218754-BEANTWOORDING TECHNISCHE VRAGEN m.b.t. Programmabegroting 2026_1
Tekst van het document
TECHNISCHE VRAGEN VOOR HET VOORSTEL TOT VASTSTELLING VAN DE PROGRAMMABEGROTING 2026 28-10-2025 GEMEENTE MAASGOUW – PFH.: Cretskens
VRAGEN M.B.T. RAADSVOORSTEL/BESLUIT Nr Fractie . 1
VVD
2
VVD
3
VVD
4
VVD
Vraag
Antwoord
Betreft pag.
2028 wordt genoemd als mogelijk ravijnjaar en incidentele posten beïnvloeden het saldo. Welke scenario’s, incl. Septembercirculaire, zijn doorgerekend om de begroting ook bij tegenvallers sluitend te houden?
2-3
Welke alternatieve dekkingsopties zijn onderzocht naast de OZBverhoging van 25%? Welke ondergrens hanteert de gemeente voor de algemene reserve en hoe verhoudt dit zich tot de risico’s? Hoe realistisch zijn de besparingen in jeugdzorg en welke fallback-maatregelen zijn voorzien?
3
De programmabegroting 2026 inclusief doorkijk naar 2027-2029 is opgesteld op basis van de huidige inzichten. Hierbij hebben wij gekeken naar de oplossingsrichtingen zoals opgenomen in hoofdstuk 1.2 en al eerder opgenomen in de kadernota 2026. Tijdens de themabijeenkomsten zijn deze oplossingsrichtingen toegelicht. Op dit moment hebben wij nog geen scenario’s voor de komende jaren uitgewerkt. Wij blijven de situatie monitoren en hierover wordt u via de reguliere P&C cyclus op de hoogte gehouden. Als raad ontvangt u periodiek een raadsinformatiebrief over de stand van zaken van de uitkering van het gemeentefonds. Dit betekent dat u een raadsinformatiebrief ontvangt over de mei-, september- en decembercirculaire. De resultaten worden verwerkt in de P&C documenten (begroting, 1e programmarapportage, 2de programmarapportage en jaarstukken). Zie hoofdstuk 1.2 van de begroting alsmede de kadernota en bijbehorende themabijeenkomsten. Hierin zijn de oplossingsrichtingen nader toegelicht.
2-3
Zie hoofdstuk 4.2 Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing. Basis is de vastgestelde nota risicomanagement en weerstandsvermogen 2025 zoals door uw raad op 24 februari 2025 vastgesteld.
2&4
De ingeboekte besparingen zijn gebaseerd op de landelijke Hervormingsagenda Jeugd (HAJ). Door verschuiving van de landelijke planning naar 2028 worden de effecten later zichtbaar dan verwacht. Wij onderschrijven de agenda en blijven als gemeente gebonden aan de doelstellingen. Tegelijk is de realisatie onzeker: veel maatregelen moeten nog landelijk worden uitgewerkt en de uitvoering vraagt samenwerking met externe partners. Wij rekenen erop dat het Rijk verantwoordelijkheid neemt, inclusief Pagina 1 van 76
compensatie bij achterblijvende maatregelen. Het resterende financiële risico is opgenomen in de risicoparagraaf. VOOR VRAGEN PER HOOFDSTUK VAN DE BEGROTING ; ZIE VOLGENDE PAGINA’S
Pagina 2 van 76
1. INLEIDING (pag. 5 – 8) Nr. Fractie 1
VVD
2
VVD
3
CDA
4
CDA
Vraag Welke effecten heeft de bezuiniging op NT2ondersteuning en welke alternatieven zijn overwogen? Hoe zijn de structurele lasten van de aansluiting Waage Naak gedekt en verwerkt in de meerjarenraming? Kan het college (nogmaals) toelichten als onderdeel van ‘reëel en risicovol begroten’ wat zij bedoelt met het activeren van duurzaamheidsinvesteringen in plaats van verwerking in de exploitatie? De eerste kolom op deze pagina bovenaan verwijst o.a. naar ‘gewijzigde en toegevoegde beleidsvoorstellen’. Waar zijn de bedragen voor de diverse jaren 2026 t/m 2027 (-70, -324, -371 en -469) terug te vinden/ aan gekoppeld?
Antwoord
Betreft pag. 5-9
6-8
6
Het betreft een besparing. De reguliere NT2-bekostiging blijft ongewijzigd. De gemeente heeft gedurende een aantal jaren een extra bekostiging voor NT2-ondersteuning gefaciliteerd. In afstemming met de scholen wordt deze regeling afgebouwd en worden de scholen in de gelegenheid gesteld om deze verantwoordelijkheid zelf te nemen. Er is voor gekozen om niet per direct te stoppen zodat de scholen de komende twee jaar kunnen gebruiken om alternatieve vormen van de NT2 ondersteuning te ontwikkelen. Zie hoofdstuk 1.3 van de begroting. In hoofdstuk 1.3 hebben wij de financiële foto opgenomen waarbij de kapitaallasten zijn opgenomen in programma 3.4. Beheer openbare ruimte, infra en vastgoed. Dit is verder uitgewerkt bij toelichting 3.4.2 op pagina 46 van de begroting. De kapitaallasten voor de investeringen zijn verwerkt in de meerjarenraming 2026-2029. Het betreft hier het kapitaliseren (activeren) van de uitgaven op het gebied van duurzaamheid. Het gaat hier om investeringen die over meerdere jaren worden afgeschreven. De lasten voor deze uitgaven worden over meerdere jaren verdeeld in de exploitatie. Indien deze methode niet wordt toegepast, wordt de last direct in één jaar genomen. Deze verwerking voldoet aan de verslaggevingsvoorschriften.
8
Deze bedragen zijn gekoppeld aan de tabel op pagina 7: Uitvoeren nieuw beleid. In deze tabel is per beleidsvoorstel aangegeven vanaf welk jaar deze mutatie gaat plaatsvinden. 2026: € 70.000 Zie beleidsvoorstel 16 (€ 3.000), beleidsvoorstel correctie bijdrage RUD/OD NML (zie tevens pagina 53, hoofddoel 3.5.1) (-€ 2.000) en beleidsvoorstel werkgeversservicepunt Midden Limburg Oost (€ 69.000) 2027: € 324.000 Zie beleidsvoorstel 16 (€ 3.000), beleidsvoorstel correctie bijdrage RUD/OD NML (zie tevens pagina 53, hoofddoel 3.5.1) (€ 209.000), beleidsvoorstel werkgeversservicepunt Midden Limburg Oost (€ 104.000) en beleidsvoorstel kapitaallasten noodgenerator. 2028: € 371.000 Zie beleidsvoorstel 16 (€ 3.000), beleidsvoorstel correctie bijdrage RUD/OD NML (zie tevens pagina 53, hoofddoel 3.5.1) (€ 256.000), beleidsvoorstel werkgeversservicepunt Midden Limburg Oost (€ 104.000) en beleidsvoorstel kapitaallasten noodgenerator (€ 8.000). 2029: € 469.000 Pagina 3 van 76
5
LB
Waarom is geen indicatief bedrag opgenomen voor het beleidsvoorstel winkelhart Heel?
8
Zie beleidsvoorstel 16 (€ 3.000), beleidsvoorstel correctie bijdrage RUD/OD NML (zie tevens pagina 53, hoofddoel 3.5.1) (€ 302.000), beleidsvoorstel werkgeversservicepunt Midden Limburg Oost (€ 104.000) , beleidsvoorstel kapitaallasten noodgenerator (€ 8.000) en beleidsvoorstel kapitaallasten investering Waage Naak (€ 52.000). Zoals toegelicht is momenteel voorstel nog onderhanden. De wijze waarop het project uitgevoerd gaat worden en welke financiële middelen hiervan benodigd zijn is momenteel nog niet duidelijk. Voorstel zal via een afzonderlijk raadsvoorstel aan u worden voorgelegd inclusief de financiële consequenties.
Pagina 4 van 76
1.1 ALGEMEEN (pag. 5) Nr.
Fracti e
1
VVD
2
VVD
Vraag Hoe beoordeelt het college de kwaliteit van voorzieningen en welke methodiek wordt hiervoor gebruikt? Onder welke voorwaarden kan incidenteel inzet van reserves plaatsvinden en welke macro-aannames liggen onder de meerjarenraming?
