Bijlage 1.3 Toelichting bestemmingsplan ‘Veldstraat 2-2A’.
Tekst van het document
5.7.2
Archeologische verwachtingswaarden Voor onderhavig plangebied is ten aanzien van het aspect archeologie ‘de Archeologische waardenen verwachtingskaart’ van de gemeente Maasgouw geraadpleegd.
Uitsnede ‘Archeologische waarden- en verwachtingskaart’ van de gemeente Maasgouw met aanduiding plangebied
Op grond van de bovenstaande kaart is voor onderhavig plangebied sprake van lage archeologische verwachtingswaarden. Derhalve is voor onderhavig plangebied geen dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ opgenomen. In beleidsmatig opzicht bestaan ter plekke geen archeologische restricties. Ongeacht de mate en diepte van de bodemverstoring is op onderhavige locatie geen archeologisch onderzoek nodig. Onderhavig planvoornemen voorziet in een functiewijziging van de bestaande bebouwing, waardoor geen bodemingrepen noodzakelijk zijn.
5.7.3
Conclusie Omdat sprake is van een lage archeologische verwachtingswaarde en door voorliggend planvoornemen geen bodemingrepen noodzakelijk zijn, vormt het aspect archeologie geen belemmeringen. Op basis van de Erfgoedwet geldt echter wel de verplichting dat, indien tijdens mogelijke
30
Bestemmingsplan Veldstraat 2-2A te Ohé en Laak Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
M196909.007/ASA
toekomstige graafwerkzaamheden desondanks archeologische materialen en/of sporen worden aangetroffen, deze per direct gemeld dienen te worden bij de gemeente Maasgouw.
5.8
Cultuurhistorie Het plangebied is niet gelegen in een beschermd dorpsgezicht. Tevens is geen sprake van een Rijksof gemeentelijk monument ter plekke. Ook bevinden zich in de nabijheid van het plangebied geen monumentale gebouwen of objecten die van invloed kunnen zijn op voorgenomen ontwikkeling. Omdat voorliggend planvoornemen voorziet in een bestemmingswijziging en daarvoor geen bouwen/of sloopwerkzaamheden plaatsvinden, is geen sprake van aantasting van de cultuurhistorische waarden van de bebouwing. Op een strook langs de Veldstraat de dubbelbestemming ‘Waarde – Landschap’ van toepassing. De voor 'Waarde - Landschap' aangewezen gronden zijn mede bestemd voor de bescherming van cultuurhistorische en landschappelijke waarden. Ter plekke is een beukenhaag en een laan met perenbomen aanwezig. De aanwezige bomen zijn vastgelegd in het landschappelijk inpassingsplan en de haag zal worden vervolledigd. Daarmee zullen de landschappelijke en cultuurhistorische waarden van de beplanting worden behouden en versterkt. Voor het volledige landschappelijk inpassingsplan wordt verwezen naar bijlage 2 en naar paragraaf 5.11.3. Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor onderhavig planvoornemen.
5.9
Kabels en leidingen Door het plangebied lopen geen boven- en/of ondergrondse leidingen. Er is op dat gebied derhalve geen sprake van bijbehorende (planologische) beschermingszones en/of belangen van derden op dit punt. De aanwezigheid van kabels en leidingen met betrekking tot de nutsvoorzieningen in de omgeving is evident. Bij het nader uitwerken van de aansluitingen, dient met de verschillende netwerkbeheerders contact te worden opgenomen.
5.10
Verkeer en parkeren Met betrekking tot onderhavige planontwikkeling dienen de (eventuele) gevolgen voor de verkeersstructuur alsmede het parkeren inzichtelijk te worden gemaakt.
5.10.1
Gemeentelijk Verkeers- en Voervoerplan, verkeersbeleid 2015-2025 Het gemeentelijk verkeers- en vervoerbeleid is hoofdzakelijk weergegeven in het ‘Gemeentelijk Verkeers- en Vervoerplan, verkeersbeleid 2015-2025’ (vastgesteld in 2015). Het GVVP omschrijft de doelstellingen op het gebied van verkeer en vervoer. De hoofddoelstelling is een bijdrage te leveren aan het bevorderen van de verkeersveiligheid,
Bestemmingsplan Veldstraat 2-2A te Ohé en Laak Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
31
M196909.007/ASA
bereikbaarheid en (verkeers)leefbaarheid in de gemeente Maasgouw. Specifieke aandacht gaat hierbij uit naar de thema’s verkeersveiligheid, autoverkeer, goederenvervoer, langzaam verkeer, parkeren en openbaar vervoer. Het GVVP is tevens het toetsingskader voor toekomstige reconstructie- en nieuwbouwplannen. Het parkeren dient te voldoen aan het gemeentelijk beleid ‘Parkeernormen en parkeerbijdrageregeling gemeente Maasgouw’ (vastgesteld in 2011) In deze nota zijn de gemeentelijke parkeernormen inzichtelijk gemaakt voor burgers, bedrijven en ontwikkelaars zodat duidelijk is welke normen gehanteerd worden bij de betreffende bouwaanvraag. Hierdoor zal in de toekomst bij nieuwe ruimtelijke plannen en projecten zoals nieuwbouw, verbouw, uitbreiding of wijziging van functie in een parkeerbehoefte voorzien en waar mogelijk de bereikbaarheid en leefbaarheid te waarborgen. De nota gaat er van uit dat de aanvrager in eerste instantie zelf zorg draagt voor voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein. 5.10.2
Verkeersstructuur Het plangebied is gelegen aan de Veldstraat in Ohé en Laak. Dit betreft een erftoegangsweg gelegen buiten de bebouwde kom. Als gevolg van de bestemmingsplanwijziging van agrarisch naar wonen met opslag, zal er t.b.v. de loods geen extra toename van verkeer zijn. Het planvoornemen heeft nauwelijks effect op de verkeersintensiteiten op de Veldstraat. Deze kan de (mogelijke beperkte toename van) het verkeer goed aan.
