CConstaterende datMaasgouw
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 1 Nota Zienswijzen versie 14 dec 2021

01. Raadsvergadering 22 februari 2022, gemeente MaasgouwBij agendapunt: Voorstel tot vaststellen Omgevingsvisie Maasgouw9.491 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

NOTA ZIENSWIJZEN Bij de omgevingsvisie Maasgouw 14 december 2021

INHOUD 1.

Inleiding...................................................................................................................................................3

2.

Zienswijzen..............................................................................................................................................4

3.

4.

2.1

Cumula, Brancheorganisatie voor groen, grond en infra ................................................................4

2.2

LLTB .................................................................................................................................................4

2.3

VEILIGHEIDSREGIO LIMBURG-NOORD (VRLN).................................................................................7

2.4

Waterschap Limburg .......................................................................................................................7

2.5

Arvalis, namens reclamant 1 ...........................................................................................................7

2.6

Duiklocatie Boschmolenplas ...........................................................................................................8

2.7

Ruimte voor ruimte Limburg ...........................................................................................................9

2.8

Reclamant 2...................................................................................................................................10

2.9

Mw. Mr. E.H.E.J. Wijnen, mr. W.P.N. Remie namens Greenbuddies Energy BV...........................10

2.10

Marco B.V. Scheepsreparatie ........................................................................................................11

2.11

Oudakker BV scheepsreparatiebedrijf ..........................................................................................12

2.12

Reclamant 3...................................................................................................................................12

2.13

Heemkring Heel, mede namens ondernemersvereniging Heel en Geschied en heemkundige kring ‘Het land van Thorn’ .............................................................................................................13

2.14

Filcom ............................................................................................................................................13

2.15

Aelmans, namens maatschap Seegers-Van Dijck ..........................................................................15

2.16

Tennet TSO BV...............................................................................................................................16

2.17

Reclamant 4...................................................................................................................................16

2.18

Vissers en van Dijk BV Scheepselektrotechniek ............................................................................17

2.19

Maatschap Suntjens ......................................................................................................................17

2.20

Maasgrind ontwikkeling B.V..........................................................................................................18

2.21

Hieël Hael ......................................................................................................................................18

2.22

Van Nieuwpoort bouwgrondstoffen B.V. ......................................................................................19

2.23

Rijkswaterstaat..............................................................................................................................21

2.24

Ondernemerscollectief Heel .........................................................................................................21

ambtshalve wijzigingen .........................................................................................................................23 3.1

Milieueffectrapportage .................................................................................................................23

3.2

Molengriendplas. ..........................................................................................................................23

3.3

Tekstueel .......................................................................................................................................23

wijzigingen omgevingsvisie ...................................................................................................................25 4.1

Wijzigingen kaart...........................................................................................................................25

4.2

Wijzigingen matrix.........................................................................................................................25

4.3

Wijzigingen tekst omgevingsvisie..................................................................................................25

4.4

Wijziging bijlage Landschappelijk raamwerk.................................................................................25

1. INLEIDING De ontwerp-omgevingsvisie heeft met ingang van vrijdag 24 september 2021 tot en met donderdag 4 november 2021 (dus gedurende zes weken) ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn was eenieder in de gelegenheid een zienswijze kenbaar te maken bij de gemeenteraad. In totaal zijn 24 zienswijzen ingediend. Naast de zienswijzen is een aantal ambtshalve wijzigingen doorgevoerd. Het betreft enkele omissies en nieuwe inzichten. Deze nota heeft als doel om de indieners van de zienswijzen en belangstellenden kennis te laten nemen van de ingediende reacties en van het standpunt van de gemeenteraad hierover. Wet bescherming persoonsgegevens Op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens is het niet toegestaan om persoonsgegevens (zogenaamde NAW-gegevens: naam, adres en woonplaats) van natuurlijke personen te verwerken zonder bijvoorbeeld een wettelijke grondslag, dringende noodzaak of toestemming van de betreffende personen. Er is geen wettelijke grondslag of dringende noodzaak om de NAW-gegevens van natuurlijke personen te vermelden. Om die redenen zijn geen NAW-gegevens vermeld. Veel reacties richten zich op specifieke locaties in het plangebied. Om een leesbare zienswijze te maken, is het wenselijk om deze locaties wel te benoemen, zodat eenieder kan opmaken waarover wordt gesproken, wat vanuit het oogpunt van duidelijkheid en rechtszekerheid wenselijk is.

Hierbij is alleen een straatnaam met huisnummer en woonplaats genoemd. Op basis hiervan is voldoende duidelijk op welk perceel een reactie ziet. Leeswijzer In hoofdstuk 2 zijn de zienswijzen samengevat en voorzien van een beantwoording. In de conclusie wordt aangegeven of de zienswijzen leiden tot wijzigingen in de Omgevingsvisie. De integrale reacties zijn opgenomen in bijlage 1 van deze Nota Zienswijzen. De aard van de ambtshalve wijzigingen en redenen hiervoor zijn weergegeven in hoofdstuk 3. Hoofdstuk 4 geeft aan welke wijzigingen worden voorgesteld door het gemeentebestuur.

2. ZIENSWIJZEN 2.1

Cumula, Brancheorganisatie voor groen, grond en infra

Ingekomen op 21 oktober 2021 Reactie: Cumula vertegenwoordigt belangen van bedrijven die met name in het buitengebied gevestigd zijn en daar hun werkzaamheden uitvoeren. Cumula geeft een overzicht hoe Cumulabedrijven bij dragen aan het oplossen van maatschappelijke uitdagingen en wat ze daarvoor nodig hebben. 1. Vakbekwaam en goed opgeleid personeel 2. Innovatief machinepark & dito werkwijze 3. Moderne bedrijfslocaties, lokaal in het landelijk gebied 4. Beschikbaarheid van een bedrijfswoning is essentieel in de organisatie van Cumulabedrijven De zienswijze van Cumula richt zich in zijn algemeenheid op het kunnen blijven functioneren van Cumulabedrijven in het buitengebied, ook als het gaat om nieuwvestiging. Verplaatsing van Cumulabedrijven naar een bedrijventerrein geeft logistieke problemen, omdat de werkzaamheden van Cumulabedrijven hoofdzakelijk in het buitengebied plaats vinden. Cumula wil dat diverse thema’s c.q. aspecten erkend worden en betrokken worden in de visie. Cumula gaat de uitnodiging graag aan om te participeren in het gezamenlijk oppakken van de ambities uit de omgevingsvisie. Beantwoording: De gemeente is het eens met Cumula dat Cumulabedrijven moeten kunnen blijven functioneren. Wel gelden er nadrukkelijk voorwaarden zoals in de omgevingsvisie zijn verwoord. Dit betreft maatwerk.

Het beleid in de omgevingsvisie is erop gericht om verdere verstening van het buitengebied zoveel mogelijk tegen te gaan. Dit is geen absoluut verbod, maar wel de eerste stap in de afweging. Bij mogelijke initiatieven die bouwen in het buitengebied voorstaan, zal vervolgens eerst gekeken worden naar alternatieven. Zo is nadrukkelijk benoemd dat er locaties in het buitengebied voorkomen waar kwaliteitsverbetering een hoge prioriteit heeft. Dergelijke mogelijkheden zullen eerst onderzocht moeten worden. Als blijkt dat er geen reële alternatieven voorhanden zijn, is bouwen in het buitengebied niet uitgesloten. Wel zal er dan een tegenprestatie worden gevraagd waarmee de effecten op het landschap en mogelijk andere aspecten zoveel mogelijk worden beperkt en dat door de tegenprestatie ook een meerwaarde voor het gebied ontstaat. De mogelijkheid van het leveren van een tegenprestatie laat onverlet dat eerst de afweging plaats vindt of bouwen in het buitengebied in uitzonderingsgevallen aanvaardbaar is. Conclusie: De omgevingsvisie behoeft naar aanleiding van deze zienswijze geen aanpassing.

