Bijlage 1: Programmabegroting 2026
Tekst van het document
Het renterisico met betrekking tot de renterisiconorm gaat over de contractuele renteherzieningen en de aflossingen op de vaste schuld. Dit wordt verkleind door aflossingen in de tijd te spreiden. Jaarlijks wordt het renterisico getoetst aan de renterisiconorm. Deze wordt berekend door een vastgesteld percentage (20% voor gemeenten) te vermenigvuldigen met het begrotingstotaal. Het renterisico wordt gestuurd door bij het aantrekken van nieuwe langlopende financieringen rekening te houden met de vervaldata en renteherzieningen van de bestaande schuld. Zoals uit onderstaande tabel blijkt, blijft Maasgouw ruimschoots onder de gestelde renterisiconorm. (bedragen in €) Renterisiconorm Renteherziening leningen o/g 1 Renteherziening leningen u/g Saldo Aflossing leningen o/g 2 Aflossing leningen u/g Saldo 3 Renterisico (saldo 1+2) 4 Renterisiconorm Ruimte onder (5a) = (4>3) renterisiconorm Overschrijding (5b) = (3>4) renterisiconorm (4a) Begrotingstotaal (4b) Percentage regeling (4) = (4a x 4b) Renterisiconorm
2026 666.700 666.700 1.854.500 69.000 1.785.500 2.452.200 16.293.100
Begroting 2028 333.300 333.300 1.857.000 1.859.500 889.900 70.900 967.100 1.788.600 967.100 2.121.900 16.271.400 16.171.600
13.840.900 -
15.304.300 -
14.049.700 -
16.781.900 -
81.465.300 20% 16.293.100
81.357.200 20% 16.271.400
80.857.900 20% 16.171.600
80.860.300 20% 16.172.100
2027
2029 1.862.100 2.471.900 -609.800 -609.800 16.172.100
93
Kasgeldlimiet Het ‘rood’ staan is voor gemeenten aan regels en richtlijnen gebonden. Hiermee beoogt de wetgever te voorkomen dat lagere overheden uitsluitend kortlopende leningen afsluiten. Het aantrekken van leningen met een kortlopende rentevaste periode is aantrekkelijk, wanneer de rente hierop erg laag is. Maar het renterisico (van een stijgende rente in het geval van herfinanciering) is daarmee in verhouding hoog. Om dit risico te beperken, mogen gemeenten maximaal 8,5% van het jaarlijkse begrotingstotaal gebruiken voor kortlopende leningen. De kwartaalrapportages zijn van belang voor het signaleren van mogelijke overschrijdingen. Wanneer dit in drie achtereenvolgende rapportages wordt geconstateerd, wordt de Provincie vanuit haar toezichthoudende functie hierover geïnformeerd. Onderstaand is de kasgeldlimiet over het eerste halfjaar 2025 opgenomen. Ook is de meerjarige prognose op basis van het investeringsplan toegevoegd. Uit de tabel blijkt dat de ruimte tot de kasgeldlimiet de komende jaren afneemt, waardoor we in de toekomst mogelijk een aanvullende langlopende financiering moeten aantrekken. We zullen de feitelijke ontwikkeling van de kaspositie monitoren en op basis daarvan de financieringsbehoefte invullen. (bedragen in €) Realiteit 1e kw 2025
Kasgeldlimiet
3
Vlottende schuld Vlottende middelen Netto vlottende schuld (1-2)
4
Kasgeldlimiet
1 2
(5a) = (4>3) (5b) = (3>4)
(4a) (4b) (4) = (4a x 4b)
Ruimte onder kasgeldlimiet Overschrijding kasgeldlimiet Berekening kasgeldlimiet: Begrotingstotaal Percentage regeling Kasgeldlimiet
Realiteit 2e kw 2025
Primaire Begroting 31-12-25
31-12-26
Begroting 31-12-27 31-12-28
31-12-29
4.700
-
3.790.000
7.500.000
2.500.000
5.000.000
5.000.000
240.300
537.000
485.000
458.000
495.000
467.000
439.000
-235.600
-537.000
3.305.000
7.042.000
2.005.000
4.533.000
4.561.000
6.669.400
6.669.400
6.669.400
6.924.600
6.915.400
6.872.900
6.873.100
6.905.000
7.206.400
3.364.400
4.910.400
2.339.900
2.312.100
-117.400
78.463.400 78.463.400 78.463.400 81.465.300 81.357.200 80.857.900 80.860.300 8,5%
8,5%
8,5%
8,5%
8,5%
8,5%
8,5%
6.669.400
6.669.400
6.669.400
6.924.600
6.915.400
6.872.900
6.873.100
Valutarisicobeheer Valutarisico is het risico dat de waarde van een positie wordt beïnvloed door veranderingen in valutakoersen. De gemeente Maasgouw verricht geen transacties met ‘niet-Eurolanden’. Daarom is het valutarisico niet aan de orde.
