P02364 4 BP BG herziening 2023, Schiemerik 1 20230906
Tekst van het document
5.2.2 Bestemmingsregels In het tweede hoofdstuk komen de bestemmingen aan de orde. Het onderhavige bestemmingsplan bevat 1 bedrijfsbestemming. Bestemmingen zijn in beginsel opgebouwd zoals hieronder uiteengezet. Bestemmingsomschrijving Deze bevat de omschrijving van de doeleinden. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies. Bouwregels In de bouwregels worden voor alle bouwwerken de van toepassing zijnde bebouwingsregels geregeld. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd, wordt hier vastgelegd. Indien mogelijk wordt verwezen naar bouwvlakken en aanduidingen op de verbeelding. Afwijken van de bouwregels In deze bepaling wordt een opsomming gegeven van de bouwregels waarvan het bevoegd gezag door het verlenen van een omgevingsvergunning kunnen afwijken. Een afwijkingsbevoegdheid wordt alleen opgenomen als dit noodzakelijk wordt geacht in verband met het gewenste ruimtelijke beleid. Dat wil zeggen dat een afwijkingsbevoegdheid alleen in een bestemmingsplan wordt geregeld als de gemeente van beleidsmatige overwegingen een zekere flexibiliteit in het plan wil houden. De bevoegdheid tot het verlenen van een omgevingsvergunning dient objectief begrensd te zijn en duidelijke criteria te bevatten. Specifieke gebruiksregels In dit onderdeel is aangegeven welke vormen van gebruik in ieder geval strijdig zijn met de bestemming.
Daarbij zijn niet alle mogelijke strijdige gebruiksvormen genoemd, maar alleen die, waarvan het niet op voorhand duidelijk is dat deze in strijd zijn met de bestemming. Het gaat hierbij in feite om een aanvulling op de in de bestemmingsomschrijving genoemde doeleinden. Afwijken van de gebruiksregels Het bevoegd gezag kan door het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van, bepaalde vormen van gebruik, die conform de bestemmingsomschrijving niet zijn toegestaan, toch toestaan. De criteria, die bij toepassing van deze bevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven. 5.2.3 Algemene regels Anti-dubbeltelregel Deze regel is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Algemene bouwregels In dit artikel zijn algemene bouwregels opgenomen over bestaande bouwwerken en ondergeschikte bouwdelen.
Hoofdstuk 5
47
Algemene gebruiksregels In dit artikel is aangegeven welke vormen van gebruik in ieder geval strijdig zijn met het plan. Daarbij zijn niet alle mogelijke strijdige gebruiksvormen genoemd, maar alleen die, waarvan het niet op voorhand duidelijk is dat deze in strijd zijn met de bestemming. Algemene afwijkingsregels In dit artikel is aan het bevoegd gezag de bevoegdheid gegeven om af te kunnen wijken van bepaalde, in het bestemmingsplan geregelde, onderwerpen. Er is een algemene afwijkingsbevoegdheid voor kleine afwijken (maximaal 10%) opgenomen. De criteria, die bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheden in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven. Algemene wijzigingsregels In deze bepaling is allereerst aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven het plan te wijzigen ten behoeve van een beperkte wijziging van de bestemmingsgrenzen. Overige regels In dit artikel zijn parkeernormen opgenomen conform het geldende paraplubestemmingsplan parkeren 2018. Zowel als het gaat om bouwen als om gebruik dient voldoende parkeergelegenheid te worden aangelegd en in stand gehouden. En er zijn ook regels opgenomen voor de waarborging van voldoende waterberging. 5.2.4 Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Dit artikel bevat het voor elk bestemmingsplan verplichte overgangsrecht.
Bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een bouwvergunning is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bebouwingsregels. Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan mag eveneens worden voortgezet. De overgangsbepaling houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een omgevingsvergunning kan worden verleend. Het bevoegd gezag kan in beginsel dus nog gewoon gebruik maken van hun handhavingsbevoegdheid. Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op moment van inwerkingtreding van het plan mag eveneens worden voortgezet. Slotregel De slotregel geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald.
5.3 Toelichting per bestemming Dit bestemmingsplan omvat een bestemming (‘Bedrijf’) en twee dubbelbestemmingen (‘Waarde – Archeologie 5 en 6). Deze bestemmingen worden hieronder kort toegelicht. Bestemming ‘Bedrijf’ De voor ‘Bedrijf’ aangewezen gronden zijn bedoeld voor aan het buitengebied gerelateerde bedrijven en voor een bedrijf ten behoeve van handel, opslag, verhuur en reparatie van grondverzet- en landbouwvoertuigen met de daarbij behorende groen en parkeervoorzieningen. Opslag is enkel toegestaan binnen het aangegeven bouwvlak.
Hoofdstuk 5
48
Bedrijfsgebouwen zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak. De maximale oppervlakte bedraagt 2.800 m2 bvo met een maximale bouwhoogte van 13,5 meter. Daarnaast zijn nog kleinere gebouwen toegestaan met een maximale bouwhoogte van 3 meter tot een maximale oppervlakte van 200 m2 bvo. De bestaande woning aan de Provincialeweg 138 wordt gesaneerd en komt niet terug in voorliggend bestemmingsplan. Om de landschappelijke kwaliteitsimpuls te waarborgen is een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Verder is er een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor een geluidsafschermende voorziening op de grens van het naastgelegen perceel Provincialeweg 136. Dubbelbestemming Waarde – Archeologie 5 en 6 Om de archeologische waarde van de gronden te beschermen is een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 5’ en ‘Waarde – Archeologie 6’ opgenomen. Deze bestemmingen zijn conform het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied herziening 2016’.
Hoofdstuk 5
49
6.
UITVOERBAARHEID In artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat een bestemmingsplan vergezeld gaat van een toelichting waarin de inzichten over de uitvoerbaarheid van het plan zijn neergelegd. Dit hoofdstuk gaat in op de uitvoerbaarheid, waarbij eerst de economische uitvoerbaarheid aan bod komt en vervolgens de maatschappelijke uitvoerbaarheid.
