CConstaterende datMaasgouw
Koppel je AI →
Document · PDF

41842-Bijlage 1 Nota reserves en voorzieningen versie raad

01. Raadsvergadering 21 december 2021, gemeente MaasgouwBij agendapunt: Voorstel tot vaststelling van de nota reserves en voorzieningen 2021-202412.806 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Nota reserves en voorzieningen 2021-2024 Gemeente Maasgouw

Maasgouw, 26 oktober 2021; versie Raad

Inhoudsopgave 1.

Inleiding..............................................................................................3

2.

Kaders ................................................................................................4

3.

Begrippen............................................................................................6

4.

Stille reserves.......................................................................................9

5.

Beleidsuitgangspunten Maasgouw .............................................................10

6.

Riolering............................................................................................15

7.

Reserves in relatie tot het weerstandsvermogen..........................................16

8.

Staat van reserves en voorzieningen per 31 december 2020 ...........................17

9.

Wijzigingsvoorstellen reserves en voorzieningen .........................................18

10. Staat van reserves en voorzieningen na wijziging.........................................20 11. Formats reserves .................................................................................21 12. Formats voorzieningen ..........................................................................38

2

1. Inleiding De vorige nota reserves en voorzieningen is in de raadsvergadering van 14 december 2017 vastgesteld door de raad. Verder heeft de raad in december 2018 de uitwerkingsnotitie Nota reserves en voorzieningen 2017-2020 vastgesteld. Nu in 2021 wordt de nota en de uitwerkingsnotitie samengevoegd tot één nota reserves en voorzieningen 2021-2024. Tot vorming of opheffing van reserves wordt ook al besloten in tussentijdse P&C documenten of raadsbesluiten. Jaarlijks wordt in de begroting en jaarstukken een overzicht gegeven van alle bestaande reserves en voorzieningen inclusief (beoogde) stortingen en onttrekkingen. Deze nota bevat de algemene beleidslijnen rondom reserves en voorzieningen, de kaders en een specificatie van de individuele reserves en voorzieningen welke aanwezig zijn in het boekjaar 2021. In de formats vanaf hoofdstuk 11

zijn de begrote stortingen en onttrekkingen (claims) over 2021 opgenomen tot en met de raadsvergadering van 5 oktober 2021. De daadwerkelijke stortingen en onttrekkingen vinden plaats bij het opstellen van de jaarrekening 2021.

3

2. Kaders 2.1 Wettelijk kader In het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) zijn de wettelijke regels vastgelegd met betrekking tot reserves en voorzieningen. De reserves en voorzieningen die zijn opgenomen in deze nota vallen allemaal binnen deze wettelijke kaders. De van toepassing zijnde artikelen zijn hieronder opgenomen: Artikel 43 1. In de balans worden de reserves onderscheiden naar: a. de algemene reserve; b. de bestemmingsreserves. 2. Een bestemmingsreserve is een reserve waaraan de raad een bepaalde bestemming heeft gegeven. Artikel 44 1. Voorzieningen worden gevormd wegens: a. verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs te schatten; b. op balansdatum bespaarde risico’s ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is te schatten; c. kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong vindt in het begrotingsjaar of in voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren; d. de bijdragen aan toekomstige vervangingsinvesteringen, waarvoor een heffing wordt geheven zoals bedoeld in artikel 35, eerste lid onder b. 2.

Tot de voorzieningen worden ook gerekend van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden, met uitzondering van de voorschotbedragen, bedoeld in artikel 49; onderdeel b. 3. Voorzieningen worden niet gevormd voor jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. Naast het BBV zijn ook in de Gemeentewet bepalingen opgenomen met betrekking tot reserves en voorzieningen. De belangrijkste bepalingen zijn in onderstaand schema opgenomen:

Vorming

Reserves De gemeenteraad stelt reserves in en verbindt bestedingsdoelen aan reserves.

Aanwending

De aanwending van reserves is een bevoegdheid van de gemeenteraad.

Opheffing

De gemeenteraad kan besluiten om een reserve op te heffen.

Voorzieningen De gemeenteraad stelt voorzieningen in en verbindt doelen aan de voorziening daar waar deze niet verplicht van karakter zijn. De aanwending van een voorziening is, voor zover in lijn met het doel van die voorziening, een bevoegdheid van het college van B&W. De gemeenteraad besluit een voorziening op te heffen wanneer de reden voor vorming van de voorziening is weggevallen.

4

2.2 Gemeentelijk kader Volgens artikel 10, lid 2 van de Financiële verordening gemeente Maasgouw 2017, vastgesteld door de raad op 1 juni 2017, biedt het college de raad eens in de vier jaar een Nota reserves en voorzieningen aan. Deze nota wordt door de raad vastgesteld en behandelt: a. de vorming en besteding van reserves; b. de vorming en besteding van voorzieningen; c. de toerekening en verwerking van rente over de reserves en voorzieningen (bij waardering tegen contante waarde); d. de vorming van reserves en voorzieningen met betrekking tot budgetten die vóór 31 december van een begrotingsjaar niet of niet volledig zijn besteed. In artikel 10, lid 1, 3 en 4 van onze Financiële verordening is het volgende opgenomen: In de begroting en de jaarrekening vindt geen toerekening van rente over de reserves en voorzieningen aan de taakvelden plaats. Bij een voorstel voor de instelling van een bestemmingsreserve voor een investeringsvoornemen wordt minimaal aangegeven: a. het specifieke doel van de reserve; b. de voeding van de reserve; c. de maximale hoogte van de reserve en d. de maximale looptijd. Als een bestemmingsreserve voor een investeringsvoornemen binnen de aangegeven maximale looptijd niet heeft geleid tot een investering, valt de bestemmingsreserve vrij en wordt deze aan de algemene reserve toegevoegd.

2.3 Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader Het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader 2020 Gemeenten (GTK) is het beleidskader dat alle financiële toezichthouders (provincies), en alle gemeenten vanaf de begrotingjaar 2021 hanteren. Relevante punten uit het GTK ten aanzien van reserves zijn: toevoegingen aan en onttrekking uit reserves worden, uitgezonderd bestemmingsreserves kapitaallasten, altijd als incidenteel beschouwd; meerjarig overzicht verstrekken van de beoogde (structurele) toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves; inzet van de algemene reserve geldt alleen voor het deel dat geen deel uitmaakt van de benodigde weerstandscapaciteit die noodzakelijk is voor het afdekken van de geïnventariseerde risico’s; er is geen norm voor de omvang van de algemene reserve bepaald.

5

3. Begrippen 3.1 Reserves Reserves worden ingesteld door een besluit van de raad en worden gevormd uit reeds aanwezig eigen vermogen of vanuit een jaarrekeningresultaat. Hiermee behoren de reserves dan ook tot het eigen vermogen. Onttrekkingen en dotaties aan reserves behoeven altijd instemming van de raad. Dotaties en onttrekkingen vinden daarbij plaats conform het begrote bedrag, tenzij bij de instelling van de reserve dit anders is bepaald. Reserves worden zoals in het vorige hoofdstuk is beschreven verdeeld in: a. De algemene reserve; b. De bestemmingsreserves. Binnen gemeente Maasgouw delen wij de bestemmingsreserves op in twee extra categorieën, namelijk de reserves dekking kapitaallasten en de overige bestemmingsreserves. Ad a. De algemene reserve heeft geen bepaalde bestemming en is dus bedoeld voor algemene zaken en ter opvanging van eventuele tekorten en risico’s. Ad b.1. Een overige bestemmingsreserve is een reserve waaraan de raad een bepaalde bestemming heeft gegeven. Het is weliswaar een vastgelegde toekomstige aanwending maar nog geen financiële verplichting. Immers het staat de raad nog altijd vrij om aan de gelden een ander doel te geven bij de daadwerkelijke besteding van de reserve. Ad b.2. Een kapitaal dekkingsreserve wordt ingesteld ter dekking van de kapitaallasten voortvloeiend uit een gedane investering.

Tegenover de onttrekkingen uit deze reserves staan dus te allen tijde structurele kapitaallasten die hierdoor gedekt worden.

