CConstaterende datMaasgouw
Koppel je AI →
Document · PDF

172789-RBSL Wijziging van de Algemene plaatselijke verordening 2020 - na NvW

01. Raadsvergadering 17 december 2024, gemeente MaasgouwBij agendapunt: Voorstel tot wijziging Algemene plaatselijke verordening Maasgouw 2020 versie 202418.360 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Raadsvergadering 17-12-2024 BESLUIT

Wijziging van de Algemene plaatselijke verordening 2020 De raad van de gemeente Maasgouw, Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 22 oktober 2024 gelet op: • de artikelen 149, 149a, 151a, 151b, 151c, 151d, 154 en 154a van de Gemeentewet, • de artikelen 3 en 4 van de Wet openbare manifestaties, • de artikelen 4 van de Alcoholwet, • artikel 18.10 van de Omgevingswet, • artikel 2.18, eerste lid, en vijfde lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer, • artikel 30c, tweede lid, van de Wet op de kansspelen, • artikel 3 van de Winkeltijdenwet; • artikel 64, tweede lid, van de Wet veiligheidsregio’s; • het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, en • artikel 2a van de Wegenverkeerswet 1994; gezien het advies van de commissie; BESLUIT: De Algemene plaatselijke verordening Maasgouw 2020, conform het wijzigingsbesluit, te wijzigen. Artikel I De Algemene plaatselijke verordening Maasgouw 2020, wordt als volgt gewijzigd:

A. Artikel 1:1 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 1:1 Definities Artikel 1:1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: In deze verordening wordt verstaan onder: a. bebouwde kom: het gebied binnen de a. bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994; Wegenverkeerswet 1994; b. beperkingengebiedactiviteit: hetgeen b. beperkingengebiedactiviteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in de daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; c. bevoegd gezag: bestuursorgaan dat c. bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een bevoegd is tot het nemen van een

Z03EB73FD5E Z/24/136738

besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Omgevingswet; d. bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; e. bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994; f. college: het college van burgemeester en wethouders; g. gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving; h. handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk een commercieel belang wordt gediend; i. ideële reclame: iedere openbare aanprijzing waarmee een maatschappelijk of politiek belang wordt gediend; j. outlaw Motor Gang (OMG): een groep met een hiërarchische structuur die affiniteit met motorrijden uitdraagt met herkenbare groepssymbolen, waarbij geweld of dreiging met geweld en verstoring van de openbare orde onderdeel zijn van de groepscultuur of het groepsgedrag; k. ongewenste groep: een door de burgemeester aangewezen groep personen met een herkenbare organisatiestructuur of herkenbare groepssymbolen of een herkenbaar optreden naar buiten als groep, waarbij geweld of dreiging met geweld of verstoring van de openbare orde onderdeel zijn van de groepscultuur of het groepsgedrag; l. motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; m.

openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar zijn of op andere wijze toegankelijk; n. openbare plaats: wat in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties daaronder wordt verstaan; o. parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Z03EB73FD5E Z/24/136738

d. e. f. g. h.

i.

j.

besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Omgevingswet; bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994; college: het college van burgemeester en wethouders; gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk een commercieel belang wordt gediend; ideële reclame: iedere openbare aanprijzing waarmee een maatschappelijk of politiek belang wordt gediend;

motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; k. openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar zijn of op andere wijze toegankelijk; l. openbare plaats: wat in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties daaronder wordt verstaan; m. parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het

p.

q. r.

s. t.

u.

Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht; reclame: verzamelterm voor de uiting van handels- en ideële reclame; snuffelmarkt: een markt in een voor het publiek toegankelijk gebouw of plaats waar hoofdzakelijk tweedehands en incourante goederen worden verhandeld of diensten worden aangeboden vanaf een standplaats. Onder een snuffelmarkt wordt niet verstaan: een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet; verboden rechtspersoon: een op grond van artikel 2:20 Burgerlijk Wetboek verboden rechtspersoon; voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens en kinderwagens en rolstoelen; weg: wat in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet daaronder wordt verstaan.

Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; n. rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht; o. reclame: verzamelterm voor de uiting van handels- en ideële reclame; p. snuffelmarkt: een markt in een voor het publiek toegankelijk gebouw of plaats waar hoofdzakelijk tweedehands en incourante goederen worden verhandeld of diensten worden aangeboden vanaf een standplaats. Onder een snuffelmarkt wordt niet verstaan: een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet;

q. voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens en kinderwagens en rolstoelen; r. weg: wat in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet daaronder wordt verstaan.

B. Artikel 2:1 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 2:1 Samenscholing en Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden ongeregeldheden 1. De burgemeester kan voor een 1. De burgemeester kan voor een bepaalde periode en in het belang van bepaalde periode en in het belang van de openbare orde, een de openbare orde, een samenscholingsverbod instellen voor samenscholingsverbod instellen voor een duidelijk beschreven en een duidelijk beschreven en aangewezen openbare plaats of aangewezen openbare plaats of gebied. gebied. 2. Het is verboden onnodig op te dringen 2. Het is verboden onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden. te geven tot ongeregeldheden. 3. Degene die op een openbare plaats: 3. Degene die op een openbare plaats: a. aanwezig is bij een voorval a. aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; of dreigen te ontstaan; Z03EB73FD5E Z/24/136738

4.

5. 6.

7.

b. aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; of c. zich bevindt bij een op grond van het eerste lid ingesteld samenscholingsverbod; is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie of een buitengewoon opsporingsambtenaar werkzaam voor de gemeente Maasgouw zijn weg te vervolgen of zich in de door deze aangewezen richting te verwijderen. Het is verboden zich te begeven naar of zich te bevinden op openbare plaatsen die door of vanwege het bevoegde bestuursorgaan zijn afgezet in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden. De burgemeester kan ontheffing verlenen van de in verbod, bedoeld in het vierde lid. Het is verboden om op een openbare plaats kleding, uitrusting of andere uiterlijke verschijningsvormen te dragen met herkenbare groepssymbolen van door de burgemeester aangewezen ongewenste groep. a. Als ongewenste groep wordt in ieder geval aangemerkt een Outlaw Motor Gang die op basis van artikel 2.20 Burgerlijk Wetboek door de rechtbank is aangemerkt als een verboden rechtspersoon en elke andere op basis van artikel 2.20 Burgerlijk Wetboek verboden rechtspersoon. Dit artikel is niet van toepassing op betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.

b. aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; of c. zich bevindt bij een op grond van het eerste lid ingesteld samenscholingsverbod; is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie of een buitengewoon opsporingsambtenaar werkzaam voor de gemeente Maasgouw zijn weg te vervolgen of zich in de door deze aangewezen richting te verwijderen. 4. Het is verboden zich te begeven naar of zich te bevinden op openbare plaatsen die door of vanwege het bevoegde bestuursorgaan zijn afgezet in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden. 5. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het vierde lid.

