CConstaterende datMaasdriel
Koppel je AI →
Document · PDF

Vraag 6 - Perspectief onderwijs en opvang Maasdriel

Informatieavond 25 juni 2026, gemeente MaasdrielBij agendapunt: Jaarstukken 2025 en Kaderbrief gemeente Maasdriel9.874 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Perspectief gezamenlijke verantwoordelijkheid samenwerking en voorzieningen Schoolbesturen, kinderopvangorganisaties en gemeente

Opdrachtgever Gemeente Maasdriel

Datum 26 juni 2025

Referentienummer 2240337/20250626JW01

Auteur(s) Merlijn Langenhuijsen, Onno Damen, Florine Meijering, Joëlle Wijntjens

│ Onderdeel van ICS Ruimteregie Groep BV

Inhoudsopgave 1.

Inleiding

4

1.1

Aanleiding

4

1.2

Status

4

1.3

Proces en Participatie

5

1.4

Leeswijzer

5

2.

Definities

6

3.

Context

8

3.1

4.

5.

Beleidsmatig vertrekpunt

8

3.1.1

IHP Maasdriel 2022-2037

8

3.1.2

Lokaal Educatieve Agenda

9

3.1.3

Inclusiever onderwijs 2035

10

3.1.4

Inclusievere kinderopvang

10

3.2

Rollen en verantwoordelijkheden

11

3.3

Huidig aanbod en samenwerking

13

Gezamenlijk perspectief op onderwijs en opvang

14

4.1

Doorgaande lijn

15

4.2

Inclusiever en passender onderwijs

17

4.3

Kindcentrum

20

Aanbevelingen

23

2240337/20250626JW01 | www.icsadviseurs.nl

De inhoud van deze uitgave is eigendom van ICS Adviseurs B.V. te Zwolle. Enkel de opdrachtgever waarmee ICS Adviseurs B.V. een overeenkomst is aangegaan, heeft een gebruiksrecht voor deze uitgave. De inhoud en omvang van dat gebruiksrecht zijn vastgelegd in de algemene voorwaarden van ICS Adviseurs B.V., gedeponeerd bij de Rechtbank Overijssel onder nummer 9/2021, dan wel in de overeenkomst zoals hiervoor bedoeld. Elk ander gebruik van deze uitgave, door opdrachtgever en of derden is uitgesloten, inhoudende dat niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, via internet, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van ICS Adviseurs B.V.

2240337/20250626JW01 | www.icsadviseurs.nl

1. Inleiding 1.1 Aanleiding De gemeente Maasdriel wil dat ieder kind in de gemeente de kans krijgt om zijn/haar talenten volop te benutten en een mooie plek in de maatschappij te vinden. Om dit te bereiken heeft de gemeente in de Lokaal Educatieve Agenda 2022-2027 (LEA) en het bestaande IHP Maasdriel (IHP) een aantal doelen geformuleerd voor de komende jaren. Tegelijkertijd vinden er in Maasdriel diverse ontwikkelingen en initiatieven plaats op het gebied van onderwijs en kinderopvang. De gemeente heeft gesignaleerd dat er, juist vanwege al deze initiatieven, behoefte is aan afstemming en het vormen van een gezamenlijk perspectief op onderwijs en kinderopvang en de daarbij behorende voorzieningen.

1.2 Status Dit perspectief is een strategisch document dat richting geeft aan de gezamenlijke verantwoordelijkheid en rol van gemeente, schoolbesturen en kinderopvangorganisaties. Tussen dit strategisch perspectief en het operationeel niveau bevindt zich het tactisch niveau (zie onderstaande afbeelding). Instrumenten zoals het Integraal Huisvestingsplan (IHP) en een nog te ontwikkelen handelingskader bieden op dat niveau structuur en houvast. Dit perspectief vormt een belangrijke opmaat naar het handelingskader dat de verdere samenwerking ondersteunt.

De betrokken partijen (schoolbesturen, kinderopvangorganisaties, het samenwerkingsverband en gemeente) willen toewerken naar een inhoudelijk kader voor deze ontwikkelingen, initiatieven en onderlinge samenwerking en verbinding. Hiervoor willen zij gezamenlijk een gedragen perspectief ontwikkelen op de samenwerking, de voorzieningen en de daarbij behorende verantwoordelijkheden. Dit gezamenlijk perspectief geeft richting aan hoe in Maasdriel wordt omgegaan met thema’s die het onderwijs en de kinderopvang raken. Belangrijke elementen hierbij zijn het creëren van verbinding en samenwerking. Daarom zijn alle partners uit het onderwijs, kinderopvang en het samenwerkingsverband actief betrokken bij het gezamenlijk formuleren van dit perspectief.

2240337/20250626JW01 | www.icsadviseurs.nl

4/25

1.3 Proces en Participatie

1.4 Leeswijzer

Dit document is tot stand gekomen in samenwerking met medewerkers vanuit gemeente Maasdriel, schoolbestuurders, schooldirecteuren, het samenwerkingsverband PO de Meierij en de vertegenwoordigers van kinderopvangorganisaties. Deze betrokkenen zijn verdeeld in een projectgroep en een werkgroep. De projectgroep bewaakte de uitgangspunten en kaders, en stelde uiteindelijk het perspectief vast. De werkgroep bracht inhoudelijke input in op basis van ervaringen uit de praktijk.

Hoofdstuk 2… geeft inzicht in verschillende definities zodat iedere lezer vanuit hetzelfde perspectief het stuk leest.

Het traject bestond uit diverse (werk)bijeenkomsten waarin informatie is verkregen: ▪

▪

▪

Bilaterale gesprekken met de gemeente, schoolbestuurders, het samenwerkingsverband en vertegenwoordiging van de kinderopvangorganisaties (deze hebben vóór de werkbijeenkomsten plaatsgevonden). Een werkbijeenkomst met de projectgroep, bestaande uit vertegenwoordigers van de gemeente Maasdriel (wethouder en beleidsmedewerkers), drie schoolbestuurders, directeur samenwerkingsverband en vertegenwoordiging van de kinderopvangorganisaties. Een werkbijeenkomst met de werkgroep, bestaande uit alle onderwijsdirecteuren, directeuren kinderopvangorganisaties, de regiomanager van het samenwerkingsverband en beleidsmedewerkers van de gemeente Maasdriel.

Hoofdstuk 3… omvat de context die aan de basis van dit stuk staat. Hoofdstuk 4… beschrijft het gezamenlijk perspectief op de thema’s vanuit gemeente, onderwijs en kinderopvang. Hoofdstuk 5… bevat aanbevelingen voor het vervolg van dit traject.

Voor de lezer is het belangrijk om de informatie uit dit document goed te kunnen taxeren op herkomst en daarmee ook gewicht. Dit is vooral relevant voor hoofdstuk 5. Om de lezer hierin mee te nemen hebben we in hoofdstuk 5 gewerkt met een ‘codering’ waarbij het volgende onderscheid is gemaakt: ▪ ▪ ▪ ▪

BE: betekent herkomst vanuit vastgesteld beleid op Rijksniveau of gemeentelijk niveau. WS: betekent herkomst vanuit de input van de werksessies. BV: betreft een bevinding vanuit ICSadviseurs. AD: betekent een advies/voorzet vanuit ICSadviseurs.

Startpunt voor het proces was het staande beleid zoals opgenomen in de Lokaal Educatieve Agenda en het IHP van de gemeente Maasdriel. Dit vormde de basis van de te verdiepen thema’s (zie hoofdstuk 4).

2240337/20250626JW01 | www.icsadviseurs.nl

5/25

2. Definities Kindcentrum (KC) Een KC is een educatieve voorziening voor kinderen, waarbinnen in ieder geval voorschool en basisonderwijs worden aangeboden. Binnen een KC wordt inhoudelijk en organisatorisch samengewerkt tussen kinderopvang en onderwijs ten behoeve van een doorgaande lijn. Er werd in het verleden ook regelmatig gesproken over een ‘Integraal Kindcentrum (IKC)’ waarbij de aansturing van onderwijs en kinderopvang onder één verantwoordelijke valt. Tegenwoordig wordt er niet meer over een IKC gesproken maar vaak over een KC, vandaar dat de term kindcentrum in dit document wordt gehanteerd.

Brede school Een overkoepelende samenwerking tussen diverse partijen die gericht zijn op kinderen. Het doel is het vergroten van de ontwikkelkansen van ieder kind. Dit betreft een school plus minimaal een ondersteunend aanbod zoals kinderopvang, sport en welzijn, zorg (fysio), bibliotheek et cetera.