6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.1.1 Financieel economische haalbaarheid De kosten die gemaakt worden bij de uitvoering van de ontwikkeling zijn voor rekening van de initiatiefnemer. De ontwikkeling heeft voor de gemeente geen negatieve financiële gevolgen. De ontwikkeling is hiermee financieel uitvoerbaar. 6.1.2 Kostenverhaal Onderhavig bestemmingsplan maakt een bouwplan mogelijk dat is bedoeld in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Op grond daarvan is de gemeenteraad verplicht om voor het wettelijk kostenverhaal een exploitatieplan vast te stellen in de zin van artikel 6.12, lid 1 Wro. De raad kan besluiten daarvan af te zien wanneer het wettelijk kostenverhaal wordt verzekerd met een anterieure grond exploitatieovereenkomst zoals bedoeld in artikel 6.12 lid 2 Wro juncto artikel 6.24 Wro. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een concentratie van bedrijfsactiviteiten en de mogelijkheid om extra bebouwing te realiseren. Ten behoeve van onderhavig grondexploitatie heeft de gemeente met de ontwikkelende partij een anterieure grondexploitatieovereenkomst gesloten zoals bedoeld in artikel 6.12 lid 2 Wro juncto artikel 6.24 Wro. Hiermee is het verhaal van kosten anderszins verzekerd. Op grond daarvan kan de gemeenteraad afzien van het vaststellen van een exploitatieplan.
6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Er zijn wettelijke eisen met betrekking tot de voorbereiding en totstandkoming van een bestemmingsplan. Artikel 3.8 Wro bepaalt dat op de voorbereiding van een bestemmingsplan de in afdeling 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geregelde uniforme openbare voorbereidingsprocedure (uov) van toepassing is. Dit houdt in dat tussen gemeente en verschillende instanties overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerpplan ter visie gelegd kan worden. Bovendien is het noodzakelijk dat belanghebbenden de gelegenheid hebben om hun visie omtrent het plan te kunnen geven. 6.2.1 Omgevingsdialoog Initiatiefnemer heeft met de omgeving een omgevingsdialoog gevoerd. Medio 2017 is de grond aangekocht. Eind 2020 is er, na het tekenen van de anterieure overeenkomst in verschillende regiobladen een krantenartikel geplaatst over de uitbreidingsplannen en een toelichting daarop. O.a. de grondaankoop in 2017 en het krantenartikel in 2022 hebben ertoe geleid dat de bedrijfsuitbreiding tijdens diverse aangelegenheden door meerdere personen en betrokkenen werd geopperd en is besproken.
Hoofdstuk 6
50
Op 13 juni 2022 heeft initiatiefnemer de omgeving middels een brief geïnformeerd. In deze brief wordt toelichting gegeven op de aanleiding en de plannen van Big Machinery, daarnaast wordt de gelegenheid gegeven te reageren, vragen te stellen of een afspraak te maken. Deze brief heeft voor de omgeving tot op heden geen aanleiding gegeven om te reageren op de plannen. Een verslag van de omgevingsdialoog is opgenomen als bijlage bij deze toelichting, waarin ook het krantenartikel en de brief aan de omgeving zijn opgenomen. 6.2.2 Vooroverleg Het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.1) geeft aan dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Het voorontwerpbestemmingsplan ‘Schiemerik 1’ is overeenkomstig artikel 3.1.1 Bro voorgelegd aan de verschillende betrokken instanties. In onderstaand schema zijn de vooroverlegreacties beknopt samengevat en beantwoord. Daarbij is aangegeven wat de gevolgen zijn van de vooroverlegreacties voor het bestemmingsplan.
Dat de reacties samengevat zijn weergegeven, betekent overigens niet dat deze slechts gedeeltelijk zijn beoordeeld; bij de beantwoording zijn de volledige reacties betrokken. Samenvatting
Reactie
vooroverlegreactie 1
Provincie Gelderland
a
De nieuwe als de achtergeble-
Gevolgen voor ontwerpbestemmingsplan
n.v.t.
ven locatie wordt landschappe-
Geen gevolgen voor het ontwerpbestemmingsplan.
lijk groen ingepast. Provincie heeft hier verder geen opmerkingen bij. b
In afstemming met het water-
n.v.t.
schap Rivierenland kunt u ver-
Geen gevolgen voor het ontwerpbestemmingsplan.
der invulling geven aan het thema klimaatadaptatie zoals hiervoor genoemd. c
Geadviseerd wordt een
Er is een AERIUS-berekening
Onderzoek is opgenomen als bij-
AERIUS-berekening uit te voe-
uitgevoerd. Uit de uitgevoerde
lage en verwerkt in de plantoe-
ren.
berekeningen blijkt dat er bij zo-
lichting. Aanpassing plantoelich-
wel de aanlegfase als de ge-
ting paragraaf 4.8 Ecologie.
bruiksfase geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j.
2
Rijkswaterstaat
a
Rijkswaterstaat is momenteel
De gronden die Rijkswaterstaat
Verbeelding aangepast en over-
bezig met planvorming over de
heeft aangegeven in de Varian-
lap met ‘Variantenstudie splitsing
verbreding van de A2. RWS
tenstudie splitsing Kerkdriel zijn
Kerkdriel’ is buiten de verbeel-
niet meegenomen in voorliggend
ding gelaten.
Hoofdstuk 6
51
Samenvatting
Reactie
Gevolgen voor
vooroverlegreactie
ontwerpbestemmingsplan
geeft aan dat er een mogelijk-
bestemmingsplan. Deze zone
heid bestaat dat de op- en afrit
houdt de geldende bestemming
aan de zijde van de Schiemerik
‘Agrarisch’ waar nieuwe bebou-
1 in de toekomst wat ‘ruimer’
wing niet is toegestaan.
komt te liggen tot over het perceel Schiemerik 1 heen. Het bestaande kantoorgebouw en de beoogde kleine uitbreiding zullen kunnen blijven bestaan. De strook grond direct ten oosten van de huidige oprit kan in de toekomst wellicht noodzakelijk zijn voor de nieuwe oprit. 3
Waterschap Rivierenland
a
Waterschap geeft reactie op de
De reactie is meegenomen in de
Aanpassingen plantoelichting en
suggesties die zijn gedaan tot het
geactualiseerde waterparagraaf.
waterparagraaf.
N.v.t.
Geen
verwerken van de watercompensatie. b
In de toelichting wordt een voorzet gedaan voor het omgaan
gevolgen
voor
het
ontwerpbestemmingsplan.
met afvalwater waar werkzaamheden aan de machines worden verricht: hier wordt geadviseerd zuiverende of beschermende maatregelen te nemen om eventuele vervuiling naar de bodem of het watersysteem te vermijden. Nabij een tank-, werk en/of wasplaats is de tussenplaatsing van een olie/waterafscheider geadviseerd voorafgaand aan de aansluiting naar het afvalwaterstelsel. Dit advies onderschrijven wij als Waterschap. c
3.000 m2 groen nabij de provinci-
Het groen is geborgd middels
Geen
ale weg, zou het Waterschap
een anterieure overeenkomst.
ontwerpbestemmingsplan.
Verzocht wordt te verwijzen naar
Er wordt verwezen naar het vige-
Aanpassingen plantoelichting en
het vigerend waterbeheerpro-
rend
waterparagraaf.
gramma.
