CConstaterende datMaasgouw
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1: bestemmingsplan inclusief bijlagen

01. Raadsvergadering 16 april 2024, gemeente MaasgouwBij agendapunt: Voorstel tot vaststellen bestemmingsplan ‘Woonwagenstandplaats Priester Kooksweg Ohé en Laak’30.773 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Infiltratie-onderzoek De ontwikkeling vindt plaats op een reeds volledig verhard terrein waarbij er geen toename van het verhard oppervlak plaatsvindt. Het terrein is reeds afgekoppeld en hemelwater wordt afgevoerd op de bodem. Derhalve heeft het planvoornemen geen effect op de waterhuishouding en is het uitvoeren van een watertoets/infiltratieonderzoek niet noodzakelijk.

4.3 Ecologie en stikstof In de Wet natuurbescherming zijn de soortenbescherming (ten aanzien van flora en fauna) en gebiedsbescherming (ten aanzien van Natura2000-gebieden) geregeld. De bepalingen uit deze wet dienen te worden nageleefd bij nieuwe planologische activiteiten. Plangebied Soortenbescherming Om te kunnen bepalen of er in een bepaald plangebied (habitats van) beschermde plant- en diersoorten aanwezig zijn wordt, in de meeste gevallen voorafgaand aan een ruimtelijke ontwikkeling een quickscan flora en fauna uitgevoerd. Mocht uit deze quickscan blijken dat er geen (habitats van) beschermde flora- en fauna aanwezig zijn dan is daarmee aan de onderzoeksplicht voldaan. Is er naar aanleiding van deze quickscan wel sprake van aanwezigheid of vermoeden van voorkomen van (habitats van) beschermde plan- en diersoorten dan dient in veel gevallen een vervolgonderzoek hierover meer duidelijkheid te verschaffen. Artikel 1.11 Wnb voorziet in een algemene zorgverplichting voor een ieder om voldoende zorg te dragen voor Natura2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. In de voorbereiding op het beoogde planvoornemen is een ecologische quickscan uitgevoerd door Ecolybrium. De resultaten van de ecologische quickscan zijn in het navolgende weergegeven.

Ecolybrium, Rapportage Quickscanonderzoek Ecologische Waarden Priester Kooksweg te Ohé en Laak, kenmerk 23-1471, d.d. 09.11.2023 (separate bijlage 3). Conclusies - Beide terreinen en de aanwezige bebouwing vormen in geen enkel opzicht geschikt broedbiotoop voor vogels met jaarrond beschermde nesten. Effecten en daarmee

Bestemmingsplan woonwagenstandplaats Ohé en Laak Gemeente Maasgouw

- pagina 26 -

Toelichting

-

-

-

-

knelpunten in het kader van de Wet natuurbescherming treden daarmee niet op. Nader onderzoek is niet aan de orde; d De beoogde herinrichting leiden niet tot een vernietiging en/of aantasting van vaste rusten verblijfplaatsen en/of foerageergebieden en primaire vliegroutes van vleermuizen. Vervolgonderzoek is daarmee niet noodzakelijk. Op de locatie is geen sprake van optimaal ontwikkeld habitat voor dagvlinders, libellen, amfibieën, vissen, reptielen, grondgebonden zoogdieren en overige ongewervelden. Effecten hierop treden dan ook niet op. In het kader van de Wet natuurbescherming kan gesteld worden dat er geen knelpunten optreden ten aanzien van beschermde en/of bijzondere soorten. Nader soortgericht onderzoek is daarmee dan ook niet noodzakelijk. Vervolgmaatregelen, zoals het aanvragen van een ontheffing of het opstellen van een verplantingsplan is eveneens niet aan de orde. In het kader van de Wet natuurbescherming kan geconcludeerd worden dat de werkzaamheden uitgevoerd kunnen worden, zoals beoogd.

Derhalve vormt het aspect ecologie geen belemmering voor het onderhavige plan. Gebiedsbescherming Voor de Natura2000-gebieden geldt dat aanwijzingsbesluiten zijn opgesteld waarin staat voor welke soorten en habitats het betreffende gebied is aangewezen en welke instandhoudingsdoelstellingen er gelden voor deze soorten en habitats. Stikstofdepositie De stikstofdepositie die ontstaat als gevolg van bepaalde ruimtelijke ontwikkelingen kan een probleem vormen voor zowel de verwezenlijking van de instandhoudingsdoelstellingen voor de stikstofgevoelige habitattypen en soorten in veel Natura2000-gebieden als voor het mogelijk maken van economische ontwikkelingen die stikstofdepositie veroorzaken op deze gebieden. Nederland telt 162 Natura2000-gebieden. 118 van deze Natura2000-gebieden kennen een te hoge achtergronddepositie. Deze te hoge achtergronddepositie zorgt voor een stikstofdeken, die tot gevolg heeft dat in veel Natura2000-gebieden de zogenoemde kritische depositiewaarden voor de aangewezen habitattypen ruim worden overschreden. Een overschrijding van de kritische depositiewaarde brengt het risico met zich mee dat de kwaliteit van habitattypen worden aangetast als gevolg van de verzurende en/of vermestende invloed van stikstofdepositie. Deze negatieve effecten worden veroorzaakt door de uitstoot van stikstof en ammoniak.

Deze stoffen komen vrij bij alle verbrandingsprocessen en door ammoniakemissies in de landbouw. De voornaamste bronnen zijn verkeer, industrie en landbouw. Ter voorbereiding op de realisering van het onderhavige bouwplan is een AERIUSstikstofdepositieberekening uitgevoerd. De resultaten van deze berekening zijn onderstaand beschreven. V.P.A., AERIUS-berekening Toevoegen van een woonwagenstandplaats Priester Kooksweg te Ohé en Laak, rapportnummer 2023.53-AERIUS, d.d. 25.09.2023 (separate bijlage 4). Conclusies Uit de rekenresultaten van AERIUS-Calculator blijkt dat ten gevolge van de beoogde planontwikkeling de stikstofdepositie op Natura2000-gebieden in ieder geval niet hoger dan 0,00 mol/ha/jaar is. Derhalve zijn ‘significante (negatieve) effecten’ op de beschermde natuurgebieden als gevolg van de stikstofdepositie uit te sluiten. Een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) is derhalve niet aan de orde. De berekening toont aan dat het aspect stikstofdepositie geen beperkingen oplevert ten aanzien van het beoogde planvoornemen.

Bestemmingsplan woonwagenstandplaats Ohé en Laak Gemeente Maasgouw

- pagina 27 -

Toelichting

4.4 Archeologie en cultuurhistorie d De Erfgoedwet is thans de Nederlandse uitwerking van het Verdrag van Malta. De wet is een raamwet, die regelt hoe Rijk, provincies en gemeenten bij hun ruimtelijke plannen rekening moet houden met het erfgoed in de bodem. De gemeenten zijn in deze tot bevoegd gezag aangewezen en dienen de archeologische en cultuurhistorische belangen op een goede manier te verweven in het ruimtelijk beleid. Archeologie Zoals in paragraaf 1.4 reeds is aangegeven geeft het vigerend bestemmingsplan ‘Ohé en Laak’ en het ontwerpbestemmingsplan ‘Paraplubestemmingsplan Archeologie Maasgouw’ geen archeologische verwachtingswaarde aan voor het plangebied. Archeologisch onderzoek is derhalve niet aan de orde en het aspect archeologie levert geen belemmeringen op voor dit plan. Cultuurhistorie Uit de cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Maasgouw blijkt dat er geen monumenten of overige cultuurhistorisch waardevolle elementen zijn aangeduid binnen het plangebied en de directe omgeving. Het aspect cultuurhistorie vormt derhalve geen belemmering voor de vaststelling van het bestemmingsplan.

4.5 Milieuzonering In het kader van een ‘goede ruimtelijke ordening’ (art. 3.1 Wro) dient het bevoegd gezag bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen een goed woon- en leefklimaat te kunnen garanderen. Dit heeft met name te maken met de uitstraling van eventuele omliggende bedrijfsactiviteiten op de toekomstige woonwagenstandplaats dan wel de omgekeerde werking, waarbij de toekomstige woonwagenstandplaats een belemmering kan vormen bij de uitvoering van de bestaande bedrijfsactiviteiten in de omgeving van het plangebied. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de VNG-brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’ uit 2009. Volgens de VNG-brochure gelden richtafstanden voor functies tot gevoelige functies zoals wonen. De maatgevende hindertypen zijn geur, stof, geluid en gevaar. Volgens de VNG-brochure mag, bij ligging in een gebied waar meerdere bestemmingen zijn toegekend en nabijgelegen relevante geluidbronnen, worden uitgegaan van het omgevingstype ‘gemengd gebied’. Daarbij kan de richtafstand met een stap omlaag worden gebracht. Ten oosten en ten zuiden van het plangebied zijn de sportvelden van de lokale tennis- en voetbalvereniging gelegen. Voor een veldsportcomplex (met verlichting) zijn specifieke richtafstanden opgenomen in de VNG-brochure. Deze zijn weergegeven onder de SBI-code 931 ‘Veldsportcomplex (met verlichting)’.

