CConstaterende datMaasdriel
Koppel je AI →
Document · PDF

Programmabegroting 2026-2029 gemeente Maasdriel

Gemeenteraad 6 november 2025, gemeente MaasdrielBij agendapunt: Behandeling Programmabegroting 2026-202930.486 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Programmabegroting 2026-2029 - 32

• Taalakkoord Rivierenland • Convenant VVE • Subsidieregeling VVE gemeente Maasdriel • Verordening leerlingenvervoer gemeente Maasdriel • Bommelerwaards Preventieakkoord (2021) • Regioplan Doordecentralisatie Beschermd Wonen 2021-2024 Betrokken verbonden partijen • Werkzaak Rivierenland • Over Rood • Gemeente Zaltbommel (centrumregeling) • Team OnsMaasdriel • Scholen en Kinderopvang • Bibliotheek Rivierenland • Team OnsMaasdriel • Stichting Lezen en Schrijven • Consultatiebureau • Taalhuis Maasdriel • ROC-RIVOR • Koning Willem 1 college • GGD Gelderland-Zuid • Gemeente 's-Hertogenbosch / Regio Meierij en Bommelerwaard (Beschermd Wonen) • Regio Rivierenland en gemeenten in Rivierenland (Jeugd verblijf)

Programmabegroting 2026-2029 - 33

Programma 3

Leefomgeving

Programmabegroting 2026-2029 - 34

Programma 3 Leefomgeving 3.1 Klimaat, duurzaamheid en omgevingskwaliteit Onderwerpen • Duurzaamheid (klimaatmitigatie) • Klimaat, water en riolering • Groen, natuur en biodiversiteit • Omgevingskwaliteit

Relevante ontwikkelingen Van afval naar grondstof De gemeenschappelijke regeling Avri stelt zich vanuit alle gemeenten uit Rivierenland tot doel om te komen tot een volledig circulaire economie in 2050. Het Grondstoffenplan dat in 2026 wordt vastgesteld, dient hiervoor als basis. We ondersteunen bedrijven bij circulair ondernemen en creëren kansen voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Op bedrijventerrein Medel werkt Avri aan de ontwikkeling van een circulair ambachtscentrum. Om de overlast door zwerfvuil en bijplaatsingen te verminderen wordt hier actief op ingezet. Het nog vast te stellen zwerfafvalbeleid dient als basis hiervoor. De financiering wordt gedekt uit de vergoedingen die de stichting Verpact namens de verpakkingsindustrie uitkeert aan gemeenten. Netcongestie Het is te druk op het elektriciteitsnet. Netcongestie vindt plaats op verschillende niveaus en heeft impact op zowel de levering als de teruglevering van elektriciteit op het net. Netcongestie is een belemmerende factor en een grote uitdaging voor de fysieke leefomgeving. Financiële ondersteuning klimaat en energiebeleid vanuit het Rijk De gelden die afgelopen jaren in de vorm van capaciteit decentrale overheden klimaat- en energiebeleid (CDOKE) vanuit het Rijk zijn verkregen, worden vanaf 2026 een decentralisatie-uitkering en vanaf 2027 een bijzondere fondsuitkering via het gemeentefonds.

Het programma EnergieVitaal, wat wordt uitgevoerd met gebruikmaking van de specifieke uitkering ter bestrijding van energiearmoede, loopt eind 2026 af, tenzij het Rijk of de gemeente hier opnieuw gelden voor beschikbaar stelt.

Wat willen we bereiken? 3.1.1 CO2 reductie, energiebesparing en duurzaamheid in algemene zin bevorderen bij inwoners, maatschappelijke organisaties, bedrijven en de eigen organisatie. 3.1.2 De eerste concrete stappen zetten in de warmtetransitie en inwoners, ondernemers en andere belanghebbenden inzicht en handelingsperspectief bieden.

Programmabegroting 2026-2029 - 35

3.1.3 Bouwen aan een toekomstbestendig energiesysteem waarin ruimte is voor lokale opwek en afname, met minimale netbelasting. We richten ons op de invulling van de ambitie vanuit de Regionale Energie Strategie (RES) voor de opwek van duurzame energie.

Wat gaan we daarvoor doen? We stellen een cultuurhistorische waardenkaart op Met de Omgevingswet heeft cultuurhistorie een nadrukkelijke plek in de ruimtelijke ordening. Op basis van verplichtingen uit het Besluit kwaliteit leefomgeving brengen we erfgoed in kaart om ruimtelijke plannen juridisch zorgvuldig te onderbouwen en de identiteit van onze kernen te versterken. Zonder deze inventarisatie lopen we risico op aantasting van erfgoed en vertraging van ruimtelijke besluiten. Klimaatmitigatie en circulariteit We stellen voor eind 2026 het verplichte warmteprogramma vast, dit is een onderdeel van het programma klimaatmitigatie waarin ook de hoofdstukken en energietransitie en circulaire economie een plaats krijgen. Daarnaast intensiveren we de samenwerking met de netbeheerders en stimuleren en regisseren de lokale opwek en lokaal gebruiken van deze energie. Om de netverzwaring binnen de bebouwde kom te versnellen werken we samen met Liander middels een buurtaanpak. Ook zetten we de samenwerking met het Energieloket Rivierenland voort. Met hen stimuleren we onder andere het isoleren van woningen. We beschermen de gebouwbewonende diersoorten en brengen de daarvoor benodigde compensatiemaatregelen aan. Daarnaast starten we met het opstellen van een soortenmanagementplan zodat inwoners in de toekomst kunnen blijven isoleren.

We actualiseren het Water- en Rioleringsplan In 2026 worden de bouwsteen en het programma water en riolering inclusief kostendekkingsplan ter vaststelling aan de raad aangeboden. Bouwsteen klimaat en strategie- en uitvoeringsprogramma Bij de vaststelling van het Plan van Aanpak Klimaatbestendig Maasdriel is afgesproken met de raad om een lokale strategie- en uitvoeringsagenda klimaatadaptatie op te stellen. De bouwsteen, strategie en uitvoeringsagenda klimaat zal in de eerste helft 2026 aan uw raad worden aangeboden.

3.2 Landbouw, economie en toerisme Onderwerpen • Landbouw • Bedrijventerreinen en vestigingsklimaat • Centra • Toerisme en recreatie

Relevante ontwikkelingen Versterken van het ondernemersklimaat In de komende jaren blijven wij ons inzetten voor het verder versterken van het ondernemersklimaat, het optimaliseren van de ondernemersdienstverlening en het verbeteren van de kwaliteit van onze werklocaties. Hiermee willen wij bijdragen aan het behoud en de bevordering van welvaart en werkgelegenheid binnen onze gemeente. Lokale ondernemers verdienen daarbij bijzondere aandacht, omdat zij een cruciale rol vervullen in het waarborgen van de leefbaarheid en het voorzieningenniveau in onze kernen.

Programmabegroting 2026-2029 - 36

Ontwikkeling bedrijventerreinen onder druk De ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen staat onder toenemende druk door steeds complexere ruimtelijke processen. Dit betreft onder andere de noodzaak om energietransitie, CO₂- en stikstofreductie, duurzame woningbouw en klimaatadaptieve maatregelen in te passen. Daarnaast ontstaan nieuwe opgaven rondom de capaciteit van (energie)infrastructuur en het creëren van voldoende ruimte voor bedrijven die een bijdrage leveren aan de transitie naar een circulaire economie. Deze bedrijven hebben vaak een hogere milieucategorie (4 of 5) nodig, wat de ruimtelijke opgave verder bemoeilijkt. Recreatie en Toerisme Recreatie en toerisme blijven van groot belang voor zowel onze gemeente als de omliggende regio en dragen bij aan het versterken van het voorzieningenniveau. Daarom stimuleren wij activiteiten binnen deze sectoren en zetten wij ons in om een bredere en diverse groep recreanten aan te trekken.

Wat willen we bereiken? 3.2.1 Goed ondernemersklimaat, 3.2.2 Goed vestigingsklimaat 3.2.3 Een sterke vrijetijdseconomie, die bijdraagt aan aantrekkelijk wonen, werken en recreëren.