Antwoord
Betreft pag. 5
Zie hoofdstuk 4.3 paragraaf onderhoud kapitaalgoederen evenals het op 30 september 2025 door u vastgestelde Meerjarenplan Onderhoud gemeentelijke gebouwen
5
Dit is geregeld in de Notitie incidenteel/structureel voor het najaars BOFv (Bestuurlijk Overleg Financiële verhoudingen) 2023. In het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader (GTK) is een regeling opgenomen voor de inzet van een surplus binnen de algemene reserve. De financieel toezichthouders werken momenteel aan een aanpassing van de tekst van deze regeling. Het surplus van de algemene reserve is dat deel dat niet nodig is voor het afdekken van risico’s (weerstandscapaciteit). Van dit vrij besteedbare deel (surplus) kan een gemeente jaarlijks maximaal 10% inzetten voor het dekken van structurele lasten. Met de voorwaarde dat de solvabiliteit groter of gelijk aan 20% is en blijft 4. De inzet van het surplus algemene reserve (= vrije reserve) wordt door dit gebruik als structurele baat bestempeld. Het weerstandsvermogen moet naar het oordeel van de toezichthouder voldoende zijn. Dit betekent dat het moet zijn gebaseerd op een adequate risicoinventarisatie. De structurele onttrekkingen aan de algemene reserve moeten worden opgenomen in het overzicht van structurele reservemutaties. Zoals vastgesteld in de kadernota 2026 heeft geen inzet van reserves plaatsgevonden. De macro-aannames zijn opgenomen in de kadernota 2026. Hierbij valt te denken aan de toegepaste indexering.
3
VVD
2028 wordt benoemd als 5 nieuw ravijnjaar met forse Rijkskortingen. Hoe robuust is het meerjarenperspectief als deze tegenvallers werkelijkheid worden?
De programmabegroting 2026 inclusief doorkijk naar 2027-2029 is opgesteld op basis van de huidige inzichten. Hierbij hebben wij gekeken naar de oplossingsrichtingen zoals opgenomen in hoofdstuk 1.2 en al eerder opgenomen in de kadernota 2026. Tijdens de themabijeenkomsten zijn deze oplossingsrichtingen toegelicht. Op dit moment hebben wij nog geen scenario’s voor de komende jaren uitgewerkt. Wij blijven de situatie monitoren en hierover wordt u via de reguliere P&C cyclus op de hoogte gehouden. Als raad ontvangt u periodiek een raadsinformatiebrief over de stand van zaken van de uitkering van het gemeentefonds. Dit betekent dat u een raadsinformatiebrief ontvangt over de mei-, september- en decembercirculaire. De resultaten worden verwerkt in de P&C documenten (begroting, 1e programmarapportage, 2de programmarapportage en jaarstukken). Pagina 5 van 76
1.2 HEROVERWEGING MET OOG OP HET MEERJARENPERSPECTIEF (pag. 6 - 9) Nr. Fractie 1
VVD
2
VVD
3
VVD
4
5
VVD
NLM
Vraag Welke varianten voor heroverweging zijn onderzocht en op welke criteria zijn keuzes gebaseerd? Hoe realistisch zijn de structurele besparingen in sociaal domein en NT2 en hoe wordt tijdelijke dekking voorkomen? Nieuwe investeringen worden afgewogen binnen een “kwadrant” van opties: beleid heroverwegen, reserves inzetten of belastingen verhogen. Welke keuzes zijn al volgens dit kader gemaakt en ligt belastingverhoging nadrukkelijk op tafel? Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves. Betekent dit dat er jaarlijks onttrekkingen plaatsvinden aan de reserves?
Waaruit bestaat de bezuiniging op de mantelzorgondersteuning van 100.000? Er staat geen toelichting in de tabel genoemd.
Antwoord
Betreft pag. 6-7
Zie hoofdstuk 1.2 en 1.3 voor de gekozen oplossingsrichtingen die zijn toegepast voor de begroting 2026. Deze oplossingsrichtingen liggen in lijn met voorgaande jaren. Dit jaar meer aandacht voor ‘reëel en risicovol begroten’.
7-8
We achten de besparing realistisch om de onderstaande redenen: Bij hoarding en woningvervuiling was het begrote budget structureel hoger dan de kosten. De formatie voor de ondersteuning van het lokaal inclusie panel is verminderd waardoor er minder uitgaven zijn en het budget omlaag kan. Hierdoor zijn de kosten structureel lager waardoor er geen extra incidentele middelen nodig zijn. Zie voor het onderdeel NT2 de beantwoording van vraag 1 over de inleiding. Zie voor besparing jeugd vraag 4 over raadsvoorstel/besluit. De oplossingsrichtingen zoals toegelicht in hoofdstuk 1.2 en 1.3 zijn verwerkt in deze begroting. Deze oplossingsrichtingen zijn ook als zodanig opnemen in de kadernota 2026 die u op 8 juli 2025 heeft vastgesteld. Tijdens de themabijeenkomst van 2 september 2025 bent u in hoofdlijnen geïnformeerd over de realisatie van deze oplossingsrichtingen.
7
Zoals vastgesteld in de kadernota 2026 heeft er geen inzet van reserves plaatsgevonden.
9
Pagina 6
Dat klopt. In de begroting zijn reeds een aantal voorstellen opgenomen voor toevoegingen aan reserves alsmede onttrekkingen aan reserves. Dit betreffen mutaties waarvoor de reserve is gevormd. De onttrekkingen betreffen met name de dekking van kapitaallasten. De toevoegingen betreft een voorstel om de gelden die wij ontvangen voor het sociaal domein (Jeugdwet) toe te voegen aan de bestaande reserve maatwerkvoorzieningen om eventuele tekorten in het sociaal domein te kunnen dekken. Zie ook de toelichting op pagina 11 van de begroting. Dit is geen bezuiniging. Door het college wordt voorgesteld het huidige mantelzorgbeleid te handhaven en geen extra investeringen te doen.
Pagina 6 van 76
6
CDA
7
LB
8
LB
Waarom wordt van de 7 vervallen beleidsvoorstellen alleen nr.1 toegelicht, maar de rest niet? Wat wordt hier in het 7 overzicht verstaan onder mantelzorgondersteuning? Het laten vervallen hiervan leidt dit niet tot een grotere zorgvraag voor zowel degene die de mantelzorg ontvangt als voor de mantelzorger? Gewijzigde en toegevoegde 8 beleidsvoorstellen moet dit niet – 130 zijn?
Van de vervallen zijn twee voorstellen nader toegelicht, namelijk onderhoud gemeentelijk vastgoed en maatwerkvoorzieningen Wmo (zie pagina 36 hoofddoel 3.3.3. Voor de overige voorstellen is na verder onderzoek bepaald dat uitvoering niet of binnen de huidige budgetten dient plaats te vinden, waardoor verzoek voor aanvullende middelen is komen te vervallen. Dit ook in lijn met de kadernota 2026. Het doel van mantelzorgondersteuning is het voorkomen en bestrijden van overbelaste mantelzorgers door te werken aan bewustwording, bieden van informatie en advies, ondersteuning, waardering en ontmoeting. Om aansluiting te vinden wat mantelzorgers nodig hebben om overbelasting te voorkomen zullen we in 2026 met mantelzorgers in gesprek gaan. De mantelzorgondersteuning vervalt niet. Zie antwoord op vraag 5 over sociaal domein.
Nee, de opstelling klopt. 2026: € 70.000 Zie beleidsvoorstel 16 (€ 3.000), beleidsvoorstel correctie bijdrage RUD/OD NML (zie tevens pagina 53, hoofddoel 3.5.1) (-€ 2.000) en beleidsvoorstel werkgeversservicepunt Midden Limburg Oost (€ 69.000) 2027: € 324.000 Zie beleidsvoorstel 16 (€ 3.000), beleidsvoorstel correctie bijdrage RUD/OD NML (zie tevens pagina 53, hoofddoel 3.5.1) (€ 209.000), beleidsvoorstel werkgeversservicepunt Midden Limburg Oost (€ 104.000) en beleidsvoorstel kapitaallasten noodgenerator. 2028: € 371.000 Zie beleidsvoorstel 16 (€ 3.000), beleidsvoorstel correctie bijdrage RUD/OD NML (zie tevens pagina 53, hoofddoel 3.5.1) (€ 256.000), beleidsvoorstel werkgeversservicepunt Midden Limburg Oost (€ 104.000) en beleidsvoorstel kapitaallasten noodgenerator (€ 8.000). 2029: € 469.000 Zie beleidsvoorstel 16 (€ 3.000), beleidsvoorstel correctie bijdrage RUD/OD NML (zie tevens pagina 53, hoofddoel 3.5.1) (€ 302.000), beleidsvoorstel werkgeversservicepunt Midden Limburg Oost (€ 104.000) , beleidsvoorstel kapitaallasten noodgenerator (€ 8.000) en beleidsvoorstel kapitaallasten investering Waage Naak (€ 52.000).