2022-2027.
gevolgen
voor
het
graag als groen bestemd zien om te borgen dat dit stuk in de toekomst niet als bedrijfsterrein wordt ingericht. d
Hoofdstuk 6
waterbeheerprogramma
52
Samenvatting
Reactie
Gevolgen voor
vooroverlegreactie
ontwerpbestemmingsplan
4
Omgevingsdienst Rivierenland
a
Er zal een bureauonderzoek en
Er is een archeologisch bureau-
Het onderzoek is opgenomen als
een verkennend booronderzoek
en booronderzoek uitgevoerd.
bijlage en verwerkt in de plantoe-
uitgevoerd moeten worden om
Op basis van de resultaten
lichting. Aanpassing plantoelich-
de archeologische waarde van
wordt geadviseerd het plange-
ting paragraaf 4.11 Archeologie.
het terrein vast te kunnen
bied vrij te geven voor de ge-
stellen.
plande herinrichting indien in het gebied rond boring 9 geen werkzaamheden dieper dan 1,3 m beneden maaiveld worden uitgevoerd. Wanneer dat wel het geval is, dient door middel van een karterend booronderzoek de mogelijke dekzandkop in kaart gebracht te worden. Er zijn geen grondwerkzaamheden
gepland
rondom boring 9. b
c
Vanwege het aspect Bodem
Bodemonderzoeken zullen wor-
Geen
gevolgen
voor
het
nader onderzoek te laten uitvoe-
den uitgevoerd en beoordeeld bij
ontwerpbestemmingsplan.
ren ten behoeve van de aan-
de geplande aanvraag omge-
vraag Omgevingsvergunning.
vingsvergunning
ODR en de Veiligheidsregio
Concepttekst Externe Veiligheid
Aanpassing plantoelichting para-
geeft aanvulling voor Externe
is verwerkt in de plantoelichting.
graaf 4.7 Externe Veiligheid.
Voor het bestemmingsplan moet
Toename
Aanpassing plantoelichting para-
je kijken naar wat dit plan moge-
is berekend.
graaf 4.1 Verkeer en parkeren en
lijk maakt en hoe dit zich ver-
Berekening is uitgevoerd met de
paragraaf 4.3 Luchtkwaliteit.
houdt tot de bestaande situatie.
NIBM-tool
Veiligheid. d
verkeersbewegingen
Er is sprake van een uitbreiding van het bedrijfsperceel met navenant de toename aan verkeersbewegingen. Om te kunnen beoordelen of deze toename van stikstofoxide (NO₂) en fijnstof (PM₁₀) binnen de criteria blijven die gelden is een berekening nodig met de NIBM-tool. e
In de aanmeldnotitie dient uit-
Uitgangspunt is overgenomen.
gangspunt te zijn dat per saldo
Aanmeldnotitie is aangepast en opgenomen als bijlage.
er bedrijfsbestemming bijkomt, voor de (met navenant te verwachten effecten). f
In het kader van bedrijven en
Er is een akoestisch onderzoek
Onderzoek is opgenomen als
milieuzonering dient er een
industrielawaai uitgevoerd.
bijlage en verwerkt in de plan-
akoestisch onderzoek te worden
Hoofdstuk 6
53
Samenvatting
Reactie
Gevolgen voor
vooroverlegreactie
ontwerpbestemmingsplan
uitgevoerd. En de maximale mili-
Het bedrijf van initiatiefnemer is
toelichting. Aanpassing plantoe-
eucategorie dient vastgelegd te
als zodanig bestemd in artikel
lichting paragraaf 4.4 Bedrijven
worden in de regels.
3.1. onder b. conform het gel-
en milieuzonering.
dende bestemmingsplan. Conform dat zelfde bestemmings-
Opnemen artikel 3.5 in de re-
plan zijn ook aan het buitenge-
gels.
bied gerelateerde bedrijven toegestaan (artikel 3.1. onder a). Deze worden nader gedefinieerd in artikel 1.4. Het gaat om een beperkt aantal type bedrijven. Gelet hierop en het feit, dat dit de systematiek is van het geldende bestemmingsplan wordt het niet noodzakelijk geacht de bedrijven te koppelen aan een maximale milieucategorie. Volgen het geldende bestemmingsplan zijn naast de hierboven genoemde bedrijven via een afwijkingsbevoegdheid bedrijven toegestaan behorende tot categorie 1 en 2 zoals opgenomen in bijlage 1 bij de regels. Deze afwijkingsbevoegdheid is per abuis niet opgenomen in het voorontwerpbestemmingsplan.
Deze
omissie is hersteld in het ontwerpbestemmingsplan (zie artikel 3.5). g
h
Er is niet ingegaan op de moge-
De quickscan flora en fauna is
Geactualiseerde quickscan is op-
lijkheid van vleermuizen in de te
geactualiseerd
genomen als bijlage en verwerkt
slopen woning. En opmerkingen
maakte opmerkingen.
n.a.v.
de
ge-
in de plantoelichting. Aanpassing
m.b.t. steenmarter en bunzing
plantoelichting
en wezel.
Ecologie.
paragraaf
4.8
Er dient een stikstofonderzoek
Er is een AERIUS-berekening
Onderzoek is opgenomen als bij-
te worden uitgevoerd. Hierbij
uitgevoerd. Uit de uitgevoerde
lage en verwerkt in de plantoe-
dient gerekend te worden met
berekeningen blijkt dat er bij zo-
lichting. Aanpassing plantoelich-
de planologisch maximale mo-
wel de aanlegfase als de ge-
ting paragraaf 4.8 Ecologie.
gelijkheden.
bruiksfase geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j.
i
Als bijlage 1 bij de regels is een
Er is een afwijkingsbevoegdheid
Artikel 3.5 (afwijken van de ge-
Staat van bedrijfsactiviteiten op-
opgenomen (artikel 3.5), waarin
bruiksregels) is ingevoegd aan
genomen. Hier wordt echter in
verwezen wordt naar deze staat
de regels.
Hoofdstuk 6
54
Samenvatting
Reactie
vooroverlegreactie
Gevolgen voor ontwerpbestemmingsplan
de planregels niet naar verwe-
van inrichtingen. Zie ook de re-
zen. Deze bijlage is nu niet echt
actie op vooroverlegreactie 4f.
zinvol c.q. is overbodig.
6.2.3 Vaststellingsprocedure De vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan heeft plaatsgevonden volgens artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. Als onderdeel van deze procedure heeft het bestemmingsplan gedurende een termijn van 6 weken ter inzage gelegen voor zienswijzen. Er is 1 zienswijze ingediend. Deze is samengevat en beantwoord in een zienswijzennota, die als bijlage bij deze toelichting is gevoegd. De zienswijze geeft geen aanleiding tot wijziging van het ontwerpbestemmingsplan. Ook zijn er geen ambtshalve wijzigingen.