3.2 Functies reserves De reserves en het resultaat na bestemming volgend uit de programmarekening vormen het eigen vermogen. In het totale financiële beleid hebben reserves verschillende functies: Bufferfunctie De bufferfunctie is de belangrijkste functie van het eigen vermogen van de gemeente. Vooral de algemene reserve dient als buffer om bij bepaalde incidentele (onvoorziene) omstandigheden te kunnen worden ingezet om risico’s af te dekken of om noodzakelijke aanpassingsprocessen financieel soepel te laten verlopen. De algemene reserve kan niet worden gebruikt ter afdekking van structurele tekorten. Deze dienen opgevangen te worden binnen de exploitatie. Bestedingsfunctie of bestemmingsfunctie Bij bestemmingsreserves is sprake van een vastgelegde toekomstige aanwending waarbij op het moment van vorming van deze bestemmingsreserve nog geen (wettelijke of feitelijke) verplichting ten opzichte van een derde bestaat. Het bestedingsdoel ligt in principe vast. Financieringsfunctie Van belang is hierbij de met ingang van 1 januari 2001 in werking getreden Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido). Deze wet beoogt een solide financieringswijze van de decentrale overheden te bevorderen en schommelingen van rentelasten zo veel mogelijk te beperken.

De financiering van kapitaaluitgaven kan onder meer door gebruik te maken van de eigen reserves (en voorzieningen) als financieringsmiddel (interne financiering), door het aantrekken van vaste geldleningen (vaste financiering) en kasgeld voor zover dat valt binnen de kasgeldlimiet. Bij gebruik van reserves (eigen vermogen) en voorzieningen (vreemd vermogen) hoeft geen beroep te worden gedaan op de geld- en kapitaalmarkt. Het gebruiken als intern financieringsmiddel wordt aangeduid met de financieringsfunctie. We spreken van een externe financieringsfunctie als de gelden korte of lange(re) tijd uitgezet worden bij een bankinstelling. Inkomensfunctie Door gebruik te maken van reserves en voorzieningen voor de financiering, wordt bespaard op rentekosten die aan derden betaald moeten worden.

3.3 Voorzieningen Voorzieningen worden gevormd voor het bestemmen van gelden die nodig zijn voor in redelijke mate zekere toekomstige financiële verplichtingen. Conform het BBV dient een voorziening te voldoen aan specifieke voorwaarden. Deze voorwaarden zijn benoemd in het vorige hoofdstuk onder de wettelijke kaders. Voorzieningen zijn onderdeel van het vreemd vermogen van de gemeente.

6

3.4 Onderscheid reserves en voorzieningen Sinds de invoering van het BBV is er een duidelijker onderscheid tussen reserves en voorzieningen. Daarnaast zijn in het BBV een aantal uitgangspunten voor het vormen van reserves en voorzieningen gedefinieerd. 3.4.1 Onderdeel eigen of vreemd vermogen Reserves behoren tot het eigen vermogen, terwijl voorzieningen tot het vreemd vermogen worden gerekend. Voorzieningen zijn onvermijdelijke verplichtingen, welke zijn ontstaan in het heden dan wel het verleden. Er rust een “bedrijfseconomische claim” op. Bijvoorbeeld een onderhoudsvoorziening: slijtage vindt nu plaats, terwijl herstel in de toekomst wordt uitgevoerd. Een voorziening kan daarom omschreven worden als een toekomstige verplichting of schuld en behoort hierdoor tot het vreemd vermogen. 3.4.2 Vormen van reserves en voorzieningen Reserves worden in beginsel gevoed en aangewend via de resultaatbestemming en hebben géén invloed op het “normale” bedrijfsresultaat. Het BBV schrijft expliciet voor dat het doteren aan reserves ten laste van de exploitatie (rechtstreekse methode) niet is toegestaan. De vorming en de omvang van de reserves en voorzieningen worden bepaald door de raad.

Het vormen (doteren) van voorzieningen heeft rechtstreeks invloed op het “normale” bedrijfsresultaat van de huishouding in enig jaar; jaarlijkse dotaties komen namelijk ten laste van de exploitatie (resultaatbepalend). Voorzieningen moeten ook getroffen worden als dit leidt tot een nadelig saldo. 3.4.3 Onttrekken aan reserves en voorzieningen De lasten die gedekt worden door een reserve moeten ten laste van de exploitatie worden gebracht. Dekking van deze lasten vindt plaats door een onttrekking ten laste van de betreffende reserve via het onderdeel winstbestemming. Het rechtstreeks, ten gunste van de exploitatie, onttrekken van middelen aan reserves wordt door het BBV niet toegestaan. Lasten (onttrekkingen) waarvoor een voorziening is gevormd moeten rechtstreeks ten laste van de voorziening worden gebracht en gaan buiten de exploitatie om. 3.4.4 Bestemming of vrij gebonden? Op enig moment kan de raad de bestemming van de reserve wijzigen, dit in tegenstelling tot voorzieningen. Voorzieningen worden gevormd voor een vooraf vastgesteld doel en mogen dan ook alleen voor dat doel gebruikt worden. Op het moment dat blijkt dat een voorziening niet meer nodig is (bijvoorbeeld een onderhoudsvoorziening van een gebouw dat is verkocht) moet deze ten gunste van de exploitatie vrijvallen op hetzelfde programma waar ook de last/baat is opgenomen.

3.4.5 Financiële onderbouwing Voorzieningen moeten financieel onderbouwd zijn. Deze onderbouwing is de basis voor de jaarlijkse dotaties in en onttrekkingen aan deze voorziening. Dit in tegenstelling tot reserves, welke in principe geheel naar eigen behoeften en inzichten gevoed mogen worden vanuit (batige) rekeningsaldi dan wel andere reserves. Om wildgroei van reserves te voorkomen verdient het de voorkeur dat bij het vormen ervan de hoogte financieel wordt onderbouwd en dat regelmatig wordt bezien in hoeverre de betreffende reserve nog wenselijk is.

7

3.5 Eigen vermogen Het eigen vermogen bestaat uit de reserves en het gerealiseerde resultaat na bestemming volgend uit de programmarekening.

3.6 Vreemd vermogen Het vreemd vermogen bestaat uit het totaal van de voorzieningen en de vaste schulden.

3.7 Weerstandscapaciteit Bij de definiëring van het begrip weerstandscapaciteit maken we een onderscheid tussen: Benodigde weerstandscapaciteit Het risicodossier, dat is opgemaakt aan de hand van het risicomanagementproces, bepaalt onze benodigde weerstandscapaciteit. Dit is het bedrag dat nodig is om de financiële gevolgen van de risico’s op te vangen. Met andere woorden, de financiële impacts van alle risico’s tellen op tot het totaal van de benodigde weerstandscapaciteit. Beschikbare weerstandscapaciteit De middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken, behelst de beschikbare weerstandscapaciteit. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen incidentele en structurele weerstandscapaciteit.

3.8 Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen van de gemeente geeft inzicht in hoeverre zij het vermogen heeft om ook in ongunstige tijden haar activiteiten te kunnen voortzetten. Om tot je weerstandsvermogen te komen dien je zowel je benodigde weerstandscapaciteit (risico’s) als je beschikbare weerstandscapaciteit (middelen) inzichtelijk te hebben.

3.9 Risicomanagement Een continu, systematisch en gemeente breed proces van onderzoek naar risico’s met als doel het vinden van een balans tussen risico’s nemen en risico’s beheren. De beleidsnota Risicomanagement en Weerstandsvermogen 2021-2024 is 23 februari 2021 vastgesteld door de gemeenteraad.

3.10 Risico Onder het begrip risico verstaan we een gebeurtenis die een negatief of positief effect heeft op het bereiken van de doelstellingen van de gemeente.

8

4. Stille reserves Naast de bekende algemene reserve en bestemmingsreserves is er nog een bijzondere vorm van reserves, de zogenaamde “stille reserves”. Dit zijn bestanddelen van het eigen vermogen, welke in de balans niet tot uitdrukking komen. Het gaat hierbij om bezittingen die geen boekwaarde hebben of waarvan de boekwaarde lager is dan de marktwaarde. Complicerende factor is dat stille reserves weliswaar een hoger opbrengst potentieel hebben dan de actuele boekwaarde, doch dat deze bezittingen vaak structurele inkomsten genereren die positief bijdragen aan de exploitatie. Ook kan de courantheid van met name maatschappelijk vastgoed een belemmering zijn bij een eventuele verkoop. Stille reserves kunnen in beginsel voorkomen bij financiële vaste activa, materiële vaste activa en niet uit de balans blijkende bezittingen.

