CConstaterende datMaasdriel
Koppel je AI →
Document · PDF

t BP Ammerzoden herziening 2023, Onderwaard 2025-06-05

Gemeenteraad 5 juni 2025, gemeente MaasdrielBij agendapunt: Bijlagen30.166 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

De regels zijn ondergebracht in vier hoofdstukken met de volgende indeling: Hoofdstuk 1: Inleidende regels Dit hoofdstuk bevat twee artikelen. De begripsbepalingen en de wijze van meten. Door het opnemen van begripsomschrijvingen en aanwijzingen voor het meten wordt de interpretatievrijheid verkleind en daardoor de duidelijkheid en rechtszekerheid vergroot. Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels

87/586

Dit hoofdstuk bestaat uit een beschrijving van de in het plangebied aanwezige (dubbel)bestemmingen. De bestemmingsregels betreffen de bepalingen die de materiële inhoud (gebruiksdoel) van de op de verbeelding aangegeven bestemmingen weergeven. Per bestemmingsregel worden de omschrijvingen ten aanzien van de specifieke bestemming met eventuele ondergeschikte functie- en bouwaanduidingen beschreven en is een bebouwingsregeling opgenomen. Daarnaast kunnen er nog afwijkingsregels en wijzigingsregels zijn opgenomen, die de flexibiliteit van het plan vergroten. Hoofdstuk 3: Algemene regels Dit hoofdstuk bevat een aantal algemene regels die gelden voor het hele plangebied. Het betreft onder andere de anti-dubbeltelregel, algemene afwijkings- en wijzigingsregels en algemene gebruiksregels. Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels In dit hoofdstuk zijn de overgangsregels en de slotregel van het bestemmingsplan opgenomen.

5.2

Inleidende regels

Begrippen Dit artikel definieert de begrippen die in het bestemmingsplan worden gebruikt. Dit wordt gedaan om interpretatieverschillen te voorkomen. Wijze van meten Dit artikel maakt duidelijk hoe de lengte, breedte, hoogte, diepte en oppervlakte en dergelijke van gronden en bouwwerken worden gemeten of berekend. Alle begrippen waarin maten en waarden voorkomen worden in dit artikel verklaard.

5.3

Bestemmingsregels

Groen (Artikel 3) De groene zone rondom de nieuwbouwwijk heeft de bestemming Groen gekregen. Binnen deze bestemming zijn de gronden bestemd voor bos, struiken en ander opgaand groen, voor de instandhouding van de ecologische, aardkundige en landschappelijke waarden van het gebied en voor het behoud en herstel van cultuurhistorische waarden. Daarnaast is extensief recreatief medegebruik, en ook nutsvoorzieningen, watergangen en andere waterhuishoudkundige voorzieningen, noodontsluitingen en voet- en fietspaden toegestaan. Binnen deze bestemming zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan, waarbij de hoogte van bewegwijzeringen en masten niet meer mag bedragen dan 8 meter. De bouwhoogte van overige bouwwerken mag niet meer bedragen dan 4 meter. Voor het uitvoeren van werkzaamheden die toezien op het graven en dempen van sloten en andere watergangen en het rooien of planten van bomen dient een omgevingsvergunning te worden aangevraagd. Deze werkzaamheden zijn slechts toelaatbaar als de aanwezige natuur- en ecologische waarden niet onevenredig worden aangetast. In de bestemming is een aanduiding opgenomen voor de mogelijke ontsluiting(en) voor wegverkeer. Wonen (Artikel 4)

