20242-BIJLAGE 4 Concept Jaarrekening 2020
Tekst van het document
2.6.
Administratieve Organisatie / Interne Beheersing (AO/IB)
Alle informatie op basis waarvan de toekomstgerichte strategie van RD Maasland wordt bepaald en / of die wordt verstrekt als verantwoording over hetgeen is gerealiseerd dient betrouwbaar te zijn. Daartoe is een stelsel van maatregelen ontworpen ten behoeve van de inrichting van de administratieve organisatie (AO) en de toetsing van de werking ervan, de interne beheersing (IB). Vaak zijn deze maatregelen vooral impliciet aanwezig. In 2018 is een aanvang gemaakt met explicitering hiervan welke doorloopt in de komende jaren.
31
Jaarstukken 2020
2.7.
Personeel & Organisatie
Arbeidsvoorwaarden Vanaf 1 januari 2020 is de Wet Normalisering Rechtspositie Ambtenaren ingegaan. Vanaf die datum hebben ambtenaren bij de overheid zoveel mogelijk dezelfde rechten en plichten als werknemers in het bedrijfsleven. Per 1 januari 2020 is RD Maasland lid geworden van de Werkgeversvereniging Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties en is de CAR-UWO vervangen door de CAO Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties (SGO). De looptijd van de CAO SGO is van 1-1-2020 tot 1-1-2021. De schaalbedragen zijn per 1 januari, 1 juli en 1 oktober telkens met 1% verhoogd. Opleidingen Voor chauffeurs met een rijbewijs C is op Europees niveau een permanente nascholings-verplichting ingesteld, de zogenaamde code 95. Code 95 is een aanduiding op het rijbewijs, die achter een voertuigcategorie is geplaatst. Deze code is verplicht voor het beroepsmatig besturen van een voertuig waarvoor rijbewijs C en D noodzakelijk is. De code is vijf jaar geldig en kan verlengd worden door het volgen van nascholing, waarbij in totaal 35 studiepunten behaald dienen te worden. RD Maasland heeft ervoor gekozen deze nascholing structureel en voor de lange termijn vorm te geven. Vanaf 2017 is opnieuw een structurele nascholing ingepland zodat onze chauffeurs in 2021 de code 95 vermelding op het rijbewijs kunnen laten bijschrijven.
In februari/maart 2020 heeft in 4 groepen een opleiding rij-optimalisatie (anti slipcursus met vrachtauto) plaatsgevonden op de baan in Weert. Deze opleidingsuren tellen als praktijkuren mee voor code 95. Helaas is deze opleiding voor de laatste groep niet doorgegaan in verband met de Coronamaatregelen. Ook de cursus hulpverlenen heeft niet plaatsgevonden in verband met de Coronamaatregelen. Arbo en kwaliteit VCA: De kwaliteitsmeting VCA is bedoeld om dienstverlenende organisaties veiliger te laten werken en het aantal ongevallen te verminderen. Het VCA*-certificaat is in 2011 behaald. De jaarlijkse audit wees opnieuw uit dat RD Maasland aan alle eisen voldoet om het kwaliteitsmerk VCA te mogen blijven dragen en dat de kwaliteit en veiligheid binnen haar organisatie goed geborgd is. NEN-EN-ISO 9001:2015: Nadat het arbozorgsysteem VCA geïmplementeerd is, is in 2013 de volgende stap gezet door het certificaat te behalen van het kwaliteitsmanagementsysteem NEN-EN-ISO. De jaarlijkse audit wees opnieuw uit dat RD Maasland ook in 2020 voldoet aan alle eisen van het kwaliteitsmanagementsysteem ISO 9001:2015 (het continue verbeteren van de organisatie). PMO: In 2020 is het niet mogelijk geweest, in verband met de Coronamaatregelen, om een Periodiek Medisch Onderzoek (PMO) in te plannen. Ondernemingsraad In 2019 is onder grote belangstelling een ondernemingsraad kunnen starten.
Helaas hebben de leden om verschillende redenen in het najaar van 2020 besloten om de OR te verlaten. Binnen de organisatie is er wel de bereidheid gevonden om opnieuw een vorm van medezeggenschap te organiseren en dit zal verder opgepakt worden.
32
Jaarstukken 2020
Personeel In 2020 hebben enkele personeelsmutaties plaatsgevonden. Vijf medewerkers zijn uit dienst getreden en zeven medewerkers zijn in dienst getreden. Op 31 december 2020 waren er 40,48 fte (fulltime equivalent), verdeeld over 45 medewerkers, in dienst van RD Maasland. Verdeling in fte: 29,48 in de inzameling en milieuparken 11,00 in administratieve-/managementfuncties Ziekteverzuim Het ziekteverzuimpercentage is ten opzichte van 2019 flink gestegen, namelijk naar 9,2%. Het hoge percentage wordt vooral veroorzaakt doordat regelmatig medewerkers afwezig waren omdat er enerzijds een vermoeden was op Corona of dat de medewerkers in quarantaine moesten. Deze afwezigheid is ook als ziekte/arbeidsongeschiktheid geregistreerd. Gelukkig zijn in 2020 maar enkele medewerkers daadwerkelijk besmet geraakt met het virus en hebben zij slechts milde klachten gehad. Naast deze bijzondere omstandigheid wordt het hogere percentage veroorzaakt door het aantal langdurig arbeidsongeschikte oudere werknemers. Vanwege langdurige aandoeningen verzuimen oudere werknemers meer en langduriger dan jongere. Oudere werknemers hebben vaker te maken met aandoeningen die een hoog ziekteverzuim kennen, zoals hart- en vaatziekten, ernstige chronische ziektes en gewrichtsklachten. Om het risico van hoge ziektekosten op te kunnen vangen wordt jaarlijks een bedrag in de begroting opgenomen.
ziekteverzuim RD Maasland 12 10 8
%
2015 2016
6
2017 2018
4
2019 2020
2 0 buitendienst
kantoor
33
totaal
Jaarstukken 2020
Leeftijdsopbouw De leeftijdsopbouw van RD Maasland is een constant punt van aandacht en beleid. In 2020 is weliswaar de gemiddelde leeftijd in de buitendienst iets lager geworden dan het voorgaande jaar (2020 = 40,3 t.o.v. 2019 = 40,9 jaar); het verwerven van werksoorten en innovaties die fysiek minder belastend zijn, blijft voor het leeftijdsbewust personeelsbeleid van RD Maasland onontbeerlijk.
leeftijdsopbouw totaal Reinigingsdienst Maasland 2020 < 30 jaar
> 50 jaar
30-39 jaar
40-49 jaar
Vooruitzichten •
Voorbereiding nieuw beleid afvalinzameling De personele consequenties van het nieuwe beleid zal na de besluiten van de aangesloten gemeentes in de loop van 2021 duidelijk worden. Afhankelijk van de keuzes zal duidelijk worden of en welke wervingsacties in gang gezet moeten worden.