4.1 Financiële vaste activa Financiële vaste activa bestaan uit uitstaande leningen, deelnemingen en bijdragen aan activa in eigendom van derden. Uitstaande leningen bevatten geen stille reserve omdat de boekwaarde gelijk is aan de werkelijk waarde. Daarom worden deze niet tot de beschikbare weerstandscapaciteit gerekend. Deelnemingen kunnen een stille reserve bevatten maar zijn doorgaans niet of beperkt verhandelbaar en de opbrengst is dan moeilijk te realiseren. Daarnaast leveren sommige deelnemingen rendement op. Bij verkoop van deze deelnemingen vervallen de opbrengsten waardoor een gat in de begroting ontstaat en het bedrijfsproces hierdoor negatief wordt beïnvloed. Daarom worden deelnemingen niet tot de beschikbare weerstandscapaciteit gerekend. Datzelfde geldt voor bijdragen aan activa in eigendom van derden.

4.2 Materiële vaste activa Materiële vaste activa bestaan uit activa met maatschappelijk nut en activa met economisch nut. Activa met maatschappelijk nut zijn niet verhandelbaar en worden daarom niet tot de beschikbare weerstandscapaciteit gerekend. Activa met economisch nut zijn wel verhandelbaar. Als ze niet duurzaam aan het bedrijfsproces zijn verbonden, binnen 1 jaar kunnen worden verkocht en de directe opbrengstwaarde dan groter is dan de boekwaarde op de balans, kunnen ze worden meegerekend in de beschikbare weerstandscapaciteit. Conform onze nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen passen wij dit niet toe.

4.2 Niet uit de balans blijkende bezittingen In het verleden zijn investeringen met economisch nut gedaan die direct ten laste van de exploitatie zijn geboekt (al dan niet met een eenmalige onttrekking uit een reserve of voorziening) en die niet hebben geleid tot registratie van een financiële bezitting op de balans. Dit soort investeringen worden aangeduid als ‘niet uit de balans blijkende bezittingen’. Bij de jaarlijkse bepaling van de niet uit de balans blijkende bezittingen kan hiervoor een bedrag worden bepaald of geschat. Als deze bezittingen niet duurzaam aan het bedrijfsproces zijn verbonden, direct (binnen 1 jaar) kunnen worden verkocht en de directe opbrengstwaarde dan groter is dan de bepaalde of geschatte waarde, kunnen ze worden meegerekend in de beschikbare weerstandscapaciteit. Voorbeelden van niet uit de balans blijkende verplichtingen zijn de leaseovereenkomsten of meerjarige onderhoudscontracten. Conform onze nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen passen wij dit niet toe. De stille reserves worden in het kader van deze nota reserves en voorzieningen verder buiten beschouwing gelaten. De belangrijkste reden hiervoor worden hierboven genoemd en zijn kort samengevat: wegvallende inkomsten bij verkoop; beperkte courantheid van het activum en jaarlijkse waarderingsproblematiek.

9

5. Beleidsuitgangspunten Maasgouw De beleidsuitgangspunten zijn een verdere uitwerking van het gemeentelijk kader rondom de reserves en voorzieningen.

5.1 Instellingseisen bestemmingsreserves Het instellen van een bestemmingsreserve gebeurt bij raadsbesluit. In het raadsvoorstel moet duidelijk opgenomen zijn: 1. de naam van de reserve; 2. de specifieke doelstelling van de reserve; 3. het verloop van de reserve, hierbij dient specifiek te worden ingegaan op welke wijze dotaties plaatsvinden en op welke wijze gelden worden onttrokken aan de reserve; 4. de maximale looptijd. Vaak is de looptijd afhankelijk van fluctuerende factoren, zoals bijvoorbeeld afspraken of looptijd van werkzaamheden. Indien er geen afgesproken looptijd kan worden aangegeven, hanteren wij een standaard looptijd van 5 jaar en 5. de minimale omvang van € 50.000 bij het vormen van een nieuwe bestemmingsreserve. Het voordeel van een aparte bestemmingsreserve is dat er, op het moment dat het nodig is, geld beschikbaar is. De integrale afweging van middelen wordt hierdoor echter vertroebeld. Er zijn immers middelen apart gezet met een bepaald bestedingsdoel. Aangezien er op zo’n moment geen integrale afweging plaats vindt, verdient het hebben van zo min mogelijk bestemmingsreserves de voorkeur. Wij beperken het aantal bestemmingsreserves zoveel mogelijk. Er dient voldoende, maar niet onnodig te worden gereserveerd. Het bestaande beleid is dat gebruik wordt gemaakt van de algemene reserve aangezien die vrij aanwendbaar is.

Besluiten om de algemene reserve incidenteel in te zetten voor een bepaald doel, worden hiermee expliciet zichtbaar gemaakt. De afweging wordt daardoor meer afgezet tegen het algemene belang op dat moment, waarmee de integraliteit en flexibiliteit is gediend. Uiteraard dient ieder dekkingsvoorstel via de algemene reserve onderbouwd te worden. Binnen gemeente Maasgouw is de functie van een reserve zoals beschreven in paragraaf 3.2. met name een bufferfunctie dan wel een bestedings- of bestemmingsfunctie.

5.2 Rente niet toevoegen De BBV staat het toevoegen van rente aan reserves toe. Echter de Commissie BBV adviseert vanwege het verlangde inzicht, de eenvoud en transparantie deze systematiek niet toe te passen. In onze gemeente is dan ook voor gekozen om geen rente toe te voegen aan de reserves. Volgens het BBV is het mogelijk om voorzieningen te waarderen op contante waarde en op eindwaarde. Bij een voorziening op basis van contante waarde wordt jaarlijks rente toegevoegd. Door deze rentetoevoeging groeit de voorziening in een aantal jaar naar het gewenste niveau. Bij eindwaarde wordt de voorziening direct gevormd door het benodigde bedrag en vindt jaarlijks geen opwaardering plaats. Als gemeente hanteren wij het uitgangspunt dat wij voorzieningen waarderen op eindwaarde , tenzij bij de instelling van de voorziening expliciet anders wordt besloten.

5.3 Vrijgekomen middelen naar de Algemene Reserve Maasgouw Bij het vaststellen van de Programmabegroting 2021 is besloten om de bestemmingsreserve Essent toe te voegen aan de Algemene Reserve Maasgouw. Door het herschikken van deze reserve ontstaat er een zuiver beeld van het vrij beschikbare gedeelte van de reserves en hiermee kan ook het weerstandsvermogen duidelijker worden bepaald. De bedragen van bestemmingsreserves die in deze nota worden opgeheven of afgeroomd worden toegevoegd aan de Algemene Reserve Maasgouw.

5.4 Moment van beoordeling weerstandscapaciteit De Algemene Reserve Maasgouw is van belang bij het bepalen van de weerstandscapaciteit. In de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing in de Programmabegroting en de jaarstukken wordt het risicoprofiel geactualiseerd. Dit wordt afgezet tegen de verwachte reservepositie zodat tweemaal per jaar een oordeel gevormd kan worden omtrent de weerstandscapaciteit. In de 1e en 2e Programmarapportage wordt vanaf 2021 indien nodig een actualisatie opgenomen.

10

5.5 Beleid omtrent inzetten van de reserves dekking kapitaallasten In het kader van structureel begrotingsevenwicht worden reservemutaties in de gemeentebegroting in principe buiten beschouwing gelaten. Uitgangspunt is dat tegenover structurele (kapitaal-)lasten structurele inkomsten staan. Uitzondering hierop binnen de verslaggevingsregels is de reserve ter dekking van kapitaallasten. De reden hiervoor ligt in het feit dat met het inzetten van de kapitaal dekkingsreserve structureel, in ieder geval voor de looptijd (afschrijvingstermijn) van het betreffende actief, de voortvloeiende kapitaallasten worden afgedekt binnen de begroting. Voorwaarde die in het BBV is gesteld is dat een dekking uit de reserve kapitaallasten enkel mag plaatsvinden wanneer de reserveomvang gelijk is aan de totale kapitaallasten die voortvloeien uit de investering. Wanneer dit niet het geval is, mag slechts naar rato dekking worden toegerekend, waardoor de lasten voor de volledige looptijd van het actief gelijk blijven. Aan het einde van de looptijd heeft de raad opnieuw de keuzemogelijkheid om het actief te blijven exploiteren en op dat moment de dekking van de lasten te bepalen. Door het inzetten van kapitaal dekkingsreserve wordt echter niet via de afschrijvingen gespaard voor de eventuele vervanging of levensduurverlenging van een actief.

