CConstaterende datMaasgouw
Koppel je AI →
Document · PDF

66844-BIJLAGE 1 Integraal Huisvestingsplan Gemeente Maasgouw

01. Raadsvergadering 12 juli 2022, gemeente MaasgouwBij agendapunt: Voorstel tot vaststelling Integraal Huisvestingsplan (Onderwijs) Gemeente Maasgouw18.801 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Referentie: 1692101-0019.2.3.

Pagina 23 van 58

5. Scenario ontwikkeling

Hoofdstuk 5 Scenario ontwikkeling Dit hoofdstuk behandelt de analyse van de onderwijshuisvesting voor het primair onderwijs in de gemeente Maasgouw. Er wordt ingegaan op het scholenlandschap, de scenario ontwikkelingen in relatie tot de bouwstenen en Klimaatakkoord en de eerste aanzet voor het uitvoeringsprogramma.

Referentie: 1692101-0019.2.3.

Pagina 24 van 58

5.1. Scholenlandschap Op de volgende pagina is het scholenlandschap voor de gemeente Maasgouw te zien. In elke kern bevindt zich ten minste één school. Hierdoor is de spreiding van basisscholen goed verdeeld over de gemeenten en kunnen kinderen nabij hun huis naar school gaan. In Heel bevindt zich naast het reguliere onderwijs ook een school voor speciaal onderwijs. Op deze school kunnen kinderen terecht die extra orthopedagogische en/of orthodidactische ondersteuning nodig hebben. Op de kaart is te zien dat er bij de meeste basisscholen een kinderdagverblijf/buitenschoolse opvang aanwezig is. In de gemeente zijn ook diverse sportaccommodaties aanwezig. Deze zijn over de gehele gemeente verspreid.

5.2. Scenario ontwikkeling in relatie tot bouwstenen In de volgende paragrafen wordt per kern gekeken naar de aansluiting met de bouwstenen van beleid en hoe de aansluiting verbeterd kan worden. Er wordt met de vergelijking ook rekening gehouden met de quickscanscores, capaciteitsanalyse en andere urgentiecriteria. Toelichting scenariokaarten De kaarten in de hiernavolgende paragrafen visualiseren de scholen in de gemeente Maasgouw en de gebouwgegevens die van belang zijn voor de analyse- en scenarioontwikkeling. Per school staat de leerlingenprognose aangegeven en de daarop gebaseerde normatieve tekorten/overschotten, waarbij een groen vakje (positief getal) een overschot is en een rood vakje (negatief getal) een tekort. Er is hier enkel gerekend met het BVO dat in gebruik is voor onderwijs. Dit betekent dat bij de scholen ‘De Toermalijn’, ‘De Koningsspil’ en ‘De Sleye’ alleen het BVO van de scholen is meegenomen en de andere gebruikers van de MFA buiten beschouwing zijn gelaten. Bij SBO Op De Tump is het aantal vierkante meters van de gymzaal buiten beschouwing gelaten.

De beoordeling van de bouwstenen is als volgt gegaan in samenspraak met gemeente en schoolbesturen: • Kwaliteit gaat over de kwaliteit van de huisvesting (zoals binnenklimaat); • Vraag en aanbod gaat over de ruimtetekorten en overschotten. Wanneer er een groot tekort/overschot is, is de score lager; • Bij samenwerking gaan we uit van 2 sterren bij inhoudelijk goede samenwerking of alleen samenwerking in huisvesting, 3 sterren als beide aan de orde zijn naar tevredenheid; • Duurzaamheid wordt beoordeeld aan de hand van de verbruiksgegevens (elektriciteit en gas). Wanneer het verbruik laag is, zal de score hoger zijn; • Voor het aanbod sport wordt gekeken naar de hoeveelheid sportgelegenheden in de kern en of deze nabij de school zijn. Algemene visie samenwerking onderwijs Iedere school beschikt over een eigen onderwijsconcept. Over het algemeen biedt de huidige huisvesting daarin voldoende ondersteuning. Bij een aantal scholen is er lichte mismatch tussen huisvesting en onderwijsconcept. In het huidige IHP is minder aandacht gegeven aan de verschillende onderwijsconcepten en/of er voldoende variatie is. Bij het uitvoeren van de projecten kan er nog extra aandacht gegeven worden aan de variatie van onderwijsconcepten. Bij de meeste scholen is een kindpartner aanwezig, waarbij de samenwerking zowel op inhoud als huisvesting is.

Bij enkele locaties is er wel een zorg dat er in de toekomst te weinig ruimte is voor kindpartners in het schoolgebouw. De intensivering van samenwerking met kindpartners is hierom wenselijk, maar niet noodzakelijk. Bij enkele scholen is er daarnaast een zorg over het toenemende aantal arbeidsmigranten. Hierdoor zijn er (naar verwachting) meer leerlingen met taalachterstanden en bestaat er mede om die reden behoefte aan de kinderopvang (VVE) en eventueel andere ondersteunde diensten.

Per bouwsteen wordt besproken wat de huidige score is en op welke manier de score verbeterd kan worden. De uitkomsten uit deze paragrafen vormen een basis voor de uiteindelijke voorkeursscenario’s. Via een visuele weergave met nul tot drie sterren is per bouwsteen aangegeven wat de huidige score is. Daarnaast is de impact van uitvoering van een scenario weergegeven. De sterren geven een indicatieve score weer.

Referentie: 1692101-0019.2.3.

Pagina 25 van 58

Referentie: 1692101-0019.2.3.

Pagina 26 van 58

5.2.1 Maasbracht Kwaliteit De huidige kwaliteit van de scholen in Maasbracht vergt nog aandacht. Basisschool de Toermalijn is een jonge school met een goede kwaliteit. Echter is de kwaliteit van basisschool ’t Breerke slechter. Om de kwaliteit te verbeteren is nieuwbouw of renovatie van ’t Breerke noodzakelijk. Nieuwbouw geeft de school kansen om de kwaliteit van infrastructuur grondig te verbeteren. Vraag en aanbod Bij de Toermalijn is ruimteoverschot. In overleg met andere gebruikers in de MFA kan er mogelijk gekeken worden naar afstaan van een ruimte. ’t Breerke heeft een minimaal overschot en in de toekomst een minimaal tekort. Samenwerking partners Bij beide scholen is een kinderopvang aanwezig in hetzelfde gebouw. De onderlinge samenwerking is bij beide scholen naar tevredenheid. Door verwachte groei bij ’t Breerke bestaat de kans dat de kinderopvang uit het gebouw verdwijnt. Bij nieuwbouw van de school kan er rekening gehouden worden met extra ruimte voor kindpartners. Duurzaamheid Met name bij ’t Breerke moet er gekeken worden naar mogelijkheden om het gebouw te verduurzaam. Het verbruik aan gas en elektriciteit is hoog bij deze school. Basisschool de Toermalijn zou tevens kunnen investeren in duurzaamheidsmaatregelen om zo hun exploitatiekosten te verlagen. Aanbod sport In Maasbracht is een sportlocatie aanwezig.

De sportlocatie is op loopafstand van basisschool de Toermalijn. Voor ’t Breerke is deze locatie verder weg. Echter wordt dit momenteel niet als probleem ervaren.

Referentie: 1692101-0019.2.3.

Pagina 27 van 58

5.2.2 Heel Kwaliteit De huidige kwaliteit van de scholen in Heel is voldoende. Echter behoeft Op de Tump wel extra aandacht. Dit gebouw wordt goed onderhouden, maar is gedateerd. Door het goede onderhoud van Op de Tump is renovatie een realistisch scenario. Vraag en aanbod Bij beide locaties is er ruimteoverschot. Bij de Sleye kan in samenspraak met de gemeente en andere gebruikers gekeken worden naar het eventueel afstaan van ruimtes. Op deze manier kan het ruimteoverschot beperkt worden. Voor Op de Tump kan bij renovatie of nieuwbouw gekeken worden naar herindeling van ruimtes zodat het gebouw functioneler gebruikt kan worden. Samenwerking partners Bij de Sleye zijn meerdere partners in het gebouw gevestigd, waaronder een kinderopvang. De onderlinge samenwerking is naar tevredenheid. Bij Op de Tump is geen kinderopvang aanwezig. Echter is er geen behoefte voor een dergelijke partner inpandig. Er is wel behoefte om meer ruimte te hebben voor andere zorgpartners (bijvoorbeeld logopedisten) in het gebouw van Op de Tump. Bij de vernieuwsopgave dient hier rekening mee gehouden te worden. Duurzaamheid Op de Tump heeft in de afgelopen jaren veel aanpassingen gedaan op het gebied van duurzaamheid. De effecten hiervan zullen in de aankomende jaren blijken. De Sleye zou ook kunnen investeren in duurzaamheidsmaatregels om zo hun exploitatiekosten te verlagen.

Aanbod sport In Heel zijn twee sportlocaties aanwezig. Beide locaties liggen tegen de scholen aan. Het aanbod sport is daarvoor goed om bewegingsonderwijs te faciliteren in Heel.

Referentie: 1692101-0019.2.3.