Buitenschoolse opvang (BSO) Buitenschoolse opvang is een kinderopvangvoorziening van schoolgaande kinderen buiten onderwijstijd.

Kinderopvang (KO)

Vaak heeft een dergelijk gebouw ook een wijk- en ontmoetingsfunctie. Naast de term MFA worden ook andere termen gebruikt als MFC, Kulturhus of Brede Maatschappelijke Voorziening (BMV).

Primair onderwijs (PO) Het primair onderwijs is een overkoepelende term voor een basisschool en een speciale school voor basisonderwijs (SBO). De wet op het primair onderwijs (WPO) is hierop van toepassing.

Normatieve ruimtebehoefte De gemeentelijke Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs gemeente Maasdriel (2015) (hierna: verordening) schrijft een normatieve ruimtebehoefte voor, oftewel hoeveel ruimte een school nodig heeft.

Op Overeenstemming Gericht Overleg (OOGO) De Jeugdwet en de wet op het passend onderwijs stellen het OOGO verplicht als overleg tussen de samenwerkingsverbanden passend onderwijs en gemeentebestuurders binnen een regio. Het OOGO stemt onder andere de samenwerking van onderwijs en door gemeenten gefinancierde hulp af. Let op: Binnen de verordening bestaat ook een OOGO. Dit is Op Overeenstemming Gericht Overleg dat in het kader van onderwijshuisvesting wordt gevoerd. Dat OOGO wordt in bovenstaande eerste alinea niet bedoeld.

Lokaal Educatieve Agenda (LEA)

Kinderopvang is een professionele voorziening voor de kinderdagopvang van kinderen die gezien hun leeftijd nog niet naar school gaan (0-4 jaar). Het is een brede verzamelterm voor kinderopvang voor baby’s en peuters. De traditionele peuterspeelzaal betreft ook een vorm van kinderopvang en wordt tegenwoordig peuteropvang genoemd.

De Lokaal Educatieve Agenda is geïntroduceerd als een instrument om het lokaal onderwijsbeleid vorm en inhoud te geven na de wetswijzigingen in het onderwijs(achterstanden)beleid in 2006. Het is een instrument voor gemeenten, schoolbesturen en overige partners om in ‘nieuwe verhoudingen’ (meer gelijkwaardige verhoudingen) tot gezamenlijke afspraken te komen over het onderwijs- en jeugdbeleid.

Multifunctionele accommodatie (MFA)

Voor- en vroegschoolse Educatie (VVE) en voorschool

Een MFA is een gebouw waarin meerdere (maatschappelijke) functies samen gehuisvest zijn. Dit is vaak een combinatie van onderwijs, kinderopvang, sport, cultuur, welzijn en zorgfuncties.

Voor- en vroegschoolse educatie is voor kinderen van 2 tot 6 jaar die baat hebben bij extra ondersteuning in hun ontwikkeling. Dit programma wordt aangeboden om een achterstand bij kinderen met een risico te verkleinen voor zij instromen naar de basisschool en uiteindelijk naar groep 3.

2240337/20250626JW01 | www.icsadviseurs.nl

6/25

Gemeenten bepalen middels criteria via het consultatiebureau welke kinderen in aanmerking komen. De Rijksoverheid heeft daar kaders voor opgesteld. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor goede locaties voor voorschoolse educatie. Van de Rijksoverheid krijgen gemeenten geld om dit te organiseren. Naast de VVE bestaat ook de voorschool. De voorschool is een peuteropvangvoorziening ontworpen voor kinderen in de leeftijd van 2 tot 4 jaar met als hoofddoel een soepele overgang naar de basisschool te bevorderen. Kinderen breiden hier spelenderwijs hun taal- en rekenvaardigheden uit.

Schoolplan Om goed onderwijs te kunnen geven, is het nodig dat scholen stelselmatig werken aan kwaliteit. Ze bepalen wat hun ambities zijn en vertalen die in hun kwaliteitszorg en schoolontwikkeling. Deze aanpak leggen ze vast in het schoolplan.

Samenwerkingsverband In een samenwerkingsverband werken scholen voor regulier basisonderwijs en speciaal (basis)onderwijs samen met als doel het bieden van passend onderwijs voor ieder kind. De scholen maken binnen het verband afspraken over hoe de basis- en extra onderwijsondersteuning in de regio geregeld is. Iedere school is verplicht aangesloten bij een samenwerkingsverband, behalve cluster 1 en 2 scholen (voorzieningen voor kinderen met gehoor- of gezichtsbeperking). Voor het basisonderwijs bestaat het samenwerkingsverband daarom uit reguliere basisscholen, tenminste één school voor speciaal basisonderwijs en scholen voor speciaal onderwijs van de clusters 3 en 4. NB: De kinderopvang maakt geen onderdeel uit van het samenwerkingsverband. Wel werkt kinderopvang samen met het samenwerkingsverband om de doorgaande lijn naar het basisonderwijs te waarborgen voor een kind naar de juiste plek met de juiste ondersteuning.

Schoolondersteuningsprofiel (SOP) In het SOP legt het schoolbestuur vast welke extra ondersteuning de school biedt aan leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften en hoe de ondersteuning is georganiseerd. Op basis van de schoolondersteuningsprofielen van de school beoordeelt het samenwerkingsverband passend onderwijs of er in de regio een dekkend ondersteuningsaanbod is. Het SOP: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Is gerelateerd aan het schoolplan (het onderwijskundig beleid) en de schoolgids (wijze waarop ondersteuning wordt vormgegeven). Is een verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag van de school (lees: het schoolbestuur). Wordt geschreven door de directie van de school, in samenspraak met het team en het schoolbestuur. Wordt tenminste eenmaal per vier jaar vastgesteld. Moet ter advisering worden voorgelegd aan de medezeggenschapsraad.

Het schoolondersteuningsprofiel is tegenwoordig onderdeel van het schoolplan.

2240337/20250626JW01 | www.icsadviseurs.nl

7/25

3. Context Dit hoofdstuk schetst de context van waaruit partijen vertrokken zijn. In de volgende paragrafen wordt het beleidsmatige vertrekpunt, de rollen & verantwoordelijkheden en de huidige stand van samenwerking beschreven.

3.1 Beleidsmatig vertrekpunt Voor het gezamenlijke perspectief op de samenwerking en voorzieningen voor onderwijs en kinderopvang wordt voortgeborduurd op bestaand gemeentelijk beleid (zoals LEA en IHP). Daarnaast is aansluiting op de landelijke opdracht voor inclusief onderwijs in 2035 (werkagenda route naar inclusief onderwijs 2035) wenselijk. Hieronder volgt een korte weergave/beschrijving van deze vertrekpunten.

3.1.1 IHP Maasdriel 2022-2037 In het IHP Maasdriel 2022-2037 is het volgende opgenomen wat betreft behoud van aanbod in de kernen, samenwerkingen en vorming van een kindcentrum: Aanbod en spreiding (IHP p. 7) In kernen waar het aanbod in het geding komt, wordt de gemeente actief betrokken door het schoolbestuur. Enerzijds vanuit haar wettelijke verantwoordelijkheid voor onderwijshuisvesting, anderzijds vanuit de beleidsinhoudelijke betrokkenheid bij het sociale domein (zoals integraal jeugdbeleid, maatschappelijke ondersteuning en leefbaarheid). Schoolbesturen en gemeenten zijn daarmee samen aan zet om te zorgen voor een toekomstbestendig en duurzaam aanbod dat aansluit op de vraag. Om een breed aanbod in onderwijs te behouden is het streven slim gebruik te maken van de ruimten, en voorzieningen te delen, bijvoorbeeld door gezamenlijke huisvesting in kernen waar meerdere scholen zijn. Leegstand kan gebruikt worden voor kindvoorzieningen die de school ondersteunt en versterkt.

