37515-Programmabegroting 2022 raad definitief
Tekst van het document
Binnen de MER samenwerking is de gemeente Maasgouw de enige gemeente die voor meldingen openbare ruimte gebruik maakt van de applicatie “Melddesk”. De overige twee gemeenten maken, met succes, gebruik van de applicatie “Fixi”. Begin 2023 verloopt het contract tussen de gemeente Maasgouw en de leverancier van “Melddesk”. In 2022 zal de gemeente Maasgouw een contract afsluiten met de leverancier van “Fixi” om daarmee zorg te dragen dat vanaf 2023 deze applicaties MER-breed gestandaardiseerd zijn. Het inkoopproces hiervan is nog niet gestart. De kosten zijn op basis van historische inkooptrajecten met de huidige leverancier gebaseerd. De structurele kosten zijn ook de kosten die de gemeente afgelopen jaren voor de huidige leverancier heeft betaald.
€30.000 incidenteel
Digitale toegankelijkheid dusdanig optimaliseren om daarmee de burger te verleiden tot dit kanaal.
De digitale ontwikkeling zet zich niet alleen voort in de dienstverlening binnen de moedergemeente, maar juist ook binnen de dienstverlening van het sociaal domein. Of het nu gaat om werk, inkomen, zorg of jeugdzorg, aan gemeenten de belangrijke taak hun inwoners te ondersteunen wanneer ze hulp nodig hebben. Op basis van LEAN-sessies is het advies om voor de dienstverlening binnen het sociaal domein een portaal in te voeren, om daarmee de dienstverlening in het sociaal domein snel en veilig te laten verlopen. Dit van een eenvoudige WMO-aanvraag tot complexe sociale regie (een totaal overzicht creëren van de integrale aanpak waarbij meerdere aspecten / instanties een rol spelen). De invoering van dit portaal zal MER breed ingevoerd worden. De daadwerkelijk kosten hiervoor zijn nog niet helemaal helder. Een eerste inschatting is dat de investering per gemeente €50.000 incidenteel zijn, waarbij er structureel nog licentiekosten betaald dienen te worden.
€50.000 incidenteel
Met de invoering van het zaaksysteem, Decos Join, zijn er voor bepaalde medewerkers extra handelingen bij gekomen. Dit betreffen medewerkers die met name al in systemen werken die voor hun vakgebied speciaal zijn ontwikkeld. Hierbij kan men bijvoorbeeld denken aan key2burgerzaken. Voor de medewerkers betekent dit een dubbele registratie voor iedere handeling die zij uitvoeren. Dit kan geautomatiseerd worden door koppelingen te leggen tussen de verschillende systemen. Deze ontwikkelingen worden MER breed opgepakt. Momenteel zijn de kosten hiervoor zijn nog indicatief.
€30.000 incidenteel
Het houden van LEANsessies en daarmee processen te optimaliseren.
€20.000 structureel vanaf 2023 Beide bedragen zijn indicatief.
€20.000 structureel vanaf 2023 Beide bedragen zijn indicatief.
Bedrag is indicatief.
70
Om de nieuwe, door middel van LEAN-methodiek, ontwikkelde processen te beheren is een uitbreiding van een applicatie nodig. Ook deze kosten zijn nog niet in kaart gebracht.
€30.000 incidenteel €5.000 structureel vanaf 2023 Beide bedragen zijn indicatief.
Om de telefonische bereikbaarheid binnen de MER organisaties te verbeteren, is een onderzoek gaande naar verbeterpotentieel. De verwachting is, dat zowel het SC MER sociaal domein en SC MER omgevingsdienst, direct telefonisch benaderbaar zullen zijn voor de burgers. Om dit te realiseren zullen er wijzigingen en daarmee investeringen in de huidige werkwijze moeten plaatsvinden. De kosten worden op korte termijn onderzocht door de projectleider. Op dit moment is de inschatting dat dit €10.000 per gemeente incidenteel in 2022 kost. Deze kosten zullen gemaakt worden door het SC MER, maar staan niet in de begroting van het SC MER.
€10.000 incidenteel Bedrag is indicatief.
Programma verbeteren dienstverlening plus Wat willen we bereiken?
Wat gaan we daarvoor doen?
Wat gaat dat kosten?
Volledig digitaal werken mogelijk maken waardoor er tijd en plaats onafhankelijk gewerkt kan worden.
In de programmabegroting van 2021 is een incidenteel bedrag opgenomen van € 200.000 in het kader van doorontwikkelen zaakgericht werken plus.
€ 200.000 incidenteel
Overgaan tot automatisering en b2b (business to business) koppelingen daar waar dit financieel voordeliger is. Een vastgelegd proces rondom procesbeheersing en alle bestaande / nieuwe processen conform procedure beheersen in een DMS (document management systeem). Bij nieuw in te richten processen, ook bij automatisering, volgt eerst een LEAN sessie om verspillingen te minimaliseren en standaardisatie te
Met deze middelen is een interne projectleider aangesteld, en zijn er extra uren voor key-users per team ingeregeld. Deze extra capaciteit wordt ingezet om collega’s te ondersteunen en ontwikkelen in de nieuwe werkwijze. Deze nieuwe werkwijze is ontstaan na de invoering van Zaakgericht Werken en het nieuwe systeem Decos Join. Dit vanuit de overtuiging dat het niet de technische implementatie is die het belangrijkst is, maar de acceptatie en implementatie van de juiste werkwijze bij medewerkers. De eerste ervaringen zijn positief, waarbij het wel een traject van wat langere adem blijkt. Tegelijkertijd is de tijd vanaf 1 januari 2021 tot nu te kort om aan de hand van een tussenevaluatie een definitief oordeel te kunnen geven over benodigde (mogelijk) structurele middelen naar de toekomst toe. Het college stelt daarom voor om deze incidentele investering te verlengen in 2022. De beoogde doelstellingen zijn namelijk nog steeds zeer relevant en van belang. Het programma Zaakgericht Werken Plus uit de voorgaande jaren is nu omgevormd tot het vervolgprogramma 71
maximaliseren. Dit wordt vervolgens door het proces rondom procesbeheersing gewaarborgd. Zorgdragen voor acceptatie van alle nieuwe werkwijzen binnen de organisatie van Maasgouw, op basis van principes van de dienstverlening, waardoor systemen en processen daadwerkelijk gebruikt worden. Het inregelen van stuurrapportages op de gegeven dienstverlening. Hiermee zijn managers in staat op het sturen (op verbeteringen) van de dienstverlening. Verbeteringen in de dienstverlening kunnen hiermee inzichtelijk gemaakt worden.
“Verbeteren Dienstverlening Plus”. Binnen dit programma vallen vier verschillende projecten, met ieder hun eigen deelresultaten. De vier projecten die onder het programma vallen zijn: 1. Doorontwikkeling zaakgericht werken. 2. Procesontwikkeling en beheer. 3. Verandermanagement “gedrag”. 4. Aansluiten aanpalende projecten, inclusief MERbrede projecten. Het bereiken van de beoogde eindresultaten van alle onderdelen van dit programma zal waarschijnlijk meerdere jaren in beslag nemen. Voorgesteld wordt om door middel van tussentijdse evaluaties de benodigde capaciteit- en daarmee het benodigd budget te blijven volgen en indien nodig/gewenst bij te stellen.
Verbinding leggen bij alle vier de organisaties om daarmee te bewaken dat verschillende projecten tegenstrijdige resultaten opleveren, of op korte termijn wederom aangepast moeten worden.
Aanschaf middelen voor raads- en commissieleden Wat willen we bereiken?
Wat gaan we daarvoor doen?
Wat gaat dat kosten?
Het nieuwe rechtspositiebesluit voor raads- en commissieleden bepaalt dat het college informatie- en communicatiemiddelen voor raads- en commissieleden beschikbaar stelt.
In 2022 zijn gemeenteraadsverkiezingen. De middelen die in 2018 verstrekt zijn, zijn dan afgeschreven. De nieuwe middelen kunnen worden geleased. Een structureel budget ontbrak tot nu toe. Voorstel is om het bestaande leasebudget op te hogen, zodat de nodige hardware en software kan worden aangeschaft.
€ 12.500 structureel
72
Plansoftware Omgevingswet Wat willen we bereiken?
Wat gaan we daarvoor doen?
Wat gaat dat kosten?
Kunnen blijven beschikken over de juiste plansoftware voor de Omgevingswet
Met de invoering van de Omgevingswet, nu naar verwachting 1 juli 2022, dienen gemeenten te beschikken over aangepaste plansoftware voor het kunnen opstellen, publiceren en delen van de toekomstige Omgevingsplannen. Deze plansoftware kent meer functionaliteiten dan de eerder plansoftware. Dit vanwege de nieuwe wet. Voor de aanschaf van deze plansoftware is gebruik gemaakt van het budget voor de invoering van de Omgevingswet. Vanaf 2022 dient de jaarlijkse bijdrage aan deze plansoftware zijn plek te krijgen in de reguliere begroting. De meerkosten van de nieuwe plansoftware ten opzichte van de eerdere zijn ongeveer € 12.000.
