21206-BIJLAGE 1 Bilt 8A te Stevensweert Toelichting_Bilt 8A te Stevensweert_Toelichting
Tekst van het document
InfoMil heeft een NIBM-tool ontwikkeld waarmee een ‘worst-case’ berekening kan worden verricht, voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit. Dit rekenmodel toont aan dat tot 1.655 extra voertuigen (weekdaggemiddelde) niet in betekenende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Hierbij wordt uitgegaan van 0% vrachtverkeer.
32
Bestemmingsplan Bilt 8A te Stevensweert Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
M166517.015/ASA
Omdat de bedrijfsactiviteiten niet worden uitgebreid, zijn er door voorliggend planvoornemen geen extra verkeersbewegingen te verwachten. 5.5.3
Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is gericht op de beperking van de vestiging in de nabijheid van provinciale en rijkswegen van gevoelige bestemmingen, zoals gebouwen voor kinderopvang, scholen, verzorgings- of verpleegtehuizen. Omdat geen sprake is van een gevoelige bestemming, is het besluit niet van toepassing op onderhavig planvoornemen.
5.5.4
Conclusie Gelet op vorenstaande vormt het aspect luchtkwaliteit geen belemmering voor onderhavige planontwikkeling.
5.6
Externe veiligheid Aangezien de activiteiten qua gebruik passen in het bestemmingsplan, is er op basis van de definities in het Bevi geen sprake van een nieuw (beperkt) kwetsbaar object. Een loods met een oppervlakte kleiner dan 5.000 m² wordt niet beschouwd als kwetsbaar object. Het gebruik als bedrijventerrein is te beschouwen als het toelaten van beperkt kwetsbare objecten en dat is in het vigerende bestemmingsplan toegestaan. Een diepgaande beoordeling van de risico's voor de externe veiligheid is niet nodig.
5.6.1
Beleid Het beleid in het kader van de externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico’s voor de omgeving voor wat betreft handelingen met gevaarlijke stoffen. Deze handelingen kunnen zowel betrekking hebben op het gebruik, de opslag en de productie van gevaarlijke stoffen, als op het vervoer van deze stoffen. Uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en de richtlijnen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen, vloeit de verplichting voort om in het kader van ruimtelijke plannen in te gaan op de risico’s in het plangebied als gevolg van handelingen met gevaarlijke stoffen. Deze risico’s worden beoordeeld op twee soorten risico: het groepsrisico en het plaatsgebonden risico.
5.6.2
Groepsrisico Het groepsrisico beschrijft de kans dat een groep van 10 of meer personen tegelijkertijd komt te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit risico geeft een indicatie van de maatschappelijke ontwrichting in geval van een ramp. Het groepsrisico wordt uitgedrukt in een grafiek. In het Bevi is een verantwoordingsplicht binnen het invloedsgebied opgelegd, i.c. het gebied binnen de zogenaamde 1%-letaliteitsgrens, zijnde de afstand vanaf een risicobedrijf waarop nog slechts 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving overlijdt bij een ongeval op het risicobedrijf. Voor elke verandering van het groepsrisico, dit kan een af- of toename zijn, in het invloedsgebied moet verantwoording worden afgelegd. Deze verantwoording ziet toe op de wijze waarop de
Bestemmingsplan Bilt 8A te Stevensweert Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
33
M166517.015/ASA
toelaatbaarheid van de verandering van het groepsrisico in de besluitvorming is betrokken. Samen met de hoogte van het groepsrisico, worden ook andere aspecten meegewogen in de beoordeling van het groepsrisico. Hieronder vallen onder meer de zelfredzaamheid en de bestrijdbaarheid van een calamiteit. 5.6.3
Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico beschrijft de kans dat een onbeschermd individu in een jaar komt te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in risicocontouren rondom de risicobron. Voorbeelden van risicobronnen zijn bedrijven, wegen en spoorlijnen. De 10-6-contour is de maatgevende grenswaarde. Dit houdt in dat er een kans van 1 op 1 miljoen is op overlijden. (Beperkt) kwetsbare objecten Er moet getoetst worden aan de richtlijnen voor vervoer van gevaarlijke stoffen, waarbij de realisatie van (beperkt) kwetsbare objecten wordt toegestaan. Voorbeelden van dergelijke objecten zijn woningen, ziekenhuizen, scholen, hotels en restaurants. Risicovolle bronnen De dichtst bijgelegen risicovolle bron is gelegen op een propaantank gelegen aan het adres Eiland 34 op een afstand van circa 980 meter. De PR 10-6-risicocontour bedraagt 20 meter. Het plaatsgebonden risico vormt derhalve geen belemmering voor de planontwikkeling.
5.6.4
Transportassen Transport over waterwegen Ten aanzien van de veiligheidsrisico’s in het plangebied als gevolg van het vervoer van gevaarlijke stoffen over het water zijn uitsluitend waterwegen van belang waar vervoer van gevaarlijke stoffen in bulkvervoer is toegestaan. Uit het Basisnet water blijkt dat voor de gehele Maascorridor een PR10-6 risicocontour geldt van 0 meter. De PR10-6 risicocontour reikt derhalve niet tot aan het plangebied. De Maascorridor ligt op 650 meter van het plangebied. Het maximale invloedsgebied ten gevolge van het transport van gevaarlijke stoffen over waterwegen bedraagt 1.070 meter. Derhalve reikt het invloedsgebied van deze waterweg wel tot de planlocatie. Omdat het echter geen kwetsbaar object betreft en de personendichtheid ter plekke niet toeneemt, vormt het invloedsgebied geen belemmering voor voorliggend planvoornemen. Transport over spoor Ten aanzien van de veiligheidsrisico’s in het plangebied als gevolg van het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor zijn uitsluitend spoorwegen van belang waar vervoer van gevaarlijke stoffen in bulkvervoer is toegestaan. Binnen een straal van 1.000 meter zijn geen spoorwegen gelegen waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Transport over wegen In een straal van 1.000 m rond het plangebied bevinden geen wegen waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd.
34
Bestemmingsplan Bilt 8A te Stevensweert Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
M166517.015/ASA
5.6.5
Transport-/ buisleidingen Op 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen in werking getreden. Deze AMvB regelt onder andere welke veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden rond buisleidingen met gevaarlijke stoffen, zoals aardgas. Situatie plangebied inzake transportleidingen Op een afstand van 730 meter ligt een aardgasleiding (Z-540-01) met een diameter van 14,49 inch en een ontwerpdruk van 40 bar. Tevens bevindt zich op een afstand van 820 meter een aardgasleiding (Z-540-27) met een diameter van 6,61 inch en een ontwerpdruk van 40 bar. De PR 10-6-risicocontour ligt ter plekke van de leidingsecties op de leidingen zelf en bedraagt 0 meter. Het plaatsgebonden risico vormt derhalve geen belemmering voor het bouwplan. De 100% letaliteitsgrens, zijnde het gebied waarin 100% van de personen overlijdt in geval van een calamiteit, is op 180 meter van de leidingen gelegen. Voor het groepsrisico geldt dat de 1% letaliteitsgrens op 440 meter ligt. Het plangebied is gelegen buiten de 1% letaliteitsgrens van de buisleiding, waardoor de buisleidingen geen belemmering vormt voor voorliggend planvoornemen.
