Bijlage 1: bestemmingsplan inclusief bijlagen
Tekst van het document
Bestemmingsplan woonwagenstandplaats Priester Kooksweg Ohé en Laak Gemeente Maasgouw
COLOFON Opdrachtgever:
Gemeente Maasgouw
IDN-nummer: Versie: Status: Datum:
NL.IMRO.1641.BPL122VG01 vastgesteld 16 april 2024
Projectnummer:
VPA 2023.53
Regels
Inhoud
d
1 Inleidende regels 3 Artikel 1 Begrippen .......................................................................................................................... 3 Artikel 2 Wijze van meten ................................................................................................................ 8 2 Bestemmingsregels 9 Artikel 3 Wonen ............................................................................................................................... 9 Artikel 4 Waterstaat – Waterbergend rivierbed ............................................................................ 12 3 Algemene regels 13 Artikel 5 Anti-dubbeltelregel ......................................................................................................... 13 Artikel 6 Algemene bouwregels ..................................................................................................... 13 Artikel 7 Algemene gebruiksregels ................................................................................................ 14 Artikel 8 Algemene afwijkingsregels .............................................................................................. 14 Artikel 9 Algemene wijzigingsregels ..............................................................................................
15 Artikel 10 Algemene procedureregels ........................................................................................... 15 Artikel 11 Overige regels................................................................................................................ 16 4 Overgangs- en slotregels 17 Artikel 12 Overgangsrecht ............................................................................................................. 17 Artikel 13 Slotregel ........................................................................................................................ 17 Bijlage 1 Staat van inrichtingen .................................................................................................... 18
Bestemmingsplan woonwagenstandplaats Ohé en Laak Gemeente Maasgouw
- pagina 2 -
Regels
1 Inleidende regels
d
Artikel 1 Begrippen 1.1 plan: het bestemmingsplan 'Woonwagenstandplaats Priester Kooksweg Ohé identificatienummer NL.IMRO.1641.BPL122-VG01 van de gemeente Maasgouw.
en
Laak'
met
1.2 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlage. 1.3 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4 aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5 aan huis gebonden beroep: de uitoefening van een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, paramedisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerp technisch of hiermee gelijkstellend gebied dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende bijgebouwen met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend door de feitelijke hoofdbewoner van de woning. Hieronder dienen in ieder geval niet te worden begrepen de uitoefening van ambachten en detailhandel. 1.6 achtererfgebied: erf aan de achterkant en niet naar het openbaar toegankelijke gebied gekeerde zijkant, op meer dan 1 meter van de voorkant, van het hoofdgebouw. 1.7 achtergevellijn: denkbeeldige lijn die strak loopt langs de achtergevel van een gebouw tot aan de perceelsgrenzen.
1.8 afhankelijke woonruimte: een onderdeel van het hoofdgebouw of (aangebouwd) bijgebouw waarin een gedeelte van de voor mantelzorg of inwonende ouders bedoelde huishouding is gehuisvest. 1.9 antenne-installatie: installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een of meer techniekkasten opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie. 1.10 antennedrager: antennemast of andere constructie bedoeld voor de bevestiging van een antenne. 1.11 shortstay-arbeidsmigrantenhuisvesting: het huisvesten van legale werknemers van bedrijven, die tijdelijk in Nederland verblijven. 1.12 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.
Bestemmingsplan woonwagenstandplaats Ohé en Laak Gemeente Maasgouw
- pagina 3 -
Regels
1.13 bebouwingspercentage: een in de regels aangegeven percentage, dat d de grootte van het bouwperceel dan wel bouwvlak, zoals bepaald in de regels, aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd. 1.14 bedrijf; een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen van wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan gebonden beroepen daaronder niet begrepen. 1.15 beperkt kwetsbaar object; object zoals omschreven in artikel 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). 1.16 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak. 1.17 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.18 bijgebouw een gebouw dat in functioneel en ruimtelijk opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw en dat ten dienste staat van dat hoofdgebouw. 1.19 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.20 bouwgrens: de grens van een bouwvlak. 1.21 bouwlaag: een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke bouwhoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en kapverdieping.
1.22 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.23 bouwperceelgrens: een grens van een bouwperceel. 1.24 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.25 bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.26 consumentverzorgende ambachtelijke bedrijfsactiviteiten; het beroepsmatig uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid gericht op consumentverzorging geheel of overwegend door middel van handwerk en waarbij de omvang van de activiteiten in een woning en de daarbij behorende bijgebouwen zodanig is dat de woonfunctie in overwegende mate wordt gehandhaafd en uitsluitend door de feitelijke hoofdbewoner van de woning wordt uitgeoefend. Hieronder dienen in ieder geval niet te worden begrepen de uitoefening van Bestemmingsplan woonwagenstandplaats Ohé en Laak Gemeente Maasgouw
- pagina 4 -
Regels
detailhandel (behoudens beperkte verkoop in het klein in het kader van het uitgeoefende beroep) alsmede prostitutie, seksinrichting en escortbedrijf. d 1.27 detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die de goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een aan huis gebonden beroep of consumentverzorgende ambachtelijke bedrijfsactiviteiten. 1.28 dienstverlening: het verlenen van economische, (para-)medische en maatschappelijke diensten aan derden, waarbij een rechtstreekse relatie bestaat met het publiek, zoals reisbureaus, bankinstellingen, postkantoren, verzekerings- en/of administratiekantoren, makelaarskantoren, advocaten- en/of notariskantoren, uitzendbureaus, apotheken, praktijkvestigingen voor tandtechniek, kapsalons, schoonheidssalons, nagelstudio's, schoenmakerijen, kleermakerijen en video-/dvdverhuurbedrijven, fotostudio's en hondentrimsalons. 1.29 erotisch getint bedrijf; een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotischpornografische aard plaatsvinden.
Onder een erotisch getint bedrijf worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub, of een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.30 functie: doeleinden ten behoeve waarvan gebruik van gebouwen en/of gronden of aangewezen delen daarvan, is toegestaan. 1.31 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.32 hoofdgebouw: een gebouw, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. 1.33 hoofdverblijf; de plaats die fungeert als het centrum van de sociale en maatschappelijke activiteiten van betrokkene en welke een voor permanente bewoning geschikte verblijfplaats is, dat ten minste bestaat uit een keuken, woon-, was- en slaapgelegenheid. 1.34 horeca; het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken, het bedrijfsmatig exploiteren van zaalaccommodatie en/of het bedrijfsmatig verstrekken van nachtverblijf. 1.35 huishouden: een persoon of een groep personen die een huishouding voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan.
