20242-BIJLAGE 4 Concept Jaarrekening 2020
Tekst van het document
Jaarstukken 2020
Jaarstukken 2020 April 2021
1
Jaarstukken 2020
Gemeenschappelijke regeling RD Maasland........................................................................................... 3 Bericht van het dagelijks bestuur ........................................................................................................... 4 Kerngegevens .......................................................................................................................................... 7 Jaarverslag............................................................................................................................................... 9 1.
2.
3.
Programmarekening ..................................................................................................................... 10 1.1.
Programma 1 – Huishoudelijk Afval ..................................................................................... 11
1.2.
Programma 2 – Openbare Ruimte........................................................................................ 17
1.3.
Programma 3 – Zakelijke Dienstverlening ........................................................................... 19
1.4.
Algemene dekkingsmiddelen ............................................................................................... 21
1.5.
Onvoorzien / Algemene reserve ........................................................................................... 21
1.6.
Bijdrage Gemeenten 2020 .................................................................................................... 22
Financiële Besturing, (Risico)beheersing, Bedrijfsvoering en Kengetallen ................................... 23 2.1.
Weerstandsvermogen: verhouding financiële risico’s en weerstandscapaciteit (reserves) 24
2.2.
Financiële Kengetallen .......................................................................................................... 26
2.3.
Onderhoud Kapitaalgoederen .............................................................................................. 29
2.4.
Financiering ........................................................................................................................... 30
2.5.
Risicobeheersing ................................................................................................................... 31
2.6.
Administratieve Organisatie / Interne Beheersing (AO/IB) .................................................. 31
2.7.
Personeel & Organisatie ....................................................................................................... 32
2.8.
Verbonden Partijen ............................................................................................................... 35
2.9.
Rechtmatigheid ..................................................................................................................... 35
Jaarrekening .................................................................................................................................. 36 3.1.
Balans per 31 december ....................................................................................................... 36
3.2.
Programmarekening 2020 .................................................................................................... 38
3.3.
Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling ............................................................ 39
3.4.
Toelichting op de balans (bedragen x € 1.000) ..................................................................... 42
3.5.
Toelichting op de programmarekening ................................................................................ 49
3.6
Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) .. 53
3.7.
Controleverklaring ................................................................................................................ 56
3.8.
Bijlagen .................................................................................................................................. 57
2
Jaarstukken 2020
Gemeenschappelijke regeling RD Maasland Deelnemende gemeenten Leudal Maasgouw Roerdalen Echt-Susteren Algemeen Bestuur Namens de gemeente Leudal: Dhr. P.H.G. Verlinden, wethouder Dhr. mr. A.J.M Walraven, wethouder (tot en met 15 januari 2021) Namens de gemeente Maasgouw: Dhr. J.A.L Lalieu, wethouder Dhr. M.H.E. Wilms, wethouder Namens de gemeente Roerdalen: Dhr. A.C.A.G Smits, wethouder Mevr. M.J.A. Thevissen, raadslid Namens de gemeente Echt-Susteren: Dhr. H.E.J.M. Meuwissen, wethouder Dagelijks Bestuur Dhr. P.H.G. Verlinden, voorzitter Dhr. J.A.L Lalieu, vicevoorzitter Dhr. A.C.A.G Smits Dhr. A.A.H. Smedts, secretaris Directie RD Maasland Dhr. A.A.H Smedts
3
Jaarstukken 2020
Bericht van het dagelijks bestuur Aan het algemeen bestuur en gemeenteraden Hierbij bieden wij u de jaarstukken, zijnde het jaarverslag en de jaarrekening, van de gemeenschappelijke Regeling RD Maasland voor 2020 aan. De jaarrekening is gecontroleerd door Koenen en Co Audit & Assurance BV. De controleverklaring is in deze stukken opgenomen. Het Dagelijks Bestuur vergaderde in 2020 5 keer gezamenlijk met de directie. In deze vergaderingen zijn onder meer de volgende onderwerpen aan de orde geweest: 1. Aanpassing organisatie en dienstverlening a.g.v. Covid19 Het Coronavirus heeft geleid tot aanpassingen in dienstverlening van RD Maasland. RD Maasland is in een spanningsveld terecht gekomen van enerzijds het zo goed mogelijk uitvoeren van de diensten en anderzijds het waarborgen van de veiligheid van onze medewerkers èn van de bezoekers van onze milieuparken. Naast het treffen van veiligheidsmaatregelen werd de vraag actueel welke taken die RD Maasland uitvoert het belangrijkste zijn. De gestelde prioriteiten zijn : 1e En daarmee de allerbelangrijkste: de inzameling van restafval en gft huis-aan-huis; 2e De inzameling van afvalstromen via de wijkparkjes; denk aan glas, textiel, PMD; 3e De inzameling van afvalstromen via de milieuparken; denk aan grof afval, tuinafval, bouwen sloopafval, kca e.d.
De genomen veiligheidsmaatregelen zijn onder meer: De medewerkers werken in ploegjes samen en zodra 1 van hen besmet raakt heeft dat gevolgen voor de hele ploeg; Overstap van een 3 mans bezetting op de huisvuilauto naar een 2 mans bezetting; Op de milieuparken worden maximaal 5 auto’s (bezoekers) toegelaten; Tijdelijke sluiting milieupark Roggel; Opening (beperkte) brengvoorziening in Baexem; Verhoging capaciteit klantcontacten; Thuiswerken en fysieke maatregelen op kantoor; E.d. 2. Wijziging inzamelsystematiek per 2022 RD Maasland streeft naar een duurzame samenleving waarbij in de toekomst geen plaats meer is voor afval. Vertaald naar het aantal kg restafvak dat nog per inwoner wordt verbrandt, wordt gestreefd naar: • Verlagen van het restafval naar 100 kg restafval per inwoner uiterlijk in 2023 • Verlagen van het restafval van 100 kg naar 80 kg restafval per inwoner uiterlijk in 2025. De nadruk ligt dan op zoveel mogelijk milieurendement tegen zo acceptabel mogelijk kosten. Het adviesbureau De Afvalspiegel heeft hiervoor 4 scenario’s uitgewerkt. Deze scenario’s zijn voorgelegd aan de raden van de gemeenten Leudal, Maasgouw en Roerdalen. De besluitvorming over de de wijzigingen van de afvalinzameling per 2022 zal in het voorjaar van 2021 zijn afgerond. 3.
Landelijke Benchmark 2019 RD Maasland is een trouwe deelnemer aan de benchmark die door de branchevereniging NVRD in samenwerking met Rijkswaterstaat landelijk wordt uitgezet. In deze benchmark worden gemeenten en inzamelbedrijven vergeleken op o.a. de prestatiegebieden milieu en kosten. Met deze benchmark ontstaat inzicht in het eigen functioneren en presteren. Gemeenten en afvalinzamelbedrijven die aan de benchmark meedoen, worden verdeeld in zgn. hoogbouwklassen. RD Maasland is met haar gemeenten ingedeeld in klasse D (= tot 19% hoogbouw). 4
Jaarstukken 2020
In onderstaande tabel zijn uitkomsten van de benchmark kort weergegeven:
Uitkomsten benchmark 2019
Milieu
Kosten
Indicator totaal kg afval per inwoner p.jr KG restafval per inwoner Afvalscheiding in % per huishouden per jaar
Klasse D gem 503 131 74%
kl. At/mD gem 493 168 65%
€145
€168
RDM 540 110 80% €123
4. Kwaliteitsmanagement RD Maasland is sinds 2013 ISO-9001 gecertificeerd. Dit certificaat wordt verleend aan bedrijven die hun interne processen conform de normering hebben ingericht. Het systeem is gericht op het continu verbeteren van de kwaliteit en klanttevredenheid. Uit de in 2019 gehouden audits is gebleken dat verbeteringen zijn geëffectueerd en is het certificaat verlengd. Naast dit certificaat beschikt RD Maasland over VCA 1* ( Veiligheid Checklist Aannemers, VGM = Veiligheid Gezondheid en Milieu ) en is het bedrijf erkend als leerwerkbedrijf. 5. Instellen Lokaal Overleg. De GR RD Maasland is aangesloten bij WSGO, onderdeel van VNG. In de nieuwe CAO is o.a. afgesproken dat ook gemeenschappelijke regelingen een zgn. Lokaal Overleg dienen in te stellen. In dit overleg tussen werkgever en vakorganisatie wordt o.a. gesproken over lokale regelingen, reorganisaties e.d. De eerste vergadering van het LO was op 29 juni 2020. 6. Archiefbeheer. RD Maasland heeft in het kader van archiefbeheer een aantal maatregelen getroffen. Opgepakt zijn: Aanwijzingsbesluit; Archiefbepalingen; Beheerregeling informatiebeheer; Dienstverleningsovereenkomst archiefbeheer met gemeente Roermond. (nog niet definitief). 7. Educatie op scholen RD Maasland acht educatie op scholen van groot belang.
