CConstaterende datMaasgouw
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1: Jaarstukken 2024 deel A Jaarverslag

01. Raadsvergadering 8 juli 2025, gemeente MaasgouwBij agendapunt: Jaarstukken 202428.313 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

68

3.6.3 Thorn-Meersveld-Wessem Gebiedsontwikkeling Thorn-Meersveld-Wessem Wat hebben we bereikt?

Wat hebben we ervoor gedaan?

Wat heeft het gekost?

Voorlopige gemeentelijke bijdrage aan de ontwikkelingen van het waterschap zijn duidelijk.

In een themasessie met de gemeenteraad op 14 november 2023 is besproken waar de gemeentelijke middelen (1 miljoen) voor ingezet kunnen worden. Hier is de lijn afgesproken dat vooral eerst enkel ingezet wordt op het aanvullen van de recreatieve wandelstructuur (verbinding tussen Maasresidence en Meggelveld). De kosten hiervan worden geschat op € 100.000. Daarnaast zal op de versterkte kering langs de Waage Naak voor € 80.000 het onderhoudspad van het waterschap worden verbeterd tot fietspad. Hiermee ontstaat een betere verbinding tussen het recreatieve fietspad Thorn-Wessem en de oude kern van Wessem.

Er is € 1.000.000 beschikbaar in de bestemmingsreserve claims. Hieruit zijn in 2024 geen uitgaven gedaan.

Eind 2023 is er een nieuwe eigenaar van de percelen van de voormalige liftenfabriek en eind 2024 is deze eigenaar dat ook van de eigendommen van de voormalige dakpannenfabriek. Samen met een andere eigenaar in het gebied wordt opzoek gegaan naar een integrale invulling van de eigendommen. Het voorlopig ontwerp dijkversterking en beekverlegging is gereed, met uitzondering van Maasboulevard Wessem.

Ten aanzien van de dijkversterking en beekaanpassing kan gemeld worden dat het waterschap het voorontwerp gereed heeft, met uitzondering van het deel van de Maasboulevard in Wessem. Eind november heeft het waterschap een bijeenkomst georganiseerd waarin de mogelijkheden voor de Maasboulevard zijn uitgelegd en zijn bewoners in de gelegenheid gesteld suggesties te doen voor de uitwerking. De kering zal een vaste kering blijven.

69

3.6.4 Vakantieparken Gebiedsontwikkeling vakantieparken Wat hebben we bereikt?

Wat hebben we ervoor gedaan?

Wat heeft het gekost?

Boschmolenplas: stappen gezet in de uitvoering van de vitaliseringsstrategie.

Uitvoering van een programmatische, integrale aanpak van drie niet-vitale vakantieparken in Maasgouw: de parken Heelderpeel en Boschmolenplas in Heel en Porta Isola in Stevensweert.

Heelderpeel: stappen gezet in de uitvoering van de vitaliseringsstrategie.

Uitgangpunt van deze aanpak is: ‘één park, één plan’. - Boschmolenplas: waar nodig faciliteren van de Vve en de andere actoren in het gebied met de uitwerking en realisatie van de vitaliseringsplannen. - Heelderpeel: handhaving op onrechtmatig gebruik. - Porta Isola: het afronden van de onhaalbare vitaliserings-strategie en het op tafel leggen van een transformatiescenario naar een woonbestemming. Tijdens dit proces het informeren van het Vve-bestuur en de woningeigenaren over enerzijds vitaliseringsmogelijkheden en benodigde investeringen en anderzijds een nader te verkennen transformatieproces.

Van het beschikbare budget (in bestemmingsreserve claims) van € 90.000 is € 12.100 besteed.

Porta Isola: stappen gezet in de planvorming voor de toekomst van het gebied.

Het restant van € 77.900 blijft beschikbaar in de reserve, voor verdere uitvoering in 2025.

Algemeen verblijfsrecreatie Operationaliseren van de APV-bepaling inzake de exploitatieplicht voor vakantieparken en campings.

70

3.6.5 Woon-zorg cluster Heel Gebiedsontwikkeling Woon-zorg cluster Heel Wat hebben we bereikt?

Wat hebben we ervoor gedaan?

Wat heeft het gekost?

1a Daelzicht-terrein – Masterplan: De totale beoogde herontwikkeling is nu planologisch geregeld.

Het Masterplan Daelzicht wordt gefaseerd uitgevoerd en is deels al gerealiseerd en deels in uitvoering. Planningshorizon loopt tot circa 2030. Op 28 mei 2024 is het bestemmingsplan 'Daelzicht, Heel' vastgesteld (inmiddels ook onherroepelijk) dat realisatie mogelijk maakt van de elementen uit het masterplan die niet in de vorige bestemmingsplannen waren geregeld.

Niet van toepassing

1b Daelzicht-terrein - Infra Heerbaan: De toekomstige inrichting van de Heerbaan ter plekke is ontworpen.

De aanpassing van de Heerbaan ter hoogte van de Ligtenberg is opgenomen in het JIP/MIP en wordt uitgevoerd nadat de woningen gereed zijn. Geplande opleverdatum hiervoor is 1 juni 2025. Ter voorbereiding hierop is in 2024 het technisch ontwerp voor de Heerbaan opgesteld en is een start gemaakt met het opstellen van het bestek.

Dit maakt deel uit van het JIP/MIP (“reconstructie Heerbaan”)

2a Koraal-terrein - Sint Anna (Kasteeldal): Het terrein is bouwrijp gemaakt en de 1e fase woningen (15 woningen plus 6 bouwkavels) is verkocht

Er is overeenstemming bereikt met de projectontwikkelaar over het stedenbouwkundig plan voor het zuidelijk plandeel en over het bijbehorende bestek inrichting openbare ruimte. De uitvoering ligt bij Janssen de Jong; gemeente ziet toe op uitvoering conform bestek en beperken van de overlast voor de omgeving.

Niet van toepassing

2b Maaskei-terrein – verkoop: De Maaskei is verkocht.

Het eigendom van het terrein en de gebouwen van de voormalige school De Maaskei is in november 2024 overgedragen aan Koraal Groep.

De verkoopopbrengst van € 900.000 is reeds in de 2e prorap 2024 verwerkt.

3 Chateau Heel Park: De totale beoogde herontwikkeling is nu planologisch geregeld.

Het bestemmingsplan “Chateaupark Heel fase 2 en 3” is op 28 mei 2024 door de gemeenteraad vastgesteld en inmiddels onherroepelijk. De discussie met de Rijkscommissie Cultureel Erfgoed over de toekomst van de bouwresten na de brand is nog niet afgerond.

Niet van toepassing

4 Raadhuisplein: Tijdelijk gepauzeerd

Wonen Zuid heeft in de gesprekken over de herontwikkeling (6 of 7 woningen) van het noordelijk gedeelte van het Raadhuisplein een time-out tot voorjaar 2025 aangevraagd wegens noodzakelijke heroverwegingen op investeringsbesluiten.

Niet van toepassing

71

3.6.6 Clauscentrale Maasbracht Gebiedsontwikkeling Clauscentrale Maasbracht Wat hebben we bereikt?

Wat hebben we ervoor gedaan?

Wat heeft het gekost?

Besluit over Toekomstperspectief Clausgebied e.o.

Op 9 juli jl. heeft de gemeenteraad een besluit genomen over het rapport ‘Toekomstperspectief Clausgebied e.o.’ Hier zijn verschillende moties uit voortgevloeid waar invulling aan wordt gegeven.

€ 8.100 is gedekt uit het budget Gebiedsontwikkelingen algemeen.

Beantwoording moties

Eind 2024 heeft het college de moties uit de raadsvergadering van 9 juli 2024 beantwoord. Ook heeft het college zowel GS als de minister om meer duidelijkheid gevraagd over de thema’s ondergrondse bekabeling en gezondheid/leefbaarheid.

Aandacht voor thema’s gezondheid, leefbaarheid en omgevingskwaliteit bij de verschillende partners.

Op 30 oktober 2024 heeft bestuurlijk overleg plaatsgevonden waarin besproken is op welke wijze door de verschillende overheden (Rijk, Tennet, provincie en gemeenten) invulling kan worden gegeven aan de sturing op de verschillende energieprojecten die samenkomen rond MaasbrachtBrachterbeek. In het BO Leefomgeving (rijksniveau) is besloten dat begin 2025 een zogenoemde gebieds-ontwerptafel voor het gebied tussen Maasbracht en Graetheide zal worden ingericht onder regie van de Provincie. Doel is een integrale blik op de energie transitie maatregelen in dit gebied. De processen voor de 380 Kv hoogspanningsverbindingen naar Graetheide en Eindhoven lopen door in 2025. Evenals de werkzaamheden aan de uitbreiding van het 380 Kv station Maasbracht.

Intensivering contact bewoners Brachterbeek.