88/586

Het perceel Onderwaard 17 heeft de bestemming Wonen. Binnen deze bestemming zijn naast woningen ook wegen, fiets- en voetpaden toegestaan. Daarnaast zijn ook diverse voorzieningen, zoals parkeer-, groen-, speel-, nuts- en waterhuishoudkundige voorzieningen toegestaan. Binnen de bestemming zijn maximaal 4 woningen toegestaan. Ten aanzien van het bouwen, zijn uitsluitend ter plaatse van het bouwvlak gebouwen toegestaan. De gebouwen hebben een maximale goothoogte van 7 meter en een maximale bouwhoogte van 11 meter. Bij bestaande bebouwing mogen de bouw- en goothoogte van de deze bebouwing niet overschreden worden. Buiten het bouwvlak zijn bouwwerken geen gebouwen toegestaan met een maximale bouwhoogte van 5 meter. Bijgebouwen en aan- en uitbouwen Buiten het bouwvlak mogen bij de woning bijgebouwen en aan- en uitbouwen worden gebouwd. Hierbij geldt dat bijgebouwen niet voor de voorgevelrooilijn gebouwd mogen worden. De goothoogte van deze bouwwerken mag maximaal 3 meter zijn en de bouwhoogte maximaal 5 meter. De gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken per bouwperceel mag niet meer zijn dan maximaal 50 m². Per type bouwperceel worden maximale bebouwingspercentages genoemd. Ten aanzien van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt dat de bouwhoogte voor overkappingen met een open constructie en pergola's ten hoogste 3 m bedraagt.

Voor erfafscheidingen voor de voorgevelrooilijn geldt een maximum bouwhoogte van 1 m. Overige erfafscheidingen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, hebben een maximale bouwhoogte van 2 m. Met uitzondering van vlaggenmasten. Specifieke gebruiksregels Ten aanzien van het gebruik van de gronden worden aanvullende regels gesteld aan het gebruik van de woning ten behoeve van aan-huis-verbonden beroepen. De woning, met inbegrip van de aan-, uit- en bijgebouwen mag worden gebruikt ten behoeve van aan-huis-verbonden beroepen. Hierbij mag ten hoogste 40% van het vloeroppervlak van de woning met een maximum van 45 m² gebruikt worden voor de uitoefening van het beroep. De bewoner van de woning dient ook de uitoefenaar van het beroep te zijn. Ook mag er geen detailhandel plaatsvinden, uitgezonderd detailhandel als ondergeschikte activiteit. Noodzakelijke parkeervoorzieningen dienen op eigen terrein te worden gesitueerd. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning zijn bepaalde werk of werkzaamheden verboden om uit te voeren binnen de gronden van deze bestemming.

Het gaat om: de aanleg van (productie)boomgaarden en zachtfruitopstanden, anders dan ter vervanging van bestaande boomgaarden; de aanleg van boomkwekerijen; het (ver)graven, verruimen van sloten, watergangen, vijvers of vaarten Woongebied (Artikel 5) Voor de ontwikkeling van de woonwijk is gekozen voor de ruime bestemming 'Woongebied'. Binnen deze bestemming zijn naast woningen ook wegen, fiets- en voetpaden toegestaan. Daarnaast zijn ook diverse voorzieningen, zoals parkeer-, groen-, speel-, nuts- en waterhuishoudkundige voorzieningen toegestaan. Binnen de woongebied bestemming is een bouwvlak opgenomen waarbinnen de hoofdgebouwen van de woningen worden gerealiseerd. Binnen de bestemming zijn maximaal 100 woningen toegestaan (en met

89/586

afwijking 10% extra woningen). De maximale goot- en de bouwhoogte van de woningen bedraagt respectievelijk 7 meter en 11 meter. De woningen dienen hierbij plat of met een kap te worden afgedekt. In het geval dat een woning met een kap wordt afgedekt, bedraagt de dakhelling minimaal 30° en maximaal 65°. Binnen het gebied met de bouwaanduiding 'gestapeld' zijn ook gestapelde woningen met een goothoogte van maximaal 13 meter en een bouwhoogte van maximaal 17 meter toegestaan. Onderkeldering is toegestaan, met dien verstande dat de maximale bouwdiepte 3 meter bedraagt. Voor onderkelderingen ten behoeve van zwembaden geldt een diepte van ten hoogste 6 meter. Bijgebouwen en aan- en uitbouwen Buiten het bouwvlak mogen bij de woning bijgebouwen en aan- en uitbouwen worden gebouwd. Hierbij geldt dat bijgebouwen niet voor de voorgevelrooilijn mogen worden gebouwd. De gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken per bouwperceel mag niet meer zijn dan maximaal 50 m². Per type bouwperceel worden maximale bebouwingspercentages genoemd. Ten aanzien van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt dat de bouwhoogte voor overkappingen met een open constructie en pergola's ten hoogste 3 meter bedraagt. Voor erfafscheidingen voor de voorgevelrooilijn geldt een maximum bouwhoogte van 1 meter.