€ 12.000 structureel
Invoering van nieuwe wetgeving en aanpassing van bestaande wetgeving Wat willen we bereiken?
Wat gaan we daarvoor doen?
Uitvoering geven aan de invoering van nieuwe wetgeving en aanpassing van bestaande wetgeving.
Nederland wordt steeds digitaler. De landelijke overheid speelt hierop in door het invoeren van verschillende nieuwe wetgevingen die gericht zijn op de digitale overheid. Dit met het doel om de digitale overheid slimmer, toegankelijker en persoonlijker te organiseren. Onze gemeente zal hier zeker mee te maken krijgen. Echter de exacte impact kennen we nog niet. Dit zal wellicht in de 2e helft van 2021 en volgende jaren duidelijker worden. Hieronder volgt een aantal van de ontwikkelingen waarop de gemeente Maasgouw moet acteren.
Wat gaat dat kosten?
Wet digitale overheid De Wet digitale overheid heeft als doel het regelen van het veilig en betrouwbaar kunnen inloggen voor Nederlandse burgers en bedrijven bij de (semi-)overheid. De wet geeft daarnaast regels over informatieveiligheid en privacy en biedt de grondslag om overheidsinstanties te verplichten tot het toepassen van open standaarden. Hiermee implementeert Nederland de Europese richtlijn over toegankelijkheid van overheidswebsites en apps. Wet Modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer De Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer regelt dat burgers en bedrijven hun zaken die ze met de overheid moeten doen, digitaal kunnen afhandelen. Zij krijgen daarmee het recht om officiële berichten, zoals aanvragen voor vergunningen en bezwaarschriften, elektronisch aan het bestuursorgaan te zenden. Daarnaast verbetert hun rechtspositie in het digitale contact met de overheid. De mogelijkheid om per post met de overheid te communiceren blijft; de Awb geeft burgers en bedrijven de keuze tussen de papieren of de digitale weg.
73
Wijziging van de Algemene wet bestuursrecht Bij deze wijziging van de Awb wordt geregeld dat burgers en bedrijven ‘berichten’ altijd elektronisch naar een bestuursorgaan kunnen verzenden. Op dit moment bepaalt een bestuursorgaan of het al dan niet elektronisch bereikbaar is voor aanvragen e.d. Wijziging van de Bekendmakingswet Doel van de wijziging is het digitaal toegankelijk maken van kennisgevingen en bekendmakingen van de overheid voor burgers en bedrijven. Overheden publiceren alle kennisgevingen en bekendmakingen afhankelijk van het bestuursorgaan en de doelgroep in de Staatscourant, het gemeenteblad, provinciaal blad, waterschapsblad of blad van een gemeenschappelijke regeling. Deze publicaties zijn via verplicht gebruik van de GVOP (Gemeenschappelijke Voorziening Officiële Publicaties) op één weblocatie te raadplegen. Single Digital Gateway De Europese Raad heeft op 20 juni 2018 een voorstel goedgekeurd om één digitale toegangspoort op te zetten die toegang zal bieden tot online-informatie, procedures en -diensten voor ondersteuning en probleemoplossing. De Single Digital Gateway heeft impact op de dienstverlening van gemeenten. De verordening vereist dat een deel van de huidige informatie over producten en diensten in het Engels (althans ten minste in één ander taal) wordt aangeboden.
Uitgangspunt is verder dat als een procedure beschikbaar is voor een burger of ondernemer van een lidstaat, deze ook toegankelijk moet zijn voor gebruikers uit andere lidstaten. Dus er moeten wellicht een aantal producten online aanvraagbaar/toegankelijk worden gemaakt zodat deze vanuit andere Europese lidstaten gebruikt kan worden. De Wet Open Overheid (Woo) is de opvolger van Wet openbaarheid van bestuur (Wob). De wet is bedoeld om overheden meer transparant te maken en deze wet moet ervoor zorgen dat overheidsinformatie beter vindbaar en toegankelijk wordt. Het grootste verschil met de huidige Wob is dat de Woo overheidsorganen en colleges die onder reikwijdte van deze wet vallen verplicht om bepaalde informatie actief openbaar te maken.
Budgettair neutraal € 100.900 structureel
Modernisering Archiefwet De huidige Archiefwet is verouderd en minder goed toe te passen op digitale informatie. Door de digitalisering belandt digitale informatie in sneltreinvaart op verschillende systemen, die bovendien snel verouderen. Het gevaar is dat informatie hierdoor in de toekomst niet of moeilijker te raadplegen is. Het kabinet moderniseert daarom de Archiefwet zodat ook digitale informatie goed bewaard blijft en in de toekomst gelezen kan worden.
74
Begroting 2022 In de meicirculaire is vanuit het Rijk een structureel bedrag van € 100.900 toegekend voor de invoering van deze wetgeving. Of dit voldoende zal zijn hangt of van de impact voor onze gemeente. Voorgesteld wordt om dit bedrag voor de invoering van de wetgeving beschikbaar te stellen.
75
3.5.5 Organisatie, personeel & bedrijfsvoering Inwerkprogramma nieuwe gemeenteraad Wat willen we bereiken?
Wat gaan we daarvoor doen?
Wat gaat dat kosten?
De nieuwe gemeenteraad heeft de benodigde kennis en vaardigheden om zijn werk goed te kunnen doen.
Een inwerkprogramma opstellen en uitvoeren. Een deel van dat programma kan door de griffie en ambtelijke organisatie worden verzorgd. Een deel van de workshops en naslagwerken zal ingekocht moeten worden.
€ 10.000 incidenteel
Subsidieaanvraag ondersteuning Wat willen we bereiken?
Wat gaan we daarvoor doen?
Wat gaat dat kosten?
De gemeente Maasgouw wil graag meer Provinciale, Landelijk en Europese subsidies binnenhalen.
Om optimaal gebruik te kunnen maken van alle landelijk, provinciale en Europese subsidiemogelijkheden die er zijn, huren wij een subsidieadviesbureau in voor 16 uur per maand. Dit bureau ondersteunt de gemeente door ons op de hoogte te stellen van de subsidiemogelijkheden en ons te helpen bij het ontwikkelen van projectplannen. Tevens ondersteunen zij bij de verantwoording van toegekende subsidies.
€24.000 structureel
Uitbreiding capaciteit control Wat willen we bereiken?
Wat gaan we daarvoor doen?
Wat gaat dat kosten?
Verbetering “in control” organisatie
Het werkveld control staat de laatste jaren onder druk. De werkzaamheden verschuiven steeds maar van “controle” naar in control zijn. Controle gaat over het op orde hebben van de financiën en of er voldaan wordt aan wet- en regelgeving. Terwijl “in control” veel meer gaat over het op orde hebben van de organisatie qua beheersings- en controlesystemen en gaat veel meer over de bedrijfsvoering. Het Rijk speelt hierop in. Gemeenten en provincies moeten vanaf het boekjaar 2021 een rechtmatigheidsverantwoording afleggen in hun jaarstukken. Nu doet dat nog een externe accountant maar vanaf 2021 moet het college deze verantwoording op zich nemen.
€ 57.000 structureel
Om de taken van control maar ook die van “ in control” adequaat te kunnen uitvoeren is er dringend behoefte aan uitbreiding van de capaciteit binnen het werkveld control. Becijferd is dat we ongeveer 0,6 fte nodig hebben om deze huidige en komende taken goed en adequaat te kunnen uitvoeren.
76
3.5.6 Financiële positie en belastingen Toeristenbelasting areaal uitbreiding vakantieparken Wat willen we bereiken?
Wat gaan we daarvoor doen?
Wat gaat dat kosten?
De gemeentelijke inkomsten op een realistisch niveau ramen.
Om te komen tot een realistische raming van de toeristenbelasting op basis van de huidige plannen bij Maasresidence in Thorn is rekening gehouden met het gefaseerd bouwen van 276 recreatiewoningen, 60 recreatieappartementen en een hotel van 100 kamers. Bij de berekening is rekening gehouden met een gelijkblijvend tarief voor de toeristenbelasting. De verwachting is dat in 2026 alle accommodaties in gebruik zijn.
Extra inkomsten 2022: € 164.000 2023: € 406.000 2024: € 554.000 2025 € 644.000
OZB Areaal uitbreiding woningbouwprogramma, grondexploitatie en vakantieparken Wat willen we bereiken?
Wat gaan we daarvoor doen?
Wat gaat dat kosten?
De gemeentelijke inkomsten op een realistisch niveau ramen.