In navolgende tabel zijn de richtafstanden voor deze functie weergegeven (op basis van de gebiedsclassificatie ‘rustige woonwijk’ en ‘gemengd gebied’): Activiteit Veldsportcomplex (met verlichting) → Rustige woonwijk Veldsportcomplex (met verlichting) → Gemengd gebied

Geluid 50

Gevaar 0

Stof 0

Geur 0

30

0

0

0

Plangebied Gezien de ligging van het plangebied in de omgeving van sportvelden en woonfuncties kan worden geconcludeerd dat er sprake is van een ‘gemengd gebied’. Derhalve kunnen de richtafstanden een stap omlaag worden gebracht. In het onderhavige geval wordt enkel de richtafstand voor het aspect ‘geluid’ teruggebracht tot 30 meter. De richtafstanden voor de aspecten gevaar, geur en stof bedragen 0 meter. Logischerwijs wordt aan deze richtafstanden voldaan. Het aspect ‘geluid’ is reeds beschouwd in subparagraaf 4.1.2. Op basis van voorgaande overwegingen kan worden Bestemmingsplan woonwagenstandplaats Ohé en Laak Gemeente Maasgouw

- pagina 28 -

Toelichting

geconcludeerd dat ter plaatse van de nieuw te realiseren woning sprake is van een goed woon- en leefklimaat en nabijgelegen bedrijven niet worden belemmerd door het planvoornemen. d

Bestemmingsplan woonwagenstandplaats Ohé en Laak Gemeente Maasgouw

- pagina 29 -

Toelichting

5 Planopzet

d

5.1 Inleiding Overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) worden door middel van de op de verbeelding aangegeven bestemmingen en daarop betrekking hebbende regels de in het plan begrepen gronden voor bepaalde doeleinden aangewezen. Daarbij worden regels gegeven voor het bouwen van bouwwerken en voor het gebruik van de bouwwerken en onbebouwde gronden. De juridische regeling is opgebouwd conform de SVBP2012, de landelijke standaard voor het vervaardigen van bestemmingsplannen, die bij de invoering van het nieuwe Bro als verplichte opbouw is opgenomen. Ook is bij de gebruikte terminologie in dit bestemmingsplan aangesloten op de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Het bestemmingsplan ‘Woonwagenstandplaats Priester Kooksweg Ohé en Laak’ bestaat formeel uit een verbeelding en regels. Deze gaan vergezeld van een toelichting waarin het plan en de daaraan ten grondslag liggende beleidsmatige afwegingen zijn verwoord. De indeling van de regels is hierna beknopt en artikelsgewijs aangegeven.

5.2 Indeling van de regels 5.2.1 Hoofdstuk 1 Inleidende regels (art. 1 en 2) Dit hoofdstuk bevat twee artikelen. Artikel 1 bevat de definities van begrippen die van belang zijn bij de toepassing van het plan. Het tweede artikel betreft de wijze van meten waarin wordt aangegeven hoe bij toepassing van de regels wordt gemeten. In beide artikelen is conform de SVBP2012 een aantal standaardbegrippen en een aantal standaard meetwijzen opgenomen. 5.2.2 Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels (art. 3 en 4) In dit hoofdstuk worden regels gegeven voor de binnen het plangebied beoogde (dubbel)bestemmingen en functies. Per artikel zijn de doeleinden c.q. de toegelaten gebruiksvormen van de gronden aangegeven. In beginsel is iedere vorm van bebouwing die past binnen de desbetreffende bestemming tot een bepaalde omvang rechtstreeks (dus zonder voorafgaande afwijking of wijziging) toegestaan. Indien wordt voldaan aan de voorgeschreven maatvoering en positionering, kan hiervoor in de regel zonder meer een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen worden verleend. Hierover meer in paragraaf 5.3. 5.2.3 Hoofdstuk 3 Algemene regels (art. 5 t/m 11) Dit hoofdstuk bevat de volgende algemene regels (deels ingegeven door de verplichting vanuit paragraaf 3.2 van het Bro deze bepalingen op te nemen in ieder bestemmingsplan): een anti-dubbeltelregel (art. 5); algemene bouwregels (art.

6): in dit artikel zijn bepalingen opgenomen over parkeernormen, bestaande afwijkende afstanden en maten en over ondergronds bouwen; algemene gebruiksregels (art. 7): hierin worden onder meer de vormen van gebruik, die in strijd zijn met de aan de grond gegeven bestemming, verboden; algemene afwijkingsregels (art. 8): hierin wordt bepaald in welke gevallen burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het plan middels een omgevingsvergunning ex artikel 2.1 sub c. en artikel 2.12 sub 1. onder 1e van de Wabo (de zogenaamde binnenplanse afwijking); het betreft hier onder andere afwijkingen voor maten, afmetingen en percentages tot 10% en het mogelijk maken van een grotere bouwhoogte voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde. algemene wijzigingsregels (art. 9): hierin wordt bepaald onder welke voorwaarden burgemeester en wethouders bevoegd zijn het plan te wijzigen; het betreft hier beperkte wijzigingen van bestemmingsgrenzen. Specifieke wijzigingsbevoegdheden die van toepassing zijn op bepaalde bestemmingen worden waar nodig de bestemmingsregels opgenomen; Bestemmingsplan woonwagenstandplaats Ohé en Laak Gemeente Maasgouw

- pagina 30 -

Toelichting

-

-

algemene procedureregels (art. 10): hierin wordt geregeld welke procedure moet worden gevolgd in geval van toepassing d van omgevingsvergunningen, nadere eisen en wijzigingsbevoegdheden; overige regels (art. 11): hierin is een regeling omtrent parkeren en laden en lossen opgenomen.

5.2.4 Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels (art. 12 en 13) In het overgangsrecht is bepaald dat bouwwerken, die op het moment van de tervisielegging van het plan aanwezig zijn, mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bouwregels. Het gebruik van grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment waarop het plan rechtskracht verkrijgt, mag worden gehandhaafd. Dit overgangsrecht komt voort uit artikel 3.2.1 van het Bro en is een verplicht onderdeel van de regels. In de slotregel wordt aangegeven onder welke naam de regels kunnen worden aangehaald.

5.3 Artikelsgewijze beschrijving bestemmingsregels In het navolgende worden de in hoofdstuk 2 van de regels opgenomen bestemmingsregels (artikelen 3 en 4) kort toegelicht. Artikel 3: Enkelbestemming Wonen Het volledige plangebied wordt middels de vaststelling van het bestemmingsplan bestemd tot “Wonen” met functieaanduiding ‘woonwagenstandplaats’. De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen in woonwagens, met de daarbij behorende tuinen en erven, parkeervoorzieningen, (ondergrondse) waterhuishoudkundige voorzieningen, waterlopen en waterpartijen, voorzieningen van algemeen nut, groenvoorzieningen, voet- en fietspaden en speelvoorzieningen. Voor het plangebied is een aanduiding ‘woonwagenstandplaats’ opgenomen. Ter plaatse van deze aanduiding mag één woonwagen worden geplaatst. Er zijn afwijkingsmogelijkheden van de gebruiksregels opgenomen voor aan huis gebonden beroepen, consumentverzorgende ambachtelijke bedrijfsactiviteiten en mantelzorg. De sportvelden aan de oostzijde van het plangebied veroorzaken een bepaalde geluiduitstraling voor de woonwagenstandplaats binnen het plangebied. Om deze geluiduitstraling te voorkomen dient aan de oostzijde van het plangebied een geluidwerende voorziening te worden opgericht in de vorm van een geluidscherm met een hoogte van 2,5 meter.

De locatie van het geluidscherm is vastgelegd op de verbeelding behorende bij dit bestemmingsplan. Artikel 4: Dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterbergend rivierbed’ Het plangebied kent tevens de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterbergend rivierbed’. De voor ‘Waterstaat – Waterbergend rivierbed’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor een waterbergende functie.

