CConstaterende datMaasgouw
Koppel je AI →
Document · PDF

---------- BIJLAGE 1 145146-Terugkoppeling IVP 2023-2026_jaargang 2023

06. Raadsinformatiebrieven 14 mei 2024, gemeente MaasgouwBij agendapunt: Raadsinformatiebrieven behorend bij de portefeuille van burgemeester Schneider29.043 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Wat hebben we gedaan? Aanpak • Publiek-private samenwerking met ondernemers op bedrijventerreinen en in winkelgebied. Verdere doorvoering Keurmerk Veilig Ondernemen (KVO). • Integraal werken: verbindingen met aanpak ondermijning, vermogenscriminaliteit, verkeersveiligheid, inrichting en beheer openbare In het verslagjaar zijn er 14 aangiften van winkeldiefstallen geregistreerd bij de politie. Naast het nemen van eigen maatregelen (bv. camerabeveiliging, ondernemerswhatsapp, handelingsperspectief door brancheorganisatie en aanbod ), al dan niet in KVO verband heeft dit ook de aandacht bij de politie. Van belang hierbij is dat de ondernemers altijd aangifte doen. Het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV) biedt in relatie tot de overvalcriminaliteit en winkeldiefstal diverse handreikingen. In 2022 heeft er een draagvlakmeting KVO plaats gevonden. De voorzitters van de ondernemersvereniging van centrum Maasbracht en Heel, hebben aangegeven geen interesse te hebben in een KVO traject. Men geeft aan geen tijd te hebben en men ziet andere prioriteiten in het centrum. Het ontbreekt de gemeente aan een vast aanspreekpunt en organisatie op de bedrijventerreinen. Mogelijk is sprake van een nieuwe ontwikkeling omdat de gemeente met duurzame bedrijventerreinen aan de slag gaat en de ondernemers probeert te bewegen om vanwege kostenbesparingen bij elkaar te komen.

In de ontwikkelingen in de haven Maasbracht, komt er mogelijk een coöperatie. Daarnaast is voor KVO een bepaalde mate van organisatie van het bedrijfsleven vereist. Binnen de gemeente Maasgouw is echter nog maar bij één bedrijventerrein (van de 13) een bedrijvenvereniging aanwezig. Bekeken wordt of de ondernemersvereniging Maasgouw Ondernemers hier een rol in kan spelen. Eind 2023 zijn we samen met Roerdalen, Echt-Susteren en Platform Veilig Ondernemen Limburg (PVO-L) gestart met voorbereidingen voor het organiseren van ‘Kiek Oet’ bijeenkomsten. Doel daarbij is inwoners, ondernemers en ambtenaren bewust te maken van de signalen die op criminaliteit wijzen. Denk bijvoorbeeld aan leegstaande schuren, verdachte auto’s, veel dezelfde bedrijvigheid, ondernemingen zonder klanten en cybercrime. De bijeenkomst zullen plaatsvinden in maart 2024. Conclusie De gemeente blijft zich inzetten om de veiligheid in de winkelgebieden en bedrijfsterreinen te vergroten. De medewerking van de winkels/bedrijven is hierbij een vereiste. Mede vanwege de versnippering is het lastig om te komen tot een KVO. Vanuit een aanjagende en faciliterende rol blijft de gemeente zich hiervoor inzetten. Het is echter een proces van lange adem.

31

4.5

Veilig uitgaan, evenementen en recreatie

Korte omschrijving onderwerp Onze gemeente beschikt over een robuust toeristisch profiel: jaarlijks bezoeken vele toeristen Maasgouw. De toerismesector draagt veel bij aan de levendigheid en vitaliteit van onze kernen en buitengebied. Dit is van grote sociale en economische betekenis voor onze gemeente en inwoners. Tegelijk brengen deze kwaliteiten veiligheidsrisico’s met zich mee – op het vlak van openbare orde, fysieke veiligheid (denk aan brand- en verkeersveiligheid), overlast, en alcohol- en drugshandhaving. Om optimaal te kunnen blijven profiteren van genoemde kwaliteiten, moeten we de veiligheidsvoorwaarden scherp blijven bepalen en inregelen. Dat is de inzet van dit veiligheidsbeleid. Door goede samenwerking tussen hulpdiensten, particulieren, organisatoren van evenementen, horecaondernemers en detailhandel kunnen er gezamenlijk afspraken worden gemaakt om risico's en overlast te beperken. Wat hebben we gedaan? Hoofdlijnen van onze aanpak rond veilig uitgaan, evenementen en recreatie zijn: o Beleid, regelgeving, procedures op orde. We brengen onze bestuurlijke instrumenten waar nodig verder op peil en zetten ze adequaat en risicogericht in. Het betreft onder meer evenementenbeleid en bijbehorende vergunningprocedures en regels met betrekking tot exploitatie.

Tevens toezicht en handhaving drank en horeca, evenementen, bewoning/ verblijf op recreatieparken en overlast/kleine ergernissen in recreatiegebied. o Ondernemers in positie. We werken samen met horeca-, evenementen- en recreatieondernemers in onze veiligheidsaanpak, brengen de ondernemers nadrukkelijk in positie. We stemmen consequent met hen af, benoemen risico’s en verantwoordelijkheden en monitoren en evalueren gezamenlijk benodigde maatregelen. o Integrale aanpak. We leggen verbindingen met onder meer recreatie- en toerismebeleid, economisch beleid, gezondheidsbeleid (alcohol- en drugspreventie), externe veiligheid (risico’s gevaarlijke stoffen-inrichtingen en -vervoer) en omgevingsbeleid, mobiliteitsbeleid. o Vitalisering Doelstelling is mede ‘vitalisering’ van deze branches. Veiligheid is hierbij de noodzakelijke basis en daarnaast deels ook resultante, in de zin dat vitale ondernemingen minder ‘onveilig’ (ongewenst) gedrag zullen vertonen. Aanpak • Beleid, regelgeving, toezicht en handhaving op orde. Focuspunten onder meer: aansluiting op regionale kaders voor veilige evenementen, exploitatiestelsel horeca, handhaving Alcoholwet, effectief gezamenlijk optreden op en rond de Maasplassen, handhaving overlast en illegale bewoning op de vakantieparken. • Publiek-private samenwerking met horeca-, evenementen- en recreatieondernemers.

• Integraal werken: verbindingen met aanpak ondermijning, recreatie- en toerismebeleid, economie, gezondheidsbeleid (alcohol- en drugspreventie), omgevingsbeleid, mobiliteit. Recreatie en toerisme brengen uitdagingen voor de veiligheid en leefbaarheid met zich mee. Wanordelijk gedrag zoals vernieling, agressie, wildplassen, afvaldumping, alcoholgebruik ligt op de loer. Hoewel het in beginsel om een private sector gaat, heeft de overheid een belangrijke rol in het waarborgen van veiligheid en leefbaarheid op vakantieparken, campings, jachthavens en de Maasplassen en het faciliteren van de economische waarde. De taak van gemeenten is om kaders te scheppen die goede ontwikkelingen stimuleren en ongewenste situaties tegengaan. Daarbij is het belangrijk te erkennen dat de opgaven op en rond deze locaties vaak meervoudig zijn en niet met simpele ingrepen op te lossen. Op en rond toeristische locaties kan een gelegenheidsstructuur ontstaan voor allerhande maatschappelijke processen die ongewenste effecten kunnen hebben op de openbare orde en veiligheid. Zo worden recreatieobjecten, mede door tekorten aan toegankelijke en betaalbare opties op de reguliere woningmarkt, in toenemende mate bewoond. Afgezien van deze onrechtmatigheid trekt dit ongewenste elementen/activiteiten aan op deze locaties. Een standaard recept bestaat echter niet, per locatie is maatwerk nodig.

Een voorbeeld is het integraal ondermijningsbeeld Maasplassen/jachthavens dat is opgesteld door RIEC-Limburg. Een ander voorbeeld is de (vaar)veiligheid op en rond het water. Beide onderdelen vergen een integrale, samenhangende en gemeente- en landgrensoverschrijnende en daarmee een projectmatige aanpak. Samen met de gemeente Roermond wordt onderzocht hoe hier uitvoering aan kan worden gegeven. Het RIEC Limburg heeft toegezegd hiervoor de projectleider te willen leveren. Om meer zicht en grip te krijgen op de Maasplassen start R&T Maasgouw alvast met voorbereidende werkzaamheden die uiteindelijk moeten leiden tot de invoering van een digitaal nachtregister.