5.10.3
Parkeren Overeenkomstig met het gemeentelijk beleid ‘Parkeernormen en parkeerbijdrageregeling gemeente Maasgouw’ dient de initiatiefnemer in eerste instantie zorg te dragen voor voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein. Wijziging van de bedrijfswoning naar woning heeft geen wijziging in de parkeerbehoefte tot gevolg. Voor de tweede woning zijn twee parkeerplaatsen nodig. De schoonheidssalon heeft een parkeerbehoefte van 0,2 x 3,5 = 0,7 parkeerplaatsen. In totaal dienen op eigen terrein drie extra parkeerplaatsen te worden gerealiseerd. Gezien de ruimte op het eigen terrein kunnen deze drie parkeerplaatsen op eigen terrein worden gerealiseerd.
Indicatieve ligging parkeerplaatsen
32
Bestemmingsplan Veldstraat 2-2A te Ohé en Laak Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
M196909.007/ASA
5.11
Waterhuishouding
5.11.1
Nationaal Waterplan 2016-2021 In het Nationaal Waterplan 2016-2021 zijn de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de daartoe behorende aspecten van het nationale ruimtelijke beleid beschreven. Met dit Nationaal Waterplan voldoet Nederland aan de Europese eisen die voortvloeien uit de Kaderrichtlijn Water (KRW), de Richtlijn Overstromingsrisico`s (ROR) en de Kaderrichtlijn Mariene Strategie (KMS). Onderhavig plangebied ligt volledig in het waterbergend rivierbed, welke in het bestemmingsplan is vastgelegd middels de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterbergend rivierbed’. De als zodanig aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor een waterbergende functie. Binnen de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterbergend rivierbed’ mag alleen worden gebouwd met toestemming van Rijkswaterstaat. Voorwaarde hierbij is dat er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het belang van het waterbergend rivierbed. Dit betekent dat voor de hoeveelheid waterbergend vermogen welke vervalt, compensatie moet worden geleverd door elders binnen het waterbergend rivierbed die hoeveelheid water middels maaiveldverlaging (afgraving) te compenseren. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een bestemmingswijziging van bestaande bebouwing. Er wordt ter plekke geen nieuwe bebouwing beoogd.
Er is dan ook geen sprake van aantasting van het waterbergend vermogen, waardoor compensatie niet aan de orde is.
5.11.2
Provinciaal beleid De provincie Limburg kent als uitgangspunt dat verdroging zo veel mogelijk moet worden tegengegaan en dat de waterkwaliteit, met het oog op een duurzaam gebruik in de toekomst, erg belangrijk is. Verder sluit de provincie aan bij het beleid van de Vierde Nota Waterhuishouding om infiltratie van water in de bodem te bevorderen en water meer terug te brengen in stedelijk gebied. Binnen de waterbeheersplannen van Limburg is integraal waterbeheer een belangrijk begrip. Ook hier speelt verdroging en waterkwaliteit een belangrijke rol in het beleidsproces. Ter invulling van (specifiek) ecologische functies stelt het Waterschap onder andere dat, ter voorkoming van verdroging, grondwaterstanden (daar waar dat mogelijk is) verhoogd moeten worden door peilbeheer. Ook dient het rioleringsbeheer door gemeenten op en aan de aan watergangen en plassen toegekende functies, afgestemd te worden. Naast die ecologische functie dienen er ook mensgerichte hoofdfuncties ten behoeve van industrie of drinkwater ingepast te worden. Tevens dient er plaats te zijn voor mensgerichte nevenfuncties.
5.11.3
Watertoets Waterschap Limburg Vanaf 1 november 2003 zijn de overheden wettelijk verplicht om alle ruimtelijke plannen, die van invloed zijn op de waterhuishouding, voor advies voor te leggen aan de waterbeheerders. Tot juli 2004 kwam het voor dat voor de watertoets verschillende waterbeheerders (waterschapsbedrijf, waterschap, provincie en Rijkswaterstaat) apart moesten worden benaderd. Die gaven dan afzonderlijke wateradviezen. Dat zorgde voor veel onduidelijkheid en papieren rompslomp. Daarom hebben de Limburgse waterbeheerders afgesproken om alle aanvragen in het hun betreffende gebied af te handelen via één loket: het zogenaamde watertoetsloket. Het loket is ondergebracht bij het waterschap.
Bestemmingsplan Veldstraat 2-2A te Ohé en Laak Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
33
M196909.007/ASA
Om te bepalen of een plan aan het watertoetsloket moet worden voorgelegd, is de ‘digitale watertoets’ ontwikkeld. Door middel van het intekenen van het plangebied en het beantwoorden van vragen wordt bepaald welke procedure van toepassing is. Voorliggend planvoornemen voorziet in een functiewijziging van de gebouwen, waarbij de oppervlakte en verhardingen niet zal wijzigen. Derhalve omvat het planvoornemen geen waterschapsbelang.