5.6.6
Resultaten en conclusies externe veiligheid Als gevolg van onderhavige planontwikkeling ontstaan er geen (extra) risico’s in het kader van externe veiligheid. Daarbij kan worden gesteld dat de zelfredzaamheid in casu goed te noemen is. Ook is de bereikbaarheid van de locatie bij een eventuele calamiteit goed. Hierdoor is de planontwikkeling in het kader van de externe veiligheid verantwoord te noemen. Gelet op vorenstaande vormt het aspect externe veiligheid geen belemmering voor onderhavige planontwikkeling.
Uitsnede Risicokaart Limburg met aanduiding plangebied
Bestemmingsplan Bilt 8A te Stevensweert Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
35
M166517.015/ASA
5.7
Archeologie
5.7.1
Archeologische monumentenzorg (Erfgoedwet) Archeologische waarden zijn bij wet beschermd. Daaromtrent zijn in de Erfgoedwet bepalingen opgenomen die de gemeenteraad in acht moet nemen.
5.7.2
Archeologische verwachtingswaarden Voor het plangebied is ten aanzien van het aspect archeologie de ‘Archeologische waarden- en verwachtingskaart’ van de gemeente Maasgouw geraadpleegd.
Uitsnede de ‘Archeologische waarden- en verwachtingskaart’ met aanduiding plangebied
Op grond van de bovenstaande kaart is voor het plangebied sprake van lage archeologische verwachtingswaarden. Derhalve is geen dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ opgenomen. Op grond van het gegeven dat het plangebied op de archeologische waardenkaart gelegen is, in een gebied met een lage verwachtingswaarde en dat er hier in beleidsmatig opzicht geen ‘archeologische restricties’ gelden, rechtvaardigt het niet opnemen van de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ in de regels van het bestemmingsplan. Op basis van de Erfgoedwet geldt echter de verplichting dat, indien tijdens toekomstige graafwerkzaamheden desondanks archeologische materialen en/of sporen aangetroffen worden, deze per direct gemeld dienen te worden bij de gemeente Maasgouw.
36
Bestemmingsplan Bilt 8A te Stevensweert Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
M166517.015/ASA
5.8
Cultuurhistorie Het plangebied is niet gelegen in een beschermd dorpsgezicht. Tevens is geen sprake van een Rijksof gemeentelijk monument ter plekke. Ook bevinden zich in de nabijheid van het plangebied geen monumentale gebouwen of objecten die van invloed kunnen zijn op voorgenomen ontwikkeling. Het beschermde dorpsgezicht van Stevensweert bevindt zich op een afstand van 630 meter van het plangebied. De huidige loods is opgetrokken in een eenvoudige, utilitaire architectuur, zoals dat gangbaar is voor dergelijke bedrijfsgebouwen. De materialisatie is staal. Het gebouw wordt afgedekt door een flauw hellend zadeldak. De uitbreiding kent dezelfde vormgeving en is derhalve passend bij de bestaande bouw. Vanuit cultuurhistorisch oogpunt bestaan er geen bezwaren tegen de voorgenomen plannen. De Omgevingscommissie van de gemeente Maasgouw heeft het bouwplan op 29 januari 2019 onder voorwaarden goedgekeurd. Die voorwaarden (kleurstelling beplating, deuren en raamkozijnen en plint naturel beton) zijn verwerkt in het bouwplan.
5.9
Kabels en leidingen Door het plangebied loopt een bovengrondse elektriciteitsleiding. Derhalve is voor een gedeelte van het plangebied de dubbelbestemming 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' van toepassing waarvoor de aangewezen gronden, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, bestemd zijn voor een hoogspanningsverbinding en bij de hoogspanningsverbinding behorende beschermingszone. Door het bouwvlak ter plaatse van de beschermingszone van de hoogspanningskabels te laten vervallen ontstaan er minder veiligheidsrisico’s. De bouwmogelijkheden binnen de beschermingszone zal door voorliggend planvoornemen komen te vervallen. De beoogde uitbreiding van de bedrijfsloods valt buiten het beschermingsgebied van de hoogspanningsverbinding, waardoor deze geen belemmering vormt voor voorliggend voornemen. De aanwezigheid van kabels en leidingen met betrekking tot de nutsvoorzieningen in de omgeving is evident. Bij het nader uitwerken van de aansluitingen, dient met de verschillende netwerkbeheerders contact te worden opgenomen.
5.10
Verkeer en parkeren Met betrekking tot onderhavige planontwikkeling dienen de (eventuele) gevolgen voor de verkeersstructuur alsmede het parkeren inzichtelijk te worden gemaakt.
5.10.1
Verkeersstructuur Het gemeentelijk verkeers- en vervoerbeleid is hoofdzakelijk weergegeven in het ‘Gemeentelijk Verkeers- en Vervoerplan, verkeersbeleid 2015-2025’ (vastgesteld in 2015). Het GVVP omschrijft de doelstellingen op het gebied van verkeer en vervoer. De hoofddoelstelling is een bijdrage te leveren aan het bevorderen van de verkeersveiligheid, bereikbaarheid en (verkeers)leefbaarheid in de
Bestemmingsplan Bilt 8A te Stevensweert Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
37
M166517.015/ASA
gemeente Maasgouw. Specifieke aandacht gaat hierbij uit naar de thema’s verkeersveiligheid, autoverkeer, goederenvervoer, langzaam verkeer, parkeren en openbaar vervoer. Het GVVP is tevens het toetsingskader voor toekomstige reconstructie- en nieuwbouwplannen. Voorgenoemde ontwikkeling bestaat uit het uitbreiden van de bestaande bedrijfsloods ter plekke het adres Bilt 8A. Voorliggende ontwikkeling voorziet niet in uitbreiding van capaciteit of van het intensiveren van de bedrijfsactiviteiten ter plekke. Derhalve kan worden gesteld dat nauwelijks tot geen sprake is van een toename van het aantal verkeersbewegingen van en naar het plangebied. De Bilt is een erftoegangsweg gelegen binnen de bebouwde kom van Stevensweert met een maximum snelheid van 50 km/uur. De bereikbaarheid van het plangebied via de Bilt is goed te noemen. De zeer beperkte verkeerstoename als gevolg van het realiseren van voorliggend planvoornemen is gezien de intensiteiten op de bovengenoemde weg geen probleem. Derhalve hoeven geen aanpassingen te worden verricht aan de verkeersstructuur.