Langs deze weg wordt een belangrijke doelgroep bereikt en wordt bijgedragen aan het bereiken van de milieudoelstellingen. De basisscholen wordt een programma aangeboden met onderdelen als: • Lessen over huishoudelijk afval; • Excursies op de milieuparken; • Afvalspel; • Opruimacties; • Informatiepakketten. Het schoolprogramma is gratis voor alle scholen van Maasgouw, Leudal en Roerdalen en wordt betaald uit de zwerfafvalvergoeding van Nedvang. Het aantal scholen dat hieraan deelneemt stijgt.
5
Jaarstukken 2020
8. Financiële en administratieve zaken Het DB heeft de navolgende besluiten van het AB voorbereid: • wijziging begroting 2020; • jaarstukken 2019; • begroting 2021; • geldbeheer 2021; • controleprotocol jaarrekening 2020; • managementrapportage 2020; • onderzoek inzamelscenario’s per 2022. 9. Overleg Algemeen Bestuur Het Algemeen Bestuur is 3 keer in vergadering bijeengekomen. In deze vergaderingen zijn o.a. besluiten genomen over: • jaarstukken 2019; • begrotingswijziging 2020; • begroting 2021; • inzamelscenario’s per 2020; • managementrapportage 2020; • geldbeheer 2020; • archiefbeheer; • controleprotocol 2020. 10. Financieel Resultaat en positie RD Maasland In de (gewijzigde) begroting 2020 was een gemeentelijke bijdrage begroot van € 4.484.955,= Het boekjaar is afgesloten met een positief saldo ad € 154.824.= Dit is met name te wijten aan de extra opbrengsten voor de PMD verpakkingen als gevolg van hogere volumes.
Het Bestuur spreekt haar waardering uit over de inzet en prestaties van het personeel van RD Maasland. Namens het Dagelijks Bestuur, Haelen, 7 april 2021
P.H.G. Verlinden Voorzitter
A.A.H. Smedts Secretaris
6
Jaarstukken 2020
Kerngegevens Verzorgingsgebied De Gemeenschappelijke Regeling (GR) RD Maasland verzorgt de inzameling en verwerking van huishoudelijk afval in de gemeenten Leudal, Maasgouw, Roerdalen en tot 2018 in een deel van Peel en Maas (in de voormalige gemeenten Meijel en Kessel). De gemeente Echt-Susteren participeert in de GR voor het onderdeel milieuparken voor een vast aantal aansluitingen. Aantal inwoners per gemeente (bron: CBS)
Gemeente: Leudal
1 jan 2017
1 jan 2018
1 jan 2019
1 jan 2020
35.878
35.857
35.681
35.879
Maasgouw
23.775
23.697
23.713
23.965
Roerdalen
20.700
20.728
20.615
20.574
Meijel en Kessel*
10.440
-
-
-
Echt-Susteren (noord)
19.185
19.185
19.185
19.185
Totaal
109.978
99.467
99.194
99.603
* Vanaf 1-1-2010 deel uitmakend van Peel en Maas en vanaf 2018 geen deel meer uitmakend van RD Maasland.
Aantal aansluitingen per gemeente
Gemeente: Leudal
1 jan 2017
1 jan 2018
1 jan 2019
1 jan 2020
15.540
15.629
15.683
15.789
Maasgouw
10.454
10.479
10.638
10.715
Roerdalen
9.053
9.304
9.246
9.226
Meijel + Kessel
4.213
-
-
-
Echt-Susteren*
8.350
8.350
8.350
8.350
Totaal
47.610
43.762
43.917
44.080
2017
2018
2019
*Deelname v.w.b. Milieuparken (ca. 8.350 aansluitingen)
Ingezamelde hoeveelheid afval (*1.000kg)
2020
Huis aan Huis Ldal/Mgouw/Rdalen Hha Restafval
11.783
10.815
10.730
11.445
Hha GFT ( Groente-, Fruit- en Tuinafval )
9.008
7.289
7.574
8.270
Hha Verzamel Rest
799
644
658
726
Hha Ondergronds Rest
144
115
119
166
Nascheiding Kunststof en Drinkpakken
(vermarkt)
Kunststoffen
138
451
234
191
Drinkpakken
27
41
30
42
7
Jaarstukken 2020
2017
2018
2019
2020
Aantal ledigingen mini’s Rest
533.723
457.350
455.111
480.809
Aantal ledigingen mini’s Gft
402.918
339.284
355.490
387.287
113
124
120
122
Grof Restafval
2.215
2.225
2.268
2.617
Groen
5.256
6.248
5.775
5.240
ABC-Hout
2.098
2.228
2.291
2.626
223
220
225
247
Puin
3.235
3.244
3.469
3.431
Schroot
196
207
214
238
78.232
85.619
83.422
77.685
Brengvoorzieningen MP: Roggel-Maasbracht-Montfort Ldal-Mgouw-EchtS Asbest
OPK (Oud Papier Karton )
Aantal bezoekers Milieuparken
Brengvoorzieningen: Wijkcontainers en zakken: Ldal-Mgouw--Rdalen (vermarkt) Blik
158
145
87
276
Drinkpakken
169
167
79
182
Holglas ( v.a. 1-6-17 geen Rdalen )
1.930
1.480
1.447
1.673
Kunststoffen
1.639
1.528
452
1.402
474
435
447
474
Textiel ( excl. Rdalen )
8
Jaarstukken 2020
Jaarverslag Programmarekening Deze jaarrekening is opgebouwd conform de voorschriften zoals opgenomen in het Besluit Begroting en Verantwoording. In deze programmatisch opgebouwde rekening is een drietal programma’s opgenomen waarmee we ons richten op vooraf gestelde doelen en beoogde effecten. Vanuit deze programmatische gedachte kent deze rekening een duidelijke scheiding tussen beleidsmatige en financiële aspecten. Het beleidsmatige deel bestaat uit het programmaplan en een aantal paragrafen. Het financiële deel bestaat uit een overzicht van de verdeling van de middelen over de verschillende programma’s en programmaonderdelen. De gehanteerde grondslagen voor waardering en resultaatbepaling zijn niet gewijzigd ten opzichte van voorgaand jaar. Hierna wordt via de programmaverantwoording en de paragrafen verantwoording afgelegd over de realisatie van het bij de begroting 2020 voorgenomen beleid in het jaar 2019. Leeswijzer Het eerste hoofdstuk bestaat uit het programmaplan waarin drie programma’s zijn opgenomen, te weten het programma ‘Huishoudelijk Afval’, het programma ‘Openbare Ruimte (OR)’ en het programma ‘Zakelijke dienstverlening’. In deze programma’s wordt beschreven wat we hebben bereikt, wat we daarvoor hebben gedaan en wat het heeft gekost.
Waar in het eerste hoofdstuk met name het beleidsmatige, de ‘wat’-vragen, aan de orde komen, bevat het tweede hoofdstuk een aantal verplichte paragrafen waar met name de beheersmatige aspecten, de ‘hoe’ vragen, aan de orde komen. Tenslotte is in hoofdstuk drie de jaarrekening van RD Maasland opgenomen.
9
Jaarstukken 2020
1.
Programmarekening
De missie van RD Maasland, zoals beschreven in het Meerjarenplan is om vanuit een gezonde economische positie, zich te onderscheiden in haar activiteiten ten behoeve van een leefbaar milieu en zich te ontwikkelen als een dienstverlenend bedrijf waaraan gemeenten meerdere taken kunnen overdragen. RD Maasland wil zich met haar activiteiten onderscheiden van andere op de markt opererende afvalinzamelingbedrijven door: • op maatschappelijk verantwoorde (MVO) en doelmatige wijze zorg te dragen voor een duurzame verwijdering en nuttige toepassing van huishoudelijke en bedrijfsafvalstoffen; • een verbreding van het takenpakket op het gebied van beheer en onderhoud van de openbare ruimte; • actief en soepel in te spelen op nieuwe vragen vanuit de lokale overheid op het gebied van arbeidsparticipatie; • de uitvoering van de taken te realiseren tegen de laagst mogelijke kosten; • bij te dragen aan educatie en voorlichting op scholen; • samen te werken met aan gemeenten verbonden partijen, waaronder SW-bedrijven; • voor de inwoners van haar verzorgingsgebied herkenbaar te zijn als een bedrijf dat zich inzet voor een schone leefomgeving en een hoge klanttevredenheid. De in de begroting 2020 opgenomen speerpunten waren: Speerpunten 2020 Huishoudelijk afval
Samenwerking met collega-bedrijven Samenwerking gemeenten Duurzaamheid Voorlichting en educatie Arbeidsparticipatie Personeel en Organisatie Financieel Operationeel
Beleid gericht op vermindering verbranden restafval Afvalstromen inzetten als grondstoffen Verduurzaming verwerking huishoudelijk afval Uitbreiding sortering en verwerking afvalstromen Uitbreiding dienstverlening tbv deelnemende gemeenten Hogere inzamelrespons keuken- en tuinafval Intensivering communicatie/ educatie Inrichting leerwerk functie Opleidingen Arbo Marap’s m.b.v. financieel-info systeem Optimalisering inzameling
10
Jaarstukken 2020
1.1.