Bedrijfsmatige kamerverhuur en verhuur ten behoeve van arbeidsmigranten wordt daaronder niet begrepen. 1.36 inwoning: het bewonen van een woonruimte die deel uitmaakt van een woonruimte die door een ander huishouden in gebruik is, met dien verstande dat dit slechts toegestaan is in het hoofdgebouw, dan Bestemmingsplan woonwagenstandplaats Ohé en Laak Gemeente Maasgouw
- pagina 5 -
Regels
wel in met het hoofdgebouw verbonden bijbehorende bouwwerken. d 1.37 kamerbewoning: het gebruik van een hoofdgebouw of met het hoofdgebouw verbonden bijbehorende bouwwerken door meer dan twee onzelfstandige huishoudens. 1.38 mantelzorg: het bieden van zorg aan een ieder die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak, op vrijwillige basis en buiten organisatorisch verband. 1.39 omgevingsvergunning: omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 of 2.2 Wabo. 1.40 ondergeschikte bouwonderdelen schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 1.41 ondergronds bouwwerk: een (gedeelte van) een bouwwerk, waarvan de bovenkant van de vloer is gelegen op ten minste 1,75 meter beneden peil. 1.42 overkapping/carport: een bouwwerk, geen gebouw zijnde, omsloten door maximaal één wand en voorzien van een gesloten dak, waaronder begrepen een carport. 1.43 pand: de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is. 1.44 parkeervoorzieningen: elke al dan niet overdekte stallingsgelegenheid ten behoeve van gemotoriseerd verkeer. 1.45 perceelgrens: een grenslijn tussen bouwpercelen onderling. 1.46 permanente woning; bewoning van een verblijf als hoofdverblijf.
1.47 prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding, waaronder in ieder geval begrepen prostitutiebedrijf en raamprostitutie. 1.48 seksuele dienstverlening: een bedrijfsmatige activiteit gericht op het verrichten van seksuele handelingen en/of het verrichten van erotisch/pornografische vertoningen. 1.49 voorgevel: de naar de openbare weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, die gevel die kennelijk als zodanig moet worden aangemerkt. 1.50 voorgevellijn: denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van een gebouw tot aan de perceelsgrenzen.
Bestemmingsplan woonwagenstandplaats Ohé en Laak Gemeente Maasgouw
- pagina 6 -
Regels
1.51 voorgevelrooilijn: de voorste grens van het bouwvlak die isd gericht naar de weg en waarop de bebouwing is georiënteerd. 1.52 voorzieningen van algemeen nut: voorzieningen ten behoeve van het op het openbare net aangesloten nutsvoorziening, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer en/of het wegverkeer, riolering, straatvoorzieningen waaronder voorzieningen voor afvalstoffen en straatmeubilair. 1.53 waterhuishoudkundige voorzieningen: voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en/of waterkwaliteit zoals duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten etc. 1.54 wet/wettelijke regelingen: indien en voor zover in deze regels wordt verwezen naar wettelijke regelingen c.q. verordeningen e.d., worden de regelingen bedoeld zoals deze luidden op het tijdstip van de tervisielegging van het ontwerpplan, tenzij anders bepaald. 1.55 wonen: het gehuisvest zijn in een woning. 1.56 woning: een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één huishouden. 1.57 woonfunctie: een woning binnen een woonbestemming dan wel een woning die in de regels en/of op de verbeelding als zodanig is aangeduid.
Bestemmingsplan woonwagenstandplaats Ohé en Laak Gemeente Maasgouw
- pagina 7 -
Regels
Artikel 2 Wijze van meten d Bij het toepassen van deze regels wordt als volgt gemeten c.q. gerekend: 2.1 de dakhelling: langs het dakvlak
ten
opzichte
van
het
horizontale
vlak.
2.2 de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.3 de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.4 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.5 de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.6 de ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk: loodrecht vanaf het bouwkundig peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend. 2.7 de oppervlakte van een bouwwerk: a.
b.
voor bouwwerken met wanden: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; voor bouwwerken zonder wanden (open overkappingen en daarmee vergelijkbare bouwwerken geen gebouwen zijnde): de overdekte grondoppervlakte (gemeten loodrecht onder het dakoppervlak).
2.8 afstand tot de bouwperceelgrens: a. b. c. d.
voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; voor een woonwagen, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de gemiddelde hoogte van de bestaande verharding van de standplaats; voor een bouwwerk ten behoeve van spoorwegdoeleinden: de bovenkant van de spoorstaaf.
Bestemmingsplan woonwagenstandplaats Ohé en Laak Gemeente Maasgouw
- pagina 8 -
Regels
2 Bestemmingsregels
d
Artikel 3 Wonen 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b.
wonen; ter plaatse van de aanduiding 'woonwagenstandplaats', het wonen in woonwagens;
met de daarbij behorende: c. d. e. f. g. h. i.
tuinen en erven; parkeervoorzieningen; (ondergrondse) waterhuishoudkundige voorzieningen, waterlopen en waterpartijen; voorzieningen van algemeen nut; groenvoorzieningen; voet- en fietspaden; speelvoorzieningen.
3.2 Bouwregels 3.2.1 Algemeen Op de voor 'Wonen' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: a. b. c.
hoofdgebouwen in de vorm van maximaal 1 woonwagen; bijgebouwen; bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
3.2.2 Hoofdgebouwen (woonwagens) Voor het bouwen van hoofdgebouwen (woonwagens) gelden de volgende bepalingen: a. b. c. d.
ter plaatse van de aanduiding 'woonwagenstandplaats' mag maximaal één woonwagen worden geplaatst; de oppervlakte van een hoofdgebouw (woonwagen) mag niet meer dan 120 m² bedragen; de maximale goothoogte van een hoofdgebouw (woonwagen) mag niet meer bedragen dan 3,30 meter; de maximale bouwhoogte van een hoofdgebouw (woonwagen) mag niet meer bedragen dan 5,50 meter.
3.2.3 Bijgebouwen Voor het bouwen van bijgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. b. c. d.
per hoofdgebouw (woonwagen) mag slechts één bijgebouw worden opgericht waarvan de oppervlakte ten hoogste 25 m² bedraagt; de goothoogte van bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 3,30 meter; de bouwhoogte van bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 5,50 meter; de afstand van het hoofdgebouw (woonwagen) tot een bijgebouw bedraagt tenminste 1 meter.
Bestemmingsplan woonwagenstandplaats Ohé en Laak Gemeente Maasgouw
- pagina 9 -
Regels
3.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen: d a.
b.
de maximale bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt 2 meter, met dien verstande dat de hoogte voor erf- en terreinafscheidingen voor zover gelegen vóór de naar de weg gekeerde gevel maximaal 1 meter mag bedragen; de maximale bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt 3 meter, met uitzondering van openbare verlichting en vlaggenmasten, die een maximale bouwhoogte hebben van 8 meter.
3.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing: a. b. c. d. e.
ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken; ter waarborging van de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving; ter waarborging van de verkeersveiligheid; ter waarborging van de sociale veiligheid; ter waarborging van de brandveiligheid en rampenbestrijding.
3.4 Specifieke gebruiksregels 3.4.1 Aan huis gebonden beroepen De uitoefening van aan huis gebonden beroepen in woningen, is uitsluitend toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. b. c. d. e. f.
de woonfunctie blijft in overwegende mate gehandhaafd; er ontstaan geen onevenredig nadelige gevolgen voor het woonmilieu; er wordt een onevenredige afbreuk gedaan aan het karakter van de woning en de woonomgeving; de parkeerbalans in de directe woonomgeving wordt niet onevenredig nadelig beïnvloed; het oppervlak dat voor de uitoefening van het aan huis gebonden beroep wordt gebruikt, bedraagt niet meer dan 35 m²; de uitoefening van aan huis gebonden beroepen is alleen toegestaan in de tussen de voor- en achtergevellijn gelegen bebouwing.