Overige erfafscheidingen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, hebben een maximale bouwhoogte van 2 meter. Met uitzondering van vlaggenmasten. Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het maximaal aantal toegestane wooneenheden in het woongebied met ten hoogste 20% (verhogen), onder de voorwaarden, dat: a. het aantal extra te bouwen woningen past binnen het gemeentelijk woningbouwprogramma en het gemeentelijk volkshuisvestingsbeleid; b. de verkeersafwikkeling van het omliggende wegennet hierop is toegerust; c. een goed woon- en leefklimaat kan worden geborgd. Specifieke gebruiksregels Ten aanzien van het gebruik van de gronden worden aanvullende regels gesteld aan het gebruik van de woning ten behoeve van aan-huis-verbonden beroepen. De woning, met inbegrip van de aan-, uit- en bijgebouwen mag worden gebruikt ten behoeve van aan-huis-verbonden beroepen. Hierbij mag ten hoogste 40% van het vloeroppervlak van de woning met een maximum van 45 m² gebruikt worden voor de uitoefening van het beroep. De bewoner van de woning dient ook de uitoefenaar van het beroep te zijn. Ook mag er geen detailhandel plaatsvinden, uitgezonderd detailhandel als ondergeschikte activiteit. Noodzakelijke parkeervoorzieningen dienen op eigen terrein te worden gesitueerd.

Afwijken van de gebruiksregels Het bevoegd gezag kan ten behoeve van de uitvoering van een aan huis verbonden bedrijf met een omgevingsvergunning afwijken van het bestemmingsplan. Het bedrijf aan huis dient aan dezelfde voorwaarden te voldoen als een aan-huis-verbonden beroep. Daarnaast dient het bedrijf qua aard, milieubelasting en uitstraling te passen in de woonomgeving. Leiding - Riool (Artikel 6)

90/586

De rioolpersleiding die door het plangebied loopt is mogelijk gemaakt met de dubbelbestemming Leiding Riool. De dubbelbestemming zorgt eveneens voor de bescherming van de leiding. Gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd als het leidingbelang niet onevenredig wordt aangetast. Waarde - Archeologie 5 (Artikel 7) Op een deel van het plangebied met de bestemming Wonen ligt een archeologische dubbelbestemming. Deze gronden zijn mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. Waterstaat - Waterkering (Artikel 8) Ten zuiden van het plangebied ligt een waterkering met beschermingszones. Voor het gronden gelegen binnen deze zone is de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering' opgenomen. Binnen deze bestemming zijn beperkende bouwregels met een afwijkingsbevoegdheid met adviesplicht voor het bouwen ten behoeve van onderliggende bestemming(en) opgenomen ter bescherming van de waterkerende functie. Waterstaat - Waterlopen (Artikel 9) De oever van de ten oosten gelegen waterloop is beschermd met de dubbelbestemming 'Waterstaat Waterlopen'. Binnen deze bestemming zijn beperkende bouwregels met een afwijkingsbevoegdheid voor het bouwen ten behoeve van onderliggende bestemming(en) opgenomen ter bescherming van de waterloop.

5.4

Algemene regels

In de algemene regels zijn aanvullende regels opgenomen met betrekking tot bouwen. Daarnaast bevat dit hoofdstuk algemene bouwregels, algemene afwijkingsregels en algemene wijzigingsregels. Antidubbeltelregel Een antidubbeltelregel wordt opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein niet nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. De formulering van de antidubbeltelregel wordt bindend voorgeschreven in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.2.4 Bro). Algemene bouwregels In dit artikel is bepaald dat bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, mogen worden overschreden door ondergeschikte bouwdelen, zoals stoepen, trappen, balkons, veranda's, erkers en dergelijke. Daarnaast zijn regels gesteld aan ondergrondse bouwwerken, ten behoeve van ondergrondse afvalinzamelingen. Ten aanzien van parkeren is een regel opgenomen dat een omgevingsvergunning voor het bouwen of uitbreiden van een gebouw en/of voor het veranderen van de functie van een bouwperceel, verleend wordt als voldoende parkeervoorzieningen gerealiseerd en in stand gehouden worden. Algemene gebruiksregels In de algemene gebruiksregels is een opsomming gegeven van welk gebruik wordt gezien als strijdig gebruik, en

