Bijlage 1 Beleidsplan Openbare Verlichting 2024-2028
Tekst van het document
Onderhoud Correctief onderhoud wordt middels een aanbesteding in de markt gezet; In het onderhoudscontract zijn verplichtingen opgenomen ten aanzien van prioriteiten en hersteltijden; De gemeente hanteert CROW beeldkwaliteitsniveau B (zie bijlage F); Bij het onderhouden van een installatie wordt rekening gehouden met de duurzaamheidscriteria ten aanzien van energieverbruik en belasting van het milieu; De installatiekwaliteit wordt gecontroleerd tijdens incidentele storingen en bij specifieke meldingen; Het schadeverhaal is extern belegd. Aanrijdschades worden - zoveel mogelijk - verhaald op de veroorzaker of, indien onbekend, bij het Waarborgfonds Motorverkeer; Vanwege de bewaking van de kwaliteit van de OVL is het wenselijk om stalen lichtmasten te schilderen. Het schilderen van lichtmasten vindt planmatig plaats, waarbij een schildertermijn van 10 jaar wordt gehanteerd;
6.2
Inrichting beheer en onderhoud Beheer De gemeente voert regie, bijgestaan door marktpartijen. Het operationeel beheer is bij een externe partij belegd. Er vindt controle op kosten van de aannemer plaats en er wordt steekproefsgewijs controle gedaan op de uitvoering. De basis van de ondersteuningen richt zich voornamelijk op de intake en afhandeling van meldingen en het voorbereiden en aansturen van onderhoudswerkzaamheden. Voor het beheer wordt gebruik gemaakt van een (extern) beheersysteem.
Preventief onderhoud De werkzaamheden die voor preventief onderhoud worden uitgevoerd zijn: Schilderen Reinigen Stabiliteitsmetingen
Beleidsplan Openbare Verlichting 2024 - 2028
21
Schilderen De nieuw te plaatsen stalen lichtmasten worden voorzien van een DCC coating. DCC coating is een harde beschermingslaag waardoor schilderen niet meer nodig is. Het schilderen van stalen masten vindt uitsluitend plaats bij lichtmasten die al geschilderd zijn. De masten worden eens per 10 jaar opnieuw geschilderd. Vanuit bestandbeheer wordt een lijst gegenereerd van de te schilderen masten. Er wordt nagegaan of er projectmatige werkzaamheden plaatsvinden waar de schilderwerkzaamheden plaats dienen te vinden. Als dit het geval is dan worden de werkzaamheden uitgesteld tot na de uitvoering van het project. Dit om te voorkomen dat masten die worden geschilderd alsnog vervangen worden. Reinigen Het reinigen van armaturen is, buiten het esthetische, om verschillende redenen belangrijk. Allereerst wordt met het reinigen van armaturen de lichtkwaliteit behouden. Na verloop van tijd kan het armatuur bedekt raken met vuil, stof, insecten en andere verontreinigingen. Hierdoor kan de lichtopbrengst verminderen. Een andere belangrijke reden om armaturen te reinigen is het behoud van energie-efficiëntie. Vuil en stof kunnen het licht blokkeren en de verspreiding ervan belemmeren, waardoor meer energie nodig is om de gewenste helderheid te bereiken.
De laatste reden om (met name LED-) armaturen te reinigen is het feit dat vuil en andere verontreinigingen de warmteafvoer van armaturen kunnen belemmeren. Hierdoor kunnen interne componenten oververhit raken en dit kan leiden tot een kortere levensduur van het armatuur. Het reinigen van armaturen houdt de levensduur van LED-armaturen in stand en vermindert de frequenties van reparaties en vervangingen, hetgeen kostenbesparend is. Stabiliteitsmetingen De gemeente Maasgouw voert structureel stabiliteitsmetingen uit. Wanneer lichtmasten een leeftijd van 40 jaar hebben bereikt is het eerste meetmoment. Het tweede meetmoment is wanneer de lichtmast een leeftijd van 45 jaar heeft bereikt. Door de afgegeven garantie van het externe meetbedrijf wordt de technische levensduur van 50 jaar op een veilige en verantwoorde manier in stand gehouden. Door het structureel uitvoeren van stabiliteitsmetingen worden potentiële risico’s en structurele gebreken tijdig geïdentificeerd en verholpen, waardoor schades en ongevallen worden voorkomen.
Correctief onderhoud Correctief onderhoud omvat het oplossen van storingen, schades en incidentele gebreken. Dit wordt periodiek middels een openbare aanbesteding bij een gespecialiseerde onderhoudsaannemer belegd. Storingen Storingen worden verholpen volgens het onderhoudscontract. Dit betreft het bovengrondse deel van de installatie wat in eigendom en beheer is van de gemeente. Jaarlijks heeft de gemeente ongeveer 260 storingen aan de openbare verlichting. In het geval dat de veiligheid in het geding is of er een hinderlijke situatie is, wordt direct gereageerd op de melding. Responstijden en uitvoeringsvereisten zijn vastgesteld in een meerjarig onderhoudscontract, dat periodiek (eens per vier jaar) middels een openbare aanbesteding aan een deskundige onderhoudsaannemer wordt gegund. De contractvorm en omvang van het werk wordt bepaald op basis van actuele inzichten. Het voedingsnet behoort grotendeels tot het eigendom en verantwoordelijkheid van het netwerkbedrijf Enexis. Storingen aan het ondergrondse kabelnet worden daarom aan dit bedrijf doorgegeven. Reparatie van deze storingen vallen binnen de verantwoordelijkheid van Enexis. Reparatie van storingen aan het eigen ondergrondse kabelnet valt onder de verantwoordelijkheid van de gemeente. Storingen worden verholpen door de onderhoudsaannemer.
Beleidsplan Openbare Verlichting 2024 - 2028
22
Schade en vernieling Het herstel van schade (vandalisme, storm- en/of aanrijdschade) of vernieling aan openbare verlichting wordt middels een onderhoudscontract met een aannemer geregeld. In 2022 heeft de gemeente ongeveer 70 schadegevallen aan openbare verlichting gehad. Het schadeverhaal is extern belegd. Als de veroorzaker onbekend blijft worden schades, wanneer mogelijk, verhaald bij het Waarborgfonds Motorverkeer. Incidentele gebreken Incidentele gebreken aan verlichtingsobjecten zijn gebreken die niet als storing of schade worden gecategoriseerd. Hieronder vallen bijvoorbeeld onjuiste uitlijning, het veroorzaken van lichthinder of vervuiling, het verkleuren van verlichting door ouderdom of verkeerde inregeling van het dimregime.
Beleidsplan Openbare Verlichting 2024 - 2028
23
7
Planning en financiën In dit hoofdstuk wordt omschreven hoe de gemeente deze beleidsperiode invulling gaat geven aan het beheren, onderhouden en vervangen van de openbare verlichting en geeft inzicht in de financiële gevolgen hiervan.