32

Beleidskader/uitvoeringsprogramma waardevol toerisme Maasgouw In de raadsvergadering van 19 december 2023 is het nieuwe beleid “Waardevol Toerisme Maasgouw 20242027” vastgesteld. In dit beleid wordt R&T integraal benaderd. Ook Openbare orde en veiligheid heeft hierin een plek. Om in dit beleid weloverwogen keuzes te kunnen maken is er medio 2023 een onderzoeksrapport opgeleverd19. In dit onderzoek is R&T bekeken vanuit de bril van de bewoner, de bezoeker en de bedrijven. Ervaren overlast door inwoners:

Perceptie negatieve impact recreatie en toerisme (mee eens/helemaal mee eens). De nummers corresponderen met de volgende stellingen: 1 Door toerisme en recreatie zijn er parkeer- en verkeersproblemen in mijn woonplaats 2 Door toerisme en recreatie is er overlast van afval in mijn woonplaats 3 Door toerisme wordt het (op sommige plaatsen) in Maasgouw te druk 4 Toeristen en recreanten zorgen (op sommige plaatsen) voor overlast 5 De drukte op toerisme en recreatie heeft een negatieve impact op mijn dagelijkse leven 6 Door toerisme en recreatie heb ik het gevoel dat onze gemeente niet meer van ons is

Overlast op oevers De ervaren overlast op verschillende oevers in Maasgouw is toegenomen. Om hier beter zicht en grip op te krijgen is in 2023 een eerste overlegtafel georganiseerd met interne en externe betrokkenen. Dit proces krijgt een vervolg in 2024. Vitalisering verblijfsrecreatie / vakantieparken In 2023 is in regionaal verband gestart met de uitvoering van het programma “Vitaal en Onderscheidend”, waarmee met de inzet van een zogenaamde toekomstregisseur de vitaliteit van de kleinere (verblijfs)recreatieondernemingen wordt gescreend en hen een advies aan de hand wordt gedaan en ze worden ondersteund met het tot stand brengen van een bedrijfsontwikkelplan waarmee ze hun onderneming kunnen vitaliseren. In 2023 liep het gemeentelijke project Vitale Vakantieparken door. Er werd wederom ingezet op bestrijding overlast, illegale bewoning en vormen van ondermijning op de vakantieparken. Conclusie In 2023 is meer zicht gekomen op de ervaren overlast door inwoners als gevolg van recreatie en toerisme. Hierdoor is het mogelijk gerichter te sturen. Er is verder ingezet op het vitaal houden en vitaal krijgen van de verblijfsaccommodaties in de gemeente.

Met de vaststelling van het beleidskader is een eerste belangrijke stap gezet om op grond van de uitkomsten uit het onderzoek en in het licht van de strategie “Waardevol toerisme”, opvolging te kunnen aan de geformuleerde voor de komende jaren: ‘We willen een gemeente zijn waar je én geweldig kunt wonen én geweldig kunt recreëren’. Hier zal de komende jaren dan ook de focus op liggen.

19

33

RIB 13 juli 2023 (Z/22/023426)

4.6

Verkeersveiligheid

Korte omschrijving onderwerp Verkeersonveiligheid is één van de vele gevaren waarmee de moderne mens wordt geconfronteerd. Het is een gevaar dat, in tegenstelling tot natuurrampen, door de mens zelf is gecreëerd. Echter, zonder aan het verkeer deel te nemen kunnen mensen niet (of nauwelijks) functioneren. Verkeers(on)veiligheid kent twee dimensies: de feitelijke bescherming tegen gevaar, en het gevoel veilig te zijn. De mate van (on)veiligheid kan niet alleen worden weergegeven met het aantal slachtoffers (objectieve veiligheid). Ook de beleving (het gevoel) van onveiligheid (subjectieve verkeersveiligheid) speelt hierbij een rol. Het verbeteren van de verkeersveiligheid is daarom niet alleen gericht op het bevorderen van de veiligheid van de weggebruikers door een veilige omgeving (waaronder infrastructuur) maar ook op de regelgeving gericht op veiligheid en gedragsregels in het verkeer. Onze indicator:

Bron: politie geregistreerde verkeersongevallen

Wat hebben we gedaan? Hoofdlijnen van onze aanpak rond verkeersveiligheid zijn: • Gedragsbeïnvloeding via voorlichting/communicatie en educatie (education) Dit doen we risicogericht: we concentreren ons op risicogroepen en -routes, in het bijzonder senioren, kinderen en jongeren, schoolfietsroutes. We werken samen met partners zoals onderwijs en sluiten aan op regionale, provinciale en landelijke campagnes. Op regionaal niveau maken wij afspraken binnen het regionaal mobiliteitsoverleg. • Infrastructurele maatregelen (engineering). We continueren onze aanpak rond verkeersremmende maatregelen in woongebieden. Het zwaartepunt ligt daarbij op uitbreiding en verbetering van dertigkilometerzones. Interventies worden uitgevoerd als onderdeel van grootonderhoud. De hoofdinfrastructuur wordt gemonitord op blackspots qua verkeersveiligheid. • Handhaving (enforcement) Verkeershandhaving is een politietaak. Via regionale overleggen blijven we aandacht vragen voor het belang van verkeershandhaving en dragen we specifiek voor Maasgouw risicovol gedrag en risicolocaties aan. In verkeersveiligheid wordt geïnvesteerd langs de lijnen ‘infrastructuur’ (onder meer realisatie van 30kilometerzones), ‘gedragsbeïnvloeding’ via voorlichting en educatie en ‘handhaving’ op snelheid en parkeren. Er zijn geen belangrijke knelpunten op het gebied van verkeersveiligheid.

Bovenstaande aanpak komt terug in het Strategisch Plan Verkeersveiligheid gemeente Maasgouw (SPV) dat in de raadsvergadering van 7 december 2023 is vastgesteld. Dit strategisch plan sluit aan bij de uitgangspunten van het coalitieakkoord 2022-2026. Waar mogelijk liften benodigde infrastructurele maatregelen mee met het programma van beheer en onderhoud. Concrete infrastructurele maatregelen uit het SPV zijn: • verbeteren fiets- en voetgangersoversteek op de Heerbaan in Heel; • verbeteren fiets- en voetgangersoversteken op de Heerstraat Noord en Zuid in Beegden; • aanpassen bebouwde kom entrees in Panheel en Beegden.

34

Op het gebied van education zetten we samen met de provincie in op verkeerseducatie op scholen. Zo zetten we in op het project Verkeersactieve school. Een school die zowel theoretische als praktische verkeerseducatie aanbiedt en aandacht besteed aan een verkeersveilige schoolomgeving en de schoolthuisroute. Alle basisscholen in onze gemeente zijn een verkeersactieve school. Voor het vergroten van de zichtbaarheid van schoolgaande kinderen in het verkeer heeft tijdens de donkere dagen in december/januari het project ‘Reflectionday’ plaatsgevonden. In totaal hebben 4 scholen meegedaan met 682 leerlingen. Naast dit project verlenen we ondersteuning met het verkeersexamen op de basisscholen. Voor veilig fietsen werken we in Midden-Limburg aan het project ‘Doortrappen’. Tijdens bijeenkomsten leren deelnemers (met een e-bike) het risico op een ongeval te verkleinen door het fietsgedrag en -snelheid aan te passen aan de verkeerssituatie en toestand van de weg. In onze gemeente hebben 2 bijeenkomsten plaatsgevonden die in samenwerking met (senioren)verenigingen worden georganiseerd. De gemeente Maasgouw heeft geen zogenaamde blackspots; locaties waar in verhouding of opvallend veel verkeersongevallen plaatsvinden. Zie voor het actueel ongevallenbeeld op kern en straatniveau https://www.star-verkeersongevallen.nl/nl-NL/Map.