Naast een aanbod in de kernen en een goede spreiding speelt een divers aanbod van onderwijsdenominaties en onderwijsconcepten ook een grote rol. De gemeenten en schoolbesturen streven naar het in stand houden en het versterken van onderwijsdiversiteit ten behoeve van keuzemogelijkheid voor verzorgers, en voor kinderen de mogelijkheid tot verschillende ontwikkelroutes. Samenwerking en KC-vorming (IHP p. 7-8) De schoolbesturen en de gemeenten hebben het streven om een bereikbaar aanbod van kindvoorzieningen te realiseren in kindcentra (KC). In deze KC werken onderwijs en kinderopvang samen aan een stabiele, intellectuele, persoonlijke en sociale groei van kinderen van 0–13 jaar. Op basis van lokale behoeften en aanbod kan dit worden verbreed met zorg en/of ondersteuning voor kinderen en verzorgers. In een KC werken onderwijs en kinderopvang samen aan een doorlopende lijn vanuit een gedeeld pedagogisch en didactisch concept. De huisvesting moet uitnodigen tot samenwerking. Nauwe samenwerking, gelijkwaardigheid als kindpartner (binnen de gestelde kaders) en vertrouwen tussen de betrokken partners is essentieel om de continuïteit in de samenwerking te waarborgen. Een gezamenlijke koers slaagt niet wanneer draagvlak bij één van de partners ontbreekt. Dit vindt bij voorkeur plaats in één gebouw of in de directe omgeving.

Bij nieuwbouw is het streven van een kindcentrum vanzelfsprekend1. Op dat moment wordt ook breder gekeken naar aanvullende behoeften vanuit de wijk. In Maasdriel is geen sprake van een voortgezet onderwijsvoorziening. Wel streven de primaire schoolbesturen in Maasdriel naar een goede samenwerking met het voortgezet onderwijs in de buurgemeenten. Dit wil zeggen dat de samenwerking onder andere bestaat uit een soepele overdracht van primair naar voortgezet onderwijs om zo een doorgaande leerlijn te realiseren. Daarnaast kan ook sprake zijn van inhoudelijke samenwerking rondom invulling van onderwijs, bijvoorbeeld techniekonderwijs.

1 In kleine kernen wordt specifiek gekeken hoe dit wordt bereikt.

2240337/20250626JW01 | www.icsadviseurs.nl

8/25

3.1.2 Lokaal Educatieve Agenda

Samenvatting denknotitie Bert Wienen

In 2022 is de Lokaal Educatieve Agenda (LEA) 2023-2027 voor gemeente Maasdriel opgesteld. De gemeente ziet de LEA als een instrument om de afstemming te optimaliseren. De gemeente formuleert de LEA in samenspraak met de lokale partijen. Voor de LEA is wettelijk geen bestedingskader meegegeven.

In de denknotitie van Bert Wienen, opgesteld in opdracht van de VNG, wordt gepleit voor een fundamentele verschuiving in de ondersteuning van jeugdigen: het gaat om het streven van meer inclusief onderwijs met normaliseren als uitgangspunt. Bert Wienen stelt dat te snel problemen worden gelabeld als stoornissen, terwijl veel gedrag te begrijpen is vanuit de context van het opgroeien. Het doel is om een samenleving te bevorderen waarin kinderen zich ontwikkelen zonder onnodige diagnose of stigmatisering.

Alle thema’s die uit de LEA (pagina 5) naar voren komen zijn: ▪

▪

▪

▪

Doorgaande lijnen – aandacht voor de verbinding tussen verschillende voorzieningen, denk aan voor- en vroegschoolse educatie en de overstap van basisonderwijs naar voortgezet onderwijs; maar het gaat hier ook over de doorgaande lijnen van regulier naar speciaal onderwijs en de jeugdhulp en vice versa. Het jonge kind – het creëren van een rijke ontwikkelomgeving voor de jongste kinderen (0-6 jaar), specifieke aandacht voor taalontwikkeling en de betrokkenheid van verschillende partijen. Passende ontwikkeling – ontwikkelen van een visie met ambities op inclusief onderwijs en kinderopvang aansluitend op de uitvoering van passend onderwijs. Hieronder valt ook de ontwikkeling van een bovenschoolse taal impulsklas voor nieuwkomerkinderen en kinderen met een grote taalachterstand. Tevens valt onder inclusief onderwijs het stimuleren van integratie en het tegengaan van segregatie. Brede ontwikkeling – het verrijken van het ontwikkelaanbod op het gebied van sport, cultuur en kunst voor alle kinderen in Maasdriel.

In de LEA 2023-2027 is ook denknotitie ‘Van individu naar omgeving. Naar nieuwe verhoudingen tussen onderwijs, kinderopvang, gemeente en jeugdhulp’ van Bert Wienen opgenomen. Deze denknotitie is een grote inspiratie voor de gemeente Maasdriel. Hieronder is een samenvatting van deze denknotitie weergegeven aangevuld met enkele thema’s uit deze notitie die raakvlak hebben met het onderwijs en de kinderopvang opgenomen.

2240337/20250626JW01 | www.icsadviseurs.nl

De notitie onderstreept het belang van een brede maatschappelijke verantwoordelijkheid: gemeenten, professionals, scholen en verzorgers dragen gezamenlijk bij aan een omgeving waarin jongeren zich op een gezonde manier ontwikkelen, zonder dat hulpverlening of diagnostiek onnodig snel wordt ingezet. De notitie nodigt gemeenten en professionals ook uit om te reflecteren op hun handelingspraktijken en meer ruimte te bieden aan gewone, menselijke ontwikkelingsprocessen. Deze benadering is geen afschuiving van de problemen van jeugdhulp en gemeenten naar onderwijs, kinderopvang en andere ‘vanzelfsprekende’ sectoren. Onderwijs is primair gericht op onderwijs en niet de zorgverlening. Het gaat hier ook om een andere bredere benadering. Het thema ‘Normaliseren en demedicaliseren’ wordt hoofdzakelijk door de gemeente Maasdriel gebruikt. In de notitie van Bert Wienen komt de term ‘demedicaliseren’ niet terug. Ook het veld gebruikt deze term niet (BV). Ze streeft wel naar normaliseren en demedicaliseren, maar dat is dan onderdeel van inclusiever en passender onderwijs en kinderopvang (WS). Om die reden wordt de term ‘demedicaliseren’ verder niet in dit stuk gehanteerd.

9/25

Ten aanzien van het proces om te komen tot het perspectief zijn de volgende onderwerpen uit de notitie van Bert Wienen van belang (tussen haakjes staat weergegeven waar deze in hoofdstuk 4 terugkomen): ▪

Streef naar meer inclusief onderwijs met normaliseren als uitgangspunt Inclusief betekent dat scholen voor alle jongeren een veilige plek zijn waar ze ondersteuning krijgen die ze nodig hebben. Inclusiviteit gaat erom dat het aangrijpingspunt van de ondersteuning niet bij de individuele leerling ligt, maar bij de omgeving waarin die leerling zich bevindt. (zie hiervoor uitwerking thema ‘inclusiever en passend onderwijs’)

▪

Zorg voor een structurele goede staat van het onderwijs Zorg dat scholen wat betreft huisvesting in staat zijn in te spelen op een contextgerichte aanpak, met verbinding tussen sport, cultuur, kinderopvang en andere partners. (zie hiervoor uitwerking thema’s ‘thema kindercentrum’ en ‘thema inclusiever en passend onderwijs’)

▪

Intensiveer de samenwerking tussen onderwijs en gemeente Stel onderlinge samenwerking verplicht en slecht de barrière rondom gegevensdeling. (zie hiervoor uitwerking thema ‘doorgaande lijn’)

▪

Kinderopvang als goede start voor ontwikkeling Kinderopvang ondersteunt de ontwikkeling van kinderen én verzorgers al vóór de schooltijd. Het is een pedagogische basisvoorziening waar samen leren en groeien centraal staan. Doel is een sterke, ondersteunende omgeving te creëren voor stabiele ontwikkeling van de kinderen.

3.1.3 Inclusiever onderwijs 2035 De Rijksoverheid streeft ernaar dat in 2035 de meeste scholen de overgang naar inclusief onderwijs hebben gemaakt. Het gaat om onderwijs waarbij kinderen met en zonder beperking of ziekte samen naar school gaan. Met de ‘contouren van de Werkagenda route naar inclusief onderwijs 2035’2 wordt dit concreet gemaakt. Het rapport beschrijft de ambities, acties en maatregelen om inclusiever onderwijs stap voor stap te realiseren. De Rijksoverheid stelt in deze werkagenda een fasering van de route naar inclusief onderwijs vast. Zo is er elke drie jaar een ijkmoment (2025, 2028, 2031) waarin met de betrokken partijen bepaald wordt welke vorderingen er zijn gemaakt en in welke mate er dichter bij de ambitie gekomen wordt. Daarnaast is in het beleidskader ‘Met elkaar voor alle kinderen en jongeren (april 2024)’ door de Rijksoverheid een nadere concretisering gemaakt. Deze zou in het vervolg als inspiratie ingezet kunnen worden (AD). Het samenwerkingsverband PO de Meierij heeft hier ook een rol in, op hun website3 geven zij aan dat de weg naar meer inclusie een opdracht is voor elke school, schoolbestuur, samenwerkingsverband, gemeente, maar ook de landelijke overheid.

