1489-BIJLAGE 1 Bestemmingsplan verenigingen Wessem_BP Verenigingen Wessem_regels en toelichting_ontwerp
Tekst van het document
Bestemmingsplan Verenigingen Wessem Gemeente Maasgouw Ontwerp
Bestemmingsplan Verenigingen Wessem Gemeente Maasgouw Ontwerp
Rapportnummer:
P01499
IMRO-identificatienummer:
NL.IMRO.1641.BPL101-ON01
Datum:
28 september 2020
Contactpersoon opdrachtgever:
Gemeente Maasgouw
Projectteam BRO:
BR
Concept:
17 september 2020
Voorontwerp:
17 september 2020
Ontwerp:
16 oktober 2020
Vaststelling: Bron foto kaft:
BRO
Beknopte inhoud:
Bestemmingsplan ten behoeve van de realisatie van nieuwe huisvesting voor de dorpsverenigingen in Wessem aan de Thornerweg, gemeente Maasgouw.
BRO Hoofdvestiging Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl
Toelichting
Inhoudsopgave
pagina
1.INLEIDING 1.1Aanleiding 1.2Plangebied 1.3Vigerend bestemmingsplan 1.4Leeswijzer
4 4 5 6 7
2.PLANBESCHRIJVING 2.1 Huidige situatie 2.2 Variantenstudie 2.3 Toekomstige situatie
7 8 9 10
3.BELEIDSKADER 3.1Rijksbeleid
12 12
3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking 3.1.4 Nationaal Waterplan 2016 – 2021 3.1.5 Beleidslijn grote rivieren 3.2Provinciaal beleid
12 14 15 16 16 18
3.2.1 Provinciaal omgevingsplan Limburg 2014 (POL2014) 3.2.2 Provinciale omgevingsverordening Limburg 2014 3.3Gemeentelijk beleid
18 19 20
3.3.1 Structuurvisie Maasgouw 2030 3.3.2 Bereikbaarheid en verkeersveiligheid
20 21
4.OMGEVINGSASPECTEN 4.1Verkeer en parkeren
22 22
4.1.1 Toetsingskader 4.1.2 Onderzoek 4.1.3 Conclusie 4.2Geluid
22 22 22 23
4.2.1 Toetsingskader 4.2.2 Conclusie 4.3Luchtkwaliteit
23 24 24
4.3.1 Toetsingskader 4.3.2 Onderzoek 4.3.3 Conclusie
24 25 25
Inhoudsopgave
1
4.4Bedrijven en milieuzonering
25
4.4.1 Toetsingskader 4.4.2 Onderzoek 4.4.3 Conclusie 4.5 Kabels en leidingen 4.6 Externe veiligheid
25 26 27 28 28
4.6.1 Toetsingskader 4.6.2 Toetsing 4.6.3 (Beperkte) verantwoording groepsrisico 4.6.4 Conclusie 4.7Ecologie
28 29 31 32 32
4.7.1 Toetsingskader 4.7.2 Onderzoek 4.7.3 Conclusie 4.7.4 Stikstofdepositie 4.8Bodem
32 34 34 35 35
4.8.1 Toetsingskader 4.8.2 Onderzoek 4.8.3 Aanvullend onderzoek 4.8.4 Conclusie 4.9Water
35 36 37 38 39
4.9.1 Toetsingskader 4.9.2 Onderzoek 4.9.3 Conclusie 4.10Archeologie
39 41 41 42
4.10.1 Toetsingskader 4.10.2 Onderzoek 4.10.3 Conclusie 4.11Cultuurhistorie
42 43 43 43
4.11.1 Toetsingskader 4.11.2 Conclusie 4.12Toetsing Besluit m.e.r. / Vormvrije m.e.r.-beoordeling
43 44 44
5.JURIDISCHE PLANOPZET 5.1Inleiding 5.2Plansystematiek 5.3Bestemmingen 5.4Gebiedsaanduidingen
48 48 48 50 50
6.UITVOERBAARHEID 6.1 Economische uitvoerbaarheid
51 51
Inhoudsopgave
2
6.1.1 Financieel economische haalbaarheid 6.1.2 Kostenverhaal 6.2Maatschappelijke uitvoerbaarheid
51 51 52
6.2.1 Vooroverleg 6.2.2 Inspraak 6.2.3 Vaststellingsprocedure
52 52 52
BIJLAGEN BIJ TOELICHTING Bijlage 1: Verkeer- en parkeeronderzoek Bijlage 2: Akoestisch onderzoek industrielawaai Thornerweg Wessem Bijlage 3: Quickscan flora en fauna Bijlage 4: AERIUS notitie stikstofdepositie Bijlage 5: Verkennend bodemonderzoek Bijlage 6: Nader bodemonderzoek Bijlage 7: Watertoets Bijlage 8: Reacties bestuurlijk vooroverleg
Inhoudsopgave
3
1.
INLEIDING 1.1 Aanleiding De kern Wessem in de gemeente Maasgouw heeft een groot aantal verenigingen. Het grootste deel van deze verenigingen maakt gebruik van gemeentelijke accommodaties. Deze accommodaties, die op diverse locaties in Wessem zijn gelegen, zijn verouderd en voldoen niet meer aan de huisvestingswensen van deze tijd. Het betreft de volgende accommodaties: De Harmoniezaal aan de Wallenstraat, Accommodatie Wisheim aan de Kloosterlaan, Jeugdhuis de Sprong aan de Thornerweg, Sporthal de Tump aan de Thornerweg. De gemeenteraad heeft eind 2017 besloten om de voorbereiding op te starten voor een verbeterde huisvesting van deze verenigingen op één locatie aan de Thornerweg. Op de beoogde locatie aan de Thornerweg zijn momenteel al de sporthal De Tump en jeugdhuis De Sprong gelegen. De naastgelegen gronden waren voorheen in gebruik als sportvelden van de voetbalvereniging. Via huisvesting op één locatie wordt het gemakkelijker voor verenigingen en inwoners om elkaar te ontmoeten. Om dit besluit te kunnen realiseren moet een uitbereiding plaatsvinden rondom sporthal de Tump. En dan vooral in de richting van de Thornerbeek en dijklichaam “de Waage Naak”. Echter, zowel de Thornerbeek als het dijklichaam zijn eigendom van het Waterschap Limburg. Beide objecten vervullen een belangrijke functie in watertransport, waterberging en waterbescherming.
Na overleg met het Waterschap Limburg bleek een toekomstige uitbereiding van de bebouwing richting de Thornerbeek onwenselijk. Deze gronden dienen daarom onbebouwd te blijven. Uiteindelijk is geopteerd voor een oplossing, waarbij de waterschapszone voor dijkversterking en beekverlegging vrij blijft van bebouwing vanwege het functioneren van het beeksysteem. De bestaande sporthal wordt uitgebreid en daarnaast wordt nieuwe bebouwing gerealiseerd als nieuwe huisvesting voor de verenigingen met een overwegend culturele achtergrond, die momenteel voornamelijk gehuisvest zijn in de huidige Harmoniezaal aan de Wallenstraat. Wisheim en de Harmoniezaal komen vrij voor een nieuwe invulling. De Wisheim zal worden gesloopt en op termijn worden herontwikkeld, en de Harmoniezaal zal een andere functionele invulling krijgen. Aangezien de beoogde bouwplannen en het beoogde gebruik niet passend zijn binnen het huidige bestemmingsplan, is het voorliggende bestemmingsplan opgesteld. Tevens wordt hiermee een oplossing geboden voor het parkeren en het gebruik van het jeugdhuis.