5.10.2
Parkeren Het parkeren dient te voldoen aan het gemeentelijk beleid ‘Parkeernormen en parkeerbijdrageregeling gemeente Maasgouw’ (vastgesteld in 2011). In deze nota zijn de gemeentelijke parkeernormen inzichtelijk gemaakt voor burgers, bedrijven en ontwikkelaars zodat duidelijk is welke normen gehanteerd worden bij de betreffende bouwaanvraag. Hierdoor zal in de toekomst bij nieuwe ruimtelijke plannen en projecten zoals nieuwbouw, verbouw, uitbreiding of wijziging van functie in een parkeerbehoefte voorzien en waar mogelijk de bereikbaarheid en leefbaarheid te waarborgen. De nota gaat er van uit dat de aanvrager in eerste instantie zelf zorg draagt voor voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein. Overeenkomstig het gemeentelijke beleid ‘Parkeernormen en parkeerbijdrageregeling gemeente Maasgouw’ dient de initiatiefnemer in eerste instantie zorg te dragen voor voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein. Volgens de parkeernormering is het bedrijfspand aan de Bilt 8A gelegen in het restgebied van een niet-stedelijk gebied. De parkeernorm voor een stalling van boten is 0,9 parkeerplaatsen per 100 m² bruto vloeroppervlak. De parkeernorm voor een bedrijf is 2,8 parkeerplaatsen per 100 m² bruto vloeroppervlak. De uitbreiding van het bouwvlak is minder dan het huidige bestemmingsplan toelaat. Het huidige toegestane bouwvlak is 956 m². Het toekomstige bouwvlak is 948 m².
Aangezien er geen uitbreiding van het bouwvlak plaatsvindt, mag er ook niets aangegeven worden ten aanzien van de parkeerbehoefte omdat deze bij het vorige bestemmingsplan is aangegeven. Op tekeningen dient wel aangegeven te worden, waar de auto’s gaan parkeren. Deze tekeningen dienen ervoor, om te zien dat de auto’s niet parkeren op de plek waar de huidige uitbreiding in gesitueerd. In totaal gaat het dan om 1.323 m² + 948 m² = 2.271 m². Bij de vergroting van de bedrijfsloods gaat het om 26 extra parkeerplaatsen. In totaal gaat het bij onderhavig bedrijf om 64 parkeerplaatsen. Op tekening moet worden aangegeven waar de 64 auto’s kunnen parkeren.
38
Bestemmingsplan Bilt 8A te Stevensweert Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
M166517.015/ASA
Uitsnede landschapsplan met indicatieve ligging 64 parkeerplaatsen
5.11
Waterhuishouding
5.11.1
Nationaal Waterplan 2016-2021 In het Nationaal Waterplan 2016-2021 zijn de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de daartoe behorende aspecten van het nationale ruimtelijke beleid beschreven. Met dit Nationaal Waterplan voldoet Nederland aan de Europese eisen die voortvloeien uit de Kaderrichtlijn Water (KRW), de Richtlijn Overstromingsrisico`s (ROR) en de Kaderrichtlijn Mariene Strategie (KMS). De uitbreiding van de bedrijfsloods (ongeveer 1.425 m²) ligt volledig in het waterbergend rivierbed, welke in het bestemmingsplan is vastgelegd middels de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterbergend rivierbed’. De als zodanig aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor een waterbergende functie. Binnen de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterbergend rivierbed’ mag alleen worden gebouwd met toestemming van Rijkswaterstaat. Voorwaarde hierbij is dat er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het belang van het waterbergend rivierbed. Dit betekent dat voor de hoeveelheid waterbergend vermogen welke vervalt, compensatie moet worden geleverd door elders binnen het waterbergend rivierbed die hoeveelheid water middels maaiveldverlaging (afgraving) te compenseren. Deze compensatie bedraagt op grond van de uitbreidingsoppervlakte ongeveer 870 m³.
Aan de noordoostzijde is binnen de bestemming ‘Bedrijf’ binnen het waterbergend rivierbed ruimte aanwezig om deze compensatie te realiseren.
Bestemmingsplan Bilt 8A te Stevensweert Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
39
M166517.015/ASA
Compensatie waterbergend vermogen binnen het plangebied
Vooraf moet Rijkswaterstaat worden gehoord waarbij door Rijkswaterstaat wordt getoetst aan waterstaatkundige criteria. In dit kader is een watervergunningaanvraag ingediend op 26 juni 2019. 5.11.2
Provinciaal beleid De provincie Limburg kent als uitgangspunt dat verdroging zo veel mogelijk moet worden tegengegaan en dat de waterkwaliteit, met het oog op een duurzaam gebruik in de toekomst, erg belangrijk is. Verder sluit de provincie aan bij het beleid van de Vierde Nota Waterhuishouding om infiltratie van water in de bodem te bevorderen en water meer terug te brengen in stedelijk gebied. Binnen de waterbeheersplannen van Limburg is integraal waterbeheer een belangrijk begrip. Ook hier speelt verdroging en waterkwaliteit een belangrijke rol in het beleidsproces. Ter invulling van (specifiek) ecologische functies stelt het Waterschap onder andere dat, ter voorkoming van verdroging, grondwaterstanden (daar waar dat mogelijk is) verhoogd moeten worden door peilbeheer. Ook dient het rioleringsbeheer door gemeenten op en aan de aan watergangen en plassen toegekende functies, afgestemd te worden. Naast die ecologische functie dienen er ook mensgerichte hoofdfuncties ten behoeve van industrie of drinkwater ingepast te worden. Tevens dient er plaats te zijn voor mensgerichte nevenfuncties.
40
Bestemmingsplan Bilt 8A te Stevensweert Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
M166517.015/ASA
5.11.3
Watertoets Waterschap Limburg Vanaf 1 november 2003 zijn de overheden wettelijk verplicht om alle ruimtelijke plannen, die van invloed zijn op de waterhuishouding, voor advies voor te leggen aan de waterbeheerders. Tot juli 2004 kon het voorkomen dat, voor de watertoets verschillende waterbeheerders (waterschapsbedrijf, waterschap, provincie en Rijkswaterstaat) apart moesten worden benaderd. Die gaven dan afzonderlijke wateradviezen. Dat zorgde voor veel onduidelijkheid en papieren rompslomp. Daarom hebben de Limburgse waterbeheerders afgesproken om alle aanvragen in het hun betreffende gebied af te handelen via één loket: het zogenaamde watertoetsloket. Het loket is ondergebracht bij het Waterschap. Om te bepalen of een plan aan het watertoetsloket moet worden voorgelegd, is de ‘digitale watertoets’ ontwikkeld. Door middel van het intekenen van het plangebied en het beantwoorden van vragen wordt bepaald welke procedure van toepassing is. Voorliggend bestemmingsplan is aangemeld via de digitale watertoets. Uit het doorlopen van de toets is gebleken dat de normale watertoetsprocedure van toepassing is. Dit houdt in dat het Waterschap betrokken dient te worden bij de voorbereiding van het plan. Uit het toetsresultaat blijkt dat dit plan gevolgen kan hebben voor het waterbeheer.
