CConstaterende datMaasgouw
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1: Gebiedsvisie Havengebied Maasbracht

01. Raadsvergadering 24 februari 2025, gemeente MaasgouwBij agendapunt: Voorstel tot Vaststellen Gebiedsvisie Havengebied Maasbracht15.230 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

niet vanzelf. Hiervoor is samenwerking tussen bedrijven en overheden nodig, zowel in de binnenhavens zelf als

aan de volgende ambities:

tussen de havens onderling. Deze gebiedsvisie is een onderlegger daarvoor. • Bijdragen aan een duurzame leefomgeving waarin ruimte is voor toekomstbestendig werken, wonen en

Circulariteit Ontwikkeling: de nationale ambitie is om 100% circulair te zijn in 2050. Dit betekent ook dat circulair wordt omgegaan met materialen in nautische reparatieclusters. Daarnaast houdt dit in dat industriële ruimte in havengebieden wordt benut voor circulaire activiteiten.

recreëren. Voor het havengebied Maasbracht betekent dit het borgen van ruimtelijke kwaliteit, verbeteren sociale veiligheid en borgen van economische belangen. • Scherpe profilering als onderbouwing van nieuwe omgevingsplannen in het plangebied, in lijn met de gemeentelijke omgevingsvisie, evenals contracten met ondernemer(s). • Bijdragen aan beleid van andere partijen zoals Rijkswaterstaat en het Rijksvastgoedbedrijf, ten aanzien van

Uitdaging: havengebied Maasbracht laten meedoen in circulaire ambities. Vanuit bedrijfsmatig oogpunt

erfpachtcontracten voor bedrijven en functies op de landtong.

betekent dit de realisatie van een clean energy hub en ruimte voor een duurzaam nautisch cluster en voor de materialenkant van de circulaire industrie.

De gebiedsvisie moet uiteindelijk als kader dienen voor borging van ruimtelijke kwaliteit en economische belangen in het plangebied. De gebiedsvisie kan hieraan bijdragen door duidelijk te maken wat hiervoor

Watergebonden kavels

nodig is, zoals erfpachtcontracten die aansluiten op behoeften, effectieve beheermaatregelen en de nodige

Ontwikkeling: het areaal van watergebonden bedrijfskavels in Nederland neemt steeds verder af door

inspanningen van verschillende stakeholders.

transformatie (het is erg populair om aan het water te wonen), terwijl de vraag naar watergebonden kavels toeneemt wegens de strategische multimodale locatie.

Ambities stakeholders in het plangebied Hieronder volgt per stakeholder de kernboodschap die tijdens (groeps)interviews en bijeenkomsten naar voren

Uitdaging: watergebonden kavels optimaal benutten voor watergebonden functies zoals nautisch, logistiek en

is gekomen:

industrie. Dit vraagt een heldere profilering voor het havengebied Maasbracht. • Natuurmonumenten en provincie Limburg (ecologie); onderschrijving van de belangrijke functie van het plangebied in groenblauwe structuren en migratieroutes van verschillende dieren. Uitdagingen zijn het plangebied aantrekkelijk te maken door een betere verbinding te leggen met de omgeving, een natuurvriendelijke inrichting van het plangebied te realiseren en actief, ecologisch beheer te voeren, ook ten behoeve van versterking van het vestigingsklimaat. • Bedrijfsleven; sterke focus op nautisch cluster en zand- en grindactiviteiten van het havengebied Maasbracht, lokaal gebonden, met synergie tussen bedrijven onderling en bedrijfsleven in de dorpskern. Voor een toekomstbestendig havengebied en om ontwikkelingen en ambities mogelijk te maken, is een heldere profilering nodig (welke bedrijfsactiviteiten/ontwikkelingen passen het beste op welke plek in het plangebied) met bijbehorende randvoorwaarden (erfpacht die aansluit op terugverdientijd van investeringen en een moderne inrichting van kavels en water, onder andere kades/damwanden). • Provincie Limburg (economie en planologie); typeert het plangebied als nautisch en industrieel, met kansen voor toekomstige circulaire activiteiten (grondstoffen hub/recycling).

Het belang van binnenhavens en Maasbracht als strategische schakel in (inter)nationale vaarwegen (Blueports) staat buiten kijf en het gebied is richting de toekomst dan ook van strategisch belang. • Rijkswaterstaat en Rijksvastgoedbedrijf; een deel van de grond in het havengebied is in eigendom van Rijkswaterstaat en Rijksvastgoedbedrijf, het gaat om de landtong, verschillende oevers, kades en bedrijfspercelen aan de kant van het Julianakanaal. Voor deze grondposities is het primaire doel om doorstroom en bevaarbaarheid te garanderen. Tegelijkertijd willen Rijkswaterstaat en Rijksvastgoedbedrijf wel meebewegen met de wensen die er zijn vanuit het gebied daar waar mogelijk en passend binnen hun taak. • Bewoners; bewoners geven aan dat het prettig wonen is in het plangebied. Tegelijkertijd zijn bewoners zich bewust van de aanwezigheid van ondernemers met eventuele uitbreidingsplannen richting de toekomst.

36

37

4

4.1 Gebiedsvisie havengebied

Maasbracht

In dit hoofdstuk wordt de gebiedsvisie en daarbij behorend toekomstbeeld verbeeld en beschreven. Er zijn vanuit de integrale visie een aantal hoofdprincipes die leidend zijn geweest voor de verdere invulling van het gebied. Deze hoofdprincipes worden in de eerste paragraaf beschreven. Vervolgens wordt ingegaan op hoe invulling gegeven is aan deze hoofdprincipes in een toekomstbeeld havengebied Maasbracht.