Hoofdstuk 1
4
1.2 Plangebied Het plangebied is gelegen aan de Thornerweg in de dorpskern van Wessem in de gemeente Maasgouw. Het betreft het gebied tussen de woonwagenstandplaats en de speeltuin. Hiermee ligt het plangebied op kadastraal perceel gemeente Wessem, sectie D, nummer 1145 (gedeeltelijk). Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 19.000 vierkante meter oftewel 1,9 hectare. Aan de noordzijde wordt het plangebied begrensd door de Thornerweg. Dit oude verkeerslint functioneerde lange tijd als de belangrijkste ontsluitingsweg van de dorpskern Wessem richting Thorn, dat enkele kilometers meer westelijk is gelegen. Aan de overzijde van de Thornerweg zijn een parallelle parkeerstrook en trottoir aanwezig, evenals enkele woningen met relatief diepe voortuinen. De Thornerweg is geasfalteerd, kent een maximum snelheid van 30 kilometer per uur en heeft een breed profiel.
Figuur 1. Ligging plangebied rood omcirkeld.
Aan de westzijde wordt het plangebied begrensd door een woonwagenstandplaats, waar momenteel enkele woonwagens en een kleine groenvoorziening zijn gesitueerd. Ten zuiden van het plangebied stroomt de Thornerbeek, met aan weerszijden een groen talud, wat de omgeving van de beek een parkachtig karakter geeft. Even verder richting het zuiden ligt de jachthaven van Wessem. Aan de oostzijde vormt de speeltuin de begrenzing van het plangebied. Binnen het plangebied is momenteel sporthal de Tump gelegen, evenals het naastgelegen jeugdhuis De Sprong, beide ontsloten en georiënteerd op de Thornerweg. Ook ligt er een openbaar trapveldje, zijn er enkele voet- en fietspaden aanwezig en kenmerkt het gehele gebied zich als parkachtig, door de aanwezigheid van veel gras, solitaire bomen (veelal eiken en berken) en opgaand groen als geleiding van de Thornerbeek aan de achterzijde van de bestaande accommodaties.
Hoofdstuk 1
5
Figuur 2. Luchtfoto plangebied (rood omkaderd) en omgeving: linksonder de jachthaven.
Het plangebied volgt grotendeels de begrenzing van de huidige sportbestemming, zoals hieronder verder is aangegeven.
1.3 Vigerend bestemmingsplan Het plangebied is gelegen binnen de begrenzing van het vigerende bestemmingsplan ‘Kern Wessem’ vastgesteld door de gemeenteraad van Maasgouw op 7 juli 2011. De onderstaande afbeelding toont een uitsnede van dit bestemmingsplan, met de globale aanduiding van het plangebied.
Figuur 3. Uitsnede vigerend bestemmingsplan 'Kern Wessem', plangebied in rood aangegeven
Hoofdstuk 1
6
In de huidige situatie heeft het hele plangebied de enkelbestemming ‘Sport’ en zijn er twee bouwvlakken opgenomen met een maximale bouw- en goothoogte rondom de bestaande bebouwing. De voor 'Sport' aangewezen gronden zijn ingevolge de regels van het bestemmingsplan bestemd voor het uitoefenen van sportactiviteiten en aan de sportactiviteit ondergeschikte en gerelateerde horecavoorzieningen in de vorm van een kantine. Daarbij zijn ook wegen, paden en verhardingen, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen en (ondergrondse) waterhuishoudkundige voorzieningen, waterlopen en waterpartijen toegestaan. Gebouwen mogen enkel binnen het bouwvlak worden gerealiseerd. Het gehele plangebied heeft daarnaast ook de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterbergend rivierbed’. De voor 'Waterstaat - Waterbergend rivierbed' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor een waterbergende functie voor de Maas. Hier mag enkel worden gebouwd mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het belang van het waterbergend rivierbed van de Maas. De zuidoostelijke hoek van het plangebied heeft de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie’. De voor deze dubbelbestemming aangewezen gronden zijn mede bestemd voor de bescherming van archeologische waarden. Bij bouwwerkzaamheden of grondroeringen zijn drempelwaarden opgenomen voor dieptes en oppervlaktes.
Indien de betreffende werkzaamheden groter of dieper zijn dan de drempelwaarden is een aanvullende omgevingsvergunning nodig, onderbouwd met archeologisch onderzoek. Het gehele plangebied kent daarnaast ook nog gebiedsaanduiding ‘milieuzone – roerdalslenk’. Ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - roerdalslenk' is het niet toegestaan om boorputten op te richten, in exploitatie te nemen of te hebben dieper dan 30 meter beneden het maaiveld, of grond te roeren dieper dan 30 meter beneden het maaiveld. Dit ter bescherming van de op deze diepte voorkomende bodemlagen, die onder andere van belang zijn voor onze waterwinning. Het bestemmingsplan biedt met de huidige bestemming ‘Sport’ en de bestaande bouwvlakken niet de benodigde gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden voor de complete huisvesting van de dorpsverenigingen op deze locatie. Het voorliggende bestemmingsplan is opgesteld als planologisch-juridisch kader, waarmee de gewenste ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt.
1.4 Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk volgt hoofdstuk 2 waarin een beschrijving van het plan is opgenomen. De daaropvolgende hoofdstukken vormen de verantwoording van de ontwikkeling die dit bestemmingsplan mogelijk maakt. In hoofdstuk 3 wordt het Rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk beleid beschreven. In hoofdstuk 4 wordt inzicht gegeven in diverse planologische aspecten die van belang zijn voor het voorliggende bestemmingsplan. In hoofdstuk 5 is de juridische toelichting op de planopzet gegeven. In het laatste hoofdstuk komt de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid aan de orde.
Hoofdstuk 1
7
2.
PLANBESCHRIJVING 2.1 Huidige situatie In de huidige situatie is het plangebied aan de Thornerweg voor meerdere functies in gebruik. Voorheen waren hier de voetbalvelden van Wessem gelegen. Zo is er de sportzaal de Tump gelegen, evenals jeugdhuis De Sprong. Er is een openbaar trapveldje aanwezig en door de aanwezigheid van groen en enkele voet- en fietspaden fungeert het gebied ook als parkje. Het plangebied maakt zo onderdeel uit van de groene zoom die als afscheiding tussen de dorpskern van Wessem en het water van de jachthaven en Maas dient. De onderstaande foto`s geven een impressie van de huidige situatie in en rondom het plangebied.
Figuur 4. Sportzaal de Tump met parkeervoorziening, gezien vanaf de Thornerweg.
Figuur 5. Jeugdhonk De Sprong, gezien vanaf de Thornerweg.
Hoofdstuk 2
8
Figuur 6. Beeld vanuit het parkje: op de voorgrond het trapveldje met daarachter de verouderde accommodaties, rechts de woningen aan de Thornerweg.
Het gebouw bekend als de Tump in Wessem, is gelegen aan de Thornerweg 3. Het pand is in eigendom van de gemeente Maasgouw, wordt geëxploiteerd door Stichting Menswel Beheer Maasgouw en is in 1982 gerealiseerd als sportzaal. De zaal kan in twee gelijke delen van 310 m 2 worden opgedeeld en heeft een totale bruto vloeroppervlakte van 943 m 2. Het gebouw bekend als De Sprong te Wessem, is gelegen aan de Thornerweg 4. Het pand bestaat uit een activiteitenruimte van 100 m 2 en heeft een totale bruto vloeroppervlakte van 252 m 2. Het grasveld naast beide accommodaties wordt met enige regelmaat gebruikt als kleinschalig evenemententerrein voor niet ruimtelijk relevante bijeenkomsten, voor bijvoorbeeld een eendaags muziekfestival als Wes Summer Breeze of een bijeenkomst voor Sint Maarten of Kindervakantiewerk.