Pagina 28 van 58

5.2.3

Beegden

Kwaliteit De kwaliteit van de Sint Martinus is momenteel voldoende. Echter zijn er nog een aantal aandachtspunten omtrent de kwaliteit. Zo is het binnenmilieu niet ideaal en is het schoolbestuur al aan het kijken naar mogelijke oplossingen om dit te verbeteren. In 2006 heeft de school al een renovatie gehad. Nog een renovatie uit te voeren wordt daarom niet aanbevolen en biedt nieuwbouw meer kansen voor de school. Vraag en aanbod De Sint Martinus kampt met een groot ruimteoverschot. In het gebouw is al een kinderopvang gevestigd en het aantrekken van andere medegebruikers is niet wenselijk. Bij nieuwbouw of renovatie zal het ruimteoverschot in rekening moeten worden gebracht. Samenwerking partners Er is momenteel een kinderopvang gevestigd in het gebouw. De samenwerking is naar tevredenheid. Duurzaamheid In het kader van duurzaamheid kan de Sint Martinus nog grote stappen maken. Het huidige verbruik is hoog. Bij renovatie of nieuwbouw kunnen stappen gezet worden om het verbruik te verlagen. Aanbod sport Nabij de school is een separate gymzaal aanwezig, welke op loopafstand ligt. Dit is voldoende om de school te voorzien van bewegingsonderwijs.

Referentie: 1692101-0019.2.3.

Pagina 29 van 58

5.2.4 Stevensweert Kwaliteit Door de levensduurverlengende renovatie in 2013 is de kwaliteit van de Maasparel sterk verbeterd. Momenteel zijn er weinig tot geen aandachtspunten t.b.v. de kwaliteit. Vraag en aanbod Er is een minimaal ruimteoverschot aanwezig. Hiermee is de balans tussen vraag en aanbod goed. Samenwerking partners Er is momenteel een kinderopvang gevestigd in het gebouw. De kinderopvang heeft een separate ingang maar is wel gekoppeld aan de rest van het gebouw. De samenwerking is naar tevredenheid. Duurzaamheid In het kader van duurzaamheid kan de Maasparel nog grote stappen maken. Het huidige verbruik is relatief hoog. Door te kijken naar extra verduurzamingsmaatregelen kan de score verbeterd worden. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan het plaatsen van PV-panelen. Aanbod sport Op loopafstand van de school is een gymzaal aanwezig. Dit is voldoende om de school te voorzien van bewegingsonderwijs.

Referentie: 1692101-0019.2.3.

Pagina 30 van 58

5.2.5

Wessem

Kwaliteit De huidige kwaliteit van de Sint Medardus is slecht. Er zijn veel aandachtspunten omtrent de kwaliteit van de verschillende bouwonderdelen. Het gebouw vraagt daarom om een dermate grote ingreep dat de vraag is of dat dit met renovatie haalbaar is. Nieuwbouw is daarom een meer realistisch scenario. Vraag en aanbod De Sint Medardus kampt met een groot ruimteoverschot. Daarnaast is de indeling van het gebouw niet optimaal om eventueel extra partners te kunnen huisvesten. Op basis van dit gegeven zou nieuwbouw het meest wenselijk zijn. Samenwerking partners Er is momenteel een kinderopvang gevestigd naast het gebouw. De kinderopvang kan gebruik maken van de speelzaal. De samenwerking is naar tevredenheid, maar zou bij nieuwbouw nog versterkt kunnen worden. Duurzaamheid In het kader van duurzaamheid kan de Sint Medardus nog grote stappen maken. Het huidige verbruik is hoog en in combinatie met de huidige kwaliteit biedt nieuwbouw meer kansen dan renovatie. Aanbod sport Op loopafstand van de school is een gymzaal aanwezig. Dit is voldoende om de school te voorzien van bewegingsonderwijs.

Referentie: 1692101-0019.2.3.

Pagina 31 van 58

5.2.6

Thorn

Kwaliteit Mede vanwege de jonge leeftijd van het gebouw is de kwaliteit van het gebouw goed. Als het gebouw goed onderhouden wordt, worden er geen problemen voorzien. Vraag en aanbod Er is een minimaal ruimteoverschot aanwezig. Hiermee is de balans tussen vraag en aanbod goed. Samenwerking partners Bij de Koningsspil zijn meerdere partners in het gebouw aanwezig waaronder een kinderopvang. De onderlinge samenwerking is naar tevredenheid. Duurzaamheid In het kader van duurzaamheid zouden er nog enkele extra maatregelen genomen kunnen worden. De Koningsspil heeft namelijk nog relatief hoog verbruik ten aanzien van haar jonge leeftijd. Aanbod sport In Thorn zijn geen sportaccommodaties aanwezig. De gemeente Maasgouw zou kunnen overwegen om een extra sportaccommodatie te realiseren in Thorn om zo bewegingsonderwijs nabij school te kunnen faciliteren.

Referentie: 1692101-0019.2.3.

Pagina 32 van 58

5.2.7 Linne Kwaliteit Basisschool Triangel is van mindere kwaliteit. Het gebouw heeft een matig binnenklimaat en bouwkundig zijn er verschillende aandachtspunten. Met een levensduurverlengende renovatie kan de kwaliteit van het gebouw sterk verbeterd worden. Vraag en aanbod De Triangel heeft te maken met een ruimtetekort. Dit wordt momenteel nog niet extreem ervaren door de school, maar kan op de lange termijn wel tot problemen leiden. In het verleden is een deel van het gebouw onttrokken aan de onderwijsbestemming, overgedragen aan de gemeente en verhuurd aan de opvang. Samenwerking partners Er is momenteel een kinderopvang gevestigd in het gebouw. Bij renovatie of nieuwbouw kan rekening gehouden worden met de indeling van het gebouw zodat de samenwerking zowel inhoudelijk als gebouwelijk gefaciliteerd kan worden. Duurzaamheid In het kader van duurzaamheid kan de Triangel nog grote stappen maken. Het huidige verbruik is relatief hoog. Bij nieuwbouw of renovatie kunnen er maatregelen getroffen worden om het huidige verbruik te minderen. Aanbod sport Op loopafstand van de school is een gymzaal aanwezig. Dit is voldoende om de school te voorzien van bewegingsonderwijs.

Referentie: 1692101-0019.2.3.

Pagina 33 van 58

5.3. Scenario ontwikkeling t.b.v. klimaatakkoord In de vorige paragraaf zijn op basis van de bouwstenen van beleid afwegingen benoemd ten opzichte van renovatie of nieuwbouw. Naast de voorkeur en de aansluiting op het beleid dient er ook gekeken te worden naar het Klimaatakkoord. In deze paragraaf zullen verschillende scenario’s onderzocht worden en op basis van de uitkomsten wordt er in de volgende paragraaf een definitieve afweging gemaakt van de voorkeursscenario’s. In het Klimaatakkoord worden twee jaartallen genoemd waarop een bepaalde CO2reductie behaald moet zijn, namelijk in 2030 en 2050. In Tabel 5-1 staan de doelstellingen met percentages vermeld. Deze gegevens betekenen dat ten opzichte van de huidige CO2-uitstoot, representatief gesteld voor referentiejaar 2017, het einddoel per 2050 gesteld wordt op 94,5% CO2-reductie ten opzichte van dat referentiejaar. Voor 2030 is 44% reductie ten opzichte van 2017 door het rijk als doelstelling geformuleerd. Op basis van de verhoudingen voor de doelstelling per 2030 is de doelstelling per 2050 ten opzichte van 2017 bepaald. Tabel 5-1 Doelstellingen Klimaatakkoord Doelstelling Referentiejaar 1990 CO2-reductie 2030 CO2-reductie 2050

49,0%* 95,0%

In de Tabel 5-2 zijn de scenario’s in meer detail te zien. In de tabel wordt per school per scenario aangegeven wat de vervangingsstrategie is en wanneer de verwachte oplevering zal zijn.

5.3.2 Conclusie en aanbeveling In Tabel 5-3 zijn de uitkomsten van de verschillende scenario’s te zien. Kijkend naar de uitkomsten van de CO2-doorrekening kunnen de volgende punten geconcludeerd worden. Als de gemeente Maasgouw niks verandert aan het scholenlandschap zullen de klimaatdoelstellingen niet behaald worden. Bij scenario 2 wordt alleen de doelstellingen van 2030 behaald. Alleen bij scenario 3 worden de doelstellingen van 2050 gehaald met 96%. Hieruit valt te concluderen dat de klimaatdoelstellingen van 2050 behaald kunnen worden wanneer alle scholen in de gemeente Maasgouw voor 2050 gasvrij zijn. Dit houdt in dat de Toermalijn voor het einde van de levensduur aangepakt dient te worden.

Referentiejaar 2017 44,0% 94,5%

*Op basis van een uitspraak van de Europese Commissie wordt het streefdoel van 2030 mogelijk verhoogd naar 55% reductie. Mede vanwege het demissionair kabinet is de precieze uitwerking hiervan voor Nederland op dit moment nog niet duidelijk.