Bestemmingsplan woonwagenstandplaats Ohé en Laak Gemeente Maasgouw

- pagina 31 -

Toelichting

6 Uitvoerbaarheid

d

6.1 Economische uitvoerbaarheid Exploitatieplan In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is in artikel 6.2.1 een opsomming gegeven van de ruimtelijke ontwikkelingen die worden beschouwd als ‘bouwplan’ in de zin van 6.12 Wro waarvoor een exploitatieplan dient te worden vastgesteld indien het kostenverhaal niet anderszins is geregeld (dat wil zeggen indien men geen anterieure privaatrechtelijke overeenkomst heeft kunnen sluiten met de ontwikkelende partij). Onderhavig bestemmingsplan omvat een ruimtelijke ontwikkeling (‘het bouwen van één of meer woningen’) welke op basis van artikel 6.2.1 vergezeld dienen te gaan van een exploitatieplan dan wel waarvan het kostenverhaal anderszins dient te worden geregeld. Het onderhavige plan betreft een initiatief van gemeente Maasgouw. Derhalve is kostenverhaal niet aan de orde en is het opstellen van een exploitatieplan niet noodzakelijk.

6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Zienswijzen ex art. 3.8 Wro Het ontwerp van het bestemmingsplan ‘Woonwagenstandplaats Priester Kooksweg Ohé en Laak’ heeft op grond van artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening vanaf 15 december 2023 gedurende zes weken voor eenieder zowel digitaal (via www.gemeentemaasgouw.nl en www.ruimtelijkeplannen.nl) als fysiek (in het gemeentehuis te Maasbracht) ter inzage gelegen. Hierbij is de mogelijkheid geboden binnen deze termijn schriftelijke en/of mondelinge zienswijzen in te dienen bij de gemeenteraad. Een en ander is conform het daartoe in de Wet ruimtelijke ordening en de Algemene wet bestuursrecht bepaalde openbaar bekend gemaakt middels publicatie op 14 december 2023. Gedurende voornoemde periode zijn geen zienswijzen ingediend. Vaststellingsprocedure Het bestemmingsplan ‘Woonwagenstandplaats Priester Kooksweg Ohé en Laak’ is in de raadsvergadering van 16 april 2024 vastgesteld door de gemeenteraad van Maasgouw.

Bestemmingsplan woonwagenstandplaats Ohé en Laak Gemeente Maasgouw

- pagina 32 -

Toelichting

7 Handhavingsparagraaf d Een bestemmingsplan is voor de gemeente een belangrijk instrument om haar ruimtelijk beleid vorm te geven. Door middel van een combinatie van positieve bestemmingen en het uitsluiten van bepaalde activiteiten en functies kan sturing plaatsvinden van gewenste en ongewenste ontwikkelingen. Een belangrijk aspect hierbij is de handhaving en het toezicht op de naleving van het bestemmingsplan. Deze handhaving is van cruciaal belang om de in het plan opgenomen ruimtelijke kwaliteiten ook op langere termijn daadwerkelijk te kunnen vasthouden. Daarnaast is de handhaving van belang uit een oogpunt van rechtszekerheid: alle bewoners en gebruikers dienen door de gemeente op eenzelfde wijze daadwerkelijk aan het plan worden gehouden. In dit bestemmingsplan is daarom allereerst gestreefd naar een zo groot mogelijke eenvoud van in het bijzonder de regels. Hoe groter de eenvoud (en daarmee de toegankelijkheid en leesbaarheid), hoe groter in de praktijk de mogelijkheden om toe te zien op de naleving van het plan. In de bouwregels zijn maten opgenomen die van toepassing zijn op gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Te realiseren gebouwen en andere bouwwerken moeten voldoen aan deze maatvoering, zo niet, dan kan het college van burgemeester en wethouders geen omgevingsvergunning verlenen.

Gebruiksregels worden opgenomen om gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken en ongewenste ontwikkelingen uit te sluiten. Toetsing aan de gebruiksregels is aan de orde bij functiewisseling of nieuwvestiging. De doelstellingen van het ruimtelijke beleid kunnen slechts verwezenlijkt worden, indien de regels van het bestemmingsplan worden nageleefd.

Bestemmingsplan woonwagenstandplaats Ohé en Laak Gemeente Maasgouw

- pagina 33 -

Milieutechnisch Adviesbureau Heel BV

RAPPORT VERKENNEND BODEM- EN ASBESTONDERZOEK PRIESTER KOOKSWEG (ONG.) TE OHÉ EN LAAK

140230320/R2

Verkennend bodem- en asbestonderzoek Priester Kooksweg (ong.) te Ohé en Laak

Milieutechnisch Adviesbureau Heel BV

VERANTWOORDING Titel

: Verkennend bodem- en asbestonderzoek Priester Kooksweg (ong.) te Ohé en Laak

Status

: Definitief

Opdrachtgever

: Gemeente Maasgouw Postbus 7000 6050 AA Maasbracht

Contactpersoon

: Mevr. C. van de Goor

Projectnummer

: 140230320/R2

Projectleider

: Dhr. drs. M.A.J. de Vaan

Opsteller rapport

: Dhr. ing. M.A.E. Andriën

Controle rapport

: Dhr. drs. M.A.J. de Vaan

Gecertificeerd monsternemer

: Dhr. R. Derksen en dhr. P. Stienen (assistent)

Directie

: Dhr. ing. E.G.C. van Horen

Handtekening

:

Datum

: 26 september 2023

Milieutechnisch Adviesbureau Heel BV Postbus 5049 6097 ZG Heel

tel. : fax. : e-mail :

0475 – 573231 0475 – 571509 advies@mah-bv.nl

Milieutechnisch Adviesbureau Heel BV beschikt over de volgende certificaten: NEN-EN-ISO 9001: 2015 nr. EC-KWA-01349, VCA** nr. EC-VCA-20240, Monsterneming voor partijkeuring gronden protocollen 1001 en 1002 nr. EC-SIK-10049, Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek protocollen 2001, 2002, 2003 en 2018 nr. EC-SIK-20307, Milieukundige begeleiding van (water)bodemsanering, ingrepen in de waterbodem en nazorg protocollen 6001 en 6003 nr. ECSIK-60066 en SCA Procescertificaat voor asbestinventarisatie volgens SC-540 nr. 07-D070088. In § 1.3 staat beschreven welke certificering van toepassing is op de werkzaamheden beschreven in dit rapport. Niets uit deze uitgave mag vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de opdrachtgever..

140230320/R2

Verkennend bodem- en asbestonderzoek Priester Kooksweg (ong.) te Ohé en Laak

Milieutechnisch Adviesbureau Heel BV

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING ..................................................................................................................... 1 1.1 1.2 1.3 1.4

2

VOORONDERZOEK ...................................................................................................... 2 2.1 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8

3

Toetsingskader........................................................................................................ 7 Analyseresultaten .................................................................................................... 9 Bespreking analyseresultaten ................................................................................. 9 Toetsing van de onderzoekshypothese ................................................................... 9 Bepaling veiligheidsklasse volgens CROW 400 .....................................................10

VERKENNEND ASBESTONDERZOEK ...................................................................... 11 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6 6.7

7

Veldonderzoek ........................................................................................................ 6 Laboratoriumonderzoek .......................................................................................... 6

RESULTATEN EN INTERPRETATIE ............................................................................ 7 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5

6

Hypothese ............................................................................................................... 5 Onderzoeksopzet .................................................................................................... 5

VELD- EN LABORATORIUMONDERZOEK .................................................................. 6 4.1 4.2

5

Situering onderzoekslocatie .................................................................................... 2 Historische en huidige informatie............................................................................. 3 Milieuvergunningen ................................................................................................. 3 Voorgaand bodemonderzoek .................................................................................. 3 Boven- en/of ondergrondse opslagtanks ................................................................. 4 Asbest ..................................................................................................................... 4 Veldinspectie ........................................................................................................... 4

HYPOTHESE EN ONDERZOEKSOPZET ..................................................................... 5 3.1 3.2

4

Aanleiding onderzoek .............................................................................................. 1 Onderzoeksdoel ...................................................................................................... 1 Waarborg en geldigheid .......................................................................................... 1 Opbouw van het rapport .......................................................................................... 1

Onderzoeksopzet ...................................................................................................11 Veldonderzoek .......................................................................................................11 Visuele inspectie maaiveld .....................................................................................11 Visuele inspectie proefgaten en monsterneming ....................................................11 Laboratoriumonderzoek .........................................................................................12 Resultaten asbestonderzoek ..................................................................................12 Bespreking analyseresultaten ................................................................................12

