavige ontwikkeling ziet toe op vervangende nieuwbouw waarbij een voormalig zwembad wordt verbouwd tot een woongebouw met tien appartementen en twee grondgebonden woningen (levensloopbestendig) voor senioren. Daarmee wordt kwalitatief voorzien in de actuele woningbehoefte zoals beschreven in de Structuurvisie Wonen Midden-Limburg. De appartementen en woningen worden gerealiseerd binnen de bestaande bebouwing van het voormalige zwembad, waarbij aan de zijde van de Kapellaan wordt voorzien in een opbouw in 2 bouwlagen. Qua bouwhoogte wordt door de verdiepte ligging van het plangebied aangesloten op de bouwhoogte van de aangrenzende woningen. Door de nieuwe functie als wonen wordt leegstand en verpaupering voorkomen en is sprake van een kwalitatieve bijdrage aan de ruimtelijke structuur ter plaatse.
Het bestemmingsplan wordt conform de gebruikelijke procedure gedurende zes weken ter inzage gelegd. Gedurende deze termijn kan een ieder zijn of haar zienswijzen kenbaar maken.
50
bestemmingsplan Kasteellaan 1 Heel
Hoofdstuk 7 7.1
De procedure
De te volgen procedure
Het bestemmingsplan doorloopt de volgende procedure: a. b. c. d. e.
Voorbereiding: vooroverleg met overheidsinstanties: betrokken diensten van rijk en provincie, waterschap (watertoets), eventueel buurgemeenten gelijktijdig met inspraak voor burgers. Ontwerp: publicatie en terinzagelegging overeenkomstig afdeling 3.4 Awb en Wro een ieder kan gedurende deze terinzagelegging een zienswijze indienen bij de gemeenteraad. Vaststelling: vaststelling door de Raad. Mogelijkheid reactieve aanwijzing. Publicatie en terinzagelegging vastgesteld bestemmingsplan gedurende de beroepstermijn. Inwerkingtreding: na afloop van de beroepstermijn (tenzij binnen de beroepstermijn een verzoek om voorlopige voorziening wordt gedaan). Beroep: beroep bij Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
In het kader van deze procedure is het voor eenieder mogelijk om zijn/haar zienswijze (bij de gemeenteraad) kenbaar te maken. In publicaties met betrekking tot de diverse stappen die het plan moet doorlopen, wordt daarvan steeds melding gemaakt. Wanneer beroep wordt ingesteld, beslist uiteindelijk c.q. in hoogste instantie, de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State over het bestemmingsplan.
7.2
Kennisgeving
Overeenkomstig artikel 1.3.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is gegeven van het voornemen tot het voorbereiden van het bestemmingsplan 'Kasteellaan 1 Heel'. Hierbij is aangegeven dat dit bestemmingsplan een herziening betreft van het geldende bestemmingsplan in verband met transformatie van het voormalige zwembad naar een woongebouw met tien appartementen en twee levensloopbestendige woningen (levensloopbestendig) voor senioren.
7.3
Vooroverleg/ inspraak
Het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.1) geeft aan dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Het vooroverleg met gemeenten, provincie, waterschappen en Rijk zal plaats vinden op het moment dat het voorontwerpbestemmingsplan is geaccordeerd door het college van B en W. In het kader van het vooroverleg zijn reacties ontvangen van de provincie Limburg en de Veligheidsregio Limburg Noord. De provincie heeft de volgende opmerkingen gemaakt op het voorontwerp bestemmingsplan Onder 3.4.1. wordt gemotiveerd en getoetst aan Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2018-2021, terwijl de Structuurvisie 2022-2025 van toepassing is. Voor toetsing zal dit moeten worden aangepast aan de actualiteit Aangegeven dient te worden dat het plan, gelet op ontwikkeling van tien of meer woningen' regionaal afgestemd is. Deze opmerkingen zijn verwerkt in de toelichting van dit bestemmingsplan.
De veiligheidsregio heeft advies uitgebracht over het planvoornemen waarbij is aangegeven dat het plangebied is gelegen in een woongebied met veel nieuwe (woning)bouwontwikkelingen (Sint Anna, Kasteelhof), waarvoor in 2018 door de VRLN reeds een advies is gegeven. Dit advies is voor dit plangebied nog
bestemmingsplan Kasteellaan 1 Heel
51
altijd actueel. In dit advies wordt geadviseerd om rekening te houden met onderstaande beheersmaatregelen ter verbetering van de zelfredzaamheid: Wanneer voor ventilatie een installatie nodig is, plaats dan op een makkelijk te bereiken plaats, een noodknop waarmee de installatie uitgezet kan worden zodat er geen ventilatielucht meer van buitenaf wordt ingebracht. De noodknop kan bijvoorbeeld in de meterkast worden geplaatst. Zorg dat de gebruikers op de hoogte zijn van de risico's van een toxisch incident met gevaarlijke stoffen, het handelingsperspectief: "binnenblijven, ramen en deuren sluiten en mechanische ventilatie uitzetten" en hiernaar wordt gehandeld (o.a. aangestuurd via NL-alert of WAS procedure). Indien gebouwen geheel of gedeeltelijk zijn voorzien van natuurlijke ventilatie is het advies om naar een ruimte te gaan waar ramen en deuren gesloten kunnen worden en de mechanische ventilatie uitgezet kan worden. Met deze beheersmaatregelen zal zoveel mogelijk rekening worden gehouden bij de uitwerking van het concrete bouwplan in het kader van de aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen.
7.4
Vaststelling
Het ontwerpbestemmingsplan heeft vanaf 12 mei 2023, gedurende zes weken, dat wil zeggen tot en met 22 juni 2023 ter inzage gelegen. Gedurende deze periode is een ieder in de gelegenheid gesteld om zijn/haar zienwijze tegen het ontwerpbestemmingsplan kenbaar te maken. Van deze mogelijkheid is geen gebuik gemaakt. Er zijn geen zienswijzen ingediend. Het bestemmingsplan is dan ook ongewijzigd vastgesteld in de raadsvergadering van 10 oktober 2023.
52
bestemmingsplan Kasteellaan 1 Heel