6. Dit artikel is niet van toepassing op betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.

C. Artikel 2:2 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 2:2 Gebiedsontzegging Artikel 2:2 Gebiedsontzegging 1. De burgemeester kan in het belang 1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het van de openbare orde, het Z03EB73FD5E Z/24/136738

voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verrichten: a. een bevel geven zich gedurende ten hoogste 24 uur niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden; b. en bevelen zich zodanig buiten dat gebied te gedragen dat het effect daarvan ook in dit gebied direct merkbaar zijn. 2. In het geval van overtredingen als bedoeld in het eerste lid kan de burgemeester aan een persoon aan wie tenminste eenmaal een bevel als bedoeld in dat lid is gegeven en die opnieuw één of meer van de bovengenoemde overtredingen begaat, een bevel geven zich gedurende ten hoogste acht weken niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden. 3. Een bevel krachtens het tweede lid kan slechts worden gegeven als de overtreding binnen zes maanden na het geven van een eerder bevel, gegeven op grond van het eerste of tweede lid, plaatsvindt. 4. De burgemeester beperkt de in het eerste of tweede lid gestelde bevelen, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een bevel. 5.

Wat staat in het eerste tot en met het vierde lid geldt niet als degene die voor de gebiedsontzegging in aanmerking komt in het door de burgemeester aangewezen gebied zijn woning heeft, zijn werk of beroep uitoefent of hulpverlenende instanties Z03EB73FD5E Z/24/136738

voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht: a. een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste 24 uur in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare aanwezig te zijn;

2. In het geval van overtredingen als bedoeld in het eerste lid kan de burgemeester aan een persoon aan wie tenminste eenmaal een tijdelijk verbod is opgelegd als bedoeld in dat lid en die binnen 6 maanden na een eerder tijdelijk verbod opnieuw één of meer van de bovengenoemde overtredingen begaat, een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste acht weken in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn.

3. De burgemeester beperkt het krachtens het eerste of tweede lid opgelegde verbod, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een tijdelijk verbod. 4. Wat staat in het eerste tot en met het derde lid geldt niet als degene die voor de gebiedsontzegging in aanmerking komt in het door de burgemeester aangewezen gebied zijn woning heeft, zijn werk of beroep uitoefent of hulpverlenende instanties

bezoekt. In dit laatste het geval, dan wordt de kortste route aangewezen, waar langs degene die de gebiedsontzegging krijgt opgelegd het gebied moet betreden of verlaten.

bezoekt. In dit laatste het geval, dan wordt de kortste route aangewezen, waarlangs degene die de gebiedsontzegging krijgt opgelegd het gebied moet betreden of verlaten. 5. Het is verboden te handelen in strijd met een krachtens het eerste of tweede lid opgelegd verbod. 6. Indien de officier van justitie een persoon een gedragsaanwijzing heeft gegeven als bedoeld in artikel 509hh, tweede lid, onderdeel a, van het Wetboek van Strafvordering, legt de burgemeester aan deze persoon voor hetzelfde gebied niet een tijdelijk verbod op als bedoeld in het eerste of tweede lid.

D. Artikel 2:5 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 2:5 Voorwerpen op of aan de weg of Artikel 2:5 Voorwerpen op of aan de weg of andere openbare plaats andere openbare plaats 1. Het is verboden de weg, een 1. Het is verboden de weg, een weggedeelte of andere openbare weggedeelte of andere openbare plaats anders te gebruiken, in de vorm plaats anders te gebruiken, in de vorm van het plaatsen van voorwerpen op van het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg, dan overeenkomstig of aan de weg, dan overeenkomstig de publieke functie daarvan. Hiervan de publieke functie daarvan. Hiervan is in ieder geval sprake als dat gebruik: is in ieder geval sprake als dat gebruik: a. schade toebrengt of kan a. schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, de toebrengen aan de weg, de bruikbaarheid van de weg bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan belemmering vormt of kan vormen voor het beheer en vormen voor het beheer en onderhoud van de weg; of onderhoud van de weg; of b. niet voldoet aan redelijke b. niet voldoet aan redelijke eisen van welstand of de van eisen van welstand of de van kracht zijnde Welstandsnota. kracht zijnde Welstandsnota. 2. Het college kan in het belang van de 2.

Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon- en openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen die leefomgeving nadere regels stellen die gelden voor de plaatsing van gelden voor de plaatsing van voorwerpen op of aan de weg zie voorwerpen op of aan de weg zie bijlage. bijlage. 3. Het is verboden om te handelen in 3. Het is verboden om te handelen in strijd met de nadere regels zoals strijd met de nadere regels zoals bedoeld in het tweede lid. bedoeld in het tweede lid. 4. Het college kan ontheffing verlenen 4. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste lid. van het verbod in het eerste lid. 5. De ontheffing van het verbod in het eerste lid wordt verleend als Z03EB73FD5E Z/24/136738

omgevingsvergunning voor zover dit een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j of onder k van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 6. Het verbod in het eerste lid geldt niet in het geval van: a. evenementen als bedoeld in artikel 2:13; b. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:16; c. terrassen als bedoeld in artikel 2:14; d. steigers, containers en uitstallingen, als bedoeld in de nadere regels plaatsen containers, steigers en uitstallingen op of aan de weg zie bijlage; e. reclame als bedoeld in de nadere regels reclame, onverminderd artikel 4:10; f. overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend. g. Beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994. 7. Op de aanvraag om een ontheffing bedoeld in het derde lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Z03EB73FD5E Z/24/136738

5. Het verbod in het eerste lid geldt niet in het geval van: a. evenementen als bedoeld in artikel 2:13; b. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:16; c. terrassen als bedoeld in artikel 2:14; d. steigers, containers en uitstallingen, als bedoeld in de nadere regels plaatsen containers, steigers en uitstallingen op of aan de weg zie bijlage; e. reclame als bedoeld in de nadere regels reclame, onverminderd artikel 4:10; f. overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend. g. Beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994. 6. Op de aanvraag om een ontheffing bedoeld in het derde lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

