CConstaterende datMaasdriel
Koppel je AI →
Document · PDF

TOELICHTING

Gemeenteraad 30 mei 2024, gemeente MaasdrielBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Rossum en Hurwenen herziening 2023 Hogeweg nabij 2624.724 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Om de verblijfsduur in de bouwwerken te verlengen bij een (dreigende) gifwolk dienen de bouwwerken voorzien te worden door handmatig centraal afschakelbare ventilatie. Naar aanleiding van de adviezen van de VRGZ en vanwege het feit dat het plan (deels) ziet op huisvesting van niet-zelfredzame mensen welke mogelijk niet in staat zijn om te vluchten, is besloten om waar mogelijk en noodzakelijk de uitvoering van voornoemde adviezen / de benodigde maatregelen te borgen in de regels door middel van een voorwaardelijke verplichting externe veiligheid. Voor het overige wordt opgemerkt dat de adviezen bij initiatiefnemer bekend zijn en zullen worden meegenomen richting de uitvoering van de plannen. Voor zover aspecten zijn geregeld in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), komen deze ook terug bij toetsing van de vergunningsaanvraag voor het bouwen. Het restrisico vanwege het fakkelbrandscenario wordt geaccepteerd. Tenslotte wordt nog(maals) opgemerkt dat met de huidige inrichting van het plangebied het gebouw

ruimte voor ontwikkeling

51

buiten de 100% lethaliteitszone ligt en dat het groepsrisico (volgens advies VRGZ d.d. 16 november 2023) ruim onder 0,1 maal de oriëntatiewaarde ligt. Met het eventueel (richting het oosten) opschuiven van het gebouw wordt ook niet buiten de 1% letaliteitszone gekomen, waardoor dat weinig effect heeft. Met de huidige inrichting wordt ook de afstand tot de vrijstaande woningen van het naastgelegen plan (Appelgaerde) gewaarborgd.

4.10.5

Conclusie

Om de uitvoering van de adviezen van de VRGZ te borgen, zijn in de regels van voorliggend bestemmingsplan voorwaardelijke verplichtingen opgenomen. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor onderhavig plan.

4.11 Kabels en leidingen Planologisch relevante leidingen en hoogspanningsverbindingen dienen te worden gewaarborgd. Tevens dient rond dergelijke leidingen rekening te worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. Planologisch relevante leidingen zijn leidingen waarin de navolgende producten worden vervoerd: gas, olie, olieproducten, chemische producten, vaste stoffen/goederen; aardgasleidingen afhankelijk van druk; defensiebrandstoffen; warmte en afvalwater, ruwwater of halffabricaat voor de drink- en industriewatervoorziening met een diameter groter of gelijk aan 18 inch. Uit de toelichting en verbeelding van de vigerende bestemmingsplannen 'Buitengebied herziening 2022, Reparatieplan' en 'Rossum en Hurwenen' is op te maken dat er een planologisch relevante gasleiding ten zuidwesten op enige afstand parallel langs het plangebied loopt. Wat betreft de verantwoording omtrent het aspect externe veiligheid kan hier worden verwezen naar paragraaf 4.10 Externe veiligheid. Voor de verdere realisatie van het plan zal een KLIC-melding gedaan worden om te achterhalen of er relevante kabels en leidingen in het plangebied of in de directe omgeving daarvan aanwezig zijn.

4.12 Water 4.12.1

Inleiding

Water en ruimtelijke ordening hebben veel met elkaar te maken. Aan de ene kant is water één van de sturende principes in de ruimtelijke ordening en kan daarmee beperkingen opleggen aan het ruimtegebruik zoals locaties voor stadsuitbreiding. Aan de andere kant kunnen ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Op Europees en nationaal niveau heeft water een eigen plaats gekregen in de ruimtelijke besluitvorming via de verplichte 'watertoets'. Een watertoets geeft aan wat de gevolgen zijn van een ruimtelijk plan voor de waterhuishouding in het betreffende gebied. Zo'n waterparagraaf moet sinds 1 januari 2003 worden opgenomen in de toelichting bij ruimtelijke plannen. Doel van de watertoets is de relatie tussen planvorming op het gebied van de ruimtelijke ordening en de waterhuishouding te versterken. Een watertoets is verplicht als het gaat om een functieverandering en/of bestemmingswijziging. Op basis van informatie en randvoorwaarden vanuit waterbeheerder, het waterbeleid en relevante bodemgegevens worden de verschillende wateraspecten uitgewerkt in een waterparagraaf. De waterparagraaf beschrijft het huidige watersysteem alsmede de mogelijkheden en randvoorwaarden voor het toekomstig watersysteem. De waterparagraaf wordt afgestemd met de waterbeheerder.

52

Rossum en Hurwenen herziening 2023, Hogeweg nabij 26

4.12.2

Beleidskader

Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding. Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor onderhavige ontwikkeling relevante nota's. Europa Met ingang van december 2000 is de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) van kracht geworden. In het kader van de Kaderrichtlijn worden kwaliteitseisen gesteld, gericht op het beschermen en verbeteren van de aquatische ecosystemen (verplichting per stroomgebied). Deze richtlijn stelt als norm dat oppervlaktewateren binnen 15 jaar na inwerkingtreding moeten voldoen aan een 'goede ecologische' toestand (GET). Voor kunstmatige wateren, zoals de meeste stadswateren, geldt dat de oppervlaktewateren minimaal moeten voldoen aan een 'goed ecologisch potentieel' (GEP). Inmiddels zijn de GEP-normen per stroomgebied uitgewerkt. Rijk De Waterwet, die in werking is getreden in 2009, regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Op grond van deze wet moeten de provincies één of meer regionale waterplannen vaststellen die wat betreft de ruimtelijke aspecten de status van provinciale structuurvisie hebben. De Waterwet schrijft eveneens voor dat elke zes jaar een nieuw Nationaal Waterplan uitgebracht wordt. Op 10 december 2015 is het Nationaal Waterplan 2 (NWP2) vastgesteld.