Hoofdstuk

Hoofdprincipes visie Richting 2035 en verder zijn er een aantal hoofdprincipes voor het havengebied van Maasbracht te identificeren

Toekomstbeeld havengebied Maasbracht

die aansluiten bij de ontwikkelingen op het grotere schaalniveau (nationaal, regionaal) en het dorp Maasbracht. Er is een sterke historische en economische relatie tussen het dorp Maasbracht en het plangebied, waarin onder andere de waterstructuur en de scheepvaart (bedrijvigheid) de verbindende factor zijn. De hoofdprincipes in de visie versterken het karakter van het gebieds-DNA van Maasbracht en zijn weergegeven in figuur 4.1. Deze hoofdprincipes vormen tevens de onderlegger voor de gebiedsvisie: • Het groene karakter van het plangebied als onderdeel van water- en natuurlandschap van de Maas, vormt het raamwerk van de visie. De huidige functies en toekomstige ontwikkelingen worden ingebed in een groene en natuurlijke structuur. Groen/natuur dient passend te zijn bij de omliggende functie(s). • Er zijn drie deelgebieden te onderscheiden met een eigen karakter. Hier krijgen de verschillende functies en ontwikkelingen een plek. Dit past bij het huidige karakter van het gebied en geeft ruimte voor de toekomstige ambities en ontwikkelingen. De drie deelgebieden zijn: Noord - rust, Midden - reuring en Zuid - ruis en worden hieronder toegelicht.

38

Figuur 4.1 Hoofdprincipes havengebied Maasbracht: groen raamwerk met daarbinnen de drie deelgebieden Bron: BCI & RHDHV, 2024

39

Invulling per deelgebied Noord: rust, natuur en nautisch gebruik op de landtong De landtong maakt onderdeel uit van het groenblauwe netwerk van natuurgebieden, verbindingszones in het gebied van de Maas en Maasplassen. Groen en ecologie wordt versterkt en het gebied zal extensiever te

4.2 Toekomstbeeld Op de volgende pagina’s wordt op de deelgebieden ingezoomd.

gebruiken zijn voor recreanten. Daarbij is er in de oksel van het gebied aan de kant van het Julianakanaal de functie van vluchthaven voor schepen en van sluishaven voor binnenvaartschepen die tijdelijk geen gebruik kunnen maken van de sluis in Maasbracht. Of hier ook plek geboden moet worden voor tijdelijke ligging van duwbakken is afhankelijk van de noodzaak hiervoor vanuit het bedrijfsleven en de opties voor andere geschiktere locaties in de nabije omgeving, in dat geval zal deze groenomzoomd worden en ingepast in het landschap. Dit wordt nog onderzocht. Midden: reuring, duurzame haven in het middengebied Het havengebied van Maasbracht heeft een belangrijke rol in het (Vlaams-)Nederlandse netwerk van binnenhavens en duurzame havenactiviteiten zullen verder ontwikkelen. In deelgebied Midden blijven de nautische bedrijfsactiviteiten centraal staan met de ontwikkeling van het netwerk van samenwerkende binnenhavens die door de Provincie Limburg loopt (Blueports), met aanbod van duurzame brandstoffen voor binnenvaartschepen. Hiermee worden naast economische kansen ook maatschappelijke duurzame ambities benut. Door aandacht te hebben voor ruimtelijke kwaliteit wordt de kern van het havengebied een aantrekkelijke werklocatie.

Zuid: ruis, watergebonden recreatie gekoppeld aan de haven Aan de Oude Maas en dicht tegen Natura 2000 gebieden aan, voortbordurend op bestaande recreatieve functies, wordt een duurzaam en groen recreatief cluster gecreëerd in het zuidelijke deelgebied. Hiermee blijft de zuidelijke haven onderdeel een groot recreatief en toeristisch netwerk binnen de waterrecreatie van de Maasplassen en aan recreatieve routes. Het havengebied Maasbracht vervult een lokale recreatiefunctie, maar is ook schakel in het grote recreatieve netwerk van de regio. Daarbij is in dit deelgebied ruimte voor ontwikkeling van een duurzaam waterrecreatiecluster met faciliteiten omgeven door groen.

Figuur 4.2 Toekomstbeeld havengebied Maasbracht Bron: BCI & RHDHV, 2024

40

41

Er is samen met belanghebbenden een gebiedsvisie gemaakt voor het havengebied van Maasbracht, wat heeft geleid tot een toekomstbeeld. Dit toekomstbeeld is weergegeven in figuur 4.2, waarin het groene en verbindende karakter centraal staat. Iedereen mag komen in het havengebied en gebruik maken van de kwaliteiten die het te bieden heeft. Recreanten kunnen wandelen op de landtong of op een bootje stappen in de jachthaven aan de zuidzijde van het plangebied, terwijl in het middendeel uiteenlopende industriële bedrijfsfuncties zorgen voor werkgelegenheid in scheepsonderhoud- en reparatie. In het plangebied, maar ook in relatie tot de omgeving, is groen de verbindende factor. Groen heeft een meerwaarde voor de omgeving. Het groen in de haven functioneert als ecologische schakel tussen natuurgebieden ten zuiden van het havengebieden (waaronder het Natura 2000 gebied De grensmaas) en de natuurgebieden ten noorden van de A2. Het havengebied van Maasbracht is in 2035 groendooraderd en dit groen is in harmonie met de directe omgeving. Op de landtong is ruimte voor meer ruige, natuurlijke begroeiing met hier en daar struweel en natuurvriendelijke oevers. Het middengebied vraagt om meer ondersteunend groen met een verkoelende en ‘inpassende’ functie als tegenhanger van de bedrijfsactiviteiten.

Daarbij draagt goed beheerd en bloemrijk groen (bermen, plantvakken, oevers) bij aan de ruimtelijke kwaliteit, waardoor het havengebied een aantrekkelijke uitstraling krijgt. In het zuidelijk deel staat het groen in verbinding met het Natura 2000 gebied aan de overzijde van de Oude Maas, passend bij de recreatieve functies in bijvoorbeeld de jachthaven. Al het groen wordt actief, duurzaam en extensief beheerd, zoveel mogelijk door dezelfde partij (in afstemming met private eigenaren) waarbij een erfpachtcontract hoort met een duur van 50 jaar en een beheervergoeding. Dit erfpachtcontract is voorzien van een heldere set aan eisen en maakt het mogelijk om langjarig te investeren in natuurlijk/ecologisch beheer. Door het natuurlijke beheer zijn er kansen voor verschillende flora en fauna om zich te ontwikkelen of vestigen in het gebied. Door het verwijderen van de verlichting op de landtong is er minder lichtinvloed waar verschillende vleermuissoorten baat bij hebben. Natuurvriendelijke oevers en een meer ruige begroeiing zorgen voor meer biodiversiteit.