5.11.4
Afvalwater en hemelwater Op welke wijze wordt omgegaan met het afval- en hemelwater binnen het onderhavige plangebied wordt hierna uiteengezet. Afvalwater Het afvalwater als gevolg van onderhavige planontwikkeling zal worden geloosd op de gemeentelijke riolering van de gemeente Maasgouw. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt is het afvoeren van afvalwater via de gemeentelijke riolering vereist en daarmee tevens de beste optie. Het perceel is voorzien van één rioolaansluiting. Met het oog op de toekomstige verkoop van een van de woningen, is het raadzaam beide woningen te voorzien van een eigen aansluiting. De aansluiting zou gerealiseerd kunnen worden op het in de Veldstraat liggende vrijvervalriool met een diameter van 160 mm. De kosten voor de aanleg van een tweede aansluiting komen ten laste van de aanvrager. Hemelwater In voorliggend planvoornemen is geen sprake van het toevoegen van bebouwing of erfverharding. Er zijn geen derhalve geen wijzigingen de afvoer van het hemelwater. In de bestaande situatie is de afvoer van hemelwater voor een groot deel afgekoppeld van het riool. Het hemelwater wordt via een buis afgevoerd naar de achterliggende infiltratiesloot (tussen de twee struwelen), alwaar het water kan infiltreren in de bodem.
5.11.5
Conclusie Gelet op vorenstaande en de resultaten van de watertoets vormt het aspect waterhuishouding geen belemmeringen voor onderhavige planontwikkeling.
5.12
Natuur en landschap
5.12.1
Kernkwaliteiten Blijkens de kaart ‘Natuur’ van het POL2014 is onderhavig projectgebied gelegen in de ‘Bronsgroene landschapszone’ (zie tevens paragraaf 3.2.1).
34
Bestemmingsplan Veldstraat 2-2A te Ohé en Laak Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
M196909.007/ASA
Uitsnede kaart ‘Natuur’ POL2014 met aanduiding plangebied
5.12.2
Natura2000 Natura2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Natura2000 gebieden worden bepaalde diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd door de biodiversiteit te behouden. Natura2000 gebieden worden beschermd door de ‘Wet Natuurbescherming’. Het meest nabijgelegen Natura2000-gebied is het op circa 800 meter gelegen ‘Grensmaas’. Vanwege de uitspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 mag het Programma Aanpak Stikstof niet meer worden gebruikt als basis om toestemming te verlenen voor de activiteiten die leiden tot een stikstoftoename ter plaatse van stikstofgevoelige habitattypen en soorten in Natura2000 gebieden. Derhalve dient te worden gekeken naar mogelijke bouw- en sloopwerkzaamheden en veranderingen ten opzichte van het huidige gebruik. In onderhavig voornemen is echter geen sprake van het wijzigen van gebruik. De aanwezige bedrijfsactiviteiten vinden reeds al geruime tijd plaats, in voorliggend bestemmingsplan worden de bedrijfsactiviteiten planologisch vastgelegd. Ten behoeve van voorliggend voornemen is een stikstofberekening gemaakt middels de AERIUS Calculator. Bij deze berekening is uitgegaan van een worst-case scenario. Het aantal verkeersbewegingen gedurende de gebruiksfase is ruim aangehouden.
Uit de berekening met AERIUS blijkt dat er geen sprake is van verhoging van stikstofdepositie op een op voor stikstof gevoelige natuurgebied. Uit de berekening blijkt dat door voorliggend voornemen ten opzichte van de bestaande situatie geen significantie verhoging van stikstofdepositie (> 0,00 mol/ha/jr) ontstaat. De berekening is bijgevoegd in bijlage 4. Tevens is voorliggend planvoornemen getoetst aan de effectenindicator Natura 2000-gebieden. Hierin wordt weergegeven wat de mogelijke gevolgen zijn van het planvoornemen op het nabijgelegen Natura 2000-gebied ‘Grensmaas’. In onderhavig voornemen is sprake van herbestemming van bestaande bebouwing van ‘Agrarisch bedrijf’ naar ‘Wonen’, waarbij in de loods opslag van goederen mogelijk wordt gemaakt. Er wordt geen nieuwe bebouwing toegevoegd. Op basis van de effectenindicator is door voorliggend planvoornemen geen sprake van
Bestemmingsplan Veldstraat 2-2A te Ohé en Laak Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
35
M196909.007/ASA
oppervlakteverlies, versnippering, verontreiniging en of verdroging van de omliggende natuurgebieden. Tevens zal geen sprake zijn van (een toename van) verstoring door geluid, trilling, mechanische effecten of van optische verstoring. In paragraaf 5.13.3 (Gebiedsbescherming) wordt hier uitgebreid op ingegaan.
5.12.3
Inpassingsplan De beoogde ontwikkelingen aan de Veldstraat 2-2A te Ohé en Laak vinden plaats buiten de rode contour. Bij voorliggende voornemen is een kwaliteitsverbetering in het kader van Module 9 (categorie Overige aanleg-, bouw- en gebruiksontwikkelingen) van het Gemeentelijk Kwaliteitsmenu van toepassing. Dit betekent kwaliteitsverbeterende maatregelen in de vorm van maatwerk. In alle gevallen is een landschappelijke en ruimtelijke inpassing vereist. Daarom is voor onderhavig planvoornemen een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Het volledige landschappelijk inpassingsplan is bijgevoegd in bijlage 2. Met voorliggend landschapsplan wordt beoogd om het plangebied met (agrarische) bebouwing als karakteristiek landschappelijk element in het buitengebied in te vullen. Daarmee wordt bedoeld dat de bebouwing wordt omgeven door een huisweide met fruitbomen, waardoor het geheel landschappelijk wordt ingepast. Tevens heeft dit ook aanvullende landschappelijke en cultuurhistorische waarden.
