5202-BIJLAGE 2 Uitvoeringsprogramma OD 2021_UP2021 MER-OD_1
Tekst van het document
Uitvoeringsprogramma MER-Omgevingsdienst 2021 Vergunningverlening, Toezicht & Handhaving
November 2020
1
Uitvoeringsprogramma 2021 MER-Omgevingsdienst
Inhoudsopgave Bestuurlijke samenvatting ....................................................................................................................... 4 Wijze van totstandkoming Uitvoeringsprogramma (UP) ........................................................................ 5 Leeswijzer ................................................................................................................................................ 6 1. Ontwikkelingen.................................................................................................................................... 7 1.1 Landelijke ontwikkelingen ............................................................................................................. 7 1.2 Regionale ontwikkelingen ........................................................................................................... 10 1.3 Lokale ontwikkelingen ................................................................................................................. 13 1.4 Opdrachtgever- en opdrachtnemerschap (regiemodel) ............................................................. 18 2. Plek Uitvoeringsprogramma in planning & control-cyclus ................................................................ 21 3.
De 1e W: Wat willen we bereiken? .................................................................................................... 22 4. De 2e W: Wat gaan we daarvoor doen? ............................................................................................ 26 4.0 Probleemanalyse – plannen op grond van risico-afweging ....................................................... 26 4.1 Vergunningverlening ................................................................................................................... 27 4.1.1 Milieu.................................................................................................................................... 27 4.1.2 Bouwen, slopen en ruimtelijke ordening ............................................................................. 33 4.1.3 Plus-taken ............................................................................................................................. 40 4.2 Toezicht & Handhaving................................................................................................................ 45 4.2.1 Milieu.................................................................................................................................... 45 4.2.2 Bouwen, slopen en ruimtelijke ordening .............................................................................
52 4.2.3 Plus-taken ............................................................................................................................. 58 4.3 Specialistische Taken ................................................................................................................... 66 4.3.1 Juridische taken .................................................................................................................... 66 4.3.2 Bodem .................................................................................................................................. 74 4.3.3 Externe veiligheid ................................................................................................................. 78 4.3.4 Geluid ................................................................................................................................... 82 4.3.5 Brandveiligheid ..................................................................................................................... 85 4.3.6 Luchtkwaliteit ....................................................................................................................... 88 4.3.7 Groen en ecologie ................................................................................................................
89 4.4 Projecten ..................................................................................................................................... 90 4.4.1 Project VVGB-bedrijven ........................................................................................................ 90 4.4.2 Andere projecten Uitvoeringsprogramma 2021 .................................................................. 92 4.5 Overige werkzaamheden............................................................................................................. 96 4.5.1 ‘Resttaken’ ............................................................................................................................ 96
2
Uitvoeringsprogramma 2021 MER-Omgevingsdienst
4.5.2 Nieuwe ontwikkelingen/nieuwe wetgeving ......................................................................... 97 4.5.3 Flexibiliteit/PM .................................................................................................................... 97 5. De 3e W: Wanneer gaan we dat doen? ............................................................................................. 98 6. De 4e W: Wat gaat het kosten? ......................................................................................................... 99 7. Bestuurlijk restrisico ........................................................................................................................ 101 7.1 Restrisico vergunningverlening milieu ...................................................................................... 101 7.2 Restrisico vergunningverlening bouwen ................................................................................... 102 7.3 Restrisico vergunningen Plus-taken .......................................................................................... 102 7.4 Restrisico toezicht objectgericht milieu .................................................................................... 102 7.5 Restrisico toezicht bouwen, slopen en ruimtelijke ordening ....................................................
102 7.6 Restrisico toezicht Plus-taken.................................................................................................... 103 7.7 Restrisico juridische taken ......................................................................................................... 103 7.8 Restrisico specialistische taak bodem ....................................................................................... 104 7.9 Restrisico specialistische taak externe veiligheid ...................................................................... 104 7.10 Restrisico specialistische taak geluid....................................................................................... 104 7.11 Restrisico specialistische taak luchtkwaliteit .......................................................................... 104 7.12 Restrisico specialistische taak brandveiligheid ....................................................................... 104 7.13 Restrisico specialistische taak groen/ecologie ........................................................................ 104 Bijlagen ................................................................................................................................................ 105 Bijlage 1
: UP2021-in-1-oogopslag (bestuurlijke samenvatting) ............................................... 105
3
Uitvoeringsprogramma 2021 MER-Omgevingsdienst
Bestuurlijke samenvatting Voor u ligt het uitgewerkte Uitvoeringsprogramma 2021 van de gemeenten Maasgouw, EchtSusteren en Roerdalen voor de uitvoering van de taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Deze taken worden in opdracht van de drie MER-gemeenten uitgevoerd door de Afdeling Omgevingsdienst van het Servicecentrum-MER. Dit uitvoeringsprogramma is een gedetailleerd werkprogramma op basis van rekenbladen en een tekstuele toelichting, waarin de wettelijke VTH-taken en de door het college gewenste projecten en lokale aandachtspunten zijn uitgewerkt en zijn vertaald in benodigde capaciteit. Van dit uitvoeringsprogramma (UP) is een beknopte, bestuurlijke samenvatting gemaakt in de vorm van een ‘UP in 1 oogopslag’. Dit is als bijlage 1 bij dit document gevoegd. In dit ‘UP in 1 oogopslag’ zijn de belangrijkste taken (inclusief aantallen/uren) grafisch vertaald in overzichtelijke icoontjes en voorzien van een korte toelichting waarin de relevante ontwikkelingen per taak worden beschreven. Dit ‘UP2021-in-1-oogopslag’ vormt daarmee de basis voor de kwartaalrapportages, waarmee het college wordt geïnformeerd over de voortgang van de afgesproken werkzaamheden.
In deze kwartaalrapportages zal ook wederom aandacht worden besteed aan de prestaties op het gebied van dienstverlening, zodat voor het college inzichtelijk is in hoeverre de afgesproken dienstverleningsnormen worden gehaald.
4
Uitvoeringsprogramma 2021 MER-Omgevingsdienst
Wijze van totstandkoming Uitvoeringsprogramma (UP) Dit uitvoeringsprogramma is een uitwerking van de Landelijke kwaliteitscriteria VTH 2.1 die op 7 september 2012 zijn vastgesteld en inmiddels een vernieuwde versie 2.2 kennen (in werking getreden op 1 juli 2019). Deze Landelijke kwaliteitscriteria zijn bedoeld om de uitvoering van vergunningverlening (de VTH-taken) door gemeenten en provincies in het Omgevingsrecht te professionaliseren en de kwaliteit in de organisatie te borgen. De criteria gaan over proces, inhoud en kritieke massa. Om uitvoering te kunnen geven aan deze Landelijke kwaliteitscriteria is per 1 januari 2013 de RUD Limburg Noord opgericht. Dit is een netwerk samenwerking van alle Noord- en Midden Limburgse gemeenten en provincie Limburg. In het kader van deze netwerk samenwerking blijven de individuele gemeenten het bevoegde gezag over de eigen beleidscyclus (BIG-8). In deze beleidscyclus valt onder Planning & Control o.a. een uitvoeringsprogramma. Om te voorkomen dat iedere gemeente zelf het wiel moet gaan uitvinden is binnen het RUD samenwerkingsverband gekozen om deze format gezamenlijk te ontwikkelen met de mogelijkheid om lokale aanvullingen te geven. De regionale format van dit uitvoeringsprogramma is tot stand gekomen door een ambtelijke afvaardiging van de RUD-gemeenten.
