CConstaterende datMaasdriel
Koppel je AI →
Document · PDF

P02364 4 BP BG herziening 2023, Schiemerik 1 20230906

Gemeenteraad 9 november 2023, gemeente MaasdrielBij agendapunt: Bestemmingsplan buitengebied herziening 2023, Schiemerik 131.160 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bestemmingsplan Buitengebied herziening 2023, Schiemerik 1 Gemeente Maasdriel Vastgesteld

Bestemmingsplan Buitengebied herziening 2023, Schiemerik 1 Gemeente Maasdriel Vastgesteld

Rapportnummer:

P02364_4

IMRO-identificatienummer:

NL.IMRO.0263.BP1260-VG01

Datum:

6 september 2023

Opdrachtgever:

Big Machinery BV

Projectteam BRO:

WdR, MvDn, TAu, TSc

Concept:

30 juni 2022

Ontwerp:

2 mei 2023

Vaststelling:

9 november 2023

Bron foto kaft:

BRO

BRO Hoofdvestiging Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl

Toelichting

Inhoudsopgave

pagina

1.INLEIDING 1.1 Aanleiding 1.2 Plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer

3 3 3 6 7

2.PLANBESCHRIJVING

7

3.BELEIDSKADER 3.1 Rijksbeleid

11 11

3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Regionaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid

11 13 13 16 18 20

4.OMGEVINGSASPECTEN 4.1 Verkeer en parkeren 4.2 Geluid 4.3 Luchtkwaliteit 4.4 Bedrijven en milieuzonering 4.5 Geur agrarisch 4.6 Kabels en leidingen 4.7 Externe veiligheid 4.8 Ecologie 4.9 Bodem 4.10 Water 4.11 Archeologie 4.12 Cultuurhistorie 4.13 M.e.r.-plicht

23 23 25 25 27 29 29 29 32 35 36 42 44 45

5.JURIDISCHE TOELICHTING 5.1 Algemeen 5.2 Systematiek

46 46 46

5.2.1 Inleidende regels

46

Inhoudsopgave

1

5.2.2 Bestemmingsregels 5.2.3 Algemene regels 5.2.4 Overgangs- en slotregels 5.3 Toelichting per bestemming

47 47 48 48

6.UITVOERBAARHEID 6.1 Economische uitvoerbaarheid

50 50

6.1.1 Financieel economische haalbaarheid 6.1.2 Kostenverhaal 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

50 50 50

6.2.1 Omgevingsdialoog 6.2.2 Vooroverleg 6.2.3 Vaststellingsprocedure

50 51 55

SEPARATE BIJLAGEN Bijlage 1: Landschappelijke inpassing Schiemerik 1 te Velddriel Bijlage 2: Stedenbouwkundige richtlijn A2 De Geerden Bijlage 3: Beeldkwaliteitsplan Schiemerik 1 te Velddriel Bijlage 4: Laddertoets uitbreiding Big Machinery Bijlage 5: Quickscan flora en fauna 'Big Machinery' te Velddriel Bijlage 6: Verkennend bodemonderzoek Schiemerik 1 te Velddriel Bijlage 7: Waterhuishoudkundig plan Schiemerik 1 Bijlage 8: Akoestisch onderzoek industrielawaai Bijlage 9: Archeologisch Bureauonderzoek Bijlage 10: Stikstofonderzoek Bijlage 11: Aanmeldnotitie m.e.r. Bijlage 12: Verslag Omgevingsdialoog Bijlage 13: Zienswijzennota

Inhoudsopgave

2

1.

INLEIDING 1.1 Aanleiding Initiatiefnemer is eigenaar van het bedrijf Big Machinery. Dit bedrijf is gevestigd op drie verschillende locaties in de gemeente Maasdriel. Aan de Schiemerik 1 bevindt zich het hoofdkantoor en worden machines gestald. Aan de Drielseweg 48b is er sprake van stalling van machines en aan De Tweede Geerden 35 bevindt zich de werkplaats. Initiatiefnemer is voornemens om de locatie Drielseweg 48b toe te voegen aan de locatie Schiemerik 1. Voor deze samenvoeging heeft initiatiefnemer grond ten noorden van de locatie Schiemerik 1 aangekocht. Met de aankoop en uitbreiding wordt er ruimte gecreëerd om de twee bedrijfslocaties, aan beide zijden van de A2 samen te voegen op één locatie aan de Schiemerik 1 te Velddriel. Big Machinery is een leverancier voor nieuwe en gebruikte machines in de grondverzet-, sloop-, en de mijnindustrie. De gemeente Maasdriel heeft aangegeven in te stemmen met de samenvoeging en uitbreiding als één en ander gepaard gaat met een kwaliteitsimpuls op zowel de locatie Drielseweg 48b als de locatie Schiemerik 1. Het gaat daarbij met name om een andere situering van de buitenopslag van de bedrijfsmachines en een landschappelijke inpassing op delen van het bedrijfsterrein.

De aangekochte gronden hebben volgens het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied Herziening 2016’ de bestemming ‘Agrarisch’ en gedeeltelijk de bestemming ‘Wonen’, waarbinnen de uitoefening en bouw van een bedrijf niet is toegestaan. Derhalve is een (partiële) herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk, om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken. Op de locatie aan de Drielseweg te Hedel, zal de bestaande bestemming ‘Bedrijf’ gehandhaafd blijven. Om te voorkomen dat deze grond opnieuw gebruikt gaat worden voor de buitenopslag van grote bedrijfsmachines, is de verplichting ten behoeve van een ruimtelijk kwalitatieve verbetering via een anterieure overeenkomst tussen de gemeente en de initiatiefnemer geregeld. Voorliggend bestemmingsplan betreft het nieuwe juridisch-planologische kader voor het plangebied. Er wordt aangetoond dat het initiatief haalbaar is en dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening.

1.2 Plangebied Het plangebied omvat de voorgenomen uitgebreide bedrijfslocatie aan de Schiemerik 1 te Velddriel. Het bedrijf aan de Schiemerik 1 ligt aan de N381. Daar weer ten zuiden van ligt het bedrijventerrein De Geerden. Kadastraal staat de huidige locatie van het bedrijf aan Schiemerik 1 bekend als gemeente Maasdriel sectie M nummer 2079 en gemeente Maasdriel sectie M nummer 2081 met een oppervlakte van 7.420 m 2. De aangekochte grond ten behoeve van de uitbreiding van het bedrijf staat kadastraal bekend als gemeente Maasdriel sectie M nummers 2529, 2531 en 2526 en heeft een oppervlakte van 20.188 m2. Het plangebied van voorliggend bestemmingsplan betreft gedeeltelijk het kadastraal perceel M 2529 en de geheel de percelen M 2531 en M 2526. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 17.000 m2. Op figuur 1.1 is een luchtfoto van de globale omgeving afgebeeld waarop de ligging van het plangebied te zien is. Het precieze plangebied volgt uit de verbeelding, deze is opgenomen in figuur 1.2.

Hoofdstuk 1

3

Schiemerik 1

Figuur 1.1 Ligging plangebied (bron: Google Maps)

Hoofdstuk 1

4

Figuur 1.2 Verbeelding plangebied

Hoofdstuk 1

5

1.3 Vigerend bestemmingsplan Ter plaatse van het plangebied is het bestemmingsplan ‘Buitengebied Herziening 2016’ het geldende planologisch-juridisch kader. Op 15 december 2021 is dit bestemmingsplan door de gemeente Maasdriel vastgesteld. Tevens is op 13 oktober 2022 het bestemmingsplan ‘Buitengebied herziening 2022, Reparatieplan’ vastgesteld. Op basis van deze bestemmingsplannen heeft het plangebied de bestemming ‘Agrarisch’ en gedeeltelijk de bestemming ‘Wonen’. Hierbinnen is de uitbreiding van een bedrijf niet toegestaan. De bestemming ‘Wonen’ kent de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – activiteit’. Volgens het vigerende bestemmingsplan is op deze locatie inpandige opslag van 1.437 m 2 toegestaan. Daarnaast geldt voor het plangebied gedeeltelijk de dubbelbestemming ‘Waarde-Archeologie 5’ en gedeeltelijk de dubbelbestemming ‘Waarde-Archeologie 6’. Deze gronden zijn behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden.