Hierdoor is het van belang spelregels op te stellen voor welke activa we de dekking via kapitaal dekkingsreserves vormgeven en van welke activa de kapitaallasten ten laste van de exploitatie worden gedekt. Doordat reeds bestaande activa worden gedekt uit de reserve kapitaallasten worden deze buiten de hierna genoemde spelregels gehouden. Voor de dekking van kapitaallasten uit een reserve moet in ieder geval voldaan worden aan het uitgangspunt dat het weerstandsvermogen van de gemeente ook met de inzet van de reserve dekking kapitaallasten binnen de kwalificatie voldoende (ratio 1,1-1,4) blijft. Daarnaast moet ten minste nog aan één van onderstaande criteria worden voldaan: het actief is tijdelijk en zal na de looptijd van het actief, naar beste inschatting, niet meer benodigd zijn of na einde van de looptijd kan worden door geëxploiteerd met een beperkte (aanvullende) investering in of aan het actief; het betreft een bijdrage in een activum van een derden; de investering vloeit voort uit gewijzigde wettelijke verplichtingen die niet konden worden voorzien; de investering draagt bij aan impulsen voor maatschappelijk belangrijke thema’s (bijvoorbeeld duurzaamheid).

5.6 Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves Een reserve mag niet negatief zijn. Aan een reserve mag dus nooit méér dan het actuele saldo onttrokken worden. Toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves moeten apart zichtbaar worden gemaakt. Dit betekent dat deze niet worden opgenomen binnen de programma’s (en beheerstaken). Bij het opstellen van de jaarrekening wordt eerst het exploitatieresultaat vastgesteld zonder de invloed van toevoegingen en onttrekkingen aan reserves. Dit wordt het resultaat vóór bestemming genoemd. Vervolgens worden de toevoegingen aan en bijdragen uit reserves in beeld gebracht en de einduitkomst vastgesteld. Dit is het resultaat na bestemming. Stortingen en onttrekkingen worden door deze werkwijze apart zichtbaar gemaakt. De bedoeling van de wetgever is om zo de transparantie van de begroting voor de raad te verhogen. Het BBV geeft in artikel 42 aan dat het eigen vermogen bestaat uit de reserves en het resultaat na bestemming, volgend uit de programmarekening. Het rekeningresultaat moet afzonderlijk op de balans tot uitdrukking worden gebracht. Dit gebeurt via een tijdelijke bestemmingsreserve “batig saldo programmarekening”. De commissie BBV (vraag & antwoordrubriek) geeft aan dat het de bedoeling is dat dit saldo in het volgende jaar automatisch deel gaat uitmaken van de algemene reserve.

Met uitzondering dat de raad bij de vaststelling van de jaarstukken een nader te bepalen bedrag voor saldo-overheveling bestemd. Indien er sprake is van een nadelig saldo, dient te raad hiervoor dekking aan te geven, in principe door aanwending van de algemene reserve. De gemeenteraad is bevoegd tot de aanwending van reserves.

11

5.7 Reserveren restant exploitatiebudgetten Er kunnen zich bijzondere omstandigheden voordoen waarbij het noodzakelijk is dat niet bestede middelen in enig jaar, via resultaatbestemming (bestemmingsreserve) overgeheveld worden naar het volgende boekjaar. Ieder voorstel dient getoetst te worden aan een aantal criteria. Het budget dat voor overheveling in aanmerking komt mag alleen in het aansluitende boekjaar besteed worden. Een eventueel restant aan het einde van dat jaar valt vrij in het jaarrekeningresultaat indien in de 2e Prorap van het aansluitende boekjaar geen melding is gemaakt van de reden van de vertraging. Het budget dat voor overheveling in aanmerking komt is niet nodig om financiële tegenvallers binnen de betreffende activiteit (product/taakveld) op te vangen, bij het opstellen van de jaarrekening. Het budget is nodig om incidentele wettelijk verplichte taken uit te kunnen voeren (denk hierbij aan bijv. het wegwerken van achterstanden). Om gegronde redenen is de uitvoering niet volledig gerealiseerd. De werkzaamheden lopen door in het volgende boekjaar. Het budget is beschikbaar gesteld voor het uitvoeren van een bepaalde afgebakende taak/project. De realisatie heeft om bepaalde redenen vertraging opgelopen. De werkzaamheden lopen daarom door in het volgende boekjaar (bijv.

beschikbaar gestelde middelen ten behoeve van het opstellen/actualiseren van een bepaald bestemmingsplan). Een voorstel dient altijd te voldoen aan de eerste 2 van de hierboven genoemde criteria. Daarnaast moet minimaal één van de overige criteria gelden. Indien een voorstel de toets doorstaat, wordt het budget bij de jaarrekening gereserveerd. Bij de uitvoering van de activiteiten valt het gereserveerde bedrag weer vrij ten gunste van de exploitatiebegroting in het nieuwe boekjaar (via resultaatbestemming).

5.8 Opheffen reserve Een reserve kan elk moment door de gemeenteraad worden opgeheven. In ieder geval wordt bij de jaarrekening een controlemoment ingesteld waarop getoetst wordt of de reserve opgeheven kan worden. Een reserve wordt opgeheven als; de doelstelling bereikt is en er in de reserve nog een bedrag aanwezig is; de looptijd van de reserve voorbij is en er geen besluit tot verlenging is genomen door de gemeenteraad. Als een reserve wordt opgeven, valt het resterende saldo vrij ten gunste van de algemene reserve Maasgouw. Beleidsuitgangspunten reserves: 1. Om het maken van integrale afwegingen zoveel mogelijk te bevorderen, streven we naar zo min mogelijk bestemmingsreserves. 2. Bij de vorming van een nieuwe bestemmingsreserve is de minimale omvang € 50.000. 3. Bij de financiële vertaling van voorstellen wordt voor incidentele uitgaven zo nodig gebruik gemaakt van de algemene reserve Maasgouw waardoor de afweging wordt afgezet tegen het algemene belang op dat moment. Hiermee is de integraliteit en flexibiliteit van de besluitvorming gediend. 4. Een reserve dient als dekking van een omvangrijke toekomstige voorzienbare investering. 5. Reserves worden alleen ingesteld voor concrete, binnen een vooraf bepaald tijdsbestek, te realiseren doelen. 6. De dekkingsreserve dient ter dekking van kapitaallasten op al gerealiseerde investeringen.

Met als criteria dat het weerstandvermogen van de gemeente ook met inzet van deze reserve dekking kapitaallasten binnen de kwalificatie van voldoende (ratio 1-1,4) blijft. 7. Minimaal één keer per jaar, bij de jaarrekening, vindt er een integrale beoordeling van de reserves plaats. Daarnaast kunnen er wel bijstellingen in Programmabegroting en Programmarapportage plaatsvinden. 8. Bij het reserveren van restant exploitatiebudgetten moet aan de onder 5.7 genoemde voorwaarden voor wat betreft de 1e twee punten worden voldaan. 9. Indien het doel is bereikt, dient de bestemmingsreserve te worden opgeheven. De nog in de reserve aanwezige middelen vallen vrij ten gunste van de algemene reserve Maasgouw. 10. Mogelijk voordelig jaarrekeningsaldo wordt, met uitzondering van de door de raad bij de vaststelling van de jaarstukken nader te bepalen bedrag voor saldo-overheveling, toegevoegd aan de algemene reserve Maasgouw, een mogelijk nadelig jaarrekeningsaldo wordt onttrokken aan de algemene reserve Maasgouw.