Programma 1 – Huishoudelijk Afval
Inleiding Het Programma Huishoudelijk Afval heeft betrekking op al het huishoudelijk afval dat in de aan de gemeenschappelijke regeling deelnemende gemeenten is ingezameld en verwerkt. De wijze waarop en de frequentie waarmee dit gebeurt, is vastgesteld door het bestuur van de GR. De uitvoeringskosten zijn op basis van het aantal huishoudens doorberekend naar de deelnemende gemeenten. Eventuele aanvullende diensten zijn, zonder opslag voor winst en risico, direct in rekening gebracht bij de betreffende gemeente. De gemeente Echt-Susteren neemt deel aan de GR voor alleen het onderdeel Milieuparken, terwijl Roerdalen deelneemt voor de inzameling huis aan huis van rest, gft en verpakkingen. Kengetallen
Aantal aansluitingen per gemeente: Leudal
1 jan 2017
1 jan 2018
1 jan 2019
1 jan 2020
15.540
15.629
15.683
15.789
Maasgouw
10.454
10.479
10.638
10.715
Roerdalen
9.053
9.304
9.246
9.226
Meijel + Kessel*
4.213
-
-
-
Echt-Susteren ( noord )
8.350
8.350
8.350
8.350
Totaal
47.610
43.762
43.917
44.080
* Vanaf 1-1-2010 deel uitmakend van Peel en Maas.
Doelen Met dit programma is invulling gegeven aan de wettelijke taak (wet milieubeheer 10.21 en 10.22) van de deelnemende gemeenten, welke taken zijn overgedragen aan de gemeenschappelijke regeling. In het Meerjarenplan en de begroting 2020 staan de navolgende in dit verband relevante strategische doelen vermeld: • een maatschappelijk verantwoorde, doelmatige en duurzame verwijdering en nuttige toepassing van huishoudelijke afvalstoffen; • uitvoering van taken tegen de laagst mogelijke kosten; • naast kostenefficiency meerwaarde creëren door hogere milieurendementen. Prestaties Milieu De taken zijn conform de gemaakte afspraken uitgevoerd. Een van de belangrijkste indicatoren betreft de hoeveelheid restafval dat elke inwoner jaarlijks laat ophalen. De volgende tabel geeft inzicht in de prestaties binnen het verzorgingsgebied van RD Maasland en de na te streven waarden.
11
Jaarstukken 2020
Indicatoren Gemiddeld afgelopen 3 jaar
Landelijke Norm
Realisatie 2019
Realisatie 2020
Compostering GFT
100%
100%
100%
100%
Verbranding restafval R1
100%
100%
100%
100%
Percentage hergebruik afvalstoffen
76%
50%
78%
78%
Indicator
Kwaliteitsbewaking RD Maasland is sinds 2013 ISO-9001 gecertificeerd. Dit certificaat wordt verleend aan bedrijven die hun interne processen conform de normering hebben ingericht. Het systeem is gericht op het continu verbeteren van de kwaliteit en klanttevredenheid. Ter ondersteuning van het systeem maakt RD Maasland gebruik van een digitaal managementsysteem. In het digitaal managementsysteem worden onder andere notulen van werkoverleggen, procesbeschrijvingen en beleidsdocumenten opgeslagen. Daarnaast werden het afgelopen jaar 40 werkplekinspecties beschreven. Enkele punten ter verbetering zijn opgepakt. Ook het leveranciersbestand van 2020 werd geëvalueerd. In totaal werden 49 leveranciers (jaaromzet > €15.000,-) beoordeeld op hun kwaliteit van leveren en werkwijze. Nav de evaluatie werd besloten de samenwerking met 1 leverancier te beëindigen. Niet alleen worden in het managementsysteem de procedures en organisatorische documenten opgeslagen, ook worden hierin de meldingen geregistreerd met betrekking tot de bedrijfsvoering. In 2020 werden in totaal 807 meldingen geregistreerd. 74 Meldingen (9%) hadden betrekking op bedrijfsafval, milieupark of wijkmilieuparkjes. 37 van de meldingen (5%) waren opmerkingen of vragen met betrekking tot de wisselingen van containers.
Het grootste deel van de meldingen, namelijk 696 meldingen (86%), had betrekking op het inzameling van het huisvuil. In grafiek 1 is het aantal meldingen voor het huisvuil, de wisselingen en de overige diensten voor elke gemeente zien van de afgelopen vier jaren.
12
Jaarstukken 2020
GRAFIEK 1 AANTAL MELDINGEN PER DIENST huisvuil
48
wisseling
overig
29 18
63 124 30 78 134
64 313 172
380
18 43 133
22 33 10 30 89
151
23 12 212
2 34 44
1 25 75
3 34
10 7
104
108 0
1
2
2
2017 2018 2019 2020 2017 2018 2019 2020 2017 2018 2019 2020 2017 2018 2019 2020 LEUDAL
MAASGOUW
ROERDALEN
ECHT-SUSTEREN
Net als elk jaar hebben de meeste meldingen betrekking op de inzameling van het huisvuil (in totaal 696 meldingen). De meldingen varieerden van niet leeggemaakte of onvolledig geleegde containers tot beschadigingen of verloren containers. 375 Meldingen (57%) waren terug te voeren op de burger zelf met o.a. als oorzaak het te laat aanbieden van de container of te vast aanstampen van het huisvuil. Dit betekent dat 311 (46%) van de meldingen te wijten waren aan RD Maasland (bijv. container over het hoofd gezien) en worden als ‘terechte klacht’ geregistreerd. Ten opzichte van het totale aantal ledigingen in 2020 hebben we te maken met een klachtenpercentage van 0,035% op onze dienstverlening.
Communicatie Naast de jaarlijks terugkerende activiteiten (o.a. afvalkalender, advertenties) heeft ook de communicatie van RD Maasland in het jaar 2020 in het teken gestaan van Corona. De interne communicatie was volledig gericht op de ondersteuning en bewustwording van de maatregelen die door organisatie en medewerkers getroffen dienen te worden om het werk zo veilig mogelijk te kunnen voortzetten. Extern werd voortdurend gecommuniceerd over de getroffen maatregelen in ons werk die van invloed waren op onder andere de huis-aan-huis afvalinzameling en de werkwijze op de milieuparken. Via de websites (www.rdmaasland.nl en www.mijnafvalwijzer.nl), de afvalapp Afvalwijzer, via social media, en de gemeentepagina’s werden bovendien continu wijzigingen (zoals sluiting milieupark, aangepaste routes, vervallen van papier- en kca-inzameling) gepubliceerd. Daarnaast heeft communicatie in 2020 ondersteuning geboden bij o.a. het project van de gemeente Leudal om het zwerfafval bij de wijkparkjes tegen te gaan en de opening van de nieuwe brengvoorziening tuinafval in Baexem. Door de intensieve communicatie tijdens de coronacrisis is helaas geen ruimte geweest om de nieuwe ontwikkelingen, zoals de nieuwe website en de app voor bedrijfsafval, verder vorm te geven. Zowel de ontwikkeling van de nieuwe website als de app voor bedrijfsafval worden in 2021 weer opgepakt. 13
Jaarstukken 2020
Educatie Vanwege de coronacrisis waren er geen mogelijkheden om het lesprogramma op scholen uit te voeren. Wel hebben drie nieuwe scholen contact opgenomen om deel te gaan nemen aan het project afvalscheiding op school. De implementatie hiervan zal begin 2021 plaatsvinden, zodat aan het eind van schooljaar 2020/2021 in totaal 14 scholen verspreid over de drie gemeenten deelnemen aan de afvalscheiding op school (GFT, PMD, papier en restafval). Dit zijn 6 scholen uit de gemeente Maasgouw, 6 uit de gemeente Leudal en 2 uit de gemeente Roerdalen. Bij één van die scholen, basisschool De Triangel uit Maasbracht, wordt momenteel een pilot voorbereid om het afvalproject te combineren met het schooltuinproject. Bekeken wordt in hoeverre een wormenhotel een bijdrage kan leveren aan bewustwording van het composteerproces. Als de pilot een succesvolle bijdrage is om leerlingen beter afval te laten scheiden, wordt dit onderdeel opgenomen in het project afvalscheiding op scholen. In 2019 is RD Maasland in gesprek gegaan met ReShare om scholen de mogelijkheid te bieden via een gunstige regeling textiel in te zamelen. Vanwege het instorten van de textielmarkt hebben deze gesprekken in 2020 geen vervolg meer gekregen.
