172789-RBSL Wijziging van de Algemene plaatselijke verordening 2020 - na NvW
Tekst van het document
4. dat hij enig goed kan verkrijgen dat redelijkerwijs van een misdrijf afkomstig is of voor de rechthebbende verloren is gegaan. b. de burgemeester op eerste aanvraag zijn administratie of register ter inzage te geven; c. aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken te hebben waarop zijn naam en de aard van de onderneming duidelijk zichtbaar zijn; d. een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie dagen in bewaring te houden in de staat waarin het goed verkregen is.
Z. Artikel 2:52 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 2:52 Definities Artikel 2:52 Definities In deze afdeling wordt verstaan onder In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk: vuurwerk van consumentenvuurwerk: vuurwerk dat op categorie F1, F2 of F3 dat op grond van artikel grond van artikel 2.1.1 van het 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk als vuurwerk dat ter beschikking mag worden dat ter beschikking mag worden gesteld voor gesteld voor particulier gebruik. particulier gebruik. AA. Artikel 2:55 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst
Afdeling 11 Drugsoverlast en gebruik lachgas
Afdeling 11 Drugsoverlast
Artikel 2:55 Drugshandel op straat
Artikel 2:55 Drugshandel op straat
Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden zich op een openbare plaats op te houden met het kennelijke doel om, al dan niet tegen betaling, middelen als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende waar, af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.
Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden zich op een openbare plaats op te houden met het kennelijke doel om, al dan niet tegen betaling, middelen als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende waar, af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.
BB. Artikel 2:55b wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst
Artikel 2:55b Gebruik lachgas 1. Onder lachgas (N2O) wordt verstaan: een kleurloos, niet-irriterend, zoet geurend en zoet smakend gas.
Z03EB73FD5E Z/24/136738
Artikel 2:55b Gebruik lachgas (vervallen)
2. Het is verboden op of aan de weg, op een andere openbare plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw lachgas te gebruiken als daardoor hinder ontstaat voor personen of de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.
CC. Artikel 2:55c wordt als volgt toegevoegd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 2:55c Messen en andere voorwerpen als steekwapen 1. Het is verboden op door de burgemeester aangewezen openbare plaatsen of in daaraan grenzende voor het publiek openstaande gebouwen of op bij die gebouwen behorende erven messen of andere voorwerpen die als steekwapen kunnen worden gebruikt, bij zich te hebben. 2. Het verbod geldt niet voor messen of voorwerpen die zodanig zijn ingepakt dat zij niet voor onmiddellijk gebruik gereed zijn. 3. Dit artikel is niet van toepassing voor zover het wapens betreft als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie. DD. Artikel 2:59 wordt als volgt toegevoegd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 2:59 Sluiting voor publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf 1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde of ter voorkoming of beperking van overlast of nadelige beïnvloeding van het woon- of leefklimaat besluiten tot de gehele of gedeeltelijke sluiting van een voor het publiek openstaand gebouw of een bij dat gebouw behorend erf. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin artikel 2:17 eerste lid, of artikel 13b van de Opiumwet voorziet.
Z03EB73FD5E Z/24/136738
3. De burgemeester brengt een afschrift van zijn besluit aan op of nabij de toegang van het voor het publiek openstaande gebouw of het bij dat gebouw behorende erf. 4. Eenieder is verplicht toe te laten dat het afschrift wordt aangebracht en aangebracht blijft, zolang de sluiting van kracht is. 5. Het is verboden een gesloten gebouw of erf te bezoeken, als bezoeker daarin of daarop te verblijven of een bezoeker daarin of daarop te laten verblijven zonder toestemming van de burgemeester. 6. De burgemeester kan een sluiting opheffen als later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en voldoende garanties aanwezig zijn dat geen herhaling van de feiten of gedragingen die tot sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden. EE. Artikel 3:1 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 3:1 Bevoegd bestuursorgaan
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het college van burgemeester en wethouders of, voorzover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de burgemeester.
FF. Artikel 3:1 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 3:1 Definities Artikel 3:2 Definities In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
a. prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;
a. advertentie: elke commerciële uiting in een medium, die een seksbedrijf of een prostituee onder de aandacht van het publiek brengt.
b. prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;
b. beheerder: de natuurlijke persoon die door de exploitant is aangesteld voor de feitelijke leiding van een seksbedrijf;
c. seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin
Z03EB73FD5E Z/24/136738
bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotischpornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar; d. escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend; e. sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin hoofdzakelijk goederen van erotischpornografische aard aan particulieren plegen te worden verkocht of verhuurd; f. exploitant: de natuurlijke persoon of personen of rechtspersoon of rechtspersonen die een seksinrichting of escortbedrijf exploiteert, dan wel exploiteren en de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon of rechtspersonen bevoegde natuurlijke persoon of personen; g. beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent, dan wel uitoefenen in een seksinrichting of escortbedrijf; h.
bevoegd bestuursorgaan: in dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de burgemeester. i. bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrichting, met uitzondering van: 1. de exploitant; 2. de beheerder; 3. de prostituee;
Z03EB73FD5E Z/24/136738
c. bevoegd bestuursorgaan: in dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de burgemeester. d. bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrichting , met uitzondering van: 1. de exploitant; 2. de beheerder; 3. de prostituee; 4. het personeel dat in de seksinrichting werkzaam is; 5. toezichthouders die zijn aangewezen op grond van artikel 6:2 van deze verordening; 6. andere personen wier aanwezigheid in de seksinrichting wegens dringende redenen noodzakelijk is. e. escortbedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie in de vorm van bemiddeling tussen klant en prostituee; f. exploitant: de natuurlijke persoon of de bestuurder van een rechtspersoon of, voor zover van toepassing, de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijk persoon, voor wiens rekening en risico een seksbedrijf wordt uitgeoefend; g. klant: degene die gebruik maakt van de door een exploitant van een prostitutiebedrijf of een prostituee aangeboden seksuele diensten; h. prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; i.
prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;
4. het personeel dat in de seksinrichting werkzaam is; 5. toezichthouders die zijn aangewezen op grond van artikel 6:2 van deze verordening; 6. andere personen wier aanwezigheid in de seksinrichting wegens dringende redenen noodzakelijk is.
j. prostitutiebedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie; k. seksbedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie of tot het verrichten van seksuele handelingen voor een ander tegen betaling of uit het bedrijfsmatig aanbieden van vertoningen van erotisch-pornografische aard in een seksinrichting tegen betaling; l. seksinrichting: seksinrichting: voor het publiek toegankelijke besloten ruimte, onderdeel van een seksbedrijf; m. sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin hoofdzakelijk goederen van erotischpornografische aard aan particulieren plegen te worden verkocht of verhuurd. n. werkruimte: als zelfstandig aan te merken onderdeel van een seksinrichting waarin de seksuele handelingen met een ander tegen betaling worden verricht.
GG.Artikel 3:2 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 3:2 Nadere regels Artikel 3:2 Nadere regels Met het oog op de openbare orde en de Met het oog op de in artikel 3:5 genoemde belangen genoemd in artikel 3:13, tweede lid, belangen kan het college over de uitoefening kan het college en in het voorkomende geval van de bevoegdheden in dit hoofdstuk nadere de burgemeester, nadere regels stellen met regels stellen. betrekking tot de uitoefening van de bevoegdheden bedoeld in dit hoofdstuk. HH. Artikel 3:3 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Afdeling 2 Seksinrichtingen, straatprostitutie, Afdeling 2 vergunning seksbedrijf sekswinkels en dergelijke Artikel 3:3 seksinrichtingen Artikel 3:3 vergunning en de aanvraag
1.Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd bestuursorgaan.
1.Het is verboden een seksbedrijf te exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd bestuursorgaan of in afwijking daarvan.
2.In de aanvraag om vergunning wordt gebruik gemaakt van het door het bevoegde bestuursorgaan vastgestelde formulier.
2.In de aanvraag om vergunning wordt gebruik gemaakt van het door het bevoegde bestuursorgaan vastgestelde formulier.
Z03EB73FD5E Z/24/136738
3.In de aanvraag om vergunning en in de vergunning worden in ieder geval vermeld: a. de persoonsgegevens van de exploitant; b. de persoonsgegevens van de beheerder; en c. de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf. 4.Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
3. Bij de aanvraag wordt vermeld voor welke activiteit vergunning wordt gevraagd, en worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden overgelegd: a. de persoonsgegevens van de exploitant; b. het nummer van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel; c. of in de vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag de exploitant een vergunning voor een seksbedrijf is geweigerd of een aan de exploitant verleende vergunning voor een seksbedrijf is ingetrokken; d. het adres waar het seksbedrijf wordt uitgeoefend; e. het adres van een onder het seksbedrijf vallende seksinrichting; f. het vaste telefoonnummer dat in advertenties voor het seksbedrijf zal worden gebruikt; g. een geldig identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht van de exploitant; h. voor zover van toepassing, de verblijfstitel van de exploitant; i. een actuele verklaring betalingsgedrag nakoming fiscale verplichtingen, verstrekt door de Belastingdienst; j. bewijs waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is tot het gebruik van de ruimtes bestemd voor de uitoefening van het seksbedrijf; k. voor zover van toepassing, de plaatselijke ligging van de seksinrichting waarvoor vergunning wordt aangevraagd, door middel van een situatieschets met een noordpijl en schaalaanduiding; l.
voor zover van toepassing, de plattegrond van de seksinrichting waarvoor vergunning wordt aangevraagd, door middel van een tekening met een schaalaanduiding. 4. als er een beheerder is aangesteld is het derde lid, onder a tot en met c, g en h, van overeenkomstige toepassing op de beheerder.
Z03EB73FD5E Z/24/136738
5. het bevoegde bestuursorgaan kan aanvullende gegevens of bescheiden verlangen. 6. op een aanvraag om een vergunning wordt in afwijking van 1:2 binnen twaalf weken beslist. Deze termijn kan met ten hoogste twaalf weken worden verlengd. 7. een vergunning kan mede voor een seksinrichting worden verleend. 8. de vergunning wordt verleend aan de exploitant. De vergunning is zowel persoonsals ook zaaksgebonden en kan niet worden overgedragen. 9. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. II. Artikel 3:4 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 3:4 Gedragseisen exploitant en Artikel 3:4 Gedragseisen exploitant en beheerder beheerder
1. De exploitant en de beheerder:
1. De exploitant en de beheerder:
a. staan niet onder curatele en zijn niet ontzet uit de ouderlijke macht of de voogdij;
a. staan niet onder curatele en zijn niet ontzet uit de ouderlijke macht of de voogdij;
b. zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag; en
b. zijn niet onherroepelijk veroordeeld voor een gewelds- of zedendelict of voor mensenhandel, of in enig ander opzicht van slecht levensgedrag; en
c. hebben de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt. 2.Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, zijn de exploitant en de beheerder niet: a. met toepassing van artikel 37 van het Wetboek van Strafrecht in een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of met toepassing van artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht ter beschikking gesteld; b. binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden of meer door de rechter in Nederland, inclusief de drie openbare lichamen Bonaire, Saba en Sint-
Z03EB73FD5E Z/24/136738
c. hebben de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt.