3.4.2 Verboden gebruik Tot een strijdig gebruik van gronden en opstallen wordt in elk geval verstaan het gebruik voor en/of als: a. b. c. d. e. f. g. h.
afhankelijke woonruimte; permanente of tijdelijke bewoning, voor zover het vrijstaande bijgebouwen betreft; een aan huis gebonden beroep in gebouwen gelegen achter de achtergevellijn; consumentverzorgende ambachtelijke bedrijfsactiviteiten; kamerbewoning; erotisch getinte bedrijven en prostitutie; detailhandel; horeca; Bestemmingsplan woonwagenstandplaats Ohé en Laak Gemeente Maasgouw
- pagina 10 -
Regels
i.
j.
k.
opslag van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van d emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; parkeren in de voortuin.
3.4.3 Voorwaardelijke verplichting geluidscherm Het is uitsluitend toegestaan de voor 'Wonen' aangewezen gronden te gebruiken voor de doeleinden zoals beschreven in artikel 3 lid 1 , indien ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - geluidscherm' [sba-gs] een geluidwerende afscherming met een hoogte van 2,5 meter wordt gerealiseerd en duurzaam in stand wordt gehouden.
3.5 Afwijken van de gebruiksregels 3.5.1 Aan huis gebonden beroepen in gebouwen gelegen achter de achtergevellijn Mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het woonmilieu ter plaatse, de ruimtelijke kwaliteit en het stedenbouwkundige beeld ter plaatse kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van het bepaalde in artikel 3 lid 4.1 sub c en artikel 3 lid 4.1 sub f voor de uitoefening van een aan huis gebonden beroep in gebouwen gelegen achter de achtergevellijn, onder de volgende voorwaarden: a. b. c. d. e.
het oppervlak van de aanwezige bebouwing gelegen achter de achtergevellijn, dat gebruikt wordt voor de uitoefening van aan huis gebonden beroepen, bedraagt niet meer dan 35 m²; de parkeerbalans in de directe woonomgeving wordt niet onevenredig nadelig beïnvloed; de belangen van derden worden niet onevenredig geschaad; er ontstaan geen onevenredig nadelige gevolgen voor het woonmilieu ter plaatse; aan de ruimtelijke kwaliteit en het stedenbouwkundig beeld ter plaatse wordt geen afbreuk gedaan.
3.5.2 Consumentverzorgende ambachtelijke bedrijfsactiviteiten Mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het woonkarakter van de woning en de woonomgeving kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van het bepaalde in artikel 3 lid 4.2 sub d voor de uitoefening van consumentverzorgende ambachtelijke bedrijfsactiviteiten, onder de volgende voorwaarden: a. b.
c. d. e. f. g. h.
de woonfunctie blijft in overwegende mate gehandhaafd; het vloeroppervlak van de aanwezige bebouwing dat voor de uitoefening van consumentverzorgende ambachtelijke bedrijfsactiviteiten wordt gebruikt, bedraagt niet meer dan 35 m²; er wordt geen wezenlijke afbreuk gedaan aan het woonkarakter van de woning en de woonomgeving; de parkeerbalans in de directe woonomgeving wordt niet onevenredig nadelig beïnvloed; detailhandel is alleen toegestaan als ondergeschikte nevenactiviteit; de belangen van derden worden niet onevenredig geschaad; er ontstaan geen onevenredig nadelige gevolgen voor het woonmilieu ter plaatse; aan de ruimtelijke kwaliteit en het stedenbouwkundig beeld ter plaatse wordt geen afbreuk gedaan.
Bestemmingsplan woonwagenstandplaats Ohé en Laak Gemeente Maasgouw
- pagina 11 -
Regels
Artikel 4 Waterstaat – Waterbergend rivierbed d 4.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Waterstaat – Waterbergend rivierbed’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor een waterbergende functie. 4.2 Bouwregels Op de gronden zoals bedoeld artikel 4.1 mag niet worden gebouwd. 4.3 Afwijken van de bouwregels Mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het belang van het waterbergend rivierbed, kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van het bepaalde in artikel 4.2 en toegestaan worden dat op de gronden binnen deze bestemming wordt gebouwd, mits positief advies is verkregen van Rijkswaterstaat. Hierbij wordt door Rijkswaterstaat aan de volgende criteria getoetst: a. b. c. d.
er is sprake van een zodanige situering en uitvoering van de activiteit dat het veilig functioneren van het waterstaatswerk gewaarborgd blijft; er is geen sprake van een feitelijke belemmering voor vergroting van de afvoercapaciteit; er is sprake van een zodanige situering en uitvoering van de activiteit dat de waterstandsverhoging of de afname van het bergend vermogen zo gering mogelijk is, en de resterende waterstandeffecten of de afname van het bergend vermogen worden duurzaam gecompenseerd, waarbij de financiering en de tijdige realisering van de maatregelen verzekerd zijn.
Bestemmingsplan woonwagenstandplaats Ohé en Laak Gemeente Maasgouw
- pagina 12 -
Regels
3 Algemene regels
d
Artikel 5 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 6 Algemene bouwregels 6.1 Algemene bepaling met betrekking tot ondergronds bouwen 6.1.1 Ondergrondse werken Voor het uitvoeren van ondergrondse werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, geen beperkingen. 6.1.2 Ondergrondse bouwwerken Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, de volgende bepalingen: a. b. c. d.
e.
de ondergrondse bouwdiepte van ondergrondse bouwwerken bedraagt maximaal 3 meter onder peil; ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak, met uitzondering van rioolwaterbuffers en grafkelders, die ook buiten het bouwvlak mogen worden opgericht; zowel onder bestaande bebouwing als buiten bestaande bebouwing zijn ondergrondse bouwwerken toegestaan, evenwel met inachtneming van het gestelde onder b.; in aanvulling op het bepaalde onder b. en c. is maximaal 1 niet-overdekt zwembad per bouwperceel toegestaan aan de volgende voorwaarden: 1. het zwembad dient te worden gebouwd achter de achtergevel of het verlengde daarvan en op een afstand van ten minste 3 meter van zijdelingse en achterste perceelsgrens; 2. het zwembad mag niet overdekt zijn, tenzij de regeling voor bijgebouwen als bedoeld in artikel 3 lid 2.3 in acht wordt genomen; 3. het zwembad mag uitsluitend voor hobbymatig gebruik worden benut; bij het berekenen van de blijkens deze regels geldende bebouwingspercentages, of van het in deze regels maximaal te bebouwen oppervlak, wordt de oppervlakte van ondergrondse gebouwen uitsluitend mede in aanmerking genomen als de ondergrondse bouwwerken zich buiten de bestaande bebouwing bevinden.
6.1.3 Afwijken van de bouwregels Mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan archeologische waarden, kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van het bepaalde in artikel 6 lid 1.2 sub a voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken met een ondergrondse bouwdiepte van maximaal 6,6 meter onder peil onder de voorwaarde dat: a. b. c.
de waterhuishouding niet wordt verstoord; de waterwinningen en de grondwaterbescherming niet wordt verstoord; geen afbreuk wordt gedaan aan archeologische waarden.