Wat gaan we daarvoor doen? We versterken onze dienstverlening aan ondernemers (3.2.1) We blijven werken aan een goede en toegankelijke dienstverlening voor onze ondernemers. Dat doen we onder andere door proactief het contact op te zoeken – via ambtelijke en bestuurlijke bedrijfsbezoeken, maar ook in overleggen met het Ondernemersfonds Hedel en ondernemersverenigingen. Daarnaast zijn we aanwezig bij lokale en regionale bijeenkomsten voor en door ondernemers. Ook faciliteren we ondernemers reactief: we beantwoorden binnenkomende vragen en verzoeken snel en zorgvuldig. Dit doen we via persoonlijk contact met medewerkers van de afdeling Economie én via het Ondernemersteam Bommelerwaard. We werken planmatig aan de versterking van de lokale economie (3.2.1 en 3.2.3) Door hier op planmatige wijze en met duidelijke focus aan te werken. Door het uitvoeren van concrete acties uit het Programma Economie geven we hier op een gerichte en samenhangende manier invulling aan. Een robuuste samenwerking en een evenwichtige arbeidsmarkt (3.2.1) Wij blijven ons inzetten voor een stevige organisatiegraad, waarbij ondernemers gezamenlijk belangrijke doelen realiseren en samen de financiering organiseren. Tegelijkertijd werken we aan een evenwichtige arbeidsmarkt door de samenwerking tussen bedrijven en de arbeidsmarkt te versterken.

Op die manier dragen we bij aan voldoende passende werkgelegenheid voor inwoners én aan gekwalificeerd personeel voor bedrijven. Wij zetten ons in voor voldoende (uitbreidings)ruimte voor lokale ondernemers (3.2.2) In 2024 heeft de gemeenteraad een voorkeursrecht gevestigd op de locatie Poort van Maasdriel Zuid, met de nadruk op het huisvesten van lokale bedrijven. Een projectleider werkt momenteel aan de verdere uitwerking hiervan.

Programmabegroting 2026-2029 - 37

We richten ons op het aantrekken van meer recreanten (3.2.3) Stichting Bureau Toerisme en Stichting Streekmarketing Bommelerwaard zullen als uitvoeringsorganisaties van de regio en de streek, zich hierop richten met activiteiten uit het jaarplan. We zorgen voor voldoende mogelijkheden om te ontspannen, onder meer door aantrekkelijke fiets- en wandelpaden (3.2.3) Het beheer en onderhoud van de wandelpaden wordt uitgevoerd door Uiterwaarde. Samen met Uiterwaarde wordt er in 2026 gekeken naar ontwikkelkansen voor wandel- en fietspaden. De nieuwe visie is afgerond en gaan aan de slag met het uitvoeringsprogramma (3.2.3) Het beleid omtrent recreatie en toerisme is vastgelegd in de Visie recreatie en Toerisme 2018-2022. In 2025 is de nieuwe visie als bouwsteen voor de omgevingsvisie vastgesteld door de raad. In 2026 gaan we aan de slag met het uitwerken van het uitvoeringsprogramma. In het voorjaar van 2026 starten we met de daadwerkelijke uitvoering van de werkzaamheden bij winkelcentrum De Haar te Ammerzoden De raad heeft met amendement A2025-06 besloten om het krediet voor de inrichting bij De Haar te Ammerzoden te verhogen met € 815.000 en de effecten daarvan te verwerken in de begroting 2026. Mede op verzoek van de belangengroep start de daadwerkelijke uitvoering van de werkzaamheden in het voorjaar van 2026, na de carnaval.

3.3 Wonen, welzijn en voorzieningen Onderwerpen • Volkshuisvesting • Maatschappelijk vastgoed (incl. sportaccommodaties)

Relevante ontwikkelingen Wet versterking regie volkshuisvesting De Wet versterking regie volkshuisvesting (Wvrv) is in juli 2025 aangenomen door de Tweede Kamer en wordt naar verwachting in 2026 van kracht. De wet moet de woningbouw versnellen, de betaalbaarheid borgen en de verdeling van woningen verbeteren. Colleges van B&W worden vanaf 2026 verplicht een volkshuisvestingsprogramma vast te stellen, met harde afspraken over aantallen, locaties en doelgroepen, afgestemd binnen regionale woondeals. De huidige verplichte woonvisie komt te vervallen en wordt onderdeel van de omgevingsvisie als strategisch beleid. De wet legt landelijke normen vast voor betaalbare woningbouw en geeft provincies een coördinerende rol en het Rijk doorzettingsmacht. Ook worden procedures versneld bij maatschappelijk urgente projecten. Gemeenten moeten daarnaast een huisvestingsverordening vaststellen met een (regionale) urgentieregeling. Deze veranderingen vragen om een stevigere programmering en een nauwere koppeling tussen volkshuisvesting en omgevingsbeleid. WoON-onderzoek 2025 Het WoON-onderzoek 2025 laat zien dat de druk op de woningmarkt landelijk verder is toegenomen. Meer huishoudens, minder doorstroming en een groeiende groep mensen die moeilijk een passende woning vindt.

Programmabegroting 2026-2029 - 38

Netcongestie Het is te druk op het elektriciteitsnet. Netcongestie vindt plaats op verschillende niveaus en beïnvloedt zowel de levering als de teruglevering van elektriciteit. Dit is een serieuze uitdaging voor onze fysieke leefomgeving en vraagt om extra aandacht en het optimaal benutten van kansen. Netbeheerder Liander werkt op het laag- en middenspanningsniveau aan uitbreiding en verzwaring van het netwerk. TenneT doet dit op hoogspanningsniveau. De gemeente Maasdriel is hierbij betrokken waar mogelijk en nodig, zodat toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen goed kunnen worden meegenomen. Tegelijkertijd kijken we naar manieren om het net minder te belasten: door pieken te mijden, vraag en aanbod beter op elkaar af te stemmen en de beschikbare netcapaciteit zo efficiënt mogelijk te gebruiken. Opheffen Stichting Exploitatie Sportaccommodaties Maasdriel (SESAM) De stichting Sesam is verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van de sportaccommodaties in Kerkdriel, Ammerzoden en Hedel. Deze verantwoordelijkeid voor het beheer en onderhoud is contractueel aangegaan voor 10 jaar. De stichting heeft aangegeven te willen stoppen na deze termijn. Dit betekent dat het beheer en onderhoud eind 2026 weer terugkomt bij de gemeente. De consequenties hiervan worden in beeld gebracht.

Wat willen we bereiken? 3.3.1 Een toename van de woningbouwproductie waarbij we beter aansluiten bij de vraag van de verschillende doel- en aandachtsgroepen. 3.3.2 Voldoende en passende huisvesting van (wettelijke) aandachtsgroepen. 3.3.3 Inzicht en duidelijkheid over de ontwikkelingsmogelijkheden en -strategieën van het gebied Grote Ingh en de positie van sportvoorzieningen in Kerkdriel.

Wat gaan we daarvoor doen? We stellen een volkshuisvestingsprogramma op De Wet versterking regie volkshuisvesting verplicht colleges van B&W om een volkshuisvestingsprogramma vast te stellen. Hiermee gaan we aan de slag. We leggen vast hoeveel woningen we bouwen, voor wie en wanneer en welke maatregelen we daarvoor treffen. We (blijven) werken aan de woningbouwopgave Onze opgave uit de geactualiseerde Woondeal is om in de periode 2025–2034 circa 2.353 woningen te bouwen, gemiddeld 200 per jaar. Het woningbouwprogramma volgt de Woonvisie Bommelerwaard 2019–2025 (met addendum). Van de totale bouw van woningen moet 35% sociale huur zijn, en 70% van de nieuwbouwwoningen moet voor lage en middeninkomens zijn. De voortgang monitoren we via de voortgangsrapportage woningbouw en met ‘Kansrijk bouwen’ prioriteren we projecten. Enkele grote projecten zijn Hart van Hurwenen (Hurwenen), Onderwaard (Ammerzoden), De Woerd (Hedel), Paddestoelenbuurt (Kerkdriel), Alem-Zuid (Alem), De Haar II (Ammerzoden), en Van Koolwijk (Velddriel). Daarnaast gaan we aan de slag met nog vele andere (kleinere) woningbouwinitiatieven. Het project Maasfront (Kerkdriel) maakt deel uit van het bredere Masterplan Maas en omvat, naast de verkenning van woningbouw, ook verkenningen naar waterstandsdaling, delfstoffenwinning en de verplaatsing of beëindiging van zandoverslagbedrijven in het gebied.