Voor u ligt het Uitvoeringsprogramma 2021, waarin wettelijke taken, bestuurlijk gewenste projecten en lokale aandachtspunten zijn samengebracht. De regionale probleem- en risicoanalyse (herziene versie 2017) vormt mede de basis voor dit uitvoeringsprogramma. Doelstelling van dit uitvoeringsprogramma is: 1) een duidelijke verbinding met de gestelde prioriteiten en doelstellingen; 2) een weergave van de concrete activiteiten voor vergunningverlening en toezicht & handhaving, inclusief de bijbehorende activiteit. 3) een uitwerking van het uitvoeringsprogramma in een concrete werkplanning voor alle betrokken organisatieonderdelen. Dit uitvoeringsprogramma is daarmee de uitwerking van de visie van onze gemeente op het terrein van het omgevingsrecht, zoals is vastgelegd in de relevante beleidsdocumenten met betrekking tot het omgevingsrecht, zoals coalitieprogramma, structuurvisies en inhoudelijke beleidsdocumenten. Een geactualiseerd Beleidsplan Omgevingsrecht, waarin deze samenhang van strategie en uitvoering nader zal worden beschreven, wordt nog voorbereid. Ten behoeve van de realisatie van dit uitvoeringsprogramma is tussen de drie MER-gemeenten en de MER-OD een proces afgesproken. De inhoudelijke voorbereiding van dit uitvoeringsprogramma heeft ambtelijk plaatsgevonden.
Autonome wettelijke taken zijn vertaald – samen met de inhoudelijk betrokken professionals – in verwachte tijdsbesteding, op basis van aantallen en kengetallen (benodigde tijd per product). Hierbij zijn verwachte of reeds doorgevoerde wettelijke of decentrale ontwikkelingen meegenomen. Er is kritisch gekeken naar kengetallen. Op een enkel onderdeel heeft dit geleid tot een aanpassing van het kengetal naar boven of beneden, een en ander op basis van de meest recente inzichten.
5
Uitvoeringsprogramma 2021 MER-Omgevingsdienst
Vooraf en tussentijds in het proces is overleg gevoerd met betrokken portefeuillehouders. Bestuurders zijn daarmee zoveel mogelijk in positie gebracht om hun bestuurlijke input (lees: lokaal gewenste aandachtspunten en projecten) te kunnen geven en noodzakelijke afwegingen te kunnen maken rondom capaciteit, formatie en prioriteiten. Daarmee hebben de bestuurders regie kunnen voeren op de totstandkoming van het uitvoeringsprogramma en daarmee de opdracht die aan de ambtelijke organisatie wordt gegeven. Het eindconcept van het uitvoeringsprogramma is uiteindelijk ter besluitvorming aangeboden aan het college.
Leeswijzer Allereerst worden in hoofdstuk 1 de belangrijkste ontwikkelingen kort beschreven. In hoofdstuk 2 wordt de beleidscyclus beschreven, waarvan dit Uitvoeringsprogramma een onderdeel vormt. In de verdere opbouw van dit uitvoeringsprogramma is gekozen voor een indeling op basis van de zogenaamde 5W-vragen, zodat er een duidelijke relatie gelegd kan worden met de gemeentelijke begroting: -
-
-
-
Wat willen we bereiken? (hoofdstuk 3) Hier wordt (kort) een relatie gelegd met het beleidskader van de gemeente. Wat gaan we daarvoor doen? (hoofdstuk 4) In dit omvangrijke hoofdstuk worden de taken beschreven die dit jaar worden uitgevoerd. Werkzaamheden (activiteiten) worden uitgedrukt in aantallen, kengetallen en frequenties. Op die wijze wordt benodigde capaciteit in beeld gebracht. Het gaat om taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving, waarbij ook wordt ingezoomd op de specialistische taken die daarvoor nodig zijn (juridisch, bodem, geluid, externe veiligheid, brandveiligheid, etc). Wanneer worden de taken uitgevoerd? (hoofdstuk 5) Kort wordt beschreven wanneer de geplande/geprognotiseerde werkzaamheden worden uitgevoerd. Wat gaat het kosten? (hoofdstuk 6) In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de kosten die de uitvoering van de beschreven taken met zich meebrengen en wordt een relatie gelegd met de begroting waarin de benodigde middelen dienen te zijn geborgd. Welke restrisico’s zijn aan de orde? (hoofdstuk 7) Dit hoofdstuk gaat in op de (bestuurlijke) restrisico’s die voortvloeien uit de prioritering van taken in dit Uitvoeringsprogramma.
Een prioritering die heeft plaatsgevonden op grond van een vastgestelde probleem- en risicoanalyse en die noodzakelijk is in verband met de veelheid van taken versus de beperkingen die (mogelijk) aanwezig zijn op basis van beschikbare capaciteit.
6
Uitvoeringsprogramma 2021 MER-Omgevingsdienst
1. Ontwikkelingen 1.1 Landelijke ontwikkelingen Omgevingswet De nieuwe Omgevingswet integreert 26 wetten en beoogt het realiseren van ruimtelijke projecten gemakkelijker te maken. Voor de overheid door meer samenhang tussen verschillende plannen, waardoor de kaders voor projecten eenduidiger worden en initiatieven sneller kunnen worden gerealiseerd. Voor ondernemers en burgers omdat vergunningen, die nu nog los van elkaar worden verstrekt, in één vergunning worden ondergebracht. Inhoudelijk moet die vergunning nog steeds aan dezelfde voorwaarden en procedures voldoen als nu, zoals eisen vanuit milieu, natuur en andere omgevingskwaliteiten. Ook zullen gemeenten en provincies beleidsmatige eisen blijven stellen. Over de inwerkingtredingsdatum van deze wet bestaat veel onduidelijkheid. De beoogde inwerkingtreding is 1 januari 2022. De voorbereidingen op deze gigantische wetgevingsoperatie zijn inmiddels in volle gang. Binnen de MER-gemeenten zijn projecten opgestart om de organisaties voor te bereiden op de komst van deze Omgevingswet en de implementatie van deze wetgevingsoperatie ter hand te nemen. Daarin trekken de drie MER-gemeenten en Servicecentrum samen op.
Een kwartiermaker, ingehuurd via een extern bureau, werkt samen met de gemeentelijke projectleiders – vanuit de gezamenlijk opgestelde Projectopdracht: Omgevingswet en DSO “Samen wat kan, lokaal wat moet“ – aan de opgaven die met de komst van de Omgevingswet en het DSO samenhangen. Dit gaat verder dan alleen de technische aansluiting van de Landelijke Voorziening (de nieuwe OLO), maar heeft ook betrekking op de meer beleidsmatige en regelgevende aspecten van de Omgevingswet, en raakt daarbij ook onderwerpen als dienstverlening en zaakgericht werken. De MER gemeenten en de MER-OD hebben afgesproken om de taken in het kader van de Omgevingswet gezamenlijk uit te werken aan de hand van de ´Minimale Actielijst van de VNG´. Deze (landelijke) minimale actielijst is opgenomen in de genoemde projectopdracht. Deze opdracht is zowel door de Stuurgroep Omgevingswet / DSO als door de drie colleges van B&W vastgesteld. Het overzicht van minimale acties Omgevingswet laat zien wat gemeenten minimaal moeten regelen, om voor 1 januari 2022 klaar te zijn voor de invoering van de Omgevingswet. In onderstaande opsomming de lijst met minimale acties, waarin met de MER-OD is afgesproken om capaciteit te leveren voor het gezamenlijk kunnen uitwerken van deze acties met de moedergemeenten. Minimale Acties VNG: 1. Ambities, strategie, aanpak en financiën bepaald; 2.
Kunnen ontvangen aanvragen en meldingen; 3. Proces behandelen vergunningaanvragen en meldingen ingericht; 4. Kunnen beoordelen vergunningaanvragen 5. Kunnen aanleveren indieningsvereisten 6. Gemeentelijke adviescommissie ruimtelijke kwaliteit ingesteld 7. Vergunningverlening aangepast op de Wkb 8. Proces verkennen initiatief ingericht 9. Participatie bij initiatieven ingericht
7
Uitvoeringsprogramma 2021 MER-Omgevingsdienst
10. 11. 12. 13. 14. 15. 16. 17. 18. 19. 20. 21. 22. 23. 24. 25. 26. 27.