Eustatius, Aruba, Curaçao en Sint Maarten, dan wel door een andere rechter wegens een misdrijf waarvoor naar Nederlands recht een bevel tot voorlopige hechtenis ingevolge artikel 67, eerste lid van het Wetboek van Strafvordering is toegelaten; c. binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee rechterlijke uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke geldboete van 500 euro of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van: – bepalingen gesteld bij of krachtens de Drank- en Horecawet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de Wet arbeid vreemdelingen; – de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 240b, 242 tot en met 249, 252, 250a (oud), 273a, 300 tot en met 303, 416, 417, 417bis, 426, 429quater en 453 van het Wetboek van Strafrecht; - de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6 juncto artikel 8 of juncto artikel 163 van de Wegenverkeerswet 1994; - de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en 30b van de Wet op de Kansspelen; - de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen; - de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie. 3. Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijk gesteld: a.
vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74, tweede lid, onder a van het Wetboek van Strafrecht of artikel 76, derde lid, onder a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom minder dan 375 euro bedraagt; b. een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf.
Z03EB73FD5E Z/24/136738
4.De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt: a. bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van beslissing op de aanvraag van de vergunning; b. bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van de intrekking van deze vergunning. 5.De exploitant of de beheerder zijn binnen de laatste vijf jaar geen exploitant of beheerder geweest van een seksinrichting of escortbedrijf die voor ten minste een maand door het bevoegde bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning bedoeld in artikel 3:3, eerste lid, is ingetrokken, tenzij aannemelijk is dat hem ter zake geen verwijt treft. JJ. Artikel 3:5 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 3:5 Sluitingstijden Artikel 3:5 Weigeringsgronden
1.Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben en daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven tussen 04.00 en 14.00 uur. 2.Het bevoegd bestuursorgaan kan voor een afzonderlijke seksinrichting andere sluitingstijden vaststellen. 3.Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te bevinden gedurende de tijd dat die seksinrichting krachtens deze Afdeling gesloten dient te zijn. 4. Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften.
1. Een vergunning wordt geweigerd als: a. de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in artikel 3:4 gestelde eisen; b. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn; c. de voorgenomen uitoefening van het seksbedrijf in strijd is met het omgevingsplan of een bekendgemaakte ontwerpwijziging daarvan, of; d. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de aanvrager in strijd zal handelen met aan de vergunning verbonden beperkingen of voorschriften; e. er aanwijzingen zijn dat voor of bij het seksbedrijf personen tewerkgesteld zijn of zullen zijn die, als het prostituees betreft, nog niet de leeftijd van 21 jaar hebben bereikt, als het overige personen betreft, nog niet de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt, slachtoffer zijn van mensenhandel of verblijven of werken in strijd met het bepaalde bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000;
Z03EB73FD5E Z/24/136738
f. de exploitant of de beheerder minder dan vijf jaar voorafgaand aan de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, wegens een misdrijf onherroepelijk is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van meer dan zes maanden; g. de exploitant of de beheerder minder dan vijf jaar voorafgaand aan de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, bij meer dan één rechterlijke uitspraak of strafbeschikking onherroepelijk veroordeeld is tot een onvoorwaardelijke geldboete van € 500 of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van: 1°. bepalingen, gesteld bij of krachtens de Alcoholwet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet 2000, de Wet arbeid vreemdelingen en hoofdstuk 3 van deze verordening; 2°. de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 416, 417, 417bis, 420bis tot en met 420quinquies, 426 en 429quater van het Wetboek van Strafrecht; 3°. artikel 69 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen; 4°. de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede de artikelen 6 juncto 8 en 163 van de Wegenverkeerswet 1994; 5°. de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen; of 6°. de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie. 2. Met een veroordeling als bedoeld in het eerste lid, onder f en g, wordt gelijkgesteld: a. een bevel tot tenuitvoerlegging van een zodanige voorwaardelijke straf; b.
betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74, tweede lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht of een onherroepelijk geworden strafbeschikking als bedoeld in artikel 76, tweede lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom of geldboete minder dan € 375 bedraagt. Z03EB73FD5E Z/24/136738
3. De periode van vijf jaar, bedoeld in het eerste lid, onder f en g, wordt bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van de intrekking van deze vergunning. 4. Voor de berekening van de periode van vijf jaar, bedoeld in het eerste lid, onder f en g, telt de periode waarin een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf is ondergaan, niet mee. 5. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan een vergunning in ieder geval worden geweigerd: a. voor een seksbedrijf waarvoor de vergunning op grond van artikel 3:7, eerste lid, aanhef en onder a tot en met f, of tweede lid, aanhef onder a tot en met g, of in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur is ingetrokken, gedurende een periode van vijf jaar na de intrekking; b. als niet is voldaan aan een bij of krachtens artikel 3:3 gestelde eis met betrekking tot de aanvraag, mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad de aanvraag binnen een door het bevoegde bestuursorgaan gestelde termijn aan te vullen; c. als de vergunning geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op het uitoefenen van een prostitutiebedrijf in een seksinrichting waarvoor eerder een vergunning is ingetrokken, of in die seksinrichting eerder zonder vergunning een prostitutiebedrijf is uitgeoefend; d.
als de openbare orde, de woon- en leefomgeving, de verkeersvrijheid- of veiligheid of de veiligheid en de gezondheid van prostituees of klanten nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van de seksinrichting waarvoor de vergunning is aangevraagd; e. als het bedrijfsplan niet voldoet aan artikel 3:13, eerste en tweede lid;
Z03EB73FD5E Z/24/136738
f.
als onvoldoende aannemelijk is dat de exploitant de bij artikel 3:14 gestelde verplichtingen zal naleven.