7.1
Investeringen Lichtmasten Gemiddeld bereiken 124 lichtmasten per jaar de vervangingsleeftijd van 50 jaar in deze beleidsperiode. Van 72 lichtmasten is de afschrijvingstermijn van 50 jaar reeds verstreken. Deze masten worden meegenomen in de mastvervangingen. De gemeente toetst lichtmasten structureel op stabiliteit. Dit doet de gemeente na 40 en 45 jaar. In deze beleidsperiode worden gemiddeld 298 lichtmasten per jaar getoetst op stabiliteit, met een verwacht uitvalspercentage van 10% na 40 jaar en 10% na 45 jaar. In het opgestelde scenario wordt rekening gehouden met het vervangen van lichtmasten op basis van leeftijd en uitval door stabiliteit. Meerjarenplanning Aantal masten obv leeftijd Uitval stabilteitsmeting Aantal stabiliteitsmeting 40 jaar Aantal stabiliteitsmeting 45 jaar Investering masten
2024
€
149 5 30 17 125.760
2025
€
beleidsperiode 2026 160 5 42 4 € 140.868
130 12 50 66 156.337
2027
€
74 9 81 6 67.636
€
2028 104 119 1.190 2 217.201
€
2029 168 17 143 30 162.970
€
2030 214 18 127 50 255.505
doorkijk 2031 79 17 125 42 € 76.975
2032
€
54 18 102 81 64.157
2033
€
33 131 115 1.190 119.372
De gemeente Maasgouw wil de totale investering gelijkmatig verdelen. Voor de beleidsperiode 2024-2028 betreft dit een gemiddelde van € 141.600 per jaar. Dit bedrag is opgenomen in het financieel overzicht.
Armaturen In de Programmabegroting 2023 is een krediet van € 1.750.000 opgenomen voor het vervangen van de resterende conventionele verlichting door LED verlichting (amendement 32). In 2024 wordt deze grootschalige vervanging van armaturen uitgevoerd en worden ook de 372 nostalgische armaturen met conventionele verlichting omgebouwd naar LED. Dit betreft een separaat krediet en wordt derhalve niet opgenomen in dit beleidsplan. Wel wordt in dit plan rekening gehouden met de kostenbesparingen als gevolg van minder energieverbruik na verledding (vanaf 2025). LED armaturen worden op basis van leeftijd vervangen. In de periode tot en met 2033 gaan, na de grootschalige vervanging, slechts 58 LED-armaturen de technische levensduur van 25 jaar overschrijden.
Vervangingswaarde areaal Dit betreft de kosten indien het gehele areaal van openbare verlichting in een keer vervangen zou moeten worden. Op basis van de economische levensduur van materialen en een gemiddeld tarief per lichtobject (inclusief arbeid) kan de jaarlijkse noodzakelijke vervanging worden bepaald. Er is met de volgende uitgangspunten rekening gehouden: Op het moment dat een armatuur technisch is afgeschreven wordt deze vervangen voor een energiezuinig led-armatuur met statische dimfunctionaliteit; De technische levensduur voor masten is gesteld op 50 jaar, voor armaturen is dit 25 jaar; Afschrijving lichtmasten in 40 jaar, armaturen in 20 jaar; In de kosten zijn leveringen en handelingen inbegrepen; De netwerkkosten (Enexis) voor het losnemen en heraansluiten van een lichtmast zijn inbegrepen; Beleidsplan Openbare Verlichting 2024 - 2028
24
In de wervingskosten zijn 10% kosten voor voorbereiding, administratie en toezicht (V.A.T.) inbegrepen. Vervangingswaarde areaal
Gem. per jaar
Lichtmasten Armaturen
€ € €
€ € 6.000.000 € € 3.040.000 € 9.040.000
150.000 152.000 302.000
Aantal 6.911 7.097
Vervangingswaarde per eenheid/jaar € 21,70 € 21,42
Nieuwe verlichting op stuw Linne In dit beleidsplan is een krediet (2024) opgenomen van € 40.000 voor nieuwe openbare verlichting op de stuw in Linne. Momenteel is de openbare verlichting op de fietsbrug bij de stuw Linne aangesloten op het net van de naastgelegen waterkrachtcentrale (eigendom RWE). Dit geldt ook voor de werkverlichting van Rijkswaterstaat. RWE heeft aangegeven dat dit geen wenselijke situatie meer is waardoor de gemeente en Rijkswaterstaat een eigen net aan moeten leggen om hun objecten te kunnen verlichten. Daarnaast is de openbare verlichting van de fietsbrug aan vernieuwing toe. Om dit te realiseren liften we mee op de grootschalige onderhoudswerkzaamheden aan de stuw Linne door Rijkswaterstaat. De voorbereidende werkzaamheden hebben plaatsgevonden in 2023. Dit betreft de aanleg van kabels en het plaatsen van kasten ten behoeve van onze openbare verlichting. De aanleg is gedaan in combinatie met Rijkswaterstaat. De nieuwe openbare verlichting op de fietsbrug wordt gerealiseerd in combinatie met de grootschalige onderhoudswerkzaamheden van Rijkswaterstaat aan de stuw. Voor deze onderhoudswerkzaamheden dient de fietsbrug tijdelijk verwijderd te worden. Deze kans wordt benut door het fietspad dan te voorzien van nieuwe verlichting. Voor het vernieuwen van de openbare verlichting zijn wij afhankelijk van de planning van Rijkswaterstaat.
De planning is dat dit in 2024 wordt uitgevoerd.
Slimme verlichting in het buitengebied In dit beleidsplan wordt een krediet (2025) van € 270.000 opgenomen om de openbare verlichting in het buitengebied om te vormen tot slimme verlichting door deze te voorzien van connectiviteit/ telemetrie. Dit kan door het monteren van speciale modules (OLC’s) op de armaturen. De voornaamste voordelen hiervan zijn: Energiebesparing door dynamisch dimmen in plaats van een statisch dimregime; Inzicht in energieverbruik en verrekening van daadwerkelijke energiekosten; Maatwerk qua verlichting op specifieke locaties wordt mogelijk; Storingen, defecten en schades worden automatisch gesignaleerd; Beheren en inregelen van verlichting kan op afstand. Er is gekozen om dit alleen in het buitengebied toe te passen, omdat hier minder vaak meldingen worden gedaan door burgers en omdat in de buitengebieden makkelijker kan worden gedimd zonder dat hier last van wordt ondervonden. Ook kan de gemeente Maasgouw meedoen aan landelijke initiatieven zoals ‘Nacht van de Nacht’ welke aandacht vragen voor lichtvervuiling en energiebesparing op verlichting. In de toekomst kan slimme verlichting eventueel uitgebreid worden naar binnen de bebouwde kom.
Beleidsplan Openbare Verlichting 2024 - 2028
25
Om de besparing in energiekosten van slimme verlichting terug te laten vloeien naar de gemeente is het nodig om de 160 kasten van Enexis (ontstekingspunten) voor openbare verlichting om te bouwen en te voorzien van een kWh-meter. Hierdoor worden onze energiekosten afgerekend op daadwerkelijk verbruik in plaats van theoretisch bepaald verbruik. De ombouwkosten bedragen € 203 per ontstekingspunt en zijn meegenomen in het krediet voor slimme verlichting. Hierna zijn de kosten structureel € 28 per ontstekingspunt welke worden meegenomen in de energie- en netwerkkosten.