Op het gebied van engineering werken we aan veilige infrastructuur. Bij reconstructies van wegen wordt de inrichting afgestemd op de actuele richtlijnen wegontwerp. Verder is op de Walburgisstraat en Sint Annestraat in Ohé en Laak de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom verlaagd van 50 naar 30 km/uur. Wanneer een inwoner (algemene) vragen heeft over het thema ‘verkeer’ kan deze de gemeentelijke website12 raadplegen. Hier wordt antwoord gegeven op een breed spectrum aan veel gestelde vragen. Voorbeelden zijn ‘te hard rijden’, aanleggen van verkeersdrempels en verkeerslawaai. Als gemeente organiseren we ook verkeersspreekuren. Tijdens dit verkeersspreekuur wordt de inwoner de mogelijkheid geboden om medewerkers van de gemeente en de politie vragen stellen en knelpunten te bespreken met betrekking tot verkeer, verkeersveiligheid en parkeren. De medewerkers van de gemeente en de politie geven dan antwoord op vragen en/of zoeken samen naar een eventuele oplossing. Naast de vele specifieke vragen worden er ook algemene vragen gesteld dan wel geïnformeerd naar het parkeren, bebording, snelheid en groenonderhoud in relatie tot de verkeersveiligheid. In 2022 hebben 4 verkeersspreekuren plaatsgevonden. Conclusie Het onderwerp verkeersveiligheid heeft ook in 2023 voortdurend aandacht gehad.

Dit zowel bij infrastructurele werkzaamheden als ook in relatie tot gedragsbeïnvloeding (via voorlichting/educatie/ communicatie). De basis voor aanpak van de verkeersveiligheid is beschreven in het onlangs vastgestelde Strategisch Plan Verkeersveiligheid. Uit dit plan zijn ook enkele concrete maatregelen naar voren gekomen om de verkeersveiligheid ter plaatse te verhogen (risicoaanpak). Conclusie is dan ook dat de plaatsgevonden activiteiten bijdragen aan de gestelde doelstellingen. Maar ook dat voortdurende aandacht voor de verkeersveiligheid van wezenlijk belang is. We blijven daarom vasthouden aan de ingezette weg.

35

4.7

Brandveiligheid, externe veiligheid en crisisbeheersing

De doelstellingen en aanpak rond deze thema’s staan verwoord in bovenlokale beleidskaders en programma’s, in het bijzonder het Regionaal Beleidsplan van de veiligheidsregio en regionale brandweer Limburg-Noord en de uitvoeringsprogramma’s van de MER Omgevingsdienst en de RUD Limburg-Noord. Als gemeente zijn wij partij in deze beleidskaders. Korte omschrijving onderwerp Het streven is het nog meer voorkomen van incidenten. Risicobewustzijn en naleefdiscipline van doelgroepen is hierin belangrijk. Instrumenten hierin zijn ook communicatie, voorlichting en toezicht & handhaving. Deze instrumenten worden risicogestuurd ingezet. De doelstellingen en aanpak rond deze thema’s staan verwoord in bovenlokale beleidskaders en -programma’s, in het bijzonder het Regionaal Beleidsplan van de veiligheidsregio en regionale brandweer Limburg-Noord en de uitvoeringsprogramma’s van de MER Omgevingsdienst en de RUD Limburg-Noord. Als gemeente zijn wij partij in deze beleidskaders.

4.7.1 Brandveiligheid •

•

Risicobeheersing. Impulsen risicobewustzijn en handelingsperspectief van maatschappelijke partners via voorlichting (Brandveilig Leven),vergunningen, toezicht en handhaving. Focus op verminderd zelfredzame huishoudens, verblijfsrecreatie, horeca. Samenwerking met netwerken in kernen en wijken. Incidentbestrijding. Slagkracht op peil. Specifieke aandacht voor vrijwilligerscapaciteit, bluswatervoorziening, bereikbaarheid. Ontwikkeling naar basisbekwaamheid personeel vs. specialismen.

Project bluswatervoorzieningen De beschikbaarheid en bereikbaarheid van voldoende bluswater in nieuwe situaties en revitalisaties is geregeld in het Regionaal modelbeleid bluswatervoorziening en bereikbaarheid. In Maasgouw is dit beleid vastgesteld in de collegevergadering van 2 mei 2017. De beschikbaarheid en bereikbaarheid van voldoende bluswater is een wettelijke verantwoordelijkheid van gemeenten. Op basis van het Bouwbesluit 2012 kan in specifieke gevallen ook van de rechthebbende van een terrein of bouwwerk verlangd worden dat bluswatervoorzieningen worden aangebracht op eigen terrein. De beschikbaarheid van voldoende repressieve slagkracht van de brandweer met onder andere tankautospuiten en waterwagens is een verantwoordelijkheid van de Veiligheidsregio Limburg-Noord (verderop genoemd als de brandweer). De combinatie van gemeentelijke bluswatervoorzieningen en regionale slagkracht bepaalt of er voldoende middelen voorhanden zijn om een brand te bestrijden. Vanuit deze gezamenlijke verantwoordelijkheid is een project opgestart (besluit Algemeen Bestuur VRLN 5 juli 2019) met als opdracht het regionaal inventariseren en analyseren van de bluswatervoorzieningen van bestaande ruimtelijke situaties op plaatsen met een verhoogd (brand-)risicoprofiel en op basis hiervan adviseren over (mogelijke)verbetermaatregelen.

Gevraagd werd om hierbij te zoeken naar een juiste balans tussen deze maatregelen en de aard en omvang van aanwezige risico’s’. De werkwijze van het project voorziet in een steekproefsgewijze inventarisatie en analyse van de bestaande bluswatervoorzieningen in alle gemeenten en deze gefaseerd uit te voeren. Voor de analyse wat de beschikbaarheid is van bluswater in bestaande situaties, is in dit bluswaterproject gefocust op de gebieden waar een tekort aan bluswater een reële kans geeft op branduitbreiding naar andere compartimenten of naastgelegen bebouwing. Vanuit het bluswaterbeleid betreft dit de gebiedstypen ‘utiliteitsbouw industrie’ en ‘historische dorps- en stadscentra’. Iedere gemeente binnen de VRLN heeft in samenspraak met de brandweer een analyse-gebied van 1x1 km aangeleverd passende binnen één van deze twee gebiedstypen. De gemeente Maasgouw heeft in dit kader de kernen van Thorn, Stevensweert en Wessem laten onderzoeken. Vanuit het inzicht in de aanwezige bluswatervoorzieningen in dit analysegebied, is getoetst hoe dit zich verhoudt tot het bluswaterbeleid voor nieuwe ontwikkelingen. De aanbevelingen uit de analyse zijn in 2023 opgevolgd/uitgevoerd door middel van het nemen van extra infrastructurele aanpassingen. De overige kernen worden de komende jaren ook nog aan een analyse onderworpen.

36

Risicocheck op natuurgebieden Limburg Door de klimaatverandering zien we steeds vaker periodes van extreme droogte afgewisseld met extreme regenval. Dit vergroot het risico op natuurbranden. Om inzicht te krijgen in het risico op natuurbrand hebben de Limburgse veiligheidsregio’s samen met natuurbeheerders, gemeenten en Grenspark MaasSwalm-Nette een Risico Index Natuurbranden (RIN) opgesteld. Voor alle Limburgse natuurgebieden met een oppervlakte van meer dan 30 hectare, waaronder de Beegderheide, is een risicocheck gedaan. In 2024 gaan gemeenten en terreineigenaren aan de slag met de maatregelen om natuurgebieden in Limburg brandveiliger te maken. De hoogte van de risico’s bepaalt het voorbereidingsniveau. Per gemeente en natuurgebied zijn aanbevelingen gedaan om, waar nodig, risico’s te verkleinen. Bij natuurgebieden met een hoog risico wordt een Natuurbrand Management Plan opgesteld. Dit is een advies inclusief uitvoeringsprogramma waarin concrete maatregelen staan, zoals het vervangen van naaldbomen door minder brandbare loofbomen en het zorgen voor voldoende bluswater. Er zijn ook natuurgebieden in onze regio waarbij geen extra inspanningen noodzakelijk zijn. Met de uitvoering van deze preventieve maatregelen wil de brandweer, in goede samenwerking met gemeenten en terreineigenaren, onbeheersbare natuurbranden zoveel mogelijk voorkomen.