In 2026 stellen we nieuwe instrumenten vast, zoals het volkshuisvestingsprogramma en de regionale huisvestingsverordening met urgentieregeling. Ook sluiten we een nieuwe Raamwerkovereenkomst 2026–2029 en maken prestatieafspraken met corporaties over beschikbaarheid, betaalbaarheid, leefbaarheid, wonen & zorg,

Programmabegroting 2026-2029 - 39

en duurzaamheid. En we onderzoeken of en zo ja, hoe actieve grondpolitiek kan bijdragen aan onze doelen (M2025-11; Motie Voorbereiding stap naar actieve grondpolitiek). Met de toekomstbestendig wonen regeling leveren we een bijdrage aan de mogelijkheden langer zelfstandig te blijven wonen en de verduurzaming van woningen. De provinciale middelen voor cofinanciering zijn uitgeput. Wij kozen ervoor om de regeling door te zetten zonder cofinanciering. De provincie moet nog besluiten over het voortzetten van de cofinanciering van de regeling. We werken aan voldoende en goede huisvesting van aandachtsgroepen Sinds februari 2024 zijn gemeenten wettelijk verantwoordelijk voor opvang van asielzoekers (Spreidingswet). We werken hierin samen met gemeenten Zaltbommel en West Maas en Waal. Ook blijven we opvang bieden aan Oekraïense ontheemden, waarvoor de Richtlijn Tijdelijke Bescherming is verlengd tot maart 2027. We hebben een opgave om passende vervolghuisvesting te vinden voor deze groep voor na juli 2026. Voor statushouders lopen we achter op de taakstelling, maar deze achterstand is naar verwachting eind 2025 weggewerkt. Voor de langere termijn werken we aan een integrale aanpak voor alle aandachtsgroepen, zoals starters, spoedzoekers, ouderen, statushouders, asielzoekers en woonwagenbewoners, met bundeling van middelen en afspraken met corporaties en regio.

In 2026 gaan we al aan de slag met de uitvoering van de wettelijke taak voor het bieden van voldoende woonwagenstandplaatsen aan de hand van ons in 2025 vastgesteld woonwagen- en standplaatsenbeleid. We verkennen de ontwikkelingsmogelijkheden van de Grote Ingh Naar aanleiding van de kernvisie Kerkdriel en de motie M2024-11 (Motie Diverse ontwikkelingen Kerkdriel Grote Ingh) onderzoeken we de ruimtelijke en financiële haalbaarheid van ontwikkelingen in en rond Kerkdriel, met focus op het gebied Grote Ingh en sportpark Ipperakkeren. Het doel is om een globaal masterplan voor Grote Ingh op te stellen, inclusief spelregels voor woningbouw en andere functies, en om te bepalen of verplaatsing van sportvoorzieningen naar dit gebied wenselijk en haalbaar is. Deze verkenning brengt scenario’s, voorkeuren en een ontwikkelstrategie in beeld. We houden daarbij rekening met samenhang met andere projecten, zoals vervangende nieuwbouw van de Mgr. Zwijsenschool en de verkeerscirculatie van Maasdriel. We werken een voorkeurscenario uit voor de invulling van MFC De Kreek Voor MFC de Kreek wordt gewerkt aan het ontwikkelen van scenario’s voor de lange termijn. Deze scenariostudie vormt de basis voor besluitvorming over de toekomstige invulling van MFC De Kreek. Participatie met gebruikers, maatschappelijke partners en de gemeenteraad is hierin essentieel.

We actualiseren het maatschappelijk vastgoedbeleid, inclusief sportaccommodatiebeleid Doel is een helder en uitlegbaar kader dat richting geeft aan de inzet van gemeentelijke gebouwen en terreinen voor maatschappelijke doelen. Denk daarbij aan doelen als meedoen, samenredzaamheid en ontwikkelen. In 2025 stellen we een plan van aanpak op (bespreken dit in uw raadscommissie), voeren we een beleidsanalyse uit, werken we een menukaart met beleidsopties uit en startten we de kerngerichte inventarisatie van vraag (behoeften inwoners en gebruikers) en aanbod (gebouwen, gemeentelijk en niet-gemeentelijk). In 2026 zetten we dit door met de nieuwe raad: we voeren een waarden- en belangendialoog met de raad (wat vindt de raad belangrijk?) en de raad stelt aan de hand daarvan vervolgens een beleidskader vast. Het beleidskader geeft richting aan een doelmatige, rechtmatige en rechtvaardige inzet van maatschappelijk vastgoed: wanneer zetten we het in, onder welke voorwaarden, en hoe ver willen we daarin gaan?

Programmabegroting 2026-2029 - 40

Via een afwegingskader uit het nieuwe beleidskader koppelen we vervolgens de lokale behoefte (vraag) aan het beschikbare vastgoed (aanbod). Het afwegingskader geeft antwoord op de vragen: is er behoefte aan de inzet van gemeentelijk vastgoed, draagt het vastgoed (voldoende) bij aan maatschappelijke doelen, kan het doelmatig worden ingezet en is het toekomstbestendig? Het afwegingskader zorgt ervoor dat we transparante keuzes kunnen voorstellen voor behoud, aanpassing of afbouw van de inzet van maatschappelijk vastgoed. Deze keuzes werken we vervolgens uit in een transformatieprogramma met planning (0-5 jaar, 5-10 jaar en 10-15 jaar) en financiële gevolgen. De raad neemt hier vervolgens besluiten over. Verhogen capaciteit accommodatie VV Hedel Het ledenaantal van VV Hedel is de afgelopen jaren sterk gegroeid. De huidige sportvoorzieningen schieten daardoor tekort om alle elftallen voldoende trainings- en wedstrijdmogelijkheden te bieden. Om de capaciteit van de accommodatie te vergroten, werken we een voorstel uit om het bestaande natuurgrasveld om te bouwen naar een kunstgrasveld. In de begroting is een stelpost opgenomen en er volgt een apart raadsvoorstel welke urgentie inzichtelijk zal maken. De verwachte investering bedraagt € 750.000.

We werken aan een Meerjaren Onderhoudsplan voor het beheer en onderhoud van bestaande voorzieningen Op basis van recente inspecties wordt momenteel een MJOP opgesteld. Dit plan moet zorgen voor een gestructureerde aanpak van het onderhoud aan de bestaande sportaccommodaties. Binnen de huidige budgetten is het niet mogelijk om al het gewenste onderhoud op een doelmatige wijze uit te voeren. Het MJOP zal naar verwachting in de eerste helft van 2026 aan uw raad worden aangeboden. Voor de exploitatiekosten is aanvullend budget nodig. De exacte omvang hiervan wordt nog onderzocht. De investeringskosten voor groot onderhoud en vervangingen zullen separaat worden aangevraagd in de kadernota 2027.

3.4 Milieu, gezondheid en leefbaarheid Onderwerpen • Milieu • Openbare ruimte • Mobiliteit

Relevante ontwikkelingen Mobiliteit en Ruimtelijke Ontwikkeling De afgelopen 25 jaar zijn er veel ruimtelijke ontwikkelingen geweest in onze gemeente. De infrastructuur is in deze tijd veelal ongewijzigd gebleven. Hierdoor is op dit moment de weginfrastructuur overbelast wat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in de weg staat. In de Mobiliteitsvisie die momenteel als dragend element van de Omgevingsvisie wordt opgesteld wordt dit probleem benoemd en oplossingsrichtingen aangedragen die vervolgens worden uitgewerkt. In dit kader zal ook worden onderzocht welke alternatieven er zijn voor de Zuidelijke Ontsluitingsroute (ZOR). De visie Mobiliteit wordt aan uw raad aangeboden in december 2025 en wordt gevolgd door een programma Mobiliteit waarin beleid en een pakket van maatregelen is opgenomen voor de komende jaren om de doelstellingen te kunnen bereiken en de benodigde middelen beschikbaar te stellen.

Speerpunten Naast de relatie met de ruimtelijke ontwikkelingen bevat de Mobiliteitsvisie de volgende speerpunten

Programmabegroting 2026-2029 - 41

• Een veilige inrichting van wegen gebaseerd op de functie • Routeringsplan zwaar verkeer • Veilige dijkwegen • Aanpak sluipverkeer en congestie o.a. door niet-verbreden A2 • Verbetering van het fietsroutenetwerk met snelle doorfietsroutes • Aandacht voor goede voetgangersverbindingen • Goede OV-verbindingen met mobiliteitshubs voor overstappers fiets en wachtruimtes Stillegging verbreding A2 / Programma BMP- A2 Het programma A2 Deil-Vught richt zich op het verminderen van congestie door middel van drie pijlers: Quick Winpakket, Wegverbreding en Breed Mobiliteitspakket (BMP). Het BMP is een dynamisch pakket wat richt zich op het aanbieden van alternatieven voor het autoverkeer op de A2. Na de stillegging van de verbreding is het accent verschoven naar meer aandacht voor het beperken van de regionale en lokale overlast ten gevolge van de overbelaste A2. Om projecten binnen Maasdriel in het BMP te kunnen krijgen is een intensieve deelname aan het proces tot uitvoering van het BMP noodzakelijk.

Wat willen we bereiken? 3.4.1 Een veilig en goed functionerend wegennetwerk dat zo optimaal mogelijk aansluit op het provinciale en landelijke netwerk en dat wordt onderhouden op het door de raad vastgestelde niveau. 3.4.2 Het realiseren van een verkeersafwikkeling die zorgt voor een verkeersveilig en leefbaar woon- en leefklimaat.