7.2
Beheer- en onderhoudskosten Structurele kosten In de onderstaande tabel zijn de structurele beheer- en onderhoudskosten vanaf 2024 inzichtelijk gemaakt. Deze kosten zijn gebaseerd op historische gemiddelden en huidige ramingen. Beheer- en onderhoudskosten Beheerkosten
Vanaf 2024 per jaar € 26.000
Correctief onderhoud
€
48.000
Incidentele werkopdrachten
€
24.000
Schilderen
€
22.500
Reinigen
€
19.600
Instandhouding IV-schap
€
3.000
Software
€
3.000
Inspecties
€
12.500
Structurele stabiliteitsmetingen
€
12.000
Beheer- en onderhoudskosten
€
170.600
Bovenstaande kosten worden als volgt gemotiveerd: Beheerkosten zijn gebaseerd op basis van facturen van 2022 van de externe beheerorganisatie en OVL-beheerprogramma; Correctief onderhoud is gebaseerd op het onderhoudscontract met de onderhoudsaannemer; Incidentele werkopdrachten en bewonersverzoeken wordt rekening gehouden met geraamde kosten van € 2.000 per maand; Schilderwerk wordt rekening gehouden met 300 masten per jaar à € 75 per mast; Reinigen vier keer in levensduur armatuur. Rekening gehouden met 1.400 armaturen per jaar à € 14; Software kosten zijn de kosten voor koppelingen met kasten, FIXI en GBI; Stabiliteitsmetingen wordt rekening gehouden met 200 masten per jaar à € 60 per mast.
Incidentele kosten In het jaar 2024, 2026 en 2028 zijn er incidentele kosten opgenomen voor aanvullende werkzaamheden die nodig zijn voor het onderhouden van de openbare verlichting. In 2024 betreft dit een incidenteel bedrag van € 10.000 voor het opnieuw aanbesteden van ondersteunende werkzaamheden in het beheer. In 2026 betreft dit een bedrag van € 10.000 voor het opnieuw aanbesteden van een onderhoudscontract met een aannemer. In 2028 is een bedrag opgenomen van € 15.000 voor het opstellen van een nieuw beleidsplan.
Beleidsplan Openbare Verlichting 2024 - 2028
26
7.3
Energie- en netwerkkosten Dit betreft de kosten voor de aansluiting op het ondergrondse netwerk en de energie die de OVLinstallatie verbruikt: Voor de leveringskosten is gerekend met de huidige tarieven (2023): € 0,38 (piek) en € 0,27 (dal) per kWh, exclusief belastingen. De verwachting is dat deze tarieven vanaf 2024 lager zullen liggen. De tarieven voor energiebelasting in 2023 zijn als volgt: - 0 t/m 10.000 kWh: € 0,1256 - 10.001 t/m 50.000 kWh: € 0,1005 - 50.001 t/m 10 mln kWh: € 0,0394 - >10 mln kWh € 0,0012 Het netwerk is eigendom van het netwerkbedrijf Enexis. Per aansluiting betaalt de gemeente een vaste vergoeding van € 9,14 per jaar voor instandhouding van het netwerk (netbeheerkosten). In de onderstaande tabel zijn de energiekosten voor de gehele installatie, inclusief energiebelasting op basis van het berekende verbruik voor 2024 (807.000 kWh) weergegeven. Ook worden hier de verwachte kosten weergegeven wanneer de gemeente volledig is voorzien van LED, vanaf 2025. Dit is gebaseerd op een verbruik van 530.000 kWh. Energie- en netbeheerkosten Energiekosten Energiebelasting Netbeheerkosten Totaal
7.4
Kosten 2024 € € € €
215.600 35.100 64.100 314.800
Kosten 2025 e.v. (volledig LED) € 151.000 € 25.600 € 64.100 € 240.700
Financieel overzicht Beleidsperiode en doorkijk Op pagina 28 is het financiële overzicht voor deze beleidsperiode weergegeven. Ook geeft het overzicht alvast een financiële doorkijk naar 2033. Voor de kapitaallasten is gerekend met 0% rente, financiële afschrijving van lichtmasten in 40 jaar en van armaturen in 20 jaar.
Financieel voordeel In het financieel overzicht zijn, naast de benodigde budgetten voor deze beleidsperiode, ook de beschikbare exploitatiebudgetten opgenomen. Door deze te vergelijken kan worden geconcludeerd dat de overgang naar een volledig areaal uitgevoerd in LED een structureel financieel voordeel oplevert, als gevolg van: Minder energieverbruik; Komende jaren geen vervangingen van armaturen; Reductie in onderhoudskosten als gevolg van volledig LED. Het financieel voordeel fluctueert per jaar door verschillen in energiekosten, incidentele kosten en kapitaallasten. In 2024 bedraagt het voordeel € 30.100, aangezien gedurende dit jaar het areaal nog moet worden vervangen door LED. Hier is nog met het hoge energieverbruik gerekend. Vanaf 2025 ligt het voordeel een stuk hoger en loopt op tot € 110.850, omdat vanaf dit moment het areaal volledig LED is en daardoor ook gerekend is met het gereduceerde energieverbruik. Het financieel voordeel kan mogelijk nog groter uitpakken door dalende energietarieven vanaf 2024. Hier is in het overzicht geen rekening mee gehouden, de energie- en netwerkkosten zijn gebaseerd op prijspeil 2023. De meerjarige overschotten zijn reeds opgenomen in de begroting 2024 ten gunste van de post ‘Onvoorzien structureel’.
Beleidsplan Openbare Verlichting 2024 - 2028
27
Meerjarenplanning Investeringen (totaal) Stuw Linne Slimme verlichting buitengebied Vervangen masten
€ €
2024 181.600 40.000
€
141.600
Kapitaallasten investeringen Exploitatiekosten Beheer- en Onderhoudskosten Beheerkosten Correctief onderhoud Incidentele werkopdrachten Schilderen Reinigen Instandhouding IV-schap Software Inspecties Structurele stabiliteitsmetingen Incidenteel Energie- en netwerkkosten Energiekosten Energiebelasting Netbeheerkosten (Enexis) Totaal exploitatielasten
€ € € € € € € € € € € € € € € € €
495.400 180.600 26.000 48.000 24.000 22.500 19.600 3.000 3.000 12.500 12.000 10.000 314.800 215.600 35.100 64.100
Beschikbare exploitatiebudgetten Energie Onderhoud Kapitaallasten vervangen masten (begroting 2023 cf. MIP 2024-2025)
€
2025 411.600
€ €
270.000 141.600
€ € € € € € € € € € € €
5.500 411.300 170.600 26.000 48.000 24.000 22.500 19.600 3.000 3.000 12.500 12.000
€ € € €
240.700 151.000 25.600 64.100
beleidsperiode 2026 € 141.600 €
2027 141.600
€
2028 141.600
€
2029 163.000
€
2030 255.500
doorkijk 2031 € 77.000
€
2032 64.200
€
2033 119.400
€
141.600
€
141.600
€
141.600
€
163.000
€
255.500
€
77.000
€
64.200
€
119.400
€ € € € € € € € € € € € € € € € €
22.600 421.300 180.600 26.000 48.000 24.000 22.500 19.600 3.000 3.000 12.500 12.000 10.000 240.700 151.000 25.600 64.100
€ € € € € € € € € € € €
26.100 411.300 170.600 26.000 48.000 24.000 22.500 19.600 3.000 3.000 12.500 12.000
33.200 411.300 170.600 26.000 48.000 24.000 22.500 19.600 3.000 3.000 12.500 12.000
€ € € € € € € € € € € €
37.300 411.300 170.600 26.000 48.000 24.000 22.500 19.600 3.000 3.000 12.500 12.000
€ € € € € € € € € € € €
43.700 411.300 170.600 26.000 48.000 24.000 22.500 19.600 3.000 3.000 12.500 12.000
€ € € € € € € € € € € €
45.600 411.300 170.600 26.000 48.000 24.000 22.500 19.600 3.000 3.000 12.500 12.000
€ € € € € € € € € € € €
47.200 411.300 170.600 26.000 48.000 24.000 22.500 19.600 3.000 3.000 12.500 12.000
240.700 151.000 25.600 64.100
