CConstaterende datMaasgouw
Koppel je AI →
Document · PDF

03. concept Begroting Westrom 2024.pdf

03. Commissievergadering 16 mei 2023, gemeente MaasgouwBij agendapunt: Voorstel zienswijzen ontwerpbegroting Westrom10.810 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

BEGROTING 2024

1

Inhoudsopgave

Aanbiedingsbrief 1. Directieverslag ..................................................................................................................................... 4 1.1 Inleiding .............................................................................................................................................. 4 1.2 Algemeen ........................................................................................................................................... 4 1.3 Uitvoeren strategische doelstellingen ................................................................................................ 5 1.4 Uitvoeren verbetermaatregelen 2020 - 2024 ..................................................................................... 6 1.5 Meerjarenbegroting ............................................................................................................................ 8 1.6 Vier pijlers......................................................................................................................................... 11 1.7 Tot Slot ............................................................................................................................................. 12 2. Beleidsbegroting ................................................................................................................................

14 2.1 Programmaplan ................................................................................................................................ 14 2.2 Paragrafen........................................................................................................................................ 15 3. Financiële begroting .......................................................................................................................... 21 3.1 Baten en lasten ................................................................................................................................ 21 3.2 Grondslagen ..................................................................................................................................... 22 3.3 Toelichting baten en lasten .............................................................................................................. 22 3.4 Financiële positie ............................................................................................................................. 23 3.5 Meerjarenraming .............................................................................................................................. 26 4 Bijlagen ..............................................................................................................................................

28 4.1 Gemeentelijke tabellen ..................................................................................................................... 28

Adresgegevens: Westrom De Hanze 1 Postbus 1117 6040 KC Roermond Kamer van Koophandel 14114157

Telefoon Fax E-mail Website Facebook

(0475) 389898 (0475) 389890 info@westrom.nl www.westrom.nl facebook.com/westromNL

2

Betreft Datum

: Aanbiedingsbrief conceptbegroting 2024 : 23 maart 2023

Hierbij bied ik u de conceptbegroting van Westrom aan voor het jaar 2024. Deze begroting is opgesteld conform de regels van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). De conceptbegroting bestaat uit een directieverslag (hoofdstuk 1), een beleidsbegroting (hoofdstuk 2) en een financiële begroting (hoofdstuk 3). Hoofdstuk 2 bevat een diepere financiële analyse o.a. over de financiering van Westrom. Ik verzoek u deze conceptbegroting via de in de Gemeenschappelijke Regeling Westrom voorgeschreven procedure ter vaststelling door te leiden naar het algemeen bestuur. Een concept vaststellingsbesluit wordt op 28 juni 2023 aan de vergadering van het algemeen bestuur van Westrom voorgelegd. Besluitvormingsprocedure De besluitvormingsprocedure met betrekking tot de Begroting 2024 is als volgt: -

21 maart 2023 5 april 2023 6 april 2023

: : :

-

6 juni 2023

:

-

21 juni 2023 22 juni 2023

: :

-

28 juni 2023

:

-

7 september 2023 :

Informatiebijeenkomst ten behoeve van de beleidsambtenaren; Bespreking van de conceptbegroting in het dagelijks bestuur; Verzending van de conceptbegroting voor commentaar naar de raden van de deelnemende gemeenten; Uiterste ontvangstdatum van de commentaren van de raden van de deelnemende gemeenten; Behandeling van de reacties in het dagelijks bestuur; Verzending van de conceptbegroting met de (eventuele) reacties naar het algemeen bestuur; Behandeling van de conceptbegroting en vaststelling in het algemeen bestuur; en Verzending van de vastgestelde Begroting 2024 aan het college van Gedeputeerde Staten en aan de deelnemende gemeenten.

In het afgelopen jaar is de wereld om ons heen o.a. door de oorlog in de Oekraïne flink veranderd. Dit heeft een serieuze invloed op de begroting van Westrom. We zijn geconfronteerd met forse (deels geschatte) prijsstijgingen. Westrom kiest ervoor in 2024 de gemeentelijke bijdrage nog niet te verhogen, vanaf 2025 ontkomen we daar niet meer aan. In de voorliggende begroting bedraagt de Gemeentelijke Bijdrage in 2024 in totaal € 1.430.000. Het exploitatietekort wordt opgevangen uit de - daarvoor opgebouwde - reserves. De Rijksbijdrage 2024 daalt in absolute zin wederom t.o.v. 2023, maar vanwege landelijke volumeinzichten stijgt ook in 2024 het subsidiebedrag per Wsw-FTE. Evenals in voorgaande begroting hebben we het subsidiebedrag naar het prijspeil van het begrotingsjaar (hier: 2024) gebracht. Beide effecten zorgen voor het verwachte negatieve subsidieresultaat in 2024 van -/- € 1.164.000. Conform bestuursbesluit wordt vanaf PB2023 voorlopig niet meer gedoteerd aan de krimpvoorziening. Graag ben ik bereid om deze conceptbegroting 2024 nader toe te lichten.

Henriëtte Maas algemeen directeur 3

1. Directieverslag 1.1 Inleiding In de tweede helft van 2022 werd ook binnen Westrom duidelijk dat de wereld om ons heen serieus is veranderd. Waar we – financieel gezien – redelijk ongeschonden de coronaperiode zijn doorgekomen, is daar nu geen sprake meer van. De effecten van de gestegen inflatie hebben serieuze gevolgen op zowel onze personeelslasten als onze overige lasten. Helaas hebben wij, evenals veel andere organisaties, nauwelijks invloed op deze ontwikkelingen en moeten we de gevolgen hiervan in onze begroting verwerken. Wanneer een nieuw stabiel beeld ontstaat, is nog de vraag. De komende jaren is dan ook niet meer vanzelfsprekend dat de jaarbegroting in lijn ligt met de jaarschijf uit de meerjarenbegroting. Zoals bekend heeft het algemeen bestuur in 2019 een onderzoeksopdracht over Westrom laten uitvoeren door Robert Capel. Doelstelling van de opdracht was informatie leveren aan de deelnemende gemeenten zodat zij goed onderbouwde besluiten kunnen nemen over de toegevoegde waarde die de GR Westrom kan leveren aan het nieuwe beleid en de nieuwe strategie voor het werkdeel van de Participatiewet in oostelijk Midden-Limburg. Helaas heeft het project doorontwikkeling Participatiewet (NEio) waarvoor de onderzoeksopdracht input heeft geleverd, niet tot het gewenste resultaat geleid.

De afspraak was dat Westrom, nadat de vijf gemeenten een besluit hierover hadden genomen, een nieuwe strategie op zou stellen. De strategienota die in 2017 is vastgesteld voor de periode 2018 – 2020 in combinatie met de verbetermaatregelen voor 2020 - 2024 uit het onderzoek van Robert Capel vormen daarom de basis voor de begroting 2024. Het dagelijks bestuur heeft recent besloten, gezien de ontstane situatie, dit jaar een nieuw onderzoek uit te voeren naar de toekomstscenario’s voor Westrom zodat we de strategienota kunnen actualiseren. Bestuur en directie van Westrom hebben met elkaar en met de deelnemende gemeenten als ‘partners in participatie’, de volgende drie doelstellingen in de strategienota geformuleerd: 1. Uitvoeren van de re-integratie in gezamenlijkheid 2. Succesvol invullen van (beschutte) werkplekken 3. Ontwikkelen van medewerkers middels (zo regulier mogelijk) werk In paragraaf twee vindt u basisinformatie over Westrom, paragraaf drie gaat dieper in op de uitvoering van de strategische doelstellingen. In paragraaf vier lichten we de verbetermaatregelen uit het onderzoek van Robert Capel nader toe, waarna we in paragraaf vijf de meerjarenbegroting toelichten waarin de effecten van de sterk gestegen inflatie zijn verwerkt. In paragraaf 6 wordt ingegaan op de verdeling van de begroting naar 4 pijlers, waarna in paragraaf 7 een kort slotwoord volgt.