Dit houdt in dat het waterschap een wateradvies geeft over het duurzaam waterbeheer binnen het plangebied. Dat advies wordt door de gemeente aangevraagd op grond van de conceptbestemmingsplanstukken.
5.11.4
Afvalwater en hemelwater Op welke wijze wordt omgegaan met het afval- en hemelwater binnen het onderhavige plangebied wordt hierna uiteengezet. Afvalwater Er is op het perceel een adequate voorziening aanwezig om het afvalwater afkomstig van de toiletten en afspuitplaats te verwerken. Deze voorziening bestaat uit een OBAS met slib afvangpunt en een gemaal op het perceel. Het afvalwater wordt via een persleiding geloosd op het gemeentelijk rioolstelsel. Hemelwater De uitbreiding van de bedrijfsloods mag geen extra belasting op het gemeentelijke riool veroorzaken met betrekking tot de afvoer van hemelwater. Hiervoor wordt het afkoppelbeleidsplan van de gemeente gevolgd. Het hemelwater vallend op de te realiseren verharde oppervlakken, ook al waren deze voorheen verhard, mag dus niet worden afgevoerd via het gemengde rioolstelsel in de Bilt. Op onderhavige locatie wordt voorgesteld om af te wijken van de voorkeursvolgorde van het beleidsplan en hemelwater te lozen op de Maas. Dit moet met de waterbeheerder worden afgestemd. Een dergelijke lozing is vergunningplichtig. Hiertoe is op 26 juni 2019 een Waterwetvergunning aangevraagd. Het hemelwater dat valt op de onverharde en semi-verharde terreindelen binnen het plangebied zal, zo nodig na beperkte oppervlakkige afstroming, rechtstreeks infiltreren in de bodem.
Bestemmingsplan Bilt 8A te Stevensweert Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
41
M166517.015/ASA
5.11.5
Conclusie Gelet op vorenstaande en de resultaten van de watertoets vormt het aspect waterhuishouding geen belemmeringen voor onderhavige planontwikkeling.
5.12
Natuur en landschap
5.12.1
Kernkwaliteiten Blijkens de kaart ‘Natuur’ van het POL2014 is onderhavig plangebied gelegen in de ‘Bronsgroene landschapszone’ (zie tevens paragraaf 3.2.1).
Uitsnede kaart ‘Natuur’ POL2014 met aanduiding plangebied
5.12.2
Natura2000 Natura2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Natura2000 gebieden worden bepaalde diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd door de biodiversiteit te behouden. Natura2000 gebieden worden beschermd door de ‘Wet Natuurbescherming’. Het meest nabijgelegen Natura2000-gebied is het op 1 kilometer gelegen ‘Grensmaas’.
42
Bestemmingsplan Bilt 8A te Stevensweert Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
M166517.015/ASA
Kaart ‘Natuurbeschermingsgebieden’ OvL2014 met aanduiding plangebied
5.12.3
Landschappelijk inpassingsplan Vanwege de ligging in het buitengebied is het Gemeentelijk Kwaliteitsmenu (GKM) van toepassing. Het volledige landschappelijk inpassingsplan is bijgevoegd in bijlage 2. Het plan heeft betrekking op het gehele bedrijfsperceel Bilt 8A in Stevensweert. Daarom wordt het gehele perceel betrokken bij de toepassing van het GKM. Het gaat hier om een solitair bedrijf in het buitengebied. Daarom is module 6 ‘Uitbreiding solitaire bedrijven’ van toepassing. De bestaande bedrijfsfunctie blijft gehandhaafd. Verder worden in het kader van het GKM de volgende maatregelen uitgevoerd: verkleinen van de oppervlakte van het bouwvlak met 8 m². Dit betekent dat er 8 m² minder bebouwing kan worden opgericht; realiseren van een landschappelijke inpassing en aanvullend groen. Extra compenserende maatregelen zijn niet aan de orde, omdat de uitbreiding van de bedrijfsloods binnen de bestemming ‘Bedrijf’ wordt gerealiseerd en binnen die bestemming een verkleining van het bouwvlak 8 m² plaatsvindt. De uitbreiding van een bedrijfslocatie in het buitengebied vraagt om een zorgvuldige landschappelijke inpassing. Vanwege het open zicht vanaf de Oude Maas, het agrarisch buitengebied en de Verlengde Oude Maasweg aan de overzijde van de Oude Maas, is afscherming middels beplanting aan de perceelsgrenzen zeer wenselijk.
In de onderhavige landschappelijke inpassing wordt voornamelijk gebruik gemaakt van de bestaande elementen op het terrein. Bestaande hagen en struwelen worden behouden en versterkt om de botenstalling zo veel mogelijk aan het zicht te onttrekken. Daarnaast wordt er voornamelijk aan de
Bestemmingsplan Bilt 8A te Stevensweert Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
43
M166517.015/ASA
noord- en oostzijde (waterkant) extra maatregelen genomen om het terrein daar ook grotendeels aan het zicht te onttrekken. Hierdoor ontstaat een groene omzoming van het terrein dat aansluit bij het karakter van haar omgeving. Waterkant Oude Maas: aan de waterkant van de Oude Maas is de aanplant van een gemengde haag met heesters met een eindhoogte van circa 3 tot 4 meter voorzien. De singel voorziet de locatie van een landschappelijke inpassing, gezien vanaf de Verlengde Oude Maasweg en per boot vanaf het water. Hierdoor worden de boten op het erf en de onderzijde van de loods grotendeels aan het zicht onttrokken. In het talud zal geen beheer plaatsvinden. Opslag van struiken wordt niet verwijderd. De talud zal daardoor spontaan verwilderen. Bestaande haag ten zuiden van de helling tewaterlating: de bestaande geschoren haag van circa 3 meter hoog aan de zuidzijde van de helling blijft behouden ten behoeve van de afscherming van het opslagterrein. De haag is reeds volgroeid en draagt zodoende bij aan de inpassing van de opslag, gezien vanaf de noordzijde. Noordoostzijde perceel vanaf de Bilt en de Schuttersweg: ter plaatse van de noordoostrand van het terrein wordt eveneens een singel met gemengde haag met een eindhoogte van circa 3 tot 4 meter aangeplant. Hierdoor wordt de opslag aan de noordzijde ingepast, gezien vanaf de Schuttersweg en de Bilt.
Noordzijde perceel bij de entree: naast de entree van de bedrijfslocatie wordt het bestaande struweel op de grondwal behouden en onderhouden. Hier zijn eveneens een rij populieren aanwezig welke ook worden behouden. Zuid en westzijde terrein botenstalling: op de zuid- en westzijde van het terrein wordt het bestaande struweel op de grondwal behouden en onderhouden. Indien nodig wordt de groensingel verdicht zodat aan deze zijde een dichte groensingel behouden blijft. De loods wordt zodoende aan deze zijde grotendeels aan het zicht onttrokken, gezien vanaf het agrarisch gebied ten oosten van de planlocatie.