Hoofdstuk 6
55
SEPARATE BIJLAGEN Bijlage 1: Landschappelijke inpassing Schiemerik 1 te Velddriel Bijlage 2: Stedenbouwkundige richtlijn A2 De Geerden Bijlage 3: Beeldkwaliteitsplan Schiemerik 1 te Velddriel Bijlage 4: Laddertoets uitbreiding Big Machinery Bijlage 5: Quickscan flora en fauna 'Big Machinery' te Velddriel Bijlage 6: Verkennend bodemonderzoek Schiemerik 1 te Velddriel Bijlage 7: Waterhuishoudkundig plan Schiemerik 1 Bijlage 8: Akoestisch onderzoek industrielawaai Bijlage 9: Archeologisch Bureauonderzoek Bijlage 10: Stikstofonderzoek Bijlage 11: Aanmeldnotitie m.e.r. Bijlage 12: Verslag Omgevingsdialoog Bijlage 13: Zienswijzennota
Buitengebied herziening 2023, Schiemerik 1
Bestemmingsplan Buitengebied herziening 2023, Schiemerik 1
Inhoudsopgave Regels
3
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
4 4 8
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5
Bestemmingsregels Bedrijf Waarde - Archeologie 5 Waarde - Archeologie 6
9 9 12 15
Hoofdstuk 3 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels
18 18 19 21 22 24 25
Hoofdstuk 4 Artikel 12 Artikel 13
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
26 26 27
Status: vastgesteld
2
Regels
Bestemmingsplan Buitengebied herziening 2023, Schiemerik 1
Hoofdstuk 1 Artikel 1
1.1
Inleidende regels
Begrippen
Plan
Het bestemmingsplan Buitengebied herziening 2023, Schiemerik 1 met identificatienummer NL.IMRO.0263.BP1260-VG01 van de gemeente Maasdriel. 1.2
Bestemmingsplan
De geometrisch bepaalde planobjecten met de daarbij behorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3
Aanduiding
Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4
Aan het buitengebied gerelateerde bedrijven bedrijven gericht op het verlenen van diensten en/of het leveren van goederen aan agrarische bedrijven, zoals het bewerken, vervoeren of verhandelen van agrarische producten en bedrijven die zich richten op een combinatie van agrarische- en zorgfuncties; bedrijven gericht op het verlenen van diensten aan particulieren of niet-agrarische bedrijven, die door hun aard of activiteiten functioneel zijn verbonden aan het buitengebied, bijvoorbeeld vanwege het telen van gewassen, het houden van dieren of de toepassing van andere landbouwkundige methoden, zoals paardenhouderijen, kennels en dierenasiels.
1.5
Aanduidingsgrens
De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.6
Bebouwing
Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 1.7
Bedrijf
Onderneming die zich bezighoudt met het maken en/of verhandelen van bepaalde goederen en/of het leveren van bepaalde diensten waarbij sprake moet zijn van van voldoende technische, functionele en organisatorische samenhang tussen de verschillende bedrijfsonderdelen. 1.8
Bedrijfswoning
Een woning in of bij een gebouw of op een terrein, die bedoeld is voor de huisvesting van (het huishouden van) een persoon wiens huisvesting daar, gelet op de bestemming van de grond ter plaatse van het gebouw of het terrein, noodzakelijk moet worden geacht.
Status: vastgesteld
4
Bestemmingsplan Buitengebied herziening 2023, Schiemerik 1
1.9
Bestaand
ten aanzien van bebouwing: bebouwing die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan legaal aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een verleende omgevingsvergunning; ten aanzien van gebruik: het legale gebruik van grond en opstallen, zoals aanwezig op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan.
1.10
Bestemmingsgrens
De grens van een bestemmingsvlak. 1.11
Bestemmingsvlak
Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.12
Bijbehorend bouwwerk
Uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde bouwperceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd op de grond staand gebouw, of bouwwerk, geen gebouw zijnde dat zowel ruimtelijk als functioneel ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. Daarbij geldt dat een overkapping geen bijbehorend bouwwerk betreft. 1.13
Bouwen
Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. 1.14
Bouwgrens
De grens van een bouwvlak. 1.15
Bouwperceel
Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.16
Bouwperceelgrens
De grens van een bouwperceel. 1.17
Bouwvlak
Een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. 1.18
Bouwwerk
Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.
Status: vastgesteld
5
Bestemmingsplan Buitengebied herziening 2023, Schiemerik 1
1.19
Gebouw
Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.20
Geluidzoneringsplichtige inrichtingen
Een inrichting, bij welke ingevolge de Wet geluidhinder rondom het terrein van vestiging in een bestemmingsplan een geluidszone moet worden vastgesteld. 1.21
Hoofdgebouw
Gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. 1.22
Kampeermiddel
1. een tent, een tentwagen, een kampeerauto of een caravan; 2. enig ander onderkomen en enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde; één en ander voorzover de onder 1 en 2 bedoelde onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn in- of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf. 1.23
Overkapping
Eeen voor mensen toegankelijke, overdekte en met maximaal 1 wand - die al dan niet deel uitmaken van de constructie - omsloten ruimte. 1.24
Peil
voor gebouwen grenzend aan een weg, de kruin van de weg ter plaatse van het gebouw; voor dijkwoningen: de bestaande gemiddelde hoogte van het maaiveld op het punt waar deze grenst aan de gevel die is gericht naar de weg; in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein; indien in of op het water wordt gebouwd: het gemiddelde waterpeil ter plaatse. 1.25
Risicovolle inrichting
Een inrichting waarvoor op grond van het Besluit externe veiligheid inrichtingen een grenswaarde, richtwaarde voor het risico c.q. een risicoafstand moet worden aangehouden tot kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten. 1.26
Seksinrichting
Een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in omvang alsof zij bedrijfsmatig is, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een (raam)prostitutiebedrijf, een seksbioscoop, een sekstheater, een parenclub, een privéhuis of een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar.
Status: vastgesteld
6
Bestemmingsplan Buitengebied herziening 2023, Schiemerik 1
1.27
Voorgevel
Een naar de openbare weg en/of fiets- en voetpad en/of groenvoorziening toegekeerde gevel of gevels van een hoofdmassa.
Status: vastgesteld
7
Bestemmingsplan Buitengebied herziening 2023, Schiemerik 1
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
Bebouwde oppervlakte van een gebouw
Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of harten van scheidsmuren boven de begane grondvloer. 2.2
De bouwhoogte van een bouwwerk
Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.3
De dakhelling
Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.4
De goothoogte van een gebouw
Van de bovenkant van de goot, het boeiboord of de druiplijn van een gebouw tot aan het peil. Een en ander met dien verstande dat bij gebouwen met verschillende goten, bij het bepalen van de goothoogte van gebouwen maximaal een derde van de gezamenlijke goot- en/of boeiboordlengte buiten beschouwing wordt gelaten. 2.5
De inhoud van een bouwwerk
Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.6
Het bebouwingspercentage
Een in de regels aangegeven percentage van de gronden, nader bepaald in de regels, dat ten hoogste mag worden bebouwd.