2.2

LLTB

Ingekomen 21 oktober 2021 Reactie: Agrariërs in Maasgouw willen bijdragen aan een kwalitatief hoog gewaardeerd landelijk gebied. Dit is belangrijk voor burgers van Maasgouw en voor de vele recreanten en toeristen. Dit lukt alleen als

agrariërs de ruimte krijgen om te ondernemen. Op de volgende punten moet dat beter in de omgevingsvisie worden vastgelegd. 1. Landelijk gebied en de koers In de koers voor het landelijk gebied wordt de rol en betekenis die agrarische bedrijven hebben, gemist. Gevraagd wordt om het volgende aan de matrix toe te voegen: ‘Behoud van vitale agrarische bedrijven welke noodzakelijk zijn voor het behoud van het landschap en de ruimtelijke kwaliteit als haar bijdrage aan de economie’. 2. Basisprincipes – omgevingskwaliteit LLTB geeft aan dat het zoekgebied voor zonne-energie strijdig is met de ambitie om het open landschap te behouden en versterken. LLTB is geen voorstander van het gebruiken van goede landbouwgrond voor de opwekking van zonne-energie en verzoekt eerst alle andere mogelijkheden te benutten, zoals zonne-energie op daken. Dit past ook beter bij het principe van zuinig ruimtegebruik 3. Omgevingswaarden – biodiversiteit De LLTB wil dat de provinciale ambities voor het natuurnetwerk Limburg worden aangehouden. Aanleg van nieuwe natuur buiten dat natuurnetwerk is ongewenst. Wel ziet de LLTB natuur inclusieve landbouw en agrarisch natuur- en landschapsbeheer als goede instrumenten om de biodiversiteit in het buitengebied op vrijwillige basis verder te versterken, evenals het bevorderen van groen in de kernen.

Verder vindt de LLTB dat de terminologie in de visiekaart moet worden verduidelijkt; niet duidelijk is wat met groen-blauwe natuurzone wordt bedoeld. 4. Nieuwe initiatieven en bedrijfsontwikkeling De LLTB wil dat het toetsen van nieuwe ontwikkelingen maatwerk is, waarbij het de voorkeur heeft de tegenprestatie te laten uitvoeren in de omgeving waar de ontwikkeling plaats vindt en in tweede instantie pas door een financiële bijdrage. Van verzwaring van het huidige kader mag geen sprake zijn. LLTB maakt bezwaar tegen de passage waarin wordt gesteld dat u terughoudend staat tegenover vormen van landbouw die de gezondheid mogelijk schaden. Verzoek is om die tekst te schrappen, te meer daar er ook vele niet-agrarische activiteiten zijn die de gezondheid mogelijk schaden en die worden niet benoemd. LLTB verzoekt meer duidelijkheid te geven over de criteria die ten grondslag liggen aan de afwegingen die in het plan worden gemaakt. De ruimte om maatwerk te leveren kan anders ook leiden tot misverstanden en teleurstellingen. LLTB vraagt nadrukkelijk rekening te houden met de belangen van de agrarische sector bij de uitwerking van het toekomstig landschappelijk raamwerk. 5. Omgevingsdialoog LLTB vraagt of de gemeente beleid gaat ontwikkelen voor de omgevingsdialoog? Beantwoording: 1.

Landelijk gebied en koers De gemeente is het met de LLTB eens dat de agrarische sector een belangrijke rol vervuld in het behoud van het agrarisch cultuurlandschap. Wij zullen de koers in de matrix op dat punt aanvullen, waarmee dat belang wordt benadrukt, inclusief de ontwikkelingsmogelijkheden van agrarische bedrijven, waarbij duurzaamheid een belangrijke voorwaarde is voor ontwikkeling. 2. Basisprincipes – omgevingskwaliteit De gemeente heeft beperkte mogelijkheden voor het grootschalig opwekken van duurzame energie. In haar ambitie wil de gemeente toch mogelijkheden scheppen om haar steentje bij te dragen aan een duurzame toekomst, ook als het gaat om het opwekken van duurzame energie. Aan het benutten van andere mogelijkheden, zoals zonnepanelen op daken, wordt al zoveel als mogelijk medewerking verleend. Dit levert echter een beperkte invulling van de behoefte, vandaar dat we gezocht hebben naar aanvullende mogelijkheden. Tijdens die zoektocht is, conform provinciaal beleid, de groen-blauwe natuurzone uitgesloten, evenals de meest

3.

4.

5.

6.

kwetsbare agrarische cultuurlandschappen. Het landschappelijk raamwerk heeft hierbij als afwegingskader gediend. Er blijft een beperkt zoekgebied over, waar het plaatsen van zonnepanelen afweegbaar is. Ook de kwaliteit van landbouwgronden kan in deze afweging een rol spelen. Tegelijkertijd bieden we hier ook mogelijkheden aan agrariërs om zelf een inbreng te leveren bij het opwekken van duurzame energie. Omgevingswaarden – biodiversiteit De als Groen-blauwe natuurzone aangemerkte gebieden bestaan voor het grootste gedeelte uit gebieden die behoren tot het natuurnetwerk Limburg, aangevuld met een aantal gebieden die behoren tot de groen-blauwe mantel. Op basis van de landschapsanalyse die in de bijlage is opgenomen, is tot deze indeling gekomen. Voor zover de gemeente over de mogelijkheden beschikt om natuurkwaliteiten in deze gebieden te verbeteren en daarmee een positieve bijdrage te leveren aan de biodiversiteit, zal de gemeente die ambitie willen waarmaken. Terecht wijst de LLTB erop dat het verbeteren van de biodiversiteit ook binnen de kernen kan plaats vinden. De ambitie van de gemeente beperkt zich dan ook niet tot het landelijk gebied. Dat is ook verwoord in de matrix (onder ‘kernen’ en ‘biodiversiteit’).

Nieuwe initiatieven en bedrijfsontwikkeling De gemeente is het met de LLTB eens dat het toestaan van nieuwe ontwikkelingen en de tegenprestatie die daarvoor moet worden geleverd, maatwerk is. Het realiseren van die tegenprestatie in de directe omgeving waar de ontwikkeling plaatsvindt, heeft ook onze voorkeur. Tegelijkertijd moet het kwaliteitsfonds nog verder worden uitgewerkt, maar aan het principe van het kwaliteitsfonds - voor wat hoort wat - houden wij vast. De gemeente staat terughoudend tegenover ontwikkelingen die de gezondheid mogelijk schaden. Dat betekent dat wij bij elke ontwikkeling nadrukkelijk toetsen of die ontwikkeling negatieve gezondheidseffecten heeft en dit meewegen in de afweging die we maken. De LLTB wijst er in haar zienswijze op dat er ook andere sectoren zijn die de gezondheid mogelijk schaden. Daar zijn wij het mee eens en die zijn op pagina 29 ook benoemd. De roep om meer duidelijkheid door de LLTB is voorstelbaar. Tegelijkertijd is deze omgevingsvisie geen dichtgespijkerd toetsingskader dat wellicht meer duidelijkheid biedt, maar ten koste zou gaan van de gedachte achter de omgevingsvisie: samen onze gemeenschappelijke doelen realiseren. Dit doen we door met elkaar in gesprek te gaan en initiatief en gemeenschappelijke doelen op elkaar af te stemmen.

Het agrarisch belang wordt nadrukkelijk meegewogen bij de ontwikkelingen die zich in het landelijk gebied voordoen. Niet voor niets is de rol van agrarisch beheer bij instandhouding en versterking van het agrarisch cultuurlandschap benoemd in de koers voor het landelijk gebied. De omgevingsdialoog is belangrijk, maar niet alleen bepalend voor de besluitvorming. Die taak ligt bij de gemeente die de kwaliteit van de dialoog mee neemt in haar afweging. Wat betreft participatie zal de gemeente de huidige praktijk voortzetten, waarbij per initiatief maatwerk wordt geleverd. Deze aanpak komt in de besluitvorming over participatie in relatie tot de Omgevingswet tot uitdrukking.

Conclusie: De omgevingsvisie wordt naar aanleiding van deze zienswijze met betrekking tot de koers voor het landelijk gebied aangevuld. Voor de overige punten van de zienswijze behoeft de omgevingsvisie geen aanpassing.