Kunnen opstellen en aanleveren vragenbomen vergunningcheck Snelle dienstverlening voor topactiviteiten ingericht Toezicht en Handhaving ingericht Toezicht en handhaving aangepast aan de Wkb Kunnen wijzigen omgevingsplan Kunnen werken met tijdelijk omgevingsplan Plan(ning) gemaakt voor een nieuw omgevingsplan Programma luchtkwaliteit vastgesteld Kennis vergaard over kerninstrument programma Omgevingsvisie in voorbereiding Monitoring en evaluatie ingericht Kunnen uitvoeren gedecentraliseerde bodemtaken Kunnen toepassen procedures en regels voorkeursrecht en onteigenen Kunnen toepassen procedures en regels kostenverhaal Legesmodel, mandaatregelingen en verordening planschade aangepast Financiële arrangementen met uitvoeringsdiensten herzien Verstrekken informatie over de Omgevingswet Veranderopgave na 2022 bepaald
Voor de werkzaamheden van de MER-Omgevingsdienst verandert er heel wat. Processen worden anders, onze houding ten opzichte van de klant wijzigt (participatie), regels moeten ‘toepasbaar’ worden gemaakt, de Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen’ (WKB, zie ook hierna) moet worden voorbereid, specialisten moeten worden ingezet bij het opstellen van (pilot)omgevingsplannen. Om al die voorbereidende werkzaamheden goed te begeleiden en daarin samenhang te brengen, heeft de MER-OD een deelprojectleider Omgevingswet aangesteld. Deze deelprojectleider valt onder de aansturing van de kwartiermaker/projectmanager Omgevingswet en werkt aan (zoveel mogelijk) realisering per 1-1-2022 van bovengenoemde onderwerpen. Zie verder ook paragraaf 4.4.2. Belangrijk is het voorbereiden van scholing van medewerkers, zowel op inhoudelijke kennis als op de voor het werken met de Omgevingswet vereiste vaardigheden (houding en gedrag). Daar waar mogelijk en zinvol wordt hiervoor de kennis en het netwerk van de RUD LN ingezet. Binnen de MER-OD loopt sinds 2019 een traject ‘Faciliteren’, waarin onder meer aansluiting wordt gezocht bij de veranderopgave ten aanzien van houding/gedrag van medewerkers met het oog op de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Zie hiervoor ook de toelichting bij paragraaf 1.3 Lokale ontwikkelingen.
Een nadrukkelijke link ligt er ook met de in 2021 voorziene ingebruikname van de nieuwe applicatie Squit2020. Zie hiervoor verder de specifieke toelichting op dat onderwerp hierna bij paragraaf 1.2 Regionale ontwikkelingen. Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen Op 1 januari 2022 treedt de nieuwe Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) in werking. Op 14 mei 2019 heeft de Eerste Kamer de Wkb aangenomen. De Wkb heeft als doel de bouwkwaliteit en het bouwtoezicht te verbeteren door inschakeling van private kwaliteitsborgers. Daarnaast wordt de
8
Uitvoeringsprogramma 2021 MER-Omgevingsdienst
aansprakelijkheid van aannemers ten opzichte van particuliere en professionele opdrachtgevers uitgebreid. De wet gaat gefaseerd in. Er wordt gestart met de eenvoudigere bouwprojecten, daarna volgen eventueel de meer complexere. De Wet Kwaliteitsborging heeft drie doelen: •verbeterde (borging van de) bouwkwaliteit •verbeterde positie van de consument •stimuleren van kwaliteitsverbetering en faalkostenvermindering Het bouwproces onder de Wkb Om de doelen van de Wkb te bewerkstelligen wordt het proces voor vergunningverlening in tweeën opgeknipt: •De ruimtelijke component (toets aan omgevingsplan en -veiligheid): deze loopt via de gemeente (MER-OD). •De bouwtechnische component: hiervoor wordt de papieren toets op het bouwplan vooraf vervangen door toetsing in de praktijk op het bouwwerk zoals gebouwd. De vergunninghouder wordt verplicht een onafhankelijke kwaliteitsborger in te schakelen die tijdens de bouw toetst op conformiteit met de bouwtechnische voorschriften uit het Bouwbesluit en verklaart of de getoetste onderdelen aan de voorschriften voldoen. Dit wordt bij private partijen belegd. Het bouw- en woningtoezicht, zoals gemeenten dat nu uitvoeren, wordt een taak van marktpartijen. Een verklaring van de kwaliteitsborger zal bij oplevering voorwaarde zijn voor ingebruikname.
De MER-OD brengt de formatieve en financiële gevolgen van deze wet in beeld (“structurele effecten”), waarbij nadrukkelijk een koppeling geldt met de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Uitkomsten van deze impactanalyse worden meegenomen in het Uitvoeringsprogramma 2022. Stikstofproblematiek (PAS) De programmatische aanpak stikstof (PAS) vormde het centrale instrument om de stikstofbelasting van Natura 2000-gebieden aan te pakken. Met het programma moest worden voorzien in een gebieds- en sector-overstijgende aanpak van de stikstofproblematiek. Het in het programma opgenomen maatregelenpakket moest leiden tot afname van de stikstofdepositie en tot een zodanige versterking van de natuurwaarden in Natura 2000-gebieden dat het realiseren van de instandhoudingsdoelen binnen bereik zou komen en tegelijkertijd ruimte zou worden gecreëerd voor economische activiteiten. Zoals bekend heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) op 29 mei 2019 een uitspraak gedaan met betrekking tot het PAS. De uitspraak behelsde - kort gezegd dat het PAS niet meer gebruikt mag worden als basis om toestemming (lees: omgevingsvergunningen en bestemmingsplannen/planologische besluiten) te verlenen voor activiteiten die leiden tot een stikstoftoename ter plaatse van stikstofgevoelige habitattypen en soorten in Natura 2000-gebieden.
Naar aanleiding van deze uitspraak lag bij alle decentrale overheden in Nederland de vraag op tafel, hoe om te gaan met de ingediende aanvragen omgevingsvergunningen voor bouw- en milieuactiviteiten en afwijken bestemmingsplan, inclusief de aanvragen die de komende tijd nog zullen worden ingediend. Formeel geldt voor elke aanvraag omgevingsvergunning de situatie dat er geen toetsingskader voor de stikstof-beoordeling beschikbaar is, totdat er een nieuw beleidskader ontwikkeld en vastgesteld is. Voor deze tussenliggende – regelloze – periode hebben we lokaal (MER-gemeenten en OD) een gezamenlijke werkwijze afgesproken waarbij gestreefd is naar een
9
Uitvoeringsprogramma 2021 MER-Omgevingsdienst
goede balans tussen het juridisch verdedigbare (bij eventuele bezwaar- of beroepsprocedures) en het praktische (zodat talrijke procedures niet al te lang komen stil te liggen). Sinds de zomer van 2020 zijn er volop ontwikkelingen geweest. De spoedwet aanpak Stikstof (SAS) is in werking getreden. De provincie Limburg heeft de “Beleidsregels intern en extern salderen in Limburg” vastgesteld. Daarnaast heeft de provincie in januari het “Aanvalsplan Stikstof” gepresenteerd. Door middel van dit plan wil men het natuurherstel in de 21 stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden versnellen, stikstofemissie bij de bron aanpakken en tegelijkertijd ruimte bieden voor nieuwe bedrijvigheid. Door deze ontwikkelingen alsmede de in deze periode opgebouwde kennis en ervaring is het tijd om de afgesproken werkwijze met betrekking tot de stikstofproblematiek te updaten. Door de toegenomen duidelijkheid bij ons maar ook bij aanvragers, kunnen we de in 2019 afgesproken werkwijze flink uitdunnen. Met de colleges is om die reden een nieuwe werkwijze afgesproken, een en ander in lijn met bovenstaande beleidsmatige ontwikkelingen. De colleges hebben deze nieuwe werkwijze inmiddels ook formeel bekrachtigd.