1.2 Algemeen Westrom is een uitvoeringsorganisatie van en voor de gemeenten Echt-Susteren, Leudal, Maasgouw, Roerdalen en Roermond. Onze deelnemende gemeenten mogen en moeten van ons eisen dat de uitvoering plaatsvindt binnen de gestelde sociale en financiële kaders. Zoals bekend staat Westrom op beide vlakken voor serieuze uitdagingen. De recente kostenontwikkelingen hebben deze uitdagingen vergroot. Westrom voert voor alle deelnemende gemeenten de volledige Wsw uit. Daarnaast worden ook taken uitgevoerd voor de Participatiewet zijnde beschut werk, PW-ers met loonkostensubsidie (LKS) en Re-Integratie activiteiten. De volgende kaders zijn voor ons relevant: -

De Wsw kent geen nieuwe instroom meer. Mensen die al een Wsw-plek hebben, behouden deze; 4

-

-

-

De Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wajong) kent eveneens nauwelijks nieuwe instroom meer. Criteria voor de mensen met een Wajong uitkering zijn aangescherpt; De PW verplicht sinds 1 januari 2017 tot het aanbieden van beschut werk via een dienstbetrekking bij de gemeente of bij werkgevers. Gemeenten bepalen de verdere invulling zelf; De PW compenseert werkgevers door middel van een loonkostensubsidie voor het verschil tussen de loonwaarde van de werknemer op basis van het minimumloon en de daadwerkelijke loonwaarde; De gemeenten kregen tot en met 2020 jaarlijks € 500,- minder per Wsw-medewerker. Het einde van deze bezuinigingsmaatregel en de hoger dan verwachte uitstroom van Wsw-medewerkers zorgen voor een dalend subsidietekort; In de voorliggende Begroting 2024 zijn de effecten van de afbouw van de Wsw-populatie, in combinatie met de voorspelbare uitstroom, verwerkt.

1.3 Uitvoeren strategische doelstellingen De begroting is de financiële weergave van de inzet van een organisatie om te werken aan haar doelstellingen opgenomen in de strategie. In deze paragraaf lichten wij per doelstelling kort toe hoe Westrom de drie geformuleerde doelstellingen realiseert en verwerkt in onze begroting. 1. Uitvoeren van de re-integratie in gezamenlijkheid (pijler Re-integratie) De re-integratie activiteiten worden gefinancierd middels een lumpsum financiering. Dat wil zeggen dat Westrom, voor de middelen die per gemeente beschikbaar worden gesteld, een vooraf afgesproken aantal trajecten uitvoert die maximaal één jaar duren (met een optie tot verlenging door de gemeenten). Westrom zet haar volledige expertise in, zonder extra kosten. Alle trajecten zijn maatwerk. Komt iemand in een traject bij Westrom, dan gaat Westrom hierbij planmatig, systematisch, transparant en meetbaar te werk. In overleg met de klantmanagers van de gemeente wordt besloten iemand gedurende het traject tijdelijk te laten werken binnen dan wel buiten Westrom zodat zij hun eerste werkervaring op kunnen doen en dit op kunnen nemen in hun CV. Na afronding van een traject biedt Westrom de mensen die de stap naar een betaalde baan - al dan niet met loonkostensubsidie - kunnen maken aan bij het Werkgeversservicepunt (WSP).

Westrom informeert de deelnemende gemeenten vanaf het tweede kwartaal in de kwartaalrapportage over de geleverde prestatie. Het afgelopen jaar was het percentage “uitstroom uit uitkering” van het totaal door Westrom uitgevoerde trajecten ca. 50%. De financiële resultaten c.q. opbrengsten voor dit deel van de uitvoering van de Participatiewet zijn niet zichtbaar in de administratie van Westrom, maar treden op bij de gemeenten. Het resultaat van de uitvoering is namelijk (gedeeltelijke) uitstroom uit de bijstand. Er is niet alleen sprake van het bereiken van een sociale doelstelling (een inwoner krijgt werk), maar ook een financieel effect omdat de uitgaven voor de bijstand dalen. In de komende jaren willen de gemeenten, evenals Westrom en het WSP, de resultaatsturing op dit vlak verfijnen. 2. Succesvol invullen van (beschutte) werkplekken (pijler Wsw en BuW) Onder deze doelstelling vallen alle medewerkers met een Wsw-contract en medewerkers die vanaf 1 januari 2015 een advies beschut werk hebben gekregen. Het merendeel van de Wsw-medewerkers is buiten Westrom aan de slag. Zij zijn of individueel gedetacheerd of middels een groepsdetachering bij een werkgever aan het werk. We stellen alles in het werk om een medewerker met een advies beschut werk ook te detacheren. Dit lukt bij ca. 30% van hen.

Westrom heeft ook beschutte werkplekken voor die medewerkers die een werkplek nodig hebben met zodanige mate van begeleiding en aanpassing dat van een reguliere werkgever niet verwacht mag 5

worden dat hij deze mensen in dienst neemt. Deze werkplek is of binnen Westrom of bij een werkgever onder leiding van Westrom. Hoeveel mensen in de komende jaren gebruik moeten (blijven) maken van deze faciliteit, is moeilijk in te schatten, vanwege twee effecten. Enerzijds blijkt dat meer Wswmedewerkers dan begroot, als gevolg van de ouder en zwakker wordende populatie, hiervan gebruik (hebben) moeten maken. Anderzijds blijft de instroom in beschut werk achter bij onze gebudgetteerde cijfers en bij de (hogere) taakstelling vanuit het Rijk. Dit is verontrustend omdat we ons realiseren dat het niet zo is dat deze medewerkers er niet meer zijn. Het op niveau houden van de toegevoegde waarde die onze medewerkers genereren, is een stevige uitdaging voor de komende jaren. De uitstroom van Wsw-medewerkers ligt hoger dan de instroom van medewerkers vanuit de PW. Dit betekent dat Westrom de begroting moet baseren op een krimpscenario. 3. Ontwikkelen van medewerkers middels (zo regulier mogelijk) werk (alle pijlers) Wij hebben en houden de overtuiging dat ieder mens talenten heeft die het verdienen te worden ontwikkeld en te worden benut. Onze bijdrage hieraan is mensen arbeidsfit maken of houden. Wij brengen mensen werknemersvaardigheden bij (o.a.

tijdig aanwezig zijn, solliciteren, conflicthantering) en werken in nauwe samenwerking met de klantmanager van de gemeente aan het oplossen van problemen in andere leefgebieden zodat de slaagkans op de arbeidsmarkt zo groot mogelijk is. Wij blijven erop gericht om elke medewerker zo regulier mogelijk aan de slag te helpen, waarbij we streven naar een zo hoog mogelijke loonwaarde. Voor onze Wsw-medewerkers doen wij dit zowel intern als extern. Intern door een grote diversiteit aan activiteiten met verschillend niveau van complexiteit en uitdaging, extern met behulp van detacheringsconstructies. Ook voor PW-medewerkers die wij niet in vaste dienst kunnen nemen, dragen wij maximaal bij aan het verhogen van hun kans om blijvend deel uit te maken van de arbeidsmarkt. Een van de werkwijzen die wij hierbij toepassen is mensen een tijdelijk contract geven en detacheren bij een reguliere werkgever. Via die constructie kunnen werkgever en werknemer elkaar leren kennen. Waar dit niet leidt tot een vaste baan bij de werkgever, levert het in elk geval werkervaring op.

1.4 Uitvoeren verbetermaatregelen 2020 - 2024 Uit het onderzoek dat in 2019 heeft plaatsgevonden, zijn voor Westrom de volgende verbetermaatregelen voortgekomen: i. ii. iii. iv. v. vi. vii.

Tarieven individuele detacheringen Tarieven groepsdetacheringen Ziekteverzuim Van binnen naar buiten Portfolio intern Capaciteit regulier personeel Financiering nieuwe doelgroepen 

Tarieven groepsdetachering (ii) en Financiering nieuwe doelgroepen (vii) De positieve financiële effecten van de maatregelen tarieven groepsdetacheringen en financiering nieuwe doelgroepen zijn verwerkt in de begroting. Zoals bekend zijn de opbrengsten van de groepsdetacheringen in de afgelopen jaren genormaliseerd. Dit heeft geleid tot grofweg 1 miljoen hogere toegevoegde waarde. In de begroting 2024 is de integrale kostprijs, inclusief doorbelasting van de overhead o.b.v. de voorgestelde verdeelsystematiek, zo reëel mogelijk toegerekend aan de vier pijlers. In 2022 en 2023 was de tariefstelling voor de doelgroepen PW en BuW vastgesteld op € 6.900 (PW) en 6

€ 7.700 (BuW) per persoon. Met ingang van 2024 bedragen de tarieven € 6.000 (PW) en € 8.500 (BuW). Deze tarieven worden sinds 2022 bij de gemeenten in rekening gebracht en verantwoord onder dekkingsbijdrage PW en BuW. Het effect hiervan is dat de gemeentelijke bijdrage verlaagd is en enkel betrekking heeft op de Wsw. Omdat de begroting 2024 sluit met een exploitatietekort, sluiten alle 4 de pijlers (met uitzondering van de pijler PW) af met een tekort dat wij opvangen uit de opgebouwde reserves. Het streven is deze resultaten zo dicht mogelijk bij nul te houden. Voor de pijler Re-integratie vraagt dit extra aandacht. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door het feit dat de opbrengsten (lumpsumgelden) niet geïndexeerd worden, terwijl de kosten van de betreffende pijler (zoals inflatiecorrectie personeelskosten) wel stijgen. In 2023 gaan we opnieuw, samen met het dagelijks bestuur, kijken hoe we in de huidige werkelijkheid vanaf 2025 de drie pijlers weer op nul uit kunnen laten komen. 