2.3

VEILIGHEIDSREGIO LIMBURG-NOORD (VRLN)

Ingekomen 22 oktober 2021 Reactie: Veiligheidsregio Limburg-Noord wil de ambities met betrekking tot veiligheid steviger verwoord zien in de omgevingsvisie. De Veiligheidsregio doet daarvoor enkele tekstvoorstellen voor zowel de Matrix als de tekst over veilige leefomgeving in paragraaf 4.2, Kernen. Beantwoording: We nemen die tekstvoorstellen over die bijdragen aan een betere verwoording van de gemeentelijke ambitie met betrekking tot veiligheid. Tegelijkertijd doet het voorstel om veiligheid meer als een rode draad te zien die bij vele thema’s en onderwerpen geen recht aan de integrale afweging die in de omgevingsvisie wordt gemaakt. Daarin vormt veiligheid een van de vele aspecten die in een dergelijke integrale afweging thuishoren. Conclusie: De omgevingsvisie wordt naar aanleiding van deze zienswijze met betrekking tot de verwoording van de ambitie van de gemeente met betrekking tot veiligheid aangevuld. Voor het andere punt van de zienswijze behoeft de omgevingsvisie geen aanpassing.

2.4

Waterschap Limburg

Ingekomen 26 oktober Reactie: Het waterschap spreekt haar waardering uit voor de omgevingsvisie, waarin de bouwstenen zijn verwerkt die door het waterschap zijn aangereikt. Het waterschap wil graag meehelpen en meedenken met de verdere uitwerking van een klimaat adaptieve inrichting voor de gemeente. Beantwoording: Onder dankzegging voor de uitgesproken waardering, ziet ook de gemeente uit naar samenwerking in de toekomst voor alle water gerelateerde onderwerpen die de gemeente samen met het waterschap wil oppakken. Conclusie: De omgevingsvisie behoeft naar aanleiding van deze zienswijze geen aanpassing.

2.5

Arvalis, namens reclamant 1

Ingekomen 1 november 2021 Reactie: 1. Bedrijfsontwikkeling Het gemengd landbouwbedrijf (veeteelt, akkerbouw en landschapsbeheer) levert een belangrijke bijdrage aan de instandhouding van het landschap. Dit kan alleen worden volgehouden als het agrarische bedrijf zich kan blijven ontwikkelen. Tegelijkertijd neemt de druk op het buitengebied toe door andere functies. Reclamant vraagt rekening te houden met de belangen van de agrarische sector, wat nadrukkelijker onder ‘landelijk gebied en koers’ verwoord mag worden. 2. Basisprincipes – omgevingskwaliteit In de POVI is het gebied aangewezen als groenblauwe mantel. Reclamant verzoekt ruimte te

bieden passende agrarische ontwikkelingen, waarbij zuinig ruimtegebruik het leidend principe moet zijn. 3. Omgevingswaarden – biodiversiteit Reclamant wil dat de provinciale ambities voor het natuurnetwerk Limburg worden aangehouden. Wel ziet reclamant natuur inclusieve landbouw en agrarisch natuur- en landschapsbeheer als goede instrumenten om de biodiversiteit in het buitengebied op vrijwillige basis verder te versterken. 4. Verder vindt reclamant dat de terminologie in de visiekaart moet worden verduidelijkt; niet duidelijk is wat met groen-blauwe natuurzone wordt bedoeld. Daarnaast vindt reclamant dat de kaart moet worden verduidelijkt (te grofmazig en bijschriften zijn nagenoeg onleesbaar). Beantwoording: 1. Bedrijfsontwikkeling De gemeente is het met reclamant eens dat de agrarische sector een belangrijke rol vervult in het behoud van het agrarisch cultuurlandschap. Wij zullen de koers in de matrix op dat punt aanvullen, waarmee dat belang wordt benadrukt, inclusief de ontwikkelingsmogelijkheden van agrarische bedrijven, waarbij duurzaamheid een belangrijke voorwaarde is voor ontwikkeling. 2. Basisprincipes – omgevingskwaliteit Het bedrijf van reclamant ligt in het agrarisch cultuurlandschap. Het agrarisch bedrijf kan zich verder ontwikkelen.

In de omgevingsvisie worden doelen omschreven, waar reclamant rekening mee moet houden bij zijn bedrijfsontwikkeling, waarvan omgevingskwaliteit, duurzaamheid en biodiversiteit voor reclamant het meest relevant zullen zijn. 3. Omgevingswaarden – biodiversiteit De als groen-blauwe natuurzone aangemerkte gebieden bestaan voor het grootste gedeelte uit gebieden die behoren tot het natuurnetwerk Limburg, aangevuld met een aantal gebieden die behoren tot de groen-blauwe mantel. Op basis van het Landschappelijk Raamwerk Maasgouw die in de bijlage is opgenomen, is tot deze indeling gekomen. Voor zover de gemeente over de mogelijkheden beschikt om natuurkwaliteiten in deze gebieden te verbeteren en daarmee een positieve bijdrage te leveren aan de biodiversiteit, zal de gemeente die ambitie willen waarmaken. Daarbij is de inzet van de agrarische sector belangrijk en moet in het landschaps- en natuurbeheer samenwerking worden gezocht. 4. De kaart is bewust abstract gelaten, wat voldoende is om de doelen die we nastreven in beeld te brengen. Conclusie: De omgevingsvisie wordt naar aanleiding van deze zienswijze met betrekking tot bedrijfsontwikkeling aangevuld. Voor de overige punten van de zienswijze behoeft de omgevingsvisie geen aanpassing.

2.6

Duiklocatie Boschmolenplas

Ingekomen 2 november 2021 Reactie: Duiklocatie Boschmolenplas pleit voor het opnemen van de aanduiding “opwek duurzame energie afweegbaar” op de visiekaart ter plaatse van de ‘Boschmolenplas te Heel’ voor de mogelijkheid van zonnepanelen op de Boschmolenplas. Op basis van eerdere gesprekken en voorstellen had men verwacht dat deze locatie hiervoor in aanmerking zou komen. Duiklocatie Bosmolenplas vindt dat niet gemotiveerd is waarom de locatie Boschmoelenplan als zoeklocatie dient af te vallen. Beantwoording:

De gemeente begint altijd met een positieve grondhouding aan gesprekken met initiatiefnemers. Dat neemt niet weg dat de uiteindelijke besluiten van de gemeente steeds gebaseerd moeten zijn op een zorgvuldige, integrale belangenafweging. Daarin worden niet alleen de individuele belangen van initiatiefnemer (als pachter van de plas) en andere belanghebbenden (zoals de gebruikers en omwonenden van de plas) meegewogen, maar ook algemene belangen. Bij deze belangenafweging volgt de gemeente Maasgouw de lijn die is beschreven in de zonneladder van de provincie Limburg en in de Regionale Energie Strategie die op 1 juni 2021 door de gemeenteraad is vastgesteld. Algemene belangen die daarbij in dit geval worden meegewogen zijn de belangen van natuur, landschappelijke kwaliteit en toerisme en recreatie en het belang dat is gediend bij de grootschalige opwek van duurzame energie. Maasgouw bestaat voor een groot deel uit een groen-blauw netwerk van natuurgebieden en Maasplassen. Deze bijzondere landschappelijke kwaliteit is bepalend voor de aantrekkingskracht van Maasgouw als woon- en recreatiegemeente. De Boschmolenplas vormt een belangrijk onderdeel van dit groen-blauwe netwerk. Bovendien behoort de bosmolenplas zelf tot het Natuurnetwerk Limburg.

De aanleg van een groot drijvend zonnepark doet afbreuk aan de natuur- en landschapskwaliteiten van deze plas en gaat ook ten koste van de gebruiksmogelijkheden van de plas voor toeristen en recreanten. Bovenstaande afwegingen hebben ertoe geleid dat de Boschmolenplas niet is aangewezen als gebied waar de opwek van duurzame energie afweegbaar is. Conclusie: De omgevingsvisie behoeft naar aanleiding van deze zienswijze geen aanpassing.

