CConstaterende datMaasdriel
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsbesluit Evaluatie project huisvesting arbeidsmigranten 8 juli 2021

Gemeenteraad 8 juli 2021, gemeente Maasdriel31.469 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Daarmee hoeft niet de vastgestelde parkeernorm van 0,8 parkeerplaats per persoon te worden gehanteerd. Deze uitleg is mogelijk en wenselijk, doordat in tegenstelling tot reguliere bewoning, voor verkamering parkeren op eigen terre¡n verplicht is. Dat geldt ook voor de exploitatievergunning. Als parkeren op eigen terre¡n niet mogelijk is, wordt meegewerkt met vergunningaanvragen als er sprake is van parkeren bij de werkgever en pendelen met busje(s). lndien een parkeeroplossing voor vier personen niet voorhanden is, blijft een omgevingsvergunning voor een kleiner aantal bewoners met bijbehorend aanta I voertuigen altijd mogel¡jk.

Plonologie Het verkomeren van huisvestingsvoorzieningen aan moximoøl 4 personen in woningen binnen de bebouwde kom is mogelijkvia een maatwerkofweging binnen de koders von onderhavig beleid op basis van art. 2:72 lid L Wobo2?.

5.3.2. Huisvesting in woningen in het buitengebied Het buitengebied is primair bedoeld voor agrarische bedrijvigheid. Het verkameren van huisvestingsvoorzieningen in het buitengebied is alleen wenselijk indien dit direct verband houdt met lokale agrarische activiteiten. Voor het verkameren van een reguliere woning in het buitengebied gelden de volgende voorwaarden2a:

23

ln het beleid 2019 wordt verwezen noar de beleidsregels Buitenplanse afwijkingen Bor 2077. Deze beleidsregel is echter noo¡t vastgesteld. Onderhovig beleid stelt na vaststellíng von onderhøvig oddendum regels ten qanzien von ort. 2:1"2 Iid 7 Wobo. 2a

De grenzen van het bestemmingsplan worden hierbij aangehouden. Op detailniveau is maatwerk mogelijk.

13

1. Het huisvesten is alleen toegestaan in een bestaande woning en alleen wanneer het bestemmingsplan 2. 3. 4. 5.

6.

'wonen'toestaat. Dit kan behalve in een 'burgerwoning' ook in een woning die als 'voormalige agrarische bedrijfswoning' is aangeduid of bestemd; De woningen in het buitengebied zijn gemiddeld wat groter dan de woningen die in een kern liggen. Daarom is huisvesting van een hoger aantal personen per woning acceptabel. ln een woning in het buitengebied mogen maximaal 8 personen worden gehuisvest; De bad- en/of woonkamer, de keuken evenals de garage of andere bijbehorende bouwwerken mogen niet tot slaapkamer worden omgevormd. Eventuele kantoorruimte aan huis mag wel worden omgevormd tot een slaapgelegenheid; Wat betreft parkeren moet er minimaal0,8 parkeerplaats per persoon op eigen terrein beschikbaar z'rjn; lndien een bedrijfswoning in het buitengebied wordt verkamerd, gelden dezelfde voorwaarden als huisvesting in reguliere woningen. Aanvullend geldt dat de bewoners ter plaatse werkzaam dienen te zijn op het bijbehorende bedrijf.

Dit dient aangetoond te worden via een arbeidsovereenkomst waaru¡t blijkt dat de bewoner werkzaam is voor de rechtspersoon die toeziet op de bedrijfsvoering van het bedrijf op hetzelfde perceel als waar de persoon gehuisvest is; Aangezien woningen in het buitengebied doorgaans verder uit elkaar staan en de straten vaak vrij lang zijn, zijn de eisen dat maximaal 5% van een straat gebruikt mag worden voor verkamering en er dat geen sprake mag zijn van meer dan 2 woningen naast elkaar die gebruikt worden voor verkamering, niet van toepassing.

Plonologie Het verkameren van huisvestingsvoorzieningen san møximøol 8 personen in (bestaande) woningen buiten de bebouwde kom is mogelijk via een maatwerkafweging binnen de koders von onderhavig beleid op basis von ortikel 2.72 lid 7 Wabo

5.4. Geconcentreerde (verkamerde) huisvestingsvoorzieningen Het ontwikkelen van een locatie voor geconcentreerde huisvesting is een complexe aangelegenheid, omdat de ervaring leert dat een dergelijke ontw¡kkel¡ng leidt tot veel bezorgdheid in de nabije omgeving. Die bezorgdheid heeft vaak betrekking op de omvang van de locatie zelf en de vrees voor overlast. Ook speelt mee een mogel'rjke 'stapeling'van huisvestingslocaties (de combinatie van huisvesting in woningen, bij agrariërs op het erf en op geconcentreerde locaties in of nabij een dorpskern). Veel gebieden in de gemeente z¡jn dan ook minder geschikt voor het realiseren van locaties voor geconcentreerde huisvesting van arbeidsmigranten. Naast de bezorgdheid van de omgeving spelen ook mee beperkingen zoals milieueisen, veiligheid en parkeerdruk. Locaties in een (dorps)kern of wijk zijn vaak niet inpasbaar, omdat de 'ruimtelijke druk' op de directe omgeving te groot wordt. Uit de praktijk blijkt dat inwoners van de kernen aangeven overlast te ervaren op het vlak van geluid en parkeren. Een locatie voor geconcentreerde huisvesting in een kern kan leiden tot een 'kern in een kern' en kan daarmee ten koste gaan van de sociale cohesie. De verwachte hinder voor de omgeving en het ontbreken van draagvlak leiden ertoe dat deze huisvestingsvorm in een (dorps)kern of woonwijk in principe niet

wenselijk is. Ook recreatieterreinen (zowel campings als huisjesparken) lenen in principe zich niet als geconcentreerde huisvestingslocatie. Deze terreinen zijn immers bedoeld voor dag- en/of verblijfsrecreatie voor zowel recreanten

binnen de gemeente als recreanten en toeristen buiten de gemeente. De ambitie in Regio Rivierenland is een omzetgroei van 5%o in de recreatie- en toerismesector evenals een stimulerend beleid voor nieuwe initiatieven. Dat maakt dat de recreatieterreinen in de gemeente voor recreatief gebruik beschikbaar moeten blijven. Verder zijn zogeheten 'weilandlocaties', ofwel onbebouwde locaties in het buitengebied, niet geschikt voor geconcentreerde huisvestingslocaties. Het algemene ruimtelijk beleid is namelijk om verdere verstedelijking en verdichting van het buitengebied tegen te gaan. Bovendien liggen deze locaties vaak ver uit de (dorps)kernen (te grote afstand van voorzieningen) en ver van de werklocaties.

L4

Ook op voormalige agrarische bedrijfslocaties is geconcentreerde huisvesting ongewenst. De redenen hiervoor zijn gel'tjk aan die van de 'weilandlocaties'. Voormalige agrarisch bedrijfslocaties kunnen via het gangbare

ruimtelijke beleid eventueel wel omgezet worden naar burgerwoningen. Vaak gaat dat gepaard met verplichte sloop van de overtollige voormalige bedrijfsgebouwen. Het gebruik van burgerwoningen in het buitengebied voor de verkamering wordt vervolgens onder voorwaarden wel toegestaan. Het huisvesten van personen op bedrijventerreinen is in beginsel niet wenselijk. Dat heeft met name te maken met wet- en regelgeving op het gebied van milieu en externe veiligheid. Dat maakt huisvesting van personen op bedrijventerreinen onwensel'rjk en in veel gevallen onmogelijk. Ook speelt mee de economische doelstelling dat de ruimte op bedrijventerreinen zoveel mogelijk benut dient te worden voor de vest¡ging van bedrijvigheid. De gemeente werkt daarom in beginsel niet mee aan initiatieven gericht op het realiseren van locaties voor geconcentreerde huisvesting. Alleen onder specifieke omstandigheden en als aan strikte voorwaarden is voldaan wil de gemeente kunnen afwijken van dit standpunt25. Deze denkbare uitzondering is ingegeven door de overtuiging dat de opgave voor het realiseren van huisvestingslocaties, zonder onder specifieke omstandigheden mee te werken aan geconcentreerde huisvestingslocat¡es, kwantitatief niet valt te realiseren.

Voor initiatieven met betrekking tot geconcentreerde huisvesting, of het nu gaat om een initiatief voor bedrijventerreinen of in het buitengebied of woonkernen, geldt dus het principe dat dit n¡et is toegestaan, tenzij... Het toestaan van de huisvestingslocatie - al dan niet in combinatie met bouwact¡v¡teiten hiervoor - kon plaatsvinden via een herziening van het bestemmingsplan dan wel een tijdelijke omgevingsvergunning. Het in te zetten ¡nstrument is afhankelijk van onder meer de behoefte, de gewenste termijn van de huisvesting, de omvang en de locatie op het perceel. De beslissingsbevoegdheid om aan dergelijke initiatieven al dan geen medewerking te verlenen ligt wat betreft een herziening van het bestemmingsplan bij de raad en wat betreft een omgevingsvergunning bij het college. Meewerken aan een herziening van een bestemmingsplan betekent in de praktijk een permanente wijz¡ging, terwijl er nog onvoldoende inzicht is in de toekomstige behoefte van arbeidsmigranten. Een locatie binnen de bebouwde kom, in een woonomgeving, kan dan ook gevoeliger zijn qua locatie dan bijvoorbeeld een locatie in het buitengebied. We hebben nog onvoldoende inzage in de lange termijn ontwikkelingen en effecten op de omgeving. Dit betekent dat we nu niet meewerken aan een permanente

regeling.

6. Sociaal-maatscha ppel ijke aspecten Het belang van ¡ntegratie van arbeidsmigranten in de samenleving is mede afhankelijk van de duur dat z¡j hier zijn gevestigd. Naar mate arbeidsmigranten hier langer verblijven of vaker komen, wordt integratie (zoals kennis van het Nederlands) belangrijker. Een belangrijke rol ligt hiervoor, naast die van de arbeidsmigrant zelf, bij de werkgever. Het is primair aan de arbeidsmigranten zelf om stappen te zetten om deel te nemen aan het maatschappelijk leven in hun woonomgeving. De rol van de gemeente ligt in het zorgen voor goede en toegankelijke informatievoorziening voor de

arbeidsmigrant en andere belanghebbenden. Daarnaast moet het voor iedereen gemakkelijk zijn om overlast te melden of de gemeente te attenderen op situaties waarbij de leefbaarheid als gevolg van verkamering in het geding is. De gemeente onderhoudt periodieke contacten met een netwerk van part¡jen die in de praktijk met vraagstukken over zorg-, leef- en woonsituaties bij deze vormen van huisvesting te maken krijgen (zoals hu isa rtsen, woningcorporaties en dorpsraden). Het contact met de lnspectie Sociale Zaken en Werkgelegenhe¡d (ISZW) heeft in het bijzonder de aandacht. Als toezicht en controle door (dan wel in opdracht van) de gemeente plaatsvindt, vindt hierover afstemming en waar nodig samenwerking met ISZW plaats. Het doel hiervan is kennis- en informatie-uitwisseling en het signaleren van - en waar nodig aanpakken van - misstanden.

2s

Bi; bedri¡venterreinen kan dit alleen voor een tijdelijke situatie.

L5

7. Communicatie ln een afzonderlijk communicatieplan worden de verschillende communicatiemomenten en -middelen voor de diverse onderdelen binnen de uitvoering van dit beleid (zoals de inwerkingtreding van het beleid, de invoering van het nachtregister, de verplichting van een exploitatievergunning en de handhaving) uitgewerkt. lndien de gemeente een verzoek ontvangt voor de realisatie van grootschalige voorzieningen voor huisvesting, maakt de gemeente afspraken met de initiatiefnemer over de wijze hoe over het initiatief gecommuniceerd wordt en welke partijen daarbij betrokken worden. Dergelijke afspraken hebben onder meer betrekking over hoe en door wie belanghebbenden worden betrokken (bijvoorbeeld via een brief of een uitnodiging voor een informatiebijeenkomst) en in hoeverre er gelegenheid is voor belanghebbenden om te kunnen reageren op het initiatief vooruitlopend op een formele procedure. Met belanghebbenden worden ten minste de omwonenden en de dorpsraad van de betreffende kern bedoeld.

8. Overgangsfase De gemeente Maasdriel maakt de vaststelling en inwerkingtreding van dit beleid bekend. Dit bele¡d leidt tot

gewijzigde voorwaarden ten opzichte van het beleid uit 2014. De verblijfsbieders die huisvesting exploiteren in overeenstemm¡ng met het beleid uit 20L4 en beschikken over een omgevingsvergunning behouden de mogelijkheid om op hun locatie te blijven huisvesten door verkamering. Wel worden een exploitatievergunning en het nachtregister verplicht. Voor verblijfsbieders die niet beschikken over een omgevingsvergunning en het

geldende bestemmingsplan de huisvesting door verkamering eveneens niet toestaat, maar de huisvesting in overeenstemming met het beleid uit 201.4 (maar niet op basis van het beleid uit 20191, gaat de gemeente in redelijkheid en billijkheid om. Wel is het doel dat voldaan gaat worden aan dit nieuwe beleid. De termen redelijkheid en billijkheid leiden in de praktijk vaak tot discussies. Zij hebben in zich dat harde lijnen niet te trekken zijn. De discussie daarover ontstaat in de praktijk op de momenten dat een aanvraag (deels) wordt geweigerd. Als een aanvrager van mening is dat een aangevraagde situatie die afwijkt van het beleid toch mogelijk moet zijn, dan dient hij een onderbouwing te geven. Daaruit moet blijken waarom een weigering van de omgevingsvergunning in zijn ogen niet evenredig ¡s. Het college krijgt in die gevallen dat op basis van redelijkheid, billijkheid en geleidelijkheid besloten moet worden, een voorstel voorgelegd.

9. Handhaving Het opstellen van beleidsregefs heeft geen nut indien niet wordt gecontroleerd of de regels ook daadwerkelijk

worden nageleefd. Ook hebben beleidsregels geen nut indien niet wordt opgetreden tegen situat¡es die afwijken van de regels. Daarom is het van groot belang om aan dit beleidsplan een uitvoeringsprogramma op te stellen met daarin opgenomen een paragraaf toezicht- en handhaving van het toezicht op de huisvestingsvoorzieingen. Deze paragraaf zal zoveel als mogelijk worden gebaseerd op het bestaande WH-beleid Rivierenland.

9.1 Handhaving Wabo lWro Aanleidingen voor toezicht en controle Tegen huisvestingsvoorzieningen, waarbij niet wordt voldaan aan de wettelijk gestelde eisen en die niet binnen het beleidskader passen, wordt handhavend opgetreden. Dergelijke gevallen moeten allereerst worden

opgespoord. Het opsporen van onrechtmat¡ge huisvestingssituaties vindt ten eerste plaats door middel van actieve opsporing. Toezicht speelt een belangrijke rol bij het voorkomen en bestrijden van onrechtmatige huisvesting. Daarom is preventief toezicht nodig bij een proactief handhavingsbeleid. Daarom vindt ook periodiek toezicht plaats ten aanzien van de verkamering van huisvestingsvoorzieningen.

t6

Toezicht vindt plaats op basis van de volgende factoren:

1. 2. 3. 4. 5.

handhavingsverzoek klachten vanuit de omgeving

toezicht op voorwaarden van verleende vergunningen vrije veld toezicht projectmat¡g toezicht en handhaving

Vaak vindt toezicht plaats op basis van klachten vanuit de omgeving en op basis van handhavingsverzoeken. Dit zijn de bekende vormen. Naast deze vormen gaat toezicht ook plaatsvinden op basis van verleende vergunningen. Hierbij moet gekeken worden of er voldaan wordt aan de voorwaarden die gesteld zijn aan de

betreffende besluiten. Een andere vorm van toezicht is het vrije veld toezicht. Hierbij vindt toezicht plaats zonder dat er een concreet verzoek aan te grondslag ligt. Vrije veld toezicht wordt vaak gecombineerd met meerdere onderwerpen om integralite¡t te waarborgen. Projectmatig toezicht wordt ingezet op het moment dat niet inzichtelijk is welke locaties er precies zijn en er een

behoefte is aan een clustering van meerdere adressen. Er wordt dan specifiek, aan de hand van een inventarisatie, toezicht en handhaving ingezet op adressen. Prioritering Uitgangspunt van de sanctiestrategie is de landelijke interventiematrix. Bij het bepalen van de startpositie is het ook van belang om de ernst van de overtreding en prioritering te kunnen bepalen. Dit sluit aan op het WHbeleid Rivierenland. De prioritering van overtredingen bestaat uit twee stappen. ln de eerste stap wordt het soort overtreding bepaald. De ernstige overtredingen hebben de hoogste prioriteit en worden altijd aangepakt. Wanneer sprake is van een overige situatie wordt in de volgende stap de prioriteit van de overtreding bepaald. De overtredingen

met de meeste punten hebben altijd de hoogste prioriteit. De puntenscore wordt bepaald aan de hand van een aantal factoren.

9.2 Handhaving APV Hinderlijke overlast ln de APV staan o.a. de plaatselijke regels over openbare orde en veiligheid. ln hoofdstuk 2 afdeling 16 van de APV wordt een instrument vermeld om op te treden bij maatregelen van overlast en baldadigheid (exploi-

tatievergunningplicht arbeidsmigranten). De exploitatievergunning biedt voorschriften om hierop te kunnen handhaven.

Nochtregister Een belangrijk middel voor de gemeente (brandweer, Vreemdelingenpolitie) om te weten wie er op een bedrijf is gehuisvest, is het nachtregister. Op grond van artikel 438, lid 1 van het Wetboek van Strafrecht is degene die

er zijn beroep van maakt aan personen nachtverblijf te verschaffen, verplicht om een doorlopend register bij te houden waarin diverse gegevens moeten staan van de personen die daar verblijven. Daarnaast is voorgesteld

om in artikel 2:37 van de APV de verplichting tot het bijhouden van een nachtregister op te nemen. Zodoende is bestuursrechtelijke handhaving ook mogelijk. Het afdwingen van het nachtregister is primair een taak van de burgemeester. Voor de handhaving op het gebruik van het nachtregister heeft de burgemeester op 9 februari 2021, de Beleidsregel handhaving digitaal nachtregister gemeente Maasdriel 2021 vastgesteld.

77

Wet aanpak woonoverlast Gemeenten Gemeenten hebben meer mogelijkheden gekregen om woonoverlast aan te pakken. De Wet aanpak woon-

overlast is op 1 iuli20t7 in werking getreden. Door de wet heeft de burgemeester de mogelijkheid gekregen om specifieke gedragsaanwijzingen te geven aan overlastgevers. De burgemeester kan pas een gedragsaanwijzing geven als een waarschuwing, mediation of buurtbemiddeling niet werken. Wanneer deze gerichte aanpak niet

werh, kan alsnog de woning gesloten worden. Let op: deze mogelijkheid is geen directe oplossing, het is een vangnetbepaling en kan alleen worden ingezet

indien alle andere mogelijke manieren om de overlast tegen te gaan zijn mislukt. Eerst waarschuwen, buurtbemiddeling inzetten, mediation proberen, handhaving exploitatievergunning etc.

10. Vervolg na vaststellen beleid Om dit beleid uit te voeren, is er een projectteam samengesteld voor afstemming en begeleiding van

handhavingsactiviteiten, implementatie nachtregister, ¡nr¡cht¡ng van een loket (fysiek, telefonisch en digitaal) en monitoring Ro-initiatieven. we gaan hierin nauw samenwerken met zaltbommel.

18

Bijlage 1- - Overzicht schema verschillende huisvestingsvormen Locatie

1.

Woning/gebouwtype Op terrein van de

U n its/chalets/container-won

Specificatie ingen

werkgever

Bed rijfswoning/woningen op agrarische percelen en overige

2.

Kleinschalige huisvesting in

bestaa nde woonomgeving

bedriifsbebouwing Huisvesten in woningen in woonwijken

Huisvesten in woningen in het

Tüdel¡jk. Maximaal4 maanden te

bewonen. Bij beëindiging arbeidsrelatie mag bewoner maximaal 4 weken op locatie bliiven wonen. Jaa rrond, omgevingsvergun ning.

Rijtjeswoningen, twee-onder-éénkapwoningen, vrijstaande of gestapelde woningen

Bedriifswoning in kern Burgerwoning

buitensebied

3.

Geconcentreerde huisvesting (meer dan 4 personen =

Kern, bed rijventerrein,

buitengebied

Voormalige agrarische bed rijfsbebouwing (VAB) ln principe niet toegestaan. Beslissingsbevoegdheid ligt bij college en soms ook raad

grootschalig)

hergebruik leegstaande bestaande bebouwing/nieuwbouw/units 4.

Uitgesloten gebieden voor geconcentreerde h uisvesting

NVT

Geen'weilandlocaties'. Dit betekent dat onbebouwde locaties in het buitengebied ongewenst

t'in' Geen voormalige agrarische bed rijfslocaties. Geconcentreerde

huisvesting is op deze locaties ook ongewenst. Tenzij wordt omgezet naar burgerwoning volgens de gangbare ruimtelijke procedure. Geen locaties op

recreatieterreinen.

(vervolg tobel met kolom 4 en 5)

Overwegingen

Aandachtspunten bij de uitwerking

. Toetsen of tijdelijke bebouwing op eigen terrein

. lnitiatiefnemer dient huisvestingsbehoefte te

staat

onderbouwen . Bewoners dienen binding met bedrijf te hebben d.m.v. a rbeidsovereen komst

¡ Toetsen of aan alle eisen van gemeentelijke bouwverordening wordt voldaan . Toetsen of bebouwing tijdelijk karakter heeft en goed in de omgeving is ingepast(zoveel mogelijk aan straatzijde)

. Geen gezinsbewoning toegestaan . Voldoende buitenruimte en minimaal 0,8 parkeerplaats per persoon

19

. Toetsen of aan alle eisen van gemeentelijke bouwve rorde ning wordt volda a n. . Bed r.üfswon ing mag niet worden omgezet in burgerwoning . 16"ar"n of permante bebouwing ook een zodanig karakter heeft en goed in de omgeving is ingepast (zoveel mogelijk aan straatz¡jde)

. Alle bovenstaande punten hier ook van kracht. . Woningen in kernen welke werden verkamerd, dienen ter beschikking gesteld te worden aan reguliere

woningmarkt.

r Maximaal 20 personen per agrarisch bedrijf jaarrond vest¡gen (gemeente mag afwijken onder bepaalde voorwaarden

r Toetsen d'at er geen huishouden wordt gevormd ¡ Toetsen dat het een bestaande woning betreft met bestemrning 'wonen' . Toetsen dat rnaximaalSYovan woningen in een straat gebruikt worden voor verkamering, waarvan maximaal 2 naast elkaar gelegen zijn . Toetsen d'at er geen huishouden wordt gevormd r Toetsen dat rnaximaal 5% van woningen in een straat gebruikt worden voor verkamering waarvan maximaal 2naar elkaargelegen zijn . Bewoners moeten werkzaam z'rjn bij bedrijf behorende bij . Toetsen dat er geen huishouden wordt gevormd ¡ Toetsen dat het een bestaande woning betreft met

bestemming 'wonen'

¡ Toetsen dat er geen huishouden wordt gevormd. . Bewoners moeten werkzaam zijn bij bedrijf behorende brj . De ¡egel dat maximaal Slovan woningen ¡n een straat gebruikt mogen worden voor verkamering waarvan maximaal 2 naar elkaar gelegen ziin is niet van toepassing voor het buiteneebied Toetsen of aantal personen die worden gehuisvest door verkamering minder is dan 10% van aantal inwoners van de kern

d.m.v. bestemmingspla nwijziging of omgevingsvergunning) r Maximaal 4 personen per woning . Bijbehorende bouwwerken zoals garage of badkamer mogen niet als slaapkamer gebruikt

worden . Minimaal 0,8 parkeerplaats

. Maximaal 4 personen per woning . Bijbehorende bouwwerken zoals garage of badkamer mogen niet als slaapkamer gebruikt worden . Minimaal 0,8 parkeerplaats per persoon . Maximaal 4 personen per woning. Maximaal 8 bewoners voor grotere woningen . Bijbehorende bouwwerken zoals garage of badkamer mogen niet als slaapkamer gebruikt worden . Minimaal 0,8 parkeerplaats per persoon o Maxirnaal 4 personen per woning. Maximaal 8

bewoners voor grotere woningen.

. Bijbehorende bouwwerken zoals garage of badkamer mogen niet als slaapkamer gebruikt worden. . Minimaal0,S parkeerplaats per persoon

. Bovenstaande uitgangspunten ook hiervan toepassing. . Persoon moet bind¡ng hebben met gemeente Maasdriel of buurgemeente. Aantonen d.m.v.

arbeidsovereenkomst . Minimaal 0,8 parkeerplaats per persoon r De minimumomvang van de buitenruimte bedraagt 4 m2 per persoon en mag niet voor andere functies gebruikt worden NVT

20

NVT

Bezoekadres

Kerkstraat 45 5331 CB Kerkdriel

Postadres Postbus 10.000 5330 GA Kerkdriel

Contact Bel 14 0418

info@maasdriel.nl

www.maasdriel.nl

versie juli 2021

2L

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10399462/1