Middelen Teneinde deze doelen van Programma 1 te bereiken, is uitvoering gegeven aan de volgende taken: • huis-aan-huis ( h-a-h ) inzameling van restafval en GFT; • huis-aan-huis inzameling van kunststoffen en drinkpakken in Roerdalen; • inzameling grof huishoudelijk afval (gha), tuinafval e.d. via de milieuparken; • inzameling glas, metaal, kunststoffen, drinkpakken en kleding via brengvoorzieningen in de wijk; • inzameling klein chemisch afval; • inzameling grof huishoudelijk afval aan huis op aanvraag; • inzameling herbruikbare huisraad aan huis op aanvraag ( kringloopgoederen ); • inzameling elektrische apparaten aan huis op aanvraag en via milieuparken (zogenaamde WEB-stroom = Wit- en Bruingoed ); • inzameling oud papier via verenigingen; • het (doen) verwerken van afvalstromen; • diftar ( Gedifferentieerde Tarieven ); • containermanagement; • klachtenregistraties; • voorlichting; beleidsvoorbereiding.
14
Jaarstukken 2020
Kosten en Opbrengsten gesaldeerd als bijdrage gemeenten in €. Kosten en Opbrengsten
Realisatie 2019
Begroting 2020
Begroting na wijz.2020
Realisatie 2020
Inzameling restafval en GFT, huis-aan-huis
1.433.917
1.331.661
1.431.976
1.524.800
Inzameling via milieuparken
454.454
436.451
508.151
550.873
Inzameling via brengvoorzieningen in de wijk
407.568
547.828
575.910
483.240
Kosten Diftar
223.159
203.234
220.298
233.027
Containermanagement
256.672
256.483
269.256
280.167
Afvalverwerking (incl.vpb)
664.584
343.540
502.364
244.266
Beleid en voorlichting
415.636
429.771
480.730
486.170
3.857.212
3.548.969
3.988.685
3.802.544
-63.840
0
0
0
0
2.188
2.188
2.784
Gesaldeerd (1+2+3=4)
3.793.372
3.551.157
3.990.872
3.805.328
Dekking gemeenten GR als voorschot (5)
3.173.736
3.302.057
3.741.772
3.741.772
Dekking desintegratie Peel en Maas (6)
249.100
249.100
249.100
249.100
(On)bestemd Resultaat (5+6-4) (min-teken is tekort) *
-370.536
0
0
185.544
Verwerkingskosten hha rst-gft (7)
1.445.137
1.459.788
1.730.788
1.598.724
Tot.Inzameling incl.verwerking (4+7)
5.238.509
5.010.945
5.721.560
5.404.052
Saldo van baten en lasten (1) Aandeel reserves (2) ( min-teken is onttrekking ) Aandeel VPB (3)
*De tussentijdse wijziging van de begroting is afgerekend met de gemeenten. Dit geldt ook voor Programma 2 en 3.
Analyse jaarrekening t.o.v. begroting (na wijziging) Resultaat Voor Programma 1 wordt een overschot van ruim €. 185.000 bereikt. Dit houdt in dat de totale last voor alle gemeenten tezamen lager is dan hetgeen in de (gewijzigde) begroting is gepresenteerd. De verhoudingen qua aantal aansluitingen zijn t.o.v. de primaire raming wel gewijzigd, zodat er onderling voor de betreffende individuele gemeenten verschuivingen optreden in de werkelijke bijdrage. De genoemde bedragen in de verklaringen geven inzicht in de belangrijkste verschillen en leiden opgeteld niet tot het totale overschot. Daarvoor moeten ook niet benoemde kleinere verschillen meegeteld worden. Reserves Conform begroting heeft een onttrekking ( €. 249.100 ) via de desintegratievergoeding van Peel en Maas plaatsgevonden. Personeel en Materieel Het materieel wordt zwaar en intensief belast. Het aantal ledigingen loopt alleen maar op. Daarnaast wordt met enkele afgeschreven voertuigen ingezameld. Bij de personeelskosten was in de initiële begroting 2020 onvoldoende rekening gehouden met de CAO stijgingen. Bij het doorvoeren van de begrotingswijziging is wel met de CAO stijgingen rekening gehouden. De realisatie van de personeelskosten binnen dit programma is uiteindelijk bijna € 10.000,lager dan begroot. Ook was het noodzakelijk om in de begrotingswijziging een hogere post voor inhuur 15
Jaarstukken 2020
personeel op te nemen. Uit de realisatie blijkt dat de werkelijke kosten ruim € 9.000 lager zijn uitgevallen dan verwacht. Exploitatiekosten De exploitatiekosten van de milieuparken zijn ruim € 68.000 hoger uitgevallen dan begroot. Dit komt met name door een stijging in de verzekeringspremies (meer dan verdubbeld t.o.v. 2019), huur- en exploitatiekosten voor het nieuwe milieupark Baexem en door het inzetten van verkeersregelaars vanwege de lange wachtrijen bij de milieuparken. Kapitaallasten De totale kapitaallasten binnen dit programma vallen €. 8.000 lager uit dan geraamd wegens gunstigere rentetarieven op nieuwe leningen. Verwerkingskosten De verwerking van huishoudelijk Restafval ( ook via verzamel- en ondergrondse containers ) en GFT wordt één op één doorberekend aan de betreffende gemeenten. De totale kosten ( €. 1.599.000 ) zijn onder de (gewijzigde) raming van € 1.614.000 gebleven. Ook de verwerkingskosten van het PMD afval zijn lager uitgevallen dan begroot ( €13.000 ). Hier staat tegenover dat de verwerkingskosten van het afval van de mileuparken hoger zijn uitgevallen dan begroot ( € 29.000 ). Tevens is gedurende 2020 de opbrengstgenererende textielinzameling omgeslagen in een kostenpost voor RD Maasland. Waar over de eerste drie maanden nog een opbrengst van € 9.000 is gegenereerd, heeft dit voor de rest van het jaar tot een last van € 56.000 geleid.
Opbrengsten Ondanks minder bezoekers op de Milieuparken hebben de betalende burgers wel voor een hogere opbrengst ( €. 30.000 ) gezorgd. Daarnaast zijn de (voorschot) Nedvang vergoedingen van het PMD fors hoger dan begroot ( €. 303.000 ) als gevolg van hogere volumes PMD afval ten opzichte van de begroting. De stromen papier en textiel zijn qua opbrengsttarief nog verder gedaald ten opzichte van 2019. Zoals hierboven bij de verwerkingskosten aangegeven is de textielinzameling zelfs omgeslagen in een kostenpost. VPB Voor dit onderwerp wordt verwezen naar bladzijde 21. Omzetbelasting Eind 2019 heeft deze afdeling van de belastingdienst laten weten dat de vergoedingen welke het Afvalfonds heeft verstrekt vanaf 2015 in het kader van de vermarkte PMD-stromen, belast moeten worden met 21% btw. Deze met terugwerkende kracht ingestelde maatregel is per 1 juli 2020 geëffectueerd. De werkwijze rondom de uitbetaling van de gelden door Afvalfonds is derhalve gewijzigd. Voorheen stelde Nedvang de vergoeding vast en betaalde Afvalfonds het bedrag ( zonder btw ) uit. In de nieuwe opzet sturen de gemeenten ( of gemeentelijke samenwerkingsverbanden ) een factuur inclusief btw. Voor de exploitatie van RD Maasland heeft deze maatregel als gevolg dat zij de vergoeding van PMD inclusief BTW in rekening brengt bij de gemeenten en deze btw vervolgens afdraagt aan de fiscus.
Hier staat tegenover dat RD Maasland de BTW voorheffing over de kosten van dit deelprogramma in aftrek mag nemen in de btw aangifte.
16
Jaarstukken 2020
1.2.