Landschapsplan Veldstraat 2 te Ohé en Laak
Landschappelijke inpassing De bestaande beplanting om het plangebied zorgt reeds voor een goede landschappelijke inpassing
36
Bestemmingsplan Veldstraat 2-2A te Ohé en Laak Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
M196909.007/ASA
van de bebouwing. De reeds volwassen walnootbomen langs de Veldstraat te Ohé en Laak verzachten de blik op de loods. Tevens heeft het bestaande struweel aan de noord- en oostzijde om het plangebied reeds een robuuste omvang bereikt. Binnen dit struweel staan nog een aantal walnoot-/ en kersenbomen die nog verder zullen uitgroeien tot volwaardige overstaanders binnen dit struweel. Daarmee zal het zicht op de bebouwing verder afnemen. Ook de bestaande bomenrij direct ten oosten van de loods heeft reeds een robuust karakter welke het zicht op de bebouwing breekt. De grond tussen het struweel en de loods is door de initiatiefnemer verpacht, waardoor verder ingrepen op dit perceel niet mogelijk is. Doordat er al sprake is van een goede landschappelijke inpassing en de bebouwing niet verder wordt uitgebreid, zal verder geen sprake zijn van aanvullende landschappelijke inpassing. Kwaliteitsverbetering De kwaliteitsverbeterende maatregelen hebben als doel om het plangebied als één landschappelijke eenheid van één perceel met bebouwing en de daarbij horende huisweide te creëren. Daarvoor worden een aantal maatregelen voorgesteld. Beukenhaag langs de straat Een van de maatregelen om een landschappelijke eenheid te creëren is om de bestaande (beuken)haag langs de Veldstraat te vervolledigen. In de huidige situatie is deze haag op meerdere plaatsen onderbroken.
De open plaatsen zullen worden opgevuld om zodoende een doorlopende haag te creëren en daarmee een visuele eenheid te vormen. Huisweide afbakenen Ten zuiden van de bebouwing is een huisweide gelegen. In de huidige situatie wordt de huisweide gedeeltelijk afgebakend door de bestaande bomenrij van essen. Daarbij moet worden aangetekend dat de bomenrij een hoek maakt waardoor de huisweide een landschappelijk onlogische vorm heeft. In de beoogde situatie wordt uitgegaan van lijnvormige beplanting waarbij de bestaande lijnen en perceelsgrenzen worden gevolgd. De afbakening zal bestaan uit een gemengde Limburgse haag (Soorten benoemen) aan de zuid- en oostzijde van de huisweide, welke zorgt voor een strakke kleinschalige omlijning van de huisweide. Tevens wordt er hoger opgaande beplanting toegepast voor een duidelijke, robuuste landschappelijke afbakening. Aan de oostzijde zal de bestaande bomenlaan van essen worden uitgebreid, waarmee een duidelijke landschappelijke afbakening aan de achterzijde wordt gecreëerd. Aan de zuidzijde van de het perceel wordt de bomenrij langs het bestaande schuurtje ook aangevuld tot het nieuwe hoekpunt. De bomenlaan zal worden aangevuld met twee kersenbomen. Hoekpunt markeren In de huidige situatie wordt het hoekpunt van de huisweide gemarkeerd met een linde. Historisch gezien worden lindes veelal als markeringsboom aangeplant.
In de beoogde situatie zal dit worden voortgezet. Aan de zuidoostelijke hoekpunt van de huisweide zal als markeringsboom een linde worden aangeplant, om daarmee een landschappelijke robuuste afronding van de huisweide te vormen. Erfbeplanting in huisweide Als kwaliteitsverbeterende maatregel zal de erfbeplanting in de huisweide worden uitgebreid.
Bestemmingsplan Veldstraat 2-2A te Ohé en Laak Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
37
M196909.007/ASA
Daarmee wordt beoogd om de huisweide (en het plangebied) een voor het huidige landschap karakteristieke invulling te geven. Daartoe zullen in de huisweide 16 hoogstamfruitbomen (verschillende soorten als appel, peer, en kers) worden aangeplant. Om deze tot volledige wasdom te laten komen is worden deze aangeplant in een rasterpatroon met onderliggende afstanden van 10 m. Daarmee is voor de fruitbomen voldoende ruimte beschikbaar om de kronen volledig te laten uitgroeien. De bestaande essen staan schuin op het bovengenoemde raster. Deze zullen als speels karakter blijven behouden in de huisweide. Het landschappelijk inpassingsplan is d.d. 30 juli 2019 voorgelegd aan de omgevingscommissie MER. De commissie heeft een positief advies afgegeven en stemt in met het plan. Het advies is bijgevoegd als bijlage 3. Het uitgangspunt om de bestaande beplanting te onderhouden en verder aan te vullen wordt onderschreven. Op deze wijze bestaat er een borging van een natuurlijke inpassing in een typisch Maasdallandschap.
5.13
Flora en fauna
5.13.1
Algemeen Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet vervangt 3 wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. In deze wet zijn de onderdelen uit de Europese Habitatrichtlijn en onder meer de Vogelrichtlijn, die de bescherming van soorten betreft, geïmplementeerd. De wet biedt ook het kader voor de bescherming van inheemse dier- en plantensoorten die geen bescherming genieten op grond van de Habitatrichtlijn. Er gelden een aantal verboden ter bescherming van beschermde dier- en plantensoorten. Artikel 1.11 Wet natuurbescherming voorziet in een algemene verplichting voor een ieder om voldoende zorg te dragen voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving.
5.13.2
Natuurgegevens provincie Limburg De provincie Limburg heeft in 2011 de haar beschikbare natuurgegevens geactualiseerd. Broedvogels Binnen het plangebied is blijkens de natuurgegevens de zwarte roodstaart aangetroffen. Het betreft een schaarse soort, die niet wordt beschermd. Vegetatie Binnen het plangebied is geen beschermde vegetatie aangetroffen. Flora Rond en binnen het plangebied zijn geen waarnemingen bekend van beschermde flora.