E. Artikel 2:7 wordt als volgt gewijzigd:

Bestaande tekst Artikel 2:7 Maken of veranderen van een uitweg 1. Het is verboden een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg als: a. daarvan niet van tevoren melding is gedaan aan het college, onder indiening van een situatieschets van de gewenste uitweg en een foto van de bestaande situatie; of b. het college het maken of veranderen van de uitweg heeft verboden. 2. De melding wordt op de in de gemeente gebruikelijke wijze bekend gemaakt. 3. Het college verbiedt het maken of veranderen van de uitweg als: a. daardoor het verkeer op de weg in gevaar wordt gebracht; b. dat zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats; c. het openbaar groen daardoor op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; of d. er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of het openbaar groen. 4. De uitweg kan worden aangelegd als het college niet binnen vier weken heeft beslist dat de gewenste uitweg wordt verboden. Deze termijn begint de dag na de datum van ontvangst van de melding. 5. Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale

Z03EB73FD5E Z/24/136738

Nieuwe tekst Artikel 2:7 Maken of veranderen van een uitweg 1. Het is verboden zonder- of in afwijking van een vergunning van het bevoegd gezag een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg.

2. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd: a. ter voorkoming van gevaar voor verkeer op de weg; b. als de uitweg zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats; c. als door de uitweg het openbaar groen op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; of d. als er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of het openbaar groen.

3. Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening.

omgevingsverordening of waterschapsverordening. F. Artikel 2:13 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 2:13 Evenement Artikel 2:13 Evenement 1. Het is verboden zonder vergunning of 1. Het is verboden zonder vergunning of in afwijking van een vergunning van in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te de burgemeester een evenement te organiseren. organiseren. 2. De burgemeester kan nadere regels 2. Het college kan nadere regels vaststellen ten aanzien van vaststellen ten aanzien van evenementen en voorschriften evenementen. verbinden aan een 3. De burgemeester kan voorschriften verbinden aan een evenementenvergunning zie bijlage. evenementenvergunning zie bijlage. 3. Het in het eerste lid bedoelde verbod 4. Het in het eerste lid bedoelde verbod geldt niet als: geldt niet als: a. sprake is van een Aa. sprake is van een Aevenement; evenement; b. wordt voldaan aan de door de b. wordt voldaan aan de door burgemeester vastgestelde het college vastgestelde ‘Nadere regels evenementen’; ‘Nadere regels evenementen’; c. de organisator van het c.

de organisator van het evenement het houden evenement het houden daarvan schriftelijk meldt bij daarvan schriftelijk meldt bij de burgemeester door middel de burgemeester door middel van het naar waarheid en van het naar waarheid en volledig ingevulde door de volledig ingevulde door de burgemeester vastgestelde burgemeester vastgestelde meldformulier zie bijlage; en meldformulier zie bijlage; en d. de melding geschiedt d. de melding geschiedt minimaal 8 weken minimaal 8 weken voorafgaand aan het begin voorafgaand aan het begin van het evenement. van het evenement. 4. Een vergunning voor een B5. Een vergunning voor een Bevenement moet minimaal 14 weken evenement moet minimaal 14 weken voorafgaand aan het begin van het voorafgaand aan het begin van het evenement worden aangevraagd zie evenement worden aangevraagd zie bijlage. bijlage. 5. Een vergunning voor een C6. Een vergunning voor een Cevenement moet minimaal 26 weken evenement moet minimaal 26 weken voorafgaand aan het begin van het voorafgaand aan het begin van het evenement worden aangevraagd zie evenement worden aangevraagd zie bijlage. bijlage. 6. Het is verboden om te handelen of 7. Het is verboden om te handelen of nalaten in strijd met de nadere regels nalaten in strijd met de nadere regels en voorschriften, zoals bedoeld in het en voorschriften, zoals bedoeld in het tweede lid. tweede lid. 7.

Bij het indienen van een melding, 8. Bij het indienen van een melding, bedoeld in het derde lid, onderdeel c bedoeld in het derde lid, onderdeel c Z03EB73FD5E Z/24/136738

en bij het indienen van een vergunningaanvraag, bedoeld in het vierde en vijfde lid worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd. 8. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning bedoeld in het eerste lid worden geweigerd wegens strijdigheid met het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening en overige plaatsen. 9. De burgemeester kan naar aanleiding van de melding, bedoeld in het derde lid onder c, binnen 20werkdagen dagen na ontvangst van de melding, voorschriften verbinden aan het te houden evenement in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de brandveiligheid en de volksgezondheid of het milieu. 10. De burgemeester kan binnen 20 werkdagen na ontvangst van de melding, bedoeld in het derde lid onder c, besluiten het organiseren van een A-evenement als bedoeld in het tweede lid te verbieden, als daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de brandveiligheid en de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. 11. Het verbod is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin wordt voorzien door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet 1994. 12. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. 13.

Het derde lid is niet van toepassing op vechtsportgala’s als bedoeld in artikel 2:12, tweede lid, onder f. 14. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning voor een vechtsportgala als bedoeld in artikel 2:12, tweede li, onder f weigeren als een organisator of de aanvrager van de vergunning Z03EB73FD5E Z/24/136738

en bij het indienen van een vergunningaanvraag, bedoeld in het vierde en vijfde lid worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd. 9. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning bedoeld in het eerste lid worden geweigerd wegens strijdigheid met het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening en overige plaatsen. 10. De burgemeester kan naar aanleiding van de melding, bedoeld in het derde lid onder c, binnen 20werkdagen dagen na ontvangst van de melding, voorschriften verbinden aan het te houden evenement in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de brandveiligheid en de volksgezondheid of het milieu. 11. De burgemeester kan binnen 20 werkdagen na ontvangst van de melding, bedoeld in het derde lid onder c, besluiten het organiseren van een A-evenement als bedoeld in het tweede lid te verbieden, als daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de brandveiligheid en de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. 12. Het verbod is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin wordt voorzien door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet 1994. 13. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. 14.

Het derde lid is niet van toepassing op vechtsportgala’s als bedoeld in artikel 2:12, tweede lid, onder f. 15. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning voor een vechtsportgala als bedoeld in artikel 2:12, tweede li, onder f weigeren als een organisator of de aanvrager van de vergunning

van enig opzicht van slecht levensgedrag is.

van enig opzicht van slecht levensgedrag is.