Status: vastgesteld
8
Bestemmingsplan Buitengebied herziening 2023, Schiemerik 1
Hoofdstuk 2 Artikel 3
3.1
Bestemmingsregels
Bedrijf
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. aan het buitengebied gerelateerde bedrijven b. een bedrijf ten behoeve van handel, opslag, verhuur en reparatie van grondverzet- en landbouwvoertuigen; c. geluidwerende voorzieningen; d. ontsluiting van percelen; e. landschappelijke inpassing met inachtneming van het bepaalde in lid 3.4.2. met bijbehorende: f. g. h. i.
toegangswegen, -paden en overig verblijfsgebied; parkeervoorzieningen; groenvoorzieningen; waterhuishoudkundige voorzieningen, waaronder begrepen voorzieningen ten behoeve van het vasthouden van water, bergen, aan- en afvoeren van water en natuurvriendelijke oeverzones langs watergangen.
3.2
Bouwregels
3.2.1
Algemeen
a. ter plaatse van de in deze bestemming bedoelde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van de bestemming en voorts met inachtneming van de volgende regels; b. overkappingen, uitsluitend binnen het bouwvlak. 3.2.2
Bedrijfsgebouwen
Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende regels: a. b. c. d.
3.2.3
bedrijfsgebouwen, uitsluitend binnen het bouwvlak; de bouwhoogte mag niet meer dan de aangeduide maximale bouwhoogte bedragen; de maximale oppervlakte bedraagt 2.800 m2 bvo. in afwijking van het bepaalde onder b en c zijn binnen het bouwvlak bedrijfsgebouwen toegestaan met een maximale bouwhoogte van 3 meter tot een maximale oppervlakte van 200 m2 bvo. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan: 1. 7 m voor palen en masten; 2. 2 m voor erf- en terreinafscheidingen; 3. 3 m voor een geluidwerende voorziening; 4. 6 m voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
Status: vastgesteld
9
Bestemmingsplan Buitengebied herziening 2023, Schiemerik 1
3.3
Afwijken van de bouwregels
3.3.1
Verhogen bouwhoogte
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2.2 teneinde de bouwhoogte te vergroten met maximaal 10 %, mits: a. de ondernemer aan kan tonen dat een grotere bouwhoogte vanwege de bedrijfsvoering noodzakelijk is; b. het stedenbouwkundige beeld niet wordt aangetast; c. geen onevenredige aantasting zal plaatsvinden van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en het woon- en leefklimaat. d. zorg gedragen wordt voor een goede landschappelijke inpassing. 3.4
Specifieke gebruiksregels
3.4.1
Strijdig gebruik
Ter plaatse van de in deze bestemming bedoelde gronden zijn geen bedrijfsactiviteiten toegestaan, betreffende: a. bedrijven die op grond van het bepaalde in lid 3.1 niet zijn toegestaan; b. risicovolle inrichtingen; c. geluidszoneringsplichtige inrichtingen. 3.4.2
Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing
Onder strijdig gebruik met de bestemming wordt begrepen het gebruik dan wel het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken zonder de aanleg en duurzame instandhouding van landschapsmaatregelen gericht op een zorgvuldige landschappelijke inpassing in de vorm van groene singels aan de noordzijde en noordoostzijde tot aan de Schiemerik. 3.4.3
Voorwaardelijke verplichting afschermende geluidswerende voorziening
Onder strijdig gebruik met de bestemming wordt begrepen het gebruik dan wel het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken zonder de aanleg en duurzame instandhouding van een afschermende geluidswerende voorziening op de grens van het plangebied en het perceel Provincialeweg 136 met een hoogte van minimaal 2 meter en een lengte van circa 40 meter, zoals weergegeven op afbeelding 5 van het akoestisch onderzoek industrielawaai, dat als bijlage 8 bij de toelichting is gevoegd. Deze afbeelding maakt onderdeel uit van deze regels. Een andere geluidswerende voorziening is ook toegestaan onder de voorwaarde dat door nieuw akoestisch onderzoek is aangetoond dat voldaan wordt aan de wettelijke richt- en grenswaarden. 3.5
Afwijken van de gebruiksregels
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.1 voor het toelaten van een bedrijf tot en met categorie 2 zoals opgenomen in Bijlage 1 Staat van inrichtingen dan wel voor bedrijven die daarmee naar aard, uitstraling en invloed op de omgeving vergelijkbaar zijn, mits het bedrijf naar aard en invloed op de omgeving (gelet op de specifieke werkwijze of bijzondere verschijningsvorm) geacht kan worden te behoren tot aan het buitengebied gerelateerde bedrijven.
Status: vastgesteld
10
Bestemmingsplan Buitengebied herziening 2023, Schiemerik 1
3.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
3.6.1
Omgevingsvergunning
Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Bedrijf' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen, verbreden en/of verharden van wegen, paden, banen en/of parkeergelegenheden en/of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, zulks indien de oppervlakte 100 m² of meer bedraagt. 3.6.2
Voorwaarden aan omgevingsvergunning
Een omgevingsvergunning als bedoeld onder 3.6.1 mag alleen worden verleend indien: a. afdoende is verzekerd dat wordt voldaan aan voldoende waterberging; b. het gebruiken en het (doen) laten gebruiken van de gronden waarop de onder 3.6.1 bedoelde omgevingsvergunning betrekking heeft, is slechts toegestaan wanneer voldoende waterberging in stand wordt gehouden; c. onder voldoende waterberging als bedoeld onder a en b wordt verstaan dat wordt voldaan aan het hemelwaterbeleid genoemd in het vigerende WRP. Het vigerende WRP is in te zien via de volgende webpagina: https://www.maasdriel.nl/bestuur-en-organisatie/bekendmakingen-regelgeving-en-beleid/regelgevingen-bekendmakingen tenzij hieraan door het stellen van voorwaarden voldoende tegemoet kan worden gekomen. 3.6.3
Uitzonderingen
Het in lid 3.6.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen; b. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan.