Het NWP2 is opgesteld vanuit het perspectief om een nationale Omgevingsvisie te ontwikkelen richting 2018 conform de Omgevingswet in wording. Het NWP2 geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2016-2021, met een vooruitblik richting 2050. Met dit NWP2 zet het kabinet een volgende ambitieuze stap in het robuust en toekomstgericht inrichten van ons watersysteem, gericht op een goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte en het bereiken van een goede waterkwaliteit en een gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart. Het beleid en de maatregelen in het nieuwe Nationaal Waterplan dragen bij aan het vergroten van het waterbewustzijn in Nederland. Waterschap Rivierenland Met het 'Waterbeheerprogramma 2022-2027' blijft het waterschap op koers om het rivierengebied veilig te houden tegen overstromingen, om voldoende schoon water te hebben en om het afvalwater effectief te zuiveren. Waterschap Rivierenland zorgt voor veilige dijken en een evenwichtig watersysteem. Deze missie is het vertrekpunt voor alle activiteiten en projecten van Waterschap Rivierenland. De langetermijnvisie staat in de Watervisie 2050. Deze visie is in het WBP uitgewerkt met oplossingen, maatregelen en ideeën voor de korte termijn; een planperiode van zes jaar. Voor dit WBP is dat 2022-2027.

De maatregelen worden gerealiseerd via projecten en in het reguliere beheer en onderhoud. Hiermee trekt het Waterschap Rivierenland de lijn door van het vorige waterbeheerplan. Bij de uitvoering van het programma beweegt het waterschap mee met veranderingen en benutten zij de kansen die zich voordoen in de regio. Om inhoudelijke ambities te bereiken ligt het accent onder meer op: Gebiedsgericht werken; Waterbewustzijn; Innovatie. Het waterbeheerprogramma is het centrale beleidsdocument van het waterschap. Het programma biedt houvast voor bestuurders en ambtenaren. De doelen en maatregelen in het waterbeheerprogramma zijn opgesteld samen met provincies, gemeenten en andere partijen. Het waterschap houdt rekening met provinciale functies en werkt mee aan het realiseren van provinciale doelen. In de Beleidsregels van het waterschap is een vuistregel opgenomen voor de compensatie van toename aan verhard oppervlak. Deze vuistregel houdt in dat voor elke hectare nieuw verhard oppervlak er 436 m 3 waterberging gerealiseerd moet worden (gebaseerd op de T=10+10% bui).

ruimte voor ontwikkeling

53

Gemeente Maasdriel Gemeenten Maasdriel en Zaltbommel hebben gezamenlijk het 'Water en Rioleringsplan Bommelerwaard 2022 - 2026' opgesteld. Hierin geeft de Bommelerwaard aan hoe invulling wordt gegeven aan de zorgplichten uit de Wet milieubeheer en de Waterwet. Bijlage C gaat specifiek in op het hemelwaterbeleid van de gemeente Maasdriel. Om (nog) duurzamer om te gaan met hemelwater worden de volgende doelen nagestreefd: scheiden van schone en vuile waterstromen; beperken van de hoeveelheid ingezameld hemelwater op het gemengde stelsel; verbieden van het afvoeren van hemelwater op drukriolering; beperken van risico's tijdens extreme neerslag. De voorkeursvolgorde 'omgang met hemelwater en ander afvalwater aan de bron' binnen de gemeente Maasdriel, gebaseerd op het landelijke hemelwaterbeleid, is als volgt: vasthouden op daken, bergingen als regentonnen/schuttingen nuttig gebruiken; op maaiveld infiltreren waar mogelijk; ondergronds ondiep infiltreren via een particuliere voorziening; verwerken in het oppervlaktewater.

4.12.3

Watertoets

In Nederland heeft water een eigen plaats gekregen in de ruimtelijke besluitvorming via de watertoets. De watertoets houdt in dat bij het maken van ruimtelijke plannen al in een vroeg stadium bekeken moet worden wat de gevolgen zijn voor water en de ruimtelijke ordening. De watertoets is een proces waarbij overleg wordt gevoerd met de waterbeheerder. De waterbeheerder stelt in dit proces de kaders vast en geeft een wateradvies voor verschillende waterhuishoudkundige aspecten. De watertoets resulteert uiteindelijk in een waterparagraaf, die in de toelichting van het ruimtelijke plan wordt opgenomen. Onderhavig plan ziet op de realisatie van woonzorgvoorzieningen. Het beoogde programma bestaat uit een dubbel woonhuis met 48 onzelfstandige wooneenheden met 24-uurszorg ten behoeve van mensen met dementie, een kleinschalig medisch centrum met acht behandelkamers en op de verdiepingen twaalf wooneenheden voor huisvesting van een specifieke doelgroep en tenslotte een tweetal vrijstaande woningen in het bebouwingslint van de Hogeweg. Om het voornemen te toetsen aan het waterbeleid, is de watertoets uitgevoerd (Bijlage 13). Hierna wordt nader ingegaan op de relevante wateraspecten. (Geo-)hydrologische situatie Wat betreft de bestaande (geo-)hydrologische situatie kan het volgende gesteld worden: Maaiveldpositie (t.o.v.

NAP): 3.11 m / Grondwaterstand tussen 0,62 en 0,95m - MV / Oppervlaktepeil ZP: 2,40m NAP / WP: 2,15m NAP. Er is van nature voldoende ontwatering. Daarnaast worden maatregelen op eigen terrein getroffen, namelijk de aanleg van een karakteristieke sloot. Zoals hierna volgt kan worden voldaan aan de waterbergingsopgave. Oppervlaktewater In het plangebied zijn geen waterlopen gesitueerd. Uit de Legger van het Waterschap volgt dat het plangebied direct ten noordwesten wordt begrenst door een A-watergang en direct ten zuidoosten door een C-watergang.

54

Rossum en Hurwenen herziening 2023, Hogeweg nabij 26

Uitsnede Leggerkaart Waterschap Rivierenland met aanduiding kadastraal perceel 421 Watercompensatie De te realiseren waterberging op basis van vuistregel vanuit Waterschap Rivierenland: oppervlakte * 0,0436 m 3 = xxx m 3. Te realiseren oppervlakte bij een peilstijging van het watervlak van 0,3m geeft de formule: m 2 nieuw verhard * 43,6mm / 0,3 m = berging in m 2 . Zoals volgt uit onderstaande berekening bedraagt de totaal aanwezige verharding in onderhavig plan ca. 5.350 m 2 . Dit betreft een reële berekening, waarbij ook rekening is gehouden met terassen, paadjes etc. Er is 777,53 m 2 waterberging benodigd (5.350 * 43,6 / 0,3). In het plan is ca. 818 m 2 waterberging opgenomen in de vorm van een karakteristieke sloot met zachte natuurlijke oever. Hiermee wordt voldaan aan de eisen.