G. Artikel 2:15 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 2:15 Exploitatie openbare inrichting Artikel 2:15 Exploitatie openbare inrichting 1. Het is verboden een openbare 1. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. vergunning van de burgemeester. 2. De aanvraag wordt gesteld op een 2. De aanvraag wordt gesteld op een door de burgemeester vastgesteld door de burgemeester vastgesteld (elektronisch) formulier zie bijlage. (elektronisch) formulier. 3. De burgemeester weigert geheel of gedeeltelijk de vergunning of trekt 3. De burgemeester weigert geheel of gedeeltelijk de vergunning of trekt deze in als: a. naar zijn oordeel moet deze in als: a. naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de worden aangenomen dat de woon- of leefsituatie in de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed; nadelig wordt beïnvloed; b. voor de exploitatie van de b.

voor de exploitatie van de openbare inrichting ook openbare inrichting ook andere publiekrechtelijke andere publiekrechtelijke toestemmingen zijn vereist toestemmingen zijn vereist die op grond van of krachtens de desbetreffende wettelijke die op grond van of krachtens de desbetreffende wettelijke bepalingen niet kunnen bepalingen niet kunnen worden verleend; of worden verleend; of c. de exploitatie van de c. de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is openbare inrichting in strijd is met het omgevingsplan. met het omgevingsplan. 4. Bij de toepassing van de in het vorige 4. Bij de toepassing van de in het vorige lid genoemde weigerings- of lid genoemde weigerings- of intrekkingsgrond onder a houdt de intrekkingsgrond onder a houdt de burgemeester rekening met: burgemeester rekening met: a. het karakter van de straat en a. het karakter van de straat en de wijk waarin de openbare de wijk waarin de openbare inrichting is gelegen of zal zijn inrichting is gelegen of zal zijn gelegen; b. de aard van de openbare gelegen; inrichting; b. de aard van de openbare inrichting; c. de spanning waaraan het woon- en leefklimaat ter c. de spanning waaraan het plaatse reeds bloot staat; woon- en leefklimaat ter d. de wijze van bedrijfsvoering plaatse reeds bloot staat; door de exploitant of de d. de wijze van bedrijfsvoering leidinggevende; en door de exploitant of de e.

het levensgedrag van de leidinggevende; en exploitant of leidinggevende. Z03EB73FD5E Z/24/136738

5. De vergunning kan voorts worden geweigerd in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. 6. Voor de uitoefening van zijn bevoegdheid als bedoeld in het eerste lid kan de burgemeester nadere regels vaststellen. Ten aanzien van het exploiteren of laten exploiteren van een terras dat deel uitmaakt van een openbare inrichting kan de burgemeester in ieder geval nadere regels vaststellen voor zie bijlage: a. het waarborgen van de verkeersveiligheid; b. de inrichting van terrassen, inclusief het voeren van reclame op terrassen; c. het voorkomen van overlast voor eigenaren en gebruikers van aangrenzende percelen. 7. Het is verboden om te handelen in strijd met de door de burgemeester vastgestelde nadere regels als bedoeld in het zesde lid. 8. Als uit de aanvraag en de daarbij behorende stukken blijkt dat het voorgenomen terras niet voldoet aan de door de burgemeester vastgestelde nadere regels, kan een vergunning als bedoeld in het eerste lid worden geweigerd. 9. Geen vergunning als bedoeld in het eerste lid is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een: a. zorginstelling; b. museum; of c. een bedrijfskantine of – restaurant. 10.

Op de aanvraag om vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

e. het levensgedrag van de exploitant of leidinggevende. 5. De vergunning kan voorts worden geweigerd in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. 6. Voor de uitoefening van zijn bevoegdheid als bedoeld in het eerste lid kan het college nadere regels vaststellen. Ten aanzien van het exploiteren of laten exploiteren van een terras dat deel uitmaakt van een openbare inrichting kan het college in ieder geval nadere regels vaststellen voor zie bijlage: a. het waarborgen van de verkeersveiligheid; b. de inrichting van terrassen, inclusief het voeren van reclame op terrassen; c. het voorkomen van overlast voor eigenaren en gebruikers van aangrenzende percelen. 7. Het is verboden om te handelen in strijd met de door het college vastgestelde nadere regels als bedoeld in het zesde lid. 8. Als uit de aanvraag en de daarbij behorende stukken blijkt dat het voorgenomen terras niet voldoet aan de door het college vastgestelde nadere regels, kan een vergunning als bedoeld in het eerste lid worden geweigerd. 9. Geen vergunning als bedoeld in het eerste lid is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een: a. zorginstelling; b. museum; of c. een bedrijfskantine of – restaurant. 10.

Op de aanvraag om vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

H. Artikel 2:16 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 2:16 Sluitingstijd Artikel 2:16 Sluitingstijd Z03EB73FD5E Z/24/136738

1. Het is de exploitant en de leidinggevende van een openbare inrichting, die een horecabedrijf is in de zin van artikel 1 van de Drank- en Horecawet, verboden dit voor bezoekers geopend te hebben en bezoekers toe te laten of te laten verblijven tussen 02:00 uur en 07:00 uur. 2. Het is de exploitant en de leidinggevende van een openbare inrichting, die een horecabedrijf is in de zin van artikel 2:14, eerste lid, sub a en b van deze verordening, waar voedsel voor directe consumptie worden bereid of verstrekt, verboden dit voor bezoekers geopend te hebben en bezoekers toe te laten of te laten verblijven tussen 02:30 uur en 07:00 uur. 3. Het in het eerste lid genoemde verbod geldt: a. met carnaval in de nachten van zaterdag op zondag, van zondag op maandag en van maandag op dinsdag van 03:00 uur tot 07:00 uur; b. tijdens de kermisdagen, uitsluitend voor de kern waar de kermis plaatsvindt, in de nachten van zaterdag op zondag en van zondag op maandag van 03:00 uur tot 07:00 uur; en c. op Koningsnacht en van 5 op 6 mei van 03:00 tot 07:00 uur. 4. Het in het tweede lid genoemde verbod geldt: a. met carnaval in de nachten van zaterdag op zondag, van zondag op maandag en van maandag op dinsdag van 03:30 uur tot 07:00 uur; b.