Ziekteverzuim (iii) In 2021 is Westrom erin geslaagd het ziekteverzuim in lijn te brengen met het verzuim in de sector, waar we in 2019 nog 4% boven het landelijk gemiddelde scoorden. Dit was de doelstelling die we onszelf gesteld hadden na het onderzoek in 2019. In 2022 hebben we dit succes weten te handhaven. Concreet betekent dit dat er nu dagelijks ca. 35 medewerkers meer aan de slag zijn dan 3 jaar geleden. Een belangrijk sociaal resultaat. Het is lastig een inschatting te maken van de financiële effecten, ook omdat de coronamaatregelen in 2022 een tegengesteld effect op de toegevoegde waarde hebben gekend. De opdracht die we onszelf blijven opleggen is het ziekteverzuim in lijn houden met het gemiddelde in de sector. Een uitdagende doelstelling die we alleen gezamenlijk kunnen bereiken.

Overige verbetermaatregelen De overige verbetermaatregelen zijnde tarieven individuele detacheringen (i), van binnen naar buiten (iv), portfolio intern (v) en capaciteit regulier personeel (vi) zijn gericht op behoud van toegevoegde waarde, in de pas blijven lopen qua kosten en de realisatie van onze 3e strategische doelstelling, namelijk het zo regulier mogelijk plaatsen van medewerkers. Deze maatregelen voorkomen een verslechtering van ons financiële resultaat.

7

1.5 Meerjarenbegroting1 De meerjarenbegroting is de resultante en financiële weergave van alle activiteiten van Westrom zijnde de uitvoering van de Wsw, PW, re-integratie en beschut werk.

Begroting 2024

2025

2026

2027

Toegevoegde waarde

8.957.000

8.606.000

8.125.000

7.838.000

Loonkosten regulier

-5.595.000

-5.624.000

-5.643.000

-5.703.000

Overige kosten

-5.106.000

-5.106.000

-5.106.000

-5.106.000

Gemeentelijke bijdrage

530.000

530.000

530.000

530.000

Operationeel resultaat

-1.214.000

-1.594.000

-2.094.000

-2.441.000

Loonkosten Wsw

-21.453.000

-20.043.000

-18.407.000

-16.857.000

Subsidies Wsw

20.289.000

19.151.000

17.986.000

16.520.000

Subsidieresultaat Wsw

-1.164.000

-892.000

-421.000

-337.000

Kosten Begeleid Werken

-367.000

-359.000

-334.000

-325.000

Subsidies Wsw

816.000

797.000

742.000

723.000

Resultaat Begeleid Werken

449.000

438.000

408.000

398.000

Loonkosten PW

-696.000

-706.000

-717.000

-728.000

Loonkostensubsidie PW

246.000

250.000

254.000

258.000

Dekkingsbijdrage PW

210.000

210.000

210.000

210.000

Subtotaal PW

-240.000

-246.000

-253.000

-260.000

-1.341.000

-1.402.000

-1.423.000

-1.445.000

Loonkostensubsidie BuW

939.000

953.000

967.000

982.000

Dekkingsbijdrage BuW

502.000

502.000

502.000

502.000

Subtotaal BuW

100.000

53.000

46.000

39.000

Overige baten en lasten

-100.000

-100.000

-100.000

-100.000

Gemeentelijke bijdragen Wsw

900.000

2.375.000

2.450.000

2.750.000

Gerealiseerd / geraamd totaal saldo van baten en lasten

-1.269.000

34.000

36.000

49.000

Kosten van overhead

9.858.000

9.887.000

9.906.000

9.966.000

Loonkosten BuW

1

De uitkomst van het momenteel lopende proces over de toekomst van Westrom is van invloed op de in deze begroting opgenomen meerjarenraming 8

Operationeel resultaat Wanneer we kijken naar het operationeel resultaat, dan zien we – vanwege de hoge inflatie – vanaf de Herziene Begroting 2023 een negatief operationeel resultaat verschijnen, dat de komende jaren verder oploopt. De effecten van de hoge inflatie en de krimpende doelgroep in combinatie met het feit dat de rek eruit is als het gaat om kostenbesparingen, maakt dat het operationeel resultaat verder daalt. De onzekerheid over de effecten van o.a. de oorlog in de Oekraïne en als gevolg daarvan de oplopende inflatie maken het opstellen van de begroting nog een grotere uitdaging dan het al was. In onze sector en dus ook voor Westrom blijft de belangrijkste uitdaging het managen van de toegevoegde waarde en de effecten hiervan op het operationeel resultaat. De uitstroom is elk jaar hoger dan begroot, de instroom is jaarlijks lager dan begroot en de groep die start is zwakker dan de groep die uitstroomt. Dit leidt tot een vergrijzing en verzwakking van de populatie met als gevolg dat de toegevoegde waarde onder druk staat. Dit ondanks de prijsstijging die Westrom bij haar klanten heeft doorgevoerd die in lijn lag met de inflatiecijfers. Gezien de hoge inflatie leidt de terugloop van de toegevoegde waarde in combinatie met fors gestegen bedrijfskosten (o.a. reguliere loonkosten, energie en huur pand) al in 2023 tot een stevige daling van het operationeel resultaat.

De komende jaren monitoren wij deze ontwikkeling en zetten wij, indien nodig, de opgebouwde krimpvoorziening in om dit op te vangen. Voor nu hebben we dit niet verwerkt in de begroting om zichtbaar te maken wat de effecten van de inflatie zijn. Het is een landelijk gegeven dat de Wsw-uitstroom zich beduidend sneller ontwikkelt dan oorspronkelijk verwacht; de volumedaling van de Wsw initieel (start Participatiewet) wijkt af van de realisatiecijfers. Dit heeft ook een positieve uitwerking, namelijk een gunstiger subsidieresultaat. We zien dat in Den Haag het besef toeneemt dat behoud van sociale ontwikkelbedrijven van belang is, maar dat vraagt ook om het beschikbaar stellen van middelen. Op korte termijn ontstaan anders opnieuw oplopende financiële tekorten. Nu moeten gemeenten de tekorten financieren hetgeen - begrijpelijk - leidt tot terughoudendheid. Onze zorg is dat bestaande arbeidsplekken ingevuld door Wsw-medewerkers behouden blijven voor de diverse doelgroepmedewerkers, nu onder gebracht in de Participatiewet. Westrom bevindt zich qua kosten op het gemiddelde niveau van de sector. De afgelopen jaren heeft Westrom de lasten fors weten terug te brengen. Echter vanaf 2023 zien we vanwege de hoge inflatie een forse kostenstijging tegemoet, die we vertaald hebben in de Herziene Begroting 2023 en de Primaire Begroting 2024.

Het overgrote deel van deze kostenstijgingen doet zich in de hele sector voor waarmee Westrom niet afwijkt van de trend. Wat betreft de reguliere personeelsbezetting zien we al enkele jaren een stapsgewijze daling, die meebeweegt met de krimpende bezetting. Op basis van de doorrekening van het - onlangs bekendgemaakte - principeakkoord van de cao SGO krijgt ook Westrom te maken met een forse stijging van de reguliere personeelskosten. Ook de overige bedrijfskosten stijgen vanwege hoge doorgevoerde indexaties van overige (vaste) leveranciers.

Subsidieresultaat In het verleden zijn wij en u vaak verrast door onverwachte bijstellingen in het beschikbare budget voor de uitvoering van de Wsw. Deels komt dit door de complexe systematiek van het P-budget als gevolg van loon- en prijsontwikkelingen en deels door ondoorzichtige prognoses van het gemeentelijke budget op basis van het zogenoemde ‘blijfkansenmodel’. Van belang is ons te realiseren dat landelijke volumeontwikkelingen serieus van invloed zijn op het beschikbaar bedrag per standaardeenheid (SE). Deze effecten zijn verdisconteerd in de jaarlijkse circulaires (mei/september), waardoor het subsidiebedrag per SE zich de komende jaren gunstig

9

ontwikkelt. Dit heeft een positief effect op het bedrijfsresultaat. Dit geldt voor iedere gemeente, ongeacht het aandeel in het landelijk budget. Sinds vorig jaar hebben wij de effecten van het gunstigere Wsw-subsidieresultaat zo reëel mogelijk in de begroting verwerkt, dit geldt ook voor de begroting 2024. Als gevolg hiervan verwachten wij geen grote bijstellingen in het gepresenteerde subsidieresultaat bij het bekend worden van toekomstige circulaires. Wel zien wij een risico t.a.v. de indexering van de loonkosten. Verwacht mag worden dat de vakbonden blijven vragen om hogere lonen gezien de lastige financiële situatie waarin veel van onze doelgroepmedewerkers zich bevinden. We hebben rekening gehouden met 2,93% in 2023 en 3,0% in 2024. Mochten de cao-afspraken hoger uitvallen, dan heeft dat een negatief effect op het subsidieresultaat.