Pagina 7 van 76
1.3 FINANCIËLE FOTO 2026-2029 (pag. 10 - 13) Nr. Fractie 1
VVD
2
VVD
3
VVD
4
VVD
5
D66
6
LB
Vraag Hoe ontwikkelt het structurele saldo zich bij afwijkingen in macroeconomische aannames en incidentele posten? Wat is de omvang van de kapitaallasten uit verduurzamingsinvesteringen en het effect op lastendruk en meerjarenresultaten? Bestaande budgetten (buiten sociaal domein) worden in 2026 niet geïndexeerd. Hoe realistisch is dit en wat zijn de gevolgen voor de uitvoerbaarheid van beleid? De nieuwe cao verhoogt de loonkosten met € 276.000 in 2026 en € 576.000 structureel. Hoe vangt de gemeente dit op zonder voorzieningen te schrappen? De inhuur wordt verlaagd met 230K. Wat wordt hiervoor niet meer gedaan? CAO personeel Dient het bedrag € 274.000 te zijn i.p.v. €276.000?
Antwoord
Betreft pag. 10-12
11-13
Incidentele posten hebben geen invloed op het structurele saldo. Zie pagina 144 voor de onderverdeling tussen structurele baten en lasten versus incidentele baten en lasten. Monitoring van opgestelde prognoses/aannames vindt continue plaats. Via de reguliere P&C cyclus wordt u geïnformeerd over de afwijkingen. De omvang van de kapitaallasten is toegelicht op pagina 11, tabel reëel en risicovol begroten, punt 5. Deze kapitaallasten zijn verwerkt in de meerjarenraming.
13
Op dit moment worden de gevolgen voor de uitvoerbaarheid van beleid als laag ingeschat. Doelstelling is kostenbewustzijn alsmede efficiëntere inzet van onze middelen. Indien blijkt dat een bepaald budget niet toereikend is, dient hiervoor een afzonderlijk voorstel aangeleverd te worden. Op basis van dit voorstel kan er een integrale afweging van de middelen plaatsvinden.
13
Zie hoofdstuk 1.2 en 1.3 van de begroting voor de oplossingsrichtingen.
11
Mogelijk zal noodzakelijke inhuur meer vanuit het totale personeelsbudget (reguliere formatieplaatsen) opgevangen moeten worden. Dat vraagt kritischer inzet en bestuurlijke keuzes om prioriteiten voor te laten gaan waar nodig en te bepalen wat dan minder gedaan kan worden. De toelichting op de mutaties in de tabel op de pagina is niet juist. Het bedrag stijging personeelskosten 2026 moet € 274.000 zijn.
13
Pagina 8 van 76
2. KERNGEGEVENS (pag. 14-15) Nr. Fractie
Vraag
Antwoord
Betreft pag.
1
VVD
Hoe zijn demografische 14-15 ontwikkelingen vertaald naar Wmo-, zorg- en welzijnskosten en uitvoeringscapaciteit?
2
VVD
Hoe vertalen veranderingen in huishoudens en jeugdtrends zich naar woningbouw, onderwijs en voorzieningen per kern?
15
De gemeente volgt via beschikbare (openbare) data de demografische ontwikkeling in Maasgouw, waaronder omvang, leeftijdsopbouw en samenstelling van de bevolking. Belangrijke trends zijn vergrijzing en ontgroening, die invloed hebben op onder meer de ontwikkeling van de Wmo (zie pagina 36 van de begroting). Een deel van de inkomsten uit het gemeentefonds wordt bepaald aan de hand van maatstaven die de demografische ontwikkeling volgen. Ook uitvoeringsorganisaties zoals het Servicecentrum MER en onze zorg- en welzijnspartners houden rekening met deze trends. Vooral de combinatie van vergrijzing en een groeiend arbeidstekort is een belangrijk aandachtspunt. De gemeente monitort deze ontwikkelingen via regionale en landelijke databronnen en gebruikt de inzichten om beleid en uitvoering tijdig bij te sturen. Dit doen we onder andere door te investeren in preventie en een sterke sociale basis met het programma Toekomstbestendige Zorg. Veranderingen in huishoudens en jeugdtrends hebben een directe invloed op hoe gemeenten woningbouw, onderwijs en voorzieningen per kern moeten plannen en vormgeven. Het integraal huisvestingsplan onderwijs wordt elke vier jaar bijgesteld op basis van demografische ontwikkelingen.
Voorzieningen in de sociale basis (met een rol voor de gemeente) worden op basis van data, signalen van ketenpartners, opdrachten vanuit het rijk en behoefte van inwoners (en dat hangt samen met de demografische ontwikkeling in een kern) gefaciliteerd. Dit doen we binnen het programma Toekomstbestendige zorg.
Pagina 9 van 76
3. PROGRAMMA’S (pag. 16 -18) N Frac r tie .
Vraag
Antwoord
Betr eft pag.
Over pag. 16 - 18 zijn geen vragen gesteld.
Pagina 10 van 76
3.1 ALGEMEEN BESTUUR EN BEDRIJFSVOERING (pag. 19 - 24) Nr. Fractie 1
VVD
2
VVD
3
VVD
4
VVD
Vraag Hoe wordt slagvaardigheid en capaciteit van bestuur en organisatie in beeld gebracht en welke digitaliseringsprojecten zijn voorzien? Binnen de Regiodeal MiddenLimburg wordt in 2026 de inwonersbijdrage verhoogd. Wat betekent dit concreet voor de gemeentelijke begroting en welke voordelen krijgen inwoners hiervoor terug?
Er is een adviseur burgerparticipatie aangesteld om vertrouwen en transparantie te vergroten. Hoe wordt dit in 2026 in de praktijk gebracht en welke middelen zijn hiervoor vrijgemaakt? Voor de Strategische Visie Maasgouw 2035 wordt € 75.000 uitgetrokken voor externe expertise. Waarom is dit nodig en hoe borgt het college dat de visie na 2026
Betreft pag.
Antwoord
19-22
Dit wordt niet specifiek in beeld gebracht, maar is wel ondergebracht in de jaarplannen en werkplannen die gebaseerd worden op de begroting. De terugkoppeling aan uw raad vindt plaats middels de daaruit voortvloeiende raadsvoorstellen en verantwoording in de P&C-documenten. Op dit vlak zijn geen digitaliseringsprojecten voorzien.
22
De voorgestelde structurele verhoging betreft Samenwerking Midden-Limburg (SML) en niet de Regio Deal Midden-Limburg. De hoogte van de jaarlijkse reguliere bijdrage SML bedroeg sinds de start van SML in 2015 € 0,60 per inwoner. In de afgelopen jaren is gebleken dat dit onvoldoende was om alle taken uit te voeren en is vaak om incidentele middelen gevraagd. Het netwerkberaad heeft ingestemd met het voorstel om de bijdrage per gemeente met € 0,29 per inwoner te verhogen tot een totaalbijdrage van € 0,89 per inwoner. Gelet hierop stelt het college voor om de verhoogde bijdrage van € 0,89 structureel in de begroting op te nemen. Dit laat onverlet dat dit bedrag kan wijzigen. Er is op dit moment geen meerjarig beeld van hoe de bijdrage zich de komende jaren zal ontwikkelen. Het ‘Perspectief MiddenLimburg’ dat in het kader van de vierde pijler van de Regio Deal Midden-Limburg wordt ontwikkeld moet daar duidelijkheid in gaan bieden.
22
23
Via SML werken de zeven gemeenten in Midden-Limburg doelgericht samen door middel van een netwerkstructuur die voor bundeling en coördinatie zorgt door een gezamenlijke aanpak van regionale en bovenregionale uitdagingen. Zie paragraaf 4.6 van deze begroting (pag. 122) en https://samenwerkingmiddenlimburg.nl/ voor meer informatie hierover. Zie hoofdstuk 1.2 toelichting uitvoeren nieuw beleid. Zie tevens hoofdstuk 3.1., pagina 23.
Als de algemene strategie van een organisatie wordt aangepast is het nodig om te beoordelen of de structuur, de cultuur en de werkwijze van de organisatie nog geschikt zijn om deze strategie op een doeltreffende wijze toe te passen en uit te voeren. Als de organisatie in de bestaande structuren en op dezelfde manier blijft werken dan kunnen de nieuwe ambities in de Strategische Visie mogelijk niet (of in mindere mate) worden bereikt. Door het vaststellen van een uitvoeringsprogramma met een beschrijving van concrete plannen, projecten Pagina 11 van 76
daadwerkelijk wordt uitgevoerd?
5
VVD
6
VVD
7
VVD
8
VVD
9
CDA
Voor een inwerkprogramma 24 van raads- en burgerleden is € 20.000 begroot. Is dit bedrag voldoende en hoe wordt het effect gemeten? Sinds 2024 hanteert Maasgouw 21 een behoudende koers bij de Global Goals. Waarom is voor deze terughoudendheid gekozen en lopen we geen kansen mis?
Borging strategische visie. Kan 23 dit niet uit de huidige FTE’s opgevangen worden?