Figuur 4.3 Toekomstbeeld deelgebied Noord Bron: BCI & RHDHV, 2024

In het hele havengebied bieden groen en natuur ontspanningsmogelijkheden. Voorbeelden zijn een

Recreatieve doeleinden zijn goed mogelijk in het plangebied. Op de landtong zijn bezoekers te voet welkom.

rondwandeling op de landtong, voorzien van een wenteltrap naar het voetganger pad langs de A2 en een

Denk aan dagrecreanten, sportvissers of wandelaars die aan de rand van de landtong een rondwandeling

kunstwerk in combinatie met uitkijkpunt in het noorden van de landtong. De aanleg van deze elementen

maken langs het water over een struinpad. Overbodige verlichting op de landtong is verdwenen, wat ten goede

neemt ruimte in en heeft rivierkundige invloed. Dit zal worden gecompenseerd door op sommige plekken

komt aan fauna dagrecreatie stimuleert en ongewenst bezoek in de avond/nacht tegengaat. Alleen daar waar

de landtong iets te verlagen (afgraven). Naast ontspanningsmogelijkheden biedt het groen een aangename

verlichting écht nodig is, bijvoorbeeld voor hulpdiensten, is deze aangelegd in aangepaste vorm (lichtbundel

buffer, bijvoorbeeld in zichtlijnen vanuit Wessem richting bedrijventerrein Koeweide. Ook het zicht vanuit het

op specifiek doel, verlichting insect- en diervriendelijk). In het hele plangebied wordt de ambitie van

dorp Maasbracht richting de landtong naar de overzijde zal verbeteren. Het weiland onder aan de sluis wordt

natuurinclusief ondernemen omarmd. Zo is overbodige lichtreclame door bedrijven niet meer gewenst en met

bloemrijk ingezaaid en natuurlijk beheerd, als onderdeel van de groene onderligger.

name de westzijde (kant van de Maas) van het plangebied is voorzien van beperkte en aangepaste verlichting. Net ten noorden van de zuidelijke keerlus wordt een parkeerplaats gerealiseerd voor sportvissers en wandelaars, zodat niet meer op de keerlus of in de berm geparkeerd hoeft te worden. Deze locatie is tegelijkertijd ook een ideale plaats voor sportvissers om er de hengel uit te gooien. De landtong wordt net ten noorden van de autosteiger afgesloten met een zakpaal. Vanuit de bediencentrale van Rijkswaterstaat wordt hier dan alleen bestemmingsverkeer toegelaten (nooddiensten, voertuigen ten behoeve van vluchthaven, kegelplaats, beheer van de landtong of onderhoud A2). Voor verkeer over de Bunkerhaven wordt de weg op plekken waar mogelijk verbreed met grasbetonsteen. Dit maakt de weg breed genoeg om twee trucks te laten passeren. Een parkeerverbod en handhaving moet voorkomen dat dit als parkeerplaats voor bijvoorbeeld logistiek wordt gebruikt. Handhaving voorkomt oneigenlijk gebruik in het plangebied. Het fysiek afsluiten van de landtong voor gemotoriseerd verkeer (behalve bestemmingsverkeer), draagt bij aan de sociale veiligheid; niet gewenste activiteiten en bijhorende problemen als zwerfvuil en vandalisme worden hiermee voorkomen. Ook verblijfsrecreatie (campers, tenten) wordt met deze ingreep geweerd.

De landtong wordt daarmee een rustig en extensief recreatief gebied waar ruimte is voor beleving van het Maaslandschap en natuur en ontwikkeling van biodiversiteit.

42

43

Figuur 4.4 Referentiebeelden deelgebied Noord: extensief beheer geeft ruimte voor ontwikkeling van bloemrijke graslanden met hier en daar struweel zoals meidoorn. Langs de randen van het gebied kan worden gewandeld op struinroutes. Toegang naar het wandelpad kan via de haven en parkeerplaats of een wenteltrap aan de brug. Op de kop van de landtong is een uitzichtpunt en plek waar een kunstwerk als landmark op de landtong staat

Figuur 4.5 Toekomstbeeld deelgebied Zuid (op de kaart is ook een deel van het middengebied zichtbaar) Bron: BCI & RHDHV, 2024

In het zuidelijk deel wordt een duurzaam ingericht cluster voor rustige waterrecreatie gecreeerd, passend bij de groene omgeving en ingebed in groen en natuur. Ondersteunende, duurzame faciliteiten worden toegevoegd, zoals aanbod van duurzame brandstoffen (walstroom), oplaadpunten, riolering en afvalvoorzieningen. Kruchterplas aan de noordkant van de jachthaven sluit met watergebonden bedrijfsactiviteiten (met een vergelijkbare milieucategorie als jachtenreparatie en -bouw) aan op bedrijfsactiviteiten in het middengebied en functioneert tegelijkertijd als buffer tussen de overnachtingshaven voor watersporters, en de industrie die aan de andere zijde van de plas ligt.

Figuur 4.6 Referentiebeelden deelgebied Zuid: de kwaliteiten van de huidige haven worden benut en versterkt. Aan de randen van de haven wordt ingezet op natuurontwikkeling of natuurlijk groen. In het havengebied krijgen duurzame havenfaciliteiten een plek, zoals walstroom en opwek van zonne-energie op gebouwen of solar carports

44

45

Naast de recreatieve bedrijfsactiviteiten in het zuiden, voeren nautische en industriële bedrijfsactiviteiten in

Edelzand, de Scheepswerf en Kruchterplas huisvesten scheepsbouw en -reparatie, jachtenbouw en -reparatie

het middendeel de boventoon. Verduurzaming van dit bedrijfscluster zal deels gepaard gaan met elektrificatie

en watergebonden industrie. Op bedrijfspercelen aan de Oude Maas worden ambities voor herontwikkeling

waarvoor de netcapaciteit in 2035 toereikend is gemaakt. Tussen de bedrijfskavels en -clusters door is de

en revitalisering van kavels gerealiseerd. De hoge milieucategorie blijft behouden zodat het industriële

wens om zichtlijnen naar het water te hebben om bij te dragen aan de beeldkwaliteit. In een gemeentelijk

karakter geborgd blijft. Kruchterplas heeft een bedrijfsbestemming en maakt onderdeel uit van het nautische,

beeldkwaliteitsplan kunnen richtlijnen meegegeven worden voor het bouwen op de kavels, zichtlijnen,

industriële cluster. Door een stukje land weg te halen aan de oostzijde (net ten noorden van Bunkerhaven 7/9)

parkeren op de kavels en uitstraling van de gebouwen. De combinatie van wonen in de nabijheid van de hoge

wordt de doorvaarbaarheid richting de doorgang naar de scheepswerf verbeterd. De delen in de haven die niet

milieucategorieën in dit gebied is niet meer van deze tijd. Bovendien intensiveren de bedrijfsactiviteiten, wat

worden gebruikt als laad- een los- of scheepsbouwkade krijgen een natuurlijke inrichting. Met name het deel

over de Bunkerhaven leidt tot meer aan- en afvoer van materialen en machines per vrachtwagen en per boot.