Subtotaal PW en BuW Het financiële resultaat van de pijlers PW en BuW is terug te vinden in het 4-pijler model (zie paragraaf 1.6). Westrom wil zo goed mogelijk inzicht geven in de loonkosten van alle type medewerkers en neemt daarom deze subtotalen zichtbaar op in de begroting. We kiezen ervoor om de netto loonkosten (loonkosten -/- loonkostensubsidie) van resp. de doelgroep PW en BuW in de resultatenrekening van Westrom zichtbaar te maken. Tegenover deze netto loonkosten, staat een minimaal even hoge detacheringsvergoeding of toegevoegde waarde uit werk. De dekkingsbijdrage van resp. PW en BuW wordt hier gepresenteerd hetgeen optelt tot een Subtotaal PW / BuW. In de Begroting 2022 is voor het eerst een dekkingsbijdrage PW gebudgetteerd, die bedoeld is ter dekking van begeleidingskosten en overheadkosten om de pijler PW nagenoeg resultaatsneutraal te laten zijn. Tegenover deze dekkingsbijdrage staat een daling van de gemeentelijke bijdrage. Deze werkwijze blijft de komende jaren ongewijzigd. Op basis van de 4-pijler berekening Realisatie 2022 en de inzichten in Herziene Begroting 2023 en Primaire Begroting 2024 wordt het tarief voor begeleidingsvergoeding/dekkingsbijdrage PW vanaf kalenderjaar 2024 verlaagd van € 6.900 naar € 6.000 per persoon. De pijler PW in begroting 2024 komt daarmee resultaatsneutraal uit.

Eveneens wordt vanaf 2022 een dekkingsbijdrage BuW gebudgetteerd die bedoeld is ter dekking van begeleidingskosten en overheadkosten om ook de pijler BuW rondom het nulpunt uit te laten komen. Op basis van de 4-pijler berekening Realisatie 2022 en de inzichten in Herziene Begroting 2023 en Primaire Begroting 2024 wordt het tarief voor begeleidingsvergoeding/dekkingsbijdrage BuW vanaf kalenderjaar 2024 verhoogd naar € 8.500 per persoon. Er resteert in 2024 een verlies bij de pijler BuW dat wij opvangen uit onze reserves. Dit vanwege de hoge inflatie waarvan wij niet op alle onderdelen verwachten dat de stijging van de kosten blijvend is. Wellicht ten overvloede, het bieden van een werkplek of een tijdelijke baan aan mensen die nu geen werk hebben, is een van de doelstellingen van Westrom en draagt bij aan de uitstroom van mensen uit de bijstand. Dit heeft een positief effect op de begroting van gemeenten. Opbouw voorziening krimp Zoals bekend is er tot nu toe in de meerjarenbegroting - conform advies Robert Capel - rekening gehouden met de opbouw van een voorziening om eventuele krimp op te vangen. De kosten hiervoor zijn ondergebracht in overige baten en lasten. De opbouw is gebaseerd op de uitkomsten van het onderzoek van Robert Capel en bedoeld om voor een periode van vijf jaar eventuele kosten voortkomend uit aanpassing van de personeelsbezetting en/of

10

aanpassing van de huisvesting te financieren. De voorziening wordt meerjarig opgebouwd en niet jaarlijks getoetst. Gezien de hoogte van de krimpvoorziening ultimo 2021 en de geplande opbouw in boekjaar 2022, heeft het bestuur besloten om de dotatie aan de krimpvoorziening vanaf Begroting 2023 stil te leggen. Onder andere de toekomstige ontwikkeling van de PW-doelgroep heeft hierop invloed. Mocht de voorziening niet of slechts gedeeltelijk nodig zijn, dan worden deze middelen alsnog uitgekeerd aan de deelnemende gemeenten.

1.6 Vier pijlers Sinds de begroting 2021 is de indeling in de vier pijlers inzichtelijk gemaakt. De vier pijlers dienen:  Als inzicht in de begrotings- en verantwoordingscyclus hoe de activiteiten en financiën zijn verdeeld naar de verschillende doelgroepen.  Als basis om te beoordelen wat een passende vergoeding is voor de nieuwe doelgroepen, zodat voor Westrom naast afspraken over de uitvoering Wsw een dekkende financiering ontstaat voor de uitvoering van overige taken. Omdat gemeenten verschillende beleidskeuzes maken en er sprake is en kan zijn van een verschillende intensiteit per gemeente waarmee van deze diensten gebruikt wordt gemaakt, is extra van belang dat de berekeningswijze gebaseerd is op objectieve criteria die vooraf zijn vastgelegd. In onderstaand 4-pijler model zien we de uitkomsten voor de Begroting 2024:

11

Wsw

BuW

PW

Re-Int

Totaal

Toegevoegde waarde

6.642.000

598.000

547.000

1.171.000

8.957.000

Rechtsstreeks toewijsbare kosten

-1.562.000

-154.000

-44.000

-61.000

-1.821.000

Totaal doorbelastingen

-6.275.000

-635.000

-233.000

-1.208.000

-8.350.000

Resultaat na doorbelastingen

-1.195.000

-191.000

270.000

-98.000

-1.214.000

Loonkosten Wsw

-21.453.000

-21.453.000

Subsidies Wsw

20.289.000

20.289.000

Subsidieresultaat Wsw

-1.164.000

-1.164.000

Kosten Begeleid Werken

-367.000

-367.000

Subsidies Wsw

816.000

816.000

Resultaat Begeleid Werken

449.000

449.000

Loonkosten PW

-696.000

-696.000

Loonkostensubsidie PW

246.000

246.000

Dekkingsbijdrage PW

210.000

210.000

Subtotaal PW

-240.000

-240.000

Loonkosten BuW

-1.341.000

-1.341.000

Loonkostensubsidie BuW

939.000

939.000

Dekkingsbijdrage BuW

502.000

502.000

Subtotaal BuW

100.000

100.000

Overige baten en lasten

-100.000

-100.000

Gemeentelijke bijdragen Wsw

900.000

900.000

Resultaat

-1.110.000

-91.000

30.000

-98.000

-1.269.000

Vanaf het jaar 2022 is – conform bestuursbesluit - een dekkingsbijdrage voor de doelgroepen PW en BuW opgenomen. Omdat we nog geen realisatiecijfers uit 2022 hadden en de aantallen nog relatief klein zijn, hebben we ervoor gekozen om de tarieven in 2023 gelijk te houden aan de in 2022 vastgestelde tarieven. Op basis van voortschrijdend inzicht worden deze tarieven vanaf kalenderjaar 2024 aangepast in € 6.000 per persoon (PW) en € 8.500 per persoon (BuW). De gemiddelde tariefstelling PW en BuW is sterk afhankelijk van de werkvormenmix waarin de nieuwe doelgroep-medewerkers geplaatst zijn. De grootte van de groep is nu nog relatief klein, waardoor “representatieve” financiële informatie nu nog minder betrouwbaar is. Inmiddels is het 4-pijler model doorgerekend op basis van Realisatie 2022, Herziene Begroting 2023 en Primaire Begroting 2024. Dit heeft tot het besluit van de genoemde tariefsaanpassing in 2024 geleid. Wetende dat ook de hoge inflatie veel invloed heeft op de uitkomsten van elke pijler, accepteren we dat de pijler PW en Re-Integratie in 2024 met een negatief resultaat afsluiten. Volgend jaar houden we de tarieven opnieuw tegen het licht.