Adviseur burgerparticipatie, kan dit niet met de huidige FTE opgevangen worden SML- hoe is de verdeling van het beschikbare bedrag per gemeente per jaar voor de periode 2026-2029. Met welk bedrag wordt de jaarlijkse bijdrage per inwoner verhoogd?
23 22
en acties die moeten worden uitgevoerd wil het college bereiken dat ook daadwerkelijk gewerkt gaat worden aan de ambities in de Strategische Visie. Daarbij is het de gedachte dat het collegeprogramma 2026-2030 in de komende bestuursperiode kan gaan fungeren als uitvoeringsprogramma voor zowel de Strategische Visie Maasgouw 2035 als het Coalitieakkoord 2026-2030. Vanaf 2030 kan daar een vervolg aan worden gegeven door een nieuw collegeprogramma. Of het bedrag voldoende is, hangt af van de activiteiten, cursussen en workshops die in het kader van het inwerkprogramma worden georganiseerd. Het inwerkprogramma is in de maak. Als het bedrag onvoldoende blijkt te zijn, kan dat via de 1e of 2e programmarapportage 2026 worden bijgesteld. De raad bepaalt zelf of en hoe evaluatie of effectmeting van het inwerkprogramma plaatsvindt. In paragraaf 3.1.3 van de Programmabegroting 2024 is onder meer opgenomen dat, hoewel het college onverkort de steun uitspreekt voor de Global Goals, het college in 2024 geen financiële ruimte ziet om dit te vertalen in grotere ambities via een resultaatgericht actieplan. De raad heeft daarmee ingestemd. Vanaf 2024 is de inzet op de Global Goals zeer behoudend geweest, zo valt in de Programmabegroting 2024 te lezen. In de Programmabegroting 2025 is dezelfde keuze gemaakt (zie paragraaf 3.1.3.). Er is wel een actieplan opgesteld.
In dit verband wordt verwezen naar de raadsinformatiebrief met nummer D/24/166431, verzonden in september 2024. In de Programmabegroting 2026 wordt voorgesteld deze lijn voort te zetten. Door het behoudende karakter in de aanpak als gevolg van het ontbreken van financiële en personele middelen, zullen inderdaad de kansen die een brede Global Goals-aanpak biedt niet volledig worden benut. Dit is een politieke afweging. Het vaststellen van een nieuwe lange-termijn strategie voor een organisatie komt gemiddeld niet vaker dan één keer in de 10 jaar voor. Dat brengt met zich mee dat het aanpassen van de structuur en werkwijze van een organisatie aan een nieuwe strategie ook niet vaak voorkomt. Daarom heeft de gemeente hiervoor niet de benodigde expertise in huis en is het nodig om daarvoor de expertise van een organisatieadviesbureau in te zetten. N.B. In het traject dat in 2026 moet gaan leiden tot een uitvoeringsprogramma voor de Strategische Visie (zie ook antwoord op vraag 4) wordt de benodigde ambtelijke ondersteuning wel volledig vanuit de eigen ambtelijke organisatie en binnen de huidige FTE's geleverd. Er is binnen de huidige capaciteit geen ruimte om de adviesrol en de verdere ontwikkeling van burgerparticipatie op te pakken. De hoogte van de jaarlijkse reguliere bijdrage SML bedroeg sinds de start van SML in 2015 € 0,60 per inwoner.
In de afgelopen jaren is gebleken dat dit onvoldoende was om alle taken uit te voeren en is vaak om incidentele middelen gevraagd. Het netwerkberaad heeft ingestemd met het voorstel om de bijdrage per gemeente met € 0,29 per inwoner te verhogen tot een totaalbijdrage van € 0,89 per inwoner. Gelet hierop stelt het college voor om de verhoogde bijdrage van € 0,89 structureel in de begroting op te nemen. In de Begroting SML 2025 zijn volgende bedragen opgenomen gebaseerd op de inwoneraantallen van de 7 gemeenten: Roermond € 54.492 Pagina 12 van 76
Weert Leudal Echt-Susteren Maasgouw Roerdalen Nederweert
10
CDA
11
LB
12
LB
Burgerparticipatie – In 2025 is 22 er een plan van aanpak opgesteld door de adviseur. Is deze beschikbaar voor raadsleden? € 75.000 inhuur voor 23 onderzoek aanpassingen structuur en cultuur gemeentelijke organisatie. Wat is er op tegen om dit bedrag eerst vrij te maken indien en zodra de Strategische Visie wordt vastgesteld én indien en zodra blijkt dat aanpassingen inderdaad een logisch gevolg zijn?
3.1.2. Burgerparticipatie 23 Adviseur burgerparticipatie Hoe groot is de rol - binnen de communicatie - van de adviseur burgerparticipatie?
€ 45.726 € 32.136 € 28.723 € 21.806 € 18.539 € 15.589
De Begroting SML 2026 is nog niet vastgesteld. De bedragen zullen voor deze begroting worden aangepast aan de inwoneraantallen van de 7 gemeenten op 1 januari 2025. Er is op dit moment geen meerjarig beeld van hoe de bijdrage zich de komende jaren zal ontwikkelen. Het ‘Perspectief Midden-Limburg’ dat in het kader van de vierde pijler van de Regio Deal Midden-Limburg wordt ontwikkeld moet daar duidelijkheid in gaan bieden. Het plan van aanpak is nog in voorbereiding. In 2026 zal dit verder uitgewerkt worden.
Gelet op het uitgebreide totstandkomingstraject waarin niet alleen veel inwoners, maar ook raads- en collegeleden hebben meegedacht over de inhoud van de nieuwe Strategische Visie Maasgouw 2025 is het wordt het waarschijnlijk geacht dat deze visie ook daadwerkelijk door de raad zal worden vastgesteld. Met het oog daarop wordt ook niet verwacht dat eventuele amendementen nog ingrijpende gevolgen voor de inhoud van de visie zullen hebben. In de nieuwe Strategische Visie komen nieuwe strategische ambities centraal te staan en daarom is het ook al met zekerheid te zeggen dat er ook opnieuw naar structuur, cultuur en werkwijze van de organisatie gekeken moet gaan worden om te beoordelen of deze nog geschikt zijn om deze strategische ambities te kunnen realiseren. De (advies)werkzaamheden die met de invoering van de Strategische Visie gepaard gaan zullen al begin 2026 moeten starten omdat anders de invoering te lang op zich laat wachten. Voor een deel van deze werkzaamheden (die het onderzoek naar structuur, cultuur en werkwijze organisatie betreffen) is de inzet van externe expertise nodig. Om het daarvoor benodigde bedrag (budget) in 2026 beschikbaar te hebben is het nodig om dit in de besluitvorming over de Prorgrammabegroting 2026 mee te nemen.
Met het besluit daarover kan niet gewacht worden omdat de besluitvorming over de Programmabegroting eerder plaatsvindt (november) dan de besluitvorming over de Strategische Visie (december). De adviseur burgerparticipatie is geen onderdeel van team communicatie maar communicatie is wel een belangrijk aandachtspunt voor goede burgerparticipatie. Hier wordt in afstemming tussen team communicatie en adviseur burgerparticipatie aandacht aan besteed en zal onderdeel zijn van het plan van aanpak burgerparticipatie. De adviseur burgerparticipatie werkt alleen voor de gemeente Maasgouw. Burgerparticipatie wordt per gemeente apart opgepakt en is geen MER overkoepelend thema. Pagina 13 van 76
Acteert deze ook mee in MER verband? 13
LB
Kunnen de afwijkingen in de bedragen van de eerste 3 kolommen worden toegelicht? Deze blijken namelijk niet of onvoldoende uit de tekst paragraaf 3.1.
24
Bij de beantwoording zijn wij ervan uitgegaan dat hierbij de afwijkingen bedoeld worden tussen de realisatie 2024, begroting 2025 en begroting 2026. Onderstaand zijn een viertal verschillen nader verklaard: 0.61 Bestuur baten: 161.175: Betreft éénmalige vrijval voorziening wethouder wachtgeld. 0.61 Bestuur lasten: verschil 2024 en 2026 versus 2025: In 2024 is sprake van een extra toevoeging in de voorziening vanwege de rekenrente. In 2026 is sprake van een stijging als gevolg van doorbelasting salariskosten naar taakvelden i.v.m. de nieuwe capaciteitsberekening. 3.1 Economische ontwikkeling: verschil realisatie 2024 versus begroting 2025 In begroting 2025 toevoeging lasten Regiodeal zoals opgenomen in de financiële foto 2025. 5.7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie: 90.100: Betreft initiële kosten; duurzame ontwikkeling global goals.
Pagina 14 van 76
3.2 DIENSTVERLENING (pag. 25 - 28) Nr. Fractie
Vraag
Betreft pag.