Status: vastgesteld
11
Bestemmingsplan Buitengebied herziening 2023, Schiemerik 1
Artikel 4
4.1
Waarde - Archeologie 5
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 5' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. Eén en ander onder de navolgende voorwaarden en regels. 4.2
Bouwregels
4.2.1
Omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen van een bouwwerk
a. Voor het bouwen overeenkomstig de regels voor de andere op deze gronden voorkomende bestemmingen dient de aanvrager van een omgevingsvergunning ten behoeve van het bouwen, voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 1.000 m² en dieper dan 30 centimeter, een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld én waarin in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd. b. Voor het oprichten van bouwwerken en andere werken binnen bouwvlakken in de bestemming 'Bedrijf',' geldt geen onderzoeksplicht naar archeologische waarden. Indien het bouwvlak overeenkomt met het bestemmingsvlak, geldt voor het gehele bestemmingsvlak geen onderzoeksplicht. c. Geen onderzoeksplicht geldt in het geval van vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. d. Voor zover op basis van ander documentatiemateriaal onmiskenbaar vaststaat dat archeologische waarden niet zijn te verwachten, kan met instemming van het bevoegd gezag (veelal de gemeente) onderzoek achterwege blijven en vormt archeologie geen belemmering.
Bij ander documentatiemateriaal kan het bijvoorbeeld gaan om onderzoek dat al heeft plaatsgevonden en waaruit bleek dat er geen archeologische waarden aanwezig waren of dat toereikende maatregelen genomen konden worden om aanwezige waarden in de bodem te behouden. 4.2.2
Uitzondering
Het in lid 4.2.1 genoemde rapport hoeft niet overlegd te worden indien de genoemde omgevingsvergunning de bouw van een kas betreft waarbij, a. de daadwerkelijke bodemingreep dieper dan 30 cm minder dan 10% van de oppervlakte van de te realiseren kas bedraagt; b. en voorts de daadwerkelijke bodemingreep dieper dan 30 cm niet meer dan 1.000 m2 betreft. mits vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij een ter zake deskundige: 4.2.3
Voorwaarden
Indien uit het in lid 4.2.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen of kunnen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de
Status: vastgesteld
12
Bestemmingsplan Buitengebied herziening 2023, Schiemerik 1 bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties. 4.2.4
Bouwverbod
Indien uit het in lid 4.2.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen worden verstoord zonder dat het mogelijk is om deze door de in lid 4.2.3 genoemde voorwaarden veilig te stellen, dan kan de vergunning worden geweigerd. 4.3
Afwijken van de bouwregels
Burgemeester en wethouders kunnen door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.2.1 en toestaan dat in de andere bestemming gebouwen worden gebouwd, mits vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij een ter zake deskundige. 4.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
4.4.1
Omgevingsvergunning
Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie 5' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen, verbreden en/of verharden van wegen, paden, banen en/of parkeergelegenheden en/of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, zulks indien de oppervlakte 1.000 m² of meer bedraagt en de bodem verstoren op een grotere diepte dan 30 centimeter; b. het aanleggen, verbreden en dempen van sloten, vijvers en andere wateren, zulks indien de oppervlakte 1.000 m² of meer bedraagt en de bodem verstoren op een grotere diepte dan 30 centimeter; c. het verlagen of het verhogen van het waterpeil; d. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatie- of andere leidingen en de daarmee verband houdende constructies, zulks indien de oppervlakte 1.000 m² of meer bedraagt en de bodem verstoren op een grotere diepte dan 30 centimeter; e. het bebossen van gronden die op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan niet als bos zijn bestemd, zulks indien de oppervlakte 1.000 m² of meer bedraagt en de bodem verstoren op een grotere diepte dan 30 centimeter; f.
het rooien van bos of boomgaard, waarbij de stobben worden verwijderd, zulks indien de oppervlakte 1.000 m² of meer bedraagt en de bodem op een grotere diepte dan 30 cm wordt verstoord; g. het aanleggen van bos of boomgaard, zulks indien de oppervlakte 1.000 m² of meer bedraagt en de bodem op een grotere diepte dan 30 cm wordt verstoord; h. het scheuren van grasland, zulks indien de oppervlakte 1.000 m² of meer bedraagt en de bodem op een grotere diepte dan 30 cm wordt verstoord; i. het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte dan 30 centimeter; waartoe ook wordt gerekend woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, aanleggen van drainage en ontginnen, zulks indien de oppervlakte 1.000 m² of meer bedraagt. 4.4.2
Uitzonderingen
a. Het in lid 4.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: 1. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen; 2. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden Status: vastgesteld
13
Bestemmingsplan Buitengebied herziening 2023, Schiemerik 1 uitgevoerd op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan; b. Voor zover op basis van ander documentatiemateriaal onmiskenbaar vaststaat dat archeologische waarden niet zijn te verwachten (bijvoorbeeld als al onderzoek heeft plaatsgevonden, waaruit bleek dat er geen archeologische waarden aanwezig waren of dat toereikende maatregelen genomen konden worden om aanwezige waarden in de bodem te behouden), kan met instemming van het bevoegd gezag (veelal de gemeente) onderzoek achterwege blijven en bestaan vanuit de archeologie geen belemmeringen. 4.4.3
Toetsingscriteria
5.4.3
Toetsingscriteria
De omgevingsvergunning voor een werk, niet zijnde een bouwwerk, of werkzaamheden op grond van bestemmingsplan, inpassingsplan, beheersverordening of voorbereidingsbesluit kan slechts worden verleend, indien door de in lid 4.4.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarden van de gronden. 4.4.4
Voorwaarden
5.4.4
Voorwaarden
Voor zover de in lid 4.4.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden kunnen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal, kan de vergunning worden verleend, indien aan de vergunning één van de volgende voorschriften wordt verbonden: de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen van opgravingen; de verplichting de oprichting van het bouwwerk te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. 4.4.5
Onderzoeksplicht
De omgevingsvergunning wordt niet verleend dan nadat de aanvrager een rapport heeft overgelegd, waarin: de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld; en in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd. 4.4.6
Beoordelingscriteria
Alvorens de omgevingsvergunning wordt verleend moet er ten behoeve van de beoordeling van het rapport advies worden ingewonnen bij een ter zake deskundige. 4.5
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het bestemmingsplan te wijzigen door de bestemming 'Waarde - Archeologie 5' geheel of gedeeltelijk te doen laten vervallen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.
Status: vastgesteld
14
Bestemmingsplan Buitengebied herziening 2023, Schiemerik 1
Artikel 5
5.1
Waarde - Archeologie 6
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 6' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. Eén en ander onder de navolgende voorwaarden en regels. 5.2
Bouwregels
5.2.1
Omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen van een bouwwerk
a. Voor het bouwen overeenkomstig de regels voor de andere op deze gronden voorkomende bestemmingen dient de aanvrager van een omgevingsvergunning ten behoeve van het bouwen, voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 5.000 m² en dieper dan 30 centimeter, een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld én waarin in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd. b. Voor het oprichten van bouwwerken en andere werken binnen bouwvlakken in de bestemming 'Bedrijf', geldt geen onderzoeksplicht naar archeologische waarden. Indien het bouwvlak overeenkomt met het bestemmingsvlak, geldt voor het gehele bestemmingsvlak geen onderzoeksplicht. c. Geen onderzoeksplicht geldt in het geval van vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. d. Voor zover op basis van ander documentatiemateriaal onmiskenbaar vaststaat dat archeologische waarden niet zijn te verwachten, kan met instemming van het bevoegd gezag (veelal de gemeente) onderzoek achterwege blijven en vormt archeologie geen belemmering.