tijdens de kermisdagen, uitsluitend voor de kern waar de kermis plaatsvindt, in de nachten van zaterdag op zondag en van zondag op maandag van 03:30 uur tot 07:00 uur; en

Z03EB73FD5E Z/24/136738

1. Het is de exploitant en de leidinggevende van een openbare inrichting, die een horecabedrijf is in de zin van artikel 1 van de Alcoholwet, verboden dit voor bezoekers geopend te hebben en bezoekers toe te laten of te laten verblijven tussen 02:00 uur en 07:00 uur. 2. Het is de exploitant en de leidinggevende van een openbare inrichting, die een horecabedrijf is in de zin van artikel 2:14, eerste lid, sub a en b van deze verordening, waar voedsel voor directe consumptie worden bereid of verstrekt, verboden dit voor bezoekers geopend te hebben en bezoekers toe te laten of te laten verblijven tussen 02:30 uur en 07:00 uur. 3. Het in het eerste lid genoemde verbod geldt: a. met carnaval in de nachten van zaterdag op zondag, van zondag op maandag en van maandag op dinsdag van 03:00 uur tot 07:00 uur; b. tijdens de kermisdagen, uitsluitend voor de kern waar de kermis plaatsvindt, in de nachten van zaterdag op zondag en van zondag op maandag van 03:00 uur tot 07:00 uur; en c. op Koningsnacht en van 5 op 6 mei van 03:00 tot 07:00 uur. 4. Het in het tweede lid genoemde verbod geldt: a. met carnaval in de nachten van zaterdag op zondag, van zondag op maandag en van maandag op dinsdag van 03:30 uur tot 07:00 uur; b. tijdens de kermisdagen, uitsluitend voor de kern waar de kermis plaatsvindt, in de nachten van zaterdag op zondag en van zondag op maandag van 03:30 uur tot 07:00 uur; en

c. op Koningsnacht en van 5 op 6 mei van 03:30 uur tot 07:00 uur. 5. Het in het eerste lid opgenomen verbod geldt niet op 1 januari. 6. De exploitant of de leidinggevende van een openbare inrichting, die een horecabedrijf is in de zin van artikel 1 van de Drank- en Horecawet, kan maximaal 5 keer per jaar een schriftelijke melding doen bij de burgemeester van het verlengen van de sluitingstijd naar 03:00 uur zie bijlage. 7. Het is verboden de sluitingstijd te verlengen als de schriftelijke melding als bedoeld in het zesde lid niet minimaal 5 werkdagen voor de datum waarop de verlenging van de sluitingstijd betrekking heeft, wordt gedaan en de buurtbewoners niet minimaal 5 werkdagen van tevoren door de exploitant of de leidinggevende hierover zijn geïnformeerd. 8. Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers daar te laten verblijven na sluitingstijd. 9. De sluitingstijden zoals opgenomen in het eerste tot en met het zesde lid gelden niet voor het terras. Voor het terras gelden de sluitingstijden zoals opgenomen in de Nadere regels terrassen. 10. Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Omgevingswet is voorzien.

c. op Koningsnacht en van 5 op 6 mei van 03:30 uur tot 07:00 uur. 5. Het in het eerste lid opgenomen verbod geldt niet op 1 januari. 6. De exploitant of de leidinggevende van een openbare inrichting, die een horecabedrijf is in de zin van artikel 1 van de Alcoholwet, kan maximaal 5 keer per jaar een schriftelijke melding doen bij de burgemeester van het verlengen van de sluitingstijd naar 03:00 uur zie bijlage. 7. Het is verboden de sluitingstijd te verlengen als de schriftelijke melding als bedoeld in het zesde lid niet minimaal 5 werkdagen voor de datum waarop de verlenging van de sluitingstijd betrekking heeft, wordt gedaan en de buurtbewoners niet minimaal 5 werkdagen van tevoren door de exploitant of de leidinggevende hierover zijn geïnformeerd. 8. Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers daar te laten verblijven na sluitingstijd. 9. De sluitingstijden zoals opgenomen in het eerste tot en met het zesde lid gelden niet voor het terras. Voor het terras gelden de sluitingstijden zoals opgenomen in de Nadere regels terrassen. 10. Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Omgevingswet is voorzien.

I. Artikel 2:18 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 2:18 Verboden gedragingen Artikel 2:18 Verboden gedragingen Het is verboden in een openbare inrichting: Het is verboden in een openbare inrichting: a. de orde te verstoren; a. de orde te verstoren; b. zich te bevinden na sluitingstijd, tenzij b. zich te bevinden na sluitingstijd, tenzij het personeel betreft, of gedurende het personeel betreft, of gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een besluit te zijn op grond van een besluit krachtens artikel 2:17, eerste lid; krachtens artikel 2:17, eerste lid; c. op het terras voedsel of dranken te c. op het terras voedsel of dranken te verstrekken aan personen die geen verstrekken aan personen die geen gebruik maken van het terras; gebruik maken van het terras; Z03EB73FD5E Z/24/136738

d.

een bijeenkomst van een Outlaw Motor Gang, een verboden rechtspersoon of een ongewenste groep, zoals omschreven in artikel 1:1, onderdeel j, k en s, te laten plaatsvinden.

J. Artikel 2:20a wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Afdeling 4A Toezicht op campings en Afdeling 4a Toezicht op campings en recreatieparken recreatieparken en jachthavens

Artikel 2:20a Definities In deze afdeling wordt verstaan onder: a. camping of recreatiepark: hetgeen hieronder in het maatschappelijk verkeer wordt verstaan; b. de exploitant: de natuurlijke of rechtspersoon die een camping of recreatiepark exploiteert op grond van artikel 2:20b; c. de beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de onmiddellijke leiding uitoefent of uitoefenen.

Artikel 2:20a Definities In deze afdeling wordt verstaan onder: a. camping, recreatiepark of jachthaven: hetgeen hieronder in het maatschappelijk verkeer wordt verstaan; b. de exploitant: de natuurlijke of rechtspersoon die een camping, recreatiepark of jachthaven exploiteert op grond van artikel 2:20b; c. de beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de onmiddellijke leiding uitoefent of uitoefenen.