Antwoord De toegankelijkheid van onze dienstverlening wordt op meerdere manieren geborgd. Onze website en digitale formulieren worden getoetst aan de geldende Web Content Accessibility Guidelines (WCAG) en voldoen aan de wettelijke eisen. De wachttijden worden gemeten door rapportages en de klanttevredenheid wordt uitgevraagd aan burgers die telefonisch contact opnemen of in het gemeentehuis komen voor de balie burgerzaken, waarin receptie ook wordt gemeten. MER-breed is het gezamenlijke programma ‘Dienstverlening MER-organisaties 2025-2030' opgesteld. Aan dit programma wordt de komende jaren gewerkt.
1
VVD
Hoe wordt toegankelijkheid van dienstverlening geborgd en hoe worden wachttijden en klanttevredenheid gemeten en verbeterd?
25-27
2
VVD
26
3
VVD
4
VVD
5
VVD
6
VVD
Het verbeterprogramma Dienstverlening wordt in 2026 afgerond. Hoe borgt het college dat verbeteringen daarna behouden blijven in de MERsamenwerking? Het Klant Contact Center lost nu 75% van de vragen zelf op. Hoe wordt dit percentage verder verhoogd zonder kwaliteitsverlies bij de overige 25%? Nieuwe wetgeving en digitalisering moeten de dienstverlening toegankelijker maken. Hoe wordt geborgd dat minder digitaal vaardige inwoners niet buitenspel staan? Binnen burgerzaken is nog veel inhoudelijke groei nodig. Is de huidige formatie en scholing voldoende om dit te realiseren? Inwoners gaven een 8,6–8,7 voor klantcontact in 2025. Hoe voorkomt het college dat dit cijfer daalt door
27
Dit is toegelicht in de themasessie Dienstverlening op 19 augustus 2025. In 2026 is het doel om de 75% vast te houden.
28
In onze dienstverleningsvisie is geborgd dat alle kanalen open blijven, maar we verleiden met het digitale kanaal. De burger bepaalt de wijze waarop de producten en diensten worden afgenomen.
27
Zoals in de themabijeenkomst Dienstverlening op 19 augustus 2025 aangegeven lijkt de huidige formatie voldoende om inhoudelijk te kunnen groeien, nieuwe ontwikkelingen te verwerken en te borgen in de dienstverlening.
27
Blijven investeren in een goede dienstverlening, door te blijven monitoren en verbeteringen te blijven doorvoeren.
Pagina 15 van 76
verdere digitalisering en uniformering? 7
VVD
8
D66
9
CDA
De MER-samenwerking wil processen uniformeren. Hoe wordt voorkomen dat lokaal maatwerk en identiteit van Maasgouw verloren gaan?
28
Wordt nog in overweging 27 genomen om onderdelen van de dienstverlening in de gemeenschapshuizen in de kernen aan te bieden? Totaal overzicht baten en 28 lasten: Algemene opmerking: een nadere toelichting op Totaaloverzicht baten en lasten ontbreekt. Ten opzichte van 2024 is er in 2025 en volgende jaren een substantieel verschil te zien in de ramingen van de baten- en kosten bedragen: - Begraafplaatsen en crematoria (stijging baten) - Burgerzaken (afgenomen baten) - Openbare orde en veiligheid (hogere lasten) - Begraafplaatsen en crematoria (hogere lasten)
De uniformering van processen binnen de MER-samenwerking is gericht op het vergroten van efficiëntie, kwaliteit en duidelijkheid voor inwoners en medewerkers. Tegelijkertijd erkennen we dat lokaal maatwerk en de eigen identiteit van Maasgouw belangrijk blijven. Het is niet volledig te voorkomen dat bepaalde lokale werkwijzen veranderen, maar we zorgen ervoor dat de uitvoering en uitstraling van de dienstverlening duidelijk herkenbaar Maasgouws blijven. Dat betekent dat inwoners nog steeds te maken hebben met de vertrouwde toon, uitstraling en benadering van de gemeente Maasgouw, ook wanneer de achterliggende processen regionaal zijn afgestemd. Op die manier combineren we de voordelen van uniforme werkwijzen met het behoud van de lokale identiteit. Dit is een politieke vraag.
Zie onderstaande toelichting voor de verklaring van de verschillen in lasten en baten voor de verschillende jaren: - Begraafplaatsen en crematoria (stijging baten) De stijging van begroting 2025 naar 2026 wordt veroorzaakt door de verhoging van de legestarieven. Zie hoofdstuk 1.2 en 1.3. voor de toelichting op de oplossingsrichtingen (verhogen inkomsten) alsmede hoofdstuk 4.1 - Burgerzaken (afgenomen baten) De verschillen worden veroorzaakt doordat er sprake is van piekmomenten reisdocumenten (geldigheidsduur reisdocumenten). - Openbare orde en veiligheid (hogere lasten) De verschillen worden o.a. veroorzaakt door het aantal gemeentelijke lijkschouwingen. In 2024 minder lijkschouwingen dan 2025. Verder is de bijdrage van het rijk verhoogd. Voorzichtigheidshalve zijn de lasten voor dezelfde stijging opgenomen, waardoor kosten en opbrengsten budgetneutraal zijn verantwoord. - Begraafplaatsen en crematoria (hogere lasten) Van 2024/2025/2026 doorbelasting salariskosten naar taakvelden i.v.m. de nieuwe capaciteitsberekening.
Waaruit bestaan deze substantiële ramingsverschillen? Pagina 16 van 76
10
LB
11
LB
Binnen het bereiken van de 28 doelen staat de ontwikkeling en implementatie van een omnichannel-concept, betere bereikbaarheid. Is er al enige duidelijkheid over de kosten wat dit met zich mee zal brengen? Totaaloverzicht baten en 28 lasten: Wat is de oorzaak van de stijging Openbare orde en veiligheid? Is hier niet een besparing op mogelijk door extra inzet van scholing?
Op de projectenkalender staat het project ‘omnichannel’ concept opgenomen voor 2027. Er is momenteel nog géén inschatting te geven van kosten die dit met zich meebrengt.
Zie beantwoording vraag 9, Openbare orde en Veiligheid. Besparing; nee.
Pagina 17 van 76
3.3 SOCIAAL DOMEIN (pag. 29 - 41) Nr. Fractie
Vraag
Betreft pag.
1
VVD
Welke indicatoren meet het 29-30 college voor effectiviteit armoedebeleid en hoe wordt de raad hierover geïnformeerd?
2
VVD
Hoeveel middelen zet het college structureel in op preventie jeugdzorg en Wmo en wat zijn de verwachte effecten?
3
VVD
Hoe worden middelen voor onderwijsachterstanden, NT2 en gezondheidsbevordering ingezet en geëvalueerd?
4
VVD
Preventieve investeringen leveren vaak geen direct meetbare baten op. Hoe toont het college toch de effectiviteit hiervan aan?
32
5
VVD
32
6
VVD
Er start een digitaal buurtnetwerk voor ontmoeting en betrokkenheid. Hoe wordt succes gemeten en hoe borgt men privacy en veiligheid? Maasgouw wil toetreden tot MGR Jeugd Limburg. Hoe beïnvloedt dit de kwaliteit en kosten van jeugdzorg en behoudt de gemeente grip?
32
Antwoord Om de effectiviteit van het armoedebeleid te meten hebben we in 2024 het huidige armoedebeleid geëvalueerd. We hebben teruggekeken naar de ambities die de gemeenteraad in december 2019 heeft vastgesteld, de cijfers geanalyseerd en er is gesproken met de partners in het maatschappelijk middenveld én onze inwoners uit de doelgroep. De gemeenteraad is geïnformeerd over deze evaluatie tijdens een themabijeenkomst in augustus 2024. We interpreteren de vraag zo dat hier bedoeld wordt het voorkomen van maatwerkvoorzieningen jeugdhulp en Wmo. Dit is zo breed waardoor het niet mogelijk is om hier een concreet antwoord op te geven. Daarbij is het zo dat organisaties naast preventieve taken ook andere taken uitvoeren. Het is dan niet mogelijk uit te filteren welk deel van de bekostiging naar preventie gaat. Middelen om in te zetten op preventie zijn niet alleen financieel van aard. De vraag is te breed gesteld en nooit te beantwoorden. De effecten van preventieve activiteiten binnen jeugdhulp en Wmo zijn vaak lastig direct meetbaar, maar kunnen op termijn zichtbaar worden via indicatoren zoals verminderde zorgvraag, verhoogde zelfredzaamheid en verbeterde maatschappelijke participatie. Evaluatie en monitoring Onderwijsachterstanden: Evaluatie gebeurt via landelijke programma’s zoals het NRO-onderzoeksprogramma, dat de besteding en effecten van OAB-gelden onderzoekt.