ruimte voor ontwikkeling

55

Hemelwaterafvoer Hemelwater zal zoveel mogelijk afgekoppeld worden op de te realiseren karakteristieke sloot / watergang. Conform naastgelegen plan Appelgaerde watert onderhavig plangebied met de te realiseren sloot af op de A-watergang die het plangebied aan noordwestelijke zijde begrenst. De bodem heeft ter plaatse van het plangebied voldoende waterbergend vermogen, waardoor dit ten tijde van zware regenval niet tot wateroverlast leidt. In het plangebied is in de bestaande situatie geen overlast door grondwater bekend. Verder wordt er geen gebruik gemaakt van uitlogende materialen. Vuilwaterafvoer De nieuwe bebouwing wordt voor wat betreft het afvalwater aangesloten op het gemeentelijk hoofdriool bij de Hogeweg. Hierbij wordt er geen gebruik gemaakt van uitlogende materialen. Wat betreft de prognose van toename aan afvalwater: conform de Kennisbank Stedelijk Water wordt er een DWA piekproductie aangehouden van 12 liter per werknemer / inwoner per uur. De dag productie wordt verdeeld over 10 uur, waardoor de dagproductie op 120 liter per werknemer / inwoner per dag komt. Het maximaal 56

Rossum en Hurwenen herziening 2023, Hogeweg nabij 26

aantal werknemers // inwoners is gebaseerd op een inschatting van 68 inwoners en 20 werknemers. Het totaal komt hierdoor uit op: 88 x 12 l/uur = 1,06 m³/uur. De dagproductie bedraagt 88 x 120 l/dag = 10,56 m³/dag. In navolgende figuren zijn een overzichtstekening van de groen-blauwe structuur en tweetal indicatieve profielen opgenomen van de toekomstige, nieuwe situatie.

Overzichtstekening groen-blauwe structuur (bron: Arcom B.V.)

Indicatief profiel A nieuwe situatie (bron: Arcom B.V.)

ruimte voor ontwikkeling

57

Indicatief profiel B nieuwe situatie (bron: Arcom B.V.)

4.12.4

Conclusie

Er worden vanuit het oogpunt van de waterhuishouding geen belemmeringen verwacht ten aanzien van de bestemmingswijziging en de uitvoering van het plan.

4.13 Klimaat en duurzaamheid 4.13.1

Inleiding

In de deelvisie ‘Groen en Bomen’ van augustus 2019 (onderdeel van de omgevingsvisie Maasdriel) worden enkele doelen gesteld ten behoeve van duurzaamheid en klimaat. Vergroten van de biodiversiteit. Door het vergroten van de soortenrijkdom wordt een aantrekkelijke leefomgeving gecreëerd voor meer soorten dieren en insecten. Hierbij is het echter wel van belang om (inheemse) gebiedseigen soorten of cultivars toe te passen, die bestand zijn tegen de gebiedskenmerken. Het vergroten van de diversiteit vermindert de impact van ziekten en plagen. Ecologisch beheer. Door ecologisch beheer worden inheemse flora en fauna beschermd. Dit kan door ecologisch bermbeheer, begrazingsbeheer, het beheer van natuurvriendelijke oevers en ecologisch waterbeheer. Ruimtelijke inrichting met aandacht voor klimaatadaptatie. Waterberging en vermindering van hittestress zijn uitdagingen waarop we steeds vaker moeten inspelen. De beste aanpak om wateroverlast te voorkomen bestaat daarom uit drie stappen: vasthouden, bergen en afvoeren. Groen zorgt ervoor dat niet alle neerslag hoeft te worden afgevoerd. Bomen, struiken en ander groen kunnen de temperatuur in een bebouwde omgeving helpen verlagen door water te verdampen. Bij nieuwe aanplant en herinrichting is nadrukkelijk aandacht voor verbetering van de waterberging en vermindering van de hittestress.

Buiten de dragende groenstructuren wordt ruimte gegeven voor initiatieven in het kader van de energietransitie (zonnepanelen en dergelijke).

4.13.2

Beoordeling

Onderhavig plan geeft op verschillende manieren invulling aan beleidsdoelstelling op gebied van klimaat en duurzaamheid. Zo zal de nieuwe bebouwing in ieder geval voldoen aan de duurzaamheidseisen (o.a. geen gasaansluiting, goede isolatie) uit het Bouwbesluit, maar zijn er ook mogelijkheden tot het plaatsen van zonnepanelen op de daken. De beoogde groen-blauwe structuur in onderhavig plan zorgt voor een mooie aansluiting van het dorp op het landelijk gebied en biedt kansen voor natuurontwikkeling. Het water wordt, conform de vereisten, geborgen in het plangebied en vertraagd afgevoerd middels een karakteristieke sloot met zachte natuurlijke oever. In het plan is ruimte voorzien voor 28 bomen en 8600 m 2 groen in de vorm van gemeenschappelijke tuin en parkstrook. Een en ander draagt bij aan het creëren van een aantrekkelijke leefomgeving voor dieren en insecten. 58

Rossum en Hurwenen herziening 2023, Hogeweg nabij 26

Voor het plangebied is ook nagedacht over natuurinclusief bouwen, biodiversiteit en ecologisch beheer. Het gebied kan daardoor worden gezien als een evenwichtig ecosysteem (zij het op kleine schaal) waar bewoners de natuur van dichtbij kunnen ontdekken en beleven. Verder draagt de natuurinclusieve inrichting van het gebied bij aan het tegengaan van hittestress, wateroverlast en heeft het een positieve werking op de menselijke gezondheid. Deze natuurinclusieve inrichting komt concreet tot uiting in onderstaande inrichtingsmaatregelen waarbij particulier eigendom niet geheel los van de openbare ruimte kan worden gezien, ze zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Een huismus nestelt immers in de woning, maar foerageert in de openbare ruimte. Open verharding waterdoorlatend met substraatlaag voor grassen en planten. Aanplanten van (fruit)bomen, struiken en groene erfscheidingen. Opnemen van vleermuiskasten in de gebouwen en vleermuisvriendelijke verlichting Plaatsen van nestkasten voor de huismus. Het aanleggen van een watergang als drinkplaats voor vogels en andere dieren. Natuurlijke oevers te bevordering van de biodiversiteit. Door in een vroeg stadium samen te werken met een ecoloog, zorgen we ervoor dat we juiste maatregelen nemen voor die dieren en planten die we op deze locatie kunnen verwachten.