•
Inhaalslag opleidingen code 95 Door het Coronavirus hebben er te weinig opleidingen in 2020 plaatsgevonden. Hopelijk kunnen deze wel in 2021 ingepland worden. Het overgrote deel van de rijbewijzen van de chauffeurs dient in 2021 verlengd te worden en hiervoor is de bijschrijving van de opleidingspunten code 95 noodzakelijk.
•
Medezeggenschap In 2021 zal een eventuele nieuwe vorm van medezeggenschap georganiseerd worden.
34
Jaarstukken 2020
2.8.
Verbonden Partijen
Voor de onderstaande deelnemende gemeenten is de Gemeenschappelijke Regeling RD Maasland een “verbonden partij” (naar de betekenis van het Besluit Begroting en Verantwoording: een organisatie waarin een gemeente een bestuurlijk en financieel belang heeft): - Gemeente Leudal - Gemeente Maasgouw - Gemeente Roerdalen - Gemeente Echt-Susteren
2.9.
Rechtmatigheid
Als gevolg van calamiteiten die zich hebben voorgedaan in het verleden (o.a. vuurwerkramp Enschede, Ceteco affaire bij de provincie Zuid Holland) zijn de eisen met betrekking tot het rechtmatig handelen en het afleggen van verantwoording hierover voor gemeenten, provincie en gemeenschappelijke regelingen aangescherpt. Dit geldt dus ook voor RD Maasland. In het kader van de beheersing van het rechtmatig handelen zijn door het bestuur van RD Maasland de volgende verordeningen (in 2005,2006 en 2010) vastgesteld: • Verordening ex artikel 212 van de gemeentewet “Financiële verordening GR Rein. Maasland”, betreffende de uitgangspunten voor het financiële beheer en de inrichting van de financiële organisatie van het openbaar lichaam. • Verordening ex artikel 213 van de gemeentewet “Controle verordening GR Rein. Maasland’’, betreffende de controle op het financiële beheer en op de inrichting van de financiële organisatie van de gemeenschappelijke regeling. • “Treasurystatuut van de gem. reg. Reinigingsdienst Maasland”, waarin de voorwaarden en bevoegdheden aangaande de geldstromen zijn vastgesteld. In het controleprotocol wordt voorts vastgesteld dat de accountant bij de controle van de jaarrekening de rechtmatigheid zal betrekken en daarover ook een oordeel zal uitspreken.
Hierbij worden jaarlijks via het controleprotocol overeengekomen reguliere goedkeurings- en rapporteringstoleranties gehanteerd. Daarnaast is RD vanzelfsprekend gehouden aan de hogere wetgeving. Om naleving van de vastgestelde normen (tussentijds) te kunnen toetsen, laat RD Maasland deze controle jaarlijks uitvoeren door de accountant.
35
Jaarstukken 2020
3.
Jaarrekening
3.1.
Balans per 31 december
(bedragen x € 1.000) ACTIVA Vaste activa Immateriële vaste activa - Kosten verbonden aan sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio - Kosten van onderzoek en ontwikkeling Materiële vaste activa - Investeringen met een economisch nut: - gronden uitgegeven in erfpacht - overige investeringen met een economisch nut - Investeringen in de openbare ruimte met uitsluitend een maatschappelijk nut
Ultimo 2019
Ultimo 2020 0
0
0 0
0 0 5.905
5.961
0 5.905
0 5.961
0
0
Financiële vaste activa
0
0
Totaal vaste activa
5.905
5.961
Vlottende activa Voorraden - Gereed product en handelsgoederen
22 22
Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar - Vorderingen op openbare lichamen - Verstrekte kasgeldleningen - Rekening-courantverhoudingen met niet-financiële instellingen - Overige vorderingen - Overige uitzettingen
487 0 0 234 0
Liquide middelen - Kassaldi - Banksaldi
0 1.648
21 21
721
1.448 1.331 0 0 117 0
1.648
Overlopende activa - Van Eur of Ned overheden nto voorschotbedragen specifieke uitkeringen - Overige nog te ontvangen en vooruitbetaalde bedragen Totaal vlottende activa Totaal generaal
36
813 0 813
787 0
707 0
787
707 3.178
2.989
9.083
8.950
Jaarstukken 2020
(bedragen x € 1.000) PASSIVA Vaste passiva Eigen vermogen - Algemene reserve - Bestemmingsreserves - Desintegratie reserve Peel&Maas - (Nog te bestemmen) resultaat
Ultimo 2019
Ultimo 2020
1.121 380 398 748 -405
Voorzieningen (zie ook bladzijde 26,44 en 47) -Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's - Onderhoudsegalisatievoorzieningen - Door derden beklemde middelen met een specifieke aanwendingsrichting Vaste schulden met rentetypische looptijd van één jaar of langer - Onderhandse leningen van: - binnenlandse banken en overige financiële instellingen Totaal vaste passiva Vlottende passiva Netto-vlottende schulden met rentetypische looptijd < één jaar - Kasgeldleningen
1.446 394 398 498 155
154 89 65
165 90 75
4.790 4.790
4.966 4.966
6.065
6.577
1.000 1.000
Overlopende passiva
1.000 1.000
2.018
- Nog te betalen bedragen - Van Eur.of Ned.overheidslichamen ontvangen n.t.b.spec.uitk. - Overige vooruitontvangen bedragen Totaal vlottende passiva
718 0 1.300
1.373 823 0 550
3.018
2.373
Totaal generaal
9.083
8.950
Gewaarborgde geldleningen Garantstellingen
0 0
0 0
Voor de volledigheid wordt aangegeven dat er lopende het jaar 2020, naast de najaarsrapportage, een begrotingswijziging is gemeld bij het Algemeen Bestuur met de belangrijkste opmerkingen c.q. veranderingen. Het resultaat is in bovenstaand overzicht opgevoerd als een bedrag na vpb ( €. 154.824 ).
37
Jaarstukken 2020
3.2.
Programmarekening 2020 Raming begrotingsjaar vóór wijziging Baten Lasten Saldo
Raming begrotingsjaar ná wijziging Baten Lasten Saldo
Realisatie begrotingsjaar Baten Lasten Saldo
6.546
6.795
-249
7.160
7.409
-249
7.499
7.562
-63
623
623
0
537
537
0
535
591
-56
1.153
1.153
0
1.153
1.153
0
1.169
1.144
25
*Subtotaal programma’s
8.322
8.571
-249
8.850
9.099
-249
9.203
9.297
-94
*Waarvan intern doorbelast min
884
884
0
912
912
0
1.112
1.112
0
711
-711
758
-758
594
-594
Omschrijving programma (bedragen x € 1.000) Programma 1 Programma 2 Programma 3
Doorgeschoven BTW Dekking doorgeschoven BTW Subtotaal algemene dekkingsmiddelen plus
Subsaldo Toevoeging/onttrekking aan reserves: Programma 1
711
711
758
758
594
594
711
711
0
758
758
0
594
594
0
7.438
7.687
-249
7.938
8.187
-249
8.091
8.185
-94
249
249
249
249
249
249
249
249
249
249
249
249
0
8.187
0
8.340
Programma 2 Programma 3 Subtotaal mutaties reserves Resultaat na reservemutaties Onbestemd Resultaat (na vpb)
7.687
7.687
0
8.187
0
38
8.185
155 155
Jaarstukken 2020
3.3.
Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling
Inleiding De jaarrekening is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten daarvoor geeft. Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskostengerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden, overlopende vakantiegeld- en verlofaanspraken en dergelijke.
Voor arbeidskostengerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar. Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten (bijvoorbeeld reorganisaties) dient wel een verplichting opgenomen te worden. Verwachtingen kort geld Met de op te stellen ramingen worden de gemeentelijke bijdragen als leidraad gebruikt om te voldoen aan de verplichtingen op korte termijn. Daar waar problemen ontstaan, kan een kasgeldlening uitkomst bieden of een verzoek aan de deelnemende gemeenten de bijdragen eerder beschikbaar te stellen. Op dit moment worden geen problemen verwacht om te voldoen aan de korte termijnverplichtingen. Verwachtingen lang geld Investeringen worden afgedekt met leningen. De onrust in de financiële sector leidt op dit moment niet tot problemen voor RD Maasland om lang geld aan te trekken.
Vuistregels bij aantrekken financiering Hoewel de voorspelbaarheid (door ons) van de rente gering is, gaan wij voor het aangaan van financiële transacties in principe steeds uit van de navolgende vuistregels: • Bij een verwachte daling van de lange rente verdient het de voorkeur om het aantrekken van vaste/langlopende leningen zoveel mogelijk uit te stellen tot de rentedaling is ingetreden; • Bij een verwachte stijging van de lange rente verdient het de voorkeur, structurele financieringsbehoeften (zoveel mogelijk) vroegtijdig af te dekken, waarbij flexibiliteit niet uit het oog mag worden verloren;
39
Jaarstukken 2020
Treasurybeleid Het treasurybeleid is erop gericht binnen de financiële mogelijkheden van RD Maasland een zo optimaal rendement te verkrijgen dan wel de lasten zo veel mogelijk te reduceren. Hierbij moeten de risico’s zo goed mogelijk worden beheerst. De belangrijkste algemene doelstellingen van het treasurybeleid zijn: 1. Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities; 2. Het beschermen van vermogens- en (rente-)resultaten tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s en liquiditeitsrisico’s; 3. Het realiseren van een flexibele en controleerbare cash management in de organisatie. RD heeft geen leningen in vreemde valuta en ook geen aandelen waardoor geen koersrisico’s en valutarisico’s wordt gelopen. Het liquiditeitsrisico’s wordt beperkt door de treasuryactiviteiten te baseren op een korte termijn liquiditeitenplanning (looptijd tot één jaar), evenals een meerjarige liquiditeitenplanning met een looptijd van minimaal 3 jaar. Kredietrisico wordt beperkt doordat uitzettingen uitsluitend plaatsvindt bij: 1. Nederl. overheden en andere publiekrechtelijke lichamen met een solvabiliteitsratio van 0%; 2. Financiële instellingen met minimaal een AA-rating, van een van de volgende erkende ratingbureaus: Moody’s, Standard & Poors ( S&P ) of Fitch IBCA.
Relatiebeheer/ kasbeheer Met relatiebeheer en kasbeheer wordt beoogd het realiseren van zo gunstig mogelijke c.q. marktconforme condities voor af te nemen financiële diensten. Hiermee wordt minimalisering van de rentekosten en maximalisatie van de rentebaten binnen RD Maasland nagestreefd. Relaties worden alleen aangegaan met instellingen die voldoen aan de in de treasurystatuut opgenomen voorwaarden. Schatkistbankieren ( SKB ) De overheid heeft eind december 2013 nieuwe richtlijnen opgesteld voor lokale overheden, waaronder RD Maasland, voor wat betreft het aanhouden van gelden. Behoudens een werkkapitaal van €. 100.000 moeten alle overige vrije kapitaalstromen verplicht bij het Ministerie van Financiën worden geplaatst.
Balans Immateriële vaste activa De immateriële vaste activa worden gewaardeerd tegen de verkrijgings- c.q. vervaardigingsprijs verminderd met de afschrijvingen en waardeverminderingen die naar verwachting duurzaam zijn. De kosten van onderzoek en ontwikkeling worden in 5 jaar afgeschreven. De afschrijving van de geactiveerde kosten van onderzoek en ontwikkeling vangt aan bij een jaar na ingebruikneming van het gerelateerde materiële vaste actief. Materiële vaste activa met economisch nut Deze materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht; in die gevallen wordt op het saldo afgeschreven. Slijtende investeringen worden vanaf het moment van ingebruikneming lineair afgeschreven in de verwachte gebruiksduur, waarbij rekening wordt gehouden met een eventuele restwaarde. Op grondbezit met economisch nut (buiten de openbare ruimte) wordt niet afgeschreven. Na afstemming met de accountant en de deelnemende gemeenten worden vanaf 2012 geen annuïtaire afschrijvingsmethoden gebruikt. 40
Jaarstukken 2020
Bij de waardering wordt in voorkomende gevallen rekening gehouden met een bijzondere vermindering van de waarde, indien deze naar verwachting duurzaam is. In het begrotingsjaar heeft een dergelijke vermindering overigens niet plaatsgevonden. Dergelijke afwaarderingen worden teruggenomen als ze niet langer noodzakelijk blijken. De gehanteerde afschrijvingstermijnen in jaren: Investering op:
Afschrijvingstermijn in jaren
Gronden en terreinen
n.v.t. voor gronden, 30 voor terreinen
Woonruimten
n.v.t.
Bedrijfsgebouwen
30
Vervoermiddelen
7-8
Machines, apparaten en installaties
5-10-15
Overige materiële vaste activa
5 (inventarissen) 3 (automatisering)
Investeringen in de openbare ruimte met uitsluitend maatschappelijk nut RD Maasland beschikt niet over dit soort investeringen. Financiële vaste activa RD Maasland beschikt niet over dergelijke activa. Vorderingen en overlopende activa De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening in mindering gebracht. De voorziening wordt bepaald o.b.v. de geschatte inningskansen. Liquide middelen en overlopende posten Deze activa worden tegen nominale waarde opgenomen. Voorzieningen Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies. De onderhoudsegalisatievoorziening stoelt op een meerjarenraming van het uit te voeren groot onderhoud aan (een deel van) de kapitaalgoederen, waarin rekening is gehouden met de kwaliteitseisen die ter zake geformuleerd zijn. Vaste schulden Vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, verminderd met gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rente-typische looptijd van één jaar of langer. Vlottende passiva De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Verwerking Subsidie Nedvang: De subsidie van Nedvang ten aanzien van het kunststof, drankkartons en holglas wordt verwerkt op basis van de kilo’s afval in het boekjaar 2020. Metalen verpakkingen genereren in dit gebeuren geen opbrengsten.
Alle stromen worden op basis van voorschotfacturen door Nedvang in de exploitatie van Maasland meegenomen. 41
Jaarstukken 2020
3.4.