[www.nro.nl] CBS publiceert achterstandsscores en indicatoren die gemeenten en scholen kunnen gebruiken voor monitoring. [www.cbs.nl] NT2 en gezondheidsbevordering: Evaluatie NT2 en activiteiten op het gebied van gezondheidsbevordering doen we samen met de ketenpartners. Resultaten worden gedeeld via P&Cproducten, themabijeenkomsten en raadsinformatiebrieven. Preventieve investeringen in jeugdhulp en Wmo leveren vaak geen direct meetbare resultaten op. Effecten worden meestal pas op langere termijn zichtbaar en zijn zelden eenduidig toe te schrijven aan één maatregel. Trends en vergelijkende cijfers geven wel richting. Zo kent Maasgouw relatief lage aantallen jeugdhulpgebruikers binnen de MLO-regio, al is dit niet direct te koppelen aan lokaal beleid. De raad wordt via themabijeenkomsten, raadsinformatiebrieven, raadsvoorstellen en de reguliere P&Cproducten geïnformeerd over voortgang en resultaten. Middels een dashboard kunnen wij het aantal huishoudens en aantal contacten tussen buren monitoren. Er is vooraf geen succesfactor geformuleerd. Verwerker zorgt voor passende technische en organisatorische maatregelen om de Persoonsgegevens goed te beveiligen. Zie hopl.com/instellingen/voorwaarden en privacy Wij willen toetreden, samen met alle Midden-Limburgse gemeenten, tot module 1 (op de onderdelen jeugd en Wmo) van de MGR Sociaal Domein Limburg Noord.
In lijn met de landelijke oproep tot regionale samenwerking. Wij zijn al toegetreden tot module 2 (Maatschappelijke opvang, beschermd wonen, bemoeizorg en preventie OGGZ). Een voorwaarde voor deze toetreding is dat de kosten voor van de backoffice uitvoering voor de gemeente zoveel als mogelijk (met uitzondering van indexaties) gelijk blijven. De kosten van de inzet van de jeugdzorg hangen af van de zorgvraag en niet van de Pagina 18 van 76
7
VVD
Er komt een toekomstgericht armoedebeleid. Welke nieuwe maatregelen kunnen inwoners concreet verwachten en hoe wordt het effect gemeten?
32
8
VVD
9
VVD
10
VVD
Een besparing van € 478.000 op 33 jeugdzorg in 2026 is opgenomen, maar de landelijke uitvoering loopt achter. Hoe realistisch is dit en wat is plan B als de besparing niet lukt? Na een succesvolle pilot wil 34 Maasgouw PW’ers structureel in dienst nemen. Hoe borgt het college financiering en begeleiding voor deze aanpak op lange termijn? Wegen worden onderhouden op 44 kwaliteitsniveau B. Is dit niveau voldoende voor veiligheid en duurzaamheid, en wat kost een hoger niveau A?
11
VVD
Groenbeheer kent niveau A in 44 kernen en niveau B in woonwijken. Hoe rechtvaardigt het college dit onderscheid en kan het onderhoudsniveau in wijken omhoog?
samenwerkingsvorm. De toegang blijft hetzelfde, namelijk via het CJG. We streven ernaar in onze opdrachtgeversrol richting aanbieders sterker te staan, omdat we dan met 14 gemeenten samenwerken. We hebben nu al dienstverleningsovereenkomsten met de MGR voor de uitvoering van de backofficetaken op onderdelen van jeugdhulp. Op basis van de evaluatie en de kwalitatieve gesprekken met de partners in het maatschappelijk middenveld en de inwoners uit de doelgroep bleek dat de geïnterviewden van mening waren dat Maasgouw een verscheidenheid aan regelingen kent die beschikbaar zijn voor inwoners uit de doelgroep en er geen instrumenten of maatregelen gemist werden. Voor het nieuwe armoedebeleid willen we de huidige armoederegelingen en instrumenten behouden en verstevigen, de twee tijdelijke regelingen (inkomensgrens 130% en Volwassenenfonds Sport en Cultuur) structureel implementeren en inzetten op een hoger bereik van de doelgroep. Ook de volgende beleidsperiode wordt, net als nu gebeurd is, tussentijds gemonitord en geëvalueerd. Zie voor het antwoord vraag 4 met betrekking tot Onderdeel ‘Vragen m.b.t. raadsvoorstel/ besluit op pagina 1 van dit document.
De structurele inzet van personen met een Participatiewet-uitkering (PW’ers) binnen de gemeentelijke organisatie wordt geborgd door deze functieplaatsen op te nemen in de reguliere formatie en begroting. De gemeente ontvangt Loonkostensubsidie voor deze medewerkers op basis van de loonwaarde.
Ja, niveau B is voldoende voor veiligheid en duurzaamheid. Kwaliteitsniveau B is het basisniveau zoals gehanteerd in de landelijke CROW-systematiek en wordt door de meeste Nederlandse gemeenten als streefniveau aangehouden. Het biedt voldoende veiligheid en functionaliteit tegen aanvaardbare kosten. Op lagere niveaus gaan we pas over naar onvoldoende kwaliteit en veiligheid. Een nieuwe verharding begint altijd op een hoog kwaliteitsniveau (A+), dat na verloop van tijd geleidelijk afneemt. Bij kwaliteitsniveau A vervang je of onderhoud je de verharding eerder om dat hoge niveau te behouden. De kosten van het vervangen bij niveau A blijft gelijk als bij niveau B, maar deze ingrepen vinden dan alleen vaker plaats dan bij kwaliteitsniveau B (bijv. van eens in 20 jaar naar eens in 15 jaar). Dit is kostentechnisch onwenselijk, aangezien de weg nog makkelijk een aantal jaren had meegekund binnen alle bestaande normen en waarden. In de kernen waar onderhoudsniveau A geldt hebben niet alleen de functie wonen. De kerngebieden dienen vaak ook als winkelgebied, voor horeca, toerisme, recreatie en overige openbare gelegenheden. Dit zijn gebieden welke vaak bezocht worden en zijn het visitekaartje van de gemeente. In deze gebieden wordt het groen ook meer ervaren omdat hier relatief veel activiteit plaatsvindt ten opzichte van de woonwijken.
Het niveau in woonwijken kan omhoog met de nodige investeringen, maar men kan zich afvragen welke meerwaarde dit heeft en of de extra kosten wel opwegen tegen de baten. Pagina 19 van 76
12
VVD
Voor openbare verlichting moet 45 een beheerder OVL worden aangesteld à € 40.000. Is dit bedrag noodzakelijk en kan dit efficiënter regionaal georganiseerd worden?
Ja, dit is noodzakelijk. Momenteel wordt deze capaciteit ingehuurd maar wetgeving (wet DBA) verbiedt het structureel inhuren van ZZP’ers door gemeentes. Hier wordt sinds kort streng op gehandhaafd door de belastingdienst. Deze wet wil het in huis halen van kennis in gemeentes stimuleren. Zodoende is er besloten om een (parttime) beheerder OVL aan te stellen. Maasgouw heeft zelf geen nodige technische inhoudelijke kennis in huis. Dit is niet regionaal in te regelen, aangezien elke gemeente zijn eigen beleid voert, zijn eigen organisatiestructuur en specifieke areaal heeft.
13
VVD
Voor de Waage Naak te Wessem 46 wordt € 1,56 miljoen geïnvesteerd in een rotonde. Is dit budget toereikend en hoe wordt met kostenstijgingen of vertragingen omgegaan?
De voorbereidingsfase van het betreffende project moet nog worden opgestart. De raming van het project is gebaseerd op kengetallen en benchmark met vergelijkbare projecten. Daarbij is rekening gehouden met de voorziene investeringskosten inclusief een opslag voor een onzekerheidsreserve. Daarbij wordt opgemerkt dat er altijd een overschrijdingskans over blijft. Na het ter beschikking stellen van de middelen wordt gestart met het uitvoeren van onderzoeken en verdere risicoanalyses. Tevens worden faseringen en projectplanningen opgesteld, contractuele afspraken met marktpartijen gemaakt en vindt tevens monitoring plaats via de gebruikelijke voortgangsrapportages om tijdig te kunnen bijsturen indien dat noodzakelijk blijkt te zijn.
14
VVD
Het gaat hier over een subsidie aan Don Bosco ten behoeve van de exploitatie en inventaris.
15
VVD
BV Don Bosco 35 Welke subsidieactiviteiten worden hier bedoeld ? In 2025 zouden we een voorstel 37 doen voor een nieuw armoedebeleid. Waarom dan wel deze financiële aanpassingen?
16
D66
Laagste aantal jeugdzorgcliënten; is dit ook relatief bekeken? (naar aantal jeugdigen, inkomenscategorieën etc.)