Bestemmingsplan woonwagenstandplaats Ohé en Laak Gemeente Maasgouw
- pagina 13 -
Regels
6.2 Ondergeschikte bouwonderdelen d Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, uitbouwen, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 meter bedraagt.
Artikel 7 Algemene gebruiksregels Het is verboden de in de artikel 3 bedoelde gronden en bouwwerken te gebruiken en/of te doen en/of laten gebruiken en/of in gebruik te geven op een wijze of tot een doel strijdig met de aan de grond gegeven bestemming, zoals die nader is aangeduid in de bestemmingsomschrijving.
Artikel 8 Algemene afwijkingsregels 8.1 Algemene afwijkingsregels Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van: a. b.
c. d. e.
f.
het afwijken van de in de regels voorgeschreven maatvoering met ten hoogste 10%; de bestemmingsbepalingen en toestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geeft; de bestemmingsbepalingen en toestaan dat bouwgrenzen worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; de bestemmingsregels ten aanzien van de bouwhoogte van overige bouwwerken en toestaan dat de bouwhoogte van die bouwwerken wordt vergroot tot maximaal 10 meter; de bestemmingsbepalingen ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van zend-, ontvang- en/of sirenemasten, wordt vergroot tot maximaal 40 meter, onder voorwaarde dat losse masten met of zonder hekwerken, gebouwen e.d. alleen zijn toegestaan: 1. buiten de bebouwde kom en in landschappelijk minder gevoelige gebieden, langs grote verkeerswegen en dan bij voorkeur bij parkeerplaatsen, benzinestations, knooppunten, viaducten, bedrijventerreinen en horecagelegenheden; 2. binnen de bebouwde kom op bedrijventerreinen en in sportparken; de bestemmingsregels voor het plaatsen van overige bouwwerken ten behoeve van zend-, ontvang- en/of sirenemasten op elk gebouw.
8.2 Kleine bouwwerken Indien niet op grond van een andere bepaling van deze planregels een omgevingsvergunning kan worden verleend, kan een omgevingsvergunning worden verleend voor het bouwen van kleine, niet voor bewoning bestemde, bouwwerken van openbaar nut en religieuze doeleinden, zoals abri's, wachthuizen, transformatorhuizen, schakelhuizen, (ondergrondse) afvalcontainers, gemaalgebouwen, telefooncellen, monumenten, kapellen, wegkruizen en naar aard en omvang daarmee gelijk te stellen bouwwerken, mits: a.
de oppervlakte per bouwwerk niet meer bedraagt dan 15 m²; Bestemmingsplan woonwagenstandplaats Ohé en Laak Gemeente Maasgouw
- pagina 14 -
Regels
b. c.
de goothoogte niet meer bedraagt dan 3 meter; de bouwwerken naar aard en afmetingen passen in het plan, met dien verstande, dat de d bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet meer dan 10 meter mag bedragen.
Artikel 9 Algemene wijzigingsregels Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de in het plan opgenomen bestemmingen te wijzigen ten behoeve van: a.
b.
c. d.
overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover dit van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover dit noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijding mag echter niet meer bedragen dan 3 meter en het bestemmingsvlak mag niet meer dan 10% worden vergroot; overschrijding van bestemmingsgrenzen en toestaan dat het beloop van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geeft. De overschrijding mag echter niet meer bedragen dan 3 meter en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot; het wijzigen van de lijst van bedrijfsactiviteiten, als genoemd in Bijlage 1 Staat van inrichtingen indien technologische ontwikkelingen of vernieuwde inzichten hiertoe aanleiding geven; het aanpassen van opgenomen bepalingen in de voorafgaande artikelen, waarbij verwezen wordt naar bepalingen in wettelijke regelingen, indien deze wettelijke regelingen na het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerpplan worden gewijzigd.
Artikel 10 Algemene procedureregels 10.1 Omgevingsvergunning Bij het verlenen van een omgevingsvergunning, die onderdeel uitmaakt van dit plan, is de procedure als vervat in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing.
10.2 Wijzigingsbevoegdheid Bij toepassing van een wijzigingsbevoegdheid, die onderdeel uitmaakt van dit plan, is op de voorbereiding van het besluit de procedure als bedoeld in de afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, van toepassing.
10.3 Nadere eisen Bij toepassing van de nadere eisen regeling, die onderdeel uitmaakt van dit plan, worden de navolgende proceduregels in acht genomen: a. b.
c.
het ontwerpbesluit tot het stellen van nadere eisen ligt met bijbehorende stukken gedurende 2 weken ter inzage; burgemeester en wethouders maken de onder a. bedoelde terinzagelegging tevoren in één of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen, die in de gemeente worden verspreid, alsmede op de gebruikelijke wijze bekend; de bekendmaking houdt mededeling in van de mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen;
Bestemmingsplan woonwagenstandplaats Ohé en Laak Gemeente Maasgouw
- pagina 15 -
Regels
d.
gedurende de onder a. genoemde termijn kunnen belanghebbenden bij burgemeester en wethouders schriftelijke zienswijzen indienen tegen het ontwerpbesluit. d
Artikel 11 Overige regels 11.1 Regeling omtrent parkeren en laden en lossen 11.1.1 Parkeren Indien de omvang of de bestemming van een gebouw, dan wel bestemmingsvlak, daartoe aanleiding geeft, moet ten behoeve van het parkeren of stallen van auto's in voldoende mate ruimte zijn aangebracht in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. Deze ruimte mag niet overbemeten zijn, gelet op het gebruik of bewoning van het gebouw, dan wel bestemmingsvlak, waarbij rekening moet worden gehouden met de eventuele bereikbaarheid per openbaar vervoer. Dit alles ter beoordeling van de gemeente. 11.1.2 Laden en lossen Indien de bestemming van een gebouw, dan wel bestemmingsvlak, aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor laden en lossen van goederen, moet deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij het gebouw behoort. Dit alles ter beoordeling van de gemeente. 11.1.3 Omgevingsvergunning Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in artikel 11 lid 1.1 en artikel 11 lid 1.2 : a. b.
indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingsruimte, dan wel laad- of losruimte wordt voorzien.
Dit alles ter beoordeling van de gemeente.
11.2 Andere wettelijke regelingen Indien en voor zover in deze regels wordt verwezen naar andere wettelijke regelingen dienen deze regelingen te worden gelezen, zoals deze luiden op het tijdstip van ter inzage leggen van het ontwerpplan.
11.3 Strafbepaling Overtreding van het bepaalde in artikel 7 is een economisch delict in de zin van artikel 1a, sub 2° van de Wet op de economische delicten en als zodanig strafbaar op grond van deze wet.
Bestemmingsplan woonwagenstandplaats Ohé en Laak Gemeente Maasgouw
- pagina 16 -
Regels
4 Overgangs- en slotregels d Artikel 12 Overgangsrecht 12.1 Overgangsrecht bouwwerken a.
b.
c.
een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
12.2 Overgangsrecht gebruik a. b.
c.
d.
het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
12.3 Hardheidsclausule Voor zover toepassing van het overgangsrecht gebruik leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard voor een of meer natuurlijke personen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan grond en opstallen gebruiken in strijd met het voordien geldende bestemmingsplan kan het college van burgemeester en wethouders ten behoeve van die persoon of personen van dat overgangsrecht ontheffing verlenen.