5.3.1 Analyse CO2-reductie Er zijn vier verschillende CO2-analyses uitgevoerd om zo meer inzicht te krijgen in de mogelijke CO2-reductie. De vier scenario’s zijn als volgt: 1. Niks aanpassen aan het huidige scholenlandschap; 2. Aanpassen van scholen die binnen het IHP vallen (waarbij renovatie als optie wordt genomen) en de scholen die buiten het IHP vallen, alleen onderhoud aan te plegen; 3. Alle scholen uit de gemeente nieuwbouwen of renoveren zodat alle scholen gasvrij zijn.

Referentie: 1692101-0019.2.3.

Pagina 34 van 58

Tabel 5-2 Scenario's t.b.v. CO2-reductie analyses

St. Medardus

-

Jaar van oplevering -

Nieuwbouw ENG/gasvrij

Jaar van oplevering 2026

Nieuwbouw ENG/gasvrij

Jaar van oplevering 2027

SBO Op de Tump

-

-

Renovatie gasvrij

2027

Renovatie gasvrij PV-panelen

2028

’t Breerke Triangel St. Martinus De Maasparel De Sleye De Toermalijn De Koningsspil

-

-

Nieuwbouw ENG/gasvrij Renovatie gasvrij Nieuwbouw ENG/gasvrij Alleen onderhoud Alleen onderhoud Alleen onderhoud Alleen onderhoud

2028 2029 2031

Nieuwbouw ENG/gasvrij Renovatie gasvrij PV-panelen Nieuwbouw ENG/gasvrij Renovatie gasvrij PV-panelen Renovatie gasvrij PV-panelen -

2029 2030 2032 2041 2049 -

Scholen

Scenario 1

Scenario 2

Scenario 3

Tabel 5-3 Uitkomsten CO2-reductie analyses Scenario 1

Scenario 2

Scenario 3

Verwachte CO2-reductie 2030 (reductie van 44,0%)

-33%

-74%

-74%

-33%

-82%

-96%

Verwachte CO2-reductie 2050 (reductie van 94,5%)

Referentie: 1692101-0019.2.3.

Pagina 35 van 58

5.4. Resumé prioritering en scenario’s Op basis van de vorige paragrafen is in de Tabel 5-4 de afweging gemaakt tussen nieuwbouw en renovatie voor de gebouwen die binnen het IHP moeten worden aangepakt. Nieuwbouw kan voor een verbetering van diverse beleidsaspecten zorgen, bijvoorbeeld het verbeteren van kwaliteit en samenwerking met de kinderopvang. Bij Sint Medardus en ’t Breerke kan bij nieuwbouw de kwaliteit sterk verbeterd worden en/of kunnen kindpartners meer ruimte krijgen. Voor deze scholen is dan ook de afweging nieuwbouw gemaakt. Kijkend naar het ruimtetekort bij De Triangel is het van belang dit te blijven monitoren. Het kan zijn dat daarmee deze school in prioriteit kan stijgen.

Voor de projecten die na de derde termijn (na 20 jaar) plaatsvinden, worden duurzaamheidsmaatregelen aanbevolen. Deze maatregelen hebben weinig tot geen invloed op de klimaatdoelstellingen. Echter kunnen de maatregelen bijdragen aan de exploitatie- en kostenbesparing. Bij de maatregelen moet wel gekeken worden naar de terugverdientijd voor dat besloten wordt dat het gedaan wordt. De terugverdientijd zal binnen het tijdsbestek moeten vallen voordat de levensduur van het gebouw afloopt.

De afweging is daarnaast ook gemaakt in relatie tot het Klimaatakkoord. Het nieuwbouwen van de scholen Op de Tump en Triangel heeft weinig invloed op CO2reductie. Daarnaast hebben de schoolbesturen van deze scholen een eerste voorkeur uitgesproken voor renovatie en is renovatie ook een haalbaar scenario in aansluiting met de bouwstenen. De eerste afweging voor deze scholen is dan ook renovatie. In een haalbaarheidsonderzoek zal de afweging renovatie en nieuwbouw nader inzichtelijk worden gemaakt en zal blijken welk scenario het beste uitkomt. Tabel 5-4 Resumé scenario's en fasering 5-10 Nieuwbouw Opgave Basisschool St. Medardus SBO Op de Tump Basisschool ‘t Breerke Basisschool De Triangel

Beeldbepalend

Circulair (onderwijskundige functionaliteit)

Afweging**

Strategie

Fasering*

nee nee nee nee

nee ja nee ja

Nieuwbouw Renovatie Nieuwbouw Renovatie

ENG BENG ENG BENG

2026 2027 2028 2029

Afweging

Strategie

Fasering*

Nieuwbouw

ENG

2031

10-20 Nieuwbouw Opgave Basisschool St. Martinus

Beeldbepalend nee

Circulair (onderwijskundige functionaliteit) ja

*De fasering geeft het jaar aan van moment van oplevering/ in gebruikname **Haalbaarheidsonderzoek zal afweging renovatie/nieuwbouw inzichtelijk maken ***Overweging om duurzaamheidsmaatregelen te treffen voor de gebouwen die buiten de scope van het IHP vallen

Referentie: 1692101-0019.2.3.

Pagina 36 van 58

5.5. Voorstel uitvoeringsprogramma Dit IHP duidt de vervangingsopgave voor de komende 20 jaar. Na vaststelling van het IHP is er zicht op de fasering van de opgave. Om de fasering van de projecten inzichtelijk te maken is er een concept uitvoeringsprogramma in Figuur 5-1 te zien. In de eerste termijn zijn er geen gebouwen die gerenoveerd of gebouwd worden. Echter zijn er in het tweede termijn vier scholen aan de beurt. Om de projecten te spreiden kan ervoor gekozen worden om in de eerste termijn al te starten met het haalbaarheidsonderzoek én ontwerp van de Sint Medardus én het haalbaarheidsonderzoek van een volgend project. De uitvoeringsfase van de Sint Medardus zal dan starten aan het begin van de tweede termijn, waarmee de intensiteit van de uitvoering wordt verdeeld.

Voor de projecten die na 20 jaar op het programma staan, kunnen we stellen dat deze scholen vóór of rond 2050 in aanmerking komen voor een levensduur verlengende maatregel (renovatie of nieuwbouw). Indien we uitgaan van de minimale ingreep aardgasvrij renoveren, dan worden de Klimaatdoelstellingen alsnog gehaald. Het is belangrijk om dit wel te blijven monitoren Figuur 5-1 is het uitvoeringsprogramma weergegeven. Er is hierbij nog geen rekening gehouden met het regelen van eventuele tijdelijke huisvesting en beschikbaarheid van (bouw)locaties.

Figuur 5-1 Uitvoeringsprogramma IHP gemeente Maasgouw

Referentie: 1692101-0019.2.3.

Pagina 37 van 58

6. Financiële uitgangspunten en vertaling

Hoofdstuk 6 Financiële uitgangspunten en vertaling In dit hoofdstuk worden de beschreven scenario’s voorzien van een financieel kader. Er wordt eerst ingegaan op het kwaliteitsniveau en de kostenverdeling. Vervolgens wordt de financiële vertaling voor onderwijshuisvesting (doorkijk komende 20 jaar) inzichtelijk gemaakt en worden de “overige” kosten benoemd. Dit leidt uiteindelijk tot een overzicht van de investeringskosten en kapitaallasten.

Referentie: 1692101-0019.2.3.

Pagina 38 van 58

6.1. Kwaliteitsniveau

6.1.1 Wettelijk minimum

In de nieuwbouw en renovatie van schoolgebouwen zijn verschillende kwaliteitsniveaus mogelijk. In afstemming met de schoolbesturen en de gemeente Maasgouw zijn in dit IHP drie niveaus opgenomen, zijnde: • Het wettelijk minimale kwaliteitsniveau: waarvoor de gemeente zorgplicht draagt. • Basiskwaliteit: incl. de ambitie om energieneutraliteit en toekomstbestendigheid van het schoolgebouw na te streven (flexibel- en exploitatiegericht bouwen). • Extra kwaliteit: waarbij het kwaliteitsniveau is aangevuld met exploitatiegericht bouwen en het verhogen van het kwaliteitsniveau.

Een nieuwbouw school moet voldoen aan de diverse landelijke wetgeving en plaatselijke verordeningen, waaronder het Bouwbesluit. Onderdeel van het huidige wettelijk kader is het realiseren van een school die voldoet aan Bijna-Energieneutraal (BENG) en aardgasvrij bouwen. De gemeente is verantwoordelijk voor het realiseren van een school conform het wettelijk kader. In Tabel 6-1 is het kostenkengetal voor het wettelijk minimum weergegeven.

Door de gemeente Maasgouw en de schoolbesturen is de ambitie uitgesproken ten minste basiskwaliteit na te streven. Indien het schoolbestuur een hogere bijdrage kunnen/ willen leveren draagt dit bij aan Extra kwaliteit.