De Geijsterse Bossen in Venray, de Heldense Bossen in Peel en Maas, de Beegder- en Hornerheide in Maasgouw en Leudal, het Weerterbos in Nederweert, de Laurabossen in Weert en de Brunssummerheide in Brunssum, Landgraaf en Heerlen zijn gecategoriseerd als natuurgebieden met een hoog risico. Voor deze gebieden zijn in 2023 Natuurbrand Management Plannen opgesteld door de brandweer. Voor de natuurgebieden met een matig risico op natuurbrand zijn enkele specifieke maatregelen voldoende. In 2024 starten gemeenten en terreineigenaren met de uitvoeringsplannen. Bij het opstellen van de Risico Index Natuurbranden is onder andere gekeken naar de ecologische waarde van de natuurgebieden, de soort (en daarmee brandbaarheid) van de begroeiing, de bereikbaarheid voor blusvoertuigen en de beschikbaarheid van bluswater. Omdat het landschap en voorzieningen continu veranderen zal de RIN elke vier jaar geactualiseerd worden om steeds een actueel beeld te hebben van de risico’s in onze bos- en natuurgebieden. Dekkingsplan 4.0 In de vergadering van het Algemeen Bestuur VRLN van december 2023 is het Dekkingsplan 4.0 vastgesteld. De Wet Veiligheidsregio’s beschrijft dat het bestuur van iedere veiligheidsregio de voor de brandweer geldende opkomsttijden vastlegt in een beleidsplan. Deze worden beschreven in het dekkingsplan brandweer.

Het dekkingsplan 4.0 is opgesteld volgens een nieuwe landelijke systematiek voor dekkingsplannen. Hierin wordt gewerkt met het Beoordelingskader voor Gebiedsgerichte Opkomsttijden waarin wordt gekeken naar de opkomsttijden van gebieden in plaats van objecten. Daarnaast zorgt deze landelijke systematiek ervoor dat door regio’s vergelijkbare dekkingsplannen worden opgeleverd. Iets wat voorheen in mindere mate het geval was, omdat elke regio een eigen methode hanteerde voor het opstellen van dekkingsplannen. Bovendien wordt er met de nieuwe systematiek naast enkel de factor snelheid ook inzicht gegeven in capaciteit, paraatheid en werkdruk. Snelheid en capaciteit worden beoordeeld door middel van een beoordelingskader. Het dekkingsplan geeft inzicht in de opkomsttijden van een tankautospuit en maakt duidelijk hoe dit zich, in geval van een brand in een gebouw, verhoudt tot het brandrisico in dit gebied. Op dit moment bestaat er alleen een normering voor een tankautospuit (TS6), maar deze kan ook gebruikt worden voor red- en hulpverleningsvoertuigen. Nadat de handreiking in een ministeriele regeling is vastgelegd zal de Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio (RCDV) een aanvulling voor tankautospuiten die uitrukken met 4 mensen uit gaan werken.

Het Dekkingsplan is dan een belangrijk hulpmiddel bij de bepaling of er wellicht zwakkere plekken zitten in de huidige brandweerzorg in de regio. Daarmee is het een meetinstrument om de brandweerzorg cyclisch en periodiek bespreekbaar te maken bij de Bestuurscommissie Veiligheid, Algemeen Bestuur en gemeenteraden. Dit dekkingsplan dient als een ijkdocument en is daarmee bedoeld als een basis voor volgende dekkingsplannen waarin wijzigingen worden opgenomen die invloed hebben op de regionale dekking. Risicoprofiel Eenmaal in de vier jaar wordt het regionaal risicoprofiel van de VRLN geactualiseerd (art. 15 Wvr). Het risicoprofiel bestaat uit een risico-inventarisatie van de regio met een analyse/beoordeling daarvan. De inventarisatie omvat het overzicht van de risicovolle situaties en de soorten branden, rampen of crises die zich in de regio kunnen voordoen. Het provinciaal risicoprofiel geeft inzicht in risicovolle activiteiten en incidenten die kunnen leiden tot een ramp, crisis of grote brand. Het gaat hierbij om gebeurtenissen

37

met een bovengemeentelijke (regionale) impact. In de navolgende link wordt dit verder toegelicht https://www.youtube.com/watch?v=ZVCidofNhcg Het risicoprofiel is de basis voor het nieuwe regionaal beleidsplan (2024-2027). De actualisatie van het risicoprofiel richt zich op het aanpassen van de risico’s die, volgens de experts, gewijzigd zijn ten opzichte van vier jaar geleden. Gelijktijdig aan het Dekkingsplan 4.0 wordt er een brandweerrisicoprofiel opgesteld. De regio Limburg-Noord hanteert volgens het brandweerrisicoprofiel zeven incidenttypen. Het gaat hier om de volgende zeven incidenttypen waarbij de brandweer een taak heeft om deze te voorkomen en/of te bestrijden. • Waterincidenten • Natuurbranden • Incidenten wegverkeer • Incidenten spoorvervoer • Brand in gebouwen • Incidenten met gevaarlijke stoffen • Evenementen Het incidenttype ‘brand in gebouwen’ sluit het meeste aan op het dekkingsplan. Dit omdat met het dekkingsplan gewerkt wordt aan het in beeld brengen van het risico op brand in gebouwen per gebied. Specialistische Eenheden Brandweer De hoeveelheid en complexiteit van taken van de brandweer is de afgelopen jaren sterk toegenomen. De brandweermensen binnen de VRLN moeten kennis hebben van en geoefend zijn op, een groot aantal verschillende onderwerpen.

Denk aan gebouw- en natuurbrandbestrijding, incidentbestrijding gevaarlijke stoffen, technische hulpverlening en waterongevallen. Daarbij is het aantal incidenten waarbij écht ervaring opgedaan wordt beperkt. Het is bijna onmogelijk dat iedere lokale brandweerpost elk incident zelfstandig kan bestrijden en hiervoor beschikt over de benodigde kennis en ervaring. Daarom heeft de VRLN het afgelopen jaar samen met de brandweerposten een behapbaar basistakenpakket ontwikkeld. Voor de complexe inzetten krijgen zij ondersteuning van specialistische eenheden. Met deze behapbare basis oefenen onze brandweerposten vaker basis incidenten. Incidenten die in onze gemeente het meeste voorkomen zoals een woningbrand of verkeersongeval. Zo krijgen zij hierin meer routine en ervaring. Bij een complexer incident blijft de lokale post de eerste eenheid die ter plaatse gaat en de inzet opstart. Een specialistische eenheid komt bij deze incidenten ter plaatse om te ondersteunen met extra kennis, vaardigheden en middelen. De VRLN beschikt al over een duikteam en een Gevaarlijke Stoffen Eenheid. In 2023 zijn daar aan toegevoegd: • Specialistische Hulpverleningseenheid (SHE) voor complexe ongevallen met vracht wagens. • Handcrew Zuid-Nederland voor branden in moeilijke begaanbare natuurgebieden te voet te bestrijden.

• Specialistische Brandbestrijdingseenheid (SBE) voor branden die moeilijk veilig bereikbaar zijn. Opkomsttijd brandweerposten Maasgouw De opkomsttijd van de brandweer is een belangrijke indicator voor het niveau van de brandweerzorg in een gebied, maar deze zegt niet alles. De brandweer geeft bijvoorbeeld ook voorlichting aan scholieren en senioren en adviezen aan gemeenten over (brand)veiligheid bij evenementen en gebouwen. Alle onderdelen samen bepalen de kwaliteit van de totale brandweerzorg. In het verslagjaar hebben er in Maasgouw 14 maatgevende incidenten (binnenbrand in een woning) plaatsgevonden. De gemiddelde opkomsttijd was 9:03 minuten.