1.7 Tot Slot Sinds 2021 is de wereld waarin wij leven flink veranderd. De coronapandemie zorgde voor veel onzekerheid en vroeg ongelofelijk veel flexibiliteit van onze organisatie maar vooral van onze doelgroepmedewerkers. Waar we hadden gehoopt weer in stabiel vaarwater te komen nu de pandemie in Nederland vrijwel verslagen is, tekent zich helaas een andere realiteit af. Ook Westrom wordt financieel 12

serieus geraakt door de effecten van de hoge inflatie. De vooruitzichten voor de komende jaren zijn daarmee verslechterd ten opzichte van onze verwachtingen vorig jaar. We hebben zo goed mogelijk een inschatting gemaakt van de kostenstijgingen en de inflatie vanaf 2025 weer genormaliseerd. Of de werkelijkheid zich zo gaat voltrekken, is maar zeer de vraag. Waar wij invloed kunnen uitoefenen om de financiële situatie te verbeteren, zullen wij dit uiteraard doen.

Al onze medewerkers werken, ondanks de onzekere tijden, hard en enthousiast aan de begeleiding van de aan ons toevertrouwde inwoners van Echt-Susteren, Leudal, Maasgouw, Roerdalen en Roermond. Daaraan wordt de meeste tijd en aandacht besteed. Uiteraard realiseren we ons, juist nu de financiële resultaten tegenvallen, hoe belangrijk het voor elke gemeente is om dit tegen acceptabele kosten te realiseren. Wij blijven met u in gesprek over zowel onze sociale als financiële opdracht.

13

2. Beleidsbegroting2 2.1 Programmaplan 2.1.1.

Baten en lasten

In onderstaande tabel zijn de baten en lasten van het programma vermeld. In de financiële begroting zijn deze baten en lasten verder gespecificeerd en toegelicht.

Jaarrekening 2022

Herziene Begroting 2023

Begroting 2024

Totaal baten

36.288.418

34.769.000

34.326.000

Totale lasten Gerealiseerd / geraamd totaal saldo van baten en lasten

-36.026.644

-35.811.000

-35.595.000

261.774

-1.042.000

-1.269.000

1.042.000

1.269.000

0

0

Mutatie reserves Gerealiseerd / geraamd resultaat

2.1.2.

261.774

Algemene dekkingsmiddelen

In onderstaande tabel zijn de inkomsten van deelnemende gemeenten en Rijk in beeld gebracht.

Jaarrekening 2022

Herziene Begroting 2023

Begroting 2024

Rijksbijdrage Wsw

21.512.630

21.337.000

21.105.000

Loonkostensubsidie

1.150.693

1.159.000

1.185.000

Dekkingsbijdragen PW/BuW Gemeentelijke bijdrage Gemeentelijke bijdrage infrastructuur

2.1.3.

716.188

696.000

712.000

2.450.000

1.050.000

900.000

530.000

530.000

530.000

Overhead

De kosten van overhead ter uitvoering van het primaire proces van het programma zijn als volgt begroot:

Kosten van overhead

2.1.4.

Jaarrekening 2022

Herziene Begroting 2023

Begroting 2024

9.613.000

9.656.000

9.858.000

Vennootschapsbelasting

Het standpunt dat de Gemeenschappelijke Regeling Westrom inzake de vennootschapsbelasting inneemt, is dat er geen sprake is van een belastingplicht inzake de vennootschapsbelasting. Het overleg hierover met de belastingdienst heeft geleid tot de bevestiging dat Westrom een beroep kan doen op de subjectvrijstelling van artikel 5 (zgn. SW-vrijstelling). Westrom is vrijgesteld van vennootschapsbelasting.

2

Deze cijfers zijn gebaseerd op de jaarrekening 2022, de herziene begroting 2023 en de conceptbegroting 2024.

14

2.2 Paragrafen 2.2.1. Weerstandsvermogen en risicobeheersing Bij het weerstandsvermogen wordt de mate bepaald waarin Westrom in staat is middelen vrij te maken om substantiële tegenvallers op te vangen, zonder dat het om een beleidswijziging vraagt. Dit vermogen hangt af van de middelen waarover Westrom beschikt om niet begrote kosten te dekken en kent de onderdelen:  Weerstandscapaciteit  Risico’s  Weerstandscapaciteit versus risico’s  Kengetallen Weerstandscapaciteit Bij het beoordelen van mogelijke financiële gevolgen voor Westrom is het financiële weerstandsvermogen van belang. Dit betreft de vrij besteedbare reserves; reserves waaraan door het algemeen bestuur een bestemming is gegeven worden hier niet in meegenomen. Het verloop van de reserves is als volgt:

Jaarrekening 2022 Prognose 2023 Prognose 2024 Algemene reserve

1.400.000

1.400.000

1.400.000

Egalisatiefondsreserve

1.644.674

1.906.448

1.314.448

261.774

-1.042.000

-1.269.000

3.306.448

2.264.448

1.445.448

Gerealiseerd / geraamd resultaat Totaal

In de Regeling verdeling van baten en lasten Westrom is vastgelegd dat de hoogte van de algemene reserve maximaal gelijk mag zijn aan de som van de gekwantificeerde risico's. Het meerdere van een eventueel exploitatieoverschot komt vervolgens ten goede aan het egalisatiefonds. Dit fonds kent een maximum van 20% van het balanstotaal in betreffend boekjaar. Bij een exploitatietekort wordt het tekort eerst gedekt vanuit het egalisatiefonds. Is dit fonds niet toereikend dan wordt het tekort verder gedekt uit de algemene reserve tot het niveau van het weerstandsvermogen is bereikt. Een groter tekort wordt aangevuld door de deelnemende gemeenten conform de verdeling zoals deze is vastgelegd in de regeling. Westrom kent tevens bestemmingsreserves voor personele verplichtingen van € 0,42 miljoen en voor de opvang van negatieve effecten van de hoge inflatie in 2023 van € 0,45 miljoen. Risico’s Risico’s die de financiële positie van Westrom kunnen beïnvloeden dienen in beeld te zijn. Hierbij gaat het om risico’s welke niet of nauwelijks in te schatten zijn of welke gezien het kostenaspect niet afgedekt kunnen worden. Risico’s die afgedekt zijn door middel van voorzieningen of verzekeringen vallen hier niet onder. De volgende risico’s worden onderkend:  Coronavirus COVID-19 Vanaf Maart 2020 is de wereld geconfronteerd met de gevolgen van het Corona-virus.

De eind boekjaar 2020 gevormde corona-reserve à € 450.000 is – conform bestuursbesluit eind 2021 aangehouden voor mogelijke coronategenvallers in boekjaar 2022. Uiteindelijk hebben we – mede 15

dankzij een eenmalige coronavergoeding in 2022 van ca. € 120.000 – deze reserve voor het behalen van minimaal het begroot exploitatieresultaat in boekjaar 2022, niet in hoeven te zetten. Gezien de extreme inflatie en de grotendeels onvoorspelbare prijsstijgingen waarmee Westrom in 2023 geconfronteerd gaat worden, heeft het bestuur begin 2023 besloten om deze reserve te hernoemen in inflatiereserve en in stand te houden voor de verwachte inflatie-tegenvallers in boekjaar 2023.  Bedrijfsvoering Een inventarisatie van de risico’s in de bedrijfsvoering bij de operationele divisies van Westrom levert een gekwantificeerd risico op van € 0,90 miljoen. Dit risico wordt veroorzaakt door mogelijk tegenvallende omzetten, die niet of onvoldoende kunnen worden gecompenseerd.  Inflatie/ Oorlog Oekraïne - Rusland Vanaf maart 2022 is duidelijk geworden dat ten gevolge van de Oekraïne-oorlog de inflatie stevig toegenomen is. Gezien de verwachte (maar deels nog onbekende) prijsstijgingen heeft Westrom medio april 2023 gelijktijdig met het uitbrengen van de Primaire Begroting 2024, ook een Herziene Begroting 2023 uitgebracht. Gezien deze onzekere tijden kunnen de bedrijfskosten in de realisatie negatief afwijken van de begroting. Hiertoe nemen we als financieel risico een bedrag van € 0,50 miljoen op.

 Deelnemingen Door de holdingstructuur loopt Westrom geen direct financieel risico bij de deelnemingen in de diverse samenwerkingsverbanden. Inmiddels zijn de samenwerkingsverbanden voor groen en schoonmaak opgeheven. De financiële afwikkeling loopt boekhoudkundig door tot in 2023. Westrom heeft rekening courant vorderingen op Westrom Holding BV en Westrom Groen BV (de aandeelhouders van de samenwerkingsverbanden). De verwachting is dat in de loop van 2023 Westrom Groen BV de schuld die zij aan Westrom heeft, volledig kan terugbetalen. We nemen dan ook - vanaf de Primaire Begroting 2023 - geen risicobedrag meer op voor het risico dat een (gedeelte) van de vordering op Westrom Groen BV bij Westrom GR afgewaardeerd moet worden.  Omzetbelasting en loonheffing In het kader van horizontaal toezicht is Westrom in overleg met de Belastingdienst over de opzet van een Tax Control Framework, waarbij onder andere risico’s met betrekking de omzetbelasting en loonheffing tot de aandachtspunten behoren. We zijn verheugd om te vermelden dat Westrom het horizontaal toezicht convenant met de belastingdienst voor een periode van drie jaar heeft kunnen verlengen. Het totaal van de gekwantificeerde risico’s bedraagt in 2024 € 1,4 miljoen.