94
Kredietrisicobeheer Kredietrisico is het risico dat de tegenpartij van een positie niet aan haar verplichtingen kan voldoen waardoor de gemeente verlies lijdt. In het Treasurystatuut is opgenomen onder welke voorwaarden de gemeente middelen mag uitzetten en garanties mag verstrekken. De uitzettingen uit hoofde van de publieke taak van de gemeente Maasgouw zijn vastgelegd in de staat van gewaarborgde geldleningen. Voor 2026 voorzien we geen veranderingen in het aantal uitzettingen. Het debiteurenrisico valt ook onder het kredietrisicobeheer. Hierover voeren we elk jaar een beoordeling van de openstaande posten uit. Liquiditeitsrisicobeheer Het liquiditeitsrisico is het risico van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitenplanning en meerjarig investeringsprogramma (MIP) waardoor financiële resultaten kunnen afwijken van de verwachtingen. De gemeente is voldoende liquide. Rente- en aflossingsverplichtingen van lopende geldleningen kunnen worden betaald. Verder is van belang om binnen de exploitatie te zorgen voor een zo goed mogelijke afstemming van de inkomstenstromen met de uitgaven. Koersrisicobeheer Het koersrisico is het risico dat de financiële activa van de organisatie in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen. Onze vermogensbeheerder A.S.R. houdt de samenstelling van de obligatieportefeuille en de daarbij behorende risico’s constant in de gaten.
Maandelijks wordt gerapporteerd over de status en de voortgang. De aankoopwaarde van de obligatieportefeuille in 2009 bedroeg € 37,6 miljoen. Sindsdien zijn een aantal obligaties terugbetaald. Van de nu nog lopende obligaties bedraagt de initiële aankoopprijs per 1 januari 2026 € 3,8 miljoen. In 2026 is er geen sprake van aflossingen. Door afschrijvingen is de boekwaarde ultimo 2026 € 3,3 miljoen. In 2029 zijn alle obligaties afgelost. De verwachte ontwikkeling van de obligatieportefeuille is in het volgende overzicht weergegeven. (bedragen in €) Obligatieportefeuille, waardering per Nominale waarde per 1 januari Aflossingen in het boekjaar Nominale waarde per 31 december
2025 4.320.000 1.100.000 3.220.000
2026 3.220.000 3.220.000
Begroting 2027 3.220.000 820.000 2.400.000
2028 2.400.000 2.400.000
2029 2.400.000 2.400.000 -
Aankoopwaarde per 1 januari Aankoopwaarde per 31 december
4.779.600 3.766.200
3.766.200 3.766.200
3.766.200 2.853.200
2.853.200 2.853.200
2.853.200 -
417.400 27.800 445.200
445.200 27.800 473.000
385.200 22.700 407.900
407.800 22.700 430.500
-
Boekwaarde per 31 december (aankoopwaarde 31 december -/cumulatieve afschrijving)
3.321.000
3.293.200
2.445.300
2.422.700
-
Obligatieportefeuille, rente over Aan het jaar toegerekende rente Gerealiseerd koersresultaat Afschrijving in het boekjaar Beheerprovisie Netto rendement over boekjaar
2025 191.200 86.600 -27.800 -9.600 240.400
2026 187.100
2027 162.600
2028 144.000