33
Gezien de eerdere positieve signalen over het continueren van de bestaande maatregelen binnen het armoedebeleid, die in het nieuwe armoedebeleid worden verankerd, is ervoor gekozen om hier alvast financieel op vooruit te lopen. Dit past binnen de wens om een zo realistisch mogelijke begroting te presenteren en bij te dragen aan een robuust meerjarig financieel perspectief. Om die reden is het verwachte financiële effect van het nieuwe armoedebeleid reeds opgenomen in de kadernota en de meerjarenbegroting. De gemeenteraad zal op een later moment via een separaat raadsbesluit formeel besluiten over de inhoud en vaststelling van het nieuwe armoedebeleid. Zie onderstaand het absolute aandeel en relatieve aandeel afgezet tegen aantal inwoners (gemeenteomvang). Waarbij het vergelijken met Echt-Susteren en Roerdalen een meer representatieve vergelijking is als met de gemeente Roermond. Gemeente
Inwoners (1-1 2024 CBS)
Maasgouw Roerdalen Echt-Susteren Pagina 20 van 76
24.406 20.806 32.041
Doorverwijzingen per 1.000 inwoners 17,8 25,9 27,4
Roermond 17
D66
18
D66
19
D66
20
D66
21
D66
22
NLM
23
NLM
Bij Toekomstbestendige zorg staan verwijzingen naar voetnoten die er vervolgens niet staan. Par 3.3.4: Wat is de doorlooptijd voor een indicatiestelling? Is die kort genoeg om een gezin niet (verder) in de problemen te brengen? (kinderopvang) Hoe en hoe snel komt de kwetsbare doelgroep terecht bij WSP?
34
Is 30K toereikend voor het doel vakonderwijs Muziek op alle scholen? 6.811: Waarom fluctueren de bedragen over de jaren zo erg (ca 100K)?
39
In het tweede kwartaal van 2025 is er sprake van 75% zelf oplossend vermogen voor het klant Contact center. Graag hadden we een uitleg van het ‘zelf oplossend vermogen’. Hoe was dit percentage in 2024 en het eerste kwartaal van 2025? Er valt te lezen dat voor het armoedebeleid speciale
Pagina 27
36
38
41
25,8
Bij het omzetten van de tekst zijn de verwijzingen weggevallen. Bij de verwijzing naar doorbraakteam hoort deze link: https://www.doorbraakmethode.nl/blog/doorbraakmethode Bij de verwijzing naar reablement hoort deze link: Wat is reablement - Reable Nederland Op een aanvraag wordt binnen maximaal 6 weken een besluit genomen. Er krijgen geen signalen dat deze termijn te lang is. Er wordt maatwerk geleverd waar nodig.
Kwetsbare inwoners met een uitkering of afstand tot de arbeidsmarkt worden via intake en beoordeling door de klantmanager werk van SC MER doorgeleid naar het Werkgeversservicepunt Midden-Limburg (WSP). De doorverwijzing vindt doorgaans binnen enkele weken na vaststelling van de re-integratiebehoefte plaats. De snelheid hangt af van de situatie van de cliënt (bijvoorbeeld schulden, zorgbehoefte of taalniveau) en de beschikbaarheid van een passend traject of werkgever. Via het WSP worden kandidaten gekoppeld aan regionale werkgevers, werkleerplekken en subsidieregelingen. Door de nauwe samenwerking binnen de Arbeidsmarktregio Midden-Limburg kan Maasgouw kwetsbare doelgroepen steeds sneller en gerichter richting werk bemiddelen. Of het bedrag van € 30.000 toereikend is, zal blijken uit de evaluatie. De bijstelling is het gevolg van een ontvangen subsidie van het Rijk voor “Vroegsignalering en opvolging in de wijk” ad. € 358.928. Deze subsidie loopt tot en met het jaar 2027. In de 1e prorap 2025 zijn zowel de uitgaven alsook de inkomsten budgettair neutraal voor 2025 met € 194.430, voor 2026 € 95.715 en voor 2028 met € 71.783 bijgesteld. Abusievelijk is het jaar 2028 begroot i.p.v. het jaar 2027. Hierdoor ontstaat een verkeerd beeld. De inkomst alsook de besteding loopt geleidelijk af. Dit is toegelicht in de themasessie Dienstverlening op 19 augustus 2025.
Het zelf oplossend vermogen omvat die telefoontjes die bij het Klant Contact Centrum (KCC) binnen komen en die ze zelf kunnen afhandelen. -
Pagina 37
60.743
Kwartaal 4 2024: 72% Kwartaal 1 2025: 74%
We onderzoeken manieren om ouderen (en jongeren) beter te bereiken en te ondersteunen. In de komende beleidsperiode geven we speciale aandacht aan het bereik van ouderen (en jongeren). Dit doen Pagina 21 van 76
aandacht is voor de doelgroepen ouderen en jongeren. Hoe ziet die aandacht er uit voor ouderen? Zijn daar concrete projecten voor? Is daar ook extra financiering voor? 24
NLM
25
CDA
26
CDA
27
CDA
De bijdrage voor gemeente maasgouw voor het werkgeversservicepunt Midden Limburg oost (WSP MLO) gaat in 2026 €69.400 kosten en structureel vanaf 2027 €104.400. Waarom gaat die kosten substantieel omhoog in 2027 terwijl Roermond dit na 2025 al niet meer financiert. In de derde alinea valt te lezen ‘Zo starten we in 2026 met een digitaal buurtnetwerk’. Is hier geen sprake van ‘nieuw beleid’? Haalbaarheid besparing jeugdzorg: Onderaan dit kopje wordt een opsomming gegeven. Echter, de 1e bullet is onvolledig. Wat had hier moeten staan? Wat wordt hier bedoeld? Participatiewet: “vervangen we vanaf 2026 met PW’ers geleidelijk de uitstromende SW’ers: 1 fte in 2026, gevolgd door gemiddeld 0,5 fte per jaar in de jaren daarna. De totale opgave bedraagt 35 fte, verdeeld over een periode van 40 jaar.”
Pagina 38
we door ons te laten adviseren door ervaringsdeskundigen, het maatschappelijk middenveld nog meer te wijzen op de risico’s die deze doelgroepen lopen en de noodzaak om vroegtijdig te signaleren en gerichte voorlichting te geven over bijvoorbeeld digitale (on)veiligheid. Ouderen vormen een belangrijke risicogroep voor armoede. Hoewel er regelingen zijn om ouderen te ondersteunen, bereiken we hen vaak niet of te laat. Veel ouderen maken geen gebruik van gemeentelijke regelingen door een gebrek aan kennis, sociale isolatie, schaamte en de digitale kloof. We gaan hier gericht acties op in zetten om het bereik te vergroten. De claim die er nu ligt in de begroting 2026 sorteert voor op de doelstellingen van het nieuwe armoedebeleid dat voorgelegd wordt aan de gemeenteraad in het eerste kwartaal van 2026. De stijging vanaf 2027 wordt veroorzaakt door de herverdeling van extra kosten binnen het WSP MLO en de structurele borging van aanbodgerichte dienstverlening. Alle deelnemende gemeenten, inclusief Roermond, betalen mee aan de totale kosten. Sommige extra kosten die voorheen projectmatig of door specifieke gemeenten werden gedragen, worden vanaf 2026 evenredig over alle gemeenten verdeeld, waardoor de bijdrage van Maasgouw stijgt.
Vanaf 2026 worden de kosten verdeeld op basis van: · Inwoneraantal voor overige en additionele kosten; · Aantal plaatsingen voor extra kosten (jobhunters jongeren/statushouders). De totale inzet wordt evenredig over de vijf gemeenten verdeeld. Voor Maasgouw is dit berekend op basis van inwoneraantal en plaatsingen. Voor 2027 wordt de bijdrage bepaald aan de hand van de plaatsingen in 2025 (T-2), rekening houdend met de P&C-cyclus.
32
Hier is geen sprake van nieuw beleid maar uitvoering van bestaand beleid op het gebied van het versterken van de sociale basis.
33
De juiste opsomming is: · sneller en passender hulp te bieden; · af te schalen waar dat kan; · intensieve samenwerking met regiogemeenten; · versterking van de sociale basis en informele hulpbronnen.