De beplanting zal bestaan uit zoveel mogelijk inheemse beplanting met in elk seizoen voedsel voor insecten, vlinders en vogels. Het ecologisch beheer valt in dit plangebied voor een groot deel onder verantwoordelijkheid van de gemeente en zal uitgevoerd worden conform het gemeentelijkbeleid.

4.14 Niet-gesprongen explosieven 4.14.1

Inleiding

Bij grondroerende werkzaamheden leveren niet-gesprongen, onontplofte explosieven uit de Eerste of Tweede Wereldoorlog een gevaar op als ze worden verplaatst of aangeraakt. Bij het onverwachts aantreffen van niet-gesprongen explosieven tijdens graaf- of andere grondwerkzaamheden, kan dit zorgen voor gevaarlijke situaties voor werknemers en burgers in de nabije omgeving. Ook kan het zorgen voor vertraging bij het uitvoeren van werkzaamheden. Onderstaand figuur toont een uitsnede van de bodembelastingkaart ten aanzien van niet-gesprongen explosieven. Hieruit blijkt dat het plangebied en de directe omgeving zijn gelegen in gebied dat verdacht is ten aanzien van geschutsmunitie (verschoten).

ruimte voor ontwikkeling

59

4.14.2

Resultaten

onderzoek

Gezien het plangebied is gelegen in gedacht gebied ten aanzien van geschutsmunitie is door Euroradar een onderzoek naar ontplofbare oorlogresten uitgevoerd en opgeleverd in de vorm van een Proces-Verbaal (Bijlage 14). Het gehele plangebied is in zijn geheel non-realtime ingemeten en realtime onderzocht. Er zijn 119 verdachte objecten benaderd die voldoen aan de gestelde criteria. Hierbij zijn geen (restanten van) ontplofbare oorlogsresten aangetroffen. Met de gebruikte zoekmethodiek zijn na het verwijderen van de objecten geen overige significante objecten welke overeenkomen met (volgens gesteld zoekdoel) ontplofbare oorlogsresten meer aangetroffen. Het gehele opsporingsgebied is vrijgegeven tot een diepte van 3,90m -mv (0,80m -NAP) om toekomstige werkzaamheden veilig te kunnen uitvoeren. De hoogte van het maaiveld lag, ten tijde van het onderzoek, (gemiddeld) op 3,10m +NAP1. Indien er bodemroerende werkzaamheden plaats gaan vinden in gebieden welke nog verdacht zijn op het mogelijk aantreffen van ontplofbare oorlogsresten dient er eerst een onderzoek plaatst te vinden door een CS-OOO gecertificeerd bedrijf.

4.14.3

Conclusie

Op grond van onderzoek naar ontplofbare oorlogresten is het plangebied volledig vrijgegeven. Het aspect niet-gesprongen explosieven vormt geen belemmering voor onderhavig plan.

60

Rossum en Hurwenen herziening 2023, Hogeweg nabij 26

4.15 M.e.r.-beoordeling 4.15.1

Wettelijk kader

In de Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat op basis van selectiecriteria vastgesteld dient te worden of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zal hebben of niet. Onderdeel D van de bijlage bevat activiteiten, plannen en besluiten waarvoor het maken van een m.e.r.-beoordeling verplicht is. Voor elke activiteit die genoemd wordt in kolom 1 van onderdeel D van het Besluit m.e.r. moet beoordeeld worden of er sprake is van (mogelijke) nadelige milieugevolgen. Voor activiteiten die onder de drempelwaarde zoals genoemd in kolom 2 van onderdeel D vallen, volstaat een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Deze motivering dient qua inhoud aan te sluiten bij de m.e.r.-beoordeling, maar heeft geen vormvereisten. Voorliggend initiatief kan gezien worden als 'stedelijk ontwikkelingsproject' (D 11.2). De gewenste ontwikkeling blijft ruim onder de drempelwaarde van 2.000 woningen, waardoor een vormvrije m.e.r.-beoordeling volstaat. In een vormvrije m.e.r.-beoordeling dient aandacht te worden besteed aan drie criteria die zijn opgenomen in Bijlage III van de Europese richtlijn 'betreffende milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten'. Dit zijn achtereenvolgens de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van het potentiële effect.

4.15.2

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

Kenmerken van het project Het initiatief ziet op de realisatie van een dubbel woonhuis met 48 onzelfstandige wooneenheden met 24-uurszorg ten behoeve van mensen met dementie, een kleinschalig medisch centrum met acht behandelkamers en op de verdiepingen twaalf wooneenheden voor huisvesting van een specifieke doelgroep en tenslotte een tweetal vrijstaande woningen in het bebouwingslint van de Hogeweg. Er is sprake van een relatief geringe omvang van het plangebied, terwijl er geen significante cumulatie is met andere projecten. De ontwikkeling ziet niet op productie van afvalstoffen en/of verontreiniging. Hinder wordt ondervangen door voldoende afstand te houden van nabijgelegen milieubelastende functies. Plaats van het project Het plangebied is gelegen in aansluiting op de toekomstige uitbreidingswijk van de kern Rossum, 'Appelgaerde'. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige habitat ligt op circa 1,4 kilometer afstand. De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot een toename van stikstofdepositie op het Natura 2000-gebied. De ontwikkeling leidt verder niet tot een aantasting van historische, culturele of archeologische belangen. Kenmerken van het potentiële effect Het project heeft in samenhang met de hiervoor genoemde criteria geen aanzienlijke effecten op het milieu. Evenmin is er sprake van een grensoverschrijdend karakter.

De complexiteit is gering, gelet op de omvang van het plangebied en ligging in aansluiting op een toekomstige uitbreidingswijk.