38
Bestemmingsplan Veldstraat 2-2A te Ohé en Laak Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
M196909.007/ASA
Kaart met aanduiding natuurgegevens provincie
De bovengenoemde gegevens zijn (deels) verouderd. Op de website www.waarneming.nl zijn de meest recente waarnemingen opgenomen. Het afgelopen jaar zijn in het plangebied geen waarnemingen gedaan van beschermde flora en fauna. Het is derhalve aannemelijk dat binnen het plangebied geen beschermde flora en fauna aanwezig zijn. De gevolgen van de beoogde activiteiten op flora en fauna door voorliggende bestemmingsplanwijziging is nihil, omdat het voorziet in het planologisch vastleggen van reeds gebezigde activiteiten. Bouwfase Ter plekke vinden ten behoeve van de bestemmingswijziging géén bouwwerkzaamheden plaats. Derhalve is geen sprake van een verstoring van mogelijke nestlocaties voor flora en fauna. Gebruiksfase De beoogde bedrijfsactiviteiten vinden inpandig plaats. In de regels van dit bestemmingsplan is tevens opgenomen dat op het erf geen bedrijfsactiviteiten met motorisch aangedreven materieel of met een luidruchtig karakter mogen plaatsen. Derhalve is geen sprake van een toename van verstoring als gevolg van geluid, trillingen en/of mechanische effecten aan de orde is voor flora en fauna direct rond het plangebied.
5.13.3
Gebiedsbescherming Voorliggend planvoornemen is getoetst aan de effectenindicator Natura 2000-gebieden. Hierin wordt weergegeven wat de mogelijke gevolgen zijn van het planvoornemen op het nabijgelegen Natura 2000-gebied ‘Grensmaas’. In onderhavig voornemen is sprake van herbestemming van bestaande bebouwing van ‘Agrarisch bedrijf’ naar ‘Wonen’, waarbij in de loods opslag van goederen mogelijk wordt gemaakt. Er wordt geen nieuwe bebouwing toegevoegd. Ten behoeve van de landschappelijke inpassing zal ter plekke wat beplanting worden toegevoegd. Door voorliggend planvoornemen is geen sprake van oppervlakteverlies, versnippering, verontreiniging en of verdroging van de omliggende natuurgebieden. Tevens zal geen sprake zijn van (een toename van) verstoring door geluid, trilling, mechanische effecten of van optische verstoring.
Bestemmingsplan Veldstraat 2-2A te Ohé en Laak Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
39
M196909.007/ASA
Effectenindicator
Voorliggend planvoornemen heeft derhalve geen negatieve gevolgen voor de omliggende natuurgebieden.
5.13.4
Conclusie flora en fauna Gelet op de beschikbare gegevens, het karakter van het plangebied en het feit dat geen bouw- of sloopwerkzaamheden plaatsvinden, zal de beoogde functiewijziging geen negatieve effecten hebben op flora en fauna. Het aspect flora en fauna vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
5.14
Duurzaamheid Duurzame stedenbouw verbreedt de aandacht naar meer aspecten dan alleen de verkaveling en ontsluiting. Duurzaamheid gaat ook om een zuinig ruimtegebruik, milieuvriendelijkheid, veilig verkeer en vervoer en natuur en rekening houden met het waterhuishoudingsysteem, omgevingsinvloeden, landschapsstructuren en landschapselementen. Dit betekent in de praktijk dat gelet moet worden op het materiaalgebruik, de vormgeving, gebruik van alternatieve energiebronnen, compact bouwen, intensief ruimtegebruik en flexibel bouwen (levensloopbestendig).
5.15
Uitvoerbaarheid De uitvoerbaarheid van de planontwikkeling dient in relatie tot de gemeentelijke financiën te zijn gewaarborgd. Daarbij dient ook te worden onderzocht of en in hoeverre de voorgenomen afwijkingen ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan aanleiding kunnen geven tot aanspraken om planschade als bedoeld in artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening. Door middel van voorliggend bestemmingsplan vinden in de feitelijke situatie geen wijzigingen
40
Bestemmingsplan Veldstraat 2-2A te Ohé en Laak Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
M196909.007/ASA
plaats. De genoemde (bedrijfs)activiteiten (caravan en botenstalling, statische opslag van goederen, een schoonheidssalon en een atelier) zijn reeds aanwezig op onderhavige locatie. Door voorliggend bestemmingsplan wordt het feitelijke gebruik planologisch vastgelegd. 5.15.1
Grondexploitatie Afdeling 6.2 van de Wet ruimtelijke ordening draagt de titel ‘Grondexploitatie’. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de mogelijkheden voor gemeenten (en ook provincie en Rijk indien deze als planwetgever optreden) om langs publiekrechtelijke weg eisen te stellen aan het in exploitatie brengen van gronden. Het gaat dan onder andere om eisen op het gebied van kostenverhaal, sociale woningbouw, particulier opdrachtgeverschap en fasering van de invulling van den openbare ruimte. Ook zijn in afdeling 6.2 Wro twee bepalingen opgenomen over de wijze waarop langs privaatrechtelijke weg eisen gesteld kunnen worden aan het in exploitatie brengen van gronden. Exploitatieplan Afdeling 6.4 Wro beschrijft een publiekrechtelijk stelsel waarbinnen door gemeenten (en in voorkomend geval provincie of Rijk) eisen gesteld kunnen worden aan de grondexploitatie. Dit publiekrechtelijk instrumentarium is aanvullend van aard. Het primaat ligt bij vrijwillige civielrechtelijke afspraken. Deze civielrechtelijke afspraken worden gemaakt in hetzij een anterieure overeenkomst (er is nog geen exploitatieplan vastgesteld) hetzij een posterieure overeenkomst (er is al een exploitatieplan vastgesteld).