91/586

dus niet is toegestaan in het plangebied. Algemene aanduidingsregels In de algemene aanduidingregels zijn regels opgenomen ten aanzien van de gebiedsaanduiding voor de dijk ('vrijwaringszone - dijk 1' en 'vrijwaringszone - dijk 2). Er dient ook rekening te worden gehouden met een 'milieuzone - spuitzone'. Binnen deze aangeduide zone zijn alleen gevoelige functies (woningen met erven) mogelijk indien voldoende is aangetoond dat er geen risico is voor gevoelige functies. Met toepassing van een afwijkingsbevoegdheid, is onder bepaalde voorwaarden, eventuele vestiging van gevoelige functies (woningen met erven) wel mogelijk binnen deze zone. Algemene afwijkingsregels In dit artikel wordt een opsomming gegeven van de regels waarvan afgeweken kan worden. Het gaat hierbij om de bevoegdheid om bij omgevingsvergunning af te wijken van regels die gelden voor alle bestemmingen in het plan. Dit betreft bijvoorbeeld een afwijking ten behoeve van afwijking van de voorgeschreven maten en percentages. Afwijking is overigens alleen mogelijk wanneer hiermee geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan aspecten als de woon- en milieusituatie van aangrenzende percelen. Daarnaast kan het bevoegd gezag bij omgevingsvergunning afwijken van het bestemmingsplan ten behoeve van mantelzorg.

Hierbij mag een vrijstaand bijgebouw worden gerealiseerd in de vorm van een tijdelijke woonunit, zoals een portacabin of container. Daarbij dient aan te worden getoond dat er behoefte is aan mantelzorg, dat de voorziening is bedoeld voor de huisvesting van één huishouden en dat de belangen van derden niet onevenredig worden geschaad. Na beëindiging van de mantelvoorziening dient de tijdelijke woonunit weer verwijderd te worden. Bij de tijdelijke voorziening mogen geen bijgebouwen worden gebouwd en blijft het maximaal oppervlak aan bijgebouwen bij de woning van kracht. Algemene wijzigingsregels In de algemene wijzigingsregels is opgenomen dat burgemeester en wethouders zijn bevoegd de in het bestemmingsplan opgenomen bestemming Leiding - Riool te wijzigen ten behoeve van het aanpassen van het tracé van de rioolwaterpersleiding, als dit voor de uitvoerbaarheid van de aanleg van de rioolwaterpersleiding en bouw van de woningen noodzakelijk is.

5.5

Overgangsrecht en slotregels

In artikel 3.2.1 van het Bro zijn standaardregels opgenomen met betrekking tot het overgangsrecht voor bouwwerken en gebruik en de slotregel. Deze maken onderdeel uit van dit bestemmingsplan.

92/586

Hoofdstuk 6 6.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

In de Wro (artikel 6.12) staat dat de gemeente verplicht is om een exploitatieplan vast te stellen, voor de gronden waar een aangewezen bouwplan is voorgenomen. In het Bro staat wat wordt verstaan onder een aangewezen bouwplan. Het gaat daarbij om: de bouw van één of meer woningen, één of meer hoofdgebouwen, uitbreiding van het hoofdgebouw met ten minste 1.500 m², functieverandering naar woningen voor ten minste 10 woningen, of functieverandering naar horeca of kantoor voor ten minste 1.500 m². Daarbij geldt een verhaalbare kostendrempel van € 10.000,- waar bij de verhaalbare kosten geen fysieke werken als kostenpost mogen worden opgevoerd. In het kader van dit bestemmingsplan is het niet noodzakelijk om een exploitatieplan op te stellen voor dit bestemmingsplan. De gemeente is eigenaar van het merendeel van de gronden. Eventuele kosten als gevolg van dit plan zullen voor dit deel van de gronden via de gronduitgifte worden verhaald. Met de eigenaar van de overige gronden in het plangebied is een overeenkomst gesloten, waardoor het kostenverhaal anderszins is verzekerd. Daarnaast is het ook niet noodzakelijk om via een exploitatieplan eisen te stellen aan fasering of kwaliteit. Voor de ontwikkeling is een exploitatieopzet opgesteld. Uit deze exploitatieopzet blijkt dat de ontwikkeling van woningbouw financieel haalbaar is.