Landschappelijk inpassingsplan
44
Bestemmingsplan Bilt 8A te Stevensweert Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
M166517.015/ASA
5.13
Flora en fauna
5.13.1
Algemeen Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet vervangt 3 wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. In deze wet zijn de onderdelen uit de Europese Habitatrichtlijn en onder meer de Vogelrichtlijn, die de bescherming van soorten betreft, geïmplementeerd. De wet biedt ook het kader voor de bescherming van inheemse dier- en plantensoorten die geen bescherming genieten op grond van de Habitatrichtlijn. Er gelden een aantal verboden ter bescherming van beschermde dier- en plantensoorten. Artikel 1.11 Wet natuurbescherming voorziet in een algemene verplichting voor een ieder om voldoende zorg te dragen voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving.
5.13.2
Soortenbescherming De beschikbare natuurgegevens van de provincie Limburg zijn vanwege hun ouderdom (> 10 jaar) niet meer relevant. Derhalve is op locatie een quickscan flora en fauna uitgevoerd (zie ook paragraaf 5.13.4). In deze quickscan wordt geconcludeerd dat ter plaatse geen beschermde flora en fauna wordt verstoord door onderhavig planvoornemen.
5.13.3
Gebiedsbescherming Voorliggend planvoornemen is getoetst aan de effectenindicator Natura 2000-gebieden. Hierin wordt weergegeven wat de mogelijke gevolgen zijn van het planvoornemen op het nabijgelegen Natura 2000-gebied ‘Grensmaas’. In onderhavig voornemen wordt binnen de bedrijfskavel de bestaande loods uitgebreid. Derhalve is geen sprake van oppervlakteverlies en versnippering van natuurgebied. Tevens is geen sprake van verontreiniging of verdroging van natuur. Ondanks de uitbreiding zullen de bedrijfsactiviteiten niet worden geïntensiveerd. Daarom zal geen sprake zijn van (een toename van) verstoring door geluid, trilling, mechanische effecten of van optische verstoring.
Effectenindicator
Bestemmingsplan Bilt 8A te Stevensweert Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
45
M166517.015/ASA
Voorliggend planvoornemen heeft derhalve geen negatieve gevolgen voor de omliggende natuurgebieden.
5.13.4
Verricht onderzoek Quickscan Flora en Fauna Gelet op de beschikbare gegevens is door Ecoplanning een quickscan flora en fauna uitgevoerd. De volledige rapportage is bijgevoegd in bijlage 4. Op basis van het literatuuronderzoek en het veldbezoek van 29 maart 2019 is gezien de aangetroffen terreinomstandigheden en de aard van het plan, een voldoende beeld van de natuurwaarden ontstaan. Uit de quickscan is naar voren gekomen dat er geen risico’s bestaan voor een overtreding Wet Natuurbescherming en dat daarom geen aanvullend onderzoek in het kader van de Wet Natuurbescherming nodig is. AERIUS-berekening Omdat stikstofemissie mogelijk een effect kan veroorzaken op Natura-2000 gebieden, dient een toets te worden uitgevoerd of uitbreiding van de bedrijfsloods aan de Bilt mogelijk vergunningsplichtig is in het kader van de Wet natuurbescherming. Derhalve is voor de realisatiefase van onderhavige ontwikkeling een stikstofberekening opgesteld. De rapportage hiervan is opgenomen in bijlage 5. Voor de gebruiksfase is geen stikstofberekening opgesteld omdat onderhavig plan niet voorziet in een uitbreiding van de capaciteit of het intensiveren van de bedrijfsactiviteiten en daarmee ook niet in een toename van het aantal verkeersbewegingen van en naar het plangebied. De gebruiksfase brengt dan ook geen wijzigingen in de stikstofuitstoot met zich mee.
Uit de berekening met AERIUS blijkt dat er in de realisatiefase geen sprake is van stikstofdepositie boven de 0,00 mol/ha/jr op een op voor stikstof gevoelig natuurgebied. Omdat er in de gebruiksfase geen uitbreiding van de capaciteit en/of intensivering van de bedrijfsactiviteiten plaats vindt, treedt er in de gebruiksfase geen toename van stikstofdepositie op Natura-2000 gebieden op. Negatieve effecten op instandhoudingsdoelen van N2000 gebieden ten gevolge van stikstof kunnen daarmee met zekerheid worden uitgesloten.
5.13.5
Conclusie flora en fauna Gelet op de karakteristieken van het plangebied, de beschikbare gegevens en de conclusie van de quickscan flora en fauna, is niet te verwachten dat binnen het plangebied beschermde dier- en plantensoorten voorkomen. De uitbreiding van de loods heeft derhalve geen negatieve invloed op flora en fauna. Het aspect flora en fauna vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
46
Bestemmingsplan Bilt 8A te Stevensweert Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
M166517.015/ASA
5.14
Duurzaamheid Duurzame stedenbouw verbreedt de aandacht naar meer aspecten dan alleen de verkaveling en ontsluiting. Duurzaamheid gaat ook om een zuinig ruimtegebruik, milieuvriendelijkheid, veilig verkeer en vervoer en natuur en rekening houden met het waterhuishoudingsysteem, omgevingsinvloeden, landschapsstructuren en landschapselementen. Dit betekent in de praktijk dat gelet moet worden op het materiaalgebruik, de vormgeving, gebruik van alternatieve energiebronnen, compact bouwen, intensief ruimtegebruik en flexibel bouwen (levensloopbestendig). Duurzaam bouwen heeft een volwaardige plaats in het ontwerp, het bouwen en beheren van de bebouwing. Tijdens de bouw kan door zuinig om te gaan met bouwmaterialen worden voorkomen dat er onnodig afval ontstaat. In onderhavig plan zijn met name de bouwkundige aspecten van belang. Deze zullen verder worden uitgewerkt in de aanvraag van de omgevingsvergunning/bouwvergunning.
Bestemmingsplan Bilt 8A te Stevensweert Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
47
M166517.015/ASA
48
Bestemmingsplan Bilt 8A te Stevensweert Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
M166517.015/ASA
6
Uitvoerbaarheid De uitvoerbaarheid van de planontwikkeling dient in relatie tot de gemeentelijke financiën te zijn gewaarborgd. Daarbij dient ook te worden onderzocht of en in hoeverre de voorgenomen afwijkingen ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan aanleiding kunnen geven tot aanspraken om planschade als bedoeld in artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening.