Begroting 2029 12.200
-27.800 -8.500 150.800
-27.800 -7.500 127.300
-22.700 -6.400 114.900
-22.700 -10.500
Afschrijvingen m.b.t. lopende obligaties Cumulatief afschrijving tot boekjaar Afschrijving in boekjaar Cumulatieve afschrijving t/m boekjaar
Jaarrendement op de obligatieportefeuille 5,94% 4,27% 4,10% 4,36% -0,74% Het bovenstaande percentuele rendement van de obligatieportefeuille is uitgedrukt als het ‘Netto rendement over het boekjaar’ gedeeld door de ‘gemiddelde aankoopwaarde’ van de portefeuille van het betreffende boekjaar (na afschrijving). 95
Financieringspositie De meerjarige geprognosticeerde financieringspositie geeft het volgende beeld: (bedragen in €)
Begroting Primaire 31-12-2026 31-12-2027 31-12-2028 31-12-2029 Begroting 31-12-2025 121.045.200 119.441.400 121.645.200 121.751.400 123.115.600 120.979.400 532.400 1.265.000 -65.200 Realisatie 31-12-2024
Financieringspositie Vaste activa Voorraden Totaal vaste activa incl. voorraden
121.577.600 120.706.400 121.580.000 121.751.400 123.115.600 120.979.400
Eigen vermogen Voorzieningen Vaste schulden > 1 jaar
62.405.100 8.099.200 54.567.800
Totaal Financieringsmiddelen
125.072.100 115.064.400 113.839.200 121.308.700 117.675.900 114.410.500
Financieringstekort (+) c.q. overschot (-)
-3.494.500
55.517.300 6.857.500 52.689.600
5.642.000
58.476.100 4.527.900 50.835.200
7.740.800
57.805.300 4.525.200 58.978.200
396.500
56.737.100 4.153.400 56.785.400
5.347.300
55.789.500 4.031.100 54.589.900
6.430.300
In de uitvoering van de treasuryfunctie streven wij ernaar om vaste activa langlopend te financieren en vlottende activa met kortlopende middelen te financieren. Op basis van de bovenstaande meerjarige prognoses is er jaarlijks sprake van een financieringstekort, dat afgedekt dient te worden. In de praktijk blijkt dat, mede door het politieke besluitvormingsproces en volatiliteit (zowel op landelijk niveau als lokaal), de voorspelbaarheid van financieringsbehoefte lastig. De werkelijke financieringspositie wordt mede op basis van daadwerkelijk verloop van het voorgenomen meerjareninvesteringsplan gemonitord en op basis daarvan worden kortlopende dan wel langlopende financieringsarrangementen afgesloten. Schatkistbankieren Per 1 januari 2014 is het verplicht Schatkistbankieren ingevoerd. Hierdoor zijn alle decentrale overheden verplicht om hun (tijdelijk) overtollige liquide middelen aan te houden in de rijksschatkist. Hierdoor hoeft het Rijk minder geld te lenen op de financiële markten en daalt de staatsschuld. Een ander gevolg van schatkistbankieren is een vermindering van de beleggingsrisico’s waaraan decentrale overheden kunnen worden blootgesteld. Contracten en beleggingen die zijn aangegaan vóór 4 juni 2012 vallen nog onder de oude regels. Deze bepaling is van toepassing op onze obligatieportefeuille die is opgebouwd op basis van de ontvangen Essentgelden.