SAMENVATTING EN CONCLUSIES........................................................................... 13

140230320/R2

Verkennend bodem- en asbestonderzoek Priester Kooksweg (ong.) te Ohé en Laak

Milieutechnisch Adviesbureau Heel BV

BIJLAGEN 1 Topografische kaart 2 Kadastrale ligging 3 Situatieschets met boorpunten 4 Profielbeschrijvingen 5a Toetsing resultaten grond aan achtergrond- en interventiewaarden 5b Toetsing resultaten grond aan bodemfunctieklassen 5c Toetsing resultaten grondwater aan streef- en interventiewaarden 5d Bepaling veiligheidsklasse volgens CROW 400 6 Laboratoriumcertificaten 7 Luchtfoto 8 Locatiefoto’s 9 Foto’s proefvakken 10 Gegevens vooronderzoek 11 Afkortingen, termen, normen, toetsingskader

140230320/R2

Verkennend bodem- en asbestonderzoek Priester Kooksweg (ong.) te Ohé en Laak

Milieutechnisch Adviesbureau Heel BV

1

INLEIDING

1.1

Aanleiding onderzoek

In opdracht van de gemeente Maasgouw is door Milieutechnisch Adviesbureau Heel BV (MAH BV) een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd op een locatie gelegen aan Priester Kooksweg (ong.) te Ohé en Laak. Aanleiding voor het onderzoek vormen de voorgenomen bestemmingsplanherziening en de uit te voeren (graaf)werkzaamheden. 1.2

Onderzoeksdoel

Het doel van het onderzoek is aan te tonen dat de grond en/of grondwater redelijkerwijs gesproken geen verontreinigingen bevatten die schadelijk kunnen zijn voor de volksgezondheid en/of milieu in het algemeen en zodoende enige beperking of belemmering kunnen vormen ten aanzien van de voorgenomen bestemmingsplanherziening en uit te voeren (graaf)werkzaamheden.

1.3

Waarborg en geldigheid

Het veldwerk is door MAH BV uitgevoerd onder certificaat EC-SIK-20307 “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek (vigerende versie) en conform protocol 2001 ‘Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen het nemen van grondmonsters en waterpassen’ (vigerende versie), conform protocol 2002 ‘Het nemen van grondwatermonsters’ (vigerende versie) en/of conform protocol 2018 ‘Locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem’ (vigerende versie). Aangezien de onderzoekslocatie geen eigendom is van MAH BV of de overige aan deze bedrijven gelieerde ondernemingen binnen de holding Bloem Beheer BV wordt voldaan aan de eisen van onafhankelijkheid uit de BRL 2000. Dit bodemonderzoek is door MAH BV met de grootste zorg en conform de vigerende richtlijnen uitgevoerd. Desondanks kunnen de onderzoeksresultaten afwijkingen vertonen met de werkelijke situatie aangezien de resultaten een momentopname zijn en onderhevig kunnen zijn aan veranderingen als gevolg van biologische, chemische en/of fysische processen in de bodem. 1.4

Opbouw van het rapport

In hoofdstuk 2 worden de resultaten van het vooronderzoek beschreven. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek wordt in hoofdstuk 3 de onderzoekshypothese en de daarbij te hanteren onderzoeksopzet vastgesteld. Hoofdstuk 4 beschrijft het veld- en laboratoriumonderzoek. Vervolgens worden in hoofdstuk 5 de resultaten uiteengezet van het veld- en laboratoriumonderzoek en wordt de onderzoekshypothese getoetst. In hoofdstuk 6 de resultaten van het asbestonderzoek beschreven. Tenslotte worden in hoofdstuk 7 de samenvatting en conclusies genoemd.

140230320/R2

Verkennend bodem- en asbestonderzoek Priester Kooksweg (ong.) te Ohé en Laak

1/13

Milieutechnisch Adviesbureau Heel BV

2

VOORONDERZOEK

2.1

Situering onderzoekslocatie

De onderzoekslocatie is gelegen aan de rand van een woonkern ter plaatse van Ohé en Laak. In de directe omgeving van de onderzoekslocatie zijn 2 stacaravans, woonhuizen, landbouwgronden en een sportaccommodatie gelegen. De onderzoekslocatie is ten zuiden van de Priester Kooksweg en ten westen van de Pr. Beatrixlaan gesitueerd. In bijlage 1 is de geografische ligging van de onderzoekslocatie opgenomen. De coördinaten in het centrum van de onderzoekslocatie zijn globaal: X = 185.912, Y = 347.130. Kadastraal staat de locatie bekend onder de gemeente Maasbracht, sectie P, perceelnummers 3380 en 3381 (beide gedeeltelijk). Een overzichtstekening van de kadastrale ligging is opgenomen in bijlage 2. De oppervlakte van de onderzoekslocatie bedraagt circa 400 m2. Bron: - Kadaster.

2.2

Bodemkundige, geologische en geohydrologische gegevens

Uit de bodemkaart van Nederland (1:50.000) blijkt dat de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie bestaat uit Kalkhoudende ooivaaggronden (Rd10A). Deze bodems zijn gevormd in lichte zavel. De geohydrologische gesteldheid hangt nauw samen met de geohydrologische opbouw van het gebied. De geohydrologische opbouw van de bodem in Midden-Limburg wordt in belangrijke mate bepaald door een zuidzuidoost noordnoordwest lopend breukensysteem. De drie hoofdbreuken zijn de Feldbiss, de Peelrandbreuk en de Tegelenbreuk. Door deze breuken is het gebied van west naar oost onderverdeeld in de Roerdalslenk, de Peelhorst en de Slenk van Venlo. De onderzoekslocatie is gelegen in de Roerdalslenk. In tabel 1 is een overzicht gegeven van de geologische bodemopbouw in de omgeving van de onderzoekslocatie. Tabel 1: Overzicht geohydrologische bodemopbouw Globale diepte Geohydrologische Lithografische eenheid (m-mv) eenheid 0–5 Deklaag (Zanddiluvium) Holoceen Nuenen groep 5 – 25

25 – 100 100 – 250

Eerste watervoerende pakket

Scheidende laag Tweede watervoerende pakket

Formatie van Veghel Formatie van Sterksel Formatie van Kedichem Formatie van Tegelen Brunssumklei Waubachzanden Mioceen e.a. tertiare afz.

Lithologie bovenlaag: zandige klei onderlaag: uiterst fijn tot middel fijn zand en leem middel grof tot uiterst grof zand zand zand fijnzandige leem en klei zand

De stromingsrichting van het grondwater is westelijk. Het grondwater bevindt zich ter plaatse van de onderzoekslocatie op een diepte van circa 21 m+NAP. De hoogteligging van de locatie bedraagt circa 26 à 27 m+NAP. Op basis hiervan kan het grondwater op de onderzoekslocatie op een diepte van circa 5 à 6 m-mv aangetroffen worden.

140230320/R2

Verkennend bodem- en asbestonderzoek Priester Kooksweg (ong.) te Ohé en Laak

2/13

Milieutechnisch Adviesbureau Heel BV

De onderzoekslocatie ligt niet in een grondwaterwingebied en/of beschermingsgebied. Bronnen: - Bodemkaart van Nederland (STIBOKA, Wageningen 1972); - Geologische Overzichtskaart van Nederland (RGD Haarlem 1975); - Grondwaterkaart van Nederland 1977 (Dienst Grondwaterverkenning TNO, Delft); - Grondwaterkaart van Limburg 1990 (Dienst grondwaterverkenning Provincie Limburg, VWM); - GIS-viewer Provincie Limburg.

2.3

Historische en huidige informatie

Voor zover op de topografische kaarten te zien is, is de onderzoekslocatie en de directe omgeving tot 2004 niet bebouwd en voor zover bekend alleen in gebruik geweest als landbouwgrond. Op topografische kaarten en/of luchtfoto’s van 2004 tot heden is ter plaatse van de onderzoekslocatie en de directe omgeving bebouwing te zien. Verder is ten zuiden van de huidige onderzoekslocatie een sportaccommodatie te zien. Momenteel bevindt zich ter plaatse van de onderzoekslocatie een romneyloods, een berging en een elektriciteitshuisje. Van het buitenterrein is het maaiveld grotendeels verhard met klinkers en wordt gebruikt voor het stallen van woonwagens en/of het parkeren van auto’s. het overige deel van het buitenterrein bestaat uit een grasveld. Bronnen: - Gemeente Maasgouw; - Topotijdreis.nl; - Bodemarchief MAH-BV.

2.4

Milieuvergunningen

Op de onderzoekslocatie vinden geen in het kader van de Wet Milieubeheer vergunningsplichtige activiteiten plaats. Bron: Gemeente Maasgouw.