4.15.3

Conclusie

De kenmerken, plaats en potentiële effecten van de ontwikkeling geven op basis van het voorgaande geen aanleiding ernstige milieugevolgen te verwachten die het nodig maken om een m.e.r-procedure te doorlopen.

ruimte voor ontwikkeling

61

4.16 Volksgezondheid Gezondheid is in de ruimtelijke ordening steeds meer een thema. Er is echter geen specifieke wet- en regelgeving dan wel beleidskader voor het meenemen van het aspect gezondheid in bestemmingsplannen of andere ruimtelijke besluiten. Van belang is dat een ruimtelijk besluit voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Hiervoor is het belangrijk dat ter plaatse van de ruimtelijke ontwikkeling sprake is van een goed woon- en leefklimaat en bedrijven en dergelijke door een ruimtelijke ontwikkeling niet in hun belangen/bedrijfsvoering geschaad worden. In dit bestemmingsplan zijn diverse thema’s die van invloed zijn hierop, en daarmee mogelijk ook op de gezondheid, aan de orde gekomen. Aspecten die nog niet aan bod zijn gekomen, maar mogelijk wel van invloed zijn op de gezondheid van mens, dier en natuur komen in deze paragraaf aan de orde. Geitenhouderijen Binnen een straal van 2 km rondom het plangebied zijn stallen van geitenhouderijen aanwezig (op afstanden van circa 330 en 550 meter van het plangebied). Respectievelijk op adressen H.C. de Jonghweg 12 en Molenstraat 37. Pluimvee- en varkenshouderijen Binnen 1 km van het plangebied zijn geen pluimveehouderijen gelegen. Het plangebied is niet binnen 250 meter van overige veehouderijen gelegen.

Handreiking veehouderij en volksgezondheid De Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 (versie mei 2018) bevat een praktisch stappenplan om te beoordelen of nadere advisering vanuit de GGD wenselijk is. Het stappenplan kan worden gebruikt bij het afgeven van milieuvergunningen. Het stappenplan kan ook gebruikt worden voor bestemmingsplannen. Als er meerdere ‘ja’s’ uit volgen is het een overweging om bij de GGD een advies aan te vragen om de cumulatie te bespreken. Stap 1 In deze stap moet beoordeeld worden of de ontwikkeling voldoet aan de endotoxine ‘richtafstand’ tussen een veehouderij en gevoelige bestemming. Het gaat daarbij om varkens- en pluimveehouderijen, waarvoor respectievelijk een afstand van circa 200 en 500 meter geldt. Binnen deze afstanden laten de metingen en berekeningen zien dat overschrijding van de door de Gezondheidsraad gegeven advieswaarde van 30 OU/m3 mogelijk is, als een ontwikkeling buiten deze afstanden zijn gelegen is het aannemelijk dat de waarde van 30 OU/m3 niet wordt overschreden. Er zijn binnen genoemde afstanden geen varkens- en pluimveehouderijen aanwezig. Uit bovenstaande blijkt dat de ontwikkeling voldoet aan de endotoxine ‘richtafstand’ tussen een veehouderij en gevoelige bestemming. GGD-advies is niet aan de orde, ga verder naar stap 2.

Stap 2 De ontwikkeling leidt niet tot een toename in de emissie voor geur en/of fijnstof en/of ammoniak. GGD-advies is niet aan de orde, ga verder naar stap 3a. Stap 3a In deze stap moet getoetst worden of in het plangebied voldaan wordt aan het wettelijke kader voor geurhinder. Een onderzoek geurhinder is hiertoe momenteel in uitvoering. Aangetoond dient te worden dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat aan de hand van het wettelijk kader voor geur. Ten aanzien van het plan is een GGD-advies gevraagd. Ga verder naar stap 3b. Stap 3b In deze stap moet getoetst worden of in het plangebied voldaan wordt aan de gezondheidskundige 62

Rossum en Hurwenen herziening 2023, Hogeweg nabij 26

advieswaarde voor geurhinder. Een onderzoek geurhinder is hiertoe momenteel in uitvoering. Gesteld kan worden dat tussen het plangebied en veehouderij in de wijde omgeving andere geurgevoelige objecten aanwezig die voor die veehouderij maatgevend zijn, de nieuwe geurgevoelige objecten in het plangebied belemmeren die veehouderijen dus niet in hun bedrijfsvoering. Ten aanzien van het plan is een GGD-advies gevraagd. Ga verder naar stap 4. Stap 4a+b Er zijn geen veehouderijen in relevante omgeving waar meer dan één diersoort wordt gehouden. Er zijn geen varkens- en/ of pluimveebedrijven in de buurt waarvan de afstand tussen de inrichtingsgrenzen minder dan 100 meter bedraagt. GGD-advies is niet aan de orde, ga verder naar stap 5. Stap 5a Binnen een afstand van 2 km van nieuwe woon- en verblijfsruimten zijn geitenhouderijen gelegen, namelijk op adressen H.C. de Jonghweg 12 en Molenstraat 37. Dit leidt tot GGD-advies. Check of stap 6 nog tot een GGD-advies leidt. Stap 6 Er is geen sprake van mestbe- of verwerking als nevenactiviteit of als zelfstandige activiteit. Dit leidt niet tot GGD-advies.Check of stap 7 nog tot een GGD-advies leidt. Stap 7 Bij omwonenden is geen sprake van ongerustheid over de volksgezondheid. Dit leidt niet tot GGD-advies. Uit het doorlopen van het stappenplan blijkt aanleiding voor het aanvragen van een advies bij de GGD.

GGD Advies Op basis van voorgaand stappenplan is GGD advies gevraagd. Op 30 november 2023 is een uitgebreid advies van de GGD ontvangen, dat op meer aspecten ingaat dan alleen de nabijgelegen geitenhouderijen. Kort samengevat wordt door de GGD het volgende geadviseerd: Luchtkwaliteit Voor de voorgenomen ontwikkeling geldt dat de voorspelde verkeersintensiteit op de Hogeweg ruim onder de verkeersintensiteit van 10.000 motorvoertuigen per etmaal ligt. Het is daarom niet nodig een minimale afstand van de woningen tot de weg te hanteren. De minimale afstand de H.C. de Jonghweg is met 200 meter groot genoeg, onafhankelijk van het aantal motorvoertuigen per etmaal. Geluid: Voor de gezondheid is de gecumuleerde (totale) geluidsbelasting van belang. De berekende gecumuleerde geluidsbelasting van 59 dB Lden ligt ver boven de GGD-advieswaarde van 50 dB Lden. De gemeente is van plan hogere waarden vast te laten stellen, om hogere geluidsniveaus te mogen hanteren. Bij het vaststellen van hogere waarden accepteert de gemeente meer hinder en andere gezondheidseffecten door blootstelling aan geluid. Het is daarom belangrijk om op alle mogelijke manieren de belasting te verlagen. Dat betekent behalve isolatiemaatregelen ook het plaatsen van een geluidscherm of wal, ook al is dat in strijd met het stedenbouwkundig ontwerp (pagina 10, rapport Alcedo).