2.2 Variantenstudie De huisvesting van een groot deel van de verenigingen in Wessem is verdeeld over vier, gedeeltelijk sterk verouderde accommodaties: De Harmoniezaal aan de Wallenstraat; Accommodatie Wisheim aan de Kloosterlaan; Sporthal de Tump aan Thornerweg; Jeugdhuis de Sprong, eveneens aan de Thornerweg. De gemeenteraad heeft eind 2017 besloten om de voorbereiding op te starten van een verbeterde huisvesting van deze verenigingen aan de Thornerweg. Via huisvesting op één locatie wordt het gemakkelijker voor verenigingen en inwoners om elkaar te ontmoeten. Het raadsbesluit destijds bestond uit een nieuwbouw voor de verenigingen van de accommodaties Harmoniezaal en Wisheim, in combinatie met een verbouwing van sporthal de Tump en een verbouwing van jeugdhuis de Sprong, zoals op onderstaande afbeelding is gevisualiseerd.
Hoofdstuk 2
9
Figuur 7. Plan 2019 voor de uitbreiding van sporthal de Tump.
Om dit besluit te kunnen realiseren moest een uitbereiding plaatsvinden rondom sporthal de Tump. En dan vooral in de richting van de Thornerbeek en dijklichaam “de Waage Naak”. Echter, beide objecten vervullen een belangrijke waterfunctie. Na overleg met het Waterschap bleek een uitbereiding van de bebouwing richting de Thornerbeek onwenselijk. Daarom zijn vervolgens andere opties onderzocht. Dit resulteerde in een studie naar verschillende oplossingsrichtingen, waarbij uiteindelijk zes scenario`s volledig zijn uitgewerkt. De uiteindelijk gekozen oplossingsrichting betrof een nieuwbouw voor de verenigingen van de accommodaties Harmoniezaal en Wisheim op het trapveldje aan de Thornerweg, gelegen tussen speeltuin de Roetsj en jeugdhuis de Sprong, met een verbouwing en uitbreiding ter modernisering van sporthal de Tump. Jeugdhuis de Sprong blijft in de huidige vorm bestaan. De gekozen oplossing is in de volgende paragraaf verder is toegelicht. Via deze oplossing ontstaat in feite een campus van accommodaties voor de dorpsverenigingen aan de Thornerweg die voldoet aan het Programma van Eisen, de wensen van de gemeente en het waterschap, met een parkeervoorziening en achterterrein met ruimte voor de incidentele evenementen en bijeenkomsten of buitenactiviteiten, waarbij de achterliggende groene ruimte wordt behouden en versterkt.
2.3 Toekomstige situatie De keuze is gemaakt om de huisvesting van de dorpsverenigingen van Wessem niet onder te brengen in één accommodatie op de plek van sportzaal de Tump, maar juist te kiezen voor een campus-opzet. Hierbij is niet één pand, maar één gebied aangewezen voor het faciliteren van de huisvestingsbehoefte. De locatie aan de Thornerweg is vanwege de aanwezigheid van de bestaande accommodaties en de omliggende ruimte het meest geschikt gebleken. Op moment van schrijven is nog geen concreet bouwplan uitgewerkt, maar wel een richtinggevende inrichtingsschets voor het gebied gemaakt. Deze wordt in deze paragraaf nader beschreven.
Hoofdstuk 2
10
Sporthal de Tump blijft bestaan en wordt volledig gerenoveerd en gemoderniseerd. Ook wordt het pand aan de voorzijde en beide zijkanten uitgebreid. Op deze manier kunnen in de toekomst zowel de huidige gebruikers gebruik blijven maken van deze sporthal, maar kan ook TTV Westa verhuizen naar deze nieuwe thuisbasis. De Tump groeit hiermee van 943 m 2 naar circa 1.560 m2. In de sporthal wordt ruimte geboden voor een ontmoetings- en vergaderruimte in de vorm van een kantine. Jeugdhuis/activiteitencentrum De Sprong wordt gemoderniseerd, maar zal verder in de huidige vorm blijven bestaan, met een oppervlakte van circa 250 m 2. Er wijzigt niets aan het gebruik van het pand. Het terrein achter De Sprong wordt geschikt gemaakt voor het organiseren van buitenactiviteiten op het gebied van cultuur, en sport en spel. Op de plek waar momenteel het trapveldje is gelegen, komt een nieuwe, multifunctionele accommodatie in de vorm van een cultuurcentrum. Dit nieuwe cultuurcentrum zal hoofdzakelijk worden gebruikt door de huidige gebruikers van de Harmoniezaal (Wallenstraat 7, Wessem). Het betreft de volgende structurele bezetters van de Harmoniezaal: biljartclubs Libertin en De Maasgolf, de plaatselijke harmonie EMM, gezelligheidsvereniging Los Batterios en toneelvereniging Spot Aan. Het programma van eisen is afgestemd op de wensen van deze gebruikers.
Op het omringend terrein, momenteel in gebruik als grasveld tussen de speeltuin en het trapveldje, wordt een parkeerplaats gerealiseerd ten behoeve van de accommodatie campus. Het parkeerterrein wordt ongeveer 2.500 vierkante meter groot en heeft daarmee ruimte voor circa negentig parkeerplaatsen. De bestaande padenstructuur in het gebied wordt behouden en uitgebreid richting de het bruggetje over de Thornerbeek. De bestaande groenstructuren en bomen worden zoveel mogelijk gehandhaafd. Op deze manier wordt het plangebied als volgt ingericht. De bovenstaande figuur toont schetsmatig de toekomstige inrichting van het terrein tussen de woonwagenstandplaats en de speeltuin aan de Thornerweg. Deze inrichting kan nog wijzigen.
Figuur 8. Schetsbeeld toekomstige inrichting plangebied, indicatief.
Hoofdstuk 2
11
3.
BELEIDSKADER In dit hoofdstuk wordt het beleidskader dat relevant is voor het plan toegelicht en wordt het plan hieraan getoetst. Er is sprake van een doorwerking van beleid dat is vastgesteld op verschillende niveaus van bestuur.
3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, vastgesteld op 13 maart 2012, staan de plannen van de rijksoverheid ten aanzien van aspecten op het gebied van ruimte en mobiliteit. Het Rijk streeft naar een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland. Om dit te kunnen bewerkstelligen laat het Rijk de ruimtelijke ordening meer over aan de decentrale overheden (provincie en gemeenten) en komt de gebruiker centraal te staan. Tevens werkt het Rijk aan een eenvoudigere regelgeving. Hierdoor neemt de bestuurlijke drukte af en ontstaat er ruimte voor regionaal maatwerk. Het Rijk blijft verantwoordelijk voor het systeem van ruimtelijke ordening.
Daarnaast kan een rijksverantwoordelijkheid aan de orde zijn indien: een onderwerp nationale baten en/of lasten heeft en de doorzettingsmacht van provincies en gemeenten overstijgt, bijvoorbeeld het reserveren van ruimte voor militaire activiteiten en het stellen van opgaven in de stedelijke regio’s rondom de mainports, brainports, greenports en valleys; over een onderwerp internationale verplichtingen of afspraken zijn aangegaan, bijvoorbeeld het stimuleren van biodiversiteit, duurzame energie, watersysteemherstel of het beschermen van werelderfgoed; een onderwerp provincie- of landsgrensoverschrijdend is en ofwel een hoog afwentelrisico kent ofwel in beheer bij het Rijk is. Bij dit laatste gaat het bijvoorbeeld om de hoofdnetten van weg, spoor, water en energie, maar ook de bescherming van gezondheid van inwoners is op rijksniveau relevant. Het Rijk kiest drie doelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; het verbeteren en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn.
Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid en heeft daarom uit bovenstaande drie doelen slechts dertien nationale belangen naar voren laten komen. Voor die belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. De dertien belangen van het Rijk zijn: een excellent ruimtelijk-economische structuur van Nederland door een aantrekkelijk vestigingsklimaat in en goede internationale bereikbaarheid van de stedelijke regio’s met een concentratie van topsectoren; ruimte voor het hoofdnetwerk voor (duurzame) energievoorziening en energietransitie;
Hoofdstuk 3
12
ruimte voor het hoofdnetwerk voor vervoer van (gevaarlijke) stoffen via buisleidingen; efficiënt gebruik van de ondergrond; een robuust hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen rondom en tussen de belangrijkste stedelijke regio’s inclusief de achterlandverbindingen; betere benutting van de capaciteit van het bestaande mobiliteitssysteem; de instandhouding van het hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen om het functioneren van het mobiliteitssysteem te waarborgen; verbeteren van de milieukwaliteit (lucht, bodem, water) en bescherming tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico’s; ruimte voor waterveiligheid en duurzame zoetwatervoorzieningen en kaders voor klimaatbestendige stedelijke (her)ontwikkeling; ruimte voor behoud en versterking van (inter)nationale unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten; ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van flora- en faunasoorten; ruimte voor militaire terreinen en activiteiten; zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten.
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet zal het rijksbeleid met betrekking tot de fysieke leefomgeving niet langer zijn vastgelegd in de SVIR, maar onderdeel worden van de Nationale Omgevingsvisie. De NOVI is momenteel als ontwerp beschikbaar. In Nederland staan we voor een aantal urgente opgaven, die zowel lokaal, nationaal als wereldwijd spelen. Denk aan de opgaven op het gebied van klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Deze opgaven zullen Nederland flink veranderen. Door goed in te spelen op deze veranderingen kan Nederland vooroplopen en kansen verzilveren. Met de Nationale Omgevingsvisie geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. Duurzaam economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio`s 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk.
Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI zoeken we naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere;
Hoofdstuk 3
13
3. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Conclusie Onderhavig plan valt conform de uitgangspunten van de SVIR en de NOVI onder de bevoegdheid en het belang van de gemeente en heeft geen relatie met het rijksbelang. Het plan draagt bij aan de leefbaarheid van de dorpskern en de regio en in de planuitwerking is uitgebreid aandacht voor duurzaamheid en klimaatadaptatie. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Structuurvisies hebben geen bindende werking voor andere overheden dan de overheid die de visie heeft vastgesteld. De nationale belangen uit de SVIR die juridische borging vragen, zijn geborgd in het Barro en het Rarro, als onderdeel van de AMvB Ruimte. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen en zorgt voor sturing en helderheid van deze belangen vooraf.
Het Barro ziet op de volgende nationale belangen: Rijksvaarwegen Project Mainportontwikkeling Rotterdam Kustfundament Grote rivieren Waddenzee en waddengebied Defensie Hoofdwegen en landelijke spoorwegen Elektriciteitsvoorzieningen Buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen Natuurnetwerk Nederland Primaire waterkeringen buiten het kustfundament IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte) Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde Ruimtereservering parallelle Kaagbaan Het Rarro gaat vervolgens verder in op militaire oefengebieden en regels omtrent het aanwijzen van tracés en gebieden voor nationale belangen. De AMvB Ruimte bevat regels over grote rivieren, specifiek voor het rivierbed en het stroomvoerend deel van het rivierbed. Het plangebied maakt onderdeel uit van een waterbergend rivierbed. In de regels van dit bestemmingsplan is rekening gehouden met dit nationale belang. Aangezien het plangebied wel is gelegen binnen het rivierbed, mar niet in het stroomvoerend deel van het rivierbed, is er geen sprake van strijdigheid met de AMvB Ruimte. Met de rivierbeheerder van Rijkswaterstaat is overeengekomen dat het gebied de locatie hoogwatervrij is.
Dat wil zeggen dat ondanks dat de locatie gesitueerd is in het zogenaamd juridisch waterbergend rivierbed en een vergunning ingevolge de Waterwet (Wtw) is vereist, er geen sprake is van afname van bergend vermogen en compensatie derhalve niet aan de orde is.
Hoofdstuk 3
14
3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen. De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De ladder is een motiveringsinstrument dat verplicht moet worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit dat een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ mogelijk maakt. Wat er onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is in artikel 1.1.1 Bro bepaald: “De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Uit de jurisprudentie komt naar voren dat het wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn.1 Per 1 juli 2017 is een gewijzigde Ladder in werking getreden.
Hierin is de tekst van de Ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om aan te geven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte plus een motivering indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” (artikel 3.1.6 lid 2 Bro). Conclusie Formeel is er geen ondergrens opgenomen of een project al dan niet een stedelijke ontwikkeling is. De geldende Afdeling-jurisprudentie ten aanzien van dit aspect is erg casuïstisch. Vaak wordt hiervoor een drempel gehanteerd van 500 m2 nieuw ruimte beslag. De voorziene functies leiden tot een groter nieuw ruimtebeslag binnen bestaand stedelijk gebied ten opzichte van het voorgaande planologische regime. Het bestemmingsplan voorziet derhalve in een stedelijke ontwikkeling zoals bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro. Op grond van de regeling dient te worden aangetoond dat het initiatief voorziet in een actuele behoefte.
Op provinciaal of regionaal niveau is er geen programmering bepaald voor dergelijke maatschappelijke voorzieningen. Aangenomen kan worden dat het nieuwe dorpshuis een verzorgingsgebied heeft dat zich uitstrekt over de gemeente Maasgouw. De ontwikkeling voorziet specifiek in de lokale behoefte van het dorp Wessem voor vervangende hedendaagse huisvesting welke voldoet aan de normen en eisen voor sportverenigingen en dorpsactiviteiten. De bestaande sportzaal wordt vergroot en het jeugdhuis blijft bestaan. Een nieuw multifunctioneel gebouw biedt verder de mogelijkheid om het gezamenlijk gebruik te optimaliseren en de kosten voor onderhoud en energie te beperken. Het gebruik is vooral gericht op het dorp Wessem en heeft verder tot doel als een centrale ontmoetingsplek te fungeren voor de gebruikers. Het pand zal worden toegespitst op de behoefte van de bestaande gebruikers van de verouderde locaties, waardoor de nieuwe voorziening qua omvang aansluit bij de bestaande vraag en er geen sprake is van overdimensionering. Met de nieuwbouw wordt een verplaatsing van de huisvesting van Wessemse verenigingen beoogd, zonder andere gebruikers uit omliggende kernen aan te trekken. Een dergelijk vergelijkbaar gebouw is binnen Wessem niet aanwezig. Aangezien het een verplaatsing van bestaand gebruik betreft, kan worden gesteld dat de behoefte aan de nieuwe accommodatie voldoende is aangetoond.
1
O.a. ABRS 1 juni 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:1503), ABRS 18 februari 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:428) en ABRS 24 augustus 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2319).
Hoofdstuk 3
15
Indien de nieuwe stedelijke ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied plaatsvindt, moet worden beschouwd in hoeverre het mogelijk is reeds leegstaand vastgoed aan te wenden, in plaats van te kiezen voor nieuwbouw. Er zijn binnen Wessem geen geschikte locaties aanwezig. Hergebruik van leegstaande monumentale of beeldbepalende gebouwen is niet mogelijk, vanwege het ontbreken hiervan. De Harmoniezaal en locatie Wisheim elders in Wessem komen hierdoor vrij voor de verkoop/sloop (Wisheim) en transformatie of nieuwe exploitatie (Harmoniezaal). Aangezien dit relatief kleine locaties zijn en de gemeente toezegt zich in te spannen voor een duurzame, toekomstbestendige oplossing voor deze vrijkomende locaties, kan worden gesteld dat de ruimtelijke effecten op de kern nagenoeg nihil zijn. Op grond van het voorgaande wordt geconcludeerd dat er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, waar behoefte aan is in het dorp Wessem. Hergebruik van bestaand vastgoed is daarbij geen optie gebleken. Daar er sprake is van een verplaatsingsopgave binnen de kern Wessem, wordt geconcludeerd dat geen sprake is van wezenlijke ruimtelijke effecten. Het plan voldoet aan de ladder voor duurzame verstedelijking. 3.1.4 Nationaal Waterplan 2016 – 2021 Op 10 december 2015 is het Nationaal Waterplan 2016 – 2021 vastgesteld.