Artikel 6.12, lid 1 Wro bepaalt dat de gemeenteraad wordt verplicht om de gronden, waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen, een exploitatieplan op te stellen. Artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening geeft aan om welke bouwplannen het gaat. Hoofdregel is dat er een plicht bestaat voor het opstellen van een exploitatieplan. Onder artikel 6.12, lid 2 Wro wordt hierop echter een aantal uitzonderingsmogelijkheden geboden: -
het verhaal van kosten over de in het plan of besluit begrepen kosten is anderszins verzekerd; het is niet nodig een tijdvak te bepalen waarbinnen de grondexploitatie zal plaatsvinden; het is niet nodig een fasering op te nemen waarbinnen werken, werkzaamheden en bouwplannen uitgevoerd moeten worden; het is niet nodig eisen en/of regels omtrent de uitvoering te stellen aan het bouwrijp maken en/of de inrichting van de openbare ruimte en/of de aanleg van nutsvoorzieningen; het is niet nodig regels te stellen omtrent de uitvoering van de in het bestemmingsplan opgenomen bepalingen omtrent sociale huur en/of koopwoningen, kavels voor particulier opdrachtgeverschap of branches in de detailhandel.
De initiatiefnemer dient een ‘akkoordverklaring kosten en voorwaarden’ (exploitatieovereenkomst) te tekenen waarmee hij instemt met de voorwaarden, kosten en het opstarten van de bestemmingsplanprocedure.
5.15.2
Planschade Artikel 6.1 Wet ruimtelijke ordening biedt de grondslag voor de vergoeding van zogenoemde planschade. Deze schadevergoeding wordt (in beginsel) door het college van burgemeester en
Bestemmingsplan Veldstraat 2-2A te Ohé en Laak Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
41
M196909.007/ASA
wethouders van de betreffende gemeente toegekend aan degene die als gevolg van een planontwikkeling schade lijdt. Artikel 6.4a Wro bepaalt dat de gemeente de mogelijkheid heeft om met een initiatiefnemer van een planontwikkeling een overeenkomst te sluiten. De strekking van dergelijke planschadeovereenkomst is dat de door derden geleden schade geheel (of gedeeltelijk) voor rekening komt van de initiatiefnemer, omdat de schade voortvloeit uit het op zijn of haar verzoek ten behoeve van een planontwikkeling wijzigen van het bestemmingsplan of verlenen van een omgevingsvergunning. Voordat de formele bestemmingsplanprocedure wordt opgestart zal tussen de initiatiefnemer en de gemeente een planschadeovereenkomst worden afgesloten, waarin wordt opgenomen dat eventuele vergoeding van planschade door de gemeente wordt afgewenteld op de initiatiefnemer.
42
Bestemmingsplan Veldstraat 2-2A te Ohé en Laak Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
M196909.007/ASA
6
Planstukken Het bestemmingsplan ‘Veldstraat 2-2A te Ohé en Laak’ van de gemeente Maasgouw bestaat uit voorliggende toelichting, regels en een verbeelding schaal 1 : 1.000.
6.1
Algemeen Op 1 juli 2008 is de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro) in werking getreden. Behalve een vernieuwd stelsel voor processen voor de ruimtelijke ordening in Nederland, worden met de inwerkingtreding van de nieuwe Wro ook de resultaten van DURP (Digitale Uitwisseling in Ruimtelijke Processen) wettelijk verankerd. Dit houdt in dat nagenoeg alle instrumenten uit de Wro door bronhouders digitaal beschikbaar zijn, waardoor de bestemmingsplannen onderling vergelijkbaar worden. Hiervoor is het pakket ‘RO Standaarden 2008’ ontwikkeld, dat wettelijk is vastgelegd in de bij de Wro behorende ‘Regeling standaarden ruimtelijke ordening’. Vergelijkbaarheid van bestemmings- en inpassingsplannen wordt door de SVBP2012 (Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012) op drie manieren gerealiseerd: -
-
-
er is een begrippenkader gegeven dat in de plannen toegepast moet worden. Het gaat dan bijvoorbeeld om lijsten van bestemmingshoofdgroepen met mogelijke gebruiksdoelen, dubbelbestemmingen, aanduidingen, indeling van regels etc. Voor het hanteren van het begrippenkader is geen specifieke software vereist; er is een verplichte ‘analoge verbeelding’ voorgeschreven, hetgeen inhoudt de manier waarop het plan op papieren kaarten moet worden getoond. Er zijn dwingende regels inzake de opmaak van het plan. Voor het opmaken van plannen is in de praktijk speciale software benodigd; er is een verplichte ‘digitale verbeelding’ voorgeschreven, waarmee wordt gedoeld op het tonen van het plan in een digitale omgeving (website).
Vanaf 1 januari 2010 dient een bestemmingsplan digitaal raadpleegbaar en uitwisselbaar te zijn. Voorliggend bestemmingsplan voldoet aan deze digitaliseringverplichting.
6.2
Toelichting, regels en verbeelding Een bestemmingsplan bestaat uit een toelichting, regels en een verbeelding. De regels en verbeelding vormen tezamen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderling verband te worden bezien. De regels en de verbeelding zijn namelijk onlosmakelijk met elkaar verbonden, aangezien op de verbeelding de bestemmingen visueel zijn weergegeven en de regels onder andere het gebruik en de bouwmogelijkheden bij deze bestemmingen geven.