Er zijn nieuwe berekeningen gemaakt waarbij ook rekening is gehouden met areaaluitbreiding van woningen zoals bijvoorbeeld bij Linnerpark, Op de Konie en Maasresidence. Bij deze inkomsten is rekening gehouden met de korting op de algemene uitkering.
Extra inkomsten minus korting algemene uitkering 2022: € 62.300 2023: € 107.600 2024: € 159.500 2025: € 206.900
Taakstelling bestaand beleid Wat willen we bereiken?
Wat gaan we daarvoor doen?
Wat gaat dat kosten?
Het realiseren van de opgenomen taakstelling in de begroting 2021.
In de begroting 2021-2024 is een taakstelling opgenomen op bestaand beleid van € 50.000 in 2022, € 75.000 in 2023 en € 100.000 vanaf 2024 structureel. In 2021 heeft een ambtelijke werkgroep samen met een extern bureau en alle budgethouders de structurele budgetten tegen het licht gehouden. In september 2021 is een rapport opgeleverd waarbij een bezuiniging (“laaghangend fruit”) voor een bedrag van € 38.600 vanaf 2022 is gerealiseerd. Uit het rapport “vooruitzicht door inzicht” blijkt verder dat er de nodige mogelijkheden aan besparingspotentieel zijn aangedragen, maar waar aanvullend onderzoek nodig is naar maatschappelijk effecten en wenselijkheid van besparing in relatie tot (bestuurlijke) ambities. Het college zal in samenspraak met de raad beoordelen welke thema’s in 2022 verder worden uitgewerkt. Afhankelijk van bestuurlijke keuzes kan de taakstelling dan verder worden ingevuld.
Inboeken van de behaalde bezuiniging ad € 38.600 verloopt budgettair neutraal. Restant taakstelling bedraagt: 2022: € 11.400 2023: € 36.400 2024: € 61.400 2025: € 61.400
77
78
Totaaloverzicht Lasten en Baten Programma Gemeentebestuur en organisatie Nr. Omschrijving taakveld Lasten bestaand beleid 0.1 Bestuur
Realisatie 2020
Raming 2021
Raming 2022
Raming 2023
Raming 2024
Raming 2025
1.462.643
1.314.452
1.244.200
1.233.852
1.233.852
437.552
581.980
523.684
504.628
504.628
504.628
Crisisbeheersing en Brandweer
1.745.648
1.849.811
1.837.510
1.841.770
1.841.770
1.841.769
1.2
Openbare orde en Veiligheid
106.218
680.141
128.970
128.230
128.230
128.230
2.1
Verkeer, wegen en water
20.800
21.009
20.417
20.088
20.088
20.088
6.1
Samenkracht en burgerparticipatie
24.707
30.000
25.000
20.000
20.000
20.000
7.5
Begraafplaatsen
114.737
122.481
128.928
127.941
127.941
127.941
3.912.305
4.599.874
3.908.709
3.876.509
3.876.509
3.876.507
0.2
Burgerzaken
1.1
Totaal lasten bestaand beleid Lasten nieuw beleid 0.1 Bestuur
1.233.851
10.000
0
0
0
1.1
Crisisbeheersing en Brandweer
51.000
94.000
74.000
83.000
1.2
Openbare orde en Veiligheid
5.000
-15.000
-15.000
-15.000
6.1
Samenkracht en burgerparticipatie
2.000
2.000
2.000
2.000
68.000
81.000
61.000
70.000
Totaal lasten nieuw beleid
Totaal lasten Baten Bestaand beleid 0.1 Bestuur
0
0
3.912.305 4.599.874
3.976.709 3.957.509 3.937.509 3.946.507
12.228
0.2
Burgerzaken
239.271
281.423
246.923
222.123
222.123
222.123
1.1
Crisisbeheersing en Brandweer
104.675
84.032
84.032
84.032
84.032
84.032
1.2
Openbare orde en Veiligheid
15.746
20.660
20.660
20.660
20.660
20.660
7.5
Begraafplaatsen
99.812
83.054
83.054
83.054
83.054
83.054
471.732
469.169
434.669
409.869
409.869
409.869
0
0
130.000
128.000
0
0
0
0
130.000
128.000
471.732
469.169
434.669
409.869
539.869
537.869
Totaal baten bestaand beleid Baten nieuw beleid 0.2 Burgerzaken Totaal baten nieuw beleid
Totaal baten Totaal saldo van baten en lasten
-3.440.573 -4.130.705 -3.542.040 -3.547.640 -3.397.640 -3.408.638
Mutaties reserves
Realisatie 2020
Raming 2021
Raming 2022
Raming 2023
Raming 2024
Raming 2025
Lasten Baten
36.812
375.728
26.958
26.958
26.958
26.958
Saldo
36.812
375.728
26.958
26.958
26.958
26.958
Gemeentebestuur en organisatie
-3.403.761 -3.754.977 -3.515.082 -3.520.682 -3.370.682 -3.381.680
79
Verschillen bestaand beleid 2022-2021 Programma Gemeentebestuur en organisatie Uitgaven €
voordeel/ Inkomsten nadeel € €
-48.000
48.000
Bevolking projecten dienstverlening 2021 (dekking reserve)
-30.600
30.600
Verkiezingen
-26.100
Taakveld Omschrijving 0.1 0.2
Bestuur Global Goals voorlichting projecten 2021 Burgerzaken
26.100
Leges rijbewijzen
-12.500
-12.500
Leges paspoorten
-10.000
-10.000
1.1
Crisisbeheersing en Brandweer Hulpverlening bijdrage VRLN Brandweer
1.2
Openbare orde en veiligheid
-13.000
13.000
Opvang zwerfdieren Corona crisis 2021 Corona crisis (budgetoverheveling 2020) Opruimen explosieven (budgetoverheveling 2020)
10.000 -249.000 -300.600 -12.600
-10.000 249.000 300.600 12.600
Overig, bedragen < € 10.000 incl. salarissen
-21.300
-12.000
9.300
-691.200
-34.500
656.700
voordeel
nadeel
voordeel
Totaal
80
Beleidsindicatoren Programma Gemeentebestuur en organisatie Taakveld
Naam indicator
Eenheid
Vorige periode
Waarde Periode
Waarde
Toelichting
0. Bestuur en ondersteuning
Formatie
Fte per 1.000 inwoners
2021
4,6
2022
4,7
De toegestane formatie in fte van het ambtelijk apparaat van uw organisatie voor het begrotingsjaar op peildatum 1 januari.
0. Bestuur en ondersteuning
Bezetting
Fte per 1.000 inwoners
2021
4,7
2022
4,8
Het werkelijk aantal fte dat per 1 september 2021 werkzaam was voor de gemeente.
0. Bestuur en ondersteuning
Apparaatskosten
Kosten (€) per inwoner
2021
498
2022
500
Apparaatskosten zijn de noodzakelijke financiële middelen voor het inzetten van personeel (salarissen), organisatie-, huisvestings-, materieel-, automatiseringskosten e.d. voor de uitvoering van de organisatorische taken.
0. Bestuur en ondersteuning
Externe inhuur
Kosten als % van totale loonsom + inhuur externen
2021
4,4
2022
4,3
Hieronder valt niet: -alle vormen waarin een product of opdracht compleet in de markt wordt gezet; -inhuur van deskundigheid voor de uitoefening van wettelijke taken zoals bijvoorbeeld tolken.
0. Bestuur en ondersteuning
Overhead
% van totale lasten
2021
17
2022
15
Alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces.
1. Veiligheid
Verwijzingen Halt
per 10.000 inwoners
2019
71
2020
60
Het aantal verwijzingen Halt per 10.000 inwoners van 12 tot 18 jaar.
1. Veiligheid
Winkeldiefstallen
per 1.000 inwoners
2018
0,6
2019
0,8
Het aantal winkeldiefstallen per 1.000 inwoners.
1. Veiligheid
Geweldsmisdrijven
per 1.000 inwoners
2018
3,0
2020
2,5
Het aantal geweldsmisdrijven. Voorbeelden van geweldsmisdrijven zijn seksuele misdrijven, levensdelicten zoals moord en doodslag en dood en lichamelijk letsel door schuld (bedreiging, mishandeling, etc.).
1. Veiligheid
Diefstallen uit woning
per 1.000 inwoners
2018
3,4
2020
3,0
Het aantal diefstallen uit woningen, per 1.000 inwoners.
1. Veiligheid
Vernielingen en beschadigingen (in de openbare ruimte)
per 1.000 inwoners
2018
3,6
2020
3,1
Hieronder vallen brandstichting, alle vormen van vernieling en misdrijven tegen de openbare orde, per 1.000 inwoners.
6. Sociaal domein
Jongeren met een delict voor de rechter
%
2015
0,6
2019
0,0
Het percentage jongeren (12-21 jaar) dat met een delict voor de rechter is verschenen.