Het Nationaal Waterplan bevat de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid voor de komende jaren en de daarbij behorende aspecten van het nationale ruimtelijke beleid. Op basis van de Waterwet is het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten tevens een structuurvisie. Het NWP is zelf bindend voor het Rijk. Het Rijk is in Nederland verantwoordelijk voor het hoofd-watersysteem. In het Nationaal Waterplan legt het Rijk onder meer de strategische doelen voor het waterbeheer vast. Rijkswaterstaat (RWS) neemt in het Beheer- en Ontwikkelplan voor de Rijkswateren (Bprw) de condities en maatregelen op voor het operationeel beheer om deze strategische doelen te bereiken. Het NWP is kaderstellend voor het Bprw. Het kabinet vraagt andere overheden het NWP te vertalen in hun beleidsplannen. In het Nationaal Waterplan 2016-2021 staan de volgende vijf ambities centraal: Nederland blijft de veiligste delta in de wereld; Nederlandse wateren zijn schoon en gezond en er is genoeg zoetwater; Nederland is klimaatbestendig en waterrobuust ingericht; Nederland is en blijft een gidsland voor watermanagement; Nederlanders leven waterbewust. Betekenis voor het project Onderdeel van het bestemmingsplan is de watertoets.
In de watertoets is aangegeven wat de gevolgen van het plan zijn voor de waterhuishouding en op welke wijze water (regen-, afval- en oppervlaktewater) wordt ingepast in het plan. De watertoets is afgestemd met de betreffende waterbeheerder. In paragraaf 4.10 wordt hier nader op ingegaan. 3.1.5 Beleidslijn grote rivieren De Beleidslijn grote rivieren heeft als doelstelling om: de beschikbare afvoer- en bergingscapaciteit van het rivierbed te behouden; ontwikkelingen tegen te gaan die de mogelijkheid tot rivierverruiming door verbreding en verlaging nu en in de toekomst feitelijk onmogelijk maken.
Hoofdstuk 3
16
Het afwegingskader in deze beleidslijn is bedoeld om te kunnen beoordelen of activiteiten kunnen plaatsvinden in het rivierbed, en zo ja, onder welke voorwaarden. De beleidslijn zelf is geen instrument om actief rivierverruiming uit te voeren. Daarvoor bestaan andere kaders en procedures. Wel biedt het afwegingskader mogelijkheden om binnen de gestelde voorwaarden initiatieven voor rivier verruimende maatregelen uit te voeren. Het gebied waarop de beleidslijn van toepassing is, is aangegeven op de bijbehorende kaarten. Betekenis voor het project De Maas valt onder de beleidslijn. Deze grote rivier stroomt in de nabijheid van het plangebied en een deel van het waterbergend rivierbed loopt binnen het plangebied. In de regels van het bestemmingsplan is rekening gehouden met deze aanvullende blauwe functie van het gebied. Compensatie is niet aan de orde.
Hoofdstuk 3
17
3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Provinciaal omgevingsplan Limburg 2014 (POL2014) Op 12 december 2014 hebben Provinciale Staten van de provincie Limburg het Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 (POL2014) vastgesteld. Het POL2014 bestaat onder andere uit een omgevingsvisie en een omgevingsverordening. In de omgevingsvisie van het POL2014 is onderscheid gemaakt in zeven soorten gebieden, elk met eigen herkenbare kernkwaliteiten. Voor de verschillende zones liggen er heel verschillende opgaven en ontwikkelingsmogelijkheden. Volgens de kaart ‘Zonering Limburg’ van de omgevingsvisie ligt het plangebied in de zone ‘overig bebouwd gebied’ (nieuwbouw en parkeerterrein) en ‘Goudgroene natuurzone’ (De Tump en De Sprong). ‘Overig bebouwd gebied’ zijn voornamelijk gemengde woon/werkgebieden met voorzieningen, deels met een stedelijk karakter, deels met een dorps karakter, zoals ook aan de orde is bij deze locatie in Wessem. Accenten liggen in deze gebieden bij de transformatie van de regionale woningvoorraad, bereikbaarheid en een goede balans in lokale voorzieningen en detailhandel ten behoeve van de leefbaarheid in de kleinere kernen. Daarbij moet oog zijn voor stedelijk groen en water, en de kwaliteit leefomgeving. De onderstaande uitsnede toont de zoneringskaart uit de omgevingsvisie en toont dat het plangebied in overig bebouwd gebied is gelegen.
Figuur 4. Uitsnede kaart zonering Limburg, provinciale omgevingsvisie.
De Goudgroene natuurzone is bedoeld voor het verwezenlijken van provinciale natuurdoelen. In de goudgroene natuurzone staat beschermen en versterken van de natuur centraal, met bijzondere aandacht voor de Natura2000-gebieden en de natuurbeken. Ook de hydrologisch gevoelige natuurgebieden (waaronder de natte parels) vragen om aandacht. Recreatief medegebruik van de natuur wil de provincie optimaliseren.
Hoofdstuk 3
18
Afweging De voorgenomen ontwikkeling betreft de uitbreiding van de bestaande sporthal en het mogelijk maken van een multifunctionele accommodatie voor de dorpsverenigingen, inclusief parkeervoorziening. Het grootste deel van het nieuwe ruimtebeslag vindt plaats binnen de zone ‘overig bebouwd gebied’. De realisatie van een moderne accommodatie voor culturele instellingen en het verenigingsleven draagt bij aan de vitaliteit in de kernen en is qua functie passend in de dorpse omgeving. De uitbreiding van sporthal De Tump vindt plaats binnen de Goudgroene natuurzone, waarbinnen de nadruk moet liggen op natuur en recreatief medegebruik. Gezien het historisch gebruik en de huidige situatie doet de ontwikkeling niets af aan de aanwezige natuurwaarden. Het feit dat de bestaande padenstructuur behouden blijft en wordt uitgebreid draagt bij aan deze doelstelling, evenals het behoud van veel van het opgaand groen. Voor overige ontwikkelingen, zoals uitbreiding van gebouwen geldt een ‘nee, tenzij’-principe, verankerd in de provinciale omgevingsverordening. De uitbreiding van de sporthal vindt plaats op gronden die reeds zijn verhard. Hierdoor blijven de omgevingscondities redelijkerwijs gelijk en worden er geen kenmerken of waarden van de natuurzone aangetast. Er vindt dus geen wezenlijke aantasting van natuurwaarden plaats.
Voor de volledigheid is er binnen het plangebied een quickscan flora en fauna uitgevoerd. Deze komt aan de orde in het volgende hoofdstuk. Gelezen het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat het plan in lijn is met de provinciale omgevingsvisie Limburg 2014. 3.2.2 Provinciale omgevingsverordening Limburg 2014 De provincie Limburg heeft op 12 december 2014 ook de 'Omgevingsverordening Limburg 2014' vastgesteld. Hierin staan onder meer de regels die nodig zijn om het omgevingsbeleid van POL2014 juridische binding te geven. De van toepassing zijnde bepalingen zijn voor zover relevant hieronder opgenomen. Niet alle regelingen die van toepassing zijn, zijn relevant voor het voorliggende bestemmingsplan. Zo is er een verbod opgenomen voor permanente bewoning van recreatieverblijven, mogen er geen uitbreidingen van geitenhouderijen worden gefaciliteerd en geldt er een meldingsplicht voor het kappen van bepaalde houtopstanden. Meer relevant zijn de volgende zaken. Art. 2.6 Goudgroene natuurzone Een ruimtelijk plan dat betrekking heeft op een gebied dat deel uitmaakt van de Goudgroene natuurzone, maakt geen nieuwe activiteiten dan wel wijziging van bestaande activiteiten mogelijk die de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied aantasten.