Weerstandscapaciteit versus risico’s Uit de boven aangegeven risicoanalyse blijkt dat de weerstandscapaciteit in 2024 voldoende is om de geïnventariseerde risico’s op te vangen. Kengetallen  Netto schuldquote/ Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Deze quote wordt berekend door de vaste schulden, de netto-vlottende schulden en de overlopende passiva op te tellen en de financiële vaste activa (exclusief deelnemingen), uitzettingen met een rente typische looptijd korter dan 1 jaar, liquide middelen en de overlopende activa ervan af te trekken. Het resultaat wordt gedeeld door het gerealiseerde totaal saldo van de baten. Een netto-schuldquote van 100% betekent dat de schuldenlast de omvang heeft van een jaaromzet. 16

 Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft aan in hoeverre Westrom de financiële verplichtingen (betalingen) aan verschaffers van vreemd vermogen (leningen) kan nakomen. De solvabiliteitsratio wordt berekend door het eigen vermogen te delen door het balanstotaal van alle activa.  Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte geeft aan welke structurele ruimte de organisatie heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. De structurele exploitatieruimte wordt berekend door het saldo van de structurele baten en lasten en de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves te delen door de totale baten.

Jaarrekening 2022 Prognose 2023 Prognose 2024

Kengetallen

-9,3%

2025

2026

2027

-9,5%

-10,2%

-10,9%

Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

-15,0%

-12,8%

-15,0%

-12,8%

-9,3%

-9,5%

-10,2%

-10,9%

Solvabiliteitsratio

47,9%

37,4%

22,3%

22,8%

23,3%

23,9%

Structurele exploitatieruimte

2,1%

-3,0%

-3,7%

0,1%

0,1%

0,2%

Beoordeling verhouding kengetallen ten opzichte van de financiële positie Een netto schuldquote tot 100% wordt als goed beoordeeld, erboven niet meer. Een negatieve uitkomst betekent dat er geen netto-schuld is. De verwachting voor 2024 is een continuering van dit beeld. Westrom voldoet aan de norm. De solvabiliteit wordt in deze als voldoende beoordeeld bij een waarde tenminste tussen de 25% en 40%. Ondanks het teruglopen van het eigen vermogen vanaf 2023 blijft Westrom vooralsnog voldoen aan de norm. De structurele exploitatieruimte wordt als toereikend gezien als er sprake is van een positieve waarde. De verwachte negatieve waarden in 2023 en 2024 hangen samen met de fors gestegen kosten ten gevolge van de inflatie. De te korten worden in deze jaren gemitigeerd vanuit de reserves. 2.2.2.

Onderhoud kapitaalgoederen

Voor 2024 zijn geen beheerplannen ten behoeve van groot onderhoud opgenomen. 2.2.3.

Financiering

Treasury beleid Op 1 juli 2011 heeft het algemeen bestuur het Treasury statuut vastgesteld. Dit statuut geeft de kaders aan waarbinnen Westrom het financieringsbeleid uitvoert en met voorkomende financieringsrisico’s omgaat 3. Ontwikkeling De liquiditeitspositie van Westrom is in 2022 gestegen ten opzichte van de 2021 (€ 877.498). Om in een eventuele liquiditeitsbehoefte te kunnen voorzien bestaat een rekeningcourant-overeenkomst met de Bank Nederlandse Gemeenten. Risicobeheer Het renterisico kent de begrippen kasgeldlimiet en rente-risiconorm. 3

De kaders die hieraan ten grondslag liggen zijn vastgelegd in de Wet FIDO (Financiering Decentrale Overheden en RUDDO (Regeling Uitzettingen en Derivaten Decentrale Overheden).

17

 Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet dient om de risico’s van korte termijnschulden te beperken en grote fluctuaties in de rentelasten te vermijden. Daartoe wordt de werkelijke vlottende schuld getoetst aan een percentage van de omvang van de lasten. Dit percentage (8,20%) is per ministeriële regeling vastgesteld. Uit de tabel blijkt dat Westrom voldoet aan de gestelde eisen. Begroting

Begroting

Q1

Realisatie 2022 Q2

Q3

Q4

2023

2024

Omvang van de lasten (grondslag)

35.175

35.175

35.175

35.175

35.811

35.595

% toegestane kasgeldlimiet

8,20%

8,20%

8,20%

8,20%

8,20%

8,20%

Toegestane kasgeldlimiet

2.884

2.884

2.884

2.884

2.937

2.919

Omvang vlottende korte schuld

904

813

607

586

1.000

1.000

1.284

4.058

5.099

5.112

2.000

2.000

Netto vlottende middelen

380

3.246

4.492

4.526

1.000

1.000

Toegestane kasgeldlimiet

2.884

2.884

2.884

2.884

2.937

2.919

Netto vlottende middelen

380

3.246

4.492

4.526

1.000

1.000

3.264

6.130

7.377

7.411

3.937

3.919

Vlottende middelen

Kasgeldruimte

(bedragen x € 1.000)

 Rente-risiconorm De renterisiconorm dient om de risico’s van de lange termijnschuld te beperken door spreiding van de looptijden van leningen. Hierdoor werken veranderingen in de rente vertraagd door op de rentelasten. In een jaar mogen de herfinancieringen als gevolg van aflossingen en renteherziening gezamenlijk niet meer dan 20% van het begrotingstotaal per 1 januari bedragen. De norm wordt berekend door dit percentage te nemen van de totale vaste schuld per 31-12. Dit percentage is per ministeriële regeling vastgesteld. Uit onderstaande tabel blijkt dat Westrom voldoet aan de gestelde eisen. Realisatie

Begroting

Begroting

2022

2023

2024

Netto renteherziening op vaste schuld

0

0

0

Netto nieuw aangetrokken vaste schuld

0

0

0

Betaalde aflossingen

0

0

0

Herfinanciering

0

0

0

Renterisico op vaste schuld

0

0

0

Stand van de vaste schuld per 31 december

0

0

0

Ministerieel vastgesteld %

20%

20%

20%

Renterisiconorm (minimum € 2.500)

2.500

2.500

2.500

Renterisiconorm

2.500

2.500

2.500

Renterisico op vaste schuld Ruimte (+) / Overschrijding (-)

0

0

0

2.500

2.500

2.500

(bedragen x € 1.000)

18

2.2.4.

Bedrijfsvoering

Westrom kent de operationele divisie Bedrijven en de operationele divisie Arbeidsontwikkeling bestaande uit de teams Re-integratie (incl. Diagnose) en Ontwikkeling. Daarnaast heeft Westrom de ondersteunende stafdiensten Sociale Zaken, Financiën & Informatievoorziening en Facilitaire Zaken. De divisie Bedrijven biedt een (beschutte) werkplek aan diegenen die (nog) niet op de reguliere arbeidsmarkt kunnen functioneren. Begin 2022 is de organisatievorm aangepast waarbij de mens ook in de structuur centraal is gepositioneerd. Daardoor ligt er nog meer focus op het ontwikkelen van de medewerkers. Door middel van een grote diversiteit aan werksoorten en werkvormen bieden wij onze medewerkers een breed scala aan mogelijkheden om via passend werk te participeren en stappen te maken in hun persoonlijke ontwikkeling. Team Re-integratie heeft als doel om de deelnemer in een re-integratie-traject of de deelnemer die uitgevallen is op zijn huidige werkplek, zo snel mogelijk weer inzetbaar te krijgen op een zo regulier mogelijke werkplek of participatieplek. Aan de hand van leerdoelen en begeleiding door de consulent op de leerwerkplek maken we een start richting duurzame plaatsing.

Team Ontwikkeling heeft als doel om duurzame plaatsingen van de gedetacheerde deelnemers alsook deelnemers bij externe werkgevers met loonkostensubsidie te realiseren en bovendien de inzetbaarheid van deelnemers te behouden en te ontwikkelen. De stafdiensten houden zich bezig met personeelsbeleid, financiën, informatievoorziening en facilitaire zaken. Zij ondersteunen daarmee de organisatie bij de uitvoering van de kerntaken.

2.2.5.