3.1.4 Inclusievere kinderopvang De Rijksoverheid (de ministeries van SZW, OCW en VWS) hebben een handreiking ‘Op weg naar inclusieve kinderopvang’ uitgegeven. Deze handreiking biedt beleidsmakers en uitvoerders binnen de kinderopvang, gemeenten en jeugdzorg praktische oplossingen en inspirerende voorbeelden om toe te werken naar inclusievere kinderopvang.

(zie hiervoor uitwerking thema’s ‘kindcentrum’ en ‘doorgaande lijn’)

2 Kamerbrief over contouren werkagenda Route naar inclusief onderwijs 2035. 3

https://www.demeierij-po.nl/routekaart-naar-inclusie-ocw-sluit-aan-op-onze-ambitie/.

2240337/20250626JW01 | www.icsadviseurs.nl

10/25

3.2 Rollen en verantwoordelijkheden ‘Inclusief onderwijs, met elkaar voor alle kinderen en jongeren’

De verantwoordelijkheid voor het creëren van onderwijs- en kinderopvangaanbod ligt bij verschillende partijen, die samen een cruciale rol spelen in het waarborgen van een hoogwaardige en toegankelijke leer- en opvangomgeving. Hieronder wordt beschreven welke partijen verantwoordelijk zijn en welke rol zij vervullen. De Rijksoverheid

Een inclusieve school heeft drie kenmerken4: 1. Iedereen is welkom, ontwikkelt zich en hoort erbij Ieder kind en iedere jongere kan naar dezelfde scholen en schoolsoorten als de kinderen en jongeren uit de buurt. Ieder kind en iedere jongere wordt gewaardeerd en gezien. Het schoolgebouw en de leermiddelen zijn toegankelijk voor de kinderen, jongeren, verzorgers en het schoolteam. 2. Er is goede ondersteuning voor iedereen Het schoolteam bestaat uit leraren, onderwijsondersteunend personeel, jeugdhulp en zo nodig zorgpersoneel. Het schoolteam zorgt voor goede ondersteuning voor alle leraren en alle kinderen en jongeren. Kinderen, jongeren en hun verzorgers denken vanuit hun eigen ervaring mee over de ondersteuning. 3. Alle kinderen en jongeren leren en doen mee Ieder kind en iedere jongere leert op zijn of haar eigen niveau en op een manier die bij hem of haar past. Ieder kind en iedere jongere leert samen met en van de klasgenoten. Zo kan iedereen zich zo goed mogelijk ontwikkelen.

De Rijksoverheid speelt een centrale rol in het formuleren van kaders en wet- en regelgeving voor onderwijs en kinderopvang. Zij is verantwoordelijk voor het vaststellen van normen en standaarden, het verstrekken van financiële middelen en het toezicht houden op de kwaliteit en toegankelijkheid van onderwijs- en kinderopvangvoorzieningen. Daarnaast heeft de Rijksoverheid de taak om gelijke kansen te bevorderen en ervoor te zorgen dat alle kinderen, ongeacht hun achtergrond, toegang hebben tot goede onderwijs- en kinderopvangmogelijkheden. Gemeenten Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van het overheidsbeleid op lokaal niveau. Zij hebben de taak om ervoor te zorgen dat er voldoende onderwijsvoorzieningen beschikbaar zijn in hun regio en dat deze voorzieningen goed aansluiten bij de behoeften van de lokale bevolking. Ze zijn verantwoordelijk voor de bekostiging van (vervangende) nieuwbouw en uitbreiding van scholen. Gemeenten hebben geen formele verantwoordelijkheid in het huisvesten van kinderopvang of peuteropvang. Wel hebben ze een rol in het faciliteren van VVE. Daarnaast kan een gemeente kiezen voor een faciliterende rol in het realiseren van huisvesting voor kinderopvang binnen een kindcentrum middels een kostendekkende huurconstructie binnen de wettelijke geldende kaders.

4 Infographic inclusief onderwijs (Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) brochure 26-06-2024.

2240337/20250626JW01 | www.icsadviseurs.nl

11/25

Gemeenten spelen een belangrijke rol in de coördinatie en samenwerking tussen verschillende partijen, zoals scholen, samenwerkingsverband, kinderopvangorganisaties en jeugdhulpinstanties, om een geïntegreerd aanbod te realiseren. Voor de kleine kernen is geen specifieke verantwoordelijkheid, maar hebben gemeenten veelal oog voor het behouden van voorzieningen voor de leefbaarheid. Enkele specifieke taken zijn: voorzien in voldoende en adequate onderwijshuisvesting, leerlingenvervoer, VVE, onderwijsachterstandenbeleid en toezicht kwaliteit kinderopvang. Schoolbesturen Schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor het daadwerkelijk aanbieden van goed onderwijs (WPO). Zij moeten zorgen voor een veilige en stimulerende leeromgeving, gekwalificeerd personeel en een goed onderwijsprogramma dat aansluit bij de ontwikkelingsbehoeften van kinderen. Daarnaast zijn zij verantwoordelijk voor de samenwerking met verzorgers en andere betrokken partijen om de ontwikkeling van kinderen optimaal te ondersteunen. Indien de kwaliteit van een school niet meer kan worden gewaarborgd en/of het leerlingenaantal te laag wordt, is het aan het schoolbestuur om te bepalen of de school wel of niet in stand blijft. Het besluit om scholen te sluiten ligt bij schoolbesturen.

Kinderopvangorganisatie Kinderopvangorganisaties zijn verantwoordelijk voor het bieden van een veilige, stimulerende en ontwikkelingsgerichte omgeving voor kinderen van 0 tot en met 12 jaar en er werkt gekwalificeerd personeel conform de eisen uit de wet kinderopvang. In afstemming met de gemeente bieden zij ook voorschoolse educatie aan. Kinderopvangorganisaties werken onder andere samen met scholen, verzorgers en gemeenten. De kinderopvangorganisatie is zelf verantwoordelijk voor hun huisvesting.

2240337/20250626JW01 | www.icsadviseurs.nl

Samenwerkingsverband Het samenwerkingsverband is verantwoordelijk voor de toewijzing van extra ondersteuning. Het samenwerkingsverband is het eerste aanspreekpunt rondom passend onderwijs. Ze initieert en faciliteert ontwikkelingen, begeleidt, verbindt en ondersteunt betrokkenen, ondersteunt richting inclusiever onderwijs en financiert ontwikkelingen. Verzorgers zijn de eerste opvoeders en hebben een belangrijke rol in het ondersteunen van de ontwikkeling van hun kinderen. Zij hebben de verantwoordelijkheid om actief betrokken te zijn bij het onderwijs- en kinderopvangproces van hun kinderen, en samen te werken met scholen en kinderopvangorganisaties om de best mogelijke ontwikkelkansen te creëren. Daarnaast hebben verzorgers ook de keuzevrijheid om te kiezen naar welke school hun kind gaat. Leraren, pedagogisch medewerkers en andere professionals Leraren, pedagogisch medewerkers en andere professionals in het onderwijs en de kinderopvang hebben de verantwoordelijkheid om hoogwaardige begeleiding en ondersteuning te bieden aan kinderen. Zij moeten zich blijven ontwikkelen en professionaliseren om in te spelen op de diverse behoeften van kinderen en de kwaliteit van onderwijs en kinderopvang te waarborgen. Samenwerking tussen al deze partijen is essentieel om een goed functionerend en effectief onderwijs- en kinderopvangaanbod te realiseren in de gemeente Maasdriel.

Door gezamenlijk verantwoordelijkheid te nemen en intensief samen te werken, zorgen we ervoor dat alle kinderen in Maasdriel toegang hebben tot kwalitatief hoogwaardig onderwijs en kinderopvang.