Figuur 1.3 Uitsnede vigerend bestemmingsplan (bron: ruimtelijkeplannen.nl).

Daarnaast is het bestemmingsplan ‘Paraplubestemmingsplan parkeren 2018’, vastgesteld op 6 juni 2018 van toepassing. Dit paraplubestemmingsplan voorziet in het juridisch-planologisch vastleggen van het parkeerbeleid voor het gehele grondgebied van de gemeente Maasdriel. De vigerende bestemmingen in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Herziening 2016’ en ‘Buitengebied herziening 2022, Reparatieplan’ maken het niet mogelijk om de voorgestane samenvoeging van de beide bedrijfslocatie te realiseren. Voorliggend bestemmingsplan stelt de nieuwe planologisch-juridische kaders voor het plangebied en vormt de partiële herziening van het vigerende bestemmingsplan.

Hoofdstuk 1

6

1.4 Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk volgt hoofdstuk 2 waarin een beschrijving van het plan is opgenomen. De daaropvolgende hoofdstukken vormen de verantwoording van de ontwikkeling die dit bestemmingsplan mogelijk maakt. In hoofdstuk 3 wordt het Rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk beleid beschreven. In hoofdstuk 4 wordt inzicht gegeven in diverse planologische aspecten die van belang zijn voor het voorliggende bestemmingsplan. In hoofdstuk 5 is de juridische toelichting op de planopzet gegeven. In het laatste hoofdstuk komt de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid aan de orde.

Hoofdstuk 1

7

2.

PLANBESCHRIJVING Huidige situatie Het bedrijf Big Machinery is momenteel gevestigd op drie verschillende locaties in de gemeente Maasdriel. Twee locaties zijn gelegen langs de A2, aan de Schiemerik 1 en aan de Drielseweg 48b. Op deze locaties staan grote bedrijfsmachines opgeslagen die vanaf o.a. de N381 te zien zijn. En een locatie aan De Tweede Geerden 35. Initiatiefnemer heeft ten noorden van het bedrijf aan de Schiemerik 1 te Velddriel grond aangekocht van ca. 20.000 m2, ten behoeve van het samenvoegen van zijn bedrijf. Met de aankoop en uitbreiding wordt er ruimte gecreëerd om de twee gescheiden bedrijfslocaties, aan beide zijden van de A2, aan de Schiemerik 1 en aan de Drielseweg 48b samen te voegen op één locatie aan de Schiemerik 1. De huidige bedrijfslocatie aan de Schiemerik 1 is 7.460 m2. De aangekochte grond is momenteel in gebruik als weiland en een gedeelte is in gebruik als woning. Bij deze woning aan de Provincialeweg 138 te Velddriel is inpandige opslag toegestaan in bijbehorende loodsen met een totale oppervlakte van maximaal 1.437 m 2. De locatie aan de Drielseweg te Hedel die door samenvoeging vrijkomt, heeft een oppervlakte van circa 4.355 m2 en zal niet meer gebruikt worden ten dienste van de opslag van bedrijfsmachines.

In overleg met de gemeente Maasdriel is besloten om deze locatie niet mee te nemen in de bestemmingsplanherziening en de bedrijfsbestemming te handhaven. Om te voorkomen dat deze grond opnieuw gebruikt gaat worden voor de buitenopslag van grote bedrijfsmachines, is de verplichting ten behoeve van een ruimtelijk kwalitatieve verbetering via een anterieure overeenkomst tussen gemeente en initiatiefnemer vastgelegd. Toekomstige situatie De twee locaties, aan de Schiemerik 1 en aan de Drielseweg 48b, van het bedrijf Big Machinery worden samengevoegd op één locatie aan de Schiemerik 1. Het is de bedoeling dat de opslag van de machines gecentraliseerd gaan worden op de Schiemerik 1. Hiervoor is ten noorden van het bedrijfsperceel grond aangekocht. Initiatiefnemer is voornemens om het bestaande gebouw inpandig te verbouwen. Deze verbouwing kan gepaard gaan met een kleine uitbreiding van de bestaande bedrijfsbebouwing. Daarnaast wordt een deel van de aangekochte grond bebouwd ten behoeve van de opslag van grote machines voor langere tijd, de machines staan dan droog en hiermee wordt voorkomen dat deze machines gaan slijten en roesten. Een ander deel van de aangekochte grond wordt verhard ten behoeve van de stalling van machines, deze machines staan buiten. De bestaande woning met bijbehorende loods aan de Provincialeweg 138 worden t.z.t.

gesloopt en komen in de toekomstige situatie niet terug. In de toekomstige situatie wordt het bestaande bedrijfsperceel uitgebreid met ca. 17.000 m2. Voor het gehele perceel is een bouwvlak opgenomen en binnen het bouwvlak is bedrijfsbebouwing toegestaan van maximaal 2.800 m2 met een maximale hoogte van 13,5 meter. Daarnaast zijn nog kleinere gebouwen toegestaan met een maximale bouwhoogte van 3 meter tot een maximale oppervlakte van 200 m2 bvo. Dit komt in totaal neer op 3.000 m 2 bvo. De bestaande loodsen in de huidige bestemming ‘Wonen’ dienen voor inpandige opslag. Deze loodsen met een oppervlakte van 1.437 m2 worden gesloopt. Per saldo neemt de bedrijfsbebouwing hierdoor feitelijk toe met 1.563 m 2. Echter gezien de

Hoofdstuk 2

8

loodsen geen bedrijfsbestemming hebben, maar zijn aangeduid als bedrijfsactiviteit in de bestemming ‘Wonen’, is er sprake van een toename van 3.000 m 2 bvo aan bedrijfsbebouwing. De uitbreiding van het bedrijf op de locatie aan de Schiemerik 1 gaat gepaard met een kwaliteitsimpuls op het terrein. Figuur 2.1 toont een landschappelijk inrichtingsschets voor de locatie Schiemerik 1, deze is tevens opgenomen (inclusief legenda) in de bijlagen (bijlage 1). De bedrijfsmachines worden niet meer aan de voorzijde vóór het bedrijfsgebouw in het zicht gestald, maar achter (het verlengde van) de voorgevel van het gebouw. Wel is het toegestaan aan de voorzijde van het perceel maximaal 3 bedrijfsmachines te etaleren ter hoogte van de oprit naar de A2. Daarnaast worden er een aantal inrichtingsvoorstellen gedaan. Zo worden de randen van het bedrijfsperceel groen ingepast met elzensingels en hagen en wordt vanaf de ingang aan de Provincialeweg de oprijlaan aan weerszijden begeleidt met groen. Zo ontstaat er als het ware een groene corridor vanaf de Provincialeweg naar de bedrijfsbebouwing. Tevens worden er nieuwe bomen aangeplant. Het landschappelijk inrichten van het perceel wordt middels een overeenkomst geborgd tussen initiatiefnemer en gemeente.

Aan de westzijde van het perceel loopt een elzensingel langs de sloot, in het geval dat Rijkswaterstaat de op- en afrit van de A2 aan de zijde van de Schiemerik 1 in de toekomst wil verruimen, zal de elzensingel worden verplaatst. De gronden die Rijkswaterstaat heeft gereserveerd voor uitbreiding van de A2 zijn niet meegenomen in voorliggend bestemmingsplan. Deze zone houdt de geldende bestemming ‘Agrarisch’ waar nieuwe bebouwing niet is toegestaan, een elzensingel is in deze bestemming wel toegestaan.