Het overleg met de Bezorgde Burgers Brachterbeek is duidelijk geïntensiveerd. Status/fase

72

3.6.7

Havengebied Maasbracht

Gebiedsontwikkeling havengebied Maasbracht Wat hebben we bereikt?

Wat hebben we ervoor gedaan?

Wat heeft het gekost?

Er is een integrale gebiedsvisie havengebied Maasbracht opgesteld. Deze integrale gebiedsvisie geeft een toekomstbeeld van de gewenste gebiedsontwikkeling richting 2035 en verder, met onder andere de Clean Energy Hub.

Binnen het havengebied Maasbracht is door de onderneming "Revitalisering binnenhaven Maasbracht BV (Tullemans) het initiatief genomen voor de volgende projecten: 1. De realisatie van een Clean Energy Hub (tankstation met duurzame brandstoffen voor binnenvaart/vrachtvervoer) 2. De revitalisering van de scheepswerf in de haven. 3. Aanpassing infrastructuur 4. Potentiele ontwikkeling van locatie "Edelzand" in aansluiting/aanvulling op bovengenoemde projecten.

€ 70.700 is gedekt uit het budget Gebiedsontwikkelingen algemeen.

De projecten zijn opgenomen in de gebiedsvisie haven Maasbracht, die is ontwikkeld na brede input en onderzoek. Betrokken partijen zoals bedrijven, bewoners, grondeigenaren, natuurbeheerders en medeoverheden hebben hun belangen en inbreng geleverd tijdens bijeenkomsten en gesprekken. Eerst werd de scope (opgave en afbakening plangebied) van de visie helder, vervolgens zijn het karakter van het gebied (DNA) en belangen & ambities van verschillende stakeholders onderzocht. In de laatste stappen zijn samen met stakeholders gewenste toekomstbeelden opgesteld, die de basis legden voor het toekomstbeeld. De integrale gebiedsvisie haven Maasbracht lag in februari 2025 voor aan de raad ter vaststelling. Deze gebiedsvisie geeft een toekomstbeeld van de gewenste gebiedsontwikkeling richting 2035 en verder, met onder andere de Clean Energy Hub. Na goedkeuring wordt opdracht verleend voor het opstellen van het uitvoeringsplan inclusief kosten, planning etc. Dit uitvoeringsplan wordt in najaar 2025 ter goedkeuring aan de raad voorgelegd waarna 2026 met de uitvoering wordt gestart.

73

3.6.8

Centrumvisie Heel

Gebiedsontwikkeling centrumvisie Heel Wat hebben we bereikt?

Wat hebben we ervoor gedaan?

Wat heeft het gekost?

Er is een ruimtelijk ontwikkelscenario opgesteld en daarvoor een subsidieaanvraag ingediend bij het Rijk.

In een drietal interactieve sessies hebben stakeholders input geleverd voor het opgestelde ruimtelijk ontwikkelscenario ter onderbouwing van de subsidieaanvraag. De raad heeft op 9 juli 2024 besloten de reeds gereserveerde financiële middelen op te hogen van € 1.000.000 naar € 1.235.000 in verband met een voorwaarde bij de subsidieaanvraag.

€ 62.200 is gedekt uit het budget Gebiedsontwikkelingen algemeen.

De subsidieaanvraag is eind 2024 afgewezen. Er wordt met de ondernemers bezien welk vervolg aan de visie gegeven kan worden.

3.6.9

Heroverwegingen bestaand beleid

Onderwerp

2024

2025

2026

2027

Werkbudget gebiedsontwikkelingen (budgettair neutraal € 200.000, mutatie algemene reserve)

0

-

-

-

Totaal

0

-

-

-

Toelichting Werkbudget gebiedsontwikkelingen De besparing is financieel verwerkt.

74

Totaaloverzicht lasten en baten programma gebiedsontwikkelingen Nr.

Lasten 2.4 8.2 8.3

Baten 8.3

Omschrijving taakveld

Primitieve raming 2024

Economi s che ha vens en wa terwegen Grondexpl oi ta ti e (ni et-bedri jventerrei nen) Wonen en bouwen Totaal lasten

Wonen en bouwen Totaal baten Totaal saldo van baten en lasten

Raming na wijziging 2024

Realisatie 2024

47.525 -200.000 -152.475

71.025 243.950 314.975

0 71.090 153.127 224.217

152.475

17.360 17.360 -297.615

17.360 17.360 -206.857

Verschil raming -/realisatie 2024

0 -65 90.823 90.758

0 0 90.758

Mutaties reserves

Primitieve raming 2024

La s ten Ba ten Saldo

Gebiedsontwikkelingen

200.000

Raming na wijziging 2024

Realisatie 2024

Verschil raming -/realisatie 2024

-200.000

1.435.000 1.603.945 168.945

1.235.000 1.313.048 78.048

200.000 -290.897 -90.897

-47.525

-128.670

-128.809

-139

Verklaring saldo programma Gebiedsontwikkeling Kapitaallasten

0

Reserves

0

Verschillen > € 100.000 0 Overheveling budgetten/saldobestemming < € 100.000 Verschillen > €25.000 en < € 100.000

Diverse

0

Verschillen < € 25.000

Diverse

-100

Totaal

-100

75

4. Financiële overzichten 4.1 Nr.

Lasten 0.5 0.61 0.64

Baten 0.5 0.61 0.62 0.64 0.7 3.4

Overzicht programma algemene dekkingsmiddelen Omschrijving taakveld

Trea s ury OZB woni ngen Bel a s ti ngen overi g Totaal lasten

Primitieve raming 2024

Raming na wijziging 2024

Realisatie 2024

Verschil raming -/realisatie 2024

1.359.900 197.399 56.000 1.613.299

1.076.300 197.399 80.000 1.353.699

1.077.073 195.739 108.113 1.380.925

-773 1.660 -28.113 -27.226

Trea s ury 844.140 OZB woni ngen 3.198.775 OZB ni et-woni ngen 2.127.000 Bel a s ti ngen overi g 138.924 Al gemene ui tkeri ngen en overi ge ui tkeri ngen gemeentefonds 47.520.786 Economi s che promoti e 1.255.200 Totaal baten 55.084.825 Totaal saldo van baten en lasten 53.471.526

1.091.651 3.169.525 2.130.250 138.924 48.860.660 1.205.091 56.596.101 55.242.402

1.133.013 3.196.431 2.040.681 161.310 49.214.789 1.063.919 56.810.143 55.429.218

41.362 26.906 -89.569 22.386 354.129 -141.172 214.042 186.816

Mutaties reserves Primitieve raming 2024

Raming na wijziging 2024

Realisatie 2024

Verschil raming -/realisatie 2024

La s ten Ba ten Saldo

Algemene dekkingsmiddelen

53.471.526

55.242.402

55.429.218

186.816

76

Verklaring saldo programma Algemene dekkingsmiddelen Kapitaallasten

0

Reserves

0

Verschillen > € 100.000

Algemene uitkering Baten toeristenbelasting

Overheveling budgetten/saldobestemming < € 100.000

354.100 -119.100 0

Verschillen > €25.000 en < € 100.000

Diverse

-25.200

Verschillen < € 25.000

Diverse

-23.000

Totaal

186.800

Toelichting verschillen > € 100.000 Algemene uitkering incidenteel voordeel € 354.100 Er hebben nog nabetalingen plaatsgevonden over de jaren 2022 en 2023 in 2024, met een voordeel van € 196.900. In de 2e prorap 2024 is dit niet bijgesteld, omdat er toen negatieve afrekeningen over 2022 en 2023 werden verwacht. Bij de decembercirculaire 2024 is gebleken dat de afrekeningen (die negatief verwacht werden) positief zijn uitgevallen. Daarnaast zijn er in de decembercirculaire 2024 extra gelden (€ 102.900) ontvangen (RIB D/25/183685) en hebben er in 2024 correcties van maatstaven en de uitkeringsfactor plaatsgevonden (€ 54.300). In totaal is er in 2024 € 354.100 meer ontvangen aan Algemene Uitkering dan begroot. Toeristenbelasting incidenteel nadeel € 119.100 Van de verwachte opbrengst toeristenbelasting over 2024 van € 1.046.000 wordt naar verwachting € 926.900 ontvangen. Hierbij is rekening gehouden met de nog te ontvangen opbrengsten over 2024 in 2025. Dit is € 119.000 minder dan begroot en wordt veroorzaakt door het uitblijven van opbrengsten toeristenbelasting in 2024 op een tweetal parken. Dit is o.a. veroorzaakt door minder toeristische activiteiten door het niet verstrekken van een exploitatievergunning en het huisvesten van vluchtelingen.

Daarnaast is de bezettingsgraad waarmee gerekend is voor het grootste gedeelte van de opbrengsten toeristenbelasting niet behaald, mede door weersinvloeden in 2024.