Verbonden partijen

Stichtingen Aan de Gemeenschappelijke Regeling Westrom zijn twee stichtingen gelieerd. Het dagelijks bestuur van Westrom vormt het bestuur; de algemeen directeur van Westrom voert de directie.  De Stichting Bevordering Werkgelegenheid, Roermond Deze in 1990 opgerichte stichting is in het leven geroepen om private en publieke middelen gescheiden te houden. Via deze stichting kan (tijdelijk) personeel op basis van het Burgerlijk Wetboek worden aangetrokken. Daarnaast kan deze stichting projecten ondersteunen die de werkgelegenheid bij Westrom kunnen bevorderen. Stichting Bevordering Werkgelegenheid ultimo 2022 ultimo 2021 Eigen vermogen € 107.081 € 107.081 Vreemd vermogen € 234.366 € 212.630 Resultaat 2022 €0

 De Stichting Baanmobiel, Roermond Deze in 1997 opgerichte stichting is in 2001 aan de Gemeenschappelijke Regeling Westrom gelieerd. De stichting vervult louter de rol van formeel werkgever voor de PW-ers die na 18 juni 2017 een arbeidsovereenkomst hebben gekregen.

19

Stichting Baanmobiel Eigen vermogen Vreemd vermogen Resultaat 2022

ultimo 2022 ultimo 2021 € 4.474 € 4.474 €0 €0 €0

Besloten Vennootschappen De Gemeenschappelijke Regeling Westrom is 100% aandeelhouder van Westrom Holding BV; Westrom Groen BV is een 100% dochtermaatschappij van Westrom Holding BV.  Westrom Holding BV, Roermond Met instemming van de raden van de deelnemende gemeenten en onder goedkeuring van het College van Gedeputeerde Staten van Limburg heeft de Gemeenschappelijke Regeling Westrom op 24 juni 2010 de besloten vennootschap Westrom Holding opgericht. Westrom Holding BV Eigen vermogen Vreemd vermogen Resultaat 2022

ultimo 2022 ultimo 2021 € 629.717 € 617.572 €0 €0 € 12.145

 Westrom Groen BV, Roermond Op 9 december 2013 is de besloten vennootschap Westrom Groen BV opgericht. Deze BV is per 1 januari 2014 toegetreden tot het bestaande samenwerkingsverband tussen Risse Cultuurtechniek BV en Vebego Wsw-activiteiten IV BV. Vanaf 1 januari 2014 opereerden zij als VOF onder de naam RisseWestrom Groen, tegenwoordig Prio Verve Groen. In onderling overleg hebben de vennoten besloten om Prio Verve Groen met ingang van 31 december 2018 te ontbinden. Zoals bekend heeft Westrom Groen BV tussen 2018 en 2021 tijdelijk voor drie gemeenten de functie van het groenbedrijf uitgevoerd. Met ingang van 2022 is de groenactiviteit van de gemeente Roermond overgegaan naar Groen & Doen BV. De administratieve afwikkeling van Westrom Groen BV wordt in 2023 afgerond, waarna de BV opgeheven wordt. Westrom Groen BV Eigen vermogen Vreemd vermogen Resultaat 2022

ultimo 2022 ultimo 2021 € 10.825 -€ 1.418 € 1.374.619 € 2.060.677 € 12.243

20

3.

Financiële begroting 3.1 Baten en lasten 3.1.1.

Overzicht baten en lasten

Jaarrekening 2022

Herziene Begroting 2023

Begroting 2024

Toegevoegde waarde

8.921.623

9.094.000

8.957.000

Loonkosten regulier

-5.508.345

-5.562.000

-5.595.000

Overige kosten

-4.450.919

-4.940.000

-5.106.000

Gemeentelijke bijdrage

530.000

530.000

530.000

Operationeel resultaat

-507.641

-878.000

-1.214.000

Loonkosten Wsw

-22.243.930

-21.949.000

-21.453.000

Subsidies Wsw

20.712.107

20.529.000

20.289.000

Subsidieresultaat Wsw

-1.531.823

-1.420.000

-1.164.000

Kosten Begeleid Werken

-347.014

-364.000

-367.000

Subsidies Wsw

800.523

808.000

816.000

Resultaat Begeleid Werken

453.509

444.000

449.000

Loonkosten PW

-807.814

-685.000

-696.000

Loonkostensubsidie PW

304.211

243.000

246.000

Dekkingsbijdrage PW

277.956

242.000

210.000

Subtotaal PW

-225.647

-200.000

-240.000

Loonkosten BuW

-1.160.151

-1.308.000

-1.341.000

Loonkostensubsidie BuW

846.482

916.000

939.000

Dekkingsbijdrage BuW

438.232

454.000

502.000

Subtotaal BuW

124.563

62.000

100.000

Overige baten en lasten

-501.187

-100.000

-100.000

Gemeentelijke bijdragen Wsw

2.450.000

1.050.000

900.000

261.774

-1.042.000

-1.269.000

9.613.000

9.656.000

9.858.000

Gerealiseerd / geraamd totaal saldo van baten en lasten Kosten van overhead

21

3.2 Grondslagen Onderstaande uitgangspunten waarop de begroting is gebaseerd, zijn bedoeld als leidraad voor een juiste interpretatie van de financiële overzichten.     

     

De realisatie van circa 576 fte’s arbeidsovereenkomsten Wsw van de deelnemende gemeenten en de realisatie van circa 23 fte’s Begeleid Werken; Uitbesteding re-integratieactiviteiten door gemeenten op tenminste het bestedingsniveau van 2022; Uitbesteding te plaatsen beschut werk door gemeenten binnen de kaders van de Participatiewet; Een dekkingsbijdrage van € 8.500 per persoon BuW en € 6.000 per persoon PW; Ten behoeve van prognose prijspeil 2024, hanteren we een indexering 2,93% voor prijspeil 2023 en 3,0% voor prijspeil 2024 op de loonkosten Wsw ten opzichte van 2022, waarbij het personeelsverloop gerelateerd wordt aan pensioen en 2% extra uitstroom; De te ontvangen Rijksbijdrage Wsw wordt begroot op basis van de Septembercirculaire 2022 eveneens geïndexeerd met resp. 2,93 % en 3,0%; Een gemeentelijke bijdrage van € 0,9 miljoen ter gedeeltelijke dekking van het exploitatietekort; Een gemeentelijke bijdrage van € 530.000 voor de infrastructuur; Een onttrekking aan de bestemmingsreserves voor ca. € 1,3 miljoen ter dekking van het gebudgetteerd exploitatietekort; Een indexering van de reguliere loonkosten o.b.v. het principeakkoord in 2023 (= € 240 vast + 2%) en 5% (effectief 3,75%) in 2024 en jaarlijks 2% (2025 tot en met 2027) Toepassing van de regeling van het lage-inkomensvoordeel (LIV) of het loonkostenvoordeel (LKV);

3.3 Toelichting baten en lasten Toegevoegde waarde Onder de toegevoegde waarde zijn de opbrengsten geraamd van de operationele activiteiten van Westrom, verminderd met de direct aan deze opbrengsten toe te rekenen kosten. Deze activiteiten bestaan uit industriële werkzaamheden in de divisie Bedrijven, detacheringen via de divisie Arbeidsontwikkeling in het reguliere bedrijfsleven en re-integratietrajecten in het kader van de Participatiewet. Subsidies De subsidies bestaan uit de door de gemeenten doorbetaalde Rijkssubsidie Wsw, de loonkostensubsidies op de PW’ers en BuW’ers en de dekkingsbijdragen BuW en PW. Gemeentelijke bijdrage De totale gemeentelijke bijdrage Wsw wordt binnen Westrom uitgesplitst naar gemeentelijke bijdrage voor de infrastructuur (€ 530.000) en een gemeentelijke bijdrage overig ter dekking van het exploitatietekort van de pijler Wsw. Loonkosten De loonkosten bestaan uit de loonkosten voor de Wsw-, PW- en Buw-medewerkers en de reguliere medewerkers die werkzaam zijn bij Westrom. De loonkosten van de doelgroep-medewerkers (Wsw / PW / BuW) zijn – indien van toepassing - gecorrigeerd voor de verwachte korting Lagere Inkomens Voordeel (LIV). Bij de doelgroep PW en BuW wordt rekening gehouden met het terug te ontvangen ziekengeld op basis van de ervaringscijfers van het afgelopen jaar.