2.5

Voorgaand bodemonderzoek

Uit de omgevingsrapportage (zie bijlage 10-1) van de gemeente Maasgouw blijkt dat ter plaatse van de huidige onderzoekslocatie niet eerder bodemonderzoek is verricht. In de directe omgeving is ten noorden van de Priester Kooksweg te Ohé en Laak (door Econsultancy BV een verkennend bodemonderzoek (kenmerk MM-2332, d.d. 12 december 1995) is uitgevoerd (zie bijlage 10-2). Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat ter plaatse van de onderzoekslocatie in zowel de bovenals de ondergrond licht verhoogde gehalten aan nikkel, zink en/of cadmium zijn aangetoond. De licht verhoogde gehalten aan zware metalen zijn mogelijk te relateren aan de bijmengingen aan bouwpuin en/of diffuse bodemverontreiniging. Bij het Bodemloket is geen informatie bekend over het voorkomen van eventuele bodemverontreinigingen ter plaatse van en in directe omgeving van de huidige onderzoekslocatie.

140230320/R2

Verkennend bodem- en asbestonderzoek Priester Kooksweg (ong.) te Ohé en Laak

3/13

Milieutechnisch Adviesbureau Heel BV

Uit de bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart Regio Limburg Noord blijkt dat onderhavige locatie gelegen is binnen het gebied met de bodemfunctieklasse wonen. Uit de ontgravingskaart blijkt dat zowel de boven- als de ondergrond (onder voorwaarde) voldoet aan de kwaliteitsklasse landbouw/natuur. Uit de PFAS bodemkwaliteitskaart Regio Limburg Noord blijkt dat zowel de boven- als de ondergrond voldoet aan de kwaliteitsklasse landbouw/natuur. Op basis van de bodemkwaliteitskaart Regio Limburg Noord en de historische gegevens zijn ter plaatse van de onderzoekslocatie in de bodem geen puntbronnen te verwachten aan PFAS en/of GenX. De onderzoekslocatie wordt derhalve als onverdacht beschouwd voor wat betreft het voorkomen van PFAS (anders dan diffuus) en/of GenX in de bodem. Bronnen: - Archief MAH-BV; - Bodemloket; - Gemeente Maasgouw.

2.6

Boven- en/of ondergrondse opslagtanks

Ter plaatse van de onderzoekslocatie en in de directe omgeving zijn geen boven- en/of ondergrondse opslagtanks gesitueerd (geweest). Bron: - Gemeente Maasgouw.

2.7

Asbest

Voor zover bekend hebben op de onderzoekslocatie nimmer bedrijfsmatige activiteiten met asbest zoals productie en/of bewerking plaatsgevonden. Daarnaast is geen informatie bekend over de mogelijke dempingen of ophogingen met asbesthoudende materialen in de bodem. Er zijn voor zover bekend geen calamiteiten geweest (bv. brand) waarbij asbesthoudende materialen zijn vrijgekomen. Op de onderzoekslocatie zijn geen gebouwen gesitueerd (geweest) waarop uitpandig asbesthoudende materialen zijn toegepast (geweest). Omdat onder klinkerverharding mogelijk puinhoudende funderingslaag aanwezig is wordt de locatie vooralsnog als asbestverdacht beschouwd. 2.8

Veldinspectie

Bij de veldinspectie is het maaiveld ter plaatse van de onderzoekslocatie visueel geïnspecteerd op het voorkomen van asbestverdachte materialen. Bij deze inspectie zijn geen asbestverdachte materialen op het maaiveld waargenomen. Verder zijn tijdens de veldinspectie geen bijzonderheden waargenomen die duiden op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging.

140230320/R2

Verkennend bodem- en asbestonderzoek Priester Kooksweg (ong.) te Ohé en Laak

4/13

Milieutechnisch Adviesbureau Heel BV

3

HYPOTHESE EN ONDERZOEKSOPZET

3.1

Hypothese

De onderzoekslocatie is als verdacht te beschouwen voor wat betreft het voorkomen van verhoogde gehalten aan zware metalen, PAK, minerale olie en/of asbest in de bodem/funderingslaag als gevolg van de aanwezigheid van puin, baksteen en/of diffuse bodemverontreiniging. 3.2

Onderzoeksopzet

Het verkennend bodemonderzoek is gebaseerd op de richtlijnen van de NEN-5740 uitgegeven door het Nederlands Normalisatie Instituut in april 2016. Op basis van de gegevens uit het vooronderzoek is gekozen voor de strategie voor een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming (VED-HE-NL). In tabel 2 staat de onderzoeksopzet voor het verkennend bodemonderzoek weergegeven. Tabel 2: Onderzoeksstrategie Aantal boringen

Boringdiepte (m-mv)

Chemische analyse*

3

0,0 – 0,5

2

0,0 – 2,01)

3 x NEN grond van de verdachte bodemlaag (waarvan 1 analyse voor de boring t.p.v. romneyloods) 1 x PFAS van bovengrond. 1 x NEN grond van de onverdachte ondergrond

1) indien grondwater wordt aangetroffen binnen 5 m-mv zal 1 boring worden afgewerkt met een peilbuis tot een diepte van 1,5 m-grondwaterspiegel. Het grondwatermonster zal worden geanalyseerd op het NEN pakket grondwater. * zie bijlage 11.

Omdat uit het vooronderzoek blijkt dat de onderzoekslocatie mogelijk voorzien is van een puinhoudende funderingslaag, wordt gelijktijdig met het verkennend bodemonderzoek ook een verkennend asbestonderzoek uitgevoerd. Het verkennend asbestonderzoek is opgenomen in hoofdstuk 6.

140230320/R2

Verkennend bodem- en asbestonderzoek Priester Kooksweg (ong.) te Ohé en Laak

5/13

Milieutechnisch Adviesbureau Heel BV

4

VELD- EN LABORATORIUMONDERZOEK

4.1

Veldonderzoek

Het veldwerk is uitgevoerd op 16 augustus 2023. De gebruikte afkortingen, normen, termen en toetsingskader zijn weergeven in bijlage 11. In bijlage 3 is een situatieschets met de ligging van de boorpunten opgenomen. De profielbeschrijvingen van de grondboringen zijn opgenomen in bijlage 4. De aan het opgeboorde materiaal relevante zintuiglijk waargenomen bodemvreemde bijmengingen staan weergegeven in tabel 3. In de opgeboorde/ opgraven grond zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen. Tabel 3: Relevante zintuiglijke waarnemingen Boring

Bodemtraject (m-mv)

Zintuiglijke waarnemingen en mate*

01

0,0-0,5

BA0, BE0, GL5

05

0,2-0,5

ST5

mate: 0 = zeer zwak (sporen), 1 = zwak, 2 = matig, 3 = sterk, 4 = uiterst, 5 = volledig, PU = puin, KO = kooltjes, SI = sintels, ST = stol.

Omdat geen toegang werd verleend tot de romneyloods is deze boring bij de ingang geplaatst. Het grondwater is bemonsterd op 16 augustus 2023. De stijghoogte, de zuurgraad (pH), het elektrisch geleidend vermogen (EC-meting) en de troebelheid (NTU) van het grondwater op de datum van de monsterneming zijn weergegeven in tabel 4. Tabel 4: Resultaten monsterneming peilbuis Peilbuis

Filterstelling (m-mv)

Stijghoogte (m-mv)

pH

EC (µS/cm2)

Troebelheid (NTU)

PB bestaand

4,75-5,75

4,27

6,51

598

9,08

Omdat op de onderzoekslocatie nog een werkende peilbuis aanwezig is, is besloten voor het grondwateronderzoek hiervan gebruik te maken. 4.2

Laboratoriumonderzoek

De analyses zijn uitgevoerd door het milieulaboratorium van SGS Analytics BV te Rotterdam (Sterlab geaccrediteerd). De uitgevoerde analyses zijn opgenomen in tabel 5. Tabel 5: Uitgevoerde analyses Samenstelling analyse(meng)monster

Analyse Nummer

Boornummer(s) en bodem/filtertraject (cm-mv)

MM 1

01 (0-50)

NEN-pakket grond

MM 2

02 (15-50)

NEN-pakket grond

MM 3

03 (15-50) 04 (20-50)

NEN-pakket grond + PFAS

MM 4

01 (50-100) 02 (50-100) 03 (50-100) 04 (50-70) 04 (100-150) 04 (150-200) 05 (50-100) 05 (100-150)

NEN-pakket grond

PB bestaand

PB bestaand (475-575)