77

4.2 Nr.

Lasten 0.4

Baten 0.4

Overzicht programma overhead Omschrijving taakveld

Primitieve raming 2024

Raming na wijziging 2024

Realisatie 2024

Verschil raming -/realisatie 2024

Overhea d Totaal lasten

11.446.352 11.446.352

12.792.198 12.792.198

12.185.624 12.185.624

606.574 606.574

Overhea d Totaal baten Totaal saldo van baten en lasten

259.000 259.000 -11.187.352

352.900 352.900 -12.439.298

486.734 486.734 -11.698.890

133.834 133.834 740.408

Mutaties reserves Primitieve raming 2024 La s ten Ba ten Saldo

Resultaat programma 08 - Overhead

Raming na wijziging 2024

Realisatie 2024

Verschil raming -/realisatie 2024

316.562 316.562

704.086 704.086

633.381 633.381

-70.705 -70.705

-10.870.790

-11.735.212

-11.065.509

669.703

78

Realisatie programma overhead 2024 Ondernemingsraad + Commissies + Contributies Salariskosten teammanagers, ondersteunende diensten en staf Tijdelijk personeel (indirect) (1)

174.700 4.661.100 238.300

Overige personeelslasten (opleidingskosten, reis- en verblijfkosten e.d.) Huisvestingskosten en tractiekosten (2)

346.000 1.064.300

Overige algemene kosten

392.400

ICT (3)

575.200

MER Bedrijfsvoering

4.247.000

Totaal overhead

11.699.000

Dekking (incidenteel) reserve claims, tijdelijk personeel (1)

64.100

Dekking (incidenteel) div. reserves dekking kapitaallasten t.b.v. overhead (2)

316.600

Dekking (incidenteel) reserve claims, ICT (3)

9.000

Dekking (incidenteel) reserve voormalig personeel

Totaal overhead 2024 ten laste van exploitatie

Verklaring saldo programma Overhead Kapitaallasten

Reserves Verschillen > € 100.000

243.800

11.065.500

0 Onttrekking reserve voormalig personeel (zie paragraaf 5.4 Bedrijfsvoering) Toevoeging aan voorziening verlofsparen Toevoeging aan voorziening overmatige verlofsaldi Inhuur tijdelijk personeel

87.300 0 -99.400 -124.600 687.400

Overheveling budgetten/saldobestemming < € 100.000 Juridische ondersteuning

0 31.900

Verschillen > €25.000 en < € 100.000

Diverse

1.300

Verschillen < € 25.000

Diverse

85.800

Totaal

669.700

Toelichting verschillen > € 100.000 Toevoeging aan voorziening verlofsparen Zie voor een nadere toelichting paragraaf 5.4 Bedrijfsvoering.

incidenteel nadeel € 99.400

Toevoeging aan voorziening overmatige verlofsaldo Zie voor een nadere toelichting paragraaf 5.4 Bedrijfsvoering.

incidenteel nadeel € 124.600

Inhuur tijdelijk personeel incidenteel voordeel € 687.400 Zie voor een verdere toelichting bij programma 3 Sociaal Domein, inhuur tijdelijk personeel Sociaal Domein. 79

Overheveling budgetten/saldobestemming < € 100.000 Juridische ondersteuning incidenteel voordeel € 31.900 In de 1e Prorap 2024 werd melding gemaakt van de noodzaak van de herziening van de Algemene subsidieverordening gemeente Maasgouw 2017 en de daaraan gekoppelde nadere regels (“subsidiedeelverordeningen” genoemd). De werkzaamheden in verband met de herziening van deze documenten worden uitgevoerd door de algemeen jurist en de juridisch medewerker van de gemeentelijke organisatie. Bovendien worden de inhoudelijk betrokken (beleids)medewerkers betrokken bij de werkzaamheden. Voor de uitvoering van de werkzaamheden wordt een periode van twee jaar uitgetrokken. De inzet van de juridische medewerkers wordt geschat op 1200 uur in totaal. Dat betekent dat er per juridisch medewerker zo’n 8 uur per week zal worden besteed aan het herzieningsproject. Deze uren kunnen niet worden besteed aan andere juridische werkzaamheden. In de 1e Prorap 2024 werd voorgesteld om deze uren gedurende de periode van juli 2024 tot en met december 2025 te laten invullen door een extern jurist. De kosten voor deze inhuur werden voor 2024 op een bedrag van € 31.900 begroot en voor 2025 op een bedrag van € 63.900. Het herzieningsproject is echter later van start gegaan (november/december 2024 in plaats van juli 2024), zodat er in 2024 slechts in beperkte mate kosten zijn gemaakt in verband met de inhuur.

Verzocht wordt dan ook om het budget voor 2024 (€ 31.900) over te hevelen naar 2025. Een deel van het budget zal naar verwachting worden gebruikt in 2025 en in 2026. MER bedrijfsvoering Er wordt verwacht dat er bij begrotingswijziging (BW) 2025-1 een aanvraag zal worden ingediend voor een deel van deze kosten, specifiek voor de verdere uitvoering van bepaalde projecten zoals MS365 EN DATAPLATFORM. Het Maasgouwse deel wordt ongeveer geschat op € 70.000. Voorgesteld wordt om bij de bestemming van het jaarrekeningresultaat 2024 het bedrag € 70.000 te bestemmen voor de incidentele bijdrage aan de MER BV (BW 2025-1 MER). Overige toelichtingen Onttrekking reserves voormalig personeel Zie voor een nadere toelichting paragraaf 5.4 Bedrijfsvoering.

incidenteel voordeel € 87.300

80

4.3 Nr.

Lasten 0.9

Baten 0.9

Overzicht programma vennootschapsbelasting Omschrijving taakveld

Primitieve raming 2024

Raming na wijziging 2024

Realisatie

Verschil raming -/realisatie 2024

2024

Vennoots cha ps bel a s ti ng Totaal lasten

0 0

0 0

0 0

0 0

Vennoots cha ps bel a s ti ng Totaal baten Totaal saldo van baten en lasten

0 0 0

0 0 0

0 0 0

0 0 0

Mutaties reserves Primitieve raming 2024

Raming na wijziging 2024

La s ten Ba ten Saldo

0

Vennootschapsbelasting

Realisatie

Verschil raming -/realisatie 2024

2024

0

0 0 0

0

0 0 0

0

0

0

0

81

4.4 Nr.

Lasten 0.8

Baten 0.8

Overzicht programma onvoorzien Omschrijving taakveld

Primitieve raming 2024

Overi ge ba ten en l a s ten Totaal lasten

Raming na wijziging 2024

1.992.374 1.992.374

Overi ge ba ten en l a s ten Totaal baten Totaal saldo van baten en lasten

Realisatie 2024

0 0

-1.992.374

0

Verschil raming -/realisatie 2024

0 0

9.985 9.985 9.985

9.985 9.985 9.985

Mutaties reserves Primitieve raming 2024 La s ten Ba ten Saldo

Onvoorzien

-1.992.374

Raming na wijziging 2024

Realisatie

3.344.830

Verschil raming -/2024 realisatie 2024 0 3.344.830

-3.344.830

-3.344.830

0

-3.344.830

-3.334.845

9.985

Verklaring saldo programma Onvoorzien Kapitaallasten

0

Reserves

0

Verschillen > € 100.000

0

Overheveling budgetten/saldobestemming < € 100.000

0

Verschillen > €25.000 en < € 100.000

Diverse

0

Verschillen < € 25.000

Diverse

10.000

Totaal

10.000

82

4.5

Overzicht loon- en prijsindexaties 2024-2027

In de begrotingen van gemeente Maasgouw van voor het jaar 2023 werd in principe als uitgangspunt gehanteerd dat er geen rekening werd gehouden met indexeringen van budgetten als gevolgd van inflatie. Alleen indien er sprake was van contractuele overeenkomsten werd indexering wel toegepast. Vanaf het 2e kwartaal 2022 is er echter sprake van substantiële prijsstijgingen. In de Programmabegroting 2024 die op 7 november 2023 is vastgesteld is een stelpost indexering voor een bedrag van € 500.000 structureel opgenomen. Afgesproken is om in 2024 de werkelijke kostenstijging in de individuele budgetten te rapporteren in de programmarapportages. Bij het opmaken van de 2e Prorap 2023 is naar voren gekomen dat enkele substantiële indexeringen reeds bekend waren. Deze bedragen zijn dan ook in de 2e Prorap 2023 reeds verwerkt. In deze 1e Prorap 2024 zijn nog een aantal indexeringen voor een bedrag van € 230.300 en structureel vanaf 2025 € 330.300 opgenomen (inclusief Cao personeel). Het totaal bedrag aan indexeringen is hoger dan de verwachting was bij het opstellen van de Programmabegroting 2024. Het tekort van € 137.700 voor 2024 en € 237.700 voor de volgende jaren is in de 1e Prorap 2024 ten laste van de post onvoorzien structureel gebracht. Bij de 2e Prorap 2024 zijn er voor 2024 nog een aantal kleinere bedragen die met indexering te maken hebben geconstateerd.