langs de Oude Maas blijft groen met bosschages/bos (aansluitend op het Natura 2000 gebied) en ook in overige

Langs de oostkant van het gebied zijn de bedrijfskavels en werkgebieden in het water -in eigendom van

delen van de haven kan voor deze inrichting worden gekozen (in samenspraak met de bedrijven). Door goed beheer wordt de haven groen en natuurlijk omringd, in balans met de havenactiviteiten.

Figuur 4.7 Toekomstbeeld deelgebied Midden Bron: BCI & RHDHV, 2024

Rijksvastgoedbedrijf- bedoeld voor scheepsbouw en scheepsreparatie. Op de specifieke kavel voor bunkering is in 2035 een clean energy hub voor duurzame(re) brandstoffen gerealiseerd. Het aanbod van schone energiedragers is cruciaal voor de toekomst van binnenvaartsector in Nederland én in Europa, de clean energy

Figuur 4.8 Referentiebeelden deelgebied Midden: de haven met bedrijfsfuncties in relatie tot scheepsreparatie en -bouw wordt geherstructureerd tot een duurzame haven met een clean energy hub. Nieuwe bedrijfsgebouwen worden duurzaam ontwikkeld. De waterkering en groenstroken langs de haven worden bloemrijk.

hub in Maasbracht is daarmee van groot strategisch belang. Verder zijn in dit gebied ook moderne nautische voorzieningen zoals walstroom aangelegd. Ook zijn de kavels modern ingericht, bij voorkeur met een lange werkkade en bijbehorende damwand die past bij de omvang van moderne schepen. Het toegangskanaal richting het middelste kavel is aangepast zodat schepen gemakkelijker kunnen manoeuvreren. De erfpachtcontracten van Rijksvastgoedbedrijf voor zowel droge als natte bedrijfsruimte zijn hierop afgepast wanneer dit mogelijk blijkt. Dit maakt het namelijk aantrekkelijk om te investeren in een clean energy hub, moderne inrichting en faciliteiten zoals kranen, kades of damwanden. Of de duur van een erfpachtcontract aangepast kan worden, is afhankelijk van de inschatting van Rijkswaterstaat of de ruimte in de toekomst mogelijk benut moet worden ten behoeve van de doorvaarbaarheid van de Rijksvaarweg. Ten noorden van deze strook bedrijven is aandacht voor een heldere en functionele inrichting voor verkeer en een natuurlijke inrichting van de groenzone rondom de waterkering. Hier zullen de waterkering en graslanden/ groenstroken natuurlijk worden beheerd waardoor bloemrijke graslanden tot ontwikkeling komen.

46

47

1

1 Introductie op

Bijlage Scan mer(beoordelings) plicht ontwikkelingen Havengebied Maasbracht

milieueffectrapportage

De gemeente Maasgouw wil weten of mogelijke ontwikkelingen in het Havengebied Maasbracht mer(beoordelings)plichting zullen zijn. Om hierachter te komen is een mer-scan uitgevoerd voor de vijf ontwikkelingen die nu al in beeld zijn. In deze notitie zijn de uitkomsten weergegeven. In dit hoofdstuk lichten we ter introductie toe waar mer voor staat. Hoofdstuk 2 gaat in op de ontwikkelingen. In hoofdstuk 3 worden de uitkomsten van de mer-scan weergegeven.

Doel van een milieueffectrapportage (mer) Het doel van het doorlopen van een milieueffectrapportage, afgekort “mer”, is het milieubelang een volwaardige plaats geven in de besluitvorming. Het gaat dan om besluitvorming over plannen, programma’s en projecten die duidelijke negatieve milieueffecten kunnen hebben. Milieu is een breed begrip. Het gaat onder andere om effecten op de leefomgeving, water, bodem, lucht, afval, natuur, gezondheid en archeologisch erfgoed.

Niet voor ieder plan, programma of project geldt een mer(beoordelings)plicht Voor activiteiten met nadelige gevolgen voor de omgeving en natuur moet een zogenaamde mer-procedure doorlopen worden. Of dit ook voor de ontwikkeling van het Havengebied Maasbracht geldt, hangt af van verschillende factoren. Deze factoren bepalen ook het type mer-plicht dat eventueel voor het voornemen geldt. Dit hangt onder andere af van • het type plan/besluit waarin de ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt • de status van dat plan/besluit; • de aard en omvang van het voornemen én • de verwachte effecten op de omgeving.

Omgevingswet (en bijlage V Omgevingsbesluit) bepaald mer(beoordelings)plicht Door het voornemen te toetsen aan het wettelijk kader (Omgevingswet art 16.36 en het Omgevingsbesluit bijlage V) wordt inzicht gegeven in de verplichte mer-procedure.

Resultaat scan naar de mer-plicht Het resultaat van voorliggende scan naar de mer-plicht kan zijn dat voor het voornemen a) een volledige (plan of project) mer-procedure moet worden doorlopen, b) er sprake is van een (plan of project) mer-beoordelingsplicht óf c) dat er geen sprake is van een mer(beoordelings)plicht.

48

49

2 Wat houdt het voornemen in? Aanleiding en doel

3 Voornemen mer(beoordelings)-

plichtig?

De gemeente Maasbracht is voornemens om sturing te geven aan en kaders te scheppen voor de ontwikkelingen die nu en in de nabije toekomst (kunnen) spelen binnen het Havengebied Maasbracht. Dit gebied is zowel een industrieterrein waar ondernemers gevestigd zijn als een binnenhaven waar schepen een ligplaats hebben en kunnen bunkeren. Vanwege de klimaatdoelstellingen is het belangrijk dat zowel het industrieterrein als de scheepvaart verduurzaamt. Het gebruik van fossiele brandstoffen moet omlaag.