De GGD adviseert met klem om de 2 woningen aan de Hogeweg op grotere afstand van de weg te plaatsen. Om slaapverstoring te voorkomen is het belangrijk om de slaapvertrekken aan de geluidluwe zijde (noordwesten) te plaatsen. Bij goede (geluid)isolatie van een gebouw is het noodzakelijk om het gebouw van een goed mechanische ventilatie- en klimaatsysteem te voorzien. Het moet ook mogelijk blijven om een

ruimte voor ontwikkeling

63

raam open te zetten. Gebruik geluiddempende ventilatieroosters. Een dove gevel is ongewenst vanuit het oogpunt van gezondheid. Het zorgt voor een beperking van de spuimogelijkheid en een beperking van de keuzevrijheid van bewoners om een raam open te zetten. Wat betreft het geluid zal worden voldaan aan de wettelijk toegestane normen. Bij de aanvraag omgevingsvergunning bouwen zal worden getoetst aan de norm uit het Bouwbesluit omtrent het binnenniveau van ten hoogste 33dB. Bij de verdere planuitwerking kunnen bovenstaande adviezen worden meegenomen en waar mogelijk geïmplementeerd. Agrarische geur: De GGD accepteert dat enige vorm van geurhinder onvermijdelijk is, maar hanteert wel maximale percentages. Binnen de bebouwde kom acht de GGD meer dan 12% geurhinder onacceptabel; in agrarisch gebied zijn hogere hinderpercentages denkbaar, maar hoger dan 20% geurhinder is volgens de GGD onacceptabel. Dit geldt voor zowel de voorgrond- als voor de achtergrondbelasting. Gemeente Maasdriel ligt in een niet-concentratiegebied. Op basis van het maximale hinderpercentage van 12% voor de bebouwde omgeving adviseert de GGD de volgende waarden: 1. Een maximale voorgrond geurbelasting van 2 OU/m3 2. Een maximale achtergrond geurbelasting van 5 OU/m3 De verwachting is dat aan deze adviesnormen kan worden voldaan.

Een locatie- en planspecifiek geurhinder veehouderij is op dit moment nog in uitvoering (zie paragraaf 4.8). Veehouderij: De GGD vindt dat binnen een straal van 250 meter rondom een veehouderij het voorzorgsprincipe zou moeten gelden. Dit betekent dat de GGD adviseert om geen gevoelige bestemmingen binnen 250 meter van veehouderijen te bouwen. Binnen 500 meter van een geitenhouderij is er een verhoogd risico op longontsteking bij omwonenden. De GGD adviseert daarom om zeer terughoudend te zijn met het bouwen van gevoelige bestemmingen binnen 500 meter van een geitenhouderij. Er liggen drie geitenhouderijen in de omgeving van het plangebied. De afstanden tussen de geitenhouderijen en de dichtstbijzijnde woningen zijn circa 330 meter (HC de Jonghweg 12), en circa 550 meter (Molenstraat 37 / HC de Jonghweg ongenummerd). Dat betekent dat de geitenhouderij aan de HC de Jonghweg 12 binnen 500 meter van de woningen ligt. Gezien het verhoogde risico op longontsteking bij omwonenden binnen een afstand van 500 meter van een geitenhouderij, vindt de GGD de beoogde locatie voor de huisvesting van kwetsbare ouderen niet geschikt.

De provincie volgt de lijn uit het VGO (veehouderij en gezondheid van omwonenden) en geeft aan dat de dat gemeenten bij ruimtelijke ontwikkelingen een afweging moeten maken over het toevoegen van gevoelige functies binnen de 2-kilometerstraal rondom geitenhouderijen. Op minder dan 500 m van het plangebied ligt één geitenhouderij. De GGD adviseert om binnen 500 m geen nieuwe woningen te realiseren. Het advies van de GGD is meegenomen maar vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening en het afwegen van de verschillende belangen is gemeend het belang voor deze ontwikkeling zwaarder te wegen. Vanwege de aanwezigheid van een geitenhouderij op minder dan 500 m afstand, dient de ontwikkelaar de toekomstige bewoners actief te informeren over gezondheidsrisico's. Daarnaast is er sprake van een versnelde transitie in de veehouderij. De effecten zijn velerlei, maar betekenen in ieder geval dat behalve minder veehouderijen de impact van de resterende bedrijven op de omgeving drastisch zal verbeteren. Er is sprake van allerlei innovatieve ontwikkelingen die de emissie en immissie van aan gezondheid te relateren stoffen, zo niet geheel, dan toch in beduidende mate, zullen beperken. Als tijdelijke voorzorgsmaatregel heeft de provincie Gelderland in 2018 in de omgevingsverordening een zogenaamd “geitenverbod” opgenomen.

Daardoor is nieuwe vestiging van geitenhouderij, het wijzigen van de veestapel naar geiten, dan wel een toename van het aantal te houden geiten verboden. 64

Rossum en Hurwenen herziening 2023, Hogeweg nabij 26

Bestrijdingsmiddelen: Ten noorden en westen van het plangebied zijn fruitboomgaarden aanwezig waar bestrijdingsmiddelen kunnen worden toegepast. Door drift van bestrijdingsmiddelen kunnen omwonenden hieraan worden blootgesteld. De GGD adviseert om binnen een afstand van 50 meter tot de fruitboomgaarden geen gevoelige bestemmingen te bouwen, of de afstand in ieder geval zo groot mogelijk te maken. Het creëren van afstand leidt tot een lagere blootstelling van omwonenden aan bestrijdingsmiddelen Daarom adviseert de GGD om de gebouwen van dit bouwplan aan de uiterste oostkant van het perceel te plaatsen, met de tuin en buitenverblijfruimte aan de oostkant. De mate van effectiviteit van verschillende vormen van perceelafscheiding en de invloed daarvan op de verspreiding van drift is nog niet vastgesteld. Het is echter wel gebleken dat een haag of schutting de luchtstroom en dus de drift beïnvloeden. Geef bij het toepassen van een afscheiding de voorkeur aan een groenhaag, vanwege het gunstige effect van groen op de gezondheid. Volg daarbij het advies op van TecMap: wintergroene haag met een bepaalde dichtheid. En een tijdelijk scherm, zolang de haag nog niet volgroeid is. Zover benodigd op grond van het uitgevoerde onderzoek spuitzonering is de toepassing van een afscheiding geborgd in de regels van onderhavig plan.