12/25

3.3 Huidig aanbod en samenwerking

In gemeente Maasdriel zijn drie schoolbesturen actief met in totaal elf basisonderwijsvoorzieningen. Inmiddels zijn er in de gemeente Maasdriel achttien kinderdagverblijflocaties, waarvan enkelen ook voorschoolse educatie bieden. Ook zijn er vijftien buitenschoolse opvangvoorzieningen. In Maasdriel bestaan al meerdere samenwerkingen6 (zie ook bijlageboek huidige samenwerking). Dit gebeurt in verschillende vormen: zelfstandig in hetzelfde gebouw, in nabijheid van elkaar maar ook, gebruikmakend van dezelfde ruimtes of daadwerkelijk onder één dak in de vorm van een brede school of kindcentrum. Voorbeelden zijn: ▪

▪ ▪

Basisschool de Schakel in Ammerzoden profileert zich als brede school omdat zij gehuisvest zit in gebouw waar naast het onderwijs ook het kinderdagverblijf en andere maatschappelijke voorzieningen zijn gehuisvest. De Tweestromenschool is gehuisvest in een MFC wat ook onderdak biedt aan kinderopvang, BSO, een Voorschool en verschillende sportverenigingen. In Kerkdriel zijn dan weer enkele onderwijs en schoolse voorzieningen in de buurt van elkaar of onder één dak gesitueerd zonder dat er sprake is van specifieke samenwerking of een kindcentrum. In Hedel is er een onderzoek opgestart in het kader van een gebiedsontwikkeling om te komen tot een maatschappelijk cluster De Woerd met onder andere onderwijs, opvang, Voorschool en zorg. In Alem wordt al volgens het principe kindercentrum intensief samen gewerkt door het onderwijs en de voorschool.

De gemeente Maasdriel bestaat uit elf kernen: Alem, Ammerzoden, Hedel, Heerewaarden, Hoenzadriel, Hurwenen, Kerkdriel, Rossum, Velddriel, Well en Wellseind. Op dit moment is in negen van de elf kernen één of meerdere onderwijs- en kinderopvangvoorziening(en) aanwezig. In de gemeente Maasdriel groeit het aantal leerlingen in het primair onderwijs5. Het uitgangspunt is om de onderwijs- en kinderopvangvoorziening(en) te behouden, mits de gangbare kwaliteit van het onderwijs en de betaalbaarheid zijn gewaarborgd. Schoolbesturen en kinderopvangorganisaties zijn primair aan zet om te bepalen in hoeverre een locatie (nog) voldoet aan de gestelde normen voor kwaliteit en betaalbaarheid.

▪

5 Informatie afkomstig uit het IHP van Maasdriel (2022). Er zijn scholen die (positief of negatief) afwijken

6 Hiervoor zijn de schoolgidsen van de scholen als bron gebruikt.

▪

In het bijlageboek ‘huidige samenwerking’ is het totaal aanbod in de gemeente Maasdriel en de samenwerkingen die er al zijn, inzichtelijk gemaakt, dit geeft een beeld van de huidige situatie (april 2025).

van het algemene beeld van de leerlingenontwikkeling.

2240337/20250626JW01 | www.icsadviseurs.nl

13/25

4. Gezamenlijk perspectief op onderwijs en opvang Uit het proces zijn de volgende thema’s naar voren gekomen die een plek moeten krijgen in dit perspectief (BV), namelijk: 1. Doorgaande lijnen; 2. Het jonge kind; 3. Passende ontwikkeling; 4. Brede ontwikkeling; 5. Kindcentrum; 6. Normaliseren en demedicaliseren; 7. Ontmoeting en verbinding; 8. Kansengelijkheid; 9. Positieve gezondheid; 10. Toegang tot zorg en ondersteuning; 11. Duurzaamheid7.

opgehaalde thema's :

Doorgaande lijn

* doorgaande lijnen * het jonge kind

X

* passende ontwikkeling

X

X X

X X

* normaliseren en demedicaliseren

X

* ontmoeting en verbinding * kansengelijkheid

X

X

* positieve gezondheid * toegang tot zorg en ondersteuning

X

X X

X X

Deze thema’s zijn voor de uitwerking geclusterd in hoofdthema’s die vervolgens uitgewerkt worden in de komende paragrafen. In nevenstaande tabel is deze clustering weergegeven voor de uitwerking om te voorkomen dat zaken meerdere keren uitgeschreven moeten worden. In de praktijk zijn deze schotten niet zo nadrukkelijk aanwezig maar komen de thema’s voor in alle hoofdthema’s.

7 Duurzaamheid gaat hier over een duurzame ontwikkeling van kinderen en jongeren (zie thema

doorgaande lijn). Daarnaast is er gebouw-duurzaamheid. Hiervoor wordt het IHP vooralsnog aangehouden evenals het duurzaamheidsbeleid van de gemeente Maasdriel.

2240337/20250626JW01 | www.icsadviseurs.nl

Kindcentrum X

* brede ontwikkeling * kindcentrum

* duurzaamheid

hoofdthema's Inclusiever en passender onderwijs en kinderopvang

14/25

4.1 Doorgaande lijn Opgehaald uit werksessies Het perspectief op onderwijs en kinderopvang is gericht op het creëren van een doorgaande lijn voor kinderen van 0-13 jaar. Deze doorgaande lijn heeft een preventief karakter. Om deze doorgaande lijn te waarborgen is een aantal zaken van toepassing, zoals een goede samenwerking tussen opvang en onderwijs. Het organiseren van voorschool, school en naschoolse opvang onder één dak heeft een positief effect op de samenwerking en daarmee de doorgaande lijn. Dit is zo omdat in een kindcentrum onder hetzelfde dak professionals elkaar makkelijker tegenkomen en dat de samenwerking bevordert (BV). Dit is een meerwaarde van een kindcentrum. Het is ook mogelijk om een doorgaande leerlijn te realiseren met onderwijs en opvang op verschillende locaties, maar voor de samenwerking is huisvesting op dezelfde locatie het meest helpend (AD) vanwege de ontmoeting die dan op een laagdrempelige en natuurlijke manier mogelijk wordt (bijvoorbeeld ontmoeting bij het koffieapparaat) en daardoor automatisch gebeurt en zo samenwerking bevordert. Binnen het kindcentrum/de school is ook een ondersteuningsaanbod. Hierin heeft het samenwerkingsverband een rol om samen met de schoolbesturen te zorgen voor een dekkend aanbod in de regio.

Voor de kinderopvang is sprake van samenwerking met het samenwerkingsverband om een optimale ontwikkelomgeving voor kinderen te realiseren. Verzorger driehoek Verzorgers zijn de eerste en meest invloedrijke opvoeders van hun kinderen. Het streven is om de verzorgers actief te betrekken bij het onderwijs- en kinderopvangproces en hen te ondersteunen bij het versterken van hun opvoedingsvaardigheden. Samenwerking Het is duidelijk dat de kinderopvang en het onderwijs in de afgelopen jaren al dichter bij elkaar zijn gekomen (zie ook het bijlageboek met overzicht van actueel aanbod). Het wordt als belangrijk ervaren om de afstemming tussen de verschillende partijen structureel in plannen (BV).

2240337/20250626JW01 | www.icsadviseurs.nl

Overdracht Eenduidige overdracht van kinderopvang naar onderwijs en vice versa is belangrijk. Hier is een helder en consistent registratiesysteem helpend voor een effectieve samenwerking tussen verzorgers, leraren, kinderopvang en andere betrokken partijen. Door een gestandaardiseerd systeem in te voeren, wordt er gezorgd voor transparante en tijdige uitwisseling van informatie, waardoor alle partijen altijd op de hoogte zijn van de ontwikkeling en behoeften van het kind. Hierdoor worden ook de overgangen van kinderopvang naar onderwijs beter vormgegeven. Eerder in de levensfase van een kind is ook sprake van overdracht van kennis over de ontwikkeling vanuit het consultatiebureau. Vanuit de werksessie constateert ICSadviseurs dat het hier veel gaat over praktische zaken, zoals formats die gebruikt worden voor overdracht van informatie (BV). Dit soort praktische zaken staan op dit moment goede en soepele overdracht in de weg. Toegang tot zorg en ondersteuning Het heeft de voorkeur om een gestandaardiseerd format voor de overdracht van informatie tussen verschillende instellingen te ontwikkelen. Dit format moet ervoor zorgen dat alle relevante informatie over de ontwikkeling, behoeften en voortgang van het kind op een gestructureerde en uniforme manier wordt overgedragen.

Het jonge kind Het thema ‘het jonge kind’ richt zich op kinderen van 0-6 jaar en het creëren van een rijke ontwikkelomgeving, waarbij specifiek aandacht wordt besteed aan taalontwikkeling, kansengelijkheid, continuïteit van begeleiding en de betrokkenheid van verschillende partijen. Er wordt gestreefd naar het creëren van een stimulerende en rijke ontwikkelomgeving voor jonge kinderen, waarbij zij toegang hebben tot diverse en uitdagende materialen en activiteiten die hun nieuwsgierigheid en leervermogen bevorderen. Dit omvat een combinatie van speelse en educatieve activiteiten, zowel binnen als buiten de groep. Hier is ook aandacht voor bewegen.