Ontwikkelingen binnen het havengebied Om de scheepvaart van duurzame alternatieve brandstoffen te voorzien, moet er in Nederland een dekkend netwerk komen die dit mogelijk maakt. Hiervoor zijn 7 ‘Clean Energy Hubs’ (CEH) nodig op strategische locaties. De haven Maasbracht is zo’n strategische locatie. Sinds 2020 werkt de gemeente Maasgouw daarom samen met de Provincie Limburg, Blueports en betrokken marktpartijen aan de realisatie van een Clean Energy Hub in het Havengebied Maasbracht. Voor de realisatie van de CEH is ook aanpassing van natte en droge infrastructuur nodig en aanvullend wordt de ontwikkeling van walstroom voorzien. Verder is er een lopende ontwikkeling voor de revitalisering van de scheepswerf in de haven. Tot slot is er mogelijke doorontwikkeling van het gebied Edelzand voor aanvullende rivier gebonden bedrijvigheid nodig. Met de laatste twee ontwikkelingen worden zowel het maritieme scheepsreparatiecluster als het grondstoffenbewerkingscluster gemoderniseerd.

Een integrale gebiedsvisie voor het havengebied en de juridisch planologische status Om sturing te geven aan dit soort ontwikkelingen, is in 2022 een Omgevingsvisie opgesteld. De haven van Maasbracht is daarin aangegeven als gebied dat een “veranderopgave” kent. De nog op te stellen Integrale Gebiedsvisie Havengebied Maasbracht” is een naderere uitwerking van een deel van de Omgevingsvisie (2022) en geeft een nadere invulling aan de veranderopgave voor het havengebied. De gemeente heeft aangegeven de gebiedsvisie te willen gebruiken bij de onderbouwingen van nieuwe bestemmings-/omgevingsplannen.

Om antwoord te kunnen geven op de vraag of het voornemen mer(beoordelings)plichtig is, dienen onderstaande vier vragen beantwoord te worden:

Vraag 1: “Is de gebiedsvisie Havengebied Maasbracht kaderstellend voor projecten die óf in bijlage V bij het Omgevingsbesluit worden genoemd óf die mogelijk aanzienlijke milieueffecten hebben?”

Antwoord 1: “De gebiedsvisie is een uitwerking van een omgevingsvisie, bevat een uitwerking van ambities naar een voorkeursrichting wat betreft de gewenste ontwikkelingen en zal daarmee voldoende concreet zijn (want zal elementen of criteria bevatten zoals locatie, omvang of wijze van inrichting en uitvoering voor de goedkeuring of uitvoering van projecten door het bevoegd gezag) en is in zekere mate bindend voor later te nemen (mogelijk mer-plichtige of mer-beoordelingsplichtige) besluiten of vergunningen die mogelijk aanzienlijke milieueffecten hebben.” De conclusie is daarmee dat de integrale gebiedsvisie voldoet aan de definitie van een “kaderstellend” plan. De inhoud van de integrale gebiedsvisie bepaalt vervolgens of er sprake is van een mer-plicht.

Vraag 2: Vormt de integrale gebiedsvisie het kader voor een of meerdere projecten zoals genoemd in bijlage V van het Omgevingsbesluit?

Antwoord 2: In bijlage V van het Omgevingsbesluit zijn projecten aangewezen waarvoor een mer-(beoordelings)plicht geldt. Deze projecten zijn onderverdeeld in verschillende categorieën. De ontwikkelingen die in de integrale gebiedsvisie nader uitgewerkt worden, vallen mogelijk onder categorie D (Metaalindustrie), categorie I (Opslag) of categorie J (Infrastructuur en Ruimte), zie ook bijlage I bij deze notitie. Samen met medewerkers van de gemeente Maasgouw is vervolgens beoordeeld of a) de beoogde nieuwe ontwikkelingen overeenkomen met de beschrijvingen zoals opgenomen in kolom 1 van bijlage V (projecten), indien ja, of het b) overeenkomt met de voorwaarden zoals aangegeven in kolom 2 (wordt de aangeven drempelwaarde overschreden, dan geldt een directe mer-plicht), indien nee, of het c) overeenkomt met de voorwaarden zoals aangegeven in kolom 3 (is er sprake van oprichting/aanleg, wijziging en/of uitbreiding).

50

51

Clean Energy Hub (CEH)

Voor zover de initiatiefnemers van de CEH nog geen vergunning hebben én de integrale gebiedsvisie

De hoofdfunctie van een CEH is dat er op locatie de mogelijkheid wordt geboden om (scheepvaart)voertuigen

kaderstellende uitspraken doet over deze activiteiten, kan een mer(beoordelings)plicht van toepassing zijn op

te voorzien van brandstof dat geproduceerd is uit duurzame(re) bronnen (zoals biofuels (o.a. HVO, HV20,

basis van Bijlage V bij het Omgevingsbesluit, categorie I (opslag).

GTL), LNG, elektrisch en H2. De beoogde CEH zal in het havengebied Maasbracht gerealiseerd worden op een bestaande bunkerlocatie waar nu fossiele brandstof aangeboden wordt. Binnen de beoogde CEH vindt geen

Vanuit eerste verkenningen naar de mogelijke realisatie van een CEH zijn (gezien de grondposities en

productie of bewerking van deze duurzame energiedragers plaats, maar wordt het wel opgeslagen, naar de

erfpachtsituaties) drie scenario’s onderzocht:

CEH getransporteerd via weg of water en tijdens het bunkeren getransporteerd vanuit de opslag naar het desbetreffende voertuig. Op basis van artikel 4.33 van de Omgevingswet worden onderstaande activiteiten als “milieubelastende activiteiten” gezien, waarvoor een vergunningplicht geldt:

1) In het eerste scenario wordt binnen de bestaande inrichting (fysiek en vergund) ruimte geboden aan mobiele bronnen. Bijvoorbeeld door tankauto’s te plaatsen op het terrein. Deze situatie vergt nagenoeg geen aanpassingen aan terreininrichting en omliggende wegenstructuur.

• het tanken van voertuigen of werktuigen met LNG of waterstof, bedoeld in artikel 3.286, eerste lid, onder e of f, van het Besluit activiteiten leefomgeving; • het bieden van gelegenheid voor het tanken van voertuigen of werktuigen met LNG of waterstof, bedoeld in artikel 3.297 van het Besluit activiteiten leefomgeving.