2.7

Ruimte voor ruimte Limburg

Ingekomen 3 november 2021 Reactie: Ruimte voor ruimte Limburg pleit voor het opnemen van de aanduiding “opwek duurzame energie afweegbaar” op de visiekaart ter plaatse van de ‘Boschmolenplas te Heel’ voor de mogelijkheid van zonnepanelen op de Boschmolenplas. Op basis van eerdere gesprekken en voorstellen had men verwacht dat deze locatie hiervoor in aanmerking zou komen. Ruimte voor ruimte Limburg vindt dat niet gemotiveerd is waarom de locatie Boschmolenplas als zoeklocatie dient af te vallen. Beantwoording: De gemeente begint altijd met een positieve grondhouding aan gesprekken met initiatiefnemers. Dat neemt niet weg dat de uiteindelijke besluiten van de gemeente steeds gebaseerd moeten zijn op een zorgvuldige, integrale belangenafweging. Daarin worden niet alleen de individuele belangen van initiatiefnemer (als pachter van de plas) en andere belanghebbenden (zoals de gebruikers en omwonenden van de plas) meegewogen, maar ook algemene belangen. Bij deze belangenafweging volgt de gemeente Maasgouw de lijn die is beschreven in de zonneladder van de provincie Limburg en in de Regionale Energie Strategie die op 1 juni 2021 door de gemeenteraad is vastgesteld. Algemene belangen die daarbij in dit geval worden meegewogen zijn de belangen van natuur, landschappelijke kwaliteit en toerisme en recreatie en het belang dat is gediend bij de grootschalige opwek van duurzame energie.

Maasgouw bestaat voor een groot deel uit een groen-blauw netwerk van natuurgebieden en Maasplassen. Deze bijzondere landschappelijke kwaliteit is bepalend voor de aantrekkingskracht van Maasgouw als woon- en recreatiegemeente. De Boschmolenplas vormt een belangrijk onderdeel van dit groen-blauwe netwerk. Bovendien behoort de bosmolenplas zelf tot het Natuurnetwerk Limburg. De aanleg van een groot drijvend zonnepark doet afbreuk aan de natuur- en landschapskwaliteiten van deze plas en gaat ook ten koste van de gebruiksmogelijkheden van de plas voor toeristen en recreanten. Bovenstaande afwegingen hebben ertoe geleid dat de Boschmolenplas niet is aangewezen als gebied waar de opwek van duurzame energie afweegbaar is. Conclusie: De omgevingsvisie behoeft naar aanleiding van deze zienswijze geen aanpassing.

2.8

Reclamant 2

Ingekomen 3 november 2021 Reactie: Inspreker maakt bezwaar tegen de begrenzing van het stedelijk gebied in de Omgevingsvisie ter hoogte van Stevensweert. Reclamant geeft aan dat het een braakliggend perceel betreft, omringd door vrijstaande woningen. Er is dus geen sprake van een agrarisch cultuurlandschap, zoals in de omgevingsvisie wordt gesuggereerd. Bovendien is in 2007 voor deze locatie al eens een principeverzoek gedaan, dat geaccordeerd is. Vanwege de economische crisis is destijds niet verder gegaan met dit verzoek. Beantwoording: Zoals reclamant in zijn reactie al aangeeft, is deze omgevingsvisie gericht op hoofdlijnen van beleid. Ondanks dat een begrenzing is opgenomen, zullen er op de grenzen altijd situaties kunnen ontstaan waarbij genuanceerd met de begrenzing zal moeten worden omgegaan. Dat betekent dat de begrenzing niet hoeft te worden aangepast, maar dat opnieuw beoordeeld moet worden of aan dit verzoek toch medewerking kan worden verleend en onder welke voorwaarden dat zou kunnen. Conclusie: De omgevingsvisie behoeft naar aanleiding van deze zienswijze geen aanpassing.

2.9

Mw. Mr. E.H.E.J. Wijnen, mr. W.P.N. Remie namens Greenbuddies Energy BV

Ingekomen Reactie: Reclamant maakt bezwaar tegen het feit dat Zonnepark Osen niet is aangewezen als afwegingsgebied voor zonne-energie. Reclamant stelt dat het door Greenbuddies ingediende principeverzoek door verschillende betrokken partijen, waaronder de gemeente, met een positieve grondhouding is ontvangen. Bovendien wordt naar de mening van reclamant onvoldoende gemotiveerd waarom voor de zoekgebieden is gekozen en waarom de rest van het grondgebied van de gemeente wordt uitgesloten van grootschalige opwek van zonne-energie. Reclamant verwijt de gemeente onzorgvuldigheid en handelt daarmee in strijd met het vertrouwensbeginsel.

Beantwoording: De gemeente begint altijd met een positieve grondhouding aan gesprekken met initiatiefnemers. Dat neemt niet weg dat de uiteindelijke besluiten van de gemeente steeds gebaseerd moeten zijn op een zorgvuldige, integrale belangenafweging. Daarin moeten niet alleen de individuele belangen van de initiatiefnemers (eigenaren en commerciële ontwikkelaar) en andere belanghebbenden worden meegewogen, maar ook algemene belangen. Bij de algemene belangenafweging over dit initiatief zijn de belangen van natuur en biodiversiteit, landbouw, toerisme en recreatie en landschappelijke kwaliteit gewogen en het belang dat is gediend bij de grootschalige opwek van duurzame energie. Bij deze afweging volgt de gemeente Maasgouw de lijn die is beschreven in de zonneladder van de provincie Limburg en in de Regionale Energie Strategie die op 1 juni 2021 door de gemeenteraad is vastgesteld. In het verlengde van deze lijn is er voor gekozen om geen grootschalige opwek van zonne-energie toe te staan in de groen-blauwe natuurzone. Het gebied waar het zonnepark is beoogd bij de natuurplas De Slaag vormt samen met de Anna-Beemden een belangrijke schakel in de verbindingszone tussen de natuur van de Maasplassen en het natuurgebied Beegderheide-Leudal.

Een grootschalig zonnepark in dit gebruik zou bovendien afbreuk doen aan de landschappelijke kwaliteit van dit gebied dat veel wordt bezocht door wandelaars en fietsers en mensen die varen op de Slaag en in het gebied aanmeren. De bovenstaande belangenafweging heeft ertoe geleid dat het gebied Osen-De Slaag niet is aangewezen als gebied waar de opwek van duurzame energie afweegbaar is. De gemeente is het eens met reclamant dat deze belangenafweging nu onvoldoende in de omgevingsvisIe tot z’n recht komt. Conclusie: De zienswijze leidt tot aanpassing van de omgevingsvisie. Er zal een uitgebreidere motivering opgenomen worden van de keuze van de gebieden waar de opwek van zonne-energie afweegbaar is. Voor het andere punt van de zienswijze behoeft de omgevingsvisie geen aanpassing.

2.10 Marco B.V. Scheepsreparatie Ingekomen 3 november 2021 Reactie: Reclamant constateert dat er weinig aandacht is voor economische waarden van bedrijven/industrie die geen relatie hebben met recreatie en toerisme. Bedrijven en industrie zijn niet betrokken in het voortraject. Het is reclamant niet duidelijk op basis van welke overweging wordt ingezet op recreatie en toerisme en niet op industrie. Reclamant verzoekt tot een heroverweging en meer flexibiliteit op te nemen voor alle soorten bedrijvigheid in de omgevingsvisie en niet te kiezen voor specifieke sectoren. Ook op de kaart is ‘werken’ alleen aangegeven in Panheel, terwijl er nog meer bedrijventerreinen zijn die bijdragen aan de werkgelegenheid. Ook zou er beter ingezet moeten worden op het versterken van de positie van deze productiebedrijven met betrekking tot ontsluiting, voorzieningen en ontwikkelmogelijkheden. Deze bedrijven kunnen juist bijdragen aan de ambities van een circulaire economie, kortere transportafstanden en lokale werkgelegenheid.