Bodem Overdracht bodemtaken van provincie naar gemeenten Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet in 2022 worden gemeenten bevoegd gezag voor taken op grond van de Wet Bodembescherming die nu onder de provincie vallen. In 2019 is gestart met een ‘warme overdracht’ om deze taakoverdracht soepel te laten verlopen. Voor de uitvoering gelden specifieke eisen voor de deskundigheid van medewerkers (kwaliteitscriteria). Er is inmiddels in opdracht van de RUD LN onderzoek gedaan naar de effecten van deze overdracht, bijvoorbeeld naar de vraag welke kennis en capaciteit noodzakelijk is en op welke wijze de nieuwe taken kunnen worden ingevuld. In dit UP zijn uren opgenomen in verband met de voorbereidingen op deze taakuitbreiding op het gebied van bodemsanering voor de gemeenten (uitvoering bij MER-OD). De MER-OD wil hierin in de regio mee aan stuur zitten. De gedachten gaan uit naar een regionale kennisgroep van bodemspecialisten die meer gaan samenwerken in het vakgebied en op die wijze de gemeenten (in ons geval de MER-OD) beter kunnen adviseren.
1.2 Regionale ontwikkelingen Inrichting RUD Nieuwe Stijl – Verbeterplan ‘Schouders eronder’ De RUD Limburg-Noord is vanaf januari 2013 operationeel. De RUD is een samenwerkingsverband van de vijftien Noord- en Midden-Limburgse gemeenten en de Provincie Limburg. De partners binnen de RUD Limburg-Noord hebben destijds gekozen voor een netwerkmodel als organisatievorm en een bestuursovereenkomst als juridische basis. Per 1 januari 2018 is (ook) de RUD LN ingericht als een openbaar lichaam (OL) op basis van een Gemeenschappelijke Regeling (GR). Dit nieuwe organisatiemodel voldoet aan de eisen, waaraan een toekomstbestendige RUD moet voldoen. Dit model komt tegemoet aan de volgende voorwaarden voor een moderne (regionale) samenwerkingsorganisatie: 1. Efficiënt, bundeling van expertise (voldoen aan de kwaliteitseisen, incl. opleidingen en vlieguren);
10
Uitvoeringsprogramma 2021 MER-Omgevingsdienst
2. 3. 4. 5. 6.
Level playing field (gelijke behandeling van burgers en bedrijven in de regio); Het moet mogelijk zijn meer of minder taken in te brengen dan het huidige pakket (tot uiteindelijk Wabo-breed); Het moet mogelijk zijn om vanuit de deelnemers uitvoerende formatie in te brengen (alle risico’s en kosten voor de betreffende formatie blijven bij de inbrengende deelnemer); De organisatie moet zich steeds kunnen aanpassen aan de ontwikkelingen in de maatschappij; Het model moet toekomstbestendig zijn (duurzaam en perspectief biedend).
Bij de oprichting van de GR RUD Limburg Noord is het beslisdocument opgesteld. Daarin is onder andere opgenomen dat de directeur jaarlijks een evaluatie initieert door middel van het opstellen van een evaluatieplan. Deze evaluatie is in 2019 uitgevoerd door bureau Lysias. Lysias heeft in december 2019 een aantal conclusies neergelegd en een advies gegeven over de te nemen maatregelen die in hun ogen nodig waren om het effectief functioneren van de RUD Limburg Noord mogelijk te maken. Hierbij heeft men als beoordelingskader de volgende 6 aspecten gehanteerd: - Integraliteit - Governance en sturing - Kwaliteit(s)criteria - Samenwerking, informatie-uitwisseling - Processen, planning en technologie - Resultaatgericht, leren, innoveren. Daarnaast is gekeken naar de diverse gremia die in de organisatie van de RUD LN een rol spelen: - Bevoegde gezagen - Bestuur (AB en DB) - Partners in de keten - Coördinatiecentrum - Medewerkers gemeenten - Management (van RUD taken bij deelnemers en aansturing door directeur) De maatregelen die Lysias voorstelde zijn gekoppeld aan deze gremia. Het zijn dus geen technische oplossingen, maar ze gaan vooral over wijzigingen in de aanpak of de manier hoe de diverse gremia (onderling) opereren of zich tot elkaar verhouden. Door dit aan te passen wordt de RUD Limburg Noord effectiever.
Tijdens een grote werkconferentie in kasteel Groot Buggenum te Grathem werden door bestuurders, managers en medewerkers de conclusies en aanbevelingen van Lysias breed onderschreven. Er werd een ‘Verklaring van Groot Buggenum’ opgesteld. Het DB verstrekte op 25 maart 2020 de opdracht aan de directeur om de uitwerking van de maatregelen die waren besproken in Grathem en op hoofdlijnen waren vastgelegd in de genoemde verklaring, ter hand te nemen. Vanuit een daartoe ingerichte projectorganisatie is in de 2e helft van 2020 gewerkt aan een verbeterplan. Dat heeft geleid tot een rapport ‘Maatregelen Governance RUD Limburg Noord’. Dit rapport is bekrachtigd in het DB (20 september 2020) en AB RUD (8 oktober 2020). Het komt nu aan op uitvoering van de verbeteracties. Het accent van die verbeteracties ligt in de wijze van opstellen,
11
Uitvoeringsprogramma 2021 MER-Omgevingsdienst
uitvoeren en monitoren van het regionale Uitvoeringsprogramma, het verbeteren van het functioneren van de kennisgroepen en deskundigenpools en het zoeken naar meer betekenis en daadkracht in de werkwijze van het Lijnmanagersoverleg RUD (LMO). Project Ave / Squit2020 – implementatie regionale VTH-applicatie Om de informatievoorziening voor de uitwisseling van werkzaamheden en de monitoring op kwaliteit en kwantiteit in de regio (cq provincie) te borgen is het noodzakelijk om te beschikken over een gezamenlijk VTH systeem. In oktober 2018 is de realisatie en het onderhoud hiervan gegund aan ROXIT BV. In de aanbestedingsprocedure is rekening gehouden met de mogelijkheid om alle Limburgse overheidsorganisaties aan te laten sluiten op deze applicatie, Squit2020. Met de implementatie van het VTH systeem is de regio (en dus ook de MER-gemeenten) klaar voor de Omgevingswet op ICT vlak. In de originele planning zou het merendeel van de gemeente binnen de RUD Limburg Noord in 2019 over gaan op Squit2020. Door diverse oorzaken, zoals de innovatieve aanpak waarbij meerdere deelnemers en organisaties in één applicatie gaan werken en de daarmee samenhangende eisen vanuit de AVG, is de applicatie nog niet zo ver gereed als vooraf ingeschat. Het implementatietraject heeft hierdoor enorme vertraging opgelopen.
De meest recente inzichten zijn dat live-gang voor de groepen 1 en 2 (waartoe de MER-OD niet behoort) voorzien is voor eind 2020, begin 2021. Live-gang voor de MER-OD met de nieuwe applicatie staat nu – met potlood – ingetekend voor april 2021. Intern bij de MER-OD zal er in 2021 veel voorbereidend werk moeten gaan gebeuren in de aanloop naar de nieuwe applicatie, bijvoorbeeld keuzes maken over de conversie van gegevens uit de huidige applicatie naar het nieuwe systeem, de aansluiting op een digitaal archief, maar ook het opleiden van alle medewerkers. Een interne projectgroep bij de OD geeft dit proces vorm. Al deze voorbereidende werkzaamheden vergen veel extra inzet van medewerkers. Dat betekent dat de reguliere werkzaamheden onder druk komen te staan. Met de voorziene externe ondersteuning die nodig is om deze druk op te vangen, is in dit UP rekening gehouden (zie paragraaf 4.4.2). Afstemming met de ontwikkelingen rondom de implementatie van de Omgevingswet – bijvoorbeeld het in gebruik nemen van het DSO – is daarbij van groot belang. Regionale aanpak energie Intensivering van energiebesparing en het vergroten van het aandeel duurzaam opgewekte energie zijn belangrijke speerpunten van overheden. In het Energieakkoord 2013 is vastgelegd dat gemeenten en provincies prioriteit moeten geven aan handhaving van de energiebesparingsverplichtingen in de Wet milieubeheer.