Wanneer de obligaties expireren vallen de hieruit vrijkomende middelen wel weer onder het regime van het verplicht Schatkistbankieren. Het is toegestaan om een relatief klein bedrag aan overtollige middelen buiten de schatkist te houden. De hoogte van het drempelbedrag is gelijk aan 0,75% van de jaarlijkse begrotingsomvang. Opgemerkt wordt dat de gemeente de mogelijkheid behoudt om leningen te verstrekken en uitzettingen te verrichten uit hoofde van de publieke taak. Daarnaast blijft de mogelijkheid bestaan om overtollige middelen uit te lenen aan andere decentrale overheden. Ontwikkeling EMU-saldo Sinds 1999 bestaat de Economische en Monetaire Unie (EMU). Formeel zijn alle lidstaten van de EU ook lid van de EMU. Zij voeren een gemeenschappelijk monetair beleid. Ter beheersing van het financieringstekort hebben de landen in de Eurozone afgesproken dat dit tekort niet meer mag bedragen dan 3% van het Bruto Binnenlands Product. Het tekort wordt per land bepaald aan de hand van het zogenaamde EMU-saldo. Het EMU-saldo bij het Rijk is een saldo op kasbasis. Dit wil zeggen dat het saldo wordt bepaald aan de hand van de werkelijke inkomsten en uitgaven. Ter bepaling van het landelijke EMU-saldo wordt van alle overheidsinstellingen het EMU-saldo bepaald. Ook van de gemeenten wordt verwacht dat zij hun bijdrage 96
leveren in de beheersing van het saldo. Omdat gemeenten geen kasstelsel hanteren maar het stelsel van baten en lasten dient het EMU-saldo berekend te worden. Het exploitatiesaldo dient gecorrigeerd te worden voor de baten en lasten die geen invloed hebben op de kasstromen (zoals bijvoorbeeld de afschrijvingen en de toevoegingen aan voorzieningen). Met het oog op een betere raming en beheersing van het EMU-saldo is in het nieuwe BBV voorgeschreven om een geprognosticeerde balans op te nemen in de voorliggende begroting. Verkorte balans (bedragen in €) Realisatie 31-12-2024
Primaire Begroting 31-12-2025
Begroting 31-12-2026
Begroting 31-12-2027
Begroting 31-12-2028
Begroting 31-12-2029
444.900
395.900
350.500
301.500
257.600
222.100
Materiële vaste activa
106.384.600
106.007.700
108.318.500
109.363.700
110.842.700
111.213.800
Financiële vaste activa
14.215.700
13.037.800
12.976.200
12.086.200
12.015.300
9.543.500
Totaal vaste activa
121.045.200
119.441.400
121.645.200
121.751.400
123.115.600
120.979.400
Activa Vaste activa Immateriële vaste activa
Vlottende activa Voorraden
532.400
1.265.000
-65.200
-
-
-
Uitzettingen < 1 jaar
14.789.400
9.271.000
9.178.000
11.778.000
11.678.000
9.678.000
Liquide middelen
500.200
485.000
458.000
495.000
467.000
439.000
Overlopende activa
4.450.900
5.794.900
5.346.900
5.316.900
5.269.400
5.271.900
Totaal vlottende activa
20.272.900
16.815.900
14.917.700
17.589.900
17.414.400
15.388.900
Totaal activa
141.318.100
136.257.300
136.562.900
139.341.300
140.530.000
136.368.300
Verkorte balans (bedragen in €) Realisatie 31-12-2024
Primaire Begroting 31-12-2025
Begroting 31-12-2026
Begroting 31-12-2027
Begroting 31-12-2028
Begroting 31-12-2029
Eigen vermogen
62.405.100
55.517.300
58.476.100
57.805.300
56.737.100
55.789.500
Voorzieningen
8.099.200
6.857.500
4.527.900
4.525.200
4.153.400
4.031.100
Vaste schulden > 1 jaar
54.567.800
52.689.600
50.835.200
58.978.200
56.785.400
54.589.900
Totaal vaste passiva
125.072.100
115.064.400
113.839.200
121.308.700
117.675.900
114.410.500