Beantwoording: Ondanks dat de omgevingsvisie de kansen en mogelijkheden van watersport, waterrecreatie en de bedrijvigheid daaromheen nadrukkelijk benoemt in de omgevingsvisie, wil dat niet zeggen dat er geen of te weinig aandacht is voor andere vormen van bedrijvigheid en industrie. Wel is het zo dat de ruimte op

bestaande bedrijventerreinen beperkt is en dat er geen concrete mogelijkheden worden overwogen om bedrijventerreinen uit te breiden. Het symbool voor werken is op de kaart opgenomen als identiteitsdrager en niet als aanduiding voor bedrijventerrein. Ook heeft dit te maken met de specifieke opgave die we daar nastreven om wonen en werken meer te scheiden. De huidige vermenging van wonen en weken leidt tot negatieve effecten op de leefomgeving van de bewoners van Panheel. De gemeente is het oneens met de zienswijze van reclamant waarin gesteld wordt dat dat de industrie niet betrokken is geweest in het voortraject. Wij hebben vertegenwoordigers van uw beroepsorganisatie uitgenodigd de bijeenkomsten bij te wonen. Uiteindelijk is daar alleen gebruik van gemaakt door een schriftelijke reactie in te dienen, die door ons vervolgens is betrokken bij het opstellen van de omgevingsvisie. Conclusie: De omgevingsvisie behoeft naar aanleiding van deze zienswijze geen aanpassing.

2.11 Oudakker BV scheepsreparatiebedrijf Ingekomen 3 november 2021 Reactie: De reactie van Oudakker BV is identiek aan de zienswijze van Marco BV Scheepsreparatie. Kortheidshalve verwijzen wij naar de beantwoording en conclusie van zienswijze 2.10.

2.12 Reclamant 3 Ingekomen 3 november 2021 Reactie: Pleit voor het agrarisch belang en dat er geen natuurbestemming komt op agrarische gronden. Ook wil reclamant geen beperkingen voor de bestaande bedrijven Weerd 10 en Weerd 11 te Linne en Oliestraat 7 te Maasbracht. Ook overlast of beperkingen door recreatie moeten worden voorkomen. Ook pleit reclamant ervoor dat de gemeente op haar gronden niet inheemse planten bestrijdt, omdat die nu overlast geven. Beantwoording: Initiatiefnemer kan het agrarisch gebruik op zijn gronden voortzetten. Voor toekomstige ontwikkelingen zijn voorwaarden opgenomen in de omgevingsvisie met betrekking tot de kwaliteit van het landschap, duurzaamheid, biodiversiteit en dergelijke. Het bestrijden van inheemse planten betreft het beheer van gebieden waar deze omgevingsvisie niet op toeziet. Conclusie: De omgevingsvisie behoeft naar aanleiding van deze zienswijze geen aanpassing.

2.13 Heemkring Heel, mede namens ondernemersvereniging Heel en Geschied en heemkundige kring ‘Het land van Thorn’ Ingekomen 3 november 2021 Reactie: Reclamant wil de bodem van Heel en andere kernen met Romeinse historie aanwijzen als archeologisch monument in het omgevingsplan, gezien het wetenschappelijk en economisch belang ervan, maar ook het belang voor de identiteit van Heel en Maasgouw. Reclamant verzoekt om in de veranderopgave op te nemen dat geïnvesteerd wordt in Heel als een van de cultuurhistorische parels van Maasgouw. Beantwoording: Archeologische waarden zijn in heel Maasgouw ruim vertegenwoordigd, zo is af te lezen uit de archeologische kaart die in de omgevingsvisie is opgenomen. Voor Heel geldt specifiek de Romeinse historie die belangrijk is voor de identiteit van Heel. De gemeente zal dit op de visiekaart en in de beschrijving van de identiteit duidelijk maken. De gemeente ziet de cultuurhistorische kwaliteiten van Heel niet als een veranderopgave, maar juist als een te beschermen geheel. Deze ambitie is in de omgevingsvisie benoemd en zal verder worden geborgd in het bestemmingsplan/omgevingsplan. De gemeente is in gesprek met de heemkundeverenigingen en musea om een Canon van Maasgouw te ontwikkelen, waar het Romeinse verleden sowieso deel van uit gaat maken.

Ook heeft de gemeente subsidie verleent aan reclamant om een plan van aanpak op te stellen over een synthese over de Romeinse historie in Heel. Dit zal in de omgevingsvisie verder worden toegelicht. Conclusie: De omgevingsvisie wordt aangepast door een Romeins symbool op de kaart op te nemen en het Romeins verleden nadrukkelijker te benoemen in de paragraaf ‘archeologie’. Voor het andere punt van de zienswijze behoeft de omgevingsvisie geen aanpassing.

2.14 Filcom Ingekomen 4 november 2021 Reactie: 1. Reclamant omschrijft de aard van haar bedrijf, dat zij graag toekomstbestendig wil voortzetten en ziet daarvoor weinig ontwikkelingsruimte in de omgevingsvisie terug. Reclamant constateert dat er in de omgevingsvisie weinig aandacht is voor de economische waarde van de industrie en dat bedrijven niet betrokken zijn bij de totstandkoming van de visie. Ook geeft reclamant aan dat op de kaart alleen in Panheel de functie ‘werken is opgenomen, terwijl er meerdere bedrijventerreinen zijn binnen de gemeente. 2. Met betrekking tot Wessem merkt reclamant het volgende op: a. De keuze voor watersport en waterrecreatie gaat meer druk opleveren voor natuur en landschap en op verkeersdrukte. Reclamant bevreemdt het dat voor Wessem de keuze is gevallen op waterrecreatie, omdat daardoor de druk op natuur en landschap verder zal toenemen. Bovendien ontbreekt het aan een economische onderbouwing voor die koers. Reclamant verzoekt de gemeente om de keuze voor specialisatie richting nautische bedrijven te heroverwegen en niet ten koste te laten gaan van de ontwikkelruimte in gebieden die nu in gebruik zijn voor de maakindustrie. Daarin moet worden meegewogen dat regionale bedrijven transportafstanden verkorten en zorgen voor lokale werkgelegenheid.

Specifiek vraagt reclamant de gemeente of de omvorming tot Nautische boulevard op basis van de laatste inzichten economisch wenselijk is en daarbij de vraag te beantwoorden of dit voorwaarde voor nieuwe ontwikkeling is, of een wensbeeld. b. Ook vraagt reclamant horeca- en evenementenfuncties, dagrecreatie en nachtverblijf in de heroverweging mee te nemen, ook omdat dit strijdig lijkt met de provinciale verordening. c. Tot slot vraagt reclamant zich af of het wenselijk is milieucategorieën in de omgevingsvisIe te benomen, aangezien zich dat beter leent voor een volgende stap: het omgevingsplan. d. Door de ontwikkeling van de Nautische boulevard zal er ook meer onnodige mobiliteit ontstaan, terwijl de juiste infrastructuur daarvoor ontbreekt. Bij de activiteiten van Filcom is sprake van geluids- en stofemissie die ook in de avond en ’s-Nachts plaats vinden. Ook dat past niet bij plannen met meer recreatie, zeker als het ook gaat om overnachtingen. e. Reclamant zet grote vraagtekens bij het verenigen van recreatieactiviteiten en evenementen met het bedrijf van Filcom, omdat beide belangen niet goed bij elkaar passen. Omdat Filcom geen andere mogelijkheden heeft om zich elders te vestigen, zou de omgevingsvisie moeten aansluiten bij dat gegeven. Reclamant voelt zich niet gesteund door de omgevingsvisie van de gemeente, hooguit getolereerd.