Vanaf 1 juli 2019 geldt een meldingsplicht voor middelgrote en grote energieverbruikers om te komen tot energiebesparende maatregelen en er geldt een verplichting voor het opstellen van energieaudits (in het kader van de EED) voor grote bedrijven. Hierdoor kan gericht toezicht gehouden worden op bedrijven die nog niet voldoen aan de energiebesparingsplicht van het Activiteitenbesluit. Door een gezamenlijke aanpak van het energietoezicht in de RUD Limburg Noord worden energiespecialisten en toezichthouders opgeleid, worden efficiencyvoordelen behaald, vindt een gelijke aanpak in de regio (level playing field) plaats en wordt de kwaliteit geborgd. Er wordt gewerkt aan het opzetten van een ‘pool’ van energiespecialisten in de regio. De MER-
12
Uitvoeringsprogramma 2021 MER-Omgevingsdienst
OD heeft reeds een energiespecialist in haar gelederen, een tweede specialist wordt opgeleid en voert al bepaalde werkzaamheden uit. In dit Uitvoeringsprogramma wordt aangegeven welke concrete werkzaamheden worden uitgevoerd op het gebied van energie(toezicht) voor de drie MER-gemeenten. De RUD Limburg Noord coördineert de opleidingsbehoefte, bewaakt kwaliteit en ondersteunt de uitvoering. Versterkte Uitvoering Energietoezicht (VUE) De minister van Economische Zaken en Klimaat (EZK) vindt het belangrijk om ondernemers extra te ondersteunen bij het bereiken van energiebesparing. Hiervoor is in 2020 totaal een bedrag van € 205.000,- (incl. BTW) beschikbaar gesteld voor de gemeenten in Limburg-Noord. Dit geld mocht alleen besteed worden aan de inhuur van energiespecialisten voor werkzaamheden bovenop het uitvoeringsprogramma (UP). Hiervoor is in januari 2020 een bureau geselecteerd (REDO Groep) én de aanvraag ingediend. Hierna vond de gunning aan REDO door EZK plaats. EZK heeft aangekondigd om in 2021 wederom een bedrag beschikbaar te stellen voor de versterking en versnelling met inhuur, bedoelt voor energietoezicht bovenop het UP. In 2021 betaalt EZK totaal € 214.000,- (incl. BTW) voor extra energietoezicht in Limburg-Noord.
Voor de MER-gemeenten worden de volgende bedragen beschikbaar gesteld (let wel: die worden niet overgemaakt naar de gemeenten, maar moeten via de RUD direct aan de uitvoering van het energietoezicht door bureau REDO worden besteed): Maasgouw € 5.002,28 Echt-Susteren € 6.967,45 Roerdalen € 3.215,75 De energiespecialist van de MER-OD heeft (betaalde) uren beschikbaar gekregen vanuit het coördinatiecentrum van de RUD voor begeleiding/coördinatie van de opdracht door REDO én afstemming met de gemeenten.
1.3 Lokale ontwikkelingen Dienstverlening en project ‘Faciliteren 2013 tot nu: van Wabo-balies naar werken op afspraak De MER-OD is belast met de uitvoering van de taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Dit zijn voor een groot deel zogenaamde ‘backoffice taken’, maar daarnaast zorgen de specialisten dienstverlening van de MER-OD ook in 2021 weer voor het op tijd en klantgericht afhandelen van de klantvragen van onze burgers en bedrijven, die via de vier daarvoor opengestelde kanalen (schriftelijk, op afspraak, digitaal en telefonisch) bij de drie gemeenten binnenkomen. Dit doen deze specialisten binnen de daarvoor met de gemeenten gemaakte kwaliteitsafspraken en de door de gemeenten gehanteerde openingstijden. Per 1 oktober 2018 is de bereikbaarheid van de MER-OD voor de gemeenten Maasgouw en Roerdalen uitgebreid naar dagelijks van 09.00 – 17.00 uur. Daarmee is de bereikbaarheid van de MER-OD voor de drie MER-gemeenten nu gelijk. De drie gemeenten behouden het gezicht, de klant- en ontwikkelregie. Samen met de MER-OD geven de gemeenten vorm aan voortdurende verbetering van de dienstverlening. In 2015 is door de
13
Uitvoeringsprogramma 2021 MER-Omgevingsdienst
gemeenten en MER-OD een start gemaakt met het werken op afspraak. Er is geen vrije inloopmogelijkheid meer bij de Wabo-loketten van de drie MER-gemeenten. Daarvoor in de plaats is een telefonische achtervang georganiseerd. Ook kunnen burgers en bedrijven naar behoefte via de afsprakenmodule op de eigen gemeentelijke website een afspraak maken met een van de dienstverleners, die zich tijdens die afspraak kan laten bijstaan door een of meerdere specialisten vanuit de backoffice. Deze afspraken vinden plaats op de drie gemeenten. Normen dienstverlening Voor de hierboven benoemde tijdige afhandeling van de ingekomen klantvragen zijn met de drie gemeenten afspraken gemaakt. Er zijn normen afgesproken voor een drietal typen klantvragen: - Voor makkelijke klantvragen (vragen die direct door de dienstverlener kunnen worden afgehandeld) geldt een afhandeltermijn van 24 uur; - Voor moeilijke klantvragen (vragen die een advies van een inhoudelijk deskundig medewerker uit de backoffice behoeft) geldt een afhandeltermijn van 2 werkdagen; - Voor complexe klantvragen (vragen die ‘multiproblem’ van aard zijn, zodanig dat hier een coördinerend medewerker regie op moet voeren) geldt een afhandeltermijn van 5 werkdagen. Door de voortdurende aandacht voor opleiding van de dienstverleners, is er een ontwikkeling zichtbaar naar meer afgehandelde klantcontacten door die dienstverleners.
Steeds beter slagen deze dienstverleners erin ook moeilijke en soms zelfs complexe vragen van de burgers en bedrijven te beantwoorden. De vragen die alsnog in de backoffice van de MER-OD belanden zijn vaak zodanig lastig van aard dat de afgesproken dienstverleningsnorm (2-5 dagen) onder druk komt te staan. Dat is zichtbaar op het dashboard. Mogelijk dienen deze normen te worden heroverwogen. Ontwikkelingen naar een gezamenlijke MER-brede visie op dienstverlening In de door gemeenten en Servicecentrum in 2020 vastgestelde gezamenlijke dienstverleningsvisie is de visie voor de vier organisaties uitgewerkt. Het betreft een gezamenlijke visie op het gebied van externe dienstverlening en geldt voor alle domeinen van onze organisaties. Deze gezamenlijke dienstverleningsvisie is een strategische visie op dienstverlening. Lokaal beleid of richtlijnen dienen te passen binnen de gezamenlijke visie. Lokale initiatieven (gestart of nog op te starten) , worden ingebracht in de MER0-brede projectgroep dienstverlening, waarbij wordt bezien hoe dat het gezamenlijke proces georganiseerd wordt. Uitgangspunt is dat lokale initiatieven die meerdere organisaties raken of waarbij meerdere organisaties zijn betrokken, enkel in gezamenlijkheid worden opgepakt. De klantvraag staat centraal in de dienstverlening van Maasgouw, Echt-Susteren, Roerdalen en het SC-MER.
Die dienstverlening is zo eenvoudig mogelijk, snel en correct. Dienstverleningsprocessen worden efficiënt georganiseerd vanuit het klantperspectief. Bij de inrichting van de processen staat de klantvraag centraal, baseren we ons op de door VNG onderkende serviceformules – die aanhaken op de serviceformules van de Omgevingswet – en krijgen onze dienstverleners ruimte om maatwerk te leveren.