Vlottende passiva Vlottende schulden < 1 jaar
3.969.000
10.201.800
12.542.400
7.500.300
11.943.700
10.750.000
Overlopende passiva Totaal vlottende passiva
12.277.000
10.991.100
10.181.300
10.532.300
10.910.400
11.207.800
16.246.000
21.192.900
22.723.700
18.032.600
22.854.100
21.957.800
Totaal passiva
141.318.100
136.257.300
136.562.900
139.341.300
140.530.000
136.368.300
-3.494.500
5.642.000
7.740.800
442.700
5.439.700
6.568.900
Passiva Vaste passiva
Financieringstekort (+) c.q. overschot (-)
97
Onderstaand is het geraamde EMU-saldo voor de periode 2024-2028 opgenomen: EMU saldo
Primaire Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
(bedragen in €) 1. Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c) -1.652.400 -441.400 -445.100 -999.600 -570.600 2. Mutatie (im)materiële vaste activa* 1.970.800 -256.300 996.200 1.435.100 335.600 3. Mutatie voorzieningen* 145.100 -2.550.000 -2.700 -371.800 -122.300 4. Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie) * 109.700 -902.600 65.200 5. Verwachte boekwinst bij verkoop effecten en verwachte boekwinst bij verkoop (im)materiële vaste activa 86.600 Berekend EMU-saldo -3.674.400 -1.832.500 -1.509.200 -2.806.500 -1.028.500 * de mutatie in de kolom Begroting 2026 is gebaseerd op geactualiseerde begrotingswaarden per ultimo 2025 -/- de begrotingswaarden per ultimo
De individuele EMU-referentiewaarde voor de gemeente Maasgouw bedraagt op basis van de septembercirculaire 2024 € 4,3 miljoen. De bovenstaande berekeningen geven enkel een indicatie van het aandeel dat onze gemeente heeft in de gezamenlijke tekortnorm (3% van het Bruto Binnenlands Product op landelijk niveau). Rentetoerekening Vanwege de behoefte aan inzicht in de kosten op de taakvelden en de behoefte om de wijze van verantwoorden van rente in de begroting en jaarstukken te harmoniseren, is het verplicht om de rentekosten aan de desbetreffende taakvelden toe te rekenen met behulp van een (rente-)omslag. Door het eenduidig toerekenen van rente aan taakvelden kunnen gemeenten ook beter onderling worden vergeleken. Om te voldoen aan het voorschrift om inzicht te geven in de rentelasten, het renteresultaat en de wijze waarop rente wordt toegerekend aan investeringen, grondexploitaties en projecten volgt het renteschema.
Renteschema 2025 (bedragen in €) 1 De externe rentelasten over de korte en lange financiering 2 De externe rentebaten over de korte en lange financiering 3 Saldo rentelasten en rentebaten (saldo 1-2) 4 De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet 5 worden toegerekend De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke 6 lening voor is aangetrokken (= projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend 7 Aan taakvelden toe te rekenen externe rente (saldo 4+5+6) 8 Rente over eigen vermogen 9 Rente over voorzieningen
1.066.100 330.925 735.175 19.445 -19.445 -
10 Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente (saldo 3+7+8+9) 11 De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)
715.730
12 Renteresultaat op het taakveld Treasury (saldo 10-11)
116.930
598.800
Omslagpercentage na toerekening* 0,07% * De aan het taakveld toegerekende rente is voor 2026 berekend op 0,564 %. Dit percentage mag binnen een marge van 0,5 % worden afgerond (Commissie BBV) en komt neer op een bedrag van € 598.800. Na toerekening resteert er een omslagpercentage van 0,07 % wat na afronding 0,0% betreft.