Figuur 2.1 Inrichtingsschets

Hoofdstuk 2

9

Landschappelijke inpassing Drielseweg 48b Op de locatie Drielseweg 48b zal de huidige opslag van machines verdwijnen. Deze wordt verplaatst naar de locatie Schiemerik 1. De gemeente Maasdriel heeft aangegeven in te stemmen met de uitbreiding als één en ander gepaard gaat met een kwaliteitsimpuls op zowel de locatie Schiemerik 1, als de locatie Drielseweg 48b. De ruimtelijk kwalitatieve verbetering van de locatie Drielseweg 48b wordt geborgd middels een anterieure overeenkomst. Stedenbouwkundige richtlijn A2 De Geerden In dit bestemmingsplan is uitgegaan van de systematiek van het bestemmingsplan de Geerden en de stedenbouwkundige richtlijn A2 de Geerden. De gemeente Maasdriel heeft een stedenbouwkundige richtlijn ten behoeve van A2-zichtlocaties aan de Geerdenweg, deze is opgenomen in de bijlagen als bijlage 2. Voor de verbreding van de A2 stonden er bosschages en windsingels waardoor er geen direct zicht was op het bedrijventerrein De Geerden. Na de verbreding is de begroeiing komen te vervallen en is er direct zicht ontstaan op de achterkanten van de bedrijven. Het bedrijventerrein manifesteert zich kwalitatief onvoldoende en toont zich langs de A2 als achterzijde van het bedrijventerrein. De geschakeerde bebouwing, mede ingegeven door het verschil in de goot- en bouwhoogte, hebben hierop een ongunstige invloed.

De uitstraling van het bedrijventerrein De Geerden laat als zichtlocatie richting de A2 te wensen over. De locatie aan de Schiemerik 1 waar de twee bedrijfslocaties worden samengevoegd is ook een belangrijke zichtlocatie richting de A2. Recent heeft er een ontwikkeling plaatsgevonden die positief heeft bijdragen aan de uitstraling van het bedrijventerrein De Geerden. Een aangepaste hoogte van 13,5 meter heeft bijgedragen aan de versterking van de ruimtelijk uitstraling van De Geerden. Niet alleen als zichtlocatie, ook als entree naar Maasdriel en als verbinding naar de omgeving. Indien deze beeldtaal wordt doorgezet kan tot een meer samenhangend bebouwingsbeeld worden gekomen, tot verbetering van de uitstraling van het bedrijventerrein, en tot een kwalitatief volwaardige zichtlocatie. Voor zichtlocaties aan de A2 is het dus voorstelbaar om uit te gaan van een bouwhoogte van 13,5 meter. Voorwaarde voor medewerking is daarom dat wordt aangesloten bij de beeldtaal van referentiebeelden zoals opgenomen in de stedenbouwkundige richtlijn A2 de Geerden, waarbij ook aandacht is voor opwaardering van de bestaande bebouwing. Beeldkwaliteitsplan Schiemerik 1 Ten behoeve van de uitbreiding van de locatie Schiemerik 1 is er een beeldkwaliteitsplan opgesteld.

Het beeldkwaliteitsplan is opgenomen als bijlage 3 en geeft een impressie uitbreiding van het kantoorpand en een impressie van de te gebruiken materialen. Dit beeldkwaliteitsplan sluit aan op de stedenbouwkundige richtlijn A2 de Geerden.

Hoofdstuk 2

10

3.

BELEIDSKADER In dit hoofdstuk wordt het beleidskader dat relevant is voor het plan toegelicht en wordt het plan hieraan getoetst. Er is sprake van een doorwerking van beleid dat is vastgesteld op verschillende niveaus van bestuur.

3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) In het kader van de invoering van de Omgevingswet, die nu gepland staat voor 1 januari 2024, heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Welke per 11 september 2020 in werking is getreden. Hierin zijn de kaders van het nieuwe rijksbeleid opgenomen. In het kader van de nahangprocedure kunnen in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) nog opmerkingen en wensen van de Tweede Kamer worden verwerkt. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet (staat nu gepland voor 1 januari 2024) komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met ambities. Ook worden de 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. De vier prioriteiten Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving.

Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak. De Uitvoeringsagenda beschrijft de vier prioriteiten. De opgaven uit de toelichting kunnen veelal niet apart van elkaar worden aangepakt. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie 2. Duurzaam economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio's 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Drie afwegingsprincipes Het doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: '(a) het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften'. Beschermen en ontwikkelen sluiten elkaar niet per definitie uit en kunnen el-

Hoofdstuk 3

11

kaar zelfs versterken. Echter, gaan beschermen en ontwikkelen niet altijd en overal zonder meer samen en zijn soms echt onverenigbaar. Een optimale balans tussen deze twee vergt steeds een zorgvuldige afweging en prioritering van ongelijksoortige belangen. Om dit afwegingsproces en de omgeving inclusieve benadering richting te geven, is in de NOVI een drietal afwegingsprincipes geformuleerd: 1. Combineren boven enkelvoudig 2. Kenmerken & identiteit 3. Afwentelen voorkomen Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht, welke ‘nationale belangen’ genoemd worden. De NOVI richt zich op 21 nationale belangen. Deze worden geografisch weergegeven via de Nationale hoofdstructuur. De verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid ligt voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen. Hierdoor kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt.

Doorwerking plangebied In de NOVI zijn de volgende nationale belangen genoemd die het project raken:  Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en alle onderdelen van de fysieke leefomgeving;  Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit;  Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving;  Waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit);  Waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater;  Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang. Voor wat betreft de volgende nationale belangen “Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en alle onderdelen van de fysieke leefomgeving”, “Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit” en “Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving” wordt verwezen naar hoofdstuk 2 en de milieuonderzoeken, zoals die in Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten aan de orde komen. Voor de nationale belangen “Waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid “en “Waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater” wordt verwezen naar paragraaf 4.10 Water.

In paragraaf 4.11 Archeologie en 4.12 Cultuurhistorie wordt aandacht besteed aan archeologie en cultuur/natuurhistorie. Dit raakt aan nationaal belang “Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang”. Gelet op het bovenstaande staat de Nationale Omgevingsvisie de uitvoering van het bestemmingsplan niet in de weg.

Hoofdstuk 3

12

3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Omgevingsvisies hebben geen bindende werking voor andere overheden dan de overheid die de visie heeft vastgesteld. De nationale belangen uit de NOVI die juridische borging vragen, zijn geborgd in het Barro. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen en zorgt voor sturing en helderheid van deze belangen vooraf. In de NOVI wordt bepaald welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Het Barro bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. De normering uit het Barro werkt zoveel mogelijk direct door op het niveau van de lokale besluitvorming. Bij besluitvorming over bestemmingsplannen moeten de regels worden gerespecteerd. Het merendeel van de regels legt beperkingen op, daarin is een gradatie te onderkennen. Deze zijn geformuleerd als een 'ja-mits', een 'ja, voor zover', een 'nee-tenzij', een 'nee-als' of een stringente 'nee' bepaling. Doorwerking plangebied Het plangebied is gelegen naast de A2. Het Rijk (Rijkswaterstaat) is momenteel bezig met planvorming over de verbreding van deze autosnelweg.

Uit een overleg met RWS is gebleken dat er een mogelijkheid bestaat dat de op- en afrit aan de zijde van de Schiemerik 1 in de toekomst wat ‘ruimer’ komt te liggen tot over het perceel Schiemerik 1 heen. Het bestaande kantoorgebouw en de beoogde kleine uitbreiding zullen kunnen blijven bestaan. De strook grond direct ten oosten van de huidige oprit kan in de toekomst wellicht noodzakelijk zijn voor de nieuwe oprit. De gronden die Rijkswaterstaat heeft aangegeven in de Variantenstudie splitsing Kerkdriel zijn niet meegenomen in voorliggend bestemmingsplan. Deze zone houdt de geldende bestemming ‘Agrarisch’ waar nieuwe bebouwing niet is toegestaan. Er worden dus geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt in onderhavig bestemmingsplan die in strijd zijn met één van de nationale belangen. Onderhavig bestemmingsplan is dus in overeenstemming met het Barro. 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen. De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De ladder is een motiveringsinstrument dat verplicht moet worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit dat een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ mogelijk maakt.