14
Uitvoeringsprogramma 2021 MER-Omgevingsdienst
Dienstverlening is van de vier organisaties samen en daarom organiseren we de dienstverlening gezamenlijk. We kiezen voor een projectmatige, oplossingsgerichte benadering waarbij continu gekeken wordt naar verbeteringen. De visie bestaat uit vier pijlers: Pijler 1: De klantvraag staat centraal Pijler 2: Onze dienstverleningsprocessen zijn ingericht volgens landelijke serviceformules Pijler 3: Alle kanalen blijven open, maar we verleiden de klant met het digitale kanaal Pijler 4: Kwaliteit: Normstelling en verbetering Vanuit de projectgroep Dienstverlening wordt op basis van deze visie ook in 2021 verder gewerkt aan verbetering van de dienstverlening, waarbij harmonisatie van dienstverleningsprocessen – daar waar dit leidt tot efficiëntere organisatie voor de dienstverleners en daarmee tot een hogere klanttevredenheid – als een belangrijk uitgangspunt geldt. Zo is in 2020 door de projectgroep uitvoering gegeven aan de opdracht om de dienstverleningsprocessen via de kanalen digitaal, telefonie en balie te herontwerpen. De projectgroep heeft deze opdracht primair benaderd vanuit het perspectief van de klant. Een adviesrapport was ten tijde van het opstellen van dit UP in de maak en zal worden voorgelegd aan de directie van het Servicecentrum MER en de gemeenten. Specifiek voor de MER-OD in 2021: voorbereiding op de Omgevingswet en ‘Faciliteren’.
De capaciteit voor dienstverlening wordt – zo blijkt uit bovenstaande – niet alleen ingezet voor het opvangen van de directe klantcontacten, maar ook ten behoeve van de doorontwikkeling van de dienstverlening. Daarbij geldt ook voor 2021 vooral het speerpunt ‘Faciliteren burger en bedrijf’. In dit traject, opgezet door de MER-OD naar aanleiding van signalen vanuit de gemeenten (‘kan de MER-OD meer doen dan alleen toetsen?’) en vanuit een eigen behoefte om de veranderende rol van de overheid (Omgevingswet) te onderzoeken, wordt in de vorm van een verandertraject onderzocht welke manieren er zijn om dichter bij de burger/bedrijf en zijn vraag te komen. Daar hoort ook een verdere ontwikkeling van de medewerkers bij, houding en gedrag moet meer gericht zijn op een actieve, helpende attitude. ‘Faciliteren’ heeft tot doel op zoek te gaan naar de ruimte om de burgers en bedrijven die een dienst van onze gemeente (in dit geval MER-OD) vragen, nog beter op weg te helpen, nog beter van dienst te zijn, nog beter te faciliteren. Hoe kan de MER-OD niet alleen een toetsende instantie zijn, maar ook een organisatie die meedenkt en oplossingen aanreikt, die proactief is. Dit sluit aan bij de uitdagingen van een aankomende Omgevingswet, waarin dit faciliteren (daar ook wel participeren genoemd) nadrukkelijk als onderlegger is ingebouwd.
Zie voor dit project ook paragraaf 4.4.2 van dit uitvoeringsprogramma. Binnen dit traject ‘Faciliteren’ passen de hieronder puntsgewijs beschreven (reguliere) verbeteraspecten. Ook bij deze kwaliteitsverbeteringen is regie vanuit de MER-brede projectgroep Dienstverlening noodzakelijk. Sturing op gebruik digitale kanaal; Het verder doorontwikkelen en stimuleren van werken op afspraak (vooroverleg); Verder uitwerken van het project Faciliteren, bedoeld om aansluiting te zoeken bij het gedachtengoed van de Omgevingswet (omslag naar andere houding/gedrag richting de klant, meedenken, proactief communiceren, (nog) betere bereikbaarheid); Het kritisch volgen en waar mogelijk sturen op verkorting van de doorlooptijden van de procedures; Het continu uitvoeren van de NPS (onderzoeksmethodiek naar klanttevredenheid) op
15
Uitvoeringsprogramma 2021 MER-Omgevingsdienst
Vergunningverlening en mogelijk ook toezicht en dienstverlening zelf en het gebruiken van de NPS-analyses om de organisatie van het werk binnen de MER-OD te verbeteren; ter aanvulling hierop wordt de mogelijkheid onderzocht om tweejaarlijks een externe klanttevredenheidsmeting uit te voeren; Het verder professionaliseren van het digitale (website, e-formulieren) en telefonische kanaal; Het verbeteren van de producten- en dienstencatalogus / FAQ’s op de gemeentelijke websites; Het professionaliseren van de ‘kennisbank dienstverlening’ bij de MER-OD; Verbetering communicatie tussen gemeente en MER-OD, bijv.
betere informatie-uitwisseling over beleid/actuele ontwikkelingen binnen organisatie; Het verbeteren van de aansluiting van het 1e contact van de klant met dienstverlening op het vervolgproces indien uit het 1e contact cq vooroverleg een formele aanvraag volgt; Verbetering van de ondersteuning vanuit cluster DIV van de afdeling Bedrijfsvoering: een substantieel aantal klantcontacten heeft betrekking op het opvragen van dossiers (oude bouwvergunningen, bodemrapporten, etc.); daarbij is ondersteuning nodig van het cluster DIV; deze ondersteuning verloopt niet optimaal, niet in de laatste plaats door het ontbreken van een deugdelijk archiefsysteem en gebrek aan afspraken over de aanlevering van deze archiefstukken (‘wie doet wat?’); doorontwikkeling van het cluster DIV is randvoorwaardelijk voor een betere dienstverlening door de MER-OD; Zoals beschreven het organiseren van werksessies met externe stakeholders in het dienstverlenings- en vergunningsproces, bijvoorbeeld architecten en adviseurs of horecaondernemers; dit in navolging van eerdere initiatieven op dit gebied (Excellente dienstverlening Roerdalen, sessie met architecten, inloopavonden burgers en bedrijven); Het voorbereiden van de technische aansluiting van onze lokale systemen (SquitXO/Squit2020) op de Landelijke Voorziening van de Omgevingswet (project DSO); zie ook hierna.
Benodigde capaciteit 2021 dienstverlening Het aantal klantvragen is in 2020 weer gestegen, nadat in 2019 een pas op de plaats was gemaakt. Ook worden de klantvragen steeds complexer. Daarbij is de ondersteuning vanuit het cluster DIV nog niet optimaal en zijn er aanhoudende issues op het gebied van ontsluiting van archiefstukken, waardoor veel meerwerk aan de orde is bij de dienstverleners van de MER-OD. Momenteel wordt deze druk zo kostenneutraal mogelijk opgevangen, bijvoorbeeld door het benutten van mogelijkheden van werkervaringsplekken. Voor 2021 zijn er geen extra uren geclaimd (ten opzichte van 2020) voor dienstverlening. Indien de genoemde inhoudelijke complexiteit blijft toenemen, alsmede de DIV-issues niet in 2021 worden opgelost, zal de personele bezetting van de MER-OD dienstverlening zal moeten worden uitgebreid. Daarover wordt in dat geval uiteraard vooraf met de gemeenten afgestemd. Digitaal Stelsel Omgevingswet en Squit2020 In paragraaf 1.1. Landelijke ontwikkelingen is reeds toegelicht welke uitdagingen er liggen in de voorbereidingen op de komst van de Omgevingswet. Een belangrijk onderdeel van de Omgevingswet is de aansluiting op het Digitaal Stelstel Omgevingswet (DSO). Daar waar nu het Omgevingsloket online (OLO) voor vergunningen, de AIM-module voor milieumeldingen en ruimtelijkeplannen.nl voor
16
Uitvoeringsprogramma 2021 MER-Omgevingsdienst
de ontsluiting van besluiten op het gebied van ruimtelijke ordening beschikbaar zijn, worden deze onder de nieuwe Omgevingswet samengebracht in de zogenoemde Landelijke Voorziening. Deze technische transitie moet worden voorbereid en raakt aan alle ontwikkelingen op het gebied van zaakgericht werken en dienstverlening. Een ingehuurde kwartiermaker stuurt een in 2019 gestarte MER-brede projectgroep aan, bestaande uit medewerkers van gemeenten en Servicecentrum, die werkt aan de technische voorbereidingen voor aansluiting op het DSO. De aansluiting van dit DSO op de vakapplicatie van de MER-OD (SquitXO, in 2021 te vervangen door Squit2020) wordt voorbereid vanuit de projectgroep Squit2020. Intensieve samenwerking in het kwadrant Omgevingswet – Squit2020 – Dienstverlening – DIV is essentieel voor het succes van deze grote digitale opgave. Aantal bouwplannen en legesinkomsten Het aantal bij de MER-Omgevingsdienst ingekomen bouwplannen lag de afgelopen jaren, ook weer in 2020, veel hoger dan de jaren daarvoor. De economische opleving heeft ook in de bouwsector flink doorgewerkt en de effecten daarvan stralen af op de door de MER-Omgevingsdienst uit te voeren taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Zelfs de Coronacrisis lijkt (nog) geen effect te hebben op de bouwsector.