Programma 2 – Openbare Ruimte
Inleiding Via de gemeenschappelijke regeling zijn de mechanische reiniging van verhardingen en de reiniging van straatkolken opgedragen aan RD Maasland. Het mechanisch vegen is daar waar mogelijk gecombineerd met het verwijderen van onkruiden. Deze werkzaamheden zijn in overleg met de betreffende gemeente uitgevoerd. Kengetallen Aantal geledigde kolken per gemeente (per 31 december)
Werkelijk 2019
Begroot 2020
Werkelijk 2020
Leudal ( voorjaar )
14.939
14.600
14.835
Maasgouw ( voor- en najaar )
21.685
21.900
22.410
Totaal
36.624
36.500
37.245
Aantal gemaakte veeguren per gemeente (per 31 december)
Werkelijk 2019
Begroot 2020
Werkelijk 2020
Leudal
2.175
2.000
2.029
Maasgouw
1.345
1.300
1.355
Totaal
3.520
3.300
3.384
Doelen Met dit programma wordt beoogd dat: • De gemeenten hun mechanische reinigingstaken zo efficiënt mogelijk kunnen laten uitvoeren; • Daar waar mogelijk onkruiden op een niet-chemische wijze kunnen worden verwijderd; • Invulling kan worden gegeven aan een leeftijdsbewust personeelsbeleid. Prestaties De taken zijn conform afspraken uitgevoerd. De aanvragen voor extra veegwerk maakt dat er voor beide gemeenten meer uren zijn gemaakt dan begroot. Dit heeft dan ook uitwerking op de uiteindelijke bijdrage die beide gemeenten dienen te betalen voor het jaar 2020. Het aantal geledigde kolken ligt eveneens hoger dan geraamd en leidt dan ook tot meer kosten voor dit onderdeel. Middelen RD Maasland beschikt over vier veegmachines, die zijn voorzien van een zogenaamde onkruidborstel. Met deze voorziening is het mogelijk om gelijktijdig met het vegen van de goten, onkruiden op een milieuvriendelijke wijze te verwijderen. Vanaf 1 april 2018 heeft RD Maasland in de gemeente EchtSusteren op basis van een DVO ( DienstVerleningsOvereenkomst ) naar ieders tevredenheid veegwerkzaamheden uitgevoerd. Dit heeft er uiteindelijk toe geleid dat per 1 april 2019 een 5-jarig contract tot stand is gekomen. In 2020 is met de gemeente Roerdalen eveneens een DVO afgesloten over het veegwerk. Het schoonmaken van kolken is vooralsnog uitbesteed.
Zodra het werkgebied van voldoende van omvang is en de bezettingsgraad voor 1 voertuig ca. 100%, zal RD Maasland deze taak in eigen beheer gaan uitvoeren.
17
Jaarstukken 2020
Kosten en Opbrengsten gesaldeerd als bijdrage gemeenten in €. Realisatie 2019
Begroting 2020
Begroting na wijz.2020
Realisatie 2020
Kosten veegdienst
386.706
303.985
332.865
380.941
Kosten kolkendienst
81.756
68.200
68.420
76.367
Saldo van baten en lasten (1)
468.461
372.185
401.285
457.308
0
0
0
0
Gesaldeerd (1+2=3)
468.461
372.185
401.285
457.308
Dekking gem. bijdrage als voorschot (4)
434.834
372.185
401.285
401.285
(On)bestemd Resultaat (4-3) (min-teken is tekort)
-33.627
0
0
-56.023
Aandeel reserves (2) (min-teken is onttrekking)
*De tussentijdse wijziging van de begroting is afgerekend met de gemeenten. Dit geldt ook voor Programma 1 en 3.
Analyse jaarrekening t.o.v. begroting (na wijziging). Resultaat Enkele hieronder beschreven items zorgen ervoor dat dit Programma een tekort kent. Deze doen zich voor bij beide onderdelen. Zoals gebruikelijk zullen de gevolgen uit dit Programma worden afgerekend met de deelnemers. De genoemde bedragen zijn de meest belangrijke en leiden als totaal niet geheel tot het verschil. De overige kleine niet benoemde afwijkingen dienen daarvoor meegeteld te worden. Personeel en Materieel De reparatie- en onderhoudskosten lagen dit jaar €. 11.000 hoger dan ingeschat. Dit mede als gevolg van reparaties aan veegmachines. Één reserve-veegwagen bleek niet meer te repareren en hiervoor is tijdelijk een veegwagen ingehuurd. Wegens ziekte van een medewerker is €. 17.000 meer uitgegeven aan inhuurkrachten. Exploitatiekosten De DVO voor het vegen in Echt-Susteren is budgettair neutraal. Wel is het zo dat in deze kosten eigen personeel en eigen machines worden verrekend die ingezet worden. Kapitaallasten Geen bijzonderheden. Verwerkingskosten Het ingezamelde veegvuil en kolkslib wordt één op één doorbelast naar de betreffende gemeente. Opbrengsten Geen bijzonderheden.
18
Jaarstukken 2020
1.3.
Programma 3 – Zakelijke Dienstverlening
Inleiding De zakelijke dienstverlening omvat de inzameling van bedrijfsafvalstoffen ( KWDI-afval = Kantoor-, Winkel-, Diensten en Industrieel Afval ), het vegen van bedrijfsterreinen en (eventueel) diensten ten behoeve van contractgemeenten. De oorsprong van deze dienstverlening is gelegen in het feit dat in het verleden bedrijfsafvalstoffen, van met name kleine bedrijven, tezamen met huishoudelijke afvalstoffen werden ingezameld. Doelen Bijdragen aan dekking vaste kosten, met behoud van kwaliteitsniveau voor deelnemende gemeenten in Programma 1 en 2. Prestaties Met dit programma is in 2020 een resultaat vóór belastingen gerealiseerd ad €. 16.595 negatief. Indicatoren
Indicator Omzet afzet- en rolcontainers
Realisatie 2019
Begroting 2020
Begroting na wijz.2020
Realisatie 2020
1.180.075
1.133.525
1.133.525
1.096.480
7.768
6.550
6.550
17.907
127
1.589
-41.581
-16.595
25
318
318
0
102
1.272
-41.899
-16.595
Omzet bedrijfsmatig vegen Resultaat VPB Gesaldeerd resultaat
Middelen RD Maasland beschikt over specifiek transportmaterieel waarmee afzet- en rolcontainers kunnen worden getransporteerd resp. gewogen en geledigd. Voor het vegen van bedrijfsterreinen zijn veegmachines ingezet. Kosten en Opbrengsten gesaldeerd als positief effect (verlaging van) op gemeentelijke bijdrage €.
Inzameling Bedrijfsafval
Realisatie 2019 2012 115
Begroting na wijz.2020
1.587
-40.764
Realisatie 2020 2012 -26.691
Begroting 2020
Bedrijfsmatig vegen
12
2
-817
10.096
Saldo van baten en lasten (1)
127
1.589
-41.581
-16.595
Aandeel reserves (2)
0
0
0
0
Gesaldeerd (1+2=3)
127
1.589
-41.581
-16.595
Dekking/verlaging gem.bijdrage als vs (4)
-824
-1.272
41.899
41.899
(On)bestemd Resul. (3+4=5) (min-teken is tekort )*
-697
318
318
25.304
25
318
318
0
-722
0
0
25.304
Te betalen VPB 20% (6) Extra Resultaat P3 na belastingdruk (5-6)
*De tussentijdse wijziging van de begroting is afgerekend met de gemeenten. Dit geldt ook voor Programma 1 en 2.
19
Jaarstukken 2020
Analyse jaarrekening t.o.v. begroting (na wijziging). Resultaat Via de raming is een voor de vpb-plicht gecorrigeerd netto negatief resultaat gepland van €. 41.899. In werkelijkheid is het resultaat echter gunstiger (€ 25.304 negatief). Voornaamste reden is dat vanwege Corona de omzet lager is uitgevallen dan begroot, maar dat de verwerkingskosten van het afval sterker zijn gedaald dan begroot. Voor alle duidellijkheid : het geplande resultaat na VPB à €. 41.899 negatief is in de voorschotberekening van de gemeenten meegerekend en derhalve ook aan de gemeenten in rekening gebracht. Personeel en Materieel De reparatie- en onderhoudskosten lagen dit jaar €. 15.000 hoger dan ingeschat. Dit mede als gevolg van reparaties aan het wagenpark van dit programma. De gestegen verzekeringspremies van het materieel zorgen daarnaast ook voor stijgende lasten. Hier staat tegenover dat de salariskosten binnen dit programma circa € 7.000 lager zijn uitgevallen dan begroot. Kapitaallasten Geen bijzonderheden. Verwerkingskosten De verhoging van de diverse verwerkingsprijzen, volgende uit de aanbestedingen van het afval hebben een negatieve impact op de verwerkingskosten gehad. Daarnaast hebben klanten vanwege de Corona (lockdown) minder afval aangeboden. Per saldo zijn de verwerkingskosten circa € 62.000 lager dan begroot.