Toelichting op de balans (bedragen x € 1.000)
ACTIVA VASTE ACTIVA Immateriële vaste activa De post immateriële vaste activa wordt onderscheiden in: Boekwaarde per 31-12-2019
Boekwaarde per 31-12-2020
Kosten onderzoek en ontwikkeling
0
0
Totaal
0
0
Het onderstaande overzicht geeft het verloop weer van de immateriële vaste activa gedurende het jaar 2020: Boekwaarde 31-122019
Investeringen
Desinvesteringen
Afschrijvingen
Bijdragen van derden
Herrubricering
Boekwaarde 31-122020
Kosten onderzoek en ontwikkeling
0
0
0
Totaal
0
0
0
Materiële vaste activa De materiële vaste activa bestaan uit de volgende onderdelen: Boekwaarde per 31-12-2019
Boekwaarde per 31-12-2020
Overige investeringen met een economisch nut
5.905
5.961
Totaal
5.905
5.961
De overige investeringen met economisch nut kunnen als volgt worden onderverdeeld: Boekwaarde per 31-12-2019
Boekwaarde per 31-12-2020
Gronden en terreinen
1.687
1.679
Bedrijfsgebouwen
582
549
Civiel werken MP
560
526
Vervoermiddelen
1.374
1.572
Machines, apparaten en installaties en ov.
1.702
1.635
Totaal
5.905
5.961
42
Jaarstukken 2020
Het onderstaande overzicht geeft het verloop van de boekwaarde van de overige investeringen met economisch nut weer: Boekwaarde 31-12-2019
Investeringen
Gronden en terreinen
1.687
Bedrijfsgebouwen
582
Civiel werken
560
Vervoermiddelen
1.374
482
Machines, apparaten en installaties en ov.
1.702
Totaal
5.905
Desinvesteringen
Afschrijvingen
Bijdragen HerBoekwaarde van derden rubricering 31-12-2020
8
1.679
39
549
34
525
5
279
1.572
201
36
231
1.636
689
41
591
5.961
6
Onder bijdragen van derden zijn de bijdragen van derden opgenomen, die direct gerelateerd zijn aan de investering.
VLOTTENDE ACTIVA Voorraden De in de balans opgenomen voorraden worden uitgesplitst naar de volgende categorieën: Boekwaarde per 31-12-2019
Boekwaarde per 31-12-2020
Gereed product en handelsgoederen
22
21
Totaal
22
21
Uitzettingen korter dan één jaar De in de balans opgenomen uitzettingen met een looptijd van één jaar of minder kunnen als volgt gespecificeerd worden: Boekwaarde 31-12-2019
Voorziening oninbaarheid 2019*
Balanswaarde 31-12-2020
Voorziening oninbaarheid 2020*
Vorderingen op openbare lichamen
487
1.331
Verstrekte kasgeldleningen
0
0
Rekening-courant verhoudingen met niet-financiële instellingen
0
0
Overige vorderingen
247
13
130
13
734
13
1.461
13
Overige uitzettingen Totaal *Zie hiervoor ook bladzijde 26,38 en 44.
De aard en de omvang van de waardeverminderingen op de vorderingen dient te worden toegelicht: Dit betreft Oninbaarheid dubieuze bedrijfsmatige klanten. 43
Jaarstukken 2020
Liquide middelen Het saldo van de liquide middelen bestaat uit de volgende componenten: Boekwaarde per 31-12-2019
Boekwaarde per 31-12-2020
Kassaldi
0
0
Banksaldi
1.648
813
Totaal
1.648
813
Overlopende activa De post overlopende activa kan als volgt onderscheiden worden: Boekwaarde per 31-12-2019
Boekwaarde per 31-12-2020
Vooruitbetaalde bedragen
77
83
Nog te ontvangen bedragen
710
624
Totaal
787
707
44
Jaarstukken 2020
PASSIVA Eigen vermogen Het in de balans opgenomen eigen vermogen bestaat uit de volgende posten: Boekwaarde per 31-12-2019
Boekwaarde per 31-12-2020
Algemene reserve
380
394
Bestemmings reserves
398
398
Desintegratie reserve Peel&Maas
748
498
Nog te bestemmen resultaat
-405
155
Totaal
1.121
1.446
Het verloop in 2020 wordt in onderstaand overzicht per reserve weergegeven.: Min/Max Drempelbedrag
Boek waarde 31-12-2019
Toev.
Algemene Reserve Overheidstaken
150/300
175
14
Algemene Reserve Bedrijfsmatig
250/500
205
Tot. Algem.Reserve
380
Onttr.
Resultaat Resultaat Afrek. Boekvorig 2020 gemeent Waarde boekjaar Pr.1-2-3 31-12-2020 189 205
14
394
Res.Kap.lasten vrijval Mini’s
0/352
214
214
Res.Kap.lasten vrijval wagens
0/143
109
109
Reserve WIA e.r.
0/75
75
75
Tot. Bestem.Res.
398
398
Desintegratie Reserve Peel&Maas
748
(on)Bestemd Res 2019
-405
Onbest Res.2020
0
249
498 405 155
0 155
Tot. (on)bestemd Totaal reserves
1.121
14
249
155
405
1.446
(Onder “Resultaat” staan de toevoegingen of onttrekkingen vermeld uit hoofde van de bestemming van het resultaat van het voorgaand boekjaar. Zie voorts ook opmerkingen hoofdstuk 1 inzake weerstandsvermogen en hoofdstuk 2.1 ) 45
Jaarstukken 2020
Verloop resultaat ( overschotten / tekorten ) - Invloed op gemeentelijke bijdrage Begroting 2020
Begroting 2020 na wijziging
Realisatie 2020
Saldo van baten en lasten
-249
-249
-94
Mutaties Reserve
249
249
249
Resultaat
0
0
155
Uitkering o.b.v. generiek besluit
0
0
0
Nog te bestemmen resultaat (na vpb)
0
0
155
De mutaties zijn via de primaire begroting (in 2019 vastgesteld) dan wel via de wijzigingen door het Algemeen Bestuur in 2020 goedgekeurd. Het nog te bestemmen resultaat overschot/tekort zal via een Bestuursbesluit lopende 2021 worden bestemd. Voorzieningen Het verloop van de voorzieningen in 2020 wordt in onderstaand overzicht weergegeven: Boekwaarde 31-12-2019
Toevoeging
Vrijval
Aanwending
Voorziening Cafetariamodel
39
1
40
Voorziening Onderhoud Gebouwen
65
10
75
Voorziening Dub.Deb.*
13
13
Voorziening MP Mbracht
50
50
Totaal
167
11
Boekwaarde 31-12-2020
179
*zie hiervoor opmerking op bladzijde 26.