12

5.9 Instellingseisen voorziening Het instelling van een voorziening gebeurt bij raadsbesluit. In het raadsvoorstel moet duidelijk opgenomen zijn: 1. de naam van de voorziening; 2. de specifieke doelstelling van de voorziening; 3. de looptijd van de voorziening, de tijdsduur van het onderliggende bestedingsplan; 4. het onderliggende bestedingsplan: ofwel de toegestane onttrekking en de gemiddelde kosten per jaar die jaarlijks toegevoegd worden of een inschatting van de eenmalig te maken kosten bij een onzekere verplichting. Voorzieningen zijn naar verwachting, onvermijdelijke, geschatte uitgaven in verband met risico’s en verplichtingen, waarvan de omvang en/of het tijdstip van optreden min of meer onzeker zijn en die hun oorsprong vinden in het heden dan wel het verleden. Er rust een “bedrijfseconomische claim” op. Denk hierbij aan een onderhoudsvoorziening: de slijtage vindt nu plaats, terwijl het herstel in de toekomst zal worden uitgevoerd. Een voorziening kan daarom omschreven worden als een toekomstige verplichting waarover de vrije beschikkingsmacht ontbreekt en behoort daarom volgens de verslaggevingsvoorschriften tot het vreemd vermogen. Op grond van artikel 44 lid 1a en b BBV is de gemeenteraad niet vrij in het vormen van een voorziening zodra een verplichting of risico zich voordoet. Er moet op zo’n moment immers een voorziening worden getroffen.

Op basis van deze regelgeving behoeft de raad geen beleidskader te bepalen. Het vormen (resultaatbepalend) en het op niveau houden van voorzieningen is weliswaar een onderdeel van de normale bedrijfsvoering, maar is voorbehouden aan de raad via de vaststelling van de begroting met als onderdeel de paragrafen. In het bijzonder de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen is hierbij van belang, omdat veel voorzieningen gekoppeld zijn aan de hierin vermelde meerjarige onderhoudsplannen/beheerplannen. De commissie BBV stelt dat de raad het enige bevoegde orgaan is dat voorzieningen kan instellen en besluit tot dotaties daarin, via de vaststelling van de programma’s (dus in het resultaatbepalende deel van de begroting en/of de jaarrekening). Eveneens geeft de commissie BBV aan dat de raad weinig ruimte heeft voor het maken van keuzen bij het vaststellen van voorzieningen. Voorzieningen hebben een verplichtend karakter (artikel 44 BBV). Voor bepaalde voorzieningen is bij wet al bepaald dat ze gevormd moeten worden. Gelet op de onontkoombaarheid voor het instellen van zo’n voorziening, waarbij de raad feitelijk geen keuzemogelijkheid heeft, wordt deze ingesteld via een aanpassing in de begroting of bij het vaststellen van de jaarrekening. Hiervoor worden dan geen afzonderlijke raadsvoorstellen ingediend.

Het instellen van voorzieningen, waarbij de raad nog een keuzemogelijkheid heeft, wordt via separate besluitvorming aan de raad voorgelegd. De bestemming van een voorziening kan niet worden gewijzigd, dit in tegenstelling tot reserves. Voorzieningen worden gevormd ten behoeve van een vooraf vastgesteld doel en mogen dan ook alleen voor dat doel aangewend worden. Op het moment dat blijkt dat een voorziening niet meer nodig is dient deze ten gunste van het exploitatieresultaat vrij te vallen. Op grond van artikel 44, lid 3, van het BBV is het niet toegestaan om een voorziening op te nemen voor jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een vergelijkbaar volume, zoals bijvoorbeeld vakantiegelden. Uitgangspunt is dat jaarlijks terugkerende uitgaven binnen de exploitatie worden meegenomen. De vraag is wat verstaan moet worden onder het begrip ‘vergelijkbaar volume’. Deze vraag dient elke gemeente voor haar eigen situatie te beantwoorden. Voor de analyse om te bepalen of er wel of niet sprake is van een vergelijkbaar volume nemen we als uitgangspunt een tijdsperiode van 4 jaar. Zo’n periode valt samen met de periode van de meerjarenbegroting.

13

5.10 Toevoegingen en onttrekkingen aan voorzieningen Toevoegingen aan voorzieningen hebben invloed op de exploitatie (resultaatbepaling), dit in tegenstelling tot reserves (via resultaatbestemming). Voorzieningen worden opgebouwd uit jaarlijkse stortingen ten laste van de exploitatie (het programma c.q. de beheerstaak) en hebben daarmee invloed op het resultaat. Onttrekkingen hebben geen invloed op de exploitatie, omdat uitgaven rechtstreeks ten laste van de voorziening worden gebracht. Mutaties van voorzieningen kunnen slechts op twee gronden plaatsvinden: aanpassing van de voorziening aan het nieuwe noodzakelijke niveau; vermindering in verband met aanwending van de voorziening voor het doel van de voorziening. Het college van B&W is bevoegd tot de aanwending van voorzieningen mits deze besteed worden voor het doel waarvoor ze gevormd zijn.

5.11 Instelling egalisatievoorziening Voor werkzaamheden met een structureel karakter en jaarlijks sterk wisselende uitgaven kan een egalisatievoorziening ingesteld. Met een egalisatievoorziening wordt transparantie en een stabiel financieel meerjarenbeleid bevorderd.

5.12 Onderbouwing voorziening Voorzieningen moeten financieel onderbouwd zijn. Aan voorzieningen kunnen bijvoorbeeld meerjarige beheerplannen ten grondslag liggen, op basis waarvan de jaarlijkse stortingen en onttrekkingen zijn bepaald. Waar nodig worden hierbij tevens criteria vastgelegd voor het te hanteren kwaliteitsniveau. Om een juiste weergave van de vermogenspositie van de gemeente te geven is het nodig de noodzakelijke omvang van de voorziening te bepalen. Het mag duidelijk zijn dat als een voorziening niet toereikend is, dekkingsproblemen kunnen optreden. Een te hoge voorziening legt onnodig beslag op schaarse dekkingsmiddelen. Voor de meeste voorzieningen dient daarom een actueel meerjarig beheerplan beschikbaar te zijn. Op basis hiervan kan worden vastgesteld wat het noodzakelijke niveau van de voorziening moet zijn. Bij het maken van een nieuw beheersplan wordt beoordeeld in hoeverre het verloop van de voorziening nog aansluit bij het meerjarig (actuele) beheerplan. Deze periodieke herijking vormt een belangrijk onderdeel van het financiële beleidskader. In de jaarrekening dient in de toelichting op de balans, op basis van het BBV (artikel 55), de aard en reden van voorzieningen en de toevoegingen en onttrekkingen worden toegelicht. Beleidsuitgangspunten voorzieningen: 1.

Bij het maken van een nieuw beheersplan vindt er een integrale beoordeling van de voorzieningen plaats. Daarnaast kunnen er wel bijstellingen in Programmabegroting en Programmarapportages plaatsvinden indien nodig. 2. Het instellen van voorzieningen, waarbij de raad nog een keuzemogelijkheid heeft, wordt via separate besluitvorming aan de raad voorgelegd. 3. Voor werkzaamheden met een structureel karakter en jaarlijks sterkt wisselende uitgaven wordt zo veel mogelijk een egalisatievoorziening ingesteld. 4. De hier niet genoemde uitgangspunten zijn wettelijk van aard en is dan ook geen eigen beleid mogelijk.

14

6. Riolering Riolering aanleggen en beheren/exploiteren behoort vanouds tot de taak van gemeenten. In de Wet op het Milieubeheer is hierover een zorgplicht voor de gemeenten neergelegd op het gebied van het afvalwater (artikel 10.33). Om hier invulling aan te geven zijn de gemeenten op grond van deze wet verplicht om een gemeentelijk rioleringsplan (GRP) op te stellen. Dit plan moet periodiek worden herzien (doorgaans eens per vijf jaar) en kent veelal een planningshorizon van 70 jaar. Daarin moet onder andere een overzicht worden opgenomen van de financiële gevolgen van de in het plan aangekondigde activiteiten. Dit plan vormt de basis voor de in de begroting te ramen lasten die voortvloeien uit deze wettelijke taak. De gemeente kan de kosten die zijn verbonden met de uitvoering van de rioleringstaak geheel of gedeeltelijk bij de inwoners en bedrijven in rekening brengen. De wettelijke basis hiervoor is te vinden in artikel 228a Gemeentewet. Als een gemeente kiest voor het opleggen van een rioolheffing moet zij er rekening mee houden dat deze belasting alleen gebruikt mag worden ter bestrijding van de in artikel 228a genoemde activiteiten. Artikel 228a 1. Onder de naam rioolheffing kan een belasting worden geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan: a.

de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater en b. de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. 2. Ter zake van de kosten, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, kunnen twee afzonderlijke belastingen worden geheven. 3. Onder de kosten, bedoeld in het eerste lid, wordt mede verstaan de omzetbelasting die als gevolg van de Wet op het BTW compensatiefonds recht geeft op een bijdrage uit dat fonds. Basisregel is dat investeringen in rioleringen worden geactiveerd en afgeschreven. Dit geldt naast nieuwe investeringen ook voor vervangingsinvesteringen. Investeringen op het gebied van rioleringen worden daarbij gezien als investeringen met een economisch nut vanwege het feit dat er een tarief kan worden geheven. De op grond van dit activeren ontstane kapitaallasten mogen in de rioolheffingen worden verdisconteerd. De rioolvoorziening is verwerkt op basis van nominale waarde en met inachtneming van art. 44 lid 2 BBV. Op 5 oktober 2021 is het GRP 2022-2025 door de gemeenteraad vastgesteld. Voor 2021 is nog het GRP 2017-2021 (vaststelling raad 16 februari 2017) geldig.