81
82
4. Financiële overzichten 4.1
Overzicht algemene dekkingsmiddelen
Nr. Omschrijving taakveld Lasten bestaand beleid 0.5 Treasury
Realisatie 2020
Raming 2021
Raming 2022
Raming 2023
Raming 2024
Raming 2025
515.691
533.782
735.642
813.715
835.227
843.062
0.61
OZB woningen
194.550
160.633
140.633
140.633
140.633
140.633
0.64
Belastingen Overig
170.536
43.000
3.000
3.000
3.000
3.000
Totaal lasten bestaand beleid
880.778
737.415
879.275
957.348
978.860
986.695
-111.833
-141.559
-35.359
-95.451
19.100
21.900
25.900
29.900
Lasten nieuw beleid 0.5 Treasury 0.61
OZB woningen Totaal lasten nieuw beleid
0
0
-92.733
-119.659
-9.459
-65.551
Totaal lasten
880.778
737.415
786.542
837.689
969.401
921.144
Baten Bestaand beleid 0.5 Treasury
1.535.370
1.327.403
1.234.397
1.209.669
1.030.420
1.028.355
0.61
OZB woningen
2.665.368
2.680.475
2.733.475
2.760.475
2.787.475
2.787.475
0.62
OZB niet-woningen
1.653.919
1.640.500
1.667.500
1.680.500
1.693.500
1.693.500
0.64
Belastingen Overig
138.085
142.424
142.424
142.424
142.424
142.424
0.7
Algemene uitkering en overige uitkeringen Gemeentefonds
36.520.171
38.161.076
36.635.303
36.398.822
36.222.386
36.222.386
3.4
Economische promotie Totaal baten bestaand beleid
410.911
450.200
450.200
450.200
450.200
450.200
42.923.824
44.402.078
42.863.299
42.642.090
42.326.405
42.324.340 -131.773
Baten nieuw beleid 0.5 Treasury 0.61
OZB woningen
0.7
Algemene uitkering en overige uitkeringen Gemeentefonds
3.4
Economische promotie Totaal baten nieuw beleid
0
0
0
0
0
72.000
162.000
292.800
433.500
2.884.900
1.963.400
1.693.500
1.485.100
164.000
406.000
554.000
644.000
3.120.900
2.531.400
2.540.300
2.430.827
Totaal baten
42.923.824 44.402.078 45.984.199 45.173.490 44.866.705 44.755.167
Totaal saldo van baten en lasten
42.043.046 43.664.663 45.197.657 44.335.801 43.897.304 43.834.023
Mutaties reserves
Realisatie 2020 Lasten
Raming 2021
Raming 2022
Raming 2023
Raming 2024
Raming 2025
48.303
Baten
24.400
59.000
Saldo
-23.903
59.000
Algemene dekkingsmiddelen
0
0
0
0
42.019.143 43.723.663 45.197.657 44.335.801 43.897.304 43.834.023
Rentekosten / opbrengsten structureel De samenstelling van de productenraming 2022-2025 betekent ook een volledige actualisatie van de investeringsstaat voor de berekening van de kapitaallasten en de toerekening daarvan aan de producten. Daarbij worden ook jaarlijks de verwachte rentekosten en rentebaten geactualiseerd. Er is een berekening van de renteomslag gemaakt. Dit op basis van de te verwachten netto-rentebetalingen. Doordat de gemeente Maasgouw een redelijk lage schuldquote heeft en relatief hoge renteopbrengsten uit de obligatieportefeuille, komt de rente-omslagberekening uit op 0,05 % negatief. Volgens de voorschriften kan dit percentage worden afgerond op 0,5 procentpunt. Voor de berekening van het rentepercentage voor 2022 is uitgegaan van 0 %. De berekening van de rente-omslag 2022 is in de paragraaf Financiering (5.4) opgenomen. De verwachting is dat de rentekosten vanaf het jaar 2022 gaan stijgen. Er is in 2021 een nieuwe langlopende geldlening aangetrokken ter financiering van activiteiten. Dit omdat we drie kwartalen achter elkaar onder de kasgeldlimiet zaten en dan verplicht zijn een langlopende lening aan te trekken. Omdat de rentebaten van de obligaties in de toekomst teruglopen vanwege inlossing, zal er mogelijk na het jaar 2025 weer sprake kunnen zijn van rentekosten.
83
2022
2023
2024
2025
Actualisatie activagegevens
77
39
40
129
Rente taakveld Treasury
35
103
-4
40
Renteopbrengst obligatieportefeuille
0
0
0
-132
112
142
36
37
x € 1.000
Totaal
Verschillen bestaand beleid 2022-2021 overzicht algemeen dekkingsmiddelen Taakveld Omschrijving 0.5
Uitgaven €
Treasury Rente langlopende geldleningen
-80.800
Beleggingen langer dan 1 jaar
195.200
Beleggingen korter dan 1 jaar
10.000
-10.000
Onderuitputting kapitaallasten
77.500
-77.500
Deelneming Essent 0.61
OZB woningen OZB (opbrengsten eigenaren woningen)
80.800 -54.000
-39.000 -20.000
Belastingverhoging OZB eigenaren 0.62
voordeel/ Inkomsten nadeel € €
-249.200
-39.000 20.000
53.000
53.000
27.000
27.000
OZB niet-woningen Belastingverhoging OZB gebruikers
0.64
Belastingen overig
0.7
Oninbaar verklaarde debiteuren Algemene uitkering en overige uitkeringen Gemeentefonds
-40.000
40.000
Algemene Uitkering mutaties mei- en september circulaire
-774.100
-774.100
Uitkering deelfonds Sociaal Domein Comp. Uitkerings- en invoeringskosten ivm Corona
-40.400 -711.200
-40.400 -711.200
141.900
-1.538.700
-1.680.600
nadeel
nadeel
nadeel
Totaal
84
4.2
Overzicht overhead
Nr. Omschrijving taakveld Lasten bestaand beleid 0.4 Ondersteuning organisatie
Realisatie 2020
Raming 2021
Baten Bestaand beleid 0.4 Ondersteuning organisatie
Raming 2023
Raming 2024
Raming 2025
9.908.391
10.939.737
9.908.391
10.939.737
370.752
258.300
258.300
258.300
258.300
258.300
370.752
258.300
258.300
258.300
258.300
258.300
Lasten nieuw beleid 0.4 Ondersteuning organisatie
Totaal lasten
Raming 2022 9.807.073
9.711.788
9.679.138
9.677.856
-21.500
-478.800
-494.700
-494.700
9.785.573 9.232.988 9.184.438
9.183.156
Baten nieuw beleid
Totaal baten Saldo van baten en lasten
-9.537.639 -10.681.437 -9.527.273 -8.974.688 -8.926.138 -8.924.856
Mutaties reserves
Realisatie 2020
Raming 2021
Raming 2022
Raming 2023
Raming 2024
Raming 2025
Lasten Baten
537.198
1.205.982
373.352
339.002
316.562
312.472
Saldo
537.198
1.205.982
373.352
339.002
316.562
312.472
Overhead
-9.000.441
-9.475.455 -9.153.921 -8.635.686 -8.609.576 -8.612.384
De overheadkosten kunnen als volgt worden gespecifieerd: Totaaloverzicht overhead 2022-2025
2022
2023
2024
2025
Ondernemingsraad + Commissies € 22.958 € 22.958 € 22.958 € 22.958 Salariskosten directie, teammanagers, ondersteunende diensten en staf € 3.510.213 € 3.119.111 € 3.119.111 € 3.119.111 Tijdelijk personeel (indirect) € 415.031 € 415.031 € 415.031 € 415.031 Overige personeelslasten (opleidingskosten, reis- en verblijfskosten e.d.) € 248.093 € 248.093 € 248.093 € 248.093 Huisvestings- en tractiekosten (1) € 925.292 € 883.972 € 857.803 € 856.521 Overige algemene kosten € 489.364 € 485.001 € 484.148 € 484.148 ICT € 902.634 € 807.634 € 800.206 € 800.206 MER Bedrijfsvoering € 3.013.688 € 2.992.888 € 2.978.788 € 2.978.788 Totaal Overhead € 9.527.273 € 8.974.688 € 8.926.138 € 8.924.856 Dekking door reserves: Dekking Structureel diverse reserves dekking kapitaallasten (1) € 373.352 € 339.002 € 316.562 € 312.472 Totaal Overhead tlv Exploitatie € 9.153.921 € 8.635.686 € 8.609.576 € 8.612.384
85
Verschillen bestaand beleid 2022-2021 overzicht overhead Taakveld Omschrijving 0.4
Ondersteuning organisatie MER bedrijfsvoering mut. taakstelling BWN MER 2021-1 MER Bestuur en org mut. taakstelling BWN MER 2021-1 Global Goals (budgetoverheveling 2020) Personeelslasten (tijdelijke fte's) incidenteel 2021 Inhuur juridische expertise (saldobestemming 2020) Organisatie ontwikkeling traject Maasgouw (reserve budget) Opstellen ondernemersdatabase (budgetoverheveling 2020) Advisering subsidieaanvragen 2021 Algemene Financiële advieskosten 2021 Rechtmatigheidsverantwoording tbv jaarrekening 2021 Digitale toegankelijkheid website (dekking reserve) Digitale toegankelijkheid website (bugetoverheveling 2020) Digitale dienstverlening burgerzaken ICT Leasekosten ICT (vanaf 2022 via MER-BV) Overig Totaal
Uitgaven €
voordeel/ Inkomsten nadeel € €
-137.300 53.700 -30.000 -503.700 -35.000 -92.000 -14.500 -24.000 -42.500 -25.000 -29.500 -106.000 -47.000 -115.000
137.300 -53.700 30.000 503.700 35.000 92.000 14.500 24.000 42.500 25.000 29.500 106.000 47.000 115.000
15.100
-15.100
-1.132.700
0
1.132.700
voordeel
voordeel
voordeel
86
4.3
Overzicht vennootschapsbelasting
Nr. Omschrijving taakveld
Realisatie Raming Raming Raming Raming Raming 2020 2021 2022 2023 2024 2025
Lasten nieuw beleid
Baten nieuw beleid
Mutaties reserves
Realisatie Raming Raming Raming Raming Raming 2020 2021 2022 2023 2024 2025 Lasten Baten Saldo
Geen gegevens beschikbaar; is nihil.