Bodemkwaliteit: Uit het verkennend bodemonderzoek van Vink Milieutechnisch Adviesbureau23 blijkt dat in de bovengrond op het oostelijke deel van de onderzoekslocatie een licht verhoogd gehalte aan lood is aangetroffen (55 mg/kg). Dit gehalte ligt ruim onder de advieswaarden van de GGD. Dat betekent dat er sprake is van een voldoende bodemkwaliteit. Klimaatadaptatie: Bij het gebouwontwerp wordt wat betreft het materiaalgebruik aangesloten op de agrarische omgeving. Voor de gemeenschappelijke ruimtes wordt transparantie nagestreefd met de toepassing van o.a. glas. Een gebouw met veel glas warmt snel op. Wij adviseren daarom om het glasoppervlak te beperken. Voorkom overmatige opwarming van de nieuwe woningen door het plaatsen van goede en gebruiksvriendelijke zonwering. Denk er dan wel aan dat de ramen normaal geopend kunnen worden. Zorg voor schaduwbomen bij de buitenplaats van de zorgwoningen. Kies daarvoor niet de berk of hazelaar of een andere boomsoort die hooikoorts veroorzaakt. Plaats ook bomen aan de zonkant van het gebouw, om opwarming van het gebouw tegen te gaan. Het hebben van uitzicht op groen vanuit de verblijfsruimten is stress-reducerend. Indirect is dat gunstig voor onze gezondheid. Het advies is om de ramen zodanig te positioneren dat er vanuit elke ruimte uitzicht is op groen, of andersom, om het groen in het zicht te plaatsen.

Zorg dat de sloot aan de westkant een goede doorstroming heeft zodat algengroei minder snel optreedt, en insecten zoals muggen zich niet kunnen voortplanten. Bij de verdere planuitwerking kunnen bovenstaande adviezen worden meegenomen en waar mogelijk geïmplementeerd. Vanwege de aanwezigheid van een geitenhouderij op minder dan 500 m afstand, zal de ontwikkelaar de toekomstige bewoners actief informeren over gezondheidsrisico's.

ruimte voor ontwikkeling

65

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische planbeschrijving

Inleiding

In een bestemmingsplan zijn de bouw- en gebruiksmogelijkheden voor een bepaald gebied opgenomen. Het onderhavige bestemmingsplan regelt de inrichting van het gebied op hoofdlijnen door de gronden te beleggen met een bestemming. Het juridische deel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding (kaart) in samenhang met de regels. In dit hoofdstuk wordt het juridische deel van het bestemmingsplan nader toegelicht. De regels en verbeelding zijn opgesteld conform de RO-standaarden 2012, waarbij in het bijzonder het IMRO 2012 (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) en de SVBP 2012 (Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen) van belang zijn. Het bestemmingsplan 'Rossum en Hurwenen herziening 2023, Hogeweg nabij 26' bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding en de regels tezamen vormen het juridisch bindende deel van het plan. Verbeelding en regels dienen te allen tijde in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding krijgen alle gronden binnen het plangebied een bestemming. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. De juridische betekenis van deze bestemmingen en aanduidingen zijn terug te vinden in de regels.

Een gedeelte van de informatie op de verbeelding heeft geen juridisch betekenis, maar is slechts opgenomen om de leesbaarheid van en oriëntatie op de verbeelding te vergroten, zoals een kadastrale/BGT ondergrond. Alle letters, aanduidingen en lijnen worden verklaard in de legenda op de verbeelding. De regels bepalen de gebruiksmogelijkheden van de gronden binnen het plangebied en geven tevens de bouw- en gebruiksmogelijkheden met betrekking tot bouwwerken aan. De regels van het bestemmingsplan 'Rossum en Hurwenen herziening 2023, Hogeweg nabij 26' zijn opgebouwd conform de door de SVBP 2012 voorgeschreven systematiek en omvatten inleidende regels, bestemmingsregels, algemene regels de overgangs- en slotregels.

5.2

Inleidende regels

De inleidende regels bestaan uit de volgende artikelen.

5.2.1 Begrippen In de begripsregels worden omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Alleen die begripsregels worden opgenomen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn.

5.2.2 Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden en oppervlakten te bepalen, wordt in de 'wijze van meten' uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Dit artikel geeft aan hoe de lengte, breedte, hoogte, diepte en oppervlakte e.d. van gronden en bouwwerken wordt gemeten of berekend. Alle begrippen waarin maten en waarden voorkomen worden in dit artikel verklaard. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden. Ook voor de 'wijze van meten' worden in de SVBP 2012 richtlijnen gegeven.

66

Rossum en Hurwenen herziening 2023, Hogeweg nabij 26

5.3

Bestemmingsregels

5.3.1 Opbouw bestemmingen De gronden van het gehele plangebied hebben een positieve bestemming. Een positieve bestemming betekent dat het gebruik van de gronden voor de verschillende bestemmingen direct mogelijk is. Bovendien betekent het dat oprichting van gebouwen direct mogelijk is nadat burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning hebben verleend, welke dient te voldoen aan onder meer de regels van het bestemmingsplan, het Bouwbesluit en de Bouwverordening. De opbouw van de bestemmingen ziet er in beginsel als volgt uit: Bestemmingsomschrijving; Bouwregels; Nadere eisen; Afwijken van de bouwregels; Specifieke gebruiksregels; Afwijken van de gebruiksregels; Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden; Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk; Wijzigingsbevoegdheid.

5.3.2 Bestemmingen Voorliggend bestemmingsplan bevat de enkelbestemmingen 'Groen', 'Maatschappelijk', 'Verkeer' en 'Wonen'. Hieronder worden deze toegelicht. Groen De beoogde parkzone aan de zuid- en noordwestzijde van het plangebied is bestemd als 'Groen'. Binnen deze bestemming zijn onder meer groenvoorzieningen, water en paden toegestaan. De bestemming 'Groen' kent tevens de functieaanduiding 'specifieke vorm van groen-windhaag', waarbij de gronden tevens bestemd zijn voor (tijdelijke) driftreducerende voorzieningen. Maatschappelijk De gronden ter hoogte van het toekomstige dubbele woonhuis voor dementerenden en ter hoogte van het medisch centrum met woningen voor een bijzondere doelgroep zijn voorzien van de bestemming 'Maatschappelijk'. Ten behoeve van de 48 zorgkamers voor dementerenden is de functieaanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - 1' opgenomen. Hier is een woonzorgvoorziening bestaande uit maximaal 48 onzelfstandige woonruimten toegestaan. Voor het medisch centrum en de woningen voor de bijzondere doelgroep is de functieaanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - 2' opgenomen, alwaar op de begane grond uitsluitend gezondheidszorg -en op de verdieping(en) wonen in een bijzondere woonvorm is toegestaan.