29.700 426.300 185.600 26.000 48.000 24.000 22.500 19.600 3.000 3.000 12.500 12.000 15.000 240.700 151.000 25.600 64.100
€ € € € € € € € € € € €
€ € € €
€ € € € € € € € € € € € € € € € €
€ € € €
240.700 151.000 25.600 64.100
€ € € €
240.700 151.000 25.600 64.100
€ € € €
240.700 151.000 25.600 64.100
€ € € €
240.700 151.000 25.600 64.100
€ € € €
240.700 151.000 25.600 64.100
€
495.400 €
416.800 €
443.900 €
437.400 €
456.000 €
444.500 €
448.600 €
455.000 €
456.900 €
458.500
€ €
334.500 191.000
€ €
334.500 191.000
€ €
334.500 191.000
€ €
334.500 191.000
€ €
334.500 191.000
€ €
334.500 191.000
€ €
334.500 191.000
€ €
334.500 191.000
€ €
334.500 191.000
€ €
334.500 191.000
€
150
€
300
€
300
€
300
€
300
€
300
€
300
€
300
€
300
€
2.000
€
2.000
€
2.000
€
2.000
€
2.000
€
2.000
€
2.000
€
2.000
€
2.000
€
13.500
€
13.500
€
13.500
€
13.500
€
13.500
€
13.500
€
13.500
€
13.500
Kapitaallasten Stuw Linne (begroting 2024) Kapitaallasten slimme verlichting (begroting 2024) Exploitatiebudgetten (Totaal)
€
525.500
€
527.650
€
541.300
€
541.300
€
541.300
€
541.300
€
541.300
€
541.300
€
541.300
€
541.300
Overschot
€
30.100
€
110.850
€
97.400
€
103.900
€
85.300
€
96.800
€
92.700
€
86.300
€
84.400
€
82.800
Beleidsplan Openbare Verlichting 2024 - 2028
28
Bijlagen
Beleidsplan Openbare Verlichting 2024 - 2028
29
A A.1
Wettelijke kaders De openbare verlichting moet voldoen aan de wettelijke kaders die daarvoor zijn gesteld. Relevant zijn de Elektriciteitswet, de wet natuurbescherming, de Arbeidsomstandighedenwet (installatieverantwoordelijkheid), Wet Informatie-uitwisseling Boven en Ondergrondse netten + Netwerken (WIBON), regelgeving met betrekking tot werken in vervuilde grond (CROW 400) en Europese regelgeving over te gebruiken producten.
Elektriciteitswet Netbeheerders onderhouden het netwerk van kabels, ze transporteren elektriciteit en ze lossen storingen op. Hoe de netbeheerders dat moeten doen staat in zogeheten codes. Codes zijn uitwerkingen van de Elektriciteitswet en bevatten allerlei regels over hoe de netbeheerders zich moeten gedragen. Er staat ook in welke verantwoordelijkheid klanten van netbeheerders hebben. De procedure voor de totstandkoming van wijzigingen van de codes staat in de artikelen 31-39 van de Elektriciteitswet 1998.
A.2
Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 heeft de Wet natuurbescherming de Flora- en Faunawet, de Boswet en de Natuurbeschermingswet 1998 vervangen. De uitvoering van deze nieuwe wet komt grotendeels in handen van de provincies. Deze wet beschermt de leefgebieden van diverse dieren- en plantensoorten. Als de verlichting de natuur verstoord kan er besloten worden verlichting aan te passen of te verwijderen. Wanneer het plaatsen van de OVL mogelijk strijdig is met de Wet natuurbescherming, kan er gekeken worden naar alternatieven voor de OVL. Dergelijke situaties doen zich voornamelijk voor in gebieden waar flora en fauna hinder van het licht ondervinden, waaronder Natura 2000 gebieden.
A.3
Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet) De gemeente is verantwoordelijk voor de veiligheid van haar burgers en ambtenaren. Voor wat betreft het veilig werken met elektrische installaties is in de Arbowet vastgelegd hoe de veiligheid gewaarborgd moet worden. Onder deze installaties vallen onder meer de openbare verlichting, verkeerregelinstallaties maar ook bijvoorbeeld installaties in tunnels, sluizen, gemalen en rioleringsinstallaties. Op vrijwel alle installaties in de openbare ruimte zijn de laagspanningsnormen NEN1010:2020 en NEN3140+A1:2015 van kracht, en op sommige installaties de Bedrijfsvoering van elektrische installaties Hoogspanning NEN 3840:2011 nl, NEN-EN-IEC 61936 en NEN-EN 50522. In de Arbowetgeving is voor elektrotechnische installaties voorgeschreven dat de eigenaar van deze installaties de verantwoordelijkheden die voortvloeien uit aanleg, beheer en onderhoud van deze installaties, moet vastleggen in schriftelijke procedures. Het is belangrijk om een zogenaamde installatieverantwoordelijke aan te wijzen. Hiermee wordt de verantwoording voor een veilige elektronische bedrijfsvoering bij een (rechts)persoon neergelegd. De aanwijzing dient door de bestuurder te worden gedaan en dient ook te worden geaccepteerd door de installatieverantwoordelijke. De installatieverantwoordelijke kan een persoon zijn uit de eigen organisatie of worden ingeleend.
Ook een rechtspersoon kan worden aangewezen als installatieverantwoordelijke. Als er binnen de gemeente geen installatieverantwoordelijke expliciet is aangewezen en vastgelegd, dan valt die taak automatisch toe aan de hoogste functionaris. Voor gemeenten is dat de gemeentesecretaris. Hij of zij is persoonlijk aansprakelijk indien de installatie resulteert in een onveilige situatie op straat of als werkzaamheden onveilig worden uitgevoerd.
Beleidsplan Openbare Verlichting 2024 - 2028
30
De gemeente dient installatieverantwoordelijkheid op de juiste wijze te organiseren. Zij kan dit doen door: Een inventarisatie uit te voeren; Procedurehandboek en veiligheidsmaatregelen vast te leggen; Instructies te verzorgen en te controleren op naleving; Controlemaatregelen voor de elektrotechnische bedrijfsvoering (RI&E) uit te voeren; Periodieke inspecties uit te voeren en rapportages te verzorgen.
A.4
WIBON / CROW-500 De Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten (WION), ook wel grondroerdersregeling genoemd, is een Nederlandse wet die op 1 juli 2008 in werking is getreden. Sinds 1 oktober 2008 is het verplicht om bij elke ‘mechanische grondroering’ een graafmelding bij het Kadaster te doen. Vanaf 31-03-2018 de WIBON: Wet Informatie-uitwisseling Boven en Ondergrondse netten + Netwerken. De wet beoogt gevaar of economische schade door beschadiging van ondergrondse kabels of leidingen (water-, elektriciteit- en gasleidingen, telefoonlijnen en olie- en gasleidingen) te voorkomen. Jaarlijks vinden in Nederland ongeveer 34.000 incidenten plaats waarbij kabels of leidingen beschadigd raken bij mechanische graafwerkzaamheden. De wet vervangt ook de (vrijblijvende) zelfregulering zoals die bestond in de vorm van het Kabels en Leidingen Informatie Centrum (KLIC). Dit is in 2008 opgegaan in het Kadaster. De wet voorziet niet in een verdere inhoudelijke uitwerking van het proces en kennis. Deze is verder uitgewerkt in de CROW 500-richtlijn. De CROW-500 verplicht gravers tot het melden van elke ‘mechanische grondroering’, zoals graven, heien, intrillen, baggeren en het leggen van leidingen. Kabel- en leidingbeheerders moeten al hun (ondergrondse) kabels en leidingen binnen vastgestelde nauwkeurigheid digitaal beschikbaar hebben en melden bij het kadaster.