Ook de legesinkomsten over 2020 lagen in de drie gemeenten dienovereenkomstig hoog, sterker nog: alle records zijn gebroken met een totale legesopbrengst van meer van 2,2 miljoen euro MER-breed. Die enorme legesopbrengst was overigens niet zozeer een gevolg van een (nieuwe) toename van het aantal bouwplannen, wel van een toegenomen complexiteit (in omvang van de bouwdossiers). De verwachting bestaat dat 2021 een vergelijkbaar beeld zal geven. De geraamde legesinkomsten – bepaald door de gemeenten in hun begroting 2021 – zijn gelijk gehouden aan die van 2020. Per 1 januari 2022 treedt de Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen in werking. Deze wet heeft consequenties voor de werkzaamheden van de MER-OD (gedeeltelijk wegvallen van de Bouwbesluittoets en bouwtoezicht). In samenwerking met de gemeenten zal in 2021 moeten worden onderzocht welke gevolgen dit voor de inhoud van de Legesverordeningen en concreet voor de hoogte van de legesinkomsten heeft. Meer aandacht voor thema’s in het kader van openbare orde en veiligheid De afgelopen jaren is gaandeweg meer aandacht ontstaan, zeker ook bestuurlijk, voor thema’s rondom openbare orde en veiligheid. Deze aandacht vertaalt zich uiteindelijk ook in verhoogde inzet van capaciteit bij de MER-Omgevingsdienst.
Ook voor 2021 zijn er wederom meer uren geraamd – voor een groot deel op verzoek van de drie opdrachtgevers – voor werkzaamheden ter ondersteuning van acties op het gebied van de aanpak van hennepkwekerijen en de daaropvolgende woningsluitingen, ter ondersteuning van andere acties van het flexteam en het RIEC en de steeds meer aan belang toenemende Wet Bibob-toets, alsmede voor de (reguliere) inzet van boa’s bij diverse thema’s en speerpunten ten aanzien van openbare orde en veiligheid (parkeren, hangjongeren, overlast, horeca, etc.). Ook de aandacht voor verwarde personen en soms daarmee samenhangende verzamelwoede (‘hoarding’) neemt sterk toe, ook hier wordt inzet gevraagd van de MER-OD (toezicht/brandveiligheid/juridisch). Ook de uitbreiding van de boa-uren voor het toezicht in de openbare ruimte is een signaal dat gemeenten meer aandacht geven aan veiligheid en leefbaarheid van hun kernen (zie verder paragraaf 4.2.3).
17
Uitvoeringsprogramma 2021 MER-Omgevingsdienst
1.4 Opdrachtgever- en opdrachtnemerschap (regiemodel) Het Servicecentrum MER, en daarbinnen de Afdeling Omgevingsdienst (verantwoordelijk voor de taken zoals beschreven in dit Uitvoeringsprogramma), werkt volgens het model van opdrachtgeveren opdrachtnemerschap. Dat wil zeggen dat het Servicecentrum een uitvoeringsorganisatie is die voor wat betreft haar inhoudelijke taken in opdracht werkt van haar opdrachtgevers. De ondersteuning op het gebied van bedrijfsvoering die de MEROmgevingsdienst op haar beurt nodig heeft, wordt per 1-7-2017 geleverd door de Afdeling Bedrijfsvoering van het Servicecentrum MER. Het Servicecentrum is een uitvoeringsorganisatie, die de wettelijke taken en de taken die voortvloeien uit lokaal beleid volgens een bestuurlijk vastgesteld programma uitvoert. Het op afstand zetten van taken, zoals in het geval van de Omgevingsdienst, maakt regievoering vanuit de opdrachtgever noodzakelijk om grip tet krijgen/houden op budgetten en de wijze waarop en mate waarin de opgedragen taken worden uitgevoerd. Deze regie kan worden verkregen door aan de zijde van opdrachtgever drie disciplines te benoemen die samen het geheel overzien en de regie kunnen voeren. Het gaat dan om de volgende onderdelen: -
Strategisch beleid Business control Contractmanagement/accountmanagement/regie
Dit regieteam kan voor de opdrachtgever vertalen wat er gebeurt binnen de Omgevingsdienst en stuurt op de optimalisatie van de samenwerking en daarvoor benodigde processen. Daarnaast is het regieteam verantwoordelijk voor de informatieverstrekking naar en de bestuurlijke afstemming met hun portefeuillehouders. Aan de zijde van de Omgevingsdienst is eveneens een regieteam verantwoordelijk voor de contacten met de opdrachtgever. Dit team bestaat uit de teammanager, de coördinatoren (verantwoordelijk voor de aansturing van de subteams) en de strategisch adviseur (die het eerste aanspreekpunt voor het regieteam van de opdrachtgever vormt). Het regieteam van de opdrachtgever is niet alleen verantwoordelijk voor het monitoren van de beleidseffecten en het rapporteren over de budgetten en processen, maar het speelt ook een sleutelrol in de verschillende informatiestromen van en naar de opdrachtgever en draagt zorg voor het opstellen van nieuw en het bijsturen van bestaand beleid. Het opstellen of wijzigen van lokaal beleid is een bevoegdheid van de opdrachtgever. Weliswaar kan vanuit de Omgevingsdienst
18
Uitvoeringsprogramma 2021 MER-Omgevingsdienst
inhoudelijke kennis worden geleverd ten behoeve van een beleidsontwikkeling en – bij een inhoudelijk taakveld waarvan de expertise (nagenoeg) geheel binnen de MER-OD is gelegen – zelfs een voortrekkende rol worden vervuld, maar het initiatief, de sturing op het proces en de uiteindelijke besluitvorming daarentegen zijn in handen van de opdrachtgever. Hiermee wordt de rolverdeling tussen de beleidsbepalende opdrachtgever en de uitvoerende organisatie het scherpst neergezet en wordt mogelijke onduidelijkheid weggenomen over de vraag bij welke organisatie het initiatief ligt om een beleidsontwikkeling in gang te zetten en daarop te sturen. Onder beleid wordt overigens ook verstaan het zogenaamde uitvoeringsbeleid. Bij de MEROD ligt, vanuit de daar aanwezige kennis van een groot aantal beleidsterreinen, een nadrukkelijke signaalfunctie daar waar het gaat om nieuwe ontwikkelingen of mogelijke beleidsverbeteringen die aan de orde zijn. Door de opdrachtgever zal een dergelijk signaal vervolgens worden omgezet naar een daadwerkelijk bestuurlijk gewenst initiatief om beleid te ontwikkelen of te wijzigen en de regierol zoals hierna concreter beschreven. Regierol concreet vertaald naar beleidsontwikkelingen De regie op het totstandkomingsproces van beleid (merendeels uitgevoerd als project) is in handen van (een van de leden van) het regieteam van de opdrachtgever.