Daarbij geldt dat, mede vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening, de oppervlakte van voorzieningen ten behoeve van gezondheidszorg hier niet meer mag bedragen dan 500 m 2 . Voor de beoogde gebouwen is een bouwvlak aangegeven waarbinnen de gebouwen moeten worden opgericht. De maximale goot- en bouwhoogten zijn door middel van maatvoering op de verbeelding aangegeven. Als strijdig gebruik is expliciet aangemerkt het gebruik van gronden en bebouwing ten behoeve van opvang in de vorm van noodopvang vluchtelingen / asielzoekerscentrum. Dit in verband met het feit dat deze functie niet goed past bij de gewenste invulling van het gebied. Verder zijn er voorwaardelijke verplichtingen opgenomen met betrekking tot de waarborging van de adviezen van de VRGZ met betrekking tot externe veiligheid, evenals het nemen van de vereiste geluidswerende maatregelen aan de gevels van de beoogde bebouwing.

ruimte voor ontwikkeling

67

Tot slot is binnen de bestemming een voorwaardelijke verplichting opgenomen met oog op driftreductie ten aanzien van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op nabijgelegen agrarische percelen. Hiervoor is onder meer de aanduiding 'specifieke vorm van groen - windhaag' op de verbeelding opgenomen. Binnen deze aanduiding dient een windhaag te worden ingeplant en in stand te worden gehouden overeenkomstig de specifieke aanbevelingen uit het onderzoek spuitzonering. Verkeer De interne ontsluitingsstructuur, parkeervoorzieningen en de hoofdontsluiting op de Hogeweg, zijn opgenomen binnen de bestemming 'Verkeer'. Enkel ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - parkeren uitgesloten' zijn parkeervoorzieningen uitgesloten, teneinde overschrijding van de maximale geluidsniveaus op de gevels van omliggende geluidgevoelige bebouwing vanwege dichtslaande portieren te voorkomen. Wonen De beoogde twee reguliere vrijstaande woningen aan het lint langs de Hogeweg zijn voorzien van een woonbestemming. Middels een bouwvlak is aangegeven waarbinnen de gebouwen moeten worden opgericht. De maximale goot- en bouwhoogten zijn door middel van maatvoering op de verbeelding aangegeven. Binnen de bestemming is een voorwaardelijke verplichting opgenomen met oog op driftreductie ten aanzien van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op nabijgelegen agrarische percelen.

Hiervoor is onder meer de aanduiding 'specifieke vorm van groen - windhaag' op de verbeelding opgenomen. Binnen deze aanduiding dient een windhaag te worden ingeplant en in stand te worden gehouden overeenkomstig de specifieke aanbevelingen uit het onderzoek spuitzonering.

5.4

Algemene regels

5.4.1 Anti-dubbeltelregel Een anti-dubbeltelregel wordt opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein ook nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. De opgenomen anti-dubbeltelregel is gelijkluidend aan de in het Besluit ruimtelijke ordening voorgeschreven formulering.

5.4.2 Overige algemene regels Voor het hele plangebied geldt een aantal algemene regels. Het betreft hier algemene bouw- en gebruiksregels, mogelijkheden om af te wijken van bepaalde onderwerpen die in het bestemmingsplan zijn geregeld, wijzigingsregels en overige regels, zoals eisen voor waterberging en een parkeerregeling.

5.5

Overgangs- en slotregels

5.5.1 Overgangsregel In deze regels wordt het overgangsrecht, zoals voorgeschreven in het Besluit ruimtelijke ordening en de Wabo, overgenomen.

5.5.2 Slotregel Als laatste wordt de slotregel opgenomen, ook zoals voorgeschreven in het Besluit ruimtelijke ordening. Deze regel geeft aan hoe het plan kan worden aangehaald.

68

Rossum en Hurwenen herziening 2023, Hogeweg nabij 26

Hoofdstuk 6 6.1

Economische uitvoerbaarheid

Kostenverhaal

Met onderhavig plan wordt een bouwplan in de zin van artikel 6.2.1 Bro mogelijk gemaakt. De gemeente heeft een anterieure overeenkomst afgesloten met initiatiefnemer. In deze anterieure overeenkomst worden onder andere de plankosten verhaald. Voorafgaand aan de planologische procedure wordt ook de planschade-overeenkomst getekend. Hiermee zijn de kosten anderszins verzekerd en is een exploitatieplan niet noodzakelijk.

6.2

Financiële haalbaarheid

Initiatiefnemer beschikt over voldoende middelen om de voorgestane ontwikkeling te kunnen realiseren. Er zijn geen onvoorziene hoge kosten te verwachten en er is geen sprake van onzekere financiële bijdragen van anderen. Ook voor de gemeente zijn er geen kosten aan dit plan verbonden. De financieel-economische haalbaarheid is hiermee in voldoende mate aangetoond.

ruimte voor ontwikkeling

69

Hoofdstuk 7 7.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Omgevingsdialoog

Initiatiefnemer heeft een inloopavond georganiseerd. Het verslag van deze avond is opgenomen als Bijlage 15.

7.2

Vooroverleg

Het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.1) geeft aan dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg voeren met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In het kader van het vooroverleg is kennisgeving gedaan richting verschillende belanghebbende organisaties en overheden inzake de terinzagelegging van het ontwerp-bestemmingsplan. Opmerkingen vanuit Provincie Gelderland, Veiligheidsregio Gelderland-Zuid (VRGZ), Omgevingsdienst Rivierenland en de GGD zijn meegenomen en verwerkt in onderhavig plan.

7.3

Zienswijzen

Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van 6 december 2023 voor een periode van zes weken ter inzage gelegen. Binnen deze periode kon eenieder een zienswijze ten aanzien van dit bestemmingsplan kenbaar maken. Tijdens de termijn van de terinzagelegging is één zienswijze binnengekomen. In een separate nota beantwoording zienswijzen is de ingekomen zienswijze behandeld en zijn tevens de doorgevoerde ambtshalve wijzigingen benoemd (Bijlage 16).

70

Rossum en Hurwenen herziening 2023, Hogeweg nabij 26

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14061193/1