Gezien de hoogte van het bedrag zijn deze niet tekstueel opgenomen maar administratief verwerkt in de begrotingswijziging.

83

5. Paragrafen inzake de financiële positie In dit hoofdstuk zijn de paragrafen opgenomen waarin de beleidslijnen zijn vastgelegd voor ‘beheersmatige aspecten’. Het doel van deze paragrafen is om onderwerpen die verspreid in de jaarstukken staan, gebundeld weer te geven. De hieronder genoemde paragrafen zijn opgenomen in het jaarverslag 2024. Weerstandsvermogen & risicobeheersing Het weerstandsvermogen is de weerstandscapaciteit in relatie tot de risico’s. In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing wordt de financiële positie beschreven. Dit is belangrijk voor wanneer zich financiële tegenvallers voordoen. Onderhoud kapitaalgoederen Dit onderdeel gaat met name in op de onderhoudstoestand en de kosten van wegen, riolering, gebouwen, kunstwerken en dergelijke. Een goed overzicht is belangrijk voor een juist inzicht in de financiële positie. Financiering De financieringsparagraaf is sinds 2001 een verplichte paragraaf bij de programmabegroting en het jaarverslag. De paragraaf geeft inzicht in de rentelasten, het renteresultaat, de wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden wordt toegerekend en de financieringsbehoefte. Bedrijfsvoering Bedrijfsvoering is nodig voor het verwezenlijken van de taken van gemeenten.

De bedrijfsvoeringparagraaf moet inzicht geven in de stand van zaken en de beleidsvoornemens over de bedrijfsvoering; met het oog op het uitvoeren van de activiteiten binnen de programma’s en met het oog op de continuïteit van de gemeente. Onderdelen van onze bedrijfsvoering zijn vanaf 1 juli 2017 ondergebracht in het Servicecentrum MER. Het betreft personeel & organisatie, financiën, documentaire informatievoorziening en informatisering en automatisering. Verbonden partijen De paragraaf verbonden partijen moet inzicht geven in de relaties van de gemeente in derde rechtspersonen, waarin bestuurlijke invloed wordt uitgeoefend en waarmee financiële belangen gemoeid zijn. Verbonden partijen zijn een manier om een bepaald beleidsvoornemen uit te voeren; het aangaan van verbonden partijen komt altijd voort uit het publiek belang. Gezien de veelheid aan verbonden partijen en hun financiële en bestuurlijke belang is het voor het inzicht van de raad belangrijk dat de relatie tussen verbonden partijen en het publieke belang aan worden gegeven. Daarbij wordt apart stilgestaan bij de voornemens van verbonden partijen. Grondbeleid De hoofdlijnen van het grondbeleid komen in deze paragraaf aan de orde. De paragraaf grondbeleid geeft de visie op het grondbeleid in relatie tot de uitvoering van de doelstellingen zoals opgenomen in de gebiedsontwikkelingen.

Via grondbeleid kan een nadere invulling aan het uitvoeren van bepaalde beleidsvoornemens worden gegeven. Gedacht kan worden aan volkshuisvesting. Gezien het financiële belang van grondbeleid is een overzicht van het grondbeleid noodzakelijk voor de raad. Lokale heffingen De paragraaf lokale heffingen heeft betrekking op de belastingen en op de heffingen. De paragraaf bevat de uitgangspunten voor het tarievenbeleid en geeft op hoofdlijnen een overzicht van alle gemeentelijke belastingen en leges. Ook wordt er inzicht gegeven in de kostendekkendheid van de leges en het kwijtscheldingsbeleid.

84

Openbaarheid Vanaf 1 mei 2022 is de Wet open overheid (Woo) gedeeltelijk in werking getreden. De Woo bevat een algemene zorgplicht om documenten in goede, geordende en toegankelijke staat te houden, en bepaalt dat er in de begroting en in de jaarlijkse verantwoording van elke gemeente een openbaarheidsparagraaf moet worden opgenomen Vluchtelingen Bij de opmaak van de Programmabegroting 2023 (zomer 2022) is voor het eerst de paragraaf crisis Oekraïne opgenomen. Na verloop van tijd is gebleken dat deze benaming niet de hele lading dekt van alle onderwerpen en werkzaamheden die worden uitgevoerd en in deze paragraaf beschreven zijn. Vanaf het opmaken van de jaarstukken 2023 is de paragraaf omgedoopt naar paragraaf Vluchtelingen. Rechtmatigheid Tot en met de jaarstukken 2022 gaf de accountant een controleverklaring af voor getrouwheid en rechtmatigheid. Vanaf de jaarstukken 2023 is het college verantwoordelijk voor de rechtmatigheidsverantwoording. Hiervoor is de paragraaf rechtmatigheid (hoofdstuk 5.10) in het jaarverslag opgenomen en de rechtmatigheidsverantwoording (hoofdstuk 6.3) in de jaarrekening. De accountant levert de controleverklaring voor getrouwheid van de jaarstukken aan.

85

5.1

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Inleiding

In de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing stellen we vast of de financiële positie van Maasgouw robuust genoeg is om onvoorziene tegenvallers op te vangen. Om dat te bepalen zijn twee componenten belangrijk: 1. De risico’s die we als gemeente lopen. Een aantal risico’s zijn afgedekt door verzekeringen af te sluiten en door samen te werken met andere partijen (risicodeling). De risico’s die niet te verzekeren zijn of verbonden zijn aan de maatschappelijke doelen die we als Maasgouw willen realiseren, moeten we in kaart brengen, proberen te verkleinen en goed bewaken. 2. De ‘weerstandscapaciteit’ (buffer) die er is om de resterende risico’s op te vangen. De weerstandscapaciteit zijn de middelen en mogelijkheden die de gemeente heeft om deze niet begrote risico’s te ondervangen. Deze twee begrippen geven in essentie het begrip ‘risicomanagement’ weer. Een aantal risico’s dekken we af met beheersmaatregelen. Voor de overblijvende risico’s geven we inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is om de financiële en niet-financiële gevolgen van risico’s op te vangen. Ook geven we inzicht in de financiële buffer die we daarvoor nodig en beschikbaar hebben. De paragraaf is als volgt opgebouwd: eerst gaan we in op het bestaand beleid rondom weerstandsvermogen; daarna wordt de weerstandscapaciteit geïnventariseerd en dan komen de risico’s aan bod.

Op basis hiervan wordt de weerstandsratio bepaald.

Beleid

In de raad van 24 februari 2025 is de nota Risicomanagement & Weerstandsvermogen 2025 (verder Nota R&W) vastgesteld. Dit betekent dus ook dat gehanteerde normen van de Nota R&W 2025 als toetsingskader in deze jaarrekening 2024 worden gehanteerd. In de Nota R&W zijn o.a. kaders gesteld met betrekking tot: • Te onderkennen risico’s (alleen negatieve, financieel kwantificeerbare risico’s onderkennen) • Rapportage van risico’s in de P&C-documenten (alleen risico’s met een score >10 o.b.v. kans x impact). Daarbij richten we ons niet alleen op de risicosignalering van de interne organisatie, maar ook van de risico’s bij onze verbonden partijen. • Berekening van de incidentele en structurele weerstandscapaciteit. Daarbij wordt de incidentele weerstandscapaciteit berekend exclusief stille reserves. De structurele weerstandscapaciteit wordt met name bepaald door de onbenutte belastingcapaciteit en de begrotingsruimte. • Het onderscheiden van een incidentele en een structurele weerstandsratio. Zowel voor de incidentele als voor de structurele variant wordt een ratio nagestreefd van tenminste 1, waarbij we een signaleringsfunctie inbouwen vanaf 2.

Een inventarisatie van de weerstandscapaciteit Het is relevant om onderscheid te maken tussen incidenteel weerstandsvermogen dat beschikbaar is (om incidentele tegenvallers op te vangen) en weerstandsvermogen met een structureel karakter. Uit de tabellen is te herleiden uit welke componenten dat de incidentele en structurele weerstandscapaciteit zijn opgebouwd. Onderdelen incidentele Weerstandscapaciteit Algemene reserve Vrij aanwendbare deel

Omschrijving Dit zijn vermogensbestanddelen die als eigen vermogen zijn aan te merken. Algemene reserve per 31-12-2024 exclusief bestaande claims.