Wat gaan we daarvoor doen? Opstellen Gemeentelijke Visie Mobiliteit/Programma Mobiliteit In december 2025 neemt uw raad een besluit over de visie Mobiliteit (bouwsteen). De visie inclusief financien moeten worden vastgesteld door de raad. Ter onderbouwing wordt het bijbehorende programma Mobiliteit bij de stukken gevoegd. Het programma wordt begin 2026 vastgesteld door het college. In 2026 en de komende jaren wordt het programma (projecten/activiteiten) verder opgepakt. Mobiliteitsdata Vanuit de Europese en Nederlandse wetgeving is het verplicht dat de wegbeheerders aan het DIgitaal Stelsel Mobiliteitsdata (DSM) werken om hun mobiliteitsdata op orde te brengen. We gaan aan dit project in 2026 uitvoering geven (inventariseren/vervangen). Het up-to-date brengen van de verkeersdata is een aanzienlijk inspanning. De combinatie met bestaande data over het areaal van de gemeentelijke infrastructuur zal voordelen opleveren. We verwachten eenmalig € 100.000 nodig te hebben, en vanaf 2027 structureel € 20.000. We werken verder aan het aantrekkelijk maken van recreatiegebied De Zandmeren In 2026 zal de nadruk liggen op het opknappen van de Zandstraat en het aanpakken van de kop van de Zandstraat als aansluiting op het Zandpontje. Ook verdient het opknappen van de badhuisjes en het verbeteren van de openbare verlichting in het kader van de veiligheid aandacht.

Programmabegroting 2026-2029 - 42

Onderhoud, beheer en kwaliteitsbewaking openbare ruimte In 2026 stelt de gemeente een nieuw Beheerplan Schoon, Heel en Veilig op. Dit plan vormt het kader voor het onderhoud, beheer en de kwaliteitsbewaking van de openbare ruimte. Het doel is om duidelijke en meetbare afspraken vast te leggen over de gewenste kwaliteit, de onderhoudsfrequentie en de daarbij horende kosten.

3.5 Overkoepelend Relevante ontwikkelingen Omgevingswet De Omgevingswet is sinds 1 januari 2024 van kracht. De implementatie is afgerond, maar we bevinden ons nu in een transitiefase tot 2032. In deze periode ontwikkelen gemeenten het instrumentarium – omgevingsbeleid en omgevingsregels – verder door. In lijn met de uitgangspunten van de wet. Het doel van de Omgevingswet is een betere leefomgeving, waarin bescherming en gebruik van de ruimte met elkaar in balans zijn. Dit vraagt om duidelijke en samenhangende keuzes van de gemeente. We moeten ons beleid en onze regels scherper, overzichtelijker en beter op elkaar afgestemd maken. Daarnaast moeten we slimmer werken, zodat we onze ambities waarmaken met beperkte mensen en middelen. De wet stelt duidelijke termijnen. Gemeenten hebben tot 1 januari 2027 de tijd om een omgevingsvisie vast te stellen die volledig aan de wet voldoet. Al eerder vastgestelde visies, zoals die van Maasdriel, mogen vanaf 1 januari 2025 alleen nog volgens de nieuwe regels worden gewijzigd. Uiterlijk in 2032 moeten alle bestemmingsplannen en de bruidsschat (het tijdelijke deel van het omgevingsplan) zijn omgezet naar één integraal omgevingsplan dat voldoet aan alle wettelijke eisen. Naast deze transities vraagt de wet ook op specifieke deelonderwerpen om aanpassingen, zoals cultureel erfgoed en het regelen van kostenverhaal en financiële bijdragen.

Nieuwe wetgeving vult de Omgevingswet verder aan: met de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) en de Wet versterking regie volkshuisvesting (Wvrv) wordt het verplicht om een warmteprogramma en een volkshuisvestingsprogramma op te stellen, beide onder verantwoordelijkheid van het college. Nieuwe Nota Ruimte Het nieuwe kabinet werkt aan een Nota Ruimte. Met deze 'nationale Omgevingsvisie' geeft het kabinet een lange termijnvisie op de ruimtelijke inrichting van Nederland. In deze Nota Ruimte worden grote ruimtelijke keuzes gemaakt die nodig zijn voor de ontwikkeling van heel Nederland. Speerpunten zullen zijn: voldoende en passende woningen voor iedereen, verbeteren van de leefbaarheid, en gebiedsgerichte aanpak met oog voor ruimtelijke kwaliteit.

Wat willen we bereiken? 3.5.1 In 2029 voor een groot deel voldoen aan de wettelijke eisen van de Omgevingswet en beleid en regels beter op elkaar afstemmen om onze doelen te realiseren.

Programmabegroting 2026-2029 - 43

Wat gaan we daarvoor doen? We actualiseren ons strategisch omgevingsbeleid (omgevingsvisie) We actualiseren de omgevingsvisie zodat deze in 2027 voldoet aan de Omgevingswet en het centrale strategische beleidsdocument wordt voor de hele fysieke leefomgeving. De nieuwe Omgevingsvisie Maasdriel vervangt de Omgevingsvisie Bommelerwaard. De visie moet een helder ontwikkelingsbeeld bieden voor Maasdriel tot 2040 en moet scherpe(re) keuzes bevatten over onder andere wonen, werken, openbare ruimte, natuur, energie, mobiliteit, water en klimaat. De Omgevingswet vraagt ons om op onderdelen nieuwe keuzes te maken die we eerder niet hoefden te maken, bijvoorbeeld op het gebied van gezondheidsbescherming/milieukwaliteit en de Maasdrielse balans tussen het beschermen en benutten van de leefomgeving. Met deze visie vernieuwen en vereenvoudigen we ook ons beleidshuis: losse beleidsnota’s worden ingetrokken en vervangen door één samenhangende visie. Zo ontstaat een helder, richtinggevend en behapbaar strategisch kader. De visie geeft bovendien opdrachten mee voor verdere uitwerking in omgevingsprogramma’s (collegebeleid), beleidsregels en omgevingsregels (omgevingsplan). Hiermee zorgen we dat de visie ook daadwerkelijk doorvertaling krijgt naar de uitvoering.

We starten met de transitie van het tijdelijk omgevingsplan naar het nieuwe omgevingsplan dat voldoet aan de wet We werken in deelstappen aan de omzetting van het tijdelijke omgevingsplan naar één integraal omgevingsplan dat voldoet aan alle wettelijke eisen. De door het college vastgestelde dynamische transitieplanning bepaalt de marsroute en het tempo. Voornemen is om te starten met de omzetting van de voormalige bestemmingsplannen van Ammerzoden, Well en Wellseind én met het toevoegen van de verplichte thematische regels over externe veiligheid. Externe veiligheid gaat over de bescherming tegen risico’s van brand, explosie en gifwolken bij de opslag van gevaarlijke stoffen. We financieren de regionale samenwerking via het portefeuillehoudersoverleg Ruimte structureel De ruimtelijke opgaven in RIvierenland vragen om een stevige regionale samenwerking. Van woningbouw tot energietransitie, en van klimaatadaptatie tot stikstofproblematiek - de uitdagingen zijn complex, urgent en te verweven voor gemeenten om individueel op te pakken. De opgaven hebben een directe impact over gemeentegrenzen en vragen om een integrale, regionale aanpak. Sinds het najaar van 2021 wordt de regionale samenwerking vormgegeven via het Portefeuillehoudersoverleg (PFO) Ruimte. In regionaal verband is afgesproken om deze samenwerking structureel te financieren.

De middelen hiervoor bedragen € 20.000 per jaar en zijn opgenomen in deze begroting.

Programmabegroting 2026-2029 - 44

Wat mag het kosten? Programma 3 Leefomgeving (bedragen x € 1.000)

Werkelijk 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

Lasten 3.1 Klimaat, duurzaamheid en omgevingskwaliteit

8.550

13.463

10.240

10.168

10.328

10.155

3.625

7.591

4.716

4.566

4.566

4.566

3.102

3.856

3.774

3.852

4.030

3.858

1.823

2.016

1.750

1.750

1.732

1.732

580

574

437

437

437

437

580

574

437

437

437

437

8.414

5.155

9.210

8.280

10.319

13.069

4.240

2.864

2.936

3.028

3.019

3.013

4.174

2.291

6.274

5.252

7.300

10.056

7.100

7.498

8.549

8.785

9.051

9.245

586

622

643

643

632

632

6.478

6.824

7.864

8.100

8.376

8.571

36

52

42

42

42

42

231

1.039

168

-

-

-

231

1.039

168

0

0

0

24.874

27.728

28.604

27.669

30.134

32.906

9.777

13.281

10.743

10.674

10.863

10.703

3.935

7.146

4.654

4.504

4.504

4.504

3.823

4.307

4.812

4.893

5.082

4.922

2.018

1.829

1.277

1.277

1.277

1.277

473

683

618

618

618

618

473

683

618

618

618

618

Duurzaamheid: energietransitie, warmtetransitie & circulaire economie Klimaat, water & riolering Omgevingskwaliteit: stedenbouw, landschap, cultuurhistorie & welstand 3.2 Landbouw, economie en toerisme Landbouw, economie en toerisme 3.3 Wonen, welzijn en voorzieningen Maatschappelijk vastgoed, accommodaties Volkshuisvesting 3.4 Milieu, gezondheid en leefbaarheid Milieu, gezonde leefomgeving & externe veiligheid Openbare ruimte en speelruimte Verkeer en mobiliteit 3.5 Overkoepelend leefomgeving Overkoepelend leefomgeving Totaal lasten