KK. Artikel 3:6 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 3:6 Tijdelijke afwijking sluitingstijden Artikel 3:6 Eisen met betrekking tot vergunning en (tijdelijke) sluiting 1. De vergunning vermeldt in ieder geval: 1.Met het oog op de openbare orde en de a. de naam van de exploitant; weigeringsgronden voor de vergunning, of in b. voor zover van toepassing, die van de geval van strijdigheid met de bepalingen in dit beheerder; hoofdstuk kan het bevoegd bestuursorgaan: c. voor welke activiteit de vergunning is verleend; a. tijdelijk andere dan de krachtens deze d. het adres waar het seksbedrijf wordt Afdeling geldende sluitingstijden vaststellen; uitgeoefend; e. het vaste telefoonnummer dat in b. van een afzonderlijke seksinrichting al dan advertenties voor het seksbedrijf zal niet tijdelijk de gedeeltelijke of algehele worden gebruikt; sluiting bevelen. f. voor zover van toepassing, het adres van de onder dat seksbedrijf vallende 2.Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 seksinrichting waarvoor de van de Algemene wet bestuursrecht maakt het vergunning mede is verleend; bevoegd bestuursorgaan het besluit bedoeld g. de voorschriften en beperkingen die in het eerste lid bekend op de wijze als aan de vergunning zijn verbonden; bedoeld in artikel 3:42, tweede lid Algemene h. voor zover van toepassing, de wet bestuursrecht. geldigheidsduur van de vergunning; i.
het nummer van de vergunning.
2. De exploitant draagt er zorg voor dat de vergunning of een afschrift daarvan zichtbaar aanwezig is in de seksinrichting waarvoor de vergunning mede is verleend, en tevens dat aan de buitenzijde van de seksinrichting zichtbaar is dat hij over een vergunning voor die seksinrichting beschikt. LL. Artikel 3:7 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 3:7 Aanwezigheid van en Artikel 3:7 Intrekkingsgronden verplichtingen voor exploitant en beheerder 1. De vergunning wordt ingetrokken als: 1.Het is verboden een seksinrichting voor a. de verstrekte gegevens zodanig bezoekers geopend te hebben, zonder dat de onjuist of onvolledig blijken te zijn exploitant of de beheerder in de seksinrichting dat op de aanvraag een andere aanwezig is. beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling daarvan de juiste 2.Het is een exploitant of de beheerder gegevens bekend waren geweest; verboden een prostituee voor of bij zich te b. de vergunning in strijd met een laten werken die: wettelijk voorschrift is gegeven;
Z03EB73FD5E Z/24/136738
a. nog niet de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt, of; b. de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt en in Nederland verblijft of werkt in strijd met het bepaalde bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000 en de Wet arbeid vreemdelingen. 3.Het is een exploitant of de beheerder verboden om binnen de seksinrichting strafbare feiten te laten plaatsvinden (bewust dan wel onbewust), waaronder in ieder geval de feiten genoemd in de titels XIV (misdrijven tegen de zeden), XVIII (misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid), XX (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX (heling) van het Tweede boek van het Wetboek van Strafrecht, in de Opiumwet en in de Wet wapens en munitie. 4.De verbodsbepaling bedoeld in het tweede lid, onder a, is niet van toepassing ten aanzien van personen die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening aantoonbaar werkzaam zijn als prostituee voor of bij een prostitutiebedrijf.
Z03EB73FD5E Z/24/136738
c. is gehandeld in strijd met de artikelen 3:8, 3:11, aanhef en onder a, 3:12, tweede lid, 3:13 en 3:14, eerste lid, en tweede lid, aanhef en onderdeel b, aanhef en onder 1°; d. zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen, dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de openbare orde of veiligheid; e. zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 3:5, eerste lid, onder a tot en met g; f. de vergunninghouder dat verzoekt; g. de uitoefening van het seksbedrijf strijd oplevert met het omgevingsplan. 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de vergunning worden geschorst of ingetrokken als: a. is gehandeld in strijd met aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen; b. in verband met gewijzigde wettelijke voorschriften, gewijzigde omstandigheden of gewijzigde inzichten de bescherming van de belangen met het oog waarop het vergunningsvereiste is gesteld, zwaarder wegen dan het belang van de vergunninghouder bij behoud van de vergunning; c. een niet in de vergunning vermelde persoon exploitant of beheerder is geworden; d. is gehandeld in strijd met een of meer van de bij of krachtens dit hoofdstuk gestelde bepalingen, onverminderd het eerste lid, aanhef en onder c; e. is gehandeld in strijd met de in het bedrijfsplan beschreven maatregelen; f.
zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de woon- en leefomgeving of de gezondheid van prostituees of klanten; g. de exploitant of de beheerder het toezicht op de naleving van het in dit
hoofdstuk bepaalde belemmert of bemoeilijkt; h. er bij het seksbedrijf personen tewerkgesteld zijn die onherroepelijk zijn veroordeeld voor een gewelds- of zedendelict of voor mensenhandel; i. gedurende ten minste zes maanden geen gebruik is gemaakt van de vergunning. MM. Artikel 3:8 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 3:8 Straatprostitutie Artikel 3:8 Melding gewijzigde omstandigheden 1.Het is verboden, door handelingen, houding, 1. De vergunninghouder meldt elke woord, gebaar of op andere wijze, passanten verandering waardoor zijn te bewegen gebruik te maken van de diensten van een prostituee, uit te nodigen dan wel te seksbedrijf niet langer in overeenstemming is met de op grond lokken: van artikel 3:8, eerste lid, in de a. op of aan andere dan door het college vergunning opgenomen gegevens, zo aangewezen wegen of gebieden; spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen één week, aan het bevoegde b. gedurende andere dan door het college bestuursorgaan. vastgestelde tijden. 2.Met het oog op de naleving van het verbod bedoeld in het eerste lid, kan door politieambtenaren het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.
3.Met het oog op de openbare orde en de belangen als neergelegd in de weigeringsgronden van de vergunning, kan door politieambtenaren aan personen die zich bevinden op de wegen of gebieden en gedurende de tijden bedoeld in het eerste lid, het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen. 4.De burgemeester kan met het oog op de openbare orde en de belangen als neergelegd in de weigeringsgronden van de vergunning, personen aan wie ten minste eenmaal een bevel is gegeven als bedoeld in het derde lid, verbieden zich gedurende bepaalde termijn, anders dan in een openbaar middel van vervoer, te bevinden op of aan de wegen of gebieden en op de tijden bedoeld in het eerste lid.