Op basis van de exploitatieopzet zijn voldoende middelen gereserveerd voor de ontwikkeling.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

6.2.1 Overleg ex artikel 3.1.1. Bro Het voorontwerp bestemmingsplan is op 18 juli 2022 verstuurd aan de overlegpartners in het kader van het vooroverleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In het kader van het vooroverleg zijn in ieder geval de volgende diensten c.q. instellingen benaderd om te reageren op het voorontwerp bestemmingsplan: 1. Provincie Gelderland; 2. Waterschap Rivierenland; 3. Rijkswaterstaat Oost-Nederland; 4. Rijkswaterstaat Zuid-Nederland; 5. Liander; 6. Veiligheidsregio Gelderland-Zuid. Provincie Gelderland De provincie Gelderland geeft aan dat getoetst dient te worden aan hoofdstuk 4, paragraaf 2 van de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland en artikel 2.65b uit de Omgevingsverordening Gelderland. De provincie wil in 2050 klimaat adaptief zijn. Bij ontwikkelingen moet het waterschap betrokken worden. In verband met mogelijke stikstofdepositie is onderzoek nodig in het kader van stikstofgevoeligheid van dat

93/586

gebied. In het kader van de bereikbaarheid en de verkeersveiligheid van het woonplan is het gezien de ligging nabij de Provinciale weg N831 (aan noordzijde plangebied) belangrijk om bij de uitvoering contact te zoeken met de collega's van Mobiliteit. Reactie De toetsing aan beide beleidsstukken is toegevoegd aan het bestemmingsplan. In het kader van het vooroverleg is contact opgenomen met het waterschap Rivierenland en is een watertoets gedaan. De stikstofberekening is uitgevoerd op basis van het definitieve programma. Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden zal door de gemeente/de initiatiefnemer afstemming worden gezocht met de provincie. Waterschap Rivierenland Waterschap Rivierenland vraagt om aandacht voor nadere afstemming over bijvoorbeeld het uitvoeren van grondverbetering of voorbelasting in relatie tot de beoogde bodemsanering op het moment dat de plannen concreter zijn uitgewerkt. Dit is verwerkt in de toelichting van het bestemmingsplan. De opmerkingen over klimaatadaptatie, halverharding bij parkeerplaatsen en de hoeveelheid verharding op de uitgeefbare percelen zijn verwerkt in de toelichting en de laatste twee aspecten zijn ook geborgd in de regels van dit bestemmingsplan. De bergingscapaciteit van de wadi's is verwerkt in de berekening voor de hoeveelheid watercompensatie.

Rijkswaterstaat Oost-Nederland Rijswaterstaat geeft aan kennis te hebben genomen van het plan en geen inhoudelijke opmerkingen te hebben. Rijkswaterstaat Zuid-Nederland Geen reactie ontvangen. Liander Liander heeft gereageerd op het plan, maar heeft enkel inhoudelijk opmerkingen over het ontwerp ten aanzien van energievoorzieningen in het gebied. Dit is in het kader van het bestemmingsplan nog niet in die mate uitgewerkt. In een later planstadium zal dit afgestemd worden. Veiligheidsregio Gelderland-Zuid Geen reactie ontvangen.