Baten 3.1 Klimaat, duurzaamheid en omgevingskwaliteit Duurzaamheid: energietransitie, warmtetransitie & circulaire economie Klimaat, water & riolering Omgevingskwaliteit: stedenbouw, landschap, cultuurhistorie & welstand 3.2 Landbouw, economie en toerisme Landbouw, economie en toerisme

Programmabegroting 2026-2029 - 45

Programma 3 Leefomgeving (bedragen x € 1.000)

Werkelijk 2024

3.3 Wonen, welzijn en voorzieningen Maatschappelijk vastgoed, accommodaties Volkshuisvesting 3.4 Milieu, gezondheid en leefbaarheid

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

2.199

1.137

5.283

4.596

6.613

9.369

1.443

1.067

1.122

1.111

1.061

1.061

756

71

4.161

3.484

5.552

8.308

802

523

507

507

507

507

0

0

0

0

0

0

802

523

507

507

507

507

0

0

0

0

0

0

-

-

-

-

-

-

0

0

0

0

0

0

Milieu, gezonde leefomgeving & externe veiligheid Openbare ruimte en speelruimte Verkeer en mobiliteit 3.5 Overkoepelend leefomgeving Overkoepelend leefomgeving Totaal baten

13.250

15.624

17.150

16.394

18.601

21.197

Saldo van baten en lasten

-11.625

-12.104

-11.454

-11.276

-11.534

-11.709

Toevoegingen aan reserves

1.798

2.500

0

0

0

0

Onttrekkingen aan reserves

2.155

2.167

279

147

172

172

Saldo reservemutaties Resultaat

-357

333

-279

-147

-172

-172

-11.268

-12.436

-11.175

-11.129

-11.362

-11.538

Beleidsindicatoren Indicator

Eenheid

Functiemenging

%

Periode 2023

Maasdriel 51,30%

Bron LISA

Vestigingen (van bedrijven)

Aantal per 1.000 inwoners in de

2023

197

LISA

leeftijd van 15 t/m 64 jaar Omvang huishoudelijk restafval

Kg/inwoner

2023

48,0

CBS

Hernieuwbare elektriciteit

%

2022

19,10%

RWS

Gemiddelde WOZ waarde

Duizend euro

2025

462

Nieuw gebouwde woningen

Aantal per 1.000 woningen

2024

7

CBS Basisregistratie adressen en gebouwen

Demografische druk

%

2024

70,40%

CBS

Gemeentelijke woonlasten

€

2025

1.076

COELO

€

2025

1.111

COELO

eenpersoonshuishouden Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishouden

Relevante informatie Relevante beleidsstukken • Deelvisie Groen en Bomen 2019 • Beleids Water- en rioleringsplan 2022-2026 • Plan van aanpak Klimaatbestendig Maasdriel - Klaar voor extremer weer

Programmabegroting 2026-2029 - 46

• Plan Natuur, biodiversiteit en groen (nog vast te stellen) • Bouwsteen klimaatmitigatie (voorziene vaststelling 18 december 2026). • Visie Zon en Wind Maasdriel • Transitievisie Warmte Maasdriel • Regionale Energiestrategie 1.0 van FruitDelta Rivierenland • Integrale laadvisie • Plaatsingsbeleid laadpalen in Maasdriel • Regionaal programma werklocaties 2020-2024 • Centrumvisie: samen voor een bloeiend centrum • Regionaal Economisch Ambitiedocument 2022-2025 • Regionale detailhandel structuurvisie Rivierenland • Visie recreatie & toerisme 2018 – 2022 • Beheerplan Sportvelden • Gebouwenbeheerplan 2023-2032 • Maatschappelijk vastgoedbeleid 2022-2026 • Woonvisie Bommelerwaard 2021-2025 • Addendum Woonvisie Bommelerwaard 2021-2025 • Woondeal (geactualiseerde versie juni 2025 • Beheersverordening begraafplaatsen 2019 • Omgevingsprogramma mobiliteit (nog vast te stellen in december 2025) • Wegenbeheerplan 2025-2029 (nog vast te stellen in december 2025) • Beleidsplan Openbare Verlichting 2026-2035 (nog vast te stellen in 1e kwartaal 2026) • Nota Parkeernormen 2025 • Kwaliteitsniveau voor spelen in de openbare ruimte 2021-2028 • Structuurvisie en plan-MER gemeente Maasdriel • Nota bovenwijkse voorzieningen • Nota Grondbeleid • Programmaplan Omgevingswet

Betrokken verbonden partijen • Avri • Waterschap Rivierenland • Stadsgewest ’s-Hertogenbosch (1998) • Regio Rivierenland • Omgevingsdienst Rivierenland • Logistieke Hotspot Rivierenland • Recreatieschap Nederrijn, Lek en Waal • Stichting Streekmarketing Bommelerwaard • Bureau Toerisme Rivierenland (BTR)

Programmabegroting 2026-2029 - 47

Programma 4

Algemene baten en lasten

Programmabegroting 2026-2029 - 48

Programma 4 Algemene baten en lasten 4.1 Algemene dekkingsmiddelen Onderwerpen • Algemene uitkering • OZB woningen en niet-woningen • Hondenbelasting • Overige belastingen en heffingen • Treasury • Overige baten en lasten

Relevante ontwikkelingen Gemeentefonds De begroting 2026 is gebaseerd op de meicirculaire 2025. Met de Voorjaarsnota van het Kabinet, die is vertaald in de meicirculaire 2025, is het financiële ravijn van 2026 minder diep geworden. Gemeente Maasdriel krijgt structureel circa € 0,5 miljoen aan compensatie voor de terugval in het gemeentefonds en € 0,5 miljoen voor tekorten op de jeugdhulp. Deze bedragen zijn ingerekend in deze begroting. Wat ook is ingerekend is dat de algemene uitkering vanaf 2028 bijna € 0,6 miljoen lager uitvalt doordat het Kabinet de verwachte opbrengst van de Hervormingsagenda Jeugd heeft geïndexeerd. In lijn met de voorwaarden vanuit de provinciaal toezichthouder is deze verwachte besparing niet doorgerekend in de begrote uitgaven. De effecten van de meicirculaire zijn verder toegelicht in raadsinformatiebrief "Financieel beeld Kadernota 2026" d.d. 24 juni 2025.

Wat willen we bereiken? 4.1.1 Een structureel sluitende begroting 4.1.2 Het beperken van lastenverzwaring door de gemeente

Wat gaan we daarvoor doen? Wij werken aan een gezonde financiële positie met verantwoorde gemeentelijke lasten. Om de steeds groter wordende gemeentelijke verantwoordelijkheden waar te maken, is het noodzakelijk dat gemeenten voldoende financiële armslag hebben. De grootste inkomstenbron voor een gemeente is het gemeentefonds. Noodzakelijke ombuigingen of ruimte voor nieuw beleid zijn hier voor een belangrijk deel afhankelijk van. De structurele lasten worden in principe gedekt door structurele baten.

4.2 Overhead Onderwerpen Tot dit thema behoren de kosten van overhead, dat wil zeggen alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de producten voor de burgers. Uitgangspunt is dat kosten zoveel mogelijk direct worden

Programmabegroting 2026-2029 - 49

toegerekend aan de betreffende taken/activiteiten in de programma's. Dat is niet met alle kosten mogelijk. Er worden kosten gemaakt die samenhangen met de sturing en ondersteuning van medewerkers in het primaire proces. Ondersteunende taken zijn niet direct dienstbaar aan de externe klant of het externe product en behoren derhalve tot de overhead. Hieronder vallen onder meer kosten van leidinggevenden, huisvestingskosten, kosten voor facilitaire zaken en de bijdrage aan de Bedrijfsvoeringseenheid Bommelerwaard. In de paragaaf bedrijfsvoering zijn de relevante ontwikkelingen op dit onderwerp toegelicht.