Reclamant verzoekt de gemeente daarom met klem in de omgevingsvisie ruimte te laten voor autonome ontwikkelingen van de bestaande bedrijven. Beantwoording: 1. De gemeente onderkent het belang van bedrijven, bedrijventerreinen en industrie wel degelijk en is in de Koers opgenomen. Wel zijn verduurzaming, specialisatie en kwaliteitsverbetering speerpunten om toekomstbestendig te blijven. Ook klopt het niet dat de industrie niet betrokken is geweest bij het voortraject. Wij hebben vertegenwoordigers van uw beroepsorganisatie uitgenodigd de bijeenkomsten bij te wonen. Uiteindelijk is daar geen gebruik van gemaakt en is volstaan met een schriftelijke reactie in te dienen, die door ons vervolgens is betrokken bij het opstellen van de omgevingsvisie. Het symbool voor werken in Panheel is op de kaart opgenomen als identiteitsdrager en niet als aanduiding voor bedrijventerrein. Ook heeft dit te maken met de specifieke opgave die we daar nastreven om wonen en werken meer te scheiden. De huidige vermenging van wonen en weken leidt tot negatieve effecten op de leefomgeving van de bewoners van Panheel. 2. Met betrekking tot de Nautische boulevard a. De keuze voor de Nautische boulevard komt voort uit diverse marktstudies die in het kader van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) voor de Nautische boulevard zijn opgesteld.

Daarin is aangetoond dat er behoefte is aan het versterken van de potentie en aantrekkelijkheid van de Maasplassen en dat het ontwikkelen van een Nautische Boulevard daaraan een belangrijke bijdrage kan leveren, zeker gezien het groeipotentieel in de regio. Dit sluit aan bij de ambities van de provincie Limburg en de gemeenten in en rondom de Maasplassen die de potentie van het gebied verder willen verzilveren en bevordering van de watersport en de oeverrecreatie hebben uitgeroepen tot speerpunt in de ontwikkeling van de regionale economie. Dat bij de keuze voor de Nautische boulevard uiterst zorgvuldig omgesprongen moet worden met kwaliteiten van natuur en landschap is in de omgevingsvisie voldoende geborgd. b. Dat horeca, evenementen en nachtelijk verblijf minder goed passen bij industriële activiteiten is waar. De omgevingsvisie geeft een perspectief voor de langere termijn, die is gericht op omschakeling naar een Nautische boulevard. Dat betekent dat de planologische rechten en ontwikkelruimte zoals is vastgelegd in het vigerende

bestemmingsplan voor niet-nautische bedrijven blijft bestaan. Op lange termijn zal die ontwikkelruimte niet worden uitgebreid. c. De milieucategorieën zijn benoemd in het hoofdstuk bijzondere gebieden, waar het beleid voor de Nautische boulevard verder is uitgewerkt. Wij zijn het met reclamant eens dat de milieu categorieën in ieder geval in het bestemmingsplan geregeld moeten worden. Voor de omgevingsvisie geven ze wel een beeld van de zwaarte van bedrijvigheid die zich hier in de toekomst kan vestigen. Omdat wij deze signaleringswaarde belangrijk vinden, laten we de milieucategorieën in de tekst staan. d. Om inzicht te krijgen in de verkeersgeneratie, is in het kader van de NRD voor de Nautische boulevard een verkeersadvies opgesteld. Hieruit blijkt dat de verkeersgeneratie afneemt ten opzichte van de huidige maximale mogelijkheden. Dit wordt in belangrijke mate veroorzaakt doordat klanten van nautische bedrijven de nautische boulevard met hun boot via het water zullen bereiken en niet via de weg. De verkeersgeneratie van de niet-nautische bedrijven vermindert juist door omschakeling. Er wordt een extra parkeerbehoefte ingeschat van 200 parkeerplaatsen als uitgegaan wordt van het maximum aantal ligplaatsen van 400. Deze moeten op eigen terrein worden gerealiseerd, evenals de overige parkeerbehoefte van de overige bedrijven. e.

Toegelicht is hoe tot de keuze van een Nautische Boulevard is gekomen. Een dergelijke keuze kan ten koste gaan van andere belangen. Tegelijkertijd wordt niet aan de huidige ontwikkelingsruimte van Filcom getornd, zoals die in het geldende bestemmingsplan is vastgelegd. Conclusie: De omgevingsvisie behoeft naar aanleiding van deze zienswijze geen aanpassing.

2.15 Aelmans, namens maatschap Seegers-Van Dijck Ingekomen 4 november 2021 Reactie: Reclamant vraagt aandacht voor het behoud van de agrarische functie binnen de groen-blauwe zone. Reclamant betoogt dat het versterken van de natuur en het natuurnetwerk niet ten koste moeten gaan van de grondgebonden landbouw. Beantwoording: De gemeente erkent het belang van agrarisch beheer voor het in stand houden van de landschappelijke kwaliteiten van het landelijk gebied. Tegelijkertijd zal de landbouw verder moeten verduurzamen om het evenwicht tussen de ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw enerzijds en het behoud van landschappelijke kwaliteiten, cultuurhistorie en biodiversiteit in stand te houden. Het huidig agrarisch beheer kan worden voortgezet. Nieuwe ontwikkelingen van agrarische bedrijven moeten passen binnen de randvoorwaarden van landschappelijke kwaliteit, duurzaamheid en biodiversiteit zoals in de omgevingsvisie zijn benoemd. Conclusie: De omgevingsvisie behoeft naar aanleiding van deze zienswijze geen aanpassing.

2.16 Tennet TSO BV Ingekomen 4 november 2021 Reactie: Tennet verzoekt, als beheerder van het hoogspanningsleidingennetwerk in Nederland, op een passende wijze rekening te (blijven) houden met de aanwezigheid van deze bestaande vitale infrastructuur in de gemeente en eventuele doorwerking naar een omgevingsplan. Reclamant verzoekt om ontwikkelingen die mogelijk de betrouwbaarheid en veiligheid van het functioneren kunnen schaden, vooraf af te stemmen met TenneT en pas toe te staan na een positief verkregen schriftelijk advies van TenneT. Eveneens verzoekt reclamant om de toe te passen werkwijze (bijvoorbeeld voor kleinschalige windturbines, BRZO-bedrijven) op te nemen in uw handboek. Tot slot vraagt reclamant om samen op te trekken in toekomstige trajecten waarbij mogelijk hoogspanningsverbindingen/-stations een rol gaan spelen. Beantwoording: De gemeente houdt rekening met de aanwezigheid van deze bestaande hoogspanningsverbindingen/stations. Dit gebeurt in ieder geval in bestemmingsplannen en na inwerking treden van de Omgevingswet in het omgevingsplan. Het voert echter te ver om de omgevingsvisiekaart aan te passen door de bestaande situatie op te nemen. In de afweging die kan worden gemaakt op basis van de omgevingsvisIe is opgenomen dat met overige wettelijke bepalingen rekening moet worden gehouden. Op die manier is het belang van Tennet voldoende geborgd.

Graag gaat de gemeente in op de uitnodiging van Tennet om in toekomstige trajecten samen op te trekken. Conclusie: De omgevingsvisie behoeft naar aanleiding van deze zienswijze geen aanpassing.

2.17 Reclamant 4 Ingekomen 4 november 2021 Reactie: De percelen van reclamant vallen onder de groen-blauwe natuurzone. Reclamant wenst zijn percelen onder agrarisch cultuurlandschap te laten vallen, aangezien al deze percelen agrarisch worden gebruikt en beheerd. Volgens reclamant is onvoldoende gemotiveerd en onderzocht waarom dit gebied onder de groen-blauwe natuurzone zou moeten vallen. Ook verzoekt reclamant het hele gebied in en om de Slaag als zoekgebied voor het opwekken van duurzame energie aan te wijzen. Beantwoording: De groen-blauwe natuurzone geeft de ambitie van de gemeente weer en is mede gebaseerd op de aanduidingen natuurnetwerk Limburg en Groen-blauwe mantel uit het provinciaal beleid. Juist omdat ook delen van de Groen-blauwe mantel in de omgevingsvisie tot groen-blauwe natuurzone worden gerekend, betekent dat bestaand agrarisch gebruik in die gebieden kan blijven voortbestaan. Wel zullen nieuwe ontwikkelingen worden getoetst aan de specifieke doelen die in deze zone vallen, met name als het gaat om verduurzaming van de landbouw, behoud en versterking van landschappelijke kwaliteiten en versterken van de biodiversiteit. Met betrekking tot het bezwaar van reclamant dat zich richt op het gebied in en om de Slaag, verwijzen wij naar zienswijze 2.9

Conclusie: De omgevingsvisie behoeft naar aanleiding van deze zienswijze geen aanpassing.