K. Artikel 2:20b wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 2:20b Vergunningplicht Artikel 2:20b Vergunningplicht 1.Het is verboden zonder vergunning van de 1.Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een camping of recreatiepark burgemeester een camping, recreatiepark of te exploiteren. jachthaven te exploiteren. 2.De aanvraag voor de vergunning dient te 2.De aanvraag voor de vergunning dient te geschieden met een door de burgemeester geschieden met een door de burgemeester vastgesteld formulier zie bijlage. vastgesteld formulier zie bijlage. 3.In de aanvraag om vergunning en in de 3.In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in ieder geval vermeld: vergunning wordt in ieder geval vermeld: a. de persoonsgegevens van de exploitant; en a. de persoonsgegevens van de exploitant; en b. de persoonsgegevens van de beheerder. b. de persoonsgegevens van de beheerder.

4.Op de aanvraag om vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

4.Op de aanvraag om vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

L. Artikel 2:20d wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 2:20d Weigeringsgronden Artikel 2:20d Weigeringsgronden Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd als: de vergunning worden geweigerd als:

Z03EB73FD5E Z/24/136738

de exploitant of beheerder niet voldoet aan de in 2:20c gestelde eisen; b. de exploitatie van de camping of het recreatiepark in strijd is met het omgevingsplan; c. naar het oordeel van de burgemeester moet worden aangenomen dat de woon- of leefsituatie in de omgeving van de camping of het recreatiepark of de openbare orde door de exploitatie van de camping of recreatiepark op ontoelaatbare wijze wordt beïnvloed; d. de exploitatie van de camping of het recreatiepark een onaanvaardbaar risico op ernstige verstoring van de openbare orde met zich zal meebrengen; e. dit in het belang is van het voorkomen of beperken van overlast of strafbare feiten. a.

a. de exploitant of beheerder niet voldoet aan de in 2:20c gestelde eisen; b. de exploitatie van de camping, het recreatiepark of de jachthaven in strijd is met het omgevingsplan; c. naar het oordeel van de burgemeester moet worden aangenomen dat de woon- of leefsituatie in de omgeving van de camping, het recreatiepark of de jachthaven of de openbare orde door de exploitatie van de camping, het recreatiepark of de jachthaven op ontoelaatbare wijze wordt beïnvloed; d. de exploitatie van de camping, het recreatiepark of de jachthaven een onaanvaardbaar risico op ernstige verstoring van de openbare orde met zich zal meebrengen; e. dit in het belang is van het voorkomen of beperken van overlast of strafbare feiten.

M. Artikel 2:20e wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 2:20e Sluiting Artikel 2:20e Sluiting 1.De burgemeester kan ter bescherming van 1.De burgemeester kan ter bescherming van de openbare orde en veiligheid de sluiting de openbare orde en veiligheid de sluiting bevelen van een camping of recreatiepark als bevelen van een camping, recreatiepark of daar: een jachthaven als daar:

a. door misdrijf verkregen zaken voorhanden, bewaard of verborgen zijn dan wel verworven of overgedragen; b. discriminatie heeft plaatsgevonden op grond van ras, geslacht, seksuele gerichtheid of op welke grond dan ook; c. wapens als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie aanwezig zijn waarvoor geen ontheffing, vergunning of verlof is verleend; d. zich andere feiten en omstandigheden hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het geopend blijven van de camping of recreatiepark ernstig gevaar oplevert voor de openbare orde. 2.De burgemeester kan de sluiting bevelen van een camping of recreatiepark als: Z03EB73FD5E Z/24/136738

a. door misdrijf verkregen zaken voorhanden, bewaard of verborgen zijn dan wel verworven of overgedragen; b. discriminatie heeft plaatsgevonden op grond van ras, geslacht, seksuele gerichtheid of op welke grond dan ook; c. wapens als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie aanwezig zijn waarvoor geen ontheffing, vergunning of verlof is verleend; d. zich andere feiten en omstandigheden hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het geopend blijven van de camping, recreatiepark of jachthaven ernstig gevaar oplevert voor de openbare orde.

a. de exploitant of beheerder handelt in strijd met het bepaalde in de artikel 2:20b, eerste lid, of 2:20c onder sub a en b; b. de exploitant of beheerder handelt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften. 3. De burgemeester trekt het sluitingsbevel in als naar zijn oordeel de in het eerste lid genoemde belangen voortzetting van de sluiting niet langer vereisen. 4.De burgemeester draagt zorg voor het aanbrengen van het bevel tot sluiting bij de toegang van de inrichting of in de directe nabijheid daarvan. 5.De rechthebbende laat toe dat een afschrift van het sluitingsbevel wordt aangebracht.

2.De burgemeester kan de sluiting bevelen van een camping, recreatiepark of jachthaven als: a. de exploitant of beheerder handelt in strijd met het bepaalde in de artikel 2:20b, eerste lid, of 2:20c onder sub a en b; b. de exploitant of beheerder handelt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften. 3.De burgemeester trekt het sluitingsbevel in als naar zijn oordeel de in het eerste lid genoemde belangen voortzetting van de sluiting niet langer vereisen. 4.De burgemeester draagt zorg voor het aanbrengen van het bevel tot sluiting bij de toegang van de inrichting of in de directe nabijheid daarvan. 5.De rechthebbende laat toe dat een afschrift van het sluitingsbevel wordt aangebracht.

N. Artikel 2:20f wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 2:20f Aanwezigheid in gesloten Artikel 2:20f Aanwezigheid in gesloten camping of recreatiepark camping, recreatiepark of jachthaven

1.Het is verboden een camping of recreatiepark te betreden waarvan de sluiting is bevolen.

1.Het is verboden een camping, recreatiepark of jachthaven te betreden waarvan de sluiting is bevolen.

2.Het is de rechthebbende verboden zonder toestemming van de burgemeester bezoekers toe te laten of zelf de inrichting te betreden.

2.Het is de rechthebbende verboden zonder toestemming van de burgemeester bezoekers toe te laten of zelf de inrichting te betreden.

O. Artikel 2:20g wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 2:20g Intrekking vergunning Artikel 2:20g Intrekking vergunning

Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 wordt de vergunning ingetrokken als: a. De exploitatie van de camping of recreatiepark door een andere dan in de vergunning genoemde houder wordt overgenomen; b.

De exploitant of beheerder niet meer voldoet aan de in artikel 2:20c onder sub a en b gestelde eisen.

Z03EB73FD5E Z/24/136738

Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 wordt de vergunning ingetrokken als: a. De exploitatie van de camping, recreatiepark of jachthaven door een andere dan in de vergunning genoemde houder wordt overgenomen;

b.