In de kolom vrijval zijn de bedragen opgenomen welke ten gunste van de rekening van baten en lasten zijn vrijgevallen. Alle aanwendingen van de voorzieningen zijn rechtstreeks ten laste van de voorziening gebracht. De aard en de reden van iedere voorziening wordt hieronder per voorziening toegelicht, evenals de mutaties die hebben plaatsgevonden. Voorziening Cafetaria • Aard voorziening: dekking gespaarde uren in brutobedrag • Reden voorziening: opnemen lang verlof of sabbatical • In 2020 is de totale urenstand per medewerker uitgedrukt in geld weer aangepast aan het in 2020 geldende uurloon Voorziening Gebouwen • Aard voorziening: dekking conform onderhoudsplan • Reden voorziening: zie geactualiseerde onderhoudsplanning • In 2020 is volgens plan een bedrag toegevoegd aan de voorziening. • In 2020 is een nieuwe opzet met geactualiseerde planning opgesteld.
46
Jaarstukken 2020
Voorziening Dubieuze debiteuren • Aard voorziening: oninbaarheid bedrijfsmatige vorderingen • Reden voorziening: risicodekking • In 2020 heeft de risico-analyse tot een minimale verhoging van de voorziening geleid. Voorziening Milieupark Maasbracht • In 2010 is bij de bouw van het milieupark te Maasbracht een juridisch geschil ontstaan met de aannemer over het gebruik van materialen voor de vloersamenstelling. In 2017 is hieraan een eind gekomen en is overeengekomen dat een bedrag ter hoogte van €. 50.000 niet vergoed hoeft te worden aan de aannemer maar gebruikt wordt als voorziening in het geval het mankement zal optreden. VASTE SCHULDEN MET EEN LOOPTIJD LANGER DAN ÉÉN JAAR De onderverdeling van de in de balans opgenomen langlopende schulden is als volgt: Boekwaarde per 31-12-2019
Boekwaarde per 31-12-2020
Onderhandse leningen
0
0
- binnenlandse banken en overige financiële instellingen
4.790
4.966
Totaal
4.790
4.966
In onderstaand overzicht wordt het verloop weergegeven van de vaste schulden over het jaar 2020: Saldo 31-12-2019
Vermeerderingen
Aflossingen
Saldo 31-12-2020
Onderhandse leningen
4.790
800
624
4.966
Totaal
4.790
800
624
4.966
De totale rentelast voor het jaar 2020 met betrekking tot de vaste schulden bedraagt €. 117.982,= De totale kapitaallasten vallen ruim €. 16.000 lager uit dan geraamd wegens gunstigere rentetarieven op nieuwe leningen.
VLOTTENDE PASSIVA Onder de vlottende passiva zijn opgenomen: Boekwaarde per 31-12-2019
Boekwaarde per 31-12-2020
Schulden < 1 jaar
1.000
1.000
Overlopende passiva
2.018
1.373
Totaal
3.018
2.373
47
Jaarstukken 2020
Kortlopende schulden De in de balans opgenomen kortlopende schulden kunnen als volgt gespecificeerd worden: Boekwaarde per 31-12-2019
Boekwaarde per 31-12-2020
Kasgeldleningen
1.000
1.000
Bank- en girosaldi
0
0
Overige schulden
0
0
Totaal
1.000
1.000
Boekwaarde per 31-12-2019
Boekwaarde per 31-12-2020
Vooruit ontvangen bedragen
1.300
550
Nog te betalen bedragen
718
823
Totaal
2.018
1.373
De specificatie van de post overlopende passiva is als volgt:
48
Jaarstukken 2020
3.5.
Toelichting op de programmarekening
Belangrijke verschillen tussen de realisatie en de begroting na wijziging moeten systematisch worden toegelicht voor ieder afzonderlijk onderdeel van de programmarekening. Hier wordt per programma de financiële uiteenzetting weergegeven analoog aan het overzicht van baten en lasten, zoals dat is opgenomen in de financiële begroting van het desbetreffende jaar. Programma 1
Baten Lasten Saldo Saldo van baten en lasten Toevoeging/onttrekking aan reserves Resultaat (On)bestemd Resultaat
Raming begrotingsjaar voor wijziging 6.546 6.795 -249 -249
Raming begrotingsjaar na wijziging 7.160 7.409 -249 -249
Realisatie begrotingsjaar 7.499 7.562 -63 -63
Incidenteel gerealiseerd in het boekjaar 0 0 0 0
249 0 0
249 0 0
249 186 186
0 0
Raming begrotingsjaar voor wijziging
Raming begrotingsjaar na wijziging
Realisatie begrotingsjaar
Incidenteel gerealiseerd in het boekjaar
623 623 0 0
537 537 0 0
535 591 -56 -56
0 0 0 0
0 0 0
0 0 0
0 -56 -56
0 0 0
Raming begrotingsjaar voor wijziging 1.153 1.153 0 0
Raming begrotingsjaar na wijziging 1.153 1.153 0 0
Realisatie begrotingsjaar 1.169 1.144 25 25
Incidenteel gerealiseerd in het boekjaar 0 0 0 0
0 0 0
0 0 0
0 25 25
0 0 0
Programma 2
Baten Lasten Saldo Saldo van baten en lasten Toevoeging/onttrekking aan reserves Resultaat (On)bestemd resultaat
Programma 3
Baten Lasten Saldo Saldo van baten en lasten Toevoeging/onttrekking aan reserves Resultaat (On)bestemd Resultaat
De aangepaste begroting na wijziging kent voor alle Programma’s geen onbestemde resultaten. De gerealiseerde cijfers geven per saldo een onbestemd resultaat welk lopende 2021 door een Bestuursbesluit een definitieve bestemming krijgt. Voor Programma 1 is het overschot €. 186.000 waarvan verwacht wordt dat dit wordt toegevoegd aan de Algemene reserve Overheidstaken. Programma 2 wordt altijd afgerekend met de deelnemers, 49
Jaarstukken 2020
Programma 3 genereert een winst waarvan verwacht wordt dat deze toegevoegd wordt aan de Zakelijke Algemene Reserve. De belangrijkste verschillen tussen de realisatie en de raming (na wijziging) zijn: • Ondanks minder bezoekers meer afval maar ook hogere poorttarieven; • Oplopende verwerkingstarieven voor de afvalstromen; • Inschakelen van inhuur als gevolg van ziek kantoorpersoneel. Dit werkt voor programma 3 door in de doorbelaste overhead. BTW compensatiefonds Met ingang van 1 januari 2003 hebben provincies en gemeenten te maken met het BTW compensatiefonds. RD Maasland maakt, na goedkeuring van alle aangesloten gemeenten, onderdeel uit van dit gebeuren. En wel in die zin, dat alle btw die niet in de vooraftrek thuishoort van RD Maasland, zal worden doorgeschoven naar de betrokkenen naar rato van aansluitingen (In onderstaand overzicht is de eindafsluiting van het jaar 2020 opgenomen). Hierna is een overzicht weergegeven van de doorgeschoven BTW in 2020. Gemeente
Door te schuiven BTW Raming 2020
Door te schuiven BTW Realisatie 2020
Leudal
342
279
Maasgouw
234
187
Roerdalen
108
84
Echt-Susteren
74
44
Totaal
758
594
Deze component kan als gevolg van investeringen of onverwachte tegenvallers ( b.v. meer afval via de Milieuparken) jaarlijks wijzigen en zelfs sterk afwijken van de primaire raming. Aangezien deze btw grotendeels doordrukt in de afvalstoffenheffing is het wellicht raadzaam voor elke individuele gemeente hiervoor een egalisatierekening in te richten. De (in de 1e begrotingswijziging reeds gemelde wijzigingen) bedragen wijken af ten opzichte van de raming en zijn grotendeels te verklaren door de fiscale wijziging ten aanzien van de inzameling van droge componenten (pmd, glas, textiel). De inzameling van deze droge componenten is gedurende 2020 door de fiscus geclassificeerd als een BTW-plichtige activiteit. Dit heeft als gevolg dat over de aan deze activiteit gerelateerde vergoedingen BTW afgedragen dient te worden en dat over de kosten BTW mag worden teruggevorderd door RDM. Voorheen maakte deze BTW onderdeel uit van de door te schuiven BTW.