34
De berekening van 1 fte in 2026 en gemiddeld 0,5 fte per jaar daarna leidt in 40 jaar tot circa 20,5 fte. De totale opgave van 35 fte omvat echter niet alleen de geplande vervanging van uitstromende SW’ers, maar ook: · Uitbreiding of versterking van de inzet van PW’ers bovenop de vervanging, bijvoorbeeld voor nieuwe taken, vergrijzing of extra ondersteuning in de uitvoering van het Participatiewetbeleid; · Onzekerheden in uitstroomplanning: niet alle SW’ers stromen volgens een lineair patroon uit, waardoor extra fte’s beschikbaar moeten blijven om pieken in vervangingsbehoefte op te vangen; · Toekomstige beleidsmatige opgaven binnen de Participatiewet die nog niet volledig zijn vertaald naar jaarlijkse vervangingsfte. jaar, maar de opgave is 35fte, wat gebeurt er met de resterende 14,5 fte die we als opgave hebben? Kortom, de resterende 14,5 fte is als buffer en aanvullende opgave opgenomen, Pagina 22 van 76
28
29
30
CDA
CDA
CDA
Als we de berekening maken van de vermelde getallen dan komen we uit op 20,5fte in 40 jaar, maar de opgave is 35fte, wat gebeurt er met de resterende 14,5 fte die we als opgave hebben? Toekomstbestendige zorg: 34 In de opsomming wordt zowel bij de 1e als de laatste bullet, met een cijfer achter de woorden ‘doorbraakteam’ en ‘reablement’ ergens naar verwezen. Onduidelijk is echter waar deze naar verwijzen, want dit komt nergens in het document terug… Wat is het nut hiervan cq welke informatie ontbreekt? Hoofddoel 3.3.4 Sociale 36 basisinfrastructuur, gezondheid en inclusie Sociaal medische indicaties kinderopvang: “Omdat deze tarieven jaarlijks stijgen is het huidige budget onvoldoende en zijn er extra middelen nodig.” Hieruit maken we op dat dit dus reeds bestaand beleid is? Hoeveel bedraagt het huidige budget? En om welke aantallen hebben we het die hier gebruik van maken binnen Maasgouw? Algemene opmerking: in de programmabegroting ontbreekt naar ons idee een paragraaf met betrekking tot senioren/ouderenzorg en
37
zodat de gemeente over de lange termijn voldoende capaciteit heeft om zowel vervanging als extra inzet van PW’ers te realiseren.
Bij het omzetten van de tekst zijn de verwijzingen weggevallen. Bij de verwijzing naar doorbraakteam hoort deze link: https://www.doorbraakmethode.nl/blog/doorbraakmethode Bij de verwijzing naar reablement hoort deze link: Wat is reablement - Reable Nederland
Vergoeding van de kosten van de kinderopvang op grond van een sociaal medisch indicatie is een lokale vangnetregeling naast de landelijke Wet kinderopvang. Dit is in Maasgouw sinds 2022 geregeld in de Deelverordening ‘gemeentelijke bijdrage kosten kinderopvang op grond van een sociaal medische indicatie gemeente Maasgouw’ en is daarmee bestaand beleid. Het huidige budget is € 195.345. Dit is inclusief de incidentele verhoging van € 50.000 voor 2024 en 2025. Nu wordt gevraagd om dit bedrag structureel te verhogen naar € 195.345. Er maken momenteel 29 kinderen (18 gezinnen) gebruik van deze regeling. Het is een open-eind regeling wat wil zeggen dat het aantal aanvragen afhangt van de geconstateerde noodzaak door onze adviseurs: jeugdverpleegkundige, jeugdarts, Centrum voor Jeugd en Gezin en Sociaal wijkteam.
Het programma toekomstbestendige zorg (waaronder de facilitering van de sociale basis binnen GALA en IZA) richt zich op de vergrijzing in Maasgouw. Veel projecten en processen die worden uitgevoerd spelen in op de behoeften van senioren. Denk hierbij aan het ontmoetingspunt voor inwoners met dementie en hun mantelzorger, de huiskamers plus, sociaal wijkteam, de ondersteuning van inwonersinitiatieven en valpreventie. Pagina 23 van 76
beleid. Dit is wel gewenst gelet op de demografische situatie. 31
CDA
32
CDA
33
CDA
Hoofddoel 3.3.5 Arbeid, inkomen en participatie Werkgeversservicepunt Midden Limburg Oost (WSP MLO): Waarom kost dit vanaf 2027 €104.400 terwijl dit volgend jaar slechts €69.400 kost? En als tussentijds nog onderzocht moet worden hoe de doelgroep na 2027 effectief ondersteund kan worden, waarom worden de kosten nu dan structureel opgenomen in de begroting en niet incidenteel voor 2026 en 2027? Hoofddoel 3.3.6 Cultuur, sport en accommodaties Nieuwe structuur en governance Stichting Menswel Beheer Maasgouw (SMBM) “Tevens maken we gebruik van de resterende looptijd van het huidige contract met SMBM tot 1 januari 2028 om te onderzoeken welke beheersvorm vanaf dat moment het beste aansluit bij de ambities en positie van Maasgouw.” Gaat de gemeente dit zelf doen? Of wordt hier een extern adviesbureau voor ingeschakeld? “Echt-Susteren heeft besloten om … een nieuwe gefuseerde stichting Menswel op te richten.”
38
De stijging van €69.400 in 2026 naar €104.400 vanaf 2027 wordt veroorzaakt door de herverdeling van extra kosten binnen het WSP MLO en de structurele uitbreiding van dienstverlening: · Vanaf 2026 worden de kosten van extra inzet (jobhunters, jobcoaches en aanbodgerichte dienstverlening) verdeeld op basis van inwoneraantal en aantal plaatsingen. · Sommige extra kosten die voorheen projectmatig of door specifieke gemeenten werden gedragen, worden nu evenredig over alle deelnemende gemeenten, inclusief Roermond, verdeeld, waardoor de bijdrage van Maasgouw stijgt. De keuze om de kosten structureel op te nemen in de begroting is gemaakt omdat: · Het WSP MLO een continu en regionaal dienstverleningsaanbod biedt, essentieel voor duurzame arbeidsparticipatie van inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt; · Structurele borging van personeel en diensten nodig is om de kwaliteit en continuïteit van de dienstverlening te waarborgen; · Een incidentele begroting voor 2026–2027 niet zou aansluiten bij de langjarige afspraken en de P&C-cyclus, waardoor onzekerheid over financiering en inzet van personeel ontstaat. Kortom: de structurele opname waarborgt dat Maasgouw blijvend toegang heeft tot een volledig en kwalitatief hoogwaardig WSP-aanbod, terwijl tussentijdse evaluaties en onderzoek naar optimale ondersteuning van de doelgroep na 2027 nog plaatsvinden.
38
Het onderzoek wordt door externe inhuur uitgevoerd.
38
We nemen niet deel om onze bestuurlijke onafhankelijkheid te waarborgen en financiële aansprakelijkheid zonder zeggenschap te voorkomen.
Pagina 24 van 76
34
CDA
35
LB
36
LB
37
LB
Waarom zullen we als Maasgouw momenteel niet deelnemen aan de nieuwe stichting? M.b.t. projecten wordt verwezen naar de voortgangsrapportages projecten bij de programmarapportages. Waar kunnen wij deze terugvinden? Wat is de status van de Hervormingsagenda van de gemeente Maasgouw?
Hoe gaan we om met de snelle toenemende vergrijzing van de inwoners? Is hier een plan van aanpak voor opgemaakt? Zo niet wellicht plan van aanpak opstellen? Er staat geciteerd ‘we kijken uit naar de richting van een nieuw kabinet en gemeenteraad’. Welke verwachtingen hebben jullie dan van een nieuw kabinet en gemeenteraad?
39
De voortgangsrapportages projecten en gebiedsontwikkelingen worden bij iedere programmarapportage als bijlage toegevoegd. Zie in ibabs bij de raadsvergadering van 8 juli jl.: 1e prorap 2025 bijlage 2 en 3.
32
We werken lokaal en regionaal verder aan interventies uit de hervormingsagenda die zorgen voor zelfredzamere gezinnen, betere voorzieningen in de sociale basis voor gezinnen en een verminderde stijging in het gebruik van jeugdhulp. Met het onderwijs werken we regionaal samen aan een verbetering in de samenhang met onderwijs en jeugdhulp. Voor het schooljaar 2025-2026 worden twee thema’s uit de notitie ‘Anders denken, anders doen’ nader uitgewerkt: - de soepele overgang van jonge kinderen; en - onderwijszorgarrangementen. De regionale programmamanager zal concrete uitvoeringsplannen per thema opstellen. In 2026 voeren we daarom het volgende uit, het betreft maatregelen waar we al mee gestart zijn: • Praktijkondersteuner jeugd bij de huisarts (zie ook TBZ); • Kansrijke start (zie ook GALA en IZA); • Buurtgezinnen; • Streetcare; • Belangrijke ander; • Burgervoogd; • Doorontwikkeling lokaal team CJG Zie hiervoor de antwoorden op vraag 1 (onderdeel kerngegevens) en vraag 30 (onderdeel sociaal domein).
32
32
De opmerking verwijst niet naar politieke verwachtingen, maar naar de bestuurlijke context. Wij volgen de koers die zij bepalen. Zodra nieuwe akkoorden en beleidskaders bekend zijn, vertalen we die richting naar onze plannen en uitvoering.
Pagina 25 van 76