38

Repressie is de daadwerkelijke bestrijding van incidenten. Repressieve maatregelen hebben tot doel om de onveilige situatie te beëindigen en de schade zoveel mogelijk te beperken. De snelheid waarmee een tankautospuit (TS) of Snel Interventievoertuig (SI) de kazerne verlaat is de uitruktijd. De tijd die een TS of SI erover doet om als eerste ter plaatse te komen bij een maatgevend incident (binnenbrand woning, prio 1) is de opkomsttijd. Het overzicht hiernaast geeft een beeld van de uitruktijden (=tijd tussen alarm en vertrek uit kazerne) en aantallen van de posten Stevensweert en Wessem (TS prio 1 melding) en een onderverdeling in meldingsclassificatie (TS PRIO 1 melding)

4.7.2 Externe Veiligheid/gevaarlijke stoffen Korte omschrijving onderwerp Risicobeheersing op het gebied van Externe veiligheid komt tot uiting in de verantwoording van het groepsrisico bij het nemen van een ruimtelijk besluit. Dit is aan de orde wanneer de ontwikkeling betrekking heeft op woningen, of andere objecten waar mensen kunnen verblijven, binnen het invloedsgebied van een risicobron ligt. De verantwoording groepsrisico is een proces dat zich afspeelt vanaf het begin van het proces. Wanneer een nieuwe ontwikkeling gepland wordt kunnen de risico’s al beperkt worden door het slim indelen van de ruimte. Risicowinst is te behalen door bijvoorbeeld: • minder zelfredzame personen zo ver mogelijk van de risicobron af situeren; • een tweezijdige ontsluiting van het gebied; • de situering van de gebouwen in het plangebied. Het bestuur van de Veiligheidsregio Limburg Noord is in dat geval de wettelijk adviseur. Zij adviseert over de mogelijkheden tot bestrijding en beperking van de omvang van een ramp met gevaarlijke stoffen, alsmede over de mogelijkheden voor personen zichzelf in veiligheid te brengen. • •

Beleid, regels, toezicht en handhaving op orde. Bij plannen (generiek en specifiek) consequent rekening houden met de risico’s van gevaarlijke stoffen. > Impulsen risicobewustzijn en zelfredzaamheid inwoners via risicocommunicatie. Lokale coördinatierol: doorvertaling risico’s in ruimtelijke ordening, verbinding met kwaliteit crisisbeheersing, zorgen dat de veiligheidsregio in positie is bij ruimtelijk beleid en procedures.

Jaarlijks worden er ongeveer 50 initiatieven op het gebied van ruimtelijke ontwikkelingen en ongeveer hetzelfde aantal omgevingsvergunningen beoordeeld op het aspect externe veiligheid. Bij de vaststelling van een ruimtelijk besluit en het verlenen van een omgevingsvergunning wordt advies gevraagd aan de Veiligheidsregio. Dit advies wordt verwerkt in de afweging waarom en onder welke voorwaarden, de ontwikkeling nabij een risicobron verantwoord wordt geacht. Deze afweging maakt onderdeel uit van het ruimtelijk besluit. Voor de uitvoering van de BRZO20-taken is de uitvoering van taken samen met de Veiligheidsregio Zuid-Limburg georganiseerd. Een belangrijk onderdeel van externe veiligheid is risicocommunicatie. Dit omvat voorlichting en communicatie over risico’s waaraan mensen kunnen blootstaan voordat zich een ramp voordoet. Naast het risicoprofiel vormt ook de nieuwe Omgevingswet een belangrijke basis voor het beleidsplan VRLN 20202023. (het nieuwe beleidsplan 2024-2027 wordt in 2024 vastgesteld). Met name in deze nieuwe wet wordt 20 Besluit Risico Zware Ongevallen (BRZO). Dit zijn bedrijven waar veel gevaarlijke stoffen zijn, zoals bij zware (chemische)

industrie.

39

aandacht besteed aan de omgevingsrisico’s waarbij we toewerken naar een Omgevingsvisie die (mede) ziet op een proactieve risicobeheersing. De Omgevingswet is per 1 januari 2024 inwerking getreden. In 2023 is door het Rijk, gemeenten, provincies, waterschappen en uitvoeringsorganisaties gewerkt aan een zorgvuldige en verantwoorde wijze in relatie tot de implementatie van de wet. Deze wet heeft als doel om te zorgen voor een veilige en gezonde fysieke leefomgeving voor alle inwoners. De Omgevingswet vervangt de huidige 26 wetten, 60 algemene maatregelen van bestuur (AmvB’s) en 75 ministeriële regelingen op het gebied van bouwen, milieu en ruimtelijke ordening. Als de wet er is, komen er ook nieuwe juridische instrumenten, zoals de omgevingsvisie, een strategische langetermijnvisie voor de fysieke leefomgeving en het omgevingsplan. In het omgevingsplan staan alle gemeentelijke regels, die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. De Omgevingswet helpt gemeenten hun omgeving zo goed mogelijk te benutten, maar ook te beschermen. De wet moet zorgen voor een samenhangende aanpak van de leefomgeving, ruimte voor initiatieven en snellere besluitvorming. De Bouwsteen Veiligheid is nog in ontwikkeling. De eerste versie richt zich op de omgevingsvisie. De ontwikkeling van de Bouwsteen Veiligheid is onderdeel van een breder bouwstenentraject.

Er zijn ook andere bouwstenen in de maak: Bouwsteen Gezondheid (GGD) en een Bouwsteen Water (waterschap). Volgens de Wet veiligheidsregio's draagt het bestuur van de veiligheidsregio er zorg voor dat de bevolking informatie wordt verschaft over de rampen en de crises die de regio kunnen treffen, over de maatregelen die zijn getroffen ter voorkoming en bestrijding of beheersing hiervan en over de daarbij te volgen gedragslijn. In het regionaal beleidsplan staat hoe aan risicocommunicatie binnen de VRLN wordt vormgegeven. Goede risicocommunicatie zorgt voor realistische wederzijdse verwachtingen tussen overheid en samenleving en draagt bij aan de beoogde zelfredzaamheid van de bevolking. Vooral in de eerste minuten van een crisis zijn mensen op zichzelf en elkaar aangewezen. Dan is het van (levens-)belang dat men een gevaarlijke situatie kan herkennen, deze kan duiden en adequaat kan handelen. Daarnaast kan de primaire aandacht van hulpverleners bij aankomst hierdoor bij crises en rampen uitgaan naar die groepen in de samenleving die niet of verminderd zelfredzaam zijn. De website www.vrln.nl is in mei 2020 vernieuwd met veel mogelijkheden om de inwoners en partners te informeren en betrekken bij de taken en aandachtsvelden van de VRLN.

De nieuwe site vervangt de voormalige websites www.vrln.nl en www.limburg-veilig.nl De nieuwe website is een bundeling van drie soorten communicatie: • Corporate communicatie: informatie over de organisatie Veiligheidsregio Limburg-Noord (inclusief bestuur en beleid) met ook de vacatures en stagemogelijkheden. • Risicocommunicatie: informatie voor onze inwoners over de risico’s die er zijn in Limburg-Noord en hoe je jezelf daarop kunt voorbereiden. • Crisiscommunicatie: bij een groter incident of crisis verandert het crisisteam de website naar een crisis liveblog. Die pagina is alleen zichtbaar tijdens een groter incident of crisis. De websites van GGD Limburg-Noord en Brandweer Limburg-Noord zijn onveranderd. De website van de GGD wordt wel op korte termijn vervangen, maar gezien de coronacrisis was dit afgelopen jaar niet wenselijk. Risicocommunicatie binnen de veiligheidsketen wordt gevolgd door crisiscommunicatie. De belangrijkste boodschap is het geven van een handelingsperspectief en duiding. Tijdens een calamiteit wordt hiervoor gebruik gemaakt van diverse mediakanalen.

Te denken valt aan de ‘rampenzender’ L1, het waarschuwing alarmsysteem (WAS), sociale media, de gemeentelijke website alsook via de website www.vrln.nl Conclusie Gemeente, omgevingsdienst van het servicecentrum MER en veiligheidsregio werken bij de verantwoording van het groepsrisico samen aan de risicobeheersing. Hiermee wordt tegemoet gekomen aan de doelstelling. We zien dan ook geen aanleiding om deze doelstelling aan te passen.

40

4.7.3 Crisisbeheersing/bevolkingszorg Korte omschrijving onderwerp Crisisbeheersing staat voor de maatregelen en voorzieningen die de overheid treft voor de veiligheid in Nederland. Hierdoor is zij in staat snel en effectief hulp te bieden, waardoor de gevolgen van een crisis voor personen, dieren en/of goederen zoveel mogelijk beperkt blijven. Crisisbeheersing speelt zich af voor, tijdens en na een ramp. Crisisbeheersing is niet alleen een taak van de overheid. Net als bij risicobeheersing geldt dat burgers en ondernemers veel zelf kunnen doen en de nadruk ligt op het bieden van een handelingsperspectief en het vergroten van de zelfredzaamheid. • • • • •

Blijvende inzet op effectieve lokale condities: sleutelfuncties, faciliteiten en voorzieningen. In nauwe samenwerking met de regionale partners binnen de veiligheidsregio Limburg-Noord. Deskundigheidsbevordering via opleiden, trainen en oefenen (meerjarig oefenplan). Verdere professionalisering van de crisisorganisatie, met focus op de niet-zelfredzamen (conform Bevolkingszorg op orde 2.0). Specifieke aandacht voor/preparatie op hoogwater, droogte, digitale ontwrichting. Waarborgen veerkracht lokale crisisorganisatie bij langdurige intensieve inzet rond opvang vluchtelingen, pandemiebestrijding.