15/25

Taalontwikkeling is cruciaal in de vroege jaren van een kind, omdat een sterke basis op het gebied van taal niet alleen bijdraagt aan toekomstige schoolprestaties, maar ook aan sociale en emotionele ontwikkeling (BE). Daarom richt het veld zich op het aanbieden van taalrijke omgevingen, waarin kinderen actief worden gestimuleerd om te communiceren, te luisteren en hun woordenschat uit te breiden. Kansengelijkheid Kansengelijkheid betekent niet altijd een gelijke investering, omdat elk kind verschillende behoeften heeft. Het is belangrijk om maatwerk te bieden door extra ondersteuning en middelen in te zetten waar nodig, zodat elk kind gelijke kansen krijgt om zich optimaal te ontwikkelen. Continuïteit in begeleiding is essentieel voor het opbouwen van vertrouwen en relaties met jonge kinderen.

Aandachtspunten en spanningsvelden bij thema doorgaande lijn: ▪

▪

▪ ▪

Toegankelijkheid van faciliteiten is belangrijk voor een inclusieve en rijke ontwikkelomgeving. Het zorgen dat educatieve en ondersteunende voorzieningen nabij en toegankelijk zijn voor elk kind, ongeacht hun woonplaats, is belangrijk (BV). Vroegsignalering Daarnaast is het belangrijk altijd alert te blijven op wat het kind nodig heeft, ook als dit betekent plaatsing in het speciaal basis onderwijs (SBO) of het speciaal onderwijs (SO). Het tijdig signaleren van de ontwikkel- en ondersteuningsvraag van het kind is essentieel om ervoor te zorgen dat elk kind de best mogelijke ontwikkelkansen krijgt.

▪

▪

Spelregels doorgaande lijn: ▪

Er zijn geen specifieke spelregels die op dit moment ontwikkeld moeten worden omdat veel goed loopt (BV). Het gaat het om spelregels rondom het realiseren van voorzieningen (BV). Dit wordt bij het hoofdthema kindcentrum beschreven.

▪

▪

2240337/20250626JW01 | www.icsadviseurs.nl

Het is belangrijk om een aantal praktische zaken, zoals formats en het bepalen van een casemanager (WS), op korte termijn te regelen opdat daar geen tijd in gaat zitten en professionals met de inhoud bezig kunnen zijn, zoals het borgen dat de doorgaande lijn voor alle kinderen hetzelfde is (BV). Wet- en regelgeving staan in de weg voor bepaalde ontwikkelingen, zoals wetgeving rondom privacy en delen van data (BE). Hierin kunnen betrokken partijen proberen maatwerk te leveren of er kan een weg gevonden worden in gezamenlijkheid (omgang gegevens et cetera) door in gesprek met elkaar te gaan (AD). Een open houding van en naar alle partijen, transparant en inzichtelijk maken van wat je doet voor de doorgaande lijn kan hierin bijdragen (AD). Voor een goede doorgaande lijn is ook inzet van ambulante professionals (bijvoorbeeld voor extra ondersteuning) belangrijk die kortere of langere tijd aanwezig zijn in een kindcentrum (WS). Deze professionals hebben ook werkplekken nodig voor hun activiteiten. De bekostiging voor deze fysieke werkplekken (in aanvulling op de reguliere huisvesting) ontbreekt en vormt een drempel voor inzet van professionals en gedegen samenwerkingsplekken (WS). Het hebben van voldoende geschoolde menskracht en aansluiting van het curriculum van het onderwijs (PABO) op de praktijk is belangrijk (WS). Het beter begeleiden van stagiaires is hier onderdeel van (WS).

Dit vraagt om afstemming en gesprek tussen schoolbesturen en opleidingsinstituten (BV). Passende inspectienormen: deze lopen nog achter op de visie die men hanteert met betrekking tot doorgaande lijn. Zo vallen kinderopvang en onderwijs onder verschillende inspecties waardoor onderwijs op doorgaande lijnen wordt beoordeeld terwijl de kinderopvang hierbuiten valt. Er is geen ruimte voor maatwerk waardoor het inspectiekader onvoldoende aansluit bij kindcentra. Wetgeving (WS en BV). Continue aandacht om welzijn en veiligheid borgen voor alle betrokkenen (WS), zowel kinderen als personeel om iedereen vanuit geborgenheid optimale prestaties te laten leveren. De rol van de verzorgers speelt een cruciale rol. Het blijft belangrijk te beseffen dat het tweerichtingsverkeer is (WS) voor de optimale ontwikkelkansen van het kind.

16/25

4.2 Inclusiever en passender onderwijs Opgehaald uit werksessies Gemeente, schoolbesturen en kinderopvangorganisaties streven naar regulier onderwijs en kinderopvang voor ieder kind, waar dat haalbaar en verantwoord is. De instroom naar het speciaal onderwijs blijft wel mogelijk voor kinderen die dat echt nodig hebben. Voor sommige kinderen is speciaal onderwijs de meest passende plek (zie ook tussenkop verderop in deze paragraaf). De functie van het speciaal onderwijs dient dan ook behouden te blijven, in het belang van kansengelijkheid en maatwerk. Het regulier onderwijs beschikt momenteel over onvoldoende ondersteunende functies om kinderen op de grens van speciaal onderwijs duurzaam te begeleiden. Door het structureel betrekken van zorg- en ondersteuningsfuncties binnen reguliere voorzieningen, ontstaat ruimte voor professionele begeleiding, talentontwikkeling en een benadering die gericht is op normalisering en – waar mogelijk – demedicalisering. Deze versterking maakt het mogelijk om kinderen binnen het regulier onderwijs op te vangen die anders uitstromen naar een meer specialistische setting. Naast inclusiever onderwijs is er ook sprake van ontwikkeling om tot inclusievere kinderopvang te komen. Voor de kinderen in deze jonge leeftijdscategorie begint de inclusieve route al in de kinderopvang.

Samenwerken aan een prettige en toegankelijke omgeving Inclusiever onderwijs vereist inclusieve voorzieningen. Gebouwen dienen fysiek toegankelijk te zijn voor kinderen met een beperking, maar ook mentaal en sociaal toegankelijk – dat wil zeggen: een omgeving waarin ieder kind zich veilig, geaccepteerd en gezien voelt. Daarbij is het niet noodzakelijk dat onderwijs, zorg en kinderopvang zich altijd onder één dak bevinden. Een thuisnabije spreiding van voorzieningen is even effectief, mits onderlinge samenwerking en afstemming geborgd zijn. Een prettig leefklimaat vormt de basis. Dat vraagt om een veilige, ondersteunende omgeving – sociaal, fysiek én mentaal – waarin kinderen zich optimaal ontwikkelen. Doordachte inrichting van verkeersstromen, rustplekken, duidelijke structuren en sociale veiligheid dragen hieraan bij (WS + AD).

2240337/20250626JW01 | www.icsadviseurs.nl

Rolzuiverheid en samenwerking Een heldere en voor alle partijen haalbare zorgstructuur is noodzakelijk (WS). Binnen deze structuur zijn de verantwoordelijkheden van onderwijs, zorg en kinderopvang duidelijk afgebakend. Rolzuiverheid – weten wie waarvoor verantwoordelijk is – voorkomt versnippering en draagt bij aan effectieve samenwerking. Evaluatie en afstemming tussen betrokken partijen vormen een vast onderdeel van de werkwijze. Deze continue samenwerking heeft als doel tijdige en versnelde door- of uitstroom mogelijk te maken, waarbij het belang en de ontwikkelbehoefte van het kind altijd centraal staan. Speciaal onderwijs blijft onmisbaar In het kader van kansengelijkheid moet de functie van het speciaal onderwijs altijd blijven bestaan. Niet elk kind kan of moet binnen het reguliere onderwijs worden opgevangen. De mogelijkheid tot doorstroom naar speciaal onderwijs moet gewaarborgd blijven. Alleen zo leveren we werkelijk maatwerk en doen we recht aan de diversiteit onder kinderen (WS). De kracht van de driehoek: verzorgers, gemeente en onderwijs Samenwerking in de ‘ouder-driehoek’ – bestaande uit verzorgers, gemeente en onderwijs/kinderopvang – is cruciaal voor het realiseren van kansengelijkheid. Alleen door ieders perspectief serieus te nemen en samen beslissingen te nemen, bieden we passende, gedragen en duurzame oplossingen.