Artikel 13 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Woonwagenstandplaats Priester Kooksweg Ohé en Laak' van de gemeente Maasgouw.
Bestemmingsplan woonwagenstandplaats Ohé en Laak Gemeente Maasgouw
- pagina 17 -
Regels
Bijlage 1 Staat van inrichtingen d
Bestemmingsplan woonwagenstandplaats Ohé en Laak Gemeente Maasgouw
- pagina 18 -
016 1052
4 2
1071
1
10821
3
10821 1102 t/m 1104 141
6
141 162902 18129 1814 1814 1813 1814 182 2120 2120 2120 232, 234
A B
0 1 2 0
- plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven: b.o. <= 500 m² - consumptie-ijsfabrieken: p.o. <= 200 m² - v.c. < 7500 kg meel/week, bij gebruik van charge-ovens
1 G 1 G
1 1
10
30
2
1 G
1
10
30
2
1 G
1
10 0 0
30 30 50
2 2 3.1
1 G 1 G 1 G
1 1 1
30 30 30 10 30 10 30 10
10 0 0 0 0 10 10 0
30 30 30 10 30 30 30 10
2 2 2 1 2 2 2 1
2 1 1 1 2 2 2 1
G G P G G G G G
2 1 1 1 1 1 1 1
50 30
50 10
3.1 2
2 G 2 G
1 1
10
30
- cacao- en chocoladefabrieken vervaardigen van chocoladewerken met p.o. <= 200 m² - suikerwerkfabrieken zonder suiker branden: p.o. <= 200 m² Vervaardiging van wijn, cider e.d. Vervaardiging kleding van leer Vervaardiging van kleding en -toebehoren (excl. van leer) Kurkwaren-, riet- en vlechtwerkfabrieken Kleine drukkerijen en kopieerinrichtingen Grafische afwerking Binderijen Grafische reproduktie en zetten Overige grafische aktiviteiten Reproduktiebedrijven opgenomen media Farmaceutische produktenfabrieken: - formulering en afvullen geneesmiddelen - verbandmiddelenfabrieken Aardewerkfabrieken:
30
10
30
30 10 30
10 0 0
30 30 50
10 10 10 0 30 30 30 0
10 10 0 0 0 0 0 0
50 10
10 10
C
C
R
50 30
D
VISUEEL
30
LUCHT
2 2
BODEM
30 30
10 0
-
VERKEER
GROOTSTE AFSTAND
10 0
30 10
CATEGORIE
GEVAAR
30 30
STOF
GELUID
INDICES
GEUR
OMSCHRIJVING nummer
SBI-2008
AFSTANDEN IN METERS
B
B B
B
L
41, 42, 43 451, 452, 454 461 4622 4634 4635 4636 4637 4638, 4639 464, 46733 4673 4673 4673 46735 46735
- vermogen elektrische ovens totaal < 40 kW Kantoormachines- en computerfabrieken incl. A reparatie Fabricage van munten, sieraden e.d. Muziekinstrumentenfabrieken B0 Waterdistributiebedrijven met pompvermogen: B1 - < 1 MW - aannemersbedrijven met werkplaats: b.o.< 3 1000 m² Handel in auto's en motorfietsen, reparatie- en servicebedrijven Handelsbemiddeling (kantoren) Grth in bloemen en planten Grth in dranken Grth in tabaksprodukten Grth in suiker, chocolade en suikerwerk Grth in koffie, thee, cacao en specerijen Grth in overige voedings- en genotmiddelen Grth in overige consumentenartikelen 0 Grth in hout en bouwmaterialen: 1 - algemeen: b.o. > 2000 m² 2 - algemeen: b.o. <= 2000 m² 4 zand en grind: 5 - algemeen: b.o. > 200 m²
30
10
30
2
1 G
1
30 30 30
10 10 10
30 10 30
10 10 10
30 30 30
2 2 2
1 G 1 G 2 G
1 1 2
0
0
30
10
30
2
1 P
1
0
10
30
10
30
2
1 G
1
B
10 0 10 0 10 10 30 10 10
0 0 10 0 0 10 10 10 10
30 10 30 30 30 30 30 30 30
10 0 0 0 0 0 0 10 10
30 10 30 30 30 30 30 30 30
2 1 2 2 2 2 2 2 2
2 1 2 2 2 2 2 2 2
P P G G G G G G G
1 1 1 1 1 1 1 1 1
B
0 0
10 10
50 30
10 10
50 30
3.1 2
2 G 1 G
2 1
0
30
100
0
100
3.2
2 G
2
C
VISUEEL
LUCHT
GROOTSTE AFSTAND
26, 28, 33 321 322 36 36
1
BODEM
GEVAAR
10
232, 234
VERKEER
GELUID
10
CATEGORIE
STOF
INDICES
GEUR
OMSCHRIJVING nummer
SBI-2008
AFSTANDEN IN METERS
L
B
6
466, 469 952 562 493 493 493 495 50, 51 50, 51 50, 51 52109 5222 5229 531, 532 61 61 61
- algemeen: b.o. <= 200 m² Grth in kunstmeststoffen Grth in overige intermediaire goederen Overige grth (bedrijfsmeubels, emballage, vakbenodigdheden e.d. Reparatie t.b.v. particulieren (excl. auto's en motorfietsen) Cateringbedrijven Bus-, tram- en metrostations en -remises Taxibedrijven Touringcarbedrijven Pomp- en compressorstations van pijpleidingen
0
30
0 10 0 0 10 0
0 0 10 0 0 0
10 30 100 30 100 30
0 0
0 0
10 30
0 0 0
0 0 0
0 0
0 0
2 2 2
1 G 1 G 2 G
1 1 2
0
30
2
2 G
1
C C C C C
10 10 0 0 0 10
10 30 100 30 100 30
1 2 3.2 2 3.2 2
1 1 2 2 2 1
1 1 2 1 1 1
C
0 10
10 30
1 2
2 P 2 G
1 1
10 10 30
C
0 0 0
10 10 30
1 1 2
2 P 1 P 2 P
1 1 1
0 0
C C
100 10
100 10
3.2 1
1 P 1 P
2 2
D
D
P G/P P P G P
VERVOER OVER WATER / DOOR DE LUCHT Vervoersbedrijven (uitsluitend kantoren) Opslaggebouwen (verhuur opslagruimte) Overige dienstverlening t.b.v. vervoer (kantoren) Expediteurs, cargadoors (kantoren) Post- en koeriersdiensten B0 zendinstallaties: - LG en MG, zendervermogen < 100 kW (bij B1 groter vermogen: onderzoek!) B2 - FM en TV A B
D
B
LUCHT
0
30 30 30
R
BODEM
0 30 10
VISUEEL
30 30 30
46735 46752 4676
VERKEER
GEVAAR
10 30 10
CATEGORIE
GELUID
0 30 10
GROOTSTE AFSTAND
STOF
INDICES
GEUR
OMSCHRIJVING nummer
SBI-2008
AFSTANDEN IN METERS
64, 65, 66 64, 65, 66 41, 68 41, 68 41, 68 7711 772 62 62 62 58, 63 721 722 63, 69tm71, 73, 74, 77, 78, 80tm82 74203 82992
- GSM en UMTS-steunzenders (indien bouwB3 vergunningplichtig) FINANCIELE INSTELLINGEN EN VERZE- KERINGSWEZEN A Banken, verzekeringsbedrijven, beurzen VERHUUR VAN EN HANDEL IN ONROE- REND GOED A Verhuur van en handel in onroerend goed Personenautoverhuurbedrijven Verhuurbedrijven voor roerende goederen n.e.g. COMPUTERSERVICE- EN INFORMATIE- TECHNOLOGIE Computerservice- en informatietechnologieA bureau's e.d. B Datacentra Natuurwetenschappelijk speur- en ontwikkelingswerk Maatschappij- en geesteswetenschappelijk onderzoek
C
10
10
1
1 P
2
0
0
10
C
0
10
1
1 P
1
0 10 10
0 0 10
10 30 30
0 10 10
10 30 30
1 2 2
1 P 2 P 2 G
1 1 2
0 0
0 0
10 30
0 0
10 30
1 2
1 P 1 P
1 1
30
10
30
30
30
2
1 P
1
0
0
10
0
10
1
1 P
1
A
Overige zakelijke dienstverlening: kantoren Foto- en filmontwikkelcentrales Veilingen voor huisraad, kunst e.d.