NEN-pakket grondwater

Analysepakket*

* zie bijlage 11

140230320/R2

Verkennend bodem- en asbestonderzoek Priester Kooksweg (ong.) te Ohé en Laak

6/13

Milieutechnisch Adviesbureau Heel BV

5

RESULTATEN EN INTERPRETATIE

5.1

Toetsingskader

De analyseresultaten van de grondmonsters zijn voor de interventiewaarde getoetst aan de vigerende Circulaire Bodemsanering en voor de achtergrondwaarden en bodemfunctieklassen (generiek beleid) aan de toetswaarden uit de vigerende Regeling Bodemkwaliteit. De analyseresultaten van de grondwatermonsters zijn getoetst aan de toetsingswaarden zoals vermeld vigerende Circulaire Bodemsanering. Om de mate van de aangetoonde verontreiniging van de onderzochte bodemmonsters (watermonsters) aan te geven wordt de volgende terminologie gebruikt: -

gehalten < AW2000 (S-waarde)

:

-

niet verontreinigd;

-

AW2000 (S-waarde) < gehalten < T-waarde

:

*

licht verontreinigd;

-

T-waarde < gehalten < I-waarde

:

**

matig verontreinigd;

-

gehalten > I-waarde

:

*** sterk verontreinigd.

Voor nadere informatie over de toetsingswaarden wordt verwezen naar bijlage 11. De gehalten PFAS zijn daarnaast indicatief getoetst aan de normen zoals vermeld in het Handelingskader PFAS van december 2021. In tabel 6 zijn de toepassings- / toetsingsnormen weergegeven. Tabel 6: toepassingsnormen voor het toepassen van grond en baggerspecie (in µg/kg d.s.) Toepassingswaarde (µg/kg d.s.) (2) (3) 4) (5) (7)

Categorie

Toepassingssituatie

4.1

Op de landbodem Grond en baggerspecie toepassen boven grondwaterniveau(1)

4.2

Bodemkwaliteitsklasse

Bodemfunctieklasse

Wonen of industrie

Wonen of industrie

Landbouw / natuur

Wonen of industrie

Landbouw / natuur, wonen of industrie

Landbouw / natuur

4.3

Baggerspecie verspreiden, als bedoeld in artikel 35, onder f, Bbk (verspreiden van baggerspecie op aangrenzend perceel of weilanddepot) Grond en baggerspecie grootschalig toepassen

4.4

Grond en baggerspecie toepassen in grondwaterbeschermingsgebieden

4.5, vervallen

Grond en baggerspecie toepassen onder grondwaterniveau, met inbegrip van grootschalige toepassing In een oppervlaktewaterlichaam (9)

4.6, vervallen

140230320/R2

Grond toepassen

PFOS = 3 PFOA = 7 Overige PFAS = 3 PFOS = 1,4 PFOA = 1,9 Overige PFAS = 1,4 PFOS = 1,4 PFOA = 1,9 Overige PFAS = 1,4 PFOS = 3 PFOA = 7 Overige PFAS = 3 PFOS = 3 PFOA = 7 Overige PFAS = 3 Gebiedskwaliteit, indien niet bekend 0,1 Vervalt, zie categorie 4.1, 4.2 en 4.3 Vervalt, zie categorie 4.8.2, 4.9.1 en 4.9.2

Verkennend bodem- en asbestonderzoek Priester Kooksweg (ong.) te Ohé en Laak

7/13

Milieutechnisch Adviesbureau Heel BV

Vervolg tabel 6: toepassingsnormen voor het toepassen van grond en baggerspecie (in µg/kg d.s.) Categorie

Toepassingssituatie

4.7

Baggerspecie verspreiden in hetzelfde oppervlaktewaterlichaam of (10) aansluitende (sedimentdelende) stroomafwaarts gelegen oppervlaktewaterlichamen (als bedoeld in artikel 35, onder g, Bbk Baggerspecie toepassen in hetzelfde oppervlaktewaterlichaam in ophogingen in waterbouwkundige constructies, uitgezonderd de diepe plas, als bedoeld in artikel 35, onder d, Bbk. Het in een ander oppervlaktewaterlichaam uitgezonder een diepe plas (1): • verspreiden van baggerspecie (bij niet-sedimentdelende oppervlaktewaterlichamen) als bedoeld in artikel 35, onder g Bbk en • het toepassen van baggerspecie en grond in ophogingen in waterbouwkundige constructies als bedoeld in artikel 35, onder d, Bbk.

4.8.1

4.8.2

4.9.1

Baggerspecie en grond toepassen in niet-vrijliggende diepe plassen die in open verbinding staan met rijkswater(1)(6)

Toepassingswaarde (µg/kg d.s.) (2) (3) 4) (5) (7) Toepasbaar, wel meten en toetsen op uitschieters(8). Toepasbaar, wel meten en toetsen op uitschieters(8) Rijkswater: PFOS = 3,7 PFOA = 0,8 overige PFAS = 0,8 Anders: PFOS = 1,1 PFOA = 0,8 overige PFAS = 0,8 PFOS = 3,7 PFOA = 0,8 Overige PFAS = 0,8

4.9.2 Baggerspecie en grond toepassen in andere diepe plassen dan bedoeld onder 4.9.1(5)(6)

PFOS = 1,1 PFOA = 0,8 Overige PFAS = 0,8

Voetnoten bij tabel: 1) Onder ‘diepe plas’ wordt verstaan: Een met water gevulde verdieping / put in de (water)bodem die ontstaan is als gevolg van zand-, grind-, of kleiwinning of dijkdoorbraak (zoals wielen en kolken). Onder ‘vrijliggende diepe plas’ wordt verstaan: diepe plas, die niet is gelegen in een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk en die bovendien boven de spronglaag nauwelijks wordt gevoed door oppervlaktewater van elders (de verblijftijd van het water is voor 90% van het jaar langer dan een maand). Als de diepe plas is gelegen in een groter oppervlaktewaterlichaam wordt de rest van het oppervlaktewaterlichaam beschouwd als oppervlaktewater van elders. Onder ‘niet-vrijliggende diepe plas’ wordt verstaan: diepe plas, gelegen in een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk, of diepe plas die niet aan de definitie van vrijliggende plas voldoet. Deze definities zijn afkomstig uit de 'Handreiking voor het herinrichten van diepe plassen'. 2) Op de waarden uit deze tabel hoeft geen bodemtypecorrectie te worden toegepast als het gehalte van organische stof minder dan 10% bedraagt. Als het gehalte organisch stof ligt tussen 10-30% dient wel een bodemtypecorrectie uitgevoerd te worden. Als het gehalte organisch stof boven de 30% is aangetoond dient het gehalte organisch stof van 30% gebruikt te worden bij de bodemtypecorrectie.

3) Tenzij een lokale maximale waarde is vastgesteld (zie paragraaf 5). 4) PFOS en PFOA worden getoetst aan de hand van de sommatie van de concentraties lineair en vertakt. Overige PFAS worden getoetst per stof (dus niet gesommeerd). 5) Voor plassen waar nog geen verondieping heeft plaatsgevonden, kan niet van de toepassingswaarde in detabel worden uitgegaan. In deze gevallen zal de waterbeheerder als bevoegd gezag in overleg met gemeente en provincie een uitvoerige afweging moeten maken of deze verondieping gewenst is en welke voorwaarden hieraan moeten worden gesteld. Hierbij moet op basis van de zorgplichten zelf worden bepaald welke kwaliteit grond en baggerspecie verantwoord kan worden toegepast. 6) Alleen indien in de nabijheid van de diepe plas geen kwetsbaar object is gelegen. Hiervoor is een toetsingskader opgenomen in de Handreiking voor de herinrichting van diepe plassen. 7) Indien meetgehalten onder de bepalingsgrens liggen, mag de beoordelaar naar analogie van bijlage G, onderdeel IV van de Rbk (Regeling bodemkwaliteit), ervan uitgaan dat de kwaliteit van de grond, grondwater, baggerspecie, bodem, bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam voldoet aan de toepassingswaarden. 8) Metingen om uitschieters te identificeren zijn bedoeld om te bepalen of er in partijen mogelijk sprake kan zijn van puntbronvervuilingen.

Als vuistregel kan hiervoor de P95-waarde van een bepaalde PFAS worden gehanteerd. Bagger uit rijkswateren: In 2007 is voor een aantal metalen het onderscheid tussen matig verontreinigde locaties en hot spots gemaakt op basis van bagger uit het rivierengebied (Maas en Rijn). Per stof zijn uit deze gegevens P95-waarden afgeleid. Destijds zijn geen PFAS gemeten, maar aangevuld met recente projecten van RWS is hieruit een P95-percentiel af te leiden: PFOS = 8,2 μg/kg d.s., PFOA = 0,8 μg/kg d.s., EtFOSAA = 5,5 μg/kg d.s., MeFOSAA = 1,0 μg/kg d.s.. Op basis hiervan kan voor overige PFAS de laagste van de genoemde waarden, 0,8 μg/kg d.s., worden aangehouden. Bagger uit regionale wateren: In 2019 is in het kader van het herverontreinigingsniveau (HVN) een inventarisatie uitgevoerd van de gehalten PFAS in bagger uit regionale watergangen. Hiervoor zijn PFAS-gehalten verzameld en verwerkt in een database. Uitsluitend voor de stoffen die voldoende vaak zijn gemeten, zijn uit deze gegevens P95-waarden afgeleid: PFOS = 2,2 μg/kg d.s., PFOA = 0,9 μg/kg d.s., EtFOSAA = 1,8 μg/kg d.s. Voor overige PFAS kan de waarde 0,8 μg/kg d.s., worden aangehouden. Hogere dan voornoemde waarden in respectievelijk bagger uit rijkswateren en regionale wateren kunnen een aanwijzing zijn voor de aanwezigheid van een puntbronvervuiling in de partij.