Z03EB73FD5E Z/24/136738
2. Het bevoegde bestuursorgaan verleent een gewijzigde vergunning, als het seksbedrijf aan de vereisten voldoet.
5.De burgemeester beperkt het verbod bedoeld in het vierde lid indien dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk is. NN.Artikel 3:9 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 3:9 Sekswinkels Artikel 3:9 Beëindiging exploitatie
Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin een sekswinkel te exploiteren in door het college in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving aangewezen gebieden of delen van de gemeente.
1. De vergunning vervalt zodra de exploitant die overeenkomstig artikel 3:3 op de vergunning is vermeld, de exploitatie van het seksbedrijf feitelijk heeft beëindigd. 2. Binnen één week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie, meldt de exploitant dit schriftelijk aan het bevoegd bestuursorgaan
OO. Artikel 3:10 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Afdeling 3 Beslistermijn en Afdeling 3 uitoefenen seksbedrijf weigeringsgronden Paragraaf 3.1 regels voor alle seksbedrijven
Bestaande tekst Artikel 3:10 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke 1. Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen van erotisch pornografische aard openlijk ten toon te stellen, aan te bieden of aan te brengen: a. als het bevoegd bestuursorgaan aan de rechthebbende heeft bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen daarvan, de openbare orde of de woon- en leefomgeving in gevaar brengt; b. anders dan overeenkomstig de door het bevoegd bestuursorgaan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving gestelde regels. 2.Het verbod bedoeld in het eerste lid is niet van toepassing op het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of Z03EB73FD5E Z/24/136738
Nieuwe tekst Artikel 3:10 Sluitingstijden seksinrichtingen; aanwezigheid; toegang 1. Het is de exploitant en de beheerder verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben en daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven tussen 04.00 en 14.00 uur, tenzij bij vergunning anders is bepaald. 2. Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te bevinden gedurende de tijd dat die seksinrichting krachtens deze Afdeling gesloten dient te zijn. 4. Het is de exploitant en de beheerder verboden personen die nog niet de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt toe te laten of te laten verblijven in een seksinrichting;
geschreven stukken dan wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet.
PP. Artikel 3:11 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 3:11 Beslistermijn Artikel 3:11 Adverteren Het is verboden in advertenties voor een 1. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:2, seksbedrijf: beslist het bevoegd bestuursorgaan op de a. geen vermelding op te nemen van aanvraag om vergunning bedoeld in artikel het telefoonnummer, bedoeld in 3:3, eerste lid, binnen twaalf weken. Deze artikel 3:8, eerste lid, onder e, van beslistermijn begint de dag na de ontvangst het nummer, bedoeld in artikel 3:8, eerste lid, onder i, en van de van de aanvraag. bedrijfsnaam; 2. Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn besluit b. vermelding op te nemen van een voor ten hoogste twaalf weken verdagen. ander telefoonnummer dan bedoeld onder a; en c. als het een prostitutiebedrijf betreft, onveilige seks aan te bieden of te garanderen dat prostituees die voor of bij het betreffende bedrijf werken vrij zijn van seksueel overdraagbare aandoeningen. QQ.
Artikel 3:12 wordt als volgt gewijzigd:
Bestaande tekst
Z03EB73FD5E Z/24/136738
Nieuwe tekst
Paragraaf 3.2 Regels voor prostitutiebedrijven en prostituees Artikel 3:12 Weigerings- en intrekkingsgronden 1.De vergunning bedoeld in artikel 3:3, eerste lid, wordt geheel of gedeeltelijk geweigerd of ingetrokken als: a. de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in artikel 3:4 gestelde eisen; b. de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of het escortbedrijf in strijd is met het omgevingsplan of een bekendgemaakte ontwerpwijziging daarvan, of; c. er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht dan wel met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde; d. de prostituee(s) de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft (hebben) bereikt. 2.Voor seksinrichtingen en escortbedrijven kan, onverminderd het bepaalde in artikel 1:8, de vergunning bedoeld in artikel 3:3, eerste lid, geheel of gedeeltelijk worden geweigerd of ingetrokken dan wel de aanwijzing of vaststelling bedoeld in artikel 3:8, eerste lid, achterwege gelaten, in het belang van: a. de openbare orde; b. het voorkomen of beperken van overlast; c. het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en leefklimaat; d. de veiligheid van personen of goederen; e. de verkeersvrijheid of -veiligheid; f. de gezondheid of zedelijkheid;
Z03EB73FD5E Z/24/136738
alle
Artikel 3:12 leeftijd en verblijftitel prostituees (verbod werken voor onvergund prostitutiebedrijf) 1. Prostitutie vindt uitsluitend plaats door een prostituee die de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt. 2. Het is een exploitant verboden een prostituee voor of bij zich te laten werken die: a. nog niet de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt; b. in Nederland verblijft of werkt in strijd met het bepaalde bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000. 3. Het is een prostituee verboden: a. te handelen in strijd met het eerste lid; werkzaam te zijn voor of bij een exploitant aan wie geen vergunning voor een prostitutiebedrijf is verleend
g. de arbeidsomstandigheden van de prostituee; of h. bij strijdigheid met het regionale prostitutiebeleid. 3.Een vergunning als bedoeld in artikel 3:3, eerste lid, kan voorts worden geweigerd als bij vestiging of exploitatie het door de burgemeester vastgestelde lokale of regionale maximum van het aantal toegelaten seksinrichtingen wordt overschreden. 4.Een vergunning als bedoeld in artikel 3:3, eerste lid, kan voorts geheel of gedeeltelijk worden geweigerd of ingetrokken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. 5.Voordat toepassing wordt gegeven aan het vierde lid, kan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, om een advies als bedoeld in artikel 9 van die wet worden gevraagd.