Totaal incidentele weerstandscapaciteit

€ 24.389.700

24.389.700

86

Onderdelen structurele Weerstandscapaciteit

Omschrijving

Begrotingsruimte

Dit is de ruimte die ombuigingen op de korte (en lange) termijn mogelijk maakt. Per medio maart 2025 is het actuele structurele begrotingssaldo negatief. Het tekort wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door de teruglopende algemene uitkering uit het gemeentefonds m.i.v. 2026, hogere loonkosten a.g.v. cao, indexering, hogere bijdragen aan verbonden partijen, hoge kosten sociaal domein en ruimtevragend beleid. In afwachting van de Meicirculaire 2025 en de op te stellen begroting 2026-2029 wordt de begrotingsruimte vooralsnog op nihil gesteld. Deze post creëren we om middelen te hebben om nieuwe beleidsinitiatieven (incidenteel of structureel) te bekostigen of om onvoorzienbare, onontkoombare, onuitstelbare tegenvallers op te vangen. Voor incidentele uitgaven is € 25.000 beschikbaar. Dit zijn inkomsten die nog niet gemaximeerd of kostendekkend zijn. De tarieven voor de afvalstoffenheffing en rioolheffing zijn al kostendekkend. Dit betreft alleen de onroerende zaakbelastingen.

Onvoorziene uitgaven

Onbenutte belastingcapaciteit

Totaal structurele weerstandscapaciteit

€

0

25.000

2.722.000

2.747.000

Inventarisatie risico’s

Een risico is de kans dat een gebeurtenis optreedt, met een (negatief) gevolg voor de betrokkene. We onderscheiden de volgende soorten risico’s: Risicocategorieën 1. Budgettaire risico’s; dit zijn risico’s die o.a. voortvloeien uit het eigen beleid, uit het beleid van een hogere overheid of uit samenwerking met andere instanties. 2. Risico’s op eigendommen; dit zijn bijvoorbeeld risico’s als ontvreemding, schade door brand, storm en water, maar ook risico’s die voortvloeien uit niet bijgestelde onderhouds- en beheerplannen. 3. Risico’s die samenhangen met de bedrijfsvoering; hiermee bedoelen we de informatievoorziening, de administratieve organisatie en de interne controle. 4. Overige risico’s; dit zijn risico’s als imago, politiek, strategie, veiligheid, aansprakelijkheid-stelling, milieu en Arbo.

In de Nota R&W is als kader gesteld om alleen financiële negatieve risico’s te kwantificeren; het betreft de risico’s uit categorie 1 van bovenstaand overzicht. Kwantificering wordt toegepast door de kans te vermenigvuldigen met de financiële impact.

Enkele uitgangspunten bij de inventarisatie van risico’s ▪

▪

We pretenderen niet volledig te zijn. Het is van belang om de belangrijke risico’s te signaleren, deze proberen te verminderen en te monitoren. Risico’s kunnen een belangrijk afwegingscriterium zijn om tot een goed besluit te komen. De financiële risico’s zijn geclassificeerd. Daarnaast worden een aantal kans-klassen onderscheiden om gradaties aan te brengen in risico’s. In beleidskader 3 van de nota R&W is op basis van kans x risico een risicomatrix opgesteld.

87

Deze ziet er als volgt uit: Risico in € Kans 5 4 3 2 1

Zeer groot Groot 50/50 Klein Zeer klein

80–99 % 60-80 % 40–60 % 20–40 % 1–20 %

1

2

3

4

5

x< €25.000

€ 25.000 < x > €100.000

€ 100.000 < x > €500.000

x> 1.000.000

5 4 3 2 1

10 8 6 4 2

15 12 9 6 3

€ 500.000 < x> €1.000.000 20 16 12 8 4

€

25 20 15 10 5

Tabel 2: risicokaart (scores)

Aan de risicomatrix is een rapportagestructuur gekoppeld, waarbij het principe is gehanteerd dat risico’s met een score van 10 en hoger via de P&C-cyclus aan de raad worden gerapporteerd via een toelichting. Voor de risico’s met een lagere score wordt volstaan met benoeming van het risico en het bedrag o.b.v. kans x impact. Een verdere specificatie is op basis van het risicoregister beschikbaar.

Risico’s met incidentele financiële impact Omschrijving 1. 2. 3.

Informatiebeveiliging Woonwagenstandplaatsen Afwikkeling FLO-gelden Veiligheidsregio Limburg Noord Verbonden partijen Tekort op BUIG-budget Obligatieportefeuille Aanbesteding softwarepakketten

4. 5. 6. 7.

TOTAAL risico’s incidenteel

Kansklasse

Risicoklasse

Risicoscore

Kans x Fin. impact

4 3 5

4 5 3

16 15 15

€ 350.000 PM € 120.000

4 3 1 1

3 2 3 3

12 6 3 3

€ 52.700 € 50.000 € 20.000 PM

€ 592.700

De hiervoor vermelde risico’s worden hieronder toegelicht: 1. Informatiebeveiliging Wet- en regelgeving rondom Informatiebeveiliging en Privacy (IBP) zoals AI-Act, WPG, AVG en BIO1 verhoogt het aantoonbaar in control zijn (accountability) en vertrouwen in de gemeente t.a.v. verwerking van (persoons)-gegevens. Hoewel vanuit bestuur en management er een besef is van de IBP bedreigende risico’s, is dit besef er nog niet bij iedere werknemer. Meer inzicht in kritieke processen, informatiesystemen en verwerking van persoonsgegevens op teamniveau met de bijbehorende risicoanalyses (BIO GAP) zijn derhalve zeer wenselijk. Van daaruit is het mogelijk om voldoende maatregelen te nemen o.b.v. een weloverwogen risicoafweging. Vanaf het najaar van 2021 is gestart met het in kaart brengen van kritieke processen, informatiesystemen en persoonsgegevens per team. Risico’s worden geïnventariseerd om deze vervolgens te kunnen managen. Dit is een AI-Act = nieuwe (Europese) wetgeving op het gebied van kunstmatige intelligentie (AI) WPG = Wet politiegegevens AVG = Algemene verordening gegevensbescherming BIO = verhoogt het aantoonbaar in control zijn (accountability) en vertrouwen in gemeente t.a.v. de Baseline Informatiebeveiliging Overheid. 1

88

continu proces welke middels een PDCA- cyclus geborgd dient te worden binnen de organisatie. Echter, het programma digitale weerbaarheid, waar deze werkzaamheden onder vallen, is door verloop van medewerkers en capaciteitsgebrek vertraagd. De directe impact van een datalek, hack en/of boete vanuit de AP en daaruit voortvloeiende gevolgschade kan grote gevolgen hebben voor de continuïteit van de bedrijfsvoering en vertrouwelijkheid van informatie waarbij grote groepen mensen geraakt kunnen worden. Daarbij speelt de mate van verwijtbaarheid en getroffen beheersmaatregelen een belangrijke rol. Risicoklasse

4 (A)

€ 500.000

Kansklasse

4 (B)

70%

Kans * Financiële impact

16 (A*B)

€ 350.000

2. Woonwagenstandplaatsen De raad heeft op 5-10-2021 het Plan van aanpak Woonwagen- en standplaatsenbeleid vastgesteld. Hierin is de ambitie geformuleerd om te zorgen voor voldoende woonwagenstandplaatsen. In totaal gaat het in dit plan over 33 nieuwe standplaatsen. In de begroting 2024 is € 1 miljoen gereserveerd voor realisatie van 10 woonwagenstandplaatsen op bestaande locaties in diverse kernen. Risicoklasse

5 (A)

PM

Kansklasse

3 (B)

50%

Kans * Financiële impact

15 (A*B)

PM

3. Afwikkeling FLO-gelden Veiligheidsregio Limburg Noord Bij de overgang van het brandweerdistrict Roermond naar de Veiligheidsregio VRLN is de afspraak gemaakt dat er nog een afwikkeling komt t.a.v. de FLO-gelden. Brandweerlieden kunnen met functioneel leeftijdsontslag (FLO). Maar door wettelijke maatregelen, verschuivingen AOW-leeftijd en fiscale boetes bij vroegtijdig stoppen, dient de juiste hoogte van dit bedrag nog bepaald te worden. Dit is mede afhankelijk van besluitvorming binnen de VRLN. Uitgangspunt is dat de structurele lasten nagenoeg budgettair neutraal zijn. De bijdrage aan de te vormen voorziening worden o.b.v. het meest voor de hand liggende scenario geraamd op € 135.000. Risicoklasse

3 (A)

€ 135.000

Kansklasse

5 (B)

90%

Kans * Financiële impact

15 (A*B)

€ 120.000

4. Verbonden partijen In de paragraaf Verbonden partijen worden de potentiële risico’s van de gemeenschappelijke regelingen afgezet tegen het weerstandsvermogen. Bij SC MER en de MGR is het weerstandsvermogen ontoereikend voor respectievelijk € 52.700 en € 22.600 (aandeel Maasgouw). Risicoklasse

3 (A)

€ 75.300

Kansklasse

4 (B)

70%

Kans * Financiële impact

12 (A*B)