Tabel 6-1 Kostenkengetal wettelijk minimum (per m2 inclusief btw) UITGANGSPUNTEN Aantal leerlingen: 100 200 Aantal leerlingen indien SBO: 62 130 Uitgangspunt bouwlagen: 1 1 Norm brutovloeroppervlak (BVO) [m²]: 703 1.206 RESUMÉ Totaal vaste kosten € 2.408 € Kosten ambitiniveau Kosten Frisse Scholen Toeslag: Temperatuur alle spec. klasse B Kosten exploitatiegericht bouwen Flexibel bouwen (geen dragende binnenwanden) Subtotaal: € 2.408 € Prijsindicator, marktwerking en/of regiotoeslag TOTAALKOSTEN: € 2.408 €

300 199 2 1.709

400 267 2 2.212

2.254 € -

2.007 € -

1.955 -

-

-

-

-

-

-

-

-

-

2.254 €

2.007 €

1.955

-

-

-

2.254 €

2.007 €

1.955

Het Bouwbesluit en de wettelijke verordening gaan uit van een ‘sober en doelmatig’ schoolgebouw, BENG is daarin de eis. In de hiernavolgende paragrafen en hoofdstukken is verwoord op welke wijze het kwaliteitsniveau verhoogd kan worden en passend is bij de ambitie van de gemeente Maasgouw en de schoolbesturen.

Figuur 6-1 Kwaliteitsniveaus

Referentie: 1692101-0019.2.3.

Pagina 39 van 58

6.1.2 Basiskwaliteit De gemeente Maasgouw streeft naar ENG (energieneutrale) en aardgasvrije schoolgebouwen bij nieuwbouw met aandacht voor gezondheid, toekomstbestendigheid en exploitatie verlagende maatregelen. Vanuit gezondheid en binnenklimaat is de ambitie uitgesproken om de kwaliteit van de schoolgebouwen op onderdelen te optimaliseren (Frisse Scholen). In gezamenlijk overleg is toegewerkt naar een definitie en uitwerking van de basiskwaliteit. Onderdeel van deze intentie is dat de schoolbesturen een (beperkte) financiële bijdrage leveren. In BIJLAGE 3: Verkenning bijdrage naar kwaliteit is het kostenkengetal voor “Basiskwaliteit” bepaald middels de kostenconfigurator 20212. Tabel 6-2 geeft het kostenkengetal weer voor Basiskwaliteit. Tabel 6-2 Kostenkengetal basiskwaliteit (per m2 inclusief btw) UITGANGSPUNTEN Aantal leerlingen: 100 200 Aantal leerlingen indien SBO: 62 130 Uitgangspunt bouwlagen: 1 1 Norm brutovloeroppervlak (BVO) [m²]: 703 1.206

Totaal vaste kosten Kosten ambitiniveau Kosten Frisse Scholen Toeslag: Temperatuur alle spec. klasse B Kosten exploitatiegericht bouwen Flexibel bouwen (geen dragende binnenwanden) Subtotaal: Prijsindicator, marktwerking en/of regiotoeslag TOTAALKOSTEN:

RESUMÉ € 2.521 € € 48 € € 155 €

300 199 2 1.709

400 267 2 2.212

2.366 € 44 € 136 €

2.101 € 45 € 129 €

2.048 44 125

€

15 €

15 €

15 €

15

€

68 €

64 €

68 €

67

€

77 €

77 €

77 €

77

€

2.884 €

2.702 €

2.435 €

2.376

-

-

-

-

2.884 €

2.702 €

2.435 €

2.376

€

Kwaliteitsstandaard Door HEVO is een onderzoek verricht naar de optimalisatie van de kwaliteit met inachtneming van de budgettaire kaders. HEVO heeft daarbij gebruikt gemaakt van uitgangspunten zoals deze zijn verwoord in Programma van Eisen Frisse Scholen, d.d. september 20153. Specifiek voor “Temperatuur” is de wens/ behoefte uitgesproken om alle onderdelen op Frisse Scholen klasse B te zetten, en daarmee extra bij te dragen aan een beter binnenklimaat op school. De Kwaliteitsstandaard maakt tevens gebruik van de GPR Gebouw Methodiek. Middels deze methodiek wordt de duurzaamheidsambitie meetbaar gemaakt middels enkele thema’s: Energie, Milieu, Gezondheid, Gebruikskwaliteit en Toekomstwaarde.

Toelichting tabel: • De kostenconfigurator maakt onderscheid naar gebouwgrootte (aantal leerlingen). Onze ervaring leert dat het kostenkengetal van een kleine school hoger ligt dan van een grote school (schaalvoordelen). • Het kengetal is opgedeeld naar diverse posten: o Vaste kosten: wettelijk minimum inclusief energieneutraal en aardgasvrij o Toeslag voor het ambitieniveau (onderwijsvisie en esthetische kwaliteit) o Frisse Scholen3 (conform kwaliteitsstandaard) incl. toeslag voor “Temperatuur” (op alle onderdelen klasse B). o Exploitatie gericht bouwen: • Toepassing aluminium kozijnen (i.p.v. hout) • Onderhoudsarme vloerafwerking (vinyl i.p.v. marmoleum) • Onderhoudsarme wandafwerking (scanbehang met coating i.p.v. spuitwerk) o Verhogen van de toekomstbestendigheid door uit te gaan van een flexibel casco (flexibel bouwen, geen dragende binnenwanden). • Voor de marktwerking en regiotoeslag houden we rekening met een prijsindicator die uitgaat van 0%.

2 HEVO heeft de kostenconfigurator ontwikkeld. Dit is een actueel rekenmodel dat het kostenniveau

3 Als onderlegger is gebruik gemaakt van Frisse Scholen 2015, die ook past bij de gemeente

van een schoolgebouw kan bepalen, rekening houdend met de verschillende wet- en regelgevingen binnen de onderwijshuisvesting. Bij de kostenconfigurator wordt uitgegaan tot 200 leerlingen van een 1-laagsgebouw en vanaf 300 leerlingen van 2 bouwlagen. Hierdoor zit er een lichte stijging in kosten tussen de 200 en 300 leerlingen.

Maasgouw. Medio 2021 is een nieuw Programma van Eisen gepubliceerd, deze is niet meegenomen in de doorrekening.

Referentie: 1692101-0019.2.3.

Pagina 40 van 58

6.1.3 Extra kwaliteit

6.2. Bijdrage schoolbestuur

Binnen het IHP is door de gemeente en schoolbesturen de intentie uitgesproken om de basiskwaliteit op onderdelen te verhogen. Beide partijen zien de meerwaarde van het verhogen van de kwaliteit ten gunste van het ambitieniveau en de ruimtelijke-/ technische kwaliteit. Belangrijke afhankelijkheid voor het behalen van deze ambitie is de omvang van de bijdrage van de schoolbesturen. In het haalbaarheidsonderzoek zal bepaald worden waarvoor en in welke mate het schoolbestuur specifiek wenst bij te dragen.

De schoolbesturen zien het als hun maatschappelijke plicht om een bijdrage te leveren aan de projecten van het IHP volgens de principes van Total Cost of Ownership (TCO). Daarmee wordt het kwaliteitsniveau opgehoogd en kunnen exploitatie verlagende maatregelen worden getroffen.

Tabel 6-3 Kostenkengetal extra kwaliteit (per m2 inclusief btw) Leerlingenaantal PO BVO Toeslag ambitieniveau (midden**) € Kosten vergroten kwaliteit* Vergroten zichtlijnen binnen (meer transparantie binnenwanden/€ openingen, van 12% naar 18%) Verplaatsbare paneelwanden (50 m² in € totaal) Elektrisch (centraal) bedienbare € zonwering

100 703

200 300 400 1206 1709 2212 121 € 115 € 119 € 116

22 €

22 €

22 €

22

70 €

41 €

29 €

22

10 €

9 €

10 €

9

** Meer gevel & meer gevelopeningen, klimaatinstallaties op leerpleinen, goed afwerkingsniveau *Overige kwaliteitsverhogende maatregelen, nader te bepalen in haalbaarheidsonderzoek

6.1.4 Renovatie Het streven is om ook bij renovatie de nieuwbouwkwaliteit zoveel als mogelijk te realiseren en daarmee te beschouwen als een volwaardig alternatief naast nieuwbouw (levensduurverlenging ten minste 25 jaar). Logischerwijs dienen deze investeringskosten project specifiek bepaald te worden en gelden dezelfde TCOprincipes als bij nieuwbouw. De kosten voor renovatie zullen in verhouding tot nieuwbouw ca. 10 tot 20% lager uitvallen, deels ook afhankelijk van de beoogde levensduur. Om het financiële kader niet te krap te stellen is als voor de doorrekening uitgegaan van de kengetallen voor nieuwbouw. In het haalbaarheidsonderzoek (afweging renovatie/nieuwbouw) worden deze kosten nader inzichtelijk gemaakt.

Hierbij maken schoolbesturen gebruik van de vergoeding voor materiële instandhouding die zij ontvangen vanuit het rijk. De kwaliteitsverhoging kan bijvoorbeeld worden gefinancierd vanuit een verwacht exploitatievoordeel (op energiekosten) gedurende een deel van de levensduur van het gebouw (tot 20 jaar). Een andere mogelijkheid is de besparing op het onderhoud aan het bestaande gebouw. Het is immers niet nodig om bouwdelen/ installaties te vervangen met het oog op de beoogde nieuwbouw. Een andere verkenning die is gemaakt, gaat over de verdeling van de kosten voor het beoogde kwaliteitsniveau. Deze inzichten en verkenningen zijn met de schoolbesturen en gemeente gedeeld. Beide partijen zien de kansen en bedreigingen van deze benadering. Om te komen tot een overeenstemming/ intentie op hoofdlijnen is het volgende afgesproken. • Per project gaan gemeente en schoolbestuur in overleg wat de werkelijke bijdrage gaat zijn vanuit het schoolbestuur.