6.1
Grondexploitatie
6.1.1
Algemeen Afdeling 6.2 van de Wet ruimtelijke ordening draagt de titel ‘Grondexploitatie’. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de mogelijkheden voor gemeenten (en ook provincie en Rijk indien deze als planwetgever optreden) om langs publiekrechtelijke weg eisen te stellen aan het in exploitatie brengen van gronden. Het gaat dan onder andere om eisen op het gebied van kostenverhaal, sociale woningbouw, particulier opdrachtgeverschap en fasering van de invulling van den openbare ruimte. Ook zijn in afdeling 6.2 Wro twee bepalingen opgenomen over de wijze waarop langs privaatrechtelijke weg eisen gesteld kunnen worden aan het in exploitatie brengen van gronden.
6.1.2
Exploitatieplan Afdeling 6.4 Wro beschrijft een publiekrechtelijk stelsel waarbinnen door gemeenten (en in voorkomend geval provincie of Rijk) eisen gesteld kunnen worden aan de grondexploitatie. Dit publiekrechtelijk instrumentarium is aanvullend van aard. Het primaat ligt bij vrijwillige civielrechtelijke afspraken. Deze civielrechtelijke afspraken worden gemaakt in hetzij een anterieure overeenkomst (er is nog geen exploitatieplan vastgesteld) hetzij een posterieure overeenkomst (er is al een exploitatieplan vastgesteld). Artikel 6.12, lid 1 Wro bepaalt dat de gemeenteraad wordt verplicht om de gronden, waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen, een exploitatieplan op te stellen. Artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening geeft aan om welke bouwplannen het gaat. Hoofdregel is dat er een plicht bestaat voor het opstellen van een exploitatieplan.
Onder artikel 6.12, lid 2 Wro wordt hierop echter een aantal uitzonderingsmogelijkheden geboden: - het verhaal van kosten over de in het plan of besluit begrepen kosten is anderszins verzekerd; - het is niet nodig een tijdvak te bepalen waarbinnen de grondexploitatie zal plaatsvinden; - het is niet nodig een fasering op te nemen waarbinnen werken, werkzaamheden en bouwplannen uitgevoerd moeten worden; - het is niet nodig eisen en/of regels omtrent de uitvoering te stellen aan het bouwrijp maken en/of de inrichting van de openbare ruimte en/of de aanleg van nutsvoorzieningen; - het is niet nodig regels te stellen omtrent de uitvoering van de in het bestemmingsplan opgenomen bepalingen omtrent sociale huur en/of koopwoningen, kavels voor particulier opdrachtgeverschap of branches in de detailhandel.
Bestemmingsplan Bilt 8A te Stevensweert Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
49
M166517.015/ASA
De initiatiefnemer dient een ‘akkoordverklaring kosten en voorwaarden’ (exploitatieovereenkomst) te tekenen waarmee hij instemt met de voorwaarden, kosten en het opstarten van de bestemmingsplanprocedure.
6.2
Planschade Artikel 6.1 Wet ruimtelijke ordening biedt de grondslag voor de vergoeding van zogenoemde planschade. Deze schadevergoeding wordt (in beginsel) door het college van burgemeester en wethouders van de betreffende gemeente toegekend aan degene die als gevolg van een planontwikkeling schade lijdt. Artikel 6.4a Wro bepaalt dat de gemeente de mogelijkheid heeft om met een initiatiefnemer van een planontwikkeling een overeenkomst te sluiten. De strekking van dergelijke planschadeovereenkomst is dat de door derden geleden schade geheel (of gedeeltelijk) voor rekening komt van de initiatiefnemer, omdat de schade voortvloeit uit het op zijn of haar verzoek ten behoeve van een planontwikkeling wijzigen van het bestemmingsplan of verlenen van een omgevingsvergunning. Voordat de formele bestemmingsplanprocedure wordt opgestart zal tussen de initiatiefnemer en gemeente een planschadeovereenkomst worden afgesloten, waarin wordt opgenomen dat eventuele vergoeding van planschade door de gemeente wordt afgewenteld op de initiatiefnemer.
50
Bestemmingsplan Bilt 8A te Stevensweert Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
M166517.015/ASA
7
Planstukken Het bestemmingsplan ‘Bilt 8A te Stevensweert’ van de gemeente Maasgouw bestaat uit voorliggende toelichting, regels en een verbeelding schaal 1 : 2.000.
7.1
Algemeen Op 1 juli 2008 is de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro) in werking getreden. Behalve een vernieuwd stelsel voor processen voor de ruimtelijke ordening in Nederland, worden met de inwerkingtreding van de nieuwe Wro ook de resultaten van DURP (Digitale Uitwisseling in Ruimtelijke Processen) wettelijk verankerd. Dit houdt in dat nagenoeg alle instrumenten uit de Wro door bronhouders digitaal beschikbaar zijn, waardoor de bestemmingsplannen onderling vergelijkbaar worden. Hiervoor is het pakket ‘RO Standaarden 2008’ ontwikkeld, dat wettelijk is vastgelegd in de bij de Wro behorende ‘Regeling standaarden ruimtelijke ordening’. Vergelijkbaarheid van bestemmings- en inpassingsplannen wordt door de SVBP2012 (Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012) op drie manieren gerealiseerd: -
-
-
er is een begrippenkader gegeven dat in de plannen toegepast moet worden. Het gaat dan bijvoorbeeld om lijsten van bestemmingshoofdgroepen met mogelijke gebruiksdoelen, dubbelbestemmingen, aanduidingen, indeling van regels etc. Voor het hanteren van het begrippenkader is geen specifieke software vereist; er is een verplichte ‘analoge verbeelding’ voorgeschreven, hetgeen inhoudt de manier waarop het plan op papieren kaarten moet worden getoond. Er zijn dwingende regels inzake de opmaak van het plan. Voor het opmaken van plannen is in de praktijk speciale software benodigd; er is een verplichte ‘digitale verbeelding’ voorgeschreven, waarmee wordt gedoeld op het tonen van het plan in een digitale omgeving (website).
Vanaf 1 januari 2010 dient een bestemmingsplan digitaal raadpleegbaar en uitwisselbaar te zijn. Voorliggend bestemmingsplan voldoet aan deze digitaliseringverplichting.
7.2
Toelichting, regels en verbeelding Een bestemmingsplan bestaat uit een toelichting, regels en een verbeelding. De regels en verbeelding vormen tezamen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderling verband te worden bezien. De regels en de verbeelding zijn namelijk onlosmakelijk met elkaar verbonden, aangezien op de verbeelding de bestemmingen visueel zijn weergegeven en de regels onder andere het gebruik en de bouwmogelijkheden bij deze bestemmingen geven.
Bestemmingsplan Bilt 8A te Stevensweert Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
51
M166517.015/ASA
7.2.1
Toelichting De toelichting van het bestemmingsplan heeft geen rechtskracht, maar is wel een belangrijk onderdeel van het totale plan. De toelichting geeft namelijk een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten zoals deze aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting een belangrijk hulpmiddel bij de interpretatie van het bestemmingsplan.