87
4.4
Overzicht voor onvoorzien
Nr. Omschrijving taakveld Lasten bestaand beleid 0.8 Overige baten en lasten 0.11
Resultaat van rekening van baten en lasten
Realisatie 2020 3.040
Raming 2021
Raming 2022
124.406
Baten Bestaand beleid 0.8 Overige baten en lasten
Raming 2024
Raming 2025
-20.262
226.685
-103.574
-99.074
536.906
1.169.894
1.453.116
1.445.345
516.644 1.396.579 1.349.542
1.346.271
3.258.315
Lasten nieuw beleid 0.8 Overige baten en lasten
Totaal lasten
Raming 2023
3.261.355
124.406
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Baten nieuw beleid
Totaal baten
Totaal saldo van baten en lasten -3.261.355 -124.406 -516.644 -1.396.579 -1.349.542 -1.346.271 Mutaties reserves
Realisatie 2020
Raming 2021
Raming 2022
Raming 2023
Raming 2024
Raming 2025
Lasten Baten
1.169.582
Saldo
1.169.582 Onvoorzien
0
0
0
0
0
-2.091.773 -124.406 -516.644 -1.396.579 -1.349.542 -1.346.271
Het totaal bedrag van het overzicht voor onvoorzien bevat niet alleen de post onvoorzien structureel zoals vermeld in de paragraaf 6.3 financiële foto 2022-2025, maar ook de post onvoorzien incidenteel en de nog te realiseren taakstelling.
Verschillen bestaand beleid 2022-2021 overzicht voor onvoorzien Taakveld Omschrijving 0.8
Uitgaven €
Inkomsten €
voordeel/ nadeel €
Overige baten en lasten Het saldo van de post 'onvoorzien' wordt bij elke raadsvergadering bijgesteld en is aan fluctuaties onderhevig
Totaal
-144.700
144.700
-144.700
0
144.700
voordeel
voordeel
voordeel
88
5. Paragrafen inzake de financiële positie 5.1
Inleiding
In dit hoofdstuk zijn de paragrafen opgenomen waarin de beleidslijnen zijn vastgelegd voor ‘beheersmatige aspecten’. Het doel van deze paragrafen is om onderwerpen die verspreid in de begroting staan, gebundeld weer te geven. De hieronder genoemde, verplichte paragrafen zijn opgenomen in deze Programmabegroting. Weerstandsvermogen en risicobeheersing Het weerstandsvermogen is de weerstandscapaciteit in relatie tot de risico’s. De paragraaf weerstandsvermogen geeft aan hoe robuust de begroting is. Dit is belangrijk voor wanneer zich financiële tegenvallers voordoen. Onderhoud kapitaalgoederen Dit onderdeel gaat met name in op de onderhoudstoestand en de kosten van wegen, riolering, gebouwen, kunstwerken en dergelijke. Onderhoud van kapitaalgoederen beslaat een groot deel van de begroting. Een goed overzicht is daarom belangrijk voor een juist inzicht in de financiële positie. Financiering De financieringsparagraaf is sinds 2001 een verplichte paragraaf bij de Programmabegroting en het jaarverslag. Het doel van deze paragraaf is de uitvoering van de treasuryfunctie te volgen. Bedrijfsvoering Bedrijfsvoering is nodig voor het verwezenlijken van de taken van gemeenten.
De bedrijfsvoeringparagraaf moet inzicht geven in de stand van zaken en de beleidsvoornemens over de bedrijfsvoering; met het oog op het uitvoeren van de activiteiten binnen de programma’s en met het oog op de continuïteit van de gemeente. Onderdelen van onze bedrijfsvoering zijn vanaf 1 juli 2017 ondergebracht in het Servicecentrum MER. Het betreft personeel & organisatie, financiën, documentaire informatievoorziening en informatisering en automatisering. Verbonden partijen De paragraaf verbonden partijen moet inzicht geven in de relaties van de gemeente in derde rechtspersonen, waarin bestuurlijke invloed wordt uitgeoefend en waarmee financiële belangen gemoeid zijn. Verbonden partijen zijn een manier om een bepaald beleidsvoornemen uit te voeren; het aangaan van verbonden partijen komt altijd voort uit het publiek belang. Gezien de veelheid aan verbonden partijen en hun financiële en bestuurlijke belang is het voor het inzicht van de raad belangrijk dat de relatie tussen verbonden partijen en het publieke belang aan worden gegeven. Daarbij wordt apart stilgestaan bij de voornemens van verbonden partijen. Grondbeleid De hoofdlijnen van het grondbeleid komen in deze paragraaf aan de orde. De paragraaf grondbeleid geeft de visie op het grondbeleid in relatie tot de uitvoering van de doelstellingen zoals opgenomen in de gebiedsontwikkelingen.
Via grondbeleid kan een nadere invulling aan het uitvoeren van bepaalde beleidsvoornemens worden gegeven. Gedacht kan worden aan volkshuisvesting. Gezien het financiële belang van grondbeleid is een overzicht van het grondbeleid noodzakelijk voor de raad. Lokale heffingen De paragraaf lokale heffingen heeft betrekking op de belastingen en op de heffingen. De paragraaf bevat de uitgangspunten voor het tarievenbeleid en geeft op hoofdlijnen een overzicht van alle gemeentelijke belastingen en leges. Ook wordt er inzicht gegeven in de kostendekkendheid van de leges en het kwijtscheldingsbeleid. 89
5.2
Weerstandsvermogen & risicobeheersing
Inleiding In de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing stellen we vast of de financiële positie van Maasgouw robuust genoeg is om onvoorziene tegenvallers op te vangen. Om dat te bepalen zijn twee componenten belangrijk: 1. De risico’s die we als gemeente lopen. Een aantal risico’s zijn afgedekt door verzekeringen af te sluiten en door samen te werken met andere partijen (risicodeling). De risico’s die niet te verzekeren zijn of verbonden zijn aan de maatschappelijke doelen die we als Maasgouw willen realiseren, moeten we in kaart brengen, proberen te verkleinen en goed bewaken. 2. De ‘weerstandscapaciteit’ (buffer) die er is om de resterende risico’s op te vangen. De weerstandscapaciteit zijn de middelen en mogelijkheden die de gemeente heeft om deze niet begrote risico’s te ondervangen. Deze twee begrippen geven in essentie het begrip ‘risicomanagement’ weer. Een aantal risico’s dekken we af met beheersmaatregelen. Voor de overblijvende risico’s geven we inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is om de financiële en niet-financiële gevolgen van risico’s op te vangen. Ook geven we inzicht in de financiële buffer die we daarvoor nodig en beschikbaar hebben. De paragraaf is als volgt opgebouwd: eerst gaan we in op het bestaand beleid rondom weerstandsvermogen; daarna wordt de weerstandscapaciteit geïnventariseerd en dan komen de risico’s aan bod.