Wat vervolgens de mogelijkheden zijn voor de betreffende partij, hangt onder meer af van de aantallen gemeten uitschieters, de hoogte van de gemeten waarden en de lokale situatie. Dit is aan het bevoegd gezag om te beoordelen. 9) Hier wordt met ‘oppervlaktewaterlichaam’ bedoeld: samenhangend geheel van vrij aan het aardoppervlak voorkomend water, met de daarin aanwezige stoffen, alsmede de bijbehorende bodem en oevers (met uitzondering van uitdrukkelijk krachtens de Waterwet aangewezen drogere oevergebieden), alsmede flora en fauna. 10) Oppervlaktewaterlichamen zijn ‘sedimentdelend’ als sediment vrij uitgewisseld kan worden tussen de oppervlaktewaterlichamen door stroming, wind of getij.

140230320/R2

Verkennend bodem- en asbestonderzoek Priester Kooksweg (ong.) te Ohé en Laak

8/13

Milieutechnisch Adviesbureau Heel BV

5.2

Analyseresultaten

De analyseresultaten staan vermeld in de toetsingstabellen van bijlage 5. De laboratoriumcertificaten zijn opgenomen in bijlage 6. De aangetoonde verontreinigingen zijn in tabel 7 samengevat. Tabel 7: Aangetoonde verontreinigingen Samenstelling analyse(meng)monster Analysenummer

Toetsing

Boornummer(s) en bodem/filtertraject (cm-mv)

WBB

BBK (hergebruik)

MM 1

01 (0-50)

Cd*, Co*, Pb*, Zn*

industrie

MM 2

02 (15-50)

Cd*, Co*, Pb*, Ni*, Zn*

wonen

MM 3

03 (15-50) 04 (20-50)

Cd*, Pb*, Zn*

wonen PFAS = klasse landbouw/natuur

MM 4

01 (50-100) 02 (50-100) 03 (50-100) 04 (50-70) 04 (100-150) 04 (150-200) 05 (50-100) 05 (100-150)

Cd*, Co*

altijd toepasbaar

PB bestaand

PB bestaand (475-575)

1,1,1-trichloorethaan*

n.v.t.

* ** ***

5.3

geen verhoogde gehalten aangetoond; gehalte groter dan de achtergrondwaarde (streefwaarde); gehalte groter dan de tussenwaarde; gehalte groter dan de interventiewaarde.

AP BBK WBB

alle parameters; Besluit Bodemkwaliteit; Wet Bodembescherming;

Bespreking analyseresultaten

In de verdachte bodemlaag (0,0 – 0,5 m-mv) zijn licht verhoogde gehalten aan zware metalen aangetoond (MM1 t/m MM3). De licht verhoogde gehalten aan zware metalen zijn mogelijk te relateren aan diffuse bodemverontreiniging. Uit een indicatieve toetsing aan het Besluit Bodemkwaliteit blijkt dat de verdachte bodemlaag (bovengrond) bij hergebruik voldoet aan de klasse wonen of industrie. In de bovengrond voldoen de gehalten aan PFAS bij de toepassing op of in landbodem (met uitzondering van een grondwaterbeschermingsgebied) aan de klasse landbouw/natuur. In de onverdachte ondergrond (0,5 – 2,0 m-mv) zijn licht verhoogde gehalten aan zware metalen aangetoond (MM4). De licht verhoogde gehalten aan zware metalen zijn mogelijk te relateren aan diffuse bodemverontreiniging. Uit een indicatieve toetsing aan het Besluit Bodemkwaliteit blijkt dat de ondergrond bij hergebruik altijd toepasbaar is. In het grondwater is een licht verhoogd gehalte met 1,1,1-trichloorethaan aangetoond (PB bestaand). Aangezien dat ter plaatse van de onderzoekslocatie geen aanwijsbare bron aanwezig is, is het licht verhoogd gehalte met 1,1,1-trichloorethaan in het grondwater diffuse bodemverontreiniging.

5.4

Toetsing van de onderzoekshypothese

De hypothese ‘verdacht’ ten aanzien van het voorkomen van verhoogde gehalten aan zware metalen, PAK en/of minerale olie wordt deels bevestigd. De licht verhoogde gehalten aan zware metalen in zowel de boven- als de ondergrond geeft ons inziens geen aanleiding voor het uitvoeren van een nader bodemonderzoek.

140230320/R2

Verkennend bodem- en asbestonderzoek Priester Kooksweg (ong.) te Ohé en Laak

9/13

Milieutechnisch Adviesbureau Heel BV

5.5

Bepaling veiligheidsklasse volgens CROW 400

Er heeft een bepaling van de voorlopige veiligheidsklasse plaatsgevonden. Voor (graaf)werkzaamheden binnen de onderzoekslocrtie is geen sprake van een veiligheidsklasse, wel dient de basishygiëne te worden gehanteerd (zie bijlage 5D).

140230320/R2

Verkennend bodem- en asbestonderzoek Priester Kooksweg (ong.) te Ohé en Laak

10/13

Milieutechnisch Adviesbureau Heel BV

6

VERKENNEND ASBESTONDERZOEK

6.1

Onderzoeksopzet

Het verkennend asbestonderzoek is gebaseerd op de NEN 5707 richtlijn uitgegeven door het Nederlands Normalisatie Instituut. Voor de onderzoekslocatie is gekozen voor de strategie volgens paragraaf 6.4.5, voor een verdachte locatie met diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld, uit de NEN 5707. Conform deze strategie worden ter plaatse van de onderzoekslocatie 4 proefgaten gegraven van minimaal 30 x 30 cm en 50 cm diep. Het uitkomende materiaal wordt uitgeharkt / gezeefd en visueel geïnspecteerd op het voorkomen van asbestverdachte materialen. De bevindingen worden vastgelegd in een monsternemingsformulier en veldwerkrapportage. Bij het aantreffen van asbestverdachte materialen worden materiaalmonsters genomen en (eventueel) geanalyseerd conform de NEN 5896. De situatie per proefgat wordt tevens fotografisch vastgelegd. Om te kunnen vaststellen dat de norm voor asbest in de bodem niet wordt overschreden, worden van de fijne fractie (< 20 mm) minimaal 1 mengmonster samengesteld en geanalyseerd op asbest. 6.2

Veldonderzoek

Het veldwerk is door MAH BV uitgevoerd op 16 augustus 2023 bij voldoende licht, geen neerslag en het zicht bedroeg meer dan 50 meter. 6.3

Visuele inspectie maaiveld

Tijdens de visuele inspectie van het maaiveld zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen.

6.4

Visuele inspectie proefgaten en monsterneming

Per proefgat is het uitkomende materiaal uitgeharkt/gezeefd over een zeef 20 mm. In de grove fractie (> 20 mm) zijn visueel geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Van elk proefgat is een boorbeschrijving gemaakt. Deze boorbeschrijvingen zijn opgenomen in bijlage 4. In bijlage 9 zijn de foto’s van de proefgaten en de vrijgekomen materialen opgenomen. Omdat in de grove fractie (> 20 mm) geen asbestverdachte materialen zijn waargenomen, is conform de onderzoeksopzet 1 mengmonster (ASB2) samengesteld uit de gezeefde bodemfractie (<20 mm) bestaand uit 20 grepen van minimaal 0,5 kg (totaal minimaal 10 kg ds).