7.2.2
Regels Conform de SVBP2012 dienen de regels van een bestemmingsplan volgens een bepaalde opbouw te worden opgesteld, waarbij opgemerkt dient te worden dat niet elk bestemmingsplan alle elementen van navolgende opbouw bevat: -
-
-
-
Hoofdstuk 1: Inleidende regels. o Begrippen. o Wijze van meten. Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels. o Bestemmingen. o Voorlopige bestemmingen. o Uit te werken bestemmingen. o Dubbelbestemmingen. Hoofdstuk 3: Algemene regels. o Anti-dubbeltelregel. o Algemene bouwregels. o Algemene gebruiksregels. o Algemene aanduidingsregels. o Algemene afwijkingssregels. o Algemene wijzigingsregels. o Verwezelijking in de naaste toekomst. o Algemene procedureregels. o Overige regels. Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels. o Overgangsrecht. o Slotregel.
De regels van de verschillende bestemmingen worden als volgt opgebouwd, waarbij eveneens geldt dat een bestemmingsregel niet alle elementen hoeft te bevatten: - Bestemmingsomschrijving. - Bouwregels. - Nadere eisen. - Afwijken van de bouwregels. - Specifieke gebruiksregels. - Afwijken van de gebruiksregels. - Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden. - Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk. - Wijzigingsbevoegdheid.
52
Bestemmingsplan Bilt 8A te Stevensweert Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
M166517.015/ASA
Vorenstaande gestandaardiseerde opbouw is gehanteerd bij het opstellen van de regels behorende bij voorliggend bestemmingsplan.
7.2.3
Verbeelding De ‘vroegere’ plankaart wordt in het kader van het huidige planologische regime aangeduid als ‘verbeelding’. Op een verbeelding wordt de grens van het plangebied weergegeven waarbinnen onder meer de verschillende (dubbel)bestemmingen, bouwvlakken en bouw-/functie/maatvoeringsaanduidingen (en de ligging daarvan) visueel zijn weergegeven. De verbeelding met betrekking tot voorliggend bestemmingsplan is ingetekend op schaal 1 : 2.000 en digitaal raadpleegbaar via www.ruimtelijkeplannen.nl. Verder voorziet bijbehorende verbeelding in de naam van voorliggend bestemmingsplan en een tekeningnummer. Dit zijn verplichtingen in het kader van de nieuwe Wet ruimtelijke ordening. De verbeelding is direct (juridisch) verbonden met de bijbehorende regels. In deze regels worden de condities en voorwaarden gesteld behorende bij de verschillende bestemmingen.
Bestemmingsplan Bilt 8A te Stevensweert Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
53
M166517.015/ASA
54
Bestemmingsplan Bilt 8A te Stevensweert Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
M166517.015/ASA
8
Vooroverleg, inspraak en formele procedure
8.1
Inleiding De procedure voor vaststelling van een bestemmingsplan zijn door de wetgever geregeld. Aangegeven is dat tussen gemeente en verschillende instanties overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerp bestemmingsplan ter visie kan worden gelegd. Bovendien is het noodzakelijk dat belanghebbenden de gelegenheid hebben om hun visie omtrent het plan te kunnen geven. Pas daarna kan de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van het bestemmingsplan van start gaan.
8.2
Vooroverleg Artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) bepaalt dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, waar nodig, overleg plegen andere betrokken overheden en overheidsdiensten (wettelijke adviseurs). Daarbij moet worden gedacht aan naburige gemeenten, het Waterschap, en de diensten van het Rijk en de provincie. Overleg met het Waterschap is altijd verplicht, terwijl het tot de verantwoordelijkheid van de gemeente behoort om te beoordelen of overleg met de desbetreffende diensten van het Rijk en de provincie nodig is. Artikel 3:6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is van overeenkomstige toepassing. De bedoeling van dit vooroverleg is voornamelijk om de opstellers van het plan tijdig de mogelijkheid te geven het plan desgewenst aan opmerkingen van andere overheden aan te passen. Voorliggende planontwikkeling is door de gemeente in het kader van artikel 3.1.1 Bro voorgelegd voor advies aan de betreffende instanties. Provincie Limburg Het plan is door de provincie Limburg beoordeeld op de adequate doorwerking van de provinciale belangen. Indien in het plan onderstaande opmerkingen adequaat wordt verwerkt, zal er geen aanleiding zijn om in de verdere procedure van het plan een zienswijze in te dienen. De opmerkingen betreffen het volgende aspect: De locatie ligt op grond van het POL2014 in een Bronsgroene landschapszone.
In de toelichting van het bestemmingsplan wordt dit ook onderkend. Op grond van artikel 2.7 van de Omgevingsverordening Limburg 2014 dient de toelichting van een ruimtelijk plan dat betrekking heeft op een gebied gelegen in de Bronsgroene landschapszone, een beschrijving te bevatten van de in het plangebied voorkomende vier kernkwaliteiten, de wijze waarop met de bescherming en versterking van de kernkwaliteiten is omgegaan en hoe de negatieve effecten zijn gecompenseerd. Bij de compensatie van de negatieve effecten op natuurwaarden (lees: de kernkwaliteit “groene karakter”) wordt de beleidsregel als bedoeld in artikel 2.6.7 tweede lid van de Omgevingsverordening Limburg 2014 gevolgd. In de toelichting van dit bestemmingsplan ontbreekt deze afweging, die wél heeft geleid tot een landschappelijk inpassingsplan op basis van het GKM, in z’n geheel.
Bestemmingsplan Bilt 8A te Stevensweert Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
55
M166517.015/ASA
Aan de hand van bovenstaande opmerking is paragraaf 4.2.2 (Omgevingsverordening Limburg 2012) een beschrijving van de vier kernkwaliteiten (groene karakter, visueel-ruimtelijk karakter, cultureel historisch erfgoed en reliëf) opgenomen en wat de gevolgen zijn voor die vier kernkwaliteiten als gevolg van de uitbreiding van de loods. Als de conclusie is dat dit leidt tot aantasting (en dat is het geval), moet beschreven worden hoe dit wordt gecompenseerd. In de toelichting van het bestemmingsplan is een beschrijving opgenomen op welke wijze de compenserende maatregelen zijn opgenomen in het landschappelijk inpassingsplan. Daarmee wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 2.7.2 onder 1 van de Omgevingsverordening. Waterschap Limburg Het plan Bilt 8a te Stevensweert is bekend bij het waterschap. De vergunningprocedure op grond van de Waterwet voor het lozen en het bouwen nabij de waterkering loopt. Zowel Rijkswaterstaat als het waterschap zijn bevoegd gezag voor deze vergunning. In dit geval is dan ook sprake van samenloop. Rijkswaterstaat zal als hoogst bevoegd gezag de vergunning verlenen. De voorschriften die het waterschap met betrekking tot het bouwen van de loods nabij de waterkering zullen in de door RWS te verlenen vergunning worden opgenomen. In het kader van plantoetsing is geen verder advies noodzakelijk.