RR. Artikel 3:13 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 3:13 Beëindiging exploitatie Artikel 3:13 Bedrijfsplan 1. Een prostitutiebedrijf beschikt over een 1.De vergunning vervalt zodra de exploitant bedrijfsplan, waarin in ieder geval wordt die overeenkomstig artikel 3:3 op de beschreven welke maatregelen de exploitant vergunning is vermeld, de exploitatie van de treft: seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk a. op het gebied van hygiëne; heeft beëindigd. b. ter bescherming van de gezondheid, de veiligheid en het 2.Binnen één week na de feitelijke beëindiging zelfbeschikkingsrecht van de van de exploitatie, meldt de exploitant dit prostituees; schriftelijk aan het bevoegd bestuursorgaan. c. ter bescherming van de gezondheid van de klanten; d. ter voorkoming van strafbare feiten. 2. De door de exploitant te treffen maatregelen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, waarborgen dat: a. de hygiëne in een seksinrichting voldoet aan de algemene eisen die
Z03EB73FD5E Z/24/136738
b.
c.
d. e.
f. g. h.
i.
j.
k.
l.
Z03EB73FD5E Z/24/136738
hiervoor in de branche gelden en dat dit controleerbaar is; inzichtelijk en controleerbaar is welke maatregelen een exploitant in zijn bedrijfsvoering en inrichting van de werkruimten treft voor gezonde en veilige werkomstandigheden voor prostituees; in de werkruimten te allen tijde voldoende condooms met een CEmarkering voor gebruik beschikbaar zijn; in de werkruimten voor de prostituees een goed functionerende alarmvoorziening aanwezig is; de prostituee zich regelmatig kan laten onderzoeken op seksueel overdraagbare aandoeningen en door de exploitant voldoende geïnformeerd is over de mogelijkheden van een dergelijk onderzoek; de prostituee niet gedwongen wordt zich geneeskundig te laten onderzoeken; de prostituee vrij is in de keuze van de arts(en) die zij wil bezoeken; de prostituee klanten en diensten kan weigeren zonder dat dat voor haar andere werkzaamheden gevolgen heeft; de prostituee kan weigeren alcohol of drugs te gebruiken zonder dat dat voor haar werkzaamheden gevolgen heeft; aan de voor de exploitant werkzame beheerder voldoende professionele eisen op het gebied van agressiebeheersing en bedrijfshulpverlening worden gesteld en waar nodig wordt gezorgd voor scholing hierin; de exploitant zich een oordeel vormt over de mate van zelfredzaamheid van de prostituee voordat deze voor of bij hem gaat werken, teneinde vast te stellen of zij voldoet aan de eisen die hij
hiervoor in zijn bedrijfsplan heeft opgenomen; de exploitant voor elke voor of bij hem werkzame prostituee kan aantonen onder welke verhuur- of
arbeidsvoorwaarden zij haar diensten aanbiedt; m. de exploitant of beheerder zich er regelmatig van vergewist dat de prostituee niet door derden gedwongen wordt tot prostitutie en dat hij in dit kader informatie van hulpverleningsinstanties ter beschikking stelt; n. de exploitant aan de voor of bij hem werkzame prostituees informatie ter beschikking stelt over de mogelijkheden om hulp te krijgen als een prostituee wil stoppen met haar werk in de prostitutie; o. de overlast aan de omgeving van de onder het seksbedrijf vallende seksinrichtingen beperkt wordt. 3. Het bedrijfsplan wordt overgelegd bij de aanvraag om een vergunning. 4. De exploitant meldt een voorgenomen wijziging van het bedrijfsplan onverwijld aan het bevoegde bestuursorgaan. De wijziging wordt na goedkeuring van het bevoegde bestuursorgaan als onderdeel van het bedrijfsplan aangemerkt, als deze voldoet aan de eisen die overeenkomstig het eerste en tweede lid aan een bedrijfsplan worden gesteld. 5. De rechten voor prostituees, die worden gewaarborgd op grond van het tweede lid, worden op schrift gesteld en in een voor haar begrijpelijke taal uitgereikt aan elke prostituee die werkzaam is voor of bij de exploitant. 6. In de seksinrichting wordt in ten minste twee talen en voor de klant goed zichtbaar bekend gemaakt dat een prostituee klanten en diensten mag weigeren en mag weigeren alcohol of drugs te gebruiken.
7. voor bestaande prostitutiebedrijven geldt een overgangstermijn voor het beschikken over een bedrijfsplan. Bestaande prostitutiebedrijven dienen uiterlijk binnen zes maanden na inwerkingtreding van dit artikel over een bedrijfsplan, als bedoeld in dit artikel, te beschikken. Z03EB73FD5E Z/24/136738
SS. Artikel 3:14 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 3:14 Wijziging beheer Artikel 3:14 Verdere verplichtingen van de exploitant en beheerder prostitutiebedrijf 1.Als de beheerder het beheer van de seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk 1.De exploitant of de beheerder is aanwezig heeft beëindigd, meldt de exploitant dit gedurende de uren dat het prostitutiebedrijf binnen één week schriftelijk aan het bevoegd daadwerkelijk wordt uitgeoefend. bestuursorgaan. 2. De exploitant van een prostitutiebedrijf 2.Het beheer kan worden uitgeoefend door draagt er zorg voor dat: een nieuwe beheerder, als het bevoegd a. de voor of bij het prostitutiebedrijf bestuursorgaan op aanvraag van de werkzame prostituees redelijkerwijs hun exploitant besluit de verleende vergunning eigen werktijden kunnen bepalen; overeenkomstig de wijziging in het beheer te b. er een deugdelijke bedrijfsadministratie wijzigen. Het bepaalde in artikel 3:12, eerste lid, aanhef en onder a, is van overeenkomstige wordt gevoerd waarin de actuele gegevens zijn opgenomen van in ieder geval; toepassing. 1°. de voor of bij het prostitutiebedrijf 3.In afwachting van het besluit bedoeld in het werkzame prostituees; tweede lid, kan het beheer worden 2°. de verhuuradministratie; 3°.