Wat hebben we gedaan? De specifieke wettelijke taken voor crisisbeheersing in relatie tot de VRLN betreffen: • het inventariseren van en adviseren over de risico’s op rampen en crisis; • het organiseren van en voorbereiden op rampenbestrijding en crisisbeheersing; • het inrichten en in stand houden van de informatievoorziening binnen de eigen organisatie, met andere betrokken diensten en organisaties; • het voorzien in informatie over risico’s, maatregelen en handelingsperspectief voor Minister, Commissaris van de Koning, Hoofdofficier van Justitie, bevolking en bij de rampenbestrijding en crisisbeheersing betrokken personen; • direct aan crisisbeheersing gerelateerde wettelijke taken betreffen het instellen en in stand houden van een GHOR en een meldkamerfunctie, het aanwijzen van een coördinerend functionaris voor gemeentelijke voorzieningen en maatregelen, en een aantal wettelijke planfiguren (risicoprofiel, beleidsplan, crisisplan, rampbestrijdingsplannen). Relevante ontwikkelingen die zich rondom crisisbeheersing voordoen, zijn: • Visie 2030. De visie geeft de VRLN een richting hoe ze de komende jaren het werk van de veiligheidsregio kunnen vormgeven. Belangrijke onderdelen van de toekomstvisie zijn: Informatie.

Hoe krijgen en gebruiken we de beschikbare informatie, hoe kunnen we de informatie beter maken en deze daarna delen met de juiste partijen? Hoe worden we een organisatie die in staat is om, in goed contact met de inwoners, de gevolgen van crisissen nog meer te beperken. De rol van de inwoners wordt steeds belangrijker. We noemen dit ‘crisisburgerschap’. Hoe kunnen we weerbaarheid, voor jezelf opkomen, en samenredzaamheid, elkaar helpen, bevorderen? Om in crisissituaties zo goed mogelijk te helpen, is een vertrouwensrelatie noodzakelijk. Meer dan ooit zoeken we manieren om verder invulling te geven aan een gezonde en eerlijke relatie met de inwoners van Noord- en Midden- Limburg. Het laatste grote thema uit de visie gaat over de grenzen van crisisbeheersing. Crisisbeheersing mag gewoon niet leiden onder administratieve grenzen. Tegelijkertijd zijn er wel degelijk grenzen aan het beheersen van crisissen. Het maken van scherpe keuzes over welke crisissen moeten leiden tot voorbereidingen vanuit de veiligheidsregio is wellicht de grootste uitdaging. Met de visie 2030 op tafel zijn we als Veiligheidsregio goed op weg om ook de komende jaren onze inwoners te beschermen tegen (gezondheids) risico’s, rampen en crises. Het visiedocument is op 14 dec. 2022 in de vergadering van het AB VRLN vastgesteld. •

41

Rampbestrijdingsplan Hoogwater Limburg 2023-2026. Het Rampbestrijdingsplan (RBP) Hoogwater is ook dit jaar weer herzien naar aanleiding van de verschillende initiatieven, werkgroepen en updates. De belangrijkste wijzigingen zijn vorig jaar al doorgevoerd door het volledige raamwerk van het RBP te veranderen. Hierdoor hebben we voorgaand aan het hoogwaterseizoen kunnen werken met de nieuwe afspraken. De grootste wijziging betrof het opnemen van afspraken van alarmeringswaarden van zijrivieren en het inzichtelijk krijgen van de problemen die zich voor kunnen doen bij hoogwater in een van die zijrivieren. Deze werkwijze hebben we voorgaand hoogwaterseizoen kunnen testen en de uitkomsten daarvan zijn meegenomen

in deze update van het RBP. In dit geactualiseerde RBP is bijvoorbeeld het moment van informeren/alarmeren bij een stijging van het water gewijzigd. In deze update zijn ook operationele details zoals de rol van het CoPI, internationale samenwerking en het Impact Analyse Team (IAT) verwerkt. Daarnaast zijn de bijlagen van het RBP uitgebreid met onder andere multi-actielijsten voor zijrivieren en een GHOR-lijst voor kwetsbare objecten en updates/verbeteringen rondom evacuatieplannen. In dit plan zijn de leerpunten van de hoogwatercrisis van 2021 verwerkt. Een van de voornaamste wijzigingen is de verbreding van het rampbestrijdingsplan van hoogwater Maas naar hoogwater, waardoor ook informatie en handelingsperspectief is opgenomen ten aanzien van de meest risicovolle beken en zijrivieren in Limburg. In het geactualiseerde rampbestrijdingsplan worden drie scenario’s onderscheiden: 1) hoogwater zijrivieren (al dan niet met samenhang met hoogwater Maas), 2) hoogwater Maas en 3) falen primaire kering (dijkdoorbraak). Verder zijn in het geactualiseerde rampbestrijdingsplan uitgangspunten benoemd voor één provinciaal scenarioteam: het Impact Analyse Team (IAT). Ook wordt in het rampbestrijdingsplan een koppeling gemaakt naar de resultaten van de andere werkgroepen, zoals burgerparticipatie, evacuatiestrategie en overdracht en nafase.

42

•

Cyberveiligheid De VRLN heeft als missie ‘De gezondste en veiligste veiligheidsregio’ te zijn. Dat stelt hoge eisen aan het beheer van de informatie. De VRLN deed meer kennis op over hack-pogingen en herkent deze nu beter. Dit zorgde voor een groter bewustzijn van de medewerkers en zijn deze nu alerter op dit soort pogingen. Daarnaast is de werkomgeving voorzien van producten en diensten die de VRLN attendeert op aanvallen van buitenaf. De VRLN is nu in staat om passende maatregelen te nemen voordat ze gehackt worden. Met de combinatie van meer kennis in de organisatie en de hulpmiddelen om het criminelen moeilijker maken om de VRLN aan te vallen, probeert de VRLN zichzelf én de inwoners van de regio te beschermen tegen een diefstal van gevoelige informatie. Ook buiten de eigen organisatie is de VRLN actief om het netwerk, waarin men werkt met andere regio’s, gemeenten, politie enzovoorts, landelijk te versterken. De VRLN sluit bijvoorbeeld aan bij landelijke trajecten over cybercriminaliteit.

•

Opvang ontheemden De VRLN werkt samen met de 15 gemeenten aan een regionale, gecoördineerde opvang van Oekraïense vluchtelingen. De gemeenten zorgen voor opvanglocaties, de veiligheidsregio zorgt voor het matchen van vraag en aanbod en heeft hierdoor een belangrijke coördinerende rol. Iedere veiligheidsregio heeft de vrijheid om een eigen aanpak te kiezen. In onze regio heeft Bz op regionale schaal voor de opvang van ontheemden een coördinerende rol. De 15 gemeenten, waaronder Maasgouw, zorgen voor het realiseren van echte opvang. Tijdens een crisis van deze omvang is de coördinatie van belang, omdat er op verschillende niveaus, landelijk, regionaal en lokaal in zeer korte tijd veel beslissingen worden genomen. De regionale coördinator Opvang Ontheemden ziet hier op toe. Op de schaal van Maasgouw is heeft het kernteam Vluchtelingen een coördinerende en adviserende rol. Het kernteam bestaat uit diverse functionarissen uit de organisatie. Hun taken binnen dit kernteam sluiten zo veel als mogelijk aan hun reguliere werkzaamheden. Het kernteam overlegt twee keer per week.

•

Bevolkingszorg In het onderdeel Crisisbeheersing zit ook de Oranje Kolom, ook wel Bevolkingszorg (Bz)genoemd. Het woord zegt het al: Bz draagt zorg voor mensen die het nodig hebben. Dat kan op veel manieren zijn, van het opvangen van mensen die plots hun huis verliezen door een brand, een aardbeving, of zoals vorig jaar in Limburg, hoogwater. Maar Bz zorgt niet alleen bij een acute crisis voor de noodopvang van mensen die het nodig hebben. Bz heeft ook een aantal andere taken. Zo geeft Bz voorlichting aan de inwoners, verzorgen nazorg, registreren slachtoffers en schadegevallen, coördineren informatie tussen verschillende instanties en adviseren de teams die zich bezighouden met de crisis en de bestrijding daarvan.