2.18 Vissers en van Dijk BV Scheepselektrotechniek Ingekomen 4 november 2021 Reactie: De reactie van Vissers en van Dijk BV is identiek aan de zienswijze van Marco BV Scheepsreparatie. Kortheidshalve verwijzen wij naar de beantwoording en conclusie van zienswijze 2.10.

2.19 Maatschap Suntjens Ingekomen 29 oktober 2021 Reactie: Reclamant heeft een bedrijf dat is gelegen tussen de Boschmolenplas en De Lange Vlieter en heeft veel gronden in eigendom rondom de Boschmolenplas. Reclamant geeft aan dat er steeds vaker sprake is van botsende belangen. Reclamant is bereid mee te buigen als hem ook kansen worden geboden voor een nieuw verdienmodel. Dit verdienmodel heeft betrekking op de volgende projecten: 1. Daalzicht. Reclamant wil een perceel aan de Daalzicht, dat nu als natuur is bestemd, gebruiken voor recreatie met bebouwing. De omgevingsvisie heeft dit gebied aangeduid als groen-blauwe natuurzone. Reclamant wil in de omgevingsvisie terugzien dat dit gebied ook voor recreatie kan worden gebruikt. 2. Huisperceel Reclamant wil zijn huisperceel aan de zuidkant uitbreiden en daar luxe vakantiewoningen realiseren met uitzicht op de Bosmolenplas. 3. Perceel rond de Boschmolenplas Reclamant wil de strook langs de Boschmolenplas, die nu een agrarische bestemming heeft, gebruiken voor recreatie (woningen) of zonnepanelen (zowel op land als op water). Als dat niet kan wil men de mogelijkheden voor de agrarische bedrijfsvoering in ieder geval behouden. De gronden moeten niet worden aangemerkt als natuur. 4. Perceel Mgr. Savelbergweg Reclamant heeft een agrarisch perceel aan de Mgr. Savelbergweg.

In de omgevingsvisIe is dit perceel aangeduid als groen-blauwe natuurzone. Reclamant wil op dit perceel zijn agrarische bedrijfsvoering kunnen voortzetten en maakt derhalve bezwaar tegen de aanduiding groenblauwe natuurzone. Beantwoording: 1. Daalzicht Zowel in de omgevingsvisie als in het provinciaal beleid is de ambitie gericht op natuur- en landschapskwaliteiten in de omgeving van het agrarisch bedrijf van reclamant. Bestaande agrarische bedrijven kunnen zich in dat blijven ontwikkelen, mits dit duurzaam en op circulaire wijze gebeurt. Een recreatieve invulling van Daalzicht past niet bij de ambitie uit de omgevingsvisie. 2. Huisperceel. Dezelfde redenering gaat op voor het huisperceel van reclamant.

3. Perceel rond de bosmolenplas Dezelfde redenering gaat op voor het perceel rond de Boschmolenplas. Met betrekking tot de mogelijkheid voor het plaatsen van zonnepanelen, wordt verwezen naar zienswijze 2.6 en 2.7. 4. Perceel Mgr. Savelsberweg De groen-blauwe natuurzone is mede gebaseerd op de aanduidingen natuurnetwerk Limburg en Groen-blauwe mantel uit het provinciaal beleid. Juist omdat ook delen van de Groen-blauwe mantel in de omgevingsvisie tot groen-blauwe natuurzone worden gerekend, betekent dat bestaand agrarisch gebruik in die gebieden kan blijven voort bestaan. Wel zullen nieuwe ontwikkelingen worden getoetst aan de specifieke doelen die in deze zone vallen, met name als het gaat om verduurzaming van de landbouw, behoud en versterking van landschappelijke kwaliteiten en versterken van de biodiversiteit. Conclusie: De omgevingsvisie behoeft naar aanleiding van deze zienswijze geen aanpassing.

2.20 Maasgrind ontwikkeling B.V. Ingekomen 4 november Reactie: Reclamant geeft aan dat zij rekenen op instandhouding van de thans bestaande planologische mogelijkheid om oppervlaktedelfstoffen te winnen in het gebied begrensd door de Wessemerweg, de Meggelsveldweg en de reeds afgeronde kleiwinning. Beantwoording: De bestaande concessie van reclamant kan worden afgerond en is vergund door de provincie. De planologische rechten van reclamant veranderen door de omgevingsvisie niet. Conclusie: De omgevingsvisie behoeft naar aanleiding van deze zienswijze geen aanpassing.

2.21 Hieël Hael Ingediend 4 november 2021 Reactie: Reclamant benadrukt het belang van goede communicatie tussen inwoners, alle belanghebbenden en de gemeente intern binnen de gemeentelijke organisatie. Reclamant geeft aan dat bij de centrumfunctie van Heel voorzieningen en functies horen die kern overstijgend zijn. Reclamant geeft aan dat verkeersveiligheid een belangrijk item is waar goed over moet worden nagedacht, met name voor voetgangers en rolstoelgebruikers. Reclamant steunt de doelstellingen en de door hen ingediende zienswijze van de Heemkring Heel, evenals die van het Ondernemers Collectief Heel. Beantwoording: De gemeente onderschrijft het belang van een goede communicatie zoals door reclamant is aangegeven en is van mening dat we samen al op die weg zitten. Met de door reclamant genoemde punten worden de ambities uit de omgevingsvisie in de ogen van de gemeente onderschreven. De gemeente is in de toekomst dan ook graag beschikbaar om samen met de inwoners van Heel en de belangenorganisaties om

de leefbaarheid van het dorp en de ambities van de gemeente Maasgouw in goede samenwerking verder te verbeteren. De ontwerpsessie voor het centrum van Heel is daar een goed voorbeeld van. Met betrekken tot de ondersteuning van de zienswijzen van Heemkring Heel en het Ondernemers Collectief Heel, wordt verwezen naar de zienswijzen 2.13 en 2.24. Conclusie: De omgevingsvisie behoeft naar aanleiding van deze zienswijze geen aanpassing.

2.22 Van Nieuwpoort bouwgrondstoffen B.V. Ingekomen 4 november Reclamant vindt het, als eigenaar van een Rijksmonument, goed dat de gemeente streeft naar het behoud van monumenten door ontwikkeling. Daarnaast merkt reclamant het volgende op: 1. In de omgevingsvisie wordt ingezet op samenwerking tussen bedrijven, beheerders en overheden bij de inzet op toekomstbestendige bedrijventerreinen. Reclamant heeft de indruk dat bedrijven tot nu toe nog niet zijn betrokken bij het omgevingsvisietraject en verzoekt de gemeente om bedrijven alsnog te betrekken in het herzien van (delen van) de visie 2. Reclamant merkt op dat het archeologiebeleid, waar de archeologiekaart in de omgevingsvisie aan refereert, nergens te vinden is. Bovendien is de kaart onleesbaar. 3. Reclamant stelt vraagtekens bij fondsvorming, zoals in de omgevingsvisie is benoemd en vraagt zich af wat prevaleert: het principe van ‘structureer en ruim op’ zoals in het landschappelijk raamwerk is benoemd of fondsvorming; 4. Reclamant verwijst naar de inhoud van de zienswijzen die is ingediend op de Nota Reikwijdte en Detailniveau Nautische boulevard. Daarbij stelt reclamant de volgende vragen/maakt de volgende opmerkingen: a. Wat is de tijdshorizon voor Nautische Boulevard? En is die nog realiseerbaar nu actief grondbeleid is losgelaten? b.