Een analyse van de wezenlijke kenmerken en waarden in het gebied, evenals de invloed van het planvoornemen hierop, is verder uitgewerkt in paragraaf 4.8 Ecologie. Op deze plaats kan worden geconcludeerd dat het voornemen niet in strijd is met deze bepaling van de verordening. Art. 4.4 Boringsvrije zone Het plangebied is ingevolge de omgevingsverordening gelegen in een boringsvrije zone, te weten Roerdalslenk III. Het is in het gebied Roerdalslenk binnen en buiten inrichtingen verboden een boorput, een bodemenergiesysteem of een aardwarmtesysteem te maken of hebben of de grond te roeren, dieper dan de bovenkant van de Bovenste Brunssumklei. Ook is het verboden werken op of in de bodem uit te voeren of te doen uitvoeren waarbij ingrepen worden verricht of stoffen worden gebruikt die de beschermende werking van de Bovenste Brunssumklei kunnen aantasten.
Hoofdstuk 3
19
Het voornemen tot het maken van een boorput, het aanleggen van een bodemenergiesysteem of het roeren van grond in de Roerdalslenk dieper dan 80 meter, moet vier weken tevoren schriftelijk worden gemeld aan gedeputeerde staten. Bij het maken en sluiten van een boorput moet de Beoordelingsrichtlijn Mechanisch boren BRL SIKB 2100, als bedoeld in de Regeling bodemkwaliteit in acht worden genomen. Ook hiervoor is een beschermende regeling opgenomen in het bestemmingsplan. Afweging Kijkend naar de van toepassing zijnde bepalingen uit de verordening en het planvoornemen, kan worden geconcludeerd dat er geen sprake is van strijdigheden. De omgevingsverordening vormt hiermee geen belemmering voor het planvoornemen.
3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1 Structuurvisie Maasgouw 2030 De gemeente Maasgouw heeft haar toekomstvisie vastgelegd in de kaderstellende Structuurvisie Maasgouw 2030 ‘Wereld van de Maasplassen’, die op 5 juli 2012 is vastgesteld. In de structuurvisie wordt een doorkijk gegeven naar 2030 en worden het beleid en de ambities voor de gemeente Maasgouw verwoord. Als zodanig vormt de Structuurvisie Maasgouw 2030 het toetsingskader voor toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen binnen het gemeentelijk grondgebied. Het bijbehorende uitvoeringsprogramma geeft op hoofdlijnen aan hoe deze visie gerealiseerd gaat worden. Een krachtig, helder toekomstbeeld stimuleert nieuwe investeringen en beperkt de gevolgen van de krimp van de bevolking. Een belangrijke doelstelling hierbij is: “binnen de kernen te bouwen op een wijze die qua uitstraling, maat, schaal en dichtheid aansluit bij het sfeerbeeld en identiteit van de kern”. Het plangebied is gelegen in deelgebied Land van Thorn. Op de kaart van dit deelgebied is de planlocatie aangeduid als groen. Ten tijde van het opstellen van de structuurvisie was ter plaatse nog het sportcomplex van Wessem gelegen. In de structuurvisie is aangegeven dat het sportpark wordt samengevoegd met het sportpark in Thorn en dat de vrijkomende gronden in Wessem kunnen worden getransformeerd tot een groen park.
Deze transformatie is reeds voltooid en het park maakt onderdeel uit van de groenstructuur van Wessem. Met betrekking tot de groenstructuur wordt het volgende opgemerkt. Door en langs de dorpskern stromen twee beken. Deze worden in het structuurbeeld voor de kern Wessem gekoesterd. Deze beken verweven de structuur van de kern met de duurzame structuur van het omliggend landelijk gebied. Waar mogelijk en noodzakelijk worden de natuurwaarden en de landschappelijke eenheid van deze beeklopen hersteld. De beken en de groene randen van deze zone borgen tevens een betere landschappelijke inpassing van de Prins Mauritshaven ten opzichte van de diverse woonbuurten. Vergroening van de buitenranden van deze haven is noodzakelijk om de kwaliteit van de haven, de verblijfsfunctie van het park en de woonfunctie op een hoger niveau te brengen. De sportvelden zijn voor transformatie beschikbaar gekomen. Het park wordt, samen met de Maasboulevard, een hoogwaardige ontmoetings- en speelplek.
Hoofdstuk 3
20
De structuurvisie stelt dat de gemeente Maasgouw voor wat betreft Thorn en Wessem streeft naar zelfstandige, vitale en levendige kernen, met een goed voorzieningenniveau, met het behoud en optimalisatie van maatschappelijke voorzieningen. Afweging De beoogde uitbreiding vindt plaats in een groenzone, ingevolge de structuurvisie Maasgouw 2030. Het planvoornemen is in lijn met de algemene uitgangspunten voor het behoud en de versterking van de maatschappelijke voorzieningen in Wessem. Het plan ziet slechts op een deel van de bestaande parkvoorziening, waardoor het park en de groenstructuur zonder onderbreking zal blijven bestaan. Zo ook zal de groenzone dienst blijven doen als groene afscheiding tussen de haven en het woongebied. Het versterken van de padenstructuur draagt tevens bij aan de kwaliteit van het park. Hiermee zijn in feite alle doelstellingen voor de groenzone intact gelaten. Daarnaast komt in de structuurvisie naar voren dat het gebied beschikbaar komt voor transformatie. Onderhavige ontwikkeling geeft daar invulling aan. Structuurvisie 2030: “De sportvelden komen voor transformatie beschikbaar. Gelet op de beperkte woningbouwcontingenten is slechts incidentele woningbouw in de randen van dit park noodzakelijk. Deze dienen mede als kostendrager voor de beoogde herinrichting.
Het park wordt, samen met de Maasboulevard, een hoogwaardige ontmoetings- en speelplek.” In afwijking van de structuurvisie is op 14 december 2017 een raadsbesluit genomen dat fungeert als nieuw ruimtelijk kader voor deze locatie. Dit alles in ogenschouw nemend kan worden geconcludeerd dat het voorstel in lijn is met de structuurvisie, en gezien de aard van de ontwikkeling en de wijze waarop rekening wordt gehouden met de doelstellingen voor het gebied in de structuurvisie, is het planvoornemen passend binnen de gemeentelijke, ruimtelijke doelstellingen voor Wessem. 3.3.2 Bereikbaarheid en verkeersveiligheid Het gemeentelijk verkeers- en vervoerbeleid is hoofdzakelijk weergegeven in het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoerplan, verkeersbeleid 2015-2025 (GVVP), zoals vastgesteld op 12 februari 2015. In het GVVP is de aanpak van de knelpunten op het gebied van verkeer en vervoer omschreven, met als doel een bijdrage te leveren aan het verbeteren van de verkeersveiligheid, bereikbaarheid, en (verkeer)leefbaarheid in Maasgouw. Naast het GVVP zijn specifieke aspecten, zoals parkeren, in afzonderlijke nota's uitgewerkt. Het parkeren dient te voldoen aan het gemeentelijk beleid ‘Parkeernormen en parkeerbijdrageregeling gemeente Maasgouw’. Voor meer informatie hierover wordt verwezen naar paragraaf 4.1 ‘Verkeer en Parkeren’.
In het kader van de toekomstige omgevingsvergunningaanvraag zal in ieder geval worden getoetst aan de gemeentelijke parkeernormen en dient aan deze normen te worden voldaan.
Hoofdstuk 3
21
4.
OMGEVINGSASPECTEN In dit hoofdstuk worden de diverse relevante omgevingsaspecten aangehaald en wordt het plan hieraan getoetst.