2) In het tweede scenario wordt de terreininrichting aangepast, waardoor het perceel optimaal te benutten is als Clean Energy Hub. Bijvoorbeeld door het plaatsen van opslagtanks, bunkerpontons of accupakketten. In dit scenario wordt het terrein voorzien van een harde kering en een torenkraan (om schepen te bevoorraden). Afhankelijk van de benodigde ruimte voor opslagtanks/ pontons / accu’s e.d. is het in dit scenario denkbaar dat de bestaande bebouwing gesloopt wordt. 3) In het derde scenario wordt de rijbaan Bunkerhaven tot Oude Maasweg opgewaardeerd. Dit scenario is alleen

Milieubelastende activiteit bunkerstation & andere tankplaatsen schepen (par 3.8.3 Bal)

realistisch, indien blijkt dat de CEH ook een functie kan vervullen voor het achterland (met transport via as). De weg blijft de functie van een “gebiedsontsluitingsweg” behouden.

Voor bunkerstations en andere tankplaatsen voor schepen gelden algemene rijksregels van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Hoofdstuk 3 van het Bal bevat de aanwijzing van wat er onder de milieubelastende activiteit valt en wat vergunningplichtig is.

Conclusie In het eerste scenario is er geen sprake van een wijziging. Er is derhalve geen sprake van een mer-

Dit valt onder bunkerstations en andere tankplaatsen voor schepen

beoordelingsplichte activiteit.

De milieubelastende activiteit bunkerstations en andere tankplaatsen voor schepen wordt in paragraaf 3.8.3 van het Bal aangewezen. Deze activiteit kan schadelijk zijn voor het milieu. De nadelige gevolgen

In het tweede scenario wordt het bestaande terrein anders ingericht en mogelijk vanuit de functie “opslag”

zijn vooral lozingen, gebruik van energie en gevolgen voor omgevingsveiligheid door de aanwezigheid van

geïntensiveerd. Hiervoor moet mogelijk de bestaande vergunning worden uitgebreid. Deze activiteit met

gevaarlijke stoffen. Deze milieubelastende activiteit bestaat uit de kernactiviteit en eventuele functioneel

vergunningplicht is echter niet mer-beoordelingsplichtig, blijkt uit de memoire van toelicht op het Besluit

ondersteunende activiteiten.

mer. De toelichting geeft namelijk het volgende aan: “Onderdeel van de energie- en grondstofvoorziening in Nederland vormt de op- en overslag van LPG (vloeibaar gemaakte petroleumgassen), LNG (vloeibaar gemaakt

Kernactiviteit

aardgas) en fossiele brandstoffen (aardolie en steenkool). De drempels in categorie D25.2 tot en met categorie

Tankplaatsen voor gemotoriseerde vaartuigen of drijvende werktuigen is de kernactiviteit. Het gaat hier om

D25.4 beperken de m.e.r.-beoordelingsplicht tot de zeer grote projecten. Het kabinetsstandpunt, zoals

tankplaatsen voor vaartuigen op een vaste locatie. Als het tanken van vaartuigen plaats vindt tijdens het varen

neergelegd in de Integrale nota LPG (kamer stukken II, 1983/84, 18 233, nrs. 1–2), heeft geleid tot de conclusie

valt dit hier niet onder. Een voorbeeld is een bunkerboot.

dat de op- en overslag van LPG niet moet worden beschouwd als een activiteit met mogelijk belangrijke

Bij het tanken van vaartuigen kan het gaan om bunkerstations, vaste afleverinstallaties aan wal of vaste

nadelige gevolgen voor het milieu.” Aangenomen wordt dat voor de (kleinschalige) op- en overslag van

afleverinstallaties op een steiger. Een bunkerstation is een drijvend bouwsel met permanente ligplaats voor

duurzame energiebronnen zoals wordt beoogd met de CEH in het Havengebied Maasbracht, deze conclusie ook

het opslaan en tanken van brandstof voor schepen. Onder vaartuigen vallen vaartuigen voor zeevaart en

geldt. Er is derhalve geen sprake van een mer-beoordelingsplichtige activiteit.

binnenvaart. Dit kunnen pleziervaartuigen en beroepsvaartuigen zijn. De meeste schepen varen op diesel, maar er zijn schepen (vooral pleziervaartuigen) die benzine gebruiken.

In het derde scenario is er sprake van aanpassing van een weg. Gezien de aard en omvang valt een dergelijke

Daarom hebben bunkerstations voor de pleziervaart naast diesel ook vaak benzine in voorraad. Voor

aanpassing niet onder categorie J “infrastructuur en ruimte”, aangezien er geen sprake is van aanpassing

de veiligheid van de afleverinstallaties is de aanwezigheid van benzine (lichte olie) sterk bepalend. Uit

van een “auto(snel)weg” of de uitbreiding van een weg met twee rijstroken of meer over een lengte van 10

risicoberekeningen blijkt dat diesel zelfstandig lastig ontbrandt. Maar diesel ontbrandt sneller door de

kilometer. Er is derhalve geen sprake van een mer-beoordelingsplichtige activiteit.

combinatie met zelfs kleine hoeveelheden benzine. Revitalisering scheepswerf In deze situaties is een omgevingsvergunning vereist

Voor een deel van het plangebied is het voornemen om scheepswerven te revitaliseren, waaronder de locatie

Er is een omgevingsvergunning nodig voor:

ter hoogte van Bunkerhaven 3-5. Het bestemmingsplan ‘Revitalisering Scheepswerf Maasbracht’ betreft een gedeeltelijke herziening van het bestemmingsplan ‘Bedrijventerreinen Maasbracht’ (vastgesteld 20 december

• Het opslaan van meer dan 25 m3 gevaarlijke stoffen van ADR-klasse 3 in een bunkerstation (de inhoud bestaat niet geheel uit gasolie, diesel of huisbrandolie met een vlampunt van 55 °C of hoger) • Het tanken van vaartuigen of drijvende werktuigen met LPG, LNG of waterstof

2012). Het plan- gebied van het bestemmingsplan ‘Revitalisering Scheepswerf Maasbracht’ omvat de locatie aan de Bunkerhaven 3-5 in Maasbracht. Het bestemmingsplan ‘Revitalisering Scheepswerf Maasbracht’ heeft betrekking op het vernieuwen en deels anders gebruiken van de gronden van de scheepswerf. Het voornemen bestaat om op deze locatie de bestaande bedrijfsbebouwing te slopen en nieuwe bedrijfs bebouwing op te

De reden van de vergunningplicht is het mogelijke gevaar voor de omgeving. Vaak zijn in een bedrijf ook

richten alsmede, door veranderen van de binnenhaven en kades, het gebruik mogelijk te maken voor grotere

andere paragrafen met milieubelastende activiteiten uit hoofdstuk 3 van het Bal van toepassing. Voor die

schepen voor onderhoud, verduurzaming en gedeeltelijk sloop.

activiteiten kan ook een vergunningplicht gelden.