Overige algemene dekkingsmiddelen De RDM rekent rentelasten aan de diverse programma’s toe, zodat die programma’s een integraal beeld geven van de kosten die met de uitvoering gemoeid zijn.
50
Jaarstukken 2020
Onvoorzien Op grond van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen zijn de deelnemende gemeenten verplicht eventuele tekorten aan te vullen bij een dergelijk samenwerkingsverband. Daarom is de post onvoorzien bij RD Maasland als bedrag te verwaarlozen. Overzicht incidentele baten en lasten Hiervoor is reeds op diverse plaatsen via een kolom “incidenteel gerealiseerd in het boekjaar” aangegeven dat er sprake was van incidentele baten en lasten. Programma 1 Baten: Lasten:
Programma 2 Baten: Lasten: Programma 3 Baten: Lasten: Reserves Baten: Lasten:
51
Jaarstukken 2020
Analyse begrotingsafwijkingen en begrotingsrechtmatigheid Omschrijving
Raming begrotingsjaar ná wijziging Baten Lasten Saldo
Realisatie begrotingsjaar Baten Lasten Saldo
Begrotingsafwijking Baten Lasten Saldo
Programma 1
7.160
7.409
-249
7.499
7.562
-63
339
-153
186
Programma 2
537
537
0
535
591
-56
-2
-54
-56
Programma 3
1.153
1.153
0
1.169
1.144
25
16
9
25
8.850
9.099
-249
9.203
9.297
-94
353
-198
155
912
912
0
1.112
1.112
0
200
-200
0
758
-758
594
-594
164
-164
Subtotaal programma’s *waarvan intern doorbelast Doorgeschoven BTW Dekking doorgeschoven BTW Subtotaal algemene dekkingsmiddelen
758
758
594
594
164
Waarvan onrechtmatig1 Baten Lasten Saldo
164
758
758
0
594
594
0
164
164
0
Subsaldo
7.938
8.187
-249
8.091
8.185
-94
153
-398
155
Toevoeging/ onttrekking aan reserves: Programma 1
249
249
249
249
0
249
249
249
249
0
0
8.340
Programma 2 Programma 3 Subtotaal mutaties reserves Resultaat na reservemutaties (On)bestemd Resultaat (na vpb)
8.187
8.187
0
8.185
155 155
153
-398
155 155
Analyse begrotingsafwijkingen Hiervoor is ook reeds per programma en voor de algemene dekkingsmiddelen ingegaan op de verschillen tussen de realisatie en de begrotingscijfers voor en na wijziging. Bij dit totaaloverzicht behoeft aanvullend geen verdere toelichting te worden gegeven. Voor de zakelijke dienstverlening (programma 3) geldt dat de hevige concurrentie van invloed is op cijfers. Analyse begrotingsrechtmatigheid In de toelichting op de programmarekening moet een analyse van de afwijkingen tussen de begroting na wijziging en programmarekening worden gemaakt (artikel 28, onderdeel a BBV). Deze verplichte analyse is ook prima geschikt om een analyse inzake de begrotingsrechtmatigheid te vervaardigen. 1
Op grond van artikel 189, lid 3 Gemeentewet kunnen – behoudens de uitzonderingen ex artikel 208 en 209 Gemeentewet – ten laste van de gemeente
slechts lasten en daarmee overeenstemmende balansmutaties worden genomen tot de bedragen die hiervoor op de begroting zijn gebracht.
52
Jaarstukken 2020
Er zijn geen onrechtmatigheden te melden.
3.6 Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) Sinds 1 januari 2013 is de WNT van kracht. Deze wet regelt onder meer dat overheidsinstellingen jaarlijks bezoldigingsgegevens en eventuele ontslagvergoeding van hun functionarissen dienen te publiceren. Voor topfunctionarissen en gewezen topfunctionarissen worden deze gegevens ongeacht de hoogte gepubliceerd. Voor het verslagjaar 2020 is de generieke maximum bezoldigingsnorm vastgesteld op €. 201.000. Dit is inclusief belaste kostenvergoedingen en pensioen. De WNT is op RD Maasland van toepassing. Publicatie van bezoldigingsgegevens dienen onder meer openbaar te worden gemaakt via het financieel jaarverslag. Bij de definiëring van topfunctionarissen gaat het om personen die tot de hoogste uitvoerende en toezichthoudende organen van een rechtspersoon of instelling behoren en / of hoogst leidinggevenden binnen een rechtspersoon of instelling. Hieronder vallen de leden van het Algemeen en Dagelijks Bestuur en de functionarissen die formeel lid zijn van een (centraal) management- of directieteam.
53
Jaarstukken 2020
Tabel WNT Topfunctionaris Leidinggevende topfunctionaris Bedragen x € 1
A.A.H. Smedts
Functie Duur dienstverband in 2020 Omvang dienstverband (in fte) Gewezen topfunctionaris Echte dienstbetrekking
Directeur 1/1 - 31/12 0,9 nee ja
Individueel WNT-Maximum
201.000
Bezoldiging Beloning Belastbare onkostenvergoedingen Beloningen betaalbaar op termijn
96.023 664 18.594
Subtotaal
115.282
Minus Onverschuldigde betaald bedrag
0
Totaal bezoldiging
115.282
Motivering indien overschrijding
NVT
Gegevens 2019 Duur dienstverband in 2019 Omvang dienstverband 2019 (in fte)
1/1 - 31/12 0,9
Bezoldiging in 2019 Beloning Belastbare onkostenvergoeding
92.888 1.015
Beloningen betaalbaar op termijn Totaal bezoldiging 2019 Individueel WNT-maximum 2019
17.427 111.330 194.000
Toelichting WNT: indien de vergoeding van de zakelijke km-vergoeding boven de 0,19 per km onder de WKR ( Werkkostenregeling ) wordt opgenomen, wordt het bedrag, gemeld als belastbare onkostenvergoeding, hiervoor in het kader van de WNT op nul gesteld.