De uitwisseling van die digitale informatie verloopt volgens het verplichte Informatiemodel Kabels en Leidingen (IMKL). De Check & Go kaart, beschikbaar gesteld door het Kabel en Leiding Overleg (KLO), laat zien welke stappen van initiatief- tot en met uitvoeringsfase genomen moet worden om graafschade te voorkomen. Belangrijk hierin voor de gemeente is haar verantwoordelijkheid als initiatiefnemer/ontwerper.
A.5
CROW 400 Vanaf 1 januari 2018 heeft er een overgang plaatsgevonden van de CROW132 naar de CROW400, dit betreft een aanpassing in de regelgeving met betrekking tot werken in vervuilde grond. De opdrachtgever heeft een ongewijzigde verplichting om bij opdrachtverstrekking te kunnen verklaren dat de grond waarin gewerkt wordt “schoon” is of anderzijds aan te leveren wat de vervuilingsklasse is en dit te onderbouwen in een actueel rapport. Alle informatie met betrekking tot de overgang naar de CROW400 is terug te vinden op de website van de CROW: www.crow.nl.
A.6
Europese regelgeving Waar materialen aan moeten voldoen is beschreven in de Europese Regelgeving. Bepaalde producten mogen in Europa alleen op de markt worden gebracht als zij voorzien zijn van een CEmarkering. Op het gebied van OVL dienen alle materialen te zijn voorzien van het CE-merkteken. De gemeente schaft alleen producten aan die voorzien zijn van het CE-keurmerk. Vanuit Europese regelgeving is een afvalstoffenlijst opgesteld. Gasontladingslampen staan op deze lijst en behoren tot chemisch afval, dat via erkende verwerkingsbedrijven verwerkt moet worden. Het verantwoord verwerken van vrijgekomen gasontladingslampen, door de onderhoudsaannemer, is geregeld in het onderhoudsbestek. Beleidsplan Openbare Verlichting 2024 - 2028
31
B B.1
Richtlijnen Aanvullend op de wettelijke kaders zijn er nog richtlijnen en aanbevelingen die het merendeel van de gemeenten als uitgangspunt voor hun (OVL)-beleid hanteren. Voorbeelden hiervan zijn de Nederlandse praktijk richtlijn voor de kwaliteitscriteria openbare verlichting (NPR 13201) en het PolitieKeurmerk Veilig Wonen (PKVW).
Richtlijn openbare verlichting Naast de wettelijke kaders zijn er ook richtlijnen en aanbevelingen die als uitgangspunten voor het OVL-beleid dienen. In het bijzonder de richtlijnen die de Nederlandse Stichting Voor Verlichtingskunde (NSVV) uitvaardigt. De NSVV heeft in samenwerking met NEN de praktijkrichtlijn ‘Kwaliteitscriteria Openbare Verlichting’, NPR 13201:2017 opgesteld (hierna te noemen NPR). Deze NPR vervangt de Richtlijn Openbare Verlichting (ROVL) uit 2011. De richtlijn is gebaseerd op Europese normen (2015) en aangevuld met ervaringen uit de ROVL-2011. In de NPR is het standaard verlichten van een situatie als uitgangspunt verlaten. Er is ook aandacht voor donkergebieden. Ook de huidige techniek stelt ons in staat om meer maatwerk te leveren. Er is ruimte voor alternatieven in de toepassing van openbare verlichting. Zo kan in een bepaalde wegsituatie in plaats van (oriëntatie)verlichting ook worden gekozen voor actieve markering, zoals de led-lampjes in een fietspad. Met de nieuwe NPR zijn er voor beheerders praktische handvatten beschikbaar om beleidskeuzes in relatie tot diverse kwaliteitsaspecten en energiebesparing te kunnen maken voor verlichting in de openbare ruimte. De richtlijn wordt in veel gemeenten als leidraad voor de OVL gehanteerd.
Het soort openbare verlichting wordt bepaald door het Gemeentelijk Verkeer- en Vervoerplan (GVVP) en de functie van de weg (verkeer of verblijf). Om de kwaliteit van de verlichting te bepalen bevat de NPR determineertabellen. Op basis van de inrichting, het doel en het gebruik van de openbare ruimte wordt een indicatie gegeven voor de te hanteren verlichtingsklasse.
B.2
Richtlijn Lichthinder NSVV De NSVV (Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde) Richtlijn Lichthinder is een document dat richtlijnen en aanbevelingen biedt om lichthinder in de buitenomgeving te verminderen. De belangrijkste punten uit de richtlijn zijn: 1. De richtlijn definieert lichthinder als de overmatige, storende of ongewenste verlichting die het normale functioneren van mens, dier of ecosysteem verstoort; 2. De richtlijn is gericht op het beperkten van lichthinder voor verschillende doelgroepen, waaronder omwonenden, weggebruikers, de natuur en astronomie; 3. De richtlijn geeft aanbevelingen voor maximale lichtsterktes en verlichtingsniveaus om overmatige verlichting te voorkomen; 4. Er wordt aangeraden om verlichting zo gericht mogelijk te gebruiken, zodat het licht alleen op de gewenste gebieden schijnt en niet onnodig naar boven of op andere niet relevante plaatsen straat; 5. De richtlijn benadrukt het belang van de juiste kleurtemperatuur en spectrale eigenschappen van licht om lichthinder te minimaliseren; 6. De richtlijn verwijst naar nationale en lokale regelgeving met betrekking tot lichthinder en moedigt naleving van deze voorschriften aan; 7. Er zijn specifieke aanbevelingen voor armatuurontwerp, lichtniveaus en tijdschakelingen om onnodig gebruik van verlichting te voorkomen Beleidsplan Openbare Verlichting 2024 - 2028
32
8.
Voor sportvelden en recreatiegebieden worden richtlijnen gegeven om de verlichting effectief te gebruiken zonder onnodige lichthinder te veroorzaken; 9. De richtlijn bevat aanbevelingen voor het gebruik van reclameverlichting, waaronder het voorkomen van bewegende of knipperende verlichting; 10. Er wordt gewezen op het belang van lichthinder voor flora en fauna, met name nachtdieren en trekvogels. Het naleven van de NSVV Richtlijn Lichthinder kan helpen om het milieu te beschermen, energieverspilling te minimaliseren en de leefomgeving voor mens en dier aangenamer te maken.