Bij anders documentatiemateriaal kan het bijvoorbeeld gaan om onderzoek dat al heeft plaatsgevonden en waaruit bleek dat er geen archeologische waarden aanwezig waren of dat toereikende maatregelen genomen konden worden om aanwezige waarden in de bodem te behouden. 5.2.2
Uitzondering
Het in lid 5.2.1 genoemde rapport hoeft niet overlegd te worden indien de genoemde omgevingsvergunning de bouw van een kas betreft waarbij, mits vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij een ter zake deskundige: a. de daadwerkelijke bodemingreep dieper dan 30 cm minder dan 10% van de oppervlakte van de te realiseren kas bedraagt; b. en voorts de daadwerkelijke bodemingreep dieper dan 30 cm niet meer dan 5.000 m2 betreft. 5.2.3
Voorwaarden
Indien uit het in lid 5.2.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen of kunnen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; Status: vastgesteld
15
Bestemmingsplan Buitengebied herziening 2023, Schiemerik 1 b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties. 5.2.4
Bouwverbod
Indien uit het in lid 5.2.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen worden verstoord zonder dat het mogelijk is om deze door de in lid 5.2.3 genoemde voorwaarden veilig te stellen, dan kan de vergunning worden geweigerd. 5.3
Afwijken van de bouwregels
Burgemeester en wethouders kunnen door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.2.1 en toestaan dat in de andere bestemming gebouwen worden gebouwd, mits vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij een ter zake deskundige. 5.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
5.4.1
Omgevingsvergunning
Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie 6' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen, verbreden en/of verharden van wegen, paden, banen en/of parkeergelegenheden en/of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, zulks indien de oppervlakte 5.000 m² of meer bedraagt en de bodem verstoren op een grotere diepte dan 30 centimeter; b. het aanleggen, verbreden en dempen van sloten, vijvers en andere wateren, zulks indien de oppervlakte 5.000 m² of meer bedraagt en de bodem verstoren op een grotere diepte dan 30 centimeter; c. het verlagen of het verhogen van het waterpeil; d. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatie- of andere leidingen en de daarmee verband houdende constructies, zulks indien de oppervlakte 5.000 m² of meer bedraagt en de bodem verstoren op een grotere diepte dan 30 centimeter; e. het bebossen van gronden die op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan niet als bos zijn bestemd, zulks indien de oppervlakte 5.000 m² of meer bedraagt en de bodem verstoren op een grotere diepte dan 30 centimeter; f.
het rooien van bos of boomgaard, waarbij de stobben worden verwijderd, zulks indien de oppervlakte 5.000 m² of meer bedraagt en de bodem op een grotere diepte dan 30 cm wordt verstoord; g. het aanleggen van bos of boomgaard, zulks indien de oppervlakte 5.000 m² of meer bedraagt en de bodem op een grotere diepte dan 30 cm wordt verstoord; h. het scheuren van grasland, zulks indien de oppervlakte 5.000 m² of meer bedraagt en de bodem op een grotere diepte dan 30 cm wordt verstoord; i. het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte dan 30 centimeter; waartoe ook wordt gerekend woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, aanleggen van drainage en ontginnen, zulks indien de oppervlakte 5.000 m² of meer bedraagt. 5.4.2
Uitzonderingen
a. Het in lid 5.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: 1. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen; 2. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan; Status: vastgesteld
16
Bestemmingsplan Buitengebied herziening 2023, Schiemerik 1 b. Voor zover op basis van ander documentatiemateriaal onmiskenbaar vaststaat dat archeologische waarden niet zijn te verwachten (bijvoorbeeld als al onderzoek heeft plaatsgevonden, waaruit bleek dat er geen archeologische waarden aanwezig waren of dat toereikende maatregelen genomen konden worden om aanwezige waarden in de bodem te behouden), kan met instemming van het bevoegd gezag (veelal de gemeente) onderzoek achterwege blijven en bestaan vanuit de archeologie geen belemmeringen. 5.4.3
Toetsingscriteria
De omgevingsvergunning voor een werk, niet zijnde een bouwwerk, of werkzaamheden op grond van bestemmingsplan, inpassingsplan, beheersverordening of voorbereidingsbesluit kan slechts worden verleend, indien door de in lid 5.4.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarden van de gronden. 5.4.4
Voorwaarden
Voor zover de in lid 5.4.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden kunnen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal, kan de vergunning worden verleend, indien aan de vergunning één van de volgende voorschriften wordt verbonden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de oprichting van het bouwwerk te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. 5.4.5
Onderzoeksplicht
De omgevingsvergunning wordt niet verleend dan nadat de aanvrager een rapport heeft overgelegd, waarin: a. de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld; en b. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd. 5.4.6
Beoordelingscriteria
Alvorens de omgevingsvergunning wordt verleend moet er ten behoeve van de beoordeling van het rapport advies worden ingewonnen bij een ter zake deskundige. 5.5
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het bestemmingsplan te wijzigen door de bestemming 'Waarde - Archeologie 6' geheel of gedeeltelijk te doen laten vervallen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.