54
Jaarstukken 2020
Toezichthoudende topfunctionarissen
2020
De genoemde maximale WNT bedragen zijn gebaseerd op een volledig kalenderjaar
Bedragen x € 1
P.H.G. Verlinden
J.A.L. Lalieu
A.C.A.G. Smits
M.H.E. Wilms
A.J.M. Walraven
H.E.J.M. Meuwissen
M.J.A. Thevissen
Functie Duur dienstverband in 2020
Voorzitter DB 1/1 - 31/12
Vice-voorzitter DB 1/1 - 31/12
Lid DB 1/1 - 31/12
Lid AB 1/1 - 31/12
Lid AB 1/1 - 31/12
Lid AB 1/1 - 31/12
Lid AB 1/1 - 31/12
Individueel WNT-Maximum
30.150
20.100
20.100
20.100
20.100
20.100
20.100
Bezoldiging Beloning Belastbare onkostenvergoedingen Beloningen betaalbaar op termijn
0 0 0
0 0 0
0 0 0
0 0 0
0 0 0
0 0 0
0 0 0
Subtotaal
0
0
0
0
0
0
0
Minus Onverschuldigde betaald bedrag
0
0
0
0
0
0
0
Totaal bezoldiging
0
0
0
0
0
0
0
Motivering indien overschrijding
NVT
NVT
NVT
NVT
NVT
NVT
NVT
1/1 - 31/12
1/1 - 31/12
1/1 - 31/12
1/1 - 31/12
1/1 - 31/12
1/1 - 31/12
1/1 - 31/12
0 0 0 0 29.100
0 0 0 0 19.400
0 0 0 0 19.400
0 0 0 0 19.400
0 0 0 0 19.400
0 0 0 0 19.400
0 0 0 0 19.400
Uitkering wegens beeindiging dienstverband aan topfunctionarissen in 2020
NVT
in jaar 2019
NVT
Bezoldiging of ontslaguitkering niet-topfunctionarissen in 2020
NVT
in jaar 2019
NVT
Gegevens 2019 Duur dienstverband in 2019 Bezoldiging in 2019 Beloning Belastbare onkostenvergoeding Beloningen betaalbaar op termijn Totaal bezoldiging 2019 Individueel WNT-maximum 2019
NB: voor wat betreft de aangehaalde duur van het 'dienstverband' zie ook bladzijde 3; de datum van mutatieverwerking bij de Kamer van Koophandel is in deze als leidend aangehouden. Wethouders / raadsleden worden aangewezen door de gemeenteraad als afgevaardigde voor het bestuur. Ze staan niet op de loonlijst bij RD Maasland en ontvangen geen (vrijwillgers)vergoeding. RD Maasland beschikt over een Rechtsbijstand Overheid via Centraal Beheer doch de bestuurders maken hiervan geen deel uit.
55
Jaarstukken 2020
3.7.
Controleverklaring
56
Jaarstukken 2020
3.8.
Bijlagen
Kengetallen Kengetal 1
2020
getallen x €. 1.000
Het kengetal netto schuldquote en het kengetal netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen worden vastgesteld als volgt: 2020 Vaststelling kengetal netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor : ( A+B+C-D-E-F-G) / H x 100% alle leningen in %
A B
Het totaal van de vaste schulden, genoemd in artikel 46 van het BBV. Het totaal van de netto-vlottende schulden, genoemd in artikel 48 van het BBV.
C
Het totaal saldo van alle overlopende passiva, genoemd in artikel 49 van het BBV.
D1
Voor de netto schuldquote: Het totaal van de financiële vaste activa, genoemd in artikel 36, onderdelen d, e en f van het BBV.
D2
Voor netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen: Het totaal saldo van de financiële activa, bedoeld in artikel 36, onderdelen b, c, d, e en f van het BBV.
E
Het totaal saldo van alle uitzettingen met een rentetypsiche looptijd korter dan 1 jaar, genoemd in artikel 39 van het BBV.
F
Het totaal saldo van alle liquide middelen, genoemd in artikel 40 van het BBV.
G
Het totaal saldo van alle overlopende activa, genoemd in artikel 40a van het BBV.
H
Het gerealiseerde totaal saldo van de baten, genoemd in artikel 27 van het BBV.
4.966 1.000 1.373
0
0
1.448 813 707 8.340 Kengetal 2
Het kengetal solvabiliteitsratio wordt berekend als volgt: 2020 : ( A/B ) x 100%
Vaststelling kengetal solvabiliteitsratio in %
A B
Het eigen vermogen, bedoeld in artikel 42, eerste lid van BBV, dat op de balans wordt opgenomen. Het totaal aan alle passiva ( vaste en vlottende passiva ) die ingevolge artikel 37 respectievelijk 41, van het BBV, op de balans wordt opgenomen.
1.446
8.950
57
Jaarstukken 2020
Kengetal 3
Het kengetal structurele exploitatieruimte wordt berekend als volgt: 2020 : (( B-A) + ( D-C )) / E x 100%
Vaststelling kengetal structurele exploitatieruimte in % A
B
C
D
E
Structurele lasten = het gerealiseerde totaal van de lasten, bedoeld in artikel 27, onderdeel c, van het BBV minus het gerealiseerde totaal van de incidentele baten per programma, bedoeld in artikel 28, onderdeel c , van het BBV. Structurele baten = het gerealiseerde totaal van de baten, bedoeld in artikel 27, onderdeel c, van het BBV minus het gerealiseerde totaal van de incidentele lasten per programma, bedoeld in artikel 28, onderdeel c , van het BBV. Het beoogde totaal van de structurele toevoegingen aan de reserves voor het overzicht, bedoeld in artikel 19, onderdeel d, van het BBV. Het totaal van de structurele onttrekkingen aan de reserves voor het overzicht, bedoeld in artikel 28, onderdeel d, van het BBV. Het gerealiseerde totaal saldo van de baten, bedoeld in artikel 27, onderdeel c, van het BBV
8.185
8.340
0
249
8.340
Tabel kengetallen
2020
Jaarverslag 2019 Kengetallen :
Verloop van de kengetallen Rekening 2019 Begroting (na wijz ) 2020 Rekening 2020
netto schuldquote netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen solvabiliteitsrisico structurele exploitatieruimte P 1-2-3
58
50,21% 50,21% 16,82% -2,42%
51,86% 51,86% 15,60% 0,00%
52,40% 52,40% 16,16% 4,84%
Jaarstukken 2020
Kengetal 4 EMU- saldo: Dit saldo ( of wel het vorderingssaldo ) is het financieringssaldo minus deelname aan bedrijven en inkomsten uit kredietverstrekkingen, uitgedrukt in geld, voor een overheid die lid is van de EMU ( Economische en Monetaire Unie ). Omschrijving
1. 2. 3. 4. 5.
6.
7.
8. 9. 10.