met betrekking tot alle voor of bij uitgeoefend door een nieuwe beheerder vanaf het prostitutiebedrijf werkzame prostituees, het moment waarop de exploitant een de documentatie die ten grondslag ligt aan de aanvraag als bedoeld in het tweede lid heeft vorming van het oordeel over de mate van ingediend, totdat over de aanvraag is zelfredzaamheid, bedoeld in artikel 3:13, besloten. tweede lid, onder k; 4°. de werkroosters van de beheerders;
c. de bedrijfsadministratie met inachtneming van de wettelijke termijnen wordt bewaard en te allen tijde beschikbaar is voor toezichthouders; d. medewerkers van de gemeentelijke gezondheidsdienst en van andere door de burgemeester of het college aangewezen instellingen worden toegelaten tot seksinrichtingen als ze voornemens zijn voorlichtings- en preventieactiviteiten uit te voeren of voorlichtingsmateriaal te verspreiden; e. onverwijld bij de politie wordt gemeld ieder signaal van mensenhandel of andere vormen van dwang en uitbuiting; f. onverwijld aan het bevoegde bestuursorgaan wordt gemeld als gedurende ten minste één maand geen gebruik gemaakt Z03EB73FD5E Z/24/136738
zal worden van de vergunning. Deze melding vermeldt de reden en de verwachte duur; g. gedaan wordt wat nodig is voor een goede gang van zaken binnen het prostitutiebedrijf. TT. Artikel 3:15 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 3:15 Straatprostitutie 1. Het is verboden op of aan de weg of op, aan of in een andere vanaf de weg zichtbare plaats, niet zijnde een seksinrichting waarvoor een vergunning is verleend, zich op te houden met het kennelijke doel prostitutie of het verrichten van seksuele handelingen in het kader van prostitutie.
UU. Artikel 3:16 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 3:16 Handhaving straatprostitutie
1. Met het oog op de naleving van het verbod, bedoeld in artikel 3:15, eerste lid, kan door een politieambtenaar of toezichthouder het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen. VV. Artikel 3:17 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 3:17 verbodsbepaling klanten
1. Het is een klant verboden seksuele handelingen te verrichten met een prostituee van wie hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat zij werkzaam is voor of bij een exploitant aan wie geen vergunning voor een prostitutiebedrijf is verleend. 2.Het is verboden op of aan de weg of op, aan of in een andere voor publiek toegankelijke plaats gebruik te maken van de diensten van een prostituee. 3.Het verbod, bedoeld in het tweede lid, geldt niet in een seksinrichting waarvoor een vergunning is verleend. WW. Artikel 4:9 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst
Z03EB73FD5E Z/24/136738
Artikel 4:9 Opslag voertuigen, vaartuigen, Artikel 4:9 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen en dergelijke. mest, afvalstoffen en dergelijke. 1. Het is verboden buiten een inrichting 1. Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, in de openlucht van de Omgevingswet, in de openlucht en buiten de weg gelegen in het en buiten de weg gelegen in het belang van het uiterlijk aanzien van de belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast dan wel het beëindiging van overlast dan wel het voorkomen van schade aan de voorkomen van schade aan de openbare gezondheid, de volgende openbare gezondheid, de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben: plaatsen of aanwezig te hebben: a. op een door het college a.
op een door het college aangewezen plaats: aangewezen plaats: – onbruikbare of aan – onbruikbare of aan hun oorspronkelijke hun oorspronkelijke bestemming bestemming onttrokken voer- of onttrokken voer- of vaartuigen of vaartuigen of onderdelen daarvan; onderdelen daarvan; – bromfietsen en – bromfietsen en motorvoertuigen of motorvoertuigen of onderdelen daarvan; onderdelen daarvan; – kampeermiddelen – kampeermiddelen als bedoeld in artikel als bedoeld in artikel 4:12 of onderdelen 4:12 of onderdelen daarvan, als het daarvan, als het plaatsen of plaatsen of aanwezig hebben aanwezig hebben daarvan geschiedt daarvan geschiedt voor verkoop of voor verkoop of verhuur dan wel verhuur dan wel anderszins voor een anderszins voor een commercieel doel; commercieel doel; – mestopslag, – mestopslag, gierkelder of andere gierkelder of andere verzamelplaatsen verzamelplaatsen van vuil, een van vuil, een verzameling verzameling ingekuild gras, loof ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde of pulp of ingekuilde landbouwproducten, landbouwproducten, afbraakmaterialen, afbraakmaterialen, en oude metalen. en oude metalen. b. landbouwplastic op alle b. landbouwplastic op alle percelen, zowel binnen als percelen, zowel binnen als buiten de bebouwde kom. buiten de bebouwde kom.
Z03EB73FD5E Z/24/136738
2. Het college kan bij de aanwijzing als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, nadere regels stellen. 3. Het college stelt in nadere regels vast in welke gevallen het verbod in het eerste lid, onderdeel b niet van toepassing is zie bijlage. 4. Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet of de provinciale omgevingsverordening.
2. Het college kan bij de aanwijzing als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, nadere regels stellen. 3. Het college stelt in nadere regels vast in welke gevallen het verbod in het eerste lid, onderdeel b niet van toepassing is zie bijlage. 4. Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet of de provinciale omgevingsverordening.
XX. Artikel 4:13 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 4:13 Recreatief nachtverblijf buiten Artikel 4:13 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen kampeerterreinen 1. Het is verboden ten behoeve van 1. Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat zo in het kampeerterrein dat zo in het omgevingsplan is bestemd of mede omgevingsplan is bestemd of mede bestemd. bestemd. 2. Het verbod geldt ook voor het plaatsen van kampeermiddelen voor eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein. 3. Het verbod geldt niet voor het 2. Het verbod geldt niet voor het plaatsen van een visparaplu of plaatsen van een schuilmiddel ten karpertentje ten behoeve van het behoeve van het nachtvissen mits het nachtvissen. schuilmiddel voldoet aan de volgende voorwaarden: - de maximale afmetingen van het schuilmiddel zijn 3.20 meter lang, 3.10 meter breed en 1.80 meter hoog. - het schuilmiddel moet aan de voorkant geheel open zijn - het schuilmiddel moet uitgevoerd zijn in een neutrale, bruine of camouflagekleur.