4.1 Verkeer en parkeren 4.1.1 Toetsingskader Een planontwikkeling moet op eigen terrein voorzien in voldoende parkeergelegenheid en de verkeersaantrekkende werking mag geen problemen opleveren voor het bestaande wegennet ten aanzien van capaciteit, doorstroming en verkeersveiligheid. 4.1.2 Onderzoek Er is een verkeerskundig onderzoek2 uitgevoerd voor het plangebied. In deze toelichting worden de belangrijkste conclusies vermeld, voor het gehele onderzoek wordt verwezen naar de bijlagen. De toename aan functies zorgen voor verkeer. De berekening van de verkeersgeneratie is gebaseerd op CROW kengetallen3. 4.1.3 Conclusie De projectlocatie krijgt in totaal een parkeercapaciteit van 89 parkeerplaatsen. Op piekmomenten kan dit onvoldoende zijn en worden 17 parkeerplaatsen gemist. Aangezien het echter te verwachten valt dat deze piekmomenten zelden gehaald zullen worden en er voldoende fietsparkeerplaatsen worden gerealiseerd, is de verwachting dat er relatief veel fietsers worden getrokken en de parkeerbehoefte voldoende kan worden gefaciliteerd. De clustering van faciliteiten rondom sporthal De Tump zorgt voor een toename van verkeer rondom deze sporthal. De huidige intensiteiten in combinatie met de geprognosticeerde verkeersgeneratie van deze clustering geven echter geen verkeerskundige problemen.
Met een verkeersintensiteit van maximaal 1.272 mvt/etmaal zijn er geen verkeersproblemen te verwachten. Doordat het een clustering is van reeds in het dorp aanwezige functies is de verwachting dat dit niet zal leiden tot een forse toename van verkeer van buiten de kern Wessem.
2 3
Grenspaal 12, Verkeer- en parkeeronderzoek Thornerweg Wessem, rapportnummer 20-0201-01 v2, d.d. 23 juni 2020 CROW Publicatie 317
Hoofdstuk 4
22
4.2 Geluid 4.2.1 Toetsingskader Wegverkeer Op basis van de Wet geluidhinder (artikel 77 Wgh) dient bij een bestemmingsplan een akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd als het plan mogelijkheden biedt voor:
de toevoeging van een woning of andere geluidsgevoelige functie binnen de zone van een weg; de aanleg van een nieuwe weg; de reconstructie van een bestaande weg.
De breedte van de zone van een weg is afhankelijk van het aantal rijstroken, het stedelijk gebied en de maximumsnelheid. In een akoestisch onderzoek kunnen wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt buiten beschouwing worden gelaten. Tabel 4.1: Breedte geluidszones langs wegen Stedelijk gebied Buiten stedelijk gebied
Aantal rijstroken
Zone breedte
1 of 2
200 meter
3 of meer
350 meter
1 of 2
250 meter
3 of 4
400 meter
5 of meer
600 meter
In de Wgh zijn grenswaarden opgenomen met betrekking tot de geluidbelasting op de gevels van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen. De voorkeursgrenswaarde voor de geluidbelasting op de gevel is 48 dB en mag in principe niet worden overschreden. Onder bepaalde voorwaarden, als maatregelen onvoldoende doeltreffend zijn en het voldoen aan de grenswaarden onoverkomelijke bezwaren ontmoet van landschappelijke, stedenbouwkundige of financiële aard, mag de geluidbelasting hoger zijn dan de voorkeursgrenswaarde. Hiervoor dient middels een ontheffing een hogere waarde te worden vastgesteld. Tabel 4.2: Maximale ontheffingswaarden Situatie
Maximale ontheffings-
Artikel
waarde Stedelijk gebied
Nieuwe woningen
63 dB
Artikel 83, lid 2 Wgh
Vervangende nieuwbouw
68 dB
Artikel 83, lid 5 Wgh
Buiten stedelijk gebied
Nieuwe woningen
53 dB
Artikel 83, lid 1 Wgh
Agrarische bedrijfsbebouwing
58 dB
Artikel 83, lid 4 Wgh
Vervangende nieuwbouw
58 dB
Artikel 83, lid 7 Wgh
Vervangende nieuwbouw* binnen de zone van
63 dB
Artikel 83, lid 6 Wgh
een autoweg of autosnelweg
*Met dien verstande dat de vervanging niet zal leiden tot een ingrijpende wijziging van de bestaande stedenbouwkundige functie of structuur en een wezenlijke toename van het aantal geluidgehinderden bij toetsing op bouwplanniveau voor ten hoogte 100 woningen.
Hoofdstuk 4
23
Het plan voorziet niet in de aanleg van een weg of de realisatie van een geluidgevoelige functie. Het plan staat geen nieuwe woningen toe, en geen andere geluidgevoelige functies als onderwijsgebouwen, ziekenhuizen en verpleeghuizen, verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen of kinderdagverblijven. Het uitvoeren van akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai is niet noodzakelijk. Toetsingskader spoorweglawaai Het plan is niet gelegen in de geluidzone van spoorwegen en voorziet niet in de realisatie van geluidgevoelige functies. Er hoeft geen akoestisch onderzoek spoorweglawaai te worden uitgevoerd. Toetsingskader industrielawaai Zonering van een industrieterrein volgens de Wet geluidhinder is het ruimtelijke scheiden van (grote) lawaaimakers en geluidsgevoelige objecten. Deze scheiding ontstaat door het vaststellen van een zone rondom het industrieterrein waarin het toelaten van geluidsgevoelige objecten enkel onder voorwaarden mogelijk is. Het bestemmingsplan staat geen grote lawaaimakers toe, voorziet niet in geluidgevoelige objecten en is niet gelegen in de zone van geluidgezoneerde industrieterreinen. Het uitvoeren van akoestisch onderzoek industrielawaai is niet noodzakelijk. 4.2.2 Conclusie Het plan staat geen geluidgevoelige functies toe en is niet gelegen in de onderzoekszone van wegen, spoorwegen of industrieterreinen.
Vanuit de Wet geluidhinder bestaan er geen belemmeringen tegen het planvoornemen. Wel voorziet het plan in het toevoegen van functies die geluid produceren in de nabijheid van woningen. In het kader van bedrijven en milieuzonering (paragraaf 4.4) is akoestisch onderzoek uitgevoerd naar het akoestisch woon- en leefklimaat bij de omliggende woningen als gevolg van de ontwikkeling. Meer daarover in paragraaf 4.4.
4.3 Luchtkwaliteit 4.3.1 Toetsingskader De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5, titel 5.2 Wm). Hierin zijn grenswaarden opgenomen voor luchtvervuilende stoffen. Voor ruimtelijke projecten zijn fijn stof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) de belangrijkste stoffen. Een project is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging; het project is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of een regionaal programma van maatregelen. Om te bepalen of een project "niet in betekenende mate" bijdraagt aan de luchtkwaliteit is een algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate' (Besluit NIBM) en een ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) vastgesteld waarin de uitvoeringsregels zijn vastgelegd. Een project kan in twee situaties NIBM bijdragen aan de luchtkwaliteit: het project behoort tot de lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) die is opgenomen in de Regeling NIBM;
Hoofdstuk 4
24
het project heeft een toename van minder dan 3% van de jaargemiddelde concentratie NO 2 en PM10 (1,2μg/m3).
4.3.2 Onderzoek Op basis van de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland van het RIVM is inzichtelijk gemaakt of er sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van de grenswaarden voor fijn stof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide (NO2). De grenswaarden voor deze stoffen zijn opgenomen in de onderstaande tabel evenals de gemeten waarden op de GCDN-kaarten (jaar 2020).