Wat mag het kosten? Programma 4 Algemene baten en lasten (bedragen x € 1.000)

Werkelijk 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

Lasten 4.1 Algemene dekkingsmiddelen

391

737

448

472

631

670

Algemene uitkering

41

89

0

0

0

0

Belastingen en heffingen

476

532

521

521

521

521

Overige baten en lasten

0

133

25

25

25

25

-126

-16

-98

-73

85

125

4.2 Overhead

13.190

13.027

12.570

12.294

11.846

11.781

Overhead

13.190

13.027

12.570

12.294

11.846

11.781

Totaal lasten

13.581

13.764

13.018

12.766

12.477

12.451

53.767

56.843

58.259

58.284

57.284

58.207

Algemene uitkering

47.263

49.866

50.939

50.957

49.952

50.876

OZB woningen

3.775

4.106

4.278

4.278

4.278

4.278

OZB niet-woningen

2.462

2.651

2.762

2.762

2.762

2.762

Hondenbelasting

104

104

107

107

107

107

20

24

24

24

24

24

Overige baten en lasten

-32

11

0

0

0

0

Treasury

175

81

149

157

162

160

4.2 Overhead

978

627

631

631

631

631

Treasury

Baten 4.1 Algemene dekkingsmiddelen

Belastingen en heffingen overig

Overhead

978

627

631

631

631

631

Totaal baten

54.745

57.469

58.890

58.916

57.915

58.838

Saldo van baten en lasten

41.164

43.705

45.872

46.149

45.438

46.387

Toevoegingen aan reserves

0

0

0

0

0

0

Onttrekkingen aan reserves

1.587

403

109

34

34

34

Saldo reservemutaties

-1.587

-403

-109

-34

-34

-34

Resultaat

42.751

44.109

45.981

46.183

45.471

46.421

Relevante informatie Relevante beleidsstukken • Nota Reserves en voorzieningen gemeente Maasdriel 2020

Programmabegroting 2026-2029 - 50

• Financiële verordening gemeente Maasdriel 2023 Betrokken verbonden partijen • Belastingsamenwerking Rivierenland (BSR) • Vitens NV • Bank der Nederlandse Gemeenten (BNG)

Programmabegroting 2026-2029 - 51

Paragrafen De paragrafen geven een dwarsdoorsnede van de begroting op verschillende gebieden. De paragraaf bedrijfsvoering is als apart hoofdstuk opgenomen achter de programma’s. De volgende onderwerpen worden hierna behandeld. • Lokale heffingen • Weerstandsvermogen • Onderhoud kapitaalgoederen • Financiering • Bedrijfsvoering • Verbonden partijen • Grondbeleid

Programmabegroting 2026-2029 - 52

Paragrafen Lokale heffingen In deze paragraaf informeren wij u over het beleid en de ontwikkeling van de tarieven van lokale heffingen. Hierbij maken we een vergelijking met de buurgemeenten. Ook geven we een overzicht van de belastingopbrengsten, kostendekkendheid van de leges en tot slot vindt u informatie over het kwijtscheldingsbeleid. Alle genoemde tarieven in deze paragraaf zijn indicatief. Bij de vaststelling van de verordeningen in december worden de tarieven definitief bepaald op basis van de laatst bekende gegevens. 1. Beleid ten aanzien van de lokale heffingen Lokale heffingen vormen een belangrijk onderdeel van de inkomsten van de gemeente Maasdriel. De lokale heffingen en vooral de algemene dekkingsmiddelen zijn een belangrijk politiek instrument ter weging van beleidsbeslissingen. Ze maken integraal onderdeel uit van het gemeentelijk beleid. In deze paragraaf vermelden we de bestaande beleidsuitgangspunten en -voornemens en lichten we deze toe. Vervolgens analyseren we de uitkomsten. Hierbij vermelden we voor de woonlasten de tarieven.

Voor de hoogte van de belastingen, rechten en tarieven gelden de volgende uitgangspunten: • Continu streven naar kostendekkendheid van leges, rechten en tarieven waartegenover concrete dienstverlening van de overheid staat; • De tarieven voor de belastingen en leges worden verhoogd met de prijsmutatie Bruto Binnenlands Product (BBP), tenzij anders aangegeven. Deze index wordt weergegeven in de circulaires van het Gemeentefonds. In deze begroting is de index uit de meicirculaire 2025 gebruikt (2,7%). Deze index wordt aangepast met de actuele gegevens uit de septembercirculaire bij de vaststelling van de belastingtarieven; • De waarde-ontwikkeling van de WOZ-taxatie corrigeren we in het tarief OZB. Hierbij moet onthouden worden dat de totale WOZ-waarde een inkomstenmaatstaf in het Gemeentefonds is. Hoe hoger de totale WOZ-waarde in een gemeente is, des te hoger is het bedrag dat ingehouden wordt op de Algemene Uitkering. Het beleid van de lokale lasten nemen we op in de diverse belastingverordeningen: • Legesverordening; • Standplaatsvergoedingen en marktgeldenverordening; • Verordening lijkbezorgingsrechten; • Verordening onroerende-zaakbelasting; • Verordening rioolaansluitrechten; • Verordening verblijfsbelasting; • Verordening watertoeristenbelasting; • Verordening rioolheffing; • Verordening hondenbelasting • Verordening precariobelasting

Programmabegroting 2026-2029 - 53

2. Lokale lasten De lokale lastendruk is een indicator voor de mate waarin de inwoners van de gemeente Maasdriel worden belast met de vastgestelde heffingen. Anderzijds is het een indicator voor de financiële positie van de gemeente in het provinciaal toetsingskader. Voor het bepalen van de lokale lastendruk zijn de heffingen bepalend die onvermijdelijk gepaard gaan met het wonen in de gemeente Maasdriel. Dit zijn: de onroerendezaakbelastingen (OZB), de rioolheffing en de afvalstoffenheffing. Ondanks het feit dat de afvalstoffenheffing in Maasdriel wordt opgelegd door Avri, moet die heffing toch worden betrokken bij de bepaling van de lokale lastendruk. De onderstaande tabel geeft een overzicht van de lokale lastendruk per woonruimte voor een eigenaar/bewoner. De hierbij gehanteerde uitgangspunten zijn: • Een huishouden, bestaande uit 3 personen; • De gemiddelde OZB lasten conform de Atlas van de lokale lasten van het Centrum voor Onderzoek van de Economie van Lagere Overheden (Coelo). • Een waterverbruik als basis voor rioolrecht van 50 m3 per persoon; • Een standaardtarief afvalstoffenheffing. Deze uitgangspunten sluiten aan bij de gegevens die de provincie Gelderland gebruikt in provinciale databank en de jaarlijkse Atlas van de lokale lasten van het Coelo. 2024

2025

2026

Onroerende zaakbelasting eigenaren

415

386

403

Rioolheffing eenpersoonshuishouding

260

255

236

Lokale lastendruk (bedragen in €) Lastendruk specifiek huishouden - eigenaar/bewoner

Rioolheffing meerpersoonshuishouding

277

278

271

Afvalstoffenheffing eenpersoonshuishouding

329

368

386

Afvalstoffenheffing meerpersoonshuishouding

340

385

404

Totaal eenpersoonshuishouding

1.004

1.009

1.025

Totaal meerpersoonshuishouding

1.032

1.049

1.078

223

250

nnb

Rangnummer*

3. Vergelijking met buurgemeenten Voor een vergelijking met onze buurgemeenten maken we gebruik van de gegevens van Coelo. Coelo is een onderzoeksinstituut dat jaarlijks alle lokale lasten van alle gemeenten vergelijkt. Zij brengt jaarlijks een atlas hierover uit. De gegevens hieronder zijn gebaseerd op de gegevens van de 'Atlas van lokale lasten 2025'.

Programmabegroting 2026-2029 - 54

Vergelijking buurgemeenten (uit Coeloatlas 2025*)

Maasdriel

Zaltbommel

West Betuwe

Culemborg

Gelderland

Eénpersoonshuishouden

1.076

1.164

1.384

1.148

966

Meerpersoonshuishouden

1.111

1.189

1.403

1.172

1.055

250

287

333

278

nvt

Tarief woningen (%)

0,0868

0,0887

0,0998

0,1010

0,1064

Tarief eigenaar niet-woningen (%)

0,3273

0,3009

0,3155

0,3616

0,3144

Tarief gebruiker niet-woningen (%)

0,2571

0,2559

0,2644

0,3832

0,2240

Eénpersoonshuishouden

368

375

370

374

253

Meerpersoonshuishouden

385

400

389

398

297

Woonlasten

Rangnummer OZB

Afvalstoffenheffing

Rioolheffing woningen Eénpersoonshuishouden

260

373

491

280

220

Meerpersoonshuishouden

278

373

491

280

249

Rangnummer 1 heeft de laagste woonlasten, nummer 342 de hoogste. 4. Opbrengsten De gemeentelijke heffingen zijn te verdelen in de volgende twee categorieën: • Heffingen waarvan de opbrengst is gebonden (retributies en leges); • Heffingen waarvoor de opbrengst vrij besteedbaar is. De onderstaande tabel geeft de totaalopbrengst van de diverse gemeentelijke heffingen weer:

Programmabegroting 2026-2029 - 55

Overzicht lokale heffingen (bedragen x € 1.000)

Werkelijk 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

549

476

607

Gebonden heffingen •

Bevolkingsleges

•

Rioolheffing

3.622

3.699

3.772

•

Baatbelasting

-

-

-

•

Milieuvergunningen

-

-

-

•

Begraafrechten

90

85

92

•

Leges ruimtelijke ordening

330

91

23

•

Bouw- en welstandleges

1.622

1.400

1.254

•

Afvalstoffenheffing

3.336

3.670

3.670

•

Overige leges

54

128

178

9.603

9.549

9.596

Totaal gebonden heffingen Vrij besteedbaar •

Onroerende zaakbelastingen (OZB)

6.237

6.756

7.040

•

Watertoeristen- en verblijfsbelasting

351

541

541

•

Hondenbelasting

104

104

107

•

Precariobelasting

20

24

24

•

Marktgelden

32

17

17

•

Staangelden kermis

77

69

69

Totaal vrij besteedbaar

6.821

7.511

7.797

Totaal

16.424

17.060

17.393

5. Kostendekkendheid leges en heffingen Wij leveren op aanvraag van individuele inwoners een uiteenlopend pakket aan diensten. Door het heffen van leges verhalen we de gemaakte kosten op diegene die de dienst afneemt. De leges mogen maximaal kostendekkend zijn. Dit betekent dat per verordening het totaal van de legesinkomsten niet hoger mag zijn dan het totaal aan toerekenbare kosten. Deze toets geldt op het totaal 'Hoofdstuk' van de legesverordening. Beleid kostendekkendheid Ons beleidsuitgangspunt is kostendekkendheid van de leges, waarbij we alle toerekenbare kosten doorberekenen. Hiertoe behoren bijvoorbeeld ook de kosten voor overhead en de toerekenbare BTW. Op deze manier betaalt de aanvrager alle kosten die samenhangen met de dienstverlening, en komen deze kosten niet ten laste van onze algemene middelen. Wij hanteren hierbij het principe ‘de vervuiler betaalt’. Uitgangspunt is dat leges zoveel mogelijk op zichzelf kostendekkend moeten zijn. Afvalstoffenheffing Avri Avri verzorgt de inzameling van afval. Wij rekenen hieraan geen eigen kosten toe, met uitzondering van een bedrag voor zwerfvuil. De mate van kostendekkendheid wordt door Avri geborgd.

Programmabegroting 2026-2029 - 56

Kostendekkendheid afval

2026

Lasten per taakveld

3.354.881

Baten per taakveld

-

Netto kosten taakveld 7.3 Afval

3.354.881

Toegerekende overhead

159.218

Toegerekende BTW

674.081

Totaal toegerekende overhead en BTW

833.299

Totaal kosten toe te rekenen aan afval

4.188.180

Totaal begrote heffingen

3.670.252

Percentage kostendekkendheid

87,6%

Rioolheffing Via rioolheffing brengen we de kosten in rekening voor de “inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater en de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken.” Hieronder valt ook de afzonderlijke riolering voor de Glastuinbouw die we via de rioolheffing in rekening brengen. 2026

Kostendekkendheid riolering Lasten per taakveld

3.778.265

Baten per taakveld (niet-heffingen)

-

Netto kosten taakveld 7.2 Riolering

3.778.265

Toegerekende overhead

458.092

Toegerekende BTW

511.991

Andere taakvelden: Taakveld 2.1: Straatreiniging vast bedrag

63.275

Totaal toegerekende overhead, BTW en overige kosten

1.033.358

Totaal kosten toe te rekenen aan riolering

4.811.623

Totaal begrote heffingen

3.772.156

Percentage kostendekkendheid

78,4%

Begraafrechten We hebben besloten dat de begraafplaatsen niet volledig kostendekkend geëxploiteerd hoeven te worden, aangezien er bij de begraafplaatsen ook sprake is van algemeen belang. In de Kadernota is aangegeven dat het verhogen van de kostendekkendheid van de begraafrechten onderzocht zou worden. De tarieven zijn met vergelijkbare gemeenten vergeleken, en (naast de prijsmutatie vanuit de meicriculaire) verhoogd met 5%. De

Programmabegroting 2026-2029 - 57

aantallen zijn ook vergeleken, waaruit bleek dat er in Maasdriel relatief weinig begrafenissen plaatsvinden. Aan de lastenzijde zijn de toegerekende lasten kritisch bekeken en waar mogelijk bijgesteld. Hierdoor stijgt het percentage kostendekkendheid van 29,9% in 2025 naar 52,7% in 2026. Kostendekkendheid begraafplaatsen

2026

Lasten per taakveld

126.256

Baten per taakveld

-

Netto kosten taakveld 7.5 Begraafplaatsen en crematoria

126.256

Toegerekende overhead

48.032

Toegerekende BTW

0

Totaal toegerekende overhead en BTW

48.032

Totaal kosten toe te rekenen aan begraafplaatsen

174.288

Totaal begrote heffingen

91.820

Percentage kostendekkendheid

52,7%

Legesverordening ↵ De Legesverordening bestaat uit drie hoofdstukken, met daaronder diverse paragrafen. De toets op kostendekkendheid vindt plaats per hoofdstuk. Bij het vaststellen van de legesverordening presenteren we de kostendekkendheid van 2026 op hoofdstukniveau conform onderstaand overzicht. Hoofdstuk 1: Algemene dienstverlening Hoofdstuk 2: Dientsverlening vallend onder de fysieke leefomgeving/omgevingsvergunningen Hoofdstuk 3: Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn Hoofdstuk 1

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 3

Totaal

Lasten (inclusief toegerekende btw)

612.958

1.151.868

15.214

1.780.040

Overhead

471.829

36.221

20.430

528.480

Totale lasten

1.084.787

1.188.089

35.644

2.308.520

711.064

1.305.374

17.570

2.034.008

66%

110%

49%

88%

Kostendekkendheid

Baten

Percentage kostendekkendheid

Toelichting De lastenkant is opgebouwd uit directe kosten. Hiertoe behoren de salariskosten, kapitaallasten en materiële kosten die in direct verband staan met de specifieke dienstverlening, inclusief bijbehorende BTW (BCF) en overheadkosten. De kosten die niet rechtstreeks samenhangen met, of veroorzaakt worden door de dienstverlening, verhalen wij niet bij de inwoner. Dit betekent dat wij de kosten van beleidsvoorbereiding, handhaving en algemene inspraak-, bezwaren beroepsprocedures niet meenemen bij de berekening van de kostendekkendheid. De kostendekkendheid voor 2026 is 88% (2025: 73%). Hiermee voldoen we aan de wet- en regelgeving dat de kostendekkendheid op basis van de begroting niet hoger mag zijn dan 100%. De totale

Programmabegroting 2026-2029 - 58

kostendekkendheid is voornamelijk afhankelijk van de kostendekkendheid in Hoofdstuk 2 omdat hier het meeste geld in omgaat. De kostendekkendheid van Hoofdstuk 2 is berekend met het werkplan 2025 van de ODR. Het werkplan 2026 is bij het totstand komen van deze begroting nog niet beschikbaar. Indien nodig komen we met een actualisatie bij de vaststelling van de legesverordening in de raad van december 2025. Overhead De overhead rekenen wij toe via een vaste opslag op de salariskosten. Hierbij zijn de totale personele en materiële overheadkosten berekend. Deze verdelen wij over het aantal productieve uren bij de taakvelden. Voor de berekening van de kostendekking wordt een gemiddeld uurtarief berekend. uitgaande van 1.471 productieve uren per jaar. Boven op de salariskosten belasten wij een opslag voor de overheadkosten door. Deze overhead is opgebouwd uit personele en materiële overhead. De overhead bevat de kosten van management, afdelingssecretariaat en OR. Maar ook de ondersteunende onderdelen van de gemeentelijke organisatie, zoals Juridische zaken, HRM, Informatievoorziening, Financiën, Facilitaire zaken en huisvesting, Informatie Dienstverlening, Communicatie, KCC en Bestuurssecretariaat vallen hieronder. Een deel hiervan brachten wij in 2017 onder in de Bedrijfsvoeringseenheid Bommelerwaard (BVEB).

De verdeling over de diverse producten is gebaseerd op de personele verdeling per taakveld 6. Kwijtscheldingsbeleid De gemeente is op grond van de Gemeentewet bevoegd om kwijtschelding van gemeentelijke heffingen te verlenen. De Belastingsamenwerking Rivierenland (BSR) voert een deel van de belastingen en heffingen voor de gemeente uit. Ook het kwijtscheldingsbeleid wordt uitegevoerd door BSR. In Maasdriel kan er voor de volgende belastingen kwijtschelding worden aangevraagd: • Onroerende zaakbelasting eigenaren • Rioolheffing • Hondenbelasting • Afvalstoffenheffing • Waterschapsbelastingen De kwijtscheldingen zijn uitsluitend voor particuliere belastingplichtigen.