Bereikbaarheid over water op peil houden door als gemeente het initiatief te nemen om de verkeersveiligheid op water te borgen. Hetzelfde te doen voor de bereikbaarheid over land door een zoekgebied centrale parkeerplaats aan te geven. Beide overigens in overleg met alle belanghebbenden (en dus ook de bedrijven). Waterveiligheid: gemeente dient het voortouw te nemen als initiator van de Nautische Boulevard. c. Horeca en recreatie zijn niet verenigbaar met overlast gevende bedrijvigheid. Bedrijven worden in hun bedrijfsvoering belemmerd. Reclamant stelt voor meer aan te sluiten bij de huidige situatie om tot een robuustere en meer flexibele visie te komen die daardoor toekomstbestendiger is. d. Reclamant verwacht dat het concept van de Nautische boulevard minder werkgelegenheid met zich mee zal brengen. Bovendien is specialisatie ook een risicofactor. 5. Reclamant stelt voor meer ruimte te bieden voor de opwek van duurzame energie en initiatieven daartoe geen afdracht te verplichten in het kwaliteitsfonds. 6. Reclamant geeft aan dat binnen het bestaand landschappelijk raamwerk, de oostzijde van de profielen is weggevallen. In het landschappelijk raamwerk wordt gesteld de relatie tussen de Thornerbeek en directe omgeving te versterken. Hierbij is geen rekening gehouden met de beekverlegging van het waterschap.

Beantwoording: 1. De gemeente heeft de industrie betrokken bij het voortraject door vertegenwoordigers van uw beroepsorganisatie uit te nodigen voor bijeenkomsten. Uiteindelijk is daar geen gebruik van gemaakt en is volstaan met een schriftelijke reactie in te dienen, die door ons vervolgens is betrokken bij het opstellen van de omgevingsvisie. Voor de toekomst blijven wij graag in gesprek met industrie en bedrijven voor de verdere uitwerking van plannen en projecten. 2. De kaart van het archeologiebeleid heeft vooral een illustratieve functie, die aangeeft dat archeologie belangrijk is voor Maasgouw. Borging van archeologische kwaliteiten zal plaats vinden in het omgevingsplan. De nota archeologie zal na vaststelling van deze Omgevingsvisie door het college worden uitgewerkt. Dan wordt deze ook openbaar gemaakt. 3. Fondsvorming moet gezien worden als een hulpmiddel om te structureren en op te ruimen. Het een sluit het ander niet uit. Ook is benoemd dat fondsvorming nog verder uitgewerkt moet worden. 4. Nota Reikwijdte en Detailniveau Nautische boulevard a. De tijdshorizon van de omgevingsvisie is gericht op de lange termijn en is niet exact te benoemen. Tussentijds wordt de realisatie van de ambities uit de omgevingsvisie gemonitord en bezien we aan de hand daarvan of de omgevingsvisie aanpassing behoeft.

Ook de transformatie van de Nautische boulevard is een langetermijnperspectief dat we zullen blijven monitoren. b. Met betrekking tot veiligheid op het water, spelen alle betrokkenen een belangrijke rol. Van de waterbeheerder (Rijkswaterstaat) verwachten wij dat zij hierin initiatief zal nemen. Met betrekking tot bereikbaarheid en verkeersveiligheid verwachten wij dat verkeer juist zal afnemen, zo wijst ook het verkeersadvies uit dat in het kader van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD)? voor de Nautische boulevard is opgesteld. De verkeersgeneratie neemt af ten opzichte van de huidige maximale mogelijkheden. Dit wordt in belangrijke mate veroorzaakt doordat klanten van nautische bedrijven de nautische boulevard met hun boot via het water zullen bereiken en niet via de weg. De verkeersgeneratie van de niet-nautische bedrijven vermindert juist door omschakeling. Wel wordt een extra parkeerbehoefte ingeschat van 200 parkeerplaatsen als uitgegaan wordt van het maximum aantal ligplaatsen van 400. Deze moeten op eigen terrein worden gerealiseerd, evenals de overige parkeerbehoefte van de overige bedrijven. Van een zoekgebied voor parkeren is wat de gemeente betreft geen sprake. c. Dat horeca, evenementen en nachtelijk verblijf minder goed passen bij industriële activiteiten is waar.

De omgevingsvisie geeft een lange termijnperspectief gericht op omschakeling naar een Nautische boulevard. Dat betekent dat richting de toekomst de botsende belangen minder worden en tegelijkertijd dat de planologische rechten en ontwikkelruimte zoals is vastgelegd in het vigerende bestemmingsplan, blijft bestaan. Op lange termijn zal die ontwikkelruimte niet worden uitgebreid. d. Uit verschillende marktstudies, blijkt dat er behoefte is aan het versterken van de potentie en aantrekkelijkheid van de Maasplassen en dat het ontwikkelen van een Nautische Boulevard daaraan een belangrijke bijdrage kan leveren. Vanuit deze analyse van trends in de marktstudie blijkt dat de watersportservice zich ontwikkelt en specialiseert. De gemeente wil deze trend accommoderen en hiermee ambacht, werkgelegenheid en economie binnen haar gemeente bevorderen. Clustering beoogt ook onderlinge kruisbestuiving ter versterking van de bedrijfsvoering en samenwerking. Reclamant benoemt specialisatie als risico, de gemeente ziet dit eerder als een kans. Bovendien is het niet zo dat alle bedrijventerreinen in Maasgouw zich ontwikkelen tot watersport gerelateerde bedrijventerreinen. Als er al sprake zou zijn van een risico, is dit beperkt. 5. De keuze voor de gebieden waar opwek van duurzame energie afweegbaar is, wordt onder zienswijze 2.5 en 2.6 en 2.9 gemotiveerd.

6. Terecht merkt reclamant op dat de oostkant van de profielen is vervallen. Dit zal worden hersteld Op de visiekaart is inderdaad de bestaande beek aangeduid. Conclusie: Het landschappelijk raamwerk zal op dit punt worden aangepast. Voor de overige punten van de zienswijze behoeft de omgevingsvisie geen aanpassing.

2.23 Rijkswaterstaat Ingekomen 3 november 2021 Reactie: Reclamant benoemt een aantal gemeenschappelijke belangen in de omgevingsvisie die voortkomen uit de rol van Rijkswaterstaat als uitvoerder van belangrijke maatschappelijke opgaven op het terrein van de fysieke leefomgeving. Met name in het Maasdal komen verschillende opgaven samen. Reclamant verwijst verder naar enkele publicaties waarin deze belangen onder de aandacht worden gebracht. Reclamant geeft ook aan dat zij als gelijkwaardige gebiedspartner maatschappelijke meerwaarde wil bereiken door haar belangen te combineren met die van haar gebiedspartners; samen, integraal en vanuit vertrouwen. Tot slot merkt reclamant op dat niet Rijkswaterstaat (mede) verantwoordelijk draagt voor waterveiligheid maar het Rijk en verzoekt dit in de tekst aan te passen. Beantwoording: Van de opmerkingen van reclamant wordt met belangstelling kennisgenomen. De gemeente ziet de verdere samenwerking met de gebiedspartners met vertrouwen tegemoet. Met betrekking tot de opmerking over de verantwoordelijkheid zal de tekst van de omgevingsvisie worden aangepast. Conclusie: De omgevingsvisie wordt aangepast door op genoemd punt Rijkswaterstaat te vervangen door Rijk. Voor het overige behoeft de omgevingsvisie geen aanpassing.

2.24 Ondernemerscollectief Heel Ingekomen 4 november 2021 Reactie: 1. Reclamant vindt het spijtig nauwelijks betrokken te zijn geweest in het proces van totstandkoming van de omgevingsvisie. Wel is de betrokkenheid van reclamant bij Toekomstperspectief Centrum Heel een stap in de goede richting. 2. Reclamant benoemt enkele ontwikkelingen in aangrenzende gemeenten Leudal en Echt-Susteren die in strijd zijn met het Beleidskader Werklocaties en het handelingsperspectief Supermarkten Midden-Limburg. Reclamant verzoekt om intergemeentelijke afstemming tot uiting te brengen in de omgevingsvisie. 3. Reclamant is het eens met het concentratieprincipe dat voor voorzieningen geldt, maar waarschuwt dat hergebruik van historische panden voor bijvoorbeeld detailhandel in strijd kan zijn met dat concentratieprincipe. 4. Reclamant geeft aan dat het toepassen van de basisprincipes een te hoge drempel kan worden voor de verdere ontwikkeling van de centrum. Reclamant verzoekt daarom om te zoeken naar

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Maasgouw&id=3a063432-9dd5-4251-aa50-1aaed5d2206e