52.700

89

5. Tekort op BUIG-budget Hoewel er de afgelopen jaren veel aandacht is geweest voor dit onderwerp/deze doelgroep, én het gemiddelde uitkeringsbestand van de gemeente Maasgouw dichter richting het landelijk en arbeidsmarktregio gemiddelde kruipt bestaat er nog altijd een financieel risico. Dit risico manifesteert zich wanneer de gebundelde inkomsten vanuit de BUIG-budget niet voldoende zijn om de uitkeringen en loonkostensubsidies (uitgaven) te bekostigen. De gemeente dient dan zelf het tekort bij te dragen en kan, mits aan de voorwaarden worden voldaan, voor een beperkt deel aanspraak maken op de vangnetregeling. In 2024 is er geen sprake van een tekort. Echter dit kan mogelijkerwijs volgend jaar weer anders zijn. Dit is afhankelijk van onze eigen ontwikkeling binnen de populatie als van de verdeling van het macrobudget. Het mogelijke tekort wordt o.b.v. historische cijfers en de actuele prognose geschat. Het risicobedrag wordt geschat op € 100.000. De kansklasse is ingeschat op 3 (50%). Risicoklasse

2 (A)

€ 100.000

Kansklasse

3 (B)

50%

Kans * Financiële impact

6 (A*B)

€ 50.000

6. Obligatieportefeuille Boekwaarde obligatieportefeuille eind 2024 € 4,8 miljoen. Er bestaat een geringe kans (10%) dat hoofdsom belegde obligaties niet wordt terugontvangen. ASR Vermogensbeheer monitort de ontwikkelingen. Gezien samenstelling portefeuille wordt het maximale risico o.b.v. rating ingeschat op € 200.000. Risicoklasse

3 (A)

€ 200.000

Kansklasse

1 (B)

10%

Kans * Financiële impact

3 (A*B)

€ 20.000

7. Aanbesteding softwarepakketten: Bestaande contracten met diverse softwareleveranciers worden vanwege complexe inrichting van ICTinfrastructuur verlengd, omdat het niet mogelijk is om e.e.a. als vervangbaar systeem te zien. Aanbesteding van deze dienstverlening is uit oogpunt van doelmatigheid en doeltreffendheid niet direct te realiseren omdat continuïteit van geautomatiseerde gegevensverwerking gewaarborgd moet blijven. Risicoklasse

3 (A)

PM

Kansklasse

1 (B)

10%

Kans * Financiële impact

3 (A*B)

PM

90

Risico’s met structurele financiële impact

1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11.

Integraal huisvestingsplan onderwijs Risico's van de AMvB Jeugd en Wmo voor Gemeenten Stageneren van toereikende jeugdhulp Beheersing werkzaamheden verbonden partijen Regionale RUD-vorming Krapte op de arbeidsmarkt Onderhoud gebouwen Loonstijging Besparingsopgave Hervormingsagenda Jeugd Rentestijging Open eind regelingen sociaal domein

TOTAAL risico’s structureel

Kansklasse

Risicoklasse

Risicoscore

Kans x Fin. impact

4

4

16

€ 630.000

4 4

4 3

16 12

€ 350.000 € 210.000

4 4 4 4 3

3 3 3 3 3

12 12 12 12 9

€ 140.000 PM € 350.000 PM € 240.000

2 2

3 3

6 6

€ 42.000 PM

€ 1.962.000

De hiervoor vermelde risico’s worden hierna toegelicht. 1. Integraal huisvestingsplan onderwijs In de raad van 12-7-2022 is het Integraal huisvestingsplan gemeente Maasgouw vastgesteld met daarin opgenomen een uitvoeringsplan voor 5 jaar en een verdere doorkijk voor 20 jaar (2022-2041) voor onderwijshuisvesting. Doordat bestaande gebouwen al grotendeels zijn afgeschreven en investeringskosten destijds veel lager waren, zijn er beperkte kapitaallasten voor vervangingsinvesteringen in de exploitatie opgenomen. O.b.v. de doorkijk dient voor de komende 20 jaar rekening te worden gehouden met een investeringsbedrag van ruim € 24 miljoen voor vervangende nieuwbouw en/of (levensduur verlengende) renovatie o.b.v. prijspeil 2021. Dit investeringsbedrag is inclusief de investering St. Medardus school te Wessem waarvoor in de begroting 2024 en 2025 al dekkingsmiddelen zijn opgenomen. Daarmee resteert een investeringsbedrag van € 22 miljoen o.b.v. prijspeil 2021. Definitieve keuzes vinden volgens de visie van het huisvestingsplan plaats o.b.v. t.z.t. per schoollocatie uit te voeren haalbaarheidsonderzoeken (met aandacht voor actuele regelgeving, onderhoudsstaat, ontwikkeling leerlingaantallen, tijdelijke huisvesting, ruimtelijke inpassing etc). De structurele exploitatielasten (kapitaallasten) van de overige scholen worden opgenomen in het jaar nadat de investering heeft plaatsgevonden.

Op dit moment is hier geen risico aan verbonden. 2. Risico's van de AMvB Jeugd en Wmo voor Gemeenten Gemeenten zijn verantwoordelijk voor inkoop van zorg onder de Wmo en Jeugdwet. Sinds juli 2023 geldt de AMvB Reële Prijs Wmo, en sinds juli 2024 de AMvB Reële Prijzen Jeugdwet. Beide regelingen verplichten gemeenten om reële tarieven te hanteren, gebaseerd op specifieke kostprijselementen (personeelskosten, overheadkosten, cliëntgebonden kosten, indexatiekosten). Risico's voor gemeenten: - Stijgende Kosten: in 2024 zijn eerste tekenen zichtbaar dat tarieven voor Wmo- en jeugdzorgproducten zijn gestegen door inwerkingtreding van de AMvB's. Dit leidt tot hogere kosten voor gemeenten, los van afgesproken indexaties. - Hogere Tarieven bij Nieuwe Overeenkomsten: bij nieuwe overeenkomsten of aanbestedingen zullen de tarieven waarschijnlijk hoger uitvallen vanwege verplichte toepassing van reële tarieven. - Juridische Gevolgen: gemeenten moeten hun tarieven goed onderbouwen. Onzorgvuldigheid kan leiden tot juridische procedures. 91

-

Druk van Zorgaanbieders: zorgaanbieders kunnen hogere tarieven eisen o.b.v. de AMvB's, wat extra financiële druk op gemeenten legt. Risicoklasse

4 (A)

€ 900.000

Kansklasse

4 (B)

70%

Kans * Financiële impact

16 (A*B)

€ 630.000

3. Stageneren van toereikende jeugdhulp Om uiteenlopende oorzaken komen er steeds meer situaties voor dat aanbieders financieel in de problemen (dreigen te) komen. Hierdoor staat toereikende jeugdhulp (jeugdhulpplicht) onder druk. Het risico bestaat dat de gemeenten als verantwoordelijke samen met de instanties binnen het landschap moet ingrijpen. Dit met het oog op continuïteit van zorg zodat jeugdigen en hun ouders / wettelijke vertegenwoordigers passende jeugdhulp krijgen. Deze problematiek binnen het jeugdzorglandschap brengt een financieel risico mee. Hoewel het financiële risico lastig is in te schatten, wordt dit o.b.v. recente gebeurtenissen ingeschat op € 500.000 met kansklasse 4 (70%). Risicoklasse

4 (A)

€ 500.000

Kansklasse

4 (B)

70%

Kans * Financiële impact

16 (A*B)

€ 350.000

4. Beheersing werkzaamheden verbonden partijen Het komt steeds vaker voor dat onze verbonden partijen naast de gebruikelijke P&C cyclus budget vragen voor de uitvoering van taken. In het bijzonder komt dat bij SC MER voor. Dit ligt deels aan de taken die al bij SC MER zijn belegd, maar ook aan de vraag die wij als gemeente stellen in de vorm van bijzondere (aanvullende) activiteiten dan wel projecten. De vraag is vaak zo specifiek en urgent dat niet de gebruikelijke P&C cyclus kan worden aangehouden. Idealiter zou hiervoor een structurele stelpost binnen de begroting geraamd moeten worden. Echter de exacte omvang van zo’n stelpost is moeilijk te duiden. Reden waarom het goed is om de komende jaren te monitoren of een stelpost nodig is en wat de omvang hiervan zou moeten zijn. Deze monitoring loopt gelijk op met een herijking van de P&C-cyclus in MER-verband waarbij wordt gestreefd naar een meer genormaliseerde en voorspelbare begroting. Risicoklasse

3 (A)

€300.000

Kansklasse

4 (B)

70%

Kans * Financiële impact

12 (A*B)

€ 210.000

5. Regionale RUD-vorming Op 28-3-2024 heeft het AB van RUD Limburg Noord ingestemd met het plan van aanpak en advies om te komen tot een robuuste Omgevingsdienst (hierna: OD) voor Noord- en Midden-Limburg. Dit besluit betekent dat we de komende 2 jaar toewerken naar een regionale en robuuste OD voor onze regio. De planning is erop gericht om vóór 1-4-2026 te voldoen aan de criteria die waaraan alle OD’s moeten voldoen om taken op gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving professioneel uit te voeren. Dit betekent dat de huidige netwerkorganisatie omgevormd wordt tot een fysieke OD. In het plan van aanpak wordt inzicht gegeven in de kansen en risico’s incl. beheersmaatregelen die tijdens de uitvoering van het plan van aanpak spelen. De incidentele kosten voor de periode 2024-2027 worden geraamd op € 3,3 miljoen, waarvan Maasgouws aandeel ruim € 200k. De structurele kosten per gemeente zullen zeer waarschijnlijk hoger uitkomen na overdracht van taken en formatie naar de 92