52

53

Afbeelding 1 locatie “revitalisering scheepswerf” Bunkerhaven 3-5

Daarom wordt vooralsnog de conclusie getrokken dat er, op basis van artikel 16.36 lid 2 Omgevingswet, geen plan-mer(beoordelings)plicht geldt.

Wat als er wel een passende beoordeling nodig is? Vanwege een eventuele verplichte passende beoordeling moet voor de integrale gebiedsvisie als uitwerking van de omgevingsvisie een milieueffectrapport worden opgesteld. De regels over het uitvoeren van een plan-mer staan in paragraaf 16.4.1 Omgevingswet en hoofdstuk 11.1 van het Omgevingsbesluit. NB: Omdat het een wijziging van de omgevingsvisie betreft en het gaat over het gebruik van een klein gebied in verhouding met het totale grondgebied van de gemeente, kan het bevoegd gezag ervoor kiezen om te beoordelen of de wijziging aanzienlijke milieueffecten kan hebben. Bij deze plan-mer-beoordeling houdt het bevoegd gezag rekening met de criteria van bijlage II bij de SMB-richtlijn. De regels over het uitvoeren van een plan-mer-beoordeling staan in artikel 16.36, lid 5 Omgevingswet en artikel 11.1 Omgevingsbesluit.

Vraag 4: Vormt de integrale gebiedsvisie het kader voor vergunningen voor een ander project dat niet in bijlage V van het Omgevingsbesluit staat, maar wel mogelijk aanzienlijke effecten heeft?

Antwoord 4: Gezien de ambities van de integrale gebiedsvisie is het de verwachting dat er geen projecten of activiteiten mogelijk gemaakt worden met mogelijke aanzienlijke (negatieve) milieueffecten. Een dergelijke activiteit is, op grond van meerdere categorieën (o.a. D18.1) onder het huidig recht, merbeoordelingsplichtig. Initiatiefnemer heeft ten behoeve van de wijziging van het bestemmingsplan een merbeoordeling uitgevoerd. Het college van burgemeester en wethouders van Maasgouw in de vergadering van 24 januari 2023 een mer-beoordelingsbesluit genomen, met als conclusie dat er geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zullen ontstaan die het opstellen van een Milieueffectrapportage rechtvaardigen.

Conclusie

4 Conclusie

Vooralsnog worden er binnen het Havengebied geen aanvullende (nieuwe) ontwikkelingen en activiteiten voorzien die voldoen aan categorie D18.1 Wm (huidig recht) of D9.1 Ob “Installaties voor het bouwen, onderhouden, repareren of behandelen van de oppervlakte van metalen vaartuigen of drijvende werktuigen”, zoals opgenomen in het Omgevingsbesluit. Onder deze uitgangspunten geldt er wat betreft het revitaliseren van scheepswerf Bunkerhaven 3-5 geen planmerbeoordelingsplicht voor de integrale gebiedsvisie. Indien er op termijn het voornemen is om andere werven te revitaliseren, geldt daarvoor de mer-beoordelingsplicht.

Vraag 3: Moet voor bij (een deel van) de integrale gebiedsvisie een passende beoordeling worden opgesteld, omdat het voornemen (significante negatieve) effecten kan hebben op de instandhoudingsdoelen van omringende Natura 2000-gebieden?

Antwoord 3: Het Natura 2000-gebied Grensmaas is gelegen op circa 0,5 km afstand van het Havengebied Maasbracht. Op circa 1,5 km afstand bevindt zich het (Belgische) Natura 2000-gebied “Uiterwaarde langs de Limburgse

1) De integrale gebiedsvisie moet, vanuit het perspectief van de mer-regelgeving, gezien worden als een kaderstellend plan; 2) Buiten de reeds vergunde of reeds in (bestemmingsplan)procedure gebrachte activiteiten, worden er geen nieuwe activiteiten of projecten voorzien die voldoen aan de definitie van “projecten” (kolom 1) en/of “gevallen” (kolom 2 en kolom 3) van bijlage V bij het Omgevingsbesluit; 3) Vooralsnog is het de aanname dat de integrale gebiedsvisie geen uitspraken doet over nieuwe (milieubelastende) activiteiten en projecten waarvoor een passende beoordeling nodig is. Er geldt daarom, op basis van artikel 16.36 lid 2 Omgevingswet, geen plan-mer(beoordelings)plicht; 4) De integrale gebiedsvisie vormt geen kader voor vergunningen voor een project dat niet in bijlage V van het Omgevingsbesluit staat, maar wel mogelijk aanzienlijke effecten heeft; Op basis van deze aannames geldt er derhalve geen planmer(beoordelings) plicht voor de integrale gebiedsvisie Havengebied Maasbracht.

Maas met Vijverbroek” en op circa 3,3 km afstand is het (Belgische) Hamonterheide, Hageven, Buitenheide, Stramprooierbroek en Mariahof gelegen. Er vindt geen fysieke aantasting plaats van beschermd habitat of leefgebied. Vanuit de integrale gebiedsvisie worden ambities ontwikkeld die toezien op het verlagen van milieubelasting in combinatie met het intensiveren van reeds toegestane activiteiten. Er zijn vooralsnog geen activiteiten voorzien die leiden tot externe werking (geluidhinder, stikstofdepositie, verstoring, verdroging of vernatting) met mogelijk nadelige volgen voor de genoemde Natura 2000-gebieden, waarvoor er mogelijk een passende beoordeling gemaakt moet worden.

54

55

Annex I

Onderstaande toelichting komt uit de “memoire van toelichting op het Besluit milieueffectrapportage 1994”

nr

D9 (1)

Kolom 2

Kolom 3

Kolom 4

projecten

Gevallen waarin de merplicht geldt

Gevallen waarin de merbeoordelingsplicht geldt

Type besluit

Oprichting, wijziging of uitbreiding

De omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit

n.v.t.