140230320/R2

Verkennend bodem- en asbestonderzoek Priester Kooksweg (ong.) te Ohé en Laak

11/13

Milieutechnisch Adviesbureau Heel BV

6.5

Laboratoriumonderzoek

Het mengmonster van de fijne fractie is ter analyse aangeboden bij het milieulaboratorium van SGS Analytics BV te Rotterdam. Het mengmonster (ASB2) is conform de NEN 5898 (grond) kwantitatief onderzocht op het voorkomen van asbest. 6.6

Resultaten asbestonderzoek

Een samenvatting van de analyses (fijne fractie) is weergegeven in tabel 8. De laboratoriumcertificaten zijn in bijlage 6 opgenomen. Tabel 8: Overzicht analyseresultaten fijne fractie (< 20 mm) Monsternummer

Diepte (cm-mv)

ASB2

0-50

Proefgat

Niet hecht gebonden

Gewogen concentratie (mg/kg.ds)

Ondergrens gewogen concentratie (mg/kg.ds)

Bovengrens gewogen concentratie (mg/kg.ds)

01

<2

<2

<2

<2

De totale asbestconcentratie in de grond wordt bepaald door de aanwezigheid van asbest in de grove fractie (> 20 mm) en de fijne fractie (< 20 mm). Deze concentraties dienen daarom normaal gesproken bij elkaar te worden opgeteld. Omdat in de grove fractie geen asbest is waargenomen bepaalt in dit geval het gehalte van de fijne fractie de asbestconcentratie. 6.7

Bespreking analyseresultaten

Uit de analyses van het mengmonster (ASB2) blijkt dat in de fijne fractie de restconcentratienorm van 100 mg/kg ds en de norm voor nader onderzoek (50 mg/kg ds) niet wordt overschreden.

140230320/R2

Verkennend bodem- en asbestonderzoek Priester Kooksweg (ong.) te Ohé en Laak

12/13

Milieutechnisch Adviesbureau Heel BV

7

SAMENVATTING EN CONCLUSIES

Naar aanleiding van het verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd op een locatie gelegen aan Priester Kooksweg (ong.) te Ohé en Laak wordt het volgende geconcludeerd: - Aanleiding voor het onderzoek vormen de voorgenomen bestemmingsplanherziening en (graaf)werkzaamheden ter plaatse van de onderzoekslocatie met een oppervlakte van circa 400 m2. - In de opgeboorde /opgegraven grond zijn plaatselijk bijmengingen aan baksteen, beton, glas en/of stol waargenomen. - In de opgeboorde/opgegraven grond zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen. - Verkennend bodemonderzoek In de verdachte bodemlaag (0,0 – 0,5 m-mv) zijn licht verhoogde gehalten aan zware metalen aangetoond (MM1 t/m MM3). De licht verhoogde gehalten aan zware metalen zijn mogelijk te relateren aan diffuse bodemverontreiniging. Uit een indicatieve toetsing aan het Besluit Bodemkwaliteit blijkt dat de verdachte bodemlaag (bovengrond) bij hergebruik voldoet aan de klasse wonen of industrie. In de bovengrond voldoen de gehalten aan PFAS bij de toepassing op of in landbodem (met uitzondering van een grondwaterbeschermingsgebied) aan de klasse landbouw/natuur. In de onverdachte ondergrond (0,5 – 2,0 m-mv) zijn licht verhoogde gehalten aan zware metalen aangetoond (MM4). De licht verhoogde gehalten aan zware metalen zijn mogelijk te relateren aan diffuse bodemverontreiniging.

Uit een indicatieve toetsing aan het Besluit Bodemkwaliteit blijkt dat de ondergrond bij hergebruik altijd toepasbaar is. In het grondwater is een licht verhoogd gehalte met 1,1,1-trichloorethaan aangetoond (PB bestaand). Aangezien dat ter plaatse van de onderzoekslocatie geen aanwijsbare bron aanwezig is, is het licht verhoogd gehalte met 1,1,1-trichloorethaan in het grondwater hoogst waarschijnlijk te relateren aan diffuse bodemverontreiniging. - Asbestonderzoek In de grove fractie (> 20 mm) zijn visueel geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Uit de analyses van het mengmonster (ASB2) blijkt dat in de fijne fractie de restconcentratienorm van 100 mg/kg ds en de norm voor nader onderzoek (50 mg/kg ds) niet wordt overschreden. De resultaten van onderhavig onderzoek vormen ons inziens geen bezwaar ten aanzien van de voorgenomen bestemmingsplanherziening van de onderzoekslocatie. Indien bij graafwerkzaamheden grond vrijkomt, wordt geadviseerd deze ter plaatse te herverwerken. Voor eventuele afvoer dient, om de mogelijkheden van hergebruik / afvoer definitief vast te stellen, een onderzoek conform de AP04 richtlijnen (BBK) te worden uitgevoerd (doorlooptijd circa 3 weken).

In geval van afvoer van grond wordt geadviseerd zo spoedig mogelijk een onderzoek conform de voornoemde richtlijn te laten uitvoeren hetgeen bij aanvang van de grondwerkzaamheden kosten en tijd zal besparen.

140230320/R2

Verkennend bodem- en asbestonderzoek Priester Kooksweg (ong.) te Ohé en Laak

13/13

Milieutechnisch Adviesbureau Heel BV

BIJLAGEN

140230320/R2

Verkennend bodem- en asbestonderzoek Priester Kooksweg (ong.) te Ohé en Laak

Milieutechnisch Adviesbureau Heel BV

BIJLAGE 1 TOPOGRAFISCHE KAART BRON: KADASTER

= globale ligging onderzoekslocatie

140230320/R2

Verkennend bodem- en asbestonderzoek Priester Kooksweg (ong.) te Ohé en Laak

Milieutechnisch Adviesbureau Heel BV

BIJLAGE 2 KADASTRALE LIGGING BRON: KADASTER

140230320/R2

Verkennend bodem- en asbestonderzoek Priester Kooksweg (ong.) te Ohé en Laak

Milieutechnisch Adviesbureau Heel BV

= globale ligging onderzoekslocatie

140230320/R2

Verkennend bodem- en asbestonderzoek Priester Kooksweg (ong.) te Ohé en Laak

Milieutechnisch Adviesbureau Heel BV

BIJLAGE 3 SITUATIESCHETS MET BOORPUNTEN

140230320/R2

Verkennend bodem- en asbestonderzoek Priester Kooksweg (ong.) te Ohé en Laak

bestaande peilbuis

N

01

1

2

04

05 3

4

02

5

03

A

D Filename: 140.23.0320-1

Auto C

0

2

4

6

8

tegels

gras

beton asfalt

grind

klinker

fotopunt

10

tel. : 0475-573231 fax : 0475-571509

M A H

SCHAAL 1:200 /A4

Adviesbureau Heel BV

Milieutechnisch

projectleider : EH tekenaar : EH projectnr. : 140.23.0320 datum : 05-09-2023 versie : EH

Gemeente Maasgouw

opdrachtgever:

Priester Kooksweg te Ohé en Laak

project:

Aan deze tekening kunnen geen rechten worden ontleend

2

proefgat

boring tot 0,5 m-mv boring tot 1,0 m-mv

onderzoekslocatie

LEGENDA

situatietekening verkennend bodem- en asbestonderzoek

bijlage 3

Milieutechnisch Adviesbureau Heel BV

BIJLAGE 4 PROFIELBESCHRIJVINGEN

140230320/R2

Verkennend bodem- en asbestonderzoek Priester Kooksweg (ong.) te Ohé en Laak

Boring: 0

01

Sleufbreedte: 0,30 Sleuflengte: 0,30

Boring: 0

0 Zand matig fijn, matig siltig, zwak humeus, zwak plantenresten houdend, zwak wortelhoudend, zwak steenhoudend, sporen baksteen, resten glas, sporen beton, neutraal grijsbruin, Schep

A SB02 1

-50

50

02

Sleufbreedte: 0,30 Sleuflengte: 0,30

0

1

-15

AMM01 2 -50

50 Leem, sterk zandig, zwak grindig, licht geelbeige, Edelmanboor

2

3

-100

100

Boring: 0

klinker

0

04

Sleufbreedte: 0,30 Sleuflengte: 0,30

-8

1

-15

AMM01 2 -50

50

0

Zand zeer grof, matig siltig, matig grindig, zwak roesthoudend, licht grijsbeige, Schep Leem, zwak zandig, zwak grindig, matig steenhoudend, zwak roesthoudend, neutraal beigegrijs, Schep

1

-20

AMM01 2 -50

50 3

-70

4 -100

100

-100

100

150

6

200

0

-200

05

Sleufbreedte: 0,30 Sleuflengte: 0,30

0

klinker

-8

1

-20

A SB01 2 -50

50

Zand zeer grof, matig siltig, matig grindig, zwak roesthoudend, donker grijsbeige, Schep Volledig stol, zwak roesthoudend, neutraal geeloranje, Schep, Grofzandig stol met leemlaagjes Leem, sterk zandig, neutraal bruingeel, Edelmanboor

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Maasgouw&id=8cafb529-5e89-4eb3-b08e-e8c2684f573d