Programmabegroting 2026-2029 - 59

Paragrafen Weerstandsvermogen en risicobeheersing Het weerstandsvermogen vormt een belangrijk onderdeel van risicomanagement en wordt gedefinieerd als de mate waarin de gemeente in staat is onvoorziene tegenvallers op te vangen. Risicomanagement Op basis van risicomanagement wil de gemeente inzicht krijgen in de risico’s die zij loopt en daarmee eventuele risico’s afdekken. Risicomanagement wordt omschreven als het identificeren en kwantificeren van risico’s en het bepalen van activiteiten die de kans van optreden en/of de gevolgen van risico’s beheersbaar houdt. Om de risico’s inzichtelijk te krijgen, is het van belang dat er periodiek inzicht bestaat in de omvang, aard en ontwikkeling van de belangrijkste risico’s en de risicogebieden. Dit inzicht vormt de eerste aanzet om concrete beheersmaatregelen te treffen. Bewustwording van risico’s is een belangrijke stap in het beheersen van deze risico’s. De komende jaren groeit de Nederlandse economie gematigd. Geopolitieke onrust zorgt momenteel voor extra onzekerheid. Volgens de huidige verwachting groeit de koopkracht in 2025 en 2026 en neemt de armoede af. Het economisch beeld voor de middellange termijn is gunstiger dan eerder verwacht, door een hogere arbeidsparticipatie en lagere werkloosheid. De overheidsfinanciën vallen daardoor ook beter uit, al neemt het tekort op middellange termijn nog steeds toe.

De komende jaren laat de Nederlandse economie een gematigde groei zien. Het bbp-volume neemt in 2025 met 1,9% en in 2026 met 1,5% toe. Vooral huishoudens en de overheid stimuleren de economische groei door meer consumptieve bestedingen. De koopkracht herstelt, omdat de loongroei de komende jaren hoger ligt dan de inflatie. De inflatie blijft nog een aantal jaren hoger dan 2%, door de hoog blijvende loongroei en effecten van beleid zoals de btw- verhoging. Voor de gemeenten geeft dit wel een nadeel. De gemeenten krijgen inflatie gecompenseerd op basis van de ontwikkeling van het BBP. De ontwikkeling van de BBP ligt lager dan de inflatie en daarmee ontstaat een tekort in de gemeentelijke begroting. De krapte op de arbeidsmarkt neemt iets af. De werkzame beroepsbevolking is vanaf de tweede helft van 2024 voor het eerst sinds 2020 licht teruggelopen; ook de werkgelegenheid in uren groeide niet verder en de vacaturegraad nam wat af. Dit heeft zich nog niet vertaald in een hogere werkloosheid, omdat ook de participatiegraad wat daalde, maar het zijn de eerste tekenen van een iets afnemende spanning op de arbeidsmarkt. We verwachten dat de werkgelegenheid ook de komende jaren niet veel zal groeien, ondanks de bbp-groei. Hogere loonkosten drukken de winstgevendheid van bedrijven, waardoor de dynamiek op de arbeidsmarkt toeneemt. De werkloosheid loopt licht op naar 4,0% in 2026.

Programmabegroting 2026-2029 - 60

Risico-inventarisatie Ter voorbereiding op de begroting 2026 is een risico-inventarisatie uitgevoerd. Hierin zijn de risico’s van de gemeente in kaart gebracht en beoordeeld. In deze analyse houden we tevens rekening met de kans dat een risico zich voor kan doen. Hierdoor wordt beter geanticipeerd op het implementeren van eventuele beheersingsmaatregelen. Een deel van de risico’s wordt afgedekt door specifieke maatregelen zoals het afsluiten van verzekeringen en het inrichten van de interne controle. Naast de afgedekte risico’s, loopt de gemeente ook altijd risico’s die niet (kunnen) worden afgedekt. Om te voorkomen dat er ingrijpende beleidswijzigingen moeten worden doorgevoerd bij het voordoen van niet afgedekte risico’s, moet de gemeente over een financiële buffer (de beschikbare weerstandscapaciteit1) beschikken. De niet afgedekte risico’s worden meegenomen bij de bepaling van de benodigde weerstandscapaciteit. Bij de risico-inventarisatie wordt onderscheid gemaakt tussen algemene risico’s en specifieke risico’s. Weging risico's De risico’s worden in klassen ingedeeld naar kans dat een risico zich voor kan doen.

Kans

Weging

Zeer klein

10%

Klein

25%

Gemiddeld

50%

Groot

70%

Zeer groot

90%

• Zeer klein: voor risico’s waarvan het onwaarschijnlijk is dat ze zich in het komende jaar voordoen. Het zijn bijvoorbeeld risico’s die zich 1x per 20 jaar voordoen. • Klein: dit zijn risico’s die zich gemiddeld genomen 1x per 4 jaar voordoen of waarvan de kans op optreden laag is. • Gemiddeld: voor risico’s die nog beide kanten op kunnen. Het kan zijn dat ze zich komend jaar voordoen of niet. Risico’s die 1x per 2 jaar voorkomen. • Groot: voor risico’s waarvan het waarschijnlijk is dat ze zich in het komende jaar voordoen of waarvan de kans op optreden groot is. • Zeer groot: voor risico’s waarvan het zeer waarschijnlijk is dat ze zich komend jaar voordoen of waarvan de kans op optreden zeer groot is. Ratio weerstandsvermogen Het uitgangspunt is om de impact van de risico’s te minimaliseren. Dit betekent dat het weerstandsvermogen ten minste voldoende moet zijn. De gemeenteraad heeft in het verleden besloten een ratio weerstandsvermogen van 1,5 keer het totaal van de geïnventariseerde financiële gevolgen van risico's aan te houden, met een marge van 10% naar boven en beneden. Dit komt overeen met het waarderingscijfer B = ruim voldoende (zie de volgende tabel uit nota risicomanagement).

1

De weerstandscapaciteit is opgebouwd uit de posten onvoorzien, de vrij aanwendbare reserves en de stille reserves.

Programmabegroting 2026-2029 - 61

Waardering

Ratio

Kostendekking

A

> 1,65

Uitstekend

B

1,35 – 1,65

Ruim voldoende

C

1,0 – 1,35

Voldoende

D

0,8 – 1,0

Matig

E

0,6 – 0,8

Onvoldoende

F

< 0,6

Ruim onvoldoende

Risico’s De gemeente Maasdriel hanteert voor de risico-inventarisatie de volgende twee categorieën: • Algemene risico’s; • Specifieke gemeente risico’s. De algemene risico’s zijn als volgt: Risico

Beheersmaatregelen

Algemene risico’s

•

Benodigde weerstands capaciteit

Voor elk risico wordt een keuze gemaakt uit de

Geen

volgende beheersmaatregelen: Dit betreft de risico’s die samenhangen met onze activiteiten, die aan weinig verandering onderhevig zijn.

•

Vermijden

Om deze risico’s te signaleren en te beperken zijn

•

Verminderen

beheersmaatregelen genomen in de processen.

•

Overdragen

•

Accepteren

Rekening houdend met de vastgestelde nota reserves en voorzieningen worden de algemene risico's gedekt door de stille reserves. De omvang van de stille reserves (bestaande uit gronden zonder boekwaarde ad circa 2,9 miljoen) is voldoende om de algemene risico’s die in het verleden becijferd waren op 2,0 miljoen op te vangen.

De specifieke risico’s zijn als volgt: Benodigde weerstandscapaciteit

Risico 1. Algemene uitkering De jaarlijkse verhogingen of verlagingen van het gemeentefonds (accres) zijn onzeker en deels buiten de invloed van de gemeente. De hoogte van de algemene uitkering hangt af van landelijke politieke keuzes, economische omstandigheden en toekomstige wijzigingen in de systematiek, zoals de verdeling van het belastinggebied. Deze

630

onzekerheden maken het moeilijk om precieze begrotingsramingen te maken voor de komende jaren. De kans dat de uitkering lager uitvalt dan verwacht wordt geschat op 70%, met een financieel risico van €0,9 miljoen (2% van de totale uitkering van €46 miljoen). Jaarlijks wordt een analyse uitgevoerd van mogelijke effecten van wijzigingen in de systematiek van het gemeentefonds, zodat tijdig kan worden bijgestuurd. 2. Verbonden partijen De gemeente draagt jaarlijks ruim €24 miljoen bij aan verbonden partijen. Risico ontstaat wanneer deze partijen in

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16062278/2