Besloten is de jaarlijkse lasten van de riolering in de exploitatie op te nemen en de overige uitgaven voor vervanging e.d. te activeren. Derhalve is er geen voorziening noodzakelijk op basis van art. 44, lid 1 BBV. Er is sprake van en berekening van 100% kostendekkende rioolheffingstarieven waarbij alle exploitatielasten inclusief kapitaallasten worden doorgerekend. Voor de uiteindelijke tariefbepaling is rekening gehouden met de beschikbare voorziening waardoor in de komende jaren een geleidelijke toegroei naar de heffing van het berekende kostendekkend tarief kan plaatsvinden.

15

7. Reserves in relatie tot het weerstandsvermogen Gemeentelijke reserves bepalen voor een groot deel de weerstandscapaciteit van een gemeente. Hiertoe wordt jaarlijks bij de programmabegroting en programmarekening via de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing inzicht gegeven in de mate waarop de gemeente haar financiële zelfstandigheid waarborgt. Naast posten als de onbenutte belastingcapaciteit, begrotingsruimte en de post onvoorziene uitgaven wordt de weerstandscapaciteit vooral bepaald door de hoogte van de reserves in relatie tot de aanwezige risico’s. Onderdelen weerstandscapaciteit Algemene reserve Begrotingsruimte Post onvoorziene uitgaven Onbenutte belastingcapaciteit

Omschrijving Vermogensbestanddelen die als eigen vermogen zijn aan te merken. De ruimte die ombuigingen op de korte (en lange) termijn mogelijk maakt. Gecreëerde post om nieuwe beleidsinitiatieven te kunnen bekostigen of onvoorziene tegenvallers op te vangen Inkomsten die nog niet gemaximeerd of kostendekkend zijn. Hierbij wordt uitgegaan van een gedeeltelijk onbenutte capaciteit, wat haalbaar is om aan te wenden.

Incidenteel/ Structureel Incidenteel Structureel Structureel Structureel

De gemeente Maasgouw heeft daartoe in februari 2021 de beleidsnota Risicomanagement & Weerstandsvermogen 2021-2024 vastgesteld waarin is opgenomen hoe om te gaan met risico’s, welk risicoprofiel aanvaardbaar wordt geacht en als afgeleide daarvan, welk niveau aan weerstandsvermogen (weerstandsratio) gewenst is.

16

8. Staat van reserves en voorzieningen per 31 december 2020 Reserves omschrijving Algemene reserve Maasgouw Bestemmingsreserve incidenteel 2009 Bestemmingsreserve incidenteel 2006 Heel Bestemmingsreserve incidentele middelen 2006 Maasbracht 29. Reserve Ontwikkelingsbedrijf 34. Reserve Bovenwijkse voorzieningen 35. Reserve Stevolgelden 40. Bestemmingsreserve claims begroting 2021 41. Bestemmingsreserve IZA 44. Bestemmingsreserve incidenteel 2010 64. Reserve uitkeringen voormalig personeel 70. Reserve toeristische infrastructuur 71. Reserve kwaliteitsfonds RO 78. Reserve bijdrage Reinigingsdienst Maasland kapitaallasten wijkcontainers 45. Diverse reserves dekking kapitaallasten 500- Diverse reserves dekking kapitaallasten 703 nr 01. 12. 15. 23.

Totaal reserves

nr 46. 48. 49. 51. 57. 58. 59. 60. 68. 75. 79. 82. 83. 84.

Saldo dotatie ontrekking vermindering Saldo 1/1 2020 2020 2020 2020 31/12 2020 € 7.315.177 € 16.279.207 € 5.429.699 € - € 18.164.686 € 223.959 € - € 10.000 € - € 213.959 € 130.509 € - € - € - € 130.509 € 20.000 € - € 8.500 € € 2.514.934 € 195.360 € 54.850 € € 179.142 € 22.785 € - € € 118.205 € - € 10.900 € € 19.016.967 € 3.439.926 € 15.714.321 € € 23.518 € - € 15.000 € € 28.507 € - € - € € 313.299 € - € - € € 10.385 € 109.225 € 31.000 € 11.000 €

-

€ € € € € € € € € - €

11.500 2.655.444 201.927 107.305 6.742.572 8.518 28.507 313.299 10.385 129.225

€ 86.579 € € 9.146.335 €

- € - €

51.112 € 169.749 €

- € 244.372 €

35.467 8.732.215

€ 14.365.661 €

130.586 €

65.749 €

804.525 €

13.625.972

€ 53.602.401 € 20.098.864 € 21.540.880 €

1.048.897 €

51.111.488

Voorzieningen Saldo toevoeging vrijval aanwending Saldo omschrijving 1/1 2020 2020 2020 2020 31/12 2020 Voorziening schoollocatie Ohé en Laak € 249.231 € - € - € - € 249.231 Voorziening dubieuze debiteuren algemeen € 21.080 € - € 1.787 € - € 19.293 Voorziening dubieuze debiteuren Soza Maasgouw € 315.890 € 7.072 € - € 3.121 € 319.841 Voorziening pensioen wethouders € 3.138.588 € 202.862 € - € 90.650 € 3.250.800 Voorziening riolering (egalisatie) € 6.561.941 € - € 691.749 € - € 5.870.192 Voorziening groot onderhoud gemeentelijke gebouwen € 257.255 € 294.094 € 255.666 € 190.536 € 105.147 Voorziening groot onderhoud civiele kunstwerken € 63.880 € 51.200 € 83.680 € 14.611 € 16.789 Voorziening wachtgeldverplichtingen wethouders € 254.504 € - € - € 87.840 € 166.663 Voorziening onderhoud schoolgebouwen € 75.537 € 19.858 € 83.781 € 11.614 € Egalisatiefonds afval € 50.000 € 50.000 € Voorziening Attero € 79.930 € - € 79.930 € Voorziening afwikkeling grondexploitatie € 29.373 € 16.914 € 12.458 Voorziening grondexploitatie Nautische Boulevard Wessem € 550.000 € 550.000 Voorziening dubieuze belastingdebiteuren BsGW € 60.677 € € 60.677 Totaal voorzieningen

€ 11.647.207 €

635.764 € 1.246.593 €

415.287 €

10.621.092

17

9. Wijzigingsvoorstellen reserves en voorzieningen Onderstaand worden voorstellen gedaan tot wijziging, herziening of opheffing van de reserve of voorziening. Voor de niet genoemde reserves en voorzieningen wordt verwezen naar de formats in hoofdstuk 11 en 12.

9.1 Algemene reserve en bestemmingsreserve Nr.

Naam reserve

Toelichting

01.

Algemene reserve Maasgouw

Storting in deze reserves van een totaal bedrag van € 2.440.102 naar aanleiding van de hieronder genoemde financiële wijzigingen bij de reserves en voorzieningen. Onttrekking en overheveling uit deze reserve voor een bedrag van € 1.241.500 naar reserve 40, zodat de algemene reserve volledig vrij is van beklemming. Per saldo storting van € 1.198.602 in de algemene reserve Maasgouw. Verder informatie volgt in de formats vanaf hoofdstuk 11.

12.

Bestemmingsreserve incidenteel 2009

Naam wijzigen in Bestemmingsreserve opstart Omgevingswet.