98
4.5 Bedrijfsvoering 99
Algemeen De uitvoering en doorontwikkeling op het gebied van bedrijfsvoering van de organisatie is grotendeels ondergebracht bij het Servicecentrum MER. In deze paragraaf zal dan ook kort worden samengevat welke ontwikkelingen in de begroting van het Servicecentrum MER zijn opgenomen en worden specifieke onderwerpen voor gemeente Maasgouw beschreven. Eisen en voorwaarden op het gebied van bedrijfsvoering zijn zowel in landelijke als Europese wetgeving sterk in ontwikkeling en nemen bovendien aanzienlijk toe. Nieuwe wet- en regelgeving, zoals de rechtmatigheids-verantwoording vanaf de jaarrekening 2023, toekomstige BIO 2.0, de Wet open overheid (Woo), de Omgevingswet en de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Wmebv), stellen hoge eisen aan de uitvoeringskracht van de gemeente. Daarnaast zorgen complexe maatschappelijke vraagstukken, zoals duurzaamheid en de energietransitie, voor extra druk op de organisatie. Bedrijfsvoering is essentieel om de primaire processen te ondersteunen en borgt dat wettelijke eisen worden nageleefd, zonder ondergeschikt te zijn aan andere taken. Gezien de veranderende omgeving blijft het versterken van de bedrijfsvoering een prioriteit.
De continuïteit van de bedrijfsvoering vraagt om structurele oplossingen, zoals het centraliseren van ondersteunende werkzaamheden, het verduidelijken van eigenaarschap binnen processen en het formuleren van heldere kaders en sturingsfilosofieën. Digitalisering en data-gedreven werken bieden kansen om processen te optimaliseren en beter in te spelen op veranderende wet- en regelgeving. De schaarste op de arbeidsmarkt en de toenemende complexiteit van vraagstukken vragen daarnaast om strategische inzet van middelen en specialisten. Enerzijds vanuit bezuinigingsmogelijkheden bekeken, maar zeker ook vanuit de optiek van kwaliteitsverbetering heeft het DB van het Servicecentrum MER de 4 organisaties in 2025 de opdracht gegeven te inventariseren welke mogelijkheden er gezien worden om taken op het gebied van bedrijfsvoering te centraliseren of processen te uniformeren. In 2026 moet de opgeleverde en beoordeelde inventarisatie leiden tot een plan van aanpak op het gebied van onderwerpen die daadwerkelijk als kansrijk worden ingeschat. Een voorbeeld kan zijn het centraliseren van het functioneel beheer van een aantal applicaties die nu nog vanuit iedere gemeente afzonderlijk worden beheerd. Door centralisatie kan de kwetsbaarheid binnen onze eigen gemeente mogelijk verlaagd worden.
Uiteraard moet dit wel werkbaar blijven voor de gemeente, vandaar dat hier in 2026 verder uitwerking aan gegeven wordt alvorens hierover definitieve besluiten worden genomen. Rechtmatigheidsverantwoording Rechtmatigheid betreft het zichtbaar voldoen aan interne en externe wet- en regelgeving. Een onderdeel van rechtmatigheid betreft de financiële rechtmatigheid. Dit betreft de wet- en regelgeving die betrekking heeft op de baten, lasten en balansmutaties. De accountant stelt tot en met boekjaar 2022 vast dat de jaarstukken van de gemeente rechtmatig zijn. Hierbij toetst de accountant de financiële rechtmatigheid. Vanaf boekjaar 2023 maakt de rechtmatigheidsverantwoording onderdeel uit van de jaarstukken. Hiermee verklaart het college expliciet aan de raad dat de baten, lasten en balansmutaties in de jaarrekening rechtmatig zijn. Tot het moment van invoering van deze rechtmatigheidsverantwoording controleert de accountant de jaarstukken op zowel getrouwheid als rechtmatigheid en na de invoering enkel op getrouwheid. De kaders en verantwoordings- en tolerantiegrens voor de rechtmatigheidsverantwoording worden door de raad vastgesteld in het controleprotocol. Via de periodieke interne controlerapportages wordt het managementteam geïnformeerd over de uitgevoerde interne controlewerkzaamheden en rechtmatigheidsbevindingen.
Op basis van de bevindingen zullen acties uitgezet worden om deze bevindingen te mitigeren. De rapportages bieden voldoende basis ter onderbouwing van de rechtmatigheidsverantwoording.
100