Kansengelijkheid als fundament Onderwijs- en kinderopvangorganisaties in de gemeente Maasdriel zetten zich in voor een gelijk speelveld voor ieder kind. Ieder kind moet binnen zijn of haar mogelijkheden maximale ontwikkelkansen krijgen, ongeacht woonplaats of sociaaleconomische achtergrond. Onder kansengelijkheid verstaan we ook bereikbaarheid in brede zin: fysiek (kern en vervoer), sociaal (toegankelijkheid van netwerken en voorzieningen) en financieel. Het streven is dat talentontwikkeling niet wordt belemmerd door omstandigheden buiten het kind om (WS).

17/25

Spelregels inclusiever en passend onderwijs ▪

▪

Het werken vanuit rolzuiverheid tussen partijen met een concrete vertaling naar taken. Het advies is om dit te ontwikkelen (AD). Dit kan ook bijdragen aan het bereiken van realistische verwachtingen bij verzorgers. Daarnaast kan het bijdragen aan de verdere professionalisering. Er is goede ondersteuning voor iedereen. Het schoolteam creëert gezamenlijk een inclusieve leeromgeving waarbinnen goede ondersteuning geboden wordt aan de leraren en de kinderen. Het doel van de ondersteuning is aan te sluiten op de diversiteit van de kinderen zodat ieder kind tot ontwikkeling, leren en participeren komt. De samenstelling van het schoolteam is dan ook cruciaal. Het schoolteam is multidisciplinair en bestaat uit de schoolleider, de leraren en het ondersteunend personeel. Het ondersteunend personeel bestaat uit onderwijspersoneel en zo nodig jeugdhulppersoneel en zorgpersoneel.8

Aandachtspunten en spanningsvelden bij inclusiever en passend onderwijs ▪ ▪

▪

▪

▪

▪

▪

Het onderwijs en kinderopvang geven aan dat een nadrukkelijkere coördinerende rol vanuit de gemeente wenselijk is (WS). Net zoals bij de doorgaande lijn vormt de (extra) fysieke ruimte om de kinderen op momenten extra ondersteuning te kunnen bieden, een aandachtspunt (WS). Op de volgende pagina is een advies/voorstel opgenomen om daarin te kunnen voorzien (AD). Een professionaliseringsslag in de opleidingen (PABO) die de docenten en begeleiders van de toekomst vormen is noodzakelijk. Zowel opvang- als onderwijsorganisaties geven aan dat ze daar kansen zien (WS). Dit vraagt om een gesprek tussen schoolbesturen en opleidingsinstituten (BV). Het kind voor ogen blijven hebben en ieder kind zodanig een gelijk speelveld bieden in plaats van gelijke kansen bieden (WS). Alleen met aandacht en oog voor het kind lukt het om maatwerk te leveren. Vanuit de overheid sluit de visie niet of onvoldoende aan bij de praktijk. Een voorbeeld is het faciliteren van extra meters om activiteiten meer in de reguliere setting te laten plaatsvinden (zie volgende pagina). Binnen het onderwijs en opvang zijn de financiële middelen en materialen onvoldoende toereikend (WS). AVG toestemming moet beter geborgd worden. Dit kan de overdracht en dus de ontwikkeling van het kind vergemakkelijken (WS) omdat drempels geslecht worden (BV).

De termen normaliseren en demedicaliseren worden door het veld gezien als lastig. Deze termen en de denknotitie van Bert Wienen leeft niet op zichzelf in de praktijk, maar is verweven in andere thema’s (WS). Als dit een belangrijke denknotitie is voor de gemeente, is het denkbaar dat hierover (nogmaals) met elkaar in gesprek wordt gegaan (AD).

8 Beleidskader Rijksoverheid: Met elkaar voor alle kinderen en jongeren werken aan een inclusieve

leeromgeving. Versie 19 april 2024.

2240337/20250626JW01 | www.icsadviseurs.nl

18/25

Inclusiever en meer op maat gemaakt onderwijs vragen om meer ruimte Aandachtpunt faciliteren van meer meters (te overwegen onderdeel van toekomstig IHP) (AD). Het voorstel vanuit ICSadviseurs om meer vierkante meters te realiseren ten behoeve van inclusiever en meer op maat gemaakt onderwijs valt erg goed bij de schoolbesturen. Zij zien de meerwaarde hiervan in voor maatwerk voor elk kind. De gemeente is ambtelijk nog aan het overwegen of dit wenselijk en/of noodzakelijk is, ook om geen valse verwachtingen te wekken (BV). De doelstelling ‘inclusiever onderwijs 2035’ heeft als één van de drie kenmerken “er is goede ondersteuning voor iedereen” aanwezig. Dit houdt in dat het schoolteam bestaat uit leraren, onderwijsondersteunend personeel, jeugdhulp en zo nodig zorgpersoneel. In het tekstvoorstel voor het realiseren van meer vierkante meters wordt aangegeven dat deze meters ingezet kunnen worden om meer ruimte te geven aan begeleiding en ondersteuning vanuit bijvoorbeeld de school en/of jeugdhulp. De reactie van de gemeente was hierop dat een school geen ziekenhuis is en je hierom niet te veel partners de school in moet halen (BV).

De Rijksoverheid heeft onlangs het ontwerpkader inclusieve schoolgebouwen aan de Tweede Kamer gestuurd. Hierin staan eerste inzichten en praktische handvatten voor het realiseren van inclusiever onderwijs en aanpassingen in gebouwen om dat te ondersteunen. Bij de verdere uitwerking van het handelingskader en het actualiseren van het IHP kan dit meegenomen worden.

2240337/20250626JW01 | www.icsadviseurs.nl

In het onderwijs zijn twee ontwikkelingen gaande die op gespannen voet staan met de normatieve vierkante meters. Het gaat dan om het passend onderwijs en het streven om te komen tot meer inclusief onderwijs. Daarnaast ontwikkelt het onderwijs zich ook naar andere onderwijsconcepten met meer op maat gemaakte werkwijze van het toekomstige onderwijs. Beide ontwikkelingen hebben invloed op de ruimtebehoefte en vraag vanuit het onderwijs. Het gaat dan om meer diversiteit aan werkplekken én meer spreekruimten. Dit om zo meer ruimte te geven aan begeleiding/ondersteuning (bijvoorbeeld vanuit school en/of jeugdhulp) maar ook dat kinderen kunnen leren op de plek die bij het kind/de activiteit past (bijvoorbeeld in stilte of in groepsverband samenwerken aan een project). Advies is om hiervoor extra vierkante meters beschikbaar te maken boven de normatieve meters (AD). In een bestaand gebouw met overmaat kan de leegstand ingezet worden, maar bij nieuwbouw ‘die aan de normatieve maat’ gemaakt wordt, bestaat die mogelijkheid niet. Hiervoor is een beleidsregel van ‘meer meters’ een mogelijkheid om het onderwijs tegemoet te komen. Dit geeft de mogelijkheid om meer individuele werkplekken, overlegplekken en spreekkamers te realiseren. De investering van deze meer meters wordt gepleegd vanuit de gemeente (AD). De exploitatielasten komen voor rekening van het schoolbestuur (AD).

De investering wordt gepleegd bij nieuwbouw (of uitbreiding) (AD). De eventuele extra vierkante meters worden niet als automatisme toegekend aan een project. Schoolbestuur, kinderopvangorganisatie en gemeente gaan in gesprek als behoefte bestaat aan meer vierkante meters. Daarbij wordt eerst gekeken of deze extra vierkante meters door multifunctionaliteit of dubbel ruimtegebruik gerealiseerd kunnen worden (inclusief dekking voor investering/kapitaallasten).