De exploitant of beheerder niet meer voldoet aan de in artikel 2:20c onder sub a en b gestelde eisen.

P. Artikel 2:21 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Afdeling 5 Regulering paracommerciële Afdeling 5 Regulering paracommerciële rechtspersonen uit de Drank- en Horecawet. rechtspersonen uit de Alcoholwet.

Artikel 2:21 Definities In deze afdeling wordt verstaan onder: 1. alcoholhoudende drank; 2. horecabedrijf; 3. horecalokaliteit; 4. inrichting; 5. paracommerciële rechtspersoon; 6. sterke drank; 7. slijtersbedrijf; 8. zwak-alcoholhoudende drank, dat wat daaronder wordt verstaan in de Drank- en Horecawet.

Artikel 2:21 Definities In deze afdeling wordt verstaan onder: 1. alcoholhoudende drank; 2. horecabedrijf; 3. horecalokaliteit; 4. inrichting; 5. paracommerciële rechtspersoon; 6. sterke drank; 7. slijtersbedrijf; 8. zwak-alcoholhoudende drank, dat wat daaronder wordt verstaan in de Alcoholwet.

Q. Artikel 2:24 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 2:24 Stellen van voorschriften en Artikel 2:24 Stellen van voorschriften en beperken vergunning beperken vergunning De burgemeester kan in het belang van de De burgemeester kan in het belang van de handhaving van de openbare orde, de handhaving van de openbare orde, de veiligheid, zedelijkheid, volksgezondheid en veiligheid, zedelijkheid, volksgezondheid en ter bevordering van de naleving van artikel 20 ter bevordering van de naleving van artikel 20 van de Drank- en Horecawet voorschriften aan van de Alcoholwet voorschriften aan de de vergunning verbinden en de vergunning vergunning verbinden en de vergunning beperken tot zwak alcoholhoudende drank. beperken tot zwak alcoholhoudende drank. R. Artikel 2:27 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 2:27 Nachtregister Artikel 2:27 Nachtregister Het is verboden een inrichting als bedoeld in 1. Het is verboden een inrichting als bedoeld deze Afdeling te exploiteren, zonder een in deze Afdeling te exploiteren, zonder een nachtregister bij te houden als bedoeld in nachtregister bij te houden als bedoeld in artikel 438 Wetboek van Strafrecht. Dit artikel 438 Wetboek van Strafrecht.

Dit verbod geldt eveneens voor de exploitant of verbod geldt eveneens voor de exploitant of beheerder van, dan wel anderszins beheerder van, dan wel anderszins rechthebbende op een recreatiepark dat rechthebbende op een recreatiepark dat gelegenheid geeft tot nachtverblijf. gelegenheid geeft tot nachtverblijf. 2. De registratie dient plaats te vinden op een door de burgemeester voorgeschreven wijze.

Z03EB73FD5E Z/24/136738

S. Artikel 2:28 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst

Artikel 2:28 Verschaffing gegevens nachtregister

Artikel 2:28 Verschaffing gegevens nachtregister

Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder is verplicht de exploitant of feitelijk leidinggevende van een inrichting volledig en naar waarheid de volgende gegevens te verstrekken:

1. Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder is verplicht de exploitant of feitelijk leidinggevende van een inrichting volledig en naar waarheid de volgende gegevens te verstrekken:

a. naam;

a. naam;

b. woonplaats;

b. woonplaats;

c. dag van aankomst, en;

c. dag van aankomst, en;

d. de dag van vertrek.

d. de dag van vertrek.

van alle personen die verblijven.

van alle personen die verblijven.

T. Artikel 2:37 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 2:37 Verboden drankgebruik Artikel 2:37 Verboden drankgebruik 1. Het is voor personen verboden op de 1. Het is voor personen verboden op de volgende openbare plaatsen volgende openbare plaatsen alcoholhoudende drank bij zich te alcoholhoudende drank bij zich te hebben: hebben: a. binnen het openbaar gebied a. binnen het openbaar gebied in de omgeving van in de omgeving van Kloosterhof zoals aangegeven Kloosterhof zoals aangegeven op de bijgevoegde op de bijgevoegde situatietekening. Zie bijlage; situatietekening. Zie bijlage; b. binnen andere door het b. binnen andere door het college aangewezen college aangewezen gebieden. gebieden. 2. Het is verboden op een openbare 2. Het is verboden op een openbare plaats alcoholhoudende drank te plaats alcoholhoudende drank te nuttigen indien dit gepaard gaat met nuttigen indien dit gepaard gaat met gedragingen die de openbare orde gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- en leefklimaat verstoren, het woon- en leefklimaat aantasten of anderszins overlast aantasten of anderszins overlast veroorzaken. veroorzaken. 3. Het verbod genoemd in het eerste lid 3. Het verbod genoemd in het eerste lid is niet van toepassing op: is niet van toepassing op: a. een terras dat behoort bij een a.

een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als bedoeld in horecabedrijf, als bedoeld in artikel 1 van de Drank- en artikel 1 van de Alcoholwet; Horecawet; b. een andere plaats dan een b. een andere plaats dan een horecabedrijf, als bedoeld horecabedrijf, als bedoeld onder a, waarvoor een

Z03EB73FD5E Z/24/136738

onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Drank- en Horecawet.

ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Alcoholwet.

U. Artikel 2:38a wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 2:38a Gedragsaanwijzing Artikel 2:38a Gedragsaanwijzing 1. Degene die een woning of een bij die 1. Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt, of woning behorend erf gebruikt, of tegen betaling in gebruik geeft aan tegen betaling in gebruik geeft, draagt een persoon die niet als ingezetene er zorg voor dat door gedragingen in met een adres in de gemeente in de of vanuit die woning of dat erf of in de basisregistratie personen is onmiddellijke nabijheid van die ingeschreven, draagt er zorg voor dat woning of dat erf geen ernstige en door gedragingen in of vanuit die herhaaldelijke hinder voor woning of dat erf of in de omwonenden wordt veroorzaakt. onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt. 2. Als de burgemeester een last onder 2. Als de burgemeester een last onder dwangsom of onder bestuursdwang dwangsom of onder bestuursdwang oplegt naar aanleiding van een oplegt naar aanleiding van een schending van deze zorgplicht kan hij schending van deze zorgplicht kan hij daarbij aanwijzingen geven over wat daarbij aanwijzingen geven over wat de overtreder dient te doen of na te de overtreder dient te doen of na te laten om verdere schending te laten om verdere schending te voorkomen.