Rijkswaterstaat In het kader van het bestuurlijk vooroverleg is Rijkswaterstaat om advies gevraagd inzake voorontwerp bestemmingsplan Bilt 8a te Stevensweert. In de toelichting van het bestemmingsplan is de reactie van de gemeente Maasgouw opgenomen op een principe-verzoek voor het uitbreiden van een bedrijfsloods op genoemd adres. Deze reactie is van 17 augustus 2018. De gemeente Maasgouw wijst de initiatiefnemer er in deze reactie op dat er voor deze activiteit ook een watervergunning moet worden aangevraagd bij Rijkswaterstaat en het Waterschap. Vervolgens wordt er in de toelichting van voorliggend bestemmingsplan beschreven dat deze watervergunning is aangevraagd op 26 juni 2019. Ook wordt in de toelichting beschreven wat de voorwaarden zijn die Rijkswaterstaat die aan het initiatief stelt vanwege de ligging ervan in zowel het waterbergend als stroomvoerend rivierbed van de rivier de Maas. Deze in de toelichting opgenomen informatie is echter niet meer actueel. De vergunningsaanvraag van 26 juni 2019 is immers ingetrokken omdat er geen correcte invulling was gegeven aan de rivierkundige voorwaarde met betrekking tot het compenseren van het verlies aan waterbergend vermogen. Er is inmiddels een nieuwe aanvraag om watervergunning ingediend en wel op 18 maart jl.
In deze aanvraag wordt een vergunning aangevraagd voor de uitbreiding van de botenloods, de aanleg van hagen en het lozen van afstromend hemelwater op het oppervlaktewater. In voorliggend bestemmingsplan wordt in het ruimtelijk spoor een planologische regeling getroffen voor de uitbreiding van deze bestaande bedrijfsloods en het uitvoeren van de verplichte landschappelijke inpassing van de loods en de bijbehorende bouwwerken. De noodzakelijke compensatie voor het verlies aan waterbergend vermogen door deze bouw- en aanlegactiviteiten bedraagt 959 m³ (929 m³ voor de uitbreiding van de loods en 30m³ voor de vereiste landschappelijke inpassing). De compensatiemaatregelen vinden plaats in de
56
Bestemmingsplan Bilt 8A te Stevensweert Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
M166517.015/ASA
buitenbeschermingszone van de waterkering. De toelichting van voorliggend bestemmingsplan is op basis van de nieuw beschikbare gegevens geactualiseerd. Bij het ter inzage leggen van het ontwerp bestemmingsplan zal inmiddels duidelijk zijn of de watervergunning is verstrekt en onder welke voorwaarden. Veiligheidsregio Het plan is tevens beoordeelt door de veiligheidsregio. Het advies is bijgevoegd als bijlage 6.
8.3
Inspraak Ingevolge artikel 1.3.1 Besluit ruimtelijke ordening dienen burgemeester en wethouders te besluiten en te publiceren of er terinzagelegging van het bestemmingsplan plaatsvindt, of er zienswijzen kunnen worden ingediend en of een onafhankelijke adviesinstantie advies uitbrengt. Ook is in voornoemd artikel bepaald dat het voornemen tot het voorbereiden van een bestemmingsplan, waarbij geen MER wordt opgesteld, dient te worden gepubliceerd conform artikel 3:12, lid 1 en 2 van de Algemene wet bestuursrecht en langs elektronische weg. De gemeente Maasgouw heeft kenbaar gemaakt dat zij, alvorens de formele bestemmingsplanprocedure op te zullen starten, geen voorontwerp van voorliggend bestemmingsplan ter inzage zullen leggen en meteen over te gaan tot het ter visie leggen van het ontwerp-bestemmingsplan.
8.4
Formele procedure
8.4.1
Algemeen De wettelijke (formele) bestemmingsplanprocedure, die circa 26 weken in beslag neemt, bestaat uit navolgende stappen. 1. 2.
3. 4. 5.
6. 7.
Openbare kennisgeving van het ontwerp bestemmingsplan. Ter inzage legging van het ontwerp bestemmingsplan met alle bijbehorende stukken gedurende 6 weken. Tevens wordt de bekendmaking toegezonden aan Gedeputeerde Staten, belanghebbenden en betrokken Rijksdiensten. Gedurende de termijn van ter inzage legging kan een ieder zienswijzen naar voren brengen. Vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad binnen 12 weken. Algemene bekendmaking van het bestemmingsplan door ter inzage legging met voorafgaande kennisgeving en toezending van het besluit tot vaststelling aan Gedeputeerde Staten en betrokken Rijksdiensten, Waterschappen en gemeenten: binnen 2 weken dan wel, indien Gedeputeerde Staten of de inspecteur zienswijzen hebben ingebracht of het bestemmingsplan gewijzigd is vastgesteld, binnen 6 weken na vaststelling. Mogelijkheid tot beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen 6 weken na bekendmaking voor belanghebbenden. Inwerkingtreding op de dag na afloop van de beroepstermijn, zijnde 6 weken na de bekendmaking, tenzij binnen deze termijn een verzoek om voorlopige voorziening is
Bestemmingsplan Bilt 8A te Stevensweert Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
57
M166517.015/ASA
ingediend bij de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. 8.4.2
Zienswijzen Het ontwerp van voorliggend bestemmingsplan heeft vanaf [ datum ] tot en met [ datum ] voor zienswijzen ter visie gelegen. Gedurende deze termijn zijn [ wel / geen ] zienswijzen ingekomen. [ indien van toepassing: ] Ten aanzien van deze zienswijzen heeft het college van burgemeester en wethouders een beantwoording geformuleerd in een zienswijzennota. De zienswijzennota is toegevoegd als bijlage [ … ]. Deze zienswijzennota wordt samen met het ontwerp van voorliggend bestemmingsplan voorgelegd aan de gemeenteraad ter vaststelling. Op [datum] is het bestemmingsplan [gewijzigd] [ongewijzigd] vastgesteld.
58
Bestemmingsplan Bilt 8A te Stevensweert Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
M166517.015/ASA
9
Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5. 6.
brief principemedewerking gemeente Maasgouw d.d. 14 augustus 2018; landschappelijk inpassingsplan De Bilt 8A Stevensweert (Pouderoyen compagnons, d.d. 22 maart 2019); advies Landschappelijk Kwaliteitsmenu, vergadering omgevingscommissie d.d. 29 januari 2019; quickscan Flora en Fauna Bilt 8A te Stevensweert (Ecoplanning, d.d. 23 januari 2020); stikstofberekening (Aelmans ROM, d.d. 10 december 2020); Advies veiligheidsregio d.d. 16 juni 2020;
Bestemmingsplan Bilt 8A te Stevensweert Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
59