0 10 0
0 0 0
10 30 10
0 10 0
10 30 10
1 2 1
2 P 2 G 2 P
1 1 1
C
C
R
D
D
B
LUCHT
0
BODEM
GROOTSTE AFSTAND
61 64, 65, 66
VISUEEL
GEVAAR
0
-
VERKEER
GELUID
0
CATEGORIE
STOF
INDICES
GEUR
OMSCHRIJVING nummer
SBI-2008
AFSTANDEN IN METERS
382 382
A4 A5
382 382 382 382 382 382 382 382 382 941, 942
A6 A7 B C0 C1 C2 C3 C4 C5
RWZI's en gierverwerkingsinricht., met afdekking voorbezinktanks: - < 100.000 i.e. - 100.000 - 300.000 i.e. - >= 300.000 i.e. rioolgemalen Afvalverwerkingsbedrijven: - mestverwerking/korrelfabrieken - kabelbranderijen - verwerking radio-actief afval - pathogeen afvalverbranding (voor ziekenhuizen) - oplosmiddelterugwinning - afvalverbrandingsinrichtingen, thermisch vermogen > 75 MW - verwerking fotochemisch en galvano-afval Vuilstortplaatsen Composteerbedrijven: - niet-belucht v.c. < 5.000 ton/jr - niet-belucht v.c. 5.000 tot 20.000 ton/jr - belucht v.c. < 20.000 ton/jr - belucht v.c. > 20.000 ton/jr - GFT in gesloten gebouw Bedrijfs- en werknemersorganisaties (kantoren)
500 100 0
10 50 10
100 30 200
C
50 100
10 0
30 10
300 10 300
200 10 200
300 30 300
300 700 100 200 200 0
100 300 100 200 50 0
50 100 100 100 100 10
Z Z
10 10 10 0
200 300 500 30
4.1 4.2 5.1 2
2 2 3 1
G G G P
1 1 2 1
10 10 1500
500 100 1500
5.1 3.2 6
3 G 1 G 1 G
3 1 1
C
3.1 3.2
1 G 1 G
4.2 2 4.2 4.2 5.2 3.2 4.1 4.1 1
10 30 C
Z
50 30 10 10 30 10 30 100 0
R
R
R
50 100 300 30 300 300 700 100 200 200 10
D D
LUCHT
A0 A1 A2 A3 B A0 A1 A2 A3
BODEM
3700 3700 3700 3700 3700 382 382 382 382
VISUEEL
C C C C
-
VERKEER
100 200 300 10
CATEGORIE
10 10 10 0
GROOTSTE AFSTAND
GELUID
200 300 500 30
GEVAAR
STOF
INDICES
GEUR
OMSCHRIJVING nummer
SBI-2008
AFSTANDEN IN METERS
B
L
2 2
B
L L
3 G 1 G 3 G
3 1 3
B B B
2 2 2 3 3 1
2 2 2 2 1 1
B B B B B
G G G G G P
L L
L
C
R
30 30 30 10 10
D
2 2 2 1 1
2 2 1 1 1
VISUEEL G G G P P
1 1 1 1 1
LUCHT
10 30 0 0 0
BODEM
C
VERKEER
30 30 30 10 10
CATEGORIE
0 0 0 0 0
GROOTSTE AFSTAND
0 30 0 0 0
GEVAAR
GELUID
A B B
Studio's (film, TV, radio, geluid) Chemische wasserijen en ververijen Wasverzendinrichtingen Wasserettes, wassalons Persoonlijke dienstverlening n.e.g.
STOF
591, 592, 601, 602 96012 96013 96013 9609
INDICES
GEUR
OMSCHRIJVING nummer
SBI-2008
AFSTANDEN IN METERS
B
L
Toelichting
Toelichting
Inhoud
d
1 Inleiding 3 1.1 Aanleiding ...................................................................................................................................... 3 1.2 Doelstelling van dit bestemmingsplan ........................................................................................... 3 1.3 Begrenzing van het plangebied ..................................................................................................... 3 1.4 Geldende bestemmingsplannen .................................................................................................... 4 1.5 Wijze waarop het bestemmingsplan tot stand komt .................................................................... 5 1.6 Leeswijzer ...................................................................................................................................... 5 2 Planbeschrijving 6 2.1 Plangebied en omgeving ................................................................................................................ 6 2.2 Parkeren ........................................................................................................................................ 7 3 Beleidskader 8 3.1 Wetgeving en rijksbeleid ...............................................................................................................
8 3.2 Provinciaal beleid ......................................................................................................................... 11 3.3 Regionaal beleid .......................................................................................................................... 15 3.4 Gemeentelijk beleid ..................................................................................................................... 18 4 Randvoorwaarden 20 4.1 Milieuaspecten ............................................................................................................................ 20 4.2 Waterparagraaf ........................................................................................................................... 25 4.3 Ecologie en stikstof ...................................................................................................................... 26 4.4 Archeologie .................................................................................................................................. 28 4.5 Milieuzonering ............................................................................................................................. 28 5 Planopzet 30 5.1 Inleiding .......................................................................................................................................
30 5.2 Indeling van de regels .................................................................................................................. 30 5.3 Artikelsgewijze beschrijving bestemmingsregels ........................................................................ 31 6 Uitvoerbaarheid 32 6.1 Economische uitvoerbaarheid ..................................................................................................... 32 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid .............................................................................................. 32 7 Handhavingsparagraaf
33
Separate bijlagen: 1. 2. 3. 4.
Milieutechnisch Adviesbureau Heel B.V., Verkennend bodem- en asbestonderzoek Priester Kooksweg (ong). te Ohé en Laak, projectnummer 140230320/R2, d.d. 26.09.2023; Kragten, Akoestisch onderzoek industrie, Woonwagenstandplaats Priester Kooksweg te Ohé en Laak, rapportnummer 20230130-MAG112-RAP-IL 1.0, d.d. 20.11.2023; Ecolybrium, Rapportage Quickscanonderzoek Ecologische Waarden Priester Kooksweg te Ohé en Laak, kenmerk 23-1471, d.d. 09.11.2023; V.P.A., AERIUS-berekening toevoegen woonwagenstandplaats Priester Kooksweg te Ohé en Laak, rapportnummer 2023.53-AERIUS, d.d. 13.11.2023.