15.

Bestemmingsreserve incidenteel 2006 Heel

Opheffen, bedrag ad. € 130.509 toevoegen aan de algemene reserve Maasgouw.

23.

Bestemmingsreserve incidenteel middelen 2006 Maasbracht

Bedrag is als claim opgenomen in de begroting 2021, bij het opstellen van de jaarrekening 2021 wordt de reserve opgeheven.

29.

Reserve ontwikkelingsbedrijf

Na analyse van de verwachte claims is het plafond van deze reserve vastgesteld op € 1.000.000. Overheveling naar de algemene reserve Maasgouw € 1.655.444

34.

Reserve bovenwijkse voorzieningen

Saldo ad € 151.927 exclusief bestaande claim overhevelen naar de algemene reserve Maasgouw. Na uitgaven op claim opheffen.

40.

Bestemmingsreserve claims begroting 2021

Het restant bedrag van € 326.500 waar geen claims meer voor zijn aframen en toevoegen aan de algemene reserve Maasgouw. Storting vanuit de algemene reserve voor een totaal bedrag van € 1.241.500. Per saldo storting € 915.000.

41.

Bestemmingsreserve IZA

Saldo reserve is als claim opgenomen in de begroting 2021, bij het opstellen van de jaarrekening 2021 wordt de reserve opgeheven.

44.

Bestemmingsreserve incidenteel 2010

Opheffen, bedrag ad € 28.507 toevoegen aan de algemene reserve Maasgouw.

64.

Reserve (voormalig) personeel

Overheveling van een bedrag van € 13.299 naar de algemene reserve Maasgouw.

70.

Reserve toeristische infrastructuur

Opheffen, bedrag van € 10.385 toevoegen aan de algemene reserve Maasgouw.

18

Nr.

Naam reserve

Toelichting

78.

Reserve bijdrage Reinigingsdienst Maasland kapitaallasten wijkcontainers

Saldo reserve is als claim opgenomen in de begroting 2021, bij het opstellen van de jaarrekening 2021 wordt de reserve opgeheven.

9.2 Voorzieningen Nr.

Naam voorziening

Toelichting

46.

Voorziening schoollocatie Ohé en Laak

Aframen tot geprognotiseerd tekort. Bedrag van € 96.531 overhevelen naar de algemene reserve Maasgouw.

60.

Voorziening wachtgeldverplichtingen wethouders

Aframen met een bedrag van € 27.000 op basis van nieuwe berekeningen. Dit bedrag wordt overgeheveld naar de algemene reserve Maasgouw.

19

10. Staat van reserves en voorzieningen na wijziging In onderstaand overzicht zijn de mutaties opgenomen aan de hand van de wijzigingen vanuit deze nota reserves en voorzieningen. nr 01. 12. 15.

Reserves omschrijving Algemene reserve Maasgouw Bestemmingsreserve opstart Omgevingswet Bestemmingsreserve incidenteel 2006 Heel

Saldo Saldo 1/1 2021 mutaties 1/1 2021 Toelichting € 18.164.686 € 1.198.602 € 19.363.288 € 213.959 € 213.959 Nieuwe naam. € 130.509 € -130.509 € - Overhevelen naar reserve 01 en opheffen per 31-12-2021.

23. Bestemmingsreserve incidentele middelen 2006 Maasbracht 29. Reserve Ontwikkelingsbedrijf

€

34. Reserve Bovenwijkse voorzieningen

€

35. Reserve Stevolgelden 40. Bestemmingsreserve claims begroting 2021

€ 107.305 € 6.742.572 €

41. Bestemmingsreserve IZA 44. Bestemmingsreserve incidenteel 2010

€

8.518

€ €

28.507 € 313.299 €

-28.507 € -13.299 €

€ €

10.385 € 129.225

-10.385 € €

64. Reserve (voormalig) personeel

11.500

€

€ 2.655.444 € -1.655.444 € 1.000.000 Gedeeltelijke overheveling naar reserve 01. 201.927 €

-151.927 €

Totaal reserves

Voorzieningen nr omschrijving 46. Voorziening schoollocatie Ohé en Laak 48. Voorziening dubieuze debiteuren algemeen 49. Voorziening dubieuze debiteuren Soza Maasgouw

Overhevelen naar reserve 01 - en opheffen per 31-12-2021. 300.000 Gedeeltelijke overheveling naar reserve 01. Overhevelen naar reserve 01 - en opheffen per 31-12-2021. 129.225

€ 35.467 € 8.732.215

€ 35.467 Opheffen per 31-12-2021 € 8.732.215

€ 13.625.972

€ 13.625.972

€ 51.111.488 €

123.531 € 51.235.019

Saldo Saldo 1/1 2021 mutaties 1/1 2021 Toelichting € 249.231 € -96.531 € 152.700 Aframen tot geprognosticeerd tekort. € 19.293 € 19.293

€ 319.841 51. Voorziening pensioen wethouders € 3.250.800 57. Voorziening riolering (egalisatie) € 5.870.192 58. Voorziening groot onderhoud gemeentelijke gebouwen € 105.147 59. Voorziening groot onderhoud civiele kunstwerken € 16.789 60. Voorziening wachtgeldverplichtingen wethouders € 166.663 €

€ 319.841 € 3.250.800 € 5.870.192 € € -27.000 €

105.147

12.458

€

16.789 139.663 Aframen op basis van nieuwe berekeningen. 12.458

550.000 60.677

€ €

550.000 60.677

€ 10.621.092 €

-123.531 € 10.497.561

82. Voorziening afwikkeling grondexploitatie € 83. Voorziening grondexploitatie Nautische Boulevard Wessem € 84. Voorziening dubieuze belastingdebiteuren BsGW € Totaal voorzieningen

50.000 Gedeeltelijke overheveling naar reserve 01 en opheffen na uitgaven op claim.

€ 107.305 915.000 € 7.657.572 Gedeeltelijke overheveling vanuit reserve 01. € 8.518 Opheffen per 31-12-2021.

70. Reserve toeristische infrastructuur 71. Reserve kwaliteitsfonds RO 78. Reserve bijdrage Reinigingsdienst Maasland kapitaallasten wijkcontainers 45. Diverse reserves dekking kapitaallasten 500- Diverse reserves dekking kapitaallasten 703

11.500 Opheffen per 31-12-2021.

20

11. Formats reserves

21

Nummer: 01 Naam

Algemene reserve Maasgouw

Grootboeknummer

7.910.00

Saldo per 1-1 2021

€ 18.164.686

Reden van bestaan

De algemene reserve moet worden beschouwd als een buffer voor het opvangen van risico’s waarvoor geen bestemmingsreserve of voorziening bestaat.

Doelstelling

Het beschikbaar hebben van een noodzakelijke geacht weerstandscapaciteit en het vervullen van de financieringsfunctie.

Benodigde omvang

De benodigde omvang van de algemene reserve hangt samen met de geïnventariseerde risico’s. De algemene reserve vormt nl. het incidenteel beschikbare weerstandsvermogen. In de jaarlijkse P&C-documenten wordt in de paragraaf weerstandsvermogen & risicomanagement de incidentele risico’s geïnventariseerd o.b.v. kans x impact. Deze worden afgezet tegen het beschikbare incidentele weerstandsvermogen, zijnde de algemene reserve. In de vastgestelde nota Weerstandsvermogen & risicomanagement 2021-2024 (raad februari 2021) is bepaald dat een ratio van tenminste 1 wordt nagestreefd, waarbij een signaleringsfunctie vanaf 2 is ingebouwd. O.b.v. de geïnventariseerde incidentele risico’s bij de begroting 2022 bedraagt de minimale omvang ruim € 1,8 mln (ratio 1) en o.b.v. de signaleringswaarde van ratio 2 bedraagt deze € 3,6 mln. O.b.v. de huidige omvang is de omvang van de algemene reserve ruimschoots toereikend.

Plafond

Niet bepaald.

Voeding/dotatie

-

Voordelig jaarrekeningresultaat Vrijval bestemmingsreserves en voorzieningen

Onderbouwing

Onderstaande claims over te hevelen naar reserve 40 bestemmingsreserve claims begroting 2021. Hierdoor blijft de algemene reserve vrij van enige beklemming van claims.