Op basis hiervan wordt de weerstandsratio bepaald. Beleid In februari 2021 heeft de raad de beleidsnota Risicomanagement & Weerstandsvermogen 2021-2024 (verder Nota R&W) vastgesteld. In de Nota R&W worden o.a. kaders gesteld met betrekking tot: Te onderkennen risico’s (alleen negatieve, financieel kwantificeerbare risico’s onderkennen) Rapportage van risico’s in de P&C-documenten (alleen risico’s met een score >10 o.b.v. kans x impact). Daarbij richten we ons niet alleen op de risicosignalering van de interne organisatie, maar ook van de risico’s bij onze verbonden partijen. Berekening van de incidentele en structurele weerstandscapaciteit. Daarbij wordt de incidentele weerstandscapaciteit berekend exclusief stille reserves. Voor de structurele weerstandscapaciteit wordt de onbenutte belastingcapaciteit bepaald op basis van de maximum ozb-tarieven. Zowel voor de incidentele als voor de structurele variant wordt een ratio nagestreefd van tenminste 1, waarbij we een signaleringsfunctie inbouwen vanaf 2. Een inventarisatie van de weerstandscapaciteit Het is relevant om onderscheid te maken tussen incidenteel weerstandsvermogen dat beschikbaar is (voor incidentele tegenvallers op te vangen) en weerstandsvermogen met een structureel karakter. Uit de tabellen is te herleiden uit welke componenten dat de incidentele en structurele weerstandscapaciteit zijn opgebouwd.
90
Onderdelen incidentele Weerstandscapaciteit Algemene reserve Vrij aanwendbare deel Bestemmingsreserve vrij aanwendbare deel
Omschrijving Dit zijn vermogensbestanddelen die als eigen vermogen zijn aan te merken. Het betreft de Algemene reserve per 1-1-2022 voorafgaand aan de nog vast te stellen geactualiseerde Nota Reserves & Voorzieningen. Dit betreft m.n. het vrij aanwendbare deel van de reserve ontwikkelingsbedrijf. O.b.v. de geraamde toevoegingen en onttrekkingen bedraagt deze per saldo € 2,8 mln (zie paragraaf 5.7 grondbeleid)
Totaal incidentele weerstandscapaciteit Onderdelen structurele Weerstandscapaciteit
Omschrijving
Begrotingsruimte
Dit is de ruimte die ombuigingen op de korte (en lange) termijn mogelijk maakt. In de huidige meerjarenbegroting 2022-2025 is dit het structurele begrotingssaldo van de jaarschijf 2025 (€ 1.382.700). In 2022 is het begrotingssaldo met € 505.000 weliswaar lager, maar dat heeft als reden dat ook incidentele claims in 2022 voor ruim € 1,6 mln uit het begrotingssaldo zijn afgedekt. Het structurele begrotingssaldo 2022 bedraagt daarmee ruim € 2,1 mln. Deze post creëren we om middelen te hebben om nieuwe beleidsinitiatieven (incidenteel of structureel) te bekostigen of om onvoorzienbare, onontkoombare, onuitstelbare tegenvallers op te vangen. Voor incidentele uitgaven is jaarlijks € 25.000 beschikbaar. Dit zijn inkomsten die nog niet gemaximeerd of kostendekkend zijn. De tarieven voor de afvalstoffenheffing en rioolheffing zijn al kostendekkend. Dit betreft alleen de onroerende zaakbelastingen. In de huidige meerjarenramingen is al verwerkt dat de ozb-opbrengst jaarlijks met 1% wordt verhoogd (exclusief in 2022 het ‘inhalen’ van de 1% niet doorgevoerde ozbopbrengstverhoging in 2021). O.b.v. het gehanteerde beleidskader in de nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen hanteren we voor berekening van de onbenutte belastingcapaciteit een verdere ozb-belastingverhoging tot aan het ozb normtarief artikel 12 Fvw.
Dit zogenaamde redelijk peil voor de ozb bedraagt voor 2022 0,1800% (Meicirculaire 2021). Voor een toelichting op de berekening van de onbenutte belastingcapaciteit wordt verwezen naar paragraaf 5.8 lokale heffingen.
Onvoorziene Uitgaven
Onbenutte belastingcapaciteit
Totaal structurele weerstandscapaciteit
€ € 18.447 .000 € 2.800.000
€ 21.247.000
€ € 1.383.000
€ 25.000
€2.287.000
€ 3.695.000
Inventarisatie risico’s Een risico is de kans dat een gebeurtenis optreedt, met een (negatief) gevolg voor de betrokkene. We onderscheiden de volgende soorten risico’s:
91
Risicocategorieën 1.
Budgettaire risico’s; dit zijn risico’s die o.a. voortvloeien uit het eigen beleid, uit het beleid van een hogere overheid of uit samenwerking met andere instanties. 2. Risico’s op eigendommen; dit zijn bijvoorbeeld risico’s als ontvreemding, schade door brand, storm en water, maar ook risico’s die voortvloeien uit niet bijgestelde onderhouds- en beheerplannen. 3. Risico’s die samenhangen met de bedrijfsvoering; hiermee bedoelen we de informatievoorziening, de administratieve organisatie en de interne controle. 4. Overige risico’s; dit zijn risico’s als imago, politiek, strategie, veiligheid, aansprakelijkheidsstelling, milieu en arbo.
In de Nota R&W is als kader gesteld om alleen financiële negatieve risico’s te kwantificeren; het betreft de risico’s uit categorie 1 van bovenstaand overzicht. Kwantificering wordt toegepast door de kans te vermenigvuldigen met de financiële impact. Enkele uitgangspunten bij de inventarisatie van risico’s We pretenderen niet volledig te zijn. Het is van belang om de belangrijke risico’s te signaleren, deze proberen te verminderen en te monitoren. Risico’s kunnen een belangrijk afwegingscriterium zijn om tot een goed besluit te komen. De risico’s leggen we vast in een risicoregister dat periodiek wordt geactualiseerd. De financiële risico’s zijn geclassificeerd. Daarnaast worden een aantal kansklassen onderscheiden om gradaties aan te brengen in risico’s. In beleidskader 3 van de nota R&W is op basis van kans x risico een risicomatrix opgesteld. Deze ziet er als volgt uit: Risico in € Kans 5 4 3 2 1
Zeer groot Groot 50/50 Klein Zeer klein
80–99 % 60-80 % 40–60 % 20–40 % 1–20 %
1
2
3
4
5
x< €25.000
€ 25.000 <x> €100.000 10 8 6 4 2
€ 100.000 <x> €500.000 15 12 9 6 3
€ 500.000 <x> €1.000.000 20 16 12 8 4
x> € 1.000.000
5 4 3 2 1
25 20 15 10 5
Tabel 2: risicokaart (scores)
Aan de risicomatrix is een rapportagestructuur gekoppeld, waarbij het uitgangspunt is gehanteerd dat risico’s met een score van 10 en hoger via de P&C-cyclus aan de raad worden gerapporteerd via een toelichting. Voor de risico’s met een lagere score wordt volstaan met benoeming van het risico en het bedrag o.b.v. kans x impact. Een verdere specificatie is op basis van het risicoregister beschikbaar.
92
Risico’s met incidentele financiële impact
Omschrijving
Kans- Risicoklasse klasse
Risicoscore
Kans x Fin. impact
Informatiebeveiliging
4
4
16
€ 350.000
Project A2-ontsluiting Clauscentrale
3
5
15
€ 1.000.000
Afwikkeling FLO gelden VRLN
4
2
8
€ 70.000
Toelichting Binnen de teams / domeinen is er nog niet voldoende inzicht in de risico’s die wij lopen t.a.v. de kritieke processen en informatiesystemen vanuit het oogpunt informatieveiligheid. Dit komt omdat er op teamniveau nog geen risicoanalyse heeft plaatsgevonden. Hierdoor is er onvoldoende zicht of we voldoende maatregelen hebben genomen, én kan er geen weloverwogen risicoafweging plaatsvinden. De planning is om dit najaar (2021) te starten met het in kaart brengen van de kritieke processen en informatiesystemen per team, dit is een eerste stap om te komen tot goed risicomanagement. Het financieel risico wordt geschat op > €500.000, met kans-klasse 4. In december 2015 hebben gemeente, RWE en provincie een overeenkomst getekend voor de aanleg van een alternatieve ontsluitingsweg voor de Clauscentrale. Daadwerkelijke aanleg start wanneer RWE overgaat tot bouw van de “Claus D”, het bestemmingsplan is aangepast en gronden zijn verworven. Partijen hebben t.a.v. kostenverdeling in 2015 de afspraak gemaakt : RWE max. € 2 mln en provincie en gemeente max. € 3 mln. De overeenkomst heeft een looptijd tot 1 januari 2025. De berekeningen voor het project zijn samengesteld in 2013. De uitkomst van deze berekeningen is de afgelopen 4 jaar niet geïndexeerd.