Bestemmingsplan Veldstraat 2-2A te Ohé en Laak Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
43
M196909.007/ASA
6.2.1
Toelichting De toelichting van het bestemmingsplan heeft geen rechtskracht, maar is wel een belangrijk onderdeel van het totale plan. De toelichting geeft namelijk een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten zoals deze aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting een belangrijk hulpmiddel bij de interpretatie van het bestemmingsplan.
6.2.2
Regels Conform de SVBP2012 dienen de regels van een bestemmingsplan volgens een bepaalde opbouw te worden opgesteld, waarbij opgemerkt dient te worden dat niet elk bestemmingsplan alle elementen van navolgende opbouw bevat: -
-
-
-
Hoofdstuk 1: Inleidende regels o Begrippen o Wijze van meten Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels o Bestemmingen o Voorlopige bestemmingen o Uit te werken bestemmingen o Dubbelbestemmingen Hoofdstuk 3: Algemene regels o Anti-dubbeltelregel o Algemene bouwregels o Algemene gebruiksregels o Algemene aanduidingsregels o Algemene afwijkingssregels o Algemene wijzigingsregels o Verwezelijking in de naaste toekomst o Algemene procedureregels o Overige regels Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels o Overgangsrecht o Slotregel
De regels van de verschillende bestemmingen worden als volgt opgebouwd, waarbij eveneens geldt dat een bestemmingsregel niet alle elementen hoeft te bevatten: - Bestemmingsomschrijving - Bouwregels - Nadere eisen - Afwijken van de bouwregels - Specifieke gebruiksregels - Afwijken van de gebruiksregels - Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden - Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk - Wijzigingsbevoegdheid
44
Bestemmingsplan Veldstraat 2-2A te Ohé en Laak Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
M196909.007/ASA
Vorenstaande gestandaardiseerde opbouw is gehanteerd bij het opstellen van de regels behorende bij voorliggend bestemmingsplan.
6.2.3
Verbeelding De ‘vroegere’ plankaart wordt in het kader van het huidige planologische regime aangeduid als ‘verbeelding’. Op een verbeelding wordt de grens van het plangebied weergegeven waarbinnen onder meer de verschillende (dubbel)bestemmingen, bouwvlakken en bouw-/functie/maatvoeringsaanduidingen (en de ligging daarvan) visueel zijn weergegeven. De verbeelding met betrekking tot voorliggend bestemmingsplan is ingetekend op schaal 1: 1.000 en digitaal raadpleegbaar via www.ruimtelijkeplannen.nl. Verder voorziet bijbehorende verbeelding in de naam van voorliggend bestemmingsplan en een tekeningnummer. Dit zijn verplichtingen in het kader van de nieuwe Wet ruimtelijke ordening. De verbeelding is direct (juridisch) verbonden met de bijbehorende regels. In deze regels worden de condities en voorwaarden gesteld behorende bij de verschillende bestemmingen.
Bestemmingsplan Veldstraat 2-2A te Ohé en Laak Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
45
M196909.007/ASA
46
Bestemmingsplan Veldstraat 2-2A te Ohé en Laak Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
M196909.007/ASA
7
Vooroverleg, inspraak en formele procedure
7.1
Inleiding De procedure voor vaststelling van een bestemmingsplan zijn door de wetgever geregeld. Aangegeven is dat tussen gemeente en verschillende instanties overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerp bestemmingsplan ter visie kan worden gelegd. Bovendien is het noodzakelijk dat belanghebbenden de gelegenheid hebben om hun visie omtrent het plan te kunnen geven. Pas daarna kan de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van het bestemmingsplan van start gaan.
7.2
Vooroverleg Artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) bepaalt dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, waar nodig, overleg plegen andere betrokken overheden en overheidsdiensten (wettelijke adviseurs). Daarbij moet worden gedacht aan naburige gemeenten, het waterschap, en de diensten van het Rijk en de provincie. Overleg met het waterschap is altijd verplicht, terwijl het tot de verantwoordelijkheid van de gemeente behoort om te beoordelen of overleg met de desbetreffende diensten van het Rijk en de provincie nodig is. Artikel 3:6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is van overeenkomstige toepassing. De bedoeling van dit vooroverleg is voornamelijk om de opstellers van het plan tijdig de mogelijkheid te geven het plan desgewenst aan opmerkingen van andere overheden aan te passen. Voorliggende planontwikkeling is door de gemeente in het kader van artikel 3.1.1 Bro voorgelegd voor advies aan de betreffende instanties. Provincie Limburg Het plan is door de provincie Limburg beoordeeld op de adequate doorwerking van de provinciale belangen. De beoordeling van het plan geeft geen aanleiding tot het maken van opmerkingen. Indien dit plan op deze wijze wordt voortgezet, zal er geen aanleiding zijn om in de verdere procedure van het plan een zienswijze in te dienen.