Wat er onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is in artikel 1.1.1 Bro bepaald: “De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Uit de jurisprudentie komt naar voren dat het wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn.1 Per 1 juli 2017 is een gewijzigde Ladder in werking getreden. Hierin is de tekst van de Ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om aan te geven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte plus een motivering indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan 1

O.a. ABRS 1 juni 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:1503), ABRS 18 februari 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:428) en ABRS 24 augustus 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2319).

Hoofdstuk 3

13

die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” (artikel 3.1.6 lid 2 Bro). Doorwerking plangebied Het beoogde planinitiatief is om het bedrijf Big Machinery BV aan de Schiemerik 1 in Velddriel uit te breiden aan de noordzijde van het perceel. Het nieuwe bouwvlak heeft een oppervlakte van ca. 17.000 m2. Binnen het bouwvlak is bedrijfsbebouwing toegestaan van maximaal 2.800 m 2 met een maximale hoogte van 13,5 meter. Daarnaast zijn nog kleinere gebouwen toegestaan met een maximale bouwhoogte van 3 meter tot een maximale oppervlakte van 200 m2 bvo. Dit komt in totaal neer op 3.000 m2 bvo. Met de aankoop en uitbreiding beoogt de initiatiefnemer om twee bedrijfslocaties samen te voegen tot één locatie. De bestaande schuren in de huidige bestemming ‘Wonen’ zullen worden gesloopt. Deze hebben een totale oppervlakte van maximaal 1.437 m2. Gezien deze loodsen geen bedrijfsbestemming hebben is er sprake van een toename van 3.000 m 2 bvo aan bedrijfsbebouwing. De beoogde uitbreiding van Big Machinery B.V aan Schiemerik 1 in Velddriel betreft een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Dit blijkt uit de volgende gegevens: 1.

Een stedelijke ontwikkeling is volgens het besluit ‘een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Met het initiatief wordt een bedrijfsperceel uitgebreid met 17.115 m 2 waarbinnen het mogelijk wordt om maximaal 3.000 m 2 bvo nieuwe bedrijfsruimte te bouwen. Gezien er meer bebouwing mogelijk wordt gemaakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, kan het initiatief beschouwd worden als stedelijke ontwikkeling. 2. De uitbreiding van het bedrijventerrein heeft in het geldende bestemmingsplan de volgende bestemmingen: ‘Agrarisch’ en deels ‘Wonen’. Op basis van dit bestemmingsplan is de functie ‘Bedrijf’ op de beoogde locatie niet toegestaan en is een wijziging van de bestemming noodzakelijk. 3. Er is sprake van een stedelijke ontwikkeling indien het plan voor bedrijven voorziet in de (mogelijke) toevoeging van een gebouw, waarbij de ondergrens van de toevoeging ‘in beginsel’ 500 m² bvo is. Aangezien het om de toevoeging gaat van maximaal 3.000 m² bvo nieuwe bedrijfsruimte, kan het initiatief gekwantificeerd worden als een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’. De conclusies van de Laddertoets zijn hieronder samengevat. Voor meer informatie wordt verwezen naar het volledige onderzoeksrapport in de bijlagen.

Het beoogde programma om de uitbreiding van Big Machinery B.V met maximaal 3.000 m² bvo te realiseren wordt passend geacht binnen de Ladder voor Duurzame Verstedelijking, omdat er voorzien wordt in een kwantitatieve en kwalitatieve behoefte: Kwantitatieve behoefte  In de regio Rivierenland is er in de periode 2016-2025 een netto uitbreidingsvraag van bedrijventerrein van 100-105 hectare, De uitbreidingsvraag vindt hoofdzakelijk plaats in de sectoren logistiek en (groot)handel. Van de totale uitbreidingsvraag heeft ca. 15-20% een omvang van 1 tot 3 hectare.  Afgezet tegen de uitgifte aan bedrijfskavels op bedrijventerreinen in de periode 2016-2019 is er een restcapaciteit van 4-9 hectare. In kwantitatieve zin is er voldoende ruimte voor de uitbreiding van Big Machinery B.V.

Hoofdstuk 3

14

Hoewel er voldoende kleinschalig aanbod (kavels < 3 hectare) in de regio Rivierenland is, voorziet het huidige aanbod aan kavels en bedrijfshallen niet aan geschikte ruimte voor een goede bedrijfsvoering. De ontwikkeling voorziet daarmee dus in een kwantitatieve behoefte en is passend binnen het gemeentelijk, regionaal en provinciaal beleid.

Kwalitatieve behoefte  Het beoogde initiatief voorziet in duurzaam en zorgvuldig ruimtegebruik. Er worden twee locaties samengevoegd naar één locatie. Dit maakt dat de bedrijfsvoering van Big Machinery B.V een stuk efficiënter. Het streven naar duurzaam en zorgvuldig ruimtegebruik ligt in lijn met het regionale en lokale beleid. Het voldoet aan de toets van de Ladder voor Duurzame Verstedelijking. Dit is een belangrijke voorwaarde voor het doorlopen van de procedure voor ontwikkeling van een nieuw terrein.  Schiemerik 1 ligt aan de A2, waardoor het een geschikte locatie is voor de bedrijfsvoering. De relatief grote machines kunnen alleen met zwaar transport worden verplaatst. Door de ligging aan de snelweg is wordt de lokale infrastructuur niet belast. Tevens hoeft het zware transport niet door kernen te rijden. Hierdoor ligt het bedrijf op de juiste plek. Dit ligt in lijn met de provinciale Omgevingsverordening en de lokale Structuurvisie.  Het betreft een uitbreiding van een bestaand bedrijf. Het is noch ruimtelijk, noch financieel realistisch om het bedrijf te verplaatsen. Voornamelijk de ligging aan de A2 en het gebruik van zwaar transport maken dat er geen interessantere locaties zijn binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied. Daarnaast is de aansluiting op de N831 aangepast om het zwaar transport. Deze aanpassing is redelijk recent (rond 2010) voltooid.

Bij een verplaatsing van Big Machinery B.V is het waarschijnlijk dat er wederom aanpassingen in de infrastructuur moeten worden verricht.  De beoogde ontwikkeling voorziet in groei van een reeds in Maasdriel gevestigd bedrijf. Oor de ligging nabij de A2 kan het een grotere regio bedienen. Dit ligt in lijn met de gemeentelijke visie. Door de uitbreiding te voorzien van een betere landschappelijke inpassing, met een representatief kantoorpand, ligt het initiatief in lijn met de gemeentelijke Structuurvisie.  Door de beoogde renovatie van het kantoorpand heeft Big Machinery B.V de beschikking over een modern gebouw met alle huisvestings-, technische en ICT-voorzieningen, Effecten De beoogde ontwikkeling zal naar verwachting weinig negatieve ruimtelijke effecten hebben op de bedrijfsruimtemarkt in het ruimtelijk verzorgingsgebied. Gezien de aard van het beoogde initiatief (uitbreiding van een bestaand bedrijf), de omvang (relatief kleine toevoeging van bedrijfsruimtemeters) en tegelijkertijd het gebrek aan geschikt aanbod op dergelijke locaties, is de verwachting er geen onaanvaardbare leegstand zal ontstaan. Door samenvoeging van twee locaties naar één locatie kan het bedrijf efficiënter de werkzaamheden uitvoeren. Er wordt met het beoogde initiatief duurzaam ruimtegebruik nagestreefd.

In verband met zwaar transport is het wenselijk dat het bedrijf nabij de snelweg ligt, waardoor het gebruik van ongeschikte infrastructuur wordt geminimaliseerd. Daarnaast is niet de verwachting dat er aanbod in de bedrijfsruimtemarkt verdwijnt door de uitbreiding van Big Machinery B.V. Uit de behoefteprognose van de regio Rivierland kan worden geconcludeerd dat er in de regio tot en met 2025 voldoende vraag zal zijn naar bedrijfsruimten. Hierdoor is niet te verwachten dat het negatieve effecten heeft op het ondernemersklimaat en dat het zal leiden tot onaanvaardbare leegstandseffecten.