Gezien de prijsstijging in de markt is het risico aanwezig dat het oorspronkelijke bedrag van €8 mln max uiteindelijk niet voldoende kan zijn. Max. risico aanvullend € 2 mln. Kans 50% Bij de overgang van het brandweerdistrict Roermond naar de Veiligheidsregio VRLN is de afspraak gemaakt dat er nog een afwikkeling komt t.a.v. de FLO gelden. 93
Rioolheffing bezwaarschrift
2
3
6
€ 138.000
OML borgstelling financiering
2
3
6
€ 86.000
Edelchemie kosten handhaving
1
4
4
€ 100.000
Obligatieportefeuille
1
4
4
€ 50.000
Verlofsaldo
1
3
3
€ 40.000
Aanbesteding softwarepakketten
1
3
3
PM
Brandweerlieden kunnen met functioneel leeftijdsontslag FLO. Maar door wettelijke maatregelen, AOW leeftijd verschuiven en fiscale boetes bij vroegtijdig stoppen, dient de juiste hoogte van het bedrag nog bepaald te worden. Dit is mede afhankelijk van interne besluitvorming binnen de VRLN. Het max risico wordt ingeschat op € 100.000. Bezwaarschrift Woningcorporatie tegen kostendekkendheid rioolheffing 2014 – 2018. Zitting heeft op 20-2-2019 plaatsgevonden, maar er is nog geen uitspraak van de rechtbank ontvangen. Max. risico € 460.000. Risicoklasse wordt ingeschat op 2 (klein; 30% kans). Aanvankelijk bedroeg de borgstelling OML € 625.915. In de raadsvergadering van 15-12-2016 is besloten de borgstelling a.g.v. herfinanciering uit te breiden. Het Maasgouwse aandeel bedraagt € 288.000. OML heeft vooralsnog voldoende buffer om eventuele tegenvallers op te vangen. De risicoklasse wordt ingeschat op 2 (klein; 30% kans). Het max. risico bedraagt € 1 mln indien de Provincie handhavingskosten alsnog doorbelast aan Maasgouw. Gezien bestuurlijk akkoord wordt kans zeer klein (10%) geacht. Zie jaarrekening 2017 p. 15 voor uitvoerige toelichting. Marktwaarde obligatieportefeuille eind mei 2021 € 12,6 mln. Er bestaat een geringe kans (10%) dat hoofdsom belegde obligaties niet wordt terugontvangen. ASR Vermogensbeheer monitort de ontwikkelingen. Gezien samenstelling portefeuille wordt max.
risico o.b.v. rating ingeschat op € 0,5 mln. Mede a.g.v. corona is er sprake van een hoger verlofsaldo. Het verlofsaldo per ultimo 2020 bedroeg € 400.000. Uitbetaling verlof is slechts bij uitzondering mogelijk. Het risico wordt op zeer klein (10%) geschat. Bestaande contracten met diverse softwareleveranciers worden 94
vanwege complexe inrichting van ICT-infrastructuur verlengd omdat het niet mogelijk is om e.e.a. als vervangbaar systeem te zien. Aanbesteding van deze dienstverlening is uit oogpunt van doelmatigheid en doeltreffendheid niet direct te realiseren omdat continuïteit van geautomatiseerde gegevensverwerking gewaarborgd moet blijven.
TOTAAL risico’s incidenteel
€ 1.834.000
Risico’s met structurele financiële impact
Kansklasse
Risicoklasse
Algemene uitkering
Jeugdzorg Arbitrage VNG
3
5
Risicoscore
Kans x Fin. impact
Toelichting
15
€ 925.000
15
€ 500.000
De algemene uitkering uit Gemeentefonds is de grootste inkomstenbron. De hoogte is gekoppeld aan de rijksuitgaven (‘samen trap op, trap af’). Zowel voor de klassieke taken als voor het sociaal domein is een herijking voorzien vanaf 2023. In financiële zin is voor de herverdeling rekening gehouden met een toegroei naar een korting van € 23/inwoner o.b.v de recente adviesaanvraag aan de ROB (augustus 2021). Deze is gebaseerd op de geactualiseerde verdeelmaatstaven per 2019. Een actualisatie naar het feitelijke invoeringsjaar dient nog plaats te vinden. M.n. kleine niet-stedelijke gemeenten worden o.b.v. de huidige herijking nadeelgemeente en zullen mogelijk met een nog grotere negatieve bijstelling worden geconfronteerd. De korting a.g.v. herverdeling kan max. oplopen tot € 100 / inwoner (= € 2,4 mln). Fin. risico € 2,4 mln – 0,55 mln = € 1,85 mln x 50% kans. Op 2-6-2021 hebben de VNG en het Rijk in een bestuurlijk overleg gesproken over de uitspraak van de Commissie van Wijzen inzake het jeugddossier. O.b.v. de afspraken in dit overleg stelt het Rijk voor 2022 € 1,314 miljard extra ter beschikking aan gemeenten ter compensatie voor de tekorten op het gebied van jeugdhulp. Hiermee volgt het kabinet de uitspraak van de Commissie. Voor Maasgouw betekent dit in 2022 95
Onderhoud bruggen / gebouwen
3
3
9
€ 250.000
een extra bedrag van € 1,25 mln plus € 135.000 om de PM-posten van het Rijk te dekken. In het voorstel van de Commissie staan ook bedragen vermeld voor 2023, 2024 en 2025. Nadere afspraken hierover waren nodig omdat er alleen voor 2022 gelden beschikbaar zijn gesteld. Tussen Rijk, IPO en VNG is afgesproken dat gemeenten in hun meerjarenraming rekening mogen houden met 75% van de bedragen die structureel nodig zijn volgens de Commissie van Wijzen die ten grondslag liggen aan de middelen die vanuit de Hervormingsagenda jeugd beschikbaar moeten komen. Deze Hervormingsagenda zorgt voor een significant aantal PM posten waarvan de impact zowel voor 2022 als voor de komende jaren nu niet in te schatten is. Deze agenda dient voor 1-1-2022 te worden opgesteld Voor Maasgouw zou dit het volgende betekenen: - 2023: € 1.150.000 - 2024: € 1.080.000 - 2025: € 995.000 Echter voor deze jaren is dus geen definitief besluit genomen. Het maximale risico is dat meerjarig geen rijkscompensatie van kosten jeugdzorg volgt. De aframing van ingeboekte rijkscompensatie bedraagt dan afgerond € 1 mln.. De kans wordt geschat op 50%. Er is een meerjarenonderhoudsplanning (MOP) opgesteld voor bruggen en gebouwen. Kosten van groot onderhoud dienen financieel afgedekt te worden door een toereikende voorziening. Het nieuw vast te stellen beheerplan in december 2020 heeft een horizon van 4 jaar: 2021-2024.
Het onderliggende MOP is opgesteld voor een periode van 10 jaar. M.n. in de jaren na 2024 zijn een aantal grote vervangingsinvesteringen groot onderhoud aan de orde. Daarnaast is rekening gehouden met een beperkte meerjarige kostenindexering (3%). Het risico op een jaarlijks hogere toekomstige bijstorting bedraagt max. ca. € 500.000. We bekijken de komende jaren hoe de werkelijke kosten van groot onderhoud zich ontwikkelen t.o.v. het opgestelde 96
Loonstijging
3
3
9
€ 192.000
Omgevingswet
3
3
9
PM
Beschermd Wonen
2
4
8
PM
Open eind regelingen sociaal domein
2
3
6
PM
MOP. Daarnaast kan vanuit kostenaspect het in gemeentelijk bezit zijnde (maatschappelijk) vastgoed worden heroverwogen i.r.t. nut en noodzaak van eigendom. De kans wordt op 50% geschat. De huidige CAO gemeenten heeft een looptijd t/m 2020. Uitgangspunt is dat in de begroting in eerste instantie geen rekening wordt gehouden met loonstijgingen. De feitelijke resultaten van een nieuw CAO onderhandelingsresultaat worden achteraf budgettair bijgeraamd. SC MER hanteert ditzelfde uitgangspunt. Momenteel (medio augustus 2021) ligt er een loonbod van 0,5% en een looneis van de vakbonden van 2,75%. De onderhandelingen zijn opgeschort. Max. risico o.b.v. 2,75% is € 385.000 (Maasgouw + 1/3e SC MER); 50% kans. De invoeringskosten van de Omgevingswet zijn (incidenteel) afgedekt. De structurele financiële gevolgen van de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn van veel zaken afhankelijk en nog niet te duiden. Met ingang van 1-1-2022 zijn alle gemeenten zelf verantwoordelijk voor de uitvoering van het beschermd wonen (Wmo) maar met een verplichting tot regionale samenwerking (schaal Noord- en Midden- Limburg). Tot 1-1-2022 wordt deze taak uitgevoerd door Venlo als centrumgemeente. Momenteel worden diverse uitvoeringsmogelijkheden van deze regionale samenwerking verkend. Volgens de oorspronkelijke planning zou in juni 2021 een voorstel bij de gemeenteraden liggen.