In het haalbaarheidsonderzoek wordt de omvang van de bijdrage onderbouwd (exploitatieberekeningen) en vastgesteld en geoormerkt aan de exploitatie verlagende maatregelen (welke maatregel en welk budget); • Indien de MI vergoeding 4in de toekomst wijzigt, gaan schoolbestuur en gemeente in overleg over de mogelijke consequenties; • Indien het investeringsverbod nog van toepassing is, zal met het schoolbestuur worden verkend op welke wijze dit naar de accountant kan worden verantwoord; • Met in achtneming van de verkenningen hebben de schoolbesturen de intentie uitgesproken om minimaal 5% bij te dragen aan Basiskwaliteit. Daarmee wil de gemeente voorstellen om de Basiskwaliteit te omarmen en daaraan bij te dragen.

4 In januari 2023 wordt de regeling voor de MI vergoeding veranderd. De strekking hiervan is nog niet

definitief. De verandering in systematiek kan mogelijk gevolgen hebben. Referentie: 1692101-0019.2.3.

Pagina 41 van 58

6.3. Financiële doorkijk Tabel 6-4 geeft de vertaling weer op basis van de financiële uitgangspunten zoals verwoord in de voorgaande paragrafen, sluit aan op de scenario-ontwikkeling en daarmee doorkijk voor de komende 20 jaar (fasering). In deze doorrekening zijn de nieuwbouw kostenkengetallen voor Basiskwaliteit gebruikt voor de doorrekening van het IHP. De totale kosten voor basiskwaliteit is het projectbudget waarmee een school gebouwd kan worden passend bij de verordening onderwijshuisvesting. Daarbij is het aandeel van de gemeente vastgesteld en bepaalt het schoolbestuur in haar bijdrage of gekozen wordt voor Basiskwaliteit of Extra kwaliteit.

In de totale financiële doorrekening is budgettair nieuwbouw als uitgangspunt gesteld. In de scenario ontwikkeling is benoemd dat voor enkele locaties renovatie ook een afweging is naast nieuwbouw.

Tabel 6-4 Financiële vertaling scenario's IHP gemeente Maasgouw (per m2, inclusief btw) 5-10 Nieuwbouw Opgave Basisschool St. Medardus SBO Op de Tump Basisschool ‘t Breerke Basisschool De Triangel TOTAAL 5-10 JAAR

Gem. lln. 10 jaar 114 132 193 287 114

m2 - RBM 10 jaar 771 1.223 1.169 1.642 3990

Kengetal "Basis"* € 2.884,00 € 2.884,00 € 2.702,00 € 2.702,00

Totale Kosten "Basis" € 2.224.000,00 € 3.526.000,00 € 3.159.000,00 € 4.437.000,00 € 13.346.000,00

Bijdrage gemeente 2.112.800,00 3.349.700,00 3.001.050,00 4.215.150,00 12.678.700,00

Bijdrage schoolbestuur € 111.200,00 € 176.300,00 € 157.950,00 € 221.850,00 € 667.300,00

Opgave Basisschool St. Martinus TOTAAL 10-20 JAAR

lln. 2031 119 119

m2 - RBM 2031 542 542

Kengetal "Basis" Totale Kosten "Basis" Bijdrage gemeente € 2.884,00 € 2.297.000,00 € 2.182.150,00 € 2.297.000,00 € 2.182.150,00

Bijdrage schoolbestuur € 114.850,00 € 114.850,00

TOTAAL

232

1.376

€ € € € €

10-20 Nieuwbouw

Buiten scope IHP Opgave Basisschool De Maasparel Brede school De Toermalijn Brede school De Sleye Brede school De Koningsspil

Legenda *Uitgangspunt is nieuwbouw

Referentie: 1692101-0019.2.3.

lln. 2031 143 229 218 129 590

m2 - RBM 10 jaar 819 1.337 1327 748 3.482

€

15.643.000,00 €

14.860.850,00

€

782.150,00

Exclusief "overige" kosten - Sloopkosten, bouwrijp - Gymzalen - Interimvoorzieningen, tijdelijke huisvesting - Indexering - Locatiespecifieke kosten, infra - Speelplaats openbaar - Voorfinanciering Kinderopvang - Grondverwerving - Onvoorzien - Eerste inrichting

Pagina 42 van 58

6.4. Financiële vertaling “overige” kosten De investeringsniveaus voor het onderwijs zijn bepaald op prijspeil 1 januari 2021, inclusief btw. Niet opgenomen zijn de eventuele kosten of baten van grondverwerving of grondexploitatie bij vrijkomende terreinen. Daarnaast is de financiële vertaling nog exclusief bezwaren en stikstof- en PFAS-problematiek Het is de wens van de gemeente om deze “overige” kosten indicatief inzichtelijk te maken en daarmee een compleet beeld te geven van de omvang van de totale kosten (projectkosten en overige kosten). In BIJLAGE 4: Financiële vertaling “overige” kosten zijn deze kosten nader onderbouwd en in Tabel 6-5 weergegeven. Werkelijke kosten In het haalbaarheidsonderzoek worden de indicatieve kosten nader inzichtelijk gemaakt. De kosten (o.a. tijdelijke huisvesting) kunnen bepalend zijn voor het scenario. Tabel 6-5 "Overige" kosten scenario's IHP gemeente Maasgouw 5-10 Nieuwbouw Opgave Basisschool St. Medardus SBO Op de Tump Basisschool ‘t Breerke Basisschool De Triangel

€ € € € €

Sloopkosten 97.000 128.000 106.000 102.000 433.000

Tijdelijke huisvesting* € 1.467.000 € € 1.403.000 € € 2.870.000

Kinderopvang** € 346.000 nvt € 323.000 € 323.000 € 992.000

Infrastructureel € 111.000 € 176.000 € 158.000 € 222.000 € 667.000

€ €

Sloopkosten Tijdelijke huisvesting* Kinderopvang** Infrastructureel 98.000 € 956.000 € 346.000 € 115.000 € 98.000 € 956.000 € 346.000 € 115.000 €

€ € € € €

Index 222.000 423.000 442.000 710.000 1.797.000

€ € € € €

Totaal*** 2.354.000 903.000 2.590.000 1.579.000 7.426.000

Index Onvoorzien 230.000 € 115.000 € 230.000 € 115.000 €

Totaal*** 1.860.000 1.860.000

€ € € € €

Onvoorzien 111.000 176.000 158.000 222.000 667.000

10-20 Nieuwbouw Opgave Basisschool St. Martinus

€

531.000 €

3.826.000 €

1.338.000 €

782.000 €

2.027.000 €

782.000 €

9.286.000

Legenda *Tijdelijke huisvesting is afhankelijk van scenario nieuwbouw/ renovatie en de beschikbare ruimte op het kavel. De kosten worden verdeeld over de scholen **Mede afhankelijk van financeringsbereidheid kinderopvang. Uitgangspunt is voorfinanciering kinderopvang ***Enkele posten zijn gebasseerd op "grove" aannames, o.a. infrastructureel en onvoorzien

Referentie: 1692101-0019.2.3.

Pagina 43 van 58

6.5. Investeringskosten en kapitaallasten

6.6. Bekostigingsmogelijkheden

In BIJLAGE 5: Investeringskosten en kapitaallasten zijn de investeringskosten in tijd uitgezet en vertaald naar kapitaallasten per jaar. De jaarlijkse boekwaarden worden aangehouden en op het moment van sloop zullen deze gedesinvesteerd worden. Vanaf 2027 zijn de kapitaallasten van de verschillende bouwprojecten inzichtelijk gemaakt. De kapitaallasten zijn (rekenkundig) in het jaar opgenomen, waarin de nieuwbouw/ renovatie wordt opgeleverd. De indicatieve "overige kosten" kennen een andere of verschillende afschrijvings-methodieken en zijn om deze reden buiten beschouwing gelaten voor de kapitaallasten bepaling.

In voorgaande paragrafen hebben we de kostenkant inzichtelijk gemaakt en hebben we beschouwd op welke wijze het schoolbestuur kan bijdrage. We zijn daarbij ervan uitgegaan dat het schoolbestuur aan de financiële bijdrage bij oplevering voldoet. De bijdrage van de gemeente vloeit voort uit het gemeentefonds. Hierin zijn “ongeoormerkte” budgetten opgenomen voor onderwijshuisvesting. Wanneer blijkt dat de opgave niet past bij de beschikbare middelen, dan kan de gemeente overwegen om onderzoek te doen naar mogelijke subsidies en financieringsmogelijkheden.