Claims

Burgerinitiatieven loonkosten Sluitend maken begroting 2021 5e openstellingsdag huiskamerproject Maasbracht Kinderraad Intrekken 1% Ozb verhoging Aanpassing tarief afvalstoffenheffing Verbouwing Andreashal UP 2021 MER OD Totaal claims overhevelen naar reserve 40

Tijdspad besteding

Niet van toepassing

€ 35.000 € 850.000 € 23.000 € 5.000 € 40.000 € 37.500 € 124.000 € 127.000 € 1.241.500

22

Naam

Nummer: 12 Bestemmingsreserve opstart omgevingswet (was: Bestemmingsreserve incidenteel 2009)

Grootboeknummer

7.910.81

Saldo per 1-1 2021

€ 213.959

Reden van bestaan

Dekking van de kosten die betrekking hebben op de invoering van de Omgevingswet en het opstellen van de omgevingsvisie.

Doelstelling

Zorgen dat gemeente Maasgouw gereed is voor de invoering van de Omgevingswet.

Benodigde omvang

€ 213.959

Plafond

Niet van toepassing.

Voeding/dotatie

Vrijval/herschikking bestemmingsreserves, gewenningsbijdrage en incidenteel overschot 2008.

Onderbouwing

Zie claims.

Claims

Opzet omgevingsvisie Voortgang invoering Omgevingswet

Tijdspad besteding

2021 en 2022 (invoering van de wet is per 1 juli 2022).

€ 100.000 € 113.000

23

Nummer: 15 Naam

Bestemmingsreserve incidenteel 2006 Heel

Grootboeknummer

7.910.19

Saldo per 1-1 2021

€ 130.509

Reden van bestaan

Reservering t.b.v. dekking incidentele uitgaven 2006.

Doelstelling

Zie reden van bestaan.

Benodigde omvang

Niet van toepassing.

Plafond

Niet bepaald.

Voeding/dotatie

Eenmalige middelen uit 2006.

Onderbouwing

Er zijn geen uitgaven meer begroot vanaf 2021. Reserve kan vrijvallen ten gunste van de algemene reserve Maasgouw.

Claims

Niet van toepassing.

Tijdspad besteding

Opheffen in 2021.

24

Nummer: 23 Naam

Bestemmingsreserve incidentele middelen 2006 Maasbracht

Grootboeknummer

7.910.35

Saldo per 1-1 2021

€ 11.500

Reden van bestaan

Reservering t.b.v. dekking incidentele uitgaven 2006.

Doelstelling

Zie reden van bestaan.

Benodigde omvang

Niet van toepassing.

Plafond

Niet bepaald.

Voeding/dotatie

Eenmalige middelen uit 2006.

Onderbouwing

In de 1e Programmarapportage 2020 is een bedrag van € 20.000 opgenomen voor de uitvoering van keukentafelgesprekken met woonwagenbewoners. Deze werkzaamheden lopen door in 2021.

Claims

€ 11.500

Tijdspad besteding

2021, bij het opstellen van de jaarrekening 2021 wordt deze reserve opgeheven.

25

Nummer: 29 Naam

Reserve Ontwikkelingsbedrijf

Grootboeknummer

7.910.53

Saldo per 1-1 2021

€ 2.655.444

Reden van bestaan

Deze reserve is geformaliseerd bij de vaststelling van de Nota grondbeleid 20162020 in de raad van 13 oktober 2016.

Doelstelling

De reserve vormt het weerstandsvermogen voor financiële risico’s die voortvloeien uit de grondexploitaties en ruimtelijk-fysieke projecten. Onverwachte tegenvallers die niet opgevangen kunnen worden uit deze reserve komen ten laste van de Algemene Reserve.

Benodigde omvang

€ 1.000.000

Plafond

€ 1.000.000

Voeding/dotatie

De reserve wordt gevoed door voordelen op bouwgrondexploitaties en verkoop van onroerend goed. Bij de saldobestemming van de jaarrekening 2020 in juli 2021 is een bedrag van € 71.000 toegevoegd in verband met tussentijdse winstneming Bosserhofsveld en € 62.400 in verband met grondverkopen. Daarnaast wordt er in 2021 nog een tussentijdse winstneming verwacht bij de projecten Bosserhofsveld (€ 149.000) en Linne Zuidoost (€ 7.500). In de 2e Prorap 2021 is tenslotte vermeld dat een bedrag van € 96.500 uit de voorziening voor het verwachte nadelige resultaat van het project Schoollocatie Ohé en Laak kan vrijvallen ten gunste van de reserve ontwikkelingsbedrijf. In de begroting (paragraaf grondbeleid) is bepaald dat de risico’s eerst worden afgedekt vanuit de Reserve Ontwikkelingsbedrijf en als dat niet lukt dat dan de Algemene Reserve aan bod komt. Dat betekent dat er wel een marge binnen de reserve aangehouden moet worden ter afdekking van mogelijk risico’s. De benodigde omvang van deze marge ter afdekking van risico’s zou op dit moment ongeveer € 1 miljoen moeten zijn.

Onderbouwing

Uit de recent uitgevoerde risicoanalyse blijkt dat de Reserve Ontwikkelingsbedrijf een omvang van circa € 1 miljoen moet hebben om de belangrijkste financiële risico’s binnen de projecten af te dekken. De onderkende risico’s zien toe op stijgende grondstof- en aannemersprijzen en onvoorziene uitgaven die niet opgevangen kunnen worden binnen de bestaande grondexploitaties. Daarnaast bestaat ook het risico dat bij de grotere woningbouwprojecten, waarbij de gemeente een faciliterende rol inneemt, de geraamde exploitatiebijdragen niet worden gerealiseerd. Concreet betekent dit dat een bedrag van € 1.655.444 vanuit de Reserve Ontwikkelingsbedrijf overgeheveld kan worden naar de Algemene Reserve. Mocht door onvoorziene omstandigheden de omvang van de Reserve Ontwikkelingsbedrijf op enig moment van onvoldoende omvang zijn om de onderkende risico’s af te dekken dan zal een gemotiveerd voorstel aan de raad worden voorgelegd om een deel van de Algemene Reserve terug te laten vloeien naar de Reserve Ontwikkelingsbedrijf.

Claims

Onttrekkingen 2021: Realisatie tijdelijke woningen € 50.000 Storting in reserve dekking kap.last. aanleg parkeerterrein Leerkeven € 262.500 Instellen voorziening nadelig resultaat Op de Konie (2e Prorap) € 101.300 Tijdelijke huisvesting verenigingen Wessem € 95.000

Tijdspad besteding

2021 en volgende jaren.

26

Nummer: 34 Naam

Reserve Bovenwijkse Voorzieningen

Grootboeknummer

7.910.67

Saldo per 1-1 2021

€ 201.927

Reden van bestaan

De voeding van de reserve heeft in het verleden plaatsgevonden door het storten vanuit de grondexploitatie van een bedrag per m2 verkochte bouwgrond. In het verleden hebben met name voor het plan De Sleije in Heel en het plan Krijtenberg in Beegden afdrachten plaatsgevonden aan de Reserve Bovenwijkse voorzieningen.

Doelstelling

De Reserve Bovenwijkse Voorzieningen dient ter realisatie van infrastructurele werken en voorzieningen met een bestemmingsplan overschrijdende betekenis. Het zijn voorzieningen waarvan het nut de grenzen van de nieuwe bebouwing overstijgen zoals rotondes, ontsluitingswegen en wijk overschrijdende speelvoorzieningen. De kosten van deze voorzieningen kunnen niet worden toegerekend aan de grondexploitaties vanwege het ontbreken van een causaal verband tussen de kosten van de voorzieningen en het project.

Benodigde omvang

Gelet op de opzet van de huidige Structuurvisie 2030 vinden er geen nieuwe toevoegingen meer plaats aan de Reserve Bovenwijkse Voorzieningen.

Plafond

Niet bepaald.

Voeding/dotatie

De enige toevoegingen die nog plaatsvinden houden verband met de laatste grondverkopen binnen de plannen De Sleije en Krijtenberg.

Onderbouwing

De voeding van de reserve heeft in het verleden plaatsgevonden door het storten vanuit de grondexploitatie van een bedrag per m2 verkochte bouwgrond.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Maasgouw&id=a3ced0f9-99a0-43bb-a6c7-761005760a85