Bestemmingsplan woonwagenstandplaats Ohé en Laak Gemeente Maasgouw
- pagina 2 -
Toelichting
1 Inleiding
d
1.1 Aanleiding De gemeente Maasgouw is voornemens een woonwagenstandplaats te realiseren op de locatie aan de Priester Kooksweg te Ohé en Laak. Het perceel is kadastraal bekend als gemeente Ohé en Laak, sectie A, nummer 3380 en 3381 (ged.). De ontwikkeling past niet binnen de regels van het bestemmingsplan ‘Ohé en Laak’ van de gemeente Maasgouw. Het perceel is bestemd tot enkelbestemming ‘Agrarisch met waarden’. Het plangebied is in reeds in gebruik geweest als woonwagenstandplaats, maar is bij een bestemmingsplanherziening herbestemd tot de enkelbestemming ‘Agrarisch met waarden’. Daarnaast dient te worden voldaan aan de geldende (milieu-)planologische en beleidsmatige uitgangspunten en randvoorwaarden. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in deze vereisten.
1.2 Doelstelling van dit bestemmingsplan De doelstelling van het voorliggende bestemmingsplan is het bieden van de planologische mogelijkheid om een woonwagenstandplaats toe te voegen aan de Priester Kooksweg te Ohé en Laak. Op grond van de Woningwet heeft de gemeente een verplichting om haar inwoners, waaronder woonwagenbewoners te voorzien van geschikte woningen. Uit provinciaal en lokaal onderzoek is gebleken dat er een aanvullende behoefte aan woonwagenstandplaatsen bestaat binnen de gemeente Maasgouw. Met de ontwikkeling van dit plan wordt een bijdrage geleverd aan de invulling van de verplichting van en de behoefte in de gemeente Maasgouw aan woonwagenstandplaatsen.
1.3 Begrenzing van het plangebied Het plangebied is gelegen op de percelen kadastraal bekend gemeente Ohé en Laak, sectie A, nummers 3380 en 3381 (ged.) en kent een oppervlakte van 439 m². Het plangebied is gelegen aan de westzijde van de kern Ohé en Laak aan de Priester Kooksweg. Ten noorden van het plangebied zijn reeds twee woonwagenstandplaatsen aanwezig. Verder bestaat de bebouwing aan de Priester Kooksweg uit vrijstaande woningen en de tennisvelden van de lokale tennisvereniging. De begrenzing van het plangebied is aangegeven op onderstaande overzichtskaart:
Overzichtskaart plangebied
Bestemmingsplan woonwagenstandplaats Ohé en Laak Gemeente Maasgouw
- pagina 3 -
Toelichting
1.4 Geldende bestemmingsplannen d Ter plaatse van het plangebied vigeren twee bestemmingsplannen, te weten het bestemmingsplan ‘Ohé en Laak’ en het facetbestemmingsplan ‘Parapluplan Archeologie Maasgouw’. Deze bestemmingsplannen komen in het onderstaande aan de orde. Bestemmingsplan ‘Ohé en Laak’ Het plangebied van het voorliggende bestemmingsplan is thans planologisch juridisch geregeld in het vigerende bestemmingsplan ‘Ohé en Laak’ (vastgesteld door de raad van de gemeente Maasgouw d.d. 11.07.2012). Het plangebied is daarin bestemd tot ‘Agrarisch met waarden’. Het plangebied is in onderstaande uitsnede met een rode omlijning weergegeven.
Fragment bestemmingsplan ‘Ohé en Laak’
In het navolgende worden de gebiedsaanduidingen beschreven.
geldende
enkelbestemming,
dubbelbestemmingen
en
Enkelbestemming ‘Agrarisch met waarden’ Het gehele plangebied is bestemd tot ‘Agrarisch met waarden’. De voor 'Agrarisch met waarden' aangewezen gronden zijn ter plaatse bestemd voor: a) agrarisch bedrijfsmatig gebruik; b) behoud en ontwikkeling van de aanwezige waarden; c) het in stand houden van de openheid in het gebied; d) onverharde wegen ten behoeve van het landbouwverkeer; e) realiseren en in stand houden van natuur- en landschapselementen zoals houtopstanden, houtwallen, houtsingels, sloten, beken, waterlopen en overige waterpartijen, water- en oevervegetaties; met daaraan ondergeschikt: f) agrarisch hobbymatig gebruik; g) perceelsontsluitingswegen; h) recreatief medegebruik.
Bestemmingsplan woonwagenstandplaats Ohé en Laak Gemeente Maasgouw
- pagina 4 -
Toelichting
Strijdigheid met bestemmingsplan ‘Ohé en Laak’ De gronden zijn in het bestemmingsplan ‘Ohé en Laak’ bestemd tot ‘Agrarisch met waarden’. d Binnen deze bestemming is wonen niet toegestaan. Deze gronden worden door vaststelling van voorliggend bestemmingsplan bestemd tot ‘Wonen’ met functieaanduiding ‘woonwagenstandplaats’, waarmee de realisering van een woonwagenstandplaats mogelijk wordt gemaakt. Parapluplan ‘Archeologie Maasgouw’ De projectlocatie is tevens gesitueerd in het ontwerp van het Parapluplan ‘Archeologie Maasgouw’. Dit plan heeft nog geen werkingskracht, maar voor de voorliggende locatie is in dit ontwerpplan geen archeologische verwachtingswaarde aangegeven. Hierdoor is archeologisch onderzoek bij bodemverstoringen niet aan de orde.
1.5 Wijze waarop het bestemmingsplan tot stand komt De structuur van bestemmingsplannen dient conform het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) te voldoen aan de “Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen” (SVBP2012). Dit houdt in dat de verschijningsvorm van een bestemmingsplan en een aantal begrippen zijn gestandaardiseerd. Het bestemmingsplan bestaat formeel uit twee juridische onderdelen: - een verbeelding (een digitaal GML-bestand met een specifiek nummer, in dit geval NL.IMRO.1641.BPL122 (en hierachter de status van het plan); - regels; deze regels zijn in de SVBP2012 zoveel mogelijk gestandaardiseerd (o.a. volgorde, indeling, benaming, begripsbepalingen, overgangsbepalingen en de slotbepaling). Op de verbeelding zijn, met bijbehorende verklaringen, de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden aangegeven. De verklaringen leggen een verbinding tussen de op de verbeelding aangegeven bestemmingen en de regels. De verbeelding is opgebouwd volgens de landelijke richtlijn SVBP2012 en is getekend op schaal 1:500. De regels bevatten de regeling inzake het gebruik van de gronden, die in het plan zijn begrepen en de zich daarop geprojecteerde opstallen. De regels zijn ingedeeld in vier hoofdstukken: de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels.
Een bestemmingsplan gaat voorts vergezeld van een toelichting, waarin een onderbouwing is opgenomen van de gemaakte beleidskeuzen inzake het bestemmingsplan. De toelichting maakt juridisch geen deel uit van het bestemmingsplan.