Opbrengsten Aan de opbrengstenzijde is de impact van Corona ook zichtbaar. Een deel van onze bedrijfsmatige klanten is gedurende 2020 vanwege lockdown dicht geweest. Hierdoor hebben zij minder afval aangeboden en soms hun contract tijdelijk stopgezet, waardoor dit ook tot een lagere omzet heeft geleid. In verhouding zijn de opbrengsten minder hard gedaald dan de verwerkingskosten, waardoor met name hierdoor het verlies van dit programma beperkter is dan begroot. VPB voor Programma 3 Vanaf het boekjaar 2016 zijn overheden welke activiteiten uitvoeren op de commerciële markt verplicht belasting te betalen. RD Maasland is voor de werkzaamheden in dit Programma vennootschapsplichtig. De verplichtingen tot en met het boekjaar 2018 zijn inmiddels afgerekend. VPB voor Programma 1 Eind februari 2019 heeft de brancheorganisatie NVRD ( Nederlandse Vereniging van Reinigings Diensten ) laten weten dat er met de fiscus landelijk afspraken zijn gemaakt over een werkbare oplossing omtrent de waarde creërende huishoudelijke afvalstromen zoals textiel, papier, metalen, holglas, PMD. Hierdoor ontstaat ook in Programma 1 een vpb-plicht. In het algemeen wordt gesteld dat de positieve waarde van de afvalstromen een winst genereert van 1% waarover dan vpb dient te worden betaald.
Begin 2020 is in dit kader in samenwerking met de accountant en de lokale afdeling van de fiscus een Vaststellingsovereenkomst ( VSO ) voor de duur van 5 jaar ( looptijd 2016 tm 2020 ) ondertekend. De onderhandelingen voor de komende jaren dienen nog te worden opgestart en zijn ook afhankelijk van de afspraken die de NVRD landelijk kan bereiken.
20
Jaarstukken 2020
1.4.
Algemene dekkingsmiddelen
Onderstaand is het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen opgenomen.
Algemene dekkingsmiddelen
Realisatie 2019
Begroting 2020
Begroting na wijz.2020
Realisatie 2020
Progr.1 Saldo van baten en lasten
3.857.212
3.551.157
3.990.872
3.805.328
-63.840
-249.100
-249.100
-249.100
3.422.836
3.052.957
3.492.672
3.492.672
Dekking Peel en Maas
249.100
249.100
249.100
249.100
Resultaat Progr. 1
-370.536
0
0
185.544
Progr.2 Saldo van baten en lasten
468.461
372.185
401.285
457.308
0
0
0
0
Dekking Progr. 2
434.834
372.185
401.285
401.285
Resultaat Progr. 2
-33.627
0
0
-56.023
127
1.589
-41.581
-16.595
Progr.3 Aandeel reserves
0
0
0
0
Progr.3 VPB
25
318
318
0
Dekking Progr. 3
824
1.272
41.263
41.898
Extra Resultaat Progr. 3
-722
0
0
25.303
Totaal resultaat P 1-2-3
-404.885
0
0
154.824
Progr.1 Aandeel reserves Dekking Progr. 1
Progr.2 Aandeel reserves
Progr.3 Saldo van baten en lasten
Het totale overschot 2020 van €. 154.824 ( vóór belastingdruk = €. 157.608 ), is op de balans opgenomen. Opgemerkt wordt dat het aandeel Programma twee ( €. – 56.023) conform afspraak wordt afgerekend met de deelnemers. Daarnaast is het AB voornemens de (over)winst van Programma 1 ( €. 185.544 ) en 3 ( € 25.303) respectievelijk toe te voegen aan de Algemene Reserve en de Zakelijke Algemene Reserve.
1.5.
Onvoorzien / Algemene reserve
Op grond van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen zijn de deelnemende gemeenten verplicht eventuele tekorten aan te vullen bij een dergelijk samenwerkingsverband. Desondanks is conform bestuursbesluit besloten een weerstandscapaciteit, bestaande uit een post onvoorzien (incidentele weerstandscapaciteit; voor RD Maasland n.v.t. ) en een algemene reserve (structurele weerstandscapaciteit) bij RD Maasland aan te houden om schommelingen in tarieven op te vangen. Voor de Algemene Reserve ( zie ook bladzijde 26 en 44 ) geldt dat het huidige saldo ( €. 189.000 ) boven de afgesproken minimum grens van €. 150.000 ligt.
21
Jaarstukken 2020
1.6.
Bijdrage Gemeenten 2020
Bedragen x €
Programma 1 Leudal Maasgouw Roerdalen Echt-Susteren Tot. Programma 1 Bedragen x €
Programma 2 Leudal Maasgouw Tot. Programma 2 Bedragen x €
Programma 3 Leudal Maasgouw Roerdalen Tot. Programma 3
Bedragen x €
Leudal Maasgouw Roerdalen Echt-Susteren Totaal alle programma’s
Voorschot Programma 1 Huisvuil
Werkelijk Programma 1 Huisvuil
1.673.094 1.121.819 613.331 333.528 3.741.772 Voorschot Programma 2 Vegen
1.608.210 1.091.391 513.409 343.219 3.556.228 Werkelijk Programma 2 Vegen
201.736 131.129 332.865 Voorschot Programma 3 Zakelijk
228.407 152.534 380.941
Voorschot Progr. 2 Kolken
Werkelijk Progr. 2 Kolken
27.368 41.052 68.420
30.418 45.949 76.367
Werkelijk Programma 3 Zakelijk
18.488 12.397 11.013 41.898
7.333 4.977 4.285 16.595
Voorschot Alle programma’s 1.920.687 1.306.397 624.344 333.528
Werkelijk Alle programma’s 1.874.369 1.294.851 517.694 343.219
Totaal onbestemd resultaat 46.317 11.546 106.651 -9.691
4.184.955
4.030.131
154.824
Resultaat na vpb : €. 154.824. Voor Programma 1 geldt dat de werkelijke aansluitingen ten opzichte van de raming verhoudingsgewijs anders uitpakken waardoor verschillen ontstaan in de geraamde en werkelijke bedragen. Afhankelijk van een besluit van het Bestuur zullen de werkelijke bijdragen van de gemeente wijzigen ten opzichte van de betaalde voorschotten.
22
Jaarstukken 2020
2. Financiële Besturing, (Risico)beheersing, Bedrijfsvoering en Kengetallen In dit hoofdstuk komen de aspecten met betrekking tot (financiële) besturing en beheersing aan de orde. Voor haar financiële besturing richt RD Maasland zich met name op zaken als: een sluitende Resultatenrekening, een beperkte schulden- en vorderingenpositie, voldoende solvabiliteit en liquiditeit en een adequate Reserve. Ten behoeve van betrouwbare informatie over deze grootheden zijn een goede administratieve organisatie en interne controle, evenals een voldoende mate van risicobeheersing, onontbeerlijk. Ook daarover gaat dit hoofdstuk. Los van wat RD Maasland zelf van belang vindt voor haar financiële besturing, wordt in diverse weten regelgeving voorgeschreven dat in de Jaarrekening en Begroting enkele (verplichte) kengetallen moeten worden opgenomen. Het gaat bijv. om het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten), de Wet FIDO (Financiering Decentrale Overheden) en het Besluit Accountantscontrole Decentrale Overheden (BADO). De daaruit voortvloeiende zaken worden eveneens in dit hoofdstuk behandeld. Hoewel RD Maasland zelf niet of nauwelijks stuurt op deze kengetallen, wordt er toch enige toelichting op gegeven. Concreet gaat het om de volgende paragrafen: 1. Weerstandsvermogen: verhouding tussen financiële risico’s en weerstandscapaciteit a. Reserves 2.
Financiële Kengetallen a. Netto Schuldquote b. Solvabiliteitsratio c. Structurele Exploitatieruimte d. EMU-saldo 3. Onderhoud Kapitaalgoederen 4. Financiering a. Liquiditeitsrisico b. Kredietrisico c. Renterisiconorm d. Kasgeldlimiet 5. Risicobeheersing 6. Administratieve Organisatie / Interne Controle 7. Personeel & Organisatie 8. Verbonden Partijen 9. Rechtmatigheid
23
Jaarstukken 2020
2.1.