De burgemeester stelt voorkomen. De burgemeester kan beleidsregels vast over het gebruik beleidsregels vaststellen over het van deze bevoegdheid. gebruik van deze bevoegdheid. 3. De last kan in ieder geval worden 3. De burgemeester kan een last onder opgelegd bij ernstige en bestuursdwang wegens overtreding herhaaldelijke: van het eerste lid in ieder geval a. geluid- of geurhinder; opleggen bij ernstige en herhaaldelijke: b. hinder van dieren; c. hinder van bezoekers of a. geluid- of geurhinder; personen die tijdelijk in een b. hinder van dieren; woning of op een erf c. hinder van bezoekers of aanwezig zijn; personen die tijdelijk in een d. overlast door vervuiling of woning of op een erf verwaarlozing van een woning aanwezig zijn; of een erf; d. overlast door vervuiling of e. intimidatie van derden vanuit verwaarlozing van een woning een woning of een erf. of een erf; e. intimidatie van derden vanuit een woning of een erf. V. Artikel 2:45 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 2:45 Houden of voeren van hinderlijke Artikel 2:45 Houden of voeren van hinderlijke of schadelijke dieren of schadelijke dieren

Z03EB73FD5E Z/24/136738

1. Het is verboden op door het college aangewezen plaatsen, ter voorkoming of opheffing van overlast of schade aan de openbare gezondheid, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren: a. aanwezig te hebben; b. aanwezig te hebben in strijd met de door het college gestelde nadere regels; en/of c. te voeren. 2. Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen binnen een krachtens het eerste lid aangewezen plaats ontheffing verlenen van één of meer verboden bedoeld in het eerste lid.

1. Het is verboden op door het college aangewezen plaatsen, ter voorkoming of beëindiging van overlast of schade aan de openbare gezondheid, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren: a. aanwezig te hebben; b. aanwezig te hebben in strijd met de door het college gestelde nadere regels; c. en/of te voeren. 2. Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen binnen een krachtens het eerste lid aangewezen plaats ontheffing verlenen van één of meer verboden bedoeld in het eerste lid.

W. Artikel 2:48 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 2:48 Bedelarij Artikel 2:48 Bedelarij Het is verboden op een openbare plaats te Het is verboden op een openbare plaats te bedelen om geld of andere zaken. bedelen om geld of andere zaken in het door het college ter voorkoming of beëindiging van overlast aangewezen gebieden. X. Artikel 2:50 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 2:50 Verplichtingen met betrekking tot Artikel 2:50 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister het verkoopregister 1. De handelaar is verplicht aantekening 1. De handelaar is verplicht in het te maken van alle gebruikte en Digitaal Opkopersregister (DOR) ongeregelde goederen die hij aantekening te houden van alle verkoopt of op andere wijze gebruikte en ongeregelde goederen overdraagt, in een doorlopend, door die hij verkoopt of op andere wijze of namens de burgemeester (digitaal) overdraagt. gewaarmerkt register en daarin 2. In het verkoopregister vermeldt de onmiddellijk op te nemen: handelaar onverwijld: a. het volgnummer van de a. het volgnummer van de aantekening met betrekking aantekening met betrekking tot het goed; tot het goed; b. de datum van verkoop of b. de datum van verkoop of overdracht van het goed; overdracht van het goed; c. een omschrijving van het c.

een omschrijving van het goed, daaronder begrepen – goed, daaronder begrepen – voor zover mogelijk - soort, voor zover mogelijk - soort, merk en nummer van het merk en nummer van het goed; goed; Z03EB73FD5E Z/24/136738

d. de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht van het goed; en e. de naam en het adres van degene die het goed heeft verkregen. 2. Onder een handelaar als bedoeld in het eerste lid valt in ieder geval een: a. goud en edelsmid; b. diamantair; c. koperhandelaar. 3. De burgemeester kan vrijstelling verlenen van de verplichtingen genoemd in het eerste lid. 4. Op de aanvraag om een vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

d. een duidelijke kleurenfoto van een goed dat geen of een onleesbaar uniek serienummer, of een ander herleidbaar uniek kenmerk bezit; e. de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht van het goed; en f. de naam en het adres van degene die het goed heeft verkregen. g. Zowel een omschrijving als het nummer van het document, als bedoeld in het eerste lid van de Wet op de identificatieplicht, waarmee hij de identiteit van de aanbieder heeft vastgesteld. 2. Onder een handelaar als bedoeld in het eerste lid valt in ieder geval een: a. goud en edelsmid; b. diamantair; c. koperhandelaar. 3. De burgemeester kan vrijstelling verlenen van de verplichtingen genoemd in het eerste lid. 4. Op de aanvraag om een vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Y. Artikel 2:51 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 2:51 Voorschriften als bedoeld in Artikel 2:51 Voorschriften als bedoeld in artikel 437 van het Wetboek van Strafrecht artikel 437 van het Wetboek van Strafrecht

De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht: a. de burgemeester binnen drie dagen schriftelijk in kennis te stellen. 1. dat hij het beroep van handelaar uitoefent met vermelding van zijn woonadres en het adres van de bij zijn onderneming behorende vestiging; 2. van een verandering van de onder a, sub 1, bedoelde adressen; 3. dat hij het beroep van handelaar niet langer uitoefent; en

Z03EB73FD5E Z/24/136738

De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht: a. de burgemeester binnen drie dagen schriftelijk of digitaal in kennis te stellen. 1. dat hij het beroep van handelaar uitoefent met vermelding van zijn woonadres en het adres van de bij zijn onderneming behorende vestiging; 2. van een verandering van de onder a, sub 1, bedoelde adressen; 3. dat hij het beroep van handelaar niet langer uitoefent; en

4. dat hij enig goed kan verkrijgen dat redelijkerwijs van een misdrijf afkomstig is of voor de rechthebbende verloren is gegaan. b. de burgemeester op eerste aanvraag zijn administratie of register ter inzage te geven; c. aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken te hebben waarop zijn naam en de aard van de onderneming duidelijk zichtbaar zijn; d. een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie dagen in bewaring te houden in de staat waarin het goed verkregen is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Maasgouw&id=c9d89251-9fe3-47c2-9bc0-2c05632387df