Stof PM10 PM2,5 NO2
Grenswaarde 40 μg/m3 25 μg/m3 40 μg/m3
Gemeten waarde 17,95 μg/m3 11,44 μg/m3 16,00 μg/m3
Op zo`n 690 meter ten oosten van het plangebied is de Rijksweg A2 gelegen, waarlangs meetpunten zijn geplaatst voor de luchtkwaliteit. Via de NSL-monitoringstool kan worden nagegaan welke luchtkwaliteitswaarden er langs weg worden gemeten. De NO2-waarde bedraagt minder dan 35 μg/m3, de PM10-concentratie bedraagt minder dan 35 μg/m3, het aantal PM10-overschrijdingsdagen bedraagt minder dan 35 dagen per jaar en de PM2,5-concentratie bedraagt minder dan 20 μg/m3. Hiermee wordt het beeld van de GCDN-kaarten bevestigd. 4.3.3 Conclusie De luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied is goed. Er is bij lange na geen sprake van een overschrijding of dreigende overschrijding van de grenswaarden. Kijkend naar de omvang van het plan is het niet waarschijnlijk dat het plan zorgt voor een toename van 3% of meer van de gemiddelde jaarconcentratie NO2 en PM10 (1,2μg/m3). Luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor het plan.
4.4 Bedrijven en milieuzonering 4.4.1 Toetsingskader Onder milieuzonering wordt verstaan het waar nodig zorgen voor een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds bedrijven of overige milieubelastende functies en anderzijds milieugevoelige functies zoals woningen. Bij de planontwikkeling dient rekening te worden gehouden met milieuzonering om de kwaliteit van het woon- en leefmilieu te handhaven en te bevorderen en daarnaast bedrijven voldoende zekerheid te bieden dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitvoeren. Richtafstanden Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ 4. In de publicatie is een lijst opgenomen met bedrijfstypen. Voor de bedrijfstypen zijn indicatieve (richt)afstanden bepaald voor de milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De richtafstanden vormen een indicatie van de aanvaardbaarheid in de situatie dat gevoelige functies in de nabijheid van milieubelastende functies worden gesitueerd. Indien 4
‘Bedrijven en Milieuzonering’, Uitgave VNG, Den Haag, 2009.
Hoofdstuk 4
25
bekend is welke activiteiten concreet worden beoogd of aanwezig zijn, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting (in plaats van de richtafstanden). Omgevingstype De richtafstanden zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit zoals die wordt nagestreefd in een rustige woonwijk of een vergelijkbaar omgevingstype (zoals een rustig buitengebied, een stiltegebied of een natuurgebied). Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven en kantoren) voor. Binnen gemengde gebieden heeft men te maken met milieubelastende en milieugevoelige functies die op korte afstand van elkaar zijn gesitueerd. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Voorbeelden van gebieden met functiemenging zijn horecaconcentratiegebieden, stadscentra, winkelcentra en winkelgebieden van dorpskernen, woon-werkgebieden met kleinschalige ambachtelijke bedrijvigheid, gebieden langs stadstoegangswegen met meerdere functies en lintbebouwing in het buitengebied met veel agrarische en andere bedrijvigheid. 4.4.2 Onderzoek Het voorliggende bestemmingsplan maakt geen milieugevoelige functies mogelijk. Wel voorziet het plan in enkele milieubelastende activiteiten, zoals een sporthal en een dorpshuis.
Dit zijn geen zwaar milieubelastende activiteiten, maar kunnen wel zorgen voor aanvullende geluidbelasting op de tegenover gelegen woningen. Het omgevingstype van het plangebied kenmerkt zich als rustige woonwijk. Er zijn hoofdzakelijk woningen in de directe omgeving te vinden, er is geen sprake van een ontsluitingsweg en er is geen sprake van een mix van bedrijvigheid en wonen. Met het voorliggende bestemmingsplan wordt een de uitbreiding van de bestaande sporthal en de bouw van een buurt-/dorpshuis toegestaan. Deze beide activiteiten staan opgenomen in de lijst met bedrijfsactiviteiten en richtafstanden van de VNG. Activiteit Sporthal (cat. 3.1) Club-/buurthuis (cat. 2) Kantine (cat. 1)
Afstand in meters Geur Stof 0 0 0 0 10 0
Geluid 50 (C) 30 (C, D) 10 (C, D)
Gevaar 0 0 0
Verkeer 1P 2P 1P
We zien dat er voor de voorgenomen activiteiten ten aanzien van geur en geluid richtafstanden in acht moeten worden genomen. De feitelijke afstand tot de dichtstbijzijnde woning aan de overkant van de Thornerweg bedraagt 23 meter. Hiermee behoeft het aspect geur en geluid voor de kantine, met een richtafstand van 10 meter, geen nadere beschouwing. De sportzaal en het buurthuis kennen een richtafstand voor geluid van respectievelijk 50 en 30 meter tot aan woningen, met indices C voor ‘continu’ en D voor ‘divers’. Hiermee is aangegeven dat er rekening moet worden gehouden met een diversiteit aan geluiden en dat deze geluiden gedurende de gehele dag kunnen voorkomen. Ter onderbouwing van een goede ruimtelijke ordening en om aan te tonen dat er ter plaatse van de woningen sprake blijft van een goed woon- en leefklimaat is een akoestisch onderzoek 5 uitgevoerd
5
Econsultancy, Akoestisch onderzoek industrielawaai Thornerweg te Wessem, rapportnummer 11947.004 D4, d.d. 16 september 2020
Hoofdstuk 4
26
voor de nieuwe bedrijfssituatie ter plaatse. De conclusies zijn hieronder opgenomen. Voor de gehele rapportage wordt verwezen naar de bijlagen bij deze toelichting. Daarnaast zijn er voor het aspect parkeren de indices 1P en 2P opgenomen. De verkeersaantrekkende werking kan namelijk tevens van belang zijn voor de toelaatbaarheid van een functie op een bepaalde locatie. Dit vertaalt zich niet in vaste afstanden, maar in een kwalitatieve index: 1. potentieel geringe verkeersaantrekkende werking; 2. potentieel aanzienlijke verkeersaantrekkende werking; 3. potentieel zeer grote verkeersaantrekkende werking. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen personenvervoer met de letter P en goederenvervoer, met de letter G. De index voor verkeersaantrekkende werking is van belang in combinatie met de verkeersontsluiting van het plangebied. Om te zien of het plan toelaatbaar is ten aanzien van de aspecten parkeren en verkeer, is een parkeer- en verkeeronderzoek uitgevoerd. De resultaten zijn reeds in paragraaf 4.1 besproken en worden hieronder nogmaals kort samengevat. 4.4.3 Conclusie Met betrekking tot de richtafstanden voor stof en geur zijn er geen belemmeringen met betrekking tot een goed woon- en leefklimaat. Voor de beoordeling van het aspect geluid wordt verwezen naar het afzonderlijke advies geluid.
Verkeer De clustering van faciliteiten rondom Sporthal De Tump zorgt voor een toename van verkeer rondom deze sporthal. De huidige intensiteiten in combinatie met de geprognosticeerde verkeersgeneratie van deze clustering geven echter verkeerskundig geen probleem. Met een verkeersintensiteit van maximaal 1.287 mvt/etmaal zijn er geen verkeersproblemen te verwachten. Doordat het een clustering is van reeds in het dorp aanwezige functies is de verwachting dat dit niet zal leiden tot een forse toename van verkeer van buiten de kern Wessem. Geluid Op basis van de meest actuele planuitwerking is een inschatting gegeven van de te verwachten geluidsbelasting ter plaatse van omliggende woningen en geluidgevoelige bestemmingen. In het kader van vergunningverlening zal mogelijk sprake zijn van drie of meer afzonderlijke inrichtingen, maar gezien de samenhang is in de ruimtelijke afweging het gehele gebied als één inrichting beschouwd. In lijn met de systematiek uit de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening (VROM, 1998) wordt in de dagperiode getoetst op 1,5 meter boven maaiveld, in de avond- en nachtperiode op bovengelegen verdiepingen. Uitzondering is de woonwagenstandplaats, waar in lijn met de Wet geluidhinder de geluidsbelasting is getoetst op de grens van het terrein, enkel op 1,5 meter boven maaiveld. In bijlage 2 zijn alle berekeningsresultaten in detail weergegeven.