Weerstandsvermogen: verhouding financiële risico’s en weerstandscapaciteit (reserves)
Het weerstandsvermogen is het vermogen om niet-structurele financiële risico’s te kunnen opvangen, teneinde continuïteit in de dienstverlening te kunnen waarborgen. Ten principale geldt, op grond van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen, dat de deelnemende Gemeenten verplicht zijn eventuele tekorten van RD Maasland aan te vullen. Weerstandscapaciteit (bestaande uit een post onvoorzien en/of algemene reserve) zou uit dien hoofde dan ook niet noodzakelijk zijn. Niettemin is cf Bestuursbesluit van 14 november 2012 gekozen voor het vormen van een Algemene Reserve, enerzijds ten behoeve van de naar RD Maasland overgedragen overheidstaken (i.c. de wettelijke zorgplicht tot inzameling van huishoudelijk afval ingevolge Wet Milieubeheer) en anderzijds ten behoeve van de zakelijke dienstverlening. Zodoende heeft RD Maasland ruimte gekregen om door middel van reserves incidentele tegenvallers zelf op te vangen en grote schommelingen in de bijdragen van Gemeenten te voorkomen. Daarnaast zijn enkele specifieke (bestemmings-)reserves gevormd, als buffer voor de instandhouding van het container- en wagenpark en het gebouwencomplex (voorziening). Tevens is een reserve gevormd als buffer voor het eigen-risicodrager zijn van de WIA-kosten, alsmede een vereveningsfonds PMD.
Er zijn ook enkele voorzieningen gevormd voor te verwachten toekomstige lasten.Tot slot: periodiek worden de risico’s geïnventariseerd: gebeurtenissen die, wanneer ze zich voordoen, nadelige financiële gevolgen hebben (zie paragraaf 5.).
2.1.a. Reserves De volgende reserves zijn gevormd: Algemene-Reserve a. Overheidstaken: deze reserve is bedoeld voor bijv. onderzoeks- en advieskosten en vastgesteld op 5 à 10% van de Gemeentelijke Bijdragen (i.c. tussen € 150.000 en € 300.000) b. Zakelijke dienstverlening: Deze reserve is bedoeld ter dekking van het marktrisico, aangezien een gemeentelijk vangnet voor zakelijke dienstverlening ontbreekt. De hoogte is vastgesteld op een niveau dat toereikend is om de overheadkosten van ca. twee jaren te kunnen dekken (i.c. een niveau tussen € 250.000 à € 500.000) Bestemmings-Reserve c. Egalisatiereserve instandhouding Mini-Containerpark (ten behoeve van opvang éénmalige/grootschalige vervanging, ter grootte van twee jaren): max € 352.000 d. Egalisatiereserve instandhouding Wagenpark (ten behoeve van opvang calamiteitenvervanging en/of inhaalslag, ter grootte van twee voertuigen): max. € 143.000 e. Reserve Eigen Risico WIA (als alternatief voor herverzekeren): € 75.000 f. Vereveningsfonds PMD (ten behoeve van opvang verslechterende verhouding opbrengst / kosten tijdens contractperiode van 5 jaar): tijdelijke reserve, deze is met de laatste onttrekking in 2019 opgeheven. g.
Het voornemen is om voortaan, in het geval dat de technische levensduur langer dan de economische levensduur, een toevoeging te doen aan een Egalisatiereserve Levensduur Kapitaalgoederen ter grootte van de afschrijving van het desbetreffende kapitaalgoed. Gedurende de “verlengde levensduur” zullen de bovenmatige kosten van dat kapitaalgoed ten laste van deze reserve worden gebracht. Deze werkwijze heeft een stabiliserend effect op gemeentelijke tarieven. Desintegratie Reserve Uittreding Peel & Maas h. Desintegratiereserve Peel & Maas, ter dekking van niet direct af te bouwen vaste kosten, na uittreding uit de Gemeenschappelijke Regeling van de Gemeente Peel & Maas per 1-1-2018. 24
Jaarstukken 2020
Voorzieningen i. Er zijn voorzieningen gevormd voor Cafetaria-regeling, gebouwen, vloergebreken MP Maasbracht en dubieuze ( bedrijfsmatige ) debiteuren.
Reserves (x € 1.000)
Norm Min/max
2019
2020
Realisatie
Realisatie
Alg.Res. overheid
150/300
175
189
Alg.Res. zakelijk
250/500
205
205
Bestem. Reserve
399
399
Desintegratiereserve P & M
747
498
(On)bestemd Resultaat
-405
155
Totale Reserves
1.121
1.446
Voorzieningen
167*
178*
Waarvan dub.deb.*
13
13
*Let op : de voorziening dubieuze debiteuren wordt in de balans in mindering gebracht bij de post debiteuren. Zie hierbij ook bladzijde 38,44 en 47.
25
Jaarstukken 2020
2.2.
Financiële Kengetallen
Volgens het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV) moeten enkele Financiële Kengetallen worden opgenomen; ze zijn in deze paragraaf vermeld. RD Maasland stuurt zelf niet op deze kengetallen en ontwikkelt er dus geen beleid voor. De Provincie geeft aan dat zij geen handreiking voor adequate betekenisgeving en beoordeling van de kengetallen kan doen, noch dat er eensluidende normen voor bestaan of dat zij normen zou opleggen. Desalniettemin is hieronder een zo goed mogelijke invulling gegeven aan elk kengetal, aan de hand waarvan door RD Maasland de Kengetallen kunnen worden beoordeeld, en de gerealiseerde waarden en ontwikkeling daarin kunnen worden verklaard. De voor de berekening van de kengetallen benodigde tabellen zijn opgenomen in de Bijlagen.
2.2.a. Netto Schuldquote Dit cijfer geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft dus een indicatie van de mate waarin de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie drukken. Bedacht moet worden dat dit kengetal wordt berekend op een peildatum en dus een momentopname is: enkele weken eerder of later kan de situatie beduidend zijn gewijzigd. Een laag percentage is gunstig. De VNG adviseert om 130% als maximum norm te hanteren en daarboven de schuld af te bouwen. Netto 2019 2020 Schuldquote in % Realisatie Realisatie < 130 % 50 % 52 % De Netto Schuldquote beweegt zich bij RD Maasland op een niveau van 50 à 55 % en bevindt zich dus ruimschoots binnen de VNG-norm. Door het afsluiten van nieuwe leningen is de schuldquote over 2020 licht gestegen t.o.v. 2019. NB: BBV schrijft ook het kengetal “netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen” voor, echter bij RD is geen sprake van “verstrekte leningen”.
2.2.b. Solvabiliteitsratio Dit cijfer geeft inzicht in de mate waarin men in staat is aan de financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het totale balanstotaal. Het eigen vermogen bestaat volgens artikel 42 van het BBV uit de reserves (zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves) en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten. Ook bij dit kengetal moet worden bedacht dat het wordt berekend op een peildatum en dus een momentopname is: enkele weken eerder of later kan de situatie beduidend zijn gewijzigd. Hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid. Dit cijfer geeft dus een soort toekomstvisie weer. In principe is het volledige Eigen Vermogen van een Gemeenschappelijke van de deelnemende Gemeenten. Elke vorm van solvabiliteit “groter dan 0” is dan ook te beschouwen als buffer. Uit de afspraken rondom de te vormen reserves (zie onder 1.) resulteert een gewenste solvabiliteit van tenminste ca. 15%. Solvabiliteitsratio in % > 15%
2019 Realisatie 15 %
2020 Realisatie 16 %
De solvabiliteitsratio blijft stabiel rond de gewenste solvabiliteitratio voor de jaren 2019 en 2020.
26
Jaarstukken 2020
2.2.c. Structurele Exploitatieruimte Dit cijfer helpt mee om te beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Voor de beoordeling hiervan wordt onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten (verminderd met de incidentele lasten) en structurele lasten (verminderd met de incidentele baten), plus het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves, gedeeld door de totale baten en uitgedrukt in een percentage. Wanneer dit cijfer negatief is, betekent het dat het structurele deel van de begroting onvoldoende ruimte biedt om de lasten te blijven dragen.
Structurele Exploitatieruimte
2019
2020
Realisatie
Realisatie
-/- 2 %
5%
in % Progr 1 2 3: > 0%
Bij RD Maasland schommelt dit saldo normaal rondom 0 %, soms licht positief, soms licht negatief. Dat wordt veroorzaakt door (zeer geringe) incidentele baten c.q. lasten. Voor 2019 heeft de terugval in de opbrengsten voor PMD a.g.v. een brand in een sorteerinstallatie het cijfer sterk negatief beinvloedt. Voor 2020 heeft het positieve resultaat ook een positief effect op het bovenstaande cijfer.