19/25

4.3 Kindcentrum Opgehaald uit werksessies: Een kindcentrum is meer dan alleen ‘samen onder één dak’. Om echt succesvol te zijn zullen er geen of minder scheidslijnen aanwezig moeten zijn tussen onderwijs en kinderopvang (WS). Een gedeeld perspectief en gezamenlijke identiteit vormen de basis voor goede samenwerking binnen het kindcentrum. De kern in een kindcentrum is hoogwaardig onderwijs en kinderopvang (idealiter een aanbod van kinderdagopvang, peuteropvang, buitenschoolse opvang en VVE) voor elk kind in de leeftijd van 0-13 jaar. Daarnaast kan een kindcentrum samenwerken met zorg- en maatschappelijke partners. Een kindcentrum speelt in op de behoeften en ambities vanuit de maatschappij/ de omgeving rond onderwijs, kinderopvang, ontwikkeling, zorg, welzijn9 en vrije tijd. De behoefte ontstaat uit de omgeving en vertaalt zich naar een specifieke ondersteuningsvraag waardoor maatwerk geleverd wordt. De partners die een rol hebben worden erbij gezocht. Een kindcentrum is daarmee de plek in de omgeving die inclusiever, thuisnabij, veilig, gezond, uitdagend en laagdrempelig is voor kinderen, jongeren en verzorgers. Hier komen zij graag samen om te spelen, te leren, te ontmoeten, te ontwikkelen, te bewegen en voor elkaar te zorgen.

Als een kindcentrum ook ruimte biedt aan bewoners uit de omgeving, dan is dit een speciale vorm van een kindcentrum, dat ook wel multifunctionele accommodatie (MFA) wordt genoemd. Een kindcentrum is een middel om aan de behoefte van de omgeving/maatschappij te voldoen (BV). Een toekomstbestendig kindcentrum vraagt om structurele samenwerking tussen kinderopvang en onderwijs. Dit bij voorkeur in de directe fysieke nabijheid van elkaar en op een centrale plaats in de kern (BV). De kindpartners werken samen aan een doorgaande lijn. Er is sprake van een warme overdracht en individuele zorg- en/of leerbehoeften van kinderen worden vroegtijdig gesignaleerd. Daarnaast is binnen een kindcentrum aandacht voor samenwerking met verzorgers om een sluitend netwerk te vormen rondom het kind in het gezin. Dit geheel draagt bij aan de maximale ontwikkeling van kinderen ten aanzien van kwalificatie, socialisatie en persoonsvorming.

Kindcentra dragen actief bij aan de ontwikkeling van kinderen en hebben een positief effect op de omgeving. De meerwaarde van kindcentra bestaat onder andere uit: ▪

▪

▪ ▪

▪

In een kindcentrum werken onderwijs en kinderopvang organisatorisch samen vanuit een gedeelde pedagogisch en educatieve visie. Het onderwijs en de kinderopvang zijn verantwoordelijk voor het inhoudelijke aanbod. Deze gezamenlijke aanpak zorgt voor samenhang in de begeleiding en benadering van ieder kind, wat bijdraagt aan een veilige, vertrouwde en ontwikkelingsgerichte omgeving (WS). Daarnaast kan het leiden tot snelheid, directere actie, efficiency en mogelijk ook kostenreductie. In een kindcentrum is er een doorgaande lijn van 0-13 jaar (of breder) (al dan niet inclusief een VVE-aanbod). Dit wil zeggen dat de overgang tussen kinderopvang en primair onderwijs (en vice versa) soepel verloopt, waardoor een kind in zijn/haar ontwikkeling niet wordt gestoord door de verandering van systeem (maximale ontwikkelkansen voor het kind). Belangrijk element in de doorgaande lijn is de warme overdracht: zonder warme overdracht vindt geen doorverwijzing of overname van de ontwikkeling van het kind plaats. Het gehuisvest zijn in een kindcentrum onder één dak heeft daarin meerwaarde omdat samenwerken dan natuurlijker tot stand komt (WS). De ontwikkeling van ieder kind staat voorop door proactief en preventief te handelen in plaats van achteraf herstellen (WS).

Het kindcentrum sluit aan op de behoeften in een omgeving (brede context) en ambities vanuit het onderwijs, kinderopvang en de gemeente, waardoor elk kindcentrum ruimte biedt aan de juiste partners en voorzieningen. Een kindcentrum is maatwerk (WS + BV). De partners in een kindcentrum bespreken op locatieniveau frequent of het kindcentrum aansluit bij de behoeften, ambities en/of ontwikkelingen in een omgeving (AD). Het is een gezamenlijke verantwoordelijkheid. De ervaringen worden ook onderling tussen kindcentra uitgewisseld om zo van elkaar te leren (AD).

9 Ondersteuning wat betreft zorg en welzijn hoeven niet in hetzelfde gebouw plaats te vinden, hierin kan

ook een samenwerkingsvorm van toepassing zijn.

2240337/20250626JW01 | www.icsadviseurs.nl

20/25

Spelregels vorming kindcentra voor het borgen van kwaliteit en continuïteit:

▪

Voor het vormen van kindcentra gelden een aantal spelregels: ▪ ▪

▪

▪

De keuze voor een kinderopvangorganisatie ligt bij het schoolbestuur (AD). Binnen een kindcentrum wordt gedacht vanuit maatschappelijke meters. Een denkrichting kan zijn dat onderwijs en kinderopvang niet voor elkaar wijken bij groei, waardoor er een duurzame, toekomstbestendige samenwerking en aanbod is. Onderdeel van deze denkrichting zou dan zijn dat wordt afgesproken dat de gemeente geen beroep doet op het claimrecht (WPO artikel 108). Voorwaarde is dat de kinderopvangorganisatie, of andere organisaties anders dan onderwijs, een kostprijsdekkende huur (vergoeding van kapitaallasten van gepleegde investering en daarnaast exploitatielasten) betaalt (AD). Dit is iets om in een de actualisatie van het IHP verder uit te werken waarbij het belangrijk is te realiseren dat de gemeente zich met een eventuele toekomstige afspraak wel aan de wet moet houden. Deze afspraak is van belang om door de huisvesting geen verstorend effect te hebben op de samenwerking tussen onderwijs en opvang en ook om desinvesteren te voorkomen als de opvang toch moet wijken. Bij de vorming van een kindcentrum kijken de kindpartners, schoolbestuur en kinderopvangorganisatie, naar het bredere perspectief (context) en leggen ze de verbinding met de behoeften in de omgeving en de ambities (AD). Dit gebeurt in samenspraak met de gemeente vanuit hun kennis over de omgeving en de populatie.

Het initiatief ontstaat bij (één van) de partners (schoolbestuur, kinderopvang en gemeente) en wordt gezamenlijk opgepakt. De vraag ‘Wat heeft het kind nodig?’ staat centraal. Dit gaat over voorzieningen rondom het kind (jeugdgezondheidszorg- en hulpverlening, sport en gezonde leefstijl, bibliotheek et cetera). Het is een continu proces om maatwerk te leveren, omdat behoeften per onderwijsvoorziening verschillen (speciaal onderwijs heeft andere behoeften dan regulier onderwijs), maar ook de behoeften per omgeving verschillen en veranderen (BV). Daarnaast is er aandacht voor het tussentijds wijzigen van behoeften en ambities en waar ruimte is voor een groeimodel. Het gebouw is faciliterend op de visie. De meters voor de kinderopvang worden gerealiseerd door uitbreiding van de vierkante meters van de onderwijsbestemming (een enkele uitzondering daargelaten, zoals bij BS De Zaaier waar de voorschool is geïntegreerd in de onderwijsmeters) (AD).

2240337/20250626JW01 | www.icsadviseurs.nl

▪

▪

▪

Het schoolbestuur verhuurt aan de kinderopvang en draagt de kapitaallast van de huurvergoeding af aan de gemeente (mits sprake van een aantoonbare investering) en behoudt de exploitatiecomponent om de instandhouding van het kindcentrum uit te voeren. Dit is op dit moment de best passende oplossing binnen de context van het Didam-arrest (AD). Als in een bestaande situatie de school of de kinderopvang groeit en er is te weinig ruimte voor uitbreiding op de locatie, dan gaan gemeente, schoolbesturen en kinderopvangorganisatie in overleg (AD). Bij een natuurlijk keuzemoment (aflopen bestaande huurovereenkomst of nieuwbouw van een kindcentrum) treden bestaande partners in overleg over het continueren van op die plek bestaande samenwerking en wordt het initiatief tot het starten van een nieuwe voorziening actief gedeeld met betrokken organisaties. Zo ontstaat transparantie in samenwerking en realisatie van kindcentra. Bij de realisatie van huisvesting voor een nieuwe voorziening is altijd een dialoog tussen betrokken partijen. Onderdeel van deze dialoog is het bekijken en bepalen of er nog behoefte is aan eventuele extra kindplaatsen. (AD) In de gemeente Maasdriel is ook sprake van ‘zware groepen’ die extra ondersteuning nodig hebben. De gemeente heeft hier al voorzien via maatwerk door een subsidieregeling die extra ondersteuning mogelijk maakt (BV).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17130838/1