4. Het in het tweede lid genoemde geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen, korter dan één week, in de besloten achtertuin voor eigen gebruik door de rechthebbende. 5. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld in het eerste lid. 6. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden Z03EB73FD5E Z/24/136738
3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld in het eerste lid.
geweigerd in het belang van de bescherming van: a. natuur en landschap; of b. een stads- en dorpsgezicht.
4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd in het belang van de bescherming van: a. natuur en landschap; of b. een stads- en dorpsgezicht.
YY. Artikel 5:6 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 5:6 Kampeermiddelen en andere Artikel 5:6 Kampeermiddelen en andere voertuigen voertuigen voertuigen
1. Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt: a. langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg binnen de bebouwde kom te plaatsen of te hebben; b. op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente; of c. gedurende een periode langer dan drie aaneengesloten dagen te parkeren op een plaats, zichtbaar vanaf de openbare weg. Na deze periode mag, gedurende een periode van één week, niet binnen een straal van 500 meter van voornoemde plek worden geparkeerd. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste lid gestelde verbod. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de provinciale omgevingsverordening. 4. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Z03EB73FD5E Z/24/136738
1. Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt: a. langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg binnen de bebouwde kom te plaatsen of te hebben; b. op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente; of c. gedurende een periode langer dan drie aaneengesloten dagen te parkeren op een plaats, zichtbaar vanaf de openbare weg. Na deze periode mag, gedurende een periode van één week, niet binnen een straal van 500 meter van voornoemde plek worden geparkeerd. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste lid gestelde verbod. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de provinciale omgevingsverordening. 4. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
ZZ. Artikel 5:7 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 5:7 Grote voertuigen 1. Vanwege de schadelijke afbreuk aan het uiterlijk aanzien van de gemeente is het verboden een voertuig dat, inclusief van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter, te parkeren op alle wegen of weggedeelten gelegen binnen de bebouwde kom, van de kernen Maasbracht, Brachterbeek, Linne, Stevensweert, Ohé en Laak, Heel, Beegden, Thorn, Panheel en Wessem. 2. Van de onder het eerste lid aangewezen wegen of weggedeelten zijn de volgende wegen en weggedeelten uitgezonderd: a. in de kern Maasbracht:
b.
c. d. e.
f.
– Haverkamp, gedeelte van Battenweg richting Hazenspoor; – St. Joosterweg, Industrieterrein; – S. Houbenweg; – Brouwersstraat, gedeelte bij S. Houbenweg (niet de doorgaande weg). in de kern Linne: – Maasbrachterweg, parkeerplaats bij de artsenpraktijk; – Leppingtonweg/Oudeweg; – Akkerweg gedeeltelijk. in de kern Stevensweert: – Parkeerplaats Sportlaan. in de kern Ohé en Laak: – Contelmostraat, gedeeltelijk. in de kern Thorn: – (bus)parkeerplaats Meers; – parkeerplaats Waterstraat. in de Kern Wessem: Waage Naak, gedeelte van Verbindingsweg tot Kloosterlaan/Maasboulevard; – Maasdijk incl. parkeerplaats; – Schippersveld; – parkeerplaats Achter de Biënberg.
Z03EB73FD5E Z/24/136738
Nieuwe tekst Artikel 5:7 Grote voertuigen 1. Vanwege de schadelijke afbreuk aan het uiterlijk aanzien van de gemeente is het verboden een voertuig dat, inclusief van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter, te parkeren op alle wegen of weggedeelten gelegen binnen de bebouwde kom, van de kernen Maasbracht, Brachterbeek, Linne, Stevensweert, Ohé en Laak, Heel, Beegden, Thorn, Panheel en Wessem. 2. Van de onder het eerste lid aangewezen wegen of weggedeelten zijn de volgende wegen en weggedeelten uitgezonderd: a. in de kern Maasbracht: – Hazenspoor; – Haverkamp, gedeelte ten noorden van de Battenweg; – St. Joosterweg, Industrieterrein; – S. Houbenweg, – Brouwersstraat, gedeelte bij S. Houbenweg (niet de doorgaande weg). b. in de kern Linne:
– Leppingtonweg/Oudeweg; – Parkeerplaats aan de Sportveldstraat. c. in de kern Stevensweert: – Parkeerplaats Sportlaan. d. in de kern Ohé en Laak: – Prior Gielenstraat, gedeeltelijk. e. in de kern Thorn: – (bus)parkeerplaats Meers; f.
in de Kern Wessem: – parkeerplaats Achter de Biënberg. De uitgezonderde wegen en weggedeelten zijn aangegeven op de bij dit artikel behorende situatietekeningen ( zie bijlagen).
De uitgezonderde wegen en weggedeelten zijn aangegeven op de bij dit artikel behorende situatietekeningen (zie bijlagen). 3. Het college kan van het verbod ontheffing verlenen. 4. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
3. Het college kan van het verbod ontheffing verlenen. 4. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
AAA. Artikel 5:11 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 5:11 Overlast van fietsen of Artikel 5:11 Overlast van fietsen of bromfietsen bromfietsen Het is verboden op door het college Het is verboden op door het college aangewezen plaatsen, in het belang van het aangewezen plaatsen, in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast, of het voorkoming of beëindiging van overlast, of voorkomen van schade aan de openbare het voorkomen van schade aan de openbare gezondheid, fietsen of bromfietsen onbeheerd gezondheid, fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan. plaatsen te laten staan.
Artikel II Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2025. Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Maasgouw, d.d. 17-12-2024.
De raad voornoemd; De griffier,
De voorzitter,
G.H. Bakkes
D.W.J. Schneider
Z03EB73FD5E Z/24/136738