2.2.d. EMU-saldo Voor een deel-overheid als een Gemeente (laat staan voor een Gemeenschappelijke Regeling) zegt het Kengetal EMU-saldo weinig tot niets: de berekening ervan draagt slechts bij tot het op “(inter)nationaal-niveau” kunnen beoordelen van het EMU-saldo. Aangezien het kengetal verplicht moet worden aangeleverd volgt toch enige toelichting: Het EMU-saldo is een kengetal dat (in 1992) in het leven is geroepen om Europese regels af te spreken op het gebied van overheidsfinanciën. D.m.v. het EMU-saldo worden grenzen gesteld aan het begrotingstekort en de overheidsschuld. Door het Rijk is dit vertaald in onder andere een tekortnorm voor het EMU-saldo van decentrale overheden van – 0,3% van het BBP. Deze norm wordt niet verdeeld over de decentrale overheidslagen, en dus zijn er geen referentiewaarden voor individuele overheden bepaald, en zodoende is het EMU-saldo voor een individuele overheidsgeleding geen stuurinstrument. Het EMU-saldo komt in grote mate overeen met het exploitatiesaldo, vertrekt daar ook van, maar pleegt enkele correcties en aanvullingen, met name kapitaaltransacties zoals investeringen. Daardoor wordt voor de bepaling van het EMU-saldo het transactiemoment bepalend, terwijl dat voor het exploitatiesaldo het moment van gebruik is. Via een CBS-enquête worden de gegevens voor het EMU-saldo opgevraagd.
Voor RD Maasland zien de EMU-saldi er als volgt uit: EMU-saldo (x € 1.000) Norm n.v.t.
2019 Realisatie -616
2020 Realisatie -194 27
Jaarstukken 2020
Zichtbaar is dat het EMU-saldo van het ene op het andere jaar aanzienlijk op en neer beweegt, de ene keer positief, de andere keer negatief. Met name het investerings(volume)-patroon, de desintegratievergoeding die als opbrengst is ingeboekt en het resultaat zijn hier debet aan. Investeringen (x € 1.000)
2019 Realisatie 618
2020 Realisatie 689
Investeringen zijn in de berekening van het EMU-saldo een aftrekpost. Aangezien alle andere posten (met name: exploitatiesaldo en afschrijvingen) redelijk constant zijn, bepaalt het wisselend volume van investeringen mede het verloop van het EMU-saldo. Overigens zou het beeld minder wisselend zijn wanneer er sprake zou zijn van een zgn. ideaalcomplex: een evenwichtige “leeftijdsverdeling” van de activa, waardoor het bedrag aan investeringen in elk jaar ongeveer zo groot is als de afschrijvingen. Voor 2020 geldt dat er ten opzichte van de raming meer investeringen zijn gedaan maar ook afwijkende op het gebied van onder meer kantoor ICT en inrichting van omliggende terreinen.
2.2.e. Conclusies o.b.v. Financiële Kengetallen Zoals in de inleiding van deze paragraaf 2.2 vermeld dienen conform het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) in Jaarstukken en Begroting financiële kengetallen te worden opgenomen. Twee daarvan (te weten: Grondexploitatie en Belastingcapaciteit) zijn voor RD Maasland niet van toepassing. De andere drie (Netto Schuldquote, Solvabiliteit en Structurele Exploitatieruimte) zijn in de voorgaande paragrafen opgenomen en voorzien van een toelichting. De algehele conclusie op basis daarvan is dat RD Maasland een financieel gezonde positie heeft (en dat die ook in stand blijft, zie de Begroting). Aandachtspunt is de hoogte van de Algemene Reserve, welke net boven het gewenste niveau ligt, en een drukkend effect op de solvabiliteit heeft. Tijdelijk overigens worden de kengetallen sterk beïnvloed door de Desintegratie Reserve a.g.v. de uittreding van Peel&Maas. De solvabiliteit zal de komende jaren bij gelijkblijvend beleid zakken beneden de 15%, dit mede omdat in 2022 de laatste onttrekking plaats vindt uit de Desintegratie Reserve. Het is voorts aan het Bestuur om te bepalen welk beleid voor de toekomst zal worden ontwikkeld.
28
Jaarstukken 2020
2.3.
Onderhoud Kapitaalgoederen
In deze paragraaf worden de bedragen die worden uitgegeven aan het verkrijgen / vervaardigen en onderhouden van kapitaalgoederen toegelicht. Voor RD Maasland betreft dit: a. Gebouwen b. Voertuigen c. Milieupark Kapitaalgoederen (x € 1.000)
2019 Realisatie
2020 Realisatie
Gebouwen -Vervanging -Onderhoud
24 68
6 10
282 139
489 166
0 11
0 15
Voertuigen -Vervanging -Onderhoud
Milieupark -Vervanging -Onderhoud
Voor elk van de drie categorieën is een financiële planning opgesteld. De vervanging vindt plaats na het verstrijken van de economische en/of technische levensduur. De in de tabel genoemde bedragen worden verwerkt in de begroting.
29
Jaarstukken 2020
2.4.
Financiering
2.4.a. Liquiditeitsrisico RD Maasland heeft in het treasury-statuut beleid geformuleerd ten aanzien van de beheersing van de risico’s van mogelijke wijzigingen in de liquiditeiten- en investeringsplanning.
2.4.b. Kredietrisico RD Maasland heeft in het treasury-statuut beleid geformuleerd ten aanzien van de beheersing van de risico’s op waardedaling van vorderingen ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door tegenpartij.
2.4.c. Renterisiconorm Met behulp van dit instrument wordt het risico van een rentewijziging bij herfinanciering beheerst. Herfinanciering moet gelijkmatig worden gespreid, zodanig dat in enig jaar over niet meer dan 20% van het begrotingstotaal een renteherziening plaatsvindt. Renterisico (x € 1.000) Toegest. Renterisico Renterisico Ruimte
2019 Realisatie 1.519 704 815
2020 Realisatie 1.637 742 895
RD Maasland heeft voortdurend voldoende ruimte ten opzichte van de toegestane renterisiconorm.
2.4.d. Kasgeldlimiet Om de renterisico’s binnen de perken te houden is er een limiet gesteld aan de toelaatbare omvang van de netto vlottend schulden: max. 8,2% van het totaal van de begrote uitgaven. Kasgeldlimiet (x € 1.000) Toegest. kasgeld Netto vl schuld Ruimte
2019 Realisatie 296 -/- 1.736 2.032
2020 Realisatie 343 -/- 526 869
RD Maasland heeft voortdurend voldoende ruimte ten opzichte van de toegestane Kasgeldlimiet.
30
Jaarstukken 2020
2.5.
Risicobeheersing
2.5.a. Reguliere Risico’s De meest voorkomende risico’s en te verwachten gebeurtenissen, alsmede de maatregelen om de effecten ervan te beheersen, zijn beschreven in paragraaf 2.1 en 2.4.
2.5.b. Niet-reguliere Risico’s Daarnaast zijn er risico’s waarvan de voorspelbaarheid niet groot is en/of de mogelijk nadelige gevolgen moeilijk zijn te kwantificeren. Te denken valt hierbij onder meer aan de uittreding van een gemeente, onderling conflicterend gemeentelijk beleid, nieuwe wet- en regelgeving, technologische ontwikkelingen op het gebied van afvalinzameling en -verwerking, rampen of calamiteiten, schommelingen in vergoedingen voor recyclebare grondstoffen, ICT-kwetsbaarheid, arbeidsmarktontwikkelingen, fiscale wijzigingen, misbruik en oneigenlijk gebruik. RD Maasland heeft in 2018 en 2019 een risico-inventarisatie-sessie opgesteld, waarmee deze risico’s zo goed mogelijk in kaart zijn gebracht. Daarbij is tevens vastgesteld welke maatregelen zijn te nemen om de gevolgen ervan zo beperkt mogelijk te doen zijn. Deze exercitie dient jaarlijks te worden herhaald.
De meest majeure risico’s zijn momenteel: 2020: - Dienstenpakket Programma twee ( vegen en kolkenzuigen ) is relatief duur, uitbreiding noodzakelijk; - Extra (financiele) inspanningen benodigd om VANG-doelstellingen te halen; - Leeftijdsopbouw personeel; - Externe kostenstijgingen ( hogere ASB, duurdere verwerkingstarieven ); - Kwetsbaarheid (digitaal) archief; - De gehele financiële afwikkeling van het verpakkingengebeuren vanaf 2019; - Onze ketenpartner voor PMD, Veolia, wordt geconfronteerd met stijgende kosten als gevolg van “vervuiling en meertonnen”. Veolia wil deze meerkosten in rekening brengen. Daarover heeft Veolia met de werkgroep contractbeheer van V-ASL overlegd en is men tot een onderhandelingsresultaat gekomen. Uit een juridische toets is echter gebleken dat dit uitgewerkte voorstel niet binnen de regels van de gunning valt. Het is nog niet duidelijk wat de uiteindelijke uitkomst zal zijn en de impact van de mogelijke claim van Veolia is nog niet in te schatten.” Overigens hebben we de buitenlandheffing 2019 en 2020, € 7,55 per ingezamelde ton, wel in de jaarrekening verwerkt.