•

Evaluatie Als actiepunt is in het collegeprogramma 2022-2026 het volgende opgenomen: ‘De gemeente heeft samen met de Veiligheidsregio een belangrijke rol bij crisissituaties. In het collegeprogramma 2022-2026 is als actiepunt vermeld dat we gaan evalueren hoe de gemeente bij crisissituaties functioneert en welke lessen daaruit kunnen worden geleerd’. Ter uitvoering van dit actiepunt is er een evaluatienotitie opgesteld. Bij wijze van RIB (Z/23/035180) is de raad hierover geïnformeerd. Uit de evaluatie blijkt dat de gemeente Maasgouw zich heeft getoond als een praktische, flexibele en pragmatische organisatie die prima in staat is om haar taken in het kader van ‘Bevolkingszorg’ uit te voeren. Dit overigens in nauwe samenwerking met onze partners. In deze snel veranderende samenleving is het belangrijk dat we in blijven spelen op deze ontwikkelingen. Een goede voorbereiding is daarom essentieel en een continuproces. De continuïteit van de gemeentelijke crisisorganisatie (op regionaal en lokaal niveau), zowel kwantitatief als kwalitatief binnen de kaders van het Uniform Kwaliteitsniveau Bevolkingszorg (UKB) is en blijft prioriteit van de Oranje Kolom. Deze continuïteit staat door het toenemend aantal crisis, al langere tijd onder druk. Hiermee neemt de kwetsbaarheid van de crisisorganisatie en de belasting op een steeds kleinere groep functionarissen toe.

Ondanks dat functionarissen veel operationele ervaring opdoen, zal aandacht moeten blijven voor het vakbekwaam blijven en worden door middel van trainingen en oefeningen en de eisen die met de vaststelling van het UKB hieraan worden gesteld.

Conclusie Het werken aan een veilige en gezonde leefomgeving doen en kunnen we als gemeente Maasgouw niet alleen: samenwerken met de andere partners is de basis. Samen met de VRLN willen we daar zijn waar de inwoner ons nodig heeft. Tijdens crisis, incidenten of een ander contactmoment. In een continu veranderende samenleving is dit een continuproces. Geconstateerd kan worden dat hier succesvol aan hebben gewerkt. In deze context en in het kader van vooruit kijken is daarom in 2023 een begin gemaakt met het nieuwe beleidsplan 2024-2027. Een beleidsplan met vijf ambities gebaseerd op de Visies 2030. We zien dan ook geen aanleiding om de ingezette koers aan te passen.

43

4.8

Polarisatie en radicalisering

Hoofdlijnen van onze aanpak in relatie tot radicalisering zijn: • Algemene preventie via participatiebeleid, onderwijs- en arbeidsmarktbeleid, antidiscriminatiebeleid. • Samenwerking met instellingen en maatschappelijke partners gericht op preventie, delen van signalen, korte lijnen. • Deskundigheidsbevordering professionals/eerstelijnswerkers via voorlichting en trainingen. • Interventies bij concrete casus samen met lokale, regionale en landelijke partners. Korte omschrijving onderwerp Radicalisering is de groeiende bereidheid om diep in grijpende veranderingen in de samenleving (eventueel op ondemocratische wijze) na te streven en/of te ondersteunen die op gespannen voet staan met of een bedreiging kunnen vormen voor de democratische rechtsorde. Radicalisering is geen statische situatie maar een proces. Het kan leiden tot extremisme (en terrorisme), maar dat hoeft niet. In de aanpak ligt het accent op het voorkomen maar ook op het tijdig signaleren (en bestrijden) met een hieraan gekoppeld plan van aanpak als handelingsperspectief voor partijen. Door de gebeurtenissen van de afgelopen tijd, zoals de aanslag in Parijs, kunnen tegenstellingen tussen mensen worden vergroot. Dit is geen wenselijke situatie in een samenleving waarin iedereen ertoe doet en niemand wordt uitgesloten.

Bij dit thema gaat het om ideologische groepen/stromingen van personen in de samenleving die dermate zijn geradicaliseerd, dat zij door hun wijze van handelen of door hun uitingen zorgen voor maatschappelijke spanningen. Deze spanningen kunnen invloed hebben op de algemene veiligheid (bij toepassen van geweld) of het veiligheidsgevoel van de burgers. Deze groepen vergroten de polarisatie in de samenleving, en zetten daarmee het sociale cohesie onder druk. Stromingen die op die manier kunnen radicaliseren, zijn bijvoorbeeld: rechts-extremisme, islamisme/jihadisme, dierenrechtenradicalisme, asielrechtenradicalisme, links-extremisme. Wat hebben we gedaan? De overheid, in de breedste zin, staat vanuit verschillende taken en verantwoordelijkheden voor de uitdaging om polarisatie, radicalisering en extremisme te beperken en te keren. Zo heeft de overheid een taak in het maatschappelijk debat en de inrichting van de samenleving, heeft zij mede een belangrijke taak in de participatie en de ondersteuning van hulpbehoeftigen in de samenleving en heeft zij mede een taak ten aanzien van de psychosociale zorg en de ontwikkeling van personen. Ook is zij verantwoordelijk voor de integriteit van overheidsinstituties, de handhaving van de rechtsorde en de veiligheid.

Geloof, dierenrechten, milieu en politieke overtuiging zijn vaak de gebieden die aanleiding kunnen geven voor radicalisering en extremisme. Een van de instrumenten die hiervoor kunnen worden ingezet is he convenant persoonsgerichte aanpak voorkoming radicalisering en extremisme provincie Limburg. Dit convenant is door het Openbaar Ministerie, politie, Raad voor de kinderbescherming, Reclassering Nederland en alle Limburgse gemeenten, waaronder Maasgouw ondertekend. Het doel van dit samenwerkingsverband is het reduceren van de risico’s voor de samenleving die uitgaan van radicalisering, extremisme, uitreizen, of terugkeer en het bieden van zorg aan subjecten en / of het reduceren van risico’s voor de ontwikkeling van minderjarigen door radicalisering, extremisme, uitreizen of terugkeer. Wat in de maatschappij gebeurt komt ook de school binnen. Ook op school zijn er leerlingen en studenten met extremistische, soms zelfs zeer extremistische overtuigingen. Maar school is er ook om leerlingen en studenten te leren hoe ze het beste mee kunnen doen in de maatschappij. Nu en in de toekomst. Vaak hoort een extreme of radicale overtuiging bij opgroeien. Maar als het gevaarlijk gedrag veroorzaakt is het belangrijk dat de leraar extremisme en radicalisering herkent. De scholen worden hierbij ondersteund met trainingen, lesmateriaal en publicaties.

44

Er is geen standaard aanpak mogelijk gebleken ten aanzien van personen die gevoelig zijn voor extremistisch gedachtegoed. Uit wetenschappelijk onderzoek naar radicalisering en uit de ervaringspraktijk blijkt dat er geen eenduidig profiel van ‘de jihadist’, ‘de extremist’ of de terrorist’ bestaat. Telkens spelen diverse (sociale, economische, culturele) factoren op meerdere niveaus een rol in processen van radicalisering. Een eenduidige verklaring bestaat dan ook niet. Ook is bekend dat risicogedrag niet alleen verband houdt met ideologische overtuiging. Dat betekent dat telkens, in elke casus, zorgvuldig gekeken moet worden naar de achterliggende oorzaken van risicogedrag. Vanuit dat inzicht in achterliggende oorzaken zal vervolgens, in iedere casus, bezien moeten worden welke aanpak en interventies nodig zijn. Dat vergt een persoonsgerichte aanpak en vereist nauwe samenwerking tussen en inzet van verschillende instanties en disciplines: van veiligheid tot specialistische zorg. Op basis van de specifieke omstandigheden van het geval wordt per casus op grond van een referentiekader met objectieve criteria beoordeeld of een persoonsgerichte, integrale benadering van het subject noodzakelijk is.