Tabel 6-6 Kapitaallastenoverzicht 5-10 Nieuwbouw Opgave Basisschool St. Medardus SBO Op de Tump Basisschool ‘t Breerke Basisschool De Triangel

Kapitaallast (€ / jaar) € € € €

79.230 125.614 112.539 158.068

2026 € € € € €

79.230 29.463 34.009 142.702

2027 € € € € €

79.230 125.614 81.635 34.009 320.488

2028 € € € € €

79.230 125.614 112.539 210.147 527.531

2029 € € € € €

79.230 125.614 112.539 158.068 475.451

2030 € € € € €

79.230 125.614 112.539 158.068 475.451

2031 € € € € €

79.230 125.614 112.539 158.068 475.451

2035 € € € € €

79.230 125.614 112.539 158.068 475.451

2040 € € € € €

79.230 125.614 112.539 158.068 475.451

2045 € € € € €

79.230 125.614 112.539 158.068 475.451

10-20 Nieuwbouw Opgave Basisschool St. Martinus

Kapitaallast (€ / jaar) €

86.138 € €

2026 12.805 € 12.805 €

2027 12.805 € 12.805 €

2028 12.805 € 12.805 €

2029 12.805 € 12.805 €

2030 189.473 € 189.473 €

2031 86.138 € 86.138 €

2035 86.138 € 86.138 €

2040 86.138 € 86.138 €

2045 86.138 86.138

***De totale investering (voorbereiding, ontwerp en realisatie) is rekenkundig in het jaar van oplevering opgenomen.

Referentie: 1692101-0019.2.3.

Pagina 44 van 58

Hoofdstuk 7 Randvoorwaarden bij uitvoering Bij het uitvoeren van het IHP dient rekening gehouden te worden met een aantal randvoorwaarden.

7. Randvoorwaarden bij uitvoering Referentie: 1692101-0019.2.3.

Pagina 45 van 58

7.1. Verankering De verankering van het IHP zorgt ervoor dat de, in dit IHP, gemaakte plannen conform afspraken en planning worden uitgevoerd. Verankering van het IHP kan verdeeld worden over het strategisch, tactisch en operationeel niveau.

7.1.1 Strategisch Het IHP fungeert als beleidskader voor de uitgave aan onderwijshuisvesting. Daarmee fungeert het IHP als toetsingskader voor de aanvraagprocedure conform de verordening voor nieuwbouw en overige voor blijvend of voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen. De verordening zal naast het IHP blijven bestaan om (spoed-) aanvragen uit te kunnen voeren. Uitzondering zijn de nieuwbouw voor een nieuw te stichten school en kosten voor eerste inrichting onderwijsleerpakket en meubilair. Het IHP wordt vastgesteld door de gemeenteraad.

7.1.2 Tactisch Het jaarlijks uitvoeringsprogramma komt in de plaats van het huisvestingsprogramma dat voorheen werd opgesteld aan de hand van de aanvragen voor voorzieningen van schoolbesturen. Het uitvoeringsprogramma wordt opgesteld conform het IHP en jaarlijks vastgesteld in het Bestuurlijk Overleg Onderwijs. Op basis van het uitvoeringsprogramma geeft het College van B&W de beschikkingen af. Het uitvoeringsprogramma wordt ter informatie aangeboden aan de gemeenteraad.

7.1.3 Operationeel Op het operationele niveau moeten er per in dit IHP gedefinieerd project een aantal acties worden uitgevoerd en keuzes worden gemaakt. Ten eerste moeten gemeente en schoolbesturen afspraken maken over het bouwheerschap. Daarnaast dient bij de vaststelling van het uitvoeringsprogramma reeds rekening te worden gehouden met het moment waarop een haalbaarheidsonderzoek moet worden uitgevoerd om vervolgens tijdig met de definitiefase te starten.

7.2. Duurzaamheid Door vaststelling van het IHP krijgen schoolbesturen zicht op de vervangingstermijnen van hun gebouwen. Dit stelt schoolbesturen in staat om vanuit hun verantwoordelijkheid voor onderhoud en exploitatie te investeren in duurzaamheid. Daarbij kan met name worden ingezet op duurzaamheidsmaatregelen waarbij de terugverdientijden de vervangingstermijn niet overschrijden. Zo gaan investeringen in Referentie: 1692101-0019.2.3.

duurzaamheid niet ten koste van middelen voor onderwijs. De tussentijdse verduurzaming van schoolgebouwen is daarmee een taak van de schoolbesturen, dit kan worden verwerkt in de meerjarenonderhoudsplannen (MJOP’s) van de gebouwen. De gemeente kan wel een rol spelen bij bijvoorbeeld het voorfinancieren van ingrepen die zich laten terugverdienen. De gemeente en schoolbesturen hebben afgesproken dit na het IHP-traject verder uit te werken.

7.3. Actualisatie van projecten Bij het opstarten van een, in dit IHP, gedefinieerd project dient op dat moment het projectinitiatief getoetst te worden aan de dan geldende randvoorwaarden. De toetsing is bedoeld om te zorgen dat het project aansluit bij de dan geldende omstandigheden en vindt plaats in het uitvoeringsprogramma. Het gaat om actualisaties van bijvoorbeeld: • De leerlingenprognose: in dit IHP is uitgegaan van het gemiddelde leerlingenaantal voor de komende 10 jaar en de bijbehorende ruimtebehoefte voor het ramen van de investeringsopgaven. Op deze wijze wordt geen rekening gehouden met de stijging van leerlingenaantallen die in de gemeente Maasgouw na 2031 volgens de DUO-prognose wordt voorzien. Van belang is dat de definitieve leerlingenaantallen waarvoor gebouw wordt in het uitvoeringsprogramma (definitieve planvorming) nader worden gedefinieerd op basis van een actuele prognose; • Een definitieve afweging tussen nieuwbouw of renovatie; • De dan bekende bouwkostenniveaus en geïnventariseerde risico’s; • De TCO-benadering, waarbij er wordt bepaald welke investeringsbijdrage van het schoolbestuur wordt verwacht, op basis van exploitatievoordelen (onderhouden en energie) en extra kwaliteit voor het betreffende schoolbestuur.

7.4. Bouwheerschap De schoolgebouwen zijn het juridisch eigendom van de schoolbesturen. In de onderwijswetgeving is bepaald dat het bouwheerschap in principe bij de schoolbesturen ligt. Dit sluit aan bij de eigendomsverhouding. Binnen de gemeente Maasgouw zijn daarnaast drie MFA’s aanwezig. Hierbij heeft de gemeente het juridisch eigendom. Het bouwheerschap ligt voor dergelijke gebouwen bij de gemeente. Conform de VVHO vindt hier overleg over plaats.

Pagina 46 van 58

7.5. Programmamanagement Na vaststelling van het IHP zullen organisatorisch stappen gemaakt moeten worden om het uitvoeringsprogramma te realiseren samen met de schoolbesturen. Dat betekent dat vanuit de gemeente een programmamanager wordt aangesteld die het overzicht bewaart van de projectkaders van alle projecten, inclusief de taken waar de gemeente voor verantwoordelijk is. Het is daarbij van belang dat onderling overeen wordt gekomen op welke wijze de projecten fasegewijs aan de gemeente ter goedkeuring worden voorgelegd. In het OOGO zullen de schoolbesturen jaarlijks of tweejaarlijks op de hoogte worden gebracht van de gestelde ontwikkelingen per project.

overeenstemming te zijn tussen gemeente en schoolbesturen. Daarnaast voeren gemeente en schoolbesturen jaarlijks overleg over de voortgang van het IHP.

7.8. Aanpassingen bij wijzigingen wet- en regelgeving Dit IHP is opgesteld onder de wet- en regelgeving zoals deze geldt op het moment van opstellen daarvan. Echter, wet- en regelgeving is onderhavig aan voortschrijdend inzicht, zo ook de wetgeving met betrekking tot het huisvestingsstelsel voor het funderend onderwijs in Nederland. Bij (substantiële) wijzigingen van bijvoorbeeld het genoemde stelsel, de Algemene Uitkeringen van het Gemeentefonds, de wijze van bepalen van normbedragen, wijzigingen ten aanzien van Bouwbesluit, energieakkoorden of enig andere substantiële ontwikkeling, kan het nodig zijn om dit IHP (op onderdelen) aan te passen aan de dan geldende realiteit en mogelijkheden.

7.6. Demarcatie kosten Bij het vaststellen van de projectkaders in het haalbaarheidsonderzoek is het raadzaam om tijdig en gezamenlijk een eenduidige demarcatielijst op te stellen. In deze lijst wordt inzichtelijk gemaakt wie de budgeteigenaar is of hieraan bijdraagt (gemeente of schoolbestuur) en waaruit de kosten worden betaald (type budget). Er wordt onderscheid gemaakt naar de volgende budgetgroepen: 1. Locatiekosten: dit zijn kosten die gemaakt moeten worden om de grond over te dragen aan de bouwheer (in basis is dit het schoolbestuur). Hieronder vallen de kosten voor onder andere aankoop van gronden en opstallen, sloopkosten, opstallen, bouwrijp maken, aanpassingen openbare ruimte, bestemmingsplanwijziging, inclusief bezwaren etc.. 2. Bouwkosten: dit betreft de kosten voor het ontwerp en de realisatie van het gebouw prijsvast einde werk. Dit is inclusief de vaste (gebouwelijke) voorzieningen waar de gebruiker de inrichting en voorzieningen op kan aansluiten. 3. Inrichtingskosten: alle losse en vaste inrichting en voorzieningen om het schoolgebouw te gebruiken voor de doelgroep/type leerling. 4. Overige kosten/opbrengsten: tijdelijke huisvesting, festiviteiten, verkoop gronden, verhuiskosten, interne kosten onderwijsinstellingen/opdrachtgever.