B.3
PolitieKeurmerk Veilig Wonen (PKVW) In 1999 is het Politie Keurmerk Veilig Wonen (PKVW) als landelijke richtlijn geïntroduceerd. Dit keurmerk is een veiligheidskeurmerk dat kan worden afgegeven wanneer een ruimte of gebied voldoet aan alle vastgestelde voorwaarden voor sociale veiligheid. Dit varieert van sloten in de woning tot fysieke inrichting, zoals o.a. het groen van de openbare ruimte. Het PKVW conformeert zich, in grote lijnen, voor de voorgeschreven verlichtingsniveaus, aan de richtlijnen van de NPR. Het PKVW beschrijft tal van maatregelen waaraan voldaan moet worden om het keurmerk te behalen. De (openbare) verlichting is hier slechts één onderdeel van. De gemeente hanteert voor de openbare verlichting de NPR en niet het PKVW. Aan het keurmerk kan worden voldaan wanneer er voor 100% aan de NPR wordt voldaan. In het algemeen kan daarom gesteld worden dat er wel wordt voldaan aan de vereisten voor het PKVW. Een uitzondering hierop zijn de achterpaden die niet in eigendom van de gemeente zijn, deze worden niet verlicht. Het is raadzaam alleen de PKVW te hanteren, wanneer aan gehele scala eisen voldaan kan worden. Indien in een woonwijk niet aan alle eisen voldaan kan worden, verdiend het de voorkeur om, voor de openbare verlichting, de NPR te hanteren.
De gemeente heeft het standpunt ingenomen om de nieuwe verlichtingsplannen te laten voldoen aan het gestelde in de NPR, tenzij nadrukkelijk de aanvullende eis PKVW gesteld wordt voor nieuw in te richten woonwijken.
B.4
Klimaatakkoord Nationaal zijn er energiebesparingsdoelstellingen, het zogenaamde “Energieakkoord”, vastgesteld die impact hebben op het terugdringen van het energieverbruik van de OVL-installatie. Naar schatting verbruikt OVL in ons land 1,5 procent 1 van de elektriciteit, waarvan het overgrote deel voor de gemeentelijke OVL. Dit is dan ook voor de meeste gemeenten de grootste elektriciteitsverbruiker. Volgens het (voormalige) projectbureau energiebesparing in de GWW bestaat de gemeentelijke elektriciteitsrekening namelijk gemiddeld uit: 10% voor de gebouwen 60% voor de openbare verlichting 30% overige verbruikers. Gemeenten kunnen dus zelf een concrete en realistische bijdrage leveren aan het realiseren van het Energieakkoord. In het SER-Energieakkoord staan de volgende doelstellingen genoemd voor openbare verlichting (OVL) en verkeersregelinstallaties (VRI's): 20% energiebesparing bij OVL en VRI's in 2020 ten opzichte van 2013; 50% energiebesparing bij OVL en VRI's in 2030 ten opzichte van 2013; 40% van de OVL is voorzien van slim energiemanagement in 2020; 40% van de OVL is energiezuinig in 2020.
1 bron: www.duurzamebedrijfsvoeringoverheden.nl/locaties/openbareverlichting
Beleidsplan Openbare Verlichting 2024 - 2028
33
De landelijke ambitie is om in het jaar 2030, minimaal 50% energiebesparing te hebben bereikt ten opzichte van 2013. Om deze ambitie te kunnen monitoren stelt Rijkswaterstaat een MonitoringOVLVRI-lijst ter beschikking, waarin de gegevens m.b.t. lamptypen, lampvermogen, schakeltijden en dimregime worden opgenomen. Rijkswaterstaat monitort de voortgang van de Energieakkoord-doelstellingen. In 2019 is het Klimaatakkoord tot stand gekomen. Hierin ligt de nadruk op CO2-reductie. Deze afspraken zijn met meer dan honderd partijen gemaakt, waaronder veel partijen uit het Energieakkoord. De nog lopende afspraken uit het Energieakkoord zijn integraal opgenomen in het Klimaatakkoord. Terugdringen van het gebruik van energie en de daarmee gepaard gaande reductie van de CO2emmissie is een belangrijk thema van het milieubeleid van de gemeente. Het terugdringen van de milieubelasting door het energieverbruik kan grofweg op twee manieren: Inkoop van duurzame energie; Verminderen van het verbruik. Ongeveer de helft van de gemeentelijke energierekening gaat naar OVL. Deze energie wordt via een Europese openbare aanbesteding ingekocht. Energie besparen (verminderen van het gebruik) kan worden bereikt op verschillende manieren: Toepassing van zuinige ledverlichting, met behoud van verlichtingskwaliteit. Dimmen; Saneren van verlichting.
Beleidsplan Openbare Verlichting 2024 - 2028
34
C
Innovaties
C.1
De mast staat er toch, wat kan er nog meer aan?
C.1.1
Slimme verlichting (smart lighting) Vanaf de introductie van led armaturen in 2008 heeft het gebruik van led een vlucht genomen. In minder dan 10 jaar tijd is de gehele OVL-vervangingsmarkt overgegaan van conventionele verlichting naar led verlichting. Achtergrond hiervan zijn de duidelijke voordelen van ledverlichting. Deze voordelen zijn met name de lagere exploitatiekosten. Het op afstand aansturen van verlichting via het internet kent ongeveer eenzelfde ontstaansmoment. De overgang naar deze slimme verlichting heeft een veel minder snelle ontwikkeling doorgemaakt.
C.1.2
Voordelen slimme verlichting Nieuwe technologie verandert het beheer van de openbare verlichtingsinstallatie. Door connectiviteit via het internet is het mogelijk op afstand openbare verlichting te besturen. Dit maakt het mogelijk om vanachter een computer te communiceren met het lichtpunt. Met behulp van deze technologie kan: • Online het verlichtingsniveau worden gedimd, eventueel dynamisch via sensoren; • Het energieverbruik per lichtmast exact worden vastgesteld; • Storingen automatisch worden gesignaleerd. Met behulp van dergelijke systemen kan het energieverbruik verder naar beneden worden gebracht. Doordat storingen online kunnen worden waargenomen, zijn aan/uit controles (schouw) niet meer nodig en kunnen storingen snel worden verholpen. Gevolg is dat een groter deel van de installatie dan nu het geval is - ook daadwerkelijk doet waarvoor zij is neergezet. In onderstaande tabel zijn de voordelen uitgewerkt. Deze voordelen zijn geclusterd in vijf categorieën, omdat sommige voordelen in elkaars verlengde liggen. Tevens is per voordeel aangegeven of het voordeel een kostenbesparing oplevert (Euro), of dat de toepassing leidt tot meer duurzaamheid, veiligheid of comfort. Waarbij comfort betrekking heeft op de eindgebruiker, maar ook op comfort of gemak van de gemeente of de beheerder zelf.
€uro Storingen real time zichtbaar / bekend Alle kapotte verlichting sneller bekend (én opgelost) Minder meldingen bij het KCC van de gemeente Schouwrondes niet meer nodig Gericht oorzaak van de storing bekend Dim mogelijkheden / Real time verlichten Makkelijker om meer te gaan dimmen Verlichten op basis van bijv. verkeersintensiteit Evenementen verlichten Incidenten verlichten Kleuren verlichting Areaalgegevens automatisch beschikbaar / bijgewerkt Handmatig inventariseren niet meer nodig Handmatig muteren niet meer nodig Voorspelbaar onderhoud Mogelijkheid om storingen te gaan voorspellen Investeren in oplossingen voor de toekomst Ervaringen opdoen Imago Infrastructuur voor smart city
Beleidsplan Openbare Verlichting 2024 - 2028
35
Duurzaam
X X X X X X X
Veilig
Comfort
X X
X X X
X X
X X X X X
X X X
X
X
X X X
Opvallend is dat sommige voordelen zeer concreet zijn en direct worden gerealiseerd. Denk aan “Alle kapotte verlichting sneller bekend” en dat sommige van de genoemde voordelen meer een opmaat zijn tot mogelijkheden in de toekomst. Denk aan “Mogelijkheid om storingen te gaan voorspellen”.