Status: vastgesteld
17
Bestemmingsplan Buitengebied herziening 2023, Schiemerik 1
Hoofdstuk 3 Artikel 6
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Status: vastgesteld
18
Bestemmingsplan Buitengebied herziening 2023, Schiemerik 1
Artikel 7
7.1
Algemene bouwregels
Bouwen langs water
a. Onverminderd het overige in deze regels met betrekking tot het bouwen bepaalde, mag of mogen op en in gronden die grenzen aan de gronden als bedoeld in de bestemming 'Water' geen nieuwe bouwwerken worden gebouwd, met uitzondering van bouwwerken die zijn toegestaan binnen de bestemmingen 'Bedrijf' alsmede bouwwerken, geen gebouwen zijnde, in de vorm van terreinomheiningen met een maximale bouwhoogte van 2 m. Met betrekking tot de toegestane bebouwing dient minimaal de volgende afstand te worden aangehouden: 1. hoofdwatergangen 10 m uit de as van de waterloop, mits minimaal 4 m uit de insteek. b. Het bevoegd gezag kan, na schriftelijk advies te hebben ingewonnen van het waterschap, bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder a voor het bouwen van bebouwing welke is toegestaan overeenkomstig de ter plaatse geldende bestemming tot maximaal de helft minder dan de voorgeschreven afstand. c. Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder a voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder lichtmasten, verwijsborden en seinpalen ten behoeve van het waterschap met een maximale bouwhoogte van 10 m. 7.2
Overschrijden bouwgrenzen
Het verbod tot bouwen met overschrijding van de bouwgrenzen is niet van toepassing met betrekking tot: a. plinten, pilasters, kozijnen, standleidingen voor hemelwater, gevelversieringen, wanden voor ventilatiekanalen, liftopbouwen en schoorstenen, gevel- en kroonlijsten en overstekende daken, overbouwingen, bloemenkozijnen, balkons, galerijen en luifels, erkers mits zij de bouwgrens, waaraan de voorgevel gelegen is, met niet meer dan 1,5 m overschrijden; b. ondergrondse funderingen en ondergrondse bouwwerken, voor zover deze de bouwgrens met niet meer dan 1 m overschrijden; c. goten en ondergrondse afvoerleidingen en inrichtingen voor de verzameling van water en rioolstoffen. 7.3
Ondergronds bouwen
Binnen het plangebied mag, tenzij anders is aangegeven in de regels, onder gebouwen ondergronds worden gebouwd, onder de volgende voorwaarden: a. ondergrondse gebouwen gelegen buiten de buitenzijde van de gevels van de bovengrondse gebouwen zijn niet toegestaan; b. de diepte van de ondergrondse bebouwing mag niet meer bedragen dan 3,5 m onder peil; c. onder buitendijks gelegen gebouwen mag niet onder peil worden gebouwd, met dien verstande dat het funderen van een gebouw onder peil wel is toegestaan; d. onder plaatsgebonden kampeermiddelen (inclusief de daarbij behorende bergingen) mag niet onder peil worden gebouwd; e. de toegang tot de ondergrondse gebouwen van buitenaf is toegestaan, mits deze toegang niet zichtbaar is vanaf de openbare weg. 7.4
Bestaande afstanden en maten
a. Indien afstanden tot, bouwhoogten, goothoogten, dakhellingen, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet of Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan meer bedragen dan ingevolge Hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden voor die betreffende situatie als maximaal toelaatbaar worden aangehouden. b. In die gevallen dat afstanden tot, bouwhoogten, goothoogten, dakhellingen, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken, die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet of Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, op het tijdstip van
Status: vastgesteld
19
Bestemmingsplan Buitengebied herziening 2023, Schiemerik 1 inwerkingtreding van het plan minder bedragen dan ingevolge Hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als minimaal toelaatbaar worden aangehouden. c. In het geval van (her)oprichting van gebouwen is het bepaalde in sub a en b uitsluitend van toepassing indien het bouwen geschiedt op dezelfde plaats.
Status: vastgesteld
20
Bestemmingsplan Buitengebied herziening 2023, Schiemerik 1
Artikel 8
8.1
Algemene gebruiksregels
Vormen van verboden gebruik (onbebouwd)
Als een gebruik strijdig met het bestemmingsplan wordt in ieder geval beschouwd een gebruik van gronden en/of water: a. als opslag-, stort-, lozings- of bergplaats van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijk gebruik onttrokken voorwerpen, stoffen of producten, behoudens voor zover dat noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; b. als terrein voor het al dan niet voor de verkoop opslaan of opstellen van ongebruikte en/of gebruikte, dan wel geheel of gedeeltelijk uit gebruikte onderdelen samengestelde machines, voer-, vaar- of vliegtuigen c.q. onderdelen daarvan, die bruikbaar en niet aan hun oorspronkelijk gebruik onttrokken zijn, behoudens voor zover het betreft parkeren of voor zover dat noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; c. als opslagplaats van hout en/of aannemersmaterialen, behoudens voor zover dat noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond of ten behoeve van bouw of andere tijdelijke werkzaamheden; d. voor het (doen) uitoefenen van straatprostitutie. 8.2
Vormen van verboden gebruik (gebouwen)
Als een gebruik strijdig met het bestemmingsplan wordt in ieder geval beschouwd het gebruik: a. van gebouwen voor het verkopen of ten verkoop aanbieden van goederen, met uitzondering van het verkopen of ten verkoop aanbieden van goederen, waarvan de verkoop deel uitmaakt van de functie die is toegelaten op het perceel; b. van niet voor bewoning bestemde gebouwen of ruimten, daaronder begrepen kampeermiddelen, voor permanente bewoning; c. van gebouwen ten behoeve van het (doen) exploiteren van een seksinrichting, tenzij de functie is toegestaan op basis van de regels uit Hoofdstuk 2 van dit plan.
Status: vastgesteld
21
Bestemmingsplan Buitengebied herziening 2023, Schiemerik 1
Artikel 9
9.1
Algemene afwijkingsregels
Algemene afwijkingsregels
a. Het bevoegd gezag kan, voor zover niet reeds op grond van een andere regels van dit plan een omgevingsvergunning om af te wijken kan worden verleend, met een omgevingsvergunning afwijken voor: 1. het oprichten van bouwwerken voor algemeen nut (zoals abri's, telefooncellen, transformatorhuisjes, gasregel- en drukstations), mits de inhoud van elk van deze bouwwerken niet meer zal bedragen dan 75 m³ en de bouwhoogte ervan niet meer zal bedragen dan 4 m; 2. het in geringe mate aanpassen van enig onderdeel van het plan, zoals een bouwgrens, indien bij definitieve uitmeting en verkaveling blijkt, dat deze aanpassing in het belang van een juiste verwerkelijking van het plan gewenst of noodzakelijk is, waarbij de grenzen met niet meer dan 3 m worden verschoven; 3. het overschrijden van in deze regels genoemde maten en percentages, zoals goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte van gebouwen, bebouwingspercentages en afstanden tot een bouwperceelgrens, met niet meer dan 10%; 4. het overschrijden van de regels inzake de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met uitzondering van hoogspanningsmasten, met niet meer dan 20%; 5.
overschrijdingen van de maximale oppervlakte of de bestemmingsgrenzen door ondergeschikte bouwonderdelen, zoals erkers, balkons, bordessen, luifels, galerijen, trappen, overhangende verdiepingen, toegangen, lifthuizen en dergelijke, mits de overschrijding niet meer bedraagt dan 1 m; b. Een omgevingsvergunning zoals bedoeld onder a kan niet worden verleend voor: 1. gasdrukregel- en gasdrukmeetkastjes met een grotere inhoud dan 8 m3 en voor verkooppunten voor motorbrandstoffen. 9.2
Toestaan van evenementen
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de regels van dit plan ten behoeve van het toestaan van evenementen, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan: a. b. c. d. e. f.