7.7. Herijking van het IHP Dit IHP geeft een beleidsmatige doorkijk over een periode van 20 jaar. Om het IHP upto-date te houden, vindt elke 4 jaar een herijking van het IHP plaats. Bij deze herijking kunnen de leerpunten van de evaluatie van het eerste 5-jaren tijdvlak worden opgenomen en kan het IHP op onderdelen worden herzien en uitgebreid met een nieuwe scope van 20 jaar. Over herijking dient, net als over het voorliggende IHP, Referentie: 1692101-0019.2.3.

Pagina 47 van 58

8. Bijlagen IHP-gemeente Maasgouw

Bijlagen BIJLAGE 1: Waardenwijzer BIJLAGE 2: Capaciteitsanalyse BIJLAGE 3: Verkenning bijdrage naar kwaliteit BIJLAGE 4: Financiële vertaling “overige” kosten BIJLAGE 5: Investeringskosten en kapitaallasten

Referentie: 1692101-0019.2.3.

Pagina 48 van 58

BIJLAGE 1: Waardenwijzer Als los document wordt de waardenwijzer opgenomen.

Referentie: 1692101-0019.2.3.

Pagina 49 van 58

BIJLAGE 2: Capaciteitsanalyse In deze bijlage is de capaciteitsanalyse te zien van de scholen in de gemeente Maasgouw. Hierbij is in rood aangegeven wanneer er een ruimte tekort is en met groen een ruimte overschot. In hoofdstuk 4.4 is terug te vinden hoe de capaciteitsanalyse is berekend. Tabel 8-1 Capaciteitsanalyse onderwijshuisvesting gemeente Maasgouw (in m2) School Basisschool St. Medardus SBO Op de Tump Basisschool ‘t Breerke Basisschool De Triangel Basisschool St. Martinus Basisschool De Maasparel Brede school De Sleye Brede school De Koningsspil Brede school De Toermalijn

Referentie: 1692101-0019.2.3.

Ruimtebehoefte Overschot/tekort Ruimtebehoefte Overschot/tekort Ruimtebehoefte Overschot/tekort Ruimtebehoefte Overschot/tekort Ruimtebehoefte Overschot/tekort Ruimtebehoefte Overschot/tekort Ruimtebehoefte Overschot/tekort Ruimtebehoefte Overschot/tekort Ruimtebehoefte Overschot/tekort

2020 703 437 1147 353 1100 150 1322 -122 617 538 955 45 1422 338 839 106 1382 385

2021 773 367 1171 329 1122 128 1377 -177 698 457 955 45 1372 388 844 101 1367 400

2022 773 367 1201 299 1145 105 1417 -217 728 427 934 66 1297 463 894 51 1357 410

2023 763 377 1224 276 1128 122 1498 -298 718 437 934 66 1292 468 904 41 1362 405

2024 753 387 1246 254 1172 78 1573 -373 718 437 955 45 1337 423 899 46 1357 410

2025 753 387 1233 267 1167 83 1613 -413 758 397 934 66 1332 428 874 71 1342 425

2026 743 397 1218 282 1153 97 1578 -378 794 361 919 81 1322 438 864 81 1372 395

2031 778 362 1240 260 1204 46 1724 -524 799 356 919 81 1297 463 849 96 1352 415

2036 834 306 1366 134 1282 -32 1950 -750 939 216 949 51 1427 333 955 -10 1437 330

Pagina 50 van 58

BIJLAGE 3: Verkenning bijdrage naar kwaliteit

Tabel 8-2 Kostenkengetal basiskwaliteit (per m2)

In Tabel 8-2 is de basiskwaliteit op onderdelen uitgesplitst en verdeeld naar bijdrage gemeente en bijdrage schoolbestuur. We hebben daarbij de investeringen in kwaliteit gekoppeld aan beoogde levensduur van de exploitatie verlagende maatregelen en gekeken naar de verantwoordelijkheden van schoolbestuur en gemeente.

Basis kwaliteit Leerlingenaantal PO BVO Bouwbesluit 2015 Toeslag ambitieniveau** Aanvullende kosten ENG Kosten Frisse Scholen Flexibel bouwen (geen dragende binnenwanden) Gemeente: Basiskwaliteit

> 20jaar Investering met een lange terugverdientijd, bijv. verhogen van de toekomstbestendigheid. 10 - 20 jaar Investering in maatregelen waarbij de terugverdientijd korter is dan de vervangingstermijn van 20 jaar. Afhankelijk van de omvang kan de gemeente daarin bijspringen (financiering). <10 jaar Alle investeringen met een relatief korte terugverdientijd. Dergelijke investering zijn direct merkbaar in een MJOP of energierekening. Op energetisch vlak zijn dit bijvoorbeeld de “erkende maatregelen” die kunnen worden opgelegd vanuit het rijk.

100 703 € 2.408 € 48 € 113 € 85 € 77 € 2.731

Toeslag ambitieniveau (laag)* Kosten Frisse Scholen (incl toeslag Temperatuur) Kosten exploitatiegericht bouwen* Kosten vergroten kwaliteit* Schoolbesturen: Extra Kwaliteit in % van totaal

€ € € € €

TOTAALKOSTEN:

€ 2.884

200 1.206 € 2.254 € 44 € 112 € 76 € 77 € 2.563

300 1.709 € 2.007 € 45 € 94 € 72 € 77 € 2.295

400 2.212 € 1.955 € 44 € 93 € 70 € 77 € 2.239

€ € € 85 € 76 € 72 € 70 68 € 64 € 68 € 67 € € € 153 € 140 € 140 € 137 5% 5% 6% 6% € 2.702

€ 2.435

€ 2.376

Voor de verdeling van de investeringen zijn onderstaande uitgangspunten gehanteerd: • Het streven om een energieneutraal en aardgasvrij gebouw te realiseren kan worden toegeschreven aan de gemeente. Schoolbesturen hebben hier energetisch baat bij, het is nog onduidelijk of dit opweegt tegen de extra onderhoudskosten. • De levensduur/ terugverdientijd waarvoor een schoolbestuur aan de lat staat, hebben we gekoppeld aan een doorlooptijd van 20 jaar. Hieronder vallen de exploitatie verlagende maatregelen (exploitatiegericht bouwen). • Een investering in flexibel bouwen (geen dragende wanden) kent een langere levensduur/ terugverdientijd en is daardoor voor de gemeente. • Het verhogen van dit kwaliteitsniveau (gezonde onderwijsomgeving) wordt gezien als een gezamenlijk belang (gedeelde kosten). • De investeringen in het verhogen van het kwaliteitsniveau om beter te voorzien in het onderwijs is gekoppeld aan de ambitie en bijdrage van het schoolbestuur. Dit is onderdeel van extra kwaliteit.

Figuur 8-1 Verantwoordelijkheden per tijdvlak

Referentie: 1692101-0019.2.3.

Pagina 51 van 58

BIJLAGE 4: Financiële vertaling “overige” kosten

Sloopkosten

Tijdelijke huisvesting

Voor de sloop van het bestaande schoolgebouw wordt rekening gehouden met sloopkosten en beperkte middelen voor bouwrijp maken. Het verleggen van de volledige riolering en nutsvoorzieningen zijn niet inbegrepen. In de financiële doorrekening is ook hier budgettair uitgegaan van nieuwbouw. Bij een renovatie zullen deze kosten lager uitvallen.

Op basis van de huidige inzichten is per locatie beoordeeld op welke wijze invulling gegeven kan worden aan de tijdelijke huisvesting tijdens de nieuwbouw- of renovatie periode. Hierbij is rekening gehouden dat een mogelijke tijdelijke huisvesting ook ingezet kan worden bij andere projecten die later in het IHP komen. Indien gebruik gemaakt dient te worden van een tijdelijke unit op het terrein van de school, dan wordt uitgegaan van een 4-jarige huurperiode, waarmee 2 scholen bediend kunnen worden (centrale locatie of verplaatsbaar). Wanneer gebruik gemaakt wordt van een bestaand gebouw (invullen leegstand) dan wordt rekening gehouden met een budget voor het tijdelijk aanpassen van dit gebouw. Tabel 8-3 Tijdelijke huisvesting (indicatieve financiële doorkijk 20 jaar) 5-10 Nieuwbouw kengetal/m Opgave BVO m2 Totaal 2 Basisschool St. Medardus 771 € 1.200 € 1.467.000 SBO Op de Tump 1223 € Basisschool ‘t Breerke 1169 € 1.200 € 1.403.000 Basisschool De Triangel 1642 € € 2.870.000 10-20 Nieuwbouw kengetal/m Opgave BVO m2 Totaal 2 Basisschool St. Martinus 796 € 1.200 € 956.000 € 956.000

Tabel 8-4 Sloopkosten (indicatieve financiële doorkijk 20 jaar) 5-10 Nieuwbouw kengetal/m Opgave BVO m2 Totaal 2 Basisschool St. Medardus 1140 € 85 € 97.000 SBO Op de Tump 1500 € 85 € 128.000 Basisschool ‘t Breerke 1250 € 85 € 106.000 Basisschool De Triangel 1200 € 85 € 102.000 € 433.000 10-20 Nieuwbouw kengetal/m Opgave BVO m2 Totaal 2 Basisschool St. Martinus 1155 € 85 € 98.000 € 98.000

Werkelijke kosten De omvang van de sloopkosten zijn onderdeel van het haalbaarheidsonderzoek.