Hoofdstuk 3

15

Ten slotte zijn de leegstaande panden in de gemeente Maasdriel niet geschikt voor de bedrijfsactiviteiten van Big Machinery B.V. De leegstaande panden in de gemeente Maasdriel zijn qua omvang te klein om duurzaam economisch te kunnen opereren. De kracht van het planinitiatief ligt enerzijds bij het duurzame ruimtegebruik vanwege het samenvoegen van twee locaties naar één locatie en anderzijds dat de locatie van de beoogde uitbreiding zeer goed is gelegen aan de A2 en de optimale ontsluiting op de N831 (aangepaste middenberm dat zwaar transport geschikt maakt). In verband met het zwaar transport is het wenselijk dat het bedrijf zo min mogelijk gebruik maakt van de lokale infrastructuur, dat veelal niet is berekend intensiever gebruik van zwaar transport. Initiatief buiten bestaand stedelijk gebied De planlocatie ligt buiten bestaand stedelijk gebied. Als de ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied ligt, moet volgens artikel 3.1.6 lid 2 Bro worden gemotiveerd waarom niet binnen bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Daarbij spelen de beschikbaarheid en geschiktheid van locaties binnen bestaand stedelijk gebied een rol. Aangezien de uitbreiding van Big Machinery B.V een uitbreiding van een bestaand bedrijf, dient te worden onderbouwd dat verhuizing geen optie is voor de onderbouwing, noch ruimtelijk, noch financieel.

Geconcludeerd kan worden dat verhuizing geen optie is:  Voor Big Machinery B.V is de ligging nabij de A2 van groot belang in verband met het zwaar transport dat nodig is om grote machines te kunnen vervoeren. Ruimtelijk gezien is het niet wenselijk dat zwaar transport door kernen moet rijden of op infrastructuur dat niet is ingericht op zwaar transport.  De ontsluiting op de N831 is aangepast zodat het zwaar transport over voldoende verhard oppervlak beschikt om een bocht van 90 graden te kunnen maken. Het betreft een aanpassing van de infrastructuur dat vrij recent (rond 2010) is voltooid. Een verplaatsing brengt mogelijkerwijs nieuwe aanpassingen aan de infrastructuur met zich mee.  Het actuele aanbod binnen bestaand stedelijk gebied is niet toereikend voor de vestiging van Big Machinery B.V. Ook hiervoor geldt dat de infrastructuur veelal niet geschikt is voor zwaar transport. In redelijkheid zal het aanpassen van de infrastructuur ten behoeve van een verplaatsing van het bedrijf financieel geen optie zijn.  Binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied zijn er geen beschikbare locaties die een geschikt alternatief zijn voor de bedrijfsvoering van Big Machinery B.V.

3.2 Provinciaal beleid Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Provinciale Staten hebben op 19 december 2018 de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland (hierna: de Omgevingsvisie) vastgesteld. Deze is in werking getreden op 1 maart 2019. Het doel van de Omgevingsvisie is: een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland, vanuit het verleden én met het oog op de toekomst. De provincie is als middenbestuur een belangrijke schakel bij het bereiken van deze doelstellingen en wil op een aantal manieren waarde toevoegen:  met een brede blik kijken naar de inrichting en kwaliteit van de Gelderse leefomgeving;  stimuleren van ontwikkelingen enerzijds en beschermen van waarden anderzijds;  focussen op duurzaamheid, onderlinge verbondenheid en een economisch krachtig Gelderland;  door middel van 7 ambities verder verdiepen van de focus.

Hoofdstuk 3

16

De 7 ambities van de provincie zien op de volgende thema's: energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, vestigingsklimaat en de woon- en leefomgeving. Per ambitie is de provinciale aanpak beschreven. De Omgevingsvisie is concreet uitgewerkt in de hierna beschreven Omgevingsverordening Gelderland. Deze verordening bevat concrete regels, waaraan het initiatief wordt getoetst. De Omgevingsvisie zelf bevat geen regels, die voor dit bestemmingsplan direct van belang zijn. Omgevingsverordening Provinciale Staten hebben de Omgevingsverordening Gelderland (hierna: de Omgevingsverordening of verordening) vastgesteld op 24 september 2014. De verordening wordt geregeld geactualiseerd. De meest recente actualisatie van de Omgevingsverordening dateert van januari 2023. De regels in de verordening kunnen betrekking hebben op het hele provinciale grondgebied, op delen of op gebiedsgerichte thema's. Gemeenten moeten binnen een bepaalde termijn hun bestemmingsplan afstemmen op de in de verordening opgenomen regels. De regels in de verordening zijn gebaseerd op de hierboven beschreven Omgevingsvisie Gaaf Gelderland en hebben de status van algemeen verbindende voorschriften.

De provincie Gelderland stelt in de Omgevingsverordening dat een aantrekkelijk vestigingsklimaat vraagt om voldoende en geschikte ruimte voor de vestiging van nieuwe bedrijven en voor de ontwikkeling van bestaande bedrijven. Het juiste bedrijf moet zich op de juiste plek kunnen vestigen. Dit vraagt om kwalitatief goede locaties die aansluiten op de marktomstandigheden en de ruimtelijk economische ontwikkeling van de regio. Aangezien de behoefte aan werklocaties in de provincie Gelderland per regio verschilt, zijn er in regionaal verband afspraken gemaakt in het Regionaal programma werklocaties. Voor de gemeente Maasdriel is het Regionaal Programma Bedrijventerreinen 2016 Regio Rivierenland van toepassing. Doorwerking plangebied Het plangebied kent de volgende aanduidingen:  Glastuinbouwbedrijf buiten een glastuinbouwontwikkelingsgebied De bovengenoemde aanduiding met betrekking tot glastuinbouw zorgt niet voor belemmeringen bij de planontwikkeling. Het plan maakt geen nieuwvestiging, uitbreiding of hervestiging van een glastuinbouwbedrijf mogelijk. De uitbreiding aan de Schiemerik 1 betreft de uitbreiding van een solitair bedrijf. Het bedrijf is immers niet gelegen op het bedrijventerrein De Geerden, maar aan de andere kant van de weg. Met onderhavige ontwikkeling wordt een bestaand bedrijf in het buitengebied uitgebreid.

Artikel 2.12 (solitaire bedrijvigheid) uit de Omgevingsverordening is van toepassing op onderhavig planvoornemen: Artikel 2.12 Solitaire bedrijvigheid 1. Een bestemmingsplan maakt geen vestiging mogelijk in het buitengebied van vormen van bedrijvigheid die naar huidige planologische inzichten wat betreft de ruimtelijke aanvaarbaarheid thuishoren op een bedrijventerrein. 2. In afwijking van het eerste lid kan een bestemmingsplan nieuwvestiging toch mogelijk maken als: a. sprake is van functieverandering, of

Hoofdstuk 3

17

b. het vigerende Regionaal programma werklocaties hierover afspraken bevat. 3. Een bestemmingsplan maakt in het buitengebied uitbreiding van solitaire bedrijvigheid die leidt tot bedrijfsbebouwing groter dan 1.000 vierkante meter en waarbij de uitbreiding zelf groter is dan 250 vierkante meter bedrijfsbebouwing niet mogelijk, tenzij in de toelichting bij het bestemmingsplan wordt aangetoond dat: a. verplaatsing naar een bedrijventerrein in redelijkheid niet mogelijk is; b. de uitbreiding regionaal is afgestemd; c. de uitbreiding landschappelijk goed wordt ingepast; d. de uitbreiding mogelijk wordt gemaakt met een maatbestemming. Lid 1 en 2 gaan over nieuwvestiging, dat is in onderhavig planvoornemen niet aan de orde. Het gaat om de verplaatsing en uitbreiding van een bestaand bedrijf. Lid 3 is wel van toepassing op onderhavig planvoornemen. In voorliggende toelichting bij het bestemmingsplan worden de bovenstaande bij lid 3 (artikel 2.12 Omgevingsverordening Gelderland) behorende punten aangetoond. In paragraaf 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking en de volledige Laddertoets zoals opgenomen in de bijlagen staat beschreven dat verplaatsing naar een bedrijventerrein in redelijkheid niet mogelijk is. In hoofdstuk 2 Planbeschrijving staat dat de uitbreiding van het bedrijf een goede landschappelijke inpassing krijgt.