Installaties voor de opslag van aardolie of petrochemische of chemische producten

Oprichting, wijziging of uitbreiding van een opslag met een capaciteit van 200.000 ton of meer

Oprichting, wijziging of uitbreiding

I4 (3)

Bovengrondse opslag van aardgas of fossiele brandstoffen

n.v.t.

Oprichting, wijziging of uitbreiding

De omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit

I5 (4)

Ondergrondse opslag van gasvormige brandstoffen

n.v.t.

Oprichting, wijziging of uitbreiding

De omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit

J5

Havens: a. een haven voor de binnenscheepvaart; b. een zeehandelshaven; of c. een visserijhaven

Als sprake is van een geval als bedoeld onder a of b: 1°de aanleg van een haven die bevaarbaar is voor schepen met een laadvermogen van meer dan 1.350 ton; of 2°de wijziging of uitbreiding van een haven die betrekking heeft op een oppervlakte van 100 ha of meer

Aanleg, wijziging of uitbreiding

Het omgevingsplan

Als sprake is van: 1°. de aanleg die betrekking heeft op een pier die schepen met een laadvermogen van meer dan 1.350 ton kan ontvangen; of 2°. de wijziging of uitbreiding die betrekking heeft op een oppervlakte van 100 ha of meer

Aanleg, wijziging of uitbreiding

J6

Een met het land verbonden en buiten een haven gelegen pier voor lossen en laden, met uitzondering van pieren voor veerboten

(1) D.32.1 tot en met D.32.9 (metaalbewerking). In bijlage I van richtlijn 97/11/EG wordt de productie van ruw ijzer en staal genoemd en in bijlage II de overige ijzer- en staalbewerking. Onder deze laatste categorie vallen bedrijfstakken als de automobielindustrie, de vliegtuigindustrie, scheepswerven, ketelen reservoirbouw, spoorwegmaterieelfabrieken, enz. In deze bedrijven wordt dus geen ruw ijzer en staal

Installaties voor het bouwen, onderhouden, repareren of behandelen van de oppervlakte van metalen vaartuigen of drijvende werktuigen

I3 (2)

56

Kolom 1

geproduceerd, maar ondergaan deze producten een verdere bewerking tot tussenproduct of eindproduct. De metaalbewerkingsindustrie kan belangrijke milieu-effecten veroorzaken. (2) C.25 (grootschalige op- en overslag van aardolie, petrochemische en chemische producten) Het toevoegen van een categorie voor grootschalige opslag van aardolie, petrochemische of chemische producten is

De omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit

een uitwerking van de verplichtingen die voortvloeien uit het in het algemene deel van deze nota van toelichting genoemde verdrag van Espoo. Op grond van dit verdrag dient de grootschalige opslag («major storage facilities») van aardolie, petrochemische en chemische producten onder de m.e.r.-plicht te vallen. De drempel is in richtlijn 97/11/EG vastgesteld op een capaciteit van 200 000 ton of meer. Volgens de bij deze activiteit gebruikelijk maat (m3) gaat om circa 240 000 m3 opslagruimte of meer. (3) Onderdeel van de energie- en grondstofvoorziening in Nederland vormt de op- en overslag van LPG (vloeibaar gemaakte petroleumgassen), LNG (vloeibaar gemaakt aardgas) en fossiele brandstoffen (aardolie en steenkool). De drempels in categorie D25.2 tot en met categorie D25.4 beperken de m.e.r.beoordelingsplicht tot de zeer grote projecten. Het kabinetsstandpunt, zoals neergelegd in de Integrale nota LPG (kamer stukken II, 1983/84, 18 233, nrs. 1–2), heeft geleid tot de conclusie dat de op- en overslag van LPG niet moet worden beschouwd als een activiteit met mogelijk belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. (4) In categorie 25.3 is ondergrondse opslag van aardgas omschreven. Het gaat bij deze categorie om het aanleggen van nieuwe opslagruimtes, bijvoorbeeld door middel van het uitlogen van zoutholtes waardoor cavernes ontstaan waarin aardgas onder druk wordt opgeslagen.

Het gebruik van oude aardgasvelden is niet onderworpen aan een m.e.r.-(beoordelings)plicht.

Het omgevingsplan

(5) Onder industrieterrein worden terreinen verstaan die bedoeld zijn voor de vestiging van industriële bedrijven. Hierbij worden niet alleen terreinen voor vestiging de grote, zware industrie worden bedoeld. Ook terreinen voor de vestiging van kleinere bedrijven waarbinnen industriële activiteiten plaatsvinden, vallen hier onder. Uit: https://www.infomil.nl/onderwerpen/integrale/mer/infobladen/ infoblad-0/#:~:text=Onder%20industrieterrein%20worden%20terreinen%20verstaan,grote%2C%20zware%20 industrie%20worden%20bedoeld. Uit de nota van toelichting bij het wijzigingsbesluit van het Besluit mer en het Bor ook blijkt dat het begrip “industrieterrein” beperkter moet worden uitgelegd dan het begrip “bedrijventerrein”. Zo valt een meubelboulevard of bedrijfskantoor wel onder bedrijventerrein, maar niet onder industrieterrein, aldus de nota van toelichting.

J9

Buisleidingen voor: a. het transport van gas, olie of chemicaliën; b. het transport van kooldioxide stromen voor geologische opslag, met inbegrip van de pompstations; of c. stoom of warm water

Als sprake is van een geval als bedoeld onder a of b: de aanleg, wijziging of uitbreiding van een buisleiding met: 1°. een diameter van meer dan 0,8 m; en 2°. een lengte van meer dan 40 km

Aanleg, wijziging of uitbreiding

De vergunning op grond van artikel 94 of 95 van het Mijnbouwbesluit of, bij afwezigheid daarvan, het omgevingsplan of, bij afwezigheid daarvan, de omgevingsvergunning voor een wateractiviteit

J10 (5)

Industrieterrein

N.v.t.

Aanleg, wijziging of uitbreiding

Het omgevingsplan

57

Markt 36 6051 DZ Maasbracht 0475 - 85 25 00 info@gemeentemaasgouw.nl gemeentemaasgouw.nl

58

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Maasgouw&id=5b3ef455-d76e-4854-b868-49295671049e