Er zijn echter meerdere dilemma’s die verder onderzocht moeten worden voordat er duidelijkheid is over de juridische vorm en de financiële consequenties van deze regionale samenwerking voor Maasgouw. Totdat er duidelijkheid is over de verdeelsleutel van het regionale budget zal dit budgettair neutraal ingeboekt worden. De uitgaven sociaal domein (participatie, wmo, jeugd) zijn zo realistisch mogelijk geraamd o.b.v. de meest actuele inzichten. De kostenontwikkeling is echter moeilijk voorspelbaar en beheersbaar. Ook 97
Rentestijging
2
3
6
€ 72.000
Heroverweging bestaand beleid
2
3
6
€ 30.000
TOTAAL risico’s structureel
ontwikkelingen zoals de voorgenomen landelijke wijziging van definiëring van het woonplaatsbeginsel jeugd, de aanhoudende aanzuigende werking van het abonnementstarief wmo, afname rijksuitkering participatie etc kunnen tot toenemende kosten leiden. Meerjarig is rekening gehouden met een rente die oploopt tot 1,5%. Dit is een historisch laag percentage, maar er zijn vooralsnog (medio juni 2021) geen signalen dat de lange rente substantieel gaat stijgen. Een rentestijging van 1% resulteren in extra rentekosten van ca. € 240.000. De kans wordt laag geschat (30%). In de begroting 2021 is een meerjarige taakstelling heroverweging bestaand beleid opgevoerd die oploopt naar € 100.000 structureel. Hiervan is afgerond € 39.000 gerealiseerd. De restant taakstelling bedraagt € 61.000 waarbij invulling afhankelijk is van maatschappelijke effecten en bestuurlijke afweging. Kans 50%.
€ 1.969.000
Weerstandsratio Op basis van de benodigde- als de beschikbare weerstandscapaciteit kan men het weerstandsvermogen berekenen (beschikbare weerstandscapaciteit ÷ benodigde weerstandscapaciteit). Hierbij wordt het onderscheid doorgetrokken tussen het incidentele weerstandsvermogen en het structurele weerstandsvermogen: 21.447.000 Weerstandsratio incidenteel = 1.834.000 = 11,6 3.695.000 Weerstandsratio structureel = 1.969.000
= 1,9
In de Nota R&W worden kwalificaties aangeduid voor de hoogte van de weerstandsratio. Ratio Weerstandsvermogen A B C D E F
Kwalificatie ≥ 2,0 ≥ 1,4 en < 2,0 ≥ 1,0 en < 1,4 ≥ 0,8 en < 1,0 ≥ 0,5 en < 0,8 < 0,5
Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende
Conclusie Het streven is om de robuuste financiële positie van Maasgouw te behouden om daarmee financieel toekomstbestendig te zijn. De normen die we hebben afgesproken voor de ratio zijn een signaleringsfunctie vanaf een ratio van 2 en een ondergrens van 1.
98
Incidentele weerstandscapaciteit Toetsing aan de norm laat zien dat de incidentele weerstandsratio met de kwalificatie ‘uitstekend’ ruimschoots toereikend is. De ratio is licht gedaald t.o.v. de laatste risico-inventarisatie bij de jaarrekening 2020. Toen bedroeg de incidentele weerstandsratio 13,7. De lichte daling wordt veroorzaakt door een toename van de risico’s van afgerond € 300.000 (a.g.v. afwikkeling FLO VRLN € 70.000 en hogere risicoinschatting v.w.b. informatiebeveiliging van € 200.000). Het incidentele risico voor wat betreft de afwikkeling van Covid19/corona is vervallen, omdat op basis van de huidige inzichten de toegekende rijkscompensatie als toereikend wordt geacht. Bij de vorige risico-inventarisatie was dit risico weliswaar opgenomen, maar niet financieel gekwantificeerd (PM). Structurele weerstandscapaciteit De structurele weerstandscapaciteit is substantieel toegenomen t.o.v. de jaarrekening 2019 (van 0,7 naar 1,9) en is daarmee ruim voldoende. Deze toename lijkt niet voor de hand liggend omdat de structurele risico’s juist zijn toegenomen. Voor de herijking van de algemene uitkering is de meest actuele informatie m.b.t. de voorziene korting van € 23 p.i. opgenomen. Het risico op een hogere korting kan alsnog plaatsvinden bij verdere actualisatie ten tijde van feitelijke invoering van de herijking die m.i.v. 2023 is voorzien. De risicotoename t.o.v.
de jaarrekening 2020 bedraagt € 450.000. Verder wordt landelijk geadviseerd om de rijkscompensatie voor jeugdzorg voor 75% in te ramen. Deze raming is ook financieel vertaald in deze begroting 2022, maar het risico van niet of mindere compensatie neemt hierdoor toe (€ 500.000). Tegenover deze toegenomen risico’s staan enkele positieve ontwikkelingen. De begrotingsruimte, zijnde het begrotingssaldo, vormt de hoogte van de post ‘onvoorzien structureel’. Deze bedroeg bij de jaarrekening 2020 nog € 89.000 en in deze begroting € 1.383.000. De gunstigere uitgangspositie wordt met name veroorzaakt door: - meerjarig inramen van rijkscompensatie jeugdzorg - een lagere korting bij de herijking gemeentefonds - areaaluitbreiding toeristenbelasting en ozb-woningen - structurele inraming van een stelpost afrekening btw-compensatiefonds Daarnaast werd de onbenutte belastingcapaciteit voorheen berekend o.b.v. een belastingverhoging van 16% conform de destijds vigerende nota risicomanagement & weerstandsvermogen. Inmiddels is in februari 2021 de herziene nota Risicomanagement & Weerstandsvermogen 2021-2024 vastgesteld met een gewijzigde berekeningsmethode voor de onbenutte belastingcapaciteit (volgens de landelijke berekeningsmethodiek van het normtarief ozb). Dit zorgt voor een verruiming van het weerstandsvermogen van € 698.000 naar € 2.287.000.
Overigens is een dergelijke rekenexercitie vooral theoretisch: een verhoging van de ozb tot het normtarief impliceert een stijging van maar liefst 83% van het ozb-tarief eigenaren woning! Resumerend kan worden geconcludeerd dat zowel de incidentele en structurele weerstandsratio ruim voldoende zijn en daarmee sprake is van een robuuste financiële uitgangspositie. Het betreft echter een momentopname. Maasgouw is net als alle andere gemeenten in hoge mate afhankelijk van rijksfinanciering. Juist de ontwikkeling van deze financiering en de daarbij behorende kostenontwikkeling van m.n. het sociaal domein zijn hoogst onzeker waardoor m.n. de structurele financiële positie nauwlettend gevolgd moet worden. Ook dient er voldoende financiële ruimte beschikbaar te zijn voor toekomstige bestuurlijke opgaven en ambities. Door inzet van alle kwadranten om financiële ruimte creëren (inzet reserves, belastingverhoging, heroverwegen bestaand beleid, heroverwegen nieuw beleid) en realistisch te ramen (met inachtneming van monitoring van de risico’s) biedt de begroting van Maasgouw voldoende flexibiliteit om op toekomstige onvoorziene uitgaven te anticiperen. In de volgende paragraaf over de financiële kengetallen, de recente benchmark van BDO en het financieel verdiepingsonderzoek van de Provincie wordt de goede financiële uitgangspositie nogmaals bevestigd.
99
Financiële kengetallen In deze paragraaf wordt inzicht gegeven in de volgende financiële kengetallen: Netto schuldquote (gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen) Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit
Deze kengetallen vergroten het inzicht van de raad in de financiële positie van Maasgouw. Daarnaast bieden deze kengetallen de mogelijkheid om onze gemeente te vergelijken met andere gemeenten of het landelijk gemiddelde. Beoordeling kengetallen Uit de beschrijving van de verschillende kengetallen (zie hierna) blijkt dat een afzonderlijk kengetal nog weinig zegt over hoe de financiële positie moet worden beoordeeld. Zo hoeft een hoge schuld geen nadelig effect te hebben op de financiële positie, maar is dat afhankelijk of en wat er aan eigen vermogen en baten tegenover die schuld staat en hoe groot de kans is dat de schuld weer wordt afgelost. Noch hoeft een tegenvallende ontwikkeling van de grondprijs een negatieve invloed te hebben indien de structurele exploitatieruimte groot is of men over voldoende ruimte in belastingcapaciteit beschikt, omdat er dan ruimte is om tegenvallers op te vangen. Het is dus niet mogelijk om een individueel kengetal te gebruiken voor de beoordeling van de financiële positie. De kengetallen zullen altijd in samenhang moeten worden bezien, omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een goed beeld kunnen geven van de financiële positie van een gemeente. Voor de beoordeling van de financiële positie is het belangrijk dat zowel naar de balans als naar de exploitatie wordt gekeken.
In de kengetallen structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit komt tot uitdrukking of de gemeente over voldoende structurele baten beschikt, en welke mogelijkheid er is om de structurele baten 100