Tevens wordt de achterblijvende locatie aan de Drielseweg 48b ook landschappelijk ingepast, dit is middels een anterieure overeenkomst geregeld. In paragraaf 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking en in de volgende paragraaf (3.3 Regionaal Beleid) wordt aangetoond dat de uitbreiding regionaal is afgestemd. De toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking geeft aan dat de ontwikkeling in een kwantitatieve behoefte en is passend binnen het gemeentelijk, regionaal en provinciaal beleid. Hoofdstuk 5 beschrijft de Juridische planopzet en in dit hoofdstuk wordt samen met de bij dit bestemmingsplan behorende planregels aangetoond dat de uitbreiding mogelijk wordt gemaakt met een maatbestemming. Het planvoornemen is in lijn met de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening van de provincie Gelderland.

3.3 Regionaal beleid Regionale Ambitiedocument 2016-2020 en de Ruimtelijke Strategische Visie De gemeenten Buren, Culemborg, Geldermalsen, Lingewaal, Maasdriel, Neder-Betuwe, Neerijnen, Tiel, West Maas en Waal en Zaltbommel werken samen in Regio Rivierenland. Met drie economische Speerpunten wil Rivierenland haar regio naar een hoger niveau tillen. Hiervoor is het Regionaal Ambitiedocument 2016-2020 opgesteld, en eind 2016 vastgesteld. De Speerpunten zijn: Agribusiness, Recreatie en Toerisme, Economie en Logistiek. Op 19 juni 2019 is de Ruimtelijke Strategische Visie vastgesteld. Deze ruimtelijk strategische visie voor de regio Rivierenland geeft een ruimtelijke vertaling aan de drie economische speerpunten: agribusiness (tuinbouw meer toonaangevend in Europa), logistiek en economie (top 3 logistieke hotspots in Nederland) en recreatie en toerisme (5% omzetgroei per jaar). Economische groei is niet alleen gebaat bij een goed vestigingsklimaat en een uitstekende bereikbaarheid, maar ook afhankelijk van een aantrekkelijk landschap. De kwaliteit van het landschap wordt bepaald door de contrasten in dit landschap, de afwisseling tussen de kleinschaligheid van oeverwallen en de verre zichten in de komgebieden. Daarom wordt bij het vormgeven van de economische groei gekozen voor het behouden en versterken van deze verschillen in het landschap.

Hoofdstuk 3

18

Doorwerking plangebied Onderhavige ontwikkeling is binnen de regio Rivierenland een kleinschalige ontwikkeling, het heeft dan ook geen directe invloed op de drie economische speerpunten. De bedrijfsuitbreiding is gelegen op een goed bereikbare locatie, namelijk bij een afslag van de Rijksweg A2. Het bestaande bedrijfsperceel en de bedrijfsuitbreiding worden landschappelijk ingepast, dit draagt bij aan de kwaliteit van het landschap en de Gelderse leefomgeving. Regionaal Programma Bedrijventerreinen 2016 Regio Rivierenland Regio Rivierenland heeft het regionaal programma bedrijventerreinen (RPB) opgesteld, dit is de regionale agenda voor bedrijventerreinen, onder andere opgesteld als dynamisch afsprakenkader tussen regiogemeenten en Provincie Gelderland. Het Regionaal Programma Bedrijventerreinen biedt het kader voor concrete werk- en projectafspraken tussen de regiogemeenten en provincie Gelderland; zij zijn waar het gaat om afspraken over bedrijventerreinen nauw betrokken. Het RPB moet bijdragen aan voldoende toekomstige marktvraag, het voorkomen van overaanbod en aan het zo goed mogelijk sturen van de bedrijfsruimtemarkt. Het streven is om te werken aan een evenwicht in vraag en aanbod naar bedrijventerreinen in Rivierenland.

Het doel van het RPB is om voldoende aanbod van de juiste kwaliteit te hebben, marktvraag leidend te maken en flexibiliteit te hebben om in te spelen op nieuwe ontwikkelingen. Daarvoor zal niet langer op basis van de maximale vraag geprogrammeerd moeten worden, maar is de wens om te komen tot een programmering die flexibiliteit geeft om in te kunnen spelen op de marktvraag en de ruimtelijke invulling hiervan. Dit RPB is:  Het regionale afsprakenkader over planning en programmering van bedrijventerreinen en -locaties tussen Regio Rivierenland en provincie Gelderland.  De vertaling en uitwerking van de gemeentelijke, regionale en provinciale doelstellingen op het gebied van bedrijventerreinen, economische ontwikkeling en ruimtelijk beleid.  Het toetsingskader voor de ontwikkeling van bedrijventerreinen in de regio. Hierbij ligt een link met de provinciale verordening: In bestemmingsplannen wordt de bestemming tot bedrijventerreinen slechts toegestaan indien dit past in de door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale afspraken ten aanzien van de programmering van bedrijventerreinen. De vraag naar bedrijventerreinen -en locaties in Rivierenland bestaat uit een aantal aspecten, onder andere de uitbreidingsvraag.

De vraag die ontstaat door groei van bedrijvigheid of ruimtegebruik, onder andere als gevolg van economische en bevolkingsgroei, maar ook als gevolg van een trek van bedrijven naar bedrijventerreinen. Voldoende kleinschalig (kavels < 3 ha) aanbod, lokaal mogelijk knelpunten Gezien de huidige (harde en onherroepelijke) plancapaciteit blijkt dat er circa 95 hectare aanbod is. In dit segment lijkt sprake te zijn van evenwicht in vraag en aanbod. Immers er wordt circa 85 tot 90 hectare vraag verwacht in het segment kleiner dan 3 hectare. Overigens kan het voorkomen dat op zeer lokaal schaalniveau knelpunten ontstaan in het aanbod. Per casus zal bekeken worden of de behoefte inderdaad lokaal opgelost moet/kan worden. Doorwerking plangebied In onderhavig geval gaat het om een knelpunt in het aanbod op zeer lokaal schaalniveau. Met onderhavige ontwikkeling wil een bestaand bedrijf uitbreiden. De grond waar het bedrijf wil uitbreiden heeft geen bedrijfsbestemming. Het huidige bedrijf is niet gelegen op een bedrijventerrein, maar wel vlak naast een bedrijventerrein. Qua locatie, aan de A2 en gelegen tegen een bestaand bedrijventerrein is een bedrijfsuitbreiding op deze locatie voorstelbaar.

Hoofdstuk 3

19

3.4 Gemeentelijk beleid Structuurvisie Maasdriel De gemeente Maasdriel heeft op 20 oktober 2011 een structuurvisie vastgesteld voor het gehele grondgebied. Met deze visie wil de gemeente Maasdriel haar visie op toekomstige ontwikkelingen delen, om zo de weg naar de toekomst op een goede wijze in te slaan. De structuurvisie vertaalt de nieuwste beleidsmatige visies en uitgangspunten in een helder en leesbaar ruimtelijk beeld (het zogenaamde 'ruimtelijk casco'), met bijbehorend uitvoeringsprogramma (het 'projectenplan'). Het Ruimtelijk Casco geeft richting zonder te spreken over een programma. Het geeft de mogelijkheden weer en is flexibel wat betreft de exacte invulling op de korte termijn. In het projectenplan staan de ruimtelijke opgaven voor de korte en middellange termijn benoemd en de meest geschikte locaties hiervoor aangewezen. Bedrijvigheid blijft een belangrijke functie binnen Maasdriel. Het ondernemerschap en de ontwikkeling en groei van het bedrijfsleven wordt ook richting 2020 sterk gestimuleerd. Dit gebeurt door ruimte te bieden aan ondernemers op goed ingerichte bedrijventerreinen en door de gunstige ligging van de gemeente ten opzichte van de A2. De wat grotere bedrijven en bedrijven die vanwege hun activiteiten (milieuoverlast en verkeerbewegingen) minder passend zijn in de woonomgeving worden naar deze bedrijventerreinen verplaatst.