Overige kosten De overige kosten worden gevormd door de kosten voor de infrastructuur en diverse kosten. 22

3.4 Financiële positie 3.4.1. EMU-saldo Het exploitatiesaldo (i.e. het saldo van de rekening van baten en lasten) waar decentrale overheden mee werken is een saldo in “baten-lasten” termen. Voor het EMU-saldo zijn echter alleen de transacties met derden relevant. Om het EMU-saldo vanuit het exploitatiesaldo van gemeenten te berekenen moeten correcties worden doorgevoerd. Enerzijds moet het exploitatiesaldo worden gecorrigeerd voor lasten en baten die geen transacties met derden betreffen, zoals afschrijvingen en dotaties aan de voorzieningen. Dit zijn immers lasten die niet tot daadwerkelijke uitgaven leiden. Deze worden dus verwijderd. Anderzijds moet het exploitatiesaldo worden gecorrigeerd voor transacties met derden die niet in de exploitatie zijn opgenomen, zoals investeringen in de (im-)materiële vaste activa die direct op de balans worden geactiveerd en/of mutaties in de voorzieningen voor zover deze transacties met derden betreffen. Deze worden toegevoegd. Jaarrekening 2022

Prognose 2023

Prognose 2024

Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves Mutatie (im)materiële vaste activa

261.774

-1.042.000

-1.269.000

3.215

-12.000

-23.000

Mutatie voorzieningen

563.000

0

0

Mutatie voorraden

22.638

-36.414

0

EMU-saldo

798.921

-993.586

-1.246.000

EMU-norm Volgens het Groei- en Stabiliteitspact voor euro-voerende landen mag het tekort van de overheid niet boven 3% van het bruto binnenlands product (bbp) en de schuld van de overheid niet boven 60% van het bbp uitkomen. Is dit wel het geval dan moet de overheid inspanningen verrichten om het tekort en/of de schuld te verlagen. Het EMU-saldo van de vier overheidslagen samen wordt door de decentrale overheden voor het verslagjaar 2023 geraamd op -/- € 6,4 miljard euro (-/- 0,64% van het bbp). Het saldo overschrijdt de macronorm van – 0,4% van het bbp, die afgesproken is tussen het Rijk en de decentrale overheden. Zolang het EMU-saldo > € 0 is, is Westrom GR geen onderdeel van het landelijk tekort. 3.4.2. Verplichtingen jaarlijks terugkerende arbeidskosten Volgens de voorschriften van het BBV dient aandacht besteed te worden aan de jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. In dit kader volgt hier een opsomming van de niet uit de balans blijkende jaarlijkse verplichtingen voor wat betreft vakantiegeld en vakantiedagen. Voor het niet-gesubsidieerd personeel geldt dat vanaf 2017 geen vakantiegeld verplichtingen meer ontstaan doordat opbouw en uitkering plaatsvinden in hetzelfde boekjaar.

23

Wsw-medewerkers. Deze verplichting kent het volgende verloop: Bedragen in euro's

Realisatie 2022

Prognose 2023

Prognose 2024

Vakantiegeld

851.942

829.000

800.000

Vakantiedagen

394.000

383.000

370.000

1.245.942

1.212.000

1.170.000

Totaal

Niet-gesubsidieerd personeel. Deze verplichting kent het volgende verloop: Bedragen in euro's Vakantiedagen

Realisatie 2022 261.000

Prognose 2023 254.000

Prognose 2024 252.000

261.000

254.000

252.000

Totaal

3.4.3.

Verloop Vaste activa € € € € € € €

684.934 150.000 162.000 672.934 150.000 173.000 649.934

€ € € € €

0 0 0 0 0

Algemene reserve Deze reserve is opgebouwd ter dekking van het benodigde weerstandsvermogen. Stand per 31 december 2022 € 2023: € Stand per 31 december 2023 € 2024: € Stand per 31 december 2024 €

1.400.000 0 1.400.000 0 1.400.000

Boekwaarde per 31 december 2022 Prognose Investeringen 2023 Prognose Afschrijvingen 2023 Boekwaarde per 31 december 2023 Prognose Investeringen 2024 Prognose Afschrijvingen 2024 Boekwaarde per 31 december 2024 3.4.4.

-/-

Verloop Financiering

Stand per 31 december 2022 Aflossing 2023 Stand per 31 december 2023 Aflossing 2024 Stand per 31 december 2024 3.4.5.

-/-

-/-/-

Ontwikkeling eigen vermogen

24

Egalisatiefonds Dit fonds wordt (tot aan het maximum) opgebouwd door de gerealiseerde exploitatieresultaten. Het geprognotiseerde negatieve resultaat 2023 wordt deels gedekt door het egalisatiefonds. Stand per 31 december 2022 € 1.644.674 2023: Resultaat 2022 € 261.744 Stand per 31 december 2023 € 1.906.448 2024: Deel resultaat 2023 -/€ 592.000 Stand per 31 december 2024 € 1.314.448 Bestemmingsreserve personele verplichtingen Deze reserve is in het verleden gevormd voor de verplichtingen ten aanzien van het vakantiegeld en de vakantiedagen van het niet-gesubsidieerd personeel. M.i.v. 2017 (vanwege invoering IKB) is deze reserve bestemd voor de vakantiedagen van het niet gesubsidieerd personeel. Stand per 31 december 2022 € 420.000 2023: € 0 Stand per 31 december 2023 € 420.000 2024: € 0 Stand per 31 december 2024 € 420.000 Bestemmingsreserve inflatie Het dagelijks bestuur heeft op 15 februari 2023 besloten om de ultimo boekjaar 2022 aanwezige coronareserve te hernoemen in inflatiereserve en aan te houden voor de verwachte nadelige financiële (inflatie)gevolgen in 2023. Stand per 31 december 2022 € 450.000 2023: € 0 Stand per 31 december 2023 € 450.000 2024: Deel resultaat 2023 -/€ 450.000 Stand per 31 december 2024 € 0

Samenvattend ziet het verloop van het eigen vermogen er als volgt uit: Jaarrekening 2022

Prognose 2023

Prognose 2024

Algemene reserve

1.400.000

1.400.000

1.400.000

Egalisatiefondsreserve

1.644.674

1.906.448

1.314.448

Bestemmingsreserves

870.000

870.000

420.000

Gerealiseerd / geraamd saldo

261.774

-1.042.000

-1.269.000

4.176.448

3.134.448

1.865.448

Totaal

25

3.5 Meerjarenraming 3.5.1. Meerjarenraming Programmarekening

Begroting 2024

2025

2026

2027

Toegevoegde waarde

8.957.000

8.606.000

8.125.000

7.838.000

Loonkosten regulier

-5.595.000

-5.624.000

-5.643.000

-5.703.000

Overige kosten

-5.106.000

-5.106.000

-5.106.000

-5.106.000

Gemeentelijke bijdrage

530.000

530.000

530.000

530.000

Operationeel resultaat

-1.214.000

-1.594.000

-2.094.000

-2.441.000

Loonkosten Wsw

-21.453.000

-20.043.000

-18.407.000

-16.857.000

Subsidies Wsw

20.289.000

19.151.000

17.986.000

16.520.000

Subsidieresultaat Wsw

-1.164.000

-892.000

-421.000

-337.000

Kosten Begeleid Werken

-367.000

-359.000

-334.000

-325.000

Subsidies Wsw

816.000

797.000

742.000

723.000

Resultaat Begeleid Werken

449.000

438.000

408.000

398.000

Loonkosten PW

-696.000

-706.000

-717.000

-728.000

Loonkostensubsidie PW

246.000

250.000

254.000

258.000

Dekkingsbijdrage PW

210.000

210.000

210.000

210.000

Subtotaal PW

-240.000

-246.000

-253.000

-260.000

Loonkosten BuW

-1.341.000

-1.402.000

-1.423.000

-1.445.000

Loonkostensubsidie BuW

939.000

953.000

967.000

982.000

Dekkingsbijdrage BuW

502.000

502.000

502.000

502.000

Subtotaal BuW

100.000

53.000

46.000

39.000

Overige baten en lasten

-100.000

-100.000

-100.000

-100.000

Gemeentelijke bijdragen Wsw

900.000

2.375.000

2.450.000

2.750.000

Gerealiseerd / geraamd totaal saldo van baten en lasten

-1.269.000

34.000

36.000

49.000

Kosten van overhead

9.858.000

9.887.000

9.906.000

9.966.000

3.5.2.

Toelichting

Op basis van de op dit moment bekend zijnde informatie is een meerjarenraming voor de jaren 2024 tot en met 2027 opgesteld. Bij het opstellen van deze raming is rekening gehouden met een uitstroom Wsw op basis van pensioen en 2% extra. Voor de jaren 2024 en volgende is het niveau PW en BuW constant gehouden (basis = niveau Januari 2023), omdat de daadwerkelijke instroomcijfers niet bekend zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Maasgouw&id=e0175a27-6153-4f34-aaf8-c32ea7b065ae