94/586

6.2.2 Participatie Participatie is het 'in een vroegtijdig stadium bijeenbrengen van kennis, ervaring en perspectieven én het betrekken van belanghebbenden bij het proces van de besluitvorming over een project of activiteit'. Met het bijeenbrengen van deze kennis, ervaring en perspectieven kan de ontwikkeling beter worden aangesloten op de ervaringen en behoeften van de omwonenden. Daarnaast kan participatie helpen om draagvlak te vergroten doordat men zich meer verbonden en gehoord voelt. Dit betekent niet dat alle betrokken partijen het met elkaar eens moeten worden. Participatie betekent dat belanghebbenden volwaardig deelnemen aan het proces van planontwikkeling. Participatie zelf is daarmee ook een proces waarbij transparantie en verwachtingenmanagement van groot belang zijn. Bij de ontwikkeling van Onderwaard zijn de volgende participatiedoelen van belang: De planontwikkeling verrijken en verbeteren door ideeën en wensen van de omgeving mee te kunnen nemen; Inwoners van Onderwaard betrekken en informeren over de plannen zodat zij op de hoogte zijn van ontwikkelingen in hun leefomgeving; Betere besluitvorming doordat belangen en wensen in een vroeg stadium in beeld kunnen worden gebracht en behandeld. Belanghebbenden zijn personen of organisaties die betrokken zijn of kunnen worden bij het initiatief.

Enerzijds omdat zij een bijdrage kunnen leveren aan de ontwikkeling, anderzijds omdat zij op welke manier dan ook geraakt kunnen worden door de ontwikkeling. Met de beoogde ontwikkeling wordt een nieuwe woonwijk in Ammerzoden mogelijk gemaakt. Dit is een relatief grote ontwikkeling, gezien de grootte van het dorp. Daarnaast is de behoefte aan woningbouw groot en is het belang voor meer woningen aanwezig om de vitaliteit van het dorp te behouden. In de participatie wordt daarom gekozen om alle inwoners van Ammerzoden te betrekken in de participatie. Op basis van de ruimtelijke en maatschappelijke impact van een ruimtelijke ontwikkeling wordt het participatieniveau gekozen. Het niveau moet daarnaast aansluiten bij de bovenstaande doelen. Voor Onderwaard is het niveau raadplegen en informeren passend. In het kader van het opstellen van het bestemmingsplan zijn belanghebbenden op drie momenten betrokken: Enquête eerste oriëntatie wensen woonwijk (mei 2022) Eerste bewonersbijeenkomst (21 sept 2022) Tweede bewonersbijeenkomst (inloopavond, 10 jan 2023) Enquête eerste oriëntatie wensen woonwijk - mei 2022 In mei 2022 is een online enquête uitgezet om eerste woonwensen op te halen. In totaal hebben 127 personen de enquête ingevuld, waarvan 88 inwoner zijn van Ammerzoden. Van de overige mensen kwamen 32 uit de gemeente en 7 personen wonen buiten de gemeente Maasdriel.

De belangrijkste bevindingen uit de enquête zijn: Locatie en prijs worden het belangrijkst gevonden bij nieuwe woningen; Uitstraling en architectuur worden als minst belangrijkst gezien bij een nieuwe woning; De woonsfeer 'landelijk wonen' spreekt mensen het meest aan. De sferen 'dorps wonen' en 'natuurlijk

95/586

wonen' staan op een gedeelde tweede plaats; Een eigen tuin bij een woning spreekt mensen het meest aan. Eerste bewonersbijeenkomst - 21 september 2022 Tijdens de eerste bewonersbijeenkomst is een presentatie gegeven met toelichting over de ontwikkeling. Daarna zijn drie concepten gepresenteerd van het plan Onderwaard en konden mensen aan de tafel reageren op deze drie concepten. Er waren formulieren beschikbaar die mensen konden invullen. Na afloop zijn deze ook digitaal verspreidt en konden mensen deze formulieren later inleveren. De belangrijkste opmerkingen vanuit aanwezigen waren: Op basis van de reacties was er geen duidelijke voorkeur voor een van de concepten/varianten Parkeervoorzieningen bij de deur, minimaal 1 auto bij de woning. Minimaal twee ontsluitingen van de woonwijk. Er hoeft niet veel aandacht te zijn in het plan voor ontmoeting, niet echt behoefte aan een gedeelde tuin (pluktuin, kas, voedselbos oid). Over het algemeen heeft men liever een grotere tuin. Senioren zien een knarrenhof met een gedeelde tuin dan wel weer zitten. Deelauto's ziet men hier nog niet zitten. Ammerzoden heeft een hoog autobezit en is moeilijk bereikbaar met OV. De focus op huizen voor starters en jongeren (mix van woningen + doelgroepen). Groen gecentreerd op een centrale plek, ten behoeve van een mooie ontmoetingsplek.

Zorg voor voldoende wateropvang en afvoer (vanwege wateroverlast bij Kleinzand). Verbinding met de bestaande wijk, geen losstaande wijk maken. Aan de hand van deze opmerkingen is er vervolgens vormgegeven aan de uitwerking van het plan. Er is een stedenbouwkundig plan gemaakt waarin de hoofdstructuren van het plan zo goed als vast liggen. Daarnaast zijn er twee varianten met proefverkavelingen uitgewerkt. Op basis van de input van de eerste bewonersbijeenkomst zijn de onderstaande aspecten meegenomen in de plannen: In de concepten was het parkeren vooral geclusterd in parkeerhoven, zodat zo min mogelijk verharding aangelegd hoeft te worden en ook beweging en ontmoeting wordt gestimuleerd. In de uitwerking van het stedenbouwkundig plan en de proefverkavelingen is hier een variatie in aangebracht. Bij de grotere woningen (vrijstaand en 2-onder-1-kapwoningen) wordt op eigen perceel geparkeerd en bijvoorbeeld bij een knarrenhof in een gezamenlijk parkeercluster. Centraal in de wijk is nu ruimte ingetekend voor een speelplek/zitplek. Een gedeelde tuin kan binnen een van de woonblokken plaats vinden (bijvoorbeeld bij een CPO-project). In het plan is voldoende watercompensatie ingetekend in de vorm van open water en een wadi op de centrale ontmoetingsplek. Een langzaamverkeersverbinding/calamiteitenroute via Kleinzand.

Tweede bewonersbijeenkomst - 10 jan 2023 De tweede bewonersbijeenkomst was een inloopbijeenkomst en werd gehouden in Ammerzoden. Op verschillende panelen was informatie te vinden over het stedenbouwkundig raamwerk en twee

96/586

proefverkavelingen. De bijeenkomst is bezocht door zo'n 70 inwoners. De algemene reactie op de plannen was positief. Een veelgehoorde opmerking was dan ook: "gewoon gaan bouwen, we hebben hier huizen nodig". 6.2.3 Zienswijzen Vanaf 20 december 2023 tot en met 30 januari 2024 heeft het ontwerpbestemmingsplan en alle overige bijbehorende stukken volgens afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht voor eenieder ter inzage gelegen gedurende welke termijn eenieder schriftelijk dan wel mondeling een zienswijze kon indienen. Het ontwerpbestemmingsplan met de bijbehorende stukken konden worden ingezien in het gemeentehuis aan de Kerkstraat 45 in Kerkdriel. Ook was het mogelijk om het plan via de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl (planidentificatienummer: NL.IMRO.0263.BP1262-ON01 alsmede op de gemeentelijke website www.maasdriel.nl. Van de mogelijkheid om zienswijzen in te dienen is gebruik gemaakt. In totaal zijn drie ontvankelijke zienswijzen ingediend, waarvan er twee nadien zijn ingetrokken. In de 'Nota van zienswijzen en wijzigingen' is deze ingebrachte zienswijze samengevat en is het standpunt van de gemeente hierop weergegeven. De 'Nota van zienswijzen en wijzigingen' is als bijlage 15 bij deze toelichting gevoegd. De ingebrachte zienswijze heeft geen aanleiding gegeven om het ontwerpbestemmingsplan op onderdelen aan te passen/aan te vullen.

Wel zijn in het vast te stellen bestemmingsplan ambtshalve aanpassingen doorgevoerd ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. De betreffende ambtshalve aanpassingen zijn in bijlage 15 opgenomen.

97/586

98/586

Bijlagen bij toelichting

99/586

100/586

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15604707/1