11. a b
Rekening 2020 Begroting 2020 Begroting 2020 na wijziging x €. 1.000 x €. 1.000 x €. 1.000
Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves ( zie BBV, artikel 17c ) +/+ Afschrijvingen ten laste van de exploitatie +/+ Bruto dotaties aan de post voorzieningen ten laste van de exploitatie -/- Investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans worden geactiveerd +/+ Baten uit bijdragen van andere overheden, de Europese Unie en overigen, die niet op de exploitatie zijn verantwoord en niet al in mindering zijn gebracht bij post 4 +/+ Desinvesteringen in (im)materiële vaste activa: Baten uit desinvesteringen in (im)materiële vaste activa ( tegen verkoopprijs ), voor zover niet op exploitatie verantwoord -/- Aankoop van grond en uitgaven aan bouw-, woonrijp maken e.d. ( alleen transacties met derden die niet op de exploitatie staan ) +/+ Baten bouwgrondexploitatie: Baten voorzover transacties niet op exploitatie verantwoord -/- Lasten op balanspost Voorzieningen voorzover deze met derden betreffen -/- Lasten ivm transacties met derden, die niet via de onder post 1 genoemde exploitatie lopen, maar rechtstreeks ten laste van de reserves ( inclusief fondsen en dergelijke ) worden gebracht en die nog niet vallen onder één van de bovenstaande posten Verkopen van effecten: Gaat u effecten verkopen ( ja/nee ) -/- Zo ja, wat is bij verkoop de verwachte boekwinst op de verkoop BEREKEND EMU- SALDO RD Maasland
59
-94 591
-249 708
-249 708
11
11
11
689
585
585
13
5
5
nee
nee
nee
-194
-120
-120
Jaarstukken 2020
RDM 2020 1e kw 1.Omvang begroting 2020 Toegestaan kasgeldlimiet perc. In bedragen
Bedragen x €.1.000 2e kw 3e kw
4e kw
4.184.955 8,20% 343
343
343
343
2.Omvang vlott.schuld < 1 jaar 3.Omvang vlott.middelen < 1 jaar
866 1.346
816 898
828 1.109
894 2.157
Toets kasgeld limiet 4.Totaal (2-3) netto vlott.schuld
-480
-83
-281
-1.262
823
426
624
1.605
Ruimte onder kasgeldlimiet (1-4)
Renterisico
RDM 2020
1/ 2/ 3/ 4/ 5/ a 5/ b 5/
Renteherzieningen op leningen o/g Betaalde aflossingen Renterisico ( 1+ 2 ) Begrotingstotaal jaar 2020 Het bij Min.Regeling vastgesteld % Regeling Renterisiconorm ( 5a + 5b / 100 ) %
118 624 742 8.187 20
Toets risiconorm
1.637
6/
Bedrag x €.1.000
Ruimte (+) c.q. overschrijding (-)
60
0,20
896
Jaarstukken 2020
Overhead In het Staatsblad nummer 101 is een Besluit van 5 maart 2016 geplaatst, waarin gemeenten onder meer een apart overzicht dienen op te nemen met betrekking tot de kosten van de overhead. Dit om de raad een beter inzicht te geven in de totale kosten van de overhead. Wettelijk is het voldoende om alleen het totaalbedrag aan overhead op te nemen. De definitie van het begrip overhead en de specificatie van de kostengroepen welke hiertoe behoren, zijn nauwkeurig beschreven in de notitie van juli 2016 van de commissie BBV. Verderop wordt een opsomming gegeven van de elementen. Door de Provincie Limburg wordt er zonder meer van uit gegaan dat dit verplichte overzicht ook betrekking heeft op de gemeenschappelijke regeling en wel vanaf het begrotingsjaar 2018. Hoewel specialisten in Nederland op dit gebied elkaar tegenspreken en het gros van de samenwerkingsverbanden in Nederland op het gebied van afvalinzameling geen gehoor geven aan dit Besluit, neemt RD Maasland in dit verslag toch een overzicht op met daarin de presentatie van de cijfers voor het jaar 2018. Toch plaatst RD Maasland enkele kanttekeningen hierbij. Immers, de deelnemende gemeenten presenteren deze cijfers niet in hun eigen verslaglegging. De totale bijdrage voor de programma’s wordt gebruikt voor de samenstelling van diverse heffingen.
Deze methode zou ook worden toegepast indien de dienst zou worden uitbesteed. Bij de facturatie hiervan zal door de leverancier ook geen overhead apart zichtbaar worden gemaakt. Aangezien de afvalwerkzaamheden onderhevig zijn aan concurrentie is het niet bevorderlijk dergelijke detailinformatie openlijk te delen. De deelnemende gemeenten behoren met de tarieven van de afvalstoffenheffing tot de laagste van Nederland. Overhead : alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Dit houdt in dat de volgende kosten onder overhead vallen: • Leidinggevenden primair proces behalve projectleiding; • Financiën, toezicht en interne controle; • P&O / HRM; • Inkoop; • Interne en externe communicatie behalve klachtencommunicatie en project; • Juridische zaken; • Bestuurszaken en –ondersteuning; • Informatievoorziening en automatisering; • Facilitaire zaken en huisvesting ( voor zover kantoorruimte betreft), receptie, catering, gebouwenbeheerders; • Kaderstellenden, adviseurs, archiefmedewerkers; • Managementondersteuning primair proces. Directe kosten worden derhalve zoveel als mogelijk direct toegerekend aan de betreffende taakvelden. Ondersteunende taken welke worden uitbesteed zijn niet direct dienstbaar. Voor zover sprake is van functiescheiding kunnen kosten worden toegewezen.
Bij RDM worden de ondersteunende kostenplaatsen Huisvesting en Algemene kosten sinds jaar en dag toegerekend aan de uit te voeren diensten voor de deelnemende gemeenten. Dit geschiedt respectievelijk op basis van m2 en urenverdeling. Bij de kosten van de binnendienst zijn immer op basis van geschreven uren kosten toegerekend aan de primaire diensten. De niet toe te wijzen kosten zijn opgevoerd bij de Algemene kosten. 61
Jaarstukken 2020
In de opstelling welke nu in de laatste tabel wordt gepresenteerd met overhead apart opgevoerd, geldt dus dat alle kosten van de binnendienst, algemeen en kantoorruimte samen zijn gevoegd. 2020 ( bedragen x €. )
Baten
Lasten
Saldo
Programma 1
3.756.959
6.457.231
-2.700.272
Programma 2
134.057
523.074
-389.017
Programma 3
1.126.970
914.887
212.083
Totaal P 1-2-3
5.017.986
7.895.191
-2.877.205
Overhead
x
1.399.242
-1.399.242
VPB P1 en P3
x
2.784
-2.784
Bedrag onvoorzien
0
0
0
5.017.986
9.297.217
-4.279.231
249.100
0
249.100
Saldo na mutaties reserves
5.267.086
9.297.217
-4.030.131
Dekking gemeenten
4.184.955
0
4.184.955
Saldo van baten en lasten Mutaties reserves
Resultaat
154.824
De overheadkosten in 2020 bedragen ruim € 1.399.000, oftewel afgerond 15 %. Volgens “de Hoofdlijnen Vernieuwing Besluit Begroting en Verantwoording” d.d. juni 2015 (Paragraaf 2.5: Inzicht in overhead en kosten) is het landelijke percentage 25 à 50%. RD Maasland presteert daarmee dus ruimschoots beter dan het gemiddelde.
62