Hierdoor raken de woonkernen vrijwel vrij van handel en industrie. De nieuw te ontwikkelen werklandschappen in de gemeente omvatten:  aparte bedrijventerreinen voor bedrijven die moeilijk kunnen worden gecombineerd met woonfuncties;  kleinere bedrijventerreinen in en aan de woonkernen waarin wonen en werken kan worden gecombineerd;  nieuwe werklandschappen in het buitengebied, waarbij mede gebruik wordt gemaakt van vrijkomende agrarische bedrijfsgebouwen en waarin zich dienstverlening, kleinschalige bedrijvigheid en bedrijven in de recreatief toeristische sfeer en in het zorgen welzijnssegment kunnen vestigen. De gemeente zet in op:  het faciliteren van de groei van reeds in Maasdriel gevestigde bedrijven;  het aanmoedigen van starters om nieuwe bedrijven te vestigen;  het in beperkte schaal van buiten aantrekken van kleinschalige bedrijvigheid op het terrein van hoogwaardige dienstverlening. Doorwerking plangebied Het ruimtelijk casco betreft de toekomstvisie voor de gemeente Maasdriel. Deze visie formuleert het ontwikkelingskader en droombeeld voor de lange termijn en biedt het casco voor concrete projecten en plannen. Het is een afwegingskader, maar tegelijkertijd ook een inspiratiekader voor ruimtelijke ontwikkelingen. Figuur 3.1 geeft de ligging van het plangebied weer op de kaart behorend bij het ruimtelijk casco.

De volgende aanduidingen gelden voor het plangebied Schiemerik 1:  Herstructurering glastuinbouw  Afweegbaar gebied voor glastuinbouw  Groene inpassing

Hoofdstuk 3

20

Figuur 3.1 Uitsnede plangebied structuurvisie Maasdriel (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Herstructureringsgebied glastuinbouw & Afweegbaar gebied voor glastuinbouw De landbouw ondergaat de komende jaren een metamorfose. Het merendeel van de Maasdrielse bedrijven is gericht op groei en modernisering. Het is gewenst de grootschalige bedrijven op de komgronden en de oeverwallen te verplaatsen naar de gebieden die zijn aangeduid als ‘afweegbaar gebied voor glastuinbouw’ of ‘herstructureringsgebied glastuinbouw’. Het is het doel dat het gebied nabij de A2 een modern, duurzaam concentratiegebied voor glastuinbouw en paddenstoelenteelt wordt. Onderhavige bedrijfsuitbreiding betreft geen glastuinbouwbedrijf. Het is een bestaand bedrijf dat zich wil uitbreiden, het bevindt zich aan de rand van het gebied dat is aangeduid als ‘afweegbaar gebied voor glastuinbouw’ en ‘herstructureringsgebied glastuinbouw’, waardoor uitbreiding van het bedrijf niet zal leiden tot versnippering. Daarnaast is een ander gebied, het gebied ‘De Grote Ingh’ aangewezen als ‘herstructureringsgebied glastuinbouw’. De Provincie Gelderland stuurt met haar beleid dat voornamelijk hier glastuinbouw wordt ontwikkeld. Het gebied ‘De Grote Ingh’ is in de Omgevingsverordening namelijk aangewezen als Glastuinbouwontwikkelingsgebied.

Het gebied waar onderhavige ontwikkeling zich bevindt is in een gebied dat in de Omgevingsverordening is aangewezen als tijdelijk verbod nieuwvestiging, uitbreiding en hervestiging glastuinbouw. Groene inpassing Voor bepaalde functies, zoals glastuinbouw en bedrijvigheid, is het wenselijk om deze landschappelijk in te passen en/of af te schermen. Op de kaart zijn deze zones aangeduid als ‘groene inpassing’. De manier waarop dit gebeurt, is afhankelijk van de functie. Voor onderhavige ontwikkeling is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld waarbij gebruikt wordt gemaakt van gebiedseigen beplanting, in overeenstemming met de structuurvisie. Op de kaart behorende bij het ‘Projectenplan’ van de structuurvisie, staat het gebied aangeduid als Nummer 41: Magneetlocatie Veilingweg (zie figuur 3.2)

Hoofdstuk 3

21

Figuur 3.2 Uitsnede plangebied kaart ‘projectenplan’ Structuurvisie Maasdriel (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Het gebied ‘in de oksel van’ de A2 en de Provincialeweg, ten oosten van de A2 is aangewezen als glastuinbouwintensiveringsgebied (‘magneetlocatie’). In dit gebied, met een totale omvang van circa 90 ha, is daarnaast ruimte voor agro-gelieerde bedrijvigheid. Op de magneetlocatie is ruimte bedoeld voor bedrijven uit de Bommelerwaard. Binnen het totale ruimtebeslag van circa 90 ha, is ook de ruimte voor de ontsluiting, de landschappelijke inpassing en de benodigde waterberging/-retentie inbegrepen. Bij de ontwikkeling van de locatie wordt bijzondere aandacht aan duurzaamheid, landschappelijke inpassing en infrastructuur besteed. Het gebied is dus aangewezen als locatie waar ook ruimte is voor (agro-gelieerde) bedrijvigheid, hierbij is het belangrijk dat er aandacht wordt besteed aan de duurzaamheid, landschappelijke inpassing en infrastructuur. Bij de bedrijfsuitbreiding wordt hier rekening mee gehouden, de samenvoeging en centralisatie van het bedrijf in lijn met de structuurvisie Maasdriel.

Hoofdstuk 3

22

4.

OMGEVINGSASPECTEN In dit hoofdstuk worden de diverse relevante omgevingsaspecten aangehaald en wordt het plan hieraan getoetst.

4.1 Verkeer en parkeren Gemeentelijke verkeer- en vervoersplan (GVVP) Maasdriel Op 25 april 2019 heeft de gemeente Maasdriel een nieuw mobiliteitsplan vastgesteld voor de periode tot en met 2030. Dit mobiliteitsplan vervangt grotendeels het 'Mobiliteitsplan Maasdriel 2020’. Het doel van het nieuwe Gemeentelijke verkeer- en vervoersplan (GVVP) is het compleet maken van het Duurzaam Veilig wegennet. De gemeente streeft naar een robuust wegennet, waarbij het onderliggend wegennet goed wordt aangesloten op het provinciale wegennet. Werkgebieden moeten direct toegankelijk zijn via de ontsluitingswegen, om de economische positie in de regio te versterken. De verbreding van de A2 past binnen de visie van een robuust wegennet. Naast economische voordelen biedt de verbreding kansen om sluipverkeer tegen te gaan en nieuwe fietsinfrastructuur te ontwikkelen richting ’s-Hertogenbosch. De gemeente wil samen met de provincie, buurgemeenten en de fietsersbond de snelfietsroute ‘s-Hertogenbosch – Zaltbommel realiseren. Hiermee wordt de kwaliteit en de samenhang van het fietsnetwerk sterk verbeterd. In de komende jaren gaat de aandacht uit naar het realiseren van een dekkend laadnetwerk binnen de bebouwde kom voor elektrische auto’s. De oplaadpunten worden op strategische locaties geplaatst.