Indien dit het geval is, wordt voor elke casus beoordeeld welke organen of instanties een taak hebben en betrokken dienen te worden bij de aanpak, en door welk organen of instanties derhalve relevante gegevens, waaronder ook persoonsgegevens, verwerkt moeten worden. Het is van belang dat deze gegevensverwerking rechtmatig en zorgvuldig geschiedt en dat geheimhouding van de persoonsgegevens die de partners aan elkaar verstrekken wordt gegarandeerd. In het verslagjaar 2023 is een inwoner van Maasgouw als ‘radicaal’ in beeld gekomen. Mede onder de regie van het Zorg en Veiligheidshuis Midden Limburg wordt ingezet op een persoonsgerichte aanpak. Naast de gemeente nemen ook politie en CTER (contra terrorisme) deel aan dit overleg. Een groeiende groep Nederlanders probeert zich te onttrekken aan het Nederlands staatsburgerschap en verklaart zichzelf ‘soeverein’ of ‘autonoom’. Ze betalen bijvoorbeeld geen rekeningen van de Belastingdienst meer en denken dat de Nederlandse wetten niet voor hen gelden. In Maasgouw hebben we ook inmiddels te maken met inwoners die zich hieronder scharen. Naast mensen die zichzelf ‘autonoom’ noemen zijn er ook mensen die zichzelf ‘soeverein’ verklaren. Zij schrijven zichzelf soms uit bij het bevolkingsregister of hebben een ‘eigen paspoort’.

“De soevereinen maken deel uit van een breder verschijnsel waarin burgers zich afscheiden van de Nederlandse maatschappij of zelfs parallelle samenlevingen nastreven”, schrijft de AIVD in een rapport. Conclusie Vanwege de complexiteit van deze doelgroep vergt dit bijzondere expertise en inzet. Ingezet wordt daarom op een samenhangende aanpak bij het voorkomen en het tegengaan. De snel veranderende samenleving in de breedste zin van het woord, mede in relatie tot de digitale ontwikkelingen, is het van belang dat primair de focus ligt op een goede informatiepositie van politie, justitie en gemeente. Dit is een voorwaarde voor een succesvolle aanpak. Hier wordt dan ook vol op ingezet. Het is echter lastig om in te schatten of we hier succesvol in zijn (geweest). We zien echter geen aanleiding om de doelstelling en de aanpak te wijzigen.

45

Hoofdstuk 5. Samenvatting In het IVP is een keuze gemaakt voor drie centrale thema’s/veiligheidsprioriteiten. Een samenvatting van de aanpak op de drie geprioriteerde onderwerpen is hieronder weergegeven. 1. Zorg en Veiligheid Doelstelling 2026 4. Juiste zorg voor de juiste mensen – kwetsbare personen/huishoudens zo goed mogelijk helpen 5. Beheersbaarheid van de effecten voor de omgeving 6. Een effectief en efficiënt werkende keten Wat hebben we gedaan? Hoewel het aantal meldingen van personen met onbegrepen gedrag het afgelopen jaar is gedaald blijft dit een zorgelijk aandachtspunt. Bij personen met onbegrepen gedrag gaat het naast de mensen die in hun hoofd met zichzelf in de knoop zitten ook om mensen die zorgen hebben en de grip op hun leven terug willen. Het is een groot probleem en een grote uitdaging om bij de juiste zorginstellingen passende hulp te vinden voor ‘verwarde’ personen, kwetsbare mensen met multi-problematiek of oplossingen te zoeken voor mensen die (soms) geen vaste woon- of verblijfplaats hebben. Een verklaring voor de daling is er niet. De hulp aan één persoon kan al een wezenlijk verschil maken. Een persoon kan namelijk voor meerdere meldingen zorgen. Om meer grip te kunnen krijgen wordt ingezet op samenwerking in het project ‘Grip op onbegrip’.

Door iemand te helpen bij het realiseren van een stabiel leven, is de kans op escalatie en gevaarlijk gedrag kleiner. Dit project bevindt zich echter nog een ontwikkelfase. Daarom zijn er nog geen specifieke resultaten bekend. Inzet op complexe sociale casuïstiek, vaak op het snijvlak van zorg en veiligheid, vindt lokaal en bovenlokaal/regionaal plaats. De lokale aanpak wordt gecoördineerd vanuit het bemoeizorgoverleg (overleg tussen diverse zorgorganisaties, woningcorporaties, politie en gemeente). Het doel van het bemoeizorgoverleg is het voorkomen van maatschappelijke uitval van de persoon/het gezin en het terugdringen van de persoonlijke problemen die hieraan ten grondslag liggen. In de eerste lijn speelt het sociaal team een belangrijke rol. Casussen met een justitieel kader vallen onder procesregie van het Zorg -en Veiligheidshuis. De wisselwerking tussen de verschillende niveaus kent verbeterpunten. Opschaling blijkt soms complex in de praktijk, net als tijdige en effectieve verbinding van zorg en veiligheid. De verbinding van zorg en veiligheid is in het algemeen een belangrijk aandachtspunt, zowel lokaal - in de eerste lijn bij het sociaal team en op het niveau van het bemoeizorgoverleg - als bij opschaling naar het Veiligheidshuis. Er is extra druk op deze verbinding komen te staan door de groei van het aantal gevallen dat deze integraliteit nodig heeft.

Deze groei hangt vermoedelijk samen met de afname van intramurale zorg in de GGZ - een afname die (nog) niet afdoende gecompenseerd is met meer extramurale zorg. Ook de groeiende complexiteit van de samenleving speelt mogelijk een rol; sociale en eventueel psychische kwetsbaarheid kan daardoor een sterkere doorwerking hebben. Buurtbemiddeling De gemeente koopt in regionaal verband buurtbemiddeling in bij Proteion Welzijn. Door de inzet van vrijwillige getrainde buurtbemiddelaars wordt gewerkt aan het vergoten van woongenot en het verkleinen van overlast doordat de onderlinge conflicten tussen buren in samenspraak worden opgelost. De buurtbemiddelaars worden hierbij ondersteund door professionele coördinatoren van Proteion Welzijn. In 2023 zijn 20 casussen aangemeld bij buurtbemiddeling. Gedwongen zorg De Wet zorg en dwang regelt de rechten bij onvrijwillige zorg of onvrijwillige opname van mensen met een verstandelijke beperking en mensen met een psychogeriatrische aandoening (zoals dementie). Een inbewaringstelling op grond van de Wet zorg en dwang is een verplichte opname in een spoedsituatie. Er is dan geen tijd om de procedure van een rechterlijke machtiging af te wachten. Er dan sprake van een spoedsituatie waarin ernstig nadeel als het gevolg van het gedrag van de cliënt onmiddellijk dreigend is.

In die situaties is het alleen mogelijk dat de cliënt wordt opgenomen met een beschikking tot inbewaringstelling die door de burgemeester wordt afgegeven. In totaal is er 4 keer een gedwongen opname met inbewaringstelling (IBS) in het kader van de Wet Zorg en Dwang opgelegd in onze gemeente. Er zijn geen gedwongen opname doormiddel van een crisismaatregel Wet verplichte GGZ opgelegd.

46

Huiselijk geweld – tijdelijk huisverbod Soms treft de politie of bijvoorbeeld Veilig Thuis bij mensen thuis een dreigende situatie aan. Maar zijn er (nog) geen strafbare feiten gepleegd. De politie kan dan niemand aanhouden of vervolgen. Met het tijdelijk huisverbod bestaat de mogelijkheid om in zo'n situatie toch in te grijpen. Daarmee zijn partner, kinderen of andere huisgenoten veiliger. Tijdens de periode van het tijdelijk huisverbod mag de pleger ook geen contact opnemen met de partner of de kinderen. De maatregel tijdelijk huisverbod kan voor 10 dagen worden opgelegd. Wie een tijdelijk huisverbod heeft, moet zich daaraan houden. Wie dat niet doet, kan maximaal 2 jaar gevangenisstraf of een taakstraf krijgen. De burgemeester kan het tijdelijk huisverbod verlengen tot maximaal 4 weken. Het tijdelijk huisverbod moet zorgen dat de situatie niet verder uit de hand loopt. Het zorgt voor een afkoelingsperiode waarin hulpverlening op gang kan komen. Het gaat dan om hulp voor de pleger van huiselijk geweld, het slachtoffer en eventuele kinderen. In 2023 heeft de burgemeester in 5 situaties een Tijdelijk Huisverbod opgelegd. Conclusie Het streven is om te voorkomen dat een persoon in een sociaal en/of psychiatrische situatie terecht komt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Maasgouw&id=fc7187d9-5366-4577-897b-5f6c6663feaf