Werkelijke kosten De behoefte aan en daarmee de kosten voor tijdelijke huisvesting is afhankelijk van de scenarioanalyse, de beschikbare ruimte op het kavel en beschikbare leegstand in de omgeving. Dit wordt binnen het haalbaarheidsonderzoek uitgezocht.

Referentie: 1692101-0019.2.3.

Pagina 52 van 58

Voorfinanciering kinderopvang en overige partners Gemeente en schoolbesturen streven naar het verder versterken van de voorschoolse voorzieningen, de doorgaande ontwikkelingslijn en realiseren van onderwijs en opvang onder één dak. Er zijn beleidsuitgangspunten geformuleerd voor de realisatie van kinderopvang bij nieuwbouw/ renovatie.

Wet Markt en Overheid De marktconforme huur sluit aan bij de Wet Markt en Overheid en bestaat in basis uit een gebruiksvergoeding: de extra kosten die de verantwoordelijke voor onderhoud en exploitatie maakt als gevolg van de verhuur (ofwel exploitatiekosten) en een vergoeding voor investeringslasten: de jaarlijkse lasten die het gevolg zijn van het realiseren van de voorziening, bestaande uit rente en afschrijving, die kan worden verhoogd met een deel van de kosten van verzekering van het gebouw en de kosten van onroerendezaakbelasting. De vergoeding voor de investeringslasten gaat naar de investerende partij (tenzij dit uiteraard de kinderopvang zelf is) in de werksessies gedeeld met schoolbesturen en gemeente.

Basisbeginsel is dat middelen voor onderwijshuisvesting ook voor dat doel worden ingezet. Bij nieuwbouw kan de onderwijshuisvesting op initiatief van het schoolbestuur worden aangevuld met niet-onderwijsfuncties die bijdragen aan de doelstellingen van onderwijs en opvang onder één dak. Deze aanvullende functies dienen ook te worden gefinancierd. Kindpartners (bijvoorbeeld kinderopvang en buitenschoolse opvang) kunnen bij nieuwbouw zelf investeren of een marktconforme huur (conform de Wet Markt en Overheid, zie kader) betalen voor het deel van het gebouw dat voor deze functie aan het bouwvolume van de school is toegevoegd. In geval van een huurovereenkomst zal de gemeente de investering in deze nieuwbouw voorfinancieren. Belangrijke voorwaarde die hieraan is gesteld is dat de ruimten voor de kindpartner niet kunnen worden opgeëist voor onderwijs als de school groeit. Dit houdt in dat deze vierkante meters geen onderwijsbestemming hebben, en dus niet gevorderd kunnen worden door de gemeente bij een ruimtetekort voor onderwijs.

Gemeente en schoolbesturen geven aan dat voorfinanciering door de gemeente de voorkeur heeft, en daarmee de kindpartner een huurder wordt van de huisvesting. Indien de kindpartner hier anders over denkt, zal dit in het haalbaarheidsonderzoek worden verkend. In het haalbaarheidsonderzoek zal worden verkend wat de noodzaak is van een kinderopvang en op welke wijze de beoogde kindpartner bereid is hieraan bij te dragen. Indicatief zijn de kosten voor de voorfinanciering van kinderopvang voor de eerste termijn inzichtelijk gemaakt in onderstaande tabel. Per school wordt gerekend met 115 m² opvang (1 groep) per 8 groepen onderwijs, met een minimum van 1 groep opvang. Er is uitgegaan van basiskwaliteit incl. een ophoging vanuit extra kwaliteit. Bij kinderopvang zijn hogere eisen gesteld aan bijv. ventilatie, afwerking en toezicht. Het kan zijn dat de kosten hoger worden doordat de wet- en regelgeving op onderdelen veranderd. Tabel 8-5 Voorfinanciering kinderopvang (indicatieve financiële doorkijk 20 jaar) 5-10 Nieuwbouw kengetal/m Opgave BVO m2 Totaal 2 Basisschool St. Medardus 115 € 3.005 € 346.000 SBO Op de Tump nvt Basisschool ‘t Breerke 115 € 2.810 € 323.000 Basisschool De Triangel 115 € 2.810 € 323.000 € 992.000 10-20 Nieuwbouw kengetal/m Opgave BVO m2 Totaal 2 Basisschool St. Martinus 115 € 3.005 € 346.000 € 346.000

Werkelijke kosten De behoefte en wijze van financiering is afhankelijk van de uitkomsten vanuit het haalbaarheidsonderzoek, dat in samenspraak met alle stakeholders wordt opgesteld.

Het is wenselijk dat elke school (schoolbestuur) op inhoudelijke gronden een keus maakt voor een aanbieder van kinderopvang. Voorfinanciering brengt risico’s met zich mee, bijvoorbeeld bij leegstand. Dit kan deels worden ondervangen door langjarige huurcontracten. Referentie: 1692101-0019.2.3.

Pagina 53 van 58

Infrastructurele voorzieningen

Indexering

Hieronder wordt verstaan het aanleggen van de benodigde nutsvoorzieningen (o.a. riolering en trafo), het aanpassen van verkeersafwikkeling in en rond de school (o.a. kort en lang parkeren) en het openbaar maken van het terrein rondom de school: de buitenspeelplaats.

Risico’s ten aanzien van de bouwkosten zijn ook te vinden in de algemene prijsontwikkeling van bouwprojecten in Nederland en de regio Maasgouw. Het is zaak om - bij behoud van ambitie - de investeringsramingen voortdurend te relateren aan de feitelijke toekomstige ontwikkeling van de bouwkosten. De BDB-index vormt daarvoor een goede basis, deze wordt ook regelmatig gekoppeld aan de normvergoeding van de VNG. Op basis van de huidige ontwikkelingen signaleert de BDB-index een ‘negatief’ percentage voor de prijsontwikkeling. We adviseren dit percentage niet over te nemen en dit project specifiek te benaderen. Voor de eerste termijn gaan we indicatief uit van een prijsindex van 1% tot 2% per jaar.

Tabel 8-6 Infrastructurele voorzieningen (indicatieve financiële doorkijk 20 jaar) 5-10 Nieuwbouw kengetal/m Opgave BVO m2 Totaal 2 Basisschool St. Medardus 771 € 144 € 111.000 SBO Op de Tump 1223 € 144 € 176.000 Basisschool ‘t Breerke 1169 € 135 € 158.000 Basisschool De Triangel 1642 € 135 € 222.000 € 667.000 10-20 Nieuwbouw kengetal/m Opgave BVO m2 Totaal 2 Basisschool St. Martinus 796 € 144 € 115.000 € 115.000

Werkelijke kosten Deze civiele kosten worden in het haalbaarheidsonderzoek inzichtelijk gemaakt.

Tabel 8-7 Indexering (indicatieve financiële doorkijk 20 jaar) 5-10 Nieuwbouw kengetal/m Opgave BVO m2 Totaal 2 Basisschool St. Medardus 771 € 346 € 267.000 SBO Op de Tump 1223 € 404 € 494.000 Basisschool ‘t Breerke 1169 € 432 € 505.000 Basisschool De Triangel 1642 € 486 € 799.000 € 2.065.000 10-20 Nieuwbouw kengetal/m Opgave BVO m2 Totaal 2 Basisschool St. Martinus 796 € 317 € 253.000 € 253.000

Werkelijke kosten In het haalbaarheidsonderzoek worden de kosten geïndexeerd naar prijspeil einde werk.

Referentie: 1692101-0019.2.3.

Pagina 54 van 58

Onvoorzien Alle “overige” kosten hebben we indicatief doorgerekend. De termijn tot de feitelijke realisatie is nog relatief lang. We adviseren om het IHP om de 4 jaar te herijken. Vooruitlopend hierop is een post onvoorzien opgenomen Tabel 8-8 Onvoorzien (indicatieve financiële doorkijk 20 jaar) 5-10 Nieuwbouw kengetal/m Opgave BVO m2 Totaal 2 Basisschool St. Medardus 771 € 144 € 111.000 SBO Op de Tump 1223 € 144 € 176.000 Basisschool ‘t Breerke 1169 € 135 € 158.000 Basisschool De Triangel 1642 € 135 € 222.000 € 667.000 10-20 Nieuwbouw kengetal/m Opgave BVO m2 Totaal 2 Basisschool St. Martinus 796 € 144 € 115.000 € 115.000

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Maasgouw&id=9120c51f-2a2a-4edf-988d-252cfa4bb5ba