Onder regie wordt ook hier begrepen de bestuurlijke regie. Dit houdt in dat de opdrachtgever verantwoordelijk is voor de procedurele begeleiding en afstemming van college- en raadsstukken alsmede tussentijdse terugkoppeling/afstemming met de portefeuillehouders en/of het college. Ook wordt hieronder begrepen het ophalen van input bij portefeuillehouders/college, alsmede bij de relevante ambtelijke organisatieonderdelen en alle andere mogelijke stakeholders. De MER-OD levert de inhoudelijke ondersteuning vanuit de haar toebedeelde taken en expertise, levert (concept) stukken aan en stemt hierover tijdig en periodiek af met de accountmanager/beleidsregisseur van elke opdrachtgever. De MER-OD maakt een planning voor haar eigen bijdrage. De MER-OD schuift desgewenst – als adviseur - samen met de accountmanager/beleidsregisseur aan bij ambtelijke of bestuurlijke overleggen. De MER-OD legt steeds verantwoording af aan de accountmanager/beleidsregisseur van opdrachtgever. Wanneer een beleidsontwikkeling (nagenoeg) uitsluitend betrekking heeft op de inhoudelijke taken die in de MER-OD worden uitgevoerd, kan – in overleg met de opdrachtgever – worden bepaald dat de inhoudelijke regie (en daarmee samenhangend de inhoudelijke projectleiding) van het beleidsproces bij de MER-OD ligt.
Dit neemt niet weg dat aan de zijde van opdrachtgever steeds een accountmanager/beleidsregisseur moet zijn die sturing houdt op het proces/voortgang en verantwoordelijkheid draagt voor de bestuurlijke terugkoppeling en de besluitvorming. Regierol concreet vertaald naar projecten Ook bij projecten is een vergelijkbare structuur aan de orde. Van belang is hier een onderscheid te maken tussen projecten die door de opdrachtgever worden uitgevoerd en projecten die worden uitgevoerd door de MER-OD. Dat laatste is het geval wanneer het project een inhoudelijk thema betreft waarvan de expertise (nagenoeg) volledig in de MER-OD aanwezig is (zie hiervoor het projectenoverzicht in paragraaf 4.4.2). Wanneer projecten worden uitgevoerd door de opdrachtgever (bijvoorbeeld ruimtelijke projecten of projecten rondom thema’s van openbare orde/veiligheid), levert de MER-OD de in dit uitvoeringsprogramma afgesproken inhoudelijke kennis aan het project. De opdrachtgever heeft de regie op het project en daarbij de feitelijke projectleiding. De opdrachtgever is in dat geval ook verantwoordelijk voor het opstellen van een projectopdracht. In het geval de MER-OD het project
19
Uitvoeringsprogramma 2021 MER-Omgevingsdienst
uitvoert, stelt de MER-OD ook de projectopdracht op en ligt daar ook de projectleiding. De regie op het project blijft echter ook in dit geval steeds liggen bij de opdrachtgever. Vastleggen werkafspraken Ook in de reguliere werkzaamheden is het van belang de rollen van opdrachtgever en opdrachtnemer goed te onderscheiden en naar elkaar toe te positioneren. Om concreet invulling te geven aan de wederzijdse verantwoordelijkheden van opdrachtgever en opdrachtnemer worden afspraken gemaakt over de kwaliteit van en de termijnen met betrekking tot de producten die aan elkaar worden geleverd.
20
Uitvoeringsprogramma 2021 MER-Omgevingsdienst
2. Plek Uitvoeringsprogramma in planning & control-cyclus Hantering van een sluitende beleids- en operationele cyclus (Big 8, zie afbeelding) is een belangrijke voorwaarde voor het resultaatgericht organiseren en sturen. Onderdeel van de landelijke set kwaliteitscriteria voor de VTH-taken zijn daarom de zogenaamde procescriteria. Het voldoen aan de procescriteria borgt een gesloten plan-do-check-act cyclus, die begint met het opstellen van een strategisch beleidskader (probleemanalyse, doelstellingen, prioriteiten), overgaat in de daadwerkelijke uitvoering van de VTH-taken (planmatig geborgd in een uitvoeringsprogramma), het monitoren van de geleverde prestaties op basis van kritische prestatie-indicatoren en eindigt (c.q. begint opnieuw) met het bijstellen van het beleid naar aanleiding van de ervaringen in de praktijk. De gemeenten in Noord Limburg hebben binnen de RUD-samenwerking de krachten gebundeld om te gaan voldoen aan deze procescriteria en hebben daartoe onder meer een regionale format voor een Uitvoeringsprogramma opgesteld, dat als basis is gebruikt voor dit Uitvoeringsprogramma van de drie MER-gemeenten. Het Uitvoeringsprogramma bevindt zich in het hart van de BIG-8, hetgeen in onderstaande figuur wordt geïllustreerd.
Uitvoeringsprogramma
21
Uitvoeringsprogramma 2021 MER-Omgevingsdienst
3. De 1e W: Wat willen we bereiken? De gezamenlijke missie/visie die de drie colleges willen bereiken, is het benutten van kansen in de uitvoering. Daar zijn ze weer: te weten het leveren van (landelijke vereiste) kwaliteit, klantgerichtheid, kostenreductie, kwetsbaarheidsvermindering en koeleur lokaal (de 5K’s). Dit uitvoeringsprogramma draagt bij aan realisatie van deze missie/visie, en heeft deze doelen geconcretiseerd naar uitvoeringsniveau. Specifieker voor de uitvoering van de VTH-taken is het de gezamenlijke doelstelling dat door het verlenen van vergunningen en ontheffingen, het houden van toezicht op naleving van regels en waar nodig het afdwingen daarvan de overlast wordt beperkt, de kwaliteit van de leefomgeving wordt behouden en waar mogelijk verbeterd en de veiligheid zo veel mogelijk wordt gewaarborgd. Dit zijn immers de achterliggende doelstellingen van de wetten en regels die gelden binnen het Omgevingsrecht+. Kwaliteit: Kwaliteit manifesteert zich op verschillende manieren, bijvoorbeeld door een goed gestroomlijnd en efficiënt werkproces, de inhoudelijke kwaliteit van de producten en diensten, een adequate planning- en control-cyclus en de tevredenheid van de klant, zowel intern als extern. Kwaliteit blijkt ook uit het aantal (on)gegronde bezwaar- en beroepsprocedures.
Door de samenwerking tussen de Omgevingsdienst en de RUD voldoen de gemeenten aan de landelijke kwaliteitscriteria. Hierdoor zijn de gemeenten in Limburg Noord in staat de gewenste kwaliteit, robuustheid (en daarmee kwetsbaarheidsvermindering) en continuïteit te leveren. Uitwisseling van kennis en het investeren in de ontwikkeling van medewerkers (middels een eigen opleidingsinstituut, de RUD-academie), alsmede het aan elkaar bieden van ondersteuning bij capaciteitsvraagstukken zijn daarbij belangrijke uitgangspunten. De Omgevingsdienst toetst in toenemende mate ook intern de kwaliteit van de te leveren producten en diensten. Daartoe zijn reeds in 2018 kwaliteitsaudits gestart. De audits zijn inmiddels een vast onderdeel van het binnen de Omgevingsdienst gehanteerde principe van continu verbeteren. In 2021 zullen deze kwaliteitsaudits wat anders worden ingevuld vanwege de in 2020 gerealiseerde overstap naar een nieuw digitaal systeem: Squit2020. Audits en kwaliteitsimpulsen in het procesmatig werken worden nu vooral gericht op het goed leren werken met deze nieuwe applicatie. Landelijk zijn er kwaliteitscriteria opgesteld (set kwaliteitscriteria 2.2) die het fundament vormen voor een adequate uitvoering van de vergunningverlening, het toezicht en de handhaving van het Omgevingsrecht.