De gemeente zet in op het stimuleren van het fietsverkeer en openbaar vervoer om het aantal autoritten te beperken door het realiseren van veilige fietsroutes, voldoende (overdekte) fietsenstallingen en het stimuleren van de e-bike. Goede aansluitingen van de verschillende buslijnen en park & ride locaties, worden nagestreefd om de automobilist te verleiden vaker de fiets en het openbaar vervoer te nemen. Paraplubestemmingsplan parkeren 2018 Voor het juridisch-planologisch vastleggen van het parkeerbeleid voor haar grondgebied heeft de gemeente Maasdriel het bestemmingsplan ‘Paraplubestemmingsplan parkeren 2018’ vastgesteld op 6 juni 2018. In dit bestemmingsplan is opgenomen dat er voldoende parkeergelegenheid dient te worden gerealiseerd, overeenkomstig met de beleidsregels parkeren. Het doel van het parkeerbeleid en parkeernormen is om een juiste parkeerbalans op te kunnen stellen, zodat bij ontwikkelingen en wijzigingen in gebruik en bij (ver-)bouwen, de (parkeer)leefbaarheid gewaarborgd is. Om de parkeerbehoefte te bepalen in de Nota Parkeernormen Maasdriel 2020 opgesteld. Deze Nota Parkeernormen is van toepassing op ruimtelijke ontwikkelingen zoals aanpassingen in de bestaande voorraad, nieuwbouw, de beoordeling van een vooroverleg of een aanvraag omgevingsvergunning.

Hoofdstuk 4

23

Doorwerking plangebied Parkeren Het uitgangspunt is dat de initiatiefnemer van de ruimtelijke ontwikkeling er alles aan doet om het aantal benodigde parkeerplaatsen als gevolg van de ontwikkeling op eigen terrein te realiseren. Om de parkeerbehoefte te berekenen is gebruik gemaakt van de parkeernormen zoals opgenomen in de Nota Parkeernormen Maasdriel 2020. De planlocatie is gelegen in het buitengebied, de gemeente Maasdriel is geclassificeerd als ‘niet stedelijk’. Voor diverse functies neemt de gemeente Maasdriel de cijfers uit de CROW over, hierbij hanteert de gemeente de hogere parkeernorm van het CROW. Er is sprake van een arbeidsextensief en bezoekersextensief bedrijf (opslag / transportbedrijf). Op basis van de Nota Parkeernormen Maasdriel 2020 geldt in het buitengebied, niet stedelijk een parkeerkencijfer van 1,3 per 100 m2 bvo. Het bestaande aantal bvo is circa 1.150 m 2, hiervoor zijn volgens de parkeernormen 15 parkeerplaatsen benodigd. In de inrichtingsschets (zie figuur 2.1) staan 20 parkeerplaatsen ingetekend. Dit houdt in dat op basis van de parkeernormen van Maasdriel er voor van het bestaande aantal bvo (1.150 m2) ruim voldoende parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Met onderhavige ontwikkeling wordt het bestaande bedrijfsperceel uitgebreid en wordt er meer bedrijfsbebouwing mogelijk gemaakt.

Echter verandert hiermee de bedrijfsvoering en het aantal medewerkers niet. In de volgende alinea verkeersgeneratie wordt ingegaan op de bedrijfseigen zeer specifieke verkeersgeneratie. Hierbij is rekening gehouden met 10 medewerkers waarvan de meeste met de auto komen en met gemiddeld 3 tot 4 klanten per dag. Wanneer in een zeer uitzonderlijke situatie alle 10 de medewerkers en 4 klanten tegelijk met de auto op de locatie aanwezig zouden zijn, zouden er 14 parkeerplaatsen benodigd zijn. Gezien er 20 parkeerplaatsen zijn ingetekend, is er ruime voldoende parkeergelegenheid en worden er geen problemen verwacht voor wat betreft parkeren. De gemeente Maasdriel heeft aangegeven akkoord te zijn met de beperkte toename van de parkeergelegenheid en dat er afgeweken kan worden van het vigerende parkeerbeleid. Verkeersgeneratie Voor het berekenen van de verkeersgeneratie van de bedrijfsuitbreiding is het niet zinvol om uit te gaan van de CROW-normen. Het binnen het plangebied toegestane bedrijf heeft een eigen, zeer specifieke verkeersgeneratie. Allereerst dient vastgesteld te worden dat er geen sprake is van een uitbreiding van de bedrijfsactiviteiten. Het bedrijf heeft nu 3 locaties (Schiemerik 1, Drielseweg 48b en Tweede Geerden 35). Het is de bedoeling dat de opslag van de machines gecentraliseerd gaan worden op de Schiemerik 1.

Momenteel is er de volgende verkeersgeneratie:  Circa 10 medewerkers, waarvan de meeste met de auto komen;  Pakketdiensten en klein transport (busjes): ca. 1 á 2 per dag  Transport zware machines (vrachtauto met dieplader): o 1 eigen vrachtauto met dieplader, doet gemiddeld 1 á 2 transporten per dag o 1 externe (inhuur) vrachtauto met dieplader doet 2 tot 4 vrachten per week  Gemiddeld 3 tot 4 klanten per dag, die in het algemeen komen met de auto Omdat er alleen maar sprake is van centralisatie (geen groei van werknemers en klanten) zal de verkeersintensiteit vanwege de bedrijfsuitbreiding niet toenemen. Integendeel de verkeersintensiteit zal

Hoofdstuk 4

24

afnemen. Nu rijden zowel werknemers en klanten naar alle drie de locaties. En dat is in de toekomstige situatie niet meer noodzakelijk. Gemiddeld zullen de verkeerbewegingen afnemen:  2 tot 4 korte ritten per dag voor personenvoertuigen, en  2 tot 4 transporten per dag van zware machines via de vrachtauto met dieplader Door de afname van de verkeersbewegingen is zeker dat de bestaande wegen ook na uitvoering van de plannen voldoende capaciteit hebben voor het verwerken van het verkeer. Voor het bestemmingsplan dient er echter ook gekeken te worden naar wat het plan mogelijk maakt en hoe dit zich verhoudt tot de bestaande situatie. Er is sprake van een uitbreiding van het bedrijfsperceel waarbij het aantal verkeersbewegingen kan toenemen. De verkeersgeneratie is berekend met CROW-normen voor een bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief (bijvoorbeeld loods, opslag of transportbedrijf, relatief weinig werknemers en relatief weinig bezoekers)) in het buitengebied. De verkeersgeneratie bedraagt 4,8 motorvoertuigen per 100 m 2 bvo. Voor 3.000 m2 bvo komt de verkeersgeneratie hiermee op 144 mvt/etmaal. De omliggende wegen kunnen deze beperkte extra verkeersgeneratie goed verwerken. Het plangebied wordt ontsloten door de Provincialeweg N831 en vanuit de Provincialeweg is er richting het westen aansluiting op de A2.

Omdat het om een relatief beperkte toename van het aantal verkeersbewegingen gaat en de voorgenoemde wegen voldoende capaciteit hebben om deze toename op te vangen, leidt de beoogde ontwikkeling niet tot een onacceptabele verkeerstoename.

4.2 Geluid Toetsingskader In de Wet geluidhinder (Wgh) is vastgesteld dat, indien in het plangebied geluidgevoelige functies (zoals woningen) zijn voorzien binnen de invloedssfeer van (weg)verkeerslawaai, akoestisch onderzoek uitgevoerd dient te worden bij vaststelling of herziening van het bestemmingsplan. Dit geldt voor alle straten en wegen, met uitzondering van:  wegen die in een als ‘woonerf’ aangeduid gebied liggen;  wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt. Doorwerking plangebied Het project richt zich niet op het vestigen van een geluidsgevoelige functie in de zin van de Wet geluidhinder (Wgh). Een bestaande woning wordt met de bestemmingsplanherziening gesaneerd, derhalve is akoestisch onderzoek naar wegverkeer niet noodzakelijk. Vanuit het aspect geluid moet ook rekening gehouden worden met de geluidsuitstraling door de nieuwe functie. De dichtstbijzijnde geluidgevoelige functie is de woning aan de Provincialeweg 138. Deze woning is gelegen naast de beoogde bedrijfsbestemming. In paragraaf 4.4 Bedrijven en milieuzonering wordt hier nader op ingegaan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13228071/1