Rijkswaterstaat In het kader van het bestuurlijk vooroverleg is Rijkswaterstaat om advies gevraagd inzake bovengenoemd voorontwerp bestemmingsplan. Het bestemmingsplan wijzigt de agrarische bestemming van het plangebied om naar de bestemmingen wonen en bedrijf. Het plangebied is volledig gelegen in het waterbergend rivierbed van de rivier de Maas. Deze dubbelbestemming is correct op de betreffende gronden weergegeven en de bijbehorende bepalingen zijn correct in de regels verwoord. Omdat de functiewijziging uitsluitend in bestaande bebouwing plaatsvindt en er geen nieuwe
Bestemmingsplan Veldstraat 2-2A te Ohé en Laak Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
47
M196909.007/ASA
bebouwing wordt opgericht of verharding wordt aangebracht heeft de gemeente in de paragrafen 4.1.2 (Barro) en 5.11.1 (waterhuishouding) geconcludeerd, dat er geen sprake is van verlies aan waterbergend vermogen. Er is dus ook geen sprake van een compensatieplicht. Het bestemmingsplan biedt echter ook de mogelijkheid om de bebouwing landschappelijk in te passen en een landschappelijke kwaliteitsverbetering te realiseren. Daartoe worden nieuwe bomen en hagen aangeplant. Ook deze activiteiten moeten worden getoetst aan de bepalingen uit de Waterwet en er zal dus bekeken moeten worden of er door deze aanplant sprake is van verlies aan waterbergend vermogen. Afhankelijk van de omvang van de aanplant zal er op basis van de Waterwet sprake zijn van een melding- dan wel vergunningplicht. Bij het aanvragen van de vergunning voor de aanleg van de beplanting ten behoeve van de landschappelijke inpassing zal indien nodig een melding dan wel een vergunning worden aangevraagd. Waterschap Limburg De wijziging van de bestemmingen op het adres Veldstraat 2 en 2a te Ohé en Laak is een administratieve wijziging. Het betreft geen (her-)ontwikkeling waardoor de waterhuishoudkundige situatie niet wijzigt. Het waterschap heeft derhalve geen opmerkingen op het voorontwerp bestemmingsplan. Veiligheidsregio Het plan is tevens beoordeelt door de veiligheidsregio. Het advies is bijgevoegd als bijlage 5.
7.3
Inspraak Ingevolge artikel 1.3.1 Besluit ruimtelijke ordening dienen burgemeester en wethouders te besluiten en te publiceren of er terinzagelegging van het bestemmingsplan plaatsvindt, of er zienswijzen kunnen worden ingediend en of een onafhankelijke adviesinstantie advies uitbrengt. Ook is in voornoemd artikel bepaald dat het voornemen tot het voorbereiden van een bestemmingsplan, waarbij geen MER wordt opgesteld, dient te worden gepubliceerd conform artikel 3:12, lid 1 en 2 van de Algemene wet bestuursrecht en langs elektronische weg. De gemeente Maasgouw heeft kenbaar gemaakt dat zij, alvorens de formele bestemmingsplanprocedure op te zullen starten, geen voorontwerp van voorliggend bestemmingsplan ter inzage zullen leggen en meteen over te gaan tot het ter visie leggen van het ontwerp bestemmingsplan.
48
Bestemmingsplan Veldstraat 2-2A te Ohé en Laak Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
M196909.007/ASA
7.4
Formele procedure
7.4.1
Algemeen De wettelijke (formele) bestemmingsplanprocedure, die circa 26 weken in beslag neemt, bestaat uit navolgende stappen: 1. 2.
3. 4. 5.
6. 7.
7.4.2
Openbare kennisgeving van het ontwerp bestemmingsplan. Ter inzage legging van het ontwerp bestemmingsplan met alle bijbehorende stukken gedurende 6 weken. Tevens wordt de bekendmaking toegezonden aan Gedeputeerde Staten, belanghebbenden en betrokken Rijksdiensten. Gedurende de termijn van ter inzage legging kan een ieder zienswijzen naar voren brengen. Vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad binnen 12 weken. Algemene bekendmaking van het bestemmingsplan door ter inzage legging met voorafgaande kennisgeving en toezending van het besluit tot vaststelling aan Gedeputeerde Staten en betrokken Rijksdiensten, Waterschappen en gemeenten: binnen 2 weken dan wel, indien Gedeputeerde Staten of de inspecteur zienswijzen hebben ingebracht of het bestemmingsplan gewijzigd is vastgesteld, binnen 6 weken na vaststelling. Mogelijkheid tot beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen 6 weken na bekendmaking voor belanghebbenden. Inwerkingtreding op de dag na afloop van de beroepstermijn, zijnde 6 weken na de bekendmaking, tenzij binnen deze termijn een verzoek om voorlopige voorziening is ingediend bij de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Zienswijzen Het ontwerp van voorliggend bestemmingsplan heeft vanaf [ datum ] tot en met [ datum ] voor zienswijzen ter visie gelegen. Gedurende deze termijn zijn [ wel / geen ] zienswijzen ingekomen. [ indien van toepassing: ] Ten aanzien van deze zienswijzen heeft het college van burgemeester en wethouders een beantwoording geformuleerd in een zienswijzennota [ controleren of dit correcte benaming is ]. De zienswijzennota is toegevoegd als bijlage [ … ]. Deze zienswijzennota wordt samen met het ontwerp van voorliggend bestemmingsplan voorgelegd aan de gemeenteraad ter vaststelling. Op [datum] is het bestemmingsplan [gewijzigd] [ongewijzigd] vastgesteld.
Bestemmingsplan Veldstraat 2-2A te Ohé en Laak Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
49
M196909.007/ASA
Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5. 6.
50
Brief beoordeling principeverzoek d.d. 3 april 2018 (kenmerk: UIT/53606); Landschapsplan Veldstraat 2 te Ohé en Laak d.d. 5 juli 2019; Advies Omgevingscommissie MER d.d. 30 juli 2019; Stikstofberekening d.d. 27 juli 2020 (documentnummer: M196909.010/ASE); Advies Veiligheidsregio d.d. 2 juni 2020; Akoestisch onderzoek Industrielawaai Veldstraat 2 d.d. 8 april 2021.
Bestemmingsplan Veldstraat 2-2A te Ohé en Laak Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV