CConstaterende datMaasdriel
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsbesluit Evaluatie project huisvesting arbeidsmigranten 8 juli 2021

Gemeenteraad 8 juli 2021, gemeente Maasdriel31.469 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

NAASDRIET Raadsbesluit Zaaknummer: 189018

Raadsbesluit De raad van de gemeente Maasdriel, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 25 mei2021, gelet op artikel 149 Gemeentewet,

besluit:

1. Kennis te nemen van de evaluatie arbeidsmigranten 2021 2. Het beleid Huisvesting arbeidsmigranten 2020 gewijzigd vast te stellen. 3. De Algemeen Plaatselijke Verordening 2021 vaslte stellen

Aldus vastgesteld door de raad van Maasdriel in zijn vergadering van I juli 2021 De gemeenteraad voornoemd, de griffier,

de voorzitter,

êc mw. drs. H.P. van Ommeren

H. van Kooten

TAASDRIET Samenvattinq raadsvoorstel

Onderwerp

Evaluatie project huisvesting arbeidsmigranten

Kern van het raadsvoorstel Kennis nemen van de evaluatie van het project huisvesting arbeidsmigranten. Tevens besluiten om zowel het beleid huisvesting arbeidsmigranten als de APV gewijzigd vast te stellen.

Gerelateerde raadsstukken

NAASDRIET Raadsvoorstel

Onderwerp

Evaluatie project huisvesting arbeidsmigranten

Zaaknummer

189018

Datum collegevergadering

25 mei2Q21

Datum raadsbesluit

8 juli 2021

Datum raadsvergadering

I juli 2021

Portefeuillehouder

Burgemeester Van Kooten, Wethouder Van Hoften, Wethouder De Vreede

lnlichtingen bij

Gemeente Maasdriel, afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling MSD, Fred Emmerik

Voorstel

1. Kennis te nemen van de evaluatie arbeidsmigranten. 2. De beleidswijzigingen vast te stellen. 3. De Algemeen Plaatselijke Verordening 2021 vast te stellen

lnleiding Op 25 april2019 heeft de raad het Beleid huisvesting arbeidsmigranten 2019 vastgesteld. Het beleid is door de gemeenteraad naar aanleiding van de evaluatie van 202Q op 1 1 juni 2020 gewijzigd vastgesteld. Toegezegd is om dit beleid telkens na een jaar te evalueren. Tussentijds is de raad van de voortgang in kennis gesteld. Diverse ondenruerpen uit het gewijzigde beleid blijken in de praktijk ook nu weer anders uit te vallen dan vooraf (mogelijk) bedoeld. Daarnaast hebben er in 2020 en 2021 zowel landelijk als lokaal diverse discussies plaatsgevonden onder meer tijdens bezwaarprocedures. Ook vanuit de raad zijn daar vragen over gesteld. Enkele organisaties of personen hebben in die discussies het beleid als discriminatoir bestempeld en in strijd met Europese regelgeving. Dit is juridisch getoetst en onjuist bevonden, maar het heeft er wel toe geleid voor te stellen om het beleid op onderdelen aan te passen en in lijn te brengen met het bestemmingsplan 'Parapluheziening verkamering woningen 2020'. Tijdens de evaluatie is zowel gekeken naar de beleidsmatige aspecten als ook naar de gevolgen voor de procedures en lokale regelgeving. Zeker met betrekking tot de Algemene Plaatselijke Verordening zijn er effecten gebleken.

Hoofdstuk 1 evaluatieverslag: wat hebben we opgepakt en of gecontinueerd Hoofdstuk 1 uit de evaluatie handelt hoofdzakelijk over activiteiten die tussen juli 2020 en juni 2021 zijn voortgezet. Het gaat daarbij vooral over interne en externe afstemming van de uitvoeringstaken. Ook de relatie met coronaproblematiek is weergegeven. Een specifiek onderdeel van dit hoofdstuk is de moeite die wordt gedaan om te voorkomen dat één arbeidsmigrant de fiscale aanslag inzake afvalstoffenheffing voor alle medebewoners krijgt. Dit naar aanleiding enkele specifieke verzoeken daartoe en opmerkingen tijdens de evaluatiebijeenkomst met stakeholders.

2

NAASDRIET Hoofdstuk 2 evaluatieverslag: bestuurlijke besluitvorming Hoofdstuk 2 van de evaluatie is gericht op besluitvorming die reeds heeft plaatsgevonden dan wel het verzoek om nu of later over zaken te besluiten. De bevoegde bestuursorganen burgemeester, college en of de gemeenteraad hebben reeds besloten tot vaststellen van de Beleidsregel handhaving digitaal nachtregister gemeente Maasdriel, tot aanpassing van de Legesverordening en tot het vaststellen van het bcstemmingsplan 'Parapluheziening vcrkamcring woningen 2020'. Ook wordt in Hoofdstuk 2 voorgesteld om een tabel met betrekking tot arbeidsbehoefte uit het beleid aan te passen, zodat een eerdere vergissing wordt hersteld. Verder wordt voorgesteld om de WOZ-waarde van € 225.000,- uit het beleid te schrappen. Externe juridische toetsing - en interne instemming daarmee - levert op dat dit geen ruimtelijk argument is om een omgevingsvergunning te weigeren of een aanvraag daaraan te toetsen. Een WOZ-waarde opnemen als toetsingscriterium kan wel in een huisvestingsverordening. Later dit jaar wordt hiertoe een voorstel neergelegd, waarbij ook andere onderuverpen worden betrokken. Voorts is voorgesteld om tekstueel diverse passages uit het beleid aan te passen, zodat deze meer aansluiten bij het bestemmingsplan 'Parapluherziening verkamering woningen 2020'.

Door deze aanpassing wordt daarnaast ook aangegeven, dat het de gemeente vooral is te doen om regels te hebben rond het verkameren van woningen en dat de kaders uit het beleid niet zijn gericht op de nationaliteit van mensen. De tekstuele aanpassingen zijn in een afzonderlijke kleur opgenomen in het Beleidsdocument dat is bijgevoegd. Vervolgens wordt ook voorgesteld om de APV als volgt aan te passen. Deze voorstellen worden gedaan naar aanleiding van de discussies rond het vermeend discriminatoir karakter van het beleid. Aan de voorstellen is externe en interne juridische toetsing vooraf gegaan.

a. Aanpassing van het begrip 'inrichting' uit artikel 2:35: ln deze afdeling wordt verstaan onder inrichting: elke al dan niet besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot kamperen wordt verschaft dan wel in verband met de uitoefening van beroep of bedrijf aan personen de mogelijkheid van nachtverblijf verschaft. Onder een inrichting vallen in ieder geval hotels, campings, vakantiehuizen, bed & breakfasts, jachthavens en huisvesti n gsvoorzienin gen. Uit de definitie is het woord 'werknemers' geschrapt alsmede de 'woning waarin arbeidsmigranten verblijven'worden geschrapt. Om die reden is toegevoegd 'h u isvestingsvoorziening en'. b. Aanpassing van de titelvan afdeling 16: 'Huisvestingsvoorzieningen arbeidsmigranten' wijzigen in'Huisvestingsvoorzieningen'. c. Aanpassing van het begrip huisvestingsvoorziening uit artikel 2:80 onder a: "huisvestingsvoorziening: een gebouw of deel van een gebouw, dat bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, wordt verhuurd aan twee of meer personen die niet in het verband van een huishouden met elkaar samenleven." d. Van artikel2:80 wordt lid b geschrapt. De definitie van arbeidsmigranten wordt geschrapt om ongewenste discussies en procedures te voorkomen met als kern dat de regels discriminatoir zouden zijn.

Voor de uitvoering van het beleid werpt dit geen belemmeringen op. Hoofdstuk 2 bevat ook twee onderwerpen waarvoor later voorstellen worden gedaan tot besluitvorming. Zoals hiervoor reeds is aangegeven gaat het om het vaststellen van een huisvestingsverordening. Daarnaast gaat het om de inbedding van het project in de bestaande organisatie.

3

MAASDR¡Et Hoofdstuk 3 evaluatieverslag: vermeend discriminerend karakter van ons beleid ln hoofdstuk 3 is verslag gedaan van vragen die zijn gesteld rond het idee dat het beleid huisvesting arbeidsmigranten Maasdrieldiscriminerend zou zijn. Hiervan is geen sprake. Het voeren van beleid is toegestaan. H o ofd stu k 4 e v a I u atie v ers/ag: basrsre g i strati e Pe rso n e n / G e m e e ntefo n d s

Hoofdstuk 4 van het evaluatieverslag geeft een beeld van de toename van het aantal mutaties in de Basisregistratie Personen (BRP), die volledig zijn toe te schrijven op het aantal arbeidsmigranten in de gemeente. Ook geeft het de werkdruk weer die is ontstaan bij Publiekszaken. Een conclusie met bestuurlijke gevolgen is dat de gemeente op I januari 2021 meer dan 25.000 inwoners telt en dat daarmee de gemeente in2022 recht heeft op 21 raadsleden. Hoofdstuk 5 evaluatieverslag: uitvoering van het beleid (kwantitatief) Hoofdstuk 5 van de evaluatie verwijst naar twee bijlagen waarin met betrekking tot vergunningverlening en handhaving de kwantitatieve stand van zaken wordt weergegeven. Het zijn de cijfers die tot 1 mei2021zijn vastgelegd. Deze overzichten zijn het afgelopen jaar diverse keren ter informatie aan de raad toegezonden. Hoofdstu k 6 evaluatieverslag : fin anciële vera ntwoording

ln hoofdstuk 6 van de evaluatie is een financiële verantwoording opgenomen. Het beeld is

geschetst dal2020 wordt afgesloten met een verlies van€.23.234,-. Dit verlies zal mogelijk nog worden omgezet naar een positief saldo op het moment dat over 2020 de verblijfsbelasting wordt geïnd alsmede een aantal openstaande facturen met betrekking tot legeskosten wordt betaald. De verantwoording geeft ook weer dat de kostenkant onder de streep positief uitvalt. Het is de inkomstenkant die ver achter blijft op de ramingen vooraf.

Participatie Op 23 november 2020 heeft er een evaluatiegesprek plaatsgevonden met diverse stakeholders. Dit overleg heeft geleid tot diverse vragen over het beleid en de uitvoering daarvan. De vragen zijn tijdens en spoedig na het overleg beantwoord. Een verslag van het overleg is breed verspreid onder betrokkenen met de vraag om daarop te reageren. Er is slechts één reactie ontvangen. Deze heeft niet tot gevolgen geleid.

Argumenten 1.1 Het college voldoet met de evaluatie aan een eerdere toezegging aan de raad.

2.1 Door te besluiten tot vaststelling van de beleidswijzigingen kunnen diverse uitvoeringstaken beter worden uitgevoerd.

2.2 Het beleid gewijzigd vaststellen leidt tot een verbeterde definitie van wat wordt verstaan onder een arbeidsmigrant. Tevens wordt daarmee een fout in de tabel met arbeidsbehoefte voor paddenstoelenbedrijven rechtgezet alsmede een onterecht toetsin gscriterium m et betrekkin g tot WOZ-waarde verwijderd.

2.3 Door diverse tekstuele aanpassingen door te voeren wordt meer aansluiting gezocht bij het bestemmingsplan 'Parapluherziening verkamering woningen' en verminderd het de

4

MAASDRIET kans op discussie over wel of niet discriminatoir karakter van het beleid. Ook ontstaat er dan weer een eenduidig document.

3.1 Door de wijzigingsvoorstellen van de APV door te voeren sluit de tekst van de APV beter aan bij het bestemmingsplan 'Parapluheziening verkamering woningen' en draagt het tevens bij aan vermindering van de discussie over het discriminatoir karakter van het beleid.

Ka nttekeningen/ririco's

1.1 Door geen kennis te nemen van de evaluatie, kan het college geen invulling geven aan een eerdere toezegging.

2.1 Niet instemmen met de voorgestelde beleidswijzigingen kan in de praktijk leiden tot meer juridische procedures waaryan de uitslag niet altijd gunstig zal zijn voor de gemeente.

2.2 Niet instemmen met de aanpassing van de arbeidsbehoefte voor paddenstoelenbedrijven leidt tot problemen bij de toetsing van aanvragen voor omgevingsvergunning.

2.3 Partijen die reeds de discussie zijn aangegaan in bezwaarprocedures met als argument dat het beleid discriminerend is voor mensen met een andere nationaliteit, zullen de tekstuele aanpassingen mogelijk zien als excuus om het karakter te verbloemen. Sommigen zullen deze discussie altijd aangaan.

Programma duurzaamheid Niet van toepassing

Financiën (incl. BTW-effect) Als gemeente is een hoge ambitie vastgesteld om zowel op het gebied van handhaving i.r.t. huisvesting van arbeidsmigranten als op het gebied van vergunningen, het gebruik van het nachtregister en de verblijfsbelasting inzet te plegen. Om daaraan te kunnen voldoen, is zowel in mankracht als m.b.t. financiële middelen veel nodig. Dat is ook de reden dat de werkzaamheden voor drie jaar worden beschouwd als een project. De huidige financiële middelen inclusief de bestaande reserve zijn toereikend. Ook voor 2021. Wel blijven de inkomsten ver achter op de eerdere ramingen. Tijdens de behandeling van de evaluatie van het project in de gemeenteraadsvergadering van juli 2020 is opgemerkt dat de intensivering van de werkzaamheden geldt voor 2020, 2021 , 2022 en 2023. Daarna moet er sprake zijn van going concern. ln 2020 is zoals beloofd de omvang van de personele inzet teruggebracht. Met één extern ingehuurde medewerkster is de samenwerking beëindigd. De samenwerking met de ODR op het gebied van toezicht en handhaving is beëindigd. Sinds augustus 2020 zijn die taken neergelegd bij een ingehuurde toezichthouder.

5

TAAIIDRIEt Dc gemeenteraad heeft eerder besloten om jaarlijks € 150.000,- uit het gemeentefonds structureel beschikbaar te houden voor de taken binnen dit project. Ook heeft de gemeenteraad de reserve in 2O2O opgehoogd mct € 175.000,-. ln de volgende tabel is de financiële verantwoording over 2020 samengevat. Tabel 1: weergave f¡nanciële verantwoording 2020

Project huisvesting arbeidsmigranten 2020

Begroot

Venvachting

2020

2020

Iotaal Publieke dienstverlening

€ 134.675,-

€ 187.675

e,153.741

Iotaal Ruimtelijke Ordening

€.224.500,-

€ 464.000

€ 378.693

Financiën / BVEB

€ 30.000,-

€0

€0

Iotale lasten project arbeidsmigranten

Iaakstelling

Realisatie 2020

c 389.175,-

€ 651.675

€ 532.434

Cpbrengsten BRP, verblijfsbelasting, extra € 253.400,eqesopbrenqsten, dwanqsommen

€ 386.500

€244.025

Cnttrekking aan reserve van € 300.000,-

€.134.235,0

€265.175

€.265.175

Iotale baten project arbeidsmigranten

c 387.675,-

€ 651,675

c 509.200

Saldo project arbeidsmigranten

- € 1.500,-

0

- c,23.234

Om ook geheel 2021 uitvoering te kunnen geven aan de diverse taken, is de financiering in beeld gebracht. Daarmee is een herberekening gemaakt van de beschikbare en benodigde financiële middelen. Herberekening van alle taken en inkomsten leidt tot een onttrekking uit de reserves van € 1 30.17 s,- in 2021, waardoor geen extra middelen hoeven te worden gevoteerd door de raad. voor de berekening

wordt verwezen naar het bijgaand evaluatieverslag.

6

TAASDRIET ln de volgende tabel zijn de originele en aangepaste projectbegroting weergegeven. Tabel 2: weergave originele en aangepaste begroting

Begroting 2021

Aangepaste beqrotinq 2021

Iotaal Publieke dienstverlening

€ 155.675

€ 155.675

Iotaal Ruimtelijke Ordening

€ 275.000

€ 302.500

:inanciën / BVEB

€ 30.000

€ 30.000

lotale lasten project arbeidsmigranten

€ a60.675

€ ¿188.175

€ 458.000

€ 358.000

3nttrekking aan reserve van € 300.000,-

€2.675

€ 130.175

f otale baten project arbeidsmigranten

€ 460.675

€ 488.175

€0

€0

Iaakstelling

)pbrengsten BRP, verblijfsbelasting, extra eg.esopbren gsten, dwan gsom m en

Saldo project arbeidsmigranten

Bedrijfsvoering Het vaststellen van het aangepaste heeft geen consequenties voor het personeel of de organisatie. Pas als de inbedding van het project in de bestaande organisatie wordt afgerond, zijn er consequenties voor de organisatie. De maatschappelijke opgave rondom arbeidsmigranten achten wij zodanig groot, dat een projectmatige aanpak de komende jaren nodig btijft.

Uitvoering Planning Het besluit van het college is besproken in de commissie s&F van 22 juni 2021. Naar verwachting zal de raad het voorstel behandeten tijdens de vergadering van juli 2021.

I

Handhaving Niet van foepassrng Communicatie Het raadsvoorstel wordt met tussenkomst van de griffie aangeboden aan de gemeenteraad. Evaluatie / controle voor elke vergadering van de commissie s&F wordt een memo opgestetd met een fussensfand van onze activiteiten en eventuele bijzonderheden. Daarnaast wordt het project jaarlijks geëvalueerd. Van de evaluatie wordt verslag gedaan aan de gemeenteraad.

7

NAASDRIET Bijlagen

1. Raadsbesluit 2. Evaluatie beleid Huisvesting arbeidsmigranten 2020-2021 3. Beleid huisvesting arbeidsmigranten met in kleur de voorgestelde wijzigingen 4. APV2021

Burgemeester en wethouders van Maasdriel, de secretaris,

de burgemeester,

ê{g H. van Kooten

G.T. Wildeman

I

Algemene Plaatselijke Verordening Maasdriel 2021 HOOFDSTUK I. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel I :l Begripsbepalingen ln deze verordening wordt verstaan onder: bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1 994; b bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning; c. bouwwerk: hetgeen in artikel 1 van de Bouwverordening daaronder wordt verstaan; d. college: het college van burgemeester en wethouders; A gebouw: hetgeen in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet daaronder wordt verstaan; ¡. handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; g. openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; h. openbare plaats: hetgeen in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties daaronder wordt verstaan; rechthebbende: degene die overeen zaak zeggenschap heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk recht; weg: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder b van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder wordt verstaan.

Artikel I :2 Beslistermijn

1. Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag. 2. Het bestuursorgaan kan de termijn met ten hoogste zes weken verdagen. 3. ln afwijking van het eerste en tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel2:10, achtste lid,2:11 tweede lid onder a,2:12 of artikel4:12.

Artikel 1:3 lndiening aanvraag (Vervallen).

Artikel l:4 Voorschriften en beperkingen

1. Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze

2.

voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist. Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen.

Artikel l:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing De vergunning of ontheffing is persoonlijk, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald

Artikel l:6 lntrekking of wijziging van vergunning of ontheffing De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:

a. indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; b. indien op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het c. d. e.

verlenen van de ontheffing of vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist; indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen; indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; of indien de houder dit vezoekt.

Artikel l:7 Termijnen De vergunning of ontheffìng geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of ontheffing anders is

bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen vezet.

Artikel I :8 Weigeringsgronden

1. De vergunning of ontheffing kan worden geweigerd in het belang van: a. de openbare orde; b. de openbare veiligheid;

c. de volksgezondheid;

d. de bescherming van het milieu.

2. Een vergunning of ontheffing kan ook worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan 3 3.

weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daarvoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is. Een vergunning of ontheffing kan worden geweigerd indien specifieke weigeringsgronden zijn opgenomen bij desbetreffende vergunning in deze verordening en aan deze weigeringsgronden wordt voldaan.

HOOFDSTUK 2. OPENBARE ORDE

Afdeling 1. Bestrijding van ongeregeldheden Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden

1. Het is verboden op een openbare plaats deelte nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen, te vechten of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden. 2. Degene die op een openbare plaats a. aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; b. aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan;

c. zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing;

3.

is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te venrvijderen. Het is verboden zich te begeven naar of te bevinden op openbare plaatsen die door of vanwege het bevoegd bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van

ongeregeldheden zijn afgezet.

4. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde lid gestelde verbod. 5. Het bepaalde in de voorgaande leden is niet van toepassing op betogingen, vergaderingen en 6.

godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Afdeling 2. Betoging Artikel 2:2 Optochten (Vervallen).

Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen

1. Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging te houden, waaronder

2.

begrepen een samenkomst als bedoeld in artikel 3, eerste lid van de Wet openbare manifestaties, geeft daarvan vóór de openbare aankondiging en ten minste 48 uur voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de burgemeester. De kennisgeving bevat: a. naam en adres van degene die de betoging houdt; b. het doel van de betoging; c. de datum waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip van aanvang en van beeindiging; d. de plaats en, voor zover van toepassing, de route en de plaats van beëindiging; e. voor van toepassing, de wijze van samenstelling; en

f. maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen om een regelmatig verloop te bevorderen.

3. Degene die de kennisgeving doet ontvangt daarvan een bewijs waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld. 4. lndien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, 5.

een zondag of een algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan uiterlijk op de werkdag die aan de dag van dat tijdstip voorafgaat vóór 12.00 uur. De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden op vezoek een kennisgeving in behandeling nemen buiten deze termijn.

Artikel 2:4 Aturijking termijn (Vervallen; opgenomen in artikel 2:3).

Artikel 2:5 Te verstrekken gegevens (Vervallen; opgenomen in artikel 2:3).

Afdeling 3. Verspreiden van gedruffie stukken Artikel 2:6 Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen

1. Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk aan te bieden op door het college aangewezen openbare plaatsen. 2. Het college kan de werking van het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren. 3. Het verbod is niet van toepassing op het huis-aan-huis verspreiden of het aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en afbeeldingen. 4. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste lid. 5. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Afdeling 4. Vertoníngen e.d. op de weg Artikel 2:7 Feest, muziek en wedstrijd e.d. (Gereserveerd).

Artikel 2:8 Dienstverlening (Gereserveerd).

Artikel 2:9 Straatartiest e.d.

1. Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest, straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur

2. 3. 4.

of gids op te treden op door de burgemeester in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid en het milieu aangewezen openbare plaatsen. De burgemeester kan de werking van het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Afdeling 5. Bruíkbaarheíd en aanzien van de weg

Artikel2:10 Voorwerpen op of aan de weg

L

2.

Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, indien: a. het gebruik schade toebrengt of kan toebrengen aan het aanzien van de weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de weg; b. van het gebruik niet tenminste 10 werkdagen voorafgaand aan het gebruik melding is gedaan aan het college op een door het college vastgesteld meldingsformulier. Van belemmering voor de bruikbaarheid van de weg is in ieder geval sprake wanneer niet tenminste een doorgangvan 1,2 meter breed wordt vrij gelaten op voetpaden, van 3 meter breed op de rijbaan voor fietsers of gemotoriseerd verkeer en een hoogte van 4,2 meter wordt vrij gelaten op zowel voetpaden als rijbanen.

3. Van een belemmering voor de bruikbaarheid of het aanzien van de weg is in ieder geval sprake indien de voorwerpen langer dan een al dan niet aaneengesloten periode van 14 dagen geplaatst worden. ln afrntijking van het bepaalde in het derde lid, geldt voor voonverpen in de vorm van reclame voor evenementen een termijn van twee dagen na afloop van het betreffende evenement. Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen ten aanzien van de vooruverpen als bedoeld in dit artikel. Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste lid. De ontheffing wordt verleend als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag als het in het eerste lid bedoelde gebruik een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j of k, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op: a. evenementen als bedoeld in artikel 2:24; b. terrassen als bedoeld in artikel2:28; c. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17; d. vlaggen, wimpels en vlaggenstokken; e.

zonneschermen; spandoeken, voor zover zij zijn aangebracht boven de weg of voor voetgangers of fietsers bestemde gedeelte van de weg, voor zolang zij feitelijk betekenis hebben en voor zover: elk onderdeel tenminste 4,2 meter boven de weg gehangen wordt; de spandoeken op een deugdelijke wijze worden bevestigd ter voorkoming van gevaar voor het wegverkeer; de spandoeken gedurende maximaal zes weken aanwezig zijn; g. overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend. h. uitstallingen, die tijdens openingstijden door, namens of met toestemming van de ondernemer van het bedrijfspand waardoor de uitstallingen zich bevinden, binnen maximaal 1,25m diep vanaf de bedrijfsgevel zijn geplaatst, tenzij deuren, gangen, nooduitgangen en inritten worden belemmerd en een obstakelvrije doorgang van minimaal 1,2m niet wordt gewaarborgd. ln afrrtlijking van het zesde lid kan het bevoegde bestuursorgaan een omgevingsvergunning verlenen voor het in het eerste lid bedoelde gebruik, voor zover dit een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j. of onder k. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 10. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voozien door de Wet beheer rijkswaterstaatwerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, of de provinciale wegenverordening.

4. 5. 6. 7.

8.

f.

-

9.

11. Op de ontheffing als bedoeld in het zesde lid is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Artikel 2:11 (Omgevings-)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg

1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een weg aan te leggen, de verharding

2. 3. 4. 5.

daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg. De vergunning wordt verleend: a. als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit; of b. door het college in de overige gevallen. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing indien in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam publieke taken worden verricht. Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin wordt voozien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de provinciale wegenverordening, de waterschapskeur, de Telecommunicatiewet, of de daarop gebaseerde telecommunicatieverordening of een algemene verordening ondergrondse infrastructuur. Op de vergunning als bedoeld in het tweede lid onder b is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 2:12 Omgevingsvergunning voor het maken, veranderen van een uitweg

1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het college een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg.

2. Het college moet de vergunning weigeren indien:

a. door het gebruik van de uitweg het verkeer op de weg in gevaar wordt gebracht; of b. door de aanleg van de uitweg een openbare parkeermogelijkheid wordt opgeheven dan wel onbruikbaar wordt gemaakt; of

c. met de aanleg van de uitweg het openbaar groen op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; of

d. de aanleg van de uitweg schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente; e. er sprake is van een perceel bij een woning dat al door een andere uitweg wordt ontsloten of een perceel bij een bedrijf dat al door twee uitwegen wordt ontsloten.

3. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voozien door de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of de provinciale wegenverordening.

Afdeling 6. Veiligheid op de weg Artikel 2:13 Veroozaken van gladheid (Gereserveerd).

Artikel 2: l4 Winkelwagentjes (Vervallen).

Artikel 2:15 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp

1. Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te hebben op zodanige wijze dat

2.

aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt belemmerd of dat er op andere wijze voor het wegverkeer hinder of gevaar ontstaat. Van hinder voor het wegverkeer is in ieder geval sprake indien niet tenminste een vrije doorgang van 1,2 meter breed en 4,2 meter hoog wordt gelaten op voetpaden en van 3,5 meter breed en 4,2 meter hoog op de rijbaan voor fietsers of gemotoriseerd verkeer of indien de richtlijnen voor uiÞichtdriehoeken volgens de ASW (Aanbevelingen Stedelijke Verkeersvoorzieningen) niet haalbaar zijn.

Artikel 2:16 Openen straatkolken e.d. Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die behoort tot een openbare nutsvooziening, te openen, onzichtbaar te maken of af te dekken.

Artikel 2:17 Kelderingangen e.d. (Niet opgenomen).

Artikel 2:18 Rookverbod in bossen en natuurterreinen (Niet opgenomen).

Artikel 2:19 Prikkeldraad e.d.

1. Het is verboden op, aan of boven het voor voetgangers of (brom)fietsers bestemde deel van de

2. 3. 4.

weg op enigerlei wijze prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad of andere scherpe voorwerpen aan te brengen of te hebben hangen lager dan 4,2 meler boven dat gedeelte van de weg. Het verbod geldt niet voor prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad of andere scherpe voorwerpen, die op grotere afstand dan 0,25 meter uit de uiterste boord van de weg, op van de weg af gerichte delen van een afscheiding zijn aangebracht. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder weg verstaan wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1 994 daaronder verstaat. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde ondenruerp wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.

Artikel 2:20 Vallende voorwerpen (Gereserveerd).

Artikel 2:2l Yoorzieningen voor verkeer en verlichting

"1. De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of aan dat bouwwerk

2.

voorwerpen, borden of voozieningen ten behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Waterstaatswet 1900, de Onteigeningswet, of de Belemmeringenwet Privaatrecht.

Artikel 2:22 Objecten onder hoogspanningslijn

1. Het is verboden binnen een afstand van 6 meter aan weerszijden van voor stroomgeleiding

2. 3. 4.

bestemde draden van bovengrondse hoogspanningslijnen vooruerpen, opgaand houtgewas of andere objecten, die niet zijn aan te merken als bouwwerken, hoger dan 2 meter te plaatsen of te hebben. Het college kan van het verbod ontheffing verlenen indien de elektrische spanning van de bovengrondse hoogspanningslijn dat toelaat. Het verbod is niet van toepassing op objecten die deel uitmaken van de hoogspanningslijn. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs

1. Het is verboden:

a. voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te beschadigen, te verontreinigen, te versperren of het verkeer daarop op enige andere w'rjze te belemmeren of in gevaar te brengen;

b. bakens of andere voonverpen ten behoeve van de veiligheid geplaatst op de onder a.

2.

bedoelde ijsvlakten te verplaatsen, weg te nemen, te beschadigen of op enige andere wijze het gebruik daarvan te verijdelen of te belemmeren. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht of de provinciale vaarwegenverordening.

Afdeling 7. Evenementen Artikel 2:24 Begripsbepaling

1. ln deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankel'rjke verrichting van

2.

vermaak, met uitzondering van: a. bioscoopvoorstellingen; b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet en artikel 5:22 van deze verordening; c. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; d. het in een inrichting in de zin van de Drank en Horecawet gelegenheid geven tot dansen; e. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties; activiteiten als bedoeld in artikel 2:9 en 2:39 van deze verordening. Onder evenement wordt mede verstaan: a. een herdenkingsplechtigheid; b. een braderie; c. een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3van deze verordening, op de weg; d. een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg of op aan het water;

f.

Artikel2:25 Evenement

1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren. 2. Onverminderd het gestelde in artikel 1:4 van de APV kan de burgemeester in het kader van de

3.

openbare orde of woon- en leefomgeving nadere regels stellen ten aanzien van het houden van evenementen. Deze kunnen onder meer betrekking hebben op: a. de plaats en het tijdstip van het evenement; b. de benodigde technische voorzieningen; c. de inrichting van het evenemententerrein; d. het activiteitenprogramma; e. een veiligheidsplan, waaronder het aantal beveiligers en verkeersregelaars; het verkeersplan. ln afwijking van het gestelde in het eerste lid kan worden volstaan met een melding, indien:

f.

{ a. het aantal bezoekers, inclusief deelnemers, niet meer bedraagt dan 350 personen tegelijkertijd;

b. het evenement plaats vindt tussen 08.00 uur en 24.00 uur;

c. geen live en/of versterkte muziek ten gehore wordt gebracht na 23.00 uur; d. geen verkeersmaatregelen zijn vereist anders dan het onttrekken van parkeerplaatsen en afsluiten van wegen, geen gebiedsontsluitingswegen zijnde;

e. slechts kleine objecten geplaatst worden met een oppervlakte van minder dan 80 m2 per object;

f. er niet meer dan 150 personen per tent aanwezig zijn; g. op de locatie geen ander evenement plaatsvindt; h. er geen inzet van hulpdiensten nodig is; en

i. het evenement geen carnavalsoptocht, vechtsportgala, monstertruckshow, autosportevenement, motorsportevenement of watersportevenement betreft.

4. De melding als bedoeld in het tweede lid moet tenminste vier weken voorafgaand aan het evenement zijn ingediend. 5. De burgemeester kan binnen twee weken na ontvangst van de melding besluiten dat het organiseren van het evenement als bedoeld in het tweede lid wordt verboden, indien daardoor de openbare orde, openbare veiligheid, volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. De melding wordt ingediend middels een door de burgemeester vastgesteld formulier. ln añruijking van het gestelde in lid 1 en 2 is geen melding of vergunning noodzakelijk indien: a. het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 100 personen; b. het evenement op maandag tot en met zaterdag niet vóór 09.00 uur en op zondag niet vóór 13.00 uur begint en uiterlijk om 21 .00 uur eindigt; c. er geen muziek te gehore wordt gebracht vóór 09.00 uur of na21.00 uur; en d. het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan, (brom)fietspad of parkeerplaats of anderszins een belemmering vormt voor het verkeer en de hulpdiensten. Het verbod van het eerste lid geldt niet voor een wedstrijd op of aan de weg, voor zover in het geregelde onderuverp wordt voorzien door artikel 10 juncto artikel 148, van de Wegenverkeerswet 1994. Het verbod van het eerste lid geldt niet voor: a.

een (toneel)voorstelling, musical, theaterproductie of lezing in een lokaliteit waarin het horecabedrijf wordt uitgeoefend in de zin van de Drank- en Horecawet; b. een optreden van muziekgezelschappen zoals orkesten, harmonie- en fanfaregezelschappen in een lokaliteit waarin het horecabedrijf wordt uitgeoefend in de zin van de Drank- en Horecawet; c. een inpandige tentoonstelling zoals kleindieren- of kunsttentoonstelling in een lokaliteit waar de brandveiligheidsvoozieningen zijn afgestemd op het betreffende evenement; d. een herdenkingsplechtigheid; e. een landelijk georganiseerde straatspeeldag; een landelijk georganiseerde autoloze zondag; g. een recreatieve fietstocht. 10. Het verbod van het eerste lid geldt ook niet voor lampionnenoptochten en wandeltochten, voor zover: a. de optocht niet breder is dan één rijstrook; b. er bij een groepsomvang van 20 personen of meer voor én achter de optocht auto's rijden met in werking zijnde knipperlichten dan wel voor en achter de optocht begeleiders in reflecterende vesten lopen of fietsen. 11 Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning voor een vechtsportgala indien: a. de organisator van slecht levensgedrag is; b. in het geval en onder de voonruaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. 12. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3.

van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig bestissen) niet van toepassing.

6. 7.

8. 9.

f.

.

Artikel 2:26 Ordeverstoring Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren

Afdeling 8. Toezicht op horecabedrijven

'.t

Artikef 2=27 Begnpsbepali ngen

1. ln deze afdeling wordt verstaan onder:

a. horecabedr'rjf: elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of sp'rjzen voor directe consumptie worden verstrekt of bereid. Onder een horecabedrijf wordt in ieder gevalverstaan: een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, discotheek. Onder een horecabedrijf wordt niet verstaan een tijdeliike inrichting (waaronder tenten). b. terras: een buiten de besloten ruimte van de horecabedrijf liggend deel daarvan waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid of verstrekt.

Artikel 2:28 Terrasvergunning

1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een terras te exploiteren. 2. ln afwijking van het bepaalde in artikel 2.10 beslist de burgemeester over vergunningaanvragen 3. 4. 5.

6.

7. 8. 9.

die betrekking hebben op een of meer bij het horecabedr'rjf behorende terrassen, voor zover deze zich op de weg bevinden over de ingebruikneming van die weg ten behoeve van het terras. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van het horecabedrijf of openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. Bij de toepassing van de in het derde lid genoemde weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met het karakter van de straat en de wijk, waarin het horecabedrijf is gelegen of zal zijn gelegen, de aard van het horecabedrijf en de spanning, waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie van een terras. De vergunning kan worden ingetrokken in het belang van: a. de openbare orde; b. het voorkomen of beperken van overlast; c. de verkeersveiligheid of de veiligheid van personen of goederen; d. de zedelijkheid of gezondheid. Onverminderd het derde en vijfde lid kan de burgemeester de ingebruikneming van de weg ten behoeve van een of meer bij een horecabedrijf behorende terrassen weigeren dan wel intrekken: a.

indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg dan wel gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan; b. indien dat gebruik een belemmering kan worden voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg. Het bepaalde in dit artikel geldt niet, voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Rijkswegenreglement of de Provinciale wegenverordening. De terrasvergunning heeft in afwijking van het bepaalde in artikel 1:5 een zakelijk karakter. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 2:29 Sluitingstijd

1. Het is de exploitant van een horecabedrijf, waarin alcoholhoudende drank voor gebruik ter

2.

3. 4. 5.

plaatse wordt verstrekt (natte horeca), niet zijnde een horecabedrijf dat als (ondersteunende) ondergeschikte nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijf wordt uitgeoefend, verboden het horecabedrijf voor bezoekers geopend te hebben en bezoekers toe te laten of te laten verblijven a. op maandag tot en met vrijdag tussen 01.00 uur en 06.00 uur; b. en op zaterdag en zondag tussen 02.00 uur en 06.00 uur. Het is de exploitant van een horecabedrijf waarin geen alcoholhoudende drank voor gebruik ter plaatse verstrekt wordt (droge horeca) niet zijnde een horecabedrijf dat als (ondersteunende) ondergeschikte nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijf wordt uitgeoefend, verboden het horecabedrijf voor bezoekers geopend te hebben en bezoekers toe te laten: a. op maandag tot en met vrijdag tussen 01.00 uur en 06.00 uur; b. en op zaterdag en zondag tussen 02.30 uur en 06.00 uur. Het is verboden een terras voor het publiek geopend te hebben tussen 0.00 en 6.00 uur. Het is de exploitant van een horecabedrijf dat als (ondersteunende) ondergeschikte nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijf wordt uitgeoefend verboden het horecabedrijf en terras voor bezoekers geopend te hebben en bezoekers toe laten vóór 08.00 uur en na 23.00 uur. De burgemeester kan ontheffing verlenen van de sluitingstijd.

6. De burgemeester kan andere sluitingstijden vaststellen voor een afzonderlijk horecabedrijf of een daartoe behorend terras. 7. Het in dit artikel bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voor¿ien door op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften. 8. Het in het eerste tot en met vierde lid bepaalde geldt niet voor paracommerciêle instellingen als bedoeld in artikel 4 van de Drank- en Horecawet. 9. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 2 :30 Afwijki ng sluitingstiid ; tijdelijke sluiting

1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid of gezondheid of in geval

2.

van bijzondere omstandigheden voor een of meer horecabedrijven tijdelijk andere sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin artikel 13b van de Opiumwet voorziet.

Artikel 2:31 Verboden gedragingen Het is verboden in een horecabedrijf: de orde te verstoren; zich te bevinden na sluitingstijd of gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens artikel 2:29, vijfde of zesde lid of artikel 2:30, eerste lid.

1. 2.

Artikel 2:32 Handel binnen horecabedr'rjven

1. ln dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar als bedoeld in artikel 1 van de

2.

algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht. De exploitant van een horecabedrijf staat niet toe dat een handelaar of een voor hem handelend persoon in die inrichting enig voorwerp ven¡¡erft, verkoopt of op enige andere wijze overdraagt.

Artikel 2:33 Zwarte lijst

1. Het is de houder van een horecabedrijf, als bedoeld in artikel 2:27 , eerste lid, verboden in die

2. 3.

inrichting toe te laten of te laten verblijven niet tot zijn gezin behorende personen, die naar het oordeel van de burgemeester misbruik van alcoholhoudende drank plegen te maken en wier namen als zodanig schriftelijk door de burgemeester aan die houder zijn opgegeven. Het is aan een persoon wiens naam ingevolge het bepaalde in het eerste lid door de burgemeester aan de houders van inrichtingen, als bedoeld in artikel 2:27, eerste lid, is opgegeven, verboden zich in een dergelijke inrichting te bevinden nadat hij schriftelijk door de burgemeester van dit verbod in kennis is gesteld. Het verbod in het tweede lid geldt voor een bepaalde periode, die niet langer is dan een jaar.

Artikel 2:34 Het college als bevoegd bestuursorgaan lndien een horecabedrijf geen voor het publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf is in de zin van

artikel 174 van de Gemeentewet, treedt het college bij de toepassing van artikel 2:28 tot en met 2:30 op als bevoegd bestuursorgaan.

Afdeling 8a. Bijzondere bepalingen over paracommerciële horeca-inrichtingen als bedoeld in de Drank- en Horecawet

Artikel 2:34a Schenktijden paracommerciële rechtspersonen (uitgezonderd paracommerciêle dorpshuizen) Paracommerciële rechtspersonen (uitgezonderd paracommerciële dorpshuizen) kunnen uitsluitend alcoholhoudende drank verstrekken gedurende één uur voor, t'rjdens en één uur na wedstrijden, trainingen of andere stichting/vereniging- gebonden activiteiten, maar niet buiten de in onderstaand schema opgenomen schenktijden: Maandag tot en met vrijdag

12.00 uur tot 23.30 uur

Zaterdag

12.00 uur tot 22.00 uur

Zondag

11.00 uur tot 22.00 uur

Artikel 2:34b Schenktijden paracommerciële dorpshuizen Paracommerciële rechtspersonen in de vorm van dorpshuizen kunnen uitsluitend alcoholhoudende drank verstrekken gedurende één uur voor, tijdens en één uur na stichting/vereniging- gebonden activiteiten, maar niet buiten de in onderstaand schema opgenomen schenktijden: Zondag tot en met donderdag

12.00 uurtot 24.00 uur

Vrijdag en zaterdag

12.00 uur tot 01.00 uur

Artikel 2:34c Uitzondering schenktijden paracommerciële dorpshuizen Een paracommerciële rechtspersoon in de vorm van een dorpshuis kan in afrruijking van artikel2:34b, naast de stichting/vereniging- gebonden activiteiten tevens alcoholhoudende drank schenken, binnen de in artikel 2:34b opgenomen schenktijden, tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard van dorpsgebonden personen.

Artikel 2:34d Ontheffing schenktijden

1. De burgemeester kan met het oog op bijzondere gelegenheden van zeer tijdelijke aard voor een

2.

aaneengesloten periode van ten hoogste twaalf dagen ontheffing verlenen van de in artikel 2:34a en 2:34b gestelde verboden en beperkingen. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 2 :34e lntrekkingsgronden ontheffing arti kel 2 34d :

De in artikel 2:34d bedoelde ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd indien: ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt, of op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing, moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging wordt gevorderd door het belang of de belangen ter bescherming waarvan de ontheffing is vereist, of zich feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen, dat het van kracht blijven van de ontheffing gevaar oplevert voor de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid, of de aan de ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen, of van de ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde term'rjn dan wel, bij gebreke van een dergelijke termijn, binnen een redelijke termijn, of indien de houder van de ontheffing dit verzoekt.

a. b.

c. d. e. f.

Artikel 2 :34f Overgangsbepaling

1. Op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening vervallen voor paracommerciële rechtspersonen:

a. de voorschriften en beperkingen die tot dat tijdstip op grond van eerdere gemeentelijke verordeningen krachtens de wet zijn gesteld;

b. de ontheffingen die tot dat tijdstip door het college en de burgemeester zijn verleend;

c. de tot dat tijdstip gehanteerde schenk- of taptijden.

2. Ontheffingen die tot het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening zijn verleend op grond 3. 4.

van eerdere gemeentelijke verordeningen krachtens de wet, behalve de in het eerste lid, onder c bedoelde ontheffingen, blijven 12 maanden na inwerkingtreding van deze verordening van kracht. Daarna komen deze ontheffingen te vervallen. lndien vóór het t'rjdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om een ontheffing of vergunning op grond van de Drank- en Horecaverordening 2002 is ingediend waarop nog niet is beslist, wordt daarop deze verordening toegepast. Op bezwaarschriften gericht tegen een besluit krachtens de Drank- en Horecaverordening 2002 wordt beslist met toepassing van deze verordening.

Afdeling 9. Toezícht op ínríchtingen tot hetverschaffen van nachtuerblijf

Artikel 2:35 Begripsbepaling ln deze afdeling wordt verstaan onder inrichting: elke al dan niet besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot kamperen wordt verschaft dan wel in verband met de uitoefening van beroep of bedrijf aan personen

de mogelijkheid van nachtverblijf verschaft. Onder een inrichting vallen in ieder geval hotels, campings, vakantiehuizen, bed & breakfasts, jachthavens en huisvestingsvoorzieningen.

Artikel 2:36 Kennisgeving exploitatie Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of de exploitatie of feitelijke leiding van een inrichting staakt, is verplicht binnen drie dagen daarna daarvan schriftelijk kennis te geven aan de burgemeester.

Artikel 2:37 Nachtregister

1. De houder van een inrichting of een voor hem handelend persoon is verplicht een register, als

2.

bedoeld in artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht bij te houden dat is ingericht volgens het door de burgemeester vastgestelde model. De houder van een inrichting of een voor hem handelend persoon is verplicht, het in het eerste lid bedoelde register aan de burgemeester of aan een door hem aangewezen ambtenaar over te leggen op een door de burgemeester te bepalen wijze.

Artikel 2 38 Verschaffi ng ge gevens nachtregister :

Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder is verplicht de exploitant of feitelijk leidinggevende van die inrichting volledig en naarwaarheid naam, woonplaats, geboortedatum, dag van aankomst en de dag van vertrek te verstrekken.

Afdeling 10. Toezicht op speelgelegenheden Artikel 2:39 Speelgelegenheden

1. ln dit artikel wordt onder speelgelegenheid verstaan: een voor het publiek toegankelijke

2.

3.

4.

gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het verbod is niet van toepassing op: a. speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel 30c, eerste lid, onder b, van de Wet op de Kansspelen vergunning is verleend; b. speelgelegenheden waarvoor de raad van bestuur van de kansspelautoriteit bevoegd is vergunning te verlenen; en c. speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden om het kleine kansspel als bedoeld in artikel 7c van de Wet op de kansspelen te beoefenen, of te spelen op speelautomaten als bedoeld in artikel 30 van de Wet op de kansspelen, of de handeling als in artikel l, onder a, van de Wet op de kansspelen te verrichten. Ðe burgemeester weigert de vergunning: a. indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van de speelgelegenheid; of b. indien de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met een geldend bestemmingsplan.

Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 2:40 Speelautomaten

1. ln dit artikel wordt verstaan onder: a. Wet: de Wet op de kansspelen; b. speelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder a, van de Wet;

c. kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder c. van de Wet;

d. hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder d, van de Wet; e. laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder e, van de Wet.

2. ln hoogdrempelige inrichtingen zijn twee speelautomaten toegestaan, waarvan maximaal twee kansspelautomaten. 3. ln laagdrempelige inrichtingen zijn twee speelautomaten toegestaan, met dien verstande dat kansspelautomaten in het geheel niet zijn toegestaan.

Afdeling 11. Maatregelen tegen overlast en baldadigheid Artikel 2:4f Betreden gesloten woning of lokaal

1. Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden. 2. Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet gesloten woning, een niet voor het 3.

publiek toegankelijk lokaal, een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een voor het publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te betreden. Deze verboden z'tjn niet van toepassing op personen wier aanwezigheid in de woning of het lokaal wegens dringende reden noodzakelijk is.

Artikel 2:42 Plakken en kladden

1. Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is, en/of inzamelvoorzieningen voor afual, te bekrassen of te bekladden. 2. Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende op een openbare plaats

3. 4. 5. 6. 7.

of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is en/of inzamelvoozieningen voor afual: a. een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op andere wijze aan te brengen of te doen aanbrengen; b. met kalk, teer of een kleur- of verfstof een afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te doen aanbrengen. Het verbod in het tweede lid is niet van toepassing indien gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift. Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen. Het is verboden de aanplakborden te gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame. Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen hebben op de inhoud van de meningsuitingen en bekendmakingen. De houder van de schriftelijke toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven.

Artikel 2:43 Vervoer plakgereedschap e.d.

1. Het is verboden op de weg of openbaar water enig aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer, kleur of verfstof of verfgereedschap te vervoeren of bij zich te hebben. 2. Dit verbod is niet van toepassing, indien de genoemde materialen of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor handelingen als verboden in artikel 2:42.

Artikel 2:44 Vervoer inbrekerswerktuigen

1. Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen of vermommingsmiddelen te vervoeren, bij zich te hebben of te dragen. 2. Dit verbod is niet van toepassing indien de bedoelde werktuigen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd om zich onrechtmatig de toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van braak te vergemakkelijken of het achterlaten van sporen en/of herkenning bij het plegen van voornoemde strafbare feiten te voorkomen.

Artikel 2:444 Vervoer geprepareerde voonrerpen

1. Het is verboden op de weg of in de nabijheid van winkels te vervoeren of bij zich te hebben een voorwerp dat er kennelijk toe is uitgerust om het plegen van (winkel)diefstalte vergemakkelijken 2. Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de in dat lid bedoelde voorwerp niet bestemd is voor de in dat lid bedoelde handelingen.

Artikel 2:45 Betreden van plantsoenen (Vervallen).

Artikel 2:46 Rijden over bermen e.d.

1. Het is verboden met voertuigen die niet voorzien zijn van rubberbanden te rijden over de berm,

2.

de glooiing of de zijkant van een weg, tenzij dit door de omstandigheden redelijkerwijs wordt vereist. Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderuverp wordt voozien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement.

Artikel 2:47 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen

1. Het is verboden op een openbare plaats:

a. te klimmen of zich te bevinden op een beeld, monument, overkapping, constructie, openbare

2.

toiletgelegenheid, voertuig, hekheining of andere afsluiting, verkeersmeubilair of daarvoor niet bestemd straatmeubilair; b. zich op te houden op een wijze die aan andere gebruikers of aan bewoners van nabij die openbare plaats gelegen woningen onnodig overlast of hinder berokkent. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door arlikel424,426bis of 431 van het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.

Artikel 2:48 Verboden drankgebruik 1

. Het is voor personen die de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt verboden op een openbare plaats,

2.

die deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben. Het verbod is niet van toepassing op: a. een terras dat behoort bij een horecabedrijf als bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet; b. en een andere plaats dan een horecabedrijf als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel35 van de Drank en Horecawet.

Artikel 2:48a= Verboden gebruik distikstofmonoxide (NzO, lachgas) Het is verboden op een openbare plaats distikstofmonoxide (NzO, lachgas) middels inhalatie te gebruiken, toe te dienen, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben.

Artikel 2:49 Verboden gedrag bij of in gebouwen

1. Het is verboden:

a. zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op te houden; b. zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn of een drempel van een gebouw te zitten of te liggen.

2. Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van een flatgebouw, appartementsgebouw of een soortgelijke meergezinswoning of van een gebouw dat voor publiek toegankelijk is, verboden zich zonder redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk gebruik bestemde ruimte van dat gebouw.

Artikel 2:50 Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten Het is verboden zich zonder redelijk doel en op een voor anderen hinderl'rjke wijze op te houden in of op een voor het publiek toegankelijke ruimte, dan wel deze te verontreinigen of te gebruiken voor een ander doel dan waarvoor deze ruimte is bestemd. Onder deze ruimten worden in elk geval begrepen: portalen, telefooncellen, wachtlokalen voor het openbaar vervoer, parkeergarages en r'rjwielstallingen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10399462/1