RUD. Dit is afhankelijk van door gemeenten te maken keuzes in VTH beleid, benodigde overhead en invulling van robuustheidseisen. Risicoklasse

3 (A)

€200.000

Kansklasse

4 (B)

70%

Kans * Financiële impact

12 (A*B)

€ 140.000

6. Krapte op de arbeidsmarkt De krapte op de arbeidsmarkt kan ertoe leiden dat vacatures kwantitatief en/of kwalitatief niet worden ingevuld en daarmee de beoogde resultaten niet of later gerealiseerd worden. Risicoklasse

3 (A)

PM

Kansklasse

4 (B)

70%

Kans * Financiële impact

12 (A*B)

PM

7. Onderhoud gebouwen Er is een meerjarenonderhoudsplanning (MOP) opgesteld voor gebouwen. Kosten van groot onderhoud dienen financieel afgedekt te worden door een toereikende voorziening. Het vastgestelde beheerplan in december 2020 heeft een horizon van 4 jaar: 2021-2024. Het onderliggende MOP is opgesteld voor een periode van 10 jaar. Met name in de jaren na 2024 zijn een aantal grote vervangingsinvesteringen groot onderhoud aan de orde. Daarnaast is rekening gehouden met een beperkte meerjarige kosten-indexering (3%). In 2025 zal een geactualiseerd beheerplan onderhoud gebouwen (inclusief financiële doorvertaling) ter vaststelling aan de raad worden aangeboden. Hierin zijn tevens maatregelen opgenomen in het kader van de duurzaamheid. Voor deze uitgaven dient nader onderzocht te worden of deze uitgaven geactiveerd kunnen worden. Het risico op een jaarlijks hogere toekomstige bijstorting bedraagt max. € 500.000. De kans wordt op 70% geschat. Risicoklasse

3 (A)

500.000

Kansklasse

4 (B)

70%

Kans * Financiële impact

12 (A*B)

350.000

8. Loonstijging De huidige CAO gemeenten heeft een looptijd t/m 31-3-2025. In de begroting 2025 is rekening gehouden met een loonstijging van 3%. Deze 3% stijging is structureel budgettair vertaald voor 2025 e.v. jaren voor zowel Maasgouw als 1/3e aandeel in SC MER. Mogelijk is de aangehouden loonindexering van 3% ontoereikend. De onderhandelingen voor een cao 2025 e.v. jaren zijn lopend. De feitelijke resultaten van een nieuw CAO onderhandelingsresultaat worden via de programmarapportage verwerkt. Risicoklasse

3 (A)

PM

Kansklasse

4 (B)

70%

Kans * Financiële impact

12 (A*B)

PM

93

9. Besparingsopgave Hervormingsagenda Jeugd Gemeenten zijn verantwoordelijk voor maatregelen waarop zij kunnen sturen, terwijl het Rijk verantwoordelijk is voor zowel onvoorziene ontwikkelingen als stelselwijzigingen, zoals aanpassingen van de Jeugdwet. Binnen de Hervormingsagenda Jeugd (HVA) valt slechts één derde van de besparingen binnen gemeentelijke invloed; de overige besparingen zijn afhankelijk van landelijke maatregelen. In januari 2025 heeft de Deskundigencommissie van Art (Commissie van Wijzen) haar evaluatierapport en advies aan de minister aangeboden (zie ook paragraaf 3.3.8 besparing Jeugd). De conclusie is dat flinke bijsturing noodzakelijk is, ook financieel. In hoeverre het kabinet hier gehoor aan geeft, wordt pas in de Voorjaarsnota 2025 duidelijk. Het risico dat de besparingsopgave niet wordt behaald is daarmee aanwezig. Het risico wordt ingeschat op maximaal € 478.000. De kans dat dit risico zich voordoet wordt ingeschat op 50%. Risicoklasse

3 (A)

€478.000

Kansklasse

3 (B)

50%

Kans * Financiële impact

9 (A*B)

€ 240.000

10. Rentestijging Meerjarig is rekening gehouden met een rente van 3,5%. Historisch gezien is dit nog steeds een laag percentage. Een rentestijging van 1% resulteert (afhankelijk van het jaarlijkse investeringsniveau en financieringsbehoefte) in extra rentekosten van ca. € 140.000. De kans wordt laag geschat (30%). Risicoklasse

3 (A)

€ 140.000

Kansklasse

2 (B)

30%

Kans * Financiële impact

6 (A*B)

€ 42.000

11. Open eind regelingen sociaal domein De uitgaven sociaal domein (participatie, wmo, jeugd) zijn zo realistisch mogelijk geraamd o.b.v. de meest actuele inzichten. De kostenontwikkeling is echter moeilijk voorspelbaar en beheersbaar. Ook ontwikkelingen zoals afname rijksuitkering participatie, etc. kunnen budgettair tot een negatieve bijstelling leiden. Risicoklasse

3 (A)

PM

Kansklasse

2 (B)

30%

Kans * Financiële impact

6 (A*B)

PM

Weerstandsratio

Op basis van zowel de benodigde- als de beschikbare weerstandscapaciteit kan men het weerstandsvermogen berekenen (beschikbare weerstandscapaciteit ÷ benodigde weerstandscapaciteit). Hierbij wordt het onderscheid doorgetrokken tussen het incidentele weerstandsvermogen en het structurele weerstandsvermogen: 24.389.700 Weerstandsratio incidenteel = 592.700 = 41,2

94

Weerstandsratio structureel =

2.747.000 1.962.000

= 1,4

In de Nota R&W worden kwalificaties aangeduid voor de hoogte van de weerstandsratio.

Indeling

Ratio Weerstandsvermogen

Kwalificatie

A

≥ 2,0

Uitstekend

B

≥ 1,4 en < 2,0

Ruim voldoende

C

≥ 1,0 en < 1,4

Voldoende

D

≥ 0.8 en < 1,0

Matig

E

≥ 0.6 en < 0.8

Onvoldoende

F

< 0.6

Ruim onvoldoende

Het streven is om de robuuste financiële positie van Maasgouw te behouden om daarmee financieel toekomstbestendig te zijn. De normen die zijn afgesproken in de nota R&W 2025 voor de ratio zijn een signaleringsfunctie vanaf een ratio van 2 en een ondergrens van 1.

Incidentele weerstandsratio

Toetsing aan de gestelde norm laat zien dat de incidentele weerstandsratio uitstekend is (waarde in 2023 was 37,1). De incidentele weerstandsratio is robuust als gevolg van de zeer goede reservepositie, wat resulteert in een hoge weerstandscapaciteit.

Structurele weerstandsratio

De structurele weerstandsratio is met waarde 1,4 (was in 2023 1,7) ruim voldoende. Deze ratio dient wel genuanceerd te worden. Bij bepaling van de weerstandscapaciteit mag de onbenutte belastingcapaciteit worden meegerekend. Door het relatief lage belastingniveau is deze ruimte met € 2,72 miljoen erg groot. Volledige benutting van de belastingcapaciteit zou impliceren dat de ozb met meer dan 50% verhoogd zou worden, hetgeen niet reëel wordt geacht gezien de terughoudendheid van belastingverhoging in de afgelopen jaren. Verder zijn we als gemeente in grote mate afhankelijk van de Algemene Uitkering uit het gemeentefonds. Het gemeentefonds fluctueert sterk, is moeilijk voorspelbaar en in het geheel niet beïnvloedbaar. Dit geldt voor zowel de hoogte van het totale gemeentefonds op macroniveau als voor de verdeling tussen de gemeenten onderling. Verder ligt de kostenstructuur van de gemeente grotendeels vast en is de mate waarin de gemeente extra inkomsten kan genereren beperkt. Bij de kosten in het sociaal domein is veelal sprake van openeindfinanciering, waardoor een financieel risico wordt gelopen. Mocht de structurele financiële risico’s zich manifesteren, dan gaat het meteen om substantiële bedragen en kan de weerstandsratio ook sterk fluctueren.

Presenteren van een structureel sluitende begroting vormt dan een uitdaging die impact heeft op het relatief beperkte autonome beleid en bijbehorende kosten.

Conclusie

Ten opzichte van voorgaande jaren is weerstandscapaciteit verslechterd. Dit heeft betrekking op de structurele weerstandsratio. Voor de komende jaren staat de gemeente voor een aantal belangrijke keuzes inzake het uit te voeren beleid. Dit beeld komt ook uit de kadernota 2026. De lijn die de afgelopen jaren al zichtbaar was, is doorgezet.