1.6 Leeswijzer De toelichting bij dit bestemmingsplan bestaat uit zeven hoofdstukken. Na dit inleidende eerste hoofdstuk worden in hoofdstuk 2 de programmatische en ruimtelijke uitgangspunten van het plan voor het plangebied aangegeven. In hoofdstuk 3 worden de beleidskaders op nationaal, provinciaal en gemeentelijk niveau weergegeven. In hoofdstuk 4 worden de randvoorwaarden (op planologisch en/of milieukundig gebied) beschreven en worden onder andere de resultaten van de uitgevoerde onderzoeken besproken. Hoofdstuk 5 handelt over de opbouw van de regels in dit bestemmingsplan en voorziet onder meer in een artikelsgewijze bespreking van de bestemmingsregels. In hoofdstuk 6 komen de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid van het plan aan de orde. Binnen de maatschappelijke uitvoerbaarheid komen de resultaten van het wettelijk vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro en de ingekomen zienswijzen en de beantwoording daarvan door de gemeente aan de orde. Deze toelichting wordt afgesloten met hoofdstuk 7 en bevat een handhavingsparagraaf.
Bestemmingsplan woonwagenstandplaats Ohé en Laak Gemeente Maasgouw
- pagina 5 -
Toelichting
2 Planbeschrijving
d
2.1 Plangebied en omgeving Het plangebied is gelegen aan de westzijde van de kern Ohé en Laak aan de Priester Kooksweg. De omgeving van het plangebied bestaat met name uit een combinatie van woonfuncties en recreatieve functies. Aan de noordzijde van de Priester Kooksweg is reeds een woonwagenstandplaats aanwezig. Zowel ten oosten als ten zuiden van het plangebied zijn de sportvelden van de lokale tennis- en voetbalvereniging gesitueerd. Het plangebied wordt gevormd door het perceel kadastraal bekend als gemeente Ohé en Laak, sectie A, nummers 3380 en 3381 (ged.). De oppervlakte van het plangebied bedraagt 439 m². Op de onderstaande luchtfoto is de locatie van het plangebied aangeduid binnen de rode belijning:
Luchtfoto met plangebied
Het plangebied is gelegen in het overloopgebied van de kern Ohé en Laak naar het buitengebied. Het plangebied is reeds in gebruik geweest als woonwagenstandplaats. In de huidige situatie is het plangebied in gebruik als opslagplaats. Het terrein maakt daardoor een rommelige en vervallen indruk.
Bestaande situatie plangebied
Bestaande woonwagenstandplaatsen Priester Kooksweg
Bestemmingsplan woonwagenstandplaats Ohé en Laak Gemeente Maasgouw
- pagina 6 -
Toelichting
De locatie vormt een zeer geschikte locatie voor het toevoegen van een woonwagenstandplaats. Door de ligging aan de rand van de dkern Ohé en Laak en nabij de reeds bestaande woonwagenstandplaatsen zijn de effecten op de omgeving beperkt. Daarnaast wordt een goede nieuwe invulling gegeven aan een in onbruik geraakte en enigszins verloederde plek.
2.2 Parkeren Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dient voldaan te worden aan de ‘Parkeernormen en parkeerbijdragenregeling gemeente Maasgouw (2010)’. In deze parkeernormensystematiek is het te realiseren aantal parkeerplaatsen bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen gebaseerd op de uitgangspunten van het CROW (kennisplatform voor infrastructuur, openbare ruimte, verkeer en vervoer). Gelet op de opbouw van de gemeente Maasgouw is onderscheid gemaakt in drie gebiedstypen: centrum, schil/overloopgebied en rest bebouwde kom. De voorliggende locatie bevindt zich in het gebied rest bebouwde kom. Ten aanzien van de stedelijkheidsgraad (de bebouwingsdichtheid) worden in Maasgouw twee categorieën onderscheiden: ‘weinig stedelijk gebied’ en ‘niet stedelijk gebied’. Omdat tussen deze stedelijkheidsgraden weinig tot geen verschil bestaat in de CROW-systematiek is voor Maasgouw één normering opgesteld ten aanzien van de stedelijkheidsgraad. Bij woningen is – conform methodiek CROW – onderscheid gemaakt in prijsklassen van de woningen, waarbij de volgende classificering geldt: - goedkoop segment: < € 200.000 (koop) of € 475 huurprijs; - middensegment: tussen € 200.000 - € 350.000 (koop) of € 475 - € 800 huurprijs; - dure segment: > € 350.000 of > € 800 huurprijs. Deze bedragen zijn richtinggevend (geldend 5 augustus 2022) en kunnen jaarlijks worden geïndexeerd.
De parkeernormen zijn inclusief de parkeerruimte voor bezoekers. Uit onderzoek blijkt dat de maximale parkeerbehoefte voor bezoekers uit 0,3 parkeerplaats per woning bestaat. Bij dit plan is sprake van de realisering van één woonwagenstandplaats in de kern Ohé en Laak. Uitgegaan wordt van één woning in het goedkope segment. Hiervoor geldt een parkeernorm van 1,7 per woning in de rest bebouwde kom. In het onderhavige plan is derhalve sprake van een parkeerbehoefte van 1,7 parkeerplekken, waarvan 0,3 parkeerplek in het openbaar gebied aangelegd dient te worden voor bezoekers. Op basis van de afrondingsregels in de Parkeernormen van gemeente Maasgouw dient er 1 parkeerplaats op eigen terrein gerealiseerd te worden. Bij de woonwagenstandplaats is voldoende ruimte voor het realiseren van één parkeerplaats.
Bestemmingsplan woonwagenstandplaats Ohé en Laak Gemeente Maasgouw
- pagina 7 -
Toelichting
3 Beleidskader
d
3.1 Wetgeving en rijksbeleid Wet natuurbescherming Vanuit Europa is de bescherming van soorten en gebieden geregeld in de Europese Vogelrichtlijn (Richtlijn 79/409/EEG) en de Habitatrichtlijn (Richtlijn 92/33/EEG). Deze richtlijnen hebben de bescherming van soorten en hun natuurlijke habitats tot doel. Elke EU-lidstaat is verplicht speciale beschermingszones aan te wijzen, die samen één Europees netwerk van natuurgebieden vormen: ‘Natura2000’. In de Wet natuurbescherming zijn zowel de gebiedsbescherming als de soortenbescherming in Nederland geregeld. Conform deze wet zijn de provincies het bevoegd gezag binnen hun grondgebied en zorgen zij voor eventueel noodzakelijke vergunningen en ontheffingen. De Rijksoverheid blijft verantwoordelijk voor het beleid van grote wateren. Het Natura2000-netwerk bevat de gebieden die zijn aangewezen onder de voornoemde Vogel- en Habitatrichtlijn en deze gebieden zijn geselecteerd op grond van het voorkomen van soorten en habitattypen die vanuit Europees oogpunt bescherming nodig hebben. Voor die gebieden geldt dat aanwijzingsbesluiten zijn opgesteld waarin staat voor welke soorten en habitats het betreffende gebied is aangewezen en welke instandhoudingsdoelstellingen er gelden voor deze soorten en habitats.