C.1.3
Nadelen slimme verlichting Naast de voordelen zijn ook de nadelen in beeld gebracht. Ook deze zijn in onderstaande tabel geclusterd in categorieën: €uro Risico's Risico op meer (i.p.v. minder) storingen Risico op meer (onvoorziene) kosten Risico op het niet voldoen aan de verwachtingen Onzekerheid over de toekomstvastheid van de techniek Beperkt aantal succesvolle implementaties Complexiteit Nieuwe technieken, nieuwe problemen Kennis en vaardigheden van de OVL aannemer Meer complexiteit en dus meer kansen op fouten Moeilijk om te kiezen uit het grote aanbod van oplossingen Extra investeringen Eenmalige kosten Doorlopende kosten Het is anders (dan gewend) Wat betekent dit voor het werk van de OVL beheerder Onbekend maakt onbemind
C.1.4
X X X X
Duurzaam
Veilig
Comfort
X
X X X X
X X X
X X X
X X X X
Investering en opbrengsten slimme verlichting Aan de hand van de analyse van de voor- en nadelen moet worden gekeken naar de investeringen en de opbrengsten. Uit de analyse blijkt dat de hoogte van de investeringen afhankelijk is van de gekozen techniek, de leverancier en de gewenste functionaliteit. Tevens is de hoogte van de kosten afhankelijk van de lokale situatie. • Storingskosten worden gereduceerd. Het is echter lastig inzichtelijk te maken in hoeverre de reductie wordt veroorzaakt door de nieuwe LED-installatie of de “verslimming” van de installatie. • Energiekosten worden bespaard door dimmen en bewegingsdetectie. De hoogte van de besparing van energiekosten is afhankelijk van de ingestelde dynamische dimscenario’s en het feit of er voorafgaand al statisch werd gedimd. • Doordat storingen automatisch worden gemeld, leidt dit tot een reductie van de klachten en meldingen, maar het blijkt lastig te kwantificeren. • Schouwrondes zijn minder nodig, zeker wanneer een groot deel van het areaal is verslimd, de financiële besparing is afhankelijk van de wijze waarop het schouwen is georganiseerd en de frequentie. Slimme openbare verlichting biedt verschillende voordelen en een aantal nieuwe nadelen nu en in de toekomst. Het is voor iedere gemeente nader te bepalen welke meerwaarde slimme verlichting biedt voor haar eigen situatie.
Het is goed alle mogelijkheden, inclusief voor- en nadelen, te bespreken om op basis van de juiste feiten en argumenten een bewuste keuze te maken voor het wel- of niet toepassen van slimme verlichting.
Beleidsplan Openbare Verlichting 2024 - 2028
36
C.2
Via smart lighting naar smart city Nieuwe technologie brengt nieuwe mogelijkheden met zich mee, die de functie van de mast nog verder zullen verbreden. Doordat technologie steeds compacter wordt kunnen bestaande functies geïntegreerd worden in het armatuur of de lichtmast. De lichtmast staat er immers toch al. Er hoeft bijvoorbeeld geen aparte mast met camera te worden geplaatst, maar een camera kan nu geïntegreerd worden in het armatuur. Of waar nu een aparte installatie is geplaatst voor verkeerstellingen, kan dit nu geïntegreerd worden in de lichtmast. Het voordeel hiervan is dat er minder objecten in de openbare ruimte geplaatst kunnen worden. Door deze combinatie van functies gaat de buitenruimte er aantrekkelijker uitzien en nemen de kosten voor het onderhoud af. Door de compactheid van deze technieken kunnen ze breder worden ingezet, maar misschien nog wel meer omdat de kosten hiervan nu lager zijn en waarschijnlijk nog verder zullen dalen. Het feit dat de verlichting verbonden is met het internet biedt - naast de smart lighting voordelen – bovendien een aantal aanvullende smart city mogelijkheden. Er kan op afstand bijvoorbeeld via sensoren andere informatie verkregen worden of informatie via digitale billboards worden aangedragen.
C.2.1
Innovatieve smart city oplossingen Op dit moment zijn er verschillende bedrijven bezig om - met innovatieve toepassingen - de buitenruimte beter te maken. Hieronder een greep uit enkele nieuwe toepassingen: • Meting van luchtkwaliteit en online doorgave: Met behulp van detectoren kan luchtvervuiling worden gedetecteerd. Door deze technologie kan de gemeente additionele maatregelen nemen, als luchtvervuilingswaardes bepaalde grenswaarden overstijgen. De gemeente kan met deze technologie investeren in de volksgezondheid van haar inwoners. Tevens zijn er nu bedrijven die toepassingen hebben die actief het fijnstof uit de lucht afzuigen. • Detectie van gebruikers op basis van IP adressen. Technologie maakt het mogelijk om IP adressen van mobiele telefoons waar te nemen. Hierdoor kunnen bijvoorbeeld tellingen worden gedaan (crowd controle) en/of afwijkende IP adressen op opvallende tijdstippen op bepaalde locaties worden gedetecteerd. Deze informatie kan direct worden doorgezet naar de politie, zodat zij gericht kan surveilleren. Dergelijke technieken staan op gespannen voet met privacy. Als deze is geborgd, dan kunnen gemeenten met deze technieken inbraken verminderen en de veiligheid vergroten. • Geluidsmeting en geluidscamera’s: Met behulp van geluidscamera’s kunnen incidenten in de openbare ruimte worden gedetecteerd. Denk aan opstootjes, glasgerinkel of geweerschoten.
Bij dergelijke incidenten kan dan weer direct een signaal naar de politie gaan, die gericht ter plaatse kan gaan. Hiermee kunnen gemeenten de veiligheid vergroten. De gemeenten Eindhoven en Tilburg hebben dergelijke geluidscamera’s inmiddels geplaatst in hun uitgaansgebieden. • Luchtvochtigheid-, luchttemperatuur- en grondtemperatuurmeting. Als wegbeheerder draagt de gemeente zorg voor een veilige weg. Op het moment dat zij weet waar de ondergrond is bevroren kan zij gericht gaan strooien. Dit bevordert de verkeersveiligheid. • Parkeerdetectie: In stedelijke gebieden kan het lastig zijn om een parkeerplek te vinden. Dit leidt er toe dat auto’s soms grote afstanden moeten afleggen om een parkeerplek te vinden. Als een automobilist via een app ziet waar een parkeerplek vrij is, kan deze gericht naar deze parkeerplek worden geleid. Hiermee worden onnodige rijbewegingen voorkomen. • Laadpaal via de lichtmast: Nederland is koploper in het gebruik van elektrische auto’s. De verwachting is dat het aantal elektrische voertuigen gaat toenemen. Om het laden van deze voertuigen te faciliteren zijn laadpunten nodig. De Rai Vereniging schat in dat er in 2030 1,8 miljoen publieke laadpunten staan (Bron: Rai Vereniging). Het ligt voor de hand om de laadfunctie te gaan combineren met het verlichtingsobject.
Enkele producenten hebben deze kans gezien en hebben een laadlichtmast op de markt gebracht. Beleidsplan Openbare Verlichting 2024 - 2028
37
•
5G via de lichtmast. 5G wordt waarschijnlijk de nieuwe telecomstandaard en maakt veel sneller mobiel internet mogelijk. Als een aantal hobbels zijn genomen dan zal de uitrol verder plaatsvinden. Kenmerk van het netwerk is dat er meer en kleinere zendmasten nodig zijn om een goed werkend netwerk te krijgen. Wil een gemeente voorkomen dat er allerlei aanvullende objecten geplaatst moeten worden in de buitenruimte, dan kan zij er voor kiezen om dit te combineren met de lichtmast. Het lichtmastareaal is namelijk al wijdverspreid.