95

Op macroniveau staat de weerstandscapaciteit van gemeenten onder druk. In de afgelopen jaren is een trend waarneembaar dat de financiële positie verslechtert [1). Door de VNG is dit signaal al meermaals bij het Rijk afgegeven. Dit heeft tot op heden nog niet tot aanpassingen geleid.

Financiële kengetallen

In deze paragraaf wordt inzicht gegeven in de volgende financiële kengetallen: • Netto schuldquote (gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen) • Solvabiliteitsratio • Grondexploitatie • Structurele exploitatieruimte • Belastingcapaciteit

Deze kengetallen moeten het inzicht van de raad in de financiële positie van de gemeente vergroten. Daarnaast bieden deze kengetallen de mogelijkheid om onze gemeente te vergelijken met andere gemeenten of het landelijk gemiddelde. De Commissie BBV heeft de notitie ‘Meerjarig Financieel inzicht voor de raad’ uitgebracht waarin de samenhang tussen beleid en kengetallen wordt toegelicht om daarmee meer inzicht te krijgen in de financiële positie en financiële ruimte van de gemeente.

[1] BDO benchmark Nederlandse gemeenten

96

Beoordeling kengetallen

Uit de beschrijving van de verschillende kengetallen (zie hierna) blijkt dat een afzonderlijk kengetal nog weinig zegt over hoe de financiële positie moet worden beoordeeld. De kengetallen zullen altijd in samenhang moeten worden bezien, omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een goed beeld kunnen geven van de financiële positie van een gemeente. Ook is van belang om te bezien hoe de waardes van de diverse kengetallen zich in de tijd gezien ontwikkelen en hoe deze zich verhouden ten opzichte van andere Nederlandse gemeenten. Voor de beoordeling van de financiële positie is het belangrijk dat zowel naar de balans als naar de exploitatie wordt gekeken. In de kengetallen structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit komt tot uitdrukking of de gemeente over voldoende structurele baten beschikt, en welke mogelijkheid er is om de structurele baten op korte termijn te vergroten. De kengetallen netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, solvabiliteitsratio en grondexploitatie hebben betrekking op de balans. Onderstaand volgt een nadere uitwerking en toelichting per kengetal.

Netto Schuldquote (gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen)

Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Een hoge netto schuldquote hoeft op zichzelf geen probleem te zijn. Of dat het geval is valt niet direct af te leiden uit de netto schuldquote zelf, maar hangt af van meerdere factoren. Zo kan een hoge schuld worden veroorzaakt doordat er leningen zijn afgesloten en die gelden vervolgens worden doorgeleend aan bijvoorbeeld woningbouwcorporaties die op hun beurt weer jaarlijks aflossen. In dat geval hoeft een hoge schuld geen probleem te zijn. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven (netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen). De netto schuldquote wordt berekend aan de hand van diverse gegevens uit de balans. Samengevat ziet deze berekening er als volgt uit. 𝑁𝑒𝑡𝑡𝑜 𝑠𝑐ℎ𝑢𝑙𝑑𝑞𝑢𝑜𝑡𝑒 =

(𝐴 + 𝐵 + 𝐶 ― 𝐷 ― 𝐸 ― 𝐹 ― 𝐺) × 100% 𝐻

A. Het totaal van de vaste schulden B. Het totaal saldo van de netto-vlottende schulden C. Het totaal saldo van alle overlopende passiva D. Het totaal saldo van de financiële vaste activa E. Het totaal saldo van alle uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar. F. Het totaal saldo van alle liquide middelen G. Het totaal saldo van de overlopende activa H. Het gerealiseerde saldo van de baten

Toepassing van de bovenstaande berekening leidt tot de volgende uitkomsten voor de gemeente Maasgouw: Jaarrekening Jaarrekening Jaarrekening Begroting Jaarrekening 2021 2022 2023 2024 2024 Netto schuldquote 47,0% 46,7% 50,2% 75,0% 53,2% Netto schuldquote 36,7% 37,5% 41,5% 65,8% 45,3% gecorrigeerd voor alle leningen Een uitkomst van 90% of lager is ‘veilig’. In Findo (data Financiën Decentrale Overheden) van de Rijksoverheid zijn de financiële kengetallen van alle Nederlandse gemeenten tot en met de begroting 2024 opgenomen. Hieruit blijkt dat de Maasgouwse schuldquote hoger is ten opzichte van de overige gemeenten. De realisatiecijfers van 2024 wijken voor Maasgouw beperkt af ten opzichte van 2023. 97

Solvabiliteitsratio

Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. De mate van weerbaarheid geeft in combinatie met de andere kengetallen een indicatie over de financiële positie van een gemeente. De solvabiliteitsratio drukt het eigen vermogen uit als percentage van het totale vermogen (eigen en vreemd vermogen). Het eigen vermogen bestaat uit de algemene reserve, bestemmingsreserves en het resultaat. De solvabiliteitratio wordt berekend door het eigen vermogen te delen door het totale vermogen uitgedrukt in een percentage. 𝑆𝑜𝑙𝑣𝑎𝑏𝑖𝑙𝑖𝑡𝑒𝑖𝑡𝑠𝑟𝑎𝑡𝑖𝑜 =

𝐸𝑖𝑔𝑒𝑛 𝑣𝑒𝑟𝑚𝑜𝑔𝑒𝑛 𝑇𝑜𝑡𝑎𝑙𝑒 𝑣𝑒𝑟𝑚𝑜𝑔𝑒𝑛

De solvabiliteitsratio laat het volgende beeld zien voor onze gemeente: Jaarrekening Jaarrekening Jaarrekening 2021 2022 2023 Solvabiliteitsratio 45,8% 45,8% 44,9%

Begroting 2024 38,5%

Jaarrekening 2024 44,2%

Een uitkomst van 50% is ‘veilig’. Uit Findo blijkt dat de Maasgouwse solvabiliteit onder de veilige score zit, maar nog steeds hoger in vergelijking met overige gemeenten. De licht dalende tendens is m.n. verklaarbaar door aanwending van de reserve. De realisatiecijfers van 2024 zijn voor Maasgouw nagenoeg ongewijzigd ten opzichte van 2023.

Kengetal Grondexploitatie

Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (boekwaarde van de grondexploitatie) is ten opzichte van de totale baten exclusief mutaties reserves. Voor het kengetal van de grondexploitatie wordt gebruik gemaakt van de volgende formule. 𝐺𝑟𝑜𝑛𝑑𝑒𝑥𝑝𝑙𝑜𝑖𝑡𝑎𝑡𝑖𝑒 =

(𝐴 + 𝐵) 𝐶

A= saldo van niet in exploitatie genomen gronden B= saldo van in exploitatie genomen gronden C= saldo van baten

Uit de onderstaande tabel blijkt dat de grondexploitatie een relatief zeer geringe impact heeft op de financiële positie.

Grondexploitatie

Jaarrekening 2021 0,4%

Jaarrekening 2022 0,0%

Jaarrekening 2023 0,5%

Begroting 2024 1,6%

Jaarrekening 2024 0,6%

De gemeente Maasgouw steekt hierbij gunstig af ten opzichte van een gemiddeld percentage van 5,5% volgens Findo op basis van de laatst bekende cijfers over de begroting 2024.

Structurele exploitatieruimte

Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt onderscheid gemaakt tussen de structurele en incidentele lasten.

98

De relevantie van dit kengetal voor de beoordeling van de financiële positie schuilt erin dat het van belang is om te weten welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. De formule voor het berekenen van de structurele exploitatie ruimte is: 𝑠𝑡𝑟𝑢𝑐𝑡𝑢𝑟𝑒𝑙𝑒 𝑒𝑥𝑝𝑙𝑜𝑖𝑡𝑎𝑡𝑖𝑒𝑟𝑢𝑖𝑚𝑡𝑒 =

(𝐵 ― 𝐴) + (𝐷 ― 𝐶) × 100% 𝐸

A= structurele lasten B= structurele baten C= structurele toevoegingen aan de reserve D= structurele onttrekkingen aan de reserve E= saldo van de totale baten

Toepassing van de bovenstaande berekening leidt tot de volgende uitkomsten voor de gemeente Maasgouw: Jaarrekening Jaarrekening Jaarrekening Begroting Jaarrekening 2021 2022 2023 2024 2024 Structurele 3,1% 5,3% 5,4% 17,1% 5,5% exploitatieruimte De structurele begrotingsruimte fluctueert jaarlijks en tendeert naar nul in het kader van een structureel sluitende begroting. Een waarde groter dan nul is dan ook de streefwaarde. In de jaarrekening 2024 is dit kengetal met een waarde van 5,5% vergelijkbaar met 2023 en net iets boven het Nederlands gemiddelde.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Maasgouw&id=1cbba9a0-a53c-49bc-936a-af371d837c1b