Een keerzijde van bovenstaande toepassingen is dat het beheer complexer wordt omdat er meerdere objecten aanwezig zijn in het object. Dit betekent dat er in het onderhoud verschillende disciplines en expertises nodig zijn.
C.2.2
De connected lichtmast Waar de lichtmast de drager van het licht was, zien wij een hele reeks nieuwe technieken en toepassingen ontstaan die de komende jaren het gebruik van de buitenruimte gaan beïnvloeden. Welke toepassingen daadwerkelijk wortelschieten is nog ongewis. Wat wel waarschijnlijk lijkt is dat deze connectiviteit er komt, eenvoudigweg omdat nieuwe technieken de buitenruimte beter gaan maken. De voordelen die het met zich meebrengt zijn divers en onmiskenbaar. Nieuwe toepassingen op basis van online technologie zullen er voor zorgen dat de buitenruimte veiliger, duurzamer en prettiger wordt voor haar gebruikers. Het ligt voor de hand om de lichtmast hiervoor te gaan gebruiken.
C.3
Regeren is vooruitzien Investeringen in de openbare ruimte worden voor langere periodes gedaan. Dit is ook het geval met openbare verlichting. Lichtmasten staan er 50 jaar en armaturen moeten minimaal 25 jaar meegaan. Dit betekent dat beslissingen die nu genomen worden belangrijke consequenties hebben voor de toekomst. Willen gemeenten op termijn hun voordeel doen van deze nieuwe technologieën, dan zullen zij willen voorkomen dat er op dat moment een geheel nieuwe ondergrondse- en bovengrondse infrastructuur moet worden aangelegd. Regeren is immers vooruitzien. Een gemeente kan bij nieuwbouw of renovatie van bestaande infrastructuur voorzieningen treffen, zodat op termijn inpassing van smart city technieken mogelijk is en daarmee aanzienlijke additionele investeringen worden voorkomen. Als de gemeente Maasgouw gelooft in deze nieuwe technieken en open staat voor innovatie, dan kan zij nu al keuzes maken waardoor herinvestering in de toekomst wordt voorkomen.
C.3.1
Zhaga connector Bij de vervanging van bestaande armaturen wordt er voor gekozen het vervangende armatuur te voorzien van een zogenaamde Zhaga connector. Dit is een door alle leveranciers toepasbare universele aansluitvoorziening waarmee later het armatuur alsnog kan worden voorzien van een connector en er dus connectiviteit tot stand kan worden gebracht. Zij hoeft dan niet het armatuur in zijn geheel te vervangen. Het lijkt er op dat leveranciers zich conformeren aan deze standaard en dat dit op lange termijn de standaard zal worden.
Beleidsplan Openbare Verlichting 2024 - 2028
38
D
Analyse buitengebied Uit een analyse van het buitengebied binnen de gemeente Maasgouw, op basis van determineertabellen van de NPR, is gebleken dat op verschillende locaties lichtmasten kunnen worden verwijderd. Na een praktische toetsing zijn hier de volgende locaties uit voortgekomen: Openbare verlichting verwijderen Maasbracht Oude Maasweg
Verwijderen 33 masten
Linne
Verlengde Oude Maasweg Verwijderen 38 masten Verwijderen 23 masten Rijksweg
Heel
Daalzicht
Verwijderen 10 masten
Schutteheide
Verwijderen 9 masten
Beegden Stevensweert
Heerstraat Zuid
Verwijderen 7 masten
Sint Annadijk
Verwijderen 15 masten
Wessem
Polderweg
Verwijderen 8 masten
Het verwijderen van openbare verlichting betreft in alle bovenstaande gevallen het verwijderen van rechtstanden met een uitzondering op discontinuïteiten. Om de wenselijk van het verwijderen van openbare verlichting op de aangegeven locaties te peilen, worden in deze beleidsperiode pilots uitgevoerd. In deze pilots wordt geëxperimenteerd met het toepassen van verschillende dimregimes, tot en met het volledig uitzetten van verlichting op bepaalde locaties (in bepaalde periodes). Aan de hand van de resultaten kunnen verschillende keuzes worden gemaakt: Verlichting verwijderen na einde pilot; Verlichting verwijderen nadat deze hun einde levensduur hebben bereikt; Verlichting laten staan, maar met aangepast dimregime; Verlichting laten staan, onaangepast.
Beleidsplan Openbare Verlichting 2024 - 2028
39
E
Onderzoeklocaties verwijderen OVL in het buitengebied Maasbracht, Oude Maasweg – Verwijderen 33 masten
Beleidsplan Openbare Verlichting 2024 - 2028
40
Maasbracht, Verlengde Oude Maasweg – Verwijderen 38 masten
Beleidsplan Openbare Verlichting 2024 - 2028
41
Linne, Rijksweg – Verwijderen 23 masten
Heel, Daalzicht – Verwijderen 10 masten
Beleidsplan Openbare Verlichting 2024 - 2028
42
Heel, Schutteheide – Verwijderen 9 masten
Beegden, Heerstraat Zuid – Verwijderen 7 masten
Beleidsplan Openbare Verlichting 2024 - 2028
43
Stevensweert, Sint Annadijk – Verwijderen 15 masten
Wessem, Polderweg – Verwijderen 8 masten
Beleidsplan Openbare Verlichting 2024 - 2028
44
F
CROW beeldkwaliteitsniveaus De kwaliteitscatalogus 2018 van de CROW is een standaard handboek waarmee de gewenste beeldkwaliteit per gebied wordt gekozen. Per onderdeel kunnen vijf kwaliteitsniveaus, variërend van zeer hoog (A+) tot zeer laag (D) worden gekozen. Voor gemeente Maasgouw geldt dat met betrekking tot de definitie van “schoon, heel en veilig” voor beeldkwaliteit B is gekozen. In deze bijlage zijn de referenties voor de beeldkwaliteit voor lichtmasten opgenomen.
Beleidsplan Openbare Verlichting 2024 - 2028
45
Beleidsplan Openbare Verlichting 2024 - 2028
46
G
Lichtmast reclame locaties
Beleidsplan Openbare Verlichting 2024 - 2028
47
Beleidsplan Openbare Verlichting 2024 - 2028
48
Beleidsplan Openbare Verlichting 2024 - 2028
49
Beleidsplan Openbare Verlichting 2024 - 2028
50
H
Wegcategorisering GVVP Het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan (GVVP) omschrijft de aanpak van de knelpunten op het gebied van verkeer en vervoer, om op deze wijze een bijdrage te leveren aan het bevorderen van de verkeersveiligheid, bereikbaarheid en (verkeers)leefbaarheid in de gemeente Maasgouw. Specifieke aandacht gaat hierbij uit naar de thema’s verkeersveiligheid, autoverkeer, goederenvervoer, langzaam verkeer, parkeren en openbaar vervoer. De duurzaam Veilige wegencategorisering is gebaseerd op een duurzame inrichting van gebieden. Deze wegcategorisering staat aan de basis van de vormgeving van de weginrichting en is het uitgangspunt voor de gewenste verlichtingsklasse op een bepaald weggedeelte of gebied